20260526 05c Bijlage Motivering
Tekst van het document
Motivering
Toelichting
Inhoud
d
1 Inleiding 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Besluitgebied ................................................................................................................................. 4 1.3 Omgevingsplan .............................................................................................................................. 5 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 7 2 Planbeschrijving 8 2.1 Bestaande situatie ......................................................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie ..................................................................................................................... 9 2.3 Parkeren ...................................................................................................................................... 10 3 Beleidskader 11 3.1 Rijksbeleid en Rijksregels ............................................................................................................. 11 3.2 Provinciaal beleid .........................................................................................................................
13 3.3 Omgevingswaarden ..................................................................................................................... 21 3.4 Regionaal beleid .......................................................................................................................... 21 3.5 Beleid Waterschap ....................................................................................................................... 23 3.6 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 24 4 Fysieke leefomgeving 28 4.1 Beschermen van de gezondheid .................................................................................................. 28 4.2 Milieubelastende activiteiten ...................................................................................................... 28 4.3 Geluid........................................................................................................................................... 29 4.4 Kwaliteit van de buitenlucht ........................................................................................................ 31 4.5 Bodemkwaliteit ............................................................................................................................
32 4.6 Omgevingsveiligheid .................................................................................................................... 35 4.7 Natuur .......................................................................................................................................... 37 4.8 Water en watersysteem .............................................................................................................. 40 4.9 Archeologie & cultuurhistorie ..................................................................................................... 43 4.10 Klimaatadaptatie ....................................................................................................................... 44 4.11 Bedrijfsmatige activiteiten ......................................................................................................... 48 4.12 Toetsing m.e.r.-beoordeling ...................................................................................................... 49 5 Uitvoerbaarheid 51 5.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 51 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..............................................................................................
51 6 Juridische regeling 52 6.1 Opzet regelgeving ........................................................................................................................ 52 6.2 Artikelsgewijze toelichting ........................................................................................................... 52 7 Belangenafweging en conclusie 55 7.1 Is sprake van een ETFAL? ............................................................................................................. 55 7.2 Conclusie ...................................................................................................................................... 55
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 2 -
Toelichting
Separate bijlagen: 1.
d Janneke in ’t Groen, Landschappelijke inpassingsplan Moerslag 16, Sint Geertruid, d.d. 02.06.2025;
2.
Spider Monkey Consultancy, Akoestisch onderzoek toelaten van een geluidgevoelig gebouw, aan de Moerslag 16 Sint Geertruid, projectnummer ROVL230802, d.d. 29.02.2024;
3.
Geonius Milieu B.V., Vooronderzoek Moerslag 16 te Sint-Geertruid, documentnummer MA230566.RO1.V1.0, d.d. 30.10.2023;
4.
Econsultancy, Rapport verkennend bodemonderzoek, Moerslag 16, Sint Geertruid, rapportnummer 25406.001, d.d. 08.07.2024;
5.
Econsultancy, Rapport nader bodemonderzoek, Moerslag 16, Sint Geertruid, rapportnummer 25406.002, d.d. 11.10.2024;
6.
Vandewall Planologisch Advies, AERIUS-berekening VPA2023.62.AERIUS, d.d. 19.04.2024;
7.
FF Advies, Voortoets stikstof voor de locatie Moerslag 16 Sint Geertruid, rapportnummer R202430-A, d.d. 21.05.2024;
8.
Ecolybrium, Rapportage quickscan ecologische waarden Moerslag 16 te Sint Geertruid, kenmerk 23-1498, d.d. 08.11.2023;
9.
Geonius, Infiltratieadvies t.b.v. nieuwbouw a/d Moerslag 16 te Sint Geertruid, documentnummer GA231421.R01.V1.0, d.d. 08.05.2024.
Moerslag
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 3 -
16
Sint
Geertruid,
Toelichting
1 Inleiding
d
1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens een vrijstaande grondgebonden woning te realiseren op de locatie Moerslag ong. Sint Geertruid aan de noordelijke zijde van het gehucht Moerslag. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Margraten, sectie R, nummer 202. Hiermee wordt een woning toegevoegd waaraan behoefte bestaat en wordt door het verwijderen van verouderde bebouwing een kwalitatieve impuls gegeven aan de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur in het gehucht Moerslag. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het tijdelijk deel van het Omgevingsplan van de gemeente Eijsden-Margraten, waarvan de juridische regeling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Margraten 2009’, onderdeel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient het tijdelijke deel van het Omgevingsplan te worden gewijzigd middels de vaststelling van voorliggende TAM-omgevingsplan. Hiermee kunnen de juiste functies (zoals ‘Wonen’ en ‘Agrarisch met waarden’) en bouwvlakken aan delen van het besluitgebied worden toegekend.
