21bst01269 - Bijlage 1 - Deel A Visie - Inrichtingsplan Genneper Parken
Tekst van het document
Inrichtingsplan Genneper Parken Deel A: Visie
Titel document:
Inrichtingsplan Genneper Parken Deel A: Visie
Ondertitel:
Toekomst Genneper Parken
Referentie:
BG7775_M&I_RP_2108051406
Status:
P01.03/S0
Datum:
Friday, 06 August 2021
Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):
Genneper Parken BG7775 Corine Zwart, Onno de Vrind
Gecontroleerd door:
Sanne Laumen
Datum:
6 augustus 2021
Goedgekeurd door:
Datum:
6 augustus 2021
Toekomst Genneper Parken
2
Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3
Inleiding 4 Het proces 4 Toekomstbeeld Genneper Parken 4 Leeswijzer 5
2. 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.4.3
Feiten, kwaliteiten en opgaven 6 Context 6 Opgaven naar de toekomst 8 Strategische opgaven 8 Opgavenoverzichten 9 Feiten en kwaliteiten 11 Ruimtelijke beleidskaders 12 Groenbeleidsplan Eindhoven 2016-202 12 Handboek Genneper Parken 13 Overige beleidskaders 13
3. 3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.5
Ruimtelijke Visie Genneper Parken 15 Genneper Parken als achtertuin van alle eindhovenaren 17 Ruimtelijke visie op hoofdlijnen: de stip op de horizon 18 Versterken van de gebiedssferen 20 Algemeen 20 De beekdalen 20 Het cultuurlandschap 20 De visie functioneel uitgesplitst in 5 thema’s 23 Visie op klimaatbestendig en waterrobuust 24 Visie op natuur, biodiversiteit en landschap 26 Visie op sport, vitaliteit en recreatie 30 Visie op rust, ruimte, cultuurhistorie en identiteit 34 Visie mobiliteit, parkeren, bebouwing en horeca 38 Overall visie 43
4. 4.1 4.2 4.3 4.4
Beeldkwaliteitplan 45 Elk deelgebied zijn eigen sfeer 45 Diversiteit in beplanting 49 Eenheid in materialisering 51 Meer ruimte voor water 53
5. 5.1 5.2 5.3
De toekomst in beeld 55 Autonome ontwikkelingen 55 Korte termijn, uitvoeringsprogramma 60 Vergezicht voor Genneper parken 71
6.
Hoe verder? 74
Toekomst Genneper Parken
3
1.
Inleiding
In dit rapport leest u over de visie op de toekomst van de Genneper Parken. Deze visie is in de periode 2020 / 2021 opgesteld en bedoeld om de kwaliteiten die Genneper Parken te bieden heeft te beschermen en te versterken.
1.1
Het proces
Zowel de Visie als het uitvoeringsprogramma zijn tot stand gekomen in samenwerking met omwonenden en belanghebbenden. Hiervoor is het volgende proces doorlopen: • Sessie 10 februari 2020: Belangen uitwisselen en feiten en kwaliteiten vaststellen. • Sessie 3, 8 en 10 december 2020: Herstart proces en ophalen ideeën aan thematafels. • Sessie 25 februari 2021: Presentatie ideeënschets en uitwisselen gedachten hierover. • Sessie 15 en 21 juli 2021: Vastklikken visie en maatregelenkaart. Na kennismaking en het uitwisselen van feiten en belangen is samen met de deelnemers aan het gebiedsproces gekeken naar hoe de balans gevonden kan worden tussen water, natuur, cultuurhistorie, landschap, recreatie en de andere functies die Genneper Parken rijk is. Hierbij is in sessies vanuit de thema’s klimaatbestendig & waterrobuust, natuur & biodiversiteit, rust, ruimte, cultuurhistorie en identiteit en sport & vitaliteit eerst sectoraal naar ideeën en oplossingen gekeken. Deze zijn verzameld op een ideeënschets die vervolgens opnieuw met de groep stakeholders besproken is in de derde bijeenkomst. Hieruit is integraal een set van principes op hoofdlijnen (visie) gedestilleerd en zijn diverse uitgangspunten verbeeld en verwoord. De eerste sessie heeft in fysieke aanwezigheid plaatsgevonden. Vanwege de maatregelen in verband met het Corona-virus hebben de 3 laatste sessies digitaal plaatsgevonden.
Afsluitend is op 21 juli een inloopbijeenkomst georganiseerd voor deelnemers die graag nog in fysieke aanwezigheid van gedachten wilden wisselen. Wij danken iedereen van harte voor zijn/haar bijdrage aan het gebiedsproces!
1.2
Toekomstbeeld Genneper Parken
Het toekomstbeeld Genneper Parken bestaat uit vijf delen, namelijk Deel A: Toekomstvisie met enkele uitwerkingen, Deel B.1: Uitvoeringsprogramma, Deel B.2: Uitwerkingen van ideeën die tot het vergezicht behoren, Deel C: Achterliggende documenten en Deel D: Oplegnotitie. Deel A: De Toekomstvisie met enkele uitwerkingen Er is concreet gemaakt wat er nodig is om Genneper Parken te versterken en bestendig te maken voor de toekomst. Dit is beknopt in beeld en woord samengevat. Het plan bevat zowel een vergezicht (Visie) als een ruimtelijke vertaling van de maatregelen die op korte termijn uitgevoerd gaan worden, omdat daar zowel draagvlak als dekking voor gevonden is (Schetsontwerp). Deel B: Het uitvoeringsprogramma In een apart document is een nadere uitwerking van de voorgestelde maatregelen of projecten gegeven. Ook is benoemd, aan welke opgaven invulling gegeven wordt, wie de trekker is en hoeveel het ongeveer kost. Daarnaast is benoemd welk eventueel nader onderzoek daarvoor nog noodzakelijk geacht wordt en wie bij de nadere uitwerking betrokken moet worden. Hierbij is in het proces onderscheid gemaakt in 4 categorieën: 1. Projecten waar draagvlak en financiën voor beschikbaar zijn, die op korte termijn uitgevoerd kunnen worden. 2. Projecten waar draagvlak en financiën voor beschikbaar zijn, die op middenlange termijn uitgevoerd kunnen worden. 3.
Projecten waar draagvlak en naar verwachting financiën voor beschikbaar zijn, maar waar nog nadere onderzoeken voor nodig zijn om bijvoorbeeld de effectiviteit van de voorgestelde maatregelen vast te stellen. 4. Wensen/initiatieven/processen en droombeelden die tot het vergezicht behoren en waarvoor nog geen financiering beschikbaar is.
Toekomst Genneper Parken
4
Categorie 1 en 2 zijn opgenomen in Deel B.1. Deze maatregelen behoren tot het uitvoeringsprogramma. Categorie 3 en 4 zijn opgenomen in Deel B.2. Deze maatregelen zijn niet geprogrammeerd of hier dienen eerst nog nadere onderzoeken voor uitgevoerd te worden, voordat deze toegevoegd worden aan het uitvoeringsprogramma. Dit zijn dus ideeën die mogelijk in een later stadium nader uitgewerkt en uitgevoerd kunnen gaan worden. Deze behoren hiermee tot het vergezicht. De in deel B.2 gepresenteerde schetsen vormen mogelijke uitwerkingen van hoe deze projecten in een later stadium ingepast zouden kunnen worden. Op het moment dat dit gaat spelen dienen hier nog nadere afwegingen in gemaakt te worden.
1.3
Leeswijzer
Deel A is in dit rapport opgenomen. Hoofdstuk 2 gaat in op de feiten, kwaliteiten en opgaven. Hoofdstuk 3 beschrijft de visie en in hoofdstuk 4 volgt de uitwerking naar ontwerpprincipes en uitgangspunten. In hoofdstuk 5 staan de ontwerpen en maatregelen voor de korte termijn in woord en beeld uitgelegd en wordt een doorkijk gegeven naar de langere termijn in de vorm van een vergezicht. In hoofdstuk 6 is uiteengezet wat de uitkomst is en wat er in de nabije toekomst van het bestuur, de stakeholders en de ambtelijke groep verwacht wordt.
