CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

22bst00655 - Bijlage 1 - Jaarstukken 2021

Raadsvergadering 12 juli 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen jaarstukken 202146.592 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

We hebben lastige en langslepende dossiers tot een goed einde gebracht en we hebben structurele ruimte gecreëerd om het fundament te leggen voor een toekomstbestendige stad met balans tussen zorg voor de kwetsbaren, economische voorspoed en een duurzame stedelijke ontwikkeling. Streven naar brede welvaart en een financieel gezonde gemeente was ons bindmiddel en gezamenlijk doel. Ondanks dat we een college waren met heel verschillende partijen en politieke opvattingen, waren we een goed team. We zijn in staat geweest om onze tegenstellingen te overbruggen. Niet alleen met de afspraken die we in het coalitieakkoord vastgelegd hebben, maar juist in het dagelijks doen. We stonden zij aan zij om Eindhoven door de crisis te loodsen. We hebben eendrachtig ingesprongen op de onverwachte en soms onvoorziene kansen en bedreigingen die op ons pad kwamen. De stad staat er beter voor dan toen we begonnen. Eindhoven staat aan de vooravond van een nieuwe fase. Een fase met complexe vraagstukken en met nieuwe dynamiek. Er liggen voor onze opvolgers de nodige uitdagingen. Inhoudelijke opgaven In de stad, opgaven in de bestuurlijk-ambtelijke samenwerking en opgaven in het toekomstklaar maken van de organisatie. We hebben het afgelopen jaar hard gewerkt om daar een stevig fundament voor te leggen en de noodzakelijke bouwstenen voor aan te reiken. We zijn trots op wat we bereikt hebben.

Laat de toekomst maar komen.

19

466.243

173.064

95.617

52.071

Sociaal Domein

Bestuur en ondersteuning

Sport, cultuur en recreatie

Verkeer, vervoer en waterstaat 65.864 Onderwijs 42.238

87.825

Veiligheid

78.157

Volkshuisvesting Volksgezondheid en ruimtelijk ordening en milieu stedelijke vernieuwing

23.925 Economie 1.085.003

TOTAAL LASTEN

710.186

164.031

61.378

Bestuur en ondersteuning

Sociaal Domein

Volksgezondheid en milieu 28.416

14.260

Sport, cultuur en recreatie

Verkeer, vervoer en waterstaat 20.131

35.011

Economie

Onderwijs

10.923

73.375 Volkshuisvesting ruimtelijk ordening en stedelijke vernieuwing

Veiligheid 1.117.710

TOTAAL BATEN

137.570

127.374

Storting in reserves

Onttrekking uit reserves

32.707 voordelig

20

1.3 Financiële hoofdlijn Financieel resultaat Ontwikkelingen gedurende 2021 In 2021 hebben we op twee momenten een inschatting gemaakt van ons verwacht resultaat: Turap 1 (juli) en Turap 2 (oktober). In de eerste tussentijdse rapportage (turap 1) rapporteerden we u een verwachte afwijking op de begroting van € 9,1 miljoen positief maar tegelijkertijd gaven we u daarbij aan dat er ook nog veel onzekerheid was. Corona maakt het realistisch prognosticeren extra complex. De inschatting van de inkomstenderving, het gebruik van armoederegelingen en de ontwikkelingen van de lasten en baten op de BUIG (uitkeringen) gaven we daarbij als voorbeeld. We zagen een voordelige afwijking ontstaan op de algemene uitkering op basis van de meicirculaire, op de rente-inkomsten en kapitaalslasten. Een nadelige afwijking zagen we met name op jeugd die (deels) gecompenseerd zou worden door een extra bijdrage van het Rijk. We gingen er bovendien vanuit dat de financiële corona effecten opgevangen zouden worden, ofwel via rijkscompensatie ofwel via de coronamiddelen die door u beschikbaar zijn gesteld en opgenomen in de saldireserve specifiek. Door de toenemende krapte op de inhuurmarkt voorzagen we bovendien een tekort op de personele kosten, doordat de tarieven duurder waren. In de tweede tussentijdse rapportage hebben we de prognose, met de inzichten van dat moment, verder kunnen aanscherpen.

We rapporteerden u dat we in de prognose rekening hadden gehouden met de uitkomsten van de septembercirculaire, het definitief budget BUIG en de door het Rijk aangekondigde beëindiging van het generieke deel van het steunpakket per 1 oktober. Op basis van turap 2 verwachtten we een voordeel van € 15,3 miljoen waarbij het beeld was dat nog steeds alle coronaeffecten gedekt konden worden uit rijkscompensatie en de coronamiddelen in de saldireserve specifiek. Op basis van de septembercirculaire nam het voordeel op de algemene uitkering (+ € 6,7 miljoen) toe ten opzichte van turap 1. Verder zagen we nog steeds een voordeel op de rente-inkomsten (+ € 2,7 miljoen) en de kapitaallasten (+ € 1,3 miljoen). Het beeld was dat we het ingeschatte nadeel op personeel (- € 1,4 miljoen) ten opzichte van turap 1 beperkt konden bijsturen omdat we de hogere kosten met ingang van 1 augustus verdisconteerd hebben in de tarieven die aan projecten waren doorberekend. De druk op de jeugdbudgetten (- € 8,6 miljoen) zagen we ten opzichte van turap 1 toenemen door oplopende kosten voor jeugdhulp. We gaven aan deze naar verwachting gedeeltelijk te kunnen dekken uit de extra rijksmiddelen (+ € 6,5 miljoen), maar niet volledig omdat de toegezegde rijksmiddelen deels moeten worden ingezet op de hervormingsagenda (- € 0,8 miljoen).

We zagen ook een achterblijvend aantal plaatsingen als gevolg van corona (loonkostensubsidie), verschuivingen in het gebruik van de inkomensregelingen (TOZO i.p.v. BBZ) en minder gebruik van de regelingen dan verwacht. Daardoor was de inschatting dat het voordeel op het thema werk & inkomen per jaareinde (+ € 4 miljoen) groter zou zijn dan het beeld was bij turap 1. Verder zagen we met name voordelen op de WMO (+ € 1,0 miljoen) en verwachtten we op de activiteiten rondom het thema sociale basis een voordeel (+ € 2,7 miljoen) met name omdat, net als de vorige jaren, de eigen BBBB-middelen vrijvallen. Daarnaast was de verwachting dat we op diverse overige posten nog een beperkt voordeel konden realiseren ( + € 1,2 miljoen). Bij het afgeven van deze prognose gaven we u ook aan dat de ervaring ons leert dat het gerealiseerd resultaat aan het einde van het jaar hoger is dan de prognose in turap 2. Veelal tegen het eind van het jaar komen de kleinere voordelen in beeld omdat dan duidelijk is welke hoeveelheid aan opdrachten nog realistisch weggezet kan worden binnen de jaargrens. Op een gewijzigde begroting van één miljard leidt dit al snel tot een aanvullend resultaat van € 1 tot € 2 miljoen.

Tegelijkertijd constateerden we ook bij turap 2 dat het Rijk op een aantal beleidsvelden financiële impulsen (via de circulaires) geeft die niet direct ingezet kunnen worden binnen de gemeenten. De organisatie heeft tijd nodig om de vaak incidentele financiële impulsen te vertalen naar beleid en uitvoering. Dit vraagt capaciteit en inzet, die niet altijd aanwezig of te verkrijgen is. We gaven u dan ook aan een gedeelte van de ontvangen middelen (met name binnen het sociaal domein) te willen reserveren voor het komend jaar. U heeft daar eind december positief over besloten. Turap 2 is in oktober aan u aangeboden en vanaf begin november zijn we opnieuw geconfronteerd met stijgende besmettingscijfers, nieuwe maatregelen, een avond lockdown en uiteindelijk vanaf 18 december een volledige lockdown.

21

Eind november hebben we u geïnformeerd dat we, binnen ons mandaat en met de kennis van toen, aanvullende maatregelen hebben getroffen welke gedekt zijn uit de coronamiddelen in de saldireserve specifiek en naar verwachting niet tot een effect op ons resultaat zouden leiden.

