20260526 05c Bijlage Motivering
Tekst van het document
Binnen deze functie mag uitsluitend worden gebouwd indien en voor zover zulks nodig is voor de inrichting ten behoeve van de onderliggende bestemming verenigbaar is met beheer, behoud en ontwikkeling van de karakteristiek van het beschermd dorpsgezicht. De beoogde ontwikkeling voorziet in een nieuwe woning die passend is binnen de cultuurhistorische waarden van Moerslag. Daarnaast wordt de bestaande verouderde stal aan de noordzijde van het besluitgebied gesloopt. Dit leidt in combinatie met de realisering van de woning tot een kwaliteitsverbetering ter plaatse. 4.9.3 Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor het beoogde bouwplan.
4.10 Klimaatadaptatie 4.10.1 Risico’s van weersextremen en overstromingen In Nederland leidt klimaatverandering tot hogere temperaturen, meer (extreme) neerslag, drogere zomers en een stijgende zeespiegel. Het gaat daarbij niet alleen om geleidelijke veranderingen. Extreem weer, zoals hittegolven en forse regen- en hagelbuien, zal steeds vaker voorkomen en tot
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 44 -
Toelichting
meer schade en slachtoffers leiden. De risico’s voor de gebouwde omgeving op schade bij de verschillende thema’s zijn samenvattend: d - hitte kan leiden tot ongezonde opwarming in gebouwen en stress: meer zieken, ziekenhuisopnamen, sterfgevallen en verminderde arbeidsprestatie/toename arbeidsverzuim. - droogte kan leiden tot schade aan funderingen van gebouwen en infrastructuur, natuur, agrarische gewassen en schade aan bomen en groenvoorzieningen in de bebouwde omgeving. In combinatie met hitte kan droogte leiden tot natuur- en bermbranden. De schade aan de biodiversiteit wordt steeds groter omdat de veerkracht uit het systeem verdwijnt. De openbare ruimte en bermen kampen met een slechte bodemkwaliteit waardoor de schade door weersextremen alleen maar groter wordt. - wateroverlast als gevolg van extreme buien kan leiden tot schade aan gebouwen en infrastructuur (directe en indirecte schade) en tot uitval van delen van vitale en kwetsbare functies, zoals energie, telecom, IT-voorzieningen, hoofdinfrastructuur. - overstromingen kunnen leiden tot sterftegevallen, schade aan gebouwen en infrastructuur en tot uitval van vitale en kwetsbare functies. Naast materiële en economische schade, kan het voorkomen van bijvoorbeeld wateroverlast en overstromingen ook leiden tot emotionele schade en een gevoel van onveiligheid.
4.10.2 Risico’s van verminderde biodiversiteit in steden De toenemende druk op de beschikbare ruimte kan ten koste gaan van natuur en biodiversiteit, zowel in nieuw als bestaand stedelijk gebied. De aanwezigheid van een gezond functionerend stedelijk ecosysteem met ruimte voor water en natuur heeft veel positieve effecten. Het draagt het bij aan geluidisolatie, vermindering van luchtvervuiling, verbetering van de waterbergingscapaciteit, vastgoedwaardestijging, bestuiven van gewassen, beperken van plaaginsecten en meer biodiversiteit. Natuur levert een positieve bijdrage aan de gezondheid van de inwoners van steden en dorpen, zowel fysiek als mentaal, en bevordert sociale contacten. Kortom: een natuurinclusieve inrichting kan een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van actuele maatschappelijke opgaven, zoals klimaatmitigatie en -adaptatie, (drink)waterkwaliteit, biodiversiteitsherstel en een gezonde leefomgeving. 4.10.3 Klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit: een voor de hand liggende combinatie Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen en inrichten dragen beide bij aan een aantrekkelijke leef- en vestigingslocaties met meer groen en ruimte voor water in de bebouwde omgeving.
