Concept Omgevingsvisie Lijn50
Tekst van het document
De kans op overlast en schade door heftige regen, wind, overstromingen, hitte, en droogte neemt toe en dat hebben we de afgelopen jaren ook gemerkt. Opgave: Binnen de Lijn50-regio hebben we verschillende opgaven als gevolg van klimaatverandering. Extra aandacht verdient daarom: hevigere regenbuien die kunnen leiden tot hoogwater langs de Maas en 23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
30
Projectgerelateerd
bodemerosie; het beperken van de wateroverlast in de beekdalen; het tegengaan van de hittestress in de kernen; en het voorkomen van droogte in de natuur en landbouw. Bovendien moeten we zorgdragen voor de duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening zoals de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden Roodborn in Gulpen-Wittem en De Dommel en Heer in EijsdenMargraten. Dat betekent dat de drinkwaterinfrastructuur zwaar meegewogen moet worden, en daarmee een bijdrage moet leveren aan het veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening. Visie: Door in te zetten op groen en water kunnen we een deel van de negatieve gevolgen van klimaatverandering beperken. Zo kunnen we onze beken anders (bijvoorbeeld meanderend en breder) inrichten om meer water als gevolg van hevige regenbuien op te vangen. Droogte kunnen we tegengaan door water op te vangen en te gebruiken als het nodig is. En we kunnen groen toevoegen in de openbare ruimte of op private grond wat de oppervlakte koel houdt en dus hittestress vermindert. Voor al deze maatregelen geldt dat het belangrijk is dat we het samen doen, dus: met de gemeenten, het waterschap, de Provincie, het Rijk, partners, bedrijven én inwoners. Voor deze laatste groep, de inwoners, hebben we al een stimuleringsregeling om klimaatadaptieve maatregelen te stimuleren.
Het is onze ambitie om zo snel mogelijk, maar in ieder geval in 2035 (conform afspraken in het programma Maas en Mergelland) volledig klimaatbestendig te zijn. Onderstaande teksten gaan in op hoe we met specifieke gevolgen van klimaatverandering willen omgaan. Wij maken water en bodem sturender als principe in de ruimtelijke ordening door: Ruimte voor water - Voor omgang met hemelwater hanteren we de voorkeursvolgorde: hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. - We creëren ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water in onze ruimtelijke inrichting, landgebruik en landbeheer. Hiermee vergroten we de veerkracht van zowel het hoofdwatersysteem als regionale watersystemen. We sturen ook in bestaand bebouwd gebied op vermindering van onnodige bodemafdekking. De verstedelijkte omgeving wordt beter leefbaar als er minder hitte-stress is of wateroverlast tijdens piekbuien. Dit bereiken we door de bodem te herstellen en in te zetten op meer groen in de kernen. We houden water langer vast en voeren het minder snel af. We herstellen daarmee de sponswerking van de bodem en bereiken een robuust grondwatersysteem. Dit wordt in gebiedsprocessen geborgd.
Bebouwd gebied We maken de risico’s van overstromingen, wateroverlast, bodemdaling en drinkwaterbeschikbaarheid sturend bij de locatiekeuze en inrichting van woningbouw. Hiermee willen we voorkomen dat we nieuwbouw gaan realiseren op locaties waar we later spijt van gaan krijgen. De provincies neemt in haar ruimtelijke arrangementen het (concept) richtinggevend kader mee. De risico’s van overstromingen (wateroverlast en onveiligheid) zijn ook door het Waterschap Limburg middels kaarten inzichtelijk gemaakt en worden gebruikt om de risico’s bij nieuwbouwplannen in kaart te brengen. We benutten locaties waar in de toekomst ruimte nodig is voor waterberging, rivierafvoer en toekomstige dijkversterkingen niet (meer) voor (toeristische en recreatieve) bebouwing. We passen de landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve en natuurinclusieve gebouwde omgeving toe. Daarmee ontwikkelen we gebieden klimaatbestendiger. We sturen als overheden op zo min mogelijk afdekking van de bodem. Daarmee behouden we buiten het bebouwd gebied goede landbouwgrond, reduceren we hitte-stress en bevorderen we
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
31
Projectgerelateerd
waterinfiltratie binnen het bebouwd gebied. We werken dit samen met provincies en gemeenten uit en zetten in de ladder ‘duurzame verstedelijking’ in op minder netto landgebruik. Wateroverlast vanuit de Maas Met het veranderende klimaat komen er steeds meer en steeds hevigere regenbuien voor met ingrijpende gevolgen. Zo leidt hevige regen tot hoge waterstanden in de Maas, neem als voorbeeld het hoogwater in juli 2021 van de Maas. Na de overstromingen in 1993 en 1995 zijn er al veel maatregelen (verbreding en uitdieping) genomen om de kans op een overstroming sterk te verkleinen. Tegelijkertijd hebben we steeds vaker extreem weer. Het is daarom belangrijk dat we ons blijven focussen op klimaatadaptieve maatregelen in het rivierbed en de uiterwaarden om overstroming en hoogwater in de rivier De Maas te voorkomen. Dit doen we samen met de provincie, Rijkswaterstaat, buurgemeenten en België. Het is ons doel klimaatadaptieve ingrepen in de uiterwaarden zoveel mogelijk te combineren met andere functies zoals natuur of extensieve (water)recreatie. Wateroverlast vanuit de beken: De Lijn50-regio heeft een heuvelachtig landschap van plateaus, steile hellingen en beekdalen. Hierdoor kunnen de beekdalen last hebben van wateroverlast als er veel regen valt, wat vervolgens snel afstroomt.
Recente voorbeelden (2021) van overstromingen in Zuid-Limburg leren ons dat klimaatadaptieve maatregelen snel nodig zijn: wat onze beken en de buffers nu kunnen opvangen is niet genoeg. Naar aanleiding van de overstromingen in 2021 is het programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL) opgericht. Dit programma kent drie pijlers, waar wij ons als Lijn50-gemeenten aan committeren: 1. vergroten van de fysieke robuustheid watersysteem, en daarmee het verlagen van de waterstand op de plekken waar overlast is geweest of kan ontstaan en/of het beter beschermen van deze locaties tegen hoe waterstanden. 2. verankeren van water en bodem sturend als principe in de ruimtelijke ordening, om overlast in de toekomst te voorkomen. 3. vergroten van zelfredzaamheid van inwoners, om de gevolgen van hoge waterstand te beperken. We willen in de toekomst slimmer omgaan met het water in ons landschap. Door bijvoorbeeld meer regenwater te vertragen en op de plateaus vast te houden of waterberging nabij de kernen, kunnen we de overlast door afstromend water verminderen. Met name bovenstrooms hebben ingrepen in het landgebruik een grote impact op de waterhuishouding. Ook kiezen we ervoor om (nieuw) landgebruik een bijdrage te laten leveren aan de klimaatbestendigheid van de leefomgeving. Akkerbouw op steile hellingen leidt bijvoorbeeld tot erosie.
Als de vruchtbare bovenlaag wegspoelt is de schade op de akkervelden maar ook voor het omringend landschap ernstig. De gevolgen van erosie kunnen dan gevonden worden in wateroverlast, modderstromen en sedimentatie elders. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn om akkerbouw niet meer te laten plaatsvinden op zeer steile hellingen. De agrariër kan ook helpen door grond anders te bewerken, slim te verbouwen en extra water vast te houden. Het terugbrengen van (kleinere) groene elementen zoals heggen, graften, holle wegen en ruwstroken vermindert en vertraagt afstromend water. Spaarbekkens en voorraadbekkens in fruitteelt kunnen het afstromen van water ook verminderen. Ook zorgt natuur, fruit- en druiventeelt en boomgaarden voor minder erosieproblemen dan andere teelten. Graften functioneren als erosiedrempel en versterken de landschappelijke kwaliteit van het Bocagelandschap. Overigens sluit dit een start met bijvoorbeeld palenrijen niet uit als tijdelijke of aanvullende voorzieningen totdat de graft volgroeid is. In het bebouwd gebied kunnen we meer water opvangen met wadi’s, waterpleinen in de openbare ruimte, door het stimuleren van de aanleg van meer groene tuinen, het stimuleren van gebruik van regentonnen en het verminderen van verstening.