Deel C: Achterliggende documenten Tot dit deel horen de volgende documenten: • Deel C1: Opgavenoverzichten. • Deel C2: Feitenanalyse en kwaliteitsonderlegger. • Deel C3: Bijlagen van het uitvoeringsprogramma. • Deel C4: Verslagen van de gebiedsbijeenkomsten. • Deel C5: Afgevallen projecten / ideeën. Deel D: Oplegnotitie In deze notitie zijn naar aanleiding van het gebiedsproces op- of aanmerkingen op de concept stukken verzameld die nadere toelichting vragen of die niet in de stukken verwerkt zijn. Voor Genneper Parken is in het kader van het inrichtingsplan ook een iReport opgesteld. Door hier te klikken wordt u verwezen naar het iReport van Genneper Parken. Hier kunt u op een interactieve wijze door de stukken heen bladeren en treft u tevens de verslaglegging van het gebiedsproces.
Toekomst Genneper Parken
5
2.
Feiten, kwaliteiten en opgaven
2.1
Context
Topsport
In Genneper Parken komen cultuurhistorie, natuur, recreatie, water en (top) sport op een unieke manier samen. Het gebied is rijk aan houtsingels en reliëf en wordt daarnaast gekenmerkt door, spannende wandelpaadjes, het beeksysteem en monumenten, waaronder de Genneper watermolen en diverse langgevelboerderijen. In Genneper Parken noord (GP noord) treft men vooral een afwisseling van kleinschalige percelen, een molenbiotoop aan de zijde van de Dommel en een beemdenlandschap aan de zijde van de Tongelreep. Partijen zoals het Heempark, de molenaar, Dahliatuin, maar vooral de Genneper Hoeve met zorginstelling De Seizoenen vormen de hoeders van dit gebied en zorgen er samen met de gemeente voor dat de ecologische en cultuurhistorische kwaliteit van dit gebied hoog blijft en tegelijkertijd dat deze kwaliteiten op een gezonde, kleinschalige en duurzame wijze door mensen te beleven is, zowel recreatief als educatief. Genneper Parken zuid (GP zuid, het gebied ten zuiden van de Antoon Coolenlaan) kenmerkt zich meer door een afwisseling van grotere eenheden bos, bebouwing en open graslanden, maar ook hier treft men langs de Tongelreep een kleinschalig beemdenlandschap aan. Met de ontwikkeling van Eindhoven zijn vanaf de jaren ’30 diverse sportverenigingen ten zuiden van de Antoon Coolenlaan geland.
Het bijzondere is dat een deel hiervan inmiddels tot topsport behoort en dat deze samen in Genneper Parken beoefend worden. Denk hierbij aan FC Eindhoven, Oranje-Rood (hockey) en het Nationaal zwemcentrum De Tongelreep. Naast het beoefenen van sport maken ook de Fontys Sporthogeschool (onderwijs) en Topsupport (medisch) onderdeel uit van Genneper parken. Deze kwaliteiten worden gedragen door de ondergrond die gevormd is door de samenkomst van de Tongelreep en Dommel waar tussen een dekzandrug gelegen is. In de middeleeuwen is op de kop van deze dekzandrug een watermolen gebouwd en zijn paden (Genneperweg en de Velddoornweg) en ensembles van bebouwing met diverse Langgevelboerderijen ontstaan. Na de middeleeuwen zijn er diverse buitenverblijven, zoals Rapenburg, Het Slot, Heihoef (tegenwoordig Eikenburg) en de steenweg naar Maastricht aangelegd. Deze steenweg, nu de Aalsterweg, vormt
Cultuurhistorie
2 km²
Water en natuur Recreatie
Toekomst Genneper Parken
6
de oostelijke begrenzing van Genneper Parken. In 1866 volgde de opening van de spoorlijn tussen Eindhoven en Hasselt. Het spoor dat nu niet meer in zijn oude vorm aanwezig is, vormt met de Professor Holstlaan nu de westelijke begrenzing van het gebied.
afvalstortplaatsen opgeworpen, watert een groot deel van het rioolwatersysteem van de stad af op de Dommel en Tongelreep in Genneper Parken en zijn er diverse ondergrondse kabels en leidingen aangelegd. Bijvoorbeeld een afvalwaterleiding van het waterschap en diverse onttrekkingsputten en leidingen van Brabant Water. Door de diverse ontwikkelingen en het steeds uitvoeren van losse projecten is het gebied verrommeld en versnipperd geraakt. Het (recreatief) medegebruik door voetgangers en fietsers is hierdoor niet optimaal en ook de aanwezige flora en fauna heeft last van deze versnippering. Daarnaast hebben al die losse projecten geleid tot een grote diversiteit aan bouwwerken, verkeers-, groen- en meubilairoplossingen, waardoor een heldere identiteit van het gebied ontbreekt.
Met de groei van de stad nam de druk op Genneper Parken toe. De kaart van 1960 laat zien dat de wijken die rondom Genneper Parken gelegen zijn toen grotendeels al ontwikkeld waren en dat naast de sportfuncties ook Brabant Water, Philips (momenteel de High Tech Campus), een helicopterplatform en de Boutenslaan in en rondom het gebied zijn gevestigd. Na 1960 zet deze ontwikkeling door, wordt de Antoon Coolenlaan aangelegd en worden er functies zoals het trafostation en een ijsbaancomplex toegevoegd aan het gebied. Vervolgens zijn verspreid in Genneper Parken diverse sportvelden, een golfbaancomplex, het PreHistorisch dorp, een midgetgolfbaan (Paviljoen Genneper Parken) en diverse parkeergelegenheden toegevoegd. De ontwikkelingen hebben niet alleen hun weerslag gehad op de bovengrond. Ook ondergronds zijn er aanpassingen doorgevoerd. Zo zijn er dicht tegen de beken aan Toekomst Genneper Parken
7
2.2
Opgaven naar de toekomst
Inmiddels is het besef ontstaan dat de stedelijke ontwikkelingen de landschappelijke kwaliteit van Genneper Parken niet altijd ten goede zijn gekomen. En dat terwijl de nog immer groeiende omliggende stad een toenemende druk op dit gebied legt. Dit uit zich in een intensiever gebruik van Genneper Parken als ook in de schijnbaar constante behoefte om nieuwe functies aan het gebied toe te voegen. Deze toenemende druk heeft zowel sluimerende negatieve effecten op de natuur en de belevingswaarde van het gebied, als ook direct zichtbare effecten als het gaat om geluidsoverlast, zwerfafval, vandalisme en andere onwenselijke stadsrandeffecten zoals illegale drugshandel. Daarnaast staat de wereld niet stil: de wereldbevolking groeit, de global warming is een feit en weersextremen zullen vaker voorkomen. Genneper Parken zal zowel langere perioden van droogte als vaker hevige regenbuien te voorduren krijgen. Dat gecombineerd met de verwachte groei van Eindhoven naar 300.000 inwoners maakt het dat de druk op het gebied alleen maar zal toenemen. Het is aannemelijk dat hierdoor een verdere afname van zowel de verkeersveiligheid als de sociale veiligheid, natuurwaarden en het positieve imago van Genneper Parken verder onder druk komen te staan. Bovendien neemt de druk op de beschikbare grond toe als gevolg van de aanpassingen die nodig zijn om het systeem waterrobuust te maken.
Dit maakt het zeer urgent om nu een toekomst bestendig plan voor Genneper Parken te maken, zodat ook de volgende generatie Eindhovenaren kan blijven genieten van dit uniek stukje Eindhoven.
2.2.1
Strategische opgaven
Op basis van de Position Paper en het Uitvoeringsprogramma voor de Warmbeek/ Tongelreep hebben de gemeente, de provincie en Waterschap De Dommel, de ambitie geformuleerd om tot een integraal inrichtingsplan voor de Genneper Parken te komen. Het ‘motto’ van het inrichtingsplan is het creëren van optimale natuur en (be)leefbaarheid in een uniek cultuurhistorisch landschap dat tegelijkertijd klimaatrobuust gemaakt is voor de toekomst. Uitgangspunt is dat die optimalisatie qua klimaatrobuustheid / natuur / (be)leefbaarheid waar mogelijk versterkt en/of
De Gemeente Eindhoven heeft voor Genneper Parken in een cocreatief proces een Position Paper opgesteld. Hieruit zijn de volgende strategische opgaven naar voren gekomen en in 2019 vastgesteld: 1. Sterkere vitaliteitsfunctie: versterk de functie van Genneper Parken als groene sport- en vitaliteitscampus voor (Brainport) Eindhoven; mede in relatie tot de groeiende binnenstad en HTCE.
