CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

22bst00622 - Bijlage 2a - Bestemmingsplan ‘II Tongelresche akkers

Gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling ex artikel 6:19 Awb bestemmingsplan 'II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat)27.039 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vastgesteld bestemmingsplan

II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat)

April 2022

II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat)

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Het plangebied

7

1.3

Voorgaande plannen

9

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

11

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader

13

3.1

Inleiding

13

3.2

Rijksbeleid

13

3.3

Provinciaal beleid

19

3.4

Gemeentelijk beleid

23

3.5

Volkshuisvesting

24

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

26

3.7

Verkeer en parkeren

27

3.8

Groen

31

3.9

Sport en recreatie

34

3.10

Kabels, leidingen en straalpaden

34

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

35

4.1

Milieueffectrapportage

35

4.2

Bedrijven en milieuzonering

36

4.3

Geluid

37

4.4

Luchtkwaliteit

39

4.5

Externe veiligheid

41

4.6

Duurzaamheid

46

4.7

Bodem

49

4.8

Natuur

50

4.9

Trillingen

52

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

55

5.1

Inleiding

55

5.2

Beleid

55

5.3

Beschrijving watersysteem plangebied

58

5.4

Advies/overleg waterschap

59

Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving

61

6.1

Algemeen

61

6.2

Planmethodiek

61

6.3

Verbeelding

61

6.4

Planregels

61

2

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 7 Handhaving

63

Hoofdstuk 8 Financiële aspecten

65

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

67

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

67

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

67

9.3

Inspraak

67

Bijlagen bij de toelichting

69

Regels

71

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

73

Artikel 1

Begrippen

73

Artikel 2

Wijze van meten

81

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

83

Artikel 3

Sport

83

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

85

Artikel 5

Wonen - Woonwagenstandplaats-2

87

Hoofdstuk 3 Algemene regels

91

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

91

Artikel 7

Algemene aanduidingsregels

93

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

95

Artikel 9

Overige regels

97

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

99

Artikel 10

Overgangsrecht

99

Artikel 11

Slotregel

101

Bijlage bij de regels

103

Bijlage 1

104

Besluit vaststelling hogere grenswaarden

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

3

4

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

De raad heeft destijds op 19 september 2006 het bestemmingsplan Tongelresche Akkers vastgesteld dat als juridisch planologisch kader dient voor de woningbouwontwikkeling in dit gebied van de wijk Tongelre. De woningbouwopgave is gericht op de ontwikkeling van circa 950 woningen op de gronden van een voormalig sportpark en woonwagencentrum en op gronden van enkele woonwagenstandplaatsen aan de Quinten Matsijslaan en de Kanaaldijk Noord. Deze losse woonwagenstandplaatsen liggen in het gebied voor de beoogde woningbouwontwikkeling. Inmiddels zijn circa 600 woningen in het gebied gerealiseerd, in aanbouw, dan wel vergund. Nu de verdere afbouw van het gebied aanstaande is, dienen de betreffende gronden te worden vrijgemaakt van de woonwagenstandplaatsen. In verband hiermee dienen deze nog overgebleven woonwagenstandplaatsen aan de Joost de Momperstraat en Kanaaldijk Noord te worden opgeheven en te worden verplaatst. Na een zoektocht naar mogelijke locaties voor de verplaatsing van de woonwagenstandplaatsen is uiteindelijk gekozen voor een locatie in Tongelresche Akkers op het niet afgebouwde zuidelijk gedeelte van het tennispaviljoen op de hoek van de Kanaaldijk Noord/Fernhoutstraat. Voor deze nieuwe woonwagenlocatie is het bestemmingsplan "II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat)" opgesteld.

Het bestemmingsplan "II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.

