CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

22bst00622 - Bijlage 2a - Bestemmingsplan ‘II Tongelresche akkers

Gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling ex artikel 6:19 Awb bestemmingsplan 'II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat)27.039 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

33

verplaatsen woonwagenstandplaatsen. Ter plaatse is geen sprake van groenwaarden. De gronden hebben ook geen groenbestemming. Van verlies en aantasting van groen bij de ontwikkeling van deze woonwagenlocatie is derhalve geen sprake.

figuur 8 Uitsnede Groene Kaart Blijkens de Groen Kaart zijn er binnen het plangebied geen waardevolle bomen. Bij werkzaamheden dienen nabijgelegen bomen beschermd te worden dan wel voorzieningen te worden getroffen om beschadiging of aantasting van de bomen te voorkomen. Indien nodig moet er een BoomEffectAnalyse worden uitgevoerd. . Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld, dat er voor wat betreft het aspect groen geen belemmeringen zijn.

3.9

Sport en recreatie

Binnen het plangebied zijn geen sport of recreatievoorzieningen. Beschrijving van sport en recreatie in het plangebied. Wel is binnen het plangebied aan de de noordelijke plangrens een strook grond van het aangrenzende tenniscomplex opgenomen. Op deze grondstrook is de bestemming 'Sport' gelegd overeenkomstig de bestemming van het tenniscomplex in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. Deze strook is bij onderhavig bestemmingsplan betrokken teneinde het vereiste geluidscherm mogelijk te maken.

3.10

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Belemmeringenstroken van eventueel nabij gelegen kabels, leidingen of straalpaden zijn ook niet gesitueerd binnen het plangebied. Gelet hierop vormt dit geen belemmering voor het plan.

34

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader zijn met name 11.2 en 11.3 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om: D 11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen; D 11.3: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aan de hand van de volgende aspecten te worden beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben: 1. de kenmerken van de activiteit (aard, omvang, cumulatie met andere ontwikkelingen); 2. de locatie van de activiteit (kenmerken van het plangebied en de kwetsbaarheid van de omgeving); 3. de mogelijke gevolgen van de activiteit. Stedelijk ontwikkelingsproject Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten. Binnen het plangebied, een (overwegend) woongebied worden vijf woonwagenstandplaatsen gerealiseerd. De verspreid in het gebied Tongelresche Akkers gesitueerde woonwagenstandplaatsen worden bijeengebracht naar een nieuwe locatie in de wijk.

In de vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

35

bestaande situatie zijn de gronden van deze locatie zijn t.b.v. één van de woonwagenstandplaatsen die dienen te worden verplaatst. Het planvoornemen zal wat betreft verkeer aansluiten op de aanwezige infrastructuur. De infrastructuur heeft voldoende capaciteit. Het plangebied is goed bereikbaar. In verband met eventuele calamiteiten wordt een tweede ontsluiting aan de oostzijde van het plangebied gerealiseerd. De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt op eigen terrein opgelost. Er heeft onderzoek plaatsgevonden naar de mogelijke milieugevolgen (hoofdstuk 4). De uitgevoerde onderzoeken tonen aan dat het realiseren van deze woonwagenstandplaatsen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt. Gelet op de resultaten hiervan en de omstandigheid dat ver onder de drempelwaarden van categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. wordt gebleven, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uitgesloten. Zie ook uitspraak van de ABRvS 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3791). 4.1.2

Conclusie

De uitgevoerde onderzoeken (flora en fauna, bodem, luchtkwaliteit, archeologie en cultuurhistorie, externe veiligheid) tonen aan dat het realiseren van woonwagenstandplaatsen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen en een verantwoorde situatie inhoudt vanuit milieuoogpunt. De verrichte onderzoeken onderstrepen de conclusie dat geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Op basis van bovenstaande feiten kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is daardoor niet van toepassing.

4.1.2 Conclusie

stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woonfuncties komen andere functies voor zoals bedrijven en een sportcomplex. Het plangebied kan -op de overgang tussen bedrijventerrein en woonwijk- aangemerkt worden als gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI -codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven.

Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 36

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. categorie 1: grootste afstand 0 meter; categorie 2: grootste afstand 10 meter; categorie 3.1: grootste afstand 30 meter; categorie 3.2: grootste afstand 50 meter; categorie 4.1: grootste afstand 100 meter; categorie 4.2: grootste afstand 200 meter; categorie 5.1: grootste afstand 300 meter; categorie 5.2: grootste afstand 500 meter; categorie 5.3: grootste afstand 700 meter; categorie 6: grootste afstand 1.000 meter. Binnen het plangebied zijn uitsluitend woonfuncties toegelaten. Nabij de woonwagenstandplaatsen komen andere functies voor zoals een tenniscomplex en bedrijven. Aangezien de omgeving bestaat uit verschillende functies is het gebied te typeren als 'gemengd gebied'. De richtafstand wordt derhalve met één afstandsstap verlaagd.

Voor dit bestemmingsplan is geen staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen aangezien geen bedrijven aanwezig zijn dan wel mogelijk worden gemaakt binnen het plangebied. Omliggende bedrijvigheid, het gezoneerd industrieterrein van DAF, en de activiteiten van het aangrenzend tenniscomplex zijn vanwege het geluid en trillingen van invloed op het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. In de volgende paragrafen wordt daar nader op ingegaan. Middels voorzieningen kan de overlast tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt. Het plan zal niet zorgen voor een verslechtering van het woon- en leefklimaat binnen en in de omgeving van het plangebied. Anderzijds zal het planvoornemen voor de omliggende bedrijvigheid en activiteiten geen belemmering opleveren.

4.3

Geluid

4.3.1

Wettelijk kader

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

37

In het voorliggende bestemmingsplan zijn als geluidgevoelige bestemmingen aangemerkt woonwagenstandplaatsen (als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Huisvestingswet, zijnde een kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van andere gemeenten kunnen worden aangesloten) aanwezig.

4.3.2

Wegverkeerslawaai

In het kader van "Duurzaam Veilig" zijn alle wegen in en nabij het plangebied 30 km per uur wegen geworden. Deze wegen hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone, zodat deze verder buiten beschouwing kunnen blijven. De planlocatie is niet gelegen binnen de zone van een weg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient ook aandacht te worden besteed aan de geluidbelasting ten gevolge van een weg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Gegeven de beperkte verkeersintensiteit en de afstand van de nieuwe woonwagenstandplaatsen tot de omliggende wegen, kan de geluidbelasting echter als acceptabel gekwalificeerd worden.

4.3.3

Railverkeerslawaai

In de nabijheid van het plan ligt de spoorlijn Eindhoven - Roermond. Het plangebied is niet gekegen binnen de zone van deze spoorlijn. Het aspect railverkeerslawaai is voor onderhavig plan niet aan de orde. Dit blijkt overigens ook uit het door Tritium Advies op 21 april 2017 uitgevoerde akoestisch onderzoek railverkeerslawaai voor het gebied Tongelresche Akkers. Daarbij is geconcludeerd dat de achtergelegen bebouwing, waaronder ook de locatie voor deze nieuwe woonwagenstandplaatsen, volledig geluidonbelast is voor wat betreft railverkeerslawaai.

4.3.4

Industrielawaai en geluidruimte velden tennisvereniging

Het plangebied van de nieuwe woonwagenlocatie aan de Fernhoutstraat is gelegen binnen de zone van industrieterrein DAF/Kanaaldijk Noord en direct naast de velden van tennisvereniging De Doornakkers. Aangezien er nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de vergunde geluidsruimte van bedrijven worden gerealiseerd, dient hiertoe akoestisch onderzoek industrielawaai te worden uitgevoerd. Toetsing Gemeente Eindhoven heeft in april 2022 akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd naar de (on)mogelijkheden van geluidsreducerende maatregelen om de woonwagenstandplaatsen op deze locatie te realiseren. Conclusie In het kader van de zoektocht naar een nieuwe woonwagenlocatie binnen de gemeente Eindhoven is gebleken dat vestiging op de locatie ten zuiden van de tennisbanen aan de Fernhoutstraat in akoestische zin tot de mogelijkheden behoort. Wel moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan: Om de vergunde activiteiten / geluidsruimte van het aangrenzende tennispark niet te schaden moet aan de noordzijde tussen woonwagenstandplaats en tenniscomplex over de gehele lengte een scherm met een hoogte van 4 meter -gemeten vanaf de bestemming Wonen - Woonwagenstandplaats–2 - gerealiseerd worden en in stand worden gehouden.

