CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

24bst00662 Bijlage 1a - Bestemmingsplan III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25)

Raadsvergadering 10 september 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25)'30.145 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vastgesteld bestemmingsplan

III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25)

Mei 2024

III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25)

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Het plangebied

7

1.3

Voorgaande plannen

8

1.4

Leeswijzer

10

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

11

2.1

Historisch perspectief

11

2.2

Profiel bedrijventerrein

11

2.3

Projectprofiel

12

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader

15

3.1

Inleiding

15

3.2

Rijksbeleid

15

3.3

Provinciaal beleid

25

3.4

Gemeentelijk beleid

29

3.5

Archeologische en cultuurhistorische waarden

33

3.6

Verkeer en parkeren

39

3.7

Groen

43

3.8

Bedrijvigheid

50

3.9

Kantoren

51

3.10

Productiegebonden detailhandel

52

3.11

Kabels, leidingen en straalpaden

52

3.12

Windhinder, evidente privaatrechtelijke belemmering en bezonning

52

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

55

4.1

Milieueffectrapportage

55

4.2

Bedrijven en milieuzonering

56

4.3

Geluid

57

4.4

Luchtkwaliteit

58

4.5

Externe veiligheid

60

4.6

Duurzaamheid

62

4.7

Bodem

67

4.8

Natuur

68

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

73

5.1

Inleiding

73

5.2

Beleid

73

5.3

Eindhovense klimaattoets

77

5.4

Watersysteem plangebied

80

Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving

83

2

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

6.1

Algemeen

83

6.2

Planmethodiek

83

6.3

Verbeelding

83

6.4

Planregels

83

Hoofdstuk 7 Handhaving

87

7.1

87

Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021

Hoofdstuk 8 Financiële aspecten

89

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

91

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

91

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

91

9.3

Samenspraak en inspraak

91

9.4

Zienswijzen en ambtshalve aanpassingen

92

Bijlagen bij de toelichting

93

Regels

95

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

97

Artikel 1

Begrippen

97

Artikel 2

Wijze van meten

105

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

107

Artikel 3

Bedrijventerrein-2

107

Artikel 4

Waarde - Archeologie 5

109

Artikel 5

Waarde - Archeologie 6

111

Hoofdstuk 3 Algemene regels

113

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

113

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

115

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

117

Artikel 9

Overige regels

119

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

121

Artikel 10

Overgangsrecht

121

Artikel 11

Slotregel

123

Bijlagen bij de regels

125

Bijlage 1

Actualisatie Nota Parkeernormen (2019)

126

Bijlage 2

Lijst van bedrijfsactiviteiten

180

Bijlage 3

Besluit externe veiligheid inrichtingen, artikel 2

198

Bijlage 4

Regeling externe veiligheid inrichtingen, artikel 1b

200

Bijlage 5

Regeling provinciale risicokaart, Bijlage I

202

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

3

4

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens de bedrijfspercelen aan de Croy 19-25 in Eindhoven te herontwikkelen. Hiertoe worden de bestaande bedrijfsgebouwen gesloopt. De te realiseren bedrijfsgebouwen zijn bedoeld voor bedrijven in de hightech maakindustrie waarbij productie, prototyping, embedded softwareontwikkeling en -ontwerp kunnen worden gefaciliteerd. Het betreft hier een bedrijfslocatie waar de bedrijvigheid leidend is en de kantoorruimte ondersteunend aan die bedrijvigheid. Het bouwplan past niet binnen de kaders van het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Om die reden is dit bestemmingsplan opgesteld onder de naam "III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25)" Het bestemmingsplan "III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.

1.2

Het plangebied

Het plangebied van het dit bestemmingsplan ligt binnen bedrijventerrein Croy in het zuidwestelijk deel van het stedelijk gebied van Eindhoven. Het plangebied ligt nagenoeg direct ten oosten van de snelweg A2/randweg N2 en wordt deels omringd door de straat Croy en deels door aangrenzende bedrijfsbebouwing.

