CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20260526 08d analyse begrotingen 2027 Verbonden partijen - Bijlage Omnibuzz

Raadsvergaderingen 26 mei 2026, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Analyse begrotingen 2027 Verbonden partijen38.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Jaarrekening en begroting Omnibuzz

Aanleiding Onlangs hebben wij de voorlopige jaarrekening 2025, de bijgestelde begroting 2026 en de begroting 2027 meerjarenraming 2027 2030 van de gemeenschappelijk regeling Omnibuzz ontvangen, met het verzoek deze aan de raad aan te bieden en eventueel een zienswijze hierover naar voren te brengen

Relatie met Meerjarenprogrammabegroting 2026-2029 Programma 1 Kwaliteit van Leven. Motivering Omnibuzz draagt zorg voor de uitvoering van het doelgroepenvervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De uitvoering van deze taak behelst het voorliggende jaarverslag 2025, de uitgangspuntennotitie begrotingswijziging 2026-1, 2027 en meerjarenperspectief 2028-2030. Jaarverslag 2025 Op totaalniveau heeft Omnibuzz in 2025 een positief jaarresultaat behaald van € 1,6 miljoen. In totaal zijn 1.028.433 ritten voor het Wmo-vervoer uitgevoerd. Dit is een daling van 0,35% ten opzichte van het voorgaande jaar. Geconcludeerd kan worden dat het vervoer zich heeft gestabiliseerd. Het jaar 2019 wordt daarom niet langer als vergelijkingsjaar opgenomen in dit jaarverslag. In de begrotingswijziging 2025-1 heeft Omnibuzz de directe vervoerskosten op totaalniveau al met € 1,3 miljoen naar beneden bijgesteld ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2025. Dit is gedaan omdat het vervoersvolume voor de begrotingswijziging 2025-1 was gebaseerd op het gerealiseerde vervoer in 2024. Ook de lager uitgevallen NEA-index voor 2025 heeft geleid tot een verlaging van de begroting 2025-1. Voor de indirecte vervoerskosten en overhead geldt dat Omnibuzz in 2025 ruim binnen de begroting is gebleven (€ 195.000 respectievelijk € 71.000 onderschrijding).

Hiermee komt het totale resultaat voor de 30 deelnemende Wmo-gemeenten (na onttrekking aan bestemmingsreserves van € 24.000) uit op € 768.000 positief. In Eijsden-Margraten is in 2025 voor het eerst sinds 2022 een daling zichtbaar in het vervoersvolume, met 11,27% ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze daling is het resultaat van gerichte maatregelen. Zo zijn in 2025 de indicaties voor onbeperkt reizen naar een puntbestemming opnieuw beoordeeld. Het onbeperkt reizen is daarbij vervangen door een begrenzing in het aantal te reizen zones. Er is maatwerk toegepast, waarbij een hoger aantal zones dan de standaard is toegekend, maar niet langer onbeperkt. Deze aanpassing had betrekking op circa 5% van de cliënten, die samen verantwoordelijk waren voor ongeveer 15% van de totale kosten. Daarnaast is het maximale aantal te reizen zones per jaar verlaagd van 750 naar 590 zones. Deze maatregel gold voor ongeveer 10% van de cliënten. De overige cliënten maakten al gebruik van minder dan 590 zones per jaar. Deze maatregelen hebben gezamenlijk geleid tot een duidelijke afname van het gebruik en de kosten van het vervoer. Waar de gemeente voorheen moest bijbetalen aan Omnibuzz, ontvangt zij over 2025 het bedrag van € 102.446 bedrag terug.

Financiële uitgangspunten begroting 2026-1     

Basis vervoerscijfers: Werkelijke ritten en kilometers uit 2025 (T-1) per gemeente. Groei-opslag: Standaard +5%, met mogelijkheid voor gemeenten om hiervan af te wijken. Vervoerstarieven: geïndexeerd met NEA-index 2026: +4,1% en gebaseerd op tarieven 2025 (nacalculatie) + indexatie. Personeelskosten: volgens cao 2025-2027. Overhead & indirecte kosten: nieuwe inschatting + 2,3% (CPB CPI)

   

Afrekening: vervoer: op basis van werkelijk gebruik, indirecte kosten: per aantal ritten Overhead: per aantal inwoners Reserves & overige: minimale reserve: €550.000. Onvoorzien: €50.000 Bedragen exclusief btw.

Op basis van de kilometers uit 2025 worden de ingeschatte directe vervoerskosten voor 2026 bijgesteld. Voor de begroting 2026 betekent dit een positieve bijstelling van de lasten ter hoogte van € 73.356 in de eerste bestuursrapportage. Daarnaast zijn de prognoses van de eigen bijdrage lager dan in de gemeentelijke begroting is opgenomen. Dit betreft een negatieve bijstelling ter hoogte van € 14.321. Doordat het aantal ritten heeft afgenomen daalt ook de eigen bijdrage vanuit de klanten.

Begroting 2027 (en meerjaren 2028-2030)  

Basis vervoerscijfers: Begroting 2026 (gebaseerd op realisatie 2025) = T-2 Groei-opslag: Standaard +2,5%, met maatwerk per gemeente mogelijk

Vervoerstarieven:  

Indexatie: gemiddeld 2,8% (NEA 2025 + 2026) Gebaseerd op tarieven 2026 + opslag

Personeelskosten:   

+1,6% in 2027, daarna +2,0% per jaar (indicatief) Overhead & indirecte kosten: Nieuwe inschatting + 2,2% (CPB)

Afrekening:  

Vervoer: op basis van werkelijk gebruik Indirecte kosten: per aantal ritten (realisatie)

Belangrijkste verschil 2026 vs 2027  

2026 gebruikt recente realisatie (T-1), 2027 werkt met afgeleide cijfers (T-2) Groei-opslag daalt van 5% naar 2,5

De begroting 2027 en MJB 2028-2030 wordt opgesteld op basis van de begrote kilometers, toeslagen laag en hoog en meereizend OV-er uit de begroting 2026. Deze begroting wordt bij de begrotingswijziging 2026-1 voor onze gemeente naar beneden bijgesteld op basis van de gerealiseerde vervoercijfers uit 2025. Dit betekent dat het effect doorwerkt in de begroting 2027 en MJB 2028-2030. De bijdrage aan Omnibuzz wordt naar beneden bijgesteld voor de jaren 2027 t/m 2030. Het effect van de vervoercijfers werkt ook door in de prognose van de eigen bijdrage. Deze opbrengsten worden naar beneden bijgesteld.

Uitganspuntennotitie Omnibuzz 2026-1, 2027 en 2028-2030

1. Inleiding Deze uitgangspuntennotitie heeft betrekking op de begrotingswijziging 2026-1, de begroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028 tot en met 2030. De uitgangspunten vloeien voort uit eerdere besluiten, contractuele afspraken en het (financieel economisch) beleid van Omnibuzz. Als basis gelden de vastgestelde kaders, zoals het bedrijfsplan (5 januari 2016, actualisatie 2019), de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz, de nota reserves en voorzieningen, financiële verordening, raamovereenkomsten met vervoerders en de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met de gemeenten. In het productenboek, vastgesteld als bijlage bij de DVO, zijn alle reguliere taken goed omschreven. De vertaling van deze kaders en uitgangspunten naar jaarlijkse begrotings- en verantwoordingsstukken gebeurt volgens het ‘Besluit begroting en verantwoording’ (BBV). In deze uitgangspuntennotitie formuleren wij de belangrijkste speerpunten voor de komende jaren met inachtneming van de actuele ontwikkelingen. Het vastgestelde jaarplan 2026 vormt hierbij de basis. Het financiële deel volgt uit de financiële uitgangspunten die op 17 december 2025 door het algemeen bestuur zijn vastgesteld. De uitgangspunten hanteren wij als parameters voor het opstellen van betreffende begrotingen.

