CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

21bst00182 - Bijlage 3 - Nota van zienswijzen DistrictE 15 dec 2020

Raadsvergadering 22 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Stationsplein (District-E)15.061 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) Babette

gemeente Eindhoven RE - Ruimtelijke Expertise, RE.RO - Ruimtelijke Ordening december 2020

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

Colofon Uitgave Gemeente Eindhoven RE - Ruimtelijke Expertise, RE.RO - Ruimtelijke Ordening Datum december 2020

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

Inhoudsopgave

1 1.1 1.2 1.3 1.4 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 3 3.1 3.2 3.3

Colofon

2

Inhoudsopgave

3

Inleiding Ontwerpbestemmingsplan ter inzage Plangebied en doel van het plan Zienswijzen Leeswijzer Samenvatting en Reactie per zienswijze Bewoner Stationsplein NS-Stations Bewoner (Groot Paradijs) Diverse bewoners (Stationsweg) Bewoner van de Gabriel Metsulaan Bewoner van de van Wassenhovestraat Bewoner Lakerstraat ProRail Bewoners Fuutlaan Waterschap Bibitor (Stationsplein 16) Van de Laar C.V (De Veste) Bewoner Stationsplein Ambtshalve wijzigingen Verbeelding Regels Bijlage van de toelichting.

4 4 4 4 5 6 6 14 15 17 21 23 27 30 31 36 37 41 43 44 44 44 46

gemeente Eindhoven

3

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

1

Inleiding

1.1

Ontwerpbestemmingsplan ter inzage

Het ontwerpbestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) en het vormvrije m.e.r.beoordelingsbesluit van 4 februari 2020 voor het realiseren van 510 woningen, 196 hotelkamers, 200 shortstay units en maximaal 15.500m2 werken en publieksgerichte functies op de locatie Stations heeft voor een periode van zes weken, vanaf donderdag 20 februari 2020 tot en met woensdag 1 april 2020 op de voorgeschreven wijze, digitaal via de website www.ruimtelijkeplannen.nl en analoog bij het Inwonersplein in het Stadskantoor ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp bestemmingsplan kenbaar te maken. Eventuele bezwaren tegen het m.e.r.beoordelingsbesluit kon ook gedurende voornoemde periode als zienswijzen tegen het ontwerp bestemmingsplan ingebracht worden. Kennisgeving van de ter inzage legging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is op 19 februari 2020 digitaal via de gemeentelijke website www.eindhoven.nl onder de rubriek officiële publicaties en analoog middels publicaties in de edities van de Staatscourant en het weekblad Groot Eindhoven van 19 februari 2020 bekendgemaakt.

Ook is kennis gegeven, dat een digitale versie van het ontwerp bestemmingsplan via bovengenoemde website en de gemeentelijke website www.bestemmingsplannen.eindhoven.nl beschikbaar is voor raadpleging en om te downloaden.

1.2

Plangebied en doel van het plan

Het bestemmingsplan heeft betrekking op District-E. Dit is de herontwikkeling van een deel van het Stationsplein (Zuid). Het plan voorziet in de mogelijke bouw van drie torens met een bouwhoogte van maximaal circa 170, circa 120 en circa 90 meter naast het Centraal station. Het bestemmingsplan maakt een flexibel programma mogelijk met maximaal 510 woningen, 196 hotelkamers, 200 shortstay units en maximaal 15.500 m2 aan werkgerelateerde en publieksgerichte functies.

1.3

Zienswijzen

Naar aanleiding van de ter inzage legging zijn 20 zienswijzen ontvangen. De zienswijze onder 4 is ondertekend door meerder bewoners. (aangeduid 4, 4a en 4b). De zienswijze onder 9 tot en met 9f is dezelfde brief die is ontvangen van meerdere bewoners. Nr.

Naam

1

Bewoner Stationsplein NS Stations

2 3 4

Adres

Datum ontvangst 26-03-2020

Stationshal 17 3511 CE Utrecht

Bewoner Groot Paradijs Bewoner Stationsplein

30-03-2020

27-03-2020

4a

Bewoner Stationsweg

27-03-2020

4b

Bewoner Stationsweg

27-03-2020

4

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

5 6

7 8 9

Bewoner Gabriël Metsulaan Bewoner Van Wassenhovestraat

31-03-2020

Bewoner Lakerstraat ProRail

01-04-2020

10

Bewoner Koekoeklaan Bewoner Fuutlaan Bewoner Fuutlaan Bewoner Fuutlaan Bewoner Goorstraat (ook namens Buurtvereniging Villapark) Bewoner Reigerlaan Bewoner Fuutlaan Waterschap de Dommel

11

BG.legal namens Bibitor B.V.

12

Driessen Advies & Beheer namens van de Laar C.V. Bewoner Stationsplein

9a, 9b 9c 9d

9e 9f

13

01-04-2020

Postbus 2038 3500 GA Utrecht

26-03-2020 31-03-2020 31-03-2020 31-03-2020 31-03-2020 31-03-2020

31-03-2020 31-03-2020 Postbus 10.001 5280 DA Boxtel Postbus 633 5201 AP ‘s-Hertogenbosch Postbus 66 5710 AB Someren

30-03-2020 31-03-2020 01-04-2020 22-04-2020

De zienswijzen 1 tot en met 12 zijn tijdig ingediend en zijn derhalve ontvankelijk. De zienswijze onder 13 is ingediend op 22 april 2020. Dit is drie weken na de zienswijzentermijn. Deze zienswijze wordt daarom niet ontvankelijk geacht; niettemin wordt op de inhoud daarvan ingegaan. De zienswijzen hebben vooral betrekking op verkeer en parkeren en de beschreven milieu-effecten van het bestemmingsplan. De zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een reactie. Hierbij zijn de zienswijzen integraal behandeld. De ingediende zienswijzen worden integraal voorgelegd aan de raadsleden, zodat de gemeenteraad kennis kan nemen van zowel de tekst van de zienswijzen als van de onderstaande samenvatting.

1.4

Leeswijzer

De Nota van zienswijzen start met een samenvatting en Reactie per zienswijze. Daarna komen de ambtshalve wijzigingen aan de orde. De Nota van zienswijzen eindigt met een conclusie waarin de wijzigingen van het vastgestelde plan ten opzichte van het ontwerpplan staan weergegeven.

gemeente Eindhoven

5

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

2

Samenvatting en Reactie per zienswijze

2.1

Bewoner Stationsplein

a. Hittestress Het onderwerp hittestress wordt nergens genoemd in het bestemmingsplan en ook niet in de milieu-effectbeoordeling. Het is niet duidelijk hoeveel de temperatuur stijgt door de warmte die de gebouwen afgeven. Er staan wel Beng-eisen genoemd. Aan deze eisen wordt niet aan voldaan. Dan wordt ook de afgifte van warmte door het gebouw hoger en dit leidt tot meer hittestress Reactie Hittestress is een belangrijk onderwerp in Eindhoven en staat inderdaad niet apart genoemd in het bestemmingsplan. Dit onderwerp maakt onderdeel uit van het zoveel mogelijk klimaatneutraal bouwen op het niveau van de gehele stad en niet zo zeer op gebouw niveau. Hittestress is sterk afhankelijk van het oppervlak aan verhard oppervlak en de hoeveelheid ‘groen’ in zowel het openbaar gebied als groen op/ aan en bij de gebouwen. In de huidige situatie bestaat het projectgebied grotendeels uit verhard oppervlak (parkeerplaats) met lage vegetatie en enkele bomen. Het toevoegen van gebouwen draagt bij aan de gewenste bebouwingsdichtheid voor deze binnenstedelijke locatie en, r komt vooral in de plaats van bestaand verhard oppervlak. Daar komt bij dat de hogere en dichtere bebouwing schaduw brengt die nu afwezig is op de parkeerplaats. Dit zorgt voor een aangenamer verblijf tijdens hittegolven.

