CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

21bst00683 - Bijlage 6 - Cumulatienotitie Stationslocatie Zuid-Oost Eindhoven

Raadsvergadering 22 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Lichthoven fase 1 (kavel A)28.015 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Stationslocatie Zuid-Oost Eindhoven Cumulatienotitie

Gemeente Eindhoven 4 mei 2021

Project Opdrachtgever

Document Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Stationslocatie Zuid-Oost Eindhoven Gemeente Eindhoven

Cumulatienotitie Definitief 4 mei 2021 126265/21-007.123

126265 P.A. Feij Msc A.M. Springer-Rouwette MSc

F.D. Kesmer MSc, ir. J.K. Muntinga ir. J.K. Muntinga P.A. Feij MSc

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toest emming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

0

SAMENVATTING

5

1

INLEIDING

9

1.1

Transformatie van Stationsgebied Eindhoven

9

1.2

Wat is eerder besloten en afgewogen?

11

1.3

Aanleiding voor de cumulatienotitie

13

1.4

Doel van de cumulatienotitie

14

2

KENMERKEN VAN HET PROJECT

16

2.1

Analyse relevante kenmerken van het project

16

2.2

Omvang en het ontwerp van het gehele project

17

2.3

Cumulatie met andere ruimtelijke ontwikkelingen

19

2.4

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen (met name land, bodem, water en biodiversiteit)

20

2.5

Productie van afvalstoffen

20

2.6

Verontreiniging en hinder

20

2.7

Risico’s van zware ongevallen en /of rampen

20

2.8

Conclusie kenmerken project

21

3

KENMERKEN VAN DE LOCATIE VAN HET PROJECT

22

3.1

Analyse relevante aspecten locatie van het project

22

3.2

Bestaand en goedgekeurd landgebruik

23

3.3

Opnamevermogen van het natuurlijke milieu

25

3.3.1 3.3.2 3.3.3

25 27 28

Natuur Milieukwaliteit Landschap en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang

3.4

Conclusie locatie van het project

29

4

SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT

30

4.1

Relevante potentiële effecten

30

4.2

Verkeer en parkeren

30

3 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

4.3

Geluid

33

4.4

Luchtkwaliteit

35

4.5

Externe veiligheid

37

4.6

Bodem

40

4.7

Water

43

4.8

Ecologie (inclusief effecten stikstofdepositie)

46

4.9

Cultuurhistorie en archeologie

50

4.10

Trillingen

51

4.11

Bezonning

53

4.12

Windhinder

54

4.13

Sloop- en aanlegwerkzaamheden

58

4.14

Niet-Gesprongen Explosieven

58

4.15

Bodemenergiesystemen

61

4.16

Conclusie soort en kenmerken van het potentiële effect

61

5

CONCLUSIE

66

6

REFERENTIES

69

Laatste pagina

7070

Bijlage(n) I

Verschillen in programma’s voor de zes ontwikkelingen

II

Stedenbouwkundige programma’s over de jaren

4 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Aantal pagina's 1

0 SAMENVATTING Wat is het doel van deze cumulatienotitie? Voor u ligt de cumulatienotitie voor Eindhoven Stationslocatie Zuid-Oost. Dit rapport brengt in beeld wat de mogelijke cumulatieve milieueffecten zijn van een zestal ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied direct ten zuiden van station Eindhoven. Voor de zes ontwikkelingen zijn eerder afzonderlijke m.e.r.-beoordelingen opgesteld. Daarin is ook ingegaan op de onderlinge cumulatieve gevolgen zover mogelijk bekend op het moment van opstellen van de desbetreffende m.e.r.-beoordeling. Inmiddels bestaat er meer concreet zicht op de zes ontwikkelingen. Om die reden is er in deze notitie nogmaals ingezoomd op de cumulatieve milieuen leefomgevingseffecten. De cumulatienotitie vormt aldus een aanvulling op de m.e.r.-beoordelingen die eerder zijn uitgevoerd voor elk van de zes ontwikkelingen afzonderlijk. Doel van deze cumulatienotitie is vast te stellen of er door de combinatie van de zes ontwikkelingen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden bij de transformatie van de Stationslocatie Zuid-Oost.

Vragen daarbij zijn: - wat zijn de te verwachten cumulatieve effecten? - onder welke randvoorwaarden en met welke maatregelen zijn negatieve effecten en risico’s te beperken en kansen en positieve effecten te vergroten? Deze cumulatienotitie is opgebouwd en uitgevoerd volgens de systematiek van een m.e.r.-beoordeling. Welke ontwikkelingen vinden plaats in Stationsgebied Zuid-Oost? Ten zuiden van het stationsgebied in Eindhoven worden in diverse ruimtelijke procedures een zestal ruimtelijke ontwikkelingen voorbereid met in totaal ongeveer 1.100 woningen, 800 eenheden hotel/shortstay, 5.900 m2 commerciële functies (horeca/detailhandel) en 53.700 m2 kantoren. Het gaat om de volgende ruimtelijke ontwikkelingen: 1 Lichthoven fase 1 kavel A; 2 Lichthoven fase 1 kavel B (The Student Hotel, dat reeds gerealiseerd is); 3 Lichthoven fase 1 kavel C+D; 4 Lichthoven fase 2 (Edge); 5 District E; 6 fietsenstalling ondergronds. Om deze ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken wordt de Stationsweg, het stationsplein en de openbare ruimte tussen de gebouwen heringericht.

5 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Afbeelding 0.1 Locatie van de zes ontwikkelingen in Stationslocatie Zuid-Oost (begrenzing is indicatief)

Welke effecten treden op? In de afzonderlijke plannen en bijbehorende m.e.r.-beoordelingen zijn de effecten op milieu- en leefomgeving al beschreven. Uit deze stukken blijkt dat er op tal van thema’s effecten optreden. Het gaat daarbij om effecten op verkeer en parkeren, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodem, water, ecologie, cultuurhistorie en archeologie, trillingen, bezonning, windhinder, sloop- en bouwwerkzaamheden en niet-gesprongen explosieven (NGE). Om belangrijke nadelige milieugevolgen uit te sluiten zijn randvoorwaarden gesteld en worden in de plannen diverse mitigerende en compenserende maatregelen getroffen. Deze informatie is op hoofdlijnen weergegeven in deze cumulatienotitie en is in detail terug te vinden in de onderliggende stukken. Welke cumulatieve effecten treden op wanneer de ontwikkelingen in samenhang worden beschouwd? Wanneer specifiek gekeken wordt naar de potentiële cumulatieve effecten van de ontwikkelingen vallen de aanlegeffecten, effecten door windhinder, de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000 en de effecten op grondwater op. Voor enkele van deze vier onderwerpen dienen aanvullende maatregelen getroffen te worden om belangrijke nadelige milieugevolgen als gevolg van cumulatie te voorkomen. Hieronder volgt een korte toelichting per onderwerp.

Aanlegeffecten vormen een aandachtspunt en vragen om coördinatie tussen de diverse ontwikkelingen Vanwege de hoogbouw en ondergrondse functies zoals fietsenstallingen en parkeergarages vinden omvangrijke sloop- en bouwactiviteiten plaats. De bouwfasering en -methode is niet voor alle ontwikkelingen bekend en nog niet afgestemd tussen de ontwikkelingen in het gebied. Dit zorgt voor onzekerheid rondom de omvang, duur en met name cumulatie van de (tijdelijke) effecten tijdens de aanlegfase door bijvoorbeeld bouwlogistiek, verkeersveiligheid, trillingen, geluid, (grond)water en ecologie (soorten en NNB). Om belangrijke nadelige milieugevolgen te voorkomen is het noodzakelijk dat de sloopen bouwactiviteiten tussen de ontwikkelingen gecoördineerd worden, zodat ongewenste cumulatie van effecten voorkomen wordt. Zo is er een integraal BLVC-team opgericht welke op basis van bereikbaarheid (B), leefbaarheid (L), veiligheid (V) en communicatie (C) afwegingen maakt met betrekking tot de bouwlogistiek. Er is een ontwerp voor de tijdelijke inrichting met aparte routing ten behoeve van bouwverkeer die de Fuutlaan en het drukke fietspad richting TU vermijdt. Ook worden bouwplaatsinrichtingen op elkaar afgestemd om de veiligheid en goed gebruik van de openbare ruimte te regelen.