Dit geeft gemeenten de mogelijkheid invloed hierop uit te oefenen en dit te plaatsen in de context van hun eigen financiële huishouding. De dienstverlening heeft in eerste instantie betrekking op het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). In 2024 is voor 6 gemeenten uit Midden-Limburg aanvullend een DVO afgesloten voor het leerlingenvervoer. De uitgangspunten voor dit vervoer worden apart benoemd. Daar is intussen het jeugdwetvervoer voor de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roermond en Weert bijgekomen. Dit vervoer is nu apart ingericht bij Omnibuzz (zowel het contractbeheer als de interne organisatie). Tenslotte nog een opmerking vooraf over de opzet van dit document. Als uitvoeringsorganisatie maakt Omnibuzz uiteraard geen winst en alle activiteiten in deze notitie worden in de begrotingen meegenomen. Tegenover deze kosten staan opbrengsten, die zich vooral uiten in hogere kwaliteit, dienstverlening, veiligheid of compliance, maar ook deels financieel. Zo leiden investeringen in digitale diensten tot minder telefonisch contact en postverzending en de instroom van leerlingenvervoer zorgt bijvoorbeeld voor een daling van de overhead voor het Wmo-deel. Vanwege de compacte opzet zijn deze effecten niet per punt in de notitie opgenomen.

2

1. Beleidsmatige uitgangspunten Wmo-vervoer De beleidsmatige uitgangspunten en de prioriteiten in het Wmo-vervoer komen voort uit de visie en de wijze waarop wij anticiperen op actuele ontwikkelingen.

1.1 Pijler 1- Minder doelgroepenvervoer door toeleiding naar voorliggende voorzieningen De focus blijft op de integratie van OV en doelgroepenvervoer en het optimaliseren van het gebruik van OV en andere voorliggende voorzieningen. Wij zijn met diverse activiteiten bezig die hieraan bijdragen:

»

In samenwerking met de Provincie Limburg, Arriva en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt Omnibuzz aan mogelijkheden voor publieke mobiliteit in Limburg. Dit concept omvat ontzettend veel onderwerpen en activiteiten waar Omnibuzz intensief mee bezig is.

»

Een concrete uitwerking hiervan is de inschrijving op de Regio Deal Noord-Limburg voor de uitvoering van een pilot en onderzoek naar mogelijkheden voor publieke mobiliteit in Limburg in samenwerking met de Provincie Limburg, Arriva en Trendsportal.

»

De Voor Elkaar Pas (VEP) geldt als belangrijk instrument voor toeleiding naar OV. De komende periode gebruiken wij om inzicht in de VEP als voorliggende of aanvullende voorziening te vergroten middels data-analyse en de voorwaarden meer in lijn te brengen met de visie rondom publieke mobiliteit. Met de komst van OV-pay is bovendien een aanpassing van de VEP noodzakelijk. Omnibuzz zal de VEP omzetten naar deze nieuwe betaalmethode, zodat de Omnibuzz-klant gebruik kan blijven maken van de voordelen van de VEP. Eind 2026 staat de pasvervanging en integratie op de planning. Arriva zal deze coördineren.

»

De ReisWijzer van Omnibuzz geeft inzicht in alle vervoersvoorzieningen die in een gemeente beschikbaar zijn. Omnibuzz houdt deze website actueel zodat het een betrouwbaar instrument is voor gebruikers/klanten én medewerkers van gemeenten. In 2026 ondernemen wij verdere stappen om de ReisWijzer bij een breder publiek onder de aandacht te brengen.

1.2 Pijler 2- Efficiënt doelgroepenvervoer en bundeling van vervoer

»

Belangrijke instrumenten voor efficiënt vervoer zijn piekspreiding en actief sturen op groepsritten en vast werk. De mogelijkheden tot het reserveren van ritten maken wij zo klantvriendelijk en efficiënt mogelijk via moderne taxipoints in de ziekenhuizen en de (door-) ontwikkeling van MijnOmnibuzz. Dankzij deze inspanningen wordt intussen bijna een kwart van de ritten gereserveerd zonder telefonische tussenkomst.

»

De piekspreiding wordt intussen in alle percelen toegepast. Sinds eind 2024 beschikken wij over data waarmee wij de effecten goed kunnen monitoren en evalueren. Hieruit concluderen wij dat de piekspreidingsmodule meewerkt aan het verbeteren/in stand houden van de goede kwaliteit van het Wmo-vervoer. Tevens zorgt het voor meer inzicht in vervoersvolumes, capaciteitsmogelijkheden en capaciteitsproblemen van uitvoerende taxibedrijven, waardoor ons handelingsvermogen groter wordt enen wij nieuwe situaties en problemen in de 3

uitvoering kunnen aanpakken. De piekspreiding en de gevolgen ervan worden meegenomen bij het uitschrijven van een nieuwe aanbesteding.

»

In de advisering aan gemeenten blijven wij inzetten op bewustwording en signalering, zodat maatwerk mogelijk blijft en het vervoer toch ook beheersbaar blijft. Dit doen wij onder andere met presentaties bij individuele gemeenten.

»

De huidige raamovereenkomsten met de Wmo vervoerders lopen af op 31 december 2027. Er zijn geen verlengingsopties meer. Omnibuzz zal een nieuwe aanbesteding in de markt zetten voor het Wmo-vervoer namens alle Limburgse gemeenten. In 2026 zullen wij, samen met de gemeenten, de voorbereidingen hiervoor oppakken. De publicatie van deze Europese aanbesteding zal eind 2026 plaatsvinden. Wij verwachten dat wij eind 2026, begin 2027 kunnen gunnen zodat het kalenderjaar 2027 volledig in het teken van de implementatie staat.

»

De contracten leerlingenvervoer lopen af in juli 2028, waarbij wij nog de mogelijkheid hebben om 2x1 jaar te verlengen. De uiterste einddatum van deze opdracht komt daarmee op 31 juli 2030. Vanaf 2028 kunnen we dus het vraagafhankelijke- en routegebonden vervoer gecombineerd aanbesteden. In 2026 zullen wij hierover met desbetreffende gemeenten in gesprek gaan.

»

Omnibuzz kan, in opdracht van gemeenten, flexibel worden ingezet ten behoeve van (urgente) maatschappelijke doelen als Zuyderland, SGL en Bella Vita. Dit vervoer heeft geen financieel effect op de gemeenten en wordt ook niet begroot.

»

Omnibuzz verzorgt binnen de Wmo-contracten voor een aantal gemeenten het dagbestedingsvervoer, waarbij de dagbestedingslocaties gebruik kunnen maken van het Omnibuzz-vervoer tegen het commercieel tarief. Sinds oktober 2025 kunnen alle zorgaanbieders van de deelnemende gemeenten op aanvraag hiervan gebruikmaken.

»

Instroom van ander doelgroepenvervoer in de vorm van een aparte opdracht is flexibel en afhankelijk van de behoefte bij de desbetreffende gemeente. Zie voor meer informatie hoofdstuk 2 in deze notitie.

1.3 Pijler 3- Investeren in een slimme organisatie

»

Omnibuzz gebruikt als kennisorganisatie de ontwikkeling van informatie- en kennismanagement, kwaliteitsbeheer, rapportage-instrumenten en data-analyse als basis voor advies en beleidsondersteuning aan de deelnemende gemeenten.

»

Continu kwaliteitsbeleid: interne audits, open verbetercultuur, digitalisering en verbetering van interne rapportages, verbeteren schrijfvaardigheid en uitvoering tevredenheidsonderzoek onder medewerkers en vervoerders.

»

Interne organisatie: integraal en duidelijk personeelsbeleid, vitaliteitsbeleid en integriteitsbeleid voor borging van goed werkgeverschap én voor het vertrouwen van de burger in Omnibuzz. In het kader van procesoptimalisatie en informatieveiligheid starten wij in 2026 met het digitaliseren van de personeelsdossiers.