Daarnaast is een groenplan in ontwikkeling dat voorziet in het toevoegen van groen, zowel op de daken als aan de gevels, waardoor de hoeveelheid groen juist zal toenemen binnen het projectgebied. De ontwerpvisie voor het groenplan voor District-E is opgenomen in bijlage 18 van de toelichting. De ontwikkelaar zal het groen aan de gebouwen realiseren. Om voldoende zeker te stellen dat het groen aan gebouwen wordt gerealiseerd, wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels dat er minimaal 500m 2 groen per toren op en aan de gebouwen gerealiseerd moet worden. De gemeente zal het openbaar gebied inrichten overeenkomstig een nog nader op te stellen inrichtingsplan openbare ruimte.

6

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

Figuur 1: onderdelen uit het groenplan bij de gebouwen

b. Milieu-effectrapportage In deze rapportage wordt de conclusie getrokken dat er geen milieu-effectrapportage nodig is. In het rapport staat ook dat er overschrijdingen zijn van de normen en dat er mitigerende maatregelen nodig zijn. Maar er staat niet welke maatregelen dat zijn en wie verantwoordelijk is voor die maatregelen. Reactie Er is geen formele Milieu-Effect-Rapportage (MER) nodig, maar er heeft wel een beoordeling van de milieu-effecten plaatsgevonden. Dit wordt ook wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling genoemd. Uit het Besluit m.e.r. blijkt dat de voorgenomen activiteit en het besluit zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage onder categorie D 11.2 “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. Daarmee geldt de verplichting een m.e.r.beoordeling te doen. Een procedure waarin aan de hand van een globale inschatting van de mogelijke milieueffecten beoordeeld wordt of een volledige m.e.r.- procedure nodig is en of een MER opgesteld moet worden. De gemeente Eindhoven legt dit in een m.e.r.-beoordelingsbesluit vast. De voorliggende m.e.r.-beoordelingsnotitie met daarin de inschatting van milieueffecten dient hiervoor als basis. De drempelwaarden van de D-lijst van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage worden in dit geval niet overschreden.

Voor gevallen waarin de drempelwaarden niet worden overschreden geldt de verplichting een zogeheten vormvrije m.e.r.-beoordeling te doen. Uit de (vormvrije)m.e.r.-beoordeling blijkt dat District-E geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. In de m.e.r.-beoordeling wordt aangegeven dat er maatregelen nodig zijn ten aanzien van externe veiligheid, trillingen, geluid en water. Deze maatregelen komen op verschillende manieren terug: De maatregelen voor externe veiligheid zijn opgenomen in het Bouwbesluit. Het gedeelte dat niet is geregeld in het Bouwbesluit, zoals de vloeistofgoot, is geregeld in het bestemmingsplan. gemeente Eindhoven

7

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

Voor trillingen is nader onderzoek verricht (bestemmingsplan bijlage 13). Hieruit blijkt dat er een lichte overschrijding is van de streefwaarden, maar dat er geen onaanvaardbare hinder zal ontstaan en verdere maatregelen niet doelmatig zijn. Voor geluid is de Wet geluidhinder van toepassing in combinatie met regels in het bestemmingsplan. Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor bouwen wordt het bouwplan getoetst aan zowel het bestemmingsplan als het Bouwbesluit, waardoor de bedoelde maatregelen verzekerd zijn. Voor ingrepen met betrekking tot (grond)water is een vergunning vereist van het Waterschap. Het Waterschap schrijft via deze vergunning maatregelen voor. Het gedeelte dat niet is geregeld via de vergunning van het Waterschap, is middels een extra regel toegevoegd aan het bestemmingsplan zie (zienswijze 10). c. Windhinder Bij het Studenthotel is sprake van windhinder. Voor District-E is ook een rapport gemaakt, waaruit blijkt dat er verbeteracties nodig zijn. Er staat niet welke verbeteracties uitgevoerd worden en of dat voldoende is. De onderzoeken naar windhinder zijn op grondniveau. Maar hoe zit het met wind op de 6e verdieping? Kan hier nog een raam open gezet worden? Reactie De drie bouwvlakken en de voor deze vlakken geldende bouwregels zijn zodanig gepositioneerd dat de meest optimale situatie ontstaat, juist ook vanuit het aspect windhinder.

Het belang van een goed windklimaat is vooral gelegen in het ontstaan van een goed openbaar gebied. De torens vormen de entree van en naar de binnenstad van Eindhoven. Het onderzoek en de maatregelen zijn er op gericht dat de looproutes binnen een acceptabel en zo goed mogelijk windklimaat vallen. Behalve de situering van de drie torens, moet ook de inrichting van het openbaar gebied meehelpen aan een goed windklimaat op deze locatie. De gemeente zal, daar waar mogelijk, het openbaar gebied zo inrichten dat windhinder zo min mogelijk optreedt. Om te komen tot een situatie met minder windhinder zijn inmiddels de volgende aanpassingen gedaan: de onderlinge verplaatsing van de torens met verschillende hoogtes; het verbreden en herontwerpen van de sokkel van de torens; het voorzien van strategisch geplaatste kleine luifels en vegetatie. Door het maken van deze aanpassingen aan de beoogde bebouwing zijn zones met windklasse E (“slecht” voor de activiteit “doorlopen”) volledig verwijderd en worden zones met windklasse D (“matig” voor de activiteit “doorlopen”, “slecht” voor de activiteit “slenteren”) tot een minimum beperkt. Nu blijven voornamelijk over: de zones A, B en C, die volgens de Nederlandse norm alle drie “goed” zijn voor “doorlopen”, en respectievelijk “goed”, “goed” en “matig” voor slenteren.

Aanvullend worden onderstaande schermen (in rood aangegeven op de afbeelding) aangebracht: Verticale opstand/schermen van 2m hoog op de 1e verdieping/platform aan west- en noordzijde van de westtoren. Verticale opstand/schermen van 2m hoog op de 1e verdieping/platform aan zuidzijde van de oosttoren. Verticale opstand/schermen van 2m hoog op de 1e verdieping/platform aan noordzijde van de zuidtoren.

8

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

-

Verticale schermen op de begane grond, loodrecht op het gebouw, aan noordzijde van de zuidtoren. Verticale schermen op de begane grond, loodrecht op het gebouw, aan zuidzijde van de zuidtoren.

Figuur 2: aan te brengen schermen

Een andere aanvullende maatregel is inrichting van het openbaar gebied. De gemeente zal in het openbaar gebied zoveel mogelijk (groen)voorzieningen treffen ten behoeve van het windklimaat. Voor wat betreft de vergelijking die wordt gemaakt met de Admirant en het Studenthotel wordt het volgende opgemerkt. Bij de Admirant was er aanvankelijk sprake van veel windklasse D (matig)en zelfs wat windklasse E (slecht) in het kerngebied (Nieuwe Emmasingel zelf). Bij het Studenthotel is het windklimaat matig. Bij District-E is de situatie aanzienlijk anders. Ten eerste zijn er heel veel inspanningen gedaan om het windcomfort zo sterk mogelijk te verbeteren. Ten tweede treden de gebieden met klasse D enkel op tussen de torens en in de onmiddellijke omgeving van de torens. Ten derde is er ter plaatse van het appartementencomplex waar reclamant woont straks sprake van vooral klasse A (de beste), met ook wat klasse B en minimale plekken met klasse C. gemeente Eindhoven

9

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

Zonder de aanpassingen die zijn gemaakt, zou bij Seepaerdstad sprake zijn van windklasse D. Met de aanpassingen komt windklasse D bij Seepaerdstad niet meer voor. Het windklimaat op de balkons zal zeker niet verslechteren. Wat de effecten op grotere hoogte betreft: de wind wordt door de torens naar voetgangersniveau geleid, en dat is waar de wind wordt versterkt. Effecten op grotere hoogte zullen zeer beperkt zijn. Bij Seepaerdstad zijn de effecten van wind verwaarloosbaar gezien de aanwezigheid van windklasse A nabij de gevels. De gemeente heeft met ingang van 5 juni 2020 beleidsregels windhinder waaraan moet worden voldaan. In dit geval wordt voldaan aan de regels met dien verstande er voor een deel sprake is van beoordeling matig. Dit is echter zo beperkt dat hiervoor de afweging is gemaakt dat alle mogelijke maatregelen zijn genomen en het gedeelte waar het windklimaat matig is, zeer beperkt is. d. Luchtkwaliteit Er is sprake van een verslechtering van de luchtkwaliteit, maar het valt binnen de normen. Dit is niet goed. De effecten in de Stationsstraat worden niet gezamenlijk behandeld. Er is cumulatie met Lichthoven 1 en 2. Reactie De berekeningen voor District-E zijn uitgevoerd met de NSL-Monitoringstool.

