21bst00182 - Bijlage 1 - Bp Stationsplein Zuid (District-E)
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
Stationsplein Zuid (District-E)
Oktober 2020
Stationsplein Zuid (District-E)
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging en plangrenzen
7
1.3
Voorgaande plannen
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
11
2.1
Historisch perspectief en huidige situatie
11
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
13
Hoofdstuk 3 Beleidskader
21
3.1
Inleiding
21
3.2
Rijksbeleid
21
3.3
Provinciaal beleid
29
3.4
Gemeentelijk beleid
33
3.5
Volkshuisvesting
35
3.6
Detailhandel
38
3.7
Horeca
44
3.8
Kantoren
46
3.9
Archeologische en cultuurhistorische waarden
47
3.10
Verkeer en parkeren
51
3.11
Groen
55
3.12
Hoogbouwvisie
59
3.13
Windhinder en bezonning
60
3.14
Explosieven
62
3.15
Kabels, leidingen en straalpaden
62
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
63
4.1
Milieueffectrapportage
63
4.2
Bedrijven en milieuzonering
64
4.3
Geluid
65
4.4
Luchtkwaliteit
66
4.5
Externe veiligheid
68
4.6
Duurzaamheid
72
4.7
Bodem
75
4.8
Natuur
77
4.9
Trillingen en laagfrequent geluid
79
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
81
5.1
Inleiding
81
5.2
Beleid
81
2
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
5.3
Oppervlaktewater
84
5.4
Riolering
84
5.5
Bodem en grondwater
84
5.6
Toekomstige situatie watersysteem plangebied
85
5.7
Advies / overleg Waterschap
85
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
87
6.1
Algemeen
87
6.2
Planmethodiek
87
6.3
Verbeelding
87
6.4
Planregels
87
Hoofdstuk 7 Handhaving
89
7.1
89
Algemeen
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
91
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
93
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
93
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
93
9.3
Inspraak en samenspraak
94
9.4
Zienswijzen
94
Bijlagen bij de toelichting
97
Regels
99
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
101
Artikel 1
Begrippen
101
Artikel 2
Wijze van meten
109
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
111
Artikel 3
Centrum
111
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
115
Hoofdstuk 3 Algemene regels
117
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
117
Artikel 6
Algemene aanduidingsregels
119
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
121
Artikel 8
Overige regels
123
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
125
Artikel 9
Overgangsrecht
125
Artikel 10
Slotregel
127
Bijlagen bij de regels
129
Bijlage 1
Berekenen explosiebestendigheid gevels
130
Bijlage 2
Lijst van horeca-activiteiten
132
Bijlage 3
Lijst van bedrijfsactiviteiten - functiemenging
134
Bijlage 4
Hogere waarden Wet geluidhinder
139
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
3
4
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Eindhoven staat voor de uitdaging om de binnenstad de allure te geven die past bij de identiteit en de ambities van de stad. De binnenstad is een belangrijke vestigingsfactor en hét visitiekaartje voor het centrum van de Brainportregio. De economische groeicijfers die horen bij Brainport Eindhoven zijn indrukwekkend. De afgelopen decennia is in deze regio een krachtig economisch ecosysteem rond technologie, design en kennis ontstaan. Om te kunnen blijven concurreren en aantrekkelijk te blijven voor kenniswerkers en bedrijven moet de stad het vestigingsklimaat verbeteren. De rijksoverheid, provincie Noord-Brabant en gemeente Eindhoven hebben gezamenlijk geconcludeerd dat ook een hoogwaardige stationsomgeving daarbij cruciaal is. De vernieuwde passage van station Eindhoven is reeds opgeleverd en nu zijn de plannen voor een metamorfose van het stationsgebied gereed voor uitvoering. Onderhavig bestemmingsplan voorziet met de beoogde ontwikkeling, genaamd District-E, in de herontwikkeling van het Stationsplein (Zuid). District-E is hèt antwoord op de kansen en uitdagingen voor deze locatie. Eindhoven kiest met District-E voor een bruisend programma in een uiterst duurzaam en iconisch complex van drie torens te midden van een groene en state-of-the-art openbare ruimte. De drie markante torens zullen ruimte bieden voor allerlei werkvormen, verschillende publieksfuncties en woningen.
Het bestemmingsplan "Stationsplein Zuid (District-E)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
1.2
Ligging en plangrenzen
Het plangebied ligt in het centrum van de gemeente en wordt in grote lijnen begrensd door het spoorwegcomplex (noordzijde), het Stationsplein (zuid en oostzijde) en de Vestdijktunnel / het 18 Septemberplein (westzijde). Het gebied maakt deel uit van de herontwikkelingslocatie 'Stationsgebied Eindhoven'.
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
7
Luchtfoto ligging plangebied (rood omlijnd)
1.3
Voorgaande plannen
Het projectgebied ligt binnen het geldende bestemmingsplan 'Eindhoven binnen de Ring'. In het geldende bestemmingsplan is het plangebied bestemd tot 'Centrumdoeleinden IV' en 'Hoofdwegen'.
Uitsnede uit de plankaart van het geldende bestemmingsplan (plangebied globaal rood omlijnd) In het geldende bestemmingsplan is voor deze locatie onder andere het volgende aangegeven: 8
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
De directe ligging van dit gebied tegen de binnenstad van Eindhoven en de samenkomst van een groot aantal vervoersstromen (trein, HOV, bus, auto en fiets) karakteriseren dit gebied. Het is de enige stationslocatie van Eurocity-niveau in de wijde omtrek en heeft daarom een duidelijk A-profiel voor wat betreft bereikbaarheid. Bovendien is de binnenstad directer aangehaakt aan het station dan in vele andere steden. Daardoor heeft het gebied zeer sterke ontwikkelingspotenties met een (inter)nationale dimensie. Het deel ten zuiden van het station kan zich ontwikkelen van randzone van de binnenstad tot binnenstadsgebied. Hier wordt dan ook een functiemenging nagestreefd, die past bij het binnenstads-milieu. De ontwikkeling van deze voor het citygebied zeer strategische locatie moet met grote zorg geschieden, omdat hiermee het knooppunt van twee stedelijke boulevards alsmede de pool Stationsplein ruimtelijk en functioneel een afronding krijgen. Op het Stationsplein-west is bebouwing mogelijk met als mogelijke functies detailhandel en horeca in de onderbouw van 1 of 2 lagen en kantoren en/of wonen en/of bijzondere voorzieningen op de verdiepingen. Deze gronden zijn bestemd voor dienstverlenings- en bedrijfsactiviteiten met een overwegend publieksaantrekkend karakter.
Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor verkeersdoeleinden, horeca en sociaal-culturele en onderwijsdoeleinden alsmede overige doeleinden, zoals wonen. De beoogde ontwikkeling past echter niet binnen deze bestemmingen en de bebouwingsregels. Om de ontwikkeling mogelijk te kunnen maken zal daarom een nieuw bestemmingsplan moeten worden vastgesteld voor deze locatie. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de realisatie van deze ontwikkeling.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied en het planvoornemen gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en zo nodig de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is de wijze beschreven waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
9
10
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
Beschrijving plangebied
In dit hoofdstuk worden zowel het gebied waar de ontwikkeling plaats gaat vinden als het project zelf beschreven. Tevens wordt ingegaan op de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten van het project.
2.1
Historisch perspectief en huidige situatie
2.1.1
Historie plangebied
Onderhavig plangebied is onderdeel van het 'Stationsgebied'. Het Stationsgebied hoorde tot ver in de 19e eeuw tot de gemeente Woensel. Het was een laaggelegen, deels moerassig beekdal ten noorden van de samenvloeiing van de Gender en de Dommel. De Vestdijk vormde als onderdeel van de gracht oorspronkelijk de grens met de stad Eindhoven. De Dommel vormde de grens met de gemeente Tongelre. Het gebied werd in noord-zuidrichting doorkruist door de Fellenoord (nu oost-west georiënteerd), een weg die uitkwam op de doorgaande route die via de Demer door de stad liep. Omdat de stad hier slechts één toegang had (op de plaats van de Woenselse poort, het huidige 18 Septemberplein) kwamen op de Fellenoord vele wegen samen vanuit Woensel, Strijp, Oirschot, Son en Den Bosch. In 1866 kreeg Eindhoven een station en een spoorwegverbinding met Boxtel en Hasselt. Vanaf 1870 was Eindhoven met Utrecht en vanaf 1877 met Rotterdam verbonden. Door de aanleg van spoorwegen ontstond een scheiding tussen Woensel en Eindhoven. Tussen de Vestdijk en het station werd het Stationsplein aangelegd en een nieuwe straat, de Nieuwstraat, zorgde voor een verbinding met het centrum. Tussen het station en de stad verrezen statige huizen en horeca etablissementen. Sommige van deze panden markeren nog steeds het oorspronkelijke Stationsplein (ten zuiden van de huidige Stationsweg).
Omdat het onwenselijk bleek dat de gemeente Woensel verantwoordelijk bleef voor het gebied ten zuiden van de spoorbaan, dat geheel op de stad Eindhoven was georiënteerd, werd dit in 1874 bij Eindhoven gevoegd, waardoor hier ook een stadsuitbreiding mogelijk werd aan de Dommelstraat, de Tramstraat en de Raiffeisenstraat. Aan de oostkant van het gebied lagen aan de Dommel verschillende fabrieken waaronder de textielfabrieken van Ign. De Haes en Van den Briel & Verster. Ook ten westen van het station vestigden zich bedrijven aan de spoorlijn. In 1912 werd aan de spoorlijnen een verbinding met Weert en Zuid-Limburg toegevoegd. In verband met de uitbreiding van het emplacement kreeg Eindhoven toen ook een nieuw stationsgebouw. In het begin van de twintigste eeuw maakte Eindhoven een grote ontwikkeling door, met name door de opkomst van Philips. Het Emmasingelcomplex kwam tot ontwikkeling en later diverse woonbuurten en industrieterreinen van Philips. De 5 dorpen rondom Eindhoven werden in 1920 samengevoegd met Eindhoven om ruimte te bieden aan de ontwikkeling van de stad. In de Tweede Wereldoorlog had het centrumgebied veel te lijden van bombardementen, vooral op 6 december 1942 en op 19 september 1944. Met name de Demer en omgeving werden zwaar getroffen.
De Wederopbouw vormde de aanleiding voor ingrijpende stedenbouwkundige plannen die niet alleen herstel van de oorlogsschade tot doel hadden, maar ook een verbetering van de infrastructuur. Het centrum van Eindhoven, in de Wederopbouw de snelst groeiende stad van Nederland, moest bereikbaar blijven. En het Stationsgebied moest een allure krijgen die paste bij een stad van 100.000, 150.000, 200.000 inwoners. Het Stationsgebied onderging daarbij een grote transformatie.
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
11
Besloten werd tot aanleg van het 'Hoogspoor', 100 meter ten noorden van de oude spoorbaan en de grootschalige infrastructuur van de Fellenoord. Het Hoogspoor werd grotendeels gefinancierd door de Rijksoverheid, een groot succes voor de invloedrijke Eindhovense lobby destijds. Het Hoogspoor is overigens feitelijk een halfhoog spoor, omdat gemotoriseerd verkeer nog enigszins moet dalen in de tunnels. Onder het Hoogspoor kwamen in het Stationsgebied twee tunnels voor de verkeersafwikkeling, de Boschdijktunnel en de Vestdijktunnel. Het nieuwe tracé van het Hoogspoor, dat een lengte heeft van circa 7 km, werd in 1953 in gebruik genomen. In 1956 was ook het nieuwe Stationsgebouw gereed, een ontwerp van K. van der Gaast, dat met de Vestdijktunnel, het busstation (toen op VVV-locatie) en het oorspronkelijke VVV-kantoor (rechts naast het station) één architectonisch en stedenbouwkundig ensemble vormde, dat kan worden beschouwd als een hoogtepunt in de ontwikkeling van de stad. Het huidige stationsgebouw is door de verlegging van het spoor 100 meter achter het stationsgebouw uit 1912 geplaatst. Het stationsplein is daardoor vergroot. Het oorspronkelijke stationsplein ten zuiden van de Stationsweg, werd uitgebreid met een nieuwe grote pleinruimte tussen de Stationsweg en het nieuwe stationsgebouw.
