CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

23bst01557 - Bijlage 3a - Bestemmingsplan IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch)

Raadsvergadering 12 maart 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch)’33.592 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen.

Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Werken aan een gezonde groei van de stad. Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum. Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit. Werken aan een duurzame en concurrerende economie. Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid

Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Toetsing De herontwikkeling van Schuttersbosch draagt bij aan een gezonde groei van de stad in een groen gebied. Ook energietransitie maakt onderdeel uit van het planvoornemen. De huidige woningen worden vervangen met nieuwbouw die aan de huidige eisen voldoen. Alle woningen zullen gasloos worden uitgevoerd en mogelijkheden voor de integratie van zonnepanelen worden onderzocht. Hiermee geeft dit plan invulling aan de ambities die zijn geformuleerd in de Omgevingsvisie. 3.4.2

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit.

Het bestemmingsplangebied ligt buiten een transformatiegebied.

3.4.2.1 Ruimtelijke hoofdstructuur De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

37

kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur.

Figuur 3.8: Ruimtelijke hoofdstructuur Interimstructuurvisie Eindhoven

3.4.2.2 Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.

38

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.9: Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven

Onderhavig plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid als Wonen. Deze gronden zijn voornamelijk bedoeld voor wonen, inclusief alle afgeleide wijk- en buurtgerichte functies op het gebied van (middelbaar-/ basis-)onderwijs, zorg, opvang, cultuur, religieuze voorzieningen, ontspanning en vrije tijd, groen (o.a. buurt- en wijkparken, sportfaciliteiten en –velden, buurtontmoetingsruimten), detailhandel en werken (woonwerkcombinaties en kleine bedrijven met milieucategorie 1, 2 en gedeeltelijk 3). Deze functies zijn noodzakelijk voor het functioneren van een gebied als woongebied. Zij vallen dus onder deze definitie en worden niet afzonderlijk in beeld gebracht, mede omdat hun ruimtebeslag relatief beperkt is.

3.5

Volkshuisvesting

3.5.1

Regionaal beleid

Deze omgevingsvergunning voorziet in de realisatie van maximaal 8 wooneenheden. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft de gemeente Eindhoven. Samen met de acht omringende gemeenten (Best, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen. Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) vormt Eindhoven het Stedelijk Gebied Eindhoven. In dit verband werken de gemeenten samen aan regionale opgaven op het gebied van wonen. Het SGE is een subregio van de Metropoolregio Eindhoven, die in totaal 21 gemeenten omvat. Afsprakenkader wonen SGE 2022 Het afsprakenkader geeft aan hoe de negen SGE gemeenten omgaan met de afstemming van woningbouwplannen. Het biedt kwantitatieve en kwalitatieve kaders voor de komende jaren. Onze gezamenlijke opgave is om veel en snel nieuwe woningen te bouwen en deze groei in vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

39

goede banen te leiden vanuit een scherp kwaliteitsbesef. We maken dus in het Stedelijk Gebied Eindhoven een schaalsprong in de woningbouwopgave. Met dit afsprakenkader waarborgen we daarbij de kwaliteit, betaalbaarheid, innovatie, diversiteit en duurzaamheid. En behouden we onze specifieke woon- en leefkwaliteit in deze regio, de unieke schakering van woonmilieus variërend van hoogstedelijk tot landelijk, tussen prachtige natuurlijke en recreatieve groen-blauwe landschappen oftewel onze 'City of Villages'. We richten ons bij de woningbouwopgave op inbreiding en transformatie. Dit is in lijn met het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Uit de inventarisatie van plancapaciteit en woningbehoefte blijkt dat er, op de eerder afgesproken negen majeure locaties en de twee recent aangewezen locaties De Kemmer (Oirschot) en Castiliëlaan (Eindhoven) na, geen noodzaak is voor en geen behoefte is aan nieuwe grootschalige uitbreidingslocaties. Voor nieuwe uitbreidingslocaties geldt daarom nog steeds het uitgangspunt: 'Nee, tenzij…'. Uitbreiden kan alleen onder de volgende voorwaarden: Er is sprake van een ontwikkeling die qua aard en schaal past op de locatie. De ontwikkeling zorgt voor een duurzame afronding van het stedelijk gebied. Hierbij is kwalitatieve landschappelijke aansluiting/ inpassing leidend. Daarnaast: Monitoren we de woningmarkt voortdurend.

