CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

23bst00335 - Bijlage 1a - Bp Land Forum (politielocatie)

Raadsvergadering 30 mei 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Land Forum (politielocatie)30.900 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

bedoeld voor doeleinden van handel en bedrijf in de vorm van instellingen, kantoren, al dan niet voor de dienstverlening aan derden, en bedrijven in hoogwaardige technologie alsmede voor (recreatieve) grootschalige regionale voorzieningen. De nieuwvestiging van de politie past niet binnen deze bestemmingsomschrijving. Het begrip 'braakliggende terreinen' is niet gedefinieerd in dit bestemmingsplan. Ook uit de toelichting van dit bestemmingsplan blijkt niet dat deze gronden als 'braakliggend terrein' moeten worden aangemerkt. Aangezien het bestemmingsplan en de plantoelichting geen aanknopingspunten bieden voor de uitleg van het begrip 'braakliggende terreinen', kan volgens jurisprudentie voor de betekenis van dit begrip aansluiting worden gezocht bij hetgeen in het algemeen gangbare spraakgebruik daaronder wordt verstaan. De hedendaagse betekenis van het begrip "braakliggend terrein" is grond die op dat moment niet de beoogde functie (landbouw; stedenbouw) vervult. Het plangebied voldoet aan de bovengenoemde omschrijving van 'braakliggend terrein' en voldoet daarom aan de voorwaarden voor een economisch ontwikkelgebied als bedoeld in de 'Beleidsregel Groencompensatie'.

3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.

Het plangebied in relatie tot bomenbeleid Bij de start van de ontwikkeling van Meerhoven is de beplanting van het projectgebied door de gemeente Eindhoven als één bosgebied aangemerkt en in behandeling genomen. Met de behandeling van alle bomen als één bosgebied werd gebruik gemaakt van de vrijstelling van vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

65

het kapverbod. Een gefaseerde uitvoering van de werkzaamheden in Meerhoven heeft hierop geen invloed. Op 26 augustus 1997 heeft Gedeputeerde Staten de “Notitie toepassing compensatiebeginsel Noord-Brabant 1997” vastgesteld. Op grond van deze Notitie moet voor het plangebied Meerhoven, op basis van de gehanteerde omrekenfactoren, circa 47 ha bos gecompenseerd worden. Op basis daarvan heeft de gemeente Eindhoven een bestuurlijke intentieverklaring met betrekking tot de boscompensatie aan het bestuur van Provincie Noord-Brabant kenbaar gemaakt. Met het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven, gemeente Nuenen c.a. en gemeente Mierlo is een bestuursovereenkomsten getekend voor de feitelijke boscompensatie. De gemeente Eindhoven compenseert circa 7 ha binnen het plangebied Meerhoven. De resterende 40 ha wordt gecompenseerd in het Vaarlese Bos, vastgelegd in het rapport “Bosplan Vaarle” d.d. 15 februari 2001, zoals in opdracht van SRE opgesteld. Met ingang van 27 november 2018 is door de gemeenteraad van Eindhoven een nieuwe begrenzing van de Wet Natuurbescherming (Wnb) vastgesteld. Land Forum ligt buiten de bebouwde komgrens ingevolge de Wnb. Voor de gebieden waar in het kader van de ontwikkeling van Meerhoven in de toekomst nog bomen worden gekapt gelden de eerder gemaakte afspraken aangezien deze gebieden voorlopig nog vallen onder de Wnb.

De Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Deze verandering maakt dat procedures zijn veranderd. Waar voorheen de kapmelding bij het ministerie moest worden gedaan moet deze sinds genoemde datum bij de provincie worden gedaan. De eerder genoemde vrijstelling blijft van kracht.

Groen in het plangebied De gronden waren in het voorgaande bestemmingsplan bestemd voor kantoren en (recreatieve) grootschalige regionale voorzieningen. Aangezien de gronden reeds 30 jaar niet ontwikkeld zijn heeft groen de vrije ruimte gekregen. Het groen bepaalt tot 2022 het beeld van Land Forum en is om die reden in de strategische kaart van het Groenbeleidsplan 2017 als beeldbepalend stadsgroen aangeduid. De ambitie van de gemeente Eindhoven streeft naar de instandhouding van groen als beeldbepalende factor op deze locatie. De donkergroene gebieden op deze strategische kaart, natuur en landschap, hebben een natuurwaarde. Het Beatrixkanaal en de aangrenzende oever in zuidwestelijke richting (ca. 25 meter vanaf kanaal) is aangeduid als NNB-ecologische verbindingszone volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De aangrenzende wijk (Grasrijk) in rood is ‘stadsrood beeldbepalend’, ofwel bebouwing en verharding heeft hier de overhand. Dit zijn groenarme gebieden. Voor deze groenarme gebieden is het van extra belang (leefbaarheid, klimaat, gezondheid) om op loopafstand voldoende groen in de omgeving te hebben. In het kader van de nadere uitwerking van het planvoornemen zal er een groenplan worden opgesteld. Dit groenplan moet worden gebaseerd op de procesafspraken die daarover zijn gemaakt in het kader van het Groenbeleidsplan 2017.

Wanneer in het plangebied sprake is van activiteiten met betrekking tot het kappen van bomen, is de bescherming van bomen niet geregeld in het bestemmingsplan (zie hierboven onder kop: "Het plangebied in relatie tot bomenbeleid").

66

vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

3.9

Maatschappelijke voorzieningen

Een groot gedeelte van het plangebied bevat een maatbestemming onder de noemer "Maatschappelijk - Politie", specifiek bedoeld voor de ontwikkeling van een multifunctionele politielocatie. Het merendeel daarvan zal niet openbaar toegankelijk zijn (uitsluitend enkele onderdelen op afspraak).

3.10

Sport en recreatie

Binnen de politielocatie zullen onder andere sportvoorzieningen worden gerealiseerd, uitsluitend ten dienste van (het opleidingscentrum van) de Politie. De groene overgangszone tussen Grasrijk en de politielocatie kan worden gebruikt voor recreatieve doeleinden.