»

Wij onderzoeken de mogelijkheden om de huisvesting anders (goedkoper) te organiseren en werken aan een plan ‘hybride werken’ dat in 2026 handen en voeten zal krijgen. 4

»

Optimalisatie financiële (digitale) administratie en klantenservice, ook met het oog op de verdeling van werkzaamheden (Wmo- en leerlingenvervoer) en om de onderlinge uitwisselbaarheid te vergroten.

»

Optimalisatie jaarverslag: tussen eind 2025 en begin 2026 is gewerkt aan de optimalisatie van het jaarverslag. Het doel is te komen tot een compacter en toegankelijk verslag.

»

Interne kwaliteitsborging nieuwe vervoersvorm: het aanbesteden van meerdere vormen van vervoer zorgt voor meer administratieve processen, zoals Europese aanbesteding controles, facturering en borging van wet- en regelgeving.

»

Omnibuzz voldoet aan de verplichtingen van de Wet Open Overheid (Woo) en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv). Ons uitgangspunt is om bij toekomstige ontwikkelingen steeds de benodigde stappen te zetten om compliant te blijven. Vanuit die gedachte neemt Omnibuzz deel aan een werkgroep, die een handmatig aanleverloket inricht voor de actieve openbaarmaking.

»

Op basis van aanbevelingen voor het digitaal archief uit het rapport Informatie op Orde (Daadkracht, 2024) is in 2025 een belangrijk aspect (klant- en ritgegevens) geïmplementeerd en zijn afspraken gemaakt met de archiefinspecteur over een structurele werkwijze. Tevens is het informatiebeleid vastgesteld. In 2026 wordt ingezet op een andere aanbeveling uit het rapport, gericht op de interne informatiehuishouding.

»

Interventies hebben meer effect, als deze beter aansluiten op de doelgroep. Daarom implementeren wij kennis op het gebied van gedragsverandering, onder andere op het gebied van beperkte zelfregie.

»

Vanwege het toenemend belang van digitalisering is het van groot belang ons applicatielandschap goed te onderhouden en toekomstbestendig in te richten. Citrix is in 2025 vervangen door RDS, een alternatieve omgeving die bijdraagt aan de continuïteit en stabiliteit. Het ISMS (information securitymanagement system) wordt (verder) geïmplementeerd om de informatieveiligheid te vergroten.

»

Configuration Management Database (CMDB): het doel is om de gebruikersovereenkomsten en registratie van alle ICT-, kantoormiddelen en sleutel/batches te digitaliseren.

»

In verband met de aanstaande pensionering van de huidige programmeur van de maatwerkapplicaties zal Omnibuzz de continuïteit van het beheer en onderhoud borgen door dit te beleggen bij een ander organisatieonderdeel van de huidige leverancier Axians. Hiervoor zal ook een SLA worden afgesloten. In 2026 wordt de overdracht verder uitgewerkt.

»

Monitoring toegankelijke documenten: Omnibuzz zet intern structureel in op het monitoren van toegankelijke documenten en het creëren van bewustwording bij de medewerkers. Specifiek in 2026 willen wij de documenten uit onze maatwerkapplicatie toegankelijk maken. Hiervoor zijn wij afhankelijk van externe partijen.

»

Omnibuzz streeft naar de implementatie van Deepl op de website in 2026. Deepl is een tool om teksten op de website van Omnibuzz te laten vertalen, zodat de website breed toegankelijk is.

5

2. Beleidsmatige uitgangspunten leerlingen- en jeugdvervoer Veel (wettelijke) kaders gelden voor Omnibuzz als overheidsorganisatie als geheel, los van de vervoersvorm. Een gezamenlijke aansturing van meerdere vervoersvormen biedt bovendien mogelijkheden om risico’s bij personeelstekort te mitigeren en duurzaamheidseisen te realiseren. Voorlopig zijn de meeste inhoudelijke uitgangspunten in onze advisering en beleidsondersteuning voornamelijk gericht op het vraagafhankelijk vervoer (Wmo). Leerlingenvervoer en jeugdwet vervoer vragen relatief weinig beleidsmatige advisering. Hier houden wij rekening mee in de verdeling van de kosten. Dit evalueren wij binnen twee jaar. Het is immers denkbaar dat een aantal ontwikkelingen ook voor andere vervoersvormen interessant zouden kunnen zijn. Aanvullende uitgangspunten gericht op leerlingenvervoer/jeugdwet vervoer:

»

Vanaf augustus 2024 is de uitvoering van het leerlingenvervoer voor de zes Midden-Limburgse gemeenten een reguliere taak conform DVO en productenboek. Er vinden maandelijks overleggen plaats met de gemeenten en vervoerders ter ondersteuning en borging van de kwaliteit. In onze systemen wordt data verzameld ten behoeve van de uitvoering van leerlingenvervoer. In 2026 werken wij vooral aan het overzichtelijk weergegeven van deze data als sturingsinformatie voor de gemeenten.

»

Het jeugdwet vervoer is per 1 augustus 2025 middels een Europese aanbesteding aanbesteed voor MiddenLimburg (gemeente Nederweert, Weert, Maasgouw en Echt-Susteren). Per 1 januari 2026 is ook de gemeente Roermond ingestroomd. Dit vervoer was eerder weggezet onder de Wmo-raamovereenkomst en is nu apart ingericht (zowel het contractbeheer als de interne organisatie). Hiervoor zijn nieuwe vervoerders gecontracteerd en worden nieuwe processen/systemen gebruikt. De optimale afstemming van deze nieuwe aspecten op elkaar vraagt aandacht en tijd en daar zijn wij dan ook intensief mee aan de slag. In 2026 zal intensiever ingezet worden op het relatiebeheer in het kader van jeugdwet vervoer. Elke 6 weken vinden overleggen plaats met de vervoerder en/of gemeenten ter ondersteuning en borging van de kwaliteit.

»

De basis voor de begrotingen van zowel het leerlingenvervoer als het jeugdwet vervoer zijn gebaseerd op de businesscases die aan de besluitvorming tot instroom ten grondslag ligt.

6

3. Financiële uitgangspunten 3.1 Financiële uitgangspunten begroting 2026-1 Voorgesteld wordt de begroting 2026-1 op basis van de volgende financiële uitgangspunten op te stellen: 1

Als uitgangspunt worden de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode één jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T-1) genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten en kilometers per gemeente. Voor de begroting 2026-1 is het uitgangspunt het gerealiseerde vervoersvolume in 2025 op gemeenteniveau.

2

Op de vervoerscijfers zoals genoemd bij 1) wordt een generieke opslag van 5% toegepast om de toekomstige groei in de vervoersvraag binnen de begroting op te vangen.

3

De individuele gemeentes hebben de mogelijkheid om naar wens een alternatief opslagpercentage toe te passen om een hogere (of lagere) verwachte stijging van het vervoersvolume op gemeenteniveau (zie 2) op te vangen: dit individueel opslagpercentage kan op maat worden ingerekend.

4

Het vervoerstarief wordt geïndexeerd met de NEA-index voor 2026 (vastgesteld op 4,1%). Voor het vervoerstarief wordt gerekend met het voorcalculatorisch tarief 2026 op basis van de afgegeven tarieven in de vervoerscontracten, verhoogd met de NEA-index die geldt voor 2026.

5

Het voorcalculatorisch tarief 2026 wordt bepaald op basis van het na-calculatorisch tarief voor 2025 (nog te bepalen), voor het gerealiseerde deel van het vervoer 2025, verhoogd met de NEA-index die geldt voor 2026 (4,1%).

6

Voor de salaris- en loonkosten wordt een nieuwe inschatting gemaakt van de diverse kostencomponenten op basis van de meest actuele informatie. In de begroting 2026-1 zal gebruik worden gemaakt van het meest recente formatieplan. Indexatie van de salariscomponent gebeurt op basis van de cao SGO 2025-2027. Dit betekent dat per 1 januari 2026 de salarisschalen met € 35,- nominaal worden verhoogd en de schalen per 1 juli 2026 met 1,25% worden verhoogd.