Als veranderende prognoses erop wijzen dat wel grootschalige uitbreidingslocaties nodig zijn om te voorzien in de regionale kwalitatieve of kwantitatieve woningbehoefte (Laddertoets), zal herijking van dit afsprakenkader nodig zijn. Toetsen we woningbouwplannen aan de 7 Brainport Principes om de kwaliteit hoog te houden. Dit zijn: 1. Koesteren van Identiteit; 2. Ruimte voor Innovatie; 3. Invloed voor bewoners; 4. Vraaggericht ontwikkelen; 5. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; 6. Benutting regionaal schaalniveau; 7. Gezonde verstedelijking. Laten we ons inspireren door de SGE-woningmarkt aquarel: De aquarel (voorheen 'kwadrantenbenadering') inspireert ons om met woningbouwprojecten aan te sluiten bij het karakter en de unieke kwaliteiten van het gebied. Zo creëren we diversiteit en kwalitatieve samenhang in woonmilieus in plaats van eenheidsworst. Woondeal 2023 Op 9 maart 2023 is de Woondeal Zuidoost- Brabant getekend. Rijk, Provincie, MRE gemeenten en woningcorporaties starten hiermee een langjarige samenwerking om de woningbouwproductie in onze regio te vergroten. De regio Zuidoost-Brabant staat voor de opgave om minimaal 45.000 woningen toe te voegen in de periode 2022 t/m 2030. Een gigantische opgave waar Rijk, Provincie Noord-Brabant, regiogemeenten en corporaties zich gezamenlijk voor gaan inzetten.

In de Woondeal maken we afspraken over ieders rol en bijdrage aan deze opgave. De gemeente Eindhoven staat in de periode van 2022 t/m 2030 voor 19.885 woningen aan de lat. Om aan te sluiten bij de grote behoefte aan betaalbare woningen streven we ernaar dat twee derde van de nieuwe woningen betaalbaar zijn: op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Regionaal spreken we af dat nieuwe projecten (gemiddeld) uit minimaal 30% sociale huur, minimaal 16% middenhuur en minimaal 20% betaalbare koopwoningen bestaan. Het minimum van 30% sociale huur en totaal tweederde betaalbaar in de nieuwbouwopgave geldt voor elke gemeente. Het lokale woonprogramma van gemeente Eindhoven voldoet aan deze voorwaarde en blijft daarmee leidend. Met de woondeals nemen we samen de regie op de volkshuisvesting. Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven 2019 40

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

In de Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven uit april 2019 geven de SGE-gemeenten een kwalitatieve invulling aan het Afsprakenkader 2017. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van twee conceptuele handvatten: de kwadrantenbenadering en de uitgewerkte Brainport Principes. De kwadrantenbenadering bevordert de diversiteit bij nieuwe woningbouwprojecten door in te zetten op de eigenheid en kwaliteiten van alle afzonderlijke plekken binnen het SGE. De Brainport Principes zijn algemene kwaliteitscriteria waaraan ieder woningbouwproject wordt getoetst. Zo houden de regiogemeenten zichzelf scherp in het maken van unieke woongebieden die van toegevoegde waarde zijn op het bestaande palet in de regio. Regionaal woningbehoefteonderzoek 2021 In 2020 hebben de gemeenten in het SGE gezamenlijk opdracht gegeven aan Stec Groep voor de uitvoering van een regionaal woningbehoefteonderzoek voor de periode tot 2040. Kwantitatieve opgave In het in mei 2021 gereedgekomen Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven wordt onderbouwd dat het aantal huishoudens in het SGE tot 2040 naar verwachting met circa 48.700 zal toenemen. Daarnaast is er een opgave om het huidige woningtekort in te lopen. De totale woningbouwopgave voor het SGE komt daarmee uit op 53.900 woningen tot 2040.

In de gemeente Eindhoven zouden volgens dit onderzoek tot 2040 ongeveer 35.280 extra woningen moeten worden gerealiseerd. De behoefte aan extra woningen is vooral fors in de periode 2020-2025. In de eerst komende 5 jaar is er regionaal een uitbreidingsbehoefte van circa 16.400 woningen, circa 30% van de woningbehoefte tot 2040. In de MIRT-afspraken met het Rijk is vastgelegd dat de gemeenten in het SGE tot 2040 de bouw van 62.000 woningen faciliteren. Kwalitatieve opgave Het Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven geeft ook inzicht in de (ontwikkeling van) de kwalitatieve woningbehoefte. De verwachte groei van het aantal huishoudens is volgens dit onderzoek terug te zien in alle leeftijdsgroepen, maar vooral onder 65-plussers. Waar gezinnen nu nog het merendeel van alle huishoudens in het SGE vormen, bestaat in 2040 het grootste gedeelte van de huishoudens uit alleenstaanden en stellen van 65 jaar of ouder. Afhankelijk van de mate van doorstroming in de woningmarkt gaat 41% tot 55% van de regionale woningvraag tot 2040 uit naar een appartement. De vraag naar appartementen is op lange termijn structureel hoog. Het overige deel van de vraag gaat uit naar grondgebonden woningen. Vooral in de eerst komende jaren is de vraag naar grondgebonden woningen groot. Op lange termijn neemt deze opgave naar verwachting wel af.

