CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20260120 04b Masterplan - Poort van het Heuvelland 19-11-2025

* Raadsvergaderingen 20 januari 2026, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Masterplan Poort van het Heuvelland9.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Masterplan - Poort van het Heuvelland

Inleiding Bestuursopdracht Op 25 mei 2021 heeft de gemeenteraad van Eijsden-Margraten via een bestuursopdracht het college van B&W opdracht gegeven om te komen tot een gebiedsvisie Poort van het Heuvelland met een daaraan gekoppeld uitvoeringsprogramma. Het doel van deze opdracht: ,,Het ontwikkelen van het gebied Poort van het Heuvelland op een integrale wijze, met voldoende aandacht voor de ontsluiting van het gebied, voldoende aandacht voor de N278, die om een opwaardering vraagt, alsmede met voldoende aandacht voor het versterken van de kernkwaliteiten van het gebied en met voldoende aandacht voor de overgang tussen stad en land.” Uitgangspuntennotitie Op basis van de door de raad vastgestelde Uitgangspuntennotitie Poort van het Heuvelland (18 februari 2025) wordt een Masterplan opgesteld als verdere uitwerking. De vastgestelde uitgangspunten luiden: 1. Wij streven ernaar om de verbondenheid tussen de noord- en zuidzijde van de Poort van het Heuvelland voor mens en dier te versterken. 2. Wij willen de rust en sereniteit in het gebied behouden en versterken. 3. Wij willen de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied verbeteren. Cultuurhistorie en groen zijn de dragers voor het gebied. 4. Wij willen ons cultureel erfgoed behouden. 5.

Wij onderzoeken de mogelijkheden van woningbouw / nieuwbouw in het gebied, maar concentreren ons daarbij, wat betreft reguliere nieuwbouw, op het meest zuidoostelijk gelegen gedeelte van de Poort van het Heuvelland (de zuidwestelijke kernrand van Cadier en Keer). Relatie Masterplan met Cittaslow Sinds 2016 draagt Eijsden-Margraten het internationale keurmerk Cittaslow, voor gemeenten die zich onderscheiden op het vlak van kwaliteit van leven, passie voor de leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu en behoud van eigen identiteit. Het DNA van de gemeente Eijsden-Margraten is Cittaslow. De gemeente richt zich op het realiseren van een duurzame leefomgeving met oog voor kwaliteit. Een actieve gemeenschap voor alle generaties waarin werk en ontspanning in balans zijn en de kwaliteit van leven wordt benadrukt en bevorderd. De kernwaarden van Cittaslow zijn verbinding, identiteit, toekomstbestendigheid en ambitie. Deze kernwaarden geven richting en focus bij het opstellen van visies en het maken van beleid en zijn leidend bij het maken van keuzes op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Leeswijzer: • Visie & ambitie – gezamenlijk toekomstbeeld en richtinggevende doelen.

• Bouwstenen – thematische analyse van natuur, erfgoed, landschap, mobiliteit en recreatie • Masterplan – de afweging van uitgangspunten en het integrale plan met kaarten en uitgangslijnen • Deelgebieden en maatwerk – uitwerking / detaillering voor specifieke plekken. Zo vormt dit document zowel een inspiratie als een praktisch kompas: een samenhangend verhaal over hoe de Poort van het Heuvelland zich kan ontwikkelen tot een verbindende, herkenbare, veilige en toekomstbestendige entree tot het Zuid-Limburgse Heuvelland.

2

Overkoepelend beleid Het Masterplan is gebaseerd op overkoepelend beleid: Europese, nationale en regionale visies vormen het kader waarbinnen dit gebied bijdraagt aan bredere doelen voor natuur, landschap, erfgoed, wonen, landbouw en leefomgevingskwaliteit.

Niveau

Beleidsdocument

Onderwerp

Doel

Europa

Habitatrichtlijn & Vogelrichtlijn

Ecologie / Soortenbescherming

Basis voor Natura 2000-beleid en bescherming van soorten en habitats.

Kaderrichtlijn Water (KRW)

Waterkwaliteit / Hydrologie

Verplicht herstel van ecologische en chemische waterkwaliteit.

EU-Biodiversiteitsstrategie 2030

Ecologisch herstel

Richtlijn voor herstel van ecosystemen en uitbreiding beschermde gebieden.