Om inpassing binnen de geluidzone van industrieterrein DAF – Kanaaldijk Noord mogelijk te maken moet aan de zuidzijde van de woonwagenstandplaats over de gehele lengte van 58 meter een scherm worden gerealiseerd met een hoogte van 3 meter. Aan de westzijde moet het terrein worden voorzien van een geluidscherm van 17 meter lang, gemeten vanuit de noordwesthoek, waarvan het noordelijk deel 15 meter lang is en 2,5 meter hoog en het zuidelijk deel 2 meter lang is en 1,8 meter hoog. 38

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

Voor de woonwagenstandplaats dient een hogere waarde van 55 dB(A) etmaalwaarde te worden vastgesteld.

4.3.5

Luchtvaartlawaai

Het plangebied ligt op enige afstand (circa 9 km) van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet luchtvaart. Deze wet omvat een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, met uitzondering van Schiphol. In de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld met een militaire geluidsruimte voor militair vliegverkeer en een burgergeluidsruimte voor het commercieel burgermedegebruik. Het luchthavenbesluit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het Luchthavenbesluit is de 35 Ke geluidszone rond de luchthaven vastgelegd als grens van de geluidsbelasting van het gezamenlijke militaire en civiele vliegverkeer. Het plangebied ligt buiten deze vastgestelde geluidszone (35 Ke-contour). Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor onderhavig plangebied.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.

In Eindhoven is de jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 overal lager dan 20 microgram/m³. 4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

39

kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AMvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.4

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden.

40

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

4.4.5

Planbeschrijving en toetsing

Het plan omvat de aanleg van een vijftal woonwagenstandplaatsen en het realiseren van 5 woonwagens. Dit past binnen de getalsmatige begrenzing voor “niet in betekende mate” projecten. Het plan mag dan ook zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Daar woonwagens in de zin van het Besluit gevoelige bestemmingen niet als een gevoelige bestemming worden aangemerkt, hoeft niet aan dit besluit getoetst te worden. Conclusie Aangezien het plan niet meer dan 5 nieuwe woonwagens omvat, kan worden gesteld dat er geen sprake is van een “in betekende mate “ project zodat de realisatie van het plan niet zal leiden tot overschrijding van de luchtkwaliteitseisen. Het plan is ten aanzien van luchtkwaliteit niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening en vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Hierbij wordt ook een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid. 4.5.1

Wettelijk kader

Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'; Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

41

4.5.2

Gemeentelijk beleid: Visie Externe Veiligheid

Gemeente Eindhoven heeft in mei 2009 de “Visie externe veiligheid Eindhoven 2009 - Risico's de maat genomen” vastgesteld. Met deze visie geeft Eindhoven concreet richting en uitwerking aan een verantwoord veilige, integrale invulling van duurzame ruimtelijke ontwikkeling passend binnen de Brainportontwikkelingen en het Programma Brabant veiliger. In de visie wordt duidelijk gemaakt waar ruimte bestaat voor nieuwe risicovolle bedrijvigheid (domein fysieke stad) en onder welke veiligheidsverhogende condities (domein risicobron) dat mogelijk is. Tongelresche Akkers is aangewezen als een woongebied in de visie.

4.5.3

Inventarisatie risicobronnen plangebied

Hieronder wordt beschreven welke risicovolle inrichtingen in of nabij het gebied liggen, of er vervoer van gevaarlijke stoffen in het gebied plaatsvindt en of er risicovolle buisleidingen liggen.Bij de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de Risicokaart, waarop de relevante risicobronnen in beeld zijn gebracht.

figuur 1 uitsnede Risico geofundament

Uit de inventarisatie is gebleken dat in en rond het plangebied de volgende risicobronnen gesitueerd zijn Inrichtingen Gas Las Centrum Gas Las Centrum Eindhoven aan de Quinten Matsyslaan 33 is een inrichting die valt onder de werkingssfeer van het Bevi (artikel 1b van de Regeling externe veiligheid inrichtingen). De inrichting beschikt over een vergunning (19 december 2007) met een veranderingsvergunning d.d. 30 september 2010. Bij deze vergunning hoort een risicoanalyse (QRA) d.d. maart 2010. In deze QRA wordt het plaatsgebonden risico en groepsrisico vastgesteld. Deze QRA is te vinden in de bijlagen. Het invloedsgebied van Gas Las Centrum reikt grotendeels over het bestemmingsplan Tongelresche Akkers. Het plaatsgebonden risico blijft hierbij buiten het plangebied. Aangezien het invloedsgebied over het bestemmingsplan reikt dient het groepsrisico te worden verantwoord op grond van artikel 13 van het Bevi. 42