3.11

Horeca

Op 11 maart 2014 heeft de gemeenteraad het nieuwe horecabeleidsplan 'Kennis maken met een gastvrije stad' vastgesteld. De nota is op 2 november 2016 gepubliceerd. Eindhoven wil aantrekkelijk zijn om er te komen, verblijven, studeren, wonen en werken. Horeca speelt hierbij een belangrijke rol. Het horecabeleidsplan bevat een aantal speerpunten om ervoor te zorgen dat de horeca in Eindhoven kan meebewegen met de ontwikkelingen in de stad. De gemeente wil de vestiging van kwalitatief goede horecabedrijven stimuleren. Daarbij is een wederzijdse versterking van de nabije andere functies belangrijk. Om dit bewerkstelligen maakt het horecabeleidsplan onderscheid gebiedtypen en in typen horeca. Typen horeca Het horecabeleidsplan maakt onderscheid in twee typen horeca: Nat & Droog Het al dan niet schenken van alcohol is vanuit de taken van de overheid zeer bepalend. Om die reden is een eerste onderscheid naar nat en droog logisch. Indien een horecabedrijf geen alcoholische dranken verstrekt, wordt deze gerekend tot de droge horeca. Natte horeca verstrekt alcoholische dranken. Dag, Avond & Nacht Naast de indeling op basis van het schenken van alcoholhoudende dranken moeten we echter ook kijken naar de exploitatietijden. Op basis hiervan kan worden gekeken naar de tijden waarop een horecabedrijf invloed heeft op zijn omgeving.

Ook dit heeft weer een verband met wanneer de overheid welke taak heeft. Hierin kunnen in beginsel drie typen worden onderscheiden: dag-, avond en nachthoreca. Van belang is hierbij de combinatie met nat of droog. Regels over het schenken van alcohol en openingstijden zijn opgenomen in de drank- en horecawet en in de APV. In het bestemmingsplan worden hierover geen regels opgenomen. Wel wordt in het bestemmingsplan opgenomen welke vorm van horeca is toegestaan.

Gebiedstypen In het horecabeleidsplan wordt onderscheid gemaakt in drie gebiedstypen: 1. Stimuleringsgebied: gebieden waar uitbouw van de horecasector mogelijk is. 2. Toelatingsgebied: gebieden waar per aanvraag wordt bezien of nieuwe horeca of uitbreiding van bestaande horeca inpasbaar is. Dit is afhankelijk van onder andere infrastructuur, woonbelangen, levendigheid, leefbaarheid en milieu-aspecten. vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

67

3. Restrictiegebied: gebieden waar (vanuit leefbaarheid) een vermindering van het aantal horecavestigingen wordt nagestreefd. Per deelgebied of cluster wordt aangegeven welk gebiedstype van toepassing is. Het plangebied Het plangebied valt in de toekomstige situatie het best te classificeren als een werklocatie. Het betreft zodoende een toelatingsgebied op basis van het horecabeleidsplan.

Figuur 3.31: Uitsnede gebiedstypen uit het horecabeleidsplan.

Werklocaties De werkgelegenheidsstructuur van Eindhoven is de afgelopen decennia fundamenteel gewijzigd. Eindhoven is getransformeerd van een industriestad naar een stad waar de meeste mensen in een kantoor(achtige) omgeving werken. De werklocaties in de stad zijn dienovereenkomstig meeveranderd. Fabriekslocaties (vooral van Philips) hebben de laatste jaren plaats gemaakt voor moderne bedrijventerreinen en kantoorlocaties. Geheel in lijn met de traditionele ruimtelijke ordeningskaders, zijn vanaf de jaren '80 de meeste van deze werklocaties monofunctioneel opgezet. Wonen, werken en recreëren zijn zoveel mogelijk gescheiden van elkaar gehouden. Mede ingegeven door Het Nieuwe Werken en bijbehorende technische ontwikkelingen op ICT-gebied, is de laatste jaren een weg ingeslagen waarbij werken steeds meer wordt vermengd met wonen en vrije tijd. Dit stelt andere eisen aan de werklocatie van de toekomst; monofunctionaliteit is 'uit'. Mensen willen juist in een multifunctionele omgeving werkzaam zijn, waarbij men de mogelijkheid heeft om onder werktijd - dan wel aansluitend daarop - een boodschap te doen, iets te gaan eten of drinken, mensen te ontmoeten, etc. Horecavoorzieningen kunnen zo van toegevoegde waarde zijn op een werklocatie. Het biedt mensen de mogelijkheid om elkaar zakelijk te ontmoeten, het kan bijvoorbeeld fungeren als 'aanlandplek' tussen twee afspraken.

De High Tech Campus 68

vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

Eindhoven geldt in dat opzicht als een veel geprezen voorbeeld. Het onderbrengen van een horecavoorziening op een werklocatie kan dus een meerwaarde hebben voor het gebied en zijn 'bewoners'. Het uitgangpunt is daarbij wel dat dergelijke horeca-inrichtingen alleen zijn toegestaan voor zover deze ondersteunend zijn aan de hoofdfunctie van het gebied. Door een plaats te creëren voor zakelijke ontmoetingen, lunches of avondeten, wordt ruimte geboden aan de hierboven genoemde nieuwe manier van werken. Voorwaarde is wel dat op de werklocatie zelf voldoende draagvlak aanwezig is om de voorziening draaiende te houden. Afhankelijk van de grootte van dat draagvlak, is er ruimte voor één of meer voorzieningen. Het is aan de initiatiefnemer om dit aan te tonen. Avond- en nachthoreca heeft op een werklocatie géén toegevoegde waarde. Een horeca-inrichting op een werklocatie kan dus géén zgn. autonome (evenement)functie (of feestfunctie) hebben. Ook een logiesfunctie is normaal gesproken niet toegestaan. Werklocaties worden aangemerkt als toelatingsgebied.

Politielocatie Land Forum In het horecabeleidsplan is deze locatie ook als een nieuw te ontwikkelen werklocatie genoemd. De voorgenomen politielocatie op Land Forum wordt een cluster van verschillende politiediensten. Ontmoeting staat hier centraal, waarbij een horecagelegenheid een uitstekende facilitator is. Op basis van dit plan is ondergeschikte horeca dan ook toegestaan.