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

7

Topografische ligging plangebied (gele pijl)

Situering plangebied (plangrens in rood)

Bestaande situatie in vogelvlucht

1.3

Voorgaande plannen

Het bestemmingsplan "III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25)" vervangt deels het bestemmingsplan “Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017”, vastgesteld door de raad op 19 december 2017. Het planvoornemen past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Dat bestemmingsplan biedt ook geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid om het plan te realiseren. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is daarom een nieuw juridisch-planologisch kader nodig. Dit bestemmingsplan voorziet hierin. 8

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

De regels van het bestemmingsplan "III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25)" worden daarnaast voor zover van toepassing in overeenstemming gebracht met de regels van de volgende paraplubestemmingsplannen: “Paraplubestemmingsplan waterberging”, vastgesteld door de raad op 24 november 2020. “Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing 2021”, vastgesteld door de raad op 24 mei 2022.

Uitsnede verbeelding 'Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017' (plangebied rood omlijnd)

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

9

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

10

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving plangebied

Historisch perspectief

De naam 'De Hurk' betekent eigenlijk 'afgelegen hoek'. Dit verwijst naar de tijd waarin het gebied voornamelijk bestond uit uitgestrekte heidevelden met kleine vennen, kleine natuurlijke bosjes, stuifduinen, afgelegen boerderijen en enkele gehuchten. De gehuchten zijn rond 1920 door Eindhoven geannexeerd. De ontwikkeling van het terrein begon aan het eind van de jaren '50, waarbij de industriële bedrijvigheid zich vooral concentreerde aan de kop van het Beatrixkanaal. Dit kanaal is in de jaren '30 als werkverschaffingsproject gegraven. Door de aanleg van rijkswegen rond het terrein in de zestiger en zeventiger jaren werd aansluiting op de nationale infrastructuur gerealiseerd. Hierna groeide De Hurk in de volgende decennia uit tot het grootste bedrijventerrein van Eindhoven.

2.2

Profiel bedrijventerrein

Bedrijventerrein De Hurk is een bestaand gemengd bedrijventerrein in Eindhoven, dat nagenoeg ingevuld is. Het ligt tussen de snelweg A2 (Poot van Metz) en de Eindhovense Ringweg (Limburglaan). Het gebied valt onder de stadsdelen Gestel en Strijp. De Hurk is een buurt in Strijp en Croy hoort bij Gestel. Het is één van de belangrijkste en grootste bedrijventerreinen in de regio en biedt werk aan circa 15.000 mensen. Dat is ongeveer 10% van de werkgelegenheid in Eindhoven. De bruto oppervlakte van het bedrijventerrein De Hurk - Croy is ongeveer 221 hectare, netto is het terrein 165 hectare. Er zijn in het 1e kwartaal 2011 ruim 560 bedrijven gevestigd. Industriële bedrijvigheid domineert de economische structuur van bedrijventerrein De Hurk. De belangrijkste branches op het bedrijventerrein zijn: groothandel, grafische industrie metaalindustrie en machine-industrie. Het terrein is continu in ontwikkeling. Bedrijven zoeken naar uitbreidingsmogelijkheden of stoten juist gebouwen af. Daarnaast dient zich regelmatige nieuwe bedrijvigheid aan met specifieke huisvestingsvragen. Over het algemeen bestaat de bebouwing op De Hurk-Croy uit een mix van bedrijfsbebouwing met een diversiteit aan maat, schaal en uitstraling. Hierbinnen is geen strikte segmentering aan te geven. Wel onderscheiden verschillende delen van het bedrijventerrein zich van dit algemene beeld.