2. Bescherming cultuurhistorie: bevorder inhoudelijke samenhang en zonering met betrekking tot cultuurhistorie en spreiding van groeiende recreatie. Oorspronkelijke cultuurhistorie is schaars en biedt rust en bezinning: koester en versterk deze waar mogelijk door zonering/programmering zodat de kwetsbare delen ontlast worden op (te) drukke momenten. 3. Betere verbindingen: ‘bevrijd het park’ met verbeterde connecties tussen Genneper Parken en omliggende gebieden door de zuidelijke groene wig als geheel te versterken (voor mens en natuur). De omliggende wegenstructuur belemmert goede natuurlijke en menselijke verbinding, spreiding en beleving. 4. Heldere identiteit: verduidelijk de identiteit en uitstraling van Genneper Parken en de hele zuidelijke groene wig.
Toekomst Genneper Parken
8
verenigbaar is. Het behoud van de unieke waarden van het gebied staat hierbij voorop. Daarnaast hebben de provincie en diverse waterschappen in 2018 gewerkt aan het opstellen van de reisgids ‘op weg naar klimaatrobuuste beeklandschappen’. De reisgids is een uitnodiging aan boeren, ondernemers, bewoners en gemeenten om “samen op reis te gaan naar het realiseren van klimaatrobuuste beeklandschappen” en komt voort uit de Brabantse Omgevingsvisie waarin het ‘klimaatproof maken’ van Brabant als één van de vier maatschappelijke hoofdopgaven is verankerd. Als vervolg hierop is in 2019 het uitvoeringsprogramma Warmbeek-Tongelreep vastgesteld. Deze grensoverschrijdende samenwerking is ingericht met een intentieverklaring ondertekend door gemeenten, het waterschap en provincies in het stroomgebied van de Warmbeek-Tongelreep. De aanvullende strategische opgaven die hier centraal staan zijn:
2.2.2
Opgavenoverzichten
Tussen de strategische opgaven bestaan dwarsverbanden. Om verdieping in de opgaven aan te brengen en om tijdens de werksessies slagvaardig te werk te kunnen gaan, zijn de 7 strategische opgaven gebundeld in onderstaande 4 thema’s met elk hun eigen steunkleur: Blauw: Klimaatbestendig en waterrobuust (strategische opgave 5 & 6); Groen: Natuur, biodiversiteit en landschap (strategische opgaven 4 & 5); Geel: Sport, vitaliteit en recreatie (strategische opgave 1, 3, 4 & 7); Bruin: Rust, ruimte, cultuurhistorie, identiteit & functioneren (strategische opgaven 1, 2, 3, 4, 5, 6 & 7). In Deel C1 is aan de hand van deze thema´s een nadere uitwerking van de opgaven opgenomen. De achtergronden zijn beschreven en er is een overzicht gegeven van lopende projecten en initiatieven, wensen en potentiële projecten die voorafgaand aan het opstellen van de visie en hetuitvoeringsprogramma door de opdrachtgevers in kaart zijn gebracht. Deze krijgen in hoofdstuk 5 een ruimtelijke vertaling.
5. Het klimaatrobuust maken van het beeklandschap. 6. Het versterken en het verbinden van de natuurgebieden. Deze opgaven zijn in de eerste sessie met de betrokkenen van het gebiedsproces gedeeld en besproken. Naar aanleiding hiervan is de volgende strategische opgave toegevoegd: 7. Vergroten van de leefbaarheid, door het verbeteren van de verkeers- en sociale veiligheid.
Toekomst Genneper Parken
9
Toekomst Genneper Parken
10
2.3
Feiten en kwaliteiten
De opgavenoverzichten vormen samen met de feiten en analyse over de kwaliteiten de basis voor een afgewogen visie en uitvoeringsprogramma. Als eerste stap in het proces is daarom onderzocht hoe het gebied tot ontwikkeling is gekomen, wat er voorkomt en hoe het functioneert. In Deel C2 is de feitenanalyse en kwaliteitsonderlegger terug te vinden. In de eerste gebiedssessie is, naast de belangen van de groep deelnemers van het gebiedsproces, stil gestaan bij de feiten en kwaliteiten en zijn deze naar aanleiding hiervan aangevuld. In de feitenanalyse komen de volgende onderwerpen aan bod: • Abiotiek: Een overzicht van hoe het gebied is gevormd. • Watersysteem: Een overzicht van feiten over het beek-, grondwater- en het rioleringssysteem. • Biotiek: Een overzicht van welke soorten en habitats er in het gebied voorkomen. Dit betreft een bundeling van diverse ecologische onderzoeken die in het gebied uitgevoerd zijn. • Antropogeen: Een overzicht van hoe het gebied zich heeft ontwikkeld, welke archeologische- en cultuurhistorische waarden er aanwezig zijn, hoe de ondergrond is beïnvloed en hoe het huidige gebruik is. • Beleid- en ruimtelijke ordening: Een overzicht van de beleidssporen die op Genneper Parken van toepassing zijn, zoals het bestemmingsplan, natuurbeheerplan, groen-blauwe mantel, groenbeleidsplan, sport- en beweegvisie en parkeernota.
• •
De biotische waardenkaart, met een onderverdeling in de verschillende habitats voor flora en fauna die in het gebied terug te vinden zijn. De belevingswaardenkaart, waarop de diverse parksferen en zichtlijnen zijn weergegeven.
De kaarten tonen op diverse aspecten dwarsverbanden (fysieke als gebruiksrelaties). Zo vormen de ondergrond en het water de basis voor de cultuurhistorische waarden en vormen deze op hun beurt samen de basis voor de biotische- en belevingswaarden. Paragraaf 2.1 (context) van dit document geeft de samenvatting hiervan weer.
De feiten zijn met elkaar verbonden en samengevat in de kwaliteitsonderlegger. Deze bestaat uit een 5-tal basiskaarten, namelijk: • De niet levende ondergrond (hoogte-geomorfologie- bodem) met daarop in kleur alle van oudsher minst door de mens beïnvloedde en daarmee gave/ originele stukken. • Het watersysteem met daarop de werking van het watersysteem op hoofdlijnen weergegeven. • De cultuurhistorische waardenkaart met hierop weergegeven de waarden die nog in het gebied terug te vinden zijn. Toekomst Genneper Parken
11
2.4
Ruimtelijke beleidskaders
Met deze inrichtingsvisie wordt voortgeborduurd op bestaand beleid van zowel de provincie, het waterschap als de gemeente. Hieronder volgen enkele relevante zaken uit deze beleidskaders.
2.4.1
Groenbeleidsplan Eindhoven 2016-2026
In 1920 werd het stadje Eindhoven samengevoegd met vijf omliggende dorpen. De architecten Louis Kooken en Jos Cuypers kregen de opdracht een ontwerp voor ‘Groot Eindhoven’ te maken. Zij lieten zich inspireren door het model van de Engelse tuinstad van Ebenezer Howard. Geheel in lijn met diens gedachtengoed maakten ze zich sterk voor behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Een eeuw later vormen Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in Eindhoven reiken. Dankzij een fundamentele keuze, bijna honderd jaar geleden gemaakt, is Eindhoven van de vijf grote Nederlandse steden de groenste.
aan landschapselementen zoals houtwallen, bomenlanen, poelen en hagen en de extensief beheerde overhoekjes maken dat – ondanks de stadse drukte – veel soorten hier kunnen gedijen, en men daarvan kan genieten. Recreatie en natuur en landschapswaarden blijven hier goed in balans omdat het karakter van de verschillende gebiedsdelen wordt gekoesterd. Het zuidelijke deel van de wig huisvest hoogwaardige sportvoorzieningen zoals het Pieter van de Hoogenband Zwemstadion en de Fontys Sporthogeschool. In deze wig ligt ook de High Tech Campus. Groene wig De Karpen “(Dommelpark)” Een cultuurhistorisch landschap en bijzondere natuurwaarden bepalen het karakter van de wig aan de noordoostkant van de stad. Water vormt hier de rode draad in de vorm van de Dommel, De Kleine Dommel en de Karpendonkse Plas. Het gebruik is het meest intensief bij de campus van de TU/e en wat extensiever rond de Karpendonkse Plas Groene wig Brainport Park Het is een landschapspark met ruimte voor wonen, werken en recreatie; voor sporten, leren en werken. De identiteit van het gebied wordt bepaald door een opeenvolging van landschappen: een ontginningsbos met een landgoed, kleinschalige agrarisch gebied en een grootschalige jonge heideontginning. Het park is nog niet af, er is een nieuwe campus ‘Brainport Industries Campus’ in ontwikkeling.