1.2 Besluitgebied Ligging Het besluitgebied is gelegen op de percelen kadastraal bekend gemeente Margraten, sectie R, nummer 202 (ged.), 203 (ged.), 205 (ged.), 402 (ged.) en 419 (ged.) en de percelen kadastraal bekend gemeente Margraten, sectie S, nummer 16 (ged.) en 17 (ged.). Het besluitgebied is gelegen ten zuidwesten van de kern Sint Geertruid in het gehucht Moerslag tussen de woningen Moerslag 12 en Moerslag 14. Verder is een gedeelte van het besluitgebied gelegen aan de overzijde van de weg Moerslag. In de huidige situatie zijn binnen het besluitgebied de tuin behorende bij de woningen Moerslag 14 en 16, een oude stal en verhardingen aanwezig. De begrenzing van het plangebied is aangegeven op onderstaande overzichtskaart:
Overzichtskaart plangebied
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 4 -
Toelichting
1.3 Omgevingsplan d Het onderhavige besluitgebied is thans juridisch-planologisch geregeld in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (TOP) van de gemeente Eijsden-Margraten. In dit TOP zijn de juridische regelingen van het voormalige bestemmingsplan ‘Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1e herziening’, het bestemmingsplan ‘Moerslag 5/5a te Sint Geertruid’ en het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren Eijsden-Margraten’ geïntegreerd. Deze onderliggende regelingen komen in het navolgende aan de orde. Bestemmingsplan ‘Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1e herziening’ In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1e herziening’ is het besluitgebied gedeeltelijk bestemd tot ‘Wonen’, gedeeltelijk tot ‘Agrarisch – Bedrijf’ en gedeeltelijk tot ‘Agrarisch met waarden’. Verder gelden ter plaatse de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Ecologie’, ‘Waarde – Beschermd dorpsgezicht’, ‘Waterstaat – Erosie’ en ‘Waarde – Landschapselement’ en de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ en ‘milieuzone – bodembeschermingsgebied’. De begrenzing van het besluitgebied is hierop middels een rode omlijning weergegeven:
Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1e herziening’
In het navolgende worden de geldende enkelbestemmingen, dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen beschreven. Enkelbestemming ‘Wonen’ In de huidige situatie is het besluitgebied grotendeels reeds tot bestemd tot ‘Wonen’ met aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden – 2’. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van mantelzorg, aan-huis-gebonden-beroepen en agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis en de daarbij behorende voorzieningen. Enkelbestemming ‘Agrarisch – Bedrijf’ Het gedeelte van het besluitgebied op het perceel gemeente Margraten, sectie S, nummer 17 is bestemd tot de functie ‘Agrarisch – bedrijf’. De voor ‘Agrarisch- Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijven met een geheel of in hoofdzaak grondgebonden agrarische
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 5 -
Toelichting
bedrijfsvoering, bestaande agrarische bedrijven met een geheel of in hoofdzaak nietgrondgebonden agrarische bedrijfsvoering met d de daarbij behorende voorzieningen. Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ Het overige gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Margraten, sectie S, nummer 17 en het perceel kadastraal bekend als gemeente Margraten, sectie R, nummer 419 is voorzien van de functie ‘Agrarisch met waarden’. De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: - agrarisch gebruik; - bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; - instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden en de daarmee samenhangende landschapskarakteristiek; - bescherming van het aangrenzend natuurgebied; met daaraan ondergeschikt: - ontsluiting van de afzonderlijke percelen ten behoeve van het toegestane gebruik; - recreatief medegebruik; - voor wandel-, ruiter-, fiets- wielren- en mountainbike-evenementen op bestaande wegen/paden waarbij de bepalingen in artikel 42.3 van de regeling in acht worden genomen.
Dubbelbestemming ‘Waarde – Ecologie’ De voor ‘Waarde – Ecologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de ander daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en versterking van de samenhang tussen abiotische (niet-levende natuur) en biotische (levende natuur) kenmerken van de betreffende plangebiedsdelen. Dubbelbestemming ‘Waarde – Beschermd dorpsgezicht’ De voor ‘Waarde – Beschermd dorpsgezicht’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaande bebouwing, bouwwerken en bebouwde gronden, zowel afzonderlijk als in hun onderlinge samenhang, die een beeld opleveren dat van algemeen belang is vanwege de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap, de cultuurhistorische waarde en de ruimtelijke structurele samenhang. Dubbelbestemming ‘Waarde – Landschapselement’ De voor ‘Waarde – Landschapselement’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en herstel van de in het buitengebied aanwezige kleine landschapselementen en de daarmee samenhangende landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede het daarmee samenhangende waterbergend vermogen van de grond.
Strijdigheid met bestemmingsplan ‘Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1e herziening’ De gronden zijn in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Margraten 2009, inclusief 1e herziening’ bestemd tot ‘Wonen’. Binnen deze functie mogen gebouwen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ worden gerealiseerd. Binnen het bouwvlak mag ten hoogste het aangeduide ‘maximum aantal wooneenheden’ worden gebouwd. De beoogde woning is gesitueerd buiten het op in de verbeelding opgenomen bouwvlak en overschrijdt tevens het toegestane aantal wooneenheden. In de huidige situatie zijn immers al twee woningen aanwezig binnen het bouwvlak (Moerslag 14 en 16).
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 6 -
Toelichting
Bestemmingsplan ‘Moerslag 5/5a te Sint Geertruid’ Het zuidelijk gedeelte van het besluitgebiedd (perceel MGT02 S 17) is thans juridisch-planologisch geregeld in het bestemmingsplan ‘Moerslag 5/5a te Sint Geertruid’ (vastgesteld d.d. 02.04.2024). Op basis van de regeling bij dit bestemmingsplan is in aanvulling op het voorgaande enkel een aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ opgenomen. Binnen de aanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ is het gebruik maken van chemische gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of verspuitbare middelen die leiden tot schadelijke effecten op het goed woon- en leefklimaat niet toegestaan. Parapluplan Parkeren Eijsden-Margraten Het paraplubestemmingsplan ‘Parkeren Eijsden-Margraten’ (vastgesteld d.d. 25.09.2018) is opgesteld om eenduidige parkeernormen voor de hele gemeente Eijsden-Margraten vast te leggen. De in dat plan opgenomen regeling is, conform de doeleinden van het paraplubestemmingsplan, overgenomen in het voorliggende TAM-omgevingsplan.
1.4 Leeswijzer De motivering bij het TAM-omgevingsplan bestaat uit zeven hoofdstukken, waarvan de indeling heeft plaatsgevonden conform de Leidraad TAM Omgevingsplan Eijsden-Margraten (d.d. 30.04.2024) van de gemeente Eijsden-Margraten. Na dit inleidende eerste hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het besluitgebied gegeven met de huidige ruimtelijke, functionele of andere structuren die daarbinnen aanwezig zijn en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 worden de beleidskaders op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weergegeven en wordt afgewogen of de voorliggende ontwikkeling daarbinnen inpasbaar is. In hoofdstuk 4 komen de aspecten van de fysieke leefomgeving aan de orde en worden onder andere de resultaten van uitgevoerde onderzoeken besproken. hoofdstuk 5 beschrijft de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan en hoofdstuk 6 handelt over de opbouw van de juridische regeling van dit TAM-omgevingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de planregels. In hoofdstuk 7 wordt afgesloten met de belangenafweging en eindconclusie.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 7 -
Toelichting
2 Planbeschrijving
d
2.1 Bestaande situatie Het besluitgebied is gelegen in het gehucht Moerslag ten zuidwesten van de kern Sint Geertruid. Het besluitgebied is kadastraal bekend als gemeente Margraten, sectie R, nummers 202, 203, 205 402 en 419 en sectie S, nummers 16 en 17 en heeft een totale oppervlakte van 6.586 m². Op de navolgende luchtfoto is het besluitgebied middels een rode omlijning weergegeven:
Luchtfoto besluitgebied
Het besluitgebied is gelegen aan de noordzijde van het gehucht Moerslag aan weerszijden van de weg Moerslag. In de bestaande situatie bestaat het gedeelte van het besluitgebied aan de noordzijde van de weg Moerslag uit de tuin behorende bij de bestaande woningen aan de Moerslag 14 en 16, een oude stal en verhardingen. Aan de achterzijde van de stal is een aantal agrarische percelen aanwezig. Het perceel aan de overzijde van de weg Moerslag is in gebruik als weide en is onverhard en onbebouwd. De navolgende foto’s geven een beeld van de bestaande situatie:
Huidige situatie tuin Moerslag 14 en 16
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 8 -
Toelichting
d
Huidige situatie weide overzijde Moerslag
2.2 Toekomstige situatie Het voorliggende TAM-omgevingsplan voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van de bouw van een vrijstaande levensloopbestendige grondgebonden woning aan de noordzijde van de weg Moerslag tussen de woningen aan de Moerslag 12 en 14. Verder voorziet het TAMomgevingsplan in maatregelen ten behoeve van een verbetering van de ruimtelijke en cultuurhistorische waarden van Moerslag. Bouwplan Door Architectenbureau Huygen Atelier 46 is een bouwplan vervaardigd voor de realisering van een vrijstaande grondgebonden levensloopbestendige woning. Ten behoeve van het bouwplan worden de bestaande stal aan de noordzijde van het besluitgebied en verhardingen verwijderd. In de navolgende afbeelding wordt de voetprint van de beoogde woning middels een gele kleur weergegeven.