De bebouwing aan de noordzijde van de Hastelweg bestaat uit overwegend kleinschalige bedrijfsbebouwing met een beperkte bouwhoogte en een diverse verschijningsvorm. De zone langs het kanaal is grootschaliger van opzet en heeft, met name bij de kop van het kanaal een industrieel karakter. Aan de Limburglaan presenteert De Hurk zich met een meer kantoorachtige uitstraling. Dit is ook het geval aan de Beemdstraat en aansluitend een gedeelte van de Meerenakkerweg. De zone langs de Randweg/A2, waartoe het plangebied van voorliggend bestemmingsplan behoort, bestaat uit een mix van overwegend grootschalige bedrijfsbebouwing en kantorengebouwen, waarvan enkele tot hoogbouw gerekend kunnen worden. Op bedrijventerrein De Hurk - Croy gelden geen specifieke eisen ten aanzien van beeldkwaliteit en stedenbouwkundig ordeningsprincipe. Een belangrijk uitgangspunt bij bedrijventerreinen is efficiënt ruimtegebruik en flexibiliteit ten behoeve van een goede bedrijfsvoering. Het is dus van belang dat het bouwvlak hiervoor zo min mogelijk restricties geeft. Wel is er een aantal basale, generieke eisen te stellen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Zo is bijvoorbeeld in de regels bepaald dat erf- en terreinafscheidingen in het vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

11

voorerfgebied transparant moeten zijn. Laatstgenoemde regel geldt niet als in de bestaande situatie al sprake is van een niet transparante erf- of terreinafscheiding. Het verhogen van de representativiteit van zowel de openbare ruimte als de bedrijfsterreinen en -gebouwen is een doelstelling uit het Masterplan De Hurk. Hiervoor is een voorgevelrooilijn c.q grens van het bouwvlak op 5 meter van de openbare ruimte als minimum zeer wenselijk. Dit ten behoeve van een representatief voorterrein, overzichtelijkheid, ruimte voor laanbeplanting (kroonprojecties) en een goede relatie tussen bebouwing en de openbare ruimte. Daar waar de bestaande bebouwing korter op de openbare ruimte staat volgt de voorgevelrooilijn (het bouwvlak) de contour van de bestaande bebouwing. Indien er sprake is van een duidelijke voorgevelrooilijn in een reeks gebouwen vormt deze de basis van de voorgevelrooilijn. De A2, de Limburglaan, de Meerenakkerweg en de Beemdstraat hebben een grote betekenis op stedelijk niveau. Tezamen met de Hastelweg, de Hurksestraat en de Dillenburgstraat vormen zij tevens de ruimtelijke hoofdstructuur van het bedrijventerrein. Dit is aanleiding om hier meer nadruk te leggen op het behoud van de bestaande ruimtelijke kwaliteit. De bestaande maat van het straatprofiel (de ruimte tussen de gebouwen aan weerzijden van de weg) is hier bepalend voor de voorgevellijn.

2.3

Projectprofiel

Op de locatie wordt een bedrijfsgebouw beoogd voor bedrijven in de midtech en scale ups ten behoeve van high tech maak- bedrijvigheid waarbij productie, prototyping, embedded softwareontwikkeling en -ontwerp kunnen worden gefaciliteerd. Deze bedrijven hebben zowel bedrijfshallen voor lichte bedrijvigheid, laboratoria, als ondersteunende kantoorruimte nodig. Het gaat dus om meerdere bedrijven, afwisselend van grootte. Ze worden gekoppeld middels een daktuin en diverse gezamenlijke voorzieningen, zoals sportvoorzieningen, vergaderfaciliteiten, een auditorium en bedrijfshoreca. Het bedrijvencomplex heeft een centrale entree welke leidt naar de eigen ingangen van de verschillende bedrijven. In het beoogde plan is bedrijfsruimte leidend en is kantoorruimte ondersteunend aan de bedrijvigheid. Het beoogde planvoornemen ziet daarmee op het uitbreiden van de bestaande mogelijkheden. Daar waar nu sprake is van een b.v.o. van circa 15.000 m2, wordt in het nieuwe bestemmingsplan circa 22.500 m2 bv.o. beoogd. In het nieuwe bestemmingsplan wordt daarmee voor de functie 'bedrijfsruimte' meer bebouwing mogelijk gemaakt dan dat volgens het nu geldende bestemmingsplan mogelijk is. Het gaat per saldo dus om het toevoegen van circa 7.500 m2 b.v.o. en meer specifiek om het toevoegen van 11.500 m2 bedrijfsruimte. Het maximale oppervlak ondersteunende kantoorruimte is bepaald op 5.000 m2.