Een opvallende bevinding van het onderzoek is dat woningzoekenden tot 35 jaar de voorkeur geven aan een (betaalbare) grondgebonden koopwoning, maar in de praktijk vaker (dan gewenst) verhuizen naar een huurappartement. Dit zien we zowel in de sociale als in de vrije huursector. Voor stedelijke doelgroepen geldt dit tot en met de hoge inkomens, voor suburbane en landelijke doelgroepen primair voor de middeninkomens. De woningbehoefte in Eindhoven is voornamelijk stedelijk georiënteerd. Het overgrote deel van de woningbehoefte gaat uit naar een grondgebonden woning in een stedelijk woonmilieu buiten het centrum. Opvallend is dat een klein deel van de behoefte aan grondgebonden koopwoningen in een centrum stedelijk milieu landt. Deze vraag kan worden opgevangen door het realiseren van een meer hybride woonvorm, zoals gezinsappartementen in het centrum van Eindhoven.

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

41

Specifieke doelgroepen De toename van het aantal 65-plus huishoudens zorgt ook voor een groeiende behoefte aan woningen die geschikt zijn voor zelfstandig wonen met ondersteuning en zorg aan huis. In de periode tot 2040 wordt een sterke toename verwacht van het aantal inwoners met een indicatie voor langdurige zorg. Door het extra muraliseringbeleid van de rijksoverheid zal het aanbod van intramurale verzorgingsplaatsen naar verwachting niet evenredig meegroeien. Een specifieke woningvraag is verder te verwachten van studenten. In de gemeente Eindhoven wordt tot het collegejaar 2027-2028 een groei van 120 tot 660 uitwonende studenten verwacht. In de gemeente Helmond blijft het aantal uitwonende studenten tot het collegejaar 2027-2028 naar verwachting stabiel. Voor de andere gemeenten in het SGE is geen informatie beschikbaar over de woningbehoefte van studenten. De vraag van kennismigranten (expats) maakt onderdeel uit van de totale woningvraag in het SGE. Deze groep woningzoekenden richt zich met name op de gemeente Eindhoven. Volgens onderzoek van het PON zijn in het Stedelijk Gebied Eindhoven daarnaast bijna 20.500 arbeidsmigranten werkzaam, die veelal productiewerk verrichten. In november 2020 stelden de SGE-gemeenten het Afsprakenkader Huisvesting Arbeidsmigranten Stedelijk Gebied Eindhoven vast.

De regionale ambitie is om in de periode 2021 tot en met 2024 circa 4.000 humane huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten te realiseren. Er zijn geen afspraken over specifieke aantallen per gemeente, maar iedere gemeente heeft passend bij de aard en omvang een eigen verantwoordelijkheid. In het afsprakenkader wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen huisvesting: tijdelijke huisvesting (korter dan 2 tot 3 jaar) en permanente huisvesting (arbeidsmigranten die zich definitief vestigen in Nederland). Hierbij is bekend (op basis van ervaring) dat zo'n 80% van de arbeidsmigranten in de regio er op tijdelijke basis is en zo'n 20% zich definitief vestigt. De woningbehoefte van arbeidsmigranten die zich definitief in het SGE willen vestigen, maakt onderdeel uit van de totale regionale woningbehoefte. Brainport principes Alle nieuwe woningbouwontwikkelingen dienen te worden ontwikkeld aan de hand van 7 Brainport Principes. De basis voor deze principes is vastgelegd in het regionale Afsprakenkader. Deze gelden voor alle gemeenten die deel uitmaken van het Stedelijk Gebied Eindhoven. Koesteren van Identiteit (1), Ruimte voor Innovatie (2) en Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor (3) Binnen het plangebied zal een (her)ontwikkeling plaatsvinden. Het betreft een netto toevoeging van maximaal 28 nieuwe woningen ter plaatse van leegstaande (voormalige) woonpercelen.

De bestaande hoofdgebouwen in het plangebied worden gerenoveerd. Het planvoornemen vindt plaats in een uitzonderlijk groene buurt. Deze groene kwaliteit blijft het uitgangspunt. Dit zorgt voor een aantrekkelijk en gevarieerd woonmilieu. Vraaggericht ontwikkelen (5) en Benutting regionaal schaalniveau (6) Het betreffen woningen voor de doelgroep sociale huur. Uit het recente regionaal woningmarktonderzoek blijkt dat er nog een grote behoefte is aan dit type woningen. Verder biedt het aantal woningen op stedelijk niveau een bijdrage aan het verminderen van het tekort aan woningen in Eindhoven. Tenslotte is het plan een inbreidingsplan waardoor het de druk op woningbouw in uitbreidingslocaties wat verlicht. 42

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

Gezonde verstedelijking (7) De gedachte daarbij is dat gezonde mensen de basis vormen van een gezonde stad. Andersom draagt een gezonde leefomgeving bij aan een gezonde leefstijl. Dat inzicht raakt direct aan stedelijke ontwikkelingen. Verdichting is daarbij een effectief middel in het streven naar een gezonde verstedelijking. Het plan voorziet in woningen in een bestaand groen woonmilieu. Alle woningen hebben een kleine berging. Deze zijn zo gepositioneerd dat bomen en zichtlijnen zoveel als mogelijk kunnen blijven behouden. Tuinhuisjes e.d. zijn niet toegestaan. Vanwege de groene en open uitstraling zijn erfafscheidingen niet toegestaan. Elke woning heeft een eigen buitenruimte, wat een kwalitatieve impuls is en bijdraagt aan gezonde verstedelijking. Toetsing Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 28 wooneenheden ten opzichte van de huidige planologische situatie. Het planvoornemen past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven, zoals hierboven is beschreven, alsook in de ladderonderbouwing in paragraaf 3.2.1. Ook wordt aan een kwalitatieve behoefte, daar de behoefte naar sociale huur hoog is. Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de Interim omgevingsverordening. Daarmee past het binnen de regionale afspraken voor woningbouwontwikkelingen. Ten slotte past het plan binnen de Brainport Principes.