EU Nature Restoration Law (2024)

Natuurherstelplicht

Bindende wet voor herstel van 20 % van aangetaste natuur vóór 2030.

EU Green Deal / Farm-to-Fork

Duurzame landbouw / Klimaat

Richt zich op duurzame, kringloopgerichte landbouw en reductie van nutriënten.

Ontwerp-Nota Ruimte (2025)

Nationale ruimtelijke regie

Nieuwe Nationale Omgevingsvisie; regie op ruimte via vier thema’s: water/bodem, landbouw/natuur, economie/energie, wonen/bereikbaarheid.

Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG, 2023)

Landbouw- en natuurovergang

Integreert stikstof, water, bodem en klimaat in gebiedsgerichte aanpak.

Programma Natuur (2022)

Natuurherstel

Richt zich op herstel van biodiversiteit en Natura 2000-kwaliteit.

Regiodeal Zuid-Limburg / NOVEX-gebied (2022–)

Gebiedsgerichte ontwikkeling

Langjarige Rijk-Regio-deal voor brede welvaart en versterking Nationaal Landschap.

Provinciale Omgevingsvisie (POVI, in voorb. 2026)

Bodem- & watersturing

Koepelvisie met ‘Water en Bodem sturend’ en duurzame landbouw als kern.

Limburgs Offensief Stikstof (LOS, 2025)

Stikstof / Landbouwtransitie

Uitvoeringsprogramma voor stikstofreductie en natuur-/landbouwtransitie (focus Geuldal-Mergelland).

POL 2014 / Nationaal Landschap Zuid-Limburg

Landschapskwaliteit

Benoemt kernkwaliteiten van landschap: reliëf, erfgoed, openheid, kleinschaligheid.

Hoofdrapportdefinitief N2000 plan Bemelerberg & Schiepersberg

Natuurherstel

Definitief uitwerking van het beschermings- en beheerplan voor het Natura 2000-gebied.

Natura 2000-beheerplan Savelsbos

Natuurherstel

Plan voor behoud en herstel van de natuur en soorten in het Savelsbos.

Landschapsontwikkelingsplan (LOP, 2009)

Landschapsbeheer

Richt zich op erosiebestrijding, beplanting en herstel van landschap.

Panorama Zuid-Limburg (PosadMaxwan, 2023)

Regionale ruimtelijke strategie

Regionale ruimtelijke toekomstvisie 2050; koppelt water-bodem-sturend aan leefbare kernen.

Visie Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg 2030 (2020)

Recreatie / Toerisme

Gezamenlijk beleidskader van provincie en gemeenten voor kwalitatief toerisme.

Regiodeal Zuid-Limburg (2021)

Gebiedsontwikkeling / Innovatie

Financierings- en uitvoeringsprogramma voor natuurverbindingen en leefkwaliteit.

Regionale Structuurvisie Ruimtelijke Economie ZL (SVREZL)

Ruimtelijke economie

Bepaalt regionale economische en ruimtelijke afstemming tussen gemeenten.

Landschapspark Grenzeloos Bocagelandschap

Landschapskwaliteit

Een landschap van hagen, holle wegen en weilanden in de Voerstreek, het Land van Herve en het Zuid-Limburgse Heuvelland.

Uitgangspuntennotitie Poort van het Heuvelland (2025)

Gebiedsvisie / Integratiekader

Door de raad vastgesteld startdocument met vijf leidende principes.

Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM, 2013–2023)

Ruimtelijke kwaliteit

Beleidsinstrument voor toetsing ruimtelijke kwaliteit en rode contouren.

Bestemmingsplan Buitengebied (2009)

Ruimtelijke ordening

Juridisch kader voor gebruik, bebouwing en bescherming van landelijk gebied.

Gebiedsvisie Middenterras (2020)

Landschap / Verbinding stad-land

Integraal beleidsdocument dat Poort van het Heuvelland positioneert als entree-zone Nationaal Landschap.

Buitengewoon Buitengebied (2020)

Ontwikkeling van het buitengebied

De richting bepalen voor een toekomstbestendig buitengebied.