12

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

Voorlopig Ontwerp Volume, configuratie massa's met bijbehorende oppervlaktes

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

13

14

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.

Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor. Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

15

aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen.

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Onderhavige ontwikkeling is een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Hierna wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking in welk kader het terzake deskundig bureau Stec Groep B.V. een behoeftetoets heeft uitgevoerd, welke als bijlage 1 aan onderhavige toelichting is gehecht. De conclusie van de behoeftetoets luidt dat niet verwacht wordt dat de beoogde ontwikkeling voor onaanvaardbare effecten (lees: leegstand) elders in de gemeente Eindhoven of in het Stedelijk Gebied Eindhoven zal zorgen. De behoefte aan extra bedrijventerrein is zowel in de regio Stedelijk Gebied Eindhoven als in de gemeente Eindhoven de komende jaren fors. De toevoeging van (omgerekend) 1 hectare bedrijventerrein zal daarom voorzien in een behoefte. Sterker nog: er is nog veel meer extra bedrijfsruimte nodig om in de toekomstige behoefte te voorzien. De leegstand op bedrijventerreinen in de regio Zuidoost-Brabant lag begin 2023 op 2,5%. Hiermee ligt de leegstand ver onder het gewenste frictieniveau van 5%. Dit betekent dat de bedrijfsruimtemarkt is de regio zeer krap is. Bovendien kent de regio met 0,5% nauwelijks structureel aanbod (aanbod dat langer dan een jaar aangeboden wordt). 16

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

Brainport Eindhoven moet de komende jaren een belangrijke banenmotor voor Nederland en Europa zijn. De gemeente Eindhoven wil tot 2040 zo'n 36.000 extra banen realiseren. Eén van de sectoren waar daarvoor op wordt ingezet is de kennisintensieve maakindustrie. Doordat het hier gaat om bedrijfsruimte voor bedrijven in de midtech en scale ups waarbinnen productie, prototyping, embedded softwareontwikkeling en -ontwerp kan worden gefaciliteerd voorziet de beoogde ontwikkeling in een concrete behoefte en sluit deze aan op het beleid van de gemeente. Het beoogde plan betreft feitelijk geen uitbreiding van het bedrijventerreinareaal van de gemeente Eindhoven. Om de beoogde ontwikkeling te realiseren wordt bestaande ruimte beter benut. Dit is volledig in lijn met de gedachte van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De Ladder heeft namelijk als doel: efficiënt ruimtegebruik. Daar voorziet voorliggend initiatief nadrukkelijk in. De conclusie luidt dan ook dat onderhavige stedelijke ontwikkeling de laddertoets doorstaat. 3.2.2

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 3.2.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd.

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

17

3.2.4

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied zijn de geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein relevant. Deze gebieden zijn op onderstaande kaart aangegeven. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op geluid en in paragraaf 3.2.5 op de beperkingengebieden. Onderstaande kaart behoort bij de Rarro.

kaart militair luchtvaartterrein – Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro) Bron: http://wetten.overheid.nl

18

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

3.2.5

Luchthavenbesluit

In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit is het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer (hier wordt in paragraaf 4.2.5 op ingegaan). Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Hieronder wordt nader ingegaan op het obstakelbeheergebied en het vogelbeheersgebied.

Kaart beperkingengebied

De obstakelbeheergebieden Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. Vliegfunnel De vliegfunnel wordt bepaald door de start- en landingsbaan en het verlengde daarvan. Hier gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van obstakels. IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

19

betreft een zone van 4 km rond de landingsbaan waar maximaal 44 meter hoog mag worden gebouwd. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog.

