20260120 06b NW Visie Strategie Eijsden-Margraten - bijlage visie Correctie
Tekst van het document
OPGESTELD VOOR: Gemeente Eijsden-Margraten // OPGESTELD DOOR: STANTEC BV
Visie 2050 & strategie 2030 energie-, warmtetransitie en circulaire economie Gemeente Eijsden-Margraten 3 november 2025
Inhoud SAMENVATTING
4
1. Inleiding
5
2. Leidende principes
6
3. Toekomstbeeld
7
4. Analyse energie- en warmtetransitie
8
5. Visie en strategie energie- en warmtetransitie
17
6. Visie en strategie circulaire economie
22
7. Overkoepelende activiteiten
28
3
Samenvatting Wereldwijd staan we voor grote uitdagingen op het gebied van klimaatverandering en grondstoffenschaarste. Ook in gemeente Eijsden-Margraten nemen we op dit gebied onze verantwoordelijkheid en hebben we de transitieopgaven hoog op de agenda staan. De overkoepelende opgave voor Eijsden – Margraten is om onze gemeente in de periode tot 2050 energieneutraal en circulair te maken. Dit document beschrijft onze visie voor 2050 en de strategie richting 2030 ten aanzien van de energietransitie, met als belangrijk onderdeel daarvan de warmtetransitie, en de circulaire economie.
Contact Neem voor meer informatie of vragen over dit document contact op met: volledige warmtevraag wordt ingevuld met elektriciteit1 en dat we volledig overstappen op elektrisch vervoer. Om stappen te zetten richting energieneutraliteit, hanteren we tot 2030 de volgende strategie: •
• Energietransitie Voor de energietransitie is het gemeentelijke doel om in 2050 energieneutraal te zijn. Hoofdstuk 5 van dit rapport beschrijft onze strategie om dat doel te bereiken. De rode draad daarin is de energiemix. Dat is het geheel van de verschillende verbruiksvormen van energie: elektriciteit, warmte en brandstoffen. We beschrijven hoe de huidige energiemix eruit ziet, welke verandering daarin noodzakelijk is en welke strategie we kiezen om die verandering te realiseren. Het huidige energieverbruik in Eijsden-Margraten is 2.254 TJ per jaar (peiljaar 2022). Een in deze visie gepresenteerd – mogelijk - toekomstscenario voorziet een reductie van dit energieverbruik tot 972 TJ in 2050. Uitgangspunten daarbij zijn dat de energievraag afneemt door energiebesparing, dat de 1. 2.
• •
•
In het huidige speelveld beperken netcongestie en bovengemeentelijk beleid de mogelijkheden om snelle vooruitgang te boeken in de energietransitie. We focussen echter op wat er wél kan en richten ons tot 2030 op energiebesparing en het maximaliseren van het aandeel zon op dak. Energie die je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. We voeren daarom een actief energiebesparingsbeleid. De gebouwde omgeving en de industrie zijn de prioritaire sectoren Op het gebied van duurzame opwek maximaliseren we het aandeel zonne-energie in de gebouwde omgeving. We houden de mogelijkheid van het realiseren van grootschalige zon en/of wind ná 2030 nadrukkelijk open. De gemeente voert op de prioritaire onderwerpen de regie maar verwacht dat iedereen zijn steentje bijdraagt.
Warmtetransitie De warmtetransitie is een essentieel onderdeel van de energietransitie. In 2026 herijken we onze strategie ten aanzien het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving en leggen deze vast in een warmteprogramma. Ten behoeve van deze
Dit betreft een voorlopige keuze op basis van de transitievisie warmte 2022-2030. In 2026 herijkt gemeente Eijsden-Margraten deze keuze en legt de hernieuwde strategie voor de warmtetransitie vast in een warmteprogramma. De R-ladder is een algemeen gangbaar model dat verschillende stadia van circulariteit beschrijft. Hoe hoger een activiteit op de R-ladder scoort, hoe groter de circulaire impact.
herijking voeren we onder meer onderzoek uit naar de beschikbaarheid van warmtebronnen voor realisatie van een warmtenet. Circulaire economie Het overkoepelende doel in relatie tot het thema circulaire economie is dat we in 2050 een volledig circulaire gemeente zijn. Dat betekent dat we grondstoffen zo vaak en hoogwaardig als mogelijk hergebruiken, dat alle benodigde nieuwe grondstoffen duurzaam zijn geproduceerd en dat we uitsluitend energie uit duurzame bronnen gebruiken. Om dit doel te bereiken kiezen we tot 2030 als gemeente voor een faciliterende rol en hanteren de R-ladder2 als afwegingskader. Met deze uitgangspunten in het achterhoofd stellen we op participatieve wijze een gemeentelijk beleidsplan circulaire economie op. De thema’s circulair inkopen, afval en grondstoffen en bewustwording krijgen daarin in ieder geval een plek. De overige thema’s bepalen we met behulp van een stakeholderdialoog. Tot 2030 staat pionieren en aanjagen centraal, ná 2030 verleggen we de focus naar het realiseren van kwantitatieve impact. Samenwerken, het benutten van koppelkansen en slim inspelen op innovaties zijn belangrijke aandachtspunten voor het beleidsplan circulaire economie.
Gemeente Eijsden-Margraten Esther de Boeye E: Estherdeboeye@eijsden-margraten.nl T:06-15664257
Colofon Dit document is opgesteld door:
Stantec B.V. Stadhuisplein 10 5611 EM EINDHOVEN www.stantec.com/nl Projectnummer: 327300633 Versie
Vrijgegeven door
Datum
Definitief
Anne Tom Pathuis
03-11-2025
4
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Wereldwijd staan we voor grote uitdagingen op het gebied van klimaatverandering en grondstoffenschaarste. De nationale overheid werkt continu aan beleid, wetgeving, programma’s en projecten om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Belangrijke documenten in dit verband zijn onder meer het Klimaatakkoord (2019) het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE, 2023) en het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE, 2023). Regionale en lokale overheden hebben een cruciale uitvoerende taak bij het realiseren van de hierin geformuleerde doelstellingen. Ook in gemeente EijsdenMargraten nemen we op dit gebied onze verantwoordelijkheid en hebben we de transitieopgaven hoog op de agenda staan. Dit document beschrijft onze visie voor 2050 en de strategie richting 2030 ten aanzien van de energietransitie, warmtetransitie en de circulaire economie. In hun onderlinge samenhang vormen deze thema’s een belangrijk element van de gemeentelijke duurzaamheids-aanpak. Om in een complex en dynamisch speelveld een integrale benadering van de thema’s te borgen, is gekozen voor het opstellen van één overkoepelend visie- en strategiedocument.
1.2 Doel van deze visie We zijn in de gemeente de afgelopen jaren reeds uitgebreid aan de slag geweest met de genoemde thema’s. De samenhang en verbinding tussen de thema’s en de bijbehorende projecten ontbreekt tot op heden echter. Dit visie- en strategiedocument heeft daarom een drieledig doel: 1. De transitiethema’s en lopende acties in hun samenhang te bezien en een lange termijn perspectief te schetsen 2. Op basis hiervan een visie richting 2050 te bepalen en strategische prioriteiten te stellen voor de periode tot 2030; 3. Een basis te bieden voor het (separaat) opstellen van concrete uitvoeringsprogramma’s Dit biedt externe partijen die betrokken zijn bij de verschillende transities een duidelijke stip op de horizon en kaders voor de af te leggen route, terwijl de gemeente handvatten heeft om gericht regie te voeren op de uitvoering van de opgave. Uiteraard biedt dit visiedocument daarnaast een grondslag voor periodieke monitoring en evaluatie van de voortgang. 1.3 Doelgroep Deze visie is primair geschreven voor het gemeentebestuur, de ambtelijke organisatie en alle professionele externe partijen die betrokken zijn bij de transitieopgaven. Uiteraard is de koers die we in dit
visiedocument uitzetten óók van groot belang voor inwoners. Ten behoeve van deze doelgroep stellen we separaat een publiekssamenvatting op waarin de kernpunten overzichtelijk op een rij staan. 1.4 De opgave De overkoepelende opgave voor Eijsden – Margraten is om de gemeente in de periode tot 2050 energieneutraal en circulair te maken. Dat betekent dat alle energie die we gebruiken, afkomstig is van hernieuwbare energiebronnen zoals zon en wind. Deze doelstelling sluit aan bij de landelijke Klimaatwet en het Klimaatakkoord (zie hoofdstuk 4), waarin het doel is vastgelegd om de CO2-uitstoot in 2050 te reduceren tot netto 0. Circulair betekent dat we aansluiten bij de principes van een circulaire economie. Daarin zijn nauwelijks nieuwe grondstoffen nodig, omdat we de grondstoffen die al in omloop zijn zo vaak en hoogwaardig mogelijk hergebruiken. Wanneer we toch nieuwe grondstoffen nodig hebben, zijn deze duurzaam geproduceerd, herbruikbaar en algemeen beschikbaar. Deze ambitie sluit aan bij de doelstelling uit het Rijksbrede Programma Circulaire economie (zie hoofdstuk 6) dat een volledig circulaire economie in 2050 tot doel heeft.
