23bst01557 - Bijlage 3a - Bestemmingsplan IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch)
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch)
December 2023
IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch)
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Het plangebied
7
1.3
Voorgaande plannen
9
1.4
Leeswijzer
11
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
13
2.1
Historisch perspectief en huidige situatie
13
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
14
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader
19
3.1
Inleiding
19
3.2
Rijksbeleid
19
3.3
Provinciaal en regionaal beleid
26
3.4
Gemeentelijk beleid
36
3.5
Volkshuisvesting
39
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
45
3.7
Verkeer en parkeren
50
3.8
Groen
53
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
58
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
59
4.1
Milieueffectrapportage
59
4.2
Bedrijven en milieuzonering
60
4.3
Geluid
62
4.4
Luchtkwaliteit
65
4.5
Externe veiligheid
67
4.6
Duurzaamheid
73
4.7
Bodem
77
4.8
Natuur
78
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
89
5.1
Inleiding
89
5.2
Beleid
89
5.3
Eindhovense klimaattoets
93
5.4
Beschrijving watersysteem plangebied
97
5.5
Toekomstige situatie van het watersysteem
99
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
103
6.1
Algemeen
103
6.2
Planmethodiek
103
6.3
Verbeelding
103
2
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
6.4
Planregels
103
Hoofdstuk 7 Handhaving
107
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
109
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
111
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
111
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
111
9.3
Inspraak
111
9.4
Zienswijzen
112
9.5
Ambtshalve wijzigingen
112
Bijlagen bij de toelichting
113
Regels
115
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
117
Artikel 1
Begrippen
117
Artikel 2
Wijze van meten
125
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
127
Artikel 3
Bos
127
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
129
Artikel 5
Wonen
131
Artikel 6
Waarde - Archeologie 5
135
Artikel 7
Waarde - Archeologie 6
137
Hoofdstuk 3 Algemene regels
139
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
139
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
141
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
143
Artikel 11
Overige regels
145
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
147
Artikel 12
Overgangsrecht
147
Artikel 13
Slotregel
149
Bijlagen bij de regels
151
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen
152
Bijlage 2
Besluit hogere grenswaarden
154
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
3
4
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Stichting Woonbedrijf heeft het initiatief om in een gedeelte van de wijk Schuttersbosch (aan het Rendierveld en de Sporkenhoutlaan) nieuwe sociale huurwoningen te realiseren. Op dit moment is een gedeelte van de bestaande (houten) woningen gesloopt en een klein aantal staat er nog. De bewoners die nog in deze woningen wonen, mogen daar zo lang blijven wonen als zij willen. In de toekomstige situatie blijft de kenmerkende 'hofjes structuur' behouden. Het bijzondere aan Schuttersbosch is de ligging midden in het bos en tussen het groen. Om dit karakter te kunnen behouden, krijgen de nieuwe woningen geen tuinen en zijn schuurtjes, erfafscheidingen, e.d. niet toegestaan. Woonbedrijf brengt potentiële huurders hiervan op de hoogte. De nieuwe woningen en de bergingen (die gecentreerd worden in de rijen met woningen) krijgen een uitstraling die past bij het karakter van de bestaande bebouwing. In de huidige situatie zijn 33 woningen toegestaan conform het geldende bestemmingsplan. Op basis van het nieuwe plan komen er straks in totaal 94 woningen. In totaal neemt het aantal woningen dus toe met 61. Om de woningen aan de westflank te kunnen bouwen, is het plaatsen van een geluidscherm langs de Leenderweg noodzakelijk. Dit is ook meegenomen in het bestemmingsplan. Alle kavels waren eerder al bebouwd met woningen.
De voorgenomen ontwikkeling van fase D en E past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Daarom dient een herziening van het bestemmingsplan te worden opgesteld. In deze toelichting wordt de ontwikkeling nader toegelicht. Dit bestemmingsplan "IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
1.2
Het plangebied
Het plangebied ligt in het stadsdeel Stratum van de gemeente en wordt in grote lijnen begrensd door de Leenderweg, de Floralaan Oost en het bos van de Stratumse heide en omvat de woonbuurt Schuttersbosch. In het Schuttersbosch is veelal sprake van woonbebouwing in een bosrijke omgeving.