7

De overheadkosten en indirecte vervoerkosten 2026 zijn gebaseerd op een zo goed mogelijke nieuwe inschatting van de diverse kostencomponenten en er wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting uit de MEV 2026 (cpi) van het CPB zijnde 2,3%.

8

Alle vervoerskosten worden conform uitgangspunt uit de notitie afrekensystematiek op basis van daadwerkelijk gebruik met de deelnemende gemeenten afgerekend.

9

De afrekensystematiek voor de indirecte vervoerskosten (zoals loonkosten ritreservering en klantenservice) gebeurt op basis van het aantal ritten. In de begroting zal het aantal ritten uit 2025 opgenomen worden. Bij de afrekening zal het gerealiseerde aantal ritten 2026 als basis worden genomen.

10 De afrekensystematiek voor de overheadkosten conform Notitie overhead Commissie BBV/IV3) (bijvoorbeeld loonkosten staf en directie, facilitaire zaken) gebeurt op basis van het aantal inwoners (gebaseerd op CBSgegevens peildatum 1-1-2026).

7

11 In de begroting wordt ervan uitgegaan dat de algemene reserve minimaal € 550.000,-bedraagt conform de vastgestelde ‘Nota Reserves, Voorzieningen en Risicomanagement 2023’. 12 In de overheadkosten is een post onvoorzien opgenomen conform voorschrift BBV. Deze post wordt gesteld op € 50.000,-. 13 Alle bedragen zijn weergegeven exclusief btw.

3.2 Financiële uitgangspunten begroting 2027 Voorgesteld wordt de begroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2030 op basis van de volgende financiële uitgangspunten op te stellen: 1

De gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode twee jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T-2) worden als uitgangspunt genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten en kilometers per gemeente. Voor de begroting 2027 vormt het begrote vervoersvolume 2026 (gebaseerd op realisatie 2025 plus opslagpercentage) op gemeenteniveau het uitgangspunt.

2

Op de vervoerscijfers zoals genoemd bij 1) wordt een generieke opslag van 2,5% toegepast om de toekomstige groei in de vervoersvraag binnen de begroting op te vangen.

3

De individuele gemeenten hebben de mogelijkheid naar wens een alternatief opslagpercentage toe te passen om een hogere (of lagere) verwachte stijging van het vervoersvolume op gemeenteniveau (zie 2) op te vangen. Dit individueel opslagpercentage kan op maat worden ingerekend.

4

Het vervoerstarief 2027 wordt geïndexeerd met het gemiddelde over de twee meest recente NEA-indexen 2025 (1,5%) en 2026 (4,1%), zijnde 2,8%. Voor het vervoerstarief wordt gerekend met het voorcalculatorisch tarief op basis van de afgegeven tarieven in de vervoerscontracten, verhoogd met een opslag van 2,5%.

5

De gehanteerde vervoersprijs is de prijs zoals die voortvloeit uit de aanbesteding, het addendum op vervoerscontracten en de afspraken gemaakt in het kader van de afrekensystematiek. Het tarief voor 2027 wordt gebaseerd op het voorcalculatorisch tarief voor 2026. Dit tarief wordt verhoogd met de NEA-index (zie 5).

6

Indexatie van de salariscomponent gebeurt op basis van de beschikbare meest actuele cao-informatie of een op deze informatie te baseren schatting. Voor 2027 wordt conform de cao SGO 2025-2027 een index toegepast per 1 januari 2027 van 1,6%. Voor de hierop volgende jaren wordt gewerkt met een indexpercentage van 2,0%.

7

De overheadkosten en indirecte vervoerkosten 2027 zijn gebaseerd op een zo goed mogelijke nieuwe inschatting van de diverse kostencomponenten, of inflatievolgende ontwikkeling op basis van een geschatte index. Voor 2027 wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting van de cip uit de middellange termijnplanning MEV van het CPB, zijnde 2,2%.

8

Alle vervoerskosten worden conform uitgangspunt uit de notitie afrekensystematiek op basis van daadwerkelijk gebruik met de deelnemende gemeenten afgerekend.

9

De afrekensystematiek voor de indirecte vervoerskosten (zoals loonkosten ritreservering en klantenservice) gebeurt op basis van het aantal ritten. In de begroting zal het aantal ritten uit 2025 opgenomen worden. Bij de afrekening zal het gerealiseerde aantal ritten 2027 e.v. als basis worden genomen. 8

10 De afrekensystematiek voor de overheadkosten conform ‘Notitie overhead Commissie BBV/IV3’ (bijvoorbeeld loonkosten staf en directie, facilitaire zaken) gebeurt op basis van het aantal inwoners (gebaseerd op CBSgegevens peildatum 1-1-2026). 11 In de begroting 2027 wordt ervan uitgegaan dat de algemene reserve minimaal € 550.000,- bedraagt conform de vastgestelde ‘Nota Reserves, Voorzieningen en Risicomanagement 2023’. 12 In de overheadkosten is een post onvoorzien opgenomen conform voorschrift BBV. Deze post wordt gesteld op € 50.000,-. 13 Alle bedragen zijn weergegeven exclusief btw.

3.3 Additionele uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2028-2030 14 Het vervoersvolume van de begroting 2027 geldt ook als uitgangspunt voor de jaren van de meerjarenbegroting. Er wordt daarbij uitgegaan van een jaarlijkse stijging van 1% voor de jaren 2028-2030. 15 De vervoerstarieven voor de meerjarenbegroting 2028-2030 worden jaarlijks geïndexeerd met het gemiddelde over de twee meest recente NEA-indexen 2025 (1,5%) en 2026 (4,1%), zijnde 2,8%. 16 Voor indexatie van de overheadkosten en indirecte vervoerkosten wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting van de cip uit de middellange termijnplanning van het CPB. Voor 2028, 2029 en 2030 bedraagt deze 2,2%.

3.4 Additionele uitgangspunten GGZ-vervoer (alleen voor gemeenten waarvoor dit van toepassing is) 17 Investeringen worden doorbelast middels de verdeelsleutel Wmo – GGZ op basis van het aantal geïndiceerde reizigers op 1 januari van het begrotingsjaar. 18 Vervoerkosten worden bepaald middels toerekening kosten vervoerder aan betreffende gemeente: 1 gemeentelijk tarief per contractsoort. Per gemeente wordt na afloop van het jaar afgerekend op basis van realisatie en toeslagen (hoeveelheid). 19 Verdeelsleutel interne doorbelasting Wmo – GGZ: overheadkosten worden verdeeld op basis van het aantal geïndiceerde reizigers op 1 januari van het begrotingsjaar. 20 Verdeelsleutel interne doorbelasting LLV - GGZ: indirecte vervoerskosten worden op basis van het aantal ritten verdeeld, alleen voor noodzakelijke gezamenlijke kosten GGZ en LLV (Bijvoorbeeld Smartwheels en klantenservice jeugdwet vervoer). 21 Verdeelsleutels gemeenten binnen GGZ-vervoer: aantal kilometers voor verdeling vervoerskosten, aantal inwoners voor verdeling overheadkosten en aantal ritten voor verdeling indirecte vervoerkosten. 22 Als uitgangspunt worden de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode één jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T-1) genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten en kilometers per gemeente.

Deze gegevens kunnen door gemeenten worden aangevuld op basis van actuele data. Voor de begroting 2026-1 is het uitgangspunt het gerealiseerde vervoersvolume in 2025 op gemeenteniveau. 9

3.5 Additionele uitgangspunten leerlingenvervoer (alleen voor gemeenten waarvoor dit van toepassing is) 23 Verdeelsleutel interne doorbelasting Wmo - LLV: overhead op basis van het aantal geïndiceerde reizigers op 1 januari van het begrotingsjaar. 24 Verdeelsleutel gemeenten binnen LLV-vervoer: kilometers voor directe vervoerskosten, inwoners voor overheadkosten en aantal ritten voor indirecte vervoerkosten. 25 Vervoerkosten middels gewogen gemiddelde tarief vervoerders: 1 gemeentelijk tarief. Alle perceeltarieven tezamen leiden tot een gewogen gemiddeld tarief (basisprijs en toeslagen) voor de gemeenten, waarbij per gemeente op basis van realisatie en toeslagen (hoeveelheid) wordt afgerekend. 26 Als uitgangspunt worden de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode één jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T-1) genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal ritten en kilometers per gemeente. Voor de begroting 2026-1 is het uitgangspunt het gerealiseerde vervoersvolume in 2025 op gemeenteniveau.

