21bst00182 - Bijlage 3 - Nota van zienswijzen DistrictE 15 dec 2020
Tekst van het document
gemeente Eindhoven
29
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
2.8
ProRail
a. Logistiek rond het station De bestaande logistieke toegangen voor het station moeten bereikbaar en bruikbaar blijven. Nieuwe bebouwing zorgt daarnaast voor extra logistiek. Er is ruimte nodig voor pakketdiensten, afval, stallen van fietsen en dergelijke. Dit mag geen negatieve uitstraling hebben op de kwaliteit van het plein en de routes. Reactie De expeditie voor District-E is voorzien aan de westzijde (Vestdijk). Er komen dus geen pakketdiensten en dergelijke via het Stationsplein. De expeditie van ProRail wordt afgewikkeld aan de oostzijde van het Stationsplein (zijde van het Studenthotel). Deze expeditie wordt niet gewijzigd ten gevolge van District-E. De logistiek rond het station wijzigt dus niet. De bestaande toegangen blijven bereikbaar en bruikbaar voor ProRail. b. Zonnepanelen In het bestemmingsplan is aangegeven dat de hoogbouw mogelijk effecten heeft op de zonnepanelen op het station. Hoe zit het met schadevergoeding, omdat de zonnepanelen minder opbrengst genereren? Het is niet duidelijk of dit proces voldoende is geborgd. Reactie ProRail kan formeel een aanvraag tegemoetkoming planschade indienen bij gemeente. c. Fietsenstalling Het is onduidelijk of er voldoende rekening wordt gehouden met een toekomstvast aantal stallingsplaatsen voor fietsen.
Reactie Bij de omgevingsvergunning voor bouwen zal moeten worden voldaan aan de fietsparkeernormen van het gemeentelijk beleid. Deze normen zijn gericht op de toekomst. Er zal rekening worden gehouden met voldoende stallingsplaatsen voor fietsen in District-E. Conclusie De zienswijze leidt niet tot wijziging van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht.
30
gemeente Eindhoven
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
2.9
Bewoners Fuutlaan
a. Verkeerssituatie Fuutlaan Al jaren geeft de verkeerssituatie op de Fuutlaan overlast voor bewoners. Hierover is in april 2018 een brief gestuurd aan het college. Het gaat onder andere over zwaar vrachtverkeer, de beperkte breedte van de Fuutlaan, overschrijding van de maximumsnelheid en gebrekkige voorzieningen voor bijvoorbeeld fietsers. Er zijn zorgen over de lange termijn gevolgen van de plannen voor intensivering van het Stationsgebied voor de Fuutlaan. In de MER van 2009 werd voor verkeer een knelpunt voorzien in de Fuutlaan. Reactie Deze zorgen zijn bekend en er wordt ook volop gewerkt aan oplossingen voor de korte en de lange termijn. Korte termijn Op dit moment is de Fuutlaan een woonstraat waar 30 kilometer per uur mag worden gereden. De straat is in slechte staat. In praktijk wordt vaak te hard gereden en de Fuutlaan wordt veel gebruikt door vrachtwagens. Op korte termijn worden daarom snelheidsremmende maatregelen genomen en de weg wordt verbeterd. Effect District-E Het effect van District-E op de Fuutlaan is beperkt. De afgelopen jaren is er een afnemende trend te zien in de verkeersdruk op de nabij District-E gelegen wegen (Vestdijktunnel, Vestdijk, Stationsweg). De verwachte toename van verkeer is - gelet op het strenge parkeerregime - beperkt. Dit blijkt uit de berekening die is gemaakt door RHDHV (bijlage1).
Voor het gehele plan is de verwachte toename circa 960 motorvoertuigen per etmaal(mvt/etm), waarvan nog circa 400 mvt/etm gebruik zullen maken van parkeervoorzieningen elders, zoals de noordzijde van het spoor (Qpark /KBC). Voor een uitgebreide beantwoording met betrekking tot verkeer wordt verwezen naar zienswijze 6 onder d en zienswijze 7 onder b. Hierin staat onder andere beschreven dat wanneer er uitgegaan wordt van de theoretische worst case (robuuste) situatie het verkeer op de Stationsweg met 15% zal toenemen wanneer al het verkeer van District-E over de desbetreffende weg zal rijden. De Fuutlaan kan deze toename goed aan. Het is echter meer aannemelijk dat vanaf District-E de grootste verkeersstromen zich ontsluiten via de Vestdijktunnel richting Fellenoord of de Professor Doctor Dorgelolaan. Dit is uitgebreid gemotiveerd in onderstaande beantwoording onder d. Lange termijn Op de lange termijn is de Fuutlaan met een geheel andere inrichting voorzien als één van de ontsluitingsradialen van centrum en stationsgebied. Dit heeft te maken een verbeterde en de verdere stedelijke verdichting van het centrumgebied als totaal en de daarvoor aan te passen ontsluitingsstructuur. Overleg en vervolg Het college van burgemeester en wethouders (B&W) is in overleg met Comité Fuutlaan over de korte termijn maatregelen op de Fuutlaan én het perspectief op langere termijn.