In het landelijk gebied leggen we extra waterbuffers aan, zorgen we voor infiltratie op de plateaus en hellingen door een meer natuurlijke inrichting en onderzoeken we of we
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
32
Projectgerelateerd
beken kunnen uitbreiden of verdwenen beken kunnen terugbrengen. Hierbij houden we rekening met het bestaande landschap en proberen we de buffers en beken goed in te passen in de natuur. De groenblauwe dooradering, de natuur en de inrichting van percelen en de akkerranden kunnen helpen bij het verminderen van de uitspoeling van voedingsstoffen. Hittestress: Hittestress komt steeds meer voor in de bebouwde omgeving bij een lange periode van zeer warm weer. Veel bestaande wijken bestaan uit steen en asfalt, wat de opwarming van wijken verergert. We kunnen hittestress verminderen door bij nieuwe projecten klimaatadaptief en/of natuurinclusief te bouwen en door bestaande wijken, bedrijventerrein en daken te vergroenen. Voldoende groen in de omgeving is essentieel voor het klimaat, de biodiversiteit, het tegengaan van verdroging, duurzaamheid en bovenal de gezondheid van onze inwoners. In bestaande bebouwde gebieden maar ook in de ontwikkeling van nieuwe te bebouwen gebieden krijgt groen daarom een prominente rol. Meer groen in de leefomgeving voorkomt hittestress in warme periodes, zorgt voor een schonere lucht en stimuleert het geluk van inwoners. Vergroenen vraagt om soms ruimte, maar kan ook bijdragen aan het ontwikkelen van landschappelijke structuren.
Zo kan de groenblauwe dooradering die je ziet in het landschap, ook in de dorpskernen helpen om de negatieve effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Bovendien stimuleert een groene omgeving de gezondheid van onze inwoners. Droogte: Onze zomers worden warmer en er valt minder regen. Daarom groeit de kans op watertekort in de grond en in de beken. Droogte in de grond leidt tot een tekort aan water voor de landbouw en verdroging van natuur. In en rondom de beken leven planten en dieren, die stromend water nodig hebben om te leven. Daarom moeten we regen langer vasthouden en voorkomen dat er droogte ontstaat in onze landbouw en natuurgebieden. Dat doen we nu al goed, maar het is belangrijk om meer stukken landschap in te zetten als reserveruimte. Om droge periodes goed door te komen is waterberging (buffers) een noodzaak. Dit kan in verschillende natuurgebieden en ecologische verbindingen verspreid over de Lijn50 gemeenten, bijvoorbeeld op de plateaus. Bij natuurontwikkeling kan een combinatie gezocht worden met overstromingsgebieden. Als agrarische gebieden worden ingezet voor waterberging dan staat hier een passende vergoeding tegenover voor de agrarische ondernemer. De bodem en het water zijn beide een belangrijk onderdeel van de oplossing voor verdroging en wateroverlast. De kwaliteit van water moet op één lijn zitten met wat de landbouw en de natuur nodig hebben.
Ook de impact van het uitspoelen van voedingsstoffen vanuit de landbouw is hier onderdeel van. Dit sluit nauw aan bij onze visie voor robuuste natuur, authentiek landschap, duurzaam wonen en de transformatie van landbouw.
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
33
Projectgerelateerd
Klimaatadaptatie
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
34
Projectgerelateerd
5.5
Energietransitie
Wij kiezen wel voor
Wij kiezen niet voor
Zonne-energie op alle daken die daarvoor geschikt zijn
Windturbines
Voorbereiden op de toekomst door onderzoek naar opties voor nieuwe vormen van energieopwekking die landschappelijk en ruimtelijk een kleinere impact hebben
Zonnevelden in ons landschap
Stimuleren van verduurzaming van particulier vastgoed volgens de wettelijke vereisten van BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen) óf meer dan de vereisten van BENG Verduurzaming gemeentelijk vastgoed volgens de wettelijke vereisten van BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen) Onderzoek naar mogelijkheden voor slimme koppelingen van warmte aanbod en warmte vraag. Circulair bouwen en het bevorderen van een circulaire samenleving Versterken van de capaciteit van de energieinfrastructuur en de uitbreiding daarvan (elektra, warmte, waterstof, biomassa) en de afstemming van opweklocaties op het netwerk We beperken waar mogelijk onze energiebehoefte en verduurzamen onze energieopwekking. Het landschap heeft een rol in de opwekking van energie. In de Regionale Energie Strategieën (RES) is in het landschap van de Lijn50-gemeenten geen windenergie en zeer beperkte ruimte voor zonne-energie opgenomen. Momenteel ligt er ook vanuit de provinciale omgevingsvisie een verbod op de realisatie van windemolens en zonnevelden in het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Op basis van de RES 1.0, de koers van de provincie, het rijksbeleid en de geopolitieke invloeden daarop, zal het energiebeleid concreet vorm moeten krijgen in de komende jaren. Gelet op de snelheid van technologische ontwikkelingen sluiten wij op dit moment geen enkele variant van energieopwek en opslag uit.
Het landschappelijke karakter is en blijft wel erg belangrijk voor onze regio en daarom zullen we niet zomaar windturbines of zonnevelden aan het buitengebied toevoegen. Opgave: Het buitengebied is een belangrijke recreatieve trekker van de Lijn50-regio. Grote zonnevelden of windmolens kunnen afbreuk doen aan de landschappelijke kernwaarden van het gebied. Daar tegenover staat dat we energie moeten besparen, we over willen stappen op schonere energiebronnen om vervuilende uitstootstoffen te verminderen en de vraag naar energie de komende jaren zal toenemen terwijl onze eigen opwek achterblijft. Deze vraag wordt nog meer gevoed door de warmtetransitie waarbij ook warmte via energie verkregen zal kunnen worden. Daarnaast hebben we nu al te maken met netcongestie, dit betekent we voldoende netcapaciteit moeten hebben om te voldoen aan de huidige én de toekomstige vraag. Visie: In lijn met de RES 1.0 van Zuid-Limburg hanteren wij de trias energetica: 23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
35
Projectgerelateerd
1. Allereerst verminderen we door onze energievraag te beperken; 2. Vervolgens vergroenen we door het gebruik van duurzame energie; en 3. Ten slotte verschonen we het gebruik van onze fossiele brandstoffen, waar we alleen gebruik van maken als duurzame energiebronnen niet kunnen voorzien. Op punt één en twee uit de trias energetica kan de gemeenten sturen, daarom vormen zijn een onderdeel van deze omgevingsvisie en worden ze nader behandeld. 1. Verminderen van de energievraag Het beperken van onze energievraag doen we door onze inwoners bewust te maken van hun energieverbruik. We ondersteunen onze inwoners actief bij het isoleren van hun eigen woning. In het kader van mobiliteit streven we ernaar om een modal shift (= een duurzame manier van goederentransport en personenvervoer) plaats te laten vinden, waarin we inwoners stimuleren om minder gebruik te maken van de auto. Ook geven we prioriteit aan wandelen, fietsen en openbaar vervoer voor kleine afstanden; hiermee voorkomen we onnodige kilometers met de auto en werken we aan een betere gezondheid. De kleinschaligheid van het landschap en de maat van de kernen maakt dat er geen grote warmteaanbieders zijn en verspreide warmtevragers. De gemeente gaat onderzoeken waar slimme koppelingen tussen warmtevragers en warmte-aanbieders gemaakt kunnen worden en zullen deze mogelijkheden stimuleren en bijstaan.