NSL staat voor Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit Binnen het NSL hebben overheden afgesproken een pakket aan maatregelen uit te voeren om de luchtkwaliteit te verbeteren. In het NSL zijn ook een flink aantal projecten opgenomen, zoals woningbouw en nieuwe wegen. Bij het bepalen van de verwachte luchtkwaliteit in de toekomst is rekening gehouden met de effecten van die projecten. De Monitoringstool is het instrument waarmee berekeningen worden uitgevoerd. In de Monitoringstool is al het bestaande beleid opgenomen. Dat wil zeggen alle projecten waarvan bekend is dat deze gaan komen. De gemeente zorgt er voor dat de gegevens in de Monitoringstool regelmatig worden geactualiseerd. Op het moment dat District-E “bestaand beleid” is geworden, wordt dit project opgenomen in de Monitoringstool. Zodra een nieuw project gaat rekenen, bijvoorbeeld Lichthoven, dan wordt District-E meegenomen in de berekening. Op deze manier worden de effecten op de luchtkwaliteit voor de hele stad gezamenlijk meegenomen. Daarnaast blijkt uit de berekening (Bijlage 12 van de toelichting) dat de toename van de uitstoot van NO2 en fijnstof onder de 1,2 µg/m3 blijft. Dit wil zeggen dat het plan Niet in Betekenende Mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Het project valt hiermee onder het Besluit Niet in Betekenende Mate Bijdragen en voldoet aan de luchtkwaliteiteisen. e.

Gezondheidsindicatoren In de Omgevingswet is het mogelijk om te werken met gezondheidsindicatoren. Een dergelijk onderzoek is hier niet gedaan. Dit moet je wel toepassen. Reactie Op dit moment is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) nog van toepassing. Dat betekent dat er getoetst wordt aan de hand van het criterium van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Gezondheid maakt hier geen onderdeel van uit.

10

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

Gezondheidsindicatoren hebben betrekking op grote gebieden. De belangrijkste milieu aspecten die ook betrekking hebben op gezondheid, zoals geluid en luchtkwaliteit maken onderdeel uit van het bestemmingsplan. In dit geval zijn de effecten van de bouw en gebruik van de drie torens voldoende in beeld gebracht in de m.e.r.-beoordeling en (de milieuonderzoeken van) het bestemmingsplan. f. Groen en bomen Wat is effect van het weghalen van de bestaande bomen op onder andere luchtkwaliteit, wind en hitte? Reactie De bomen hebben een positief effect op het verlagen van de hitte. Dit wordt gemeten met behulp van de UHI (Urban Heat Island). Het UHI is een gangbare parameter voor het meten van extra hittestress als gevolg van de stedelijke inrichting. Het stedelijk hitte eiland effect is aanwezig op de projectlocatie. Het is dus belangrijk om de weg te halen bomen te compenseren. De bomen die weggehaald worden, zullen worden gecompenseerd. Op het Stationsplein zullen straks bomen terugkomen. Het ontwerp hiervoor moet nog worden gemaakt. Daarnaast worden de gebouwen zoveel mogelijk voorzien van groene terrassen. Zoals aangegeven bij deze zienswijze onder punt a zal hiervoor een voorwaarde worden opgenomen in het bestemmingsplan. Gezien het groenplan komt er meer groen bij en zal het weghalen van de bomen de hittestress niet verslechteren.

Het weghalen van bomen kan er toe leiden dat de wind minder wordt belemmerd. Maar er worden ook gebouwen en bomen toegevoegd om juist windhinder te voorkomen. Voor wat betreft windhinder zal het verschil door het weghalen van de bomen op het plein beperkt zijn. Voor luchtkwaliteit is het effect van het weghalen van bomen afhankelijk van dit ‘netto windeffect’. Minder belemmering van de wind betekent een betere verversing van de lucht op straat. Maar de verwachting is dat door het weghalen van bomen geen grote veranderingen voor de luchtkwaliteit zullen optreden. g. Fietsenstalling op eigen terrein In het plan staat aangegeven dat het fietsparkeren van District-E wordt opgelost in de fietsenkelder van het Stationsplein. Dit moet in het plangebied zelf opgelost worden. Reactie Het is niet juist dat het fietsparkeren van District-E wordt opgelost in de fietskelder van het Stationsplein. Binnen het plangebied van District-E komt ook een parkeervoorziening voor fietsen, zodat de vraag naar fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein wordt opgelost. Het plan moet namelijk voldoen aan de Nota Parkeernormen 2019. In deze nota zijn ook normen opgenomen voor het aantal fietsparkeerplekken, die moeten worden gerealiseerd op eigen terrein. De fietsenstallingen in District-E zijn bedoeld voor de bewoners, werknemers en bezoekers van District-E.

Voor de fietsers is de kelder toegankelijk via een luie trap met dubbele fietsgoot onder de westtoren en via een fietslift in de voet van elke toren. gemeente Eindhoven

11

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

Figuur 3: fietsenstallingen in District-E

Figuur 3: fietsenstalling in District-E in het voorlopige bouwplan

h. Handhaving fietsen Er is een paragraaf handhaving opgenomen, maar hier zou een apart stuk in moeten staan over fietsparkeren. Er zou een fietsparkeerbeleidsplan voor handhaving moeten komen voor het Stationsplein en District-E. Reactie Hoofdstuk 7 over handhaving is inderdaad erg algemeen en de handhaving van fietsen is een belangrijk onderwerp in het stationsgebied. Er is al handhavingsbeleid voor fietsparkeren in Eindhoven. Dit handhavingsprogramma is vastgesteld in 2011. Het stationsgebied is hierin aangewezen als handhavingsgebied. We hebben enkele jaren geleden in overleg met ondernemers, fietsersbond, handhaving en fietsdepot gekozen voor een handhavingsaanpak gericht op de probleemlocaties (stationsomgeving, 18 Septemberplein, Markt/Jan van Lieshoutstraat en Catharinaplein/Kerkstraat). Bij de stationsomgeving (noord en zuid) wordt vrijwel

12

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

dagelijks gehandhaafd, vooral op hinderlijk geparkeerde fietsen. Er wordt gehandhaafd op hinderlijk geparkeerde fietsen, fout geparkeerde fietsen en weesfietsen. Een belangrijke voorwaarde bij handhaving van fietsen is dat er voldoende stallingsruimte aanwezig is in de omgeving. Zowel District-E als straks de parkeerkelder van NS zorgen er voor dat aan deze voorwaarde kan worden voldaan. In de fietsparkeerstrategie die nu wordt opgesteld wordt ook aandacht besteed aan handhaving. i. Verlichting van en op gebouwen Hoe zit het met verlichting van bijvoorbeeld reclames op de torens? Reactie Voor het aanbrengen van grootschalige reclames aan gebouwen is een omgevingsvergunning nodig. Deze omgevingsvergunning wordt getoetst aan welstand. Voor District-E is bekend dat de drie torens worden aangelicht, maar hier komen geen neon reclame uitingen. Mogelijk komt er een reclame op de kop van de zuidtoren richting de Bijenkorf (tunneltje Vestdijk), maar niet richting de Stationsweg. Het grote scherm aan de buitenzijde van het pand biedt bedrijven een interactieve manier om informatie te delen met een groter publiek, in de vorm van hoogwaardige en dynamische visuals of livestreams. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze over het belang van het groen onder punt a en onder punt c worden de regels van het plan als volgt aangepast.