In december 2019 is door B&W de ‘menukaart Autoluw Centrum’ vastgesteld als uitwerking van de coalitieafspraak om werk te maken van een autoluw centrum in 2025. gemeente Eindhoven
31
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
De ontwikkeling van een nieuwe Fuutlaan is daarin opgenomen als voorgenomen project. Een verkenning naar de realisatiemogelijkheden voor een nieuwe Fuutlaan wordt in 2020 uitgevoerd in samenspraak met stakeholders en omwonenden. Dit voorjaar wordt het Ontwikkelperspectief Centrum aan het bestuur gepresenteerd. Een van de onderdelen is de ontwikkeling van een autoluw groen centrumhart. Een belangrijke randvoorwaarde daarvoor is het stadsproject Ring en Radialen. Dit plan zet in op een goede auto-ontsluiting via de Ring en een achttal belangrijke radialen. De Fuutlaan is benoemd als een van die belangrijke radiale inprikkers en opgenomen in het eerste pakket uit te voeren maatregelen (2020-2025). b. Trilling Uit trillingsonderzoek blijkt dat er trillingsoverlast is in de huizen aan de Fuutlaan. Reactie In juni 2019 zijn trillingsmetingen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de trillingen met name worden veroorzaakt door vrachtwagens en busjes die te snel rijden. De herinrichting van de Fuutlaan op korte termijn heeft mede ten doel om de route minder aantrekkelijk te maken voor vrachtwagens en om de snelheid te verminderen. De trillingsoverlast zal hierdoor naar verwachting ook afnemen. Het bestemmingsplan voor District-E heeft betrekking op de realisatie van drie torens op de VVV-locatie. Het aantal extra verkeersbewegingen ten gevolge van dit plan is beperkt.
Bij de realisatie van de torens, zal voor wat betreft het bouwverkeer goede afspraken gemaakt moeten worden. c. Luchtkwaliteit Extra verkeer heeft ook gevolgen voor de luchtkwaliteit. Reactie De luchtkwaliteit bij de Fuutlaan is licht verbeterd de afgelopen twee jaar. Dit heeft onder andere te maken met de herinrichting van de Vestdijk. De toename van extra verkeer ten gevolge van District-E van en naar de Fuutlaan is beperkt, zoals aangegeven bij punt a. Dat betekent dat ook de gevolgen van de luchtkwaliteit zeer beperkt zijn. In de beantwoording van zienswijze 1 onder d staat nader toegelicht dat luchtkwaliteit voldoet aan de normen. d. M.e.r.-beoordeling In het rapport m.e.r.-beoordeling District-E wordt de Fuutlaan niet genoemd. In het rapport is wel het verkeer op de Stationsweg opgenomen. In praktijk blijkt dat verkeer op de Stationsweg en de Fuutlaan aan elkaar gerelateerd zijn. Ook wordt aangegeven dat er geen samenhang is tussen District-E en Knooppunt XL en Lichthoven. De verkeersafwikkeling op de omgeving moet in zijn geheel worden gezien. Er is geen verkeerscirculatieplan gemaakt voor het totale gebied. Uit de berekende verkeersbewegingen samen met de andere bouwprojecten is een toename te verwachten en is een MER noodzakelijk. Reactie Fuutlaan De Fuutlaan wordt inderdaad niet apart genoemd, maar de Fuutlaan maakt wel onderdeel uit van het uitgevoerde onderzoek.
In de onderzoeken wordt vooral de Stationsweg genoemd. Een deel van het verkeer zal vanaf de Stationsweg van- en naar
32
gemeente Eindhoven
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
het centrum rijden via de Vestdijk of de Vestdijktunnel. Een klein deel van het verkeer zal vanaf de Stationsweg over de Fuutlaan of de Parklaan rijden. (zie ook bij stukje over de verkeersafwikkeling als geheel) Samenhang De reden dat is aangegeven dat er geen samenhang is tussen District-E, Lichthoven en knooppunt XL is, omdat het aparte projecten zijn die los van elkaar kunnen worden uitgevoerd. Dus met geen samenhang wordt bedoeld dat er geen afhankelijkheidsrelatie is. Dus District-E kan gerealiseerd worden zonder dat Lichthoven wordt gerealiseerd. Verkeersafwikkeling in het geheel De verkeersafwikkeling wordt wel in zijn geheel bekeken. Dit wordt gedaan aan de hand van verkeersmodellen. Ten tijde van het onderzoek voor District-E was het Brabantse verkeersmodel(BBMA-model) nog niet beschikbaar. De berekende verkeersintensiteiten op de Vestdijk, Stationsweg en Vestdijktunnel zijn opgenomen in onderstaande tabel zoals deze is weergegeven in tabel 15, pagina 14 van de verkeer- en parkeernotitie voor District-E. Daarbij is uitgegaan van de bestaande verkeersintensiteiten (2017) met een autonome groei van 1% per jaar .