3.5.2

Lokaal beleid

Woonvisie 2015 Op 15 december 2015 heeft de gemeenteraad van Eindhoven de Woonvisie 2015 vastgesteld. De woonvisie geeft inzicht in de gemeentelijke ambities op het gebied van bouwen en wonen en steunt op drie pijlers: Eindhoven als ambitieuze stad, als solidaire stad en als innovatieve stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en wil verder verstedelijken, in het bijzonder in het gebied binnen de Rondweg (Ring). Tot 2030 wil de gemeente minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen dit gebied realiseren. Hierbij wordt gestreefd naar een gemengde en gevarieerde woonomgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En die tegelijkertijd ook groen en gemoedelijk blijft. Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is. De meeste inwoners kunnen hierin zelf hun plek vinden. Minder zelfredzame inwoners worden hierbij ondersteund. Door de vergrijzing en de decentralisatie van de langdurige zorg, neemt de vraag naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen toe. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie van bijzondere doelgroepen in bepaalde wijken is ongewenst. Innovatieve stad De gemeente Eindhoven daagt ontwikkelaars van nieuwe woningen uit om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren.

Ook in de aanpak van de bestaande woningvoorraad en in de transformatie van kantoren en zorgvastgoed is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Voor inwoners die behoefte hebben vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

43

aan tijdelijke woonruimte, die snel beschikbaar en financieel bereikbaar is, worden in Eindhoven flexwoningen ontwikkeld. Dit biedt tevens kansen voor transformatie van leegstaand vastgoed. Verder wil de gemeente Eindhoven dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Daarnaast wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor huishoudens met een hoger inkomen. Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 Vanwege de hoge dynamiek op de woningmarkt heeft de gemeenteraad op 15 december 2020 het Woonprogramma 2021-2025 vastgesteld. Het Woonprogramma sluit aan bij eerder vastgesteld beleid voor wonen en de fysieke leefomgeving. De ambities uit de Woonvisie 2015 blijven cruciaal voor de ontwikkeling van de stad, maar komen door de snelle prijsstijgingen in de afgelopen jaren in een ander daglicht te staan. Met het oog daarop kiest de gemeente voor een accentverschuiving richting de volgende ambities: 1. forse groei van de woningvoorraad (binnen én buiten de ring) om de grote groei van woningen te kunnen opvangen; 2. een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden; 3. voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. Eindhoven streeft ernaar om jaarlijks minimaal 3.000 extra woningen aan de voorraad toe te voegen.

Voor de stad als geheel is voor de periode 2020-2022 de onderstaande differentiatie leidend:

Figuur 3.10: Differentiatie periode 2020-2022 Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied. Het streefpercentage van 20% sociale 44

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

huur is opgenomen in het Collegeprogramma 2018-2022. Voor de periode daarna voorzien we een noodzakelijke groei naar 30%. Toetsing Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 94 sociale huurwoningen. Voor deze doelgroep is grote behoefte in Eindhoven. Dit bouwplan sluit aan op deze vraag en op de drie voornoemde ambities van het woonprogramma. Daarnaast zijn deze woningen opgenomen in de prestatieafspraken met de gemeente Eindhoven. Gelet op het voorgaande voorziet dit plan dan ook in een deel van de (kwalitatieve) woningbehoefte. 3.5.3

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 24 mei 2022 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing 2021' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende projectgebied. Om o.a. die reden is deze omgevingsvergunning aanvraagd.

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal Beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie.

Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer.

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

45

De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en – na inwerkingtreding van de Omgevingswet – het omgevingsplan.

Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden de op dit bestemmingsplangebied van toepassing zijnde categorieën (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.

Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn.

Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale en regionale geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en het grondgebied van de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger.

46

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.11: Uitsnede Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (Berkvens/Arts 2022) gemeente Eindhoven met daarop het (bestemmings)plangebied zwart omkaderd.

Toetsing Deelgebied D (westelijk) Binnen de grenzen van het bestemmingsplan deelgebied D geldt op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart een 'Middelhoge archeologische verwachting (categorie 6)'.

Deelgebied E (oostelijk) Binnen de grenzen van het bestemmingsplan deelgebied E geldt op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart (grotendeels) een 'Hoge archeologische verwachting (categorie 5)' en een 'Middelhoge archeologische verwachting (categorie 6)'.