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

DAF Trucks De inrichting valt niet onder de werkingssfeer van het Bevi. Er is voor deze inrichting geen plaatsgebonden risico en aangezien DAF trucks niet onder de werkingssfeer van het Bevi valt is er geen verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Boma Coating Nabij het plangebied bevindt zich het bedrijf Boma Coating. De inrichting valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen, aangezien het bedrijf beschikt over een galvanische straat met procesinstallaties met toxische vloeistoffen. Het betreft hier een cyanide-houdend bad en bad met chroomtrioxide. De inrichting beschikt niet over een plaatsgebonden risicocontour of invloedsgebied die over het plangebied is gelegen. Gasdrukregel- en meetstations Aan de Kanaaldijk 129 zijn twee gasdruk meet- en regelstations gelegen, namelijk: Gasunie: hogedruk regelstation, 40>8 bar, capaciteit 92.000 m3 per uur. Rondom dit station moet een veiligheidsafstand van 25 meter in acht worden genomen. Binnen deze veiligheidsafstand mogen zich geen “categorie I” – objecten (kwetsbare objecten) bevinden. NRE: reduceerstation, 8 bar, categorie C. Rondom dit station moet een veiligheidsafstand van 20 meter in acht worden genomen. Binnen deze veiligheidsafstand mogen zich geen “categorie I” –objecten (kwetsbare objecten) bevinden.

Omdat beide stations in hetzelfde gebouw zijn ondergebracht, moet rondom het gebouw een veiligheidsafstand worden aangehouden van 25 meter tot woningbouw. De veiligheidsafstand reikt niet over het plangebied. De inrichting valt niet onder de werkingssfeer van het Bevi, waardoor het niet beschikt over een plaatsgebonden risicocontour of invloedsgebied. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmeringen voor het plan. Spoortraject Eindhoven-Weert De spoorlijn Eindhoven-Weert bevindt zich direct ten oosten van de wijk Tongelresche Akkers. Over deze spoorlijn vindt conform Basisnet transport plaats van gevaarlijke stoffen. Het traject beschikt over een plaatsgebonden risicocontour van 1 meter, een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter en er wordt volgens de “Visie externe veiligheid Eindhoven 2009 – risico's de maat genomen” een invloedsgebied gehanteerd van 200 meter. Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied. Gelet hierop hoeft het groepsrisico niet te worden verantwoord. Hogedruk aardgasleidingen Aan de zuidzijde van de wijk Tongelresche Akkers bevinden zich twee hogedruk aardgastransportleidingen van de Gasunie. Het betreft onderstaande leidinggegevens

Beide leidingen hebben geen plaatsgebonden risicocontour. Wel geldt er voor beide leidingen een belemmeringenstrook van 4 meter aan weerszijde vanaf het hart van de leiding. Noch de vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

43

leidingen noch de belemmeringenstrook liggen binnen het plangebied. Het invloedsgebied van de leidingen ligt ook niet over het plangebied. Verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) kan derhalve achterwege blijven.

4.5.4

Groepsverantwoording

Bij het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan dient het groepsrisico, conform artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, artikel 12 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes te worden verantwoord. Dat houdt in dat ingegaan moet worden op, de hoogte van het groepsrisico, eventuele maatregelen, de zelfredzaamheid, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid. Hiervoor dient advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio. Op 18 juni 2017 is advies ontvangen van de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost, Proactie en Preparatie Brandweer te Eindhoven. Samengevat luidt het advies als volgt: Advies Veiligheidsregio Over het bestemmingsplan hebben wij geen op- of aanmerkingen. Het groepsrisico verandert niet. De invloedsgebieden liggen niet over bestemmingen waar groepen verminderd zelfredzame personen zich kunnen bevinden. De bestrijdbaarheid voor de hulpdiensten blijft daarom hetzelfde. In 2012 (kenmerk P006618) en in 2016 (P023294) hebben wij over de deelgebieden van het bestemmingsplan Tongelresche Akkers geadviseerd. Verwerking advies Veiligheidsregio In het advies van de Veiligheidsregio van 18 juni 2017 wordt met betrekking tot beheersbaarheid en bestrijdbaarheid verwezen naar eerdere adviezen. De verwerking van deze adviezen is reeds opgenomen in eerdere plannen.