Inmiddels is het BBMA-model wel beschikbaar en kan op basis hiervan een aanname worden gemaakt over hoe het verkeer zich zal verdelen en hoeveel verkeer er bij benadering over de Fuutlaan zal rijden. Deze aanname is gebaseerd op de bestaande verkeersstromen en niet expliciet op de ontwikkeling van District-E. Met in achtneming hiervan zullen vanaf District-E de grootste verkeersstromen zich ontsluiten via de Vestdijktunnel richting Fellenoord of de Professor Doctor Dorgelolaan. Verkeer dat via de Fuutlaan naar de Ring gaat is beperkt. Volgens het BBMA verkeersmodel dat is geijkt op 2030 gaat slechts ca 30% van het verkeer op de Stationsweg verder via de Fuutlaan naar de Ring. Van de 10.817 voertuigen op de Stationsweg betekent dat er ca. 2200 voertuigen doorrijden naar de Fuutlaan. Hierbij is het ook nog goed om te vermelden dat de verkeersintensiteiten in het verkeersmodel voor 2030 lager ligt dan de verkeersintensiteiten die zijn berekend met een autonome groei van 1% per jaar. In werkelijkheid zal het dus naar verwachting nog minder verkeer zijn.
gemeente Eindhoven
33
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
Hieronder ook nog een overzicht de te verwachten intensiteiten op de omliggende wegen. weg
Verkeersintensiteit 2030 BBMA
Verkeersintensiteit 2030 District-E
Stationsweg
8600
10.817
Fuutlaan
1760
Ca. 2.200
Vestdijktunnel
18.640
23.372
Professor Doctor Dorgelolaan
17.210
Ca. 21.500
Fellenoord
28.010
Ca. 35.000
Er is dus wel een verkeersmodel voor het geheel en verkeerseffecten worden via het model in samenhang met elkaar bekeken. Vervolgens worden projecten apart in procedure gebracht, omdat deze los van elkaar gerealiseerd zullen worden. e. Projectgroep Fuutlaan De gemeente is gestart met de projectgroep Fuutlaan om de mogelijkheden te onderzoeken om de overlast voor de bewoners aan de Fuutlaan te verminderen. Dit onderzoek is noodzakelijk en is onlosmakelijk verbonden met het bestemmingsplan voor District-E. Reactie De gemeente is inderdaad met de projectgroep Fuutlaan in overleg. Maar dat wil niet zeggen dat het bestemmingsplan voor District-E niet al vastgesteld kan worden. Het gaat namelijk om onderzoek in het kader van de uitvoering van de bouw en om onderzoek nadat het gebouw in gebruik is genomen. De resultaten van dit onderzoek kunnen altijd gebruikt worden, ook nadat het bestemmingsplan is vastgesteld. Het bestemmingsplan is het planologisch en juridisch kader dat nodig is voordat gebouwd kan worden. De bouw van de drie torens is uitvoerbaar binnen de huidige infrastructuur. Voor het bestemmingsplan is de haalbaarheid van het plan dan voldoende aangetoond. Straks zal voor de uitvoering nog een apart plan worden geschreven. Dit is een zogenaamd BLVC-plan, dat staat voor Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie.
Daarbij zal een vertegenwoordiging van de Fuutlaan in de regiegroep deelnemen. f. Bemotrans Het gebruik van het NS terrein is iedere keer weer toegelaten aan logistieke bedrijven. Dit soort bedrijven horen niet thuis in het centrum van Eindhoven. Reactie Vanaf half april 2020 is een gedeelte van de logistiek van Bemotrans verhuisd naar een andere locatie. ProRail heeft gevraagd aan de gemeente om mee te denken over andere nieuwe functies voor dit terrein. Dit aspect valt overigens buiten de invloed van het bestemmingsplan voor District-E.
34
gemeente Eindhoven
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
g. Planschade De gemeente is aansprakelijk voor planschade. Reactie Nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, kan een aanvraag voor een tegemoetkoming in de planschade ingediend worden. Conclusie De zienswijze leidt niet tot wijziging van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht
gemeente Eindhoven
35
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
2.10
Waterschap
a. Grondwaterstroming Op dit moment is er onvoldoende duidelijkheid over de uitvoering van de parkeergarage. Hierdoor is het onduidelijk of de uitvoeringswijze grondwateropstuwing zal veroorzaken. Het is daarom nodig om aan artikel 3 en artikel 4 van de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting op te nemen. Reactie De problematiek is bekend en al in een heel vroeg stadium door het Waterschap onder de aandacht gebracht. Het lastige is dat bij de uitvoering rekening moet worden gehouden met bestaande ondergrondse belemmeringen en de naastgelegen ontwikkelingen, zoals de ondergrondse fietsenstalling, De Gender en Lichthoven. De realisatie van een ondergrondse voorziening beneden de grondwaterstand gaat altijd gepaard met veranderingen in het hydrologische systeem. In dit kader zal de realisatie van de parkeerkelder leiden tot een opstuwing aan de stroomopwaartse zijde van de kelder. Er worden daarom mitigerende maatregelen in de vorm van drainagevoorzieningen getroffen die de opstuwing van het grondwater tegengaan. Het is mogelijk om de gemiddelde grondwaterstand aan de stroomopwaartse zijde van de kelder structureel te verlagen ten opzichte van de huidige situatie maar zeer kleine lokale verhogingen in de grondwaterstand (<0.05 meter) zijn moeilijk te garanderen en bovendien ook niet aan te tonen.