Aan de kant van de Vestdijk werd het 18 Septemberplein aangelegd, een fraaie rotonde met een gazon en perk in de vorm van een vijfpuntige ster, het symbool van de bevrijders. Omstreeks 2000 is deze rotonde vernieuwd en begaanbaar gemaakt voor voetgangers om een betere oversteekbaarheid van de Binnenring te bewerkstelligen. De kwaliteit van de ruimtelijke inrichting is hierbij achteruit gegaan.
Historische foto rotonde 18 Septemberplein Tegenover het station kwam eveneens nieuwe bebouwing o.a. het hotel Het Silveren Seepaerd, dat in 1971 door brand werd verwoest. Bij de nieuwbouw uit de jaren '70 is de oorspronkelijke tuitvorm van het oude Stationsplein aan één zijde dichtgebouwd en de logica van de pleinvorm verloren gegaan. Aan de oostkant van de Vestdijk verrees in 1963 de Grand Bazaar. Tegelijkertijd werd tussen de in 1953 nieuw aangelegde Hermanus Boexstraat en de Vestdijk een nieuw blok opgetrokken, waarin de kledingzaken Gerzon en Peek & Cloppenburg zich vestigden.
12
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
2.1.2
Huidige situatie
Onderhavig plangebied is onderdeel van het 'Stationsgebied' en grenst direct aan het Centraal Station en de binnenstad (kernwinkelgebied). Het plangebied is gelegen tussen het Stationsplein (vóór het station) en het 18 Septemberplein, die slechts 150 meter uit elkaar liggen. Het noordelijk deel plangebied bestaat uit een fietsenstalling en een parkeerplaats. Op het zuidelijk deel is een VVV-gebouw met een kleinschalige horecavoorziening aanwezig.
Obliekfoto plangebied Momenteel loopt door het plangebied een belangrijke verbindingsroute van het Centraal Station naar de binnenstad, zeker omdat het 18 Septemberplein en omgeving een steeds grotere trekkracht krijgt door nieuwe ontwikkelingen als Piazza Center, Media Markt en Rond de Admirant. Echter heeft deze verbindingsroute geen kwaliteit en allure.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
Onderhavig bestemmingsplan voorziet met de beoogde ontwikkeling, genaamd District-E, in de herontwikkeling van een deel van het Stationsplein (Zuid). Het betreft drie torens van circa 170, circa 120 en circa 90 meter hoogte die in een hoogwaardige openbare ruimte gerealiseerd zullen worden, waarbij de belangrijke zicht- en looplijn tussen het station en de Lichttoren de centrale diagonale as zal vormen. Het vormt een hoogstedelijke multifunctionele ontwikkeling op de meest centrale plek van de stad, niet alleen in dichtheid en verschijningsvorm, maar ook programmatisch.
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
13
2.2.1
Bebouwing
Lichttoren-as Een belangrijk onderdeel van het plan is het verbinden van het Station met de lichtas. Het nieuwe ontwerp maakt een verbinding tussen de grote volumes van de Piazza en de Bijenkorf en de fijnmazigheid van de oude binnenstad. De plinten van de drie torens zullen aansluiten op de schaal van de bestaande stedelijke wanden en creëren tegelijkertijd nieuwe hoogwaardige stedelijke ruimtes. De nieuwe volumes zorgen voor plekken en ruimtes die passen in de nieuwe identiteit van het stationsplein als extensie van het voetgangersgebied van de binnenstad. Door de stedelijke ruimte helder af te bakenen, te verdichten en te activeren wordt een gebied gecreëerd dat 24 uur per dag, 7 dagen per week een fijne en veilige verblijfsplek zal zijn. Tussen de drie plintvolumes ontstaat een nieuw stedelijk plein dat het middelpunt vormt van District-E. Hierbij vormt de Lichtoren-as tussen de Philipstoren (Lichttoren) en het station de ruggengraat voor de compositie van volumes. District-E transformeert de Lichttoren-as in een riante loper die het Stationsplein, het nieuwe 'District-E plein' en het 18 Septemberplein aan elkaar verbindt. Deze diagonale as is dan ook leidend voor de oriëntatie van het plan.
Het ontwerp van District-E slaat een brug tussen de grote gebaren van de wederopbouw en de kleine korrel van de binnenstad en het stationsgebouw, maar introduceert daarnaast ook een stedelijkheid die op dit moment nog niet in Eindhoven aanwezig is. Door de plintvolumes in hoogte en schaal aan te laten sluiten bij de belendende bebouwing voegt het ontwerp zich naadloos in zijn context, waardoor het stationsplein wordt voltooid en geactiveerd. Het afwisselende hoogteprofiel van District-E vult de belendende bebouwing aan waardoor er dynamische stedelijke ruimtes ontstaan met een afwisselende schaal en beleving. Plint De plint van District-E zoekt op het Stationsplein de schaal op van het stationsgebouw waardoor het stationsgebouw wordt ingekaderd en als het ware op een podium wordt gezet. Het stationsgebouw vormt het middelpunt van het Stationsplein en geeft het plein de schaal en maat die recht doet aan de plek. Aan de noordzijde van het gebied wordt een straat gecreëerd die de schaal en ritmiek van de karakteristieke colonnade oppakt. Aan de westzijde reageert het ontwerp voor District-E op de azuurgroene gevel van de Bijenkorf door een stedelijke wand te vormen die samen met de wand van de Bijenkorf de Vestdijk op een stedelijke wijze begeleidt.
Aan de zuidwestzijde van het gebied openen de bouwblokken zich en wordt een plein geïntroduceerd dat gelegen is op de avondzon en de ruimte van het 18 Septemberplein op een volwaardige wijze completeert. Aan de zuidzijde van het blok worden de hoogtelijnen van de belendende bebouwing opgepakt en presenteert het zich als een volwaardig gezicht aan de voormalige Stationsstraat.