In dit kader houden we ook rekening met de capaciteit van ons energienetwerk. De opwek van hernieuwbare elektriciteit en uitbreiding van de energie-infrastructuur vragen ruimte. Dit kan drukte in de ondiepe ondergrond met zich meebrengen vanwege het groot aantal andere ruimtelijke opgaven zoals een botsend belang met waterwinning. Dit vergt een zorgvuldige afweging en integrale aanpak. Daarom kiezen we ervoor om bij de nieuwe initiatieven, ontwikkelingen, visies en plannen, de (toekomstige) energie-infrastructuur mee te nemen in de planvorming. We houden rekening met de ruimtelijke kwaliteit, het milieu en de fysieke leefomgeving bij het kiezen van de juiste locaties voor het energievraagstuk.
2. Vergroenen door gebruik te maken van duurzame energie We maken optimaal gebruik van de mogelijkheden om binnen de bebouwde kom duurzame energie op te wekken. Dit betekent dat we duurzame energie waar mogelijk opwekken via zonnepanelen op daken of aan bouwwerken. Het gaat dan om: daken van woningen, daken van openbare gebouwen en bedrijfspanden. We gebruiken bij de daken zoveel mogelijk een combinatie van zonnepanelen en groene daken, omdat we ook klimaatadaptatie willen stimuleren. Bij het ontwikkelen van zon-op-dak kunnen personen en bedrijven ondersteund worden door de gemeente. Hiervoor denken we aan vereenvoudigde regelgeving, het inzetten van energiecoaches en goede informatievoorziening. In de RES 1.0 zijn enkele gebieden in de Lijn50-regio aangewezen als zoekgebied voor zon op onbenutte terreinen en zon op parkeerterrein. Met name in het Nationaal Landschap Zuid-Limburg dient voorzichtig omgegaan te worden met het realiseren van zonneparken of windturbines. Daardoor, en door de grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde van de Lijn50-regio, is er geen zoekgebied aangewezen voor zon op landbouwgrond of zon op land. De RES 1.0 geeft wel de ruimte voor eventuele uitzonderingen aan: het is mogelijk om gronden aan te wijzen als zoekgebied, mits dit gebeurt onder strikte voorwaarden.
Zo mag de kernwaarde van het landschap en de landschappelijke beleving niet aangetast worden. In de toekomst kunnen de zoekgebieden voor wind en zon op land veranderen. In de komende jaren wordt de RES iedere twee jaar herijkt. Bij deze herijking is er de mogelijkheid zoekgebieden aan de RES toe te voegen of uit te breiden indien nodig of te verwijderen indien ze overbodig blijken.
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
36
Projectgerelateerd
Mochten bijvoorbeeld in de toekomst wel zoekgebieden voor zon op land(bouwgrond) worden aangewezen, dan stellen we als vereiste dat de zonnevelden goed passen bij de maat en schaal van ons Zuid-Limburgse landschap. Bijvoorbeeld kleine zonneweides (voor eigen gebruik) die passen in de kleinschaligheid van het landschap. Daarnaast zullen we onderzoeken of ze eventueel een bijdrage kunnen leveren aan onze natuur. De gemeenten staan open voor innovaties met betrekking tot energieopwek die goed in het Heuvellandschap zijn in te passen en toe te passen, maar ook een goede balans hebben in betaalbaarheid en effectiviteit. Dit sluit aan bij onze visie voor authentiek landschap en de transformatie van landbouw. We houden rekening met de mogelijke ontwikkeling van de Einstein Telescoop in Zuid-Limburg voor de eventuele ontwikkeling van windturbines. Dit omdat aanwezige windturbines een belemmering voor deze telescoop zouden kunnen zijn. In het kader van het vergroenen van onze mobiliteit, kiezen we ervoor om we elektrisch rijden aantrekkelijker te maken door de aanleg van voldoende oplaadpalen voor fiets en auto en door dit goed te spreiden over de Lijn50-regio. Helaas zal het slim gebruiken van bestaande daken en het verduurzamen van woningen niet voldoende zijn om alle energie die we in de toekomst nodig hebben op te wekken.
Daarom onderzoeken we ondertussen welke andere opties en nieuwe vormen van energieopwekking in de Lijn50-regio in de toekomst zou kunnen passen. Het is daarbij belangrijk dat de energieopwekking een beperkte impact heeft op het kenmerkende en waardevolle landschap van de Lijn50-regio. In eerste instantie richt dit onderzoek zich op de plateaus en de maasvallei.
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
37
Projectgerelateerd
Energietransitie
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
38
Projectgerelateerd
5.6
Verduurzaming toerisme
Wij kiezen wel voor
Wij kiezen niet voor
De kwaliteit van toerisme en kwaliteitsverbetering van bestaande toeristische voorzieningen en accommodaties
Grote uitbreidingen van toerisme (die schade kunnen aanbrengen aan het landschap)
De spreiding van gasten en toeristische activiteiten over de regio en gedurende het jaar
Het verzamelen van veel toeristen of toeristische activiteiten bij elkaar
Langer verblijf van onze gasten
Activiteiten en voorzieningen die alleen per auto bereikbaar zijn
Duurzaam, landschap, cultuur, ontspanning en authenticiteit als toeristische trekkers Samenwerken met buurgemeenten voor een aanvullend aanbod van activiteiten Slimme mobiliteit d.m.v. OV en het wandel- en fietsnetwerk inzetten om toeristen te spreiden en begeleiden naar bekende en onbekendere activiteiten en voorzieningen in de regio Focus op de beleving van Zuid-Limburg Toerisme met kwaliteit waardoor je Zuid-Limburg écht beleeft Recreatie en toerisme spelen een belangrijke rol in de Lijn-50 gemeente. Het landschap, de cultuurhistorie, het internationale karakter en de mogelijkheden om te wandelen en te fietsen trekt veel gasten naar de regio. Deze recreatieve en toeristische activiteiten zijn belangrijk voor zowel de economie als voor de maatschappij. Zo zorgt de vrijetijdsector voor werkgelegenheid in horeca, logies, cultuur, recreatie en entertainment. Deze vrijetijdseconomie levert ook een bijdrage aan de voorzieningen en de leefbaarheid in kleine dorpskernen. Zowel verblijfstoerisme als dagtoerisme dragen hieraan bij. Door de centrale ligging tussen België en Duitsland liggen er kansen voor zowel nationaal en internationaal toerisme. Opgave: Ondanks dat toerisme en recreatie belangrijk is voor de regionale economie, is er vernieuwing en kleinschaligheid nodig.
We willen dat onze inwoners een goede balans ervaren tussen voordeel van recreatie en toerisme, terwijl we de negatieve gevolgen verminderen. Toerisme zorgt soms voor overlast en legt druk op de beperkte ruimte in het landschap, de natuur en op de weg. Daarnaast is vernieuwing nodig omdat steeds meer inwoners en bezoekers het belangrijk vinden om milieubewust en duurzaam te recreëren. Dit heeft invloed op welke activiteiten, verblijfslocaties en vervoersmiddelen aantrekkelijk zijn voor toeristen. Visie: Om toerisme toekomstbestendig te maken, zetten we in op de kwaliteit en duurzaamheid van toerisme in plaats van op de groei van toerisme. De Lijn50-gemeenten en de omliggende steden gaan meer samenwerken om de wensen van zowel inwoners als toeristen te waarborgen. Die samenwerking focust zich op de cultuur, natuur en het landschap die zo gewaardeerd worden. Samen met onze buurgemeenten (zowel in Nederland als over de grenzen) zorgen we voor een afwisselend en vernieuwend aanbod van toeristische activiteiten. Hiermee spelen we in op de verwachtingen van onze gasten en op toeristische trends. Zo wordt beleving en betekenis bij activiteiten steeds belangrijker, gaan meer mensen dichtbij huis op vakantie om hun milieu-impact te verkleinen en zijn meer mensen opzoek naar rust, ontspanning en verdieping. Ook zien we traditionele doelgroepen verdwijnen en zijn er vaker 23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
39
Projectgerelateerd
solo-reizigers of meerdere generaties die samen reizen. Daarom richten we ons in de toekomst op de groei van kwaliteit en het aanbieden van activiteiten die passen bij Zuid-Limburg als ‘Green Destination’: een duurzame bestemming. De focus ligt op het goede en groene leven, zoals ook de Cittaslow-gedachte benadrukt. Hierbij kun je denken aan ‘staycations’, wellness vakanties, ‘groene’ hotels, natuurbeleving en het ontwikkelen van belevingen en activiteiten waarbij je telefoon je reisleider is. Het verbinden van de vrijetijdssector met het landschap is hierbij belangrijk. We willen dat onze gasten zich verbonden voelen en Zuid-Limburg écht meemaken. Daarnaast werken we alleen mee aan evenementen als deze passen bij onze kernwaarden. Hiermee ontstaat een nieuwe en duurzame vrijetijdseconomie, die aan werkgelegenheid bijdraagt, de voorzieningen in de gemeente ondersteunt én de negatieve gevolgen van eventuele toenemende recreatiedruk voorkomt. Bij de verduurzaming van toerisme gaat het over toerisme en recreatie met respect voor mens en omgeving. Dat is nodig om de vrijetijdssector in stand te houden en om de gemeenten toekomstbestendig te maken. Je kan hierbij denken aan het inzetten op streekproducten, het investeren in langere verblijven of het CO2-neutraal maken van activiteiten en verblijfsplaatsen. Ook het duurzaam vervoeren van gasten is hierin belangrijk.