Aan de bouwregels van artikel 3 en artikel 4 wordt een sublid toegevoegd: 3.2.4 en 4.2.3 Ondergronds bouwen Ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan, indien is aangetoond dat de bouw niet meer dan 0,05 meter opstuwing van het grondwater veroorzaakt. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de regels van het bestemmingsplan. De zienswijze wordt gegrond geacht.
36
gemeente Eindhoven
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
2.11
Bibitor (Stationsplein 16)
a. Bestemmingsplan, m.e.r.-beoordeling en hogere waardenbesluit De zienswijze richt zich op zowel het bestemmingsplan als de merbeoordeling als het hogere waardenbesluit. Reactie De onderdelen voor het bestemmingsplan en de m.e.r.-beoordeling komen terug in de zienswijze en worden voor de onderwerpen die aan de orde worden gesteld, behandeld in deze beantwoording. Voor wat betreft het hogere waardenbesluit is niet duidelijk waartegen de zienswijze zich richt en wat het belang is van Bibitor bij dit besluit. Voor dit onderdeel nemen wij daarom geen apart besluit op. b. Entree zuidoost ondergrondse fietsenstalling Onder het Stationsplein is een ondergrondse fietsenstalling beoogd. Ten aanzien van fietsparkeren wordt verwezen naar de ondergrondse fietsenstalling. Bibitor- als eigenaar van de horeca aan het Stationsplein heeft bezwaren tegen de entree Zuidoost van de ondergrondse fietsenstalling. Deze fietsentree leidt tot gevaarlijke verkeerssituaties. De entree belemmert de exploitatie van het horecapand. Reactie Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van drie torens op de zogenaamde VVV-locatie. De entree zuidoost maakt onderdeel uit van de ondergrondse fietsenstalling behorende bij het station op het Stationsplein. Dat valt buiten het plangebied.
Het is ook niet mogelijk om bijvoorbeeld in het bestemmingsplan van District-E aanpassingen op te nemen die maken dat er voor een andere oplossing wordt gekozen bij de ondergrondse fietsenstalling op het Stationsplein. De afweging over de entree zuidoost wordt gemaakt in het kader van de procedures voor de fietsenstalling Stationsplein en niet in het kader van District-E. c. Schaduwwerking De torens leiden tot schaduwwerking op onder meer de serre van het horecapand. In de bezonningsstudie is enkel rekening gehouden met woningen, maar niet met horeca. Reactie Voor het beoordelen van de effecten van beschaduwing gelden er geen algemene eisen in Nederland. Het bevoegd gezag kan in het kader van een bestemmingsplan echter wel eisen opnemen. De Gemeente Eindhoven heeft daarom op 07-02-2017 in Gemeenteblad 2017.009 beleidsregels opgenomen. Deze beleidsregels voor bezonning gelden alleen voor woningen, en niet voor andere gebruiksfuncties. De toets heeft plaatsgevonden op basis van deze beleidsregels. Desondanks heeft ook een beoordeling van de totale schaduwwerking plaatsgevonden. De getalsmatige onderbouwing van de beschaduwing ten gevolge van District-E is gericht op omliggende woonbestemmingen.
De schaduwwerking van het project is aanvullend voor de gehele omgeving inzichtelijk gemaakt, zoals zichtbaar op figuren 2 t/m 4 in de beschaduwingstudie, waarbij enkel de schaduwval van District-E is gevisualiseerd, exclusief bestaande bebouwing. Gezien de ligging van het horecapand ten zuiden van het station bevindt het schaduwtraject van het project zich voornamelijk gemeente Eindhoven
37
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
ter hoogte van het spoor en de bebouwing ten noorden van het spoor; het beursgebouw, het busstation en kantoren rondom het Kennedyplein. Beschaduwing aan de zuidzijde van het District-E vindt plaats in de periode na maart en voor september (voornamelijk in de zomermaanden) voor 9 uur ’s ochtends en na 18 uur ’s avonds. Gedurende de overige seizoenen is er minder tot geen beschaduwing aangezien de zon dan nog niet op of reeds onder is. Specifieke beschaduwing van recreatiegelegenheden aan het Stationsplein vindt plaats na 19 uur, waarna de zonnehoek (zogenaamde zenithoek) vanaf 20 uur op minder dan 10 graden van de horizon staat en niet meer zichtbaar is tussen de stedelijke bebouwing. De aanwezige beschaduwing van District-E past binnen de beleidsregels van de gemeente, is zeer beperkt in tijdsduur en vormt daarmee geen belemmering vanuit ruimtelijke ordening. d. Geluid Er is niet onderzocht wat het effect van de woningbouw is op de exploitatie van het pand als horecagelegenheid. Het geluid dat wordt veroorzaakt door klanten van het horecapand kan ver reiken. Reactie Op basis van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering geldt voor zowel restaurants als voor café’s dat deze vallen in categorie 1. Daarbij geldt een richtafstand voor een rustige woonwijk van minimaal 10 meter tussen de horeca en de woningen.