Turap 1 V 9,1

Turap 2 V 15,3

Jaarrekening V 32,7 (bruto)

Voorstel bestemming N0

Jaarrekening (netto) V 32,7

Eindbeeld 2021 Bovenstaand is de ontwikkeling van de resultaatprognose in 2021 toegelicht. Hieronder treft u het eindbeeld over 2021 aan per programma. De grootste afwijkingen per programma per jaareinde zijn onder het overzicht toegelicht. In de programma's lichten we bij 'wat heeft het gekost' de financiële resultaten meer in detail toe. We constateren met name op programma 6 dat de afwijkingen veel groter zijn dan verwacht bij turap 2. Waar bij turap 2 een afwijking van € 4,8 miljoen werd verwacht zien we nu dat deze € 14,8 miljoen bedraagt (+ € 10 miljoen). Het beeld op de thema's sociale basis, werk & inkomen en WMO is gunstiger dan ingeschat. Daarnaast zien we een groter voordeel op programma 0. Bij turap 2 werd een afwijking van € 10 miljoen verwacht. Per jaareinde is dit € 13,4 miljoen (+ € 3,4 miljoen) dat met name wordt veroorzaakt door een groter voordeel op de overhead dan verwacht. Op programma 2 verwachtten we bij turap 2 een voordeel van € 0,5 miljoen. Per jaareinde bedraagt dit € 2,0 miljoen (+ € 1,5 miljoen). Er zijn grotere voordelen op beheer, onderhoud en exploitaties P&R en beheer en onderhoud openbare ruimte dan eerder ingeschat o.a. als gevolg van de (avond) lockdown eind 2021. Op de overige programma's wijkt het eindbeeld niet meer dan € 1 miljoen af van de inschatting bij turap 2.

We constateren daarnaast dat de realisatie van de uit te voeren investeringen in algemene zin lager is dan de verwachte planning in 2021. De inhoudelijke redenen zijn toegelicht in de paragraaf investeringen. Vanaf 2022 verantwoorden we, conform afspraak, de investeringen vanuit het perspectief 'cost to complete', oftewel welke toekomstige kosten gaan we nog maken en blijven we binnen het beschikbaar gestelde krediet? Hierdoor komt de focus van verantwoorden meer te liggen op de uitvoering binnen de gestelde kaders dan bij de vergelijking van planning versus realisatie van één jaar. Het effect van de krapte op de arbeidsmarkt, maar ook de prijsstijgingen komen dan in beeld in relatie tot de uitvoering van de totale investering.

22

( x € 1.000) 0 Bestuur en ondersteuning

saldo begroting primair (1)

bijstelling begroting (2)

saldo begroting na wijziging (3=1+2)

saldo realisatie (4)

afwijking realisatie tov begroting na wijziging (5=4-3)

-504,1

-21,6

-525,6

-537,1

11,5 V

1 Veiligheid

31,3

0,9

32,2

31,3

0,9 V

2 Verkeer, vervoer en waterstaat

40,4

-0,6

39,8

37,8

2,0 V

3 Economie

4,6

0,0

4,6

3,8

0,8 V

4 Onderwijs

30,9

0,8

31,7

30,9

0,8 V

5 Sport, cultuur en recreatie

67,4

-0,5

66,9

67,2

0,3 N

6 Sociaal domein

299,0

18,1

317,1

302,2

14,8 V

7 Volksgezondheid en milieu

16,5

1,0

17,4

16,8

0,6 V

8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening

14,0

-0,1

13,9

14,5

0,5 N

Resultaat

0,0

-2,0

-2,0

-32,7

30,7 V

* Opgetelde bedragen kunnen afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.

Op programma 0 bestuur- en ondersteuning is een afwijking van € 11,5 miljoen De uitkeringen uit het gemeentefonds vertonen een positief resultaat (+ € 6 miljoen). Daarnaast hebben we bij de decembercirculaire geld gekregen voor taakmutaties en corona compensatie (+ € 10,0 miljoen). Dit geld is gestort in de reserve circulaires gemeentefonds om besteding in 2022 mogelijk te maken (- € 10,0 miljoen). Op de overhead is sprake van een voordeel van € 2,4 miljoen. Onderdeel hiervan betreft de middelen bedrijfsvoering. Op basis van turap 2 was de verwachting dat op de middelen bedrijfsvoering € 2,9 miljoen voordeel zou ontstaan. De raad heeft bij het reserveringsdossier 2021 besloten dit bedrag te reserveren. Per jaareinde blijkt het overschot groter te zijn (+ € 2,4 miljoen) Op de lokale lasten en belastingen is per saldo een voordeel van € 0,7 miljoen. Dit bestaat uit een aantal componenten. De opbrengsten van parkeren en naheffingsaanslagen zijn gedurende het jaar al bijgesteld met € 3,4 miljoen. Als gevolg van de (avond)lockdown per jaareinde is alsnog sprake van een nadeel op de parkeerinkomsten (- € 0,6 miljoen). Op de naheffingsaanslagen is per jaareinde juist een positief effect ontstaan door inzet van de scanauto (+ € 0,2 miljoen). Het saldo is verrekend met de saldireserve specifiek coronamiddelen (- € 0,4 miljoen).

Op de OZB is een voordelige afwijking (+ € 0,6 miljoen) net als op de parkeervergunningen en overige belastingen (invorderingskosten, precario bouwprojecten) (+ € 0,1 miljoen). Voor de precario op de terrassen heeft de raad voor 2021 het 0-tarief vastgesteld. De inkomstenderving van € 0,4 miljoen is gedekt uit de coronamiddelen binnen de saldireserve specifiek. Hierop is geen aanvullend resultaat per jaareinde. De kosten van het bestuur blijven achter bij de raming (+ € 0,8 miljoen). Als gevolg van corona zijn er minder fysieke bijeenkomsten, ontmoetingen en vergaderingen geweest van de raad en het college. Ook de (internationale) reisbewegingen voor de ontmoetingen en de strategische belangenbehartiging in de netwerken buiten de stad zijn beperkt gebleven. Veel heeft digitaal plaatsgevonden. Tot slot is sprake van rentevoordeel met name vanwege de achterblijvende investeringen (+ € 2,8 miljoen), BTW afwikkeling voorgaande jaren (+ € 0,3 miljoen), voordeel op de dienstverlening aan burgers & overhead (+ € 0,2 miljoen), een nadeel op de vennootschapsbelasting (- € 1,8) en zijn er diverse overige afwijkingen (+ € 0,1 miljoen). Op programma 1 veiligheid is sprake van een afwijking van € 0,9 miljoen Door vertraging in het vergunningentraject is de nieuwbouw van het (regionaal) dierenopvangcentrum later gereed.

Door de latere ingebruikname, zijn de kosten in 2021 lager maar blijven ook de begrote huuropbrengsten in werkelijkheid achter (- € 0,2 miljoen). Als gevolg van corona zijn de inkomsten uit evenementen en drank & horecavergunningen achtergebleven (- € 0,2 miljoen). Deze zijn gedekt uit de beschikbare coronamiddelen in de saldireserve specifiek (+ € 0,2 miljoen). Het continu aanpassen van de maatregelen in samenhang met de nodige beperkingen en verplichtingen die bleven gelden als gevolg van corona, maakte dat extra tijdelijke inzet van BOA’s noodzakelijk was. De verwachte inzet van € 1,8 miljoen bedraagt per jaareinde € 1,4 miljoen (+ € 0,4

23

miljoen) omdat vanwege krapte op de arbeidsmarkt niet volledig kon worden ingehuurd. Het overschot is teruggevloeid naar de coronamiddelen (- € 0,4 miljoen). De achteraf hiervoor ontvangen rijkscompensatie (+ € 0,3 miljoen) is toegevoegd aan de coronamiddelen (- € 0,3 miljoen). De kosten voor de ondersteuning bij toezicht op het naleven van de controleplicht van het coronatoegangsbewijs zijn lager gebleken (+ € 0,4 miljoen). De hiervoor specifiek ontvangen middelen worden terugbetaald aan de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (- 0,4 miljoen). Als gevolg van de coronacrisis is vertraging ontstaan in een aantal veiligheidsprojecten (+ € 1,2 miljoen). Hiervoor zijn externe middelen ontvangen. Op de niet bestede middelen geldt een terugbetalingsverplichting (- € 1,2 miljoen). Het gaat om de projecten, Preventieve aanpak tegen ondermijning, Versterkingsgelden Radicalisering, Intensiveringsmiddelen High Impact Crimes (HIC) en Jeugdoverlast en -criminaliteit (JOC). De inzet op gebiedsgericht werken is in intensiteit verminderd omdat de capaciteit vanwege de coronacrisis anders geprioriteerd is (+ € 0,2 miljoen). De beëindiging van een BTW -kwestie leidt tot een voordeel voor de partners van Taskforce RIEC. Een gedeelte is toegekend aan TF-RIEC ter verdere versterking van de bestuurlijke weerbaarheid, een gedeelte is uitbetaald aan de deelnemers, waaronder Eindhoven (+ € 0,1 miljoen).