Groene wig Genneper parken In het zuiden van de stad ligt de wig met daarin het recreatiegebied Genneper Parken. De beekdalen van Dommel en Tongelreep komen hier samen. Het karakter van deze wig wordt bepaald door een combinatie van een ecologisch waardevol beekdallandschap met een zeer hoge intensiteit aan recreatieve voorzieningen. Het landschapspark bestaat uit een kleinschalig, open, agrarisch landschap met aan weerszijden bosachtige gebieden. Het landschapspark kent door zijn historie, inrichting en het mede op natuurwaarden gericht beheer een hoge biodiversiteit met veel bijzondere vogel-, zoogdier-, amfibie en plantensoorten. De hoge dichtheid Bron: uitsnede uit de kaart ruimtelijke strategieën uit het Groenbeleidsplan 2016-2026
Toekomst Genneper Parken
12
Naast de gebiedsgerichte ambitie die onder andere voor bovengenoemde Groene wiggen zijn geformuleerd, zijn er ook een ambities vanuit thema’s, zoals duurzaamheid, innovatie en cultuurhistorie benoemd. In het groenbeleidsplan zijn deze doorvertaald naar ruimtelijke strategieën. Op Genneper Parken zijn de volgende strategieën van toepassing: structureel stadsgroen, multifunctioneel groen en natuur en landschap. In de feitenanalyse (deel C2) is een uitgebreidere
2.4.2
Handboek Genneper Parken
Het meest concrete document is het handboek “Genneper Parken” uit 2012 wat door de gemeente sinds die tijd als inspiratiekader fungeert voor ruimtelijke ontwikkelingen in de Genneper Parken. De kernkwaliteiten van de verschillende soorten parken, die samen de Genneper parken vormen, worden hierin beschreven aan de hand van sfeermakers en opbouw. Dit handboek maakt onderscheid in vier typen parken. Het Stadspark, Agrarisch park, Natuurpark en het Sportpark. Elk park bestaat daarnaast uit verschillende sferen. Deze 14 sferen maken Genneper Parken zo’n rijk en verrassend gebied! De volgende gebruiksvormen zijn als passend voor de stadsparken, Natuurparken en agrarische parken benoemd: biologisch eten en drinken, kunstzinnige uiting,
cultuurhistorie & archeologie, natuur en duurzaamheidseducatie, kleinschalige horeca & vergaderruimtes, rust en vrijheid, informatie en zorgen voor.
2.4.3
Overige beleidskaders
De feitenanalyse (deel C2) geeft naast het groenbeleidsplan een samenvatting van relevante punten uit het bestemminsplan, het Natuurnetwerk Brabant en de GroenBlauwe mantel. Belangrijk hierbij is dat een groot deel van Genneper Parken in het bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2019 (status voorontwerp) binnen de dubbelbestemming ‘cultuurhistorie’ valt. Het RAAP-rapport uit 2017 (zie feitenanalyse, deel C2) vormt hierbij de basis voor de bescherming van de hoog en zeer hoog gewaardeerde gebieden en landschapselementen.
Toekomst Genneper Parken
13
Toekomst Genneper Parken
14
3.
Ruimtelijke Visie Genneper Parken
Motto: Samen sterk.
Voor een gezond en waardevol Genneper Parken moet balans gevonden worden. Allereerst is een stevige en duurzame basis (het blauwe poppetje) nodig waar op de cultuurhistorische ingrediënten van de voorbije 100’den jaren (het rode poppetje) goed verankerd liggen. Daar bovenop balanceren de natuur (groene poppetje) en de huidige sportieve en (re)creatieve mens (gele poppetje). Waar het rode en het blauwe poppetje wat behoudend van karakter zijn, zijn het groene en gele poppetje dynamischer. Zij willen groeien en experimenteren. Het groene poppetje staat stevig met één been op het blauwe en één been op het rode poppetje. Het gele poppetje staat het wankelst. Deze staat met één been op het rode en één been op het groene poppetje. Als het gele poppetje te groot wordt, of te dynamisch heen en weer gaat wiebelen, stort het gehele bouwwerk in. Gelukkig is het gele poppetje zich bewust van het team, dat hem ondersteund en draagt. Samen vormen zij een prachtig geheel.
Waarom
De motivatie waarom we werken aan een gezond en waardevol Genneper Parken komt voort uit de 7 doelen, hieronder verbeeld in 7 icoontjes: Sterkere vitaliteitsfunctie
Klimaatrobuust
Beschermen cultuurhistorie
Versterken en verbinden natuur
Betere verbindingen
Vergroten leefbaarheid en (sociale) veiligheid
Heldere identiteit In paragraaf 3.4 is hiermee aangegeven aan welke doelen invulling gegeven wordt.
Hoe
In de zoektocht naar het vertalen van de abstracte doelen naar concrete inrichtingsvoorstellen, is om te beginnen bij elk doel één ontwerpprincipe gezet. Onderstaand de 7 ontwerpprincipes: 1. Bevorderen van gezond bewegen (wandelen-fietsen-skaten) boven het gebruik van de auto. 2. Zowel koesteren als herstellen van (verloren) cultuurhistorische (groen)
3. 4. 5. 6. 7.
structuren en elementen. Vergroten van de openbare toegankelijkheid. Creëren van 3 deelgebiedssferen, elk met hun eigen karakter. Meer ruimte en aandacht voor water. Meer en diverser groen realiseren en minder verharden. Vergroten van de sociale cohesie door ontmoetingen en samenwerkingen te stimuleren.
Navolgend worden deze bij de deelvisies (paragraaf 3.4) aangehaald onder het kopje ontwerpprincipes.
Wat
Het uitvoeringsprogramma (deel B.1) en het vergezicht (deel B.2) geeft antwoord op de WAT-vraag, namelijk wat kunnen we concreet op welke plek, wanneer doen? Dit Visie document staat met name stil bij de HOE-vraag en zijn enkele concrete suggesties over WAT opgenomen. Alles suggesties die op zowel draagkracht uit het gebied als dekking vanuit de opdrachtgevers kunnen rekenen, zijn uitgewerkt in deel B.1. Paragraaf 3.1 beschrijft de visie op Genneper Parken in een notendop. Paragraaf 3.2 en 3.3 gaan in op het droombeeld, algemene spelregels en hoe de diverse gebiedssferen versterkt worden.
Toekomst Genneper Parken
15
Landschappelijke zonering
Ontwikkelstrategiën
Toekomst Genneper Parken
16
De visie in een notendop
3.1
Genneper Parken als achtertuin van alle
Eindhovenaren Genneper Parken vormt één van de drie groene wiggen die Eindhoven kent. Daar waar het Brainportpark rond 1900 nog bestond uit onontgonnen heidevelden die in rap tempo bebost werden, daar werden de Karpen in die tijd gedomineerd door natte graslanden, beemden, heide en een enkele akker. Terwijl in de Karpen de akkers inmiddels volgebouwd zijn, kan Genneper parken nog vol trots oude onbebouwde akkers en natte hooilandjes laten zien. Wat dat betreft is het uiterlijk en het gebruik van Genneper Parken door de eeuwen heen niet zo heel veel veranderd. Of toch wel? Doordat in de loop van de vorige eeuw zich meerdere goed bezochte en gewaardeerde sportfaciliteiten vestigden in Genneper parken, kennen de meeste, enigszins sportieve, inwoners van Eindhoven Genneper parken wel. Velen van hen, die hier als kind al kwamen zwemmen of voetballen, zien Genneper parken als hun achtertuin. Ze zijn vertrouwd met wat ze allemaal in het gebied kunnen doen en vinden er hun weg wel. Juist deze sportieve kant van Genneper Parken gecombineerd met de landelijke sfeer van het boeren buitenleven in een cultuurhistorisch waardevol decor maken Genneper parken bij uitstek interessant voor de toekomstige bewoners van Eindhoven.
Eindhoven groeit als brainportregio en trekt niet alleen mensen aan die hier willen werken, maar vooral ook mensen die op zoek zijn naar een gezonde en vitale interessante en groene leefomgeving. En dat is precies wat Genneper parken te bieden heeft.