Daarnaast is er een integraal communicatieplan en strategie opgezet om te zorgen voor heldere en duidelijke gebiedsgerichte communicatie.

6 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Stikstofdepositie op Natura 2000 vormt een aandachtspunt Voor de afzonderlijke ontwikkelingen zijn zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase stikstofdepositieberekeningen gemaakt. Hieruit blijkt geen onacceptabele toename van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving. Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden vanwege tijdelijke stikstofdepositie door de aanlegfase van het planvoornemen zijn uitgesloten vanwege de zeer geringe omvang van de deposities. Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden vanwege permanente stikstofdepositie door de gebruiksfase van het planvoornemen zijn voor alle projecten afzonderlijk uitgesloten. Voor de afzonderlijke ontwikkelingen wordt of is een vergunning Wet natuurbescherming verkregen. Windhinder is oplosbaar maar vraagt nog om borging in een inrichtingsplan De cumulatieve effecten van de ontwikkelingen op windhinder zijn in beeld gebracht net als de mogelijke maatregelen waarmee aan Eindhovens beleid voldaan kan worden. Denk daarbij aan vegetatie of luifels van gebouwen. Deze maatregelen zijn echter nog niet concreet uitgewerkt en geborgd in het inrichtingsplan. Geadviseerd wordt het nog uit te werken inrichtingsplan nogmaals voor het gehele gebied te onderzoeken op windhinder.

Dit om vast te stellen of de beoogde maatregelen inderdaad op gebiedsniveau leiden tot het gewenste windklimaat en zo belangrijke nadelige milieugevolgen uit te sluiten. Cumulatieve effecten op grondwater worden onderzocht De diverse ontwikkelingen hebben allen een ondergrondse parkeervoorziening/fietsenstalling. Voor de aanleg van deze voorzieningen dienen bemalingen geplaatst te worden, deze beïnvloeden de grondwaterstand in het gebied. Hierdoor dienen de ontwikkelingen gefaseerd te worden gerealiseerd en dient bij iedere omgevingsvergunning te worden aangetoond dat er geen onevenredige beïnvloeding is van de waterhuishouding. Zo wordt voorkomen dat cumulatie van verlaging van het grondwater tot problemen zal leiden. Daarnaast hebben al deze voorzieningen ook een permanente invloed op de grondwaterstroming. Het betreft niet alleen de kelders, maar ook eventuele damwanden die achter blijven in de bodem. Ook hiervoor dient bij iedere omgevingsvergunning te worden aangetoond dat er geen onevenredige beïnvloeding is van de waterhuishouding. Zo wordt voorkomen dat cumulatie van opstuwing van het grondwater tot problemen zal leiden. Andere effecten op verkeer en gezondheid en externe veiligheid Voor andere effecten op verkeer en gezondheid en externe veiligheid zijn geen aanvullende maatregelen nodig om cumulatieve effecten te voorkomen of te beperken.

Wel wordt stilgestaan bij de effecten omdat ze relevant zijn voor de besluitvorming over de Stationslocatie Zuid-Oost. Op verkeer en gezondheid zijn de effecten beperkt en kan gezondheidswinst optreden De ontwikkelingen in het gebied genereren gezamenlijk veel nieuwe mobiliteit door de nieuwe inwoners en arbeidsplaatsen. Vanwege de ligging nabij het station, de inrichting van het gebied en het stimuleren van duurzame vormen van vervoer als lopen, OV, fiets en deelmobiliteit neemt de hoeveelheid wegverkeer slechts beperkt toe. Deze toename van het wegverkeer wordt ruim gecompenseerd door de autonome afname van het wegverkeer in het gebied en de wijdere omgeving vanwege het gevoerde beleid van de gemeente. Als gevolg hiervan leiden de ontwikkelingen gezamenlijk niet of nauwelijks tot extra geluid of emissies door het wegverkeer in het gebied. De gezondheidseffecten zijn hiermee beperkt. Door het stimuleren van lopen en fietsen wordt bewegen en gezond gedrag bevorderd, waardoor zowel in het gebied als daarbuiten ook positieve gezondheidseffecten optreden. Externe veiligheid vormt een aandachtspunt vanwege de sterke toename van het zogeheten groepsrisico Met de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen nemen de personendichtheden langs het spoor sterk toe.

De gevolgen van een calamiteit met het vervoer van gevaarlijke stoffen op het spoor worden hiermee groter omdat potentieel meer personen getroffen kunnen worden. In de afzonderlijke ontwikkelingen is reeds een verantwoording van deze toename van het groepsrisico in het gebied opgenomen en zijn in samenwerking met de veiligheidsregio diverse maatregelen getroffen om de risico’s te beperken. Bij het bepalen van deze risico’s en het treffen van maatregelen is al rekening gehouden met de ontwikkelingen in het gebied in samenhang.

7 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Kunnen belangrijke cumulatieve milieueffecten worden uitgesloten? De zes ontwikkelingen in Stationslocatie Zuid-Oost zijn zekerheidshalve in samenhang beschouwd in deze cumulatienotitie. Onder de voorwaarden uit de onderliggende m.e.r.-beoordelingen en de aanvullende voorwaarden uit deze cumulatienotitie op het gebied van aanlegeffecten, windhinder, grondwater en stikstofdepositie op Natura 2000, zijn belangrijke cumulatieve milieueffecten uit te sluiten. Kanttekeningen bij het onderzoek Voorliggende cumulatienotitie is opgesteld op basis van de informatie die beschikbaar was uit de diverse onderliggende m.e.r.-beoordelingen voor de afzonderlijke projecten. Het is daarmee een globale beschouwing van cumulatieve effecten waarvoor geen aanvullende berekeningen of verdiepende analyses zijn uitgevoerd, met uitzondering van de koepelnotitie voor het thema verkeer en parkeren. De effecten zijn met zorg beschreven op basis van de informatie uit de aanmeldingsnotities m.e.r.beoordeling van de zes ruimtelijke ontwikkelingen met de achterliggende bijlagen en de toelichting van de verschillende bestemmingsplannen.

Als effecten of maatregelen om effecten te verkleinen of te vermijden afwijken ten opzichte van de achterliggende stukken (onder andere afzonderlijke m.er.-beoordelingsnotities), prevaleert de inhoud van de achterliggende stukken met uitzondering van de aanvullende maatregelen die in deze notitie worden voorgesteld.

8 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

1 INLEIDING Korte introductie Voor u ligt de cumulatienotitie voor Eindhoven Stationslocatie Zuid-Oost. Dit rapport brengt in beeld wat de mogelijke cumulatieve milieueffecten zijn van een zestal ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied direct ten zuiden van station Eindhoven. Voor de zes ontwikkelingen zijn eerder afzonderlijke m.e.r.-beoordelingen opgesteld. Daarin is ook ingegaan op de onderlinge cumulatieve gevolgen, voor zover mogelijk bekend op het moment van opstellen van de desbetreffende m.e.r.-beoordeling. Inmiddels bestaat er meer concreet zicht op de zes ontwikkelingen. Om die reden is er in deze notitie nogmaals ingezoomd op de cumulatieve milieu- en leefomgevingseffecten. De cumulatienotitie vormt aldus een aanvulling op de m.e.r.beoordelingen die eerder zijn uitgevoerd voor elk van de zes ontwikkelingen afzonderlijk. Doel van deze cumulatienotitie is vast te stellen of er door de combinatie van de zes ontwikkelingen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden bij de transformatie van de Stationslocatie Zuid-Oost. Vragen daarbij zijn: - wat zijn de te verwachten cumulatieve effecten? - onder welke randvoorwaarden en met welke maatregelen zijn negatieve effecten en risico’s te beperken en kansen en positieve effecten te vergroten? Deze cumulatienotitie is opgebouwd en uitgevoerd volgens de systematiek van een m.e.r.-beoordeling.