Meer groen en een vitale bodem dragen bij aan de infiltratiecapaciteit van de bodem, houden water beter vast en zorgen voor schaduw (met name bomen en pergola’s) en verkoeling tijdens hete periodes. (Openbaar) groen met een hoge diversiteit en met inheemse vegetatie draagt bij aan het verbeteren van de leefgebieden van diersoorten in de gebouwde omgeving. Kortom: minder verharding en meer (inheemse en diverse) bomen, struiken en groenstroken leveren een belangrijke bijdrage aan zowel klimaatadaptatie als aan het versterken van de biodiversiteit. Zorgplichten regenwater en grondwater perceeleigenaar De zorgplicht voor afvloeiend hemelwater en het nemen van grondwatermaatregelen is vastgelegd in de Omgevingswet. De gemeente is verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen, waarvan de eigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. Met andere woorden: de zorgplicht begint bij de perceeleigenaar. Bij de verwerking van overtollig regenwater op percelen speelt in de praktijk het afkoppelen van de afvoer van regenwater van de riolering een belangrijke rol. Bij de verwerking van het afgekoppelde regenwater en de daarbij gehanteerde lozingsroute (in de bodem of naar het oppervlaktewater) is het van belang om rekening te houden met het feit dat afstromend regenwater niet altijd schoon is.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 45 -
Toelichting
4.10.4 Hittestress d Hitte is een van de thema’s van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, naast droogte, wateroverlast en overstroming. Steden houden door verstening meer warmte vast, waardoor het daar ’s nachts tot 7 graden warmer kan zijn dan in het buitengebied: dit wordt het stedelijk hitteeilandeffect genoemd. De mate waarin het hitte-eilandeffect optreedt, varieert: hoe warm het ergens wordt, hangt af van de lokale ruimtelijke kenmerken. De meest bepalende factoren hierin zijn het aandeel bebouwd oppervlak, het aandeel verhard oppervlak en het aandeel groen oppervlak. De toenemende hitte-extremen hebben verschillende effecten, zoals gezondheid, veiligheid, natuur, landbouw en infrastructuur. Er zijn diverse maatregelen om hitte te beperken, zoals het aanpassen van gebouwen en infrastructuur, het vergroenen van tuinen, openbare ruimte en bedrijventerreinen en het aanpassen van gedrag. De ladder van koeling kan houvast bieden bij de keuze van specifieke maatregelen. De ladder van verkoeling bevat vier treden: - zorgen voor een verkoelende omgeving (bijv. met bomen of groen dak); - warmte weren (bijvoorbeeld met screens of zonwering); - passief koelen (bijvoorbeeld met nachtventilatie); - milieuvriendelijke actieve koeling (bijvoorbeeld met warmtepomp).
Een integrale aanpak, waarin andere klimaatthema’s worden meegenomen (bijvoorbeeld droogte of wateroverlast) heeft hierin de voorkeur. Huidige situatie hittestress op de projectlocatie (bron: Klimaateffectatlas) Gevoelstemperatuur (Klimaateffectatlas: hittestress gevoelstemperatuur - nu en 2050) Op de projectlocatie is de huidige situatie met betrekking tot hittestress ongunstig. Het is een zeer warme plek (gevoelstemperatuur 39-40°C). De voorspelde situatie in 2050 laat een verdere verhoging van de gevoelstemperatuur zien (42-43°C). Dit zal deels veroorzaakt worden door de warmte-uitstraling van de aanwezige geasfalteerde wegen in de omgeving, maar in overwegend stenige gebieden zoals dorpskernen zal de temperatuur vrij sterk stijgen. Op onderstaande afbeeldingen zijn de verschillen voor nu en 2050 weergegeven (bron: Klimaatatlas):
Hittestress gevoelstemperatuur – huidig
Hittestress gevoelstemperatuur – 2050-hoog
Wijze waarop het plan rekening houdt met klimaatadaptatie In de huidige situatie is de projectlocatie is een deels verhard terrein en is derhalve reeds sprake van een warme plek. Het onderhavige plan voorziet enerzijds in de toename van bebouwing door de bouw van de nieuwe woning en anderzijds het verwijderen van de oude stal en de verhardingen aan de achterzijde van de locatie van de beoogde woning. Per saldo zal het verhard oppervlak afnemen. Daarnaast wordt de beoogde woning ingepast met groenelementen. Het toepassen van
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 46 -
Toelichting
groenelementen en de afname van het verhard oppervlak is bevorderlijk voor het voorkomen van hittestress. d 4.10.5 Droogte Het KNMI Klimaatsignaal’21 laat zien dat de neerslagpatronen veranderen. Droogte kan een bedreiging vormen voor de waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid in ons land. Wanneer er watertekorten optreden, kan dit leiden tot schade aan landbouw en natuur. Bovendien is er onder droge omstandigheden in de zomer een grotere kans op natuurbranden. Droogte kan ook leiden tot (extra) bodemdaling. Om de gevolgen van droogte te beperken zijn vele methoden beschikbaar. Naast het vasthouden van water in de bodem door het verbeteren van de bodemstructuur, kan water op particuliere percelen worden vastgehouden. Ook in de bedrijfsvoering zijn er besparingsof circulatiemogelijkheden. Hergebruik van waterstromen kan bijdragen om tekorten in droge periodes te beperken. Burgers kunnen maatregelen nemen om het water niet te verspillen. Perceeleigenaren kunnen hun tuin zo inrichten dat ze in natte perioden water opvangen, dat ze in een droge periode kunnen gebruiken om de tuin te besproeien. Huidige situatie droogte in het plangebied (bron: klimaateffectatlas) Het risico op droogtestress is op de projectlocatie laag, zowel in de huidige situatie als in 2050.