We zetten in op slimme en gezonde vormen van mobiliteit om het heuvellandschap bereikbaar en bewoonbaar te houden. (Overstappen op) openbaar vervoer wordt steeds gebruikelijker en goedkoper. Ook zetten we in op meer langzame mobiliteit, zoals wandelen en fietsen, omdat ook dit past bij de kernwaarden van onze gemeenten, zoals de Cittaslow-gedachte én omdat minder impact of op onze natuur en het milieu. Onze wandel- en fietsroutes zijn goed verbonden met een duidelijk netwerk. Hiermee kunnen we onze gasten beter spreiden over en sturen naar de bekende en nog onbekende bezienswaardigheden in de regio. Een gecontroleerde spreiding van recreatie past bovendien beter in het kleinschalige landschap van Lijn50. Het helpt om overlast bij inwoners te verminderen, het beschermt de natuur en biedt ruimte aan kleinere, recreatieve ondernemers. Voor nieuwe vormen van toeristische of recreatieve activiteiten (net als bij herontwikkeling van bestaande locaties) vormt het landschap de basis. Ook voldoende marktruimte voor dergelijke toeristische en recreatieve activiteiten is een belangrijke randvoorwaarde. Nieuwe ontwikkelingen worden verspreid over de regio en er wordt bij voorkeur gezocht op de flauwe hellingen en de plateaus.
Het is hierbij belangrijk dat de activiteiten of voorzieningen gericht zijn op kwaliteitsverbetering: het toerisme levert ook een bijdrage aan de ontwikkeling en het behoud van het landschap.
Dit sluit nauw aan bij onze visie voor duurzame mobiliteit en transformatie in de landbouw. Couleur Locale; Gemeenten Eijsden-Margraten en Gulpen-Wittem richten zich in mindere mate op het spreiden van recreatie over het totale landschap dan Gemeente Vaals.
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
40
Projectgerelateerd
Verduurzaming toerisme
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
41
Projectgerelateerd
5.7
Duurzame mobiliteit
Wij kiezen wel voor
Wij kiezen niet voor
Inzetten op verschillende vormen van vervoer en gezonde mobiliteit
Maximaal inzetten op verkeer per auto
Combinatie van openbaar vervoer en vervoer van toerisme door de Lijn50-gemeenten
Een maximale bereikbaarheid per openbaar vervoer in het hele buitengebied
Toeristisch verkeer in goede banen leiden Parkeermogelijkheden (P+R=parkeer en recreëer) nabij landschappen waar rust gewenst is om de recreant te spreiden. Ontsluiting grote trekkers met OV Lopen en fietsen meer ruimte krijgt in de bebouwde omgeving en daarbuiten Snelfietsroutes zorgen voor goede bereikbare werklocaties en maken het aantrekkelijk om de auto vaker te laten staan Inzetten op deelmobiliteit Voldoende openbare laadinfrastructuur zodat de elektrificatie van het vervoer een impuls krijgt We zijn bereikbaar door de inzet van verschillende vormen van (duurzame) mobiliteit. Mobiliteit en bereikbaarheid is belangrijk, zeker in de Lijn50-regio. Onze regio is uitgestrekt en heuvelachtig, waardoor functies zoals wonen, werken, winkelen, recreatie en sporten niet standaard in de buurt liggen. Dit geldt zowel voor de dorpen als voor het landelijk gebied. In een landelijke regio is vervoer van groot belang voor de verbinding tussen de verschillende kernen en naar de steden in de (EU-)regio. Een goede mobiliteit draagt bij aan ons welzijn, inkomen en sociale leven. Opgave: Veel functies liggen verspreid door onze regio. Hiermee houden we de verschillende dorpen levendig en zijn er overal voorzieningen. Het is daarom belangrijk dat onze inwoners zich makkelijk van A naar B kunnen verplaatsen, daarnaast moeten de toeristische attracties ook goed bereikbaar zijn voor bezoekers.
Hiervoor zoeken we naar duurzame opties die zowel de belasting bij bewoners, landschap en milieu verminderen. Daarnaast zijn er vaak veel verschillende gebruikers met verschillende snelheden die de weg met elkaar delen. Het is belangrijk dat het verkeer in de Lijn50-regio voor alle gebruikers veilig is. Visie: Fietsen en wandelen We geven prioriteit aan wandelen, fietsen en openbaar vervoer; hiermee voorkomen we onnodige kilometers met de auto en werken we aan een betere gezondheid. Dit doen we bijvoorbeeld door wandelen en fietsen standaard mee te nemen in nieuwe plannen en ontwikkelingen en door wandelaars en fiets vaker te scheiden van autoverkeer. We stimuleren om de auto in ieder geval op de korte afstanden te laten staan. We streven naar goede (e-)fiets- en OV-verbindingen tussen de kernen. Bijvoorbeeld door de aanleg van groenstroken waarin gefietst kan worden, waarmee we fietsen sneller, veiliger én leuker maken. Of doorbepaalde recreatieve trekkers beter per fiets bereikbaar te maken door het maken van fietshubs, gekoppeld aan OV-hubs.
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
42
Projectgerelateerd
Openbaar vervoer Ons openbaar vervoernetwerk staat in dienst van de bereikbaarheid van, naar en tussen onze kernen. We streven ernaar dat bewoners zich gemakkelijk kunnen verplaatsen tussen de kernen zonder zelf noodzakelijk een personenauto te bezitten en/of van dit vervoersmiddel afhankelijk te moeten zijn. Ons busvervoer neemt hier met name een centrale rol in. Ook streven we ernaar om waar nodig en mogelijk de bereikbaarheid van de Lijn50-gemeenten met buurgemeenten en andere (internationale) regio’s te versterken. Invulling van deze ambitie is de Drielandentrein, die Aken en Luik, via Heerlen, Maastricht en Eijsden, met elkaar zal verbinden. Deze trein zal naar verwachting eind 2023 gaan rijden. Deelvervoer en andere nieuwe concepten We bieden tevens ruimte aan nieuwe vormen van mobiliteit en vervoersconcepten. Denk hierbij aan meer deel-autoplaatsen, intelligente verkeerslichten, zelfrijdende auto’s en mobiliteitsknooppunten waar je makkelijk overstapt van fiets/auto naar bus. Hiervoor zullen wij ook inzetten op het verbeteren van P+Ren fietsvoorzieningen bij knooppunten. Ook maken we elektrisch rijden aantrekkelijker door de aanleg van voldoende oplaadpalen voor fiets en auto en een goede spreiding hiervan over de Lijn50-regio. Personenvervoer/auto Bereikbaarheid per auto blijft belangrijk voor de hele regio, voornamelijk op de grotere afstanden.