14
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
Afbeelding aansluiting plintvolumes qua hoogte en schaal op belendende bebouwing. Hoogbouw District-E bestaat uit een ensemble van drie torens met verschillende hoogtes. Het voegt zich daarmee in een uitgebalanceerd landschap van hoogbouw dat zich door de jaren heen in Eindhoven heeft ontwikkeld. De Zuid-toren van District-E is met circa 90 meter de laagste toren van de drie. De Oost-toren verhoudt zich met circa 120 meter tot de nabijgelegen bestaande hoogbouw: de Admirant, Bunker en de Regent. De West-toren is met circa 170 meter de hoogste toren van de drie en tevens de hoogste toren van Eindhoven.
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
15
Impressie gevelaanzichten torens District-E 2.2.2
Programma
De drie torenplinten zijn geen op zichzelf staande bouwdelen, maar complementaire bouwblokken die elkaar programmatisch aanvullen en versterken. De uitwisseling tussen verschillende programmaonderdelen garandeert een levendige sfeer gedurende een groot deel van de dag. Het zal een gevarieerd aanbod worden van onder andere events, exposities, debatten, werkplekken, ateliers, horeca en wonen. Deze programmering is een continu proces en zal worden aangestuurd door een curatorgroep. Het programmatische concept is in vier thema's te verdelen: Ontmoeten, Werken, Verblijven en Experimenteren. Elk thema heeft verschillende onderdelen die het thema breedte en diepte geven en een gedegen meerwaarde betekenen voor de stad. Hierbij kan gedacht worden aan een gevarieerd programma met onder andere horeca, expositieruimtes, events, allerlei werkvormen, experimentele retail zoals conceptstores, een studiecentrum en/of een centrum voor debat en kennisontwikkeling. Daarnaast zorgt het ook voor de gewenste toevoeging van het aantal inwoners aan het centrum in verschillende woningtypes. De meeste functies bevinden zich op de eerste verdiepingen van de drie torens en zorgen voor 16
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
levendige plinten en alzijdige gebouwen. De plintlagen zijn flexibel opgezet om zo maximaal aanpasbaar te zijn aan de veranderende eisen van de tijd. Deze plinten zijn de belangrijkste drager van het stedelijk leven en de programmatische dynamiek. Van zeer open en publiek op de begane grond, desgewenst naadloos verbonden met de omringende publieke ruimte, naar steeds meer collectief en vervolgens meer privaat naar boven toe. Met bovenin elke toren een (semi-) publiek programma, zodat ook op hoogte de torens van de stad zijn en niet alleen het gesloten domein van bewoners vormen. Wonen District-E biedt een grote diversiteit aan woningtypes. Het plan bevat maximaal 510 woningen, hetgeen sterk zal bijdragen aan het ontwikkelen van een echt verblijfsgebied. Het woonprogramma zal variëren van klein (circa 35 m²) tot groot (circa 200 m²), van goedkoop (minimaal 21% sociale huurwoningen) tot duur (penthouses). Van kort en geheel verzorgd (serviced apartments) tot lang en traditioneel. En van gemeubileerd tot casco. Zo ontstaat een aantrekkelijke mix van mensen in verschillende fasen van het leven. Commercieel Naast verblijven biedt District-E ook voorzieningen met betrekking tot ontmoeten, werken en experimenteren. District-E wordt een 'Living Lab'.
Eindhoven heeft een sterke traditie in het opzetten van Living Labs die op alle mogelijke wijzen proberen de omgeving van de mens opnieuw te analyseren en te beïnvloeden. Op Stratumseind functioneert bijvoorbeeld een succesvolle crowd-registratie, waar veel kennis wordt verworven over groepsgedrag. Op andere plekken wordt weer geëxperimenteerd met nieuwe vormen van voedselproductie. Telkens gaat het over de veranderende verhoudingen tussen mens, techniek en de natuur. Het zijn omgevingen die registreren, manipuleren en uiteindelijk leren. De gedachte van het Living Lab is om District-E van alles te voorzien om het als het ultiem Outdoor Living Lab voor de stad en regio te gaan functioneren. Dit alles wordt verspreid in de eerste verdiepingen over de drie torens in het plangebied. Zo kunnen conceptstores komen waar wordt gewerkt aan het nieuwste van het nieuwste en zijn de laatste productontwikkelingen van elders in de stad uit te testen of te koop. Ook kan er een expositieruimte (XPO) komen in District-E. Het betreft een multifunctionele ruimte die ingezet kan worden tijdens de vele evenementen die Eindhoven rijk is. Ook kan er een ontmoetingsplek (stadslobby) met een horecafunctie komen. Het kan een ontvangst voor een hotel vormen, voor flexibele werkplekken, kantoorvloeren en het vergaderen debatcentrum (The Meet Up).