Deze opgaven hangen op veel manieren met elkaar samen. Zo doen ze bijvoorbeeld allemaal een beroep op de in Nederland slechts beperkt beschikbare ruimte. En ook vraagstukken rondom algemene publieke belangen als betaalbaarheid, participatie en veiligheid vragen om een integrale afweging. Wanneer we verder inzoomen zien we dat de opgaven ook inhoudelijk aan elkaar raken. Zo is het voor een volledig circulaire economie nodig dat alle energie voor productieprocessen uit duurzame bronnen afkomstig is. Maatregelen om hittestress in de gebouwde omgeving te verminderen, zoals vergroening, zijn mede bepalend voor de wijze van klimaatbeheersing ín gebouwen. Tegelijkertijd is het voor het boeken van concrete vooruitgang van belang de opgaven duidelijk af te bakenen en duidelijke actiepunten te formuleren. In het vervolg van deze visie kiezen we er daarom voor om de opgaven onder een overkoepelende paraplu afzonderlijk uit te werken.
5
1.5 De aanpak De aanpak voor het opstellen van deze visie bestond uit een analysefase en een fase van visie- en strategievorming. De analysefase zag er als volgt uit: - In de beleidsanalyse is het huidige gemeentelijke beleid geanalyseerd in relatie tot de opgave(n) die we in de toekomst verwachten - In de consultatieronde zijn belanghebbenden van uiteenlopende gemeentelijke afdelingen en de verantwoordelijke portefeuillehouder geconsulteerd. Dit is gedaan in de vorm van een gemeenschappelijke ambtelijke werksessie en enkele individuele gesprekken. - Specifiek voor de energietransitie is bovendien een energieanalyse uitgevoerd die een kwantitatief inzicht geeft in de huidige situatie en mogelijke toekomstscenario’s. De op deze manier verkregen informatie en inzichten zijn gebruikt voor het overkoepelend bepalen van: • Een toekomstbeeld 2050 dat beschrijft hoe de gemeente er in 2050 uit kan zien; • Leidende principes: algemene publieke belangen om beleidskeuzes aan te toetsen Vervolgens is per thema de visie en strategie bepaald, door achtereenvolgens: • De opgave te formuleren • Structurerende keuzes te maken, die de strategische
•
prioriteiten bepalen De strategie te formuleren
Deze aanpak is samengevat in figuur 1. Uit de strategie volgen per thema uitvoeringsprogramma’s. Deze werken we in een separaat document uit. 1.6 Cittaslow als uitgangspunt De gemeente Eijsden-Margraten is als Cittaslowgemeente gericht op kwaliteit van leven, duurzaamheid en een zorgvuldige omgang met onze leefomgeving. Deze waarden vormen het uitgangspunt voor onze visie op de energie- en warmtetransitie en de ontwikkeling van een circulaire economie. Wij kiezen bewust voor een transitie die past bij het karakter van Eijsden-Margraten: kleinschalig waar dat kan, samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners, en met oog voor het unieke landschap en erfgoed dat onze gemeente kenmerkt. Onze aanpak richt zich op een toekomstbestendige energievoorziening die betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam is, en waarin lokale betrokkenheid en eigenaarschap centraal staan. De principes van Cittaslow – kwaliteit boven kwantiteit, lokaal waar het kan, samen waar het moet – vormen ook de basis voor onze circulaire ambitie. We stimuleren hergebruik van materialen, korte ketens en lokale
initiatieven die bijdragen aan een kleinere ecologische voetafdruk en aan de versterking van de lokale economie. Met deze visie leggen we een stevig fundament voor een duurzame toekomst waarin de energietransitie, de warmtetransitie en de circulaire economie hand in hand gaan met de kernwaarden van Cittaslow en de identiteit van Eijsden-Margraten. 1.7 Leeswijzer Dit document bestaat uit een kort algemeen deel, gevolgd door aparte hoofdstukken met de visie en strategie voor de afzonderlijke thema’s. Hoofdstuk 2 van het algemene deel beschrijft de overkoepelende leidende principes die we hanteren bij het uitvoeren van onze visie. Hoofdstuk 3 beschrijft het toekomstbeeld dat we voor ons zien als we de ambities en doelstellingen in 2050 hebben gerealiseerd. De hoofdstukken 4, 5 en 6 bevatten de analyse, visie en strategie voor achtereenvolgens de energie- en warmtetransitie en de circulaire economie. Tot slot gaat het overkoepelende hoofdstuk 7 in op de wijze van monitoring en borging.
Analyse Geldend beleid en kaders
Energiedata
Consultatie gemeentelijke belanghebbenden
Visie en strategie Overkoepelend over de thema’s heen Toekomstbeeld
Leidende principes
Per thema Opgave Structurerende keuzes Strategie
Figuur 1: De aanpak. Uitvoeringsprogramma’s vallen buiten de scope van dit document.
6
2. Leidende principes Als uitgangspunt bij het formuleren van een visie en strategie voor de samenhangende transitieopgaven in Eijsden-Margraten, hanteren we een aantal belangrijke leidende principes1. Het betreft in feite zes algemene publieke belangen, waarmee we in ons handelen altijd rekening houden. Het uitgangspunt bij het maken van keuzes ten aanzien van de transitieopgaven, is dat deze zo veel mogelijk in lijn zijn met de publieke belangen. De verschillende belangen wegen daarbij even zwaar. In geval van conflicterende belangen maken we een gemotiveerde afweging. De gehanteerde leidende principes zijn hieronder samengevat. 1.
Betaalbaar: Zowel energie als grondstoffen zijn basisvoorzieningen en een noodzakelijke voorwaarde voor economische en maatschappelijke stabiliteit en veerkracht. In het toekomstig energiesysteem is de energierekening voor inwoners, bedrijven en organisaties betaalbaar. Dat geldt ook voor producten en materialen die in de primaire levensbehoeften voorzien. Gemeente Eijsden-Margraten acht in dit verband een focus op efficiënte omgang met energie, grondstoffen, ruimte en infrastructuur essentieel .
2.
3.
4.
Betrouwbaar: De huidige mate van betrouwbaarheid en leveringszekerheid van energie en grondstoffen blijven gewaarborgd. Het toekomstig energiesysteem is robuust door een verscheidenheid aan energiebronnen in combinatie met opslag en flexibiliteit in opwek en gebruik. Schaarse grondstoffen hergebruiken we optimaal en primaire grondstoffen vervangen we waar mogelijk door secundaire grondstoffen.
Trias Energetica, de R-ladder, én de ruimtelijke, ecologische en sociale impact te optimaliseren tot de meest duurzame oplossingen. 5.
Rechtvaardig en participatief: Rechtvaardigheid betreft een verdelingsvraagstuk: de lusten en lasten van de transitieopgaven moeten zo eerlijk mogelijk worden verdeeld. Ook solidariteit speelt daarbij een rol. De gemeente is van mening dat een goede balans tussen lasten en lusten in het bijzonder belangrijk is bij groepen en partijen die moeite hebben om mee te komen in de samenleving. Als het gaat om participatie is het uitgangspunt dat de transitieopgave een gezamenlijke opgave is. Dat betekent dat de gemeente burgers, bedrijven en organisaties betrekt bij het vormgeven van beleid én hen stimuleert om hun verantwoordelijkheid te nemen in de uitvoering.