10

Begroting

2026-1

Inhoud 1.

Inleiding _________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 3

2.

Omnibuzz ______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 6 2.1 Wie is Omnibuzz _______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 6 2.2 Relevante ontwikkelingen _________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 7 2.3 Pijler 1: Kantelen van vervoer en stimuleren van OV‑gebruik __________________________________________________________________________________________________ 7 2.4 Pijler 2: Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer __________________________________________________________________________________________________ 8 2.5 Pijler 3: Omnibuzz als slimme en wendbare organisatie ___________________________________________________________________________________________________________ 8 2.6 Realisatie 2025 en doorwerking naar 2026 _ ____________________________________________________________________________________________________________________________ 9

3.

De beleidsbegroting __________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 12 3.1 Programma Omnibuzz-vervoer _ _____________________________________________________________________________________________________________________________________________ 12

4.

Financiële begroting _________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 28 4.1 Financiële kaders _ ___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 28 4.2 Toelichting op de baten en lasten Wmo _________________________________________________________________________________________________________________________________ 31 4.3 Analyse tweede begrotingswijziging 2026-1 ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2026-0 (Wmo) _____________________ 40 4.4 Toelichting op de baten en lasten jeugdwetvervoer (JWV) ____________________________________________________________________________________________________ 42 4.5 Toelichting op de baten en lasten leerlingenvervoer (LLV) _____________________________________________________________________________________________________ 45

5.

Bijlagen ________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 50 5.1 Staat van geactiveerde kapitaaluitgaven 2026-1 _ __________________________________________________________________________________________________________________ 50 5.2 Staat van reserves 2026-1 ______________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 50 5.3 Opbouw algemene reserve _____________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 51

Vormgeving: Foto’s: 2

bartistiek Design De Fotovakvrouw

Omnibuzz



1. Inleiding Voor u ligt de eerste begrotingswijziging 2026-1 van de programmabegroting 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Omnibuzz. In deze begrotingswijziging zijn actuele inzichten en ontwikkelingen verwerkt die zich hebben voorgedaan na vaststelling van de oorspronkelijke begroting 2026. Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026 betreft deze begrotingswijziging geen fundamentele beleidswijziging, maar een actualisatie op basis van voortschrijdend inzicht. De wijzigingen hangen samen met de realisatie over 2025, de concretisering van de uitvoering in 2026 en een nadere duiding van ontwikkelingen die reeds in de meerjarenraming waren voorzien. De strategische koers en de uitgangspunten van Omnibuzz blijven ongewijzigd. Met deze begrotingswijziging wordt geborgd dat de begroting 2026-1 aansluit bij de actuele stand van zaken en in samenhang wordt gepresenteerd met de begroting/meerjarenraming over 2027-2030, conform het Besluit begroting en verantwoording (BBV).

3

4

2

Over Omnibuzz

5

Omnibuzz

Over Omnibuzz

2. Omnibuzz 2.1

Wie is Omnibuzz

Omnibuzz is onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) voor 30 Limburgse gemeenten. Voor een aantal gemeenten in Midden-Limburg is Omnibuzz tevens verantwoordelijk voor het leerlingenvervoer en/of jeugdwetvervoer. Dit komt later in een apart hoofdstuk aan bod. Onze ruim 40.000 klanten in het Wmo-vervoer hebben van hun gemeente een indicatie voor ons vervoer gekregen. Omnibuzz neemt de administratie en andere uitvoerende en controlerende taken over. Afstemming en overleg tussen betrokken partijen en deelnemende gemeenten zijn hierin geborgd. De dienstverlening is gericht op optimalisatie van het vervoer voor de reizigers en de deelnemende gemeenten. Het doel van Omnibuzz is: ‘Het bieden van de beste service op het gebied van (aangepast) vervoer.’ Hierbij ligt een sterke focus op het bieden van (maatwerk-)oplossingen voor vervoersvragen van klanten. Omnibuzz zorgt dat klanten - ook diegenen die daarbij ondersteuning nodig hebben - optimaal gebruik kunnen maken van het vervoer en daardoor kunnen blijven participeren. De uitdaging is deze functie binnen de financiële kaders te blijven vervullen. Hiervoor wordt ingezet op efficiënt vervoer en de eigen kracht van klanten. Omnibuzz staat voor de volgende kernwaarden:

› Klantgericht en betrouwbaar. › Kostenefficiënt en duurzaam. › Innovatief en flexibel. › Kwaliteit en deskundigheid. › Integriteit. 6

2.1.1 Missie

De missie van Omnibuzz is:

Goed, veilig, betrouwbaar en betaalbaar “doelgroepenvervoer voor nu en later.” Uit onze missie blijkt een sterke focus op duurzaam en kwalitatief hoogwaardig vervoer. De missie is verbonden aan een motto dat centraal staat in de dienstverlening:

Via slim vervoer maatschappelijk blijven “verbinden. ” 2.1.2 Slim vervoer

Met het aanbieden van doelgroepenvervoer zorgt Omnibuzz voor een belangrijk netwerk van reizigers, gemeenten en uitvoerders in Limburg. Omnibuzz kan terugvallen op inhoudelijke expertise, gedetailleerde data en een proactieve houding om het vervoer voortdurend te optimaliseren. Hierbij wegen wij alle belangen van gemeenten, klanten en vervoerders af en zorgen voor een optimale onderlinge afstemming. Dit is noodzakelijk om het vervoer voor de reizigers passend uit te blijven voeren, voor gemeenten betaalbaar te houden en voor vervoerders uitvoerbaar te houden. 2.1.3 Maatschappelijk verbinden

Maatschappelijk verbinden tekent de rol van Omnibuzz in het maatschappelijk veld. Vervoer is de verbinding tussen het sociale leven, maatschappelijke activiteiten en de gebruikers ervan. Regelmatig heeft dit geleid tot het bieden van noodoplossingen voor acute vervoersvragen, zoals het vaccinatievervoer of ondersteuning bij evacuaties door de wateroverlast.

Omnibuzz

Over Omnibuzz

2.1.4 Regiemodel

Omnibuzz is opgericht om de doelstellingen voor de 30 Limburgse gemeenten te realiseren. Hiermee dragen de Limburgse gemeenten zorg voor toekomstbestendig doelgroepenvervoer. Om te sturen op deze ambities is gekozen voor een mobiliteitscentrale volgens het regiemodel. Dit betekent een scheiding tussen regie en de uitvoering van het vervoer. Wij optimaliseren het vervoer omdat beleidsmatige aspecten, contractbeheer en het operationele proces samenkomen binnen de organisatie zonder inmenging van private belangen. Hierdoor kunnen wij het vervoerssysteem passend, betaalbaar en toekomstbestendig inrichten. Eventueel kunnen andere vervoersvormen instromen, zoals intussen regionaal al het geval is voor leerlingenvervoer en jeugdwetvervoer. Dit is echter niet noodzakelijk. De wijze en termijn waarop de ambities gerealiseerd worden is namelijk dynamisch. De drie pijlers waarop alle ambities gebaseerd zijn, borgen de visie op de lange termijn:

› Het kantelen van vervoer en het OV-gebruik stimuleren. › Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer. › Omnibuzz als slimme organisatie. Na een korte omschrijving van de relevante ontwikkelingen voor het Omnibuzz-vervoer, worden de uitgangspunten per pijler toegelicht.