Leeswijzer De cumulatienotitie begint met een inleiding in hoofdstuk 1 waarin de aanleiding en het doel van de cumulatienotitie worden beschreven. Hoofdstuk 2 gaat in op de kenmerken van het project. Hoofdstuk 3, kenmerken van de omgeving, geeft een analyse van de bestaande toestand van de leefomgeving. Hoofdstuk 4, soort en kenmerken van het potentiële effect, beschrijft de mogelijke (gezamenlijke) effecten van het realiseren van de zes voorgenomen ontwikkelingen. Hoofdstuk 5 bevat de conclusie over cumulatieve effecten en een advies voor vervolgstappen. Aan het einde van de notitie is een literatuurlijst opgenomen.

1.1

Transformatie van Stationsgebied Eindhoven

Het gebied rondom station Eindhoven Centraal wordt getransformeerd naar een gemengd hoogstedelijk woon-werkgebied in de vlag van Internationale Knoop XL. In het gebied is een gemengd programma voorzien van wonen, werken en voorzieningen en een openbare ruimte gericht op interactie en ontmoetingen. De transformatie ten zuiden van het station Eindhoven Centraal betreft het ‘Stationsgebied Zuid’. Binnen dit gebied worden onder andere zes ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt: ‘Stationslocatie Zuid-Oost’. In de voorliggende cumulatienotitie zijn de zes ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Stationslocatie Zuid-Oost, aanvullend op hetgeen daarover is opgemerkt in de afzonderlijke m.e.r-beoordelingen, in samenhang onderzocht op cumulatieve milieu- en leefomgevingseffecten. Ruimtelijke ontwikkelingen Stationslocatie Zuid-Oost Ten zuiden van het stationsgebied in Eindhoven worden in diverse ruimtelijke procedures een zestal ruimtelijke ontwikkelingen voorbereid met in totaal ongeveer 1.100 woningen, 800 eenheden

9 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

hotel/shortstay, 5.900 m2 commerciële functies (horeca/detailhandel) en 53.700 m2 bvo-kantoren. Het gaat om de volgende ruimtelijke ontwikkelingen: 1 Lichthoven fase 1 kavel A; 2 Lichthoven fase 1 kavel B (The Student Hotel); 3 Lichthoven fase 1 kavel C+D; 4 Lichthoven fase 2 (Edge); 5 District E; 6 fietsenstalling ondergronds. Om deze ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken wordt de Stationsweg, het stationsplein en de openbare ruimte tussen de gebouwen heringericht.

Afbeelding 1.1 Locatie van de ontwikkelingen in stationslocatie Zuid-Oost (begrenzing is indicatief

In tabel 1.1 is het programma opgesteld op basis van de maximale planologische invulling. In bijlage I zijn de andere twee programma’s weergegeven die als voornemen hebben gediend voor het planMER Stationsgebied en de afzonderlijke m.e.r.-beoordelingsnotities. Het voornemen voor de voorliggende cumulatienotitie gaat uit van de representatieve maximale planologische mogelijkheden van de gezamenlijke projecten en ontwikkelingen in het gebied.

Tabel 1.1 Het programma op basis van maximale planologische invulling en de aanmeldingsnotities m.e.r-beoordelingen Ruimtelijke ontwikkeling

Kantoren m2 bvo

Horeca/detailhandel m2 bvo

Hotel/shortstay eenheid

Wonen eenheid

District E

12.515

3.870

396

510

Lichthoven fase 1 Kavel A

13.650

500

Lichthoven fase 1 Kavel B (The Student Hotel)

400

Lichthoven fase 2 Kavel C en D Lichthoven fase 2 Edge

10 | 70

27.500

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

1.000

250

500

300

Ruimtelijke ontwikkeling

Kantoren m2 bvo

Horeca/detailhandel m2 bvo

Hotel/shortstay eenheid

Wonen eenheid

53.700

5.900

800

1.100

Ondergrondse fietsenstalling Totaal (afgerond)

1.2

Wat is eerder besloten en afgewogen?

Door de intensivering van het gebied met nieuwe functies (zoals wonen) is het nodig om de milieugevolgen van de beoogde transformatie inzichtelijk te maken. De transformatie van de Stationslocatie Zuid-Oost wordt stap voor stap planologisch mogelijk gemaakt aan de hand van individuele bestemmingsplannen voor de zes ontwikkelingen. Ruimtelijke visie voor het stationsgebied (2005) De gemeente Eindhoven heeft in de ruimtelijke visie (2005)1 al voornemens vastgesteld om een investeringsprogramma uit te voeren voor het intensiever gebruiken van het huidige Stationsgebied. Het voornemen voor het gehele Stationsgebied betreft nieuwbouw van woningen, uitbreiding van kantoren en winkels en het versterken van de functie als uitgaansgebied. Om dit voornemen mogelijk te maken wordt er ook geïnvesteerd in de openbare ruimte en wordt nieuwe infrastructuur aangelegd.

Afbeelding 1.2 Voorgenomen bebouwing Stationsgebied onderzocht in het planMER uit 2011, bron: ruimtelijke visie ‘verbinden en verblijven’, gemeente Eindhoven, vastgesteld december 2005

* 1. Stationslocatie Zuid-Oost, 2. kleine Blob en 3. = OV-stationspassage

MER Stationsgebied (2011) Een deel van het stationsgebied en centrum is in een planMER uit 20112 nader onderzocht en afgewogen. Daarbij zijn de ontwikkelingen onderzocht in drie verschillende sub ontwikkelingen: (afbeelding 1.2): 1 stationslocatie Zuid-Oost (kantoren, woningen, commerciële functies); 2 de kleine Blob bestemd voor de detailhandel; 3 de OV-stationspassage: een verbreding en verlaging van de voetgangerstunnel onder het station.

1 Stationsgebied Eindhoven verbinden en verblijven. Ruimtelijke visie en haalbaarheidsstudie voor de verdere ontwikkeling van het

Stationsgebied, vastgesteld door de gemeenteraad, december 2005. 2

MER Stationsgebied opgesteld door Witteveen+Bos, 2011.

11 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Ontwikkeling 2 en 3, De kleine Blob en de OV stationspassage, zijn inmiddels al gerealiseerd. Ontwikkeling 1, Stationslocatie Zuid-Oost, wordt in deze cumulatienotitie beschouwd. In het planMER zijn voor Stationslocatie Zuid-Oost ook varianten op het gebied van een bouwprogramma ontwikkeld en beoordeeld. Van de eerste ontwikkeling Stationslocatie Zuid-Oost is alleen het studenthotel (Lichthoven fase 1, kavel B) immiddels gerealiseerd. Verantwoorde keuze voor het intensiveren rondom station Eindhoven Centraal vanuit milieuperspectief Het planMER Stationsgebied bevat de milieuonderbouwing voor het besluit onder andere het bestemmingsplan Stationslocatie Zuid-Oost, alsmede voor de op te stellen projectomgevingsvergunningen en bestemmingsplannen voor het totale Stationsgebied. Het planMER heeft integraal de milieueffecten in beeld gebracht van de transformatie van het Stationsgebied en heeft aangegeven welke mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen en wat daarvan de effecten zijn. In het planMER zijn de effecten beoordeeld van drie varianten voor de invulling van het stedenbouwkundig programma voor Stationslocatie Zuid-Oost. Een deel van de te realiseren woningen op Zuid-Oost kan desgewenst een invulling krijgen met een hotel (variant 1) of met kantoorruimten (variant 2).