6.
Transparante afweging van belangen: De publieke belangen in dit hoofdstuk kunnen op gespannen voet met elkaar staan. Het energie- en circulaire economie beleid zijn bovendien nauw verweven met economisch, ruimtelijk en sociaal beleid. De gemeente is transparant over het wegen van de
Veilig: Veiligheidsrisico’s worden geminimaliseerd. Dit geldt niet alleen voor fysieke risico’s in de leefomgeving die ontstaan als gevolg van klimaatverandering (bijvoorbeeld, overstromingen en hittestress), maar ook voor onder meer gezondheidsrisico’s door luchtvervuiling, risico’s van energie-opslag en gebruik van energiedragers, digitale risico’s, risico’s van alternatief materiaalgebruik en sociale risico’s. Duurzaam: Het hanteren van zowel de Trias Energetica als de R-ladder is essentieel om de doelen van energieneutraliteit en circulariteit in 2050 te behalen. Een integrale benadering is daarbij altijd het uitgangspunt: het gaat erom het geheel van de
1. De leidende principes zijn gebaseerd op de leidende principes uit het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) en vertaald naar de lokale situatie in Eijsden-Margraten.
publieke belangen en blijft hierover in gesprek met belanghebbenden. Alléén dan ontstaat immers het benodigde maatschappelijke draagvlak om de transities tot een succes te maken. Daarbij geldt dat het binnen deze context van transparantie wél noodzakelijk is om de huidige status quo te doorbreken. Dat wil zeggen dat het voor het realiseren van de duurzaamheidsambities noodzakelijk is, te komen tot significante systeem- en gedragsveranderingen.
7
3. Toekomstbeeld Hoe ziet onze gemeente er in 2050 uit? Wat betekent energieneutraal en circulair in de praktijk? De afbeelding hiernaast schetst hoe Eijsden-Margraten er in 2050 uitziet als we de doelstellingen uit deze strategie hebben gerealiseerd. Een gezamenlijke inspanning van overheid, bedrijven en inwoners heeft geresulteerd in een levendige, duurzame en innovatieve gemeente, waar het aangenaam wonen, werken en recreëren is. Het energieverbruik is fors gedaald, de warmtetransitie is voltooid en we wekken de resterende energievraag duurzaam op. Door het combineren van slimme technologie met veel ruimte voor groen zijn we in staat ons voortdurend aan te passen aan een veranderend klimaat. We bouwen en consumeren volledig circulair, waardoor er nauwelijks primaire grondstoffen meer nodig zijn. We zijn daarmee een voorbeeld van een duurzame en inclusieve gemeente, met economische veerkracht en een gezonde leefomgeving.
Een groene en comfortabele leefomgeving De inrichting van de openbare ruimte is afgestemd op een veranderend klimaat. Dankzij veel groen in de gebouwde omgeving is het ook op warme dagen aangenaam toeven in de gebouwde omgeving en beperken we het energieverbruik voor koeling.
Efficiënte gebouwen en slim energiebeheer Alle gebouwen in Eijsden-Margraten zijn maximaal energie-efficiënt, door toepassing van onder meer isolatie en energie zuinige apparatuur. Slimme netwerken, geavanceerde besturingssystemen en opslagvoorzieningen garanderen dat energie altijd beschikbaar is waar dat nodig is.
Duurzame mobiliteit Laadpalen voor elektrische voertuigen zijn overal beschikbaar. Individueel autobezit is afgenomen doordat het openbaar vervoer én de fietsvoorzieningen zijn verbeterd.
Circulair grondstoffengebruik
Betrokken bewoners en een inclusieve samenleving
Het grondstoffengebruik is volledig herzien. Productieketens draaien vrijwel volledig op secundaire grondstoffen. Circulair en biobased bouwen is de norm geworden. Inwoners vinden het heel gewoon om spullen te delen, repareren en opnieuw te gebruiken. Voedselverspilling is verregaand teruggebracht, ons voedsel komt grotendeels uit onze eigen regio én is duurzaam geproduceerd.
In een duurzame samenleving staan overheid, inwoners en bedrijven samen aan het roer. Beleid komt participatief tot stand, duurzame energievoorzieningen zijn deels lokaal eigendom en iedereen doet op een passende manier mee op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. Dat zorgt voor een grote betrokkenheid bij en verantwoordelijkheid voor de leefomgeving.
Nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid
2050
Energieneutraal en circulair
Zowel in de energiesector als in de circulaire economie hebben nieuwe technologieën een grote vlucht genomen. Dat resulteert in een stabiele economie met nieuwe bedrijvigheid en volop werkgelegenheid. De arbeidsmarkt is bovendien meer inclusief geworden: iedereen doet op een passende manier mee.
Hernieuwbare energiebronnen en een betaalbare energierekening
Schone lucht en een stille leefomgeving
Alle daarvoor geschikte daken zijn bedekt met zonnepanelen. Voor energie-intensieve industrie is een maatwerkoplossing gevonden in de vorm van groene waterstof. De energievoorziening is hierdoor volledig duurzaam en de opwek is deels lokaal.
Dankzij de transitie naar elektrische mobiliteit, schonere industrie en een groenere leefomgeving is de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Door de toename van elektrisch vervoer is de leefomgeving bovendien een stuk stiller.
7
Hoofdstuk 4: Analyse energie- en warmtetransitie
9
4.1. Beleidsanalyse: de energie- en warmtetransitie in perspectief 4.1.1. Inleiding
4.1.2. Landelijke wetgeving en beleid
In de Klimaatwet en het Klimaatakkoord (zie 3.1.2.) zijn doelen vastgelegd voor een verregaande reductie van de uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van broeikasgassen is in sterke mate het gevolg van het gebruik van fossiele energie. In 2022 stootte Nederland 99,9 megaton CO2 uit, waarvan 26% als gevolg van elektriciteitsgebruik, 44% warmteverbruik en 30% fossiele voertuigbrandstoffen. Om de klimaatdoelen te realiseren is het noodzakelijk om fossiele energie te vervangen door hernieuwbare energie. Dit vereist een grote aanpassing van ons energiesysteem: de energietransitie. De energietransitie verandert het energiesysteem niet alleen van fossiel naar duurzaam, maar ook van een centraal aanbod gestuurd systeem naar een decentraal vraag gestuurd systeem (zie figuur 2).
Klimaatwet, klimaatakkoord en klimaatplan De klimaatwet (2019, herzien in 2023) en het Klimaatakkoord (2019) vormen de basis van de Nederlandse aanpak van de energietransitie. De klimaatwet bevat twee hoofddoelen: • De broeikasgasuitstoot in 2030 met 55% reduceren ten opzichte van 1990. • De broeikasgasuitstoot in 2050 te reduceren tot netto 0. Het klimaatakkoord bevat een pakket aan maatregelen om deze doelen te bereiken. De Nederlandse gemeenten, verenigd in de VNG, hebben zich in 2019 gecommitteerd aan zowel de doelen als het maatregelpakket. In 2020 is het klimaatbeleid, zoals de energiewet vereist, vastgelegd in het klimaatplan 2021 – 2030.
De lokale energietransitie in Eijsden-Margraten wordt sterk beïnvloed door bovengemeentelijke beleidskeuzes op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Dit hoofdstuk schetst dit omgevingsbeleid op hoofdlijnen, de laatste paragraaf beschrijft welke conclusies hieruit volgen voor de strategie in EijsdenMargraten.
Het energiesysteem verandert De energietransitie betreft de overgang van fossiele energie naar duurzame energie én van een centraal vraaggestuurd systeem naar een decentraal aanbodgestuurd systeem. Onderstaande figuur laat dat zien. Fossiele energie kan met een beperkt aantal energiecentrales op centrale locaties worden opgewekt. Bovendien vindt deze opwek vraaggestuurd plaats: de centrales wekken op ieder gewenst tijdstip de hoeveelheid energie op die nodig is. Hernieuwbare energie wekken we op met uiteenlopende technieken verspreid over een groot aantal decentrale locaties. Het aanbod kunnen we niet exact afstemmen op de vraag, maar is onder meer afhankelijk van het aanbod zon en wind. Deze transitie vereist onder meer flexibiliteit in onze energievraag en een elektriciteitsnet dat gedimensioneerd is op een variabele opwek op decentrale locaties.