3.12

Kantoren

De Kantorenstrategie 2012-2020 (vastgesteld op 26 juni 2012) van de gemeente Eindhoven is verschenen midden in de financiële crisis van 2008 tot circa 2014. Deze crisis liet onder andere zijn sporen na op de nationale vastgoedmarkt. De kantorenmarkt kende toen vrijwel overal een hoog leegstandscijfer, zo ook in Eindhoven. Vandaar dat toen een gemeentelijk kantorenbeleid is ontwikkeld dat zich niet alleen richt op het voeren van regie op de nieuwbouw kantorenmarkt. Juist op de bestaande markt zijn maatregelen geïntroduceerd om deze gezonder te maken. Dat vraagt enerzijds om een positieve en actieve grondhouding van gebouweigenaren. Anderzijds is er vaak nog een (andere) vastgoedpartij nodig die op creatieve wijze met de leegstand aan de slag wil gaan. De gemeente Eindhoven speelt daarbij vooral een stimulerende en faciliterende rol. De Eindhovense werkwijze is toentertijd afgestemd met de andere 'kantoorgemeenten' in de stedelijke regio. Dit is vastgelegd in een 'Regionale programmering kantoorlocaties' d.d. november 2013. Op de bestaande kantorenmarkt ligt de focus op het goed op elkaar afstemmen van vraag en aanbod op de Eindhovense kantorenmarkt in kwantitatieve én kwalitatieve zin. Op die manier ontstaat een goede balans met toekomstbestendige locaties die bijdragen aan de realisatie van de Brainport-ambities van stad en regio.

Binnen Eindhoven worden drie afzonderlijke nieuwbouw kantorenmilieus onderscheiden, te weten Stationsgebied, Strijp-S en Flight Forum. Deze verschillende kantorenmilieus voorzien in een specifieke en onderscheidende behoefte. Het is belangrijk om deze onderscheidende kwaliteiten de komende jaren verder uit te bouwen. Het is daarnaast belangrijk dat ongebreidelde groei van de kantorenvoorraad, door toevoeging van niet-duurzame c.q. niet-toekomstbestendige nieuwbouw, wordt voorkomen. Kantoorgebruikers die op zoek zijn naar nieuwe huisvesting worden daarom zoveel mogelijk bediend op de bestaande kantorenmarkt. Nieuwbouw van kantoren op geprioriteerde locaties en door middel van toekomstbestendige gebouwen is met inachtneming van de hiervoor genoemde uitgangspunten mogelijk op de geprioriteerde locaties. De gemeente Eindhoven werkt, uiteraard passend binnen wet- en regelgeving, mee aan de transformatie van leegstaande kantoren op het moment dat het een 'kansarm' gebouw betreft. We spreken van 'kansarm' op het moment dat de kans dat het gebouw nog als kantoor verhuurd kan worden, niet groot is. Op die manier draagt het beleid bij aan een gezonde, Eindhovense kantorenmarkt.

vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

69

Politielocatie Land Forum Land Forum behoort niet tot de bovenstaande prioritaire gebieden. Desondanks zullen er op Land Forum onder andere kantoorfuncties ten dienste van de Politie worden gerealiseerd. Dit is immers noodzakelijk vanuit de gedachte om verschillende politiefuncties op één locatie te clusteren.

3.13

Kabels, leidingen en straalpaden

In het kader van dit bestemmingsplan is een klic-melding verricht, waaruit blijkt dat er diverse kabels en leidingen door het plangebied lopen (met name aan de randen en onder de Sliffertsestraat). Dit zijn reguliere kabels/leidingen waarvoor geen dubbelbestemming hoeft te worden opgenomen.

3.14

Windhinder en bezonning

3.14.1

Windhinder

Op basis van artikel 3.1. Wet ruimtelijke ordening dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft. Onderzoek Er is een expert opinion uitgevoerd ter beoordeling van de verwachte windhinder rondom het nieuwbouwplan. Dit rapport is toegevoegd als Bijlage 10 bij deze toelichting. Aan de zuidzijde van het plangebied is hoogbouw voorzien. De gemeente Eindhoven heeft op 1 juni 2021 het besluit genomen om aan de zuidzijde een hoogbouwaccent toe te staan. In de hoogbouw worden de politiefuncties kantoor, forensische opsporing en een restaurant gehuisvest. De verwachte bouwhoogte wordt maximaal 45 meter (inclusief eventuele installaties op het dak), wat inhoudt dat volgens de norm NEN8100 een kwantitatief onderzoek noodzakelijk is. Verder wordt volgens de 'Beleidsregel gemeentelijke normen windhinder' van de gemeente Eindhoven elk hoog gebouw getoetst op verschillende aspecten, onder andere windhinder. Een goed klimaat is volgens dit beleid een absolute vereiste voor een verantwoorde toepassing van hoogbouw in Eindhoven.

Omdat het plan nog in een ontwikkelfase zit en nog een aantal varianten wordt onderzocht, is ten behoeve van de wijziging van het bestemmingsplan eerst een kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek toont aan dat er verschillende plaatsen in het plangebied zijn waar het windklimaat naar verwachting voor verbetering vatbaar is, maar dit is afhankelijk van de uiteindelijke uitwerking van het voornemen. Daarnaast wordt geconcludeerd dat er in verschillende delen van het zuidelijke plangebied een risico bestaat dat het windklimaat matig of slecht is volgens de toetsingscriteria zoals genoemd in de norm NEN8100 "Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving". In overweging kan worden genomen de windsnelheid af te remmen om het windklimaat te verbeteren. Het windklimaat kan naar verwachting verbeterd worden met het aanbrengen van windremmende obstakels in het plangebied. Om de precieze windhinder beter weer te geven wordt in dit onderzoek geadviseerd om bij de nadere uitwerking van het voornemen een kwantitatief onderzoek uit te voeren om de windhinder en windgevaarkansen te bepalen. Op basis daarvan kunnen eveneens uitspraken 70

vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

worden gedaan over de noodzakelijkheid (en de effectiviteit) van eventuele maatregelen. Conclusie en vervolg Het planvoornemen kan mogelijk leiden tot een verslechtering van het windklimaat, maar dit is afhankelijk van de uitwerking. Voor het bouwen van gebouwen is, conform NEN8100:2006 en de 'Beleidsregel gemeentelijke normen windhinder' (Gemeenteblad 04-06-2020, nr. 141113) nader onderzoek noodzakelijk om te bepalen of het windklimaat in de nieuwe situatie aanvaardbaar is of dat hiervoor maatregelen noodzakelijk zijn. Dit is dan ook één van de beoordelingscriteria voor een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit.