Wijze waarop het plan rekening houdt met klimaatadaptatie Er zijn geen specifieke maatregelen voorzien gelet op droogtestress, vanwege het lage risico op deze locatie. Wel wordt hemelwaterafkoppeling op eigen perceel gerealiseerd conform de regels van het Waterschap Limburg. Hierdoor wordt water vastgehouden en geïnfiltreerd op eigen terrein. 4.10.6 Wateroverlast Wateroverlast is een van de thema’s van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, naast hitte, droogte en de gevolgbeperking van overstromingen. Uit de KNMI’14 scenario’s blijkt dat de hoeveelheid jaarlijkse neerslag toeneemt, evenals de intensiteit van de buien. Hierdoor is er een grotere kans op wateroverlast. Er zijn drie typen wateroverlast: 1. Wateroverlast door kortdurende hevige neerslag (vaker in de zomer); 2. Wateroverlast door langdurige neerslag (meestal in de winter); 3. Grondwateroverlast. De gevolgen van deze drie typen overlast variëren en zijn onder andere afhankelijk van de plaats waar de neerslag valt: in landelijk gebied of in de bebouwde omgeving, in een hellend of vlak gebied, in een (groot) watersysteem met veel berging of klein systeem met beperkte berging. Om de gevolgen van wateroverlast te beperken, is het van belang om de omgeving in te richten met het oog op veranderingen. Een gezonde bodembiodiversiteit speelt een belangrijke rol bij het beperken van wateroverlast.
Een gezonde bodem betekent betere infiltratie en opslag van water. De kwaliteit van de bodem hangt samen met de hoeveelheid vrije ruimte in de bodem. De sponswerking van een samengeperste bodem is erg laag. Door het verbeteren van de bodembiodiversiteit wordt de vrije ruimte vergroot, met als gevolg minder wateroverlast. Met natuuroplossingen, zoals wadi’s, graslanden en bomen, kan er op dit gebied al veel worden bereikt. Aangezien eigenaren verantwoordelijk zijn voor de afwatering van hun eigen terrein, is het ook passend dat zij maatregelen treffen door een gebouw of tuin regenbestendig(er) te maken. Door klimaatverandering neemt de kans op stortbuien en langdurige neerslag toe. Neerslag (hemelwater) stroomt vanaf verhard oppervlak (zoals bebouwing of bestrating) naar de openbare riolering. De openbare riolering moet het afstromende hemelwater van veel gebouwen en TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 47 -
Toelichting
verharding verwerken. De capaciteit van het riool is bij zo’n forse regenbui niet altijd toereikend. Als de riolering het aanbod van hemelwaterdniet meer aan kan, kan dit tot ernstige wateroverlast leiden en tot schade aan gebouwen of infrastructuur. Daarnaast kan het aanbrengen van verharding leiden tot afname van de biodiversiteit. Verharding biedt immers nauwelijks geschikte leefruimte voor flora en fauna. Huidige situatie wateroverlast in het besluitgebied (bron: klimaateffectatlas) Het besluitgebied is volgens de Klimaatatlas niet gevoelig voor wateroverlast. Ten aanzien van zware buien is met name de weg Moerslag zelf gevoelig. Dit blijkt uit de kaart ‘waterdiepte bij een hevige bui’ (70 mm resp. 140 mm/2 uur). De locatie is niet bijzonder gevoelig voor wateroverlast. Wijze waarop het plan rekening houdt met klimaatadaptatie Het onderhavige plan voorziet in een watervoorziening op het terrein en toename van groen oppervlak binnen de projectlocatie. Hiermee wordt wateroverlast als gevolg van hevige buien verminderd omdat het water op eigen terrein eerst wordt opgevangen en vervolgens langzaam kan infiltreren.