Een groot atrium verbindt deze functies ruimtelijk met de Stadslobby. Ook kan er een skybar gerealiseerd worden in de hoogste toren. Samengevat maakt dit bestemmingsplan een totaalprogramma van de beoogde functies mogelijk dat bestaat uit een mix van verschillende functies: Wooneenheden (maximaal 510 eenheden) Hotel (maximaal 196 kamers) Short stay eenheden (maximaal 200 units) Werken en publieksgerichte functies (zoals detailhandel en horeca) met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 15.500 m². 2.2.3
Mobiliteit en parkeren
District-E ligt direct naast het trein- en busstation en op een kruispunt van de belangrijkste fietsroutes in de stad. Bovendien zijn de functies in het centrum gemakkelijk te voet te bereiken. Om die reden is District-E, net zoals gelijkwaardige binnenstedelijke projecten, gericht op bezoekers die niet met de auto komen en op bewoners met een leefstijl waarin autobezit en autogebruik niet van groot belang is. Daarmee is het mogelijk de automobiliteit verbonden aan de functies in de gebouwen tot een minimum te beperken. In de kelderverdieping worden maximaal 120 parkeerplaatsen gerealiseerd voor de bewoners, waarbij wordt ingespeeld op de veranderingen in de toekomst en innovaties omtrent mobiliteit. Voor bezoekers is nog voldoende ruimte in omliggende parkeervoorzieningen in het centrum. vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
17
Voor de bewoners die gebruik maken van de fiets zijn ruim voldoende ondergrondse fietsenstallingen voorzien. Om het gebruik te bevorderen zijn de fietsenstallingen niet in de hoeken van de garage weggestopt maar bevinden ze zich op de beste plekken van de kelder: per toren direct gekoppeld aan de verschillende stijgpunten. Aan weerszijden van de hellingbaan voor auto's liggen afgeschermde fietshellingen. Daar sluiten ze direct aan op het stedelijk fietsnetwerk. In het eindbeeld voor de omgeving in en rondom District-E gaat men uit van een situatie waarbij het centrum autoluw is en in de openbare ruimte de voetganger, fietsers (o.a. de komst van een nieuwe fietsenstalling onder het Stationsplein) en het openbaar vervoer prioriteit krijgen boven de auto. De verdere uitwerking daarvan vindt plaats voor het gehele gebied binnen de Ring in het Ontwikkelplan Centrum. Waarbij de ontwikkeling van een autoluw centrum gekoppeld wordt aan de bouwopgaven, de vergroening en sterkere klimaatbestendigheid. In de noord-zuid richting, op de Vestdijk, is al begonnen met het verminderen van het autoverkeer. Het rijprofiel voor verkeer is al gereduceerd tot één rijstrook richting noord met in de tegenrichting de busbaan voor het HOV. Tevens is 30 km/uur ingevoerd. Voor de Stationsweg wordt vooralsnog rekening gehouden met het reguliere verkeer.
Aanpassing van deze route gericht op een luwer karakter zal pas later plaatsvinden. Wel wordt uitgegaan van een beperkter verkeerskundig profiel met één rijstrook per rijrichting. 2.2.4
Openbare ruimte en groen
Het bestemmingsplan voor District- E bevat de torens en de openbare ruimte tussen de torens. Voor de kwaliteit van het gebied en het functioneren van de torens is een groter gebied relevant. In deze paragraaf wordt ingegaan op de functie en toekomst van het totale Stationsplein Zuid. Doordat het stationsplein zich steeds verder ontwikkelt als ruimte voor ontmoeting en activiteiten en steeds minder focust op autogebruik, is een herinrichting van de openbare ruimte noodzakelijk. Het nieuwe District-E zal een belangrijk onderdeel vormen in de stedelijke hoofdstructuur, waarmee het stationskwartier verder wordt vervolmaakt. Het Stationsplein wordt het vijfde plein van de binnenstad en tegelijkertijd een belangrijke verbinding met het station en daarmee het noordelijk stedelijk netwerk. Er wordt ingezet op vergroening van het plein zonder afbreuk te doen aan de gebruiksmogelijkheden. Het terugbrengen van de Gender (hetgeen geen onderdeel uitmaakt van onderhavig bestemmingsplan) en het vergroenen van het Stationsplein leidt tot een versterking van de grote landschappelijke dragers van de stad. Het gebied rondom Stationsplein Zuid is momenteel zeer versplinterd en nonhiërarchisch. Getracht wordt om het Stationsplein Zuid als een verbindend 'tapijt' te realiseren dat alle fragmentarische ruimte verbindt tot een grote, flexibel te gebruiken, groene, stedelijke, publieke ruimte.
Voor enkele doorgaande routes, zoals de Stationsweg en de Vestdijk zal het plein een tijdelijke onderbreking vormen en wordt daarmee een 'shared space'. Door het vergroten van de oorspronkelijke definitie van het Stationsplein wordt de ruimte als grotere eenheid beleefd. Dit geeft een grootstedelijk gevoel dat recht doet aan de entree voor de stad en de regio. Hiermee wordt onder andere de herinrichting van het klassieke Stationsplein (recht tegenover station) en looplijn richting Dommelstraat bedoeld. Groen De horizontale banden in de gevels van District-E dienen meerdere doelen. Op maaiveldniveau vervagen ze de grens tussen binnen en buiten, waardoor bezoekers worden uitgenodigd om het publieke domein van de gebouwen te betreden. Ze creëren wind-luwe en droge plekken wat het comfort van het gebied vergroot. Naarmate men hoger komt, veranderen de grote luifels in riante groene terrassen, alsof het groene plein via de plinten naar boven reikt. Deze terrassen zijn onderdeel van publieke-en semi-publieke ruimtes die zich boven de plint bevinden. 18
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
De wens om District-E het groene karakter te geven dat aan de randen van de stad zo sterk is, heeft geleid tot een vloeiende vormentaal op plintniveau, die wordt doorgetrokken in het landschapsontwerp. Grassen, planten en bomen creëren een groene oase in binnenstedelijke context. In combinatie met de windluwte die de luifels van de torens bewerkstelligen, zal een prettig verblijfsklimaat ontstaan.
Sfeerimpressie beoogde groene terrassen District-E
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
19
20
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, Rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.
Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuidoost-Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land. Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. Hightech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieus, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor.
Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander Rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
21
zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van "best practices"). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden.
De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. In de volgende subparagraaf wordt hier nader op ingegaan. 3.2.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Nationaal belang 13 is wettelijk verankerd in het Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van: a. de behoefte aan die ontwikkeling; b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder is alleen van toepassing op een plan dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Een stedelijke ontwikkeling is in artikel 1.1.1 Bro als volgt gedefinieerd: 'Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit de jurisprudentie blijkt dat in beginsel sprake is van een woningbouwlocatie vanaf 12 woningen. Dit betekent dat de plannen voor maximaal 510 appartementen een stedelijke ontwikkeling betreft. Daarnaast voorziet dit plan in circa 15.500 m² bvo aan diverse stedelijke voorzieningen (inclusief het hotel) en wordt als zodanig ook aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling.