2.2

Relevante ontwikkelingen

2.2.1 Ontwikkeling van de vervoersvraag

De ontwikkeling van de vervoersvraag blijft grillig. Ook in 2025 lag het totale vervoersvolume van het Wmovervoer onder het niveau van vóór de COVID19-periode. Tegelijkertijd zijn de verschillen tussen gemeenten verder toegenomen en blijft de vervoersvraag toch nog deels moeilijk voorspelbaar. De realisatie over 2025 laat zien dat

de begroting op totaalniveau passend is, maar dat afzonderlijke gemeenten substantiële over- of onderschrijdingen kunnen laten zien. Deze ontwikkeling onderstreept het belang van blijvende monitoring, analyse en advisering richting gemeenten. Deze inzet is structureel onderdeel van de werkwijze van Omnibuzz en wordt in 2026 voortgezet. 2.2.2 Personele capaciteit in de vervoerssector

Het tekort aan gekwalificeerde chauffeurs in de vervoerssector lijkt momenteel onder controle, maar blijft een belangrijk aandachtspunt voor de uitvoerbaarheid van het vervoer. In 2025 zijn maatregelen zoals piekspreiding, sturing op groepsritten en vast werk verder uitgerold. Deze maatregelen maken een vast onderdeel uit van de uitvoering en dragen bij aan de beheersbaarheid en kwaliteit van het vervoer. In 2026 worden de effecten hiervan verder gemonitord en gebruikt om de inrichting en toepassing ervan te optimaliseren. 2.2.3 Tariefontwikkeling en contractuele uitgangspunten

De in de oorspronkelijke begroting 2026 opgenomen uitgangspunten ten aanzien van de nacalculatorische tarieven en indexatie blijven ongewijzigd. De beëindiging van het eerdere addendum met vervoerders en de overgang naar een beperkt addendum (‘light’) zijn reeds verwerkt in de vastgestelde begroting 2026. De begrotingswijziging 2026-1 bevat op dit onderdeel uitsluitend een actualisatie op basis van realisatie-inzichten en leidt niet tot een beleidsmatige of financiële herijking

2.3

Pijler 1: Kantelen van vervoer en stimuleren van OV‑gebruik

Binnen deze pijler staat het verder kantelen van het doelgroepenvervoer centraal, met als doel het stimuleren van zelfstandig reizen en het waar mogelijk benutten van het reguliere openbaar vervoer en andere voorliggende voorzieningen. Deze koers is ongewijzigd ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026. 7

Omnibuzz

In 2025 zijn binnen deze pijler verdere stappen gezet. De ervaringen uit 2025 laten zien dat het kantelen van vervoer een langdurig proces is, waarbij maatwerk en goede afstemming met gemeenten essentieel blijven. In 2026 wordt deze lijn gecontinueerd. De inzet op bewustwording bij gemeenten en ketenpartners is voortgezet en de samenwerking met provinciale en regionale partners is geïntensiveerd. Een concrete uitwerking van de ambities binnen deze pijler vormt de Regio Deal Noord-Limburg, waarin Omnibuzz samen met regionale en provinciale partners participeert. In het kader van deze Regio Deal wordt ingezet op een pilot waarin wordt onderzocht hoe doelgroepenvervoer, openbaar vervoer en andere vormen van mobiliteit beter op elkaar kunnen worden afgestemd. De pilot richt zich op het vergroten van de toegankelijkheid en het bieden van passende mobiliteitsoplossingen, met oog voor betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. De pilot in deze Regio Deal fungeert daarmee als leeromgeving om ervaring op te doen met nieuwe vormen van publieke mobiliteit, waarbij de opgedane inzichten worden benut in de verdere ontwikkeling van beleid en uitvoering binnen deze pijler, voor de gehele provincie.

Over Omnibuzz

sturing op groepsritten en het vergroten van de voorspelbaarheid van de vervoersvraag zijn verder uitgerold en structureel onderdeel geworden van de dagelijkse praktijk. Deze maatregelen hebben bijgedragen aan een betere inzet van beschikbare capaciteit en een grotere robuustheid van het systeem. Tegelijkertijd blijft de uitvoerbaarheid van het vervoer onder druk staan door externe factoren, zoals de toenemende complexiteit en de wisselende vervoersvraag. De realisatie over 2025 bevestigt dat blijvende sturing en monitoring noodzakelijk zijn. In 2026 wordt de ingezette lijn voortgezet. De focus ligt op het verder benutten van beschikbare data, het versterken van de adviserende rol richting gemeenten en het borgen van een efficiënte uitvoering binnen de bestaande contractuele en financiële kaders. De begrotingswijziging 2026‑1 leidt niet tot een wijziging van de beleidsdoelstellingen binnen deze pijler, maar actualiseert de toelichting op basis van de gerealiseerde praktijk.

2.5

Pijler 3: Omnibuzz als slimme en wendbare organisatie

De activiteiten binnen deze pijler passen binnen het bestaande financiële kader van de begroting 2026. De begrotingswijziging 2026‑1 bevat geen beleidsmatige of financiële wijzigingen voor deze pijler, maar bevestigt de ingezette koers en de doorwerking naar de meerjarenraming.

De derde pijler richt zich op de verdere ontwikkeling van Omnibuzz als een professionele, wendbare en toekomstbestendige organisatie. Digitalisering, informatiebeheer, compliance en datagedreven werken spelen hierin een centrale rol.

2.4

In 2025 zijn belangrijke stappen gezet in het versterken van de digitale dienstverlening en de interne organisatie. De inzet op digitale kanalen, dataverzameling en rapportages is verder uitgebreid en structureel ingebed. Daarnaast is gewerkt aan het voldoen aan toenemende wettelijke verplichtingen op het gebied van openbaarheid, digitale toegankelijkheid, informatiebeveiliging en archivering.

Pijler 2: Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer

De tweede pijler richt zich op het efficiënt en beheersbaar organiseren van het doelgroepenvervoer, met behoud van kwaliteit en toegankelijkheid voor de reiziger. Deze pijler vormt een belangrijk instrument om de betaalbaarheid van het vervoer voor gemeenten te waarborgen. In 2025 is binnen deze pijler ingezet op verdere optimalisatie van de uitvoering. Maatregelen zoals piekspreiding, 8

Deze ontwikkelingen vragen blijvende aandacht en inspanning. In 2026 wordt de ingezette lijn voortgezet, met nadruk op borging en verdere professionalisering. Daarbij wordt

Omnibuzz

Over Omnibuzz

zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande processen en systemen, zodat de organisatie wendbaar blijft en de administratieve lasten beheersbaar blijven. De activiteiten binnen deze pijler waren reeds voorzien in de begroting 2026. De begrotingswijziging 2026‑1 bevestigt het structurele karakter van deze opgaven en leidt niet tot een uitbreiding van het beleids- of financiële kader.

2.6

Realisatie 2025 en doorwerking naar 2026

De realisatie over 2025 laat zien dat een groot deel van de voorgenomen beleidsmatige inzet daadwerkelijk is uitgevoerd of structureel is ingebed in de organisatie. Het betreft onder andere de structurele toepassing van piekspreiding, verdere digitalisering van de dienstverlening, versterking van datagedreven sturing en advisering en de concretisering van de inzet op publieke mobiliteit en integratie met het openbaar vervoer. Deze ontwikkelingen zijn geen incidentele activiteiten, maar maken integraal onderdeel uit van de reguliere werkwijze van Omnibuzz. In de begrotingswijziging 2026-1 zijn deze ontwikkelingen daarom niet als nieuw beleid opgenomen, maar als verduidelijking en/of uitwerking van de reeds ingezette koers. Het jaarplan 2026 bevat evenmin nieuwe beleidskeuzes die leiden tot een afwijking van het financiële kader. Met de begrotingswijziging 2026-1 wordt de begroting 2026 geactualiseerd op basis van de meest recente inzichten, zonder dat sprake is van een wijziging van de vastgestelde beleidskaders. Hiermee blijft de begroting actueel, realistisch en in samenhang met de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030.