Kaart obstakelbeheergebieden voor de vliegfunnel en IHCS ILS Daarnaast beschikt de Luchthaven over een Instrument Landing System (ILS). Dit wordt gebruikt om een landing in verminderde weersomstandigheden mogelijk te maken. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start- en landingsbaan geen verstoring mag opleveren. Daarom gelden ook in dit gebied beperkingen ten aanzien van de bouwhoogten van gebouwen en bouwwerken (zie onderstaande afbeelding).

20

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

Kaart ILS-verstoringsgebied Het plangebied is gelegen binnen het obstakelbeheergebied van de vliegbasis Eindhoven. De voorziene maximale bouwhoogte van 30 meter is toelaatbaar in relatie tot de gegeven hoogtebeperking. Het bedrijventerrein de Hurk-Croy ligt niet binnen de begrenzing van het Instrument Landing System (ILS) van de luchthaven. Daarmee wordt geconcludeerd dat er geen overschrijding is van de begrenzingen behorende bij het obstakelgebied van de vliegbasis Eindhoven. Het vogelbeheersgebied Binnen het vogelbeheersgebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. In beginsel is een grondgebruik of bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties.

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

21

Kaart Vogelbeheersgebied In dit bestemmingsplan zijn vishouderijen, opslag van organisch materiaal en afvalwaterzuiveringsinstallaties in beginsel toegelaten. In de specifieke gebruiksregels is een verbod opgenomen voor extramurale bassins of extramurale opslag van organisch materiaal 3.2.6

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met een baken van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Baken luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven is een baken (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.

22

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.1. Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

23

Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnenarcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. 3.2.7

Outer-horizontal

Met de “outer-horizontal” moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de “outer-horizontal” kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze “outer-horizontal” heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Op de hieronder ingevoegde kaart is aangegeven binnen welke gebieden hoogbouw/windturbines kansrijk (=groen gekleurd), kansarm (= oranje gekleurd) of onmogelijk (=rood gekleurd) zijn. In de oranje gekleurde gebieden kan vooraf advies worden gevraagd bij de luchtverkeersleiding van de vliegbasis of de hoogbouw/winturbines op die locatie mogelijk worden geacht.

Uitsnede uit kaart Outer horizontals luchthavens Oost Brabant. Oranje= gebied kansarm voor hoge obstakels. Groen= gebied kansrijk voor hoge obstakels. Rood= gebied ongeschikt voor hoge obstakel

24

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2024 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. 3.3.2

Structuurvisie

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

25

Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: 1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering. 2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen. 3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen.

De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen. 4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk 26

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden. Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking.

Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant. 3.3.3

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.

In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

27

Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema's rechtsreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn ingevolge het werkingsgebied 'Stedelijk gebied' rechtstreekse regels van toepassing.

Uitsnede gebiedsaanduiding 'Concentratiegebied' Voor stedelijke ontwikkeling zijn twee werkingsgebieden opgenomen: Stedelijk gebied met een onderverdeling in: stedelijk concentratiegebied kernen in landelijk gebied Onderhavig plangebied is gelegen binnen het stedelijk concentratiegebied. Hierbinnen kunnen stedelijke ontwikkelingen worden gerealiseerd, mits er sprake is van duurzame stedelijke ontwikkeling waarbij eerst mogelijkheden binnen stedelijk gebied worden benut of leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Indien een kwalitatieve en kwantitatieve afweging ruimte bied voor stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling in principe aanvaardbaar. Hierbij geldt dat er een relatie dient te worden gelegd bij regionale afspraken. De behoefte aan extra bedrijventerrein in Eindhoven is fors. Het planvoornemen komt meer concreet voort uit een sterke kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan bedrijvigheid in de kennisintensieve maakindustrie, zie ook paragraaf 3.2.1. De ontwikkeling van de beoogde bedrijvigheid is voorts voorzien op een bestaand bedrijventerrein. Daarbij wordt bestaande bebouwing gesloopt en de bestaande ruimte wordt beter benut, waarbij ook veel groen wordt toegevoegd/geïntegreerd.