Er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de vorm van een specifieke bouwregel. Aan artikel 3 wordt lid 3.3. toegevoegd: 3.3

Specifieke bouwregel

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen als bedoeld in artikel 3.2.1 wordt uitsluitend verleend als per gebouw wordt voorzien in een duurzame groenvoorziening met een omvang van minimaal 500m2. De zienswijze leidt tot wijziging van de regels van het bestemmingsplan. De zienswijze wordt deels gegrond geacht. Voor het overige leidt de zienswijze niet tot wijziging van de regels of de verbeelding van het bestemmingsplan en wordt de zienswijze voor dat deel ongegrond geacht.

gemeente Eindhoven

13

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

2.2

NS-Stations

a. Tinkeralley, tinkerstreet Er is regelmatig met partijen gesproken over een goede invulling van de tinkeralley (ruimte tussen torens en het spoor). NS-stations wil daar ook aan mee werken. Dit gebied is buiten de begrenzing van het bestemmingsplan gelaten. Geadviseerd wordt om dit punt mee te nemen in het bestemmingsplan. Reactie Het bestemmingsplan bevat alleen de gronden waarop de ontwikkelaar de torens gaat realiseren en niet de gronden daarbuiten. Er is nog geen concreet plan met welke functies dit gebied wordt ingevuld. Dat betekent dat het niet mogelijk is om hier een passende toekomstige bestemming op te leggen. Zeker niet omdat een ruime flexibele bestemming niet goed mogelijk is op deze locatie, omdat vanuit externe veiligheid hier zich ook niet alle functies kunnen vestigen. De tinkeralley is een belangrijke plek voor zowel de gemeente als de ontwikkelaar. Privaatrechtelijk hebben wij daar ook afspraken over gemaakt. Inmiddels is met NS afgesproken om voor de uitwerking van de tinkeralley een gezamenlijk deelproject op te starten. Conclusie De zienswijze leidt niet tot wijziging van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht

14

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

2.3

Bewoner (Groot Paradijs)

a. Windhinder Het rapport van TU geeft aan dat er nog gebieden zijn, waar sprake is van windhinder in de gebouwde omgeving in hoekstromingen en passages. Dit is in tegenspraak met de conclusie in het bestemmingsplan. Reactie: In het bestemmingsplan staat als conclusie dat de uitkomst van het onderzoek is dat er sprake is van een acceptabel woon-en leefklimaat en dat er geen onevenredige windhinder of windgevaar ontstaat. Dit is niet in tegenspraak met elkaar. Het windklimaat is voldoende om te komen tot een haalbaar en uitvoerbaar plan. Zie voor een uitvoerige uitleg de reactie bij zienswijze 2.1 onder c. b. Duurzaamheid Het is niet duidelijk welke alternatieve vorm van verwarming wordt toegepast. Zullen er wettelijke eisen worden gesteld (EPC) aan de nieuw te bouwen gebouwen? Reactie Op dit moment wordt een variant met stadswarmte in combinatie met warmtekoudeopslag uitgewerkt. Wettelijke eisen zijn altijd van toepassing, dus ook de EPC eisen zijn van toepassing op de nieuw te bouwen gebouwen. Overigens wordt de EPC vervangen door de BENG eisen (bijna energieneutraal gebouw). Naar verwachting wordt deze nieuwe wettelijke eis ingevoerd per 1 januari 2021. c. Verdichtingsvisie Dit plan ligt al ter inzage, terwijl de Verdichtingsvisie nog niet is vastgesteld. Is hiervoor een verklaring? Reactie Ja, hiervoor is een verklaring.

De ontwikkeling van het Stationsgebied zuidzijde is al vaststaand beleid. In 2005 is de ontwikkelingsvisie Stationsgebied verbinden en verblijven vastgesteld. Ook in de Binnenstadsvisie “Eindhoven Internationale hotspot” (2016) staat de ambitie dat de binnenstad zich ontwikkelt tot een icoon van internationale allure. Dit beleid staat beschreven in paragraaf 3.4.2 en 3.4.3. van de toelichting. De Verdichtingsvisie heeft betrekking op de gehele binnenstad over het gebied tussen Emmasingel, 18 Septemberplein, Vestdijk, Hertogstraat, Wal en Keizersgracht, de buurt Bergen en het Tramstraatkwartier. Hiermee wordt een kader gegeven voor andere nieuwe ontwikkelingen. Naar verwachting wordt de Verdichtingsvisie in de oktober 2020 vastgesteld. d. Trillingen en laag frequent geluid In het bestemmingsplan staat dat trilling niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er wordt wel opgemerkt dat bewoners worden geïnformeerd als er sprake is van een licht verhoogde mate van trilling. Dit is in tegenspraak met elkaar. Ook wordt een voorbeeld gegeven over trilling bij Den Haag.

gemeente Eindhoven

15

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

Reactie: Zoals ook het geval is bij windhinder, is er een nuanceverschil tussen of er sprake is van trilling of van onaanvaardbare trilling. De ontwikkelaar lost dit zoveel mogelijk op bij de bouw. Mocht er toch nog enige mate van trilling blijven, dan zal de ontwikkelaar bewoners hierover informeren. Van onaanvaardbare hinder is geen sprake. Het is heel lastig om deze situatie te vergelijken met Den Haag, omdat de bodemgesteldheid in Den Haag anders is dan in Eindhoven. Conclusie De zienswijze leidt niet tot wijziging van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht

16

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

2.4

Diverse bewoners (Stationsweg)

a. Afspraken ontwikkelaar Studenthotel De ontwikkelaar van het studenthotel AM is een deel van de afspraken met betrekking tot wind en parkeren niet nagekomen. Reactie De maatregelen met betrekking tot parkeren zijn in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. Voor windhinder moet worden voldaan aan de gemeentelijke beleidsregels. Dat wil zeggen dat een slecht windklimaat niet is toegelaten. Overigens betreft het hier een andere ontwikkelaar dan bij het studenthotel. b. MER en externe veiligheid In deze rapportage wordt de conclusie getrokken dat er geen milieu-effectrapportage nodig is. In het rapport staat ook dat overschrijdingen zijn van de normen en dat er mitigerende maatregelen nodig zijn. Maar er staat niet welke maatregelen dat zijn en wie verantwoordelijk is voor die maatregelen. Voor het Student Hotel is uitgegaan van MER Stationsgebied van Witteveen en Bos van 2011. Hier was de score op externe veiligheid niet goed. Hoe zit dit bij District-E? Reactie Voor wat betreft het kunnen volstaan met een m.e.r.- en de verwerking van de maatregelen uit de m.e.r.-beoordeling in de plannen, wordt verwezen naar zienswijze 1 onder punt b. Zowel in de m.e.r.-beoordeling als in het bestemmingsplan is voor District-E ingegaan op het punt externe veiligheid. Een belangrijk punt is dat het groepsrisico ten gevolge van District-E toeneemt.