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
7
Figuur 1.1: Globale ligging plangebied (rood omlijnd) op topografische kaart
Het plangebied bestaat uit twee plandelen. In het plangebied zijn te amoveren woongebouwen aanwezig. De ligging van het plangebied is hieronder globaal aangegeven.
8
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Figuur 1.2 Globale ligging plangebied (rood omlijnd) op luchtfoto
1.3
Voorgaande plannen
Het bestemmingsplan "IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch)" vervangt deels het bestemmingsplan "Stratum buiten de Ring II 2016', vastgesteld door de raad op 27 september 2016. In het geldende bestemmingsplan is het plangebied bestemd tot 'Wonen - 2', 'Verkeer Verblijfsgebied' en 'Bos'. Een uitsnede van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2. Binnen de bestemming 'Wonen - 2' zijn de gronden bestemd voor woongebouwen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden-beroep, aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, met de daarbij behorende tuinen en erven, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Met dien verstande dat een woning niet mag worden gesplitst in twee of meerdere woningen en het vloeroppervlakte ten behoeve van een aan-huis-verbonden-beroep niet meer dan 50 m2 mag bedragen. De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van aardkundige waarden, de duurzame instandhouding van het bos met daarop afgestemde bosbouw, groenvoorzieningen, extensief recreatief medegebruik en waterhuishoudkundige voorzieningen, met de daarbij behorende paden en wegen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouw.
De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is bestemd voor woonstraten, pleinen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen speelvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen.
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
9
Figuur 1.3 Uitsnede uit de plankaart van het geldende bestemmingsplan (plangebied globaal rood omlijnd)
Het plan "IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch)" vervangt tevens deels het bestemmingsplan "paraplubestemmingsplan parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing 2021". Dit paraplubestemmingsplan is vastgesteld op 22 april 2022. Dit paraplubestemmingsplan bepaalt dat een woning en/ of kamergewijs verhuurde woning niet mag worden gesplitst en dat kamerverhuur niet is toegestaan, tenzij bestaand. Daarnaast is een regeling opgenomen dat bij de verlening van een omgevingsvergunning getoetst moet worden aan de geldende Nota parkeernormen.
Daarnaast geldt het paraplubestemmingsplan 'waterberging 2020' (vastgesteld op 24 november 2020). Hierin zijn regels opgenomen waarin wordt bepaald dat bij de bouw vast komt te staan dat voorzien wordt in voldoende waterberging of andere maatregelen die bijdragen aan de klimaatbestendigheid.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het mogelijk maken van 94 wooneenheden (toename van 61 wooneenheden). De beoogde ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemmingen uit het bestemmingsplan 'Stratum buiten de Ring II' omdat: De bestemming Bos het gebruik voor woongebouwen niet toestaat en hier geen bebouwing is toegestaan. Binnen de bestemming Bos geen woonstraten zijn toegestaan. Woonpercelen de grens met de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' overschrijden. 10
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Woningen passen niet omdat ter plaatse van de bestemming 'Wonen - 2' niet overal een bouwvlak is opgenomen. Woningen passen niet omdat delen van de bebouwing buiten de aangeduide bouwvlakken vallen.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt Hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in Hoofdstuk 6. In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in Hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
11
12
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
Beschrijving plangebied
2.1
Historisch perspectief en huidige situatie
2.1.1
Historisch perspectief
Het plangebied is gelegen in stadsdeel Stratum. Stratum is een oud dorp dat na de herindeling één van de vijf lobben vormt, die rond het centrum van Eindhoven zijn ontwikkeld. Deze lobben zijn te vergelijken met een bloem waarvan de blaadjes (de lobben) rondom het hart (Eindhoven Centrum) zijn geformeerd. De scheiding tussen de lobben is duidelijk waarneembaar en wordt gevormd door rivierdalen, groengebieden of bedrijfsterreinen. Voor Stratum wordt de scheiding met de aangrenzende lobben gevormd door het groengebied Genneperpark en het sportpark Aalsterweg aan de westzijde en het bedrijfsterrein DAF/Kanaaldijk-Noord aan de noordzijde. Stratum buiten de Ring is opgebouwd uit twaalf woonbuurten met een geheel eigen identiteit. Het plangebied is gelegen in de woonbuurt “Schutterbosch”. De naam Schuttersbosch is afgeleid van de schietbanen van de burgerwacht die hier voor de Tweede Wereldoorlog in de Stratumsebossen lagen. De buurt is voor het grootste deel in de periode 1945-1969 gebouwd. Tot medio 1995 was het plangebied bebouwd met woningen. Deze woningen waren gesitueerd aan een groen voorziening, in een vorm van een hofje. Door de jaren heen zijn er meerdere woningen gesloopt, waardoor sommige woningen nu 'solitair' aan een hofje zijn gesitueerd.