Nederland (Rijk)

Provincie Limburg

Zuid-Limburg (regio)

Gemeente Eijsden-Margraten

3

bron: visitlimburg.nl

Visie & ambitie Het Masterplan Poort van het Heuvelland heeft één centrale ambitie: de kwaliteit en duurzaamheid van het gebied blijvend waarborgen en versterken. Een landschap waarin natuur, cultuur en leefbaarheid elkaar dragen, zodat mensen, dieren en erfgoed in samenhang kunnen voortbestaan. Hiertoe hanteren we drie samenhangende thema’s: 1. Natuur – de basis: bodem, water en ecologie vormen van oudsher de basislaag waarop wij mensen onze netwerken en samenleving hebben gebouwd. Wanneer dit gebied ecologisch functioneert, inclusief waterhuishouding, blijft het landschap vitaal. 2. Cultuur – betekenis en identiteit: Erfgoed, landschap en historie geven het gebied een herkenbaar karakter. Het zijn de dragers van identiteit. 3. Leefbaarheid – ruimte voor de mens: Binnen het raamwerk van natuur en cultuur, ontstaat ruimte voor wonen, recreatie en nieuwe functies. Ontwikkelingen dragen hier bij aan de vitaliteit van samenlevingen en de kwaliteit van het landschap. Doel Het Masterplan biedt een onderbouwd en toetsbaar kader waarmee bestuur, partners en eigenaren keuzes kunnen maken die bijdragen aan een veerkrachtig, herkenbaar en toekomstbestendig landschap. Aanpak Het gebied is geanalyseerd via een aantal ‘bouwstenen’ die inzicht geven in wat in het gebied speelt op het vlak van bijvoorbeeld ecologie, water, terrassen, erfgoed, routes en planologie.

Vanuit deze analyse volgen uitgangspunten in de volgorde natuur, cultuur, leefbaarheid. Keuzes zijn afgewogen op ecologische waarde, ruimtelijke kwaliteit, veiligheid, kosten, beheer en draagvlak. Resultaat Het Masterplan resulteert in een samenhangend toekomstbeeld waarin drie thema’s samenkomen: • Een samenhangend groen-blauw raamwerk dat de natuurlijke systemen herstelt en zorgt voor een veerkrachtige balans tussen water, bodem en ecologie. • Een herkenbare, beleefbare culturele en landschappelijke structuur waarin erfgoed en zichtlijnen verankerd blijven, • Zorgvuldig ingepaste ontwikkelzones die wonen, recreatie en maatschappelijke functies mogelijk maken zonder de draagkracht van het landschap te overschrijden. Zo ontstaat een gebied waarin natuur richting geeft, cultuur betekenis toevoegt, en de mens zich generaties lang op duurzame wijze kan verbinden met de blijvende kwaliteit van de Poort van het Heuvelland.

5

Locatie in beeld Title

6

Bouwstenen

7

Gebieds-DNA Deze bouwsteen introduceert het gebied en vat de identiteit samen. Deze leeskaart fungeert als referentie voor alle volgende bouwstenen. Zo borgen we dat keuzes altijd herleidbaar zijn naar context en kernkwaliteiten. Vraagstelling Welke identiteits- en systeemlagen kaderen de latere keuzes in het masterplan? Bevindingen • Uitzonderlijk heuvelachtig landschap met graften, holle wegen en oude structuren die de historische opbouw van het Heuvelland zichtbaar maken. • Rijke culturele gelaagdheid met religieus erfgoed, landgoederen en agrarische relicten. • Veel visuele verstoring door hekwerken, lichtmasten, verhardingen en losse bijgebouwen die het open karakter en erfgoedkwaliteit verzwakken. • De Rijksweg N278 is een dominante barrière voor mens en dier; de oversteekbaarheid en zichtrelaties zijn sterk beperkt. • De samenhang tussen Missiehuis, St. Jozef en St. Gerlach is daardoor zwak en nauwelijks beleefbaar. Kansen • Herstellen van samenhang tussen de noord- en zuidzijde van de N278 via ecologische en recreatieve verbindingen. • Verminderen van verharding en hekwerken om het landschap opener en toegankelijker te maken. • Begrenzen en ordenen van bebouwing om verrommeling tegen te gaan en erfgoed beter tot zijn recht te laten komen. • Zichtlijnen en routes versterken (Trichterweg, kloosterpaden) om de leesbaarheid van het Heuvelland te herstellen.