28

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

Gelet op het voorgaande is sprake van duurzaam ruimtegebruik en is het planvoornemen in lijn met het Provinciaal beleid. 3.3.4

Omgevingsverordening Noord-Brabant

De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing.

In de omgevingsverordenig Noord-Brabant zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim omgevingsverordening die relevant zijn voor onderhavig plangebied.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Eindhoven

Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant', die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie 2.0 zal de interim structuurvisie wel worden ingetrokken. Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking.

Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Ambitie vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

29

Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra.

Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn.

We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Plangebied Het bereiken van de doelen uit de omgevingsvisie gebeurt met name door ontwikkeling. Daar is onderhavig planvoornemen een goed voorbeeld van. De voorgenomen ontwikkeling voorziet 30

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

in de stedelijke opgaven vertaalde ambitie van de gemeente Eindhoven en is daarmee in lijn met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. Meer specifiek draagt het planvoornemen bij aan de verbetering van de economische structuur en de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Gelet op het voorgaande is het planvoornemen in lijn met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 3.4.2

Interimstructuurvisie 2009

3.4.2.1 Ruimtelijke hoofdstructuur In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur. Onderhavig plangebied ligt geheel in 'bestaand gebied' en is dus niet aangemerkt als transformatiegebied.

Figuur: Ruimtelijke hoofdstructuur Interimstructuurvisie Eindhoven

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

31

3.4.2.2 Gebruik van de ruimte Verder is de Interimstructuurvisie verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.

Figuur: Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven Onderhavig plangebied ligt buiten een transformatiegebied en is op de op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie geheel aangeduid als 'Werken'. Werken Hieronder vallen werkgerelateerde functies: industrie, research en ontwikkeling, handel, kantoren, grootschalige en perifere detailhandel, transport, bouwnijverheid, dienstverlening. Tevens alle productieactiviteiten van kunst en design en ook alle voorzieningen die bij een functioneel en modern bedrijventerrein horen (o.a. parkmanagement). Het planvoornemen voorziet hier in, zodat het in lijn is met de Interimstructuurvisie 2009.

32

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

3.5

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.5.1

Nationaal Beleid

Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie. Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn.

Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. 3.5.2

Erfgoedverordening gemeente Eindhoven

Op 29 november 2022 is de Erfgoedverordening gemeente Eindhoven vastgesteld. In deze verordening staan de regels voor het aanwijzen en beschermen van gemeentelijke en en gemeentelijke archeologische monumenten. Daarnaast zijn regels opgenomen voor het aanwijzen en instandhouden van cultuurhistorische waardevolle objecten en historisch waardevolle kunstwerken. Ook zijn in deze verordening de regels voor de cultuurhistorische waardenkaart en de archeologische verwachtingen- en waardenkaart opgenomen. 3.5.3

Archeologische verwachtingen- en waardenkaart

De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en - na inwerkingtreding van de Omgevingswet - het omgevingsplan. Sinds 2008 zijn er vele archeologische onderzoeken uitgevoerd die nieuwe inzichten geven in de bewoningsgeschiedenis en daarmee de archeologische verwachtingen. Actualiseren was dan ook noodzakelijk vanwege ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. Maar bovenal maakte de komst van de nieuwe Omgevingswet, een inhaalslag voor de archeologische verwachtingen- en waardenkaart noodzakelijk. Het in 2016 in de Erfgoedwet opgenomen begrip van ‘aantoonbare archeologische monumenten’ benadrukt nog maar eens dat transparantie en betrouwbaarheid van archeologische verwachtingen- en waardenkaarten van groot belang zijn. Hoe nauwkeuriger deze kaarten, met substantieel oog voor verstoringen en andere beperkende factoren, hoe minder vaak veroorzakers of vergunningaanvragers onterecht een archeologische onderzoeksplicht opgelegd (kunnen) krijgen. Ook kan dit leiden tot gerichter archeologisch onderzoek.