4.11 Bedrijfsmatige activiteiten 4.11.1 Bedrijfsactiviteiten In de nabijheid van onderhavig besluitgebied is geen sprake van bedrijfsactiviteiten waarvan de richtafstanden (geur, stof, geluid en gevaar) over het besluitgebied reiken. De agrarische bedrijfsfunctie aan de Moerslag 5/5a is reeds gesaneerd middels de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Moerslag 5/5a te Sint Geertruid’ en vormt derhalve geen belemmering voor het onderhavige planvoornemen. 4.11.2 Spuitzones Omdat het op agrarische percelen in de regel is toegestaan drift veroorzakende chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken ten behoeve van de bescherming van de op de agrarische gronden te telen gewassen, dient aandacht te worden geschonken aan de invloed van deze gewasbeschermingsmiddelen op omliggende gevoelige functies zoals wonen. In het kader daarvan dienen initiatiefnemers bij het realiseren van nieuwe geluidgevoelige functies aangrenzend aan agrarische percelen te borgen dat binnen een straal van 50 meter van de gevoelige functie geen (chemische) bestrijdingsmiddelen worden toegepast. Besluitgebied Binnen een straal van 50 meter van de beoogde woonfunctie zijn meerdere agrarische percelen gelegen. Dit betreft de percelen kadastraal bekend als gemeente Margraten, sectie R, nummers 202, 205 en 419 en sectie S, nummers 16 en 17.
In de navolgende afbeelding zijn de agrarische percelen binnen 50 meter van de woonfunctie weergegeven middels een rode omlijning en arcering:
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 48 -
Toelichting
d
Afstand 50 meter vanaf woonfunctie
De eigenaren van de betreffende percelen zijn door initiatiefnemers benaderd en hebben schriftelijk bevestigd in te stemmen met een spuitvrije zone zoals aangeduid op de bij het voorliggende TAM-omgevingsplan behorende plankaart. Hiermee wordt publiekrechtelijk gewaarborgd dat binnen 50 meter van de woningbouwontwikkeling geen bestrijdingsmiddelen mogen worden gebruikt. Een groot gedeelte van de spuitvrije zone aan de zuidzijde van het besluitgebied komt overeen met de spuitvrije zone zoals opgenomen in de juridische regeling behorende bij het bestemmingsplan ‘Moerslag 5/5a te Sint Geertruid’.
4.12 Toetsing m.e.r.-beoordeling 4.12.1 Wettelijk kader In paragraaf 16.4.2 Ow en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven aan welke regelgeving voor de milieueffectrapportage getoetst dient te worden. Of een besluit m.e.r.-plichtig is of m.e.r.-beoordelingsplichtig kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Ob, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 Ob. In kolom 1 van Bijlage V zijn de projecten genoemd die m.e.r.-(beoordelings)plichtig en in kolom 4 zijn de besluiten genoemd waarvoor de m.e.r.-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming wordt verleend; in dit geval is dat een omgevingsvergunning. Of een besluit m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig is volgt uit kolom 2 respectievelijk 3.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 49 -
Toelichting
Dit project kan worden ondergebracht in categorie J11 van de lijst uit Bijlage V, waarin de term ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ is benoemd. dHiervoor geldt geen m.e.r.-plicht, maar wel een m.e.r.beoordelingsplicht bij aanleg, wijziging of uitbreiding, maar dan alleen in het kader van een omgevingsplan. 4.12.2 Onderzoek Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:RVS:2020:729, d.d. 11 maart 2020), een casus waarbij na sloop van een schoolgebouw twaalf rijwoningen worden gebouwd, valt op te maken dat de vraag of sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r., afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. In de voornoemde uitspraak is aangegeven dat de bouw van twaalf woningen na sloop van een schoolgebouw, gelet op de beperkte omvang ervan, niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar is in de casus van deze uitspraak sprake van een toename van de bebouwingsmogelijkheden en van gewijzigd gebruik van het perceel, maar dat betekent niet dat de ontwikkeling waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject.
