20260526 07d Bijlage Motivering
Tekst van het document
Op basis van deze cijfers zijn de afgelopen 9 jaar met kleine schommelingen jaarlijks steeds meer woningen gerealiseerd in Limburg. In 2023 zijn er bruto bijna 4.000 woningen gerealiseerd, netto zijn dit ruim 3.300 woningen. Dit is een kleine daling ten opzichte van 2022. Per saldo zijn er 2.700 nieuwbouwwoningen gerealiseerd en 898 nieuwe woningen door functiewijzigingen. De gehele plancapaciteit is in 2023 toegenomen tot bijna 43.000 bruto toevoegingen en ruim 4.500 onttrekkingen. Het netto saldo bestaat ui 38.470 woningen. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat van alle geplande toevoegingen 35% harde plancapaciteit bedraagt (ruim 13.000 onherroepelijk en bijna 2.000 vastgesteld) en 65% zachte plancapaciteit (ruim 7.500 in de ontwerpfase en ruim 20.000 in de ideefase). De zachte plancapaciteit dient nog verder uitgewerkt te worden voordat er garantie is dat deze woningen ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. De beschikbare plancapaciteit in Limburg wordt verder gekenmerkt door zeer veel kleinschalige woningbouw. In bijna driekwart van de plannen worden tien of minder woningen toegevoegd. Kortom: er is nog steeds grote behoefte aan woningen, zowel in de huursector als in de koopsector en zowel in het betaalbare segment als het middeldure en duurdere segment, voor de doelgroepen starters, senioren, één- en tweepersoons huishoudens en gezinnen.
De behoefte die in de Woonmonitor 2023 werd geconstateerd is nog steeds actueel, zij het dat deze behoefte nog
TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 29 -
Toelichting
evidenter is geworden doordat het aantal nieuwe woningen dat in 2023 is gerealiseerd licht is gedaald ten opzichte van 2022. d Het onderhavige bouwplan sluit aan bij de actuele woningbehoefte die in de Woonmonitor 2024 is geconstateerd voor de regio Zuid-Limburg. Er worden twee nieuwe woningen toegevoegd. In het onderhavige specifieke geval zijn deze woningen bestemd voor de kinderen van de initiatiefnemers. Deze starters op de woningmarkt willen graag in Eckelrade wonen, waar zij zijn opgegroeid. Er zijn echter geen woningen voor hen beschikbaar. Met de realisatie van de twee nieuwe woningen kunnen deze jongeren toch in de kleinere kernen (in dit geval Eckelrade) blijven wonen, hetgeen van belang is voor de instandhouding van de leefbaarheid van deze kernen. De nieuwe woningen kunnen in algemene zin worden aangemerkt als koopwoningen in het middeldure en duurdere segment. Hiermee passen de woningen binnen de actuele woningbehoefte, die onder andere in de Woonmonitor 2024 is geconstateerd. Ten aanzien van sub c. kan worden aangegeven dat op basis van de Regionale Woonvisie ZuidLimburg woningbouwplannen dienen te worden afgestemd. De gemeente Eijsden-Margraten zal zorgdragen voor de regionale afstemming van het plan. Ten aanzien van sub d.
zal de gemeente Eijsden-Margraten zorg moeten dragen voor het opnemen van de extra woning in de monitoringssystematiek van de provincie Limburg. Ten aanzien van sub e. kan worden aangegeven dat de woning zeker binnen de aangegeven periode van vijf jaar zal worden gerealiseerd. Dit zal worden vastgelegd in de anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer. Het voorliggende plan kan voldoen aan de in de Omgevingsverordening aangegeven criteria ten aanzien van nieuwe woningen. Klimaatadaptatie Conform artikel 3.5 van de OvL bevat de motivering bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt op het gebied van wateroverlast, overstroming en droogte. Door klimaatverandering nemen hittestress, wateroverlast, droogte en de kans op overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor onze gezondheid, veiligheid en economie. Daarnaast staan de kwaliteit van de natuur en de biodiversiteit onder druk. Ook in de gebouwde omgeving. Het is van groot belang dat de gemeente zich aanpast aan deze veranderingen.
De overheid, maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven werken aan de benodigde aanpassingen voor het omgaan met extreme weersomstandigheden en het versterken van de biodiversiteit, zodat dit het nieuwe normaal wordt. De afwegingen inzake klimaatadaptatie zijn opgenomen in paragraaf 4.10 van deze motivering. Beschermingsgebied Einstein Telescope In de Omgevingsverordening is aangegeven dat een plan dat betrekking heeft op een gebied binnen het beschermingsgebied ‘Einstein Telescope’ geen activiteiten toelaat die zijn genoemd in artikel 16.1. Deze activiteiten betreffen het plaatsen of hebben van een windturbine, het uitvoeren van een ontgronding met uitzondering van een ontgronding die op grond van de verordening vergunningvrij is of het plegen van een boring of andere ingreep in de bodem dieper dan 100 meter beneden het maaiveld. Van deze activiteiten is in het onderhavige plan geen sprake.
TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 30 -
Toelichting
Uitsluitingsgebied windturbines In artikel 13.1 is aangegeven dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op het uitsluitingsgebied d windturbines, binnen dat gebied geen plaatsing van een windturbine met een masthoogte van 25 meter of hoger toelaat. Van deze activiteiten is in het onderhavige plan geen sprake. Overstromingskansgebied B Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht geldt voor overstromingskansgebied B een gemiddelde overstromingskans 1:10 per jaar als omgevingswaarde. Deze omgevingswaarde is een inspanningsverplichting voor het Waterschap Limburg. De gemeente of de initiatiefnemer van dit plan hebben hier geen rol in. Grondwaterbeschermingsgebied Het besluitgebied is gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Grondwaterbeschermingsgebieden zijn bedoeld voor het beschermen van de kwaliteit van het grondwater vanwege de waterwinning en/of het beschermen van de kwaliteit en kwantiteit van het grondwater. Het gaat daarbij onder meer om een verbod om de bodem zo diep te roeren dat de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kan worden aangetast of het inbrengen van gevaarlijke stoffen in de bodem. In het onderhavige plan is geen sprake van diepe grondboringen. Freatisch grondwaterbeschermingsgebied Zie bovenstaande alinea.
Uitzonderingsgebied uitbreiding glastuinbouw Het besluitgebied is gelegen binnen het uitzonderingsgebied voor de uitbreiding van glastuinbouw. In het onderhavige geval is geen sprake van de vestiging dan wel uitbreiding van glastuinbouw, waardoor de ligging in dit gebied niet relevant is in het onderhavige geval. Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg Het volledige besluitgebied is gelegen binnen het beschermingsgebied Nationaal Landschap ZuidLimburg. Conform artikel 7.2 van de Omgevingsverordening Limburg dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg een beschrijving te bevatten van: a. b. c.
de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten; de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan; de wijze waarop de negatieve effecten zijn gecompenseerd.