• Erfgoed verbinden aan landschap door groene entrees, landschappelijke tuinen en zachte overgangen tussen cultuur en natuur. Belemmeringen • Rijksweg N278 is een structurele fysieke scheiding en een bron van geluid en lichtverstoring. • Privaat eigendom en versnipperd beheer beperken de mogelijkheid om samenhangend landschapsherstel door te voeren. • Verkeersveiligheid en toegankelijkheid vormen een drempel voor zachte recreatie. • Verrommeling van bijgebouwen en terreinindeling verstoren de beleving en zichtbaarheid van erfgoed en cultuurhistorische structuren.

8

Bodem & Water De ondergrond vormt het fundament van het Heuvelland. Hellingen, taluds en droogdalen werken hier dubbel: ze kunnen barrières vormen, maar ook natuurlijke geleiders zijn voor water, ecologie en landschap. Met de Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN) zijn hellingsklassen, terrassen en dalstructuren af te leiden. De kaart toont hoe het reliëf, de waterlopen en het waterwingebied samen de zonering van het gebied bepalen en vormt daarmee een essentiële basislaag voor het masterplan. Vraagstelling Hoe is het hoogteverschil en de bodemopbouw van het gebied gevormd, welke terrassen en droogdalen zijn te onderscheiden, en wat betekent dit voor waterhuishouding, landgebruik en ruimtelijke samenhang? Bevindingen • Drie terrassen duidelijk herkenbaar: Maasdal (laag), landbouwzone (midden) en plateau (hoog). • Steilranden en droogdalen bepalen de natuurlijke afwatering en vormen belangrijke structuren voor flora en fauna. • Het gebied valt deels binnen een grond- en drinkwaterbeschermingszone; infiltratie en bodemkwaliteit zijn hier van groot belang. • Het reliëf bepaalt de beleving: open landbouwzones in het midden versus besloten bosranden en dalen op de hellingen. • Het terraslandschap is ontstaan door opeenvolgende ijstijden en de insnijding van de Maas, wat resulteert in een gelaagd, hydrologisch sturend landschap.

Kansen • Versterken van bos-, struweel- en graslandzones langs steilranden en droogdalen voor waterinfiltratie en biodiversiteit. • Beschermen van waterwingebieden door zorgvuldig landgebruik en beperking van uitspoeling van nutriënten. • Zichtbaar en beleefbaar maken van hoogte- en waterovergangen met routes en uitzichtpunten. • Combineren van ecologische en hydrologische functies, waarbij dalen en hellingen dienen als natuurlijke structuurlijnen. Belemmeringen • Erosiegevoeligheid op hellingen en dalen: intensief gebruik en zware regen leiden tot uitspoeling en bodemdegradatie. • Risico op verontreiniging van het waterwingebied door landbouw en verharding. • Verlies van herkenbaarheid van het terras- en dalpatroon door dichtgroei, ophoging of onzorgvuldige bebouwing. • Fragmentatie van bodem- en watersystemen door infrastructuur of grondverzet, waardoor natuurlijke samenhang verloren gaat.

9

Legenda (indicatief) Natura 2000-gebied Hoogte laag-hoog Droogdalen Waterwingebied Poelen

Leefgebieden Deze bouwsteen geeft een overzicht van diergroepen die voorkomen in het gebied, hun leefgebieden en hun bewegingen. De ecologische verbindingen in dit plan zijn gericht op het faciliteren van deze doelgroepen. De leefgebiedenkaart met fragmentatie / verbindingen maakt zichtbaar welke leefgebieden aan weerszijden van de N278 op elkaar aangesloten zouden moeten worden. Dit vormt de basis voor het kiezen van het juiste type oversteek per diersoort en de bijbehorende geleiding. Vraagstelling Waar liggen de te verbinden leefgebieden aan weerszijden, welk type faunaverbinding past per diergroep op welke plek, en waar is sprake van versnippering die hersteld dient te worden? Bevindingen De bevindingen zijn uitgebreid toegelicht in de Ecologierapportage die parallel aan dit Masterplan is gemaakt. Kansen • Matchen leefgebied aan weerszijden van de N278: bijvoorbeeld van bosrand naar bosrand of van kleinschalig naar kleinschalig om het ‘obstakel rijksweg’ zoveel mogelijk te mitigeren en een veilige oversteek te bevorderen. • Verbeteren van de ‘landingszones’ door middel van struweel / houtwallen aan weerszijden van de N278 om de instroom te vergroten. • Verbinden van leefgebieden met ‘stapstenen’ (struweel / houtwal).