Het begint allemaal bij de beken. De Dommel en de Tongelreep stromen vanaf België via de Maas naar de zee en komen juist hier in Genneper Parken bij elkaar. Tussen deze beken ligt een relatief geïsoleerd eiland. Hier liggen de hogere zandgronden, die al eeuwen door boeren, burgers en buitenlui in gebruik zijn en waar een kleinschalig landschap ontsloten wordt door de Genneperweg. Ook nu nog fungeert deze Genneperweg als de ruggengraat van dit gebied. Vooral het gebied ten noorden van de Antoon Coolenlaan is een druk bezocht en een hooggewaardeerd uitloopgebied van Eindhoven. Deze kleinschalige groene kwaliteit gaan we uitbreiden, om ook in de toekomst de groeiende stroom bezoekers van dienst te kunnen zijn, zonder dat de parken ten onder gaan aan hun eigen succes. Hiertoe is uitbreiding van het kleinschalige landschap, zowel naar het noorden toe als richting het zuid-westen (richting de Eindhoven High Tech Campus, hierna HTC) essentieel. Meer biodiversiteit en meer kleinschalige landschapselementen, waarlangs ook meer mensen via zandpaadjes kunnen bewegen terwijl ze genieten van de rust en de natuur. Maar niet alleen rust en natuurzoekers trekken naar deze parken. Juist ook sportieve mensen vinden hier hun weg en hebben hier hun plek.
Daarom gaan we het sport en vitaliteitspark, dat met name op de oostoever van de Tongelreep ligt, opwaarderen en beter verbinden met de rest van het gebied. En niet alleen de mensen worden beter met het midden-eiland verbonden, ook voor diverse dieren zullen er veiligere routes van en naar deze parken ontwikkeld en versterkt worden. Hiertoe zal de auto letterlijk gas en ruimte terug nemen en zullen barrières zoals de Antoon Coolenlaan, Boutenslaan en Professor Holstlaan voor voetgangers, fietsers, water, dieren en koelte beter passeerbaar worden gemaakt.
Toekomst Genneper Parken
17
3.2 Ruimtelijke visie op hoofdlijnen: de stip op de horizon In deze paragraaf zijn de relatief abstracte strategische doelen naar meer concrete ontwerpuitgangspunten vertaald. Eerst is het droombeeld geschetst. Dit wordt gevolgd door algemene ontwerpprincipes. In paragraaf 3.3 volgt een doorvertaling naar uitgangspunten voor de 3-parksferen. Droombeeld Genneper Parken is de bron voor de mentale, fysieke en sociale vitaliteit van onze stadsbewoner, aan de oorsprong van Brainport Eindhoven. Door de ligging dicht bij de woongebieden en de unieke mix van functies en karakters vervult dit gebied een onmisbare rol voor een gezonde en duurzame toekomst. Dit betekent dat we toewerken naar een klimaatadaptief, groen en vitaal landschap met beleefbare unieke cultuurhistorische waarden, zowel nu als in de toekomst. Een gebied waar je als voetganger en fietser ongedwongen doorheen kunt bewegen en kan genieten van een afgewogen scala aan belevingen, beelden, verhalen, sferen en sporten en waarbij de natuur robuust en optimaal verbonden is met de omgeving. Algemene spelregels voor een duurzame toekomst 1.
Door dit gebied te behandelen als een herkenbare eenheid met daarbinnen een duidelijke zonering (conform de HOE-vraag 4) in zowel typen landschap als bijpassende typen van gebruik (natuur&water, cultuurhistorie en recreatie) kunnen heldere keuzes gemaakt worden en ontstaat een eenduidig toekomstbeeld, waarop duurzaam en verstandig gestuurd kan worden. Met respect voor zowel de vorming van het historische landschap (HOE-vraag 2: Zowel koesteren als herstellen van verloren gegane cultuurhistorische groenstructuren) als het huidige gebruik (worden een 3-tal gebiedssferen vastgesteld met elk hun eigen specifieke karakter en gebruik (4:Heldere identiteit). Binnen elke hoofdsfeer staat één type van gebruik centraal:
I.
In de beekdalen staan natuur & water op 1. Binnen de beekdalen zijn zowel delen aanwezig waar de ruige moerasbosnatuur overheerst, maar is ook cultuur-natuur in de vorm van een beemdenlandschap aanwezig. Daarnaast kent de Dommel bovendien het molenbiotoop, wat ook een grote mate van menselijk ingrijpen kent (blauw). II. Cultuurhistorisch kleinschalig grondgebonden eco-agrarisch landschap, gelegen op de hogere drogere gronden (bruin) met enkele eiken en dennen bossen (donkergroen) en heidevelden (paars). Binnen dit cultuurhistorisch landschap zijn zeker ook gebieden te vinden waar de natuur dominant aanwezig is. Zoals in de diverse oudere bossen. Daarnaast wordt de sfeer van bijvoorbeeld de golfbaan in grote mate juist ook door het recreatieve/sportieve gebruik bepaald. Toch blijft de hoofdsfeer van dit gebied: het kleinschalige cultuurhistorische landschap (bruin). III. In de stads- en sportparken staat nadrukkelijk het recreatieve gebruik als stedelijk uitloop gebied centraal. Als hier door inrichtingsmaatregelen de biodiversiteit verhoogd kan worden, dan moeten we dat zeker doen. Ook als er kansen zijn om oude lijnen of routes te herstellen dan verhoogd dat de totale belevingskwaliteit en samenhang binnen Genneper Parken als totaal. Er zijn twee typen park te onderscheiden: • Stadsparken, gelegen tussen de wijken en beekdalen en ten noorden van Genneper Parken (groen).
• Sport en vitaliteitscampus gelegen ten oosten van de Tongelreep (geel).
Toekomst Genneper Parken
18
2. Binnen elk gebied liggen gronden, gebouwen, beplantingen, waterstructuren en routes die in meer of mindere mate gewaardeerd worden omdat ze uniek en specifiek en waardevol zijn voor Genneper Parken (2: Bescherming cultuurhistorie). De cultuurhistorische waardenkaart uit het RAAP rapport uit 2017 vormt hier een belangrijke basis voor. Door op kaart aan te geven welke vlakken, elementen en structuren welke waarden hebben, wordt duidelijk welke gebieden zich in de toekomst lenen om te “bevriezen”, te versterken, dan wel ‘te veranderen”. Naast de cultuurhistorische waarden zijn bij deze vlakindeling ook de ontwikkelingsstrategieën vanuit het Groenbeleidsplan meegenomen. Binnen Genneper Parken gaat het 3 ontwikkelingsstrategieën: I. Behouden of Bevriezen. Deze gebieden zijn van dusdanige hoge waarden voor zowel de recreatieve bezoeker, de natuur als het in stand houden van de cultuurhistorie, dat ze bestempeld worden als “te koesteren”. Dit zijn de gebieden waar veel NEE gezegd moet worden tegen nieuwe ontwikkelingen en initiatieven. Deze gebieden zijn nu al op orde en hier wordt bedachtzaam mee omgesprongen. II. Versterken geeft die gebieden aan die in de basis op orde zijn wat beleving en gebruik betreft. Echter het maximaal haalbare is nog niet bereikt. In potentie kunnen deze gebieden van nog meer waarde worden.