Nationaal Plan Energiesysteem Het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) brengt in kaart hoe het energiesysteem van de toekomst eruit ziet en wat er nodig is om daar te komen. Het NPE bevat richtinggevende keuzes die alle belanghebbenden helderheid geven over wat er op hen af komt en van hen verwacht wordt in relatie tot het veranderende energiesysteem. Figuur 2: Toelichting veranderend energiesysteem
10
De richtinggevende keuzes in het NPE zijn: • Maximaal aanbod: maximaal inzetten op aanbod van duurzame energie en energie-infrastructuur • Energiebesparing: besparing als belangrijke hoeksteen van het energiebeleid • Slimme inzet: schaarse energie- en infrastructuur inzetten vanuit systeemperspectief en voor opbouw van ketens en markten • Internationale samenwerking: sterke internationale samenwerking en een maximaal verbonden energiesysteem • Samen sturen: met burgers en bedrijven, ruimte voor initiatief en participatie. Deze richtinggevende keuzes in het NPE zijn mede bepalend voor de energieopgave en –strategie in Eijsden-Margraten. 4.1.3 Regionale aanpak Nationaal Programma Regionale Energie Strategie Eén van de doelstellingen in het Klimaatakkoord is om ten minste 35 TWh aan grootschalige duurzame elektriciteit op land op te wekken in 2030. Om deze doelstelling te realiseren, hebben dertig energieregio’s een Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld. Het totaal van de vastgestelde ambities van de eerste RES’en (RES 1.0) telt op tot 55 TWh. In december 2022 spraken bestuurders van Rijk, decentrale overheden en de netbeheerders formeel af zich gezamenlijk in te spannen om het streefdoel van 55 TWh te realiseren.
Gemeente Eijsden-Margraten maakt onderdeel uit van de deelregio Maastricht-Heuvelland van de RES-regio Zuid-Limburg. Deze RES regio bestaat uit 16 gemeenten, de Provincie Limburg, het Waterschap Limburg en netbeheerder Enexis. Op 1 juni 2021 is de RES 1.0 Zuid-Limburg vastgesteld. Deze bevat voor duurzame opwek de ambitie om 1,3 TWh energie op te wekken met windenergie, zon-op-dak en zon-op-land. Daarnaast zijn ook energiebesparing en duurzame warmte belangrijke pijlers in de RES. De sub-regio Maastricht – Heuvelland kiest in de RES 1.0 voor het optimaliseren van zonne – energie in de gebouwde omgeving en twee zonneparken in gemeente Maastricht. Het bod van gemeente Eijsden-Margraten om hieraan bij te dragen betreft 0,055 TWh, ofwel 198 TJ. Uit de RES-voortgangsrapportage van juni 2025 blijkt dat de realisatie van het RES-bod achterblijft. Ten tijde van de rapportage was 16,6% van het totale bod gerealiseerd. De oorzaak hiervan is te vinden in de grote druk op de beschikbare ruimte en de keuze van zowel provincie en gemeenteraad om grootschalige opwek van duurzame energie in het buitengebied niet (wind) of slechts zeer beperkt (zon) toe te staan. Daarnaast speelt ook de situatie rondom netcongestie een rol bij de beperkte voortgang in de realisatie van het RES-bod. Omgevingsverordening Limburg De omgevingsverordening Limburg (2024, met wijziging
in 2025) bevat de provinciale regels voor (onder meer) milieu, grond, water, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De verordening is relevant voor de energietransitie omdat deze kaders en regels stelt aan het ruimtegebruik voor energieopwek. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om uitsluitingsgebieden voor windenergie en regels voor realisatie van zonneparken. De omgevingsverordening stelt onder meer dat windenergie niet is toegestaan in het beschermingsgebied voor de Einsteintelescoop. Dit beschermingsgebied omvat het volledige grondgebied van Eijsden-Margraten. Daarnaast bevat de verordening instructieregels voor zonne-parken, waarin wordt gesteld dat een zonnepark op landbouwgrond niet is toegestaan, tenzij: - Het zonnepark het landbouwkundig gebruik van de grond ondersteunt; - Het een tijdelijk zonnepark is en de grond binnen een periode van maximaal 30 jaar wordt getransformeerd naar een andere functie en het zonnepark bijdraagt aan die transformatie; - Het zonnepark bijdraagt aan de vermindering van netcongestie - De grond gedurende tien jaar niet meer in gebruik is geweest als landbouwgrond; - Het zonnepark wordt aangelegd op een bouwvlak waarop sloop van gebouwen plaatsvindt en het aantal vierkante meters PV niet groter is dan het aantal vierkante meters dat aanwezig was op de daken van de gesloopte gebouwen.
Programma OER Het Programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) heeft tot doel te verkennen op welke rijksgronden grootschalig energie opgewekt kan worden. In het kader van dit programma loopt een regionale verkenning naar de haalbaarheid van een zonne-energieproject langs de A2, A76 en/of A79. De eerste bevindingen zijn dat de mogelijkheden in Eijsden-Margraten met circa 0,82 ha kansrijke grond voor zonnepanelen zeer beperkt zijn. 4.1.4 Gemeentelijk beleid Eijsden-Margraten Lokale omgevingsvisie (in ontwikkeling) Een omgevingsvisie is een voor gemeente verplichte, integrale langetermijnvisie op de (inrichting van) de fysieke leefomgeving. Het geheel van de omgevingsvisie, de programma’s die daarbij horen en het omgevingsplan bevat alle beleid en regelgeving voor de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. Sinds 1 januari 2024 heeft Eijsden-Margraten een tijdelijk omgevingsplan. De gemeente ontwikkelt de omgevingsvisie momenteel (oktober 2025) in samenwerking met de gemeenten Vaals en Gulpen – Wittem. Idealiter wordt deze lokale visie energietransitie, warmtetransitie en circulaire economie op termijn een programma onder de omgevingsvisie.
11
Transitievisie Warmte 2022 - 2030 De Transitievisie Warmte (TVW) van Eijsden-Margraten beschrijft de strategie om een aardgasvrije gemeente te worden. De gemeente acht realisatie van een warmtenet de komende jaren niet haalbaar2 en kiest daarom een ‘all electric’ strategie: realisatie van elektrische en hybride warmtepompen, in combinatie met isolatie. Omdat deze aanpak een grote inzet van individuele woningeigenaren vraagt, acht de gemeente de nationaal gemiddelde doelstelling van 20% aardgasvrije woningen in 2030 niet haalbaar1. We richting onze pijlen daarom op aardgasvrij in 2050. Beleidskader zonne- en windenergie Dit beleidskader, vastgesteld op 1-6-2021, beschrijft het beleid met betrekking tot de opwek van grootschalige zonne- en windenergie binnen de gemeentegrenzen. Daarin worden de belangrijkste aspecten van zonne- en windenergie tegen elkaar afgewogen, te weten landschappelijke impact, duurzame impact, verdeling van lasten en lusten, locatieaspecten en draagvlak. Uit de afweging volgt het beleidsuitgangspunt dat het buitengebied van de gemeente uitgesloten is voor zonne-energie op land. Het beleidsuitgangspunt voor windenergie in het beleidskader betreft het uitvoeren van haalbaarheidsonderzoek naar de technische en juridische mogelijkheden voor windenergie op de locatie Caestert-Eijsden.
Dit beleidsuitgangspunt is bij vaststelling van het beleidskader per amendement geschrapt, zie ook de besluitenlijst (agendapunt 14) van de betreffende raadsvergadering d.d. 1 juni 2021.