Daarnaast zijn er diverse overige voordelen (+ € 0,8 miljoen). De afwijking op programma 2 verkeer, vervoer en waterstaat is € 2,0 miljoen Als gevolg van een langdurige sneeuw- en ijsperiode in de afgelopen wintermaanden zijn meer strooiacties uitgevoerd (- € 0,2 miljoen). Op de uitgevoerde activiteiten van zwerfafval (- € 0,1 miljoen) hebben we extra middelen ontvangen (+ € 0,2 miljoen). Op het onderhoud en beheer van parkeren is per saldo een voordeel (+ € 0,5 miljoen) met name omdat door corona minder geparkeerd is en de P+R Genneper parken later in gebruik is genomen. Op het beheer en onderhoud van de verkeersregelinstallaties (VRI's) en straatverlichting is eveneens een voordeel (+ € 0,6 miljoen), met name omdat de incidentele middelen die beschikbaar zijn gesteld om de prijsverhoging van elektra op te kunnen vangen niet nodig zijn gebleken. Er zijn meer aanvragen voor het gebruik van de openbare ruimte geweest, wat leidt tot meer leges (+ € 0,6 miljoen) maar ook tot extra kosten om de aanvragen te behandelen (- € 0,4 miljoen). Daarnaast zijn er diverse overige afwijkingen (+ € 0,8 miljoen). Programma 3 economie laat een afwijking zien van € 0,8 miljoen Op de grondexploitaties-bedrijventerreinen is conform BBV tussentijds winst genomen (+ € 1,6 miljoen).

Conform besluitvorming zijn de middelen gestort in de reserve bovenwijks (- € 0,3 miljoen) en de reserve strategische investeringen (- € 1,3 miljoen). Het Financieel arrangement Stedelijk gebied Eindhoven 2016 is in 2021 afgewikkeld. Dit leidt tot een incidenteel voordeel (+ € 0,6 miljoen). Als gevolg van corona is vertraging opgetreden in de activiteiten van het lokaal innovatieprogramma (+ € 0,2 miljoen). Op de markten is een afwijking als gevolg van het opstellen van de nieuwe marktvisie, de coronaregels voor het afstand houden en de afname van het aantal kooplieden (- € 0,3 miljoen). Er hebben minder evenementen plaatsgevonden door corona en het budget van Koningsdag is niet volledig besteed (+ € 0,4 miljoen). We hebben besloten de afdracht van de buitenreclame door Stichting Eindhoven Marketing te verminderen (- € 0,2 miljoen) en dit te dekken uit de coronamiddelen (+ € 0,2 miljoen). Tot slot zijn er beperkte overige afwijkingen (- € 0,1 miljoen). Op programma 4 onderwijs bedraagt de afwijking € 0,8 miljoen Er is in de eerdere jaren vertraging in de IHP-projecten opgetreden dat een effect heeft op 2021 (+ € 3,3 miljoen). Verkoop en sloop van verschillende panden leidt tot saneren van boekwaarde (- € 0,7 miljoen) en incidentele verkoopopbrengst (+ € 1,0 miljoen).

De eigen middelen (vrijgemaakt uit de coronamiddelen) die bedoeld zijn voor de verbetering van de ventilatie van de scholen zijn nog niet ingezet (+ € 4,0 miljoen). Er zijn weinig schades gemeld, vanwege corona heeft minder bewegingsonderwijs plaatsgevonden, de OZB-lasten voor de panden zijn lager dan begroot, de asbestsanering van de Rachmaninowlaan is goedkoper dan begroot en de financiële afwikkeling van de openbare ruimte van Stedelijk college en Novalis college vindt in 2022 plaats (+ € 0,9 miljoen). Deze resultaten zijn vereffend met de reserve onderwijshuisvesting (- € 8,5 miljoen) waardoor per saldo geen resultaat ontstaat. Op onderwijsbeleid, waarbij met name wordt ingezet op voortijdig schoolverlaten, bestrijden van onderwijsachterstanden en versterken van basisvaardigheden volwassen is een voordeel (+ € 0,5 miljoen) met name omdat de aanbesteding van leerlingenvervoer is uitgesteld met één schooljaar en omdat vanwege corona minder gebruik is gemaakt van het leerlingenvervoer. Daarnaast lagere vaststelling van de subsidie ouderbijdrage voorschoolse educatie (VE) 2020 en van de subsidie speelinloop 2020, die ten gunste zijn gekomen van 2021 (+ € 0,5 miljoen), deze middelen zijn gestort in de egalisatiereserve VVE/Spil (- € 0,5 miljoen). Tot slot nog diverse kleinere verschillen + € 0,3 miljoen).

Programma 5 sport cultuur en recreatie kent een afwijking van - € 0,3 miljoen In de voorziening waardevermindering materieel vaste activa was op basis van de eerdere planning rekening gehouden met de sloop van de om te vormen onderdelen Tongelreep. Vanwege de aanpassing in de planning 24

(en doorlopende afschrijvingskosten) is in 2021 een deel van het voorziene bedrag vrijgevallen (+ € 0,3 miljoen). De exploitatie van de zwembaden, ijsbanen en sportparken/sportzalen kent met name als gevolg van corona een nadelig resultaat in 2021 (- € 2,8 miljoen). Vanuit het Rijk is compensatie ontvangen vanuit de regeling Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodatie en de specifieke uitkering voor ijsbanen en zwembaden (+ € 3,7 miljoen). Deze compensatie heeft deels nog betrekking op 2020. In 2020 is een gedeelte van het exploitatietekort opgevangen vanuit de saldireserve specifiek coronamiddelen. Deze voorfinanciering is in 2021 aangezuiverd middels een storting in de reserve (- € 1,1 miljoen). Een asbestonderzoek in het Parktheater heeft in 2020 uitgewezen dat er in dit pand kordate maatregelen moesten worden getroffen om toekomstige gezondheidsrisico’s te voorkomen. Een gedeelte is uitgevoerd in 2020 en een gedeelte in 2021 (- € 0,4 miljoen). In de loop van 2022 zal het meeste onderhoud aan het Muziekgebouw weer onder regie van de gemeente worden gebracht. Omdat het Muziekgebouw nog onderhoudsbudgetten uit eerdere jaren tot haar beschikking had voor het onderhoud in 2021, heeft de gemeente in 2021 minder budget ter beschikking hoeven stellen (+ € 0,4 miljoen). De niet benutte component van het groot onderhoudsbudget is gestort in de onderhoudsreserve (- € 0,2 miljoen).

Tevens heeft de verhuurder van het pand (CBRE) een huurkorting gegeven. Deze is door de gemeente doorgelegd aan de onderhuurder, NV Muziekgebouw waardoor de huuropbrengsten lager zijn (- € 0,1 miljoen). Het van Abbemuseum heeft geen nadelig resultaat omdat gedurende 2021 de begroting met een bedrag van € 0,5 miljoen is bijgesteld vanuit de eigen coronamiddelen. Tot slot zijn er binnen dit programma nog diverse kleine afwijkingen (- € 0,1 miljoen). Op programma 6 sociaal domein zien we een afwijking van € 14,8 miljoen Op de activiteiten rondom het thema sociale basis is een afwijking van in totaal € 5,5 miljoen. De aanvragen ten laste van het corona noodfonds ter behoud van de sociale infrastructuur zijn achtergebleven bij de eerdere verwachting (+ € 0,5 miljoen). Deze middelen zijn teruggestort in de saldireserve specifiek (- € 0,5 miljoen). Op de gemeentelijke BBBB-middelen is een voordeel (+ € 1,1 miljoen). Conform het collegebesluit inzake de BBBBuitgaven worden deze ten laste gebracht van het budget Landelijke Vreemdelingen Voorziening waarop overigens ook een voordeel is omdat de AMIF subsidie niet meer op prestatiebasis wordt afgerekend door het ministerie maar het maximale bedrag is toegekend (+ € 0,8 miljoen). Op de initiatieven gericht op diversiteit en jeugd en jongeren in de sociale basis is een onderbesteding (+ € 1 miljoen).