De gemeenteraad wordt voorgesteld om hier expliciet een besluit over te nemen, omdat het groepsrisico sterk toeneemt. Tijdens het tot stand komen van het bestemmingsplan is expliciet naar externe veiligheid gekeken. Hierbij zijn diverse veiligheidsverhogende maatregelen bekeken op toepasbaarheid en haalbaarheid. Dit heeft er onder andere in geresulteerd dat er tussen het spoor en de gebouwen een vloeistofgoot komt, de gebouwen binnen 30 meter van het spoor brandwerend worden uitgevoerd en de trappenhuizen explosiewerend zijn. Alle te nemen maatregelen zijn weergegeven in bijlage 5 van de toelichting van het bestemmingsplan. In de Verantwoording groepsrisico zijn alle te nemen maatregelen opgenomen. Met deze maatregelen worden personen in de gebouwen en het gebied extra beschermd tegen een calamiteit met gevaarlijke stoffen op het spoor. Daarnaast zorgen de maatregelen en de bebouwing ervoor dat gebouwen achter deze ontwikkeling extra beschermd zijn. Met al deze maatregelen wordt het groepsrisico verantwoord geacht. Over het algemeen worden regels over bouwen en brandveiligheid alleen gesteld door een toetsing aan het Bouwbesluit. Juist omdat het voor dit plan belangrijk is dat er ook aanvullende maatregelen worden genomen, zijn deze aanvullende maatregelen opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. c.

Omgevingstemperatuur en samenhang met plannen in de omgeving Er wordt een paragraaf gemist over de invloed op de omgevingstemperatuur. Er ontbreekt samenhang met gemeentelijk beleid voor meer groen in de binnenstad en om gemeente Eindhoven

17

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

de negatieve effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Ook wordt de samenhang gemist met De Gender en de fietsparkeergarage. Reactie Voor wat betreft de temperatuur en hittestress wordt verwezen naar zienswijze 1 onder punt a. De plannen voor District-E, de Gender en de fietsenstalling worden apart uitgevoerd en hiervoor worden indien nodig aparte planologische procedures gevoerd. De plannen worden wel in samenhang ontwikkeld. d. Bomen Er worden bomen gekapt. Hoe worden deze gecompenseerd? Reactie Er komt groen terug op en aan de gebouwen. Zie hiervoor ook de reactie bij zienswijze 2.1 onder a en onder f. De gemeente plaatst zoveel mogelijk bomen terug. Deze komen terug op het Stationsplein of in de omgeving van het Stationsplein. Voor het kappen van bomen geldt dat hiervoor een vergunning nodig is. Bij deze vergunning wordt compensatie meegenomen. Indien bomen echt niet terug kunnen worden geplaatst, moeten deze financieel gecompenseerd worden. Bij kapvergunningen adviseert Trefpunt Groen Eindhoven de gemeente om op een zo goed mogelijke wijze de bomen te verplaatsen of te compenseren. Overigens is TGE positief over het plan, omdat er sprake is zorgvuldig ruimtegebruik, doordat het bestaand stedelijk gebied van Eindhoven verder wordt verdicht zodat het buitengebied gespaard kan blijven. e.

Uitzicht, privacy, lichthinder en bezonning De komst van de torens beperkt het uitzicht. Er is inkijk mogelijk vanuit de torens, waardoor sprake is van minder privacy. De bezonning neemt af. De avondzon verdwijnt. Volgens de ‘strenge’ TNO-norm zou er tenminste drie bezonningsuren per dag moeten zijn in de periode 21 januari tot 22 november. Hoe zit het met voldoende daglichttoetreding bij belendende panden. Er wordt aandacht gevraagd voor het tegengaan van lichtreflecties bij de materiaalkeuze. Verzocht wordt om geen knipperende en flikkerende lichtreclames aan te brengen op de gebouwen. Reactie Uitzicht De afstand vanaf het appartementencomplex waar bewoner woont tot aan District-E bedraagt meer dan 100 meter. Het uitzicht vanaf deze appartementen naar voren wordt bepaald door het Studenthotel. Tussen de appartementen en District-E liggen de Stationsweg en het Stationsplein. Er is geen verlies van direct uitzicht van en naar District-E. Privacy Er is over het algemeen geen sprake van privacyverlies als er sprake is van een afstand van meer dan 50 meter tussen gebouwen. Pas bij een afstand van 30 meter is sprake van zichtbare herkenning. In dit geval ligt District-E ‘opzij’ van het appartementencomplex van reclamant op een afstand van meer dan 100 meter. Er zal geen sprake zijn van

18

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

inkijk, ook niet vanaf grote hoogte – gelet op de ligging van District-E ten opzichte van het appartementencomplex. Schaduw en bezonning Er is voor het project een beschaduwingstudie uitgevoerd in lijn met het gemeentelijk beleid (zie hiervoor Gemeenteblad 2017.009). De uitgangspunten van dit beleid komen overeen met de lichte TNO norm waarbij minimaal twee uur bezonning mogelijk moet zijn. Daarboven mag er geen afname van meer dan 50% zijn in tuinen of op balkons. In de studie is de beschaduwing van onder meer de noordgevel van het appartementencomplex inzichtelijk gemaakt. Daarbij is aanvullende bezonning van andere gevels niet meegenomen, omdat District-E enkel effect heeft op de noordgevels. In de bestaande situatie zonder District-E is enkel in de zomermaanden aan de noordgevel voldoende bezonning om aan de TNO eisen te voldoen. Bij de nieuwe situatie, na realisatie van District-E, is er een afname van bezonningsduur. Deze afname blijft binnen de gemeentelijke richtlijnen voor tuinen en balkons. In de periode dat de noordgevel voldoende direct zonlicht ontvangt (in de zomermaanden) wordt er na realisatie van District-E voldaan aan de lichte TNO-norm met 2 uur bezonning. Overigens wordt er ook voldaan aan de ‘strengere’ TNO norm met 3 uur bezonning. Dit is omschreven in de beschaduwingstudie in bijlage 1 van de toelichting.

In afdeling 3.11 van het Bouwbesluit staat de toetsing van daglichttoetreding voor een woning beschreven. Deze artikelen hebben betrekking op de nieuw te bouwen woningen en niet op de bestaande woningen. Gevelreflecties en lichtreclames De gevels van District-E worden vlak uitgevoerd (niet hol) met op iedere verdieping horizontale luifels waardoor concentratie van zonlicht op een specifiek punt niet zal optreden. Hierdoor zal er geen sprake zijn van gevelreflecties. Er komen geen lichtreclames aan de zijde van de Stationsweg. Voor een uitgebreide beantwoording wordt verwezen naar de reactie bij zienswijze 1 onder h. f. Parkeren In 2019 zijn de parkeervergunningen van de bewoners van de Stationsweg opgeheven. Door de nieuwbouw verdwijnt er steeds meer capaciteit. Bij de bouw van het Studenthotel is afgesproken dat de gemeente met alternatieve parkeerruimte voor bewoners zou komen. Deze afspraken zijn niet nagekomen. Waarom wordt het parkeren voor bezoekers afgewenteld op de omgeving? Daar komt nog bij dat bovengrondse parkeerplaatsen vervallen voor de omgeving. Reactie Van afwenteling op de omgeving is geen sprake. Er zijn voldoende beschikbare parkeerplaatsen voor handen in de directe omgeving, waaronder de KBC-parkeergarage. Dit komt ook tot uitdrukking in het gemeentelijk parkeerbeleid.

De huidige parkeerterreinen op de VVV-locatie en aan de Stationsweg zijn altijd slecht van tijdelijke aard geweest en spelen daarbij geen rol. Op 9 april 2015 heeft de gemeente u een brief verzonden naar aanleiding van uw bezwaarschrift tegen Studenthotel met daarin een inventarisatie van beschikbare parkeerplaatsen. Er zijn namelijk parkeerplaatsen beschikbaar onder andere op de gemeente Eindhoven

19

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

locaties Fuutlaan Noord en Prof. Dr. Dorgelolaan. Deze parkeerplaatsen voldoen aan het gestelde uitgangspunt dat er voldoende beschikbare plaatsen zijn. Voor deze parkeerplaatsen kon vanaf 2015 een parkeervergunning worden aangevraagd. Hiervan is voor zover bekend nog geen gebruik van gemaakt, maar het is nog steeds mogelijk om hiervoor een parkeervergunning aan te vragen. De huidige parkeerterreinen op VVV-locatie en aan de Stationsweg zijn altijd van tijdelijke aard geweest. Ook in publieke garages is nog restcapaciteit (o.a. KBC). g. Windhinder Sinds de bouw van het Studenthotel is de Stationsweg een windtunnel en ook op de balkons wordt windoverlast ervaren. De vrees bestaat dat dit erger wordt door het toevoegen van de torens van District-E. Het rapport van TNO stelt dat er nog verbetermaatregelen genomen moeten worden. Reactie In de Reactie op zienswijze 1 sub c is uitgebreid ingegaan op het aspect windhinder. Hieruit blijkt dat de situatie op de balkons bij de omliggende woningen niet zal verslechteren. h. Schade De effecten voor wat betreft wind en minder zon leiden tot schade en derving van woongenot. Gevraagd wordt om mitigerende maatregelen met aandacht voor de balkons van het appartementencomplex van reclamant. Reactie Mocht sprake zijn van planschade, dan kan na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een aanvraag tegemoetkoming planschade worden ingediend.