Dit kunnen versterkingen zijn op zowel het recreatieve, het cultuurhistorische als het biodiversiteits- en klimaatbestendig vlak. Dit zijn de gebieden waar Nee, tenzij gezegd wordt en waar zeker ruimte is voor versterking. III. Veranderen (Experimenteren en leren). Dit zijn gebieden waar -passendeinitiatieven met Ja, mits of met Ja, graag ontvangen zullen worden, omdat ze met hun huidige verschijningsvorm en/of gebruik niet echt bijzonder of karakteristiek voor Genneper Parken gewaardeerd worden. 3. Het is alleen toegestaan om aanpassingen aan Genneper Parken te doen als voor het optimaal functioneren van het gebied aanpassingen nodig zijn. Hiertoe worden veranderingen gerekend die direct verband houden met: • Het kunnen handhaven en versterken van de huidige cultuurhistorische (2: Beschermen cultuurhistorie) en groene (6: versterken en verbinden natuur) kwaliteiten;
• • •
een toename van bezoekers uit Eindhoven (autonome groei) (1:Sterkere vitaliteitsfunctie); het veranderende klimaat (5:Klimaatbestendig en water robuust); onveilige (verkeers-) situaties voor mens en dier (3: Betere verbindingen en 7: Vergroten van de leefbaarheid en (sociale) veiligheid);
Deze aanpassingen zijn vervolgens alleen toegestaan mits ze passen binnen de in deze visie omschreven en verbeelden doelen en deelgebiedssferen (4: Heldere identiteit). 4. Alle veranderingen en aanpassingen binnen Genneper Parken moeten van aantoonbare meerwaarde zijn voor Genneper Parken en bijdragen aan het verwezenlijken van de visie op Genneper Parken. De volgende basis ontwerpprincipes zijn hierbij leidend. In paragraaf 3.3 zijn deze nader toegelicht. 1. Bevorderen van gezond bewegen (wandelen-fietsen-skaten) boven het gebruik van de auto 2. Zowel koesteren als herstellen van verloren gegane cultuurhistorische groenstructuren. 3. Vergroten van de openbare en ecologische toegankelijkheid. 4. Creëren van 3 deelgebiedssferen, elk met hun eigen karakter. 5. Meer ruimte en aandacht voor water. 6. Meer en diverser groen aanleggen en beheren en minder verharden. 7. Vergroten van de sociale cohesie door ontmoetingen en samenwerkingen te stimuleren. 5. Haastige spoed is zelden goed. Gepleit wordt voor een bedachtzaam, zorgvuldig en voorzichtig omgaan met deze groene long van Eindhoven, redenerend vanuit de draagkracht van het parklandschap. Concreet wordt hiermee bedoeld dat, als zorgvuldigheid daarom vraagt, ruimtelijke ingrepen vertraging op mogen lopen (2:bescherming cultuurhistorie).
Kortom: Elke ruimtelijke opgave moet integraal en gebiedsgericht aangepakt worden en elke ingreep moet bij voorkeur meerdere doelen vervullen. Toekomst Genneper Parken
19
3.3
Versterken van de gebiedssferen
Het droombeeld en de spelregels vertalen zich als volgt in uitgangspunten en randvoorwaarden om Genneper Parken te versterken.
3.3.1
Algemeen
In algemene zin wordt ingezet op het versterken van de totale veelzijdige identiteit, zoals in het handboek Genneper Parken vastgelegd is. Om de groene kernkwaliteiten van de parken beter tot hun recht te laten komen, wordt toegewerkt naar meer rust en eenvoud in de aankleding van de openbare ruimte. Hiertoe worden, de komende jaren, per hoofdsfeer alle elementen in de openbare ruimte in vorm en functie (uiterlijk en gebruik) op elkaar afgestemd en gelijk getrokken. Dit is straks terug te zien in het meubilair, de typen verhardingen, beplantingen, verlichting en bewegwijzering. Ook is het van belang om het plaatselijk verrommelde landschap op te schonen en te versterken door hekken te vervangen door (prikkel)hagen. Het verwijderen van overtollige verkeersborden, paaltjes, en andere in de afgelopen 10 tallen jaren toegevoegde elementen is onderdeel van deze kwaliteitsimpuls. Daarnaast inzetten op het tegen gaan van vandalisme door het verhaal van de bijzondere kwaliteiten van Genneper Parken uit te dragen, zodat de bewustwording bij bezoekers vergroot en men zich fatsoenlijk in het gebied gedraagt.
3.3.2
De beekdalen
De beekdalen vormen de dragers van het gebied. Hier staan voldoende ruimte voor water, natte natuur en voor beekgebonden flora en fauna centraal. Het cultuurhistorische beemdenlandschap en het molenbiotoop bij de Dommel vormen binnen deze natuur de historische verbijzonderingen. In deze natuurgebieden wordt terughoudend omgegaan met functies zoals recreatie en sport. Het natuurgebied kent geen bebouwing noch verharding, het is er rustig en ’s nachts is het er donker.
3.3.3
Het cultuurlandschap
Het cultuurlandschap van Gennep (gebied ten noorden van de Antoon Coolenlaan), dat net zoals de beekdalen zeer gewaardeerd wordt, vormt het agrarische hart van het gebied waar ook ruimte aanwezig is voor recreatief medegebruik. Mensen komen er om te onthaasten of juist om te versnellen. Dit vooral in de vorm van wandelen en hardlopen en bij de hoofdwegen ook fietsend. Rondom het agrarische hart, dat gevormd wordt door de ensembles van de Genneper watermolen en Genneper Hoeve, liggen potenties voor structuurversterking en uitbreiding van dit waardevolle landschap. Binnen dit landschap staat het op een duurzame, diervriendelijk wijze produceren van gezond voedsel centraal in een landschap dat cultuurhistorische waarden heeft. De bodem wordt hier als kostbaar bezit gezien waar zorgvuldig mee omgesprongen wordt. Zo levert het organisch bemesten van de landen een beter vochtvasthoudende bodemstructuur op, wat gunstig uitwerkt ten tijde van droogte. Door het landschap tussen de Genneper Hoeve en de Boutenslaan en het gebied tussen de manege en de Professor Holstlaan zowel ruimtelijk als functioneel beter aan te sluiten op het bestaande hoog gewaardeerde landschap rondom de Genneper Hoeve neemt de omvang van dit kleinschalige landschap toe.
Naast dat hiermee de landschappelijke en intrinsieke gebruikswaarde van het gebied toeneemt, ontstaat hiermee ook meer spreiding van recreatieve druk vanuit Gennep richting de rest van het gebied, waaronder ook enkele verborgen pareltjes in Genneper Parken zuid. Belangrijke voorwaarden om dit te bereiken, liggen in het (klimaat-) robuust maken van het water- en ecosysteem, het verbeteren van de verbindingen voor ecologie en recreatie met de omgeving (High Tech Campus, Eikenburg en het Natura2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux) en in het wijzigen van het beleid ten aanzien van verkeer. De voetgangers en fietsers komen centraal te staan en de auto te gast. Het accent komt te liggen op een groen grondgebonden agrarisch cultuurhistorisch landschap waar je ongedwongen kunt bewegen, zonder tegen ‘(verdedigings)hekken’ op te lopen en waarbij je een afgewogen scala aan belevingen, beelden verhalen en sferen tegenkomt. Dit landschap kent enkele pleisterplekken, de historische gehugten, waar de recreant voorzieningen aantreft, zoals een picknick bank, Toekomst Genneper Parken
20
informatieborden en/of een terras met toilet. Het cultuurlandschap kent enkele verspreide bebouwingen aan de ontginnings-as, het is er relatief rustig en ’s nachts worden alleen die delen slim en sfeervol verlicht waar dat echt wenselijk is.
3.3.5
De parken
Genneper Parken wordt omgeven door stadsparken, zoals het Dommelplantsoen nabij het Van Maerlantcollege en het Tom Smitspark aan de Vleut. In deze parken vindt je de typische stadsrandsfuncties, zoals sportvelden, trimroutes, speeltoestellen, zonneweides, wandelroutes, sierperken, vijvers en bankjes. Omdat deze parken het dichtste bij de stad liggen, vangen zij de eerste uitloop van de aanliggende wijken op. Deze parken vormen de overgangszone tussen de stad- en het ‘platteland”. Door de stadsparken aan de randen van Genneper Parken te versterken ontstaat naar verwachting minder drukte in de beekdalen en in het cultuurlandschap. Hiervoor is het nodig om ontbrekende schakels in het wandelpadensysteem weg te nemen en om de onderdoorgang bij de Boutenslaan op te waarderen. Dit niet alleen voor wandelaars en fietsers, maar ook voor ecologie, koelte-geleiding en de beleving van de landschappelijke waarden. Verder kennen de stadsparken nauwelijks bebouwing, het is er gezellig druk en ’s nachts worden de paden in de parken sfeervol verlicht.
gebouwen van dit sport- en vitaliteitspark staat bewegen en gezondheid centraal, ook in de openbare ruimte zullen vrij toegankelijke sportieve routes en beweegpunten aanwezig zijn. Het sportieve gebruik van de buitenruimte breidt zich vanuit het sportpark subtiel uit naar de stadsparken en het cultuurlandschap, zonder daarbij duidelijk fysieke veranderingen in het cultuurlandschap toe te voegen. Middels apps kunnen routes en fitnes oefeningen gecommuniceerd worden, waardoor voorkomen wordt dat de openbare ruimte straks vol met toelichtende borden en bordjes komt te staan. De sportparken kennen veel bebouwing, het is er gezellig druk en ’s nachts worden de paden hier goed verlicht.