Een Nationaal Landschap is een gebied met zeldzame en nationaal kenmerkende kwaliteiten op landschappelijk, cultuurhistorisch en natuurlijk gebied. In Nederland zijn 20 Nationale Landschappen aangewezen die samen het gezicht van Nederland bepalen. Het Nationaal Landschap biedt ruimte voor regionale en lokale bedrijvigheid, inclusief grondgebonden landbouwbedrijven, maar altijd vanuit een groot respect naar de omgeving. In de Omgevingsverordening Limburg is aangegeven wat de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg zijn: 1. het reliëf (steilere hellingen, steilranden, graften, holle wegen, droogdalen, grubben, beekdalen, bron- en kwelzones, vochtige laagten, breuktreden, overgangen Maasterrassen, geologische ontsluitingen); 2. het open-besloten karakter (openheid op plateaus, kleinschaligheid rondom dorpen, op hellingen en in droogdalen); 3. het groene karakter (bronbossen, beken, hellingbossen, kalkgraslanden, heischrale graslanden, moerassen, bronnen, zinkflora, mantel- en zoomvegetaties, hellingen met veel graften, grubben en holle wegen); TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 31 -
Toelichting
4.
het cultuurhistorische erfgoed (archeologische verwachtings)waarden, kastelen, historische bouwkunst, historisched geografische elementen en patronen zoals wegen, kavelpatronen, verdedigingswerken, ondergrondse kalksteengroeves, heggen).
Deelgebieden Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg (hierna:NLZL) is onder te verdelen in een aantal deelgebieden. De deelgebieden zijn opgedeeld door de natuurlijke en fysieke grenzen die gevormd worden door de landschapstypen (plateaus, hellingen en dalen). De deelgebieden verschillen onderling, soms subtiel en soms zijn de verschillen groot. Ze verschillen van elkaar in landschapstypen en kernkwaliteiten. Door de nuanceverschillen kunnen bepaalde leidende beginselen in meer of mindere mate van toepassing zijn voor elk deelgebied. Die toepasbaarheid is ook afhankelijk van de specifieke locatie en de soort ruimtelijke ontwikkeling. Deelgebied Plateau van Margraten Het onderhavige besluit gebied is gelegen binnen het deelgebied Plateau van Margraten. Het Plateau van Margraten kenmerkt zich door een wijdvertakt netwerk van droogdalen die zich bijzonder ver insnijden in het plateau. Juist door deze insnijding kent het plateau weinig grote vlakke delen. Integendeel, het gehele plateau heeft een voornamelijk glooiend karakter. Uniek in dit deelgebied is de intensieve mergelwinning. Bovengrondse winning in dagbouwgroeves hebben ingrepen in het reliëf gepleegd en herbergen unieke natuurwaarden, terwijl in de droogdalen toegangen zijn te vinden tot een wijdvertakt gangenstelsel.
Daarnaast rekenen we tot het plateau de relatief grote oppervlakken gesloten hellingbos dat op slechts enkele plaatsen doorsnede wordt, zoals bij het Gerendal en de Herkenradergrub. Opmerkelijk in dit gebied zijn de grote oppervlakken boomgaarden waarvan de commerciële teelt plaatsvindt in de laagstamboomgaarden tussen de kernen in. Rond de dorpen zijn nog relatief veel hoogstambomen te vinden. Linten als Scheulder, Houthem en Ingber zijn nog relatief gaaf aanwezig. Enkele markante elementen in dit gebied zijn onder andere de Amerikaanse Begraafplaats en de Van Tienhovenmolen. Door de vele hoge plateauranden is het vanaf veel locaties mogelijk naar het beneden gelegen dal en andere lager gelegen plateaus te kijken. Leidende beginselen van het Plateau van Margraten De vier kernkwaliteiten van het NLZL zijn niet vanzelfsprekend en zijn daarom gebaat bij een zorgvuldige omgang en bescherming. Ze vormen het kapitaal van de omgeving. Om een raamwerk voor deze bescherming te bieden is er een aantal zogenaamde leidende beginselen gesteld. De leidende beginselen zijn algemene principes met als doel de vier kernkwaliteiten van het NLZL te behouden dan wel te versterken. Door het algemene karakter gelden de leidende beginselen voor meerdere landschapstypen.
Onderstaand zijn de leidende beginselen aangegeven die binnen het Plateau van Margraten van toepassing kunnen zijn: L01: Benadrukken van cultuurhistorisch erfgoed; L03: Bos en groene verdichting op steile hellingen; L05: Vergroenen dorpsranden; L06: Herstel van kleine landschapselementen; L07: Herstel van bronnen; L08: Zorgvuldige omgang met bebouwing in kwetsbare delen; L09: Passend bouwen in dorpsstructuur en dorpssilhouet; L10: Herstructurering bebouwd gebied. Voor het onderhavige plan is met name L01 van toepassing. L01: Benadrukken van cultuurhistorisch erfgoed Het aanwezige cultuurhistorische erfgoed; historische geografie, historische bouwkunst en archeologie, is mede bepalend voor de eigenheid en leesbaarheid van een gebied. Het gaat hierbij TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 32 -
Toelichting
enerzijds om behoud van het aanwezige erfgoed, anderzijds om bij nieuwe ontwikkelingen de cultuurhistorie in te zetten als inspiratie voor d nieuwe ontwikkelingen. Beide dienen ervoor om verarming en nivellering van het landschap tegen te gaan. Kansen voor ontwikkeling Lange tijd hebben ontwikkelingen plaatsgevonden in balans met natuur en landschap. Echter, in de 20e eeuw doorwerkend naar onze tijd, is de ontwikkeling van het landschap in een stroomversnelling geraakt. Niet altijd is er even zorgvuldig omgegaan met de kwaliteiten van het landschap. Nieuwe ontwikkelingen zijn onvermijdelijk en de snelheid waarmee deze zullen plaatsvinden is niet te voorspellen. Het NLZL is een levend landschap waar vanuit maatschappelijke vragen vanuit de verschillende thema’s ruimtelijke opgaven zullen blijven ontstaan. Een doorontwikkeling van een toekomstbestendig en kwalitatief landschap voor alle belangen is alleen mogelijk als de kernkwaliteiten gevalideerd en ontwikkeld worden als fundament van nieuwe ontwikkelingen. Het landschap is immers het tableau waar alle ontwikkelingen plaatsvinden. Deze ontwikkelingen zijn afkomstig uit vrijwel alle lagen van de samenleving en maatschappij, maar zijn onderverdeeld in acht thema’s: 1) infrastructuur; 2) wonen; 3) toerisme & recreatie; 4) landbouw; 5) water; 6) groen & natuur; 7) bedrijvigheid; 8) overige ontwikkelingen.
Het onderhavige initiatief valt onder het thema ‘Wonen’. In het Handvat Kernkwaliteiten Landschap Zuid-Limburg worden uitgangspunten benoemd met betrekking tot het realiseren van nieuwe woningen, waarbij rekening dient te worden gehouden met het reliëf, overgangen openheidbeslotenheid, cultuurhistorie en andere kenmerken. Toepassing op onderhavig initiatief: In het onderhavige plan is sprake van het herbestemmen van voormalige agrarische bebouwing naar een reguliere woonfunctie. Hierbij wordt een bestaande bedrijfswoning omgevormd tot reguliere woning en worden binnen bestaande (voormalig agrarische) bebouwing twee nieuwe woningen toegevoegd. Het agrarisch bedrijf wordt juridisch-planologisch gesaneerd, waardoor in de toekomstige situatie enkel nog sprake zal zijn van hobbymatig agrarisch gebruik van de binnen het besluitgebied aanwezige agrarische gronden. Het onderhavige initiatief leidt niet tot een aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg, maar zorgt juist voor het behoud van deze waarden. Door de omzetting van de agrarische bedrijfswoning tot een reguliere woning en het toevoegen van twee nieuwe wooneenheden in de carréhoeve wordt een toekomstbestendige functie toegekend aan een als Rijksmonument aangewezen cultuurhistorisch waardevol object.