Uit de jurisprudentie volgt namelijk dat bij een toevoeging van circa 500 m² bvo aan andere stedelijke voorzieningen dan een woningbouwlocatie in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Ook is hier sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling omdat in dit bestemmingsplan de bebouwingsmogelijkheden fors toenemen ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is dus ladderplichtig. Het plangebied ligt in het centrum van Eindhoven, binnen het bestaand stedelijk weefsel van Eindhoven. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied waardoor een beschrijving van de behoefte benodigd is. Door de Stec Groep is een laddertoets uitgevoerd voor dit bestemmingsplan. In aanvulling op de deze Laddertoets is tevens een aanvullende Laddertoets uitgevoerd voor de short-stay eenheden in het plan. Beide rapportages maken als bijlage onderdeel uit van de toelichting. Hieronder worden de belangrijkste aspecten uit deze rapportagse benoemd. 22
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
Wonen Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van maximaal 510 appartementen. Het betreft een mix van appartementstypen en eigendomsvormen: het plan voorziet in zowel koop-, sociale- als vrije sector huurappartementen variërend van reguliere stadsappartementen tot short-stay en penthouses. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor woningbouw in District-E betreft de gemeente Eindhoven. Hierbij wordt opgemerkt dat in de gehele regio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de woningvraag groter is dan de totale harde plancapaciteit. Binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied is er een behoefte aan zo'n 1.470 woningen in de periode 2018-2028. In de regionale woningbouwafspraken wordt de hoge provinciale woningbehoefteprognose (2017) als uitgangspunt voor de vraagontwikkeling gehanteerd. Daarnaast is in het regionale afsprakenkader Wonen 2017 in het SGE afspraken gemaakt over woningbouwaantallen en dat de provinciale prognose daarbij leidend is voor het aantal toe te voegen woningen. Met dit regionale systeem van afstemming worden planoverschotten voorkomen waardoor er bij het uitgaan van de hoge prognose geen verstorende werking op de vraag- aanbodverhoudingen in de regio zijn te verwachten. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose zal de woningvraag tot 2028 toenemen met circa 10.800 woningen. In Eindhoven biedt de harde plancapaciteit ruimte voor circa 9.330 woningen.
Gelet hierop resteert een woningbehoefte van circa 1.470 woningen. Daarmee kan voor het plan District-E met maximaal 510 woningen ruimschoots in een (kwantitatieve) woningbehoefte voorzien. Daarnaast is er een variëteit aan kansrijke doelgroepen voor District-E, die in hoofdzaak bestaat uit jongere huishoudens tot 35 jaar, en alleenstaanden en stellen vanaf 35 jaar. Vooral de alleenstaanden in deze leeftijdscategorieën groeien relatief sterk en hebben overwegend een grotere voorkeur voor een appartement en afhankelijk van de leeftijdscategorie, variërend van koop- tot sociale- en vrijesectorhuur. Met dit plan wordt dus ook voorzien in een kwalitatieve woningvraag. Ondersteunende centrumfuncties In dit bestemmingsplan wordt maximaal 15.500 m² bvo aan centrumfuncties mogelijk gemaakt. Het gaat om functies zoals een koffiebar, restaurant, community lobby, flexplekken en vergader- en congresruimten. Het betreft een mix van verschillende functies die in de regels gemaximeerd zijn. Hieronder wordt op de behoefte ingegaan van de verschillende functies: Short stay In de regels van dit bestemmingsplan worden maximaal 200 short stay eenheden toegestaan. Short stay eenheden zijn, net als hotels, een vorm van logies. Daarom wordt de kwantitatieve behoefte aan de maximaal 200 short stay eenheden, evenals voor hotels, getoetst aan de logiesbehoefte in de gemeenten Eindhoven en Veldhoven.
Inclusief vervangingsvraag zou de behoefte uitkomen op maximaal zo'n 1.310 kamers in het verzorgingsgebied de komende tien jaar. Hiermee voorziet de voorgenomen ontwikkeling van 200 short stay eenheden in een kwantitatieve behoefte tot 2029. Kwalitatief bedienen de short-stay eenheden echter wel in een andere markt dan het beoogde (topsegment) hotel in District E. De markt voor huisvesting van internationale kenniswerkers en expats is een groeimarkt en concentreert zich in de Brainport regio met name in en direct rondom Eindhoven. Een groot deel van de kenniswerkerkers bestaat uit alleenstaande en stellen zonder kinderen. Zij geven de voorkeur aan een centrum-stedelijk woonmilieu waarbij werk en voorzieningen dichtbij zijn. Op basis van bureauexpertise en onderzoek is bekend dat er een behoorlijk tekort is aan (short stay) huisvesting voor internationale studenten en alleenstaanden in Eindhoven en omgeving. Naast de groeiende groep met een (zakelijke) tijdelijke huisvestingsbehoefte, waaronder kenniswerkers, expats en internationale studenten, is er in Eindhoven en omgeving ook een groeiende groep internationale 'overbruggers'. Deze doelgroep is op zoek naar een eigen woning in Eindhoven en omgeving, maar door de druk op de woningmarkt in de regio is het vinden van een woning lastig, en duurt dit langer. Daardoor vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
23
is een steeds grotere groep in eerste instantie op zoek naar tijdelijke en flexibele huisvesting, tot zij een eigen woning vinden. Het beoogde short stay aanbod in District E speelt daarom direct in op de toenemende kwalitatieve behoefte aan tijdelijke/flexibele short stay voorzieningen vanuit de markt. Geconcludeerd kan dan ook worden dat de beoogde 200 short stay eenheden in District E zowel kwantitatief als kwalitatief voorzien in een behoefte in de marktregio de komende tien jaar. Verwacht wordt dat er na toevoeging van de short stay eenheden geen onaanvaardbare leegstand zal ontstaan op de bestaande markt voor logiesplekken en de short stay markt in de marktregio. Hotel In de regels van dit bestemmingsplan worden maximaal 196 hotelkamers toegestaan. De kwantitatieve behoefte aan hotels wordt bepaald door de verwachte vraag naar hotelkamers in de komende jaar te verminderen met het huidige (plan)aanbod aan de hotelkamers. Op basis van de huidige en gewenste bezettingsgraad, het aantal dagen dat het hotel in gebruik is, het huidige aantal kamers in Eindhoven en de verwachte groei is het haalbaar aanbod aan hotelkamers in het verzorgingsgebied bepaald. Met aftrek van het huidige aanbod is de vraagontwikkeling zichtbaar. Uit de rapportage blijkt dat er de komende 10 jaar behoefte is aan circa 610 hotelkamers.