Plaatsingsbeleid Laadinfrastructuur In 2023 heeft de gemeente beleidsregels vastgesteld voor het aanwijzen van oplaadpunten. Deze vormen de grondslag voor het aanwijzen van oplaadpunten conform de wettelijke verplichting die gemeenten daartoe hebben. Gemeentelijk Beleidsplan Verkeer en Vervoer Het thema duurzaamheid is één van de prioritaire thema’s in het Gemeentelijk beleidsplan verkeer en vervoer. De gemeente heeft daarin de ambitie vastgelegd een fiets- en wandelgemeente te willen zijn. Het verbeteren van de fietsverbindingen en het realiseren van kwalitatief hoogwaardige voetgangersvoorzieningen zijn belangrijke actiepunten. Een fietsbeleidsplan is ten tijde van het opstellen van dit visiedocument in ontwikkeling. Woonvisie 2019 - 2025 Duurzaamheid is één van de speerpunten in de Woonvisie. De gemeente wil eigenaar-bewoners, woningcorporaties en particuliere verhuurders optimaal stimuleren en faciliteren bij het verduurzamen van woningen. Ook gedragsbeïnvloeding ten aanzien van energiegebruik in de woning staat op de agenda. Als het gaat om nieuwbouw toetst de gemeente plannen aan de wettelijke duurzaamheidseisen. Daarbij stelt de Woonvisie dat de gemeente aanvullend hierop waar mogelijk afspraken met initiatiefnemers en planeigenaren maakt over energieneutraal en aardgasvrij bouwen.
3.1.4 Verwachte toekomstige ontwikkelingen Doel- en taakstellingen vanuit bovengemeentelijke overheden zijn van invloed op de energietransitie in Eijsden-Margraten. Denk bijvoorbeeld aan verplichte taken of aan instrumenten voor het realiseren van lokale ambities. Hieronder is samengevat wat gemeente Eijsden-Margraten in dit verband de komende tijd kan verwachten (voor zover bekend in Q3 2024). Warmte - De Omgevingswet verplicht gemeenten om met ingang van 2026 vijfjaarlijks een (nieuw) warmteprogramma op te stellen. Tot 2026 geldt de transitievisie warmte als warmteprogramma. Ten behoeve van dit warmteprogramma onderzoekt de gemeente opnieuw de beschikbaarheid van warmtebronnen voor een warmtenet. - De wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie biedt gemeenten instrumentarium om invulling te geven aan de warmtetransitie. Een belangrijk element daarin is de aanwijsbevoegdheid voor warmtekavels, dat wil zeggen gebieden waarin een collectief warmtesysteem kan worden gerealiseerd. Besparing - Met ingang van 2027 geldt voor utiliteitsgebouwen een verbod op energielabel G of lager. Vanaf 2030 geldt een verbod op energielabel F of lager. De gemeente moet dit verbod handhaven. - Met ingang van 2030 geldt een verbod op huurwoningen met energielabel F of lager. De gemeente moet dit verbod handhaven.
1 Deze constatering is gebaseerd op de situatie in de bestaande bouw. Wanneer ook nieuw te bouwen woningen in beschouwing worden genomen, verandert de uitkomst van de analyse mogelijk. 2 Ten tijde van het vaststellen van de TVW achtte de gemeente een warmtenet niet haalbaar. Dit wordt momenteel (oktober 2025) echter opnieuw onderzocht.
Mobiliteit − Vanaf 2025 geldt een verplichting minimaal 1 laadpunt te realiseren bij utiliteitsgebouwen met meer dan 20 parkeervakken. − Vanaf 2030 moeten alle lichte gemeentelijke voertuigen verplicht emissieloos zijn, zware voertuigen moeten zo veel mogelijk emissieloos zijn. Elektriciteit – Hoewel voor gemeenten niet wettelijke verplicht, vormt de RES-structuur een belangrijk kader voor de opwek van duurzame elektriciteit. Gemeente Eijsden-Margraten heeft zich gecommitteerd aan de RES 1.0, met een aandeel van 0,055 TWh in het bod van de sub-regio Maastricht-Heuvelland voor grootschalige zonne-energie in de gebouwde omgeving. Over de voortgang rapporteren we aan de RES, ten behoeve van de tweejaarlijkse RESvoortgangsrapportages. De huidige realisatie van het totale RES-doel bedraagt in 2025 16,6%. Kwaliteitseisen nieuwbouw – Een belangrijke lokale ontwikkeling betreft het vaststellen van kwaliteitseisen en – wensen voor nieuwbouwprojecten. Hierin worden onder meer eisen en wensen ten aanzien van natuurinclusief bouwen, het verminderen van de impact van netcongestie en biobased bouwen opgenomen.
.
12
4.1.5 Netcongestie als bepalende omgevingsfactor
4.1.6 Conclusie
bepalend voor de gemeentelijke energiestrategie.
Netcongestie is in de huidige situatie een belemmering voor het realiseren van grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Sinds 2022 is er een tekort aan transportcapaciteit voor zowel afname als invoeding van elektriciteit op het hoog- en middenspanningsnet. Dit betekent dat het verkrijgen van een nieuwe grootverbruikaansluiting niet direct mogelijk is. De wachtlijst van Enexis voor aanvragen van grootverbruik aansluitingen is zo’n 5 tot 10 jaar (situatie 2024).
Uit de beleidsanalyse in dit hoofdstuk volgen de onderstaande conclusies voor onze visie op de energietransitie.
Netcongestie is de komende jaren een beperkende factor In de structurerende keuzes, de strategie en het uitvoeringsprogramma houden we rekening met de beperkingen van netcongestie en zoeken we naar datgene wat wel mogelijk is. Een voorbeeld hiervan is dat bedrijven onderling energie uitwisselen zodat het elektriciteitsnet niet verder wordt belast.
De netbeheerders (waaronder Enexis) werken enerzijds aan netuitbreiding en anderzijds aan oplossingen om slimmer en flexibeler om te gaan met het bestaande elektriciteitsnet. Deze tweeledige aanpak moet de aansluitmogelijkheden in de toekomst vergroten. De verwachting is dat de problemen rondom netcongestie vanaf 2030 grotendeels zijn opgelost. Netcongestie bemoeilijkt in de periode tot 2030 het ontwikkelen van grootschalige zonne- en windparken. Echter, gezien de doorlooptijd van subsidie-, aanvraagen vergunningsprocessen voor deze initiatieven kan wel gestart worden met concrete planvorming en aanvraagprocessen. Ook kan gekeken worden naar bedrijventerreinen voor realisatie van zon en wind, waarbij de vraag en het aanbod zoveel mogelijk gecombineerd kunnen worden.
De landelijke ambities vereisen een stevige gemeentelijke inspanning Uit de analyse blijkt dat bovengemeentelijke ambities, beleid en ontwikkelingen in sterke mate bepalend zijn voor de energie-opgave en -strategie van gemeente Eijsden-Margraten. Dit betekent enerzijds dat er van Rijkswege in de toekomst aanvullend ondersteunend instrumentarium is te verwachten (zie paragraaf 3.1.4), maar óók dat er nu en in de toekomst een stevige inspanning van ons verwacht wordt om de doelstellingen te realiseren. Het is van belang voortdurend goed aangehaakt te blijven bij bovengemeentelijke ontwikkelingen, om hier tijdig op te kunnen anticiperen De provinciale omgevingsverordening heeft grote impact op de mogelijkheden voor duurzame opwek De provinciale omgevingsverordening is in sterke mate bepalend voor de mogelijkheden voor duurzame opwek binnen de gemeentegrenzen. Het beschermingsgebied voor de Einsteintelescoop is een harde belemmering voor de realisatie van windenergie. Het realiseren van zonne-energie op landbouwgrond is op basis van de verordening slechts zeer beperkt mogelijk. Daarmee is de provinciale omgevingsverordening in sterke mate
Bestaand gemeentelijk beleid is richtinggevend Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat de gemeente op belangrijke onderdelen van de energietransitie, waaronder warmte en duurzame opwek, reeds beschikt over recent vastgesteld beleid. Dit bestaande gemeentelijke beleid is in belangrijke mate richtinggevend voor de te hanteren toekomststrategie en moet daarin een plek krijgen. Uit de analyse zijn geen grote beleidshiaten naar voren gekomen. Een overkoepelend uitvoeringsplan is van belang voor realisatie van de visie en strategie Niet al het vastgestelde beleid is reeds vertaald in een concreet uitvoeringsplan. Bovendien is het van belang de uitvoering van verschillende beleidssporen goed op elkaar af te stemmen en waar nodig te prioriteren. Het overkoepelende uitvoeringsplan bij deze Visie & Strategie (separaat document) geeft hiervoor handvatten.