3.14.2

bezonning

Er bestaan geen wettelijke normen die zien op een minimum aantal zonuren per dag in een woning of op een balkon. De wetgever heeft ervoor gekozen regulering hiervan over te laten aan bestuursorganen. Dit betekent dat bestuursorganen op dit onderwerp beleidsruimte hebben. Deze beleidsruimte heeft de gemeente Eindhoven ingevuld door in 2017 de 'beleidsregels voor bezonning woningen' vast te stellen. Volgens deze beleidsregels is ten aanzien van zonlicht in de woning onder andere het volgende bepaald: In de periode van 19 februari t/m 21 oktober moet minimaal 2 uur zonneschijn per dag aanwezig kunnen zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer. In de gemeentelijke beleidsregels ten aanzien van zonlicht op het balkon is het volgende bepaald: In de periode van 21 maart t/m 21 september moet minimaal 2 uur zonlicht aanwezig kunnen zijn op enig punt op het balkon. Zonlicht op het balkon mag in de nieuwe situatie in tijdsduur niet meer dan 50% verminderen dan in de bestaande situatie.

Beschouwing Dit plan maakt twee maximale bouwhoogten mogelijk, namelijk 15 meter aan de noordzijde en 45 meter aan de zuidzijde van Land Forum. Met name de bebouwing hoger dan 15 meter zou kunnen leiden tot een afname van zonlicht op reeds aanwezige bebouwing. Het is daarom van belang om hier rekening mee te houden. Op voorhand gebeurt dit al door de groenbuffer, alsmede de (verlegde) Sliffertsestraat, tussen Grasrijk en de beoogde politielocatie. Anderzijds wordt hier bij de nadere uitwerking rekening mee gehouden.

Conclusie en vervolg Een afname van bezonning vormt op voorhand geen belemmering voor het planvoornemen. Bij de nadere uitwerking is, ten aanzien van gebouwen hoger dan 15 meter een bezonningsstudie vereist in het kader van de omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit. Daarbij moet worden voldaan aan de in 2017 vastgestelde 'beleidsregels voor bezonning woningen' of een opvolger daarvan.

vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

71

72

vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader is 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen". Daarbij gelden de volgende drempelwaarden alvorens het opstellen van een MER verplicht is: ontwikkeling van >100 hectare; ontwikkeling van >2.000 woningen; of ontwikkeling van >200.000 m2 bedrijfsvloeroppervlakte. Het voornemen bevindt zich (ruim) onder deze drempelwaarden, waardoor een MER niet op voorhand verplicht is. Door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient beoordeeld te worden of belangrijke nadelige milieueffecten op voorhand kunnen worden uitgesloten. De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is bij deze toelichting (Bijlage 11) gevoegd. 4.1.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aan de hand van de volgende aspecten te worden beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben: 1. de kenmerken van de activiteit (aard, omvang, cumulatie met andere ontwikkelingen); 2. de locatie van de activiteit (kenmerken van het plangebied en de kwetsbaarheid van de omgeving); 3. de mogelijke gevolgen van de activiteit. Kenmerken van de activiteit Het voornemen betreft de realisatie en exploitatie van een multifunctionele politielocatie, waarbinnen diverse politiediensten worden gehuisvest. Het brutovloeroppervlak aan bebouwing vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

73

is door middel van dit bestemmingsplan begrensd op 50.000 m2 (excl. parkeervoorzieningen). Met het oog op deze ontwikkeling en de veiligheidsbeheersing binnen het uiteindelijke complex dient de Sliffertsestraat te worden verlegd. Verder loopt er een A-watergang (de Rundgraaf) in oost-westelijke richting, dwars door het plangebied en de beoogde politielocatie. De Politie past deze watergang in bij het stedenbouwkundig ontwerp. Als (beperkte) verlegging van de watergang vanuit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk blijkt, wordt de waterhuishoudkundige functie van de watergang geborgd. Dit gebeurt in afstemming met het waterschap. Verder wordt de westelijke rand van het bestemmingsplangebied, tussen de politielocatie en Grasrijk, ingericht als groene zone van minimaal 25 meter breed die dient als verblijfsruimte voor de buurt en deels als waterberging kan worden ingezet. Aan de zuidzijde van het plangebied kan een hoogteaccent worden gerealiseerd (max. 45 meter). De exacte uitwerking van het algehele voornemen is op dit moment nog niet in detail bekend. Op grond van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is dat ook niet noodzakelijk. De ontwikkeling wordt op grond van het bestemmingsplan begrensd op maximaal 50.000 m2 bvo aan politiegerelateerde activiteiten (excl. parkeervoorzieningen en functioneel terrein).

Het gaat dan bijvoorbeeld om kantoor- en opleidingsfuncties, maar ook om ME- en opsporingsdiensten, een schietinrichting en een cellencomplex. In het kader van externe veiligheid wordt het cellencomplex beschouwd als een (zeer) kwetsbaar object waar verminderd zelfredzame personen verblijven. Daarom wordt in de regels opgenomen dat er geen functies met verminderd zelfredzame personen zijn toegestaan binnen 200 meter van de A2. Opleidingsfuncties (theorie-onderwijs) worden aangemerkt als geluidsgevoelige functies in de zin van de Wet geluidhinder. Ten aanzien van de realisatie van gebouwen (of delen daarvan) waar theorie-onderwijs wordt gegeven, wordt in de planregels geborgd dat een akoestisch aanvaardbaar klimaat wordt gegarandeerd.

Op basis van een realistische invulling, waaronder de verkeersaantrekkende werking, is onderzocht of de ontwikkeling vanuit milieukundig oogpunt haalbaar is. Ten tijde van de vergunningfase dient, op basis van een uitgewerkt plan, nader gemotiveerd te worden dat er geen belangrijke negatieve effecten voor het milieu zijn. Dit wordt geborgd in de planregels bij het bestemmingsplan.