Deze ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande bebouwing; er vindt geen uitbreiding van de bebouwingoppervlakte of de bouwmassa plaats. Deze functiewijziging maakt het mogelijk de carréhoeve, met respect voor de Rijksmonumentale waarden, te renoveren. De agrarische bedrijfsfunctie wordt juridisch-planologisch gesaneerd: de functie ‘Agrarisch – Bedrijf’ wordt gewijzigd in ‘Wonen’ (ter plaatse van de carréhoeve en omliggende tuingronden) en ‘Agrarisch met waarden’ (ter plaatse van de achter de hoeve gelegen agrarische gronden, waaronder de fruitboomgaard). Hierbij wordt ook circa 5.800 m² aan onbenut agrarisch bouwvlak geschrapt. Hiermee wordt verdere verstening van het besluitgebied in de toekomst voorkomen. Anderzijds wordt de aanwezige fruitboomgaard – kenmerkend voor het Limburgse Landschap – behouden door
TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 33 -
Toelichting
hier middels de functie ‘Agrarisch met waarden’ bescherming aan te bieden en het hobbymatige agrarische gebruik van de fruitboomgaard toe d te staan. Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige initiatief niet leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg, maar juist leidt tot het behoud en versterking van deze waarden. 3.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat op basis van de beleidsmatige uitwerkingen in paragraaf 3.5 en de aspecten van de fysieke leefomgeving in hoofdstuk 4 van deze motivering worden voldaan aan de instructieregels vanuit de Omgevingsverordening.
3.3 Omgevingswaarden Omgevingswaarden zijn bedoeld voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Ook ondersteunen ze bij het zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. Een omgevingswaarde is een van de instrumenten waarmee overheden het beleid van een omgevingsvisie kunnen uitvoeren. Hiermee kan de gemeente, provincie of het Rijk de kwaliteit vastleggen die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om waarden voor de luchtkwaliteit of de waterkwaliteit. Omgevingswaarden van het Rijk volgen vaak uit Europese of andere internationale verplichtingen. De Rijksomgevingswaarden staan in hoofdstuk 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het Rijk heeft in het Bkl, op grond van artikel 2.15 lid 1 van de Omgevingswet, omgevingswaarden vastgesteld voor de luchtkwaliteit, de kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater, de zwemwaterkwaliteit, de veiligheid van primaire waterkeringen en de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk. De provincie is verplicht om omgevingswaarden te stellen voor watersystemen. De provincie stelt omgevingswaarden vast in de omgevingsverordening. Vanuit de Omgevingsverordening Limburg is een omgevingswaarde voor de overstromingskans opgenomen voor dit gebied.
Deze is besproken in subparagraaf 3.2.2. Los van deze verplichtingen mogen gemeenten, Rijk en provincies ook voor andere onderwerpen omgevingswaarden stellen. Voor bijvoorbeeld de geur van veehouderijen of voor lichthinder zijn ook omgevingswaarden denkbaar. Gemeenten mogen alleen omgevingswaarden vaststellen op terreinen waar Rijk of provincie geen omgevingswaarden hebben vastgesteld. Voor dit besluitgebied zijn (nog) geen omgevingswaarden vastgesteld door de gemeente Eijsden-Margraten.
3.4 Regionaal beleid 3.4.1 Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de Zuid-Limburgse gemeenten vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten. Ook erkennen gemeenten met deze gemeenschappelijke aanpak, dat onderlinge concurrentie, zeker met de huidige bevolkingsontwikkeling en de ambities die Zuid-Limburg als kennisregio heeft, leidt tot negatieve effecten die uiteindelijk ten koste gaan van de kracht van de regio.
TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 34 -
Toelichting
In deze SVWZL staat de transformatieopgave per gemeente centraal in de ontwikkeling van de woningvoorraad. Om de gewenste kwantitatieve omvang van de woningvoorraad te bepalen wordt d de transformatieopgave per gemeente uit de Woonmonitor gebruikt als de kwantitatieve koersbepalende opgave om te komen tot een gezonde woningmarkt met voldoende marktspanning. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een gezonde frictieleegstand van 2%) en de huishoudensontwikkeling. De transformatieopgave per gemeente wordt tweejaarlijks vastgesteld. De transformatieopgave is een koersbepalende opgave voor de ontwikkeling van de woningvoorraad. De transformatieopgave wordt vastgesteld per gemeente en is beleidsneutraal. Het betreft daarmee geen afdwingbare bouwof sloopopgave. In de regio zijn de volgende afspraken gemaakt: - schrappen van programma dat geen toegevoegde waarde meer heeft; - transformatieopgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente; - herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit; - compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven (in deze volgorde): 1. slopen; 2. financiële compensatieregeling; 3. gemeente neemt sloopverplichting over en voert deze uit binnen raadstermijn; 4. schrappen bestaande plancapaciteit: 1 nieuwe woning tegen 4 bestaande woningen.
3.4.2 Beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ In vervolg op de SVWZL hebben de Zuid-Limburgse gemeenten gezamenlijk de beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ opgesteld. Elke gemeente heeft deze beleidsregel separaat vastgesteld. De strekking van deze beleidsregel is dat ‘goede woningbouwplannen’ niet meer hoeven te worden gecompenseerd. Woningbouwplannen worden beschouwd als goede plannen als zij voldoen aan alle drie de onderstaande criteria: Criterium 1: het plan heeft maatschappelijke meerwaarde Een woningbouwplan heeft maatschappelijke meerwaarde wanneer sprake is van één van de volgende situaties: - aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen; - herstructurering/vervangingsbouw van woningen; - hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw; - aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad; - er wordt voorzien in woningen waaraan een evidente behoefte is, dat zijn met name woonwagens en sociale en middeldure huur- en koopwoningen voor de doelgroep starters en senioren. Met koopwoningen in deze categorie wordt specifiek bedoeld: woningen die vallen binnen de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG, dit jaar € 405.000 v.o.n.). Toetsing criterium 1 Het onderhavige plan betreft een familiair initiatief.