Daarbij is van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is. Het onderhavige plan maakt de bouw van een nieuwe woning mogelijk en voorziet daarnaast in het beperken van de bebouwingsmogelijkheden ten behoeve van de verbetering van de landschappelijke waarden ter plaatse. De ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaande bebouwingslint in Moerslag, kan worden geconcludeerd dat onderhavig plan – in analogie met de voorgenoemde uitspraak – geen stedelijk ontwikkelingsproject omvat. Derhalve is een plan-m.e.r.notitie. 4.12.3 Conclusie Dit plan kan niet worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in categorie J11 van de lijst uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit. Het opstellen van een plan-m.e.r.notitie.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 50 -
Toelichting
5 Uitvoerbaarheid
d
5.1 Economische uitvoerbaarheid De Omgevingswet biedt ruimte voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor de ontwikkeling van gebieden zal ook de overheid vaak kosten moeten maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van openbare voorzieningen en het wijzigen van het omgevingsplan. De aanleg van voorzieningen vindt in veel gevallen plaats voor rekening van de gemeente. De initiatiefnemers van de ontwikkeling profiteren meer van de aanleg van die voorzieningen dan andere burgers en bedrijven. Om die reden is het gerechtvaardigd om de kosten te verhalen op de initiatiefnemers. De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Onderhavig plan Ten behoeve van het onderhavige bouwplan wordt ten behoeve van het kostenverhaal een anterieure overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer van het plan en de gemeente EijsdenMargraten.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Algemeen Bij het onderzoek naar de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt vooroverleg gevoerd met instanties die belangen hebben op de gronden van de ontwikkeling, wordt participatietraject doorlopen en wordt de procedure opgestart. In deze paragraaf zijn de resultaten daarvan verwoord. 5.2.2 Vooroverleg instanties De gemeente Eijsden-Margraten heeft vooroverleg gevoerd met de instanties. Daarbij zijn opmerkingen ingekomen: P.M. 5.2.3 Participatie P.M. 5.2.4 Procedure Op de vaststelling van het TAM-omgevingsplan is de uniforme uitgebreide voorbereidingsprocedure ex afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. De gemeente legt het ontwerp TAM-omgevingsplan en de bijbehorende stukken voor een periode van zes weken ter inzage. Gedurende deze termijn wordt eenieder in de gelegenheid gesteld een mondelinge dan wel schriftelijke zienswijze op de stukken in te dienen. Voorliggend TAM-omgevingsplan heeft van [datum] tot en met [datum] ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is [aantal] zienswijze(n) ingediend.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 51 -
Toelichting
6 Juridische regeling
d
6.1 Opzet regelgeving 6.1.1 De Omgevingswet en het omgevingsplan Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze nieuwe wet bundelt alle regels dien betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Tot 1 januari 2024 golden in gemeenten meerdere bestemmingsplannen. Vanaf 1 januari heeft iedere gemeente één omgevingsplan dat voor het volledige grondgebied van de gemeente geldt. Dit omgevingsplan (ook wel het ‘tijdelijk omgevingsplan’/TOP genoemd) bestaat uit alle vóór 1 januari 2024 geldende bestemmingsplannen. Tevens bevat het tijdelijk Omgevingsplan alle regels voor de fysieke leefomgeving op Rijksniveau, die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn overgeheveld naar gemeenten. Deze regels worden ook wel de ‘bruidsschat’ genoemd. 6.1.2 TAM-IMRO/ TAM-omgevingsplan TAM-IMRO is een hulpmiddel voor gemeenten die hun omgevingsplan nog niet kunnen of willen wijzigen middels STOP-TPOD. Deze gemeenten kunnen ervoor kiezen om gebruik te maken van TAM-IMRO (TAM: Tijdelijke Alternatieve Maatregel/ IMRO: Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) om hun omgevingsplan te wijzigen. Hiertoe dient een TAM-omgevingsplan te worden opgesteld. Een TAM-omgevingsplan lijkt op een bestemmingsplan onder de Wet ruimtelijke ordening, maar dient te voldoen aan de Omgevingswet.