Locatie van de activiteit Het plangebied bevindt zich binnen de wijk Meerhoven in het westen van Eindhoven en maakt onderdeel uit van de buurt Grasrijk. Het plangebied is gelegen tussen woonbebouwing in het westen en de snelweg A2 en het Beatrixkanaal aan de oostzijde. Aan de zuidzijde wordt het gebied begrensd door de Meerhovendreef, aan de noordzijde door bebossing en de kruising tussen de Sliffertsestraat en het fietspad. Zodoende maakt het plangebied zonder meer onderdeel uit van het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven. Er bevinden zich geen gebieden behorende tot Natura 2000 in de nabije omgeving van het plangebied. Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het Beatrixkanaal en de aangrenzende oever in zuidwestelijke richting (ca. 25 meter vanaf kanaal) is aangeduid als NNB-ecologische verbindingszone. Het planvoornemen voorziet niet in uitbreiding in het NNB-gebied, waardoor hierop geen sprake is van een directe invloed.

Mogelijke gevolgen van de activiteit In de navolgende paragrafen en hoofdstukken (met name hoofdstuk 4) komen de milieuaspecten aan bod, waarbij onderscheid is gemaakt tussen (globale) onderzoeken die in het kader van dit bestemmingsplan zijn verricht en vervolgonderzoeken die (mogelijk) moeten plaatsvinden alvorens een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit kan worden verleend (welke noodzakelijk is voordat de politielocatie kan worden gerealiseerd). Het 74

vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

maximale programma is dusdanig afgebakend dat belangrijk negatieve milieueffecten niet worden voorzien. Bovendien is een ontwikkeling uitsluitend mogelijk als de aanvaardbaarheid van deze milieuaspecten wordt aangetoond ten tijde van de vergunningaanvraag. Zodoende zijn belangrijke nadelige milieueffecten als gevolg van het voornemen uitgesloten.

4.1.3

Conclusie

Belangrijke nadelige milieugevolgen als gevolg van dit initiatief zijn uitgesloten. Een milieueffectrapportage is niet noodzakelijk.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. 4.2.1

Staat van bedrijfsactiviteiten

De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Deze staat is gebaseerd op bovengenoemde VNG - brochure. In deze staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met potentiële milieuemissies. Op grond van deze staat wordt een beleidsmatige selectie gemaakt van die bedrijfsactiviteiten die in het plangebied worden toegestaan. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI -codes) in deze staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q.

bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

75

categorie 5.2: grootste afstand 700 meter; categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter.

4.2.2

Beoordeling

Dit plan maakt een multifunctionele politielocatie mogelijk, op minimaal 50 meter afstand van de wijk Grasrijk (rekening houdend met de huidige infrastructuur, de groene overgangszone van minimaal 25 meter en de westelijke verlegging van de huidige Sliffertsestraat). Het is echter nog niet geheel bekend welke functies hier zullen worden gehuisvest en hoe deze zullen worden gepositioneerd op het terrein. Gelet op de afstand tussen de dichtstbijzijnde woningen en de politielocatie lijken functies tot en met categorie 3.1 in ieder geval aanvaardbaar, bezien vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering en een classificatie 'rustige woonwijk'. De te vestigen functies op Land Forum kunnen echter variëren van kantoren ten behoeve van openbare dienstverlening (categorie 1) tot en met schietinrichtingen (binnenbanen behoren bijvoorbeeld tot categorie 4.1 met een richtafstand van 200 meter). Op basis van de grootte en de positionering van Land Forum is het mogelijk om al deze functies te huisvesten zonder dat dit tot onaanvaardbare hinder voor de omgeving leidt. Dit is geborgd door middel van een vereiste omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit. Bij de aanvraag hiervan dient te worden aangetoond dat het voornemen aanvaardbaar is conform VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009.

4.2.3

Conclusie en vervolg

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt op voorhand geen belemmering voor het planvoornemen. Bij de nadere uitwerking dient het aspect nader beschouwd te worden, alvorens een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit kan worden verleend.

4.3

Geluid

4.3.1

Wettelijk kader

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

In het voorliggende plangebied bevinden zich momenteel enkele geluidsgevoelige bestemmingen (woningen). Deze worden niet ingepast binnen de politielocatie en worden zodoende niet meegenomen in het onderzoek. Binnen de politielocatie worden 76

vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

opleidingsfuncties gevestigd, zoals de Politieacademie en Integrale Beroepsvaardigheids Training (IBT) en Operationele Begeleiding en Training (OBT). Voor zover het theorielokalen betreft kunnen deze worden beschouwd als geluidgevoelige functies/ruimten. De exacte akoestische situatie kan echter het best worden beschouwd bij de nadere uitwerking. Daarom is de akoestische situatie als gevolg van wegverkeerslawaai in het akoestisch onderzoek geïnventariseerd en zijn er aanbevelingen gedaan. In het plangebied ligt de Sliffertsestraat. Deze weg is nu voor een deel een 30 km/uur en voor een deel 50 km/uur. De Sliffertsestraat wordt verlegd in westelijke richting en wordt binnen het plangebied ten noorden van de nieuwe rotonde Sliffertsestraat-Graslook 30 km/uur. Daarom heeft dit deel van deze weg geen zone als bedoeld in de Wet geluidhinder. Ten zuiden van deze nieuwe rotonde geldt 50 km/uur.

Onderzoek Door Royal HaskoningDHV is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (d.d. 18 februari 2023, Bijlage 20 bij deze toelichting), waarbij zowel naar wegverkeerslawaai als naar industrielawaai is gekeken op basis van een realistisch scenario. Concreet is aandacht besteed aan de volgende vier geluidsaspecten: De directe geluidsuitstraling vanwege activiteiten op het terrein richting de woningen van derden in de omgeving, alsmede de verkeersaantrekkende werking hiervan; Geluidbelasting ter plaatse van (mogelijk) geluidgevoelige gebouwen/ruimten op het politieterrein, als gevolg van overige activiteiten op de politielocatie; Wegverkeerslawaai van de Sliffertsestraat (na verlegging) ter plaatse van nabijgelegen woningen; Wegverkeerslawaai ter plaatse van (mogelijk) geluidgevoelige onderwijsgebouwen/ -ruimten op de politielocatie. In de paragrafen hierna worden de onderzoeksresultaten van deze aspecten kort toegelicht. Tevens wordt ingegaan op luchtvaartlawaai.