Daarmee bevat het planMER vanuit de m.e.r.-systematiek een verantwoorde keuze voor het intensiveren rondom station Eindhoven Centraal. De zes ontwikkelingen aan de zuidzijde van het stationsgebied Eindhoven vallen hiermee binnen de kaders van dat planMER. Wijzingen ten opzichte van het voornemen uit het planMER In het planMER Stationsgebied (Witteveen+Bos, 2011) zijn de effecten van de combinatie van de zes ontwikkelingen al beschreven. Dit planMER Stationsgebied gaat wel over een groter gebied: het deel over het Stationsgebied Zuid-Oost is relevant. De ontwikkelingen Kleine Blob en OV-stationspassage uit het MER Stationsgebied zijn inmiddels uitgevoerd. Ten opzichte van de ontwikkeling Stationslocatie Zuid-Oost zijn de volgende (beperkte) veranderingen opgetreden door wijzigingen in de planvorming: - Student Hotel (Lichthoven fase 1 kavel B) is gerealiseerd; - de kavel Edge is iets dichter naar het spooremplacement opgeschoven; - het programma komt in hoofdlijnen met elkaar overeen. Het programma bestond uit meer kantoren en winkels en minder wonen ten opzichte van de maximale planologische invulling die wordt gehanteerd in deze cumulatienotitie. Daarmee is er sprake van een verschuiving van kantoren en winkels naar wonen.

In bijlage I zijn de verschillende programma’s opgenomen; - de huidige bouwblokken voor Lichthoven fase 1 en 2 verschillen met het oorspronkelijk stedenbouwkundige plan voor de locatie Lichthoven (2007). District-E is een invulling geworden met drie torens in plaats van de aangegeven bouwblokken. In bijlage II zijn de stedenbouwkundige plannen opgenomen die vastgesteld zijn in 2007, 2014 en 2019. Afzonderlijke m.e.r.-beoordelingsnotities Voor elk van de zes ontwikkelingen binnen Stationslocatie Zuid-Oost zijn m.e.r.-beoordelingsnotities opgesteld: - District E: m.e.r.-beoordeling District E Eindhoven opgesteld door Royal HaskoningDHV, 2020; - Lichthoven fase 1 Kavel A: Eindhoven Lichthoven fase 1A aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.‐beoordeling opgesteld door RHO adviseurs, 2020; - Lichthoven fase 2 Kavel C en D: LICHTHOVEN FASE 1 (KAVELS C EN D) Eindhoven Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling door RHO adviseurs, 25 maart 2021; - Lichthoven fase 2: Edge m.e.r.-beoordeling Edge Eindhoven opgesteld door Royal HaskoningDHV, 2020 - ondergrondse fietsenstalling: Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling), 2021. Afzonderlijke ontwikkelingen leiden niet tot belangrijke nadelige milieueffecten Voor de zes ruimtelijke ontwikkelingen zijn afzonderlijke bestemmingsplannen opgesteld en/of in voorbereiding.

De afzonderlijke ontwikkelingen zijn activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage en vallen onder categorie D11.2. Daarmee geldt een verplichting om een m.e.r.-beoordeling te doen. Deze procedure is per ontwikkeling afzonderlijk doorlopen. Alle zes afzonderlijke m.e.r.-beoordelingen concluderen dat de voorgenomen activiteiten niet leiden tot belangrijke nadelige

12 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

gevolgen voor het milieu. Op grond van het Besluit m.e.r. wordt er in de afzonderlijke m.e.r.-beoordeling geconcludeerd dat er geen verplichting geldt om voor de vaststelling van de bestemmingsplannen een m.e.r.-procedure op te starten. Tabel 1.2 is een overzicht van de besluiten van de zes ruimtelijke ontwikkelingen en de huidige status. Lichthoven fase 1 kavel A is in procedure. Het Student Hotel (Lichthoven fase 1 kavel B) is al gerealiseerd. De andere gebouwen van Lichthoven zullen gefaseerd mogelijk gemaakt worden.

Tabel 1.2 Per ruimtelijke ontwikkeling het besluit, status van het plan en de conclusie van de afzonderlijke m.e.r.beoordelingsnotities Ruimtelijke ontwikkeling

Besluiten

Status

Vaststelling

District-E

het bestemmingsplan ‘Stationsplein Zuid (District-E)’

ontwerp (20 februari 2020)

als ontwerp ter inzage gelegen, vaststelling juni 2021

Lichthoven fase 1 Kavel A

het bestemmingsplan ‘Lichthoven fase 1 (kavel A)’

ontwerp (14 januari 2021)

als ontwerp ter inzage gelegen, vaststelling juni 2021

Lichthoven fase 1 Kavel B (The Student Hotel)

het bestemmingsplan ‘Lichthoven (The Student Hotel)’

onherroepelijk

vastgesteld 23 september 2014

Lichthoven fase 1 Kavel C en D

het bestemmingsplan ‘Lichthoven fase 1 (kavel C en D)’

conceptvoorontwerp ontwerp (25 maart 2021)

vooroverleg is gestart, loopt tot half mei 2021. Dit plan gaat waarschijnlijk ter inzage voor de zomervakantie juli 2021

Lichthoven fase 2 - Edge

het bestemmingsplan ‘Lichthoven fase 2’

ontwerp (4 maart 2021)

als ontwerp ter inzage gelegen, vaststelling juli 2021

Ondergrondse fietsenstalling

het bestemmingsplan ‘Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling)’

concept

gaat ter inzage na de zomervakantie, september 2021

1.3

Conclusie m.e.r.beoordelingsnotitie

geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu het doorlopen van een volledige m.e.r.‐ procedure is niet noodzakelijk

Aanleiding voor de cumulatienotitie

Onderzoek naar de cumulatieve effecten van de zes ontwikkelingen Deze cumulatienotitie wordt uitgevoerd om beter in beeld te brengen of de zes ontwikkelingen in Stationsgebied Zuid-Oost gecombineerd leiden tot cumulatieve effecten. De focus in deze cumulatienotitie ligt daarbij op die cumulatie van effecten van de optelsom van de individuele ontwikkelingen. De raadscommissie heeft tijdens de meningsvormende raadscommissie van 9 maart 2021 het bestemmingsplan voor de ontwikkeling District-E niet willen behandelen vanwege het gebrek aan inzicht op dit punt. Voortbouwend op de milieueffecten Stationslocatie Zuid-Oost Bij het beoordelen van de effecten van de zes ontwikkelingen is ook het eerder uitgevoerde planMER van belang. In 2011 is voor het stationsgebied een planMER uitgevoerd (Witteveen+Bos, 2011) voor het gehele Stationsgebied. Deze bevat een globale beoordeling van de milieueffecten van het totale plan voor de ontwikkeling van het Stationsgebied waaronder een beoordeling van de Stationslocatie Zuid-Oost en

13 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Lichthoven fase 1 en 2. De locatie van District E (VVV-terrein) is alleen op de thema’s geluid en trillingen onderzocht. Het stedenbouwkundige programma dat voor de Stationslocatie Zuid-Oost in het planMER beschouwd is, is qua aard en omvang vergelijkbaar met de huidige plannen beschreven in de afzonderlijke bestemmingsplannen (bijlage I). Het aantal m2 kantoren en winkels is kleiner dan destijds onderzocht, maar het aantal woningen in combinatie met hotel/shortstay is groter. De milieueffecten van het stationsgebied Zuid zijn in opdracht van de gemeente Eindhoven al integraal onderzocht als onderdeel van het planMER Stationsgebied 2011. In deze cumulatienotitie beschrijven wij per milieuaspect wat de effecten zijn van alle nog uit te voeren projecten. De aanleiding hiervoor ligt in de vraag van de gemeenteraad om de cumulatieve milieueffecten van de zes afzonderlijke projecten in samenhang te beschouwen.