De invoering van de nieuwe wet inburgering is vertraagd (+ € 0,9 miljoen). Net als bij de cultuurpanden (programma 5) zien we ook een nadelig effect op de welzijnspanden op basis van de benodigde wet- en regelgeving inspecties (- € 0,3 miljoen). Het Rijk verstrekt eenmalig een bedrag voor de uitvoeringskosten van de Kinderopvang toeslagaffaire (KOT). Dit bedrag is bestemd voor de afhandeling van de (potentieel) gedupeerden KOT gedurende de periode t/m 2025 (+ € 0,8 miljoen. Tot slot zijn er diverse kleine voordelen verspreid over meerdere posten (+ € 1 miljoen). Op werk en inkomen is een afwijking van € 8,2 miljoen. Tot 1 oktober maakten zelfstandigen gebruik van de TOZO en de TONK-regelingen met een daling van het gebruik van de BBZ- regelingen tot gevolg. Vanaf 1 oktober was het mogelijk gebruik te maken van een vereenvoudigde BBZ- regeling, maar dat heeft niet tot een sterke stijging van de aanvragen geleid in het 4e kwartaal (+ € 1,3 miljoen). Daartegenover staat dat terugbetaling van openstaande BBZ- vorderingen is uitgesteld (- € 1,1 miljoen). Aansluitend bij de landelijke trend is daarnaast minder dan verwacht gebruik gemaakt van de TONK-regeling en ook de TOZO-middelen zijn niet volledig benut (+ € 3 miljoen. Het aantal plaatsingen vanuit de Ergon (loonkostensubsidie) is als gevolg van corona achtergebleven (+ € 1,1 miljoen).

Het definitief macrobudget BUIG dat 1 oktober 2021 bekend is gemaakt, is naar beneden bijgesteld. Omdat we in onze begroting al rekening hadden gehouden met een lager budget, leidt dat tot een voordeel (+ € 1 miljoen). De bijstorting in de voorziening dubieuze cliëntdebiteuren is hoger dan begroot (- € 0,5 miljoen). De verwachte stijging op het uitkeringsbestand is uitgebleven en daarnaast zijn er dalende aantallen op een aantal andere regelingen onder de participatie wet (+ € 1,8 miljoen). Onder andere door onbekendheid met de regelgeving wordt er minder studietoeslag aangevraagd (+ € 0,3 miljoen). Het aantal reintegratietrajecten blijft achter bij de raming als gevolg van corona maar ook door de krapte op de arbeidsmarkt waardoor meer bereidheid is bij werkgevers om zelf kandidaten op te leiden (+ € 0,4 miljoen). Daarnaast zijn er diverse overige voordelen op werk en inkomen (+ € 0,9 miljoen). Op de WMO is een afwijking van € 3,8 miljoen. Het beroep dat wordt gedaan op huishoudelijke ondersteuning is met 6,5% gestegen. De aanbieders kunnen echter op dit moment nog niet volledig aan deze toegenomen vraag voldoen waardoor een voordeel op het budget ontstaat (+ € 1,2 miljoen) tegelijkertijd is als gevolg van minder geleverde zorguren ook een lagere bijdrage ontvangen (- € 0,2 miljoen).

De uitnutting van de indicaties op maatschappelijke deelname en werk zijn lager en er is meer uitstroom naar de sociale basis en wet langdurige zorg wat beide ook leidt tot minder vervoer naar dagbestedingslocaties (+ € 0,9 miljoen). De vraag naar de ondersteuning zelfstandig leven is in de 2e helft van 2021 afgevlakt (+ € 0,9 miljoen). Op basis van turap 2 werd 25

een voordeel verwacht op beschermd wonen (+ € 2,7 miljoen). Dit is conform raadsbesluit gereserveerd om in 2022 de doorlopende projectkosten ambulantisering GGZ en de kosten van de doordecentralisatie van beschermd wonen te dekken (- € 2,7 miljoen). Door een grotere afname van cliënten naar de WLZ dan verwacht is per jaareinde een aanvullende afwijking op beschermd wonen (+ € 0,4 miljoen). De meerkosten op de WMO bij maatschappelijk opvang (- € 2,8 miljoen) en de meerkosten beschermd wonen (- € 0,1 miljoen) zijn gedekt uit de saldireserve specifiek coronamiddelen (+ € 2,9 miljoen). Verspreid over diverse posten op de WMO zijn er diverse overige afwijkingen (€ 0,6 miljoen). Op jeugd is een afwijking van - € 2,7 miljoen. De financiering van jeugd staat sinds de decentralisaties onder druk. Door de coronacrisis is de druk op de jeugdzorg nog verder toegenomen en lopen de kosten voor jeugdhulp op. De arbitragecommissie, ingeschakeld door de VNG, heeft geoordeeld dat het Rijk het tekort dient te compenseren. Via de meicirculaire 2021 is bekend geworden dat het Rijk geld beschikbaar stelt voor de acute problematiek (+ € 6,5 miljoen). Een deel van deze middelen is ingezet ten behoeve van het servicebureau (- € 0,5 miljoen). Het resterend gedeelte van de ontvangen middelen biedt dekking voor het tekort voor de jeugdzorg in de 2e lijn (- € 9,1 miljoen).

De meerkosten als gevolg van corona zijn onderdeel van dit tekort en deze zijn aanvullend gedekt uit de coronamiddelen in de saldireserve specifiek (+ € 0,2 miljoen). Op jeugdzorg plus is een tekort vanwege de piek aan instroom voorgaand jaar die ook effect heeft op 2021 (- € 0,3 miljoen). Aanpassing van tarieven van de gecertificeerde instellingen, inrichting van een crisisorganisatie als gevolg van een opnamestop bij twee instellingen en een incidenteel verstrekte bijdrage aan een instelling leidt tot meerkosten op jeugdbescherming/jeugdreclassering (- € 0,7 miljoen). De kosten voor zelfstandig leven en wonen zijn lager omdat 6 van de 7 Variant B aanbieders met het aantal cliënten onder de afgesproken bandbreedte blijft (+ € 0,7miljoen). Verspreid over diverse posten op de jeugd zijn er diverse overige afwijkingen (+ € 0,5 miljoen). De Jeugdwet kent een open einde. Dat betekent dat de financiële effecten van de vraag-ontwikkeling onzeker zijn. Daarnaast is de uitvoering complex en leidt zwaardere indicatiestelling tot extra lasten. De incidentele middelen nemen meerjarig sterk af met het risico hierbij is dat de incidentele middelen niet effectief genoeg worden ingezet om de tekorten bij jeugd structureel te kunnen verminderen.

De afwijking op programma 7 volksgezondheid en milieu bedraagt € 0,6 miljoen Het jaar 2021 is voornamelijk gebruikt voor de totstandkoming van de visie omtrent preventie & gezondheid. In 2021 hebben we niet alle middelen ingezet omdat de focus vooral lag op formuleren van beleid en minder op de uitvoering ervan (+ € 0,2 miljoen). Corona is, net als in 2020, ook in 2021 van invloed geweest op de door de Omgevingsdienst uitgevoerde toezicht & handhavingstaken (+ € 0,2 miljoen). Daarnaast is de overlast van de eikenprocessierups in 2021 minder geweest dan in voorgaande jaren, waardoor minder bestrijdingskosten zijn gemaakt (+ € 0,2 miljoen). Op programma 8 volkshuisvesting en ruimtelijke ordening is de afwijking - € 0,5 miljoen Op de grondexploitaties(niet bedrijventerreinen) is in 2021 meer aan tussentijdse winst gerealiseerd dan geraamd (+ € 4,7 miljoen). Conform afspraak is een gedeelte van dit resultaat gestort in de reserve bovenwijks (- € 1,9 miljoen) en een gedeelte in de reserve strategische investeringen (- € 2,8 miljoen). De ontvangen bijdrage van private ontwikkelaars voor bovenwijkse voorzieningen (+ € 3,0 miljoen) is eveneens gestort in de reserve bovenwijks (- € 3,0 miljoen).

Er is een afwijking op het beheer van de gronden en panden die op een later moment in de grondexploitaties worden ingebracht, de incidentele grondverkopen en de voorbereiding van projecten (+ € 0,2 miljoen). Het behaalde resultaat op de afgesloten facilitaire grondexploitaties is niet geraamd (+ 0,3 miljoen). Door de aanhoudende coronamaatregelen, een inhaalslag m.b.t. nieuwe regelgeving voor kamerverhuur en woningsplitsing en de extra aandacht voor woningbouwversnelling hebben we veel extra vergunningen voor verbouwingen ontvangen (+ € 2,8 miljoen) en heeft de afwikkeling hiervan ook tot meer kosten geleid (- € 1,1 miljoen). Op de dekking van de personele lasten uit projecten wordt een nadeel behaald (- € 3,5 miljoen) omdat de overhead niet meer integraal mag worden doorgerekend. Er is een verschuiving opgetreden tussen de gemaakte uren voor projecten en reguliere exploitatie en de kosten zijn toegenomen. Tot slot zijn er diverse kleine afwijkingen (+ € 0,8 miljoen). Uitgangspunten De volgende uitgangspunten liggen ten grondslag aan de totstandkoming van het resultaat 2021 en zijn van belang integraal te duiden: • Tussentijdse beleidswijzigingen (uitbreiding scope, aanvullend beleid, extra krediet) zijn besloten via separate dossiers en het financieel effect op 2021 is verwerkt in de begroting.