Doordat er in Eckelrade niet of nauwelijks woningen beschikbaar zijn, worden jongeren en starters op de woningmarkt gedwongen om vanuit Eckelrade naar elders verhuizen. Het onderhavige plan voorziet in de omzetting van een agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woning. Deze woning wordt in het kader van het woningbouwbeleid niet als een nieuwe woning beschouwd. Deze woning zal worden bewoond door de initiatiefnemers van voorliggend plan. Daarnaast worden twee nieuwe woningen toegevoegd binnen bestaande bebouwing. Deze woningen zijn bedoeld voor de kinderen van initiatiefnemers. Hierdoor worden zij alsnog in de gelegenheid gesteld om een eigen woning te betrekken in Eckelrade. De twee nieuwe woningen worden in het kader van het woningbouwbeleid beschouwd als koopwoningen in het duurdere segment, omdat voor deze woningen de verwervingskosten (de aankoopprijs van de woning en bijbehorende grond, vrij op naam) leidend is. De uiteindelijke woningen (vrijstaand met een woonoppervlakte van circa 53 m² en 200 m², als onderdeel van een Rijksmonumentale carréhoeve) passen hierdoor niet helemaal binnen het betaalbaarheidscriterium TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 35 -
Toelichting
die in het woningbouwbeleid wordt aangehouden. Er is echter wel degelijk sprake van een positieve ontwikkeling die passend is binnen de beleidsdoelstellingen van het regionale woningbouwbeleid. Met het onderhavige plan wordt een belangrijke doelgroep bediend: woningzoekende starters op de woningmarkt die graag een woning willen kopen in het dorp waar zij zijn opgegroeid. Bovendien wordt met deze ontwikkeling een toekomstbestendige functie toegekend aan een cultuurhistorisch waardevol object dat als Rijksmonument is aangewezen. Gezien de bovengenoemde overwegingen kan worden gesteld dat de onderhavige kleinschalige woningbouwontwikkeling, die volledig plaatsvindt, binnen bestaande bebouwing, als een positieve ruimtelijke ontwikkeling met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde kan worden beschouwd. Criterium 2: het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening, artikel 3.1.6, lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: - criterium 2a: het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte; - criterium 2b: het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte.
Toetsing criterium 2 Zoals reeds in paragraaf 3.2.2 van deze motivering is aangegeven, past het onderhavige plan binnen de actuele woningbouwbehoefte. Ook in het gemeentelijke woningbouwbeleid van de gemeente Eijsden-Margraten (zie paragraaf 3.6 van deze motivering) is vastgelegd dat in alle kernen van de gemeente behoefte bestaat aan diverse woningen in verschillende prijsklassen. Door de realisering van het onderhavige plan krijgen starters op de woningmarkt de kans om een woning te kopen in het dorp waar zij zijn opgegroeid. Hiermee wordt voorkomen dat jongeren deze dorpen verlaten om elders een bestaan op te bouwen. Hiermee wordt de leefbaarheid van deze dorpen in stand gehouden. Criterium 3: het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. De gemeente Eijsden-Margraten zal zorg dragen voor afstemming in de regio. Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige bouwplan voldoet aan de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en aan de beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen. 3.4.3 Conclusie Het voorliggende bouwplan voldoet aan de uitgangspunten van het regionaal beleid.
3.5 Beleid Waterschap 3.5.1 Waterschapsverordening Sinds de invoering van de Omgevingswet geldt de Waterschapsverordening van het Waterschap Limburg. In deze verordening zijn ook de regels van de voormalige Keur opgenomen. Deze regels gaan over gedoogplichten, geboden en verboden op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kustwerken. De Waterschapsverordening bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Deze zijn opgenomen in bijlage I van de Waterschapsverordening. TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 36 -
Toelichting
Voor het voorliggende besluitgebied zijn in genoemde bijlage geen specifieke uitgangspunten vastgelegd. d 3.5.2 Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 Het waterbeleid van de provincie Limburg voor de jaren 2022-2027 staat in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027, dat op 17 december 2021 door Provinciale Staten is vastgesteld. Het is de opvolger van het Provinciaal Waterprogramma 2016-2021. Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de provincie Limburg de komende periode met haar partners wil bereiken op het gebied van water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. Voor het besluitgebied kent dit beleid geen specifieke uitgangspunten. 3.5.3 Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 Op 8 december 2021 heeft het Waterschap Limburg het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Hierin zijn de Limburgse wateropgaven voor de toekomst bepaald. Het Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beheer van het regionale oppervlaktewater in Limburg. elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden.
Met het Waterbeheerprogramma geeft het waterschap richting aan het waterbeheer in de periode 20222027. De verplichting om elke zes jaar een nieuw waterbeheerprogramma vast te stellen is vastgelegd in de Omgevingswet. Het Nationale Waterprogramma en het Provinciaal Waterprogramma hebben dezelfde looptijd en bieden de kaders voor het waterbeheerprogramma. Het Provinciaal Waterprogramma geeft onder andere kaders voor het strategisch grondwaterbeheer, de regionale normering wateroverlast, de functietoekenning voor de oppervlaktewateren en de waterkwaliteitsdoelen voor de KRW-waterlichamen (Kader Richtlijn Water) en de overige wateren. Het Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 geeft hier de regionale invulling aan. Hondsberggrub Aangrenzend aan de westzijde van het perceel aan de Dorpsstraat 83 is een primaire watergang (Hondsberggrub) gelegen. Deze watergang ligt buiten de begrenzing van het onderhavige besluitgebied, maar de beschermingszone van deze watergang is wel binnen de begrenzing van het onderhavige besluitgebied gelegen. Deze beschermingszone wordt middels de ter plaatse vigerende dubbelbestemming (thans ‘functie’ genoemd) ‘Waterstaat – Waterlopen’ opgenomen op de plankaart en in de regels van het voorliggende TAM-omgevingsplan.
Hiermee wordt de bestaande beschermingszone opnieuw planologisch vastgelegd, waarmee de bescherming van deze primaire watergang wordt gecontinueerd. Het onderhavige plan, waarbij de beoogde ontwikkelingen plaatsvinden binnen bestaande bebouwing, hebben geen invloed op de betreffende primaire watergang of de bijbehorende beschermingszone. Voor het overige kent dit beheerprogramma geen specifieke uitgangspunten voor het onderhavige plan.
TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 37 -
Toelichting
3.5.4 Conclusie d De beoogde ontwikkeling heeft geen effecten op de primaire watergang die ten westen van het perceel aan de Dorpsstraat 83 in Eckelrade is gelegen. De beschermingszone, die wel binnen de begrenzing van het onderhavige besluit is gesitueerd, wordt in de regels en op de plankaart van het voorliggende TAM-omgevingsplan opgenomen conform de vigerende situatie. Hiermee zijn de waterbelangen geborgd. De reguliere waterparagraaf (vanuit de instructieregel ex artikel 5.37 Bkl) is opgenomen in paragraaf 4.8 van deze motivering.
3.6 Gemeentelijk beleid 3.6.1 Omgevingsvisie De gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals maken een gezamenlijke omgevingsvisie voor de drie gemeenten. De drie gemeenten noemen zich samen de ‘Lijn 50-regio’, geïnspireerd op de busverbinding die de drie gemeenten doorkruist. Deze visie is nog in opbouw en derhalve nog niet gereed voor bestuurlijke besluitvorming. De uiterste datum voor vaststelling van de Omgevingsvisie is 1 januari 2027 (KB 10.07.2023). 3.6.2 Strategische visie 2022 In deze gemeentelijke beleidsvisie is een aantal hoofdthema’s benoemd (wonen, recreatie en ondernemen), dat in de jaren tot en met 2022 – maar ook daarna – van cruciaal belang is voor de verdere ontwikkeling van de gemeente Eijsden-Margraten. In algemene zin is relevant dat de gemeente wil inzetten op een passende woning in een passende woonomgeving voor elke inwoner. Daarbij geldt dat nieuwe woningen in principe in de kernen moeten worden gebouwd en dat het buitengebied zoveel mogelijk gevrijwaard blijft van verstening. Daarnaast ligt ook een accent op de kwalitatieve versterking van het toerisme en de recreatiesector, met name initiatieven die de beleving van het landschap en de karakteristieke dorpen voor de toerist vergroten. Uitgangspunt is wel dat het (im)materieel erfgoed wordt beschermd.