9

Omnibuzz

10

Over Omnibuzz

3

De beleidsbegroting

11

Omnibuzz

De beleidsbegroting

3. De beleidsbegroting 3.1

Programma Omnibuzz-vervoer

3.1.1 Wat willen wij bereiken?

Omnibuzz heeft haar missie vertaald in enkele concrete doelstellingen. De doelstellingen zijn:

› Iedere doelgroep passend en tijdig vervoer bieden. › Continu werken aan kwaliteitsverbetering. › Het bevorderen van de zelfredzaamheid van de burger

en het zo veel als mogelijk gebruikmaken van algemeen toegankelijke (voorliggende) voorzieningen. › Vervoersuitgaven beheersbaar houden en vervoer blijven uitvoeren binnen de gemeentelijke begrotingen. › Grip op de interne organisatie, ondanks de toenemende (wettelijke) verplichtingen. 3.1.2 Wat gaan wij ervoor doen in het collectief vraagafhankelijk vervoer?

Voor de deelnemende gemeenten staat het bieden van passend en tijdig vervoer voorop. Dat vervoer moet voor gemeenten en klanten betaalbaar blijven. Door samenwerking binnen Omnibuzz wordt efficiënt met de middelen omgegaan en ontwikkelen wij samen vernieuwingen op het gebied van beheersbaarheid. Zo hebben alle deelnemende gemeenten financieel voordeel van de instroom van leerlingenvervoer of jeugdwetvervoer. Door deze manier van (samen-)werken gaat financiële beheersbaarheid samen met kwaliteitsverbeteringen voor de klant. Samengevat zal Omnibuzz in 2026 de volgende taken uitvoeren of ontwikkelen:

› Continue sturing op kwaliteitsafspraken middels contractbeheer en periodiek overleg met vervoerders.

› Het voorbereiden van de aanbesteding en verder uit-

werken van de uitgangspunten voor de komende contractperiode in het Wmo-vervoer. › Het publiceren van de aanbesteding en inrichten van 12

het gunnings- en implementatieproces.

› Uitvoeren van concrete onderzoeken op basis van de

verschillende aspecten uit het onderzoeksrapport over de integratie tussen OV- en doelgroepenvervoer, zoals de uitvoering en evaluatie van de RegioDeal pilot in Noord-Limburg. › Doorontwikkelen van de VEP om het gebruik van OV te optimaliseren. › Doorontwikkelen mogelijkheden voor maatwerk naar aanleiding van de groeiende zorgbehoefte, met oog voor kwaliteit en binnen de beheersbaarheid en de realiteit in de vervoerssector. › (Datagedreven) onderzoek naar klant- en vervoersontwikkeling en eventuele prognoses. › Doorontwikkelen van concepten om een efficiënte planning en uitvoering te bevorderen, met specifieke aandacht voor piekspreiding. › Doorontwikkeling MijnOmnibuzz dat het reizen gemakkelijker maakt en de efficiëntie van de bedrijfsvoering bevordert. › Het organiseren en faciliteren van instroom van ander vervoer, indien wenselijk. › Advisering en ondersteuning aan deelnemende gemeenten in de besluitvorming over de omzetting systematiek van zones naar kilometers voor klanten. › Advisering en uitwerking van beheersmaatregelen op gemeenteniveau, indien wenselijk/noodzakelijk. › Doorontwikkelen van informatie- en kennismanagement binnen de organisatie en uitwisseling hiervan met deelnemende gemeenten en andere externe partijen.

› Compliant zijn met geldende wet- en regelgeving, met speciale aandacht voor privacy en informatiebeveiliging, digitaal archief, digitale toegankelijkheid en openbaarheid. › Structureel toetsen en controleren van de administratieve organisatie, bijsturing van resultaten en processen via grondige informatievoorziening, rapportages en risicomanagement binnen de planning & control cyclus.

Omnibuzz

De beleidsbegroting

3.1.3 Wat gaan wij ervoor doen in het leerlingenvervoer?

Voor de deelnemende gemeenten staat het bieden van passend en tijdig vervoer voorop. Dat vervoer moet betaalbaar blijven. Door samenwerking binnen Omnibuzz wordt efficiënt met de middelen omgegaan en ontwikkelen wij samen vernieuwingen op het gebied van beheersbaarheid. Door deze manier van (samen-)werken gaat financiële beheersbaarheid samen met kwaliteitsverbeteringen voor de gebruikers van het vervoer. Samengevat zal Omnibuzz in 2026-2029 de volgende taken uitvoeren of ontwikkelen:

› Voorbereiden en bespreken vervolg van de aflo-

pende contracten leerlingenvervoer (juli 2028) en het gym-zwemvervoer, waarbij wij nog de mogelijkheid hebben om 2x1 jaar te verlengen. › Het organiseren en faciliteren van instroom van andere gemeenten, indien wenselijk. › Continue sturing op kwaliteitsafspraken middels contractbeheer en periodiek overleg met vervoerders. › Advisering en uitwerking van beheersmaatregelen op gemeenteniveau, indien wenselijk/noodzakelijk. › Doorontwikkelen van informatie- en kennismanagement binnen de organisatie en uitwisseling hiervan met deelnemende gemeenten en andere externe partijen. › Compliant zijn met geldende wet- en regelgeving, met speciale aandacht voor privacy en informatiebeveiliging, digitaal archief, digitale toegankelijkheid en openbaarheid. › Structureel toetsen en controleren van de administratieve organisatie, bijsturing van resultaten en processen via grondige informatievoorziening, rapportages en risicomanagement binnen de planning & control cyclus.

3.1.4 Wat gaan wij ervoor doen in het jeugdwetvervoer?

Voor de deelnemende gemeenten staat het bieden van passend en tijdig vervoer voorop. Dat vervoer moet betaalbaar blijven. Door samenwerking binnen Omnibuzz wordt efficiënt met de middelen omgegaan en ontwikkelen wij samen vernieuwingen op het gebied van beheersbaarheid. Door deze manier van (samen-)werken gaat financiële beheersbaarheid samen met kwaliteitsverbeteringen voor de gebruiker van het vervoer. Samengevat zal Omnibuzz in 2026-2029 de volgende taken uitvoeren of ontwikkelen:

› Het organiseren en faciliteren van instroom van ander gemeenten, indien wenselijk.

› Continue sturing op kwaliteitsafspraken middels contractbeheer en periodiek overleg met vervoerders.

› Advisering en uitwerking van beheersmaatregelen op gemeenteniveau, indien wenselijk/noodzakelijk.

› Doorontwikkelen van informatie- en kennismanage-

ment binnen de organisatie en uitwisseling hiervan met deelnemende gemeenten en andere externe partijen › Compliant zijn met geldende wet- en regelgeving, met speciale aandacht voor privacy en informatiebeveiliging, digitaal archief, digitale toegankelijkheid en openbaarheid. › Structureel toetsen en controleren van de administratieve organisatie, bijsturing van resultaten en processen via grondige informatievoorziening, rapportages en risicomanagement binnen de planning & control cyclus.