26

•

•

•

•

De tussentijds geprognosticeerde financiële voor- en nadelen op lopend beleid 2021 zijn gerapporteerd bij de tussentijdse rapportages, maar zijn tussentijds niet verwerkt in de begroting. Hierop gelden de volgende uitzonderingen die door de raad besloten zijn:  De kapitaallasten zijn - op basis van het raadsvoorstel 'BGW n.a.v. Turap 2' naar beneden bijgesteld;  In december 2021 is het dossier reserveringsvoorstel 2021 door de raad vastgesteld. De verwachte budgetvoordelen per jaareinde zijn begrotingstechnisch verwerkt (verlagen budget en storting in de reserve reserveringen). Per jaareinde zijn de werkelijke restantbedragen gestort. Dat leidt op enkele programma's tot afwijkingen die zijn toegelicht;  De dekking van de extra lasten en derving van de inkomsten als gevolg van corona zijn tussentijds naar beste inzicht verwerkt. De voor- en nadelen op het budget groot onderhoud vastgoed verrekenen we per jaareinde in de in 2019 ingestelde reserves voor onderhoud, tot het moment dat we kunnen terugkeren naar voorzieningen groot onderhoud dan wel reguliere exploitatiebudgetten (te bepalen op basis van de actuele MJOP's). Daarover hebben we in december 2019 de raad met een separate RIB geïnformeerd. Op diverse beleidsterreinen voeren we exploitatie-activiteiten projectmatig uit (bijvoorbeeld groot onderhoud, revitalisering bomen, verbeteren luchtkwaliteiten).

Bij de start van het project worden de beschikbare middelen samengebracht. Projecten hebben als kenmerk dat ze jaaroverschrijdend zijn. Het toegekende projectbudget is beschikbaar voor alle jaren. De raming per jaarschijf en de realisatie per jaarschijf wijken om verschillende reden af van de planning. De middelen blijven beschikbaar doordat we deze projecten egaliseren via een reserve (maatschappelijk nut in ontwikkeling). Per programma waar dit aan de orde is, is op de afzonderlijke taakvelden inzichtelijk gemaakt wat de afwijking op jaarschijf 2021 is. In 2021 zijn de berekende uurtarieven voor de doorbelasting van de kosten aan de projecten tussentijds herzien omdat bleek dat de werkelijke directe kosten (eigen en inhuur) hoger lagen dan de raming die gebruikt was voor de bepaling van het tarief begin 2021.

27

Balansbeeld en kengetallen bedragen x € 1 miljoen Balans Activa (Im)materiele vaste activa Leningen aan derden Overige financiële vaste activa Voorraden Overige vlottende activa TOTAAL

31-12-2020 695,8 18,9 8,1 97,9 112,8 933,6

31-12-2021 Balans Passiva 724,2 Eigen vermogen 13,8 Voorzieningen 8,4 Vaste schulden 76,6 Kasgeldleningen 176,3 Overige vlottende passiva 999,4

31-12-2020 350,6 16,0 372,8 50,0 144,2 933,6

31-12-2021 393,5 16,2 356,6 0,0 233,0 999,4

* Opgetelde bedragen kunnen afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.

Toelichting balansbeeld Activa De (im)materiële vaste activa zijn toegenomen met € 28,4 mln. Dit betreft het saldo van de nieuwe investeringen en de afschrijving op de reeds eerder gedane investeringen in maatschappelijk en economisch nut en de bijdrage aan activa in eigendom van derden (schoolgebouwen). Daarnaast is een beperkt gedeelte overgeheveld naar de voorraden (handelspanden). De leningen aan derden zijn afgenomen met € 5,1 miljoen, met name doordat Park Strijp in februari en december heeft afgelost op de achtergestelde lening (- € 5,5 miljoen). Er zijn daarnaast nieuwe leningen verstrekt aan particulieren binnen het zonnepanelenproject Zuidoost-Brabant en op reeds lopende leningen binnen dit project en op starters- en duurzaamheidsleningen via SVn is regulier afgelost (+ € 0,4 miljoen). Onder de overige financiële vaste activa zijn de kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen opgenomen. Het aandelenkapitaal van de deelneming breedband is in 2021 uitgebreid (+ € 0,3 miljoen) naar een belang van 37,6%. De voorraden nemen met € 21,3 miljoen af. Dit komt met name doordat de boekwaarden van de voorraad bouwgrond in exploitatie is afgenomen en in beperkte mate door verkoop van de handelspanden (met name Deken van Somerenstraat). De overige vlottende activa nemen met € 63,5 miljoen toe.

Dit is opgebouwd uit een toename van de liquide middelen (+ € 0,3 miljoen), toename van de overlopende activa (vooruitbetaalde bedragen en nog te ontvangen bedragen) (+ € 12,5 miljoen) en een toename van de uitzettingen met een rentetypische looptijd <1 jaar (+ € 50,6 miljoen) waarbij € 60,5 miljoen wordt veroorzaakt door een toename van de uitzettingen in de rijksschatkist en de overige uitzettingen/vorderingen afnemen met € 9,9 miljoen. In de toename van de overlopende activa zien we (net als bij de passiva) het effect terug dat de rijksregelingen -met name SISA- zijn toegenomen. Passiva De omvang van het eigen vermogen bedraagt eind 2021 € 393,5 miljoen. De vermogenspositie eind 2021 is verbeterd met € 42,9 miljoen. De reserve eigen kapitaal (+ € 11,5 miljoen) en de bestemmingsreserves (+ 42 miljoen) zijn ten opzichte van eind 2020 toegenomen. Het te bestemmen resultaat over 2021 is lager dan het resultaat eind 2020 (-10,7miljoen). Stille reserves, zoals de kunst van het Van Abbemuseum tellen niet mee in de omvang van het vermogen. De voorzieningen zijn per saldo met € 0,2 miljoen toegenomen. De grootste mutatie is de inzet vanuit de voorziening riolering ter bekostiging van vervangingsinvesteringen (- € 7,7 miljoen). Deze voorziening is conform begroting ook weer aangevuld (+ € 9,1 miljoen).

Daarnaast zijn kosten voormalig personeel, frictiekosten, sociaal plan, WW en wachtgeldverplichtingen afgewikkeld op de personeelsgerelateerde voorzieningen (- € 0,8 miljoen). Het negatief eigen vermogen van de GR Cure is aangezuiverd vanuit de voorziening renescience en het restant is vrijgevallen (- € 0,6). Het overschot op de exploitatiemiddelen riolering is eind 2021 toegevoegd aan de voorziening tariefsegalisatie riolering (+ € 0,4 miljoen) en verder diverse overige mutaties op de voorzieningen (- € 0,2 miljoen) De schuldpositie is met € 66,2 miljoen afgenomen. De kasgeldleningen zijn afgelost en daarnaast is voor € 16,2 miljoen aan langlopende leningen (vaste schulden) afgelost. Vanwege de ruime liquiditeitspositie was het niet noodzakelijk om nieuwe lange financiering aan te trekken in 2021. De overige vlottende passiva nemen met € 88,8 miljoen toe. Dit is opgebouwd uit toename van de overlopende passiva (vooruitontvangen en nog te betalen bedragen) (+ € 95 miljoen), een daling van de overige schulden (- € 4,1 miljoen). En het banksaldo dat eind 2020 negatief was, is eind 2021 weer positief en gepresenteerd onder de activa (- € 2,1 miljoen).In de toename van de overlopende passiva zien we (net als bij de activa) het effect terug dat de rijksregelingen -met name SISA- zijn toegenomen.

28

Sturen met normen We hebben in het verleden sturen met normen geïntroduceerd om financiële ontwikkelingen snel te onderkennen en de sturingsmogelijkheden te vergroten. Sinds 2016 is een dergelijk systeem ook verankerd in het BBV (verslaggevingsvoorschriften). Met de komst van deze kengetallen hebben we onze eigen norm voor het weerstandsvermogen vastgehouden en de eerder geïntroduceerde kapitaallastennorm losgelaten. In de paragrafen weerstandsvermogen en financiering zijn de wettelijke kengetallen uitgewerkt en toegelicht. Norm (bedragen x € 1 miljoen)

rekening 2020

norm 2021

rekening 2021

24

80

0

✔

renterisiconorm

28

188

16

✔

weerstandsvermogen

149

93

140

✔

Saldo op structurele posten

8%

0%

8%

✔

kasgeldlimiet

Waar gaat het geld naar toe?