Topografiche kaart medio 1995: toen was het plangebied nog bebouwd
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
13
2.1.2
Stedenbouwkundige structuur
De buurt heeft een zeer groen karakter en wordt gekenmerkt door een "vakantiehuisjessfeer" die veroorzaakt wordt door de houten woningen in de bosrijke omgeving. Het verkavelingspatroon van de wijk is planmatig maar door het vele groen valt het strakke stratenpatroon minder op. De houten woningen zijn in een bestaand bosgebied gebouwd, hetgeen zichtbaar is door de bomen die in de achtertuinen staan. Het groen in deze "binnentuinen" maakt dus deel uit van de totale groenstructuur van de buurt en dient als zodanig benaderd te worden. Dit impliceert dat de groenstructuur richtinggevend is voor de buurt en niet de bebouwingstructuur of wegenpatroon die doorgaans richtinggevend zijn. De bestaande veelal oudere woningen vergen ingrepen, aanpassingen of worden vervangen in de komende jaren door nieuwe woningen waarbij de structuur en het groene karakter van de buurt gehandhaafd zullen blijven. Het plangebied ligt aan de Sporkenhoutlaan (fase D) en het Rendierveld (fase E). De huidige percelen worden ontsloten via korte lussen. In het plangebied staan momenteel nog slechts enkele woningen. De meeste woningen zijn reeds geamoveerd. 2.1.3
De buurten
Het plangebied ligt in het stadsdeel Stratum, in de wijk Putten en in de buurt Schuttersbosch. De buurt werd in de periode van 1945-1960 gebouwd en bestond grotendeels uit Oostenrijkse woningen. Tot 1972 behoorde het oostelijk deel nog tot de gemeente Geldrop.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
2.2.1
Inrichting en bebouwing
Stichting Woonbedrijf SWS.Hhvl is voornemens in het plangebied te komen tot een realisatie van 94 nieuwe woningen in twee fasen. De 94 woningen worden allen uitgevoerd als twee-onder-één-kap woningen in de doelgroep sociale huur. Fase 1 (deelgebied D) betreft de ontwikkeling en realisatie van 42 woningen. Fase 2 (Deelgebied E) betreft de ontwikkeling en realisatie van 52 woningen. In het plangebied zijn nog enkele woningen aanwezig, die worden geamoveerd. In het totale plangebied zijn thans 33 woningen mogelijk. Per saldo is aldus sprake van een toename van 61 woningen. De woningen worden in deelgebied D in 8 rijen van 6 woningen gesitueerd volgens de structuur van de huidige percelen. In deelgebied E komen 7 rijen van 6 woningen, tevens volgens de aanwezige perceelstructuur. Daar waar nu nog onbebouwde delen waren wordt deze structuur doorgezet. Daarnaast wordt aan de zuidzijde van deelgebied E aan de Rendierveld een blokje van 4 woningen gesitueerd. De woningen worden in of achter de gevelrooilijn gesitueerd. De laatste woningen, gezien vanaf de straatzijde, worden 2 meter voor de gevelrooilijn gesitueerd. Hierdoor ontstaat een afwisselende beeld. De positie van de woningen worden verder mede bepaald door de aanwezigheid van de bomen. De woningen worden gebouwd in de stijl, maat en schaal van de huidige woningen in Schuttersbosch.
De woningen bestaan uit één bouwlaag met een kap. Aan het hoofdgebouw wordt deels de benedenverdieping uitgebreid. De aanbouw biedt ruimte aan extra slaapkamers. De maximale goothoogte bedraagt circa 3,7 meter. De maximale hoogte van de kap van de woningen bedraagt 7 meter. De basiswoningen (zonder aanbouw) hebben een maximale oppervlakte van 81 m2 BVO. Alle woningen hebben een kleine berging. Deze zijn zo gepositioneerd dat bomen en zichtlijnen zoveel als mogelijk kunnen blijven behouden. Tuinhuisjes e.d. zijn niet toegestaan. Vanwege de groene en open uitstraling zijn erfafscheidingen niet toegestaan.