Onderhavig plan Het voorliggende plan voorziet in een herbestemming van een voormalig agrarisch bedrijf tot een woonfunctie. Hiertoe wordt in een bestaande, Rijksmonumentale carréhoeve een bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning en worden twee nieuwe woningen toegevoegd binnen de bestaande bouwmassa. De agrarische bedrijfsfunctie wordt juridisch-planologisch gesaneerd. Hierbij wordt ook circa 5.800 m² aan onbenut agrarisch bouwvlak geschrapt. Hiermee wordt verdere verstening van het buitengebied in de toekomst voorkomen. Hiermee past het plan binnen de beleidsuitgangspunten die in de Strategische Visie 2022 zijn vastgelegd; enerzijds wordt voorzien in nieuwe woningen waaraan thans grote behoefte bestaat en anderzijds wordt het buitengebied gevrijwaard van verstening. 3.6.3 Bestuursakkoord 2022-2026 “Goed leven in elke kern” Het bestuursakkoord “Goed leven in elke kern” betekent voor de gemeente Eijsden-Margraten dat zij samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties blijft investeren in de gemeenschappen van alle kernen. Samen wordt gezorgd voor een aantrekkelijke woonomgeving waarin met respect voor het landschap en de natuur, tradities en cultuur voor zowel de huidige als toekomstige inwoners een thuis wordt geboden. Het woon- en leefklimaat in de gemeente EijsdenMargraten is van hoog niveau en dit moet zo blijven.
De gemeente Eijsden-Margraten staat evenwel
TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 38 -
Toelichting
voor een groot aantal opgaven op het gebied van sociaal domein, duurzaamheid en energie, natuur en landschap, de landbouw en wonen. d De gemeente wil de komende jaren werken middels de onderstaande vijf programmalijnen: 1) Kwaliteit van leven; 2) Landbouw, landschap en plattelandseconomie; 3) Duurzaamheid en klimaatverandering; 4) Wonen en leefomgeving; 5) Bestuur en dienstverlening. Dee vijf programmalijnen vormen de koers voor de komende bestuursperiode. De gemeente gaat aan de slag met de inwoners en gemeenteraadsleden om samen succesvolle stappen te zetten en zichtbare zaken te realiseren die recht doen aan wat de inwoners, gemeenschappen en leefomgeving nodig hebben. Wonen en leefomgeving Eijsden-Margraten is gezien haar ligging in de directe nabijheid van het stedelijk gebied, de landschappelijke kwaliteiten en aanwezige voorzieningen een aantrekkelijke woonomgeving en wil dit graag blijven. De gemeente streeft naar een passende woningvoorraad met passende woningen voor haar inwoners, in een leefomgeving die gezond, veilig en prettig is om in te wonen. Kwaliteit en duurzaamheid zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Volgens diverse modellen blijft het aantal huishoudens tot 2030 stijgen. De meeste groei wordt verwacht in de groep alleenstaande 65-plussers. De groep tweepersoonshuishoudens 65-plussers groeit beperkt.
De groep 23-65-jarigen neemt naar verwachting beperkt af. De verwachting is tevens dat in elk segment van de koopsector de behoefte toeneemt. Met name in de prijsklasse € 325.000 - € 450.000 en boven € 450.000. Woningbouw naar behoefte in elke kern De grote vraag naar woningen vraagt om een versnelling van nieuwbouw in de hele gemeente. Er wordt daarbij gestreefd naar een gevarieerd aanbod in alle kernen dat aansluit bij de behoefte. Insteek is het behoud van vitale kernen en dat inwoners van de gemeente Eijsden-Margraten zoveel mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. Focus komt primair te liggen op het realiseren van betaalbare en duurzame woningen voor starters. Daarnaast wordt middels nieuwbouw ingezet op het bevorderen van de doorstroming in de woningmarkt door levensloopgeschikte woningen te realiseren. Onderhavig plan Het plan is in overeenstemming met het Bestuursakkoord 2022-2026. Het plan sluit aan bij de ambitie om nieuwe woningen te realiseren waarmee starters in hun vertrouwde leefomgeving waar zij zijn opgegroeid kunnen blijven wonen. Deze woningen worden bovendien gerealiseerd in bestaande bebouwing, waarmee cultuurhistorisch erfgoed wordt behouden voor de toekomst.
3.6.4 Woonvisie Eijsden-Margraten ‘Samen bouwen aan de toekomst’ 2019-2025 In lokale Woonvisie ‘Samen bouwen aan de toekomst’ is het woningbouwbeleid voor de periode 2019-2025 vastgelegd. In Eijsden-Margraten wordt ingezet op een duurzame woningvoorraad met passende woningen voor zowel starters als senioren. Hierdoor zal de doorstroming moeten worden bevorderd. Inwoners wonen daarbij in een gezonde, veilige en prettige woon- en leefomgeving, waarbij duurzaamheid en kwaliteit belangrijke uitgangspunten zijn. Hierbij heeft de herbestemming en transformatie van bestaande (leegstaande) gebouwen bijzondere aandacht. De woonambities, zoals ook vertaald in het vastgestelde gemeentelijke bestuursakkoord ‘Anders durven doen 2018-2022’, zijn geformuleerd in speerpunten van beleid. Daarbij richt het beleid zich op relevante doelgroepen en thema’s. Concreet betreft het: TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 39 -
Toelichting
-
-
-
-
-
de doelgroep starters waarvoor de gemeente meer toegang wil creëren binnen de bestaande woning- en/of planvoorraad, met als doel dat het aantal koopwoningen voor d starters te verhogen. Als dit (financieel) onmogelijk blijkt dan zullen deze woningen worden gerealiseerd via nieuwe capaciteit waarvoor gecompenseerd wordt om een bijdrage te kunnen leveren aan het transformeren van de woning- en/of planvoorraad; de doelgroep oudere doorstromers waarvoor woningen gerealiseerd worden binnen de kernen en binnen het bestaand vastgoed of op locatie waar een dergelijke herbestemming ruimtelijke en volkshuisvestelijk verantwoord is; het bieden van goede faciliterende mogelijkheden om de woningen voor de doelgroep langer thuiswoners levensloopbestendig te maken en voor de doelgroep die niet meer langer kan thuis wonen geclusterde woonzorgvormen creëren binnen het bestaand vastgoed, passend binnen het gemeentelijke woonzorgbeleid; het realiseren van voldoende kwalitatief aanbod van betaalbare huurwoningen voor de bijzondere doelgroepen (waaronder statushouders, woonurgenten, gehandicapten en ggzpatiënten), bij voorkeur binnen het bestaande vastgoed binnen de kernen en waar nodig en mogelijk deze realiseren via bijzondere (tijdelijke) huisvesting; het invulling geven aan de stimulerende, faciliterende en waar mogelijk sturende rol ten aanzien van de verduurzaming van de woningvoorraad; de
instandhouding van leefbare kernen waarbij de gemeente goede burgerwooninitiatieven zoveel mogelijk faciliteert.