Wel sturen we er als gemeenten op dat het verkeer steeds duurzamer wordt, door bijvoorbeeld de ontwikkeling van laadpleinen en de elektrificatie van ons eigen vervoer. Zo blijven we bereikbaar, maar zonder de huidige milieubelasting. Toerisme en recreatief verkeer Daarnaast zoeken we naar verkeersoplossingen om de druk van het verkeer op (de beleving van) het landschap te verminderen. Omdat we het landschap niet willen afsluiten, kijken we hierbij naar nieuwe verkeers- en recreatieconcepten om het recreatieve verkeer beter te laten doorstromen. Zo kunnen verspreide parkeergelegenheden (voor zowel fiets als auto) ervoor zorgen dat men te voet bepaalde plekken betreedt en bijvoorbeeld stiltegebieden ontlast worden. De toeristenstroom in natuurgebieden zorgt in sommige gevallen voor verstoring van de rust en voor schade en vervuiling. We kiezen er daarom voor om toerisme te spreiden. Dit spreiden van het toerisme kunnen we doen door nieuwe/andere recreatieve routes en toegangsroutes te realiseren. Zo kunnen we waardevolle landschappen beschermen, en blijven we landschappelijke toeristische attracties ondersteunen. Bovendien streven we ernaar om grotere recreatieve trekkers goed te ontsluiten op het OV, zodat OV-gebruik wordt aangemoedigd.
Duurzame mobiliteit In onze aanvullende ambities in het kader van duurzame mobiliteit onderschrijven wij de Mobiliteitsvisie Zuid-Limburg (vastgesteld 2020). Hierin wordt duurzame mobiliteit vooral geborgen door veranderend gedrag. Dit heeft enerzijds te maken met het verminderen van de noodzaak voor het maken van verplaatsingen (frequentie en/of afstand) en anderzijds het vergroten van het aandeel duurzame vervoerwijzen. Dit doet de regio door het stimuleren en faciliteren van emissieloos vervoer, onder andere door het realiseren van voldoende laadstations en door gedragsbeïnvloeding. Actiepunten die in dit kader in de visie zijn opgenomen: • Inzetten op gedragsbeïnvloeding op verplaatsingskeuze. • Aanjagen emissieloos vervoer en bijbehorende (laad)infrastructuur. • Ruimte bieden aan deelmobiliteit gebaseerd op beïnvloeden van autobezit.
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
43
Projectgerelateerd
Dit sluit nauw aan bij onze visie voor sociale samenhang en verduurzaming toerisme. Couleur Locale Gemeente Gulpen-Wittem stelt de volgende eisen aan het verkeerssysteem: adequate bereikbaarheid, hoge vervoersbeschikbaarheid (iedereen heeft toegang tot vervoer), hoge verkeersleefbaarheid (zo weinig mogelijk milieugevolgen van verkeer en zo laag mogelijke verkeersdruk, volledig duurzaam personen- en goederenvervoer (m.u.v. landbouwvervoer), veilige verkeersdeelname en minimaal ruimtebeslag door verkeer. In het kader van duurzame mobiliteit streeft de gemeente ernaar om het aantal publieke laadpalen voor elektrische auto’s uit te breiden tot circa 300 in 2030. Gemeente Vaals versterkt haar openbaar vervoer en werkt toe naar een divers palet aan nieuwe elektrische vervoersmiddelen. De gemeente is in de toekomst nog beter ontsloten, met name tot omliggende stadsregio’s. De leefbaarheid wordt vergroot door een autoluw centrum en door paden voor wandelaars, en fietsers die de kernen van Vaals aan haar centrum verbinden. Vaals kiest voor zachte mobiliteit, met aandacht voor minder mobiele mensen. De gemeente vervult op deze manier een voorbeeld in moedige en slimme mobiliteit in de Euregio. In het kader van duurzame mobiliteit streeft de gemeente ernaar om het elektrisch vervoer een impuls te geven. Dit doet de gemeente o.a.
door het verlenen van subsidies voor de aanschaf en plaatsing van een oplaadfaciliteit.
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
44
Projectgerelateerd
Duurzame mobiliteit
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
45
Projectgerelateerd
5.8
Passende werkgelegenheid
Wij kiezen wel voor
Wij kiezen niet voor
Bekend staan als plaats waar je in een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving vanuit huis of op co-working plekken kan werken
Nieuwe bedrijventerreinen
Goede verbindingen naar omliggende steden en regio’s via openbaar vervoer en per fiets en auto. Uitbreiden van flexibele werkplekken met moderne, digitale voorzieningen Vrijetijdseconomie en landbouw als economische dragers binnen de gemeente behouden Naast vrijetijdseconomie en landbouw ook andere, uitnodigende vormen van werkgelegenheid aanbieden (o.a. zorgverlening, kennis, zorg- en wellness) Centrale ligging en nieuwe manieren van werken zorgen voor kansen voor werkgelegenheid. Voor de werkgelegenheid in de Lijn50-regio is toerisme erg belangrijk en hier liggen ook kansen voor verdere ontwikkeling. Bovendien liggen de Lijn50-gemeenten centraal tussen de grote steden Heerlen en Maastricht, Aken en Luik. De steden bieden veel werkgelegenheid voor de regio en ook voor de bewoners van de Lijn50-gemeenten. Vanwege deze centrale ligging kunnen mensen aldaar werken en blijven wonen binnen de Lijn50-gemeenten. Opgave: We zien in Zuid-Limburg de trend dat jongeren en studenten de regio verlaten, waardoor het aantal startende werknemers in de regio afneemt. Daarnaast moeten we leren omgaan met een veranderende manier van werken, waarbij thuiswerken een grotere rol speelt. Ook onze grootste economische sector, toerisme, ondergaat veel veranderingen. We moeten daarom goed nadenken over hoe we vernieuwende en geschikte verdienmodellen kunnen verwelkomen in onze regio.
Visie: In de Lijn50-gemeenten is het goed wonen en is veel werkgelegenheid te vinden in grotere, omliggende steden (bijv. Maastricht, Aken of Luik), waar de banen toenemen. Ook de mogelijke komst van de Einstein telescoop kan hieraan bijdragen. Ook zien we een opkomst van nieuwe manieren van werken. Steeds minder mensen werken van 9 tot 5, er komen meer zzp’ers en steeds meer mensen werken vanuit huis. Dit biedt kansen voor de ontwikkeling van meer co-working plekken. Onze regio zal steeds meer bekend komen te staan als plek waar je de drukte van de grote stad kan ontvluchten en als plaats waar je in een goed woon- en verblijfsklimaat vanuit huis of een gedeeld kantoor kan werken. Hierbij richten we ons op werkplekken met moderne digitale mogelijkheden die aantrekkelijk zijn voor jongeren en starters, waarbij we de kansen voor modern flexwerken benadrukken. Jongvolwassenen zorgen voor vernieuwing en dragen bij aan de leefbaarheid van onze kernen. Het is daarom belangrijk dat het werkaanbod en de manier van werken bij hun wensen aansluit en dat we die faciliteren. Daarnaast benutten we kansen voor meer werkgelegenheid binnen de Lijn50-regio (waar ook jongvolwassenen een rol in kunnen spelen). Zo verwelkomen we vernieuwende en creatieve ideeën om onze toeristische sector te verbeteren en te verduurzamen.
Daarnaast verwachten we door vergrijzing een groeiend werkaanbod in de zorgverlening en we willen het zorg- en wellnessconcept in onze gemeentes vergroten. Denk hierbij aan zorghotels, geestelijke gezondheidzorg of spa’s. Op Zuid-Limburgse schaal conformeren we ons aan de vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid Limburg (SRVZL) alwaar de uitgangspunten staan beschreven voor ontwikkelingen op het gebied van winkels, kantoren en
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
46
Projectgerelateerd
bedrijventerreinen. Ten behoeve van deze omgevingsvisie is een addendum SVRZL 2024 vastgesteld. Dit addendum is als bijlage bij deze omgevingsvisie opgenomen. Dit sluit nauw aan bij onze visie voor duurzaam wonen, verduurzaming toerisme en sociale samenhang.