Situatietekening beoogde woning (bron: Huygen Atelier 46)
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 9 -
Toelichting
De beoogde woning wordt gerealiseerd in d één bouwlaag met een voetprint van 178 m². Aan de zuidzijde van de woning zal een garage worden gerealiseerd. Verder wordt aan de achterzijde van de woning een terras gerealiseerd.
Plattegrond begane grond (bron: Huygen Atelier 46)
2.3 Parkeren Het onderhavige bouwplan voorziet in de realisering van één vrijstaande grondgebonden woning. Gelet op de bepaling van de parkeerbehoefte conform de thans gebruikte methodiek (op basis van de richtcijfers van het CROW) in de gemeente Eijsden-Margraten is Moerslag gekwalificeerd als ‘buitengebied’, met de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’. De beoogde woning dient aangemerkt te worden als functie ‘koop, vrijstaand’. Derhalve dient het onderhavige plan te voorzien in 2,8, afgerond 3 parkeerplekken op eigen terrein. Middels de garage en de oprit is voldoende ruimte gecreëerd voor drie parkeerplekken op eigen terrein.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 10 -
Toelichting
d
3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid en Rijksregels 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Met de NOVI biedt het Rijk een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. De NOVI stelt daarbij een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties en met meer urgentie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteit: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam (circulair) economisch potentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Onderhavig plan Eén van de uitgangspunten die in de NOVI zijn vastgelegd is de ambitie om te voorzien in de grote, actuele woningbehoefte.
Met de realisering van een grondgebonden vrijstaande woning in het buurtschap Moerslag levert het onderhavige plan een bijdrage aan deze ambitie. 3.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s) In Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten bij het opstellen van het omgevingsplan in acht moeten nemen. Deze instructieregels kunnen worden opgevat als de minimale vereisten waaraan een omgevingsplan in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) dient te voldoen. Onderhavig plan Vanuit afdeling 5.1 van het Bkl (Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties) gelden voor het onderhavige besluitgebied met name instructieregels voor het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van waterbelangen, het beschermen van de gezondheid en van het milieu en de bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. Deze aspecten komen in het navolgende aan de orde. Waarborgen van de veiligheid In Bijlage VI van het Bkl onder C. sub a. is aangegeven dat woningen gezien moeten worden als een kwetsbaar gebouw. Volgens de huidige, beschikbare Atlas Leefomgeving is het besluitgebied niet gelegen binnen explosie-, brand of gifwolkaandachtsgebieden van infrastructuur en/of bedrijven met gevaarlijke stoffen.
Vanuit de instructieregels van het Rijk is er geen belemmering voor deze ontwikkeling. Dit aspect is verder uitgewerkt in paragraaf 4.6 van deze motivering. Beschermen van de waterbelangen In paragraaf 5.1.3 Bkl zijn instructieregels voor de bescherming van de waterbelangen opgenomen. Het gaat dan hoofdzakelijk om primaire waterkeringen, kustfundamenten, grote rivieren en grote wateren. Deze zijn voor het voorliggende plan niet relevant, aangezien het onderhavige besluitgebied buiten het stroomvoerend rivierbed of het waterbergend winterbed van waterwegen TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 11 -
Toelichting
gelegen is. Wél is de algemene instructieregel zoals vastgelegd in artikel 5.37 Bkl relevant, die aangeeft dat rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het (beheer van het) d watersysteem. Welke aspecten voor het voorliggende plan daarbij aan de orde zijn is verwoord in paragraaf 4.8 van deze motivering. Beschermen van de gezondheid en van het milieu In paragraaf 5.1.4 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen van milieuhygiënische aard. Het betreft de aspecten luchtkwaliteit, geluid door activiteiten, geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen, trillingen, windturbines, bodemkwaliteit en geur. Deze aspecten komen - voor zover relevant voor het onderhavige besluitgebied - aan de orde in paragraaf 4.2 tot en met 4.5 van deze motivering. Beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed In paragraaf 5.1.1.5 (artikel 5.130) is het belang van het behoud van het cultureel erfgoed vastgelegd (zowel erfgoed als archeologie). Naast instructieregels ter voorkoming van aantasting van cultureel erfgoed en archeologische monumenten is tevens de mogelijkheid opgenomen om in het omgevingsplan onderzoek naar archeologische waarden verplicht te stellen. Daarbij geldt te allen tijde een ondergrens van 100 m² voor archeologisch onderzoek. Meer hierover in relatie tot dit plan is opgenomen in paragraaf 4.9 van deze motivering.