In het kader van dit bestemmingsplan wordt daarom hier niet nader op ingegaan. Verantwoording Gas Las Centrum Aan de Quinten Matsyslaan 33 ligt de inrichting Gas Las Centrum Eindhoven. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van deze inrichting, waardoor er een verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden. Dit wordt gedaan op grond van artikel 13 lid 1 onder a t/m i van het Bevi. Bepaling van de dichtheid van personen In de herziening van het bestemmingsplan is vastgesteld dat de samenstelling van de populatie is veranderd als gevolg van de komst van 5 woonwagens in het plangebied aan de Fernhoutstraat. De dichtheid wordt hiermee anders. Er worden 5*2,4 personen toegevoegd in het plangebied. Bepaling van het groepsrisico Het groepsrisico is berekend in de QRA van Gas Las Centrum Eindhoven uit maart 2010. Hierbij is geconcludeerd dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt. De GR-Curve is weergeven in onderstaande afbeelding. De QRA is opgenomen in de bijlagen

44

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

figuur 2 Groepsrisico huidige situatie

Figuur 3 Groepsrisico toekomstige situatie

Uit een nieuwe berekening (22 mei 2017), waarin de ontwikkeling van de vijf woonwagens aan de Fernhoutstraat is opgenomen, zijn geen verschillen met de vigerende situatie in de hoogte van het groepsrisico waargenomen.

Maatregelen aan de risicobron In de vigerende vergunning van 19-12-2007 is rekening gehouden met de best beschikbare techniek (BBT). Voor- en nadelen van andere mogelijkheden met lager groepsrisico Het plan maakt uitbreiding van 5 woonwagens mogelijk aan de Fernhoutstraat. De gemeente heeft gezocht naar andere locaties voor de woonwagens, echter is deze locatie als enige vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

45

geschikt gebleken. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Het aantal mensen neemt met 12 personen toe en er zullen geen groepen verminderd zelfredzame personen verblijven in het plangebied. Er zijn binnen het plangebied voldoende mogelijkheden om in geval van een calamiteit bij Gas Las Centrum in een veilige richting te vluchten.

4.5.5

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.6

Duurzaamheid

De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. In januari 2017 heeft de gemeenteraad in het Klimaatplan 2016-2020 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.

1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2016-2020 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is. 1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk.

Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom 46

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

rijden en slimme openbaar vervoerconcepten. 1C) warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz. 1D) duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zon-energie zijn er kansen in Eindhoven. 2 Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur.

In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken. 2A) duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen. 2B) geen afval In 2020 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval. 2C) flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw.

2D) deeleconomie/ as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten. Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik van het) product bij de leverancier.

3) Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen. Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding? 3A) biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

47

ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan. 3B) oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen.

4. Sociale basisbehoeften The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt). 4A) Klimaatadaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. In het Klimaatplan 2016-2020 is de ambitie opgenomen dat de gemeente Eindhoven in 2020 klimaatrobuust handelt en dat de gehele stad in 2050 klimaatrobuust is. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater.

Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress. 4B) gezonde verstedelijking Hieronder verstaan we: gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid en mogelijkheden om te bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte 4C) participatieve stad, betrokkenheid van burgers en bereikbare voorzieningen We betrekken onze inwoners graag bij de ontwikkelingen en veranderingen die hen aangaan. Dit leidt tot meer draagvlak en betere eindresultaten. Onze ambities op gebied van duurzame mobiliteit mogen niet leiden tot een geringere bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen. Specifiek Eindhovens Daarnaast is er nog een aantal factoren die we specifiek op dit moment en in deze stad belangrijk vinden en die we extra waarderen. Het gaat dan om de zichtbaarheid van de duurzame successen, de duurzaamheid van de betrokken partijen zelf (hun MVO beleid) en het aansluiten bij het DNA van Eindhoven: TDK (technologie, design en kennis). Wat dat laatste betreft sluit innovatie daar dus goed bij aan. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO is een integrale visie op een duurzame bedrijfsvoering.

Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt, maakt bij iedere bedrijfsbeslissing een afweging tussen de verschillende maatschappelijke en economische effecten hiervan, en houdt hierbij rekening met stakeholderbelangen. Elke bedrijfsbeslissing heeft immers invloed op de stakeholders (belanghebbenden) van een bedrijf. Dat kunnen medewerkers of klanten zijn, maar bijvoorbeeld ook omwonenden, leveranciers, investeerders en ook 'de maatschappij' in algemene zin.