13

Omnibuzz

De beleidsbegroting

3.1.5 Wat zijn de daarmee gepaard gaande programmakosten?

De programma-indeling voor Omnibuzz is weergegeven in ‘“Tabel Begroting 2026-1”’. Tabel Begroting 2026-1 Programma Wmo-vervoer

Baten

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

€

- €

Lasten

4.364.345 €

Saldo 4.364.345

6.6 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

€

- €

25.767.561 €

25.767.561

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal (Jeugdwet)

€

- €

479.456 €

479.456

Algemene dekkingsmiddelen 0.5 Treasury

€

100.000 €

18.919 €

-81.081

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

€

4.364.345 €

- €

-4.364.345

6.6 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

€

25.730.355 €

- €

-25.730.355

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal (Jeugdwet)

€

479.456 €

- €

-479.456

0.4 Overhead Wmo

€

3.278.343 €

3.278.343 €

-

0.4 Overhead JWV

€

8.187 €

8.187 €

-

0.4 Overhead LLV

€

60.573 €

60.573 €

-

€

- €

50.000 €

50.000

€

-6.125 €

-6.125

34.021.260 €

34.021.260 €

-

Overhead

Onvoorzien 0.8 Overige baten en lasten

Bestemmingsreserve ICT 0.10 mutaties reserve

Structureel saldo van baten en lasten

€

Toevoegingen aan de reserves

€

- €

- €

-

Onttrekkingen aan de reserves

€

- €

- €

-

Algemene reserve

€

- €

- €

-

Incidenteel saldo van baten en lasten

€

- €

- €

-

Structureel en reëel evenwicht

€

34.021.260 €

34.021.260 €

-

Voor de verdeling van baten en lasten naar taakvelden is aansluiting gezocht bij hetgeen het BBV hieromtrent voorschrijft (IV3). Uitgangspunt is dat baten en lasten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan taken/activiteiten/producten die gericht zijn op de externe klant, moeten in de betreffende taakvelden worden geregistreerd. Voor de splitsing van de structurele en incidentele baten en lasten en het daarbij behorend structureel evenwicht wordt verwezen naar de tabel ‘Rekening per programma’. Omnibuzz kent slechts een beperkt aantal taakvelden. Onder het taakveld ‘Overhead’ zijn, conform de ‘Notitie Overhead’ in het kader van het BBV, alle kosten opgenomen die betrekking hebben op sturing en ondersteuning van het primaire proces. 14

Omnibuzz

De beleidsbegroting

Tot de kosten van overhead worden in ieder geval de volgende zaken gerekend:

› Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie. › Personeel en organisatie. › Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement). › In- en externe communicatie met uitzondering van klantcommunicatie. › Juridische zaken. › Bestuurszaken en -ondersteuning. › Informatievoorziening en automatisering. › Facilitaire zaken en huisvesting. › Documentaire informatievoorziening. › Managementondersteuning van het primaire proces. › Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch). Onder 0.5 ‘Treasury’ zijn de rente- en bankkosten opgenomen. Voor de begroting 2026-1 bestaat dit bedrag uit bankkosten en te ontvangen rente. Op basis van het rentetarief verwachten wij renteopbrengsten van € 100.000,- voor 2026. Met kosten van eventuele externe financiering is geen rekening gehouden. De kosten die direct toe te rekenen zijn aan het Wmo-doelgroepenvervoer zijn opgenomen onder het taakveld 6.6 ‘Hulpmiddelen en diensten (Wmo)’. Dit zijn de vervoerslasten en de lasten van de afdeling uitvoering (ritreservering), exclusief de lasten van de manager uitvoering, die conform definitie overhead toegerekend worden aan de overhead. Ook zijn hierin de lasten meegenomen van de afdeling klantenservice en de lasten gekoppeld aan klachtenmanagement, klanttevredenheid, de bonus/malus regeling en dergelijke. De hieronder opgenomen lasten bestaan wederom uit loon- en beheerkosten.

Onder taakveld ‘6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal (Jeugdwet)’ nemen wij het jeugdwetvervoer (JWV) op. Hiermee zijn wij in 2022 gestart voor de gemeente Roermond. Inmiddels verzorgen wij dit vervoer voor een vijftal gemeenten: Echt-Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roermond en Weert. Vanaf augustus 2024 zijn wij gestart met de uitvoering van het leerlingenvervoer (LLV) voor de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert. Dit wordt verantwoord onder taakveld 4.3 ‘Onderwijs en leerlingenzaken’. Wij maken een splitsing in de overheadkosten tussen het Wmo-, jeugdwet- en leerlingenvervoer. Dit is terug te vinden in de tabel onder 0.4 ‘Overhead Wmo’, 0.4 ‘Overhead JWV’ en 0.4 ‘Overhead LLV’. Er vindt ook een interne doorbelasting plaats van overheadkosten van het Wmo-vervoer naar het JWV, een interne doorbelasting van de overheadkosten van het Wmo-vervoer naar het LLV én een interne doorbelasting van de indirecte vervoerskosten van het LLV naar het JWV. De baten voor taakveld 0.4 bestaan volledig uit gemeentelijke bijdragen. De baten voor taakvelden 4.3, 6.6 en 6.752 bestaan eveneens uit gemeentelijke bijdragen. De financiële uitgangspunten voor deze begroting staan vermeld in paragraaf 4.1 ‘Financiële kaders’ op pagina 28.

15

Omnibuzz

De beleidsbegroting

3.1.6 Beleidsindicatoren

Met de invoering van het vernieuwde ‘Besluit begroting en verantwoording’ dienen decentrale overheden de voor hun van toepassing zijnde beleidsindicatoren op te nemen. Met deze beleidsindicatoren worden de effecten van het beleid toegelicht. In de tabel zijn de voor Omnibuzz van toepassing zijnde beleidsindicatoren opgenomen. Indicator

2026-1

Eenheid

Bron

Formatie

0,055

fte per 1.000 inwoners

Eigen gegevens

Bezetting

0,055

fte per 1.000 inwoners

Eigen gegevens

Apparaatskosten

€ 3,01

kosten per inwoner

Eigen begroting

Externe inhuur

0,7%

kosten als % van totale loonsom

Eigen begroting

Overhead

9,84%

% van totale lasten

Eigen begroting

Op basis van de onder ‘Overhead’ opgenomen lasten bedraagt de overhead 9,84% van de totale lasten. Omnibuzz streeft ernaar deze factor in de komende jaren van groei van activiteiten zo stabiel mogelijk te houden. 3.1.7 Paragrafen

In het kader van artikel 9 van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ zijn de volgende paragrafen opgenomen:

› Weerstandsvermogen en risicomanagement. › Financiering. › Bedrijfsvoering. 3.1.8 Weerstandsvermogen en risicomanagement

Het weerstandsvermogen kan gedefinieerd worden als het vermogen dat nodig is om incidentele niet voorziene tegenvallers te kunnen opvangen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties schrijft in artikel 11 van het nieuwe ‘Besluit begroting en verantwoording’ het volgende voor: Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:

› De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de Gemeenschappelijke Regeling beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.

› Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

De weerstandsratio is een verhoudingsgetal tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het op basis van de risicoanalyse bepaalde benodigde weerstandsvermogen. 16

Omnibuzz

De beleidsbegroting

Onderstaand wordt de weerstandsratio aangegeven als de verhouding tussen de algemene reserve (het weer­stands­vermogen) en de benodigde weerstandscapaciteit gebaseerd op de totale risico’s. Als onverhoopt veel risico’s optreden, kan dit betekenen dat de deelnemende gemeenten rekening moeten houden met aanvullende bijdragen om tekorten en risico’s te dekken. Algemene reserve

Benodigde weerstandscapaciteit totaal risico

Weerstandsratio

€ 727.649

€ 760.000

0,96

De minimale omvang van de algemene reserve is op 20 december 2023 vastgesteld op € 550.000,-. Met dit minimum wordt met name het risico dat een van de vervoerders (taxibedrijven) failliet gaat alsmede de risico’s van digitale dreigingen afgedekt. Daarnaast biedt dit minimum voldoende dekking voor de financiering van eventuele investeringen. 3.1.9 Risicomanagement

Het beleid van Omnibuzz is zodanig ingericht dat minimaal één keer per 5 jaar de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ geactualiseerd dient te worden. Medio 2023 is de nota ‘Reserves, voorzieningen en risicomanagement’ geactualiseerd en op 20 december 2023 vastgesteld door het algemeen bestuur. Hierbij is ook de inventarisatie van de belangrijkste risico’s waarmee Omnibuzz kan worden geconfronteerd geactualiseerd. Op basis van deze risico-inventarisatie en de bijbehorende beheersmaatregelen is een inschatting gemaakt van de financiële impact en de kans dat de risico’s zich voordoen. Dit vormt de basis voor het bepalen van het weerstandvermogen. De belangrijkste geïdentificeerde risico’s zijn: Risico’s Economische kwetsbaarheid taxibedrijven Gebrek aan kennis omtrent nieuw doelgroepenvervoer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=2055b526-92a3-4b1a-bfd7-60f72ad75cb8