Passende werkgelegenheid
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
47
Projectgerelateerd
5.9
Duurzaam wonen
Wij kiezen wel voor
Wij kiezen niet voor
Verdichting binnen de kernen, met oog voor groen en dorpse karakter
Grootschalige woningbouw in het buitengebied
Nieuwbouw in de randen van de kernen om groen en blauw in de kernen te behouden en te vergroten (straatje erbij).
Eenzijdige woningbouw
Bij alle (her)ontwikkelingen staat kwaliteit (o.a. groen, (cultuur)historie en duurzaamheid) voorop
Verstening ten koste van waardevol groen
Elke kern heeft voorzieningen om de leefbaarheid in de kern in stand te houden, maar niet elke kern hoeft te beschikken over alle voorzieningen. In die zin zijn voorzieningen verspreid over de kernen.
Overal alle soorten voorzieningen
Betaalbare en geschikte woningen voor starters en ouderen en meer levensloopbestendige woningen
Toename aankoop van tweede woningen als “vakantiewoningen”
Alleen klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen Versterken van de bereikbaarheid richting de steden Mogelijkheid voor het herbestemmen van agrarische bouwkavels in het landelijk gebied voor wonen (afhankelijk van de locatie van de kavels) Woningaanbod afstemmen op de woonbehoefte van de verschillende bewoners in de gemeente en daarmee inclusiviteit nastreven Innovatieve woonconcepten Een goede mix van woningtypen en inwoners Fijn wonen en leven in de kernen met voorzieningen in de buurt. In totaal wonen er ongeveer 50.000 inwoners in de Lijn50-regio. Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals worden dan ook gezien als landelijke gemeenten met een lage bevolkingsdichtheid. Volgens inwoners zijn met name de rust, ruimte en kleinschaligheid die maken dat het in de Lijn50-regio fijn wonen is. In onze woonopgave houden blijven we daarom streven naar een goede balans van wonen, werken en leven. Opgave: Veel jongeren trekken weg uit de Lijn50-regio, deels omdat ze hier geen passende of betaalbare woning kunnen vinden Ook worden leeggekomen woningen opgekocht door mensen van buiten de regio als vakantiewoning. Dit gebeurt in mindere mate in Eijsden-Margraten en in meerdere mate in GulpenWittem en Vaals.
Door de terugloop van inwoners komt ook de leefbaarheid in de kernen onder druk te staan; bepaalde voorzieningen worden minder rendabel en/of er ontstaat onvoldoende capaciteit om ze onderhouden. Tegelijkertijd komen er ook nieuwe opgaven op ons af. Zo neemt de vergrijzing van de bevolking toe, vooral in het oostelijke deel van de Lijn50-regio. Dit leidt bijvoorbeeld tot andere woonbehoeften en de behoefte aan andere voorzieningen. Daarnaast moeten we ook nadenken over woonvoorzieningen die 23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
48
Projectgerelateerd
adaptief zijn. Hoe gaan we bijvoorbeeld met deze woonvormen om ná de vergrijzing? Daarnaast hebben we in het kader van duurzaamheid een belangrijke opgave in het vernieuwen en verduurzamen van de woningvoorraad. Ten slotte moeten we ook nadenken over hoe we omgaan met en wat de meest passende oplossingen is in het kader van huisvesting van bijvoorbeeld statushouders of beschermd wonen. Visie: We gaan voor een gezonde leefomgeving. De nabijheid van steden zoals Maastricht, Heerlen, Aachen en Luik brengt kansen met zich mee voor de Lijn50-gemeenten. Door het unieke landschap en de mooie woonomgeving alsmede de stadse nabijheid bieden we primair ruimte aan de woningbehoefte van onze lokale inwoners en zijn we ook interessant voor nieuwe bewoners van buiten de regio. Het aantrekken van nieuwe inwoners zal nodig zijn om de tekorten op de arbeidsmarkt op te vangen. Inclusiviteit Iedereen is welkom, maar we richten ons met name op het behouden en indien mogelijk aantrekken van jongeren. Dit doen we door meer betaalbare woningen voor starters en eenpersoonshuishoudens te realiseren, die dicht bij de grote steden liggen met een aantrekkelijk omgeving en goed verbonden.
Tegelijkertijd houden we rekening met onze ouder wordende bewoners door meer woningen levensloopbestendig te maken, door woonvormen te onderzoeken waarin jong en oud samenwoont en door het toevoegen van seniorenwoningen waarmee we doorstroming stimuleren. Bovendien zoeken we naar geschikte oplossingen om aan de woonzorgvraag te voldoen. Inbreiding versus “Straatje erbij” Nieuwe woningen worden in principe alleen toegevoegd binnen de kernen en aan de randen om het contrast tussen het landelijk gebied en de dorpse kernen te behouden. Het gaat daarbij om een integrale afweging welke locatie zich het beste leent voor woningbouw en welke ontwikkeling qua maat, schaal en functie wenselijk is. Dit alles tegen de achtergrond van de woningbehoefte en de ruimtelijke situatie ter plaatse. Het toevoegen van nieuwe woningen gebeurt in afstemming met o.a. de provincie. Doordat we in principe niet bouwen in het buitengebied, behouden we het waardevolle karakter van het landelijke gebied. We focussen ons binnen de kernen eerst op het veranderen van bestaande (leegstaande) panden naar duurzame woningen, om verstening binnen de kernen te voorkomen. Nieuwe woningen moeten altijd klimaatadaptief en natuurinclusief gebouwd worden om de negatieve effecten van klimaatverandering te beperken. Het is hierbij belangrijk dat het dorpse karakter en het groen in de kernen behouden blijft.
Wanneer het dorpse karakter of het groen binnen de kernen bij nieuwbouw te veel wordt aangetast, is het uitwijken naar de randen van de kernen een optie via het principe van “Straatje Erbij”. Hiermee houden we meer mensen in de dorpen, wat zorgt voor een betere leefbaarheid. Voorzieningen Bovendien gaat prettig wonen ook over het hebben van goede voorzieningen. Een dichtere en meer diverse bevolking draagt bij in stand houden van onze supermarkten, verenigingen en zorginstanties. We zorgen ervoor dat het woningaanbod meer mogelijkheden biedt en zich makkelijker aanpast aan een wijzigende woonbehoefte, zodat voor ieders wens een woning te vinden is en deze ook over de Lijn50gemeenten verspreid zijn. Een voorbeeld hiervan is de spreiding van sociale huurwoningen, op dit moment kent Vaals een groter percentage sociale huurwoningen dan de andere gemeenten. Het voorzieningenaanbod zal goed moeten aansluiten bij de behoeften van onze inwoners (en niet alleen bij die van onze bezoekers). Hierbij zal niet elke kern alle voorzieningen hebben, maar wel in alle kernen iets. We kijken hierbij extra naar voorzieningen die aantrekkelijk zijn voor jongeren, zoals cultuur, sport en muziek. Wij kiezen ervoor om op plekken waar veel voorzieningen zijn en evenementen georganiseerd worden, zoals winkelcentra, minder strenge geluidsnormen te hanteren dan in (rustige) woonwijken. Dit doen we
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
49
Projectgerelateerd
om de kwaliteit en het aanbod van voorzieningen te behouden. Ook op bedrijventerreinen en in agrarische gebieden (met uitzondering van stiltegebieden in het buitengebied) hanteren we minder strenge geluidsen geurnormen.