De gemeente schakelt over van een ‘bouwvisie’ naar een ‘transformatievisie’ want de groei van de woningvoorraad voor eigen additionele behoefte is de komende jaren weliswaar groeiende maar de woonvraag wijzigt (o.a. naar meer één- en tweepersoonshuishoudens). Inbreiding gaat daarbij voor uitbreiding en vraaggericht gaat voor op aanbodsturing. Met uitzondering van de in uitvoering zijnde plancapaciteit, is bijkomende nieuwbouw op nieuwe locaties ondergeschikt aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Waar mogelijk worden bestaande woningen vervangen en additionele woningen worden gerealiseerd in bestaand vastgoed. De herbestemming van cultureel of beeldbepalend vastgoed dat leegkomt of al leeg staat, krijgt hierbij prioriteit. Nieuwe woningbouwinitiatieven ontwikkelen op onbebouwde percelen is pas een alternatief, als binnen de bestaande woningvoorraad of ander leegstaand vastgoed niet kan worden voldaan aan de haalbaarheid van de gewenste woonkwaliteiten. Onderhavig plan Middels de vaststelling van het voorliggende TAM-omgevingsplan wordt een voormalig agrarisch bedrijf herbestemd voor de woonfunctie. Hiermee wordt aan een Rijksmonumentale carréhoeve een toekomstbestendige functie toegekend, waardoor cultuurhistorisch erfgoed wordt behouden voor de toekomst.
Bovendien leidt het onderhavige initiatief er toe dat starters op de woningmarkt de kans krijgen om te wonen in het dorp waar zij zijn opgegroeid. Hiermee wordt de leefbaarheid in de kleinere kernen in stand gehouden. Hiermee voorziet het plan in woningen waaraan een evidente behoefte bestaat en past het plan binnen de regionale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten. 3.6.5 Manifest Buitengewoon Buitengebied Op 18 maart 2021 heeft de gemeente Eijsden-Margraten het Manifest ‘Buitengewoon Buitengebied’ vastgesteld. In dit beleidsdocument zijn richtinggevende uitspraken over de toekomstige beleidskoers voor het buitengebied vastgelegd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in vier verschillende thema’s: 1. Natuur & landschap; 2. Landbouw; 3. Toerisme en recreatie; 4. Wonen. Op het gebied van wonen staat de gemeente wonen in het buitengebied in principe niet toe. Wonen in het buitengebied blijft in principe beperkt tot bestaande kernen, gehuchten, lintbebouwing en TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 40 -
Toelichting
solitaire woningen (zowel bedrijfswoningen bij agrarische bebouwing als in het verleden toegestane burgerwoningen). Doorkijken/onbebouwdedgedeelten in de gehuchten en in de lintbebouwing dienen daarbij in stand te blijven, omdat juist deze doorkijken zorgen voor ruimtelijke kwaliteit en het beeld bepalen van het buitengebied. Onderhavig plan Het onderhavige plan voorziet in de realisering van woningen in voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Deze bebouwing is aangewezen als Rijksmonument. Het gebruiken van dergelijke bebouwing voor het toevoegen van woningen is in overeenstemming met het Manifest Buitengewoon Buitengebied. Bovendien maakt de carréhoeve, hoewel het voormalige agrarische bedrijf formeel onderdeel uitmaakt van het buitengebied, deel uit van de bestaande lintbebouwing in de kern Eckelrade. Tot slot leidt het plan niet tot een verdere verstening van het buitengebied. De ontwikkeling vindt immers plaats binnen bestaande bebouwing. Bovendien wordt met de vaststelling van voorliggend TAM-omgevingsplan circa 5.800 m² aan onbenut agrarisch bouwvlak geschrapt. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief in overeenstemming is met het Manifest Buitengewoon Buitengebied. 3.6.6 Gemeentelijke Kwaliteitsmenu De gemeente Eijsden-Margraten heeft de provinciale beleidsregel ‘Limburgs Kwaliteitsmenu’ vertaald in het ‘Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013’ (GKM).
Het kwaliteitsmenu heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied buiten de rode contour te koppelen aan een verbetering van de kwaliteit van het buitengebied. De gemeente Eijsden-Margraten hecht veel waarde aan haar buitengebied en beoogt met het Kwaliteitsmenu de kwaliteiten van het buitengebied te beschermen en kwaliteitsverlies van het buitengebied tegen te gaan. Het LKM onderscheidt een aantal modules. In het GKM zijn acht modules overgenomen waarin de specifieke voorwaarden en bijdragen per module zijn opgenomen. De modules hebben betrekking op de modules: 1. Nieuwe landgoederen; 2. Gebiedseigen recreatie en toerisme; 3. Niet gebiedseigen recreatie en toerisme; 4. Agrarische uitbreiding en nieuwvestiging; 5. Uitbreiding bedrijventerrein; 6. Uitbreiding solitaire bedrijven; 7. Nieuwe (solitaire) woningen; 8. Overige (gebouwde) functies. Onderhavig plan Onderhavig plan betreft een functiewijziging van een voormalig agrarisch bedrijf naar een reguliere woonfunctie. Hierbij wordt een bestaande bedrijfswoning herbestemd tot reguliere woning en worden twee nieuwe wooneenheden toegevoegd binnen de bestaande bebouwing. De agrarische bedrijfsfunctie wordt juridisch-planologisch gesaneerd, waarbij tevens het agrarische bouwvlak wordt gesaneerd. Module 8: Overige (gebouwde) functies Deze ontwikkeling kan worden gecategoriseerd in Module 8: ‘Overige (gebouwde) functies.
Ook voor de functieverandering van niet voor (permanente) bewoning bestemde panden naar bijvoorbeeld woningen staat de gemeente Eijsden-Margraten een kwaliteitsbeleid voor. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om vakantiewoningen, schuren, fabriekspanden, etc. Hoewel ruimtelijk (niet direct) inbreuk wordt gepleegd op de waarden van het buitengebied, gebeurt dat functioneel wel. De panden zijn over het algemeen opgericht ten behoeve van hun functie in of voor het buitengebied. Door hier een woonbestemming aan te geven vindt er daardoor indirect toch een verdergaande TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 41 -
Toelichting
verstedelijking en verstening van het buitengebied plaats. Daar komt bij dit in het algemeen het opleggen van de woonbestemming ook leidt d tot de wens om bijgebouwen etc. op te richten, hetgeen ook leidt tot verdergaande verstening. Daarom hanteert de gemeente Eijsden-Margraten voor dergelijke ontwikkelingen een kwaliteitsbenadering. De hoogte van de kwaliteitsbijdrage is maatwerk, waarbij de gevolgen van de nieuwe bestemming voor de kwaliteit van het object en de omgeving moeten worden meegenomen, evenals de waardeverandering door de bestemmingswijziging. Bovendien dienen de woningen te passen binnen het regionale en gemeentelijke woningbouwbeleid. In het onderhavige plan is sprake van de juridisch-planologische sanering van een agrarisch bedrijf. Zowel de carréhoeve als de erachter gelegen agrarische gronden zijn in de huidige situatie voorzien van functie ‘Agrarisch-Bedrijf’. De carréhoeve en de bijbehorende tuingronden worden in de toekomstige situatie voorzien van de functie ‘Wonen’ (circa 2.300 m²). Het voor ‘Wonen’ aangewezen bouwvlak is op de plankaart behorende bij het voorliggende TAM-omgevingsplan strak rond de bestaande hoeve gelegd. Het bouwvlak, waarbinnen maximaal drie woningen zijn toegestaan (de voormalige bedrijfswoning en twee nieuwe woningen) heeft een oppervlakte van circa 346 m².