Overigens zijn er al mitigerende maatregelen genomen met betrekking tot wind, waardoor de situatie op het gebied van wind op het balkon niet verslechtert. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze over het belang van de bomen onder punt d worden de regels van het plan aangepast. Er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de vorm van een specifieke bouwregel. (zie ook conclusie bij zienswijze 2.1) De zienswijze leidt tot wijziging van de regels van het bestemmingsplan. De zienswijze wordt deels gegrond geacht. Voor het overige leidt de zienswijze niet tot wijziging van de regels of de verbeelding van het bestemmingsplan en wordt de zienswijze voor dat deel ongegrond geacht.

20

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

2.5

Bewoner van de Gabriel Metsulaan

a. Omgevingsvisie Waarom is er geen relatie met Omgevingsvisie die nu gemaakt wordt? Hoe verhoudt dit bestemmingsplan zicht tot het grotere geheel. Hoe wordt invulling gegeven aan de ambities uit de omgevingsvisie. Reactie Zie zienswijze 3 onder c, waarin een vergelijkbare vraag is beantwoord over de Verdichtingsvisie. District-E valt al onder het vastgestelde beleid. En ook de ambities die al eerder vastgesteld zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot terugdringen mobiliteit en duurzaamheid krijgen invulling door de realisatie van District-E. b. Brandveiligheid Hoe zit het met brandveiligheid, omdat er voor gebouwen boven 70 meter geen eisen zijn in het Bouwbesluit? Reactie Het Bouwbesluit is inderdaad niet afgestemd op gebouwen hoger dan 70m. in het ontwerp wordt daarom gebruik gemaakt van de handreiking ‘brandveiligheid hoge gebouwen’ van SBR/Curnet uit 2014. Deze richtlijn wordt landelijk gebruikt om een minimaal gelijkwaardig niveau van veiligheid te realiseren voor het gebouw en de omgeving als gebouwen hoger zijn dan 70m. De aanvullende eisen die hieruit volgen, worden daarbij ook afgestemd met bevoegd gezag en de brandweer. Met betrekking tot de locatie zo dicht bij het spoor zijn er inderdaad extra risico’s waar rekening mee gehouden moet worden. Het Bouwbesluit stelt ook aanvullende eisen bij het bouwen zo dicht bij het spoor in een plasbrandaandachtsgebied.

Ten behoeve van het bestemmingsplan is in samenwerking met de gemeente ook een analyse gemaakt van de risico’s en is een verantwoording van de risico’s opgesteld met aanvullende maatregelen. Dit pakket aan maatregelen wordt in het ontwerp van het gebouw en de buitenruimte meegenomen. c. Leegstand gebouwen Hoe om te gaan met leegstand in verband met mogelijke recessie? Reactie Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de vraag naar woningen nog steeds groot is, ook bij een recessie. Het is een goed plan op een goede locatie. De behoefte aan woningen en in het bijzonder woningen in het centrum is groot. Hier valt daarom geen leegstand te verwachten van de woningen. Daarnaast zijn er publiekstoegankelijke functies voorzien in de plinten zoals kantoren voorzien in de torens. Ook voor deze functie geldt dat - gelet op de ligging bij het station – hier vraag naar is. In bijlage 9 is het onderzoek naar de regionale behoefte opgenomen (onderzoek in het kader van de ladder naar duurzame verstedelijking) opgenomen, waaruit blijkt dat er behoefte is aan de functies die dit plan mogelijk maakt, zodat er vrees is voor relevante leegstand. Verder treedt de initiatiefnemer niet alleen op als ontwikkelaar van District-E, maar ook als beoogd belegger, waarmee de initiatiefnemer een groot belang heeft bij het in standhouden en uitbouwen van het programmatische concept. . gemeente Eindhoven

21

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

Dat gaat enerzijds over het gevarieerde woonprogramma dat ook op lange termijn succesvol in de markt moet passen, maar juist ook over de plintprogramma’s. Beide zijn afhankelijk van elkaars succes. Dit betekent dat lange termijn sturing op en commitment aan het succes van District-E mogelijk is. Conclusie De zienswijze leidt niet tot wijziging van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht.

22

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

2.6

Bewoner van de van Wassenhovestraat

a. MER Het is niet juist dat er geen MER rapport gemaakt hoeft te worden. In paragraaf 2.3 wordt gesteld dat er geen samenhang is met andere ontwikkelingen. Maar hoe zit het met de samenhang in stedenbouwkundige zin? District-E kan een aanjager zijn voor nog meer ontwikkeling in hetzelfde gebied in de nabije toekomst. En is er toch geen cumulatie door toename verkeer? Het onderdeel cumulatie zou moeten worden verduidelijkt. Reactie Stedenbouwkundige samenhang Er is geen sprake van fysieke samenhang. De geplande gebouwen kennen geen onderlinge samenhang, grenzen niet direct aan elkaar en ook de buitenruimtes worden afzonderlijk van elkaar ontwikkeld. Tussen de projecten is geen sprake van bouwkundig verbindingen. Er is geen sprake van functionele afhankelijkheid tussen de plannen. Er worden geen voorzieningen in Lichthoven 1 en 2 opgenomen (en vice versa) waar het andere plan op leunt. Parkeren en verkeersontsluiting worden afzonderlijk van elkaar geregeld. District-E en Lichthoven voorzien in eigen parkeervoorzieningen en dragen zelf zorg voor een goede bereikbaarheid van de ontwikkeling. De plannen worden door verschillende ontwikkelaars ontwikkeld en als afzonderlijke projecten voorbereid en uitgevoerd, waardoor er geen projectmatige en organisatorische samenhang is. Er is ook geen financiële samenhang. De drie torens worden wel als een samenhangend geheel gezien.

Verkeer De ontwikkeling van het stationsgebied bevat een pakket aan (infrastructurele) maatregelen, waardoor de kwaliteit van de verkeersafwikkeling ook in de toekomst gewaarborgd is. Er wordt ook geen verslechtering verwacht van de verkeersveiligheid. De gemeente stelt momenteel een Ontwikkelplan Centrum op dat gericht is op een aantrekkelijke, klimaatbestendige en autoluw centrum. Uitgangspunt daarbij is dat onder andere al het doorgaande verkeer uit het centrum verdwijnt en het gebruik van lopen, fietsen en openbaar vervoer structureel toeneemt. Hierdoor ontstaat capaciteits- en omgevingsruimte voor aanvullend bestemmingsverkeer van Lichthoven en District-E. Daarom wordt er met inachtneming van de ontwikkelingen aan de openbare ruimte niet verwacht dat de ontwikkelingen samen knelpunten op zullen leveren. b. Autoluw maken centrumgebied In de rapportage met betrekking tot de verkeersbelasting worden maatregelen genoemd om aan te geven dat het effect wel meevalt. Hieraan ligt het gemeentelijk beleid voor het autoluw maken ten grondslag. Welke berekening ligt hieraan ten grondslag en welke garantie is er dat het centrumgebied in 2023 autoluw is? Reactie Aan deze aannames ligt het gemeentelijk beleid (Eindhoven op weg, 2013) ten grondslag. Het beleid is al enkele jaren gericht op het autoluw maken van het centrumgebied. Dit is opgenomen in het Coalitieakkoord 2018-2022.