48

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

4.6.1

Planbeschrijving

In onderhavig plan wordt op verschillende manieren een bijdrage geleverd aan duurzaamheid. Daarbij wordt vooral aandacht besteed aan zongericht bouwen en de EPC-eis uit het Bouwbesluit. Met name de toepassing van PV-panelen is een optie. Gezien de schaal van het planvoornemen wordt de realisatie van windturbines en/of warmte-koudeopslag niet realistisch geacht. Het planvoornemen houdt rekening met zongericht bouwen, door mogelijk te maken dat de dakvlakken gericht zijn op het zuiden/zuidoosten. Voorts dienen de woonwagens te voldoen aan de meest actuele eisen ten aanzien van isolatie en energieverbruik. Het Bouwbesluit kent voor woonwagens een minimale EPC-eis van 1,3. Deze zal de komende jaren mogelijk worden verscherpt, hetgeen past in de ambitie van gemeente om een energieneutrale stad te worden. De gemeente spant zich, binnen haar mogelijkheden, in om bouwers en ontwikkelaars vooruit te laten denken en woonwagens te bouwen die nu reeds aan de toekomstige eisen voldoen.

4.7

Bodem

Voor het gebied Tongelresche Akkers waarin het plangebied is gesitueerd zijn sinds de jaren negentig meer dan 25 onderzoeken gedaan inzake de bodem. Een scheiding valt te maken tussen het noordelijke terreindeel en het zuidelijke terreindeel. Het noordelijke terreindeel omvatte het gehele sportcomplex inclusief tennisbanen. De bodem van het noordelijke terreindeel is in het verleden voor de woonbestemming geschikt gemaakt en reeds grotendeels ontwikkeld. Op onderstaande afbeelding is het noordelijke terreindeel aangeduid met de cijfers 1, 2 en 9. Binnen het zuidelijke terreindeel bevonden zich de industriestrook en een voormalige woonwagenlocatie langs het Eindhovensch kanaal. Het zuidelijke terreindeel is op onderstaande afbeelding aangeduid met de letters A t/m D. Ter plaatste van dit gedeelte van het gebied zijn verontreinigingen geconstateerd welke gedeeltelijk zijn gesaneerd. Op onderstaande afbeelding zijn de nog te saneren verontreinigingen rood gemarkeerd

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

49

Het terrein gedeelte met de aanduiding letter A, met name 5A, is voor dit bestemmingsplan relevant. Dit betreft, zoals het op het vigerende bestemmingsplan is bestemd de locatie van tennisvereniging De Doornakkers aan de westzijde van het zuidelijke terreindeel. Dit gedeelte is, op de zone met aanduiding 5A na, geheel gesaneerd en gereed gemaakt voor de beoogde sport-, groen- en woonbestemmingen. De op bovenstaande afbeelding rood omlijnde gebieden dienen nog te worden gesaneerd. Dit geldt ter hoogte van aanduiding 5A (saneringsgeval A), De beschikbare bodemonderzoeken zijn veelal gedateerd (> 5 jaar). Dit betekent dat voorafgaand aan het verkrijgen van een omgevingsvergunning in de meeste gevallen een actualisatie van de bodemkwaliteit noodzakelijk is.

4.8

Natuur

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) en het bijbehorende Besluit natuurbescherming (Bnb) en de Regeling natuurbescherming (Rnb) in werking getreden. Door de inwerkingtreding van deze wet zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet komen te vervallen. De Wet natuurbescherming biedt het juridische kader voor het beschermen van dier- en plantensoorten in Nederland. In relatie tot een bestemmingsplan kan de aanwezigheid van beschermde soorten en/of het voorkomen van een beschermde leefomgeving van invloed zijn op de uitwerking van bestemmingen. Voorliggend bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die gevolgen hebben voor de gunstige staat van instandhouding van beschermde planten- of diersoorten. Zorgplicht Op alle in het wild voorkomende planten- en diersoorten, ongeacht of deze beschermd of vrijgesteld zijn of als een ontheffing is verkregen, is de zorgplicht van toepassing. De zorgplicht verplicht iedereen om voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende planten en dieren. Handelingen met nadelige gevolgen moeten zoveel mogelijk achterwege gelaten worden of er moeten maatregelen worden getroffen om nadelige gevolgen te 50

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

voorkomen of beperken. Gelet op de bestaande situatie van het plangebied is geen sprake van een bijzondere flora en fauna. Desondanks zal bij uitvoering van de werkzaamheden rekening worden gehouden met algemene broedvogels van stedelijk groen. Indien de beplanting buiten het broedseizoen wordt verwijderd, wordt overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming voorkomen en bestaan er geen ecologische belemmeringen inzake het planvoornemen. Gebiedsbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit.

Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheer-plan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000). Het is krachtens de Wnb verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2). Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden. Conform artikel 1.12 van de Wnb dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren.De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Onderzoeksresultaten Beschermde gebieden Het plangebied is niet gelegen in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux op circa 3 km afstand. Het plangebied maakt verder geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland ligt op circa 400 m afstand van het plangebied en vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

51

is hiervan gescheiden door het spoor en agrarische percelen. Gezien de aard van de ingrepen en de afstand van het plangebied tot beschermde gebieden, is een direct, negatief effect van de voorgenomen ruimtelijke ingrepen op de in deze beschermde gebieden aanwezige, beschermde soorten niet aannemelijk. Voor de woonwagens aan de Fernhoutstraat is een AERIUS berekening gemaakt om te bezien of de woonwagens depositie veroorzaken op een natura 2000-gebied. Bij de berekening is er vanuit gegaan dat de gebruiksfase de meeste depositie veroorzaakt. De woonwagens zullen op gas worden gestookt en er zijn vervoersbewegingen van en naar de locatie. Uit de berekening volgt dat er geen sprake is van een depositie op een natura 2000-gebied. Voor de realisatie van de woonwagens is derhalve geen passende beoordeling dan wel vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er is geen sprake van significante, negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden In deze staat de Wet natuurbescherming het bestemmingsplan niet in de weg Toetsing Gronden van het plangebied voor de nieuwe woonwagenlocatie is voor het grootste deel thans nog in gebruik ten behoeve van een van de te verplaatsen woonwagenstandplaatsen. De standplaats is geheel verhard.

Een klein gedeelte van de ten behoeve van de nieuwe woonwagenlocatie te ontwikkelen gronden is in gebruik voor de tijdelijke opslag van vervuilde grond. Ter plaatse is geen sprake van natuurwaarden. Tussen beide terreinen staan enkele bomen. Deze bomen zijn niet op de groenkaart opgenomen en vertegenwoordigen geen natuurwaarde. Binnen het plangebied zijn geen beschermde soorten te verwachten. Een onderzoek daar naar wordt daarom ook niet nodig geacht. Bij de ontwikkeling van de woonwagenlocatie zullen de gronden ter plaatse worden gesaneerd en de bomen worden verwijderd. Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat r het bestemmingsplan, i.c. de ontwikkeling van de nieuwe woonwagenlocatie, geen belemmering vormt voor Natuur.

4.9

Trillingen

Bij het aspect trillingen gaat het in de afweging meestal om bescherming tegen trillingshinder door personen. Er kan ook sprake zijn van verstoring van activiteiten door trillingen. Trillingen ontstaan doordat een bron (bijv. machines), eventueel via een gebouw, een kracht uitoefent op de bodem. De overdracht van de trillingen vindt plaats via de bodem, vloeren, wanden en dergelijke. Ondanks dat de sterkte van de trilling afneemt naarmate de afstand tot de bron groter wordt, kan de trilling hinder of zelfs schade opleveren. Wettelijk kader In Nederland bestaat geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Dit betekent niet dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen het aspect trillingen geen aandachtspunt is. De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Hierin is de zorg voor een goede ruimtelijke ordening voorgeschreven. Daarvoor is het nodig om mogelijke trillingshinder in kaart te brengen en deze te betrekken in de beoordeling. Er zijn een aantal richtlijnen en beleidsregels die worden gebruikt: SBR-richtlijn Beleidsregel trillinghinder spoor Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening SBR-richtlijn Een belangrijk en voor veel situaties te gebruiken hulpmiddel is de SBR-richtlijn "Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen".