Een TAM-omgevingsplan bestaat uit regels, een plankaart en een motivering en wordt gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl door gebruikmaking van de IMRO-standaard. Het TAM-omgevingsplan maakt juridisch onderdeel uit van het omgevingsplan, maar ziet eruit als een losstaand plan. Het TAM-omgevingsplan vormt een nieuw hoofdstuk van het omgevingsplan. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x Moerslag ong. Sint-Geertruid In de voorgaande hoofdstukken van deze motivering zijn de aan dit TAM-omgevingsplan ten grondslag liggende beleidsuitgangspunten en de verschillende omgevings- en milieuaspecten weergegeven. Een en ander is vertaald in de regels van dit plan. Deze regels voldoen aan de eisen volgend uit de Omgevingswet. Dit hoofdstuk bevat een toelichting op deze regels. Het voorliggend TAM-omgevingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken van een reguliere woning. Het besluitgebied heeft een oppervlakte van 6.586 m² en is kadastraal bekend als gemeente Margraten, sectie R, nummers 202, 203, 205, 402 en 419 en sectie S, nummer 16 en 17.
6.2 Artikelsgewijze toelichting 6.2.1 Preambule De preambule regelt de verhouding tussen het TAM-omgevingsplan en het (tijdelijk) omgevingsplan. In de preambule is vastgelegd dat het TAM-omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk 22x van het omgevingsplan.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 52 -
Toelichting
6.2.2 Hoofdstuk 1: Inleidende regels d Artikel 1: Begrippen In dit artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels van het voorliggende TAM-omgevingsplan. Artikel 2: Toepassingsbereik De vaststelling van een TAM-omgevingsplan leidt er niet toe dat de oude regels uit de /het voormalige bestemmingsplan(nen) die binnen het besluitgebied komen te vervallen. Door het opnemen van een toepassingsbereikverklaring wordt geregeld dat de regels uit het TAMomgevingsplan voorrang hebben op de oude regels, in het geval deze regels strijdig zijn met elkaar. Artikel 3: Meet- en rekenbepalingen In dit artikel zijn regels opgenomen over hoe wordt gemeten bij de toepassing van de regels van het TAM-omgevingsplan. Artikel 4: Algemeen gebruiksverbod In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod opgenomen. Wanneer een dergelijk verbod niet is opgenomen, mogen activiteiten zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd en gelden er geen beperkingen voor die activiteit op basis van het omgevingsplan. Het enkel opnemen van regels die gelden voor bepaalde functies op bepaalde locaties is onvoldoende om het handelen in strijd met deze regels te verbieden of vergunningplichtig te maken.
Artikel 5: Aanvraagvereisten In dit artikel zijn de aanvraagvereisten voor een aanvraag omgevingsvergunning, die zijn vastgelegd in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, van toepassing verklaard op het TAM-omgevingsplan. 6.2.3 Hoofdstuk 2: Functies en activiteiten Artikel 6: functie ‘Agrarisch met waarden’ De gronden rondom de beoogde woning worden grotendeels voorzien van de functie ‘Agrarisch met waarden’. De locaties binnen deze functie mogen worden gebruikt voor agrarisch gebruik, bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water, instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden en de daarmee samenhangende landschapskarakteristiek en het beschermen van aangrenzend natuurgebied. Binnen deze functie is geen bebouwing toegestaan met uitzondering van schuilgelegenheden. Artikel 7: functie ‘Wonen’ Het gedeelte van het besluitgebied aan de noordzijde van de weg Moerslag wordt voorzien van de functie ‘Wonen’. Binnen deze functie is het wonen in woningen toegestaan, met inbegrip van mantelzorg, aan huis gebonden beroepen alsmede gastouderschap. Tevens zijn binnen het volledige functievlak tuinen, erven en verhardingen alsmede waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan.
Het bouwen van gebouwen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het op de plankaart aangegeven bouwvlak, waarbij het aantal wooneenheden niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven. Het bouwen van bijbehorende bouwwerken is enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’. Artikel 8: functie ‘Waarde – Beschermd dorpsgezicht’ Deze functie is opgenomen voor het behoud van ter plaatse bestaande bebouwing, bouwwerken en bebouwde gronden, zowel afzonderlijk als in hun onderlinge samenhang, die een beeld opleveren dat van algemeen belang is vanwege de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap, TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 53 -
Toelichting
de cultuurhistorische waarde en de ruimtelijke structurele samenhang. Het besluitgebied is gelegen in het rijksbeschermd dorpsgezicht ‘Sint d Geertruid, Moerslag en Bruisterbosch’. In de beoordelingsregels voor het bouwen behorende bij de functie ‘Waarde – Beschermd dorpsgezicht’ is vastgelegd dat de bouwactiviteiten enkel zijn toegestaan indien de bouwactiviteiten nodig zijn voor de inrichting ten behoeve van de onderliggende functie en verenigbaar is met beheer, behoud en ontwikkeling van de karakteristiek van het beschermd dorpsgezicht en niet leidt tot een wezenlijke verandering van de aanwezige cultuurhistorische waarden en kwaliteiten en een aantasting van de karakteristiek van het ruimtelijk beeld, met dien verstande dat bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende functie. Artikel 9: functie ‘Waarde – Ecologie’ Deze functie is opgenomen ten behoeve van de instandhouding en versterking van de samenhang tussen abiotische (niet-levende natuur) en biotische (levende natuur) kenmerken van de betreffende besluitgebiedsdelen. Artikel 10: functie ‘Waarde – Landschapselement’ Deze functie regelt primair de instandhouding en herstel van de in het buitengebied aanwezige kleine landschapselementen en de daarmee samenhangende landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede het daarmee samenhangende waterbergend vermogen van de grond.