In dit bestemmingsplan is categorie 5 vertaald naar een dubbelbestemming Waarde – Archeologie, namelijk: 'Waarde – Archeologie 5'. Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht bij initiatieven met een bodemverstoring over een oppervlak groter dan 250 m2 én dieper dan vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

47

0,3 meter beneden het maaiveld. Categorie 6 is vertaald naar een dubbelbestemming Waarde – Archeologie, namelijk: 'Waarde – Archeologie 6'. Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht bij initiatieven met een bodemverstoring over een oppervlak groter dan 2.500 m2 én dieper dan 0,3 meter beneden het maaiveld. Is de oppervlakte óf diepte van de bodemverstorende activiteiten ten behoeve van de herontwikkeling kleiner dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek niet verplicht.

Tabel 3.2: De verwachting en bijbehorende oppervlakte- en dieptegrens voor de binnen het plangebied voorkomende beleidscategorieën (bron: Berkvens/Arts 2022) Categorie

Waarde / verw achting archeologie

Wanneer onderzoeksplicht van toepassing?

Cat. 5

Hoge archeologische verw achting

Bij bodemingrepen groter dan 250 m2 én dieper dan 30 cm

Cat. 6

Middelhoge archeologische verw achting

Bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 én dieper dan 30 cm

Een archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning. Voor nu kan worden volstaan met de dubbelbestemmingen Waarde Archeologie 5 en Waarde - Archeologie 6, waarmee de archeologische waarden van de gronden gewaarborgd worden. Omdat in het verleden de kavels bebouwd waren wordt verwacht dat de bodem dermate verstoord is dat archeologie geen rol speelt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan (zie 2.1.1).

Meldingsplicht Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens eventuele grondwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art. 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden. 3.6.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

48

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.12: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven 2008 (plangebied rood omlijnd)

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

49

Figuur 3.13: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven 2019

Op 18 juni 2019 is de meest recente cultuurhistorische waardenkaart opgesteld. Deze is echter zonder onderlegger, waardoor het plangebied lastig te duiden is. Om deze reden is de uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart uit 2008 ook nog toegevoegd. Voor het plangebied en omgeving is er geen verandering opgetreden tussen de kaart van 2008 en die van 2019.

Toetsing Volgens de cultuurhistorische waardenkaart zijn binnen het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle monumenten, gebouwen of structuren aanwezig. Grenzend aan het plangebied ligt aan de oost en zuidzijde de Stratumse Heide, die onderdeel uitmaakt van het historisch landschap. Het planvoornemen betreft een voorzetting van de aanwezige structuren. De bebouwing wordt in dezelfde schaal en sfeer gebouwd als de huidige en omliggende bebouwing in de woonbuurt. In combinatie met de groene sfeer blijft het karakter van Schuttersbosch behouden.

Na de vaststelling van de cultuurhistorische waardenkaart van 2008 zijn er cultuurhistorische onderzoeken uitgevoerd die een verdieping en actualisatie vormen op de geconstateerde waarden op deze kaart. Deze verdieping was noodzakelijk om tot een gedegen analyse en een goede vertaling in het bestemmingsplan te komen. Een van deze onderzoeken heeft betrekking op voorliggend bestemmingsplan, namelijk "Het landschap onder de stad". Een cultuurhistorisch onderzoek van het stedelijk gebied van Eindhoven. Naar verwachting worden deze onderzoeken met bijbehorende kaartbijlagen in 2022 voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling.

In bestemmingsplannen zal vooruitlopend hierop bovengenoemde onderzoeken worden meegenomen in de cultuurlandschappelijke afweging. Het plangebied heeft een hoge waarde toegekend gekregen als oud bos. De bosrijke context van de woonwijk illustreert de oude bossituatie. Deze waardestelling heeft echter geen consequenties voor het bestemmingsplan. Er hoeft hiervoor geen regeling te worden opgenomen. Gezien het voorgaande heeft cultuurhistorie geen belemmeringen voor onderhavig planvoornemen, en is er in het ontwerp rekening gehouden met cultuurhistorische elementen.

3.7

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld en recent geactualiseerd (Actualisatie Eindhoven op weg 2022). Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) beschreven.

Autoverkeer Voor de ordening van wegen gericht op een doelmatig én duurzaam veilig gebruik is het stedelijk wegennet van Eindhoven ingedeeld in vier categorieën, en weergegeven op onderstaand figuur.

50

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.13: Wegencategorisering Regio en Randweg (bron: visie 'Eindhoven op Weg') Ten westen van het plangebied ligt een stroomweg, de Leenderweg. Deze is bereikbaar via de Floralaan-Oost. Ten noorden van het plangebied is de Floralaan-Oost aangewezen als gebiedsontsluitingsweg. Deze weg kent een snelheidsregime van 50 km/uur. Dit zijn de donkerpaarse wegen in bovenstaande afbeelding. In het plangebied komen geen wijk- en buurtontsluitingswegen voor. De overige wegen nabij het plangebied zijn erftoegangswegen met een snelheidsregiem van 30 km/uur.