Om een geactualiseerd beeld te verkrijgen over de (verwachte) afwezigheid en de aanwezigheid van waarden zijn onder meer archeologische vindplaatsen, archeologische onderzoeken en archeologische en historische bronnen in lokale en regionale literatuur geraadpleegd. Daarnaast is op basis van alle archeologische vindplaatsen in relatie tot de geomorfologische en bodemkundige kenmerken van heel Zuidoost-Brabant een model ontwikkeld, op grond waarvan verwachtingen over mogelijk aanwezige archeologische waarden benoemd kunnen worden. De verwachtingen die uit het model voortkomen zijn aan de vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

33

gegevens uit de inventarisatie getoetst en verfijnd op basis van het fysieke en historische landschap, hetgeen leidt tot een betrouwbaar instrument voor onderbouwing van toekomstig beleid. De resultaten van de sinds 2009 uitgevoerde archeologische onderzoeken zijn door vertaald naar de nieuwe archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Gebieden die zijn vrijgegeven en inmiddels zijn volgebouwd, worden op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart aangeduid als gebieden zonder archeologische verwachting. Ook de terreinen die zijn opgegraven worden aangemerkt als terrein zonder archeologische verwachting. Aan de hand van historische kaarten en literatuur is bepaald waar in de 16e-19e eeuw, en mogelijk reeds in de late middeleeuwen kerken, kastelen, hoeven, wegen, voorden en etc. lagen. Belangrijke bron hierbij was de erfgoedkaart van de gemeente Eindhoven. Voor het in kaart brengen van de historische kernen en gehuchten zijn de historische kernen en linten gekarteerd aan de hand van de geogerefereerde kadasterkaart van 1832. 3.5.4

Archeologierichtlijnen

De Archeologierichtlijnen zijn door het college vastgesteld op 22 november 2022. Deze bestaan uit richtlijnen voor deponering van vondsten, monsters en onderzoeksdata in het gemeentelijk archeologische depot voor bodemvondsten gemeenten Eindhoven en Helmond. Daarnaast bestaan deze uit onderzoeksrichtlijnen voor archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. 3.5.5

Archeologisch kader Eindhoven

De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn.

Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale en regionale geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger.

3.5.6

Plangebied

Verwachting Onderhavig plangebied kent deels een hoge en deels een middelhoge archeologische verwachting. Ook is ongeveer de helft van het plangebied voorzien van de aanduiding 'plaggendek'. Bij een hoge archeologische verwachting geldt er een onderzoeksplicht voor bodemingrepen 34

vastgesteld III Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 (Croy 19-25) Gemeente Eindhoven

vanaf een diepte van 30 cm en een oppervlakte vanaf 250 m2. Hieronder vallen die delen van de gemeente waar, op basis van de in het model gebruikte aantallen, met grote waarschijnlijkheid archeologische resten verwacht kunnen worden; het gaat hierbij hoofdzakelijk om de hoger gelegen dekzandruggen, maar ook de hoge verwachtingszones rond oude vennen en voorden. Het grootste deel van alle bekende archeologische vindplaatsen in Eindhoven bevindt zich in deze zones. Ook de bij de verschillende archeologische onderzoeken bekend geworden vindplaatsen zijn veelal gelegen in zones met een hoge archeologische verwachting. Bij een middelhoge archeologische verwachting is sprake van een onderzoeksplicht voor bodemingrepen dieper dan 30 cm en groter dan 2.500 m2. Deze categorie is onderscheiden, omdat de gebruikte bodem- en geomorfologische kaarteenheden zonder nader veldonderzoek niet eenduidig aan één van de andere categorieën toegewezen kunnen worden. Het zijn vooral de lager gelegen dekzanden met lage enkeerdgronden en de drogere minder vruchtbare podzolbodems. Binnen deze zones kunnen terreinen liggen waar door erosie of uitloging alle archeologische waarden verdwenen zijn, naast terreinen waar door afdekking met plaggen eventueel aanwezige archeologische waarden juist zeer goed geconserveerd zijn. Deze gronden zijn vooral gelegen in de (voormalige) heidegebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14272089/1