4.3.2

Wegverkeerslawaai

Wegverkeerslawaai Sliffertsestraat op nabijgelegen woningen Het planvoornemen maakt het noodzakelijk de Sliffertsestraat te verleggen. Het bestemmingsplan neemt hiervoor een reserveringsstrook op waarbinnen de Sliffertsestraat kan worden verlegd (aanduiding 'overige zone - reservering verlegging Sliffertsestraat' op de verbeelding). Voor de Sliffertsestraat gaat een maximumsnelheid van 30 km/u gelden, met uitzondering van het deel ten zuiden van de nieuwe rotonde (50 km/u). In de huidige situatie is de Sliffertsestraat een 50 km/u-weg (binnen het plangebied, aan de noordzijde is het reeds 30 km/u). Voor een 30 km-weg is toetsing aan de Wet geluidhinder niet van toepassing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidsbelasting vanwege deze weg toch in beeld gebracht. Dit is ook in beeld gebracht omdat 30 km/u wegen onder de Omgevingswet wel moeten worden meegenomen bij het bepalen van de geluidaandachtsgebieden. Daarbij is het geluid van beide gedeeltes van de Sliffertsestraat gecumuleerd. Er is gerekend met de gehanteerde worst-case verkeerscijfers voor het jaar 2030 (3.233 motorvoertuigbewegingen per etmaal), welke bestaan uit het autonome verkeer (incl. huidige woningbouwontwikkelingen in de nabije omgeving) en de verkeersaantrekkende werking vanwege de politielocatie. In de autonome situatie kan de akoestische kwaliteit als goed worden omschreven.

Betreffende wegverkeerslawaai zijn er geen bezwaren voor de verlegging van de Sliffertsestraat. Als gevolg van reflectie door dichte bebouwing van de politie kan de geluidsbelasting op woningen toenemen. De verwachting is dat deze toename beperkt is en maximaal 1 dB vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

77

bedraagt.

Wegverkeerslawaai ter plaatse van (mogelijk) geluidgevoelige gebouwen/ruimten op de politielocatie Op de politielocatie worden onderwijsfuncties gerealiseerd, waarbij onderwijsruimten waar theorieles wordt gegeven als geluidgevoelig worden beschouwd. Daarom is het noodzakelijk om de geluidsbelasting vanwege omliggende wegen te berekenen en hiermee rekening te houden bij de uitwerking van het voornemen. Vanwege omliggende wegen geldt de volgende hoogst toelaatbare geluidbelasting op basis van de Wet geluidhinder/Besluit geluidhinder: 53 dB vanwege de A2/N2; 63 dB vanwege overige wegen (m.n. Sliffertsestraat en Meerhovendreef). Vanwege de A2/N2 wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor het hele plangebied overschreden. Voor een groot deel van het plangebied wordt zelfs de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder overschreden. Dit betekent dat op die locaties maatregelen moeten worden getroffen aan de mogelijk te treffen geluidgevoelige onderwijsruimtes, zoals dove gevels of het benutten van afschermende bebouwing. Ten aanzien van de Sliffertsestraat en de Meerhovendreef is de overschrijding beperkt (alleen in het zuiden, waar een maximumsnelheid van 50 km/u zal gelden). Uit het akoestisch onderzoek (zie Bijlage 20 bij deze toelichting) blijkt dat ruimten voor theorie-onderwijs mogelijk zijn, maar niet zonder meer op iedere locatie.

Vanwege de A2/N2 wordt de maximale waarde overschreden. Realisatie van onderwijsfuncties (theorie) is hier alleen mogelijk als er hogere waarden worden vastgesteld en er maatregelen worden genomen. Om geluidgevoelige gebouwen/ruimten op de politielocatie mogelijk te maken wordt daarom ten aanzien van de A2/N2 hogere waarden vastgesteld tot 53 dB en ten aanzien van de Meerhovendreef en de Sliffertsestraat wordt hogere waarden vastgesteld tot 63 dB. Het Besluit uitvoering Crisis- en Herstelwet (art. 7c lid 9) maakt het mogelijk om hogere waarden in het bestemmingsplan vast te stellen. Hiervoor hoeft geen aparte hogere waardenprocedure op grond van de Wet geluidhinder te worden doorlopen. In het bestemmingsplan wordt hier met het oog op toekomstige ruimten voor theorie-onderwijs op Land Forum invulling aan gegeven door, met inachtneming van het gemeentelijk geluidbeleid, de volgende hogere waarden in het bestemmingsplan op te nemen: Locatie

A2/N2

Sliffertsestraat

Meerhovendreef

Overige zone – ontw ikkelgebied politielocatie Land Forum

53 dB

63 dB

63 dB

Mocht uit nader akoestisch onderzoek blijken dat bij de feitelijke invulling sprake is van lagere geluidniveaus op de gevels van de geluidgevoelige gebouwen/ruimten op de politielocatie, dan mag bij het bepalen van de vereiste geluidwering van de gevels in het kader van de omgevingsvergunning worden uitgegaan van deze lagere geluidniveaus. Bij de nadere uitwerking van het voornemen is door middel van de omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit geborgd dat ook in onderwijsruimten aan de geluidnormen wordt voldaan.

4.3.3

Industrielawaai

Industrielawaai richting nabijgelegen gevoelige functies (woningen) Het uitvoeren van een gedetailleerd geluidsonderzoek voor industrielawaai is nu nog niet 78

vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

mogelijk, omdat het voornemen nog nader moet worden uitgewerkt. In het door Royal HaskoningDHV uitgevoerde geluidonderzoek (Bijlage 20) is wel een inschatting gemaakt van de effecten van de politielocatie op omliggende woningen, op basis van (1) de richtafstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering, (2) (inventariserend) geluidsonderzoek door Sweco en (3) het integraal ambitiedocument Land Forum (2021). Hieruit blijkt dat met name het cluster Trainen en Opleiden veel geluid produceert. Positionering aan de noord-/oostzijde ligt daarom het meest voor de hand. Ook ten aanzien van een beoogde schietinrichting (goed geïsoleerde binnenschietbaan) zijn er aandachtspunten, maar geen onoverkomelijkheden. In geval er bij de verdere uitwerking van het voornemen niet wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure “bedrijven en milieuzonering” (editie 2009), of er geen richtafstanden zijn waarbij aansluiting kan worden gezocht, dient op basis van nader akoestisch onderzoek te worden gemotiveerd dat er, ter plaatse van gevoelige objecten in de nabije omgeving, als gevolg van het industrielawaai op de politielocatie sprake is van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de planregels is dit geborgd door middel van een voorwaarde voor de omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit.