Duurzame en toekomstbestendige woningen In het kader van duurzaamheid hebben we een opgave in het vernieuwen en verduurzamen van de woningvoorraad. Hierin willen we zo veel mogelijk met de ontwikkelingen meegaan, maar ook passende oplossingen voor onze kernen in het heuvelland bieden. In lijn met de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg kijken we naar welke kwaliteiten de bestaande woningvoorraad nu heeft en wat er kan worden verbeterd aan wat er nu al is. Hierdoor wordt er op een duurzame manier omgegaan met het bestaande en met de omgeving. Daarnaast zullen we (in lijn met Beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021) bij woningbouwplannen nagaan of ze maatschappelijke meerwaarde hebben en planologisch aanvaardbaar en (sub)regionaal afgestemd zijn. We beseffen dat we niet in de toekomst kunnen kijken, en dat ons nog verschillende opgaven te wachten staan die betrekking hebben op onze woon- en leefgebieden. We streven er daarom naar om zo adaptief mogelijk te zijn, in onze werkwijze én in onze woonproducten. We kijken niet alleen naar wat we nu en in de nabije toekomst nodig hebben, maar ook naar hoe we er over de lange termijn voorstaan. In dit kader zullen we in de woningopgave brede oplossingen aandragen. We zullen nader onderzoeken welke oplossing het best bij welke opgave past én welke oplossing duurzaam en toekomstbestendig is.
De Woondeal Limburg is voor ons leidend wat betreft nieuwe woningbouwplannen. Voor de subregio Maastricht-Heuvelland is er sprake van een behoefte aan minimaal 12.000 woningen, waarvan ruim 4.300 tijdelijke woningen voor de periode 2022-2030. Deze groei is gebaseerd op de groei van de Universiteit Maastricht, de stijgende migratie, behoefte aan tijdelijke woonruimtes en de huidige krapte op de woningmarkt. Uitgangspunt is dat minimaal 2/3 van de woningen betaalbaar wordt gerealiseerd en een aandeel van 30% sociale huurwoningen, waarbij deze cijfers in regionale context geplaatst moeten worden. In de Woondeal zijn voor Eijsden-Margraten drie, en voor Vaals twee bouwlocaties als sleutelprojecten aangewezen. Alle sleutelprojecten in Zuid-Limburg opgeteld zijn noodzakelijk voor de realisatie van de regionale woonopgave. In relatie tot de Woondeal Limburg zullen de lijn50-gemeenten ook de mogelijkheden benutten van de ruimte die wordt geboden vanuit het zogenaamde “straatje erbij”. Uitgangspunt blijft dat inbreiding boven uitbreiding gaat.
Daar waar vanuit het bestaand bebouwd gebied (binnen de dorpskernen) onvoldoende mogelijkheden zijn om de woningbouwopgave het hoofd te kunnen bieden dan wel andere ruimtelijke opgaven in de kernen (groen-, water, parkeer-, speelvoorzieningen etc.) meer wenselijk zijn, behoort de keuze voor uitbreiding van de dorpsranden middels het principe van “straatje erbij” tot de mogelijkheden. De verdere uitwerking hiervan zal plaatsvinden binnen het instrumentarium van het omgevingsplan en/of een omgevingsprogramma volkshuisvesting zoals bedoeld in de Wet versterking regie Volkshuisvesting. Dit sluit nauw aan bij onze visie voor sociale samenhang en authentiek landschap. Couleur Locale; Gemeenten Gulpen-Wittem en Vaals staan kleinschalige woningbouw in het buitengebied toe, op voorwaarde dat de nieuwbouw plaats vindt op een kavel waar al bebouwing staat (bijvoorbeeld een leegstaande boerderij). De nieuwbouw moet dan passen in het kleinschalige, landschappelijke karakter en bijdragen aan de sfeer en de leefbaarheid van het buitengebied.
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
50
Projectgerelateerd
Eijsden-Margraten staat in principe nieuwbouw alleen toe aan de randen van bestaande kernen en in gehuchten. Daarbij kan, indien nodig, de contour deels overschreden worden. Uit de gebiedsdifferentiatiekaart moet blijken welke locaties/gebieden hiervoor geschikt zijn.
Duurzaam wonen
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
51
Projectgerelateerd
5.10
Sociale samenhang
Wij kiezen wel voor
Wij kiezen niet voor
Behouden en vernieuwen van tradities en gebruiken
Forceren van behouden van tradities
Faciliteren van burgerinitiatieven die bijdragen aan de sociale samenhang
Alle voorzieningen, overal
Bewegen, kunst en cultuur in de openbare ruimte Iedereen moet kunnen meedoen Iedereen is welkom en kan meedoen. De Lijn50-regio en haar bewoners kennen een sterke sociale verbondenheid. Je vindt hier tradities, een actief verenigingsleven en een gepaste trots op het cultureel erfgoed, Limburgse manier van leven en het Limburgs dialect. Onze inwoners dragen zorg voor elkaar en staan bekend om hun gastvrijheid. We vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen. Opgave: Ondanks dat veel mensen het gevoel van verbondenheid met hun dorps- en regiogenoten als prettig ervaren, vermindert op sommige plekken de sociale samenhang. Dit komt onder andere doordat veel inwoners vooral gericht zijn op hun eigen dorp en doordat we steeds minder afhankelijk worden van anderen. Ook het verschil tussen arm en rijk wordt groter en is vaker sprake van eenzaamheid. Vooral vanuit jongeren is het gevoel van verbinding met de regio aan het afnemen. Dat komt ook omdat zij niet altijd passend werk of een geschikte woning vinden. De huidige tradities die men zo waardeert, worden dan ook grotendeels onderhouden door ouderen. Visie: Iedereen is welkom en kan meedoen. Ondanks dat sociale samenhang en welzijn niet door de gemeente opgelegd kan worden, zetten de Lijn50-gemeenten zich in om dit zoveel mogelijk te stimuleren en faciliteren. We focussen op het behoud van lokale gewoonten en gebruiken.
Deze kenmerken zijn belangrijk voor de regio, versterken de verbindingen tussen onze bewoners en dragen bij aan de identiteit van de dorpen. Wij zien de lokale cultuur en culturele elementen ook als verbinder tussen mensen. We zetten ons daarom in om deze culturele waarden te behouden en, indien nodig, te vernieuwen. We zijn ons hierbij van bewust dat onze samenleving verandert en dat we niet alle tradities in stand kunnen houden als daar niet genoeg interesse meer voor is. Daarom onderzoeken we ondertussen nieuwe manieren om inwoners te betrekken, de sociale samenhang te versterken en eenzaamheid tegen te gaan. We werken aan een duurzame aanpak door het stimuleren van netwerken op dorpsniveau en het bieden van ruimte aan burgerinitiatieven die bijdragen aan de sociale samenhang en eenzaamheid voorkomen. Je kan hierbij denken aan een buurtcoöperatie, activiteiten waar jong en oud samenkomen of een buurttuin. We bieden fysieke ruimte aan activiteiten op het gebied van beweging en kunst en cultuur, zoals sporttoestellen of kunst in de openbare ruimte en cursussen voor digitale vaardigheid in de bibliotheek. Hierbij zijn ontmoeting en verbinding belangrijke doelen. Daarnaast doen we meer aan (bewoners)participatie. Hiermee verminderen we eenzaamheid en zorgen we ervoor dat ook nieuwe bewoners zich makkelijker thuis voelen in onze regio.
Doordat we ervoor zorgen dat kernen aanvullende voorzieningen hebben (niet elk dorp hoeft dezelfde voorzieningen te hebben) voorkomen we dat een kern geen voorzieningen meer heeft. Zo houden we de leefbaarheid op peil en bieden we kansen voor ontmoeting. De leefbaarheid en verbondenheid wordt versterkt door de goede bereikbaarheid van voorzieningen (scholen, verenigingen, buurthuizen), door een divers woningaanbod en een juiste woonzorg. Omdat het belangrijk is dat iedereen mee kan doen in de maatschappij, kijken we extra om naar doelgroepen die bijzondere zorg of meer aandacht nodig hebben. De Lijn50-gemeenten zorgen actief voor dat bewoners op de hoogte zijn van tegemoetkomingen, maatregelen en hulp bij eenzaamheid en/of armoede, zodat iedereen kan meedoen in onze samenleving.
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
52
Projectgerelateerd
Dit sluit nauw aan bij onze visie voor duurzaam wonen en passende werkgelegenheid Couleur Locale; In gemeente Eijsden-Margraten is er meer focus en meer verlangen om tradities en de identiteit te behouden.