1.2

Het plangebied

Het plangebied van bestemmingsplan "II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat)" ligt in de oostelijke stadsrand van Eindhoven in de wijk Tongelre in het nieuwe woongebied ten zuidoosten van de buurt Doornakkers. Het plangebied, dat helemaal omringd is door het plangebied van het bestemmingsplan Tongelresche Akkers, wordt begrensd door het tenniscomplex in het noorden, de Fernhoutstraat in het westen, de woningen aan de Houtblazersstraat in het oosten en de oevers van het Eindhovens kanaal in het zuiden.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

7

figuur 1 Situering van het plangebied in de omgeving

figuur 2 begrenzing van het plangebied

8

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

1.3

Voorgaande plannen

Het bestemmingsplan "II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat)" vervangt deels het bestemmingsplan Tongelresche Akkers vastgesteld door de raad op 19 september 2006 en gedeeltelijk goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant bij besluit van 1 mei 2007, nummer 1230845. Op 6 februari 2008 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan (zaaknummer 200704804) waarbij het tegen het plan ingestelde beroep niet ontvankelijk is verklaard. Het plan is daarmee onherroepelijk geworden. Hieronder in figuur 3 is een uitsnede weergegeven van de plankaart van dat bestemmingsplan. De situering van het plangebied is met een rode lijn nader aangeduid.

figuur 3 Uitsnede plankaart bestemmingsplan Tongelresche Akkers

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

9

10

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

Beschrijving plangebied

De nieuwe woonwagenlocatie is gesitueerd binnen het deelgebied Kanaalzone van het nieuwe woongebied Tongelresche Akkers. De Kanaalzone wordt begrensd door de Quinten Matsyslaan en het Eindhovensch Kanaal. Naast de woonfunctie is binnen deze zone voorzien in de sportaccommodaties voor voetbal en tennis en in de zuidoostelijke hoek een woonwagenlocatie. In het zuidwestelijke gedeelte van deze zone is het tenniscomplex gevestigd. De gronden, waarop in het nog vigerende bestemmingsplan de bestemming sport is gelegd, zijn niet geheel in gebruik voor het tenniscomplex. Op deze gronden is immers nog een van de te verplaatsen woonwagenstandplaatsen gesitueerd.

figuur 4 bestaande situatie Deze gronden ten zuiden van het tenniscomplex zijn nu aangewezen als de nieuwe locatie waar de verspreid in Tongelresche Akkers (Quinten Matsyslaan en Kanaaldijk Oost) gesitueerde woonwagenstandplaatsen in verband met de afbouw van het woongebied naartoe zullen worden verplaatst. Op deze nieuwe woonwagenlocatie worden vijf standplaatsen voor woonwagens gerealiseerd. Ten behoeve van deze standplaatsen zal worden voorzien in een toegangsweg. De woonwagenlocatie wordt voorzien in een ontsluiting aan de Fernhoutstraat en aan de Houtblazersstraat. De ontsluiting aan de zijde van de Houtblazersstraat zal slechts toegankelijk zijn voor het langzaam verkeer en voor voertuigen van hulpverlenende instanties bij calamiteiten. Binnen het plangebied zijn geen wateroppervlaktes aanwezig. De groenstructuur wordt gevormd door het inrichtingsgroen in de openbare ruimte binnen het plangebied. De woonwagenlocatie grenst ten zuiden aan een groenzone waarvan een deel behoort tot een ecologische verbindingszone.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

11

figuur 5 Sfeerbeeld aanzicht vanaf de Fernhoutstraat

figuur 6 Sfeerbeeld aanzicht vanaf Eindhovensch Kanaal

12

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang.

In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. Hightech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemiecluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agrofood, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor. Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

13

ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: - Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); - Bestuurlijke prestatie-afspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); - Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); - Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft de rijksoverheid, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), een tweetal besluiten genomen. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Het Bro staat vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening, juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proces-eisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De (per 1 juli 2017 herziene) ladder voor duurzame verstedelijking werkt volgens twee stappen: 1. beschrijving/beoordeling van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt; 2. indien de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. Voordat wordt getoetst aan de treden van de ladder voor duurzame verstedelijking dient te worden vastgesteld of het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Indien hierin niet wordt voorzien kan een toetsing namelijk achterwege blijven. in artikel 3.1.6 lid 2 Bro is het volgende bepaald: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Artikel 1.1.1 aanhef en eerste lid onder i Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Vanaf 12 woningen is sprake van een stedelijke ontwikkeling.