Politiesirenes In de berekeningen voor het wegverkeerslawaai is geen aandacht besteed aan het geluid van een politiesirene. In het kader van de beoordeling voor industrielawaai/indirecte hinder zijn hiervoor wel inschattingen gedaan, waaruit blijkt dat de geluidsbelasting fors zou kunnen toenemen (piekniveaus tot 83 dB(A) in de dagperiode en 73 dB(A) in de avond-/nachtperiode). Daarom is het wenselijk om de geluidhinder hiervan zoveel mogelijk te beperken door middel van maatregelen, echter wel rekening houdend met de maatschappelijke noodzaak. Denk bijvoorbeeld aan het beperken van het gebruik van de sirene, met name in de avond en de nacht, de sirene zo laat mogelijk aan te zetten (pas op de openbare weg), de sirene in de avond-/nachtperiode op een lager niveau af te stellen en indien mogelijk gebruik te maken van de calamiteitendoorgang tussen de oprit van de N2 en de Noord Brabantlaan (in plaats van door de wijk te rijden). Zodoende hanteert de Politie de volgende werkinstructies voor de beoogde locatie op Land Forum: - Algeheel verbod op gebruik geluidsdragers op eigen terrein; - Optische en geluidssignalen (O&G) pas aanzetten op Meerhovendreef of bij oprijden van N2; - Gebruik calamiteitendoorgang Noord-Brabantlaan.

Industrielawaai richting (mogelijk) geluidgevoelige gebouwen/ruimten op het politieterrein Vanwege geluidproducerende activiteiten op het politieterrein kunnen relevante geluidsniveaus optreden op de gevels van de eigen gebouwen, bijvoorbeeld onderwijsgebouwen/-ruimtes of kantoren. Voor functies op eigen terrein gelden geen wettelijke eisen. Wel kan de politie zelf functionele eisen verbinden, bijvoorbeeld door aansluiting te zoeken bij de door de Rijksgebouwendienst opgestelde richtlijn ten aanzien van kantoorvertrekken. In deze richtlijn wordt gesteld dat het maximale achtergrondgeluidniveau in kantoorvertrekken voor geconcentreerd werken ten gevolge van de omgeving ten hoogste 40 dB(A) mag bedragen. Uitgaande van een verwachte geluidwering van de gevel van 25-30 dB(A) (uitgaande van mechanisch gebalanceerde ventilatie) geeft dit een ten hoogste gewenste geluidbelasting op de gevel van 65-70 dB(A).

vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

79

4.3.4

Luchtvaartlawaai

Het plangebied ligt op enige afstand (ruim 2 kilometer) van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militaire luchthaven met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). De Wet luchtvaart regelt het gebruik van luchtvaartuigen en luchtvaartterreinen in Nederland. De wet voorziet in regels over besluitvorming en normen voor alle luchthavens. Op basis van deze wet is voor luchthaven Eindhoven een luchthavenbesluit vastgesteld. De Wet luchtvaart regelt onder andere dat grenswaarden moeten worden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen. Deze geluidsbelasting wordt uitgedrukt in Kosteneenheden (Ke). De nadere regelgeving over de geluidsbelasting staat in het Besluit militaire luchthavens. De grenswaarde voor de maximaal toelaatbare geluidsbelasting voor het burgerluchtverkeer en voor het militaire luchtverkeer is in beginsel 35 Ke. Deze grenswaarde geldt voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen (art. 1 Besluit militaire luchthavens jo artikel 1.1 Bouwbesluit 2012) en voor standplaatsen en ligplaatsen. De ligging van de Ke contouren is opgenomen in het luchthavenbesluit Eindhoven. In bijlage 7 is de 35 Ke contour voor het militaire luchtverkeer aangewezen en in bijlage 8 de contour van het commercieel burgerluchtverkeer. De cumulatieve Ke contouren staan in bijlage 3.

De 35 Ke contour is tevens in het Barro en Rarro verwerkt. Hierbinnen zijn geen geluidsgevoelige objecten (woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, alsmede standplaatsen en ligplaatsen) toegestaan. Het plangebied ligt buiten deze geluidszone. Deze geluidszone werkt daarom (niet) belemmerend voor onderhavig plangebied.

Figuur 4.1: Cumulatieve Ke-contouren luchthaven Eindhoven zoals opgenomen in het luchthavenbesluit Eindhoven. 4.3.5

Conclusie en vervolg

Het aspect geluid vormt op voorhand geen belemmering voor het planvoornemen. Vanwege het verleggen van de Sliffertsestraat treden geen knelpunten op. Ten noorden van de nieuwe rotonde Sliffertsestraat-Nieuwe Sliffertsestraat-Graslook wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Ten zuiden van deze rotonde (ter plaatse van de nieuwe 56 woningen tussen de Graslook en de Meerhovendreef) vindt slechts een toename plaats met 1 dB. Hier treedt conform de Wet geluidhinder geen reconstructie op. 80

vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

Op de politielocatie hoeft het geluid vanwege verbaal geweld (hard roepen of gebruik megafoon) geen knelpunt op te leveren, mits voldoende afstand wordt aangehouden tot geluidsgevoelige locaties. Betreffende de schietbaan zijn er geen knelpunten, aangezien een (goed geïsoleerde) binnenschietbaan wordt gerealiseerd. Bij het gebruik van sirenes op de openbare weg treedt een toename op van de geluidsniveaus op de Meerhovendreef. Deze toenames worden acceptabel geacht, mede vanwege de maatschappelijke noodzaak. Wel vormt dit een aandachtspunt bij de verdere uitwerking van het plan, en is het gewenst deze geluidsniveaus zoveel mogelijk te beperken, door beperking van het gebruik van de sirenes, reductie van het geluidsniveau van de sirenes in avond en nacht, en beperking van het gebruik ervan op de Meerhovendreef. Omdat op de Politielocatie mogelijk onderwijsruimtes (theorie) worden gerealiseerd, worden in het bestemmingsplan hogere waarden opgenomen vanwege de A2/N2 (53 dB), Meerhovendreef (63 dB) en verlegde Sliffertsestraat (63 dB). De geluidszone vanwege luchthaven Eindhoven werkt niet belemmerend voor onderhavig planvoornemen. Nader onderzoek in vergunningfase In het (geluids)onderzoek voor het bestemmingsplan is aangetoond dat het planvoornemen in principe kan voldoen aan de geldende wet- en regelgeving.