Het sportpark, dat een belangrijke (top)sport- en vitaliteitsfunctie voor de regio vervult en gezien de geschiedenis van enkele van deze clubs ook inmiddels tot de cultuurhistorie van Eindhoven behoort, wordt aantrekkelijker gemaakt voor voetgangers en fietsers en directer verbonden met de rest van Genneper Parken. Door investeringen op de korte en lange termijn neemt de belevingswaarde van dit gebied toe. De diverse sport- en vitaliteitsfuncties richten hun voorkanten op de sport- en vitaliteitsboulevard of op de pleintjes aan deze boulevard. Deze boulevard vormt een aangename en veilige langzaam verkeerroute tussen de nieuwe P& R en het plein voor het Nationaal zwemcentrum de Tongelreep. Door aanpassingen in de openbare ruimte zal de bereikbaarheid voor de voetganger en fietser toenemen. Ook zal door het verbinden en inrichten van een nieuw pleintje in het hart van het sportpark de cohesie tussen de diverse sportfuncties toenemen en de openbare ruimte meer onderdeel uit gaan maken van het gehele sportpark. Niet alleen in de
Toekomst Genneper Parken
21
Toekomst Genneper Parken
22
3.4
De visie functioneel uitgesplitst in 5 thema’s
Om bovenstaande sferen ruimtelijk te bereiken leggen we om te beginnen een stevige klimaatrobuuste basis aan in zowel het watersysteem als in het landgebruik. Daarnaast is het goed begrijpen en sturen op behoud van de landschappelijke diversiteit en het verdelen van de mensenstromen zeer belangrijk om de beleving van ‘ongestoord genieten in het groen” te kunnen waarborgen. Deze groene oase illusie wordt bereikt door actief in te zetten op versterking van zowel groen, natuur en water als op versterking van een vitaal en beleefbaar landschap. Navolgend is dit verwoord in de volgende 5 thema’s: 1. Klimaatbestendig en waterrobuust. 2. Natuur, biodiversiteit en landschap. 3. Sport, vitaliteit en recreatie. 4. Rust, ruimte, cultuurhistorie, identiteit en beleefbaarheid. 5. Mobiliteit, parkeren, bebouwing en horeca. Per thema is het doel nader omschreven en is antwoord gegeven op de vraag hoe deze doelen bereikt gaan worden. Dit in de vorm van een opsomming van uitgangspunten. In hoofdstuk 4 en 5 krijgen deze vaak nog wat abstracte uitgangspunten een gezicht in de vorm van enkele visualisaties. In Deel B.1 en Deel B.2 zijn deze nader uitgewerkt, onderbouwd en op kosten gezet.
Toekomst Genneper Parken
23
Visie klimaatbestendig en waterrobuust 3.4.1
Visie op klimaatbestendig en waterrobuust
Doel Het realiseren van een watersysteem dat robuust, wendbaar en in balans is met haar omgeving. Een waterrobuust en klimaatbestendig systeem vormt de basis voor behoud en versterking van de landschappelijke kwaliteit, ecologische waarden en het watersysteem in het grotere geheel. Ontwerpprincipes 5. Meer ruimte en aandacht voor water. 6. Meer en diverser groen aanleggen en beheren en minder verharden. Hoe waterrobuust? Het systeem wordt waterrobuust door meer water in het gebied vast te houden en door het bieden van bergingscapaciteit om piekafvoeren van het beeksysteem en de omliggende stad op te vangen. Hier kan op diverse wijze vorm aan gegeven worden. Hieronder staan enkele denkrichtingen genoemd: • Slootjes dempen en aanbrengen van stuwtjes om water op de hoge kop tussen de beken en bij de beekdalflanken vast te houden. • Verharde terreinen op de hoge kop tussen de beken afkoppelen en dit water hier laten infiltreren. • Het vasthouden van water bij de sportvelden door de drainage hier aan te passen (Blauwe Sportparken). • Het (eventueel) vasthouden van beekwater van de Tongelreep door dit water bij natte perioden ‘om te leiden’ en middels een infiltratiesloot het grondwatersysteem aan te laten vullen, zodat de grondwaterstanden in het gebied langs deze infiltratiesloot verhoogd worden.
• Herstel van het beekdal van de Tongelreep door bijvoorbeeld: ◦ Zoveel mogelijk in het verleden opgehoogde terreindelen in het beekdal weer te verlagen. ◦ Het niveau van de beekbodem te verhogen, zodat de ontwateringsbasis van het gehele gebied hoger komt te liggen. ◦ De onnatuurlijk brede waterpartij De Vleut op natuurlijke wijze te laten verlanden, zodat de stroomsnelheid hier niet meer afneemt, maar op pijl Toekomst Genneper Parken
24
•
•
blijft. Dit zal ook positief uitwerken voor de vispasseerbaarheid van de Tongelreep. Het bieden van ruimte voor het bergen en vertraagd afvoeren van hemelwater afkomstig van de aanliggende woonwijken die de komende decennia afgekoppeld worden. Het treffen van maatregelen bij de stuw in de Dommel, zodat bij extreme droogte de waterverdeling tussen de watermolen (cultuurhistorie), vispassage Trompetterloop (ecologie) en kanoën (recreatie), ingesteld kan worden. Hierbij gaan het hebben van water voor ecologie en cultuurhistorie voor recreatie.
Andere kansen om hittestress tegen te gaan: • De inrichting van alle parkeerplaatsen dusdanig vormgeven dat er meer natuurlijke schaduw komt. Dus geen grote verharde vlakken, maar beschaduwde en meer in het landschap opgenomen parkeerplaatsen realiseren. • Het minder verharden en meer vergroenen helpt sowieso bij het verminderen van hittestress. Zo kan overwogen worden om minder of niet functionele verhardingen weg te nemen en geschikt te maken voor vegetatie.
Belangrijk aandachtspunt is de ligging van Brabant Water binnen Genneper Parken. De ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied stelt namelijk striktere eisen aan bijvoorbeeld het al dan niet mogen laten infiltreren van afstromend regenwater. Dit om de kwaliteit van het te winnen grondwater te borgen. Aangezien we met klimaatverandering ook te maken krijgen met grotere perioden van zoetwaterschaarste is het zuinig omgaan met water des te belangrijker. Hoe klimaatbestendig? Klimaatadaptatie kent vier componenten: 1. water (hierboven beschreven), 2. beplanting (in 3.4.2 beschreven), 3. hitte (extremere toestanden, bij hitte vaker wind uit het oosten en zuiden), 4. wind (handig in te zetten als verkoeling). Wat betreft de twee laatste aspecten functioneren de beken niet alleen als groene longen, maar ook als natuurlijke airco van de stad. Door belemmerende structuren, zoals het op een massieve dijk liggende Boutenslaan open te maken kan de traag stromende koele lucht ongestoord vanuit Genneper Parken (die tijdens hitteperioden aanmerkelijk koeler zijn dan de omringende versteende stad) de stad in trekken.
Toekomst Genneper Parken
25
Visie natuur, biodiversiteit en landschap 3.4.2
Visie op natuur, biodiversiteit en landschap
Doel Inzetten op behoud van bestaande kwaliteitscomponenten, het versterken van de samenhang hiertussen en de ontwikkeling van een robuust cultuur/natuurlandschap dat in staat is om de toekomstige druk van groeiende aantallen bezoekers en klimaatverandering op te vangen. Ontwerpprincipes 4. creëren van 3 deelgebiedssferen, elk met hun eigen karakter. In de beekdalen staat zowel de natuur-natuur als de cultuur-natuur centraal, terwijl in de rest van het midden-eiland de cultuurhistorische kleinschalige gemengde landbouw centraal staat. Dit op de twee bestaande wat grotere boscomplexen na (rondom het paviljoen en rondom de waterwinputten, verbonden met het Tongelreep beekdalbos). Buiten de beken is het groen stedelijk van karakter, met echte stadsparkelementen. 5. Meer en biodiverser groen aanleggen en beheren en minder verharden Met de onvoorspelbare snelheid waarmee het klimaat verandert, is het inzetten op verhoging van de biodiversiteit een belangrijk stuurmiddel om het groene karakter van Genneper Parken duurzaam in stand te kunnen houden. Hierbij staat nadrukkelijk niet voorop om alle huidige soorten te willen behouden, maar dat we, wat beplantingstypen betreft ook met het veranderende klimaat mee mogen bewegen, zolang het gehele natuurlijke systeem maar in evenwicht blijft.