Omdat het hier gaat over het realiseren van een vijftal standplaatsen voor vijf woonwagens is onderhavige ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling zoals in genoemd wetsartikel is voorgeschreven. 14

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

Conclusie Omdat in dit geval geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling is een ladderonderzoek niet nodig. Het bestemmingsplan is daarnaast in overeenstemming met de SVIR. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die de EHS vormen worden bij provinciale verordening aangewezen. Daarmee is de EHS een provinciaal belang geworden. Het plangebied is niet gelegen binnen het gebied van genoemde hoogspanningsleiding en ook niet binnen EHS-gebied. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. Hieronder wordt daar op ingegaan.

3.2.3

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied zijn de geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein relevant. Deze gebieden zijn op onderstaande kaart aangegeven. Blijkens deze kaart ligt het plangebied van onderhavig bestemmingsplan noch in noch in de nabijheid van de geluidzone en van het obstakelbeheergebied van vliegbasis Eindhoven/Eindhoven Airport.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

15

kaart militair luchtvaartterrein – Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro) Bron: http://wetten.overheid.nl

3.2.4

Luchthavenbesluit

In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit is het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer. Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 16

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

2. de obstakelbeheergebieden: Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Gelet op de situering van het plangebied van onderhavig bestemmingsplan ten opzichte van de obstakelbeheergebieden (vliegfunnel, ILS en IHCS) en het vogelbeheersgebied kan worden vastgesteld dat er geen sprake is van een conflictsituatie met de in deze gebieden opgelegde beperkingen.

3.2.5

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. een NDB; Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatie hulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn of haar positie bepalen.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

17

Kaart hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Rode lijnen= NDB.

Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt nog juist binnen dit radarverstoringsgebied. Gezien de maximaal toegestane bouwhoogte heeft dit echter geen consequenties.

18

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

Kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen-arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Gelet op de maximaal toegestane bouwhoogte binnen het plangebied zijn er geen consequenties voor deze bakens en radar voor het vliegverkeer.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2023 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

3.3.2

Structuurvisie

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

19

waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter-)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.

Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: 1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering. 2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen. 3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen.

De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. 20

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen. 4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden.

Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Op onderhavig bestemmingsplan zijn deze niet van toepassing. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant.

Voorliggend plan betreft de ontwikkeling van enkele woonwagenstandplaatsen in bestaand stedelijk gebied. Het project voorziet derhalve in een intensivering van de ter plaatse aanwezige woonfunctie en bebouwingsstructuur. Dit is in overeenstemming met het uitgangspunt zorgvuldig ruimtegebruik zoals dat in de beleidsvisie van de provincie in de SVRO is opgenomen. 3.3.3

Verordening Ruimte

Provinciale Staten van Noord-Brabant heeft op 7 februari 2014 de 'Verordening ruimte Noord Brabant' vastgesteld. Op 8 juli 2017 is de 'Wijziging Verordening Ruimte 2014, actualisatie 2017' vastgesteld. In de verordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waar ze aan toe zijn. De provincie stelt algemene regels die voor heel Brabant gelden, maar verdeelt het grondgebied ook in vier structuren waarvoor apart beleid geldt. Algemene regels In de verordening zijn algemene regels opgenomen die altijd en voor heel Brabant gelden. Deze regels hebben betrekking op zorgvuldig ruimtegebruik en op het bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit van Brabant. In het algemeen houdt dit in dat gebruikers van een gebied rekening houden met het karakter, de grootte en de functie ervan. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen belevingswaarde, toekomstwaarde en gebruikswaarde. Het doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Pas als dat niet kan, wordt gezocht naar de beste plek in het buitengebied om nieuwe ruimte te gebruiken. Daarnaast wil de provincie verouderde locaties in stedelijk gebied opnieuw invullen en ongewenste functies in het buitengebied saneren.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

21

Structuren (hoofdkaart) Verder onderscheidt de verordening de volgende vier structuren: Bestaand stedelijk gebied Natuur Netwerk Brabant Groenblauwe mantel Gemengd landelijk gebied Deze structuren zijn gekoppeld aan de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en zijn Brabant dekkend. Elk ruimtelijk oppervlak van Brabant valt onder één van deze structuren. Per structuur is uitgewerkt welke functies ontwikkeld kunnen worden en onder welke voorwaarden. De vier structuren staan op de hoofdkaart van de verordening.