Fietsverkeer De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat drie soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. In de omgeving van het plangebied zijn geen fietsroutes aanwezig die onderdeel uitmaken van het fietsnetwerk. Fietsen binnen het plangebied vindt plaats op de openbare woonstraten. De ontwikkeling leidt niet tot een wijziging van de aanwezige infrastructuur. Openbaar vervoer Eindhoven op Weg gaat uit van twee netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk van ontsluitende buslijnen. De meest nabij gelegen buslijn ligt aan het Floraplein. Deze halte is gelegen op circa 300 meter lopen (via looppad Elfenbanklaan) vanaf het westelijke gedeelte van het plangebied en circa 750 meter lopen vanaf het oostelijke gedeelte.

Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is gebruik gemaakt van kencijfers uit CROW-publicatie 381. Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers wordt voor de gemeente Eindhoven op basis van CBS data een stedelijkheidsgraad aangehouden van 'zeer sterk stedelijk'. Voor de ligging van het plangebied wordt uitgegaan van het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. Verder wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het gemiddelde autobezit in de gemeente Eindhoven per kencijfer het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. Ten opzichte van de bestaande vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

51

situatie voorziet de beoogde ontwikkeling in de realisatie van 66 grondgebonden sociale huurwoningen. Voor deze functie hanteert het CROW een kencijfer van 4,1 motorvoertuigbewegingen per woning, wat resulteert in een verkeerstoename van (66 x 4,1 =)270,6 mvt/etmaal. Met behulp van de kencijfers van het CROW is de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde weekdag berekend, terwijl voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling de intensiteit gedurende een gemiddelde werkdag maatgevend is. Conform CROW publicatie 381 wordt voor het omrekenen van weekdag naar werkdag voor woonfuncties een omrekenfactor van 1,11 toegepast. Dit leidt tot een verkeerstoename van (270,6 x 1,11 =) 300,4 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Bij het beoordelen van de verkeersdoorstroming is de verkeersgeneratie gedurende het drukste uur maatgevend. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt als standaard vuistregel aangehouden dat gedurende het drukste uur 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Voor de beoogde ontwikkeling leidt dit tot een verkeersgeneratie van (300,4 x 10% =) 30 mvt/uur gedurende het drukste uur, oftewel circa 1 voertuig per 2 minuten. Deze toename is dermate laag dat de invloed van de beoogde ontwikkeling op de verkeersafwikkeling op het omliggende wegennet gering zal zijn. Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar.

De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer.

Het bestemmingsplan laat maximaal 94 woningen toe. De woningen worden allen gerealiseerd in de categorie twee-onder-één-kapwoning. Het uitgangspunt voor het parkeren is parkeren op eigen terrein. Conform de Nota Parkeernormen is het plangebied gelegen binnen het gebied 'restgebied' van de bebouwde kom. Voor grondgebonden woningen midden (60 tot 120 m2) geldt een parkeernorm van 1.6 (inclusief 0.3 voor bezoekers). In overeenstemming met de gemeente is het plangebied onderverdeeld in twee deelgebieden. Voor de berekening van de parkeerbehoefte is per deelgebied de rekentool ingevuld, zie Bijlage 2 en 3. In tabel 3.3 is de parkeerbehoefte per deelgebied weergegeven, inclusief het parkeeraanbod op eigen terrein.

Tabel 3.3 Overzicht parkeerbehoefte per deelgebied Plangebied A (West)

Plangebied B (Oost)

Totaal

Bestaande w oningen 2008

8

15

23

Nieuw e w oningen

42

52

94

Parkeerbehoefte volgens rekentool

60

74

134

52

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

Parkeerplaatsen op eigen terrein

35

53

88

Resterende parkeeropgave

25

21

46

De parkeerplaatsen zijn ingetekend op bijlage 1 van de toelichting. De parkeerbehoefte bedraagt voor het westelijk plangebied 60 parkeerplaatsen (42 woningen) en voor het oostelijk plangebied 74 parkeerplaatsen (52 woningen). De totale parkeerbehoefte komt daarmee op 134 parkeerplaatsen. In het westelijk plangebied zullen 35 van de 42 geplande woningen een parkeerplaats op eigen terrein krijgen. Er zullen 25 openbare parkeerplaatsen komen haaks op de Sporkenhoutlaan, waarbij een groot deel van deze parkeerplaatsen al bestaande parkeerplaatsen zijn. In het oostelijk plangebied zullen er 53 parkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd en 21 parkeerplaatsen komen haaks op Rendierveld, waarvan een groot deel zal bestaan uit al bestaande parkeerplaatsen. Doordat bij beide plangebieden volledig aan de parkeernormering wordt voldaan, zijn parkeerproblemen niet te verwachten. Bij de openbare parkeerplaatsen wordt veelal gebruik gemaakt van de reeds aanwezige parkeerplaatsen (welke destijds zijn aangelegd voor de toen aanwezige hofjes), waardoor er nauwelijks groen hoeft te verdwijnen voor het creëren van voldoende parkeerplaatsen. Om aan te tonen dat er in het omliggende gebied voldoende openbare parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor het opvangen van de resterende parkeerbehoefte is in 2022 een parkeerdrukonderzoek uitgevoerd.