Hoe? Er zijn drie hoofdmanieren om de natuur en de biodiversiteit in Genneper Parken op een bij de huidige landschapstypen passende wijze te versterken: 1. Betere verbindingen realiseren en ontsnipperen. 2. Robuustere landschappen maken met meer en diverser groen. 3. Verminderen van verstoringen, zodat er meer rust en veiligheid voor de planten en dieren komt. Volgend staan enkele suggesties en denkrichtingen als mogelijke uitwerkingen van deze ontwerpprincipes. Toekomst Genneper Parken
26
Verbinden en ontsnipperen: • De ontbrekende schakels van het natuurnetwerk langs de beken realiseren en de beekdalnatuur langs de Tongelreep uitbreiden in aansluiting op het weer verlagen van opgehoogde terreindelen in het Tongelreep beekdal (zie ook paragraaf 3.2.1). • De barrière die de slibvang voor vissen, maar ook voor oeversoorten vormt, opheffen door naast het laten verzanden van de Vleut ook de oevers natuurlijker in te richten. • De landschappelijke barrière die de Boutenslaan vormt verkleinen door bijvoorbeeld de boomkronen van de bossen en begroeiing aan weerszijden van de weg zo dicht naar elkaar te laten groeien dat ze elkaar raken en de eekhoorns als het ware bovenlangs de Boutenslaan veilig kunnen oversteken. • In het zuidoosten de ecologische verbinding met Eikenburg voor vogels en vleermuizen verbeteren (o.a. doorzetten boomkroonprojecties). • In het zuiden-westen de verbinding voor onder andere kleine zoogdieren met het natuurgebied gelegen tussen Waalre en Aalst verbeteren en door hier voor vleermuizen en vogels de verbinding met de High Tech Campus te versterken. • In stand houden van de bestaande ecologische verbindingen, waaronder de faunapassages langs de Dommel en Tongelreep, en deze versterken (verbreden) als zich hiertoe kansen voordoen. In aansluiting hierop geen functieverandering van de faunapassage van de Tongelreep onder de A2 realiseren.
Robuustere landschappen met meer en diverser groen: • Het toepassen en ontwikkelen van klimaatadaptieve en struweelachtige hagen, voor een kleinschaliger en meer verbonden landschap. Hierbij ter plaatse van het gebied tussen de manege en de Professor Holstlaan de historische bossenstructuur van de voormalige buitenplaats Het Slot herstellen als coulissenlandschap, met kleinschalige houtopstanden/struwelen. • In het gebied ten zuiden van de Boutenslaan, naast lijnvormige groenstructuren ook grotere boseenheden toevoegen met daarbinnen de mogelijkheid voor kleine veldjes en weitjes. Het is niet de bedoeling dat vanuit het kerngebied van Genneper Parken auto’s op de Boutenslaan zichtbaar zijn. Omgekeerd mogen
•
• • •
de auto’s rijdend op de Boutenslaan best af en toe een blik kunnen werpen op alle verrassingen die in Genneper Parken verstopt zitten. In aanvulling op het boscomplex rondom het Paviljoen kan ook gedacht worden aan grotere boseenheden in de buurt van de Antoon Coolenlaan en de parkeerplaats (P1). Dit zou ook een voedselbos of een speelbos kunnen zijn. Ontwikkelen van hei en zoomvegetaties bij de nieuwe waterput van Brabant Water nabij de Charles Roelslaan ten westen van de Tongelreep. Uitvoeren en ondersteunen van het biodiversiteitsplan van de Genneper Hoeve. Minder verhardingen en meer groen zodat het verharde oppervlak afneemt en er meer ruimte ontstaat voor bos, opgaande begroeiing, houtsingels en bloemrijke bermen, door bijvoorbeeld: ◦ Overbodige stukken verharding weg te halen, zoals de parallelstructuur bij de Antoon Coolenlaan (bij de ijshal) en een strook van de verharding van de Charles Roelslaan (bij de golfcub). ◦ Ook zou onderzocht kunnen worden of bijvoorbeeld de Professor Holstlaan met één weghelft minder ook goed blijft functioneren. ◦ Als de situatie dit toestaat zou de noordelijke parallelstructuur van de Boutenslaan omgevormd kunnen worden tot een smallere fietsstraat met 1-richtingsverkeer, waarbij de fietser meer ruimte en veiligheid krijgt en ruimte ontstaat om de landschappelijke inpassing van de Boutenslaan verder te bevorderen.
Minder verstoring van de natuur: • Rekening houden met broedseizoen vogels. • Behoud en herstel van de nachtelijke rust (tijdelijk afsluiten van paden tussen zonsondergang en zonsopkomst). • Laarzenpad langs Dommel ter hoogte van Prof. Holstlaan verleggen naar een historische route daar oostelijk van, die bovendien iets hoger ligt dan het huidige vrij drassige pad. • Anti-katten voorzieningen realiseren rondom de entrees naar het middeneiland bij GP-noord, opdat stadskatten Genneper parken niet als jachtgebied kunnen gebruiken. • Geen extra bruggen over de beken, zodat de huidige relatief rustige zones tussen de diverse beekovergangen ook in de toekomst relatief rustig blijven. Toekomst Genneper Parken
27
•
De voetgangersbrug over de Tongelreep in het verlengde van de Wim van Tuijllaan nadrukkelijk ongeschikt houden voor gemotoriseerd verkeer zoals brommers. Geen extra wandel- of fietsroutes direct langs het beekdal realiseren. Overwogen kan worden om bestaande routes en doorsteken dwars op de beek te verwijderen. Inzetten op het toepassen van minder en slimmere verlichting, zie hiervoor ‘aanzet verlichtingsvisie’ hierna. In het verlengde hiervan onderzoeken of de rijbaanverlichting van de Boutenslaan (70km/uur weg) permanent of tijdelijk verwijderd kan worden of uit kan (ten tijde dat dit licht hinderlijk is voor dieren). Bovendien krijgt de automobilist hiermee het gevoel de stad uit te rijden (draagt bij aan de belevingswaarde van het park vanaf de weg) en ontstaat hiermee ruimte voor bomen in de middenberm. Met het oog op de verlichting zal onderzoek moeten plaatsvinden of en welk type slimme verlichting hier wellicht uitkomst zou kunnen bieden. In alle delen van de parken is het verplicht om honden aangelijnd te houden en hun poep op te ruimen. Wellicht dat verwijzing naar in de buurt gelegen hondenlos-loop gebieden (o.a. bij het Dommelplantsoen) helpt bij het handhaven van deze aanlijn plicht (sturen en informeren).
De kracht van Genneper parken zit hem in het groene karakter en de rust en donkerte ’s nachts. Omdat er ook vele functies in het park zijn waar men bij voorkeur op een gezonde en veilige manier naartoe wenst te gaan is het aanleggen van goed verlichte routes belangrijk. Het hoofdwegennet van Eindhoven kent rondom Genneper Parken goed verlichte vrij liggende fietspaden, waar na de inval van de avond gebruik van gemaakt kan worden.
Aanzet voor spelregels • Bij aanplant, beheer en onderhoud toewerken naar een robuust, biodivers en inheems beplantingssortiment dat past bij het betreffende deelgebied (geen monoculturen). • Zoveel mogelijk toepassen van grondgebonden, natuur inclusieve landbouw en zorgvuldige veehouderijen. • Begrazing van weilandjes naar draagkracht opdat biodiverse graslanden ontstaan, waar geen overbegrazing plaatsvindt en daarmee de kans op bodemerosie door de wind klein is; • Bij ontwikkelingen mag hoe dan ook het percentage verharding binnen Genneper Parken niet toenemen. Elke m2 nieuwe verharding elders compenseren door verhardingen weg te halen. • Inzetten op minder hekken en meer heggen. Aanzet verlichtingsvisie - Licht op maat
Wat lichtwarmte betreft zien wij de hoofdwegen met het klassiek witte licht aangelicht, terwijl voor de woonwijken en het sportgebied een iets warmer licht wordt geadviseerd. Voor het agrarische cultuurlandschap stellen we een sfeervolle slimme verlichting voor die bestaat uit. • De historische armaturen in Gennep. • Gebouw en erf aanlichting nabij gebouwen. • Paaltoppers met een basisverlichting aan de ontginnings-as (buiten Gennep) met enkele delen waar gebruik gemaakt wordt van slimme verlichting, of van verlichting die na 2.00 ’s nachts geheel uit is.