Themakaarten Naast de hoofdkaart zijn er vijf themakaarten opgenomen in de Verordening Ruimte. Voor onderhavig plangebied is de themakaart 'Stedelijke ontwikkeling' van belang. Themakaart stedelijke ontwikkeling Op deze themakaart staan het bestaand stedelijk gebied, zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling, integratie stad-land en de regionale bedrijventerreinen. Het plangebied is aangeduid als 'Bestaand stedelijk gebied'. Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het bestaand stedelijke gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Conclusie Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding 'bestaand stedelijk gebied, zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling', dat primair is aangewezen voor stedelijke ontwikkelingen zoals woningbouw. Ondanks dat hier sprake is van een stedelijke ontwikkeling voor woningbouw 22

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

betreft het geen stedelijke ontwikkeling waarvoor een laddertoets als vermeld in artikel 3.1.6 Bro is vereist. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2 waarin dat nader is toegelicht. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het beleid zoals verwoord in de Verordening ruimte Noord-Brabant.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.

Kaart Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven Onderhavig plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid als 'Wonen'. Deze gronden zijn voornamelijk bedoeld voor wonen, inclusief alle afgeleide wijk- en buurtgerichte functies op het gebied van (middelbaar-/ basis-)onderwijs, zorg, opvang, cultuur, religieuze voorzieningen, ontspanning en vrije tijd, groen (o.a. buurt- en wijkparken, sportfaciliteiten en –velden, buurtontmoetingsruimten), detailhandel en werken (woonwerkcombinaties en kleine bedrijven met milieucategorie 1, 2 en gedeeltelijk 3). Deze functies zijn noodzakelijk voor het functioneren van een gebied als woongebied. Zij vallen dus onder deze definitie en worden niet afzonderlijk in beeld gebracht, mede omdat hun ruimtebeslag relatief beperkt is. vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

23

Conclusie Voorliggend plan omvat de realisatie van enkele woonwagenstandplaatsen en is daarmee in overeenstemming met het in de interimstructuurvisie aangewezen ruimtegebruik ten behoeve van wonen. Gelet hierop kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het beleid zoals verwoord in de Interimstructuurvisie 2009.

3.5

Volkshuisvesting

3.5.1

Regionaal beleid

De negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven(SGE) staan samen aan de lat om een woon- en leefklimaat van hoge kwaliteit te realiseren en de veranderende kwalitatieve en kwantitatieve vraag zo goed mogelijk te bedienen. Dit is een voorwaarde voor een aantrekkelijke vestigingsplek voor nieuwe inwoners en om te kunnen blijven concurreren met andere (inter)nationale topregio's. Dit gaat niet alleen. We hebben elkaar maar vooral bewoners en partners, zoals corporaties, ontwikkelaars, beleggers, bouwondernemingen en makelaars, nodig. Die investeren mee in de kwaliteit van de regio en het woonklimaat. Als samenwerkende partners in een creatieve regio zoeken we daarbij ook naar mogelijkheden om innovaties in het bouwproces te realiseren. Het Regionaal Ruimtelijk Overleg (gemeenten, provincie) heeft op 13 december 2017 het 'Afsprakenkader Wonen 2017' bekrachtigd dat door de afzonderlijke negen gemeenteraden is vastgesteld. Hierin zijn o.a. de volgende afspraken over woningbouwontwikkelingen opgenomen: 1. We geven ruim baan aan initiatieven die uitgaan van herstructurering, transformatie en inbreiding. Dit betreft de locaties binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals dat is aangegeven in de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant. 2.