• Waarborgen van donkerte bij vleermuisroutes (lichtafscherming) en markeren van rustzones • Toevoeging van drie à vier poelen: het toevoegen hiervan maakt de ecologische verbinding tussen de Natura 2000-gebieden aaneengesloten. Belemmeringen • Heterogeen eigendom en aanwezigheid van hekwerken op logische routes. • Taluds / hellingen die aanlanding of geleiding bemoeilijken. • Licht en geluid bij kruisingen verstoren vleermuis- en zoogdierpassage. • Planologische bescherming (aanwezigheid van cultureel erfgoed) betekent dat de mogelijkheden voor ruimtelijke ingrepen beperkt zijn. • Waterregime dat amfibietunnels te droog / te nat kan maken zonder beheer. • Versnippering en aanrijdingsrisico’s (met name N278)

10

Natuurverbindingen Deze kaart laat zien waar de ecologische verbindingen lopen tussen Savelsbos en Bemelerberg/ Schiepersberg, waar ze een beleidsstatus hebben (Natura2000/NNN/EVZ) en waar ze (nog) geen beleidsstatus hebben. Doorgetrokken lijnen tonen verbindingen binnen formele zones; stippellijnen tonen verbindingen in gebied zonder status; pijlen dwars op de N278 markeren huidige oversteekzones. Vraagstelling Waar lopen de ecologische verbindingen, hoe verlopen ze door het gebied, en waar worden ze onderbroken? Bevindingen • Drie locaties A, B, C waar N278 en verbindingen elkaar kruisen; natuur ligt direct aan weerszijden van de weg. Dit zijn daarmee de kortste oversteken. • Twee oranje zones: (nog) zonder beleidsstatus, maar in de praktijk als ecologische verbinding functionerend om meerdere gebieden te verbinden en daarmee de bottlenecks te verminderen. Kansen • Beleidsstatus geven aan de oranje zones voor behoud, verbetering en herstel van het netwerk. • A, B, C inrichten met veilige oversteek voor dieren. • Struweel/houtwallen aan weerszijden van bepaalde routes om instroom van veilige oversteken te vergroten. Belemmeringen • N278 (verkeer, snelheid, verlichting) als hoofdknelpunt. • Hekwerken/afrasteringen en watergangen zonder faunauitstap in het achterlandschap. • Open landbouwpercelen zonder dekking tussen boskernen.

• Recreatieve druk nabij dorpsranden en voorzieningen. • Sportvelden vormen in huidige aanleg een belemmering wegens het ontbreken van toegankelijkheid en dooradering voor fauna.

11

Legenda Natura 2000 gebied Natuur Netwerk Nederland (NNN) Ecologische VerbindingsZone (EVZ) Bebouwing Ontbrekende status natuurverbinding Natuurverbinding door formele zone Natuurverbinding buiten formele zone Logische locatie faunapassage

Landbouw & Natuur Bodem, water en begroeiing in het Heuvelland functioneren van nature als een gesloten kringloop, waarin voedingsstoffen langzaam worden hergebruikt en de bodem relatief voedselarm maar stabiel blijft. Landbouw heeft invloed op die balans via gewasbeschermingsmiddelen en bemesting, wanneer externe bemesting (stikstof) in het systeem komt. Een deel wordt opgenomen door het gewas, wat overblijft kan zich via lucht, water (uitspoeling) en erosie verplaatsen in de richting het bos en het waterwingebied. Dit leidt tot vermesting en verzuring van de bodem, waardoor de natuurlijke veerkracht van het landschap afneemt en kwetsbare soorten verdwijnen. De kaart op deze pagina laat zien waar landbouw en natuur elkaar raken. De kaart combineert het type gewas en voor die gewassen gebruikelijke bemesting met de stikstofgevoeligheid van de Natura 2000-gebieden. Zo wordt zichtbaar waar intensieve teelt de grootste druk veroorzaakt en waar extensivering en natuurinclusieve landbouw het meeste herstel kunnen opleveren. De kaart is gebaseerd op de gebruikelijke bemesting voor een gewastype, de realiteit kan hiervan afwijken (bijvoorbeeld: op lössgronden gelden al strengere normen).