1.4

Doel van de cumulatienotitie

In deze cumulatienotitie is voor de zes aan de orde zijnde ontwikkelingen (beter) inzicht geboden in de cumulatieve effecten. Daarbij worden kansen en aandachtspunten benoemd, wordt door de gemeente Eindhoven een uitspraak gedaan of de cumulatieve effecten belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen hebben en of de conclusies in de afzonderlijke mer-beoordelingen bijstelling behoeven. Deze cumulatienotitie heeft als doel: - het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van de plannen voor de Stationslocatie Zuid-Oost; - (beter) inzicht te geven in de cumulatieve milieueffecten van de verschillende ontwikkelingen in de Stationslocatie Zuid-Oost; - de raad te informeren over de cumulatieve effecten van de zes ontwikkelingen in samenhang; het gedeeltelijk actualiseren van het planMER Stationsgebied voor de Stationslocatie Zuid-Oost. Voor de beoordeling van de cumulatieve effecten is aansluiting gezocht met de criteria uit activiteiten die belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen hebben in de zin van de Europese-richtlijn: 1. Kenmerken van de projecten De kenmerken van de projecten moeten in aanmerking worden genomen, en met name: -

de omvang en het ontwerp van het gehele project;

-

de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten;

-

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit;

-

de productie van afvalstoffen;

-

verontreiniging en hinder;

-

het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis;

-

de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling).

2. Locatie van de projecten De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: -

het bestaande en goedgekeurde landgebruik;

-

de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan: ·

het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: wetlands, oeverformaties, riviermondingen;

·

kustgebieden en het mariene milieu;

·

berg- en bosgebieden;

·

natuurreservaten en -parken;

14 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

·

gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG;

·

gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen;

·

gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid;

·

landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

3. Soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van projecten moeten, in samenhang met de onder punten 1 en 2 uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het effect van het project op de (samenhang tussen) bevolking en menselijke gezondheid, biodiversiteit, land, bodem, water, lucht, klimaat, materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap, met inachtneming van: -

de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden);

-

de aard van het effect;

-

het grensoverschrijdend karakter van het effect;

-

de intensiteit en de complexiteit van het effect;

-

de waarschijnlijkheid van het effect;

-

de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect;

-

de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten;

-

de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

15 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

2 KENMERKEN VAN HET PROJECT Dit hoofdstuk beschrijft de eisen en voorwaarden waaraan de ruimtelijke ontwikkelingen (en de aanleg daarvan) in de gemeente Eindhoven beleidsmatig moeten gaan voldoen. De kenmerken worden beschreven aan de hand van de punten die zijn gevraagd in bijlage III van de Europese richtlijn (zie kader in paragraaf 1.4).

2.1

Analyse relevante kenmerken van het project

In bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn waarbij in deze cumulatienotitie wordt aangesloten staan een aantal kenmerken van het project die relevant kunnen zijn. Voor deze cumulatienotitie blijken de volgende kenmerken uit tabel 2.1 relevant zijn: - omvang en ontwerp van het gehele ontwerp; - verontreiniging en hinder; - risico’s voor de menselijke gezondheid.

Tabel 2.1 Kenmerken van het project Kenmerk

Toelichting

omvang en het ontwerp van het gehele project

het gebied heeft een omvang van circa 3 hectare. Een stedelijke transformatie van het Stationsgebied Zuid-Oost met de intensivering van het gebied met nieuwe functies (zoals wonen). Het voornemen betreft zes ontwikkelingen met de realisatie van in totaal ongeveer 1.100 woningen, 800 eenheden hotel/shortstay, 5.900 m2 commerciële functies (horeca/detailhandel) en 53.700 m2 bvo-kantoren tot 2030

cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten

in de omgeving van het gebied zijn de komende jaren meerdere afzonderlijke (woningbouw)projecten gepland. De meeste projecten bevinden zich nog in een visiefase, waardoor de mate van concreetheid (aanzienlijk) achterop loopt op onderhavig plan. Deze plannen zijn nog niet concreet genoeg om in relatie met de zes ontwikkelingen te beschouwen. Daarom kunnen de plannen in de nabije omgeving niet meegenomen worden in deze beoordeling

gebruik van natuurlijke hulpbronnen

vanwege transformatie geen aanvullend ruimtegebruik. Wel grootschalige functiewijziging en intensivering van ruimtegebruik. Het gebruik van hulpbronnen kan hiermee toenemen (materiaalgebruik, energie, water, bodem)

productie van afvalstoffen

naast het reguliere afval behorende bij de zes ontwikkelingen zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.

verontreiniging en hinder

deze paragraaf beschrijft de productie van verontreiniging en hinder vanuit het project. Hoofdstuk 4 gaat in op de daadwerkelijke (resterende) effecten de ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied

16 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Kenmerk

Toelichting sloop en aanleg tijdens de aanlegfase is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. De transformatie gaat gepaard met een scala van sloop- en bouwwerkzaamheden die tot hinder en verontreiniging kunnen leiden. Denk aan trillingen, geluidhinder, stof, luchtverontreiniging en stikstofemissie door bouwverkeer en inzet van materieel. Dit kan invloed hebben op mens en milieu. In dit stadium is de aard en omvang van deze verontreiniging en hinder in de aanlegfase niet goed in te schatten. Veel hangt af van de fasering van de ontwikkelingen in het gebied gebruik de transformatie leidt tot intensivering van ruimtegebruik en extra gevoelige woon- en verblijffuncties. Bestaande en nieuwe bronnen van hinder kunnen toenemen, net als het aantal personen dat aan deze hinder kan worden blootgesteld

risico van zware ongevallen en/of rampen

er is met de realisatie van de zes ontwikkelingen geen sprake van een nieuwe risicobron. Hogere personendichtheden in het gebied kunnen leiden tot een grotere impact van bestaande risicobronnen op het gebied van externe veiligheid. Ook klimaatverandering kan impact hebben op wateroverlast en hittestress in het gebied

risico's voor de menselijke gezondheid

door het groter aantal personen in het gebied kunnen bestaande en nieuwe gezondheidsrisico’s toenemen (zie hierboven) het gebied met de zes ontwikkelingen ligt in een gebied dat verdacht is op het aantreffen van Conventionele Explosieven (CE) verder gelden voor het project de wettelijke regels voor bouwveiligheid

2.2

Omvang en het ontwerp van het gehele project

Het voornemen De omvang en het ontwerp van de zes ruimtelijke ontwikkelingen is weergegeven in afbeelding 2.1. De ontwikkelingen zijn één voor één hieronder verder toegelicht. In tabel 1.1. (hoofdstuk 1) is het voornemen weergegeven: het totale programma op basis van de maximale planologische invulling.