Hierin staat dat de bereikbaarheid van de gemeente Eindhoven

23

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

stad belangrijk is, maar dat op termijn ook een groene en gezonde stad belangrijk is. Het verminderen van het autoverkeer in het centrum zorgt onder andere voor meer leef- en verblijfsruimte in de binnenstad. Hier hoort ook een andere manier van autogebruik van en naar het centrum bij. Deze ambitie is verder uitgewerkt en de gemeenteraad is in december 2019 hierover geïnformeerd in de raadsinformatiebrief ‘Eindhoven op weg naar een gezond en aantrekkelijk centrum – menukaart Autoluw’. In dit besluit is een breed maatregelenpakket opgenomen. De maatregelen hebben betrekking op gedrag, actieve en duurzame mobiliteit (zachte maatregelen) en infrastructuur (harde maatregelen) voor de kortere termijn (2019-2022). Voor de langere termijn zijn aanvullend dergelijke samenhangende maatregelen in studie, te samen met de bouwopgave voor het centrum en het stationsgebied. Al deze maatregelen zorgen voor balans op de Ring en Radialen en het centrum. Hierdoor blijft het centrum en de stad bereikbaar, maar blijft het centrum ook leefbaar. Rekenkundig ligt hier een verkeersmodel aan ten grondslag. In het verkeersmodel zijn alle wegen en het aantal verkeersbewegingen opgenomen. Aan dat model worden vervolgens de nieuwe projecten toegevoegd met de extra verkeersbewegingen. En aan dat model worden de verkeersmaatregelen toegevoegd.

Aan de hand hiervan berekent het model wat de te verwachten toename is van het verkeer op bepaalde wegen. c. Parkeren Bij het parkeeronderzoek wordt een reductie van 50% aangehouden, omdat er voldoende parkeercapaciteit in de omgeving is. Wat gebeurt er met de parkeergarages in de directe omgeving. Verdwijnen deze? En zijn er dan nog voldoende parkeergarages op loopafstand. Reactie Bij het parkeeronderzoek wordt vanwege het geldende parkeerbeleid een reductie aangehouden van 50% vanwege de ligging bij het NS-station en HOV-station. Gelet op het beleid om een autoluwe binnenstad te creëren worden er geen nieuwe ‘extra’ parkeerplaatsen gerealiseerd, want die maken het juist weer aantrekkelijk om als bezoeker met de auto naar het Stationsplein te rijden en hier je auto te parkeren. Als het onaantrekkelijk wordt om de auto te parkeren op deze locatie, worden de alternatieven van: P+R aan de rand van Eindhoven, trein, bus en fiets aantrekkelijker. Voor bezoekers die er voor kiezen om toch met de auto naar de binnenstad te komen en hier te parkeren geldt dat er voldoende parkeergelegenheid is in de nabijheid van het Station, bijvoorbeeld aan de noordzijde onder het KBC. Er verdwijnen geen parkeergarages. En er zijn voldoende parkeergarages met voldoende parkeercapaciteit op loopafstand aanwezig.

Behalve de parkeergarage KBC aan de noordzijde van het station zijn er ook nog parkeergarages bij de Bijenkorf en de Mediamarkt.

24

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

d. Verkeersbewegingen In bijlage 6 van de m.e.r.-beoordeling wordt gerekend met de verkeersbelasting tot circa 2000 voertuigen. De helft hiervan vervalt. Dan blijven nog 1000 voertuigen over. Dit klopt niet met de verkeersgeneratie van circa 400 motorvoertuigen. Reactie Voor het plan District-E is de verkeersgeneratie berekend. Dit is het aantal verkeersbewegingen dat door het plan wordt gegenereerd. De verkeersgeneratie wordt uitgedrukt in motorvoertuigen (mvt) per etmaal (24 uur). Er is zowel een robuuste (theoretische worst-case) als een realistische berekening van de verkeersgeneratie uitgevoerd: • Robuuste: de berekening met de maximale planologische mogelijkheden is uitgevoerd op basis van de toegelaten functies van de gebouwen zonder streng parkeerregime. Daarmee zal de totale verkeersgeneratie van de ontwikkeling van District-E tussen de 1702 en 3026 verkeersbewegingen per dag liggen. • Realistische: vanwege het strenge parkeerregime, beperkt autogebruik en de inzet op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit zal de verkeersgeneratie lager liggen. De realistische verkeersgeneratie is berekend op basis van de in het plan opgenomen parkeervoorzieningen en de parkeervraag. Daarmee zal de verkeersgeneratie circa 960 verkeersbewegingen per dag bedragen.

Dit getal van 960 verkeersbewegingen is opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan en is als grondslag gebruikt voor de onderzoeken luchtkwaliteit en stikstofdepositie. Onderzoek Luchtkwaliteit In het luchtkwaliteit onderzoek is er gerekend met de realistische verkeersgeneratie die is berekend op basis van het strenge parkeerregime: 960 verkeersbewegingen per dag. Dit zijn zowel aankomsten als vertrekken. Omdat voor luchtkwaliteit de verkeersintensiteiten per wegvak van belang zijn voor de invloed op de lokale luchtkwaliteit (hoeveel auto’s rijden er nu op welke weg), moet deze verkeersgeneratie nog worden verdeeld over de verschillende ontsluitingswegen. In het geval van District-E zijn er drie mogelijk ontsluitingsrichtingen: 1. Vestdijk (richting het zuiden) 2. Stationsweg (richting het oosten) 3. Vestdijktunnel (richting het noorden) Omdat er niet precies te voorspellen is hoe het verkeer zich zal ontsluiten, is hiervoor een worst-case aanname gemaakt dat het verkeer zich niet gelijkmatig verdeelt over de drie ontsluitingswegen volgens 33%33%33% op ieder van de drie wegen, maar is bekeken wat de effecten zijn op de luchtkwaliteit als er toch een groter aantal verkeersbewegingen op een bepaald wegvak komt, namelijk 50% in plaats van 33%. Dus als volgt: .

gemeente Eindhoven

25

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

Locatie

Totaal (50% van 960)

Vestdijk

480

Stationsweg

480

Vestdijktunnel

480

Fellenoord (tussen Boschdijk en John F Kennedylaan)*

480

*Na de Vestdijktunnel mondt deze betreffende ontsluitingsweg uit op Fellenoord. Hier zijn de verkeersintensiteiten verder verdeeld. Om geen onderschatting te maken is het verkeer zowel in westelijke als in oostelijke richting voor 100% ontsloten. Bij de volgende splitsingen is verondersteld dat het verkeer volledig is opgegaan in het heersend verkeersbeeld en is geen verkeerseffect meer meegenomen. Onderzoek Stikstofdepositie In het onderzoek naar stikstofdepositie is er ook gerekend met de realistische verkeersgeneratie: 960 verkeersbewegingen per dag. Net als voor luchtkwaliteit is voor stikstofdepositie de ruimtelijke verdeling over de ontsluitingswegen van belang. Voor stikstofdepositie zijn daarom dezelfde verkeersintensiteiten per wegvak gehanteerd als voor luchtkwaliteit. Conclusie Geconcludeerd kan dus worden dat er geen verschillen zijn in de verkeersgeneratie in de bijlagen van het bestemmingsplan (notitie stikstofdepositie en luchtkwaliteit) en het bestemmingsplan zelf. Voor luchtkwaliteit en stikstofdepositie is daaropvolgend alleen nog een (conservatieve) verdeling van deze verkeersgeneratie op de ontsluitingswegen gemaakt. e. Luchtkwaliteit en Aerius Bij luchtkwaliteit wordt weer een model gemaakt met 480 verkeersbewegingen. Voor de berekening van de worst-case bij Aerius moeten de verkeersbewegingen richting het zuiden worden gemodelleerd.