Behoudens de bestaande bebouwing, waaronder de achter de hoeve gelegen voormalige fruitsorteerloods, biedt voorliggend TAM-omgevingsplan geen mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe bijgebouwen. De agrarische gronden gelegen achter de carréhoeve – waaronder de fruitboomgaard – worden voorzien van de functie ‘Agrarisch met waarden’. Op basis van deze functie is de uitoefening van een agrarisch bedrijf niet meer toegestaan; hobbymatig agrarisch gebruik is enkel nog toegestaan. Als onderdeel van deze functiewijziging wordt het vigerende agrarische bouwvlak geschrapt. Dit bouwvlak had een totale oppervlakte van circa 6.474 m², waarvan reeds circa 653 m² is bebouwd. Dit betekent dat circa 5.800 m² aan onbenut bouwvlak wordt geschrapt. Dit betekent een drastische verkleining van de bebouwingsmogelijkheden op het perceel. Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plan niet leidt tot een verdere verstening van het buitengebied, maar juist tot een forse beperking van de bebouwingsmogelijkheden. Bovendien wordt met de realisering van het plan een toekomstbestendige invulling gegeven aan bestaande, Rijksmonumentale bebouwing. Hiermee vindt een dusdanige ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaats, dat een financiële kwaliteitsbijdrage niet aan de orde is. 3.6.7 Conclusie Het voorliggende plan voldoet aan de beleidsuitgangspunten van de gemeente Eijsden-Margraten.
TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 42 -
Toelichting
d
4 Fysieke leefomgeving 4.1 Beschermen van de gezondheid 4.1.1 Wettelijk kader
In artikel 1.3 Ow zijn de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet aangegeven. De wet, zo is beschreven, is gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. op het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze in het voorliggende TAM-omgevingsplan rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. De vraag die daarbij wordt gesteld is of de vaststelling van deze omgevingsplanwijziging leidt tot (mogelijk) ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. In de navolgende paragrafen 4.2 t/m 4.12 komen de aspecten die hierbij een rol spelen aan de orde.
4.2 Milieubelastende activiteiten Volgens artikel 1 Ow en de daarbij behorende bijlage is een milieubelastende activiteit een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringstechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit. Regels over milieubelastend activiteiten zijn opgenomen in het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving), het Bkl (in de vorm van instructieregels) en in de bruidsschat (afdeling 22.3 van het Tijdelijk Omgevingsplan van de gemeente Eijsden-Margraten). Instructieregels In paragraaf 5.1.4 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen van milieuhygiënische aard. Het betreft de aspecten geluid door activiteiten, geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen, luchtkwaliteit, trillingen, windturbines, bodemkwaliteit en geur. In het kader van het voorliggende plan zijn relevant: paragraaf 5.1.4.2 Bkl (geluid door activiteiten): zie hiervoor paragraaf 4.3; paragraaf 5.1.4.2a Bkl (geluid door wegen): zie hiervoor paragraaf 4.3; paragraaf 5.1.4.1 Bkl (luchtkwaliteit): zie hiervoor paragraaf 4.4; paragraaf 5.1.4.5 Bkl (bodemkwaliteit): zie hiervoor paragraaf 4.5. In paragraaf 5.1.2 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen inzake veiligheid (externe veiligheid); zie hiervoor paragraaf 4.6.
De overige aspecten uit de instructieregels (geluid door spoorwegen en industrieterreinen, trillingen, windturbines en geur) zijn niet relevant voor dit omgevingsplan. Bruidsschat TOP Ten aanzien van het voorliggende plan is er geen sprake van milieubelastende activiteiten waarvoor in het Bal noch in de bruidsschat van het tijdelijke omgevingsplan specifieke regels zijn opgenomen.
TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 43 -
Toelichting
4.3 Geluid d 4.3.1 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Voor belangrijke geluidbronnen zoals wegen, spoorwegen en industrieterreinen zijn via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De geluidregels hebben een tweezijdige werking, zowel voor het realiseren van geluid veroorzakende functies en activiteiten als voor het realiseren van geluidgevoelige functies en activiteiten. Onderhavig plan Het besluitgebied ligt niet in een geluidaandachtsgebied van wegen. De Dorpsstraat betreft een 30 km/uur-weg met een verkeersintensiteit van minder dan 1.000 voertuigbewegingen per etmaal. Hierdoor kent deze weg geen geluidaandachtsgebied voor wat betreft wegverkeerslawaai. Het besluitgebied is ook niet gelegen binnen een geluidaandachtsgebied van andere (spoor-)wegen en/of industrieterreinen. 4.3.2 Geluid door activiteiten Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag in de Omgevingswet en in het Bkl. In deze subparagraaf wordt het aspect geluid door activiteiten behandeld.
Het gaat dan om geluid afkomstig van bestaande activiteiten die in de nabijheid van de geprojecteerde woning plaatsvinden en die mogelijk een belemmering vormen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de geprojecteerde woningen. Daarbij prevaleren de bestaande rechten van de aanwezige activiteiten boven de nieuwe woningen. Mocht er sprake zijn van overschrijding van normen vanwege de bestaande activiteiten op de beoogde woonfunctie dan zal het plan voor de woonfunctie moeten worden aangepast. Onderhavig plan Geluid van omliggende functies op de beoogde woningen Bij het beoordelen van de invloedsfeer van geluidbronnen onder de oude Wro vormde de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) een hulpmiddel. Deze publicatie geeft richtlijnen over de aan te houden afstanden van (bedrijfs)functies ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen. Deze VNG-publicatie biedt handvatten om te bepalen of de geluidbelasting die wordt gegenereerd vanuit nieuwe activiteiten belemmeringen oplevert voor een goed woon- en leefklimaat voor de omliggende woningen. Deze VNG-publicatie is sinds invoering van de Omgevingswet niet meer bruikbaar voor nieuwe omgevingsplannen onder de Omgevingswet. In oktober 2024 is de Handreiking Activiteiten en milieuzonering uitgebracht.
Handreiking Activiteiten en milieuzonering (2024) Activiteiten en milieuzonering is een hulpmiddel waarmee kan worden ingeschat of een activiteit voor wat betreft de benodigde gebruiksruimte voor geluid (en geur) in een bepaald gebied inpasbaar is en anderzijds of een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaatbaar is, gelet op de gebruiksruimte van een aanwezige, bestaande activiteit. In deze publicatie is aangegeven dat deze zich richt op: rustige woonwijk (overwegend of uitsluitend woonfuncties), waarbij slechts incidenteel niet-woonfuncties plaatsvinden en gemengde gebieden met wonen (stedelijke gebieden waar sprake is van functiemenging door de aanwezigheid van andere functies zoals detailhandel, maatschappelijke functies, zorg, horeca of onderwijs). In het onderstaand figuur is de ligging van de verschillende zones ten opzichte van een rustige woonwijk en gemengd gebied weergegeven:
TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 44 -
Toelichting
d
Systematiek milieuzonering
Voor wat betreft het aspect geluid zijn er in de omgeving van het besluitgebied geen bedrijven of activiteiten aanwezig die een belemmering (kunnen) vormen voor de beoogde ontwikkeling. In paragraaf 4.11.1 van deze motivering is meer informatie opgenomen ten aanzien van milieuzonering. 4.3.3 Conclusie Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en geluid door activiteiten vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van een grondgebonden woning.