17 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Afbeelding 2.1 Omvang en het ontwerp van het gehele project

Lichthoven fase 1 kavel A Het bestemmingsplan heeft betrekking op het realiseren van een kantoorgebouw met een hoogte van circa 51 m naast het station Eindhoven Centraal. Bij het kantoorgebouw zijn op de begane grond eventueel horeca en/of detailhandel (plintfuncties) toegelaten. Het programma met betrekking tot het voorgenomen plan (gebouw A) bestaat uit een multifunctioneel gebouw met kantoren. Lichthoven fase 1 kavel B (The Student Hotel) (gerealiseerd) Het bestemmingsplan ‘The Student Hotel’ voorziet in een gebouw (23 bouwlagen) dat dienst doet als 'The Student Hotel' met de functie horeca in de vorm van een 'Student Hotel' (400 kamers). Dit hotel is een horecabedrijf dat gericht is op het bieden van logies aan, maar niet beperkt tot, aan onderwijs verbonden personen met bijbehorende en daaraan ondergeschikte voorzieningen (zoals fitness-, studeer- en ontmoetingsfaciliteiten) met - al dan niet - als nevenactiviteit de exploitatie van een restaurant. Het gebouw heeft een footprint (op maaiveldniveau) van circa 630 m2 bruto vloeroppervlak en een bouwhoogte van maximaal 72 m (exclusief voorzieningen op het dak). Het gebouw is geprojecteerd op de hoek van het Stationsplein en de Stationsweg. The Student Hotel is in 2017 opgeleverd en in gebruik genomen. Lichthoven fase 1 kavel C en D Lichthoven (C en D) voorziet globaal in twee woongebouwen met woningen en commerciële functie.

Gebouw C heeft een footprint van circa 49 bij 21 en een hoogte van circa 75 m. Gebouw D heeft een footprint van circa 44 bij 18 m en een hoogte van circa 28 m. Lichthoven fase 2 (Edge) Het plangebied Lichthoven fase 2 ligt in het centrum van de gemeente en wordt in grote lijnen begrensd door het spoorwegcomplex (noordzijde), de Stationsweg (zuidzijde), de Dommel (oostzijde) en het parkeerterrein bij het Student Hotel (westzijde). Op deze locatie mag Edge een integraal en mixed-use plan ontwerpen van kantoor en wonen, inclusief in de eerste bouwlaag enkele niet-woonfuncties. Daarnaast komt er een ondergrondse parkeervoorziening voor de gebruikers. De separate gebouwen worden gescheiden door een passage en staan op een gezamenlijke parkeergarage.

18 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Stationsplein Zuid (District E) District-E is de herontwikkeling van een deel van het Stationsplein (Zuid). Het betreft drie torens van circa 170, circa 120 en circa 90 m hoogte naast het station. Het bestemmingsplan maakt een flexibel programma mogelijk met maximaal woningen, hotelkamers, shortstay units en werkgerelateerde en publieksgerichte functies. Fietsenstalling ondergronds De gemeente Eindhoven stelt een bestemmingsplan Stationsplein Zuid op ten behoeve van de ontwikkeling van een ondergrondse fietsenstalling aan de centrumzijde van het station Eindhoven Centraal. Deze behoefte komt voornamelijk voort uit de ontwikkeling van District E en het al gerealiseerde Studentenhotel. De fietsenstalling heeft de volgende kenmerken: - in totaal is ruimte voor circa 5.700 fietsen; - het gaat om drie typen fietsen 'reguliere fietsen', 'buitenmodelfietsen' en 'leenfietsen'; - in het noorden wordt de ondergrondse fietsenstalling aangesloten op de bestaande fietsenstalling onder de stationshal van Eindhoven Centraal; - aan de overzijde van de Stationsweg wordt een nieuwe aansluiting gerealiseerd op de ondergrondse fietsenstalling in de vorm van een fietshelling. De hellingbaan heeft een lengte van circa 28 m, waarvan circa 18 m bovengronds.

De entree van de stalling sluit direct aan op de nieuwe te realiseren fietsroute aan de zuidzijde van de Stationsweg; - de ondergrondse fietsenstalling ligt aan de onderzijde op circa 5 m onder maaiveld; - de lengte van de (inclusief bestaande stalling onder de stationshal) bedraagt circa 115 m; - in de ondergrondse fietsenstalling zal op verschillende punten sprake zijn van daglichttoetreding.

2.3

Cumulatie met andere ruimtelijke ontwikkelingen

Samenhang tussen de zes ontwikkelingen In de afzonderlijke m.e.r.-beoordelingsnotities is aangegeven dat er geen sprake is van projectmatige, organisatorische, fysieke en/of functionele samenhang tussen de zes ontwikkelingen. De ontwikkelingen liggen wel naast elkaar waardoor het van belang is om de situatie te beschouwen nadat alle ontwikkelingen zijn gerealiseerd ten behoeve van de cumulatie van (milieu)effecten. In de afzonderlijke m.e.r.-beoordelingen is ingegaan op de onderlinge cumulatieve gevolgen zover mogelijk bekend op het moment van opstellen van de desbetreffende m.e.r.-beoordeling. Inmiddels bestaat er meer concreet zicht op de zes ontwikkelingen. Om die reden is er in deze notitie nogmaals ingezoomd op de cumulatieve milieu- en leefomgevingseffecten. Samenhang met andere ontwikkelingen In de omgeving van het gebied met de zes ontwikkelingen zijn de komende jaren meerdere (woningbouw)projecten gepland waaronder het Internationale Knooppunt XL, zijnde het gebied rondom het station Eindhoven Centraal. De meeste projecten binnen Knooppunt XL zijn nog niet concreet genoeg om in relatie met de zes ontwikkelingen te beschouwen. Vanwege de omvang wordt voor Fellenoord (een groot deel van Knoop XL ten noorden van het station) wel een apart planMER opgesteld dat - waar nodig - ook ingaat op de cumulatieve effecten met onderhavige ontwikkelingen.

In de hele binnenstad van Eindhoven zijn de komende jaren ontwikkelingen te verwachten. In de directe omgeving van het stationsgebied ligt het VDMA-terrein (Vestdijk). Hiervoor is een tender uitgeschreven en er heeft een gunning plaatsgevonden. Dit project is nog niet voldoende concreet om in deze rapportage op te nemen.

19 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

2.4

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen (met name land, bodem, water en biodiversiteit)

De transformatie eist geen aanvullend ruimtegebruik, maar betreft een grootschalige functiewijziging en intensivering van ruimtegebruik. Het gebruik van hulpbronnen (buiten het gebied) kan hiermee toenemen (materiaalgebruik, energie, water, bodem). Voor de ruimtelijke ontwikkelingen worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt uit het gebied. Deze ontwikkelingen behoren niet tot het gebied waar grondstoffen voor materialen of energie worden gewonnen. Dit kenmerk leidt daarom niet tot aanzienlijke milieueffecten.

2.5

Productie van afvalstoffen

Naast het reguliere afval behorende bij de zes ontwikkelingen zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen. Het reguliere afval kan bestaan uit materialen die vrijkomen door de sloop van (een deel) van de gebouwde omgeving en openbare ruimte.

2.6

Verontreiniging en hinder

Deze paragraaf beschrijft de productie van verontreiniging en hinder vanuit de ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 4.13 gaat in op de daadwerkelijke (resterende) effecten. Sloop en aanleg Tijdens de aanlegfase is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. De transformatie gaat gepaard met een scala van sloop- en bouwwerkzaamheden die tot hinder en verontreiniging kunnen leiden. Denk aan trillingen, geluidhinder, stof, luchtverontreiniging en stikstofemissie door bouwverkeer en inzet van materieel. Dit kan invloed hebben op mens en milieu. In dit stadium is de aard en omvang van deze verontreiniging en hinder in de aanlegfase niet goed in te schatten. Veel hangt af van de fasering van de ontwikkelingen in het gebied. Om de bouw van Lichthoven fase 1 kavel B (The Student Hotel) mogelijk te maken is het postkantoor al eerder gesloopt. Gebruik De transformatie leidt tot intensivering van ruimtegebruik en extra gevoelige woon- en verblijffuncties. Bestaande en nieuwe bronnen van hinder kunnen toenemen, net als het aantal personen dat aan deze hinder kan worden blootgesteld.