De afstand tussen de dichtstbijzijnde toren van District-E en Stationsplein 16 bedraagt circa 35 meter in een centrumgebied. Er wordt dus voldaan aan de richtlijn van de VNG. Daarnaast geldt voor Stationsplein 16 de bestemming Centrum - 1 op grond van het bestemmingsplan Binnenstad. Dat wil zeggen dat boven de horeca ook woningen zijn toegelaten. Maar ook zijn op kortere afstand dan District-E woningen toegelaten aan de Stationsweg (appartementen Seepaerdstad). Dat betekent dat de horeca op het Stationsplein voor wat betreft zowel geur als geluid al rekening moet houden met deze woningen. e. Windhinder Windhinder is funest voor horeca. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse rekening moet worden gehouden met windhinder. Reactie Voor wat betreft het terras bij Stationsplein 16 blijkt uit het onderzoek dat er op voetgangersniveau geen windhinder is. Op pagina 15 par. 3.2 van het windonderzoek staat op figuur 18b dat hier sprake is van windklasse A en B. Ter plaatse van het terras hoeft geen rekening gehouden worden met een toename van windhinder. f. Waardedaling pand Het horecapand komt aan de achterkant van een toren te liggen. Het verblijfsbied voor het horecapand verdwijnt en wordt verplaatst naar het plein van de torens. Dit is een verkeerde stedenbouwkundige keuze waardoor de waarde van het pand daalt.
Reactie De drie torens met binnenplein vormen de entree van het station naar de binnenstad. Hier wordt iets toegevoegd. Dat wil niet zeggen dat het plein voor Stationsplein 16 verdwijnt. Deze torens zorgen ook voor extra inwoners en bezoekers van (de binnenstad) van Eindhoven. Het aantal potentiele klanten voor de horeca neemt juist toe. Niet in te
38
gemeente Eindhoven
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
zien valt hoe dit leidt tot een waardedaling. Mocht reclamant van mening zijn dat sprake is van planschade, dan kan nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is een aanvraag voor een tegemoetkoming in de planschade ingediend worden. g. Externe veiligheid Het groepsrisico neemt aanzienlijk toe naar 9,2 keer de oriëntatiewaarde. Deze toename wordt veroorzaakt door het plan. In de verantwoording van het groepsrisico is aangegeven welke mogelijke maatregelen genomen kunnen worden. De bronmaatregelen zijn niet haalbaar. Vervolgens worden maatregelen genoemd die wel mogelijk zijn. Enkele maatregelen zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Niet voor alle maatregelen is zeker of deze in het kader van de vergunningverlening als eis kunnen worden gesteld. Het is niet duidelijk of met de ontwikkelaar afspraken zijn gemaakt over de nakoming van de voorgestelde maatregelen. Er ontbreken dus voorwaardelijke verplichtingen in het bestemmingsplan. In de omgevingsvisie staat aangegeven dat de toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen reden is om af te zien van grote ontwikkelingen op korte afstand van het spoor. Er blijkt niet uit de plantoelichting dat advies is gevraagd aan de Omgevingsdienst Noord Brabant terwijl gemeente en provincie een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben in gebieden langs spoorwegen. Dat is wel vereist. Reactie Het klopt dat het groepsrisico toeneemt.
De maatregelen aan de bron betreffen het terugbrengen van het verkeer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Een afname valt hier op korte termijn niet te verwacht, eerder een toename gelet op het rijksbeleid. Het station is daarnaast ook een geschikte plek functies onder te brengen. Het is de entree van de stad, het ligt dicht bij openbaar vervoer en het voegt een woonmilieu toe aan de stad waar veel behoefte aan is en waarvan het aanbod beperkt is. De maatregelen die planologisch nodig zijn, zijn geborgd in het bestemmingsplan. De maatregelen die niet in de regels van het bestemmingsplan zijn opgenomen, zoals de brandwerendheid van de gevel, vluchtroutes, bluswatervoorziening en ventilatiesysteem en dergelijke zijn in het Bouwbesluit geregeld. In de Omgevingsvisie staat het volgende over externe veiligheid: “Externe (fysieke) veiligheid: Vanuit het Rijk worden we mogelijk geconfronteerd met een toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor voor de komende tien jaar. Dit draagt bij aan een gevoel van onveiligheid langs het spoor en kan leiden tot een beperking van ontwikkelmogelijkheden langs het spoor.