Alle overige initiatieven stemmen we op elkaar af, waarbij het uitgangspunt is dat er geen nieuwe uitleglocaties worden ontwikkeld, tenzij het regionaal portefeuillehoudersoverleg hierover een unanieme beslissing neemt. Uitleglocaties liggen immers buiten het bestaand stedelijk gebied zoals aangegeven in de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant. 3. In principe beschouwen we de kwantitatieve provinciale prognoses 2017 als richtinggevend op het niveau van het Stedelijk Gebied. De indicatieve prognose voor Eindhoven is gemiddeld 1182 woningen per jaar voor de komende 10 jaar. Hierbij maken we zo optimaal mogelijk gebruik van de ruimte die de Brabantse Agenda Wonen biedt. Door de woningbouwontwikkelingen goed te monitoren kunnen we ingrijpen op het moment dat dat nodig is en voorkomen we dat goede plannen voor de korte termijn (2021) worden tegengehouden op basis van de programmering op langere termijn (2030). Hierdoor ontstaat meer ruimte om snel in te kunnen spelen op marktontwikkelingen. 4. Het Stedelijk Gebied Eindhoven heeft een bestuursopdracht voor de aanpak van negen majeure projecten gegeven. Deze opdracht wordt in 2018 concreet uitgewerkt en vervolgens jaarlijks gemonitord in SGE-verband en met de provincie. Het gaat hierbij vooral om een nadere positionering en profilering van de locatie in de regio, de daarop afgestemde programmering en de fasering in tijd.

Voor Eindhoven zijn Blixembosch, Tongelresche Akkers en Bosrijk/Meerrijk aangewezen als majeure projecten. Onderhavige ontwikkeling voorziet in een plan voor 5 woonwagenstandplaatsen. Van toevoeging van nieuwe woonwagenstandplaatsen is hier in principe geen sprake. Het gaat hier om verplaatsing van bestaande woonwagenstandplaatsen naar een nieuwe locatie in Tongelresche Akkers in verband met de herontwikkeling van de gronden van het voormalige sportcomplex Burgemeester van Engelandpark en het voormalige woonwagencentrum Doolplein. Dit is dus niet in strijd met de kwantitatieve prognose voor Eindhoven. Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant. Daarmee past het binnen de afspraken voor 24

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

woningbouwontwikkelingen. 3.5.2

Lokaal beleid

Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid verstaan we een gemengde en gevarieerde omgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. We staan voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. We verwachten dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Tot 2030 willen we minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg realiseren. Voor het gebied binnen de Rondweg staan met projecten als Strijp S, Stationsomgeving, NRE en Philips Lighting in deze periode al circa 5.000 nieuwe woningen in de planning.

Daarnaast is de wens dat boven winkels wooneenheden worden gerealiseerd en kantoren worden omgebouwd tot woningen. Hierin is de markt aan zet. Eindhoven formuleert in deze Woonvisie geen concreet woningbouwprogramma, gegoten in cijfers en categorieën. Dat zou niet passen bij de rol van een gemeente anno 2015. We willen ruimte geven aan de markt om gewenste ontwikkelingen te realiseren. Zonder op voorhand aan te geven wat-waar-wanneer gebouwd moet worden. Dat doen we door gebruik te maken van een model voor de onderbouwing van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven. Daarin vragen we van initiatiefnemers (projectontwikkelaars, corporaties, gemeentelijke grondexploitaties) om in te gaan op een aantal punten zoals bijvoorbeeld het marktsegment, het woonmilieu en de periode van oplevering. Solidaire stad Wij willen dat Eindhoven een samenleving is, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een steuntje in de rug nodig. We zorgen dat er voor hen een vangnet is. We hebben oog voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door. Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen.

Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst. De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'. Minimaal 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan huishoudens met een laag inkomen worden toegewezen. Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen. De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

25

Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. We zetten in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden. Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden. Innovatieve stad We gaan partijen uitdagen om klant georiënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen. Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen.

Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed. Verder willen we in de koopsector dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap. En we willen dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor de huishoudens met een hoger inkomen. Ook in de huursector is er sinds de herziening van de Woningwet meer aandacht voor mede-eigendom en zelfbeheer, bijvoorbeeld via het model van wooncoöperaties. Wooncoöperaties zijn een soort tussenvorm van huur en koop. Samen met de corporaties willen we de vraag naar deze eigendoms- en beheervorm en de mogelijkheden in Eindhoven onderzoeken. De verplaatsing van de vijf verspreid in Tongelresche Akkers gelegen woonwagenstandplaatsen naar deze nieuwe woonwagenlocatie is in overeenstemming met de afspraken met betrekking tot de beoogde woningbouwontwikkeling in het gebied.