Artikel 11: functie ‘Waterstaat – Erosie’ Deze functie is opgenomen voor het bestrijden voorkomen van bodemerosie en wateroverlast, het verloren gaat van het voortbrengend vermogen van de bodem en de aantasting van het grondwaterpakket. Binnen de voor deze functie aangewezen locaties is het geheel of gedeeltelijk egaliseren of slechten van graften en het in hun functioneren belemmeren of aantasten van aanwezige of kunstmatige waterbuffers (inclusief aan- en afvoervoorzieningen) niet toegestaan. 6.2.4 Hoofdstuk 3: Algemene regels De algemene regels van het TAM-omgevingsplan gelden voor het gehele besluitgebied. Hier zijn onder meer de algemene gebruiks- en afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Artikel 12: Anti-dubbeltelregel Dit artikel voorkomt dubbeltellingen bij aanvragen om omgevingsvergunning over hetzelfde gebied. Artikel 13: Algemene bouwregels Hierin is aangegeven dat bestaande maatvoeringsafwijkingen als zodanig in stand mogen blijven, maar dat de afwijking niet mag worden vergroot. Artikel 14: Algemene gebruiksregels In dit artikel is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de landschappelijke waarden ter plaatse te beschermen en versterken bij het uitvoeren van bouwactiviteiten. Artikel 15: Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn bepalingen opgenomen inzake het grondwaterbeschermingsgebied en de spuitvrije zone.
Artikel 16: Overige regels In dit artikel wordt het parkeerbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente EijsdenMargraten gewaarborgd.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 54 -
Toelichting
7 Belangenafweging en conclusie d 7.1 Is sprake van een ETFAL? Middels de vaststelling van het voorliggende TAM-omgevingsplan vindt een wijziging plaats van het omgevingsplan van rechtswege (TOP). Hierbij moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Hiervoor zijn in afdeling 5.1 van het Bkl instructieregels opgenomen (deze zijn behandeld in de hoofdstukken 3 en 4 van deze motivering). De vraag bij de vaststelling van de voorliggende wijziging van het tijdelijk omgevingsplan is of het initiatief – het mogelijk maken van de bouw van een grondgebonden woning te Moerslag – leidt tot een situatie waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij de eindafweging dienen alle hiermee samenhangende aspecten, zoals deze in de voorliggende goede onderbouwing zijn behandeld, te leiden tot integrale conclusie/afweging voor de planontwikkeling.
7.2 Conclusie De in deze motivering beschreven ontwikkeling van een grondgebonden woning aan de Moerslag ong. te Sint Geertruid wordt in ruimtelijk en planologisch opzicht aanvaardbaar geacht omdat: -
het plan voldoet aan de instructieregels van Rijk en provincie en aan het Rijks- en provinciaal beleidskader; het plan niet leidt tot significante negatieve effecten op de ruimtelijk-stedenbouwkundige structuur van Moerslag en omgeving; het plan past binnen de ruimtelijke beleidskaders van de gemeente Eijsden-Margraten en aan de regionale beleidskaders; het plan leidt niet tot overtreding van de natuurwetgeving; het plan niet leidt tot aantasting of verlies van archeologische of cultuurhistorische waarden; de hemelwaterafvoer kan op eigen terrein plaatsvinden; er zijn geen overige milieubelemmeringen; de economische uitvoerbaarheid is gewaarborgd.
Resumerend kan worden geconcludeerd dat de realisering van het voornoemde plan in planologisch en ruimtelijk-stedenbouwkundig opzicht aanvaardbaar is en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 55 -