In paragraaf 5.1.5.4 (artikel 5.129g. van het Bkl, ‘zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand’) is de motiveringseis van de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met toepassing van deze motiveringsplicht worden nieuwe stedelijke ontwikkeling gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin dit gebied ligt. Deze motivering is in het navolgende opgenomen. De Ladder voor duurzame verstedelijking voor onderhavig plan Allereerst dient de voorvraag te worden gesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Onderhavig plan Voorvraag: is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? De ladder van duurzame verstedelijking is van toepassing op stedelijke ontwikkelingen die plaatsvinden buiten het bestaand stedelijk gebied van een gemeente. De definitie van een ‘stedelijke ontwikkeling’ is beschreven in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ staat in dit artikel als volgt omschreven: “Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Voorvraag: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Alvorens het onderhavige bouwplan te toetsen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking dient eerst de voorvraag te worden beantwoord: is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (NSO)? Een NSO is een ruimtelijke ontwikkeling van bijvoorbeeld een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens jurisprudentie is de Ladder van toepassing op functieveranderingen en nieuwbouw van een ‘zekere omvang’. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in eerdere uitspraken kaders gegeven over welke ontwikkelingen als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ moeten worden beschouwd. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord.
Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de volgende ontwikkelingen niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kwalificeren: enkele gebouwen voor verblijfsrecreatie, de aanleg van een weg, een windpark met 35 windturbines, een bedrijfsgebouw met een oppervlakte van maximaal 400 m² en 11 woningen. TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 12 -
Toelichting
Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige bouwplan, dat voorziet in de realisering van één d grondgebonden vrijstaande woning, niet als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ in de zin van de Ladder van duurzame verstedelijking kan worden beschouwd. De ‘Ladder’ is derhalve niet toepassing op het plan, hetgeen niet wegneemt dat de behoefte aan de beoogde woningen dient te worden gemotiveerd. De behoefte aan de woningen is gemotiveerd in de paragrafen 3.2 en 3.3 en 3.6. Overige instructieregels Voor het overige zijn er vanuit afdeling 5.1 geen instructieregels van het Rijk van toepassing op het onderhavige plangebied. 3.1.3 Conclusie Resumerend kan worden aangegeven dat voldaan wordt aan het Rijksbeleid en dat op basis van de uitwerkingen in hoofdstuk 4 van deze motivering ook aan de instructieregels van het Rijk zoals opgenomen in het Bkl kan worden voldaan.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) In het kader van de toekomstige Omgevingswet hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg d.d. 01.10.2021 de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) vastgesteld. Om goed in te kunnen spelen op de Limburgse kansen en uitdagingen in de leefomgeving is een visie nodig voor de langere termijn (2030 - 2050), waarin allerlei onderwerpen aan bod komen, zoals wonen, bodem, infrastructuur, energie, economie, landbouw, water, natuur, landschap en cultureel erfgoed, maar ook gezondheid en de gezonde leefomgeving. De provincie zoekt naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en vrije tijd besteden. Afwegingen hierbinnen geschiedt op basis van de onderstaande Limburgse principes: - streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid; - de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. - meer stad, meer land. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld.
- zorgvuldig omgaan met de ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Ingezet wordt op een sociaal-economische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In lijn met de Omgevingswet gaat de Omgevingsvisie uit van het voorzorgsbeginsel; preventief handelen, milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestrijden en de vervuiler betaalt. Onderhavig plan Limburgse principes - Algemeen Het onderhavige besluitgebied is conform de bij de POVI behorende kaart ‘Limburgse principes’ gelegen binnen de zone ‘Groenblauwe mantel’. In de zone ‘Groenblauwe mantel’ blijft de grondgebonden landbouw de belangrijkste functie en is de agrarische sector tevens de belangrijkste beheerder. Er zijn binnen deze zone mogelijkheden voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer die bijdragen aan de instandhouding en versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 13 -
Toelichting
Op veel plekken zijn in de rivier- en beekdalen in de loop der tijd steden en dorpen tot ontwikkeling gekomen. Die bebouwde gebieden maken geen d deel uit van de groenblauwe mantel, maar staan er wel mee in verband. Gemeenten hebben de motiveringsplicht om in de toelichting op nieuwe omgevingsplannen of omgevingsplanactiviteiten in de groenblauwe mantel aan te geven hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten in de betreffende gebieden wordt omgegaan. Bij nieuwe ontwikkelingen zal rekening gehouden moeten worden met de aanwezige omgevingskwaliteiten, maar ook met regionale afspraken ten aanzien van de ontwikkeling van onder meer wonen, bedrijventerreinen, detailhandel en vrijetijdseconomie. Ten aanzien het onderhavige plan kan worden aangegeven dat de beoogde ontwikkeling leidt tot een verbetering van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden ter plaatse. Middels het voorliggende TAM-omgevingsplan wordt de bouw van een grondgebonden woning mogelijk gemaakt. Verder wordt door het saneren van een deel van de woonbestemming, de agrarische bedrijfsbestemming en het beperken van de bebouwingsmogelijkheden wordt de landschappelijke en stedenbouwkundige waarde gewaarborgd. Limburgse principes – Woningbouw Limburg kent verstedelijkte en landelijke gebieden. Deze maken deel uit van een grensoverschrijdend netwerk van steden en landschappen.
De provincie wil de variatie in gebieden koesteren en zet zowel in op duurzame verstedelijking als op de transitie van het landelijk gebied. Dit houdt in dat steden en dorpen compact blijven en stedelijke functies daar geconcentreerd worden. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen horen in principe thuis in bestaand bebouwd gebied. Volgens de POVI wordt onder bestaand bebouwd gebied (in relatie tot wonen) het stedenbouwkundig samenspel oftewel samenhangende structuur van op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing verstaan, met een overwegende woonfunctie, waar veel mensen per oppervlakte eenheid daadwerkelijk wonen. Feitelijk onderscheidt de provincie binnen bestaand bebouwd gebied drie categorieën: stedelijk gebied, landelijke kernen en linten/clusters. Geconcludeerd kan worden dat het besluitgebied is gelegen in een bebouwingscluster in het buitengebied en daarmee binnen het door de provincie gedefinieerde ‘bestaand bebouwd gebied’. Het plan past daarmee binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Limburg. Ten aanzien van het thema wonen is voorts aangegeven dat een woningaanbod/planvoorraad gewenst is waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. Derhalve voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. Alle woningbouwontwikkelingen worden beschouwd als provinciaal belang.