Voor sommige geluidaspecten is geconcludeerd dat dit zonder meer het geval is, voor andere aspecten is geconcludeerd dat nader onderzoek in de vergunningfase noodzakelijk is (wanneer het voornemen is uitgewerkt). Op basis van nader onderzoek zijn mogelijk maatregelen noodzakelijk om aan de (op dat moment geldende) wet- en regelgeving te voldoen. Omdat het planvoornemen nog niet volledig is geconcretiseerd, is het niet mogelijk deze maatregelen in de bestemmingsplanfase al gedetailleerd vast te stellen. De benodigde uitwerking kan plaatsvinden bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit (artikel 7c, lid 14, Besluit Uitvoering Crisis- en Herstelwet). Vanuit het aspect ‘geluid’ worden in de vergunningfase de volgende werkzaamheden nog voorzien: 1 Industrielawaai richting nabijgelegen woningen In geval er op basis van het stedenbouwkundig ontwerp niet wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure “bedrijven en milieuzonering” (editie 2009), of er geen richtafstanden zijn waarbij aansluiting kan worden gezocht, dient op basis van nader akoestisch onderzoek te worden gemotiveerd dat er, ter plaatse van gevoelige objecten in de nabije omgeving, als gevolg van het industrielawaai op de politielocatie sprake is van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

In dit akoestisch onderzoek zal onder andere ook aandacht worden besteed aan - indien van toepassing - schietlawaai en het rijden van personenauto’s en vrachtwagens op het terrein van de inrichting. Mitigerende maatregelen kunnen bestaan uit het optimaal positioneren van de geluidsproducerende functies, het plaatsen van afscherming (bijvoorbeeld gebouwen) en/of het beperken van de bedrijfsduur en intensiteit van de geluidsproducerende activiteiten. Hierbij dient ook aandacht besteed te worden aan de politiesirenes op de openbare weg.

2 Geluidsniveau vanwege omliggend wegverkeerslawaai (onder andere A2/N2) op onderwijsruimtes In de vergunningsfase zal het nodig zijn de geluidsbelasting ter plaatse van mogelijke geluidsgevoelige onderwijsruimtes opnieuw te berekenen, om vast te stellen of (met de geplande inrichting van het terrein) voldaan wordt aan de geldende geluidswaarden. Tevens zal een geluidsonderzoek naar de geluidwering van de gevels nodig zijn, om vast te stellen hoe voldaan kan worden aan de geluidseisen binnen de onderwijsruimtes, zoals weergegeven in vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

81

het Bouwbesluit (onder Wet geluidhinder) danwel het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (onder Omgevingswet).

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet worden voldaan aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. 4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer.

Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

82

vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als 'gevoelige bestemmingen' worden mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.4

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 4.4.5

Planbeschrijving en toetsing

Het voornemen omvat de ontwikkeling van een multifunctionele politielocatie met een maximaal programma van 50.000 m2 bvo aan gebouwen (excl. parkeervoorzieningen), op minder dan 300 meter vanaf de snelweg A2. Het voornemen omvat geen gevoelige bestemmingen waarvoor luchtkwaliteitsonderzoek op voorhand noodzakelijk is. Wel is het van belang om te onderzoeken of het voornemen, en de extra verkeersgeneratie die daarmee gepaard gaat, significant negatieve effecten heeft op de luchtkwaliteit in de nabije omgeving. Op basis van indicatief verkeersonderzoek (Verkeersgeneratie politiehuisvesting Land Forum, Bijlage 6) en de herijking door de Politie (d.d. februari 2022) wordt verwacht dat het voornemen zal leiden tot maximaal 2.955 extra verkeersbewegingen per etmaal in de nabije omgeving, waarvan 2,5% vrachtverkeer. De politielocatie wordt ontsloten via twee entrees aan de Sliffertsestraat, welke ten westen van de politielocatie zal worden verlegd. Met de zogenaamde NIBM-tool (beschikbaar via Infomil) kan op eenvoudige wijze een berekening worden uitgevoerd om na te gaan of er sprake is van een 'niet in betekenende mate' plan. Het tool berekent een volledig worstcase-bijdrage aan luchtkwaliteit. Uit een vastgesteld Land Forum (politielocatie) Gemeente Eindhoven

83

berekening met de NIBM-tool (versie 06-04-2021) blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer mogelijk “in betekenende mate” bijdraagt aan de luchtkwaliteit (uitgangspunt worst-case: ingebruikname in 2027). Nader onderzoek is zodoende noodzakelijk.

Figuur 4.2: Worst-case berek ening via de NIBM-tool.

Onderzoek luchtkwaliteit Door Royal HaskoningDHV is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd (d.d. 6 mei 2022, Bijlage 21 bij deze toelichting) om de invloed van de beoogde activiteiten ten aanzien van de luchtkwaliteit in de omgeving inzichtelijk te maken. Uit de verspreidingsberekeningen blijkt dat het maximaal aantal overschrijdingsdagen voor PM10 (etmaalgemiddelde) kleiner is dan het maximaal toegestane aantal van 35 dagen per jaar. Voor NO2 doen zich ook minder overschrijdingen van de uurgemiddelde concentratie voor dan het maximaal toegestane aantal van 18 overschrijdingen per jaar. Ook ten aanzien van PM2,5 is de ontwikkeling ruimschoots aanvaardbaar. Hieruit volgt dat, gebaseerd op de uitgevoerde berekeningen, in de voorgenomen situaties door de politie activiteiten nergens de maximale toegestane overschrijdingsfrequentie van de grenswaarden uit de 'Wet luchtkwaliteit' wordt overschreden.

4.4.6

Conclusie en vervolg

Op basis van de resultaten van het luchtkwaliteitsonderzoek wordt geconcludeerd dat de voorgenomen bedrijfssituatie van de politie op de locatie ruimschoots voldoet aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Nader onderzoek in de vergunningfase is niet nodig.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschouwt de risico's voor de omgeving ten gevolge van een ongeval bij de productie, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen en de kans dat daarbij dodelijke slachtoffers vallen. In het kader van dit bestemmingsplan is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd, welke is 84

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12597411/4