Sociale samenhang
23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
53
Projectgerelateerd
5.11
Vitale bevolking
Wij kiezen wel voor
Wij kiezen niet voor
Iedereen dezelfde kansen Openbare ruimte inrichten voor bewegen en ontmoeten Een gezonde en veilige leefomgeving met een prettig woonklimaat Een omgeving die stimuleert om gezond te blijven Een rookvrije generatie en rookvrije omgevingen We werken samen aan gezondheid. Ons leven verandert. We hebben nieuwe manieren om te werken, andere woonwensen en moderne manieren om elkaar te ontmoeten. Deze veranderingen dragen voor veel mensen bij aan een betere welvaart. Maar door de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk, is er ook een groep die hier niet van profiteert. We moeten daarom bewust nadenken over de effecten van veranderingen op alle groepen in de samenleving. Verder is er een steeds grotere trend die inzet op bewustwording van een gezonde leefstijl en het creëren van een omgeving die een gezonde leefstijl stimuleert. Opgave: Iedere inwoner verdient een kansrijk leven waarin zij gezond en gelukkig kunnen opgroeien en ouder kunnen worden. Helaas zien we in Zuid-Limburg serieuze achterstanden in gezondheid bij jong en oud, zowel mentaal als fysiek. Een achterstand die bovendien van generatie op generatie wordt doorgegeven. Er zijn hier vaker levensstijl gerelateerde ziekten zoals overgewicht en obesitas, (internet)verslaving, of hart- en vaatziekten. Bovendien zien wij onze bevolking vergrijzen waardoor deze problematiek in de toekomst alleen maar zal toenemen.
Voor hen is het van groot belang om digitaal en fysiek mobiel te blijven, zodat ze vitaal blijven (of worden) en kunnen blijven participeren in de samenleving. Daarnaast ligt de Lijn50-regio onder de rook van Chemelot, het Ruhrgebied, het Waalse industriegebied en luchthavens Maastricht-Aachen en Luik Bierset. Dat heeft effect op onze luchtkwaliteit en leidt in sommige gevallen tot geluidsoverlast. De ligging tussen grotere industriegebieden vraagt om een goede gezondheidsbescherming. Visie: Gezondheid gaat niet enkel meer over genezen, maar ook over het verbeteren van de algemene gezondheid en de kwaliteit van leven. We investeren in maatregelen die de gezondheid en het geluk van onze inwoners en bezoekers op een duurzame manier verbeteren. Denk hierbij aan betere luchtkwaliteit, meer openbaar groen, het ontmoedigen van roken en alcoholgebruik onder jongeren en het onderhouden van stiltegebieden. We kunnen hierin onderscheid maken in twee aspecten van gezondheid. Gezondheidsbevordering Allereerst zetten we in op gezondheidsbevordering: onze leefomgeving op zo’n manier inrichten zodat het inwoners uitnodigt en stimuleert om te bewegen, gezonde voeding keuzes te maken, mee te doen in de samenleving en inwoners bewust te maken van het belang van een gezonde leefstijl.
We streven naar een gezonde leefomgeving voor kinderen waarin zij opgroeien in de natuur, voldoende bewegen, gezond eten en gezond leven. We zetten daarom in op het vergroten van de groene uitstraling van onze kernen en buitengebied. Het moet namelijk niet uitmaken waar je opgroeit. Iedereen krijgt 23 juni 2025
CLICK TO ENTER "DLSHORTTITLE"
BK4026-MI-RP-250527-1001
54
Projectgerelateerd
dezelfde kans voor een goede gezondheid, onderwijs, een betaalbare woning of passend werk. Het moet ook niet uitmaken hoe mobiel je bent. Voor iedereen zijn er dichtbij toegankelijke en aantrekkelijke (ontmoetings-)plekken. Goede wandel- en fietspaden stimuleren gezondheid en beweging. We werken aan een Lijn50-regio die toegankelijk is voor iedereen. We stimuleren onze inwoners om te bewegen en te ontmoeten. Dit doen we door een openbare ruimte die jong en oud uitnodigt om te spelen, sporten en ontmoeten, maar ook via voorlichtingen en lessen op scholen. Door de koppeling van wandel- en fietsmogelijkheden aan het groenblauwe netwerk worden mogelijkheden om actief te bewegen vergroot en gestimuleerd. Ook hechten we aan actieve deelname aan de Trendbreuk aanpak van GGD Zuid-Limburg, waarbij we ons richten op gezondheidsverbetering in de periode van kinderwens tot jongvolwassenen. Een voorbeeld hiervan is het initiatief Kansrijke Start en de Gezonde Schoolaanpak. Hiermee bouwen we aan een stevige basis voor een gezonde en kansrijke toekomst. Maar we focussen ons niet alleen op de jeugd. We letten ook op hoe we gezond en gelukkig ouder kunnen worden. We werken aan de eigen regie en de zelfredzaamheid van onze inwoners. Hierbij gaat extra aandacht uit naar onze ouderen; we willen ervoor zorgen dat ze zo lang mogelijk kunnen meedoen in onze maatschappij.
In onze aanpak voor een gezonde leefomgeving richten we ons zo preventief als mogelijk op het versterken van veilig, gezond en kansrijk opgroeien en gezond ouder worden. Dit kunnen en doen we niet alleen, maar in een regionale samenwerking met o.a. inwoners, de GGD, JOGG Heuvelland, Provincie Limburg en de Rijksoverheid.
Gezondheidsbescherming Lijn 50 streeft naar een beter en zo laag mogelijke geluidsbelasting. Op dit moment worden de normen voor luchtkwaliteit op geen enkele locatie binnen de gemeente overschreden. Dit koesteren we en er blijft dan ook voldoende aandacht bestaan voor het behouden van een goede luchtkwaliteit. In het kader van gezondheidsbescherming zetten we in op het bevorderen van een veilige leefomgeving. Eén onderdeel hiervan is het behouden van een goede milieukwaliteit. Enerzijds doen we dit door het naleven en/of aanscherpen van onze milieunormen. We zetten in op het verbeteren van de luchtkwaliteit. Op dit moment worden door de normen voor luchtkwaliteit nergens in onze gemeente overschreden. Desondanks kiezen we er wel voor om strengere, WHO-normen te hanteren binnen onze gemeente. Ook een onderdeel van de milieukwaliteit is een omgeving met zo min mogelijk tot geen geluids- en geurhinder. We kiezen er enerzijds voor om geluids- en geurhinder vanuit factoren buiten onze gemeente zoveel mogelijk te beperken. Denk bij voorbeeld aan hinder afkomstig van de industrieën op de Waalse industrie, of vanuit dichtbij gelegen vliegvelden, zoals Maastricht Aachen Airport en Luik Bierset. De gemeente zal in gesprek gaan met omliggende regio’s om op zoek te gaan naar mogelijkheden om hinder in te beperken.
Daarnaast zullen we geluids- en geuroverlast beperken door industrie en druk verkeer gescheiden te houden van woningen en gevoelige bestemmingen. Maar we kiezen er ook voor om in bepaalde gevallen minder streng toe te zien op geluids- en geurnormen. Bijvoorbeeld bij de transformatie van het landelijk gebied. We verwachten van de nieuwe bewoners van dit gebied een open en flexibele houding tegen bestaande geluids- en geureffecten als gevolg van de bedrijfsvoering in dit gebied. Verder streven we in het kader van een veilige leefomgeving naar omgevingen die stimuleren om gezond te blijven. We zetten in op (onder andere) goede en veilige fiets- en OV-verbindingen tussen kernen, een gezonde bodem, een prettig en gezond binnenklimaat (van bijvoorbeeld woningen en scholen) en rookvrije omgevingen zonder nieuwe fastfood-voorzieningen, coffeeshops en amusementscentra op plaatsen waar veel kinderen komen (zoals in de buurt bij scholen en sport- en speelplaatsen).