Het onderhavige plan voorziet in de bouw van een levensloopbestendige grondgebonden woning. Daarmee levert het initiatief een bijdrage aan de kwalitatieve behoefte in de gemeente EijsdenMargraten. Deze ontwikkeling wordt dan ook als een positieve ontwikkeling beschouwd. Een toetsing aan het regionale en gemeentelijke woningbouwbeleid is beschreven in de paragrafen 3.4 en 3.6 van deze motivering. 3.2.2 Instructieregels provincie (Omgevingsverordening) Artikel 8.0b, lid 1 van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een omgevingsplanwijziging, naast de instructieregels van het Rijk ook de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen. Onderhavig plan Vanuit de Omgevingsverordening gelden voor het onderhavige besluitgebied, gelet op de inhoud van het plan, instructieregels voor woningbouw, klimaatadaptatie, het beschermingsgebied Einstein Telescope, het uitsluitingsgebied windturbines en de overstromingskans. Deze aspecten komen in het navolgende aan de orde. TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 14 -
Toelichting
Woningbouw d In paragraaf 12.1.1 van de Omgevingsverordening is de instructieregel opgenomen dat de motivering bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen beschrijft dat: a) rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en hoofdstuk 5 (Wonen en leefomgeving) van de provinciale Omgevingsvisie; b) sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c) over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d) het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring; e) realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid van realisatie van deze woningen komt te vervallen. Onderhavig plan Het onderhavige plan voldoet aan de gestelde criteria. Aan het criterium onder sub a. wordt voldaan, hetgeen reeds is beschreven in deze motivering onder het kopje ‘Provinciale Omgevingsvisie’. Ten aanzien van sub b. kan het volgende worden aangegeven.
Vooraf: Woondeal Limburg Op 9 maart 2023 is de Woondeal Limburg ondertekend door de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de provincie Limburg, alle Limburgse gemeenten, Waterschap Limburg en de Limburgse woningcorporaties. De Woondeal Limburg is de regionale uitwerking van de Nationale Woon- en Bouwagenda. Met de Nationale Woon- en Bouwagenda wil de Rijksoverheid het woningtekort in heel Nederland terugdringen. De nationale opgave betreft de bouw van 980.000 woningen tot en met 2030, waarvan twee derde in het betaalbare segment. In Limburg hebben de gezamenlijke gemeenten en de provincie met elkaar afgesproken 26.550 woningen voor de periode tot en met 2030 te bouwen. Eveneens hebben de partners een ambitie genoemd om 20.000 extra woningen te bouwen indien de situatie erom vraagt. In de Woondeal Limburg is afgesproken om in de eerste periode (2022-2024) 16.561 woningen toe te voegen. Op 29 oktober 2024 de Woonmonitor 2024 is gepubliceerd. De Woonmonitor is een jaarlijkse rapportage waarin de relevante en actuele ontwikkelingen op de Limburgse woningmarkt worden geschetst aan de hand van de meest recente beschikbare cijfers. De Nederlandse woningmarkt – en tevens de Limburgse woningmarkt – verkeren in zwaar weer. Er is een tekort aan woningen, waardoor veel mensen moeite hebben om een geschikte woning te vinden.
Er zijn lange wachttijden voor sociale huurwoningen en de huizenprijzen zijn de afgelopen jaren sterk gestegen. Voor starters met een modaal inkomen wordt het steeds moeilijker om een betaalbaar huis te kopen. De behoefte aan betaalbare en goede woningen is daarom groot. In 2023 groeide de Limburg bevolking met bij 5.000 personen tot ruim 1,13 miljoen inwoners. Meer dan de helft van deze groei vond plaats in Maastricht. De bevolkingsgroei in 2023 is meer dan gehalveerd ten opzichte van de groei van ruim 10.000 personen in 2022. Er was echter geen sprake van groei in alle Limburgse gemeenten. In 12 van de 31 gemeenten nam de bevolking af, voornamelijk in Zuid-Limburg. Volgens de Progneff- en CBS-prognoses zal de gehele Limburgse bevolking nog een aantal jaren doorgroeien en vervolgens zal de bevolking weer afnemen. De bevolking van Zuid-Limburg neemt nu al af, terwijl de bevolking in Midden-Limburg na 2030 zal afnemen en in Noord-Limburg na 2035.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 15 -
Toelichting
Limburg telde eind 2023 ruim 554.400 particuliere huishoudens. In 2023 zijn er ruim 5.800 particuliere huishoudens in Limburg bij gekomen, waarvan 95% éénpersoons huishoudens. Verder d is ook de zelfstandige woningvoorraad toegenomen tot bijna 534.000 zelfstandige woningen. De Limburgse woningvoorraad bestaat voor 26% uit appartementen en voor 60% uit koopwoningen. Bijna 38.000 woningen zijn zorggeschikt en 44% van deze woningen is zelfstandig. De provincie Limburg streeft niet alleen naar het realiseren van kwantitatief voldoende woningen, maar tevens naar een woningvoorraad met voldoende kwaliteit. De woningvoorraad is op veel plekken relatief oud. Ruim een derde van de woningen in Limburg dateert van voor 1965. Daarnaast behoort Zuid-Limburg tot de regio’s met de meest verslechterende staat van de woningvoorraad. Om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de Limburgse woningmarkt registreren alle Limburgse gemeenten hun woningbouwplannen en -realisaties in de Plancapaciteitsmonitor. Op basis van deze cijfers zijn de afgelopen 9 jaar met kleine schommelingen jaarlijks steeds meer woningen gerealiseerd in Limburg. In 2023 zijn er bruto bijna 4.000 woningen gerealiseerd, netto zijn dit ruim 3.300 woningen. Dit is een kleine daling ten opzichte van 2022. Per saldo zijn er 2.700 nieuwbouwwoningen gerealiseerd en 898 nieuwe woningen door functiewijzigingen.
De gehele plancapaciteit is in 2023 toegenomen tot bijna 43.000 bruto toevoegingen en ruim 4.500 onttrekkingen. Het netto saldo bestaat ui 38.470 woningen. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat van alle geplande toevoegingen 35% harde plancapaciteit bedraagt (ruim 13.000 onherroepelijk en bijna 2.000 vastgesteld) en 65% zachte plancapaciteit (ruim 7.500 in de ontwerpfase en ruim 20.000 in de ideefase). De zachte plancapaciteit dient nog verder uitgewerkt te worden voordat er garantie is dat deze woningen ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. De beschikbare plancapaciteit in Limburg wordt verder gekenmerkt door zeer veel kleinschalige woningbouw. In bijna driekwart van de plannen worden tien of minder woningen toegevoegd. Kortom: er is nog steeds grote behoefte aan betaalbare woningen, zowel in de huursector als in de koopsector, voor de doelgroepen starters, senioren, één- en tweepersoons huishoudens en gezinnen. De behoefte die in de Woonmonitor 2023 werd geconstateerd is nog steeds actueel, zij het dat deze behoefte nog evidenter is geworden doordat het aantal nieuwe woningen dat in 2023 is gerealiseerd licht is gedaald ten opzichte van 2022. Het onderhavige bouwplan sluit aan bij de actuele woningbehoefte die in de Woonmonitor 2024 is geconstateerd voor de regio Zuid-Limburg.