14
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Situatietekening Schuttersbosch (in blauw deelgebied D, in magenta deelgebied E)
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
15
Voorbeeld plattegrond en doorsneden twee-onder-een-kap woningen
16
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Visualisaties nieuwe situatie
In bijlage 1 is het voorlopig stedenbouwkundig plan opgenomen. 2.2.2
Ontsluiting
Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten via de aanwezige infrastructuur. De woningen in deelgebied D worden ontsloten via de Sporkenhoutlaan. De woningen in deelgebied E worden ontsloten via het Rendierveld. De ligging en profiel van deze wegen wijzigen niet. De woningen zijn bereikbaar via lussen die op deze woonstraten uitkomen. De lussen zijn ingericht als pad en bieden personenauto's de mogelijk tot aan de eigen woning te geraken. Daarnaast wordt dit pad tevens gebruikt voor fietsers en voetgangers. Park eren Parkeren vindt plaats binnen het plangebied nabij de woningen en in de openbare ruimte. De meeste woningen krijgen een parkeerplaats op eigen perceel. Aan de straatzijde is bij elk blok woningen tevens een strook haaksparkeerplaatsen aanwezig. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 3.7. 2.2.3
Waterhuishouding
Het hemelwater en het afvalwater zullen gescheiden afgevoerd worden in het gebied. De afwatering van het hemelwater zal zo veel mogelijk plaats vinden binnen eigen terrein en op omliggende gronden. In het geval van veel regenval zal overstort op de riolering plaatsvinden. In Hoofdstuk 5 is hier nader op ingegaan.
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
17
18
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 beleidskader
3.1
Uitgangspunten, randvoorwaarden en
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten.
Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie.
Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.
Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk.
In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
19
woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor.
Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt.
De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden.
De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onderhavige ontwikkeling is een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Hieronder wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking.
Toetsing
20
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Wel of geen stedelijke ontwikkeling De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van meer dan 11 woningen of een functiewijziging van meer dan 500 m2 bvo wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het geldende bestemmingsplan maakt 66 woningen mogelijk en het nieuwe bestemmingsplan maakt maximaal 94 woningen mogelijk. Per saldo worden ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden 28 woningen toegevoegd. Alle woningen bevinden zich in het sociale segment. Er is dus sprake van een toename van meer dan 11 woningen, de ontwikkeling wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. De beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het begrip is in de jurisprudentie nader ingevuld.
Gelet op de geldende woonbestemming en de omliggende stedelijke functies maakt het plangebied onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied.
Beschrijving woningbehoefte Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang van het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de gemeente Eindhoven, binnen het stedelijk gebied Eindhoven.
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
21
Figuur 3.1: Woonregio's (Bron: Brabantse Agenda Wonen, september 2017)
De woningbehoefte in de gemeente Eindhoven blijkt uit diverse prognoses, onderzoeken en beleidsstukken. Deze worden hierna behandeld.
Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020) Voor het woningbouwprogramma van de gemeente Eindhoven is de provinciale 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020) van de provincie Noord-Brabant richtinggevend. Hierin wordt de kwantitatieve woningbehoefte geraamd op het toevoegen van circa 19.000 woningen in de periode tot en met 2030. Onderstaande tabel is richtinggevend voor het maken van nieuwe regionale afspraken. Versnelling van de woningbouw en (vervolgens) vasthouden van het bouwtempo is een belangrijke doelstelling van de Brabantse Agenda Wonen. De harde plancapaciteit is medio 2022 10.085 woningen. Er bestaat kwantitatief dus nog een grote behoefte aan woningen.
Tabel 3.1: Indicatie toename woningvoorraad gemeente Eindhoven 2020-2030
Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 In de Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 wordt de voortgang van de woningbouwopgave in Brabant in beeld gebracht. 22
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Kwantitatief gezien zijn er voor de korte termijn – Brabant-breed gemeten – (ruim) voldoende plannen voor de benodigde woningbouwproductie en zal ook een deel doorschuiven naar de middellange termijn. Voor de wat langere termijn zal nog wel enige aanvullende capaciteit moeten worden gevonden en verdient ook het harde planaanbod op enkele plekken nog aandacht. In de grote steden (B5) zijn in de periode 2020-2030 nog 60.950 woningen nodig. Er is slechts harde plancapaciteit voor 27.250 woningen (tabel 3.1).