29

Waar komt het geld vandaan?

30

1.4 Coronacrisis De in december 2020 ingezette lockdown heeft tot eind april 2021 geduurd. Vanaf dat moment zijn eerste voorzichtige stappen in het openingsplan gezet waarbij Nederland en onze stad langzaamaan weer fasegewijs open is gegaan en de eerder getroffen maatregelen steeds verder versoepeld werden. Voor het eerste halfjaar zijn aanvullende ondersteuningsmaatregelen getroffen in lijn met de getroffen maatregelen in 2020 om de negatieve effecten voor de stad, de inwoners en ondernemers te beperken en de bestaande infrastructuur zoveel als mogelijk in stand te houden. In vervolg hierop heeft uw raad 13 juli het ‘raamwerk’ vastgesteld waarbinnen het college voor de tweede helft van 2021 en verder in kon spelen op de coronapandemie en kon doen wat nodig was op het gebied van ondersteuning en herstel. Hoewel we steeds wisten dat het nog onzeker was hoe de pandemie verder zal verlopen en wat de effecten daarvan zijn, waren we, na de eerdere voorzichtige stappen die in het openingsplan waren gezet, in september hoopvol en verwachtten we dat de ondersteuningsmaatregelen afgebouwd konden worden zodat we de focus konden verleggen naar de herstelaanpak. Deze verwachting was in lijn met de aankondiging van het kabinet dat op 1 oktober 2021 een einde zou komen aan het generieke deel van het steunpakket.

Redenen hiervoor waren dat iedereen die dat wilde gevaccineerd was, de economie zich goed herstelde en de contactbeperkende maatregelen nagenoeg geheel waren afgebouwd. In dit positieve beeld kwam eind oktober een snelle kentering. Na een korte periode van versoepelen en positieve vooruitzichten, heeft het kabinet in november en december opnieuw steeds verder beperkende maatregelen ingesteld omdat het aantal besmettingen en de ziekenhuisopnames toenamen. Op 18 december kondigde het kabinet opnieuw een volledige lockdown aan tot 14 januari 2022. Dit heeft stevige gevolgen gehad voor ons allemaal en het (samen)leven in de stad; gevolgen voor inwoners, ondernemers, verenigingen, scholen, andere maatschappelijke instellingen en in het bijzonder voor alle mensen in de zorg. Het is fijn te constateren dat de stad zich begin 2022 weer heeft kunnen openen en dat we het normale leven weer terugkrijgen, met ruimte voor evenementen en ontmoeting in de stad. Dat betekent niet dat alles weer terug is naar ‘normaal’. We weten niet hoe corona zich verder ontwikkelt. Mensen zijn nog voorzichtig, er zijn achterstanden en er is een hoog ziekteverzuim. Veel ondernemers en organisaties hebben flink ingeteerd op hun reserves. Die onzekerheden en risico’s maken dat ondersteuning nog niet volledig kan stoppen.

We blijven de ontwikkelingen in de stad nauwgezet volgen ook om te zorgen dat er in het zicht van de finish geen ongelukken gebeuren met onze vitale maatschappelijke infrastructuur. Daarnaast willen we onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners een steun in de rug geven waar dat nodig is.

Rijkscompensatie en inzet weerstandsvermogen In 2020 heeft uw gemeenteraad € 15 miljoen ter beschikking gesteld voor de financiële effecten van corona in de stad en de organisatie. Deze middelen zijn opgenomen in de saldireserve specifiek. Op 13 juli 2021 heeft uw gemeenteraad besloten (raadsvoorstel kadernota 2022) om in 2021 nogmaals € 15 miljoen vrij te maken vanuit de eigen middelen. Ook deze middelen zijn toegevoegd aan de saldireservecoronamiddelen. Naast onze eigen middelen zijn ook de algemene compensatiemiddelen van het Rijk (via de circulaires) gestort in de saldireserve specifiek. Vanuit deze reserve vangen we de financiële effecten op. Eventuele nagekomen dekking vanuit het Rijk (via circulaires) storten we in de reserve zodra deze worden toegekend. We zien dat het Rijk veelal achteraf compenseert, daar waar wij vooraf de maatregelen treffen. De reserve heeft daarmee deels een egaliserende functie. Op basis van de september- en decembercirculaire 2020 hebben we de middelen van het 2e en 3e steunpakket die voor 2021 bestemd waren in de reserve opgenomen. Totaal € 6,1 miljoen. In 2021 heeft het Rijk het 4e en 5e steunpakket uitgewerkt als reactie op de voortdurende coronacrisis. De middelen van deze steunpakketten zijn toegekend en verdeeld over de gemeenten middels de maartbrief 2021, meicirculaire 2021 en septembercirculaire 2021.

De toegekende compensatie binnen het 4e en 5e steunpakket heeft voor Eindhoven betrekkingen op continuïteit in de zorg (opvang), in standhouden lokale en culturele infrastructuur, extra kosten voor de Tweede Kamer 31

verkiezingen, extra uitgaven voor buurt- en dorpshuizen, extra toezicht en handhavingstaken (quarantaine) en compensatie van de extra kosten afvalverwerking 2020. Totaal € 1,6 miljoen. Het 6e steunpakket is bekend gemaakt eind 2021. Een gedeelte van deze middelen is toegekend en verdeeld over de gemeentes met de decembercirculaire. Het betreft de afrekening van de inkomstenderving 2020 , continuïteit van zorg (meerkosten jeugd & WMO, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen) compensatie lokale en culturele infrastructuur, meerkosten gemeenteraadsverkiezingen en extra middelen om het exploitatietekort bij de SW bedrijven op te vangen. Conform de gebruikelijk wijze zijn de eind 2021 ontvangen middelen vanuit de decembercirculaire gestort in de reserve circulaires gemeentefonds en worden deze na bestuurlijk besluit in 2022 verdeeld. De toekenning coronacompensatie bedraagt € 7,3 miljoen. Eind 2021 is € 6,9 miljoen ontvangen en gestort in de reserve circulaires. De resterende € 0,3 miljoen komt in 2022. Totaal afgerond € 7,3 miljoen in relatie tot het 6e steunpakket. Op basis van het raadsvoorstel decembercirculaire wordt hiervan in 2022 € 0,8 miljoen toegekend als budget voor de Ergon, € 0,3 miljoen teruggestort in de reserve citymarketing en € 6,2 miljoen gestort in de saldi reserve specifiek coronamiddelen.

In 2022 wordt een aanvullende toekenning en verdeling van compensatiemiddelen verwacht vanuit het 6e steunpakket die nog betrekking hebben op 2021. In het 6e steunpakket is toegezegd dat het kabinet alvast middelen reserveert om de SW-bedrijven in 2022 te compenseren. Daarnaast is de compensatie meerkosten jeugd/WMO over 2021 vastgesteld op een moment dat niet voorzien was in nieuwe beperkende maatregelen. In het 6e steunpakket is aangekondigd dat het Rijk en VNG hebben afgesproken de eventuele meerkosten 2021 die hieruit voortvloeien te betrekken bij de compensatie 2022. Ook zal in 2022 de afrekening plaatsvinden van de inkomstenderving over 2021. Binnen de steunpakketten zijn ook een aantal specifieke regelingen beschikbaar gesteld. Dit betreft onder andere steun voor zwembaden en ijsbanen, steun voor sportverenigingen, TOZO, TONK en middelen voor de extra handhavingsopgave (toets corona toegangsbewijs). Deze specifieke middelen zijn niet gestort in de saldi reserve specifiek, maar direct toegekend aan het betreffende beleidsveld. Uitzondering hierop vormt de aanvullende vergoeding voor TONK, die ontvangen is vanuit de septembercirculaire. Eerder hadden we compensatie ontvangen voor de uitvoering van de TONK-regeling. Dat budget was voldoende omdat per 1 oktober de regeling is gestopt.

De aanvullende middelen voor de TONK-regeling (€ 4,0 miljoen) zijn gestort in de saldireserve specifiek- coronamiddelen zodat deze ingezet kunnen worden voor noodzakelijke crisis- en herstelmaatregelen in de volle breedte (besluit raad 21 december raadsvoorstel BGW n.a.v. turap 2). Daarnaast zijn er middelen voor flankerend beleid binnen de steunpakketten ter beschikking gesteld. Deze middelen zijn eveneens toegekend aan de betreffende beleidsvelden. Daar waar nodig zijn de restant middelen gereserveerd in de reserve reserveringen 2021 (besluit raad 21 december).