De beoogde woning is geschikt voor ouderen en daarmee passend in de behoefte zoals beschreven in de Woonmonitor 2024. Ten aanzien van sub c. kan worden aangegeven dat op basis van de Regionale Woonvisie ZuidLimburg woningbouwplannen dienen te worden afgestemd. De gemeente Eijsden-Margraten zal zorgdragen voor de regionale afstemming van het plan. Ten aanzien van sub d. zal de gemeente Eijsden-Margraten zorg moeten dragen voor het opnemen van de extra woning in de monitoringssystematiek van de provincie Limburg. Ten aanzien van sub e. kan worden aangegeven dat de woning zeker binnen de aangegeven periode van vijf jaar zal worden gerealiseerd. Dit zal worden vastgelegd in de anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer. Het voorliggende plan kan voldoen aan de in de Omgevingsverordening aangegeven criteria ten aanzien van nieuwe woningen. Klimaatadaptatie Conform artikel 3.5 van de OvL bevat de motivering bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 16 -
Toelichting
is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om dde risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt op het gebied van wateroverlast, overstroming en droogte. Door klimaatverandering nemen hittestress, wateroverlast, droogte en de kans op overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor onze gezondheid, veiligheid en economie. Daarnaast staan de kwaliteit van de natuur en de biodiversiteit onder druk. Ook in de gebouwde omgeving. Het is van groot belang dat de gemeente zich aanpast aan deze veranderingen. De overheid, maatschappelijke organisaties, inwoners en bedrijven werken aan de benodigde aanpassingen voor het omgaan met extreme weersomstandigheden en het versterken van de biodiversiteit, zodat dit het nieuwe normaal wordt. De afwegingen inzake klimaatadaptatie zijn opgenomen in paragraaf 4.10 van deze motivering. Beschermingsgebied Einstein Telescope In de Omgevingsverordening is aangegeven dat een plan dat betrekking heeft op een gebied binnen het beschermingsgebied ‘Einstein Telescope’ geen activiteiten toelaat die zijn genoemd in artikel 16.1.
Deze activiteiten betreffen het plaatsen of hebben van een windturbine, het uitvoeren van een ontgronding met uitzondering van een ontgronding die op grond van de verordening vergunningvrij is of het plegen van een boring of andere ingreep in de bodem dieper dan 100 meter beneden het maaiveld. Van deze activiteiten is in het onderhavige plan geen sprake. Uitsluitingsgebied windturbines In artikel 13.1 is aangegeven dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op het uitsluitingsgebied windturbines, binnen dat gebied geen plaatsing van een windturbine met een masthoogte van 25 meter of hoger toelaat. Van deze activiteiten is in het onderhavige plan geen sprake. Overstromingskansgebied B Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht geldt voor overstromingskansgebied B een gemiddelde overstromingskans 1:10 per jaar als omgevingswaarde. Deze omgevingswaarde is een inspanningsverplichting voor het Waterschap Limburg. De gemeente of de initiatiefnemer van dit plan hebben hier geen rol in. Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg Het besluitgebied is gelegen binnen het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg.
Conform artikel 7.2 van de Omgevingsverordening Limburg dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg een beschrijving te bevatten van: a. de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten; b. de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan; c. de wijze waarop de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Op welke wijze in het onderhavige plan is omgegaan met de kernkwaliteiten wordt nader beschreven in het landschappelijk inpassingsplan. Het landschappelijke inpassingsplan is opgenomen als separate bijlage 1 bij deze motivering. Janneke in ’t Groen, Landschappelijke inpassingsplan Moerslag 16, Sint Geertruid, d.d. 02.06.2025. De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen het rijksbeschermd dorpsgezicht Moerslag-Sint Geertruid – Bruisterbosch en het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Met het inpassingsplan wordt invulling gegeven aan voorwaarde 4 uit de principe-adviesbrief van 19 juli 2023, waarin wordt gevraagd om een landschappelijke inpassingsplan voor de aangrenzende ‘Agrarisch met waarden’-gronden, gericht op het versterken van cultuurhistorische en landschappelijke kernkwaliteiten.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 17 -
Toelichting
Het plan sluit aan op gemeentelijk, provinciaal en rijksbeleid en bevat een voorstel voor de inpassing van de woning in het landschap, inclusief inrichting, beplanting, zichtlijnen en beheer. d Bestaande situatie - het plangebied ligt aan de rand van het gehucht Moerslag en maakt deel uit van het rijksbeschermd dorpsgezicht. - De nieuwe woning is beoogd op het perceel (nr. 202) waar momenteel bebouwing (schuur/verharding) aanwezig is. - Ten westen en oosten liggen agrarische percelen met gras- of akkergebruik. - Enkele solitaire bomen (Prunus avium, Laurier, coniferen, Prunus cerasifera ‘Nigra’) en erfbeplanting (coniferenhaag) zijn aanwezig in en rondom het perceeldeel voor herbestemming. Het kavel wordt aan de west-, noord- en oostzijde omzoomd door een gemengde haag. Aan de voorzijde en of de erfgrens met kavel 203 ligt een lage buxushaag. Het noordelijke deel van het kavel is open grasland dat regelmatig wordt gemaaid. Planbeschrijving - De nieuwe woning wordt gerealiseerd binnen het perceel MGT02 R 202. - De woning wordt gesitueerd binnen het toekomstige bouwvlak. Daarmee blijft het bouwprogramma ruimtelijk compact en wordt aangesloten bij de bestaande bebouwingsstructuur van het gehucht. - De woning wordt landschappelijk ingepast door streekeigen beplanting, het behouden van zichtlijnen en het respecteren van de historische erfstructuur.