De eerstkomende tijd zal de feitelijke realisatie van woonruimte in het betaalbare segment extra inspanningen (blijven) vragen. Hierbij zal ook de middenhuur, met huurprijzen net boven de liberalisatiegrens, moeten worden betrokken. Voor de gemeentelijke en (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de mogelijkheden hier ook daadwerkelijk – bijvoorbeeld via volkshuisvestelijke en/of ruimtelijke instrumenten) op te sturen - zijn dit belangrijke onderwerpen.
Figuur 3.3: Woningbouwcapaciteit en opgaven
Woonprogramma gemeente Eindhoven 2021-2025 (2020) Dit Woonprogramma is een aanvulling en actualisering op de huidige Woonvisie van 2015. De Woonvisie uit 2015 geeft inzicht in de gemeentelijke ambities op het gebied van bouwen en wonen en steunt op drie pijlers: Eindhoven als ambitieuze stad, als solidaire stad en als innovatieve stad. Deze Woonvisie wordt in paragraaf 3.8.1 verder toegelicht. Naast de actualisatie van de Woonvisie uit 2015 zet de gemeente in het Woonprogramma de ambities uit de Woonvisie om in concrete plannen. Tegelijkertijd wordt uitvoering gegeven aan de gemeentelijke Omgevingsvisie voor het thema wonen en wordt de Woondeal op onderdelen concreet uitgewerkt. De gemeente Eindhoven heeft deze Woondeal in 2019, samen met de andere SGE-gemeenten en de provincie Noord-Brabant, gesloten met de minister van Binnenlandse Zaken (BZK). De Woondeal is gericht op het versnellen van de woningbouwproductie in het SGE. De gemeente Eindhoven moet in de periode van 2019 tot en met 2024 15.000 woningen opleveren. Deze Woondeal wordt in paragraaf 3.8 verder toegelicht.
In het woonprogramma wordt gekozen voor een accentverschuiving in ambities ten opzichte vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
23
van de woonvisie: Forse groei van de woningvoorraad om de grote vraag naar woningen op te kunnen vangen. Een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden. Voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. De ambitie is om 15.000 woningen in de periode 2019 t/m 2023 te realiseren. Dit komt overeen met de behoefte die is opgenomen in de Woondeal. Op dit moment staan er circa 18.500 woningen in de planning (geplande productie tot 2030 uit de gemeentelijke woningbouwmonitor, peildatum oktober 2020). Worden onttrekkingen meegerekend (waaronder sloop), dan wordt de woningvoorraad uitgebreid met 17.500 woningen. Belangrijk is dat de gewenste aantallen daadwerkelijk gerealiseerd worden.
Naast de kwantitatieve opgave is het van belang dat alle inwoners een passende en betaalbare woning moeten kunnen vinden. Uit onderzoek blijkt dat de volgende groepen het moeilijk hebben op de woningmarkt: stedelijke starter (lange wachttijd sociale huurwoning), settlers (gebrek goedkope koopwoningen), traditionele gezinnen (grote eengezinswoningen onbetaalbaar), wijkgebonden senioren (ontbreken geschikt aanbod in de wijk), woonwagenbewoners, studenten en internationals. Een gevarieerd woningbouwprogramma is dus van belang.
Het woonprogramma voor de hele stad zet in op 30% sociale huur, 20% goedkope koop, 35% middelduur en 15% duur. Voor het gebied Buiten de Ring wordt uit een vergelijking van de behoefte in relatie tot de geplande woonprogramma's geconstateerd dat extra vraag is naar sociale huur, goedkope koop en middeldure koop. Er is een relatief grote vraag naar sociale huurwoningen.
De gemeente streeft er naar om het aanbod van sociale huurwoningen te vergroten. Dit wordt gedaan door de bestaande instrumenten als prestatieafspraken tussen gemeente, corporaties en huurders, passend grondbeleid, achtervangpositie bij garantstelling leningen aan woningcorporaties en anterieure overeenkomsten. Aanvullend wordt een doelgroepenverordening opgesteld. Daarin kan geregeld worden dat een bepaald percentage van categorieën woningen (zoals sociale huur) wordt gerealiseerd in nieuwbouwplannen. Ook worden de mogelijkheden van een woningbouw- c.q. vereveningsfonds onderzocht.
Met de ontwikkeling worden sociale huurwoningen toegevoegd aan het aanbod. Dat sluit aan bij de ambitie van de gemeente om het sociale huuraanbod te vergroten.