Op langere termijn zal het vervoer over de Brabantroute aanzienlijk afnemen, bijvoorbeeld als de Betuweroute volledig in gebruik wordt genomen.” Hier staat niet dat er geen ontwikkelmogelijkheden zijn, maar dat het een factor is waar rekening mee moet worden gehouden. In District-E worden diverse maatregelen genomen om het groepsrisico te beperken. Dit verbetert de veiligheid van bezoekers en bewoners van de drie torens, maar dit verbetert ook de veiligheid van bezoekers en bewoners in de binnenstad. Dit komt het belang van de horeca aan het Stationsplein alleen maar ten goede. De Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) heeft de rapporten beoordeeld. Aan de hand hiervan zijn de rapporten aangepast. De aangepaste rapporten maken onderdeel uit van de toelichting van het bestemmingsplan (berekening, verantwoording van het groepsrisico). gemeente Eindhoven
39
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
h. Verkeersgeneratie en parkeren Volgens de Nota Parkeernormen dient voor het centrum een mobiliteitsplan te worden opgesteld. Daarbij worden voorbeelden genoemd waarbij een correctiefactor gebruikt kan worden. In het geval van District-E doet zich geen situatie voor waar gebruik kan worden gemaakt van deze correctiefactor. Het is niet gemotiveerd waarom een percentage van 50% wordt gehanteerd. Er heeft geen afweging plaatsgevonden of het beleid goed toegepast is. Uit het hoogbouwbeleid volgt dat hoogbouw een verkeersaantrekkende werking heeft en op eigen terrein in parkeergelegenheid moet worden voorzien. Bibitor zal nadelige gevolgen kunnen ondervinden van een toenemende parkeerdruk. Reactie De situaties die genoemd staan in de parkeernota zijn niet limitatief, maar dit zijn voorbeelden. Er hoeft dus niet voldaan te worden aan een voorbeeld. Er moet aangetoond worden dat uitvoering wordt gegeven aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Dit is voor dit bestemmingsplan terug te vinden in bijlage 14 van de toelichting. In bijlage 14 is een berekening opgenomen van het parkeren. De mobiliteitscorrectie van 50% wordt landelijk meer toegepast rondom NS-stations. In artikel 8 is de parkeereis opgenomen. Dat betekent dat bij de aanvraag omgevingsvergunning getoetst wordt aan de Actualisatie nota Parkeernormen 2019.
Deze nota houdt rekening met het gemeentelijk beleid, dat gericht is op het zoveel mogelijk beperken van het autoverkeer en dus ook van het parkeren in de binnenstad. Deze locatie is naast het station. Vooral van bezoekers wordt verwacht dat deze onder andere met openbaar vervoer of de fiets komen. De afweging voor wat betreft het aantal parkeerplaatsen zal plaatsvinden in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning. District-E voldoet aan het hoogbouwbeleid, want er wordt voldaan aan parkeren op eigen terrein. Juist door het aantal parkeerplaatsen beperkt te houden, blijft ook de verkeersgeneratie beperkt. De parkeerdruk is nog steeds aanvaardbaar in het centrum van Eindhoven. In de nabijheid van Bibitor komen extra bezoekers en extra bewoners. Dit zijn potentiele klanten. De verwachting is niet dit Bibitor nadelige gevolgen zal ondervinden, maar juist voordelen. i. Stikstof Het onderzoek naar stikstof ontbreekt. De Aerius berekening kan niet gelijk gesteld worden aan de noodzakelijke passende beoordeling.
Reactie Op basis van de AERIUS Calculator 2019 berekening kan worden geconcludeerd dat voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase geen stikstofdepositie bijdragen op nabij gelegen Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar zijn berekend, waarmee significant negatieve effecten op de natuurwaarden van de omliggende Natura 2000gebieden ten gevolge van de beoogde ontwikkeling op voorhand uitgesloten zijn. Een passende beoordeling is daarom niet aan de orde. Conclusie De zienswijze leidt niet tot wijziging van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht.
40
gemeente Eindhoven
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
2.12
Van de Laar C.V (De Veste)
a. Bouwplannen De Veste De eigenaar van de Veste aan het 18 Septemberplein is voornemens om het pand te renoveren en op te toppen. Het complex bestaat uit vijf bouwlagen. Hieraan zouden nog vijf nieuwe bouwlagen toegevoegd kunnen worden. De planvorming vraagt om een flinke inspanning en het is belangrijk om te weten of het bestuur dit plan steunt. Inmiddels is het plan voor De Veste ingehaald door de ontwikkeling van District-E. Reactie De bouwplannen van De Veste staan los van de ontwikkeling van District-E. Ook voor de Veste geldt dat als zij komt met een kwalitatief goed plan de gemeente hieraan binnen de gestelde wettelijke en beleidskaders medewerking kan verlenen. b. Locatie gebouwen en entree fietsenstalling De locatie van de entree van de fietsenstalling zal voor het gebruik van de horeca en winkels nadelig zijn. Reclamant steunt daarom de zienswijze van Bibitor. Reactie Voor onze reactie over de entree van de fietsenstalling verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 11 onder a. c. Verkeersafwikkeling Ook voor de Veste is een adequate verkeersafwikkeling van belang onder andere naar de parkeergarage van De Veste. Verder is het behoud van voldoende ruimte voor de deur en rekening houden met terrasfuncties belangrijk. Reactie Het anders inrichten van de Stationsweg maakt geen onderdeel uit van District-E. d.