13
4.2 Energieanalyse 4.2.1. Inleiding Dit hoofdstuk geeft in kwantitatieve termen inzicht in de energieopgave waar gemeente Eijsden-Margraten voor staat. Alle energiecijfers in deze paragraaf zijn gebaseerd op de Regionale klimaatmonitor van de Rijksoverheid, tenzij anders aangegeven. Het overkoepelende doel van de energietransitie is om in 2050 energieneutraal te zijn. Om dat te bereiken zijn er op hoofdlijnen twee belangrijke knoppen om aan te draaien: energie besparen en energie duurzaam opwekken. Figuur 3 laat dit zien. Links is de huidige situatie weergegeven, met een groot aandeel fossiele energie – in grijs weergegeven. Rechts is de eindsituatie weergegeven waarin de energievraag lager is én we geen fossiele energie meer gebruiken. In de transitie richting 2050 zien we het aandeel fossiele energie steeds kleiner worden. Dat is deels een autonome ontwikkeling en deels een ontwikkeling die binnen de gemeentelijke invloedssfeer valt. De combinatie daarvan bepaalt waar we in 2050 staan. Wanneer we verder inzoomen op het energiegebruik, kunnen we onderscheid maken in drie verbruiksvormen: elektriciteit, warmte en brandstoffen. Daarbij geldt dat in de huidige situatie elektriciteit hoofdzakelijk afkomstig is uit fossiele bronnen, de warmtevraag voornamelijk ingevuld wordt met aardgas en ook het brandstofgebruik grotendeels fossiel is. Het geheel van de
drie verbruiksvormen noemen we de energiemix. De volgende paragrafen maken inzichtelijk hoe de energiemix er nu uitziet én hoe het aandeel van de afzonderlijke verbruiksvormen gedurende de energietransitie verandert. We gebruiken daarbij de rekeneenheid TeraJoule (TJ). Dat is een eenheid om energie in uit te drukken, die past bij de schaalgrootte van de gemeentelijke energievraag. Voor de beeldvorming: één TJ komt globaal overeen met het jaarlijkse energiegebruik van 25 huishoudens in Eijsden-Margraten.
2024
2050
Huidige energievraag
Energie besparen Uitfaseren Fossiele energie
Energievraag in 2050
Lokaal opwekken en/of importeren duurzame energie
Figuur 3: De transitie naar een duurzame energievoorziening in Eijsden-Margraten. We faseren het gebruik van fossiele energie uit door energie te besparen en de resterende energievraag duurzaam in te vullen. Dat kan enerzijds door zelf energie op te wekken en anderzijds door duurzame energie te importeren. De figuur is indicatief en niet op schaal.
14
Energiemix 2022
4.2.3. Hernieuwbare energie In 2022 kwam in Eijsden-Margraten 9% (212 TJ) van het totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen. Dit is weergegeven in figuur 5. De figuur laat zien dat voor alle verbruiksvormen in de energiemix het aandeel duurzame energie momenteel beperkt is, relatief gezien is dit bij elektriciteit met 25% het grootst. Dit betekent dat Eijsden-Margraten nog een grote stap moet zetten om energieneutraal te worden. 4.2.4 Energiegebruik per sector Een analyse van het energieverbruik per sector (figuur 6) laat zien dat zowel de gebouwde omgeving (woningen, publieke diensten en commerciële diensten),als de industrie in belangrijke mate bijdragen aan het totale energieverbruik. Gezamenlijk gaat het om 71% van het totale energieverbruik. Figuur 7 laat zien dat binnen deze sectoren het
aardgasverbruik het belangrijkste deel van het energieverbruik bepaalt. Dat betekent dat een aanpak gericht op vermindering van het aardgasverbruik in deze sectoren van groot strategisch belang is op weg naar een energieneutrale gemeente in 2050.
Fossiele en hernieuwbare energie 2022
Warmte 2500
Brandstoffen Energieverbruik (TJ)
19%
24%
Voor een gemeente met stedelijkheidsklasse 5 (niet stedelijk) is de relatief grote bijdrage van de industrie opvallend. Het relatief hoge industriële energiegebruik lijkt te verklaren door de aanwezigheid van het Zinkwitterrein in Eijsden, waar energieintensieve industrie is gevestigd. Hiervan zijn echter geen cijfers bekend.
2.254 TJ
4.2.5 Conclusie energie analyse • Het energieverbruik in Eijsden-Margraten is momenteel 2254 TJ, waarvan 212 TJ reeds hernieuwbaar is. Dat betekent dat de gemeente het huidige fossiele energieverbruik van 2.042 TJ moet verduurzamen. • Het grootste deel van de energievraag komt uit de sectoren gebouwde omgeving en de industrie. Dit zijn de prioritaire sectoren voor de energiestrategie van Eijsden-Margraten. • Het energieverbruik in de prioritaire sectoren betreft voor een groot deel het aardgasverbruik. Het verduurzamen hiervan is daarom een belangrijk strategisch aandachtspunt.
Figuur 4: Het huidige energieverbruik in Eijsden-Margraten, verdeeld in het warmteverbruik, elektriciteitsverbruik en brandstofverbruik.
57%
1000 500
2500
2254
Warmte
Brandstoffen
Hernieuwbare energie
120% 100%
1500
500
Elektriciteit
Verhouding elektriciteit en aardgas 2022
2000
1000
Totaal
Figuur 5: Het huidige aandeel hernieuwbare energie, als onderdeel van de totale energievraag per element van de energiemix
Energieverbruik per sector 2022 (TJ)
879 543
80%
720 22
0
90
21%
29%
60% 40%
79%
71%
20%
Sector
energieanalyse is daarom een aanname gedaan voor het totale warmteverbruik in 2022. Dit is gedaan door het laatst bekende warmteverbruik (2019, Energy Transition Model Quintel) als uitgangspunt te nemen en dit te verminderen met de afname van het warmteverbruik in de gebouwde omgeving in de periode 2019 – 2022. Een eventuele vermindering van het warmteverbruik in de industrie is hierin niet meegenomen. Hoewel het werkelijke warmteverbruik in 2022 waarschijnlijk afwijkt van deze aanname, zal de uitkomst van de analyse niet fundamenteel veranderen wanneer met het werkelijke warmteverbruik gerekend wordt. 3 Exclusief auto(snel)wegen en elektrisch vervoer
1500
Fossiele energie
0%
2 Let op: voor 2022 is geen informatie beschikbaar over het warmteverbruik in de industrie en daarom ook niet voor het totale warmteverbruik in Eijsden-Margraten. In de
2000
0
Energieverbruik (TJ)
4.2.2 Totaal energieverbruik Het huidige energiegebruik (peiljaar 2022) in Eijsden-Margraten is weergegeven in figuur 42. Het totale energieverbruik betreft 2.254 TJ. Het energieverbruik betrof voor 57% warmte, voor 19% elektriciteit en voor 24% voertuigbrandstoffen3. We kiezen voor peiljaar 2022 omdat dit het meest recente jaar is waarvan een complete dataset beschikbaar is en we niet verwachten dat een analyse met recentere data tot fundamenteel andere conclusies zou leiden.
Elektriciteit
Figuur 6: Het huidige energieverbruik in Eijsden-Margraten per sector.
Gebouwde omgeving Aardgas %
Industrie Elektriciteit %
Figuur 7: Het huidige energieverbruik in Eijsden-Margraten per sector.
15
4.3 Scenario toekomstige energiemix 4.3.1. Inleiding Het vorige hoofdstuk liet zien dat we voor de opgave staan om het huidige fossiele energieverbruik van 2.042 TJ te verminderen en de restvraag te verduurzamen. Hierdoor zal de energiemix de komende jaren sterk veranderen. Door energiebesparing daalt de totale energievraag én de verhouding tussen aardgas, elektriciteit en brandstoffen verandert. Dit hoofdstuk beschrijft een mogelijk scenario voor deze transitie in de jaren 2030, 2040 en 2050. Dit scenario is nadrukkelijk indicatief en bedoeld om een beeld te geven van de mógelijke ontwikkeling van de energiemix richting 2050. 2. 4.3.2. Opbouw scenario Om te komen tot een energiescenario richting 2030 en 2050 doen we een aantal aannames en bouwen we voort op reeds gemaakte keuzes. De aannames en uitgangspunten voor het energiescenario op pagina 16 zijn hieronder toegelicht. 1.