Vraagstelling Hoe kunnen agrariërs in het Heuvelland hun werk blijven doen op een manier waarbij natuur, waterkwaliteit en landschap herstellen, en tegelijkertijd de toekomstvastheid van het boerenbedrijf wordt versterkt? Bevindingen • Rond Natura 2000-gebieden zoals het Savelsbos en de Bemelerberg vindt intensieve teelt plaats op korte afstand van stikstofgevoelige habitats • Binnen en direct naast NNN-gebieden komt intensieve akkerbouw voor. Het programma Limburgs Offensief Stikstof (LOS) zet in op extensivering en natuurinclusievere teelt in deze zones. De provincie visie (POVI) noemt het gebied als zoekzone voor energieopwekking met zonnepanelen. • In delen van het plateau boven het Savelsbos is sprake van grondwaterinfiltratie richting het waterwingebied, waardoor bemesting hier extra kritisch is. • Ook wanneer de luchtdepositie binnen de afgesproken marges valt, blijft de watergerelateerde stikstofbelasting een belangrijk risico voor bos- en kwelgebieden. • Het reliëf van het Heuvelland (hellingen, droogdalen) versterkt het effect van uitspoeling en erosie: nutriënten bewegen van het plateau richting bos en dal. Kansen • LOS-programma: het koppelen van stikstofreductie aan financiële vergoedingen en investeringen in duurzame bedrijfsvoering. • Omschakeling & innovatie: nieuwe gewassen en agroforestry maken bedrijven minder afhankelijk van kunstmest.

Precisiebemesting voorkomt overschotten en bespaart kosten. • Samenwerking met natuurbeheerders / agrarisch natuurbeheer: dit kan stabiele inkomsten bieden bij minder intensieve teelten. • Water- en bodembeheer, natuurinclusieve landbouw, bocagelandschap: vanggewassen, greppels en niet-kerende grondbewerking verminderen erosie en verbeteren bodemkwaliteit: kruidenrijke randen, hagen en poelen vormen buffers en verhogen de biodiversiteit.

12

Belemmeringen • Kennis en begeleiding: niet alle agrarisch ondernemers zijn bekend met LOS- en ANLb-regelingen en de aanvraagprocedures. Niet alle ondernemers hebben kennis van agroforestry, permacultuur, strokenlandbouw. Er is weinig praktische ondersteuning voor een omschakeling. • Perceptieverschil: boeren zonder vee zien stikstof soms als een typisch veehouderijprobleem en onderschatten effecten van kunstmest. • Economische druk: lage marges en onduidelijk, onbetrouwbaar en snel wisselend beleid maken de weg naar verduurzaming risicovol. • Weinig voorbeeldprojecten: succesvolle extensiveringstrajecten zijn nog nauwelijks zichtbaar. • Beperkingen in beleid en grondpositie: versnipperd eigendom, trage procedures.

Legenda Mestbehoefte per gewas (indicatief): Hoog gebruik Matig gebruik Laag gebruik Extensief gebruik Geen gebruik

Natuur: N2000 ~250m bufferzone ter referentie N2000 zeer stikstofgevoelig (AERIUS) N2000 stikstofgevoelig (AERIUS) N2000 beperkt stikstofgevoelig (AERIUS) Natuur Netwerk Nederland (NNN)