Het aantal hotelkamers in harde plannen is 305 (indien het hotel Van der Valk ook wordt meegeteld is het aantal 405). Uitgaande van de behoefte van 610 hotelkamers en een harde plancapaciteit van 405 hotelkamers, resteert een vraag van 205 hotelkamers de komende 10 jaar. Dit plan voorziet in maximaal 196 hotelkamers waardoor voorzien wordt in een kwantitatieve behoefte. Een hotel op deze locatie onderscheidt zich kwalitatief van de bestaande Eindhovense hotelmarkt door het hoogwaardige en hoogstedelijke multifunctionele concept van District-E, met de bijbehorende voorzieningen en de centrale locatie met internationale uitstraling nabij het bus- en treinstation (met een rechtstreekse verbinding naar Eindhoven Airport), TU/e en het stadscentrum. Daarnaast kan het hotel zich kwalitatief onderscheiden door een hotel in het topsegment (4+ of 5 sterren). In Eindhoven is een beperkt aanbod in het modern topsegment. Een hoogwaardig en luxe hotel in combinatie met veel ondersteunende centrumfuncties in het stationsgebied/centrum van Eindhoven voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en zal daarom niet tot ruimtelijk onaanvaardbare effecten binnen het verzorgingsgebied (zijnde binnen een straal van 2,5 km) leiden. Overige horeca In de regels van dit bestemmingsplan is bepaald dat 2.670 m² bvo aan horeca is toegestaan. De horecamarkt is een groeimarkt.
Op basis van het inwoneraantal en verwachte binding aan het gebied wordt het haalbaar aanbod aan horecagelegenheden bepaald in het verzorgingsgebied (zijnde gemeente Eindhoven). Door aftrek van het huidige aanbod aan horecagelegenheden resteert een behoefte van circa 95 tot 145 horecagelegenheden. Kleinschalige horecagelegenheden ondersteunend aan het plan District-E past goed in het totaalconcept en voorzien in een verwachte behoefte. Het toevoegen van horecagelegenheden met een wijkverzorgende functie passen bij de aard en schaal van de totale ontwikkeling van District-E en zal niet leiden tot een duurzame ontwrichting van de horecastructuur in het centrum of de gehele gemeente Eindhoven. Kantoren In de regels wordt maximaal 12.515 m² bvo aan kantoren, inclusief flexwerkplekken, vergader en congresruimten toegestaan. De komende 10 jaar betreft de maximale vraag naar kantoorruimte in het verzorgingsgebied (zijnde gemeente Eindhoven) circa 450.000 vvo m², waarvan circa maximaal 70.000 m² vvo voor het stationsgebied. Met aftrek van het bestaande en harde planaanbod voor kantoorruimte resteert een kwantitatieve behoefte van circa 145.000 24
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
m² tot 225.000 m² vvo. Specifiek voor het stationsgebied is er nog (kwantitatieve) behoefte aan maximaal circa 16.500 m² vvo kantoorruimte. Op korte en middellange termijn is er in ieder geval (kwalitatieve) behoefte aan A-klassekantoorruimte. Gelet op de ligging en locatie leent het stationsgebied en het centrumgebied zich goed voor het realiseren van A-klasse kantoorruimte. Daarnaast zal de kwalitatieve vraag naar flexconcepten de komende jaren verder toenemen in Eindhoven. De komende vijf jaar zullen de flexkantoren met 20 tot 30% per jaar groeien. Verder blijkt uit de Vastgoedmonitor Stedelijk Gebied Eindhoven (2017) dat het stationsgebied in Eindhoven op veel vlakken bovengemiddeld presteert in relatie tot de regionale kantorenmarkt. Dit stationsgebied wordt gezien als een van de meest kansrijke locaties voor het toevoegen van kantoorruimte. De beoogde kantoorruimte in het plan District-E voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en stimuleert de vitaliteit in de wijk en in het centrum. Daarnaast zal de relatief beperkte toevoeging ten opzichte van het totale plan niet leiden tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten elders. Detailhandel In de regels wordt maximaal 1.200 m² bvo mogelijk gemaakt aan detailhandel, waarbij tevens per vestiging het aantal m² is gemaximeerd op 200 m².
De totale vraagontwikkeling aan detailhandelsruimte in Eindhoven is berekend aan de hand van de bevolkingsontwikkeling in het ruimtelijke verzorgingsgebied (zijnde gemeente Eindhoven), de bestedingen per inwoner, koopkrachtontbinding, koopkrachttoevloeiing, vloerproductiviteit en het bestaande handelsaanbod. Hieruit volgt dat de kwantitatieve behoefte aan zowel dagelijkse als niet-dagelijkse detailhandelsruimte meer is dan 1.200 m² bvo. Het beoogde concept van District-E voorziet in niet-dagelijkse detailhandel zoals een hotelwinkel, conceptstore, Eindhoven brandstore (VVV-winkel) etc. Het gaat om relatief kleinschalige toevoeging van detailhandelsruimte, ondersteunend aan het hoogstedelijk concept en aan de overige functies in het plan. Daarmee voorziet District-E ook in een kwalitatieve behoefte. Het beoogde plan- en gebiedsondersteunende detailhandel voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en stimuleert de vitaliteit en hoogstedelijke dynamiek in de wijk. Bovendien zal de beperkte toevoeging (max 1.200 m² bvo, en per detailhandelsvestiging max 200 m²) niet leiden tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten elders. 3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380Kv-hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in het noorden en deels oosten van Eindhoven. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van de Natuurnetwerk Brabant (NNB) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die de NNB vormen worden bij provinciale verordening aangewezen. Daarmee is de NNB een provinciaal belang geworden. Het plangebied is niet gelegen nabij de hoogspanningsleiding of NNB. Het is dan ook niet noodzakelijk om op deze zaken afzonderlijk nader in te gaan. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor dit plangebied zijn het obstakelbeheergebied (hoogtebeperkingen) en de geluidszone behorende bij het luchtvaartterrein relevant.