- Het ontwerp respecteert het natuurlijke reliëf van het gebied en sluit qua schaal en situering aan op het bestaande gehucht. Kernkwaliteiten Kernkwaliteit Cultuurhistorie De kernkwaliteiten van het rijksbeschermd dorpsgezicht Moerslag – Sint Geertruid – Bruisterbosch vormen het uitgangspunt voor de landschappelijke inrichting van het erf. Vanuit het streven naar behoud van cultuurhistorische samenhang zijn de volgende ontwerpkeuzes gemaakt: - Historische verkaveling en openheid Om de open structuur van het historische gehucht zichtbaar te houden, wordt verharding gesloopt en geen nieuwe erfafscheiding geplaatst in zichtlijnen richting het achterland. Doorzichten vanaf de weg blijven behouden en worden versterkt. - Karakteristieke erfstructuur Aan de noordoostzijde van de woning wordt een lage haag van streekeigen soorten voorgesteld, als verwijzing naar traditionele erfafscheidingen. Ook worden 2-3 hoogstamfruitbomen toegevoegd, passend bij het agrarisch erf van vroeger. Hiermee wordt het erf leesbaar als een ZuidLimburgs dorpserf. - Beplanting in samenhang met bebouwing De aanwezige solitaire bomen en bestaande gemengde haag aan de noord- en westzijde alsook de lage haag aan de straatkant worden behouden, om continuïteit in het dorpsbeeld te waarborgen. Nieuwe aanplant wordt afgestemd op de schaal en het karakter van de historische bebouwing.
- Doorzichten en ritmiek in de lintbebouwing De nieuwe woning wordt zodanig gepositioneerd dat de karakteristieke afwisseling tussen bebouwing en open ruimte behouden blijft. Hierdoor blijft de historische ritmiek van het gehucht herkenbaar in het straatbeeld.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 18 -
Toelichting
Kernkwaliteit landschap Het landschap van Zuid-Limburg wordt gekenmerkt door een afwisseling van open agrarisch d gebied, glooiingen en kleinschalige verkaveling. Moerslag ligt op een overgang van plateau naar beekdal, met karakteristieke zichtlijnen en een sterk leesbare erfstructuur. Het plangebied maakt deel uit van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en ligt binnen het rijksbeschermd gezicht Moerslag–Sint Geertruid–Bruisterbosch. De kernkwaliteit landschap omvat hier onder andere de samenhang tussen het natuurlijke reliëf, openheid, verkaveling en beplanting. De gehuchten zijn vaak gesitueerd op glooiingen of plateauranden, met zicht op het omliggende heuvellandschap. De keuzes voor situering, beplanting en openheid zijn afgeleid van de kernkwaliteiten van het omliggende landschap: -
Behoud van het natuurlijke reliëf De woning wordt binnen het bestaande maaiveld geplaatst, zonder ophoging of afgraving. Hierdoor blijft de glooiing van het terrein zichtbaar en wordt het landschap niet verstoord.
-
Behoud en versterking van openheid Door het verwijderen van de stal en verharding wordt het westelijke deel van het perceel opnieuw leesbaar als open agrarisch landschap. Er wordt geen nieuwe erfafscheiding geplaatst in de zichtlijnen, zodat het zicht op het dalend landschap behouden blijft.
-
Historisch verkavelingspatroon Nieuwe beplanting volgt bestaande perceelsgrenzen en sluit aan bij het kleinschalige patroon van het cultuurlandschap. Daarmee wordt de structuur van het landschap herkenbaar gehouden.
-
Streekeigen beplanting en overgangen Er worden streekeigen soorten toegepast (meidoorn, haagbeuk, hoogstamfruit), gecombineerd met gras- en bloemenmengels die kenmerkend zijn voor het Zuid-Limburgse landschap. Deze elementen zorgen voor een ecologische en visueel zachte overgang naar de omliggende agrarische percelen.
-
Inpassing van de bebouwing De woning is qua oriëntatie, maatvoering en materialisatie afgestemd op de omliggende bebouwing. Dit voorkomt visuele dominantie en zorgt ervoor dat de woning zich voegt in het bestaande bebouwingslint. Inrichtingsvoorstel Beplanting en erfafscheiding - Erfafscheiding noordwestzijde: bestaande gemengde haag blijft behouden; - De 2 solitaire bomen blijven behouden; - Zowel de conifeer alsook de buxushaag naast de solitaire Prunus worden weggehaald. Hierdoor ontstaan nieuwe zichtlijnen vanuit de woning. - De coniferenhaag tussen woning kavel 201 en nieuwe bebouwing wordt weggehaald. - Toevoeging van 2-3 hoogstamfruitbomen (appel/peer) om het beeld van boomgaarden terug te brengen. Aanvullen met een lage gemengde haag (meidoorn, veldesdoorn, haagbeuk) passend bij het Limburgse cultuurlandschap. - Nieuwe delen worden ingezaaid met inheems graszaadmengsel (Cruydthoeck NGW3 Droogschraal grasmengsel). Door gefaseerd maaibeheer op de open delen grasland toe te passen wordt de biodiversiteit versterkt. - Deze open delen grasland worden afgewisseld met stroken ingezaaide inheems bloemenmengsel (streektuinen.nl – mengsel Limburgs heuvelland). Hierdoor ontstaan er stapstenen van hoogwaardige beplanting om de biodiversiteit te versterken. TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 19 -
Toelichting
Verharding en openheid d - De bestaande verharding (zoals genoemd in de brief) wordt grotendeels verwijderd. - Enkel functionele verharding voor toegang naar en rondom huis blijft, bij voorkeur met halfverharding (bijv. dolomiet of grind). Zichtlijnen en doorzichten - Inrichting houdt rekening met open doorzicht vanaf de weg naar het achterland, zoals benoemd in de voorwaarden. - Geen beplanting hoger dan 1 meter in het zichtveld langs de wegoostzijde.
Inrichtingsvoorstel (bron: Janneke in ’t Groen)
3.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat op basis van de beleidsmatige uitwerkingen in paragraaf 3.5 en de aspecten van de fysieke leefomgeving in hoofdstuk 4 van deze motivering worden voldaan aan de instructieregels vanuit de Omgevingsverordening.
TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 20 -
Toelichting
3.3 Omgevingswaarden d Omgevingswaarden zijn bedoeld voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Ook ondersteunen ze bij het zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. Een omgevingswaarde is een van de instrumenten waarmee overheden het beleid van een omgevingsvisie kunnen uitvoeren. Hiermee kan de gemeente, provincie of het Rijk de kwaliteit vastleggen die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om waarden voor de luchtkwaliteit of de waterkwaliteit. Omgevingswaarden van het Rijk volgen vaak uit Europese of andere internationale verplichtingen. De Rijksomgevingswaarden staan in hoofdstuk 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het Rijk heeft in het Bkl, op grond van artikel 2.15 lid 1 van de Omgevingswet, omgevingswaarden vastgesteld voor de luchtkwaliteit, de kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater, de zwemwaterkwaliteit, de veiligheid van primaire waterkeringen en de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk. De provincie is verplicht om omgevingswaarden te stellen voor watersystemen. De provincie stelt omgevingswaarden vast in de omgevingsverordening. Vanuit de Omgevingsverordening Limburg is een omgevingswaarde voor de overstromingskans opgenomen voor dit gebied.
Deze is besproken in subparagraaf 3.2.2. Los van deze verplichtingen mogen gemeenten, Rijk en provincies ook voor andere onderwerpen omgevingswaarden stellen. Voor bijvoorbeeld de geur van veehouderijen of voor lichthinder zijn ook omgevingswaarden denkbaar. Gemeenten mogen alleen omgevingswaarden vaststellen op terreinen waar Rijk of provincie geen omgevingswaarden hebben vastgesteld. Voor dit besluitgebied zijn (nog) geen omgevingswaarden vastgesteld door de gemeente Eijsden-Margraten.
3.4 Regionaal beleid 3.4.1 Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de Zuid-Limburgse gemeenten vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten. Ook erkennen gemeenten met deze gemeenschappelijke aanpak, dat onderlinge concurrentie, zeker met de huidige bevolkingsontwikkeling en de ambities die Zuid-Limburg als kennisregio heeft, leidt tot negatieve effecten die uiteindelijk ten koste gaan van de kracht van de regio. In deze SVWZL staat de transformatieopgave per gemeente centraal in de ontwikkeling van de woningvoorraad. Om de gewenste kwantitatieve omvang van de woningvoorraad te bepalen wordt de transformatieopgave per gemeente uit de Woonmonitor gebruikt als de kwantitatieve koersbepalende opgave om te komen tot een gezonde woningmarkt met voldoende marktspanning. De transformatieopgave wordt bepaald door de combinatie van de leegstand in de woningvoorraad (minus een gezonde frictieleegstand van 2%) en de huishoudensontwikkeling. De transformatieopgave per gemeente wordt tweejaarlijks vastgesteld. De transformatieopgave is een koersbepalende opgave voor de ontwikkeling van de woningvoorraad. De transformatieopgave wordt vastgesteld per gemeente en is beleidsneutraal.
Het betreft daarmee geen afdwingbare bouw-of sloopopgave. In de regio zijn de volgende afspraken gemaakt: - schrappen van programma dat geen toegevoegde waarde meer heeft; - transformatieopgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente; - herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit; TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 21 -
Toelichting
- compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven (in deze volgorde): 1. slopen; d 2. financiële compensatieregeling; 3. gemeente neemt sloopverplichting over en voert deze uit binnen raadstermijn; 4. schrappen bestaande plancapaciteit: 1 nieuwe woning tegen 4 bestaande woningen. 3.4.2 Beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ In vervolg op de SVWZL hebben de Zuid-Limburgse gemeenten gezamenlijk de beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021’ opgesteld. Elke gemeente heeft deze beleidsregel separaat vastgesteld. De strekking van deze beleidsregel is dat ‘goede woningbouwplannen’ niet meer hoeven te worden gecompenseerd. Woningbouwplannen worden beschouwd als goede plannen als zij voldoen aan alle drie de onderstaande criteria: Criterium 1: het plan heeft maatschappelijke meerwaarde Een woningbouwplan heeft maatschappelijke meerwaarde wanneer sprake is van één van de volgende situaties: - aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen; - herstructurering/vervangingsbouw van woningen; - hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw; - aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad; - er wordt voorzien in woningen waaraan een evidente behoefte is, dat zijn met name woonwagens en sociale en middeldure huur- en koopwoningen voor de doelgroep starters en senioren.
Met koopwoningen in deze categorie wordt specifiek bedoeld: woningen die vallen binnen de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG, dit jaar € 405.000 v.o.n.). Toetsing criterium 1 Middels de vaststelling van het voorliggende TAM-omgevingsplan wordt de bouw van één levensloopbestendige grondgebonden woning in het middeldure koopsegment mogelijk gemaakt. De beoogde woning is tevens geschikt voor de doelgroep senioren en voorziet derhalve in een woning waaraan evidente behoefte is. Criterium 2: het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening, artikel 3.1.6, lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: - criterium 2a: het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte; - criterium 2b: het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte. Toetsing criterium 2 Het onderhavige plan voorziet in een levensloopbestendige woning, onder andere geschikt voor senioren. Uit de Woonmonitor 2024 blijkt dat er steeds grote behoefte is aan woningen voor senioren en dat deze behoefte in de komende jaren alleen maar groter zal worden.
Criterium 3: het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. De gemeente Eijsden-Margraten zal zorg dragen voor afstemming in de regio. Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige bouwplan voldoet aan de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en aan de beleidsregel ‘Ruim baan voor goede woningbouwplannen. TAM-omgevingsplan Moerslag ong. Sint Geertruid Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 22 -
Toelichting
3.4.3 Conclusie d Het voorliggende bouwplan voldoet aan de uitgangspunten van het regionaal beleid.
3.5 Beleid Waterschap 3.5.1 Waterschapsverordening Sinds de invoering van de Omgevingswet geldt de Waterschapsverordening van het Waterschap Limburg. In deze verordening zijn ook de regels van de voormalige Keur opgenomen. Deze regels gaan over gedoogplichten, geboden en verboden op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kustwerken. De Waterschapsverordening bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Deze zijn opgenomen in bijlage I van de Waterschapsverordening. Voor het voorliggende besluitgebied zijn in genoemde bijlage geen specifieke uitgangspunten vastgelegd, aangezien in en om de projectlocatie geen watergangen, waterkeringen et cetera gelegen zijn. 3.5.2 Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 Het waterbeleid van de provincie Limburg voor de jaren 2022-2027 staat in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027, dat op 17 december 2021 door Provinciale Staten is vastgesteld. Het is de opvolger van het Provinciaal Waterprogramma 2016-2021. Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de provincie Limburg de komende periode met haar partners wil bereiken op het gebied van water.