Getroffen maatregelen Onze eigen middelen en de rijksmiddelen zijn ingezet ter dekking van de ondersteuningsmaatregelen en derving van de inkomsten. Over de begrote inzet van de middelen is besloten via de per kwartaal opgestelde dossiers, aangevuld met enkele separate dossiers en turap 2 (alleen inkomstenderving). Per jaareinde hebben we de begrote inzet van de middelen met de reserve op realisatiebasis afgewikkeld (conform raadsbesluit 21 december 2021 raadsvoorstel reserveringen) met inbegrip van de meerkosten jeugd en WMO a.g.v. corona.

Instandhouding van de stad De getroffen maatregelen in 2021 zijn in het verlengde van de maatregelen 2020 gecontinueerd. Er zijn afspraken gemaakt en regelingen getroffen om te voorkomen dat maatschappelijke partners in surseance van betaling komen en/of failliet gaan als gevolg van de corona crisis en dus om de infrastructuur in stand te houden. Binnen het sociaal domein (welzijn) is lokale steun gegeven aan onze subsidiepartners. Enerzijds door coulance te verlenen op de beoordeling van de lopende subsidieregelingen. En anderzijds hebben we gezorgd voor een tegemoetkoming in de huisvestingskosten voor onder andere buurthuizen. Aan de culturele sector zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld, dan wel is huurkorting verleend om de infrastructuur in stand te houden. Om de toegang voor de steun toegankelijk te houden is het ondernemersloket en corona-helpdesk gecontinueerd. Voor ondernemers hebben we de precario voor de terrassen over 2021 op € 0,00 gesteld en als

32

verhuurder hebben we geen incasso's en aanmaningen verstuurd en uitstel van betaling verleend in 2021 voor de portefeuilles cultuur en welzijn. We hebben uitvoering gegeven aan de TOZO-regeling en de TONK-regeling. De continuïteit van de zorg hebben we gewaarborgd door de zorgaanbieders de meerkosten te vergoeden en we hebben additioneel subsidie verstrekt aan WIJeindhoven om de opgelopen achterstallige contacten en werkzaamheden in te lopen. Voor de inwoners is de mogelijkheid gebleven om de reisdocumenten thuis te laten bezorgen, zijn de openingstijden van het inwonersplein verruimd voor betere spreiding en meer ruimte, hebben we extra maatregelen getroffen om de Tweede Kamerverkiezingen op een veilige manier te laten verlopen en is de inzet van het gastteam verlengd om de publieke dienstverlening op locatie volgens de coronaregels te begeleiden. Om de naleving van de landelijke maatregelen te waarborgen is extra ingezet op en verschoven in de prioriteit van toezicht en handhaving. Er is ingezet op regulering van bezoekersstromen in het centrum en we hebben verder doorgepakt op het actieplan voor de binnenstad waarbij het 'nieuwe normaal' vormgegeven wordt in de binnenstad op middellange termijn. Daarnaast hebben we vanuit de coronamiddelen -aanvullend op de SUVIS subsidie vanuit het Rijk- ingezet op de verbetering van de ventilatie binnen de scholen.

Beheersing interne organisatie Er zijn maatregelen getroffen om de continuïteit van de gemeentelijke organisatie te waarborgen en er zijn extra middelen beschikbaar gesteld om de extra vraag aan ambtelijke capaciteit het hoofd te bieden. Er is verder ingezet op verstrekken van extra hulpmiddelen en uitrollen van de thuiswerkfaciliteitenregeling om ziekteverzuim zoveel als mogelijk te voorkomen.

Financieel beeld inzet coronamiddelen Visueel zijn de meerkosten en de inkomstenderving over 2021 op hoofdlijn als volgt te duiden:

Deze kosten en gederfde inkomsten zijn deels opgevangen binnen bestaande budgetten door herprioritering, deels gedekt uit specifieke uitkeringen of bijdragen van derden en deels uit de corona middelen binnen de saldireserve specifiek. In de financiële hoofdlijn (1.3) en de programmaverantwoording (hoofdstuk 2) is toegelicht welke afwijkingen per jaareinde zijn ontstaan ten opzichte van de tussentijds bijgestelde begroting. In bijlage 5 is de inzet van de coronamiddelen uit de saldireserve per onderwerp gespecificeerd.

33

Doorkijk saldireserve specifiek corona middelen (x € 1 miljoen)

Begroot Inschatting fin. 2021 update Q4 2021

Stand jaarrekening 2020

Realisatie 2021

Verschil begrootrealisatie 2021

11,3

11,3

11,3

+15,9 +6,1

+15,9 +6,1

+15,9 +6,1

+1,6 +4,0

+1,6 +4.0

+1,6 +4,0

0 +27,6

+1,8 +29,4

+1,4 +29,0

1,4 1,4

-21,2 -5,9 -27,1

-19,7 -5,9 -25,6

-19,8 -6,3 -26,1

1,4 -0,4 1,0

Stand reserve 2021- coronamiddelen 11,8 15,1 Aanvullende storting in 2022 met betrekking tot decembercirculaire 2021 bedraagt € 6,2 miljoen Daarnaast is in 2021 besloten om voor Q1 2022 € 4,2 miljoen aan coronamiddelen in te zetten.

14,2

2,4

Stortingen 2021 Kadernota 2022 en raadsvoorstel jaarrekening Toegekende compensatie september- en decembercirculaire 2020 ten gunste van 2021 Toegekende compensatie maart- en septembercirculaire 2021 Toegekende aanvullende compensatie in septembercirculaire 2021 t.a.v. Tonk Terugstorten 'voorfinanciering' toezicht& handhaving en sport Totaal stortingen 2021 Onttrekkingen 2021 Inzet coronamiddelen o.b.v. dossiers lasten Inzet coronamiddelen t.b.v. inkomstenderving baten Totaal onttrekkingen 2021

* Opgetelde bedragen kunnen afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.

Risico's De coronacrisis leidt op dit moment niet tot een verhoogd risicoprofiel voor de gemeente. In algemene zin wordt de gemeente grotendeels gefinancierd door de middelen vanuit de algemene uitkering. Eventueel noodzakelijke financiering, vanwege de incidenteel achterblijvende inkomsten als gevolg van corona, kunnen vanuit de gemeente relatief eenvoudig worden aangetrokken en vanuit de algemene reserves zijn we in staat om tijdelijke effecten op te vangen. Het inroepen van de door de gemeente verleende borg- en garantstelling zou als gevolg van toename van het aantal faillissementen potentieel kunnen toenemen. Echter, de cultuurinstellingen, welzijn en sportverenigingen worden ondersteund met de getroffen maatregelen en steunpakketten waardoor op dit moment geen sprake is van een verhoogd risico en daarnaast is voor de afdekking van het risico met betrekking tot de verstrekte leningen en garanties een reserve beschikbaar. De kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen leiden op dit moment ook niet tot extra risico's. Slechts het dividend is in enkele gevallen opgeschort, niet uitgekeerd of naar beneden bijgesteld maar dat is van beperkte omvang. Door het verlenen van uitstel van betaling neemt het debiteurenrisico in algemene zin toe.

De coronacrisis heeft een toekomstig effect op de toename van de kosten op de regelingen binnen het sociaal domein op het gebied van bijstand, armoede en zorg. In het 3e steunpakket heeft het Rijk oog voor deze gevolgen gehad en daarom heeft ze vanaf begin 2021 middelen voor flankerend beleid ter beschikking gesteld. De coronacrisis kent ook indirecte effecten. We zien dat er krapte op de arbeidsmarkt is ontstaan. Het is steeds moeilijker om vacatures in te vullen en de inhuurmarkt wordt steeds krapper (met stijgende tarieven). Daarnaast maken we ons grote zorgen over de stijgende bouw- en materiaalkosten, hoge energieprijzen en langere levertijden, want deze zullen van invloed zijn op de projecten en de aanbestedingen.