De bijlage van Aerius komt niet overeen met wat in het rapport staat. Reactie Bij luchtkwaliteit wordt alleen gekeken naar de gebruiksfase en niet naar de aanlegfase (het bouwen van de torens). Hierbij is de NSL-monitoringstool gebruikt en zijn alle wegen betrokken bij de berekening. Zie ook Reactie bij zienswijze 2.1 onder d. Bij stikstofdepositie zijn twee Aeriusberekeningen gemaakt. Een berekening gaat over de aanlegfase. Hier is uitgegaan van een worst-case situatie waarbij al het verkeer via het zuiden gaat (dichtst bij de Natura 2000-gebieden). De andere berekening gaat over de gebruiksfase. In deze berekening is ook intern gesaldeerd. Het terrein wordt nu gebruikt voor parkeren van motorvoertuigen. Dit veroorzaakt in de huidige situatie een emissie. Deze emissie mag ingezet worden om de nieuwe situatie te compenseren. Dit is uitgevoerd door middel van een zogenaamde verschilberekening. Uit beide berekeningen blijkt dat het plan geen depositie > 0,00 mol/ha/j op een Natura 2000-gebied geeft. Conclusie De zienswijze leidt niet tot wijziging van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht.

26

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

2.7

Bewoner Lakerstraat

a. Omgevingsvisie en Verdichtingsvisie Binnenstad De Omgevingsvisie en de Verdichtingsvisie Binnenstad zijn nog niet vastgesteld. Deze dossiers zijn leidend voor ontwikkelingen in het ruimtelijke domein. Reactie De ontwikkeling van District-E vloeit voort uit eerder vastgesteld gemeentelijk beleid. Het bestemmingsplan kan daarom op basis hiervan in procedure worden gebracht. Voor een uitgebreide toelichting op het eerder vastgestelde beleid wordt verwezen naar zienswijze 3 onder c. b. Mobiliteit Er is niet opgenomen wat de aan- en afvoer van extra bewegingen betekent voor de leefomgeving van de omliggende wijken in Eindhoven. Reactie Uit de memo ‘Notitie onderzoek verkeer en parkeren’ (bijlage 14 van de toelichting van het bestemmingsplan blijkt het volgende: “Wanneer er wordt uitgegaan van de bestaande parkeervoorzieningen in het plan zal de verkeersgeneratie circa 960 verkeersbewegingen per dag bedragen. Deze verkeersgeneratie is lager dan de verkeersgeneratie berekend op basis van de functies van het gebouw. Uitgaande van de robuuste situatie zal het verkeer op de Vestdijk toenemen met 13%, op de Stationsweg met 15% en in de Vestdijktunnel met 7% wanneer al het verkeer van District-E over de desbetreffende weg zal rijden.” Dat betekent dat het verkeer van de Vestdijk en Stationsweg verder wordt afgewikkeld via de Binnenring.

De capaciteit van de Binnenring van Eindhoven is voldoende ruim om deze extra verkeersbewegingen af te wikkelen. Dat betekent dat er in principe geen extra verkeer valt te verwachten voor de omliggende wijken en dat er ook geen effect op de leefomgeving valt te verwachten in de omliggende wijken. c. Parkeren Het aantal parkeerplaatsen is onvoldoende. Dit heeft tot gevolg dat het parkeren in naastgelegen gebieden een probleem wordt. Reactie Binnen het plangebied kunnen er desgewenst voldoende parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Door het strenge parkeerbeleid wordt de bouw van nieuwe parkeervoorzieningen ontmoedigd. Er zijn juist volop parkeerplaatsen in de omgeving beschikbaar. Voor een uitgebreide beantwoording met betrekking tot parkeren wordt verwezen naar zienswijze 4 onder f en zienswijze 6 onder c. d. Gastvrije en sociale stad Het plan voegt weinig waarde toe voor de stad. Maximaal 21 % aan sociale woningbouw is te weinig. Reactie Deze mening wordt ter kennisname genomen. gemeente Eindhoven

27

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

e. Stikstof Het bestemmingsplan biedt onvoldoende compensatie om te voldoen aan de regels voor stikstof. Reactie In bijlage 7 van de toelichting is een berekening opgenomen met betrekking tot de regels voor stikstof. Uit deze berekening blijkt dat voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase geen stikstofdepositie bijdragen groter dan 0,00 mol/ha/jaar op nabij gelegen Natura 2000- gebieden zijn berekend. Significant negatieve effecten op de natuurwaarden van de omliggende Natura 2000-gebieden ten gevolge van de beoogde ontwikkeling zijn daarom op voorhand uitgesloten. Compensatie is daarom niet aan de orde. f. Groenvoorzieningen In het plan zijn weinig groenvoorzieningen aanwezig. Het bestemmingsplan bevat geen randvoorwaarden voor het behoud van het groen. Reactie Naar aanleiding van de zienswijzen over het belang van het groen aan de gebouwen wordt een voorwaardelijke verplichting toegevoegd aan de regels van het bestemmingsplan. Zie bijvoorbeeld ook de reactie bij zienswijze 1 onder a en onder f. g. Anterieure overeenkomst De contractuele documenten ontbreken bij het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is niet opgezet binnen de transitie van de Omgevingswet. Dit is een gebrek aan het bestemmingsplan. Reactie Voor District-E is sprake van een grondverkoop. Hiervoor is een tender uitgeschreven en dat heeft geleid tot contractuele afspraken.

De afspraken die ruimtelijke relevant zijn, zijn opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Het is overigens niet gebruikelijk om de overeenkomst met betrekking tot de grondverkoop op te nemen in het bestemmingsplan, omdat deze overeenkomst gegevens bevat met betrekking tot de economische en financiële belangen van de gemeente en de contractpartij. In de Omgevingswet zijn vergelijkbare bepalingen opgenomen met betrekking tot de grondexploitatie en de anterieure overeenkomst als in de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro). Overigens valt dit bestemmingsplan nog geheel onder de Wro, omdat het ontwerpbestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd. h. Bodem, grondwater, bodemvervuiling en WKO Er ontbreekt een analyse van de bodem. Ondergronds bouwen neemt risico’s met zich mee voor de hele omgeving. Verstoring van diverse WKO’s is een risico dat moet worden beheerst. Dit geldt ook voor bodemvervuiling. Reactie In bijlage 2 van de toelichting is aanvullend bodemonderzoek opgenomen. Doelstelling van dit onderzoek is onder andere een onderzoek naar diep grondverzet in verband met

28

gemeente Eindhoven

december 2020

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) -

de parkeerkelder. Uit dit onderzoek blijkt dat het aspect bodemvervuiling geen belemmering is. Daarnaast worden – naar aanleiding van de zienswijze van het waterschap (zienswijze 10) – afspraken gemaakt in verband met de diepe grondwaterstromen. Op dit moment wordt nog onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheid van een warmtekoudeopslag (wko) in dit project. Daarbij wordt ook gekeken naar de risico’s van bodemverstoring. i. Leegstand Wat gebeurt er als er sprake is van leegstand? Reactie Gelet op de daarnaar verrichte onderzoeken is de verwachting dat er geen sprake zal zijn van leegstand. Kortheidshalve wordt verwezen naar de Reactie bij zienswijze 5 onder c. Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze over het belang van het groen onder punt f worden de regels van het plan als volgt aangepast. Er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de vorm van een specifieke bouwregel. De zienswijze leidt tot wijziging van de regels van het bestemmingsplan. De zienswijze wordt deels gegrond geacht. Voor het overige leidt de zienswijze niet tot wijziging van de regels of de verbeelding van het bestemmingsplan en wordt de zienswijze voor dat deel ongegrond geacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11749162/1