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012' , dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te 26

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. Volgens de Archeologische Waardenkaart kent onderhavig plangebied geen archeologisch waardevolle gebieden of archeologische verwachtingsgebieden. Dit betekent dat in het bestemmingsplan geen regels over archeologie hoeven te worden opgenomen. Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens eventuele grondwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art. 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden. Gelet op het bovenstaande mag worden verondersteld dat archeologie geen belemmering is voor de realisatie van de woonwagenlocatie.

3.6.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Blijkens de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart zijn binnen het plangebied van onderhavig bestemmingsplan alsook in de directe omgeving geen cultuurhistorisch waardevolle objecten. Gelet hierop vormt het aspect cultuurhistorie ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van een nieuwe woonwagenlocatie.

3.7

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In deze paragraaf zijn de essentiële elementen voor het gebied rondom de dierenopvang beschreven. Autoverkeer De wegencategorisering is in Eindhoven op Weg geactualiseerd. Er is een nieuwe tussencategorie opgenomen ten opzichte van de vorige wegencategorisering: de zogenaamde 'wijk- en buurtontsluitingsweg'.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

27

In het plangebied zijn geen stroom-, gebiedsontsluitings of wijk- en buurtontsluitingswegen. De Ruysdaelbaan en Quinten Matsyslaan zijn de dichtstbijzijnde gebiedsontsluitingswegen. Binnen het plangebied is voorzien in een erftoegangsweg (30 km/u gebied). De Fernhoutstraat zal worden doorgetrokken langs de westzijde van de woonwagenlocatie. Via de in- en uitrit wordt de woonwagenlocatie ontsloten op de Fernhoutstraat. Op de woonwagenlocatie wordt voorzien in een weg ten behoeve van de ontsluiting van de afzonderlijke woonwagenstandplaatsen. Fietsverkeer Gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat drie soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. Deze fietsroutes zijn weergegeven in onderstaande afbeelding.

28

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

Door het plangebied lopen geen snelfiets-, primaire fiets- of secundaire fietsroute. In de nabijheid van het plangebied aan de Kanaaldijk Zuid ligt de snelfietsroute Oirschot - Helmond. De woonwagenlocatie zal voor het fietsverkeer bereikbaar zijn via de in- en uitrit aan de Fernhoutstraat aan de westzijde en via een fiets doorsteek aan de oostzijde die uitkomt op de Houtblazersstraat. Openbaar vervoer Eindhoven op Weg gaat uit van twee netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk van ontsluitende buslijnen.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

29

Door het plangebied liggen geen (H)OV-routes.

Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een bouwplan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Uitgangspunt daarbij is dat deze op eigen terrein worden gerealiseerd. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. De gemeente Eindhoven heeft de parkeernormen flexibeler gemaakt ten opzichte van de parkeernormen uit 2012, maar wel met voorwaarden om parkeeroverlast in woonwijken te voorkomen. Flexibele parkeernormen maken ontwikkelingen mogelijk die goed zijn voor de stad. Ook is het wenselijk dat er niet meer parkeerplekken worden gerealiseerd in de stad dan nodig. Dan blijft er meer ruimte over voor bijvoorbeeld groen of recreatie. Tot slot wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd, dus meer lopen, fietsen en openbaar vervoer-gebruik. Ontwikkelingen op locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer, die goede voorzieningen hebben voor fietsers en bijvoorbeeld deelauto's aanbieden, hebben minder ruimte nodig voor parkeren. Dat betekent ook dat bewoners op zo'n nieuwe locatie niet altijd recht hebben op een gemeentelijke parkeervergunning. Zo wordt meer mogelijk gemaakt en wordt gezorgd voor een goede leefbaarheid in wijken en buurten.