Prestatieafsprak en 2022-2026 Om de stad Eindhoven betaalbaar, toegankelijk en inclusief te houden bundelen de Eindhovense corporaties en gemeente de krachten en maken scherpe prestatieafspraken. Hiermee geven de corporaties mede invulling aan de woningbouwaantallen in het kader van de met het Rijk in 2019 afgesloten Woondeal. Naast het vergroten van de woningvoorraad zijn de leefbaarheid van wijken en de verduurzamingsopgave belangrijke thema's in de prestatieafspraken.
Conclusie 24
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
In de provincie Noord-Brabant, en met name de grote steden is sprake van een grote woningbehoefte. De harde plancapaciteit blijft echter achter bij deze behoefte. Om te kunnen voldoen aan de behoefte zal veel zachte plancapaciteit hard gemaakt moeten worden. De beoogde ontwikkeling kan daar aan bijdragen. De ontwikkeling maakt onderdeel uit van de versnellingsopgave van het Stedelijk Gebied Eindhoven. Daarmee wordt gewerkt aan de versnelling van de uitvoering van woningbouwprojecten. In dit geval gaat het om een woningbouwproject met sociale huurwoningen. In Eindhoven is behoefte aan betaalbaar en gevarieerd woningaanbod. Uitbreiding van het sociale woningaanbod is noodzakelijk.
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling invulling geeft aan de woningbehoefte in Eindhoven. Met dit plan kan de benodigde harde plancapaciteit worden toegevoegd.
De beoogde ontwikkeling voldoet aan de (uitgangspunten van de) ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI), september 2020
De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal.
De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Toetsing Dit planvoornemen is onderdeel van een grotere gebiedstransformatie, waarbij wordt ingezet op intensivering en functieverbreding met meer woningen. Er is geen sprake van een grootschalige woningbouwontwikkeling of het realiseren van ruimte voor werkgelegenheid bij internationale knopen. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen.
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
25
3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd.
Toetsing Er is géén sprake van een 380 Kv hoogspanningsleiding binnen onderhavig plangebied. Toetsing aan het beleid rondom Natura 2000 en NNN vindt plaats in paragraaf 4.8. Onderhavig plangebied valt niet binnen het beperkingengebied van Eindhoven Airport, dan wel het obstakelbeheergebied of IHCS. Deze beperkingengebieden liggen in het westen van Eindhoven.
In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit het Barro opgenomen.
3.3
Provinciaal en regionaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant (2018)
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2024 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
Toetsing Het planvoornemen betreft de transformatie van een deel van de wijk Schuttersbosch. Bestaande woningen worden vervangen door woningen met de gewenste duurzame kwaliteitseisen van dit moment en extra woningen worden toegevoegd. Met de nieuwe woningen wordt een nieuwe kans benut om de kwaliteit van het stedelijke gebied in Eindhoven naar een hoger niveau te brengen. De realisatie van sociale huurwoningen past binnen de ambities en het gestelde in de 26
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied krijgt een zichtbare verbetering van de leefomgevingskwaliteit en het bevindt zich binnen het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied biedt kansen voor een ontwikkeling waar een grote vraag naar is, zoals ook blijkt uit het behoefteonderzoek in de ladderonderbouwing in paragraaf 3.2.1. Omdat sprake is van bestaand stedelijk gebied wordt voorkomen dat gronden buiten het bestaand stedelijk gebied worden ingezet voor stedelijke ontwikkelingen. 3.3.2
Structuurvisie
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking.
Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.
Figuur 3.4: Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 Provincie Noord-Brabant
Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
27
1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering.
2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen.
3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen.
4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden.
Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de 28
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant. 3.3.3
Interim omgevingsverordening
De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.
In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema’s rechtsreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn voor het werkingsgebied Stedelijk gebied rechtstreekse regels van toepassing.
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
29
Figuur 3.5: Uitsnede kaart 3 stedelijke ontwikkeling en erfgoed Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Toetsing Het plangebied ligt in een 'stedelijk concentratiegebied'. In paragraaf 3.3 wordt het planvoornemen getoetst aan het regionale beleid. Voor wat betreft de regionale afspraken wordt verwezen naar paragraaf 3.2.1 (Ladder voor duurzame ontwikkeling).