Waardedaling bestaande gebouwen Het plaatsen van gebouwen is schadelijk voor de gebruiksmogelijkheden van de bestaande bebouwing. Vanaf het station wordt deze bebouwing weggedrukt. De nadelen en waardedaling die ontstaan voor de Veste steekt, omdat de plannen voor De Veste al zo lang worden aangehouden. Reactie Zoals aangeven in de reactie bij zienswijze 11 onder f verwachten wij geen planschade voor deze gebouwen ten gevolge van District-E De eigenaar is zelf verantwoordelijk voor het goed uitwerken van de plannen voor De Veste. e. Windhinder Er is windhinder te verwachten. De kans is groot dat een deel van het jaar sprake zal zijn van windhinder rond De Veste. Reactie Zoals aangeven in de reactie bij zienswijze 11 onder e blijkt uit onderzoek dat er geen windhinder zal ontstaan voor deze gebouwen ten gevolge van District-E.
gemeente Eindhoven
41
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
f. Toevoegen commerciële functies Hoe verhoudt toevoegen commerciële functies en detailhandel zich tot leegstand elders in de stad. Het is onduidelijk of er geen supermarkt wordt geïntegreerd. Voor De Veste is het van belang dat er nog ruimte blijft voor haar project. Reactie Zoals aangegeven in de reactie bij zienswijze 5 onder c is in het bestemmingsplan een onderzoek opgenomen naar de regionale behoefte aan commerciële functies. Dat wil zeggen dat hierbij ook rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand elders in de regio. Voor nieuwe projecten geldt dat deze ook middels een dergelijk onderzoek moeten aantonen dat er nog ruimte is voor nieuwe functies. g. MER onderzoek Voor een dergelijk groot project is een MER-onderzoek nodig. Reactie De motivatie dat er in dit geval geen MER-onderzoek nodig is, staat beschreven in de reactie onder punt 2.1. sub b. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot wijziging van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht
42
gemeente Eindhoven
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
2.13
Bewoner Stationsplein
Ontvangen op 23 april 2020 en niet ontvankelijk. Dit betekent dat deze bewoner na vaststelling van het bestemmingsplan geen beroep in kan dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het is mogelijk dat de raadsleden toch kennis willen nemen van deze zienswijze. Daarom volgt hieronder een korte samenvatting van de zienswijze. a. Waardedaling appartement Als eigenaar van appartementen Seepaerdstad vreest deze bewoner voor aantasting van zijn privacy. Dit kan leiden tot planschade. Reactie In de zienswijzen van bewoners aan de Stationsweg is op dit aspect al eerder ingegaan. Voor wat betreft privacy wordt verwezen naar onze reactie bij 2.4 onder e. Voor wat betreft planschade wordt verwezen naar onze reactie bij 2.4 onder h. b. Parkeerplaatsen Er zijn te weinig parkeerplaatsen voorzien. Voor de bewoners van de binnenstad wordt het nog moeilijker om bezoek te ontvangen. Elders moet wel één parkeerplaats per woning worden gerealiseerd. Reactie In onze reactie bij 2.4 onder f staat aangegeven dat er voldoende parkeerplaatsen zijn voor District-E en dat er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar blijven voor de omgeving. Het parkeerbeleid maakt onderscheid naar locatie en soort project of het nodig is om één parkeerplaats per woning te realiseren. Conclusie De zienswijze is niet tijdig ingediend. De zienswijze wordt niet-ontvankelijk geacht.
De zienswijze leidt daarnaast ook niet tot wijziging van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan.
gemeente Eindhoven
43
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
3
Ambtshalve wijzigingen De volgende aanpassingen worden ambtshalve doorgevoerd in het bestemmingsplan:
3.1
Verbeelding De maatvoeringsvlakken van de bouwvlakken waar de torens mogelijk worden gemaakt, zijn aan enkele zijdes 20 tot 50 centimeter verruimd. Deze maatvoeringsvlakken hebben alleen betrekking op het bovenste deel van de toren. Deze aanpassing is gemaakt om te komen tot een verdere optimalisatie van de torens in relatie tot windhinder en de thermische schil.
3.2
Regels
3.2.1 Parkeerregeling In de regels is een maximum aantal parkeerplaatsen opgenomen dat is gebaseerd op het huidige voorgestelde bouwplan. Het bestemmingsplan bevat een flexibele regeling, waarbij ook een andere mix van het programma mogelijk is. Om aan te sluiten bij de planologische regeling (in plaats van het bouwplan) wordt voorgesteld om dit maximum te vervangen door de systematiek die is toegepast bij de parkeerberekening. De zinsnede uit artikel 8.1 lid a: ‘met dien verstand dat maximaal 120 parkeerplaatsen zijn toegelaten’ wordt vervangen door: 1. 2.
voor de berekening van de parkeeropgave toepassing wordt gegeven aan de in de nota Actualisatie nota parkeernormen 2019 opgenomen mobiliteitscorrectie, parkeervoorzieningen op eigen terrein dienen worden gerealiseerd voor: bewoners van woningen; bezoekers van woningen en voor gebruikers van andere functies dan woningen indien er aantoonbaar geen gebruik kan worden gemaakt van bestaande parkeerplaatsen in de omgeving zoals beschreven in de Actualisatie nota parkeernormen 2019.