De resultaten hiervan zijn terug te vinden in Bijlage 4. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat er voldoende restcapaciteit beschikbaar is in de omliggende openbare ruimte om de resterende parkeerbehoefte van het plan op te vangen. Deze parkeerplaatsen in de openbare ruimte dienen afgekocht te worden.

Fietsparkeren Uit de berekening van de parkeerbehoefte (zie bijlagen 2 en 3) blijkt verder dat de parkeerbehoefte voor fietsers 395 stallingen betreft. Dit is inclusief stalling voor bezoekers. De stallingseis zal volledig ingevuld worden binnen het plangebied. Elk perceel biedt voldoende ruimte voor de stalling van fietsers voor bewoners en voor bezoekers.

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport.

Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken. Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

53

bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan.

Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.

In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

Figuur 3.15: Ruimtelijk e Strategieënkaart

Toetsing Onderhavig plangebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'Stad, groen beeldbepalend' en gelegen op de grens van 'Natuur en landschap'. In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie(en) aangehouden:

Strategie: Stad, groen beeldbepalend Het betreft gebieden met een bijzonder groen imago, vaak gelegen aan de periferie van de stad. Uitgangspunt voor deze gebieden is het behouden en ontwikkelen van het bijzondere groene karakter. Deze gebieden maken ook onderdeel uit van de groene kaart (onderdeel verordening bomen en nadere regels). Voor de kap van bomen (met een omtrek van 45 centimeter op een stam hoogte van 130 centimeter) in deze gebieden is een vergunning verplicht. Uitzondering hierop vormt de taxus welke vanaf een omtrek van 30 centimeter een vergunningplicht kent. 54

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

Strategie: Natuur en landschap In deze gebieden staat het beoogde ongestoorde verloop van ecologische processen en de natuurontwikkeling voorop. Het beleid is erop gericht het contrast tussen stad en landschap te benutten door hierbij zoveel mogelijk scheiding van functies na te streven en deze gebieden te reserveren voor laagdynamisch grondgebruik: rustgebieden, behoud en ontwikkeling van natuur, landschappelijke samenhang en identiteit. De gebieden omvatten het door het rijk en de provincie ontwikkelde Natuur Netwerk Nederland en een nadere detaillering van de door het provincie aangegeven Natuur Netwerk Brabant, ecologische verbindingszones en delen van de regionale natuurontwikkelingsgebieden. Behoud en ontwikkeling van natuur en landschap zijn in deze gebieden de primaire activiteiten, gecombineerd met extensief recreatief medegebruik (natuurbeleving). Bestaande voorzieningen of gebouwen worden gedoogd, maar zullen voor zover ze niet ten dienste staan van het behoud of de ontwikkeling van natuur en landschap worden verwijderd na functiebeëindiging. Verstedelijking of andere ingrepen (infrastructuur) zijn in deze categorie niet aan de orde tenzij in zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken en met toepassing van compensatie.

Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen.

Toetsing Het groene karakter van het plangebied blijft met het planvoornemen behouden. Voor de inrichting is een groenplan opgesteld, zie bijlage 5. Al het groen wordt ingericht als openbaar groen en dit neemt per saldo met circa 4.393 m² toe, zie bijlage 1. Hiermee wordt ruim voldaan aan de beleidsregel om 4-8 m² groen per woninge toe te voegen. Om het openbare karakter te behouden zijn schuttingen en hekwerken niet toegestaan. De uitgangspositie is om zo min mogelijk gesloten verharding toe te passen. De woningen en bijgebouwen worden dusdanig gepositioneerd dat bomen zo veel als mogelijk blijven behouden (zie ook paragraaf 3.8.2). Nieuwe aanplant van bomen zal uitsluitend bestaan uit inheemse soorten. Het uitvoeren van werkzaamheden zoals het kappen van bomen is in de bestemmingsregeling vergunningsplichtig. Er is geen sprake van verstedelijking binnen de strategie 'Natuur en Landschap', met uitzondering van een geluidscherm. Dit geluidscherm is noodzakelijk om een goed woon- en leefklimaat te garanderen in het kader van wegverkeerslawaai. Hier is nader op ingegaan in paragraaf 4.3. Het geluidscherm is geprojecteerd in de huidige berm van de weg. Deze berm heeft de strategie 'Natuur en landschap'. Het scherm zorgt voor een afname van het wegverkeerslawaai in Schuttersbosch. Dat is positief voor de ecologie van Schuttersbosch.