De richtlijnen hebben alleen betrekking op trillingen die 52

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

van buiten het te beoordelen gebouw komen. Dat houdt in dat het gaat om trillingen die via de ondergrond en de funderingen het gebouw bereiken. Beoordeling trillingshinder Trillingshinder wordt beoordeeld aan de hand van het maximale trillingsniveau en het gemiddeld trillingsniveau. Dit is vergelijkbaar met het maximale geluidsniveau en het langtijd gemiddeld geluidsniveau bij de beoordeling van geluid. Voor een aantal typen trillingen en verschillende gebouwfuncties (wonen, onderwijs e.d.) staan in de richtlijn grens- en streefwaarden. Met een onderscheid tussen maximaal optredende trillingsniveaus en gemiddelde trillingsniveaus. Overschrijding van de streefwaarden leidt tot een reële kans op hinder. Beoordeling schade Voor schade aan gebouwen zijn grenswaarden opgenomen. Overschrijding van deze waarden wordt beoordeeld als een onacceptabele kans op schade. Daarmee is niet gezegd dat er ook schade optreedt. Evenmin is gegarandeerd dat er geen schade op zal treden wanneer de metingen onder de grenswaarden blijven. Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening Paragraaf 6.3.4 van de 'Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening' bevat een toetsingskader voor de beoordeling van trillingshinder door industriële activiteiten. De handreiking richt zich op de verlening van een omgevingsvergunning Milieu.

Dit toetsingskader is net als de SBR-richtlijn gebaseerd op het maximale trillingsniveau en het energetisch gemiddelde trillingsniveau. Toetsing Er vindt geen directe vertaling plaats van het aspect trilling in de juridische regeling van het bestemmingsplan (verbeelding en regels). Wel moet in de planvorming rekening worden gehouden met het aspect trilling in relatie tot toegelaten functies. Hierbij worden de volgende stappen doorlopen: Stap 1: vaststellen trillingsbronnen; Stap 2: vaststellen trillingsgevoelige functies; Stap 3: vaststellen of wordt voldaan aan de beoordelingskaders . Als uit het onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de richtlijnen, dan kan de trillingsbron en de trillingsgevoelige functie opgenomen worden in de juridische regeling van het bestemmingsplan. Als uit het onderzoek blijkt dat niet wordt voldaan aan de richtlijnen van de SBR is een volgende stap noodzakelijk. Stap 4: vaststellen of maatregelen technisch mogelijk zijn Stap 5: afweging maken of maatregelen betaalbaar (maatschappelijk haalbaar) zijn Stap 6: borging van de maatregelen De toepassing van deze stappen bij het plan voor deze woonwagenlocatie levert het volgende resultaat op: Stap 1: De bron is de (nieuwe) pers van de DAF.

Stap 2: De trillingsgevoelige functies zijn de woonwagens op circa 290 meter van de bron Stap 3: Op basis van de meetresultaten binnen een woning aan de Fagotstraat (afstand tot de bron circa 250 meter) worden vergelijkbare niveaus bij de woonwagens verwacht. Door de mogelijk slappere vloerconstructie is de kans groot dat de trillingssterkte hoger zal zijn dan de streefwaarden uit de SBR B voor nieuwe situaties in de nachtperiode. Stap 4: De technisch mogelijk e maatregelen betreffen het realiseren van een stijvere vloerconstructie en/of het trillingstechnisch ontkoppelen van de woonwagens door deze op trillingsdempende veren te plaatsen. Stap 5: De maatregelen zullen moeten worden betaald door Gemeente Eindhoven of Eigenaar woonwagen.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

53

Stap 6: Als borging wordt een planregel opgenomen met een voorwaardelijke verplichting met betrekking tot de trillingssterk te in de toekomstige woonwagens. In deze voorwaardelijke verplichting is opgenomen dat pas kan worden begonnen met de bouw van de woonwagen als uit onderzoek is gebleken dat de trillingssterkte in die woonwagen voldoet aan SBR richtlijn B, nieuwe situatie. Conclusie Ten zuiden van het plangebied ligt het industrieterrein van DAF. Het gebruik van hydraulische persen in de pershal van de DAF fabriek veroorzaakt trillingen die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat van de nieuw te bouwen woonwagens aan de Fernhoutstraat. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening dient te worden onderzocht of deze industriële trillingen gevolgen hebben voor de woonfunctie in het plangebied. Dit kan worden geborgd met een voorwaardelijke verplichting in de planregels. De trillingsniveaus als gevolg van de activiteiten in de pershal moeten voldoen aan de eisen uit de milieuvergunning van DAF. Deze eisen gelden ter plaatse van de meest nabij gelegen woningen. Omdat tussen woonwagenlocatie en de pershal diverse andere woningen zijn gesitueerd, dichterbij de relevante trillingen veroorzakende activiteiten, mag worden verondersteld dat bij de woonwagenlocatie ook zal worden voldaan aan de eisen uit de milieuvergunning van DAF.

54

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11852053/1