Cultureel erfgoed Deze bouwsteen introduceert het gebied en vat identiteit, structuur en systemen samen. We tonen hoe reliëf, water, bodem en historische ontwikkeling het huidige landschap sturen. Erfgoed en groenblauwe elementen verklaren waarom bepaalde plekken sterk of kwetsbaar zijn. Deze leeskaart fungeert als referentie voor alle volgende bouwstenen. Zo borgen we dat keuzes altijd herleidbaar zijn naar context en kernkwaliteiten. Vraagstelling Hoe kan het Masterplan de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke erfgoederen behouden, verbinden en toekomstbestendig maken? Bevindingen • Kernensemble: Missiehuis, Huize Sint Gerlach, Sint Jozef en landgoed Heerdeberg. • Monumenten: meerdere rijks- en gemeentelijke monumenten, o.a. kloostercomplexen, LTSgebouw, Lourdesgrot en holle wegen. • Cultuurlandschap: terraslandschap Maasdal en Middenterras met open-besloten contrasten, graften en hoogstamboomgaarden. • Verrommeling: versnippering, leegstand, rommelige ontsluiting en verlies van samenhang. • Regionale context: Nationaal Landschap Zuid-Limburg met sterke identiteit en toeristischrecreatieve waarde. Kansen • Erfgoed herontwikkelen als drager voor nieuwe functies (wonen, zorg, cultuur, recreatie) met behoud van historische waarde. • Verbinding erfgoed-natuur: inzetten van kloosters, tuinen en landgoederen als schakels in de ecologische en recreatieve structuur.

• Beeldkwaliteit versterken: zichtlijnen, landschappelijke inpassing, herstel openheid en hoogstamboomgaarden • Erfgoed inzetten voor beleving en identiteit (vrijetijdseconomie, regionale verhalen) • Participatie: lokale initiatieven (permacultuur LTS, Abbey Garden) koppelen aan erfgoedverhaal Belemmeringen • Versnippering en druk van verkeer (N278). • Leegstand en onderhoudsachterstand in grote complexen (Missiehuis, Sint Jozef). • Functiewijziging kan botsen met natuur- of landschapswaarden (ontwikkeling ≠ instandhouding). • Recreatieve druk en toerisme kunnen kwaliteit en rust aantasten

13

Bestemmingsplan (huidig) De bestemmingsplankaart laat zien hoe functies momenteel juridisch zijn vastgelegd (agrarisch, natuur, wonen, maatschappelijk, recreatie, infrastructuur). Voor het Masterplan vormt dit de basis om te bepalen waar aanpassingen nodig zijn om versnippering te verminderen, dorpsranden te versterken en ecologische samenhang te herstellen. Vraagstelling Hoe kan het bestemmingsplan worden ingezet om een groene, samenhangende structuur te waarborgen, ruimte te bieden voor zorgvuldige woningbouw en maatschappelijke functies, en tegelijkertijd de dorpsidentiteit en ecologische verbinding te versterken? Bevindingen • Maatschappelijk gebied Heerderberg: het terrein is omvangrijk en herbergt uiteenlopende functies zoals jeugdzorg, zorg- en hulpverlening en opvangvoorzieningen. De concentratie van deze functies zorgt voor een overbelasting van het gebied en een onevenwichtige ruimtelijke verdeling. • Zuidwestzijde Cadier en Keer: de rand van het dorp kent een gefragmenteerde invulling en mist de duidelijke dorpsrand die aan de noordzijde wel aanwezig is. • Versnipperde woonlinten: tussen Cadier en Keer en Maastricht liggen losse kavels met woonbestemming, direct ontsloten op de N278 (80 km/h), wat leidt tot onveilige situaties en een rommelig dorpsbeeld.

• Gebrekkige ecologische verbinding: kavels die planmatig als ‘natuur’ of ‘ecologische zone’ zijn bestemd, vormen geen continue structuur tussen de noord- en zuidzijde van de Rijksweg. Kansen • Actualiseren en herschikken bestemmingen zodat feitelijk gebruik (zorg, wonen, agrarisch) beter overeenkomt met de planstatus en aansluit bij de dorpsstructuur. • Clusteren van maatschappelijke functies binnen één herkenbare zone om schaal, uitstraling en verkeersafwikkeling beter te beheersen. • Formaliseren van ecologische zones door ontbrekende schakels te bestemmen als ‘natuur’ of ‘EVZ’, zodat de noord-zuidverbinding juridisch wordt geborgd. • Heldere dorpsrand creëren met een groen raamwerk en zachte overgang naar het landschap, aansluitend op bestaande erfstructuren. • Woningbouw integreren aan de rand van Cadier en Keer alleen waar dit ecologisch en landschappelijk inpasbaar is en bijdraagt aan samenhang en leefbaarheid. Belemmeringen • Verouderde bestemmingsplannen (zoals Buitengebied 2009) bieden te veel ruimte voor incidentele invullingen en zijn te weinig richtinggevend in ruimtelijke kwaliteit. • Rijksweg als barrière: directe ontsluitingen op de N278 beperken verkeersveiligheid en belemmeren de herkenbaarheid van de gebiedsstructuur.