Dit plan valt buiten de geluidzone en het obstakelbeheergebied (hoogtebeperkingen) behorende bij het luchtvaartterrein die in het Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) zijn opgenomen en het luchthavenbesluit. Hieronder is op de kaart (behorende bij de Rarro) het plangebied met een rode cirkel aangeduid.
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
25
Kaart militair luchtvaartterrein - Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro) Bron: http://wetten.overheid.nl. Plangebied globaal in rode cirkel aangegeven. 3.2.4
Luchthavenbesluit
In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit is het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer. Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt.
26
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
Kaart beperkingengebied Zoals uit bovenstaande kaart blijkt, ligt dit plangebied niet binnen het beperkingengebied behorende bij het luchthavenbesluit. De beperkingen die voortvloeien uit het luchthavenbesluit zijn dan ook niet van toepassing voor onderhavige ontwikkeling. 3.2.5
Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel
Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie onderstaande afbeelding) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. een NDB: Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatiehulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn/haar positie bepalen.
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
27
Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Rode lijnen= NDB. Plangebied is met een rode cirkel (globaal) aangeduid. Het plangebied is gelegen binnen de hoogtebeperking van de VDF-baken (Vertical Directional Finder). De hoogtebeperking die ter plaatse van het plangebied geldt is NAP +140 meter. De hoogste toren van 170 meter overschrijdt deze hoogtebeperking. Luchtverkeersleiding Nederland (LVLN) toetst dit. LVLN heeft aangegeven dat in het plangebied voor District-E de hoogtebeperking alleen geldt voor windturbines. Windturbines worden in het plangebied niet gerealiseerd. De hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven leveren aldus geen belemmeringen op voor dit bestemmingsplan. Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Dit plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied. Zie hiervoor onderstaande afbeelding. Onderhavige ontwikkeling levert aldus geen belemmeringen op voor het functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op vliegbasis Volkel.
28
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnenarcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Plangebied is globaal met rode cirkel aangeduid.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. 3.3.2
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
29
(zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren
Visie kaart Structuurvisie Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: 1. 2. 3. 4.
de groenblauwe structuur het landelijk gebied de stedelijke structuur de infrastructuur
In dit geval is het plangebied volledig gelegen binnen de stedelijke structuur. De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd.
Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant.
30
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
Uitsnede structurenkaart Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 Toepassing plangebied Dit plangebied bevindt zich binnen het 'Stedelijke concentratiegebied' en 'Hoogstedelijke zones'. Het stedelijk concentratiegebied heeft een bovenlokale opvangtaak voor verstedelijking. De gemeenten maken in regionaal verband en met de provincie afspraken over de verdeling van het verstedelijkingsprogramma in de regionale ruimtelijke overleggen (RRO's). Zorgvuldig ruimtegebruik en toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro) zijn voorwaarden bij het maken van regionale afspraken. De vijf grote steden van BrabantStad (Eindhoven, Helmond, Den Bosch, Tilburg en Breda) ontwikkelen zich tot (hoog)stedelijke centra voor wonen, werken en voorzieningen. Dit komt in het bijzonder tot uitdrukking in de intensivering van verstedelijking in de zones langs infrastructuurassen en in de stationsgebieden. De gemeenten pakken de ontwikkeling van deze hoogstedelijke zones op als integrale opgaven waarbij de provincie extra aandacht vraagt voor: de vormgeving van de entree van de stad; het versterken van de identiteit van de stad ten opzichte van de andere Brabantse steden; de positionering van de stedelijke functies ten opzichte van de infrastructuur. De provincie wil grootschalige stedelijke ontwikkelingen met een bovenregionaal karakter concentreren in de vijf grote Brabantse steden.
Daarom wordt de zoekruimte voor nieuwe grootschalige, bezoekersintensieve voorzieningen met een bovenregionaal en stedelijk karakter, beperkt tot de hoogstedelijke zones. Onderhavig plan voorziet in een hoogstedelijke multifunctionele ontwikkeling. Een dergelijke ontwikkeling is een goed voorbeeld van inbreiding, waarbij veel aandacht is besteed aan zowel zorgvuldig ruimtegebruik als de ruimtelijke kwaliteit van een nieuwe stadsentree. In de SVRO zijn deze aspecten aangemerkt als aandachtspunten voor het stedelijk gebied. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen het beleid uit de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening van de provincie Noord-Brabant. In de SVRO is opgenomen dat het stedelijk concentratiegebied per saldo het migratieoverschot van de hele provincie opvangt. In de RRO's voor wonen vindt regionale afstemming plaats. In paragraaf 3.2.2 is reeds ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking.
vastgesteld Stationsplein Zuid (District-E) Gemeente Eindhoven
31
3.3.3
Verordening Ruimte - Interim omgevingsverordening
In de Verordening ruimte Noord-Brabant ruimte staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waar ze aan toe zijn. De provincie stelt algemene regels die voor heel Brabant gelden, maar verdeelt het grondgebied ook in vier structuren waarvoor apart beleid geldt. Algemene regels In de verordening zijn algemene regels opgenomen die altijd en voor heel Brabant gelden. Deze regels hebben betrekking op zorgvuldig ruimtegebruik en op het bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit van Brabant. In het algemeen houdt dit in dat gebruikers van een gebied rekening houden met het karakter, de grootte en de functie ervan. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen belevingswaarde, toekomstwaarde en gebruikswaarde. Het doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Pas als dat niet kan, wordt gezocht naar de beste plek in het buitengebied om nieuwe ruimte te gebruiken. Daarnaast wil de provincie verouderde locaties in stedelijk gebied opnieuw invullen en ongewenste functies in het buitengebied saneren.