De totale energievraag vermindert Energie die je niet gebruikt, hoef je niet op te wekken. Daarmee is energiebesparing, als gevolg van verbeterde energie-efficiency van apparaten en productieprocessen, door betere isolatie en door gedragsverandering, een belangrijk element in het Klimaatakkoord en in vrijwel iedere lokale
variant, waarbij de volledige warmtebehoefte wordt ingevuld met elektriciteit. Inmiddels wordt nader onderzoek gedaan naar mogelijke warmtebronnen ten behoeve van realisatie van een warmtenet. Dit zou kunnen leiden tot een situatie waarin een deel van de toekomstige warmtevraag wordt ingevuld met een warmtenet. Dit scenario is in dit rapport echter niet uitgewerkt, dit wordt verder uitgewerkt in het Warmteprogramma 2026.
energiestrategie. Hiervoor liggen belangrijke kansen in de gebouwde omgeving, bijvoorbeeld door het isoleren van woningen en het stimuleren van het gebruik van warmtepompen. Het scenario op pagina 16 is gebaseerd op het uitgangspunt dat voor besparing is opgenomen in het klimaatakkoord, namelijk gemiddeld 1,5% besparing per jaar tot 2050. Daarnaast is aangenomen dat het gebruik van warmtepompen 2,5 keer efficiënter is dan het gebruik van aardgas voor verwarming. Voor transport is de aanname dat de efficiency van fossiele brandstoffen en elektrisch vervoer gelijk is. Elektrificatie van de warmtevraag Er zijn verschillende manieren om op duurzame wijze te voorzien in de toekomstige warmtevraag. Dit kan enerzijds met een collectieve aanpak in de vorm van een warmtenet en anderzijds met een individuele aanpak in de vorm van elektrische of hybride warmtepompen. Een combinatie van beide oplossingsrichtingen is uiteraard ook mogelijk. Gemeente Eijsden-Margraten heeft dit vraagstuk bij het opstellen van de transitievisie warmte 2022 – 2030 voor de eerste maal onderzocht. Ten tijde van het uitwerken van deze transitievisie, leken de mogelijkheden voor realisatie van een warmtenet in de gemeente beperkt. Het scenario op pagina 16 gaat daarom uit van een ‘all-electric’ aanpak voor de warmtetransitie. Dit is in feite een uiterste
We zijn er vanuit gegaan dat het zwaartepunt van de warmtetransitie in de periode 2030 – 2040 komt te liggen: tot 2030 vervangen we 20% van de aardgasvraag door warmte, tot 2040 75% en tot 2050 de volledige 100%. 3.
4.
Elektrificatie van vervoer In het scenario hanteren we de algemeen gangbare aanname dat alle vervoer in 2050 elektrisch is. Voor zwaar transport is de situatie in de praktijk mogelijk genuanceerder, voor de gemeentelijke strategie is deze nuance op dit moment echter niet relevant. Duurzame gassen en kernenergie laten we buiten beschouwing In het scenario nemen we duurzame gassen (groene waterstof en groen gas) niet mee. Hoewel deze in theorie een alternatief kunnen vormen voor het aardgasverbruik, is het voorlopig niet de
verwachting dat deze een significante rol gaan spelen in de gemeentelijke energiemix. De beschikbaarheid van duurzame gassen is op dit moment nog beperkt en de allocatie ervan wordt op landelijk niveau bepaald. Hoewel het niet uit te sluiten is dat groene waterstof of groen gas in de toekomst in de industriële sector in onze gemeente ingezet kan worden, nemen we dat nu niet mee het energiescenario omdat de onzekerheid hiervan te groot is. Daarbij geldt nadrukkelijk dat we eventuele initiatieven voor productie van groen gas door agrariërs als gemeente wel zullen faciliteren. Iets vergelijkbaars geldt voor kernenergie: de Rijksoverheid is het bevoegd gezag voor het realiseren van nieuwe kerncentrales. De besluitvormings- en vergunningprocedure is uitermate complex en langjarig proces. Ook deze vorm van energie laten we in de gemeentelijke strategie daarom buiten beschouwing. Bij de reguliere herijkingsmomenten van deze visie (zie hoofdstuk 4) nemen we deze keuze in heroverweging.
16
4.4.3. De energiemix in 2030 en 2050
•
Figuur 8 bevat een scenario voor ontwikkeling van de energiemix in Eijsden-Margraten richting 2030, 2040 en 2050, op basis van de aannamen die zijn beschreven in paragraaf 3.4.2. De figuur laat de verwachting zien dat ten opzichte van de situatie in 2022: • De totale energievraag richting 2050 afneemt; • De vraag naar warmte en brandstoffen geleidelijk wordt uitgefaseerd;
In 2050 bestaat de energiemix in dit scenario dus uitsluitend uit elektriciteit. De situatie in 2030 en 2040 zijn in feite tussenstappen op weg naar dit eindscenario. Deze tussenstappen zeggen met name iets over de snelheid waarmee we de transitie willen realiseren. We gaan er in het onderstaande scenario vanuit dat het
zwaartepunt van de transitie tussen 2030 en 2040 ligt. Tot 2030 doen we wat er mogelijk is binnen de randvoorwaarden van onder meer netcongestie. Na 2040 zetten we de laatste stappen richting energieneutraal in 2050. Gezien de totale omvang van de opgave vraagt dit scenario de komende jaren structureel een stevige inspanning voor energiebesparing, de overstap naar elektrisch verwarmen en elektrisch vervoer.
De elektriciteitsvraag toeneemt als gevolg van de overstap naar warmtepompen om te verwarmen en elektrisch vervoer.
Scenario ontwikkeling energiemix
in percentages van het totale energiegebruik in 2022
2022
2030 16%
17%
22%
2040
1.862 TJ
2050
41%
Restvraag energie
1.276 TJ
43%
43%
61%
11%
Besparing
Restvraag energie
972 TJ
26% 40%
Elektriciteit Warmte Brandstoffen
0%
5%
17%
Restvraag energie
2.254 TJ
Legenda
57%
0%
Figuur 8: Indicatief scenario energietransitie richting 2050 gemeente Eijsden-Margraten
Hoofdstuk 5: Visie en strategie energie- en warmtetransitie
18
5.1 Structurerende keuzes energietransitie: elektriciteit en brandstoffen 5.1.1. Inleiding Om te komen tot het scenario in het voorgaande hoofdstuk is reeds een aantal uitgangspunten beschreven. Om te komen tot een uitvoeringsstrategie maken we aanvullend een aantal structurerende keuzes. Deze structurerende keuzes bepalen op hoofdlijnen wát we gaan doen én wat niet. Paragraaf 5.1 bevat de structurerende keuzes voor elektriciteit (inclusief infrastructuur) en brandstoffen, paragraaf 5.2 bevat de keuzes voor de warmtetransitie. De strategie in paragraaf 5.3 hoe en in welk tempo we de gemaakte keuzes realiseren. 5.1.2 Rolopvatting Keuze: Eijsden-Margraten kiest een deels faciliterende en deels regisserende rol We kiezen een regisserende rol bij de deelopgaven waarop we als gemeente veel invloed hebben, zoals grootschalige duurzame opwek. Regisseren betekent dat we de koers bepalen, partijen bij elkaar brengen en financiële middelen vrijmaken. Tegelijkertijd blijft samenwerking noodzakelijk, we verwachten dan ook dat alle belanghebbenden hun steentje bijdragen. Bij deelopgaven waarop we als gemeente minder invloed hebben, zoals het verduurzamen van mobiliteit, kiezen we een meer faciliterende rol. Dat betekent dat we de
autonome ontwikkelingen ondersteunen en onze wettelijke taken uitvoeren, maar niet actief aan versnelling werken. Deze rolopvatting sluit aan bij het leidende principe ‘rechtvaardig en participatief’ én biedt de mogelijkheid om de overige leidende principes goed te borgen. 5.1.3 Elektriciteit Keuze: Eijsden-Margraten focust voor de opwek van duurzame elektriciteit in de periode tot 2030 op ‘zon op daken en parkeerterreinen’, voor de verdere toekomst blijft de inzet van grootschalige opwek open. In het gepresenteerde scenario is elektriciteit de ruggengraat van het toekomstige energiesysteem. Het lokaal opwekken van deze elektriciteit heeft voordelen die aansluiten bij onze leidende principes. Lokale opwek ontziet het elektriciteitsnet en draagt daarmee bij aan het beperken van de maatschappelijke kosten. Bovendien kan de lokale gemeenschap (financieel) profiteren van lokale energieopwek. Tegelijkertijd heeft grootschalige opwek van duurzame energie vaak een significante landschappelijke impact én legt het beslag op schaarse ruimte. In 2021 heeft Eijsden-Margraten een beleidskader vastgesteld voor grootschalige opwek van duurzame energie. Hiervoor is tevens een uitgebreid
participatietraject doorlopen. In het beleidskader is de keuze gemaakt dat grootschalige zonne-energie op land in het buitengebied niet is toegestaan, met name vanwege de landschappelijke impact in het karakteristieke Limburgse Heuvelland. Voor windenergie zegt het beleidskader dat we de locatie waar dit technisch-juridisch mogelijk is nader onderzoeken. Bij vaststelling van het beleidskader is echter per amendement bepaald dit niet te doen (zie ook paragraaf 4.1.3).