2.7

Risico’s van zware ongevallen en /of rampen

Er is met de realisatie van de zes ontwikkelingen geen sprake van een nieuwe risicobron. Hogere personendichtheden in het gebied kunnen leiden tot een grotere impact van bestaande risicobronnen. Ook klimaatverandering kan impact hebben op wateroverlast en hittestress in het gebied. Conventionele explosieven De gemeente Eindhoven is tijdens de Tweede Wereldoorlog (WOII) zwaar getroffen door bombardementen en beschietingen. Bij grondroerende werkzaamheden worden nog steeds conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen. Gezien de ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Stationslocatie ZuidOost heeft de gemeente Eindhoven een vooronderzoek Conventionele Explosieven (vooronderzoek CE) uitgevoerd. In paragraaf 4.14 zijn de effecten nader uitgewerkt.

20 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Externe veiligheid De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron vanuit externe veiligheid en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. In paragraaf 4.5 zijn de milieueffecten nader uitgewerkt. Op basis van de risicokaart is gebleken dat er in de omgeving van het gebied enkele risicobronnen aanwezig zijn. Het doorgaande spoor Eindhoven - Roermond, het spooremplacement en de campus van de TU/e zijn relevant in het kader van externe veiligheid. De gemeente Eindhoven heeft aanvullend op het landelijke beleid een eigen beleidsvisie externe veiligheid ontwikkeld. Voor ontwikkelingen binnen 100 m van het spoor (Zone I) geldt: binnen deze zone moet rekening worden gehouden met extra veiligheid verhogende maatregelen om zelfredzaamheid en beheersbaarheid te garanderen (bovenwettelijke plusmaatregelen en beter dan het basisbeschermingsniveau). Bouwveiligheid Voor het project gelden de wettelijke regels voor bouwveiligheid.

2.8

Conclusie kenmerken project

Op basis van de beschreven kenmerken zijn effecten op de fysieke leefomgeving niet uit te sluiten. Het gaat om een breed palet van effecten als gevolg van functieverandering, ruimtebeslag, ingrepen in de ondergrond, wijzigende verkeersstromen en daarmee samenhangende emissie. Er treden zowel tijdelijke effecten (in de aanlegfase) als langdurige of permanente effecten (toename verkeer of aantasting functies of waarden) op. Het is daarom nodig om te kijken naar de locatie van de voorgenomen activiteit en de aanwezige waarden (hoofdstuk 3), om daarna de effecten en de waarden te kunnen koppelen en beoordelen (hoofdstuk 4).

21 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

3 KENMERKEN VAN DE LOCATIE VAN HET PROJECT Dit hoofdstuk gaat in op kenmerken van de omgeving waarin de ontwikkelingen in Stationslocatie Zuid-Oost plaatsvinden. Doel is het in beeld brengen van de staat en de gevoeligheid van het milieu in de gebieden waarop de zes ruimtelijke ontwikkelingen van invloed kan zijn. Tabel 3.1 vat dit kort samen. De kenmerken van de omgeving (dit hoofdstuk) in combinatie met de kenmerken van het project (hoofdstuk 2) leiden tot de effectbeschrijving en -beoordeling in hoofdstuk 4.

3.1

Analyse relevante aspecten locatie van het project

In bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn waarbij in deze cumulatienotitie wordt aangesloten staan een aantal kenmerken van de omgeving van het project relevant kunnen zijn. Uit tabel 3.1 blijkt dat volgende aspecten van de locatie van het project aan bod moeten komen in deze cumulatienotie: - bestaand en goedgekeurd landgebruik; - opnamevermogen van het natuurlijk milieu, op het gebied van: · natuur; · milieukwaliteit (bodem en water); · landschap en cultuurhistorie; · hoge bevolkingsdichtheid (gezondheidseffecten door verkeer en effecten nieuwe bebouwing).

Tabel 3.1 Locatie van het project Aspect

Locatiebeschrijving

bestaand en goedgekeurde landgebruik

het gebied met de zes ontwikkelingen betreft bebouwd gebied met parkeerfuncties (een onbewaakte fietsenstalling en parkeerterreinen), een stationsplein bestaande uit trottoir, ontsluitingsweg, een klein parkje, enkele kleine horecagelegenheden met terras en een VVV-informatiecentrum

relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan)

niet van toepassing

opnamevermogen van het natuurlijke milieu wetlands, oeverformaties, riviermondingen

niet van toepassing

kustgebieden en het mariene milieu

niet van toepassing

berg- en bosgebieden

niet van toepassing

natuurreservaten en -parken

niet van toepassing

gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG

het gebied met de zes ontwikkelingen maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied in Nederland betreft gebied Leenderbos, Groote Heide & de Plateaux. Het gebied Strabrechtse Heide & Beuven ligt op grotere afstand het dichtstbijzijnde BNN-gebied betreft de Ecologische verbindingszone, de Dommel. Het is gelegen aangrenzend aan het oostelijk deel van het gebied

22 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Aspect

Locatiebeschrijving met de zes ontwikkelingen. Door de herbegrenzing van de ontwikkeling The Edge vindt er wel een ruimtelijke beslaglegging op het BNN-gebied plaats

gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als nietnagekomen

het gebied met de zes ontwikkelingen is niet gelegen binnen een waterwin‐, grondwaterbeschermings‐ en/of stiltegebied

gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid

het gebied met de zes ontwikkelingen ligt in Eindhoven en dit is een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid. Effecten op omliggende woonfuncties kunnen ontstaan door de bebouwing (schaduwwerking, windhinder) of door verkeer (verkeersveiligheid) en verkeer gerelateerde gezondheidseffecten (luchtkwaliteit, geluid)

landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang

volgens het huidige beleid zijn er wat betreft archeologie geen archeologische waarden te verwachten. Wat betreft cultuurhistorie zijn er wel cultuurhistorische waardevolle objecten of structuren in het westelijke deel van het gebied aanwezig (de Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Eindhoven), genaamd 'Historische stedenbouwkundige structuren', genaamd 'Stationsgebied'

3.2

het gebied met de zes ontwikkelingen is verdacht op het voorkomen van niet-gesprongen explosieven

Bestaand en goedgekeurd landgebruik

Beschrijving functies gebied met de zes ontwikkelingen Het gebied waarin de zes ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden is bestempeld als bebouwd gebied op de kaart met het bodemgebruik (CBS, 2015). Het gebied (afbeelding 3.1) bestaat voornamelijk uit verhard oppervlak met parkeerfuncties in de vorm van een onbewaakte fietsenstalling en parkeerterreinen. Daarnaast is er een stationsplein bestaande uit trottoir, ontsluitingsweg, een klein parkje, enkele kleine horecagelegenheden met terras en een VVVinformatiecentrum. Het terrein rondom het stationsplein is aangekleed met groen, in de vorm van verspreide bomen (paardenkastanjes, platanen) en perken met vaste planten. Van extensief, ecologisch beheerd groen is geen sprake. Het gebied is grotendeels in gebruik als voetgangerszone en wordt voornamelijk tijdelijk gebruikt door studenten, werkgevers, werknemers en dagjesmensen. Daarmee is er geen sprake van landgebruik dat mogelijk kwetsbaar is voor de gevolgen van de transformatie naar een hoogstedelijk woon-werkgebied.