Ten aanzien van het parkeren dienen op basis van de parkeernorm uit de Nota Parkeernormen 2016 minimaal 1,6 parkeerplaats per woonwagen te worden opgericht. Dit komt neer op in totaal 9 parkeerplaatsen in het plangebied. Hierbij mogen parkeerplaatsen in de vorm van een enkele oprit voor 80% meegeteld worden als opstelplaats. Het plan voorziet in 5 parkeerplaatsen bij de 5 standplaatsen, aangevuld met 6 parkeerplaatsen in het openbare gebied. Dit geeft een totaal van 5 * 0,8 + 6 = 10 parkeerplaatsen, waarmee voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernormen. In de regels wordt de Nota Parkeernormen 2016 van toepassing verklaard bij het bepalen van de parkeerbehoefte op het moment dat omgevingsvergunningen worden aangevraagd. 30

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

Conclusie Deze nieuwe woonwagenlocatie met 5 woonwagenstandplaatsen zal niet leiden tot grote verkeersbewegingen waardoor verkeersmaatregelen noodzakelijk zijn. De extra verkeersbewegingen die zullen ontstaan kunnen zonder problemen worden afgewikkeld over de bestaande wegenstructuur rondom het plangebied. De parkeerbehoefte kan op de woonwagenlocatie en in de openbare ruimte worden opgevangen. De ontsluiting van de woonwagenlocatie volstaat. Gelet op het bovenstaande zijn er vanuit verkeersoogpunt geen belemmeringen ten aanzien van het plan.

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.

Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

31

Kaart Ruimtelijke Strategieën

Onderhavig plangebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als Stad, rood beeldbepalend. In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal.

Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. Van aantasting van groen is hier geen sprake. Conform het vigerende plan is op deze gronden de bestemming 'sport' gelegd. Deze bestemming is nog niet gerealiseerd omdat ter plaatse nog een van de te verplaatsen woonwagenstandplaatsen is gesitueerd. Van de sportfunctie op deze gronden is nu dus afgezien. Gezien het feitelijk gebruik van deze gronden zal de realisatie van een woonwagenlocatie niet leiden tot aantasting of verlies van groen en is groencompensatie hier niet aan de orde.

32

vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2015. Deze is op 7 april 2015 door de gemeenteraad vastgesteld en op 24 augustus 2016 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of of de Verordening Bomen 2015. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen Het bomenbeleid is gebaseerd op drie pijlers: behoud, versterking en ruimte voor dynamiek. Eindhoven wil een aantrekkelijke groene stad zijn en blijven. Bomen spelen daarbij een voorname rol. Een hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en recht doet aan het groene imago van de stad is waar de gemeente naar streeft. Duurzaam behoud van de groene signatuur staat voorop.

Het bomenbestand dient echter ook aan te sluiten op intensief gebruik van de openbare ruimte en de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent soms dat in een bepaalde situatie andere belangen preferabel zijn en bomen moeten wijken. Het bomenbeleid voorziet in die gevallen in de mogelijkheden tot mitigatie en compensatie. Groene kaart Een belangrijk onderdeel van de Verordening Bomen is de Groene Kaart. Het is een topografische kaart met daarop aangegeven de beschermde houtopstand. De Groene Kaart bevat verschillende categorieën houtopstanden. Voor bomen in gemeentelijk eigendom (publiek eigendom) kent de Groene Kaart zes categorieën: Monumentale bomen; Waardevolle bomen; Basisbomen; Bomen hoofdstructuur; Bomen nevenstructuur; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend. De Groene Kaart kent daarnaast voor bomen in particulier eigendom (privaat eigendom) drie categorieën: Waardevolle bomen; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend; Bomen op percelen van 500 m2 of groter. Voor het vellen van een houtopstand die deel uit maakt van tenminste één van deze categorieën is, behoudens een aantal vrijstellingen, een omgevingsvergunning verplicht. Nadere regels Bomen De Verordening is uitgewerkt in nadere regels Bomen. Deze zijn op 19 juli 2016 vastgesteld door het college en op 4 augustus 2016 in werking getreden.

De beleidsregels geven inzicht in de wijze waarop het college gebruik maakt van de aan haar in de Verordening toegekende bevoegdheden tot het aanwijzen en plaatsen van houtopstanden op de Groene Kaart. Tevens zijn richtlijnen uitgewerkt voor omgang met overlast, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de weigeringsgronden bij beoordeling van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in houtopstanden.

Het plangebied De nieuwe woonwagenlocatie is thans nog in gebruik ten behoeve van een van de te vastgesteld II Tongelresche Akkers (woonwagenlocatie Fernhoutstraat) Gemeente Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11852053/1