4.4 Kwaliteit van de buitenlucht 4.4.1 Wettelijk kader De regelgeving rondom de luchtkwaliteitseisen is opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. De overheid beoordeelt vanuit de Omgevingswet vooral de luchtkwaliteit van aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO 2) of fijnstof (PM10). Deze aandachtsgebieden zijn aangewezen in artikel 5.51 lid 2 en 3 Bkl. De gemeente EijsdenMargraten valt niet onder deze aandachtsgebieden. Omgevingswaarden Bkl In artikel 2.4 Bkl staan de omgevingswaarden voor stikstofdioxide. Hiervoor gelden de volgende ten hoogste toelaatbare concentraties: - 200 μg/m³ uurgemiddelde, dat ten hoogste achttien maal per kalenderjaar wordt overschreden; en - 40 μg/m³ als kalenderjaargemiddelde. In artikel 2.5 Bkl staan de omgevingswaarden voor stikstofdioxide. Voor PM 10 gelden de volgende ten hoogste toelaatbare concentraties: - 50 μg/m³ als 24-uurgemiddelde, dat ten hoogste 35 maal per kalenderjaar wordt overschreden; en - 40 μg/m³ als kalenderjaargemiddelde. Blootstellingscriterium Het bevoegd gezag toetst en monitort de luchtkwaliteit op plaatsen waar representatieve blootstelling is. Alleen als de blootstelling voldoende lang of 'significant' is, moet het bevoegd gezag de omgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof toetsen.
Die omgevingswaarden zijn er om de gezondheid van mensen te beschermen op plaatsen waar zij verblijven. Dit uitgangspunt heet ook wel het ‘blootstellingscriterium’. Bij de blootstellingsduur gaat het om de gemiddelde verblijftijden TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 45 -
Toelichting
van personen op een plek. Daarin is geen onderscheid naar hooggevoelige groepen zoals kinderen, zieken of ouderen of het type verblijf. Het bevoegd gezag toetst niet als de blootstellingsduur kort is d vergeleken met de middelingstijd van de omgevingswaarde. Dan is er geen significante blootstelling. Deze middelingstijd hangt af van de omgevingswaarde waarvoor een toets nodig is. Uitgaande van de omgevingswaarden vanuit het Bkl is voor stikstofdioxide (NO2) de jaargemiddelde norm bepalend. De middelingstijd voor NO2 is daarom vrijwel altijd een jaar. Voor fijnstof (PM10) is de daggemiddelde norm bepalend. De vraag is dus of de beoogde gebruiksduur in verhouding tot een jaar respectievelijk een dag significant is. Als voorbeeld van ‘significant ten opzichte van een jaar’ kan gedacht worden aan: - woningen, andere voor wonen bestemde gebouwen en woonboten; - kinderopvang; - basisscholen en scholen voor middelbaar en hoger onderwijs; - verzorgings- en bejaardentehuizen; - revalidatie-instellingen; - gebouwen waar personen langdurig verblijven (met uitzondering van werkplekken of kantoorgebouwen). Denk bijvoorbeeld aan gevangenissen en asielzoekerscentra.
Als voorbeeld van ‘significant ten opzichte van een dag’ kan gedacht worden aan: - tuinen bij woningen en bij andere voor wonen bestemde gebouwen; - recreatiewoningen en campings; - sport- en recreatieterreinen zoals buitenzwembaden, speelplaatsen, parken en pretparken; - havens voor recreatievaartuigen; - badinrichtingen in oppervlaktewater. Omdat woningen significant ten opzichte van een jaar worden geacht dient getoetst te worden aan de omgevingswaarden. NIBM: in hoeverre verslechtert de nieuwe activiteit de luchtkwaliteit Toetsen aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit is volgens artikel 5.53 Bkl niet nodig als een project of activiteit weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging (‘niet in betekende mate’ ofwel NIBM). Concreet betekent dit dat indien het toelaten van activiteiten leidt tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM 10 van 1,2 μg/m³ of minder (tenzij het gaat om een veehouderij). In artikel 5.54 Bkl zijn de standaardgevallen NIBM aangewezen. Het bouwen van woningen behoort tot deze standaardgevallen. Bij één ontsluitingsweg geldt een ondergrens van 1.500 woningen, dat wil zeggen dat de bouw van 1.500 woningen NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en dat daarvoor dus geen toetsing hoeft plaats te vinden.
4.4.2 Onderzoek Het bovenstaande in ogenschouw nemende kan voor de te realiseren woning het volgende worden aangegeven. Bestaande situatie: luchtkwaliteit projectlocatie De actuele luchtkwaliteit op en rond de projectlocatie is raadpleegbaar in de Atlas Leefomgeving. Uit de Atlas Leefomgeving volgt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de directe omgeving van de projectlocatie lager liggen dan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld (voor NO 2 6,69 µg/m³, ‘Goed’, Atlas Leefomgeving d.d. 11.08.2025) en voor PM10 12,99 µg/m³ (‘Goed’, Atlas Leefomgeving d.d. 11.08.2025). Deze concentraties liggen (ver) beneden de grenswaarden. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft de actuele luchtkwaliteit in de omgeving van het besluitgebied.
TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 46 -
Toelichting
NIBM: nieuwe activiteit In de in het voorgaande beschreven ‘regeling d niet in betekenende mate’ is in artikel 5.54 Bkl vastgelegd dat het ‘omslagpunt’ voor wat betreft de verslechtering van de luchtkwaliteit ligt bij de realisering van 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. Aangezien in het voorliggende plan slechts twee woningen worden toegevoegd, kan worden geconcludeerd dat deze ontwikkeling NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties ten aanzien van dit plan. 4.4.3 Conclusie Middels de vaststelling van het voorliggende TAM-omgevingsplan worden twee nieuwe woningen toegevoegd. Het omslagpunt voor wat betreft de verslechtering van de luchtkwaliteit ligt op de toevoeging van 1.500 bij één ontsluitingsweg. Gesteld kan dan ook worden dat de toevoeging van twee nieuwe wooneenheden niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de vaststelling van de wijziging omgevingsplan.
4.5 Bodemkwaliteit 4.5.1 Wettelijk kader Voorafgaand aan het volgen van een ruimtelijke procedure dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Ter bescherming van de gezondheid zijn in het Bkl instructieregels voor de bodemkwaliteit opgenomen. Deze inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het Aanvullingsbesluit bepaalt daarbij voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De gemeente stelt als bevoegd gezag de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage Vb van het Bkl. Deze toelaatbare kwaliteit is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. 4.5.2 Onderzoek Besluitgebied Ter voorbereiding van het onderhavige plan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.