23 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Afbeelding 3.1 Luchtfoto met indicatieve aanduiding van het gecombineerde gebied met de zes ontwikkelingen

De geldende bestemmingsplannen De ruimtelijke ontwikkelingen liggen binnen het geldende bestemmingsplan 'Eindhoven binnen de Ring' vastgesteld door de raad op 13 juli 2000 (afbeelding 3.2). In het geldende bestemmingsplan is - District-E bestemd tot 'Centrumdoeleinden IV' en 'Hoofdwegen'. Deze gronden zijn bestemd voor dienstverlenings- en bedrijfsactiviteiten met een overwegend publieksaantrekkend karakter. Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor verkeersdoeleinden, horeca en sociaal-culturele en onderwijsdoeleinden alsmede overige doeleinden, zoals wonen; - Lichthoven fase 1 kavel A, C en D bestemd tot 'Centrumdoeleinden IV (Centraal Station/Raiffeisenstraat)'. Deze bestemming is onder andere gericht op de totstandkoming van woon-, kantoor-, verkeer-, parkeer-, groen-,maatschappelijke en commerciële functies; - Lichthoven fase 2 (The Edge) bestemd tot 'Centrumdoeleinden IV (Centraal Station/Raiffeisenstraat)'; - de ondergrondse fietsenstalling bestemd tot 'Centrumdoeleinden IV (Centraal Station/Raiffeisenstraat)'. In het geldende bestemmingsplan ‘Lichthoven (The Student Hotel)’ is Lichthoven fase 1 kavel B (The Student Hotel) bestempeld als horeca vastgesteld 23 september 2014. Voor de entree van de ondergrondse fietsenstalling geldt bestemmingsplan ‘Binnenstad’ met de bestemming ‘Verkeer- en verblijfsgebied’ vastgesteld 20 augustus 2013.

Daarnaast gelden ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkelingen ook de bestemmingsplannen 'Paraplubestemmingsplan waterberging' en 'Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing'. Ook een klein deel van het vastgestelde bestemmingsplan 'Lichthoven (Het Studentenhotel') ligt binnen het gebied met de zes ontwikkelingen .

24 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Afbeelding 3.1 Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Eindhoven binnen de Ring' met indicatieve ligging ruimtelijke ontwikkelingen bron: ruimtelijke plannen.nl

3.3

Opnamevermogen van het natuurlijke milieu

Bijlage III van de EU-richtlijn vraagt om de kwetsbaarheid van het natuurlijke milieu te beschrijven. De kwetsbaarheid van het natuurlijk milieu kan worden beschreven aan de hand van de vier thema’s natuur, milieukwaliteit, landschap en cultuurhistorie. In hoofdstuk 4 zijn per thema de milieueffecten beschreven ten opzichte van de referentiesituatie.

3.3.1

Natuur

Natura 2000 Het gebied met de zes ontwikkelingen maken geen onderdeel uit van Natura 2000-gebieden (afbeelding 3.3). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied in Nederland ligt op ongeveer 4,5 km afstand en betreft gebied Leenderbos, Groote Heide & de Plateaux. Het gebied Strabrechtse Heide & Beuven ligt op 7 km hemelsbreed.

25 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Afbeelding 3.3 Ligging van de zes ruimtelijke ontwikkelingen ten opzichte van Natura 2000‐gebieden, bron: Aerius Calculator

Brabants Natuurnetwerk Het dichtstbijzijnde BNN-gebied betreft de Ecologische verbindingszone de Dommel gelegen aangrenzend aan het oostelijk deel van het gebied met de zes ontwikkelingen (afbeelding 3.4). In het oosten grenst het parkeerterrein aan een plantsoen dat aan de oever van de - ter plekke gekanaliseerde - Dommel ligt. De Dommel is ook binnen de bebouwde kom aangewezen als Natuurnetwerk Nederland. Door de herbegrenzing van de ontwikkeling The Edge vindt er wel ruimtebeslag plaats op het NNB. De effecten van dit ruimtebeslag zijn onderzocht in Bijlage 1 Beoordeling effecten op ecologische verbindingszone Dommel (Royal HaskoningDHV, 2020) bijgevoegd aan de toelichting van het ontwerp-bestemmingsplan Lichtoven Fase 2 (Edge).

26 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Afbeelding 3.4 Ligging van de zes ruimtelijke ontwikkelingen ten opzichte van NNB (Natuurnetwerk Brabant), bron provincie Noord-Brabant

3.3.2

Milieukwaliteit

Het gebied met de zes ontwikkelingen is niet gelegen binnen een waterwin‐, grondwaterbeschermings‐ en/of stiltegebied (afbeelding 3.5). Het gebied is wel verdacht op het voorkomen van niet-gesprongen explosieven.

Afbeelding 3.5 Ligging gebied met de zes ontwikkelingen ten opzichte van grondwaterbeschermingsgebied en stiltegebied, bron provincie Noord-Brabant

27 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

3.3.3

Landschap en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Archeologie De locatie staat niet als een archeologisch waardevol gebied aangegeven op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (afbeelding 3.6). Buiten het gebied met de zes ontwikkelingen, ten zuidwesten, bevindt zich wel een archeologische gebied namelijk ‘Stadskern Eindhoven’.

Afbeelding 3.6 Archeologische verwachtingskaart 2014, bron: gemeente Eindhoven

Cultuurhistorie Volgens de Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Eindhoven zijn er wel cultuurhistorische waardevolle objecten of structuren in het westelijke deel van het gebied met de zes ontwikkelingen aanwezig. Dit deel van het gebied valt op de cultuurhistorische waardenkaart binnen stedenbouwkundig gebied ‘Historische stedenbouwkundige structuren’, genaamd ‘Stationsgebied’ (oranje in afbeelding 3.7). Het betreft een ensemble van stationsgebouw, viaducten en plein dat tot stand kwam tussen 1947 en 1956 als onderdeel van het hoogspoorplan. Dit plan heeft de ontwikkeling van het naoorlogse centrum van Eindhoven in sterke mate gedomineerd. De spoorbaan werd daarbij in noordelijke richting verlegd. Daardoor ontstond een nieuwe stedenbouwkundige ruimte die het geheel een grootstedelijke allure geeft. Het stationsgebouw is samen met de overkapping en het viaduct een belangrijk voorbeeld van wederopbouwarchitectuur. Behalve dit station wordt ook het postkantoor als een onderdeel van deze structuur aangemerkt. De ligging van het gebied op de cultuurhistorische waardenkaart is weergegeven in afbeelding 3.7. Aan de Stationsweg valt een deel van het gebied binnen ‘Historisch Landschap’ (groen in afbeelding 3.7).

28 | 70

Witteveen+Bos | 126265/21-007.123 | Definitief |

Afbeelding 3.7 Cultuurhistorische waarden 2008, bron: gemeente Eindhoven

3.4

Conclusie locatie van het project

In hoofdstuk 3 is de plaats van de ruimtelijke ontwikkelingen besproken. De ontwikkelingen liggen in het centrum van de stad Eindhoven ten zuiden van het station aan de rand van de binnenstad. In de bestaande situatie wordt het gebied benut voor stedelijke functies, hoofdzakelijk als openbare ruimte rond het station en als parkeerterrein. Ook de omgeving is sterk verstedelijkt. De natuurlijke kenmerken, systemen en waarden zijn daarmee veelal reeds verdwenen of aangetast. Ook is de milieubelasting door stedelijke activiteiten in het centrumgebied in de bestaande situatie al matig tot hoog. Enkele kenmerken vragen om bijzondere aandacht bij de beoordeling van de potentiële effecten in hoofdstuk 4: - het riviertje de Dommel aan de oostzijde van het gebied heeft een belangrijke functie als ecologische verbindingszone en maakt daarom onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant (NNB); - daarnaast heeft de Dommelzone een functie in waterberging en -afvoer in het gebied, de Dommelzone kan bovendien bijdragen aan de ambities voor beperken van hittestress in het gebied; - Natura 2000-gebieden in de regio die gevoelig kunnen zijn voor de stikstofdepositie vanuit het gebied; - cultuurhistorische en archeologische waarden; - gezondheid en veiligheid vanwege het intensieve gebruik van het gebied door bewoners, werknemers en reizigers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11749235/1