3.2.2 Wijzigingsbevoegdheid college hotel/ short-stay naar extra woningen Ten gevolge van de coronacrisis is het op dit moment onzeker hoe de markt zich voor de hotelfunctie al dan niet in combinatie met short-stay zich zal gaan ontwikkelen. Het is belangrijk voor de haalbaarheid van het plan om voor deze functies een alternatieve invulling beschikbaar te hebben. Aan de regels is daarom de mogelijkheid toegevoegd dat het college het plan kan wijzigen, zodat het aantal woningen verhoogd kan worden van 510 woningen naar maximaal 800 woningen. Er is gekozen voor een wijzigingsbevoegdheid vanwege de onzekerheid of het echt nodig is. Als het nodig is om (geheel of gedeeltelijk) gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid dan geldt een aparte voorbereidingsprocedure voor belanghebbenden om zienswijzen in te dienen tegen het wijzigingsplan. Een wijzigingsplan wordt altijd getoetst aan de wijzigingsregels en het vereiste of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In de wijzigingsregels is eerst geregeld dat wonen in plaats vanaf verdieping 20 in de westtoren is toegelaten vanaf verdieping 6. Een belangrijk aspect voor het totale plan is
44
gemeente Eindhoven
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
dat de torens toegankelijk blijven om te zorgen voor een bepaalde levendigheid op deze locatie. Aan deze regels is daarom toegevoegd dat de toren toegankelijk moet blijven. Voor wat betreft geluidhinder kan pas gerekend worden in hoeverre het nodig is om hogere waarden te verlenen en/of een dove gevel voor te schrijven, als het plan verder is uitgewerkt. Het voldoen aan de regels van geluid is daarom opgenomen als voorwaarde in de wijzigingsregels. Op twee onderdelen is vooraf aanvullend onderzoek uitgevoerd, om te weten of de wijzigingsbevoegdheid uitvoerbaar is. Ten eerste is bekeken of er wel behoefte bestaat aan 290 extra woningen (ladder van duurzame verstedelijking). Uit dit onderzoek blijkt dat de behoefte aan woningen in Eindhoven de komende jaren onverminderd hoog blijft. In de voorwaarden voor de wijziging is wel opgenomen dat als er pas op lange termijn gebruik gemaakt wordt van deze mogelijkheid er alsnog een ladderonderbouwing moet worden aangeleverd. Ten tweede is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het aspect externe veiligheid. Onderdeel van het raadsbesluit is de verantwoording van het groepsrisico. Een afweging over het groepsrisico is een bevoegdheid van de raad en dit aspect dient nu al meegenomen te worden. In het onderzoek dat al onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan is uitgegaan van een worst-case scenario.
Uit het aanvullende onderzoek blijkt dat het groepsrisico bij een toename naar 800 woningen iets lager wordt. Aan de regels wordt lid 3.6 toegevoegd: 3.6 Wijzigingsbevoegdheid 3.6.1 Wijziging wonen lagere verdieping Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de regels van deze bestemming te wijzigen en ten behoeve van het geheel of deels omzetten van het hotel en/of de short stay functies in wonen om de hiervoor in 3.1 onder c sub 1 genoemde bouwlaag 20 te wijzigen en toe te staan dat wonen toegelaten is vanaf bouwlaag 6 onder de voorwaarde dat sprake blijft van een toegankelijke ruimte. 3.6.2 Wijzigen aantal woningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de regels van deze bestemming te wijzigen en ten behoeve van het geheel of deels omzetten van het hotel en/of de short stay functies in wonen, om de hiervoor in artikel 3.1 onder r sub 1. genoemde maximumaantal wooneenheden te verhogen tot maximaal 800 woningen indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Geluidgevoelige functies zijn uitsluitend toegestaan indien de gebouwen voldoen aan het door burgemeester en wethouders van gemeente Eindhoven vast te stellen besluit hogere grenswaarden railverkeerslawaai. Dit besluit hogere grenswaarden dient voor de vaststelling van het wijzigingsplan te worden vastgesteld". b.
Indien 2 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan gebruik gemaakt wordt van deze wijzigingsbevoegdheid, dient opnieuw aangetoond te worden dat sprake is van een regionale behoefte voor de te wijzigen functies.
gemeente Eindhoven
45
december 2020
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -
3.3
Bijlagen van de toelichting. Het onderzoek windhinder is geactualiseerd. In de bijlage van de toelichting is de geactualiseerde versie opgenomen. Het definitieve advies van de Veiligheidsregio is ontvangen in maart 2020. Dit advies is toegevoegd. Ten behoeve van de wijzigingsbevoegdheid naar wonen zijn twee oplegnotities toegevoegd. De eerste oplegnotitie gaat over de regionale behoefte naar woningen. De tweede oplegnotitie gaat over externe veiligheid en de verantwoording van het groepsrisico. Hieruit blijkt dat het groepsrisico iets lager ligt bij een invulling met (kleine) appartementen in plaats hotelkamers en/of short stay.
46
gemeente Eindhoven