Dit betekent dat Eijsden-Margraten inzet op zonneenergie op daken en in onbenut stedelijk gebied. Een potentiestudie in het kader van de RES 1.0 wijst uit dat het potentieel hiervoor 0,055 KWh is. Deze keuzes hebben daarmee als consequentie dat Eijsden-Margraten richting 2030 en 2050 duurzame energie uit het landelijke elektriciteitsnet blijft importeren. Dit betreft echter nadrukkelijk een voorlopige keuze die we periodiek evalueren. Waar nodig en mogelijk maken we op basis daarvan nieuwe en/of aanvullende keuzes.
De keuze voor een focus op ‘zon op daken en parkeerterreinen’ heeft als consequentie dat we onze toekomstige elektriciteitsvraag niet volledig zelf duurzaam kunnen opwekken. We blijven dus elektriciteit importeren uit het landelijke elektriciteitsnet.
5.1.4 Energie-infrastructuur
De gemeentelijke beleidskeuzes voor duurzame opwek betreffen nadrukkelijk voorlopige keuzes, we houden grootschalige opwek als optie voor de toekomst open. In de huidige situatie is ook bovengemeentelijke beleid een belemmerende factor voor de realisatie van grootschalige opwek van duurzame energie in het buitengebied. De Provinciale Omgevingsverordening sluit windenergie binnen de gemeentegrenzen volledig uit. Grootschalige zonne-energie is in het buitengebied in principe niet toegestaan, tenzij aan één van de in paragraaf 4.1.3 genoemde voorwaarden is voldaan.
Keuze: Eijsden-Margraten faciliteert de netbeheerder optimaal bij het versterken van de energieinfrastructuur en borgt daarbij een zorgvuldige procesgang. De regionale netbeheerder Enexis en de landelijke netbeheer TenneT zijn verantwoordelijk voor het aanpassen van de energie-infrastructuur op het energiesysteem van de toekomst. Hierbij wordt een proces van integraal programmeren gevolgd. De gemeente is één van de belanghebbenden, maar keuzes over aanpak en prioriteiten worden op bovengemeentelijk niveau gemaakt.
19
Gemeente Eijsden-Margraten faciliteert de netbeheerder optimaal bij het verbeteren van de energie-infrastructuur. Als vergunningverlener voor grotere projecten borgen we daarbij dat deze voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en bewaken een zorgvuldige omgang met de belangen van omwonenden en bedrijven. We zoeken daarbij – conform onze leidende principes - altijd naar de juiste balans tussen het efficiënt realiseren van netverbeteringen en een zorgvuldig proces met belanghebbenden. 5.1.4 Brandstoffen Keuze: Eijsden-Margraten faciliteert de autonome ontwikkeling richting duurzame mobiliteit In 2022 was 23% van de nieuw verkochte personenauto’s en kleine bedrijfswagens elektrisch (www.cbs.nl). Gemeente Eijsden-Margraten verwacht dat dit aandeel richting 2050 autonoom verder groeit. We baseren ons daarbij op de landelijke doelstelling dat in 2030 alle nieuwe auto’s emissievrij moeten zijn en op de mogelijkheid van aangescherpte landelijke normering ná 2030. Als gemeente faciliteren we deze ontwikkeling. Dat betekent dat we invulling geven aan onze wettelijke taken, meewerken aan eventuele bovengemeentelijke programma’s en externe partijen ondersteunen, bijvoorbeeld door uitbreiding van de laadpaalinfrastructuur.
5.1.5 Innovatie Keuze: Eijsden-Margraten kiest bewezen oplossingen voor de energietransitie en volgt innovatieve ontwikkelingen nauwgezet. Nieuwe technieken en innovaties zijn belangrijk voor de energietransitie. Ze kunnen bestaande trends versnellen, (energie-efficiënte apparaten, zonnepanelen met een hogere opbrengst) of nieuwe transitiepaden openen (energieopslag). Eijsden-Margraten verwacht dat innovaties de komende jaren een grote impact zullen hebben op de koers en snelheid van de energietransitie. We volgen deze ontwikkelingen daarom op de voet. We nemen een eventuele implementatie van elders bewezen succesvolle innovaties mee tijdens de reguliere herijkingsmomenten van deze visie (zie hoofdstuk 4). Zo houden we de mogelijkheid open om de koers te wijzigen, maar passen we in het ‘hier en nu’ steeds bewezen oplossingen toe. Deze keuze sluit het meest aan bij onze leidende principes betrouwbaar, veilig en betaalbaar.
20
5.2 Structurerende keuzes: warmtetransitie 5.2.1. Inleiding Om te komen tot het scenario in het voorgaande hoofdstuk is reeds een aantal algemene uitgangspunten beschreven. Om te komen tot een uitvoeringsstrategie maken we aanvullend de onderstaande structurerende keuzes voor de warmtetransitie. Deze structurerende keuzes bepalen op hoofdlijnen wát we gaan doen én wat niet. 5.2.2. Rolopvatting Keuze: Eijsden-Margraten kiest een regisserende rol in de warmtetransitie We kiezen een regisserende rol bij de deelopgaven waarop we als gemeente veel invloed hebben, waaronder de warmtetransitie. Regisseren betekent dat we de koers bepalen, partijen bij elkaar brengen en financiële middelen vrijmaken. Tegelijkertijd blijft samenwerking noodzakelijk, we verwachten dan ook dat alle belanghebbenden hun steentje bijdragen. Deze rolopvatting sluit aan bij het leidende principe ‘rechtvaardig en participatief’ én biedt de mogelijkheid om de overige leidende principes goed te borgen.
5.2.3. Energiebesparing
5.2.4. Warmtetransitie
Keuze: Eijsden-Margraten hanteert een actief besparingsbeleid
Keuze: Eijsden-Margraten herijkt in 2026 de eerder gekozen strategie voor de warmtetransitie
In alle gevallen is een significante energiebesparing richting 2030 en 2050 noodzakelijk. We verwachten dat autonome ontwikkelingen niet voldoende zijn om de benodigde hoeveelheid energiebesparing te realiseren en voeren daarom een actief besparingsbeleid gericht op de prioritaire sector gebouwde omgeving. Daarbij richten we ons op alle particuliere en professionele doelgroepen in deze sector. Deze keuze sluit nadrukkelijk aan bij de leidende principes in hoofdstuk 2. Energiebesparing houdt de energierekening betaalbaar, draagt bij aan een rechtvaardig energiesysteem en vermindert de noodzaak om het elektriciteitsnet te verzwaren.
Ten aanzien van de warmtetransitie is in de Transitievisie Warmte 2022 – 2030 een voorlopige keuze gemaakt voor een individueel - hybride strategie. Dat komt neer op een combinatie van individuele elektrische warmtepompen én individuele hybride warmtepompen.
Voor de prioritaire sector industrie hanteren we een maatwerkaanpak. Deze sector betreft in essentie de twee bedrijven die gevestigd zijn op het Zinkwitterrein. We gaan met deze sector in gesprek en bepalen in nauwe samenspraak de besparings- en verduurzamingsmogelijkheden.