Voor definitieve plaatsing van het scherm dienen het flora en fauna onderzoek en een boomeffectanalyse (BEA) te zijn afgerond. Waarbij eventuele randvoorwaarden en adviezen worden meegenomen in de uitvoering. Voor het te ontwikkelen geluidsscherm zal een uitwerking met een relatief beperkte voetafdruk in het groen worden gemaakt. Het te vormen ruimtebeslag van het geluidsscherm in het groen (oppervlakte groenverlies) zal worden gecompenseerd met minimaal een gelijk oppervlak aan vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

55

inheemse klimplanten op het scherm, die samen met duurzame vleermuisstenen en vogelkasten bijdragen aan de waarde voor natuur en landschap In de BEA is uitgegaan van het duurzaam behoud van 397 bomen, en het behoud van 12 aanvullende bomen indien ontwerpwijzigingen mogelijk zijn. 161 bomen zijn niet te behouden (bijlage 6). In paragraaf 4.8.2 is het aspect soortenbescherming beschreven onderbouwd met bijlagen. 3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2015. Deze is op 7 april 2015 door de gemeenteraad vastgesteld en op 24 augustus 2016 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of of de Verordening Bomen 2015. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.

Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m²; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig.

Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m². De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; 56

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald. Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.

Figuur 3.16: Uitsnede Groene Kaart gemeente Eindhoven

Toetsing Het plangebied is op de Groene Kaart gelegen in een bomenstructuur. Binnen het plangebied zijn geen waardevolle particuliere bomen aanwezig. Met de realisatie van nieuwe bebouwing wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met het behoud van de aanwezige bomen. vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

57

In het groenplan, zie bijlage 5, is de strategie voor de inrichting opgenomen.

Aanvullend is een Bomen effect analyse (BEA) uitgevoerd. De rapportage hiervan is als bijlage 6 bij deze toelichting gevoerd. In de BEA is uitgegaan van het duurzaam behoud van 397 bomen, en het behoud van 12 aanvullende bomen indien ontwerpwijzigingen mogelijk zijn. 161 bomen zijn niet te behouden. De in de BEA opgenomen ontwerpwijzigingen worden meegenomen in de verdere planvorming. Het betreft het volgende: Voorgestelde ontwerpwijzigingen hebben allen betrekking op de wijze waarop in het huidige stedenbouwkundige plan de ontsluitingen en de haaksparkeerplaatsen op een aantal plekken aan de Sporkenhoutlaan en het Rendierveld zijn ingetekend. Hieraan ondervinden meerdere bomen fatale belemmeringen. Acht van deze bomen zijn door de gemeente Eindhoven aangemerkt als ‘Waardevol’. Het advies luidt om in bermen binnen de kwetsbare zone (kroonprojectie +1,5 m) van de bomen aan de Sporkenhoutlaan en het Rendierveld geen nieuwe verharding aan te leggen. Parkeerplaatsen die hiervoor moeten worden opgeheven worden bij voorkeur elders op bestaande verharding gecompenseerd. Indien dit niet mogelijk is dan in ieder geval buiten de kwetsbare zone van de bomen. Waar deze wijzigingen niet volledig kunnen worden nageleefd dient ten opzichte van de bomen waarvoor het BEA-advies ‘Ontwerpwijzigingen’ een hernieuwde beoordeling van de haalbaarheid plaats te vinden.

Voor het overige zijn in de BEA specifieke randvoorwaarden opgenomen, die projectspecifiek ingegaan op o.a. het aanleggen van nieuwe rijbanen, verbreding van voetpaden, ontgraving bouwputten, compensatie voor wortelverlies en aanleg inritten en draaivakken. Voorts is het advies gegeven om de te vellen bomen voor aanvang van de bouw te verwijderen d.m.v. onderaan afzagen waarbij de stobbe mag worden gefreesd (wortel niet uit trekken). Ten slotte zijn er diverse standaard randvoorwaarden opgenomen. Voornoemde randvoorwaarden en adviezen worden eveneens meegenomen in de verdere planvorming.

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden.

58

vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader zijn met name 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om: D 11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aan de hand van de volgende aspecten te worden beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben: 1. de kenmerken van de activiteit (aard, omvang, cumulatie met andere ontwikkelingen); 2. de locatie van de activiteit (kenmerken van het plangebied en de kwetsbaarheid van de omgeving); 3. de mogelijke gevolgen van de activiteit. De woningbouwontwikkeling wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De in dit plan besloten ontwikkeling wordt in het algemeen niet gezien als een m.e.r.plichtige activiteit omdat deze pas geldt bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Toetsing vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven

59

Onderhavig planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van 94 woningen. Dit betreft een netto toename van 61 woningen. De ontwikkeling binnen het plangebied ligt dan ook ruim beneden de genoemde drempelwaarde. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van de m.e.r. 4.1.2

Toetsing

Het plangebied is niet gelegen in kwetsbaar gebied en of gebied met beschermde status. De uitgevoerde onderzoeken (bodem, luchtkwaliteit, archeologie en cultuurhistorie, externe veiligheid en geluid) tonen aan dat het realiseren van woningen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen en een verantwoorde situatie inhoudt vanuit milieuoogpunt. In het plangebied hebben in het verleden woningen gestaan (zie 2.1.1) en is deels reeds bebouwd met woningen. Gezien deze feiten en gezien de aard en omvang van het project, leidt het plan naar verwachting tot geen belangrijke nadelige milieugevolgen. De verrichte onderzoeken onderstrepen de conclusie dat geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten en dat een milieueffectrapportage niet noodzakelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13615815/1