Het planvoornemen is een duurzame stedelijke ontwikkeling, omdat het de transformatie van stedelijk gebied behelst, hierdoor wordt de ruimte zorgvuldig gebruikt. Instructieregels 30
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
In hoofdstuk 3 van de omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens is een aantal algemene basisprincipes opgenomen. De volgende artikelen zijn relevant voor de beoogde ontwikkeling.
Artikel 3.12 Boringsvrije zone Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Boringsvrije Zone strekt mede tot het behoud van de weerstandbiedende bodemlagen. Lid 2 Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels die het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voorkomen.
Doel van de regels in boringsvrije zone is het beschermen van de diepere watervoerende pakketten door te voorkomen dat de beschermende kleilaag wordt doorboord. Binnen boringsvrije zone gelden geen absolute verboden. Vanuit het doel zijn wel voorwaarden gesteld aan activiteiten die een risico geven voor schade aan de beschermende kleilaag. Het verrichten van werkzaamheden in de bodem op een diepte van tien meter of meer onder het maaiveld is niet zonder meer toegestaan.
Toetsing Het plangebied bevindt zich in de boringsvrije zone (maximale boordiepte: 80 meter). Ten behoeve van het planvoornemen vinden geen werkzaamheden in de bodem plaats op een diepte van tien meter of meer. Het planvoornemen is niet in strijd met de boringsvrije zone. In artikel 9.1 van dit bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van de boringsvrije zone uit de Interim Omgevingsverordening geborgd.
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
31
Figuur 3.6: Uitsnede kaart 1: milieubeschermingsgebieden (Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant)
Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant Bij een ontwikkeling in het stedelijk gebied dient wel rekening gehouden te worden met externe werking op aangrenzende gebieden. Ten zuiden en oosten grenst het plangebied aan het Natuur Netwerk Brabant en de attentiezone waterhuishouding, zie onderstaand figuur.
32
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Figuur 3.7: Uitsnede kaart 4: natuur en stiltegebieden
In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of in Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig artikel 3.22 Compensatie uit de Interim Omgevingsverordening. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de instandhoudingsdoelen van de waterhuishouding van Natuur Netwerk Brabant.
Toetsing Het planvoornemen betreft deels vervangende nieuwbouw. Er is geen sprake van aantasting van ecologische waarden. In paragraaf 4.8 is de externe werking van het planvoornemen op natuurgebieden berekend. In hoofdstuk 5 wordt onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op de waterhuishouding ter plaatse. In paragraaf 3.8 is ingegaan op groen en bomen. Dit bestemmingsplan betreft woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied, concentratiegebied, die past binnen de regels van de Interim omgevingsverordening.
Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1 Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies, zoals opgenomen in hoofdstuk 3 'Instructieregels aan gemeenten', invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.
Lid 2 Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
33
b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Toetsing De toetsing aan de onderdelen zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en de meerwaardecreatie vindt hierna plaats.
Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2 Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel.
Toetsing De ontwikkeling vindt plaats in het werkingsgebied stedelijk gebied en is getoetst aan de ladder, zoals opgenomen in de ladderonderbouwing in paragraaf 3.2.1. Hieruit volgt dat voldaan wordt aan artikel 3.6.
Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering Lid 1 De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2 De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3 Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.
Toetsing In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met de lagenbenadering. Er is bodem en archeologisch onderzoek verricht. Er wordt rekening gehouden met de waterhuishouding, cultuurhistorie en landschap, zoals ook in hoofdstuk 3, 4 en 5 van deze toelichting is toegelicht.
34
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.
Toetsing Zoals in paragraaf 2.2 is toegelicht, is sprake van meerwaardecreatie, omdat meerdere belangen zijn betrokken en afgewogen, zoals ook in deze toelichting in hoofdstukken 3, 4 en 5 is beschreven.
3.3.4
Ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant
De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. Gedeputeerde Staten hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening vastgesteld.
Toetsing In het ontwerp van de omgevingsverordenig Noord-Brabant zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim omgevingsverordening die relevant zijn voor onderhavig plangebied.
vastgesteld IV Stratum buiten de Ring II 2016 (Schuttersbosch) Gemeente Eindhoven
35
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Eindhoven: Kloppend hart van Brainport
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant', die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie 2.0 zal de interim structuurvisie wel worden ingetrokken. Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking.
Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler gezonde en toekomstbestendige stad een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden.
Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden 36