• Onvoldoende juridische borging van ecologische zones, waardoor de beoogde verbinding kwetsbaar blijft zolang het bestemmingsplan niet wordt herzien.

14

Legenda agrarisch agrarisch met waarden bedrijf bedrijventerrein bos centrum cultuur en ontspanning detailhandel

dienstverlening gemengd groen horeca infrastructuur kantoor maatschappelijk natuur

recreatie sport tuin verkeer ontspanning en vermaak water wonen woongebied

Ongewenst toekomstbeeld Deze kaart is een gedachtenexperiment, een verbeelding van een ongewenste toekomst. De kaart verbeeldt wat er gebeurt wanneer de huidige kavels met bebouwing en een gevarieerde mix van functies eenvoudigweg worden bestemd tot nieuwe woonlocaties (geel). De kernkwaliteiten van het gebied zouden dan verloren gaan. Verdichting langs de Rijksweg en in de open ruimte leidt tot verrommeling van het landschap, aantasting van zichtlijnen en verlies van samenhang tussen natuur, erfgoed en dorpsranden. Dit staat haaks op de uitgangspunten van de gebiedsvisie, die juist inzet op het herstellen van landschappelijke openheid, ecologische verbindingen en de herkenbare overgang tussen dorp en landschap.

15

Legenda agrarisch agrarisch met waarden bedrijf bedrijventerrein bos centrum cultuur en ontspanning detailhandel

dienstverlening gemengd groen horeca infrastructuur kantoor maatschappelijk natuur

recreatie sport tuin verkeer ontspanning en vermaak water wonen woongebied

Verkeersveiligheid Met deze bouwsteen brengen we het wegennet en de ongevallengeografie 2020–2024 samen. Doel: inzicht geven in risicosegmenten en kruispunten die we in het Masterplan moeten mijden, beveiligen of verbeteren. We tonen aantallen en locaties van ongevallen (alle typen, letsel/ernst waar beschikbaar) en leggen die over de N-weg, provinciale en gemeentelijke routes, dorpslinten en erftoegangswegen. Vraagstelling Waar liggen, gegeven wegtype en ongevallen 2020–2024, de segmenten en kruispunten die we in het ontwerp moeten mijden, beveiligen of verbeteren? Bevindingen • Rijksweg N278 functioneert als harde barrière tussen noord en zuid. Hoge snelheid (80 km/u) over langgerekte helling, veel uitritten en wisselend profiel leiden tot rem- en inhaalconflicten. • Aansluitingen op Rijksweg (in - en uitrit Heerderberg en diverse erftoegangswegen) zijn onoverzichtelijk door geen of korte invoegvakken, slecht zicht en menging van lokaal en doorgaand verkeer. • Erftoegangen en parallelwegen hebben weinig eenheid: soms landbouwontsluiting, soms recreatief pad, soms beide, dit zorgt voor onduidelijk gebruik. • In het gebied ontbreekt een logisch netwerk van veilige oversteekpunten; routes van voetgangers en fietsers zijn versnipperd. Kansen • Verkeer hiërarchisch ordenen: N278 blijft hoofdontsluiting, dorpsranden en parken worden autoluw.

• Kruispunten in Heerderberg vereenvoudigen en verharding beperken voor groene, leesbare dorpsentrees. • Veilige oversteek realiseren tussen noord- en zuidzijde voor mens én dier. • Verkeersveiligheid versterken in samenhang met ecologie en faunapassages. Belemmering • Verslechterde doorstroming op de N278 door lagere snelheden en extra oversteken. • Doorgaand autoverkeer Rijksweg vertraagd door afslagen zonder invoegstrook. • Beheercomplexiteit door meerdere wegbeheerders (Rijk, provincie, gemeente). • Ruimteclaims: beperkte fysieke ruimte bij dorpsranden voor nieuwe infrastructuur en groeninrichting.

Legenda Intensiteit aantal auto ongevallen 2020-2024 (NDW) 16

Autogebruik (TomTom intensiteitsdata): laag