34

2. Programma's Leeswijzer Algemene toelichting In dit hoofdstuk is de programmaverantwoording opgenomen. We presenteren de volgende voorgeschreven (BBV) onderdelen in deze programmaverantwoording: 1. De realisatie per programma, die inzicht geeft in de mate waarin de doelstellingen gerealiseerd zijn, wat we daarvoor gedaan hebben, welke verbonden partijen daarbij betrokken zijn en wat dit heeft gekost. 2. Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. 3. Het overzicht van de overheadkosten. 4. Het bedrag voor de heffing van de vennootschapsbelasting. 5. Een toelichting op het bedrag 'onvoorzien'. Binnen programma 0 wordt het overzicht van algemene dekkingsmiddelen (programma inleiding), overheadkosten (taakveld 0.4), vennootschapsbelasting (taakveld 0.9) en post onvoorzien (taakveld 0.8) gepresenteerd. Opbouw van de programmaverantwoording De raad bepaalt de indeling van de programma’s. Per programma zijn taakvelden gedefinieerd. Eindhoven heeft ervoor gekozen om qua programma en daaronderliggende taakvelden aan te sluiten op de voorgeschreven programma- en taakveldindeling van het BBV. Achtereenvolgens zijn in de programmaverantwoording toegelicht: 1. Veiligheid 2. Verkeer, vervoer en waterstaat 3. Economie 4. Onderwijs 5. Sport, Cultuur en Recreatie 6. Sociaal domein 7. Volksgezondheid en milieu 8. Volksgezondheid, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 0.

Bestuur en ondersteuning

We presenteren programma 0 als laatste omdat dit uit veel uiteenlopende taakvelden bestaat. Inleiding

Hierin staat per thema een toelichting en een doelenboom. Vervolgens wordt per taakveld ingegaan op de drie sturingsvragen (de drie w’s). Wat hebben we bereikt? (eerste W-vraag) Hier staan de doelen beschreven. Wat hebben we daarvoor gedaan? (tweede W-vraag) Hier staan de prestaties behorend bij het doel beschreven.

Indicatoren

De te bereiken doelen en prestaties zijn meetbaar gemaakt met door de raad vastgestelde effect- en prestatie-indicatoren. Ook zijn de belangrijkste speerpunten van 2021 opgenomen. Bij de indicatoren en de prestaties (wat hebben we daarvoor gedaan) wordt met een kleur aangegeven of de uitvoering conform de raming is verlopen. uitvoering/ indicator verloopt volgens planning uitvoering/ indicator verloopt niet volgens planning maar de planning c.q. raming is bijgesteld en realisatie is geen probleem Uitvoering/indicator verloopt niet volgens planning en realisatie is een probleem Gegeven is niet bekend

35

Wat heeft het gekost? (derde W-vraag) Bij "wat heeft het gekost" lichten we de financiële resultaten in de exploitatie toe met een toelichting op de afwijkingen. De begrote en gerealiseerde lasten zijn positief gepresenteerd. De begrote en gerealiseerde baten negatief (-/-). Bij de afwijkingen geldt dat een -/- een nadeel en een + een voordeel is. We geven aan of de afwijking structureel is of niet. Voor onze investeringen voteert de raad een krediet. Dit krediet wordt in meerdere jaren geraamd om uit te geven. De afwijkingen tussen de in 2021 geplande uitgaven en de werkelijke uitgaven lichten we ook toe bij dit onderdeel. BBV-indicatoren: deze zijn wettelijk verplicht en gelden voor alle gemeenten. De definties van deze indicatoren zijn vastgesteld en vastgelegd in de regeling beleidsindicatoren gemeenten. Voor de BBV-indicatoren wordt de vergelijking gemaakt met de gemeenten in Nederland en met gemeenten van 100.000 tot 300.000 inwoners. Deze gegevens worden ontleend van de website www.waarstaatjegemeente.nl maar zijn in sommige gevallen niet recent of nog niet bekend. Voor de indicatoren binnen programma 0 geldt dat deze gegevens niet worden ontsloten via de website waardoor vergelijkende cijfers van andere gemeenten niet beschikbaar zijn. Daarom vergelijken we daar realisatie 2021 met realisatie 2020.

Verbonden partijen: de bijdrage van de verbonden partij aan onze programma’s/taakvelden (extra informatie is terug te vinden in de paragraaf verbonden partijen).

Afrondingsverschillen In de gepresenteerde tabellen kunnen afrondingsverschillen voorkomen. Dit komt doordat de gegevens in de jaarrekening , ter bevordering van de leesbaarheid, op duizendtallen gepresenteerd worden terwijl de automatisch vanuit de administratie ingelezen gegevens op centen nauwkeurig zijn.

36

Programma 1 Veiligheid Dit programma omvat twee taakvelden: taakveld 1.1 Crisisbeheersing en brandweer en taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid. Deze taakvelden hebben we ondergebracht in één thema: veiligheid. Taakveld 1.1. betreft reguliere taken van de brandweer en taken voor het beperken en bestrijden van rampen en zware ongevallen. Voor dit taakveld zijn op gemeentelijk niveau geen afzonderlijke doelen, prestaties en daarbij behorende effect- en prestatie-indicatoren opgenomen. Resultaten worden op regionaal of landelijk niveau bereikt en/of gemonitord en zijn ook in de begroting van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) opgenomen. Bij taakveld 1.2 Openbare orde en veiligheid gaat het om alle gemeentelijke taken op het gebied van de openbare orde en veiligheid, waaronder een veilige woon- en leefomgeving en toezicht en handhaving van de openbare orde.

1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid.

Veiligheid is een basisvoorwaarde voor een aantrekkelijke stad en voor economische en sociale ontwikkeling. Een stad moet niet alleen veilig zijn, de inwoners moeten zich ook veilig voelen. Een veilige stad is de basis om in vrijheid te kunnen wonen, werken en leven. Die verantwoordelijkheid dragen we samen met vele partners. In Eindhoven is ook in 2021 gewerkt aan een stad waar mensen veilig zijn en zich veilig voelen. Om de wijken leefbaar en de stad (internationaal) aantrekkelijk te houden is gewerkt aan een stad met minder overlast en criminaliteit. De corona crisis heeft invloed gehad op de inzet van mensen en middelen en dus ook op de behaalde resultaten. Zo zijn als gevolg van de coronamaatregelen voor het tweede achtereenvolgende jaar meerdere gemeentelijke activiteiten, waarbij het bewaren van de 1,5 meter afstand niet continue kon worden gewaarborgd, niet doorgegaan. Denk hierbij aan evenementen, (BITE)controles en groepsbijeenkomsten. Met veel inzet vanuit Veiligheid is het in perioden, binnen de geldende coronamaatregelen, mogelijk gebleken evenementen doorgang te kunnen laten vinden. Daarbij was in sommige gevallen op het laatste moment sprake van gewijzigde coronaregels, waardoor wijzigingen en aanpassingen noodzakelijk waren in de opzet en inrichting.

Het is mede met inzet vanuit Veiligheid gelukt in 2021 de Dutch Design Week (DDW) en Glow als evenement in 2021 plaats te laten vinden. In het derde kwartaal van 2021 zijn, met inachtneming van de geldende coronaregels, de noodzakelijke BITEcontroles weer opgepakt. De maatschappelijke onrust is in 2021 niet afgenomen. De wisselende coronamaatregelen hebben effect op inwoners en bedrijven en maken dat af en toe de spanningen in de samenleving oplopen. Het gehele jaar door, maar vooral in het derde kwartaal van 2021 is een multidisciplinaire en integrale werkgroep maatschappelijke onrust stand bye geweest om bij (dreigende) spannende momenten klaar te staan om eventuele maatschappelijk ontwrichtende activiteiten aan te pakken. Tot slot is er veel tijd gestoken om de steeds veranderende nationale en regionale maatregelen in de coronacrisis te vertalen naar gemeentelijk beleid in de vorm van onder meer handelingskaders. Hierbij is ook veel tijd gaan zitten in de coördinatie op de gemeentelijke uitvoering van dit beleid. Ondanks de coronamaatregelen hebben we vanuit Veiligheid in 2021 toch in grote mate invulling kunnen geven aan het meerjarenbeleid, zoals vastgesteld in het beleidskader veiligheid, waaronder de geprioriteerde veiligheidsprogramma’s.

In het tweede deel van 2021 is een start gemaakt met een strategische verkenning die input zal opleveren voor een nieuw vast te stellen beleidskader in 2022.

37

In het kader van toezicht en handhaving leefbaarheid is in 2021, op basis van het jaarlijks uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH), uitvoering gegeven aan de VTH-taken. Op het gebied van dierenwelzijn heeft het jaar 2021 voornamelijk in het teken gestaan van de nieuwe zwerfdierenopvang. Een nieuw gebouw ter vervanging van de Doornakkers is in gebruik genomen en daarnaast is een nieuwe stichting opgericht. Deze stichting, stichting ROZE, voert vanaf 2022 de taken uit met betrekking tot (zwerf)dierenopvang waar voorheen de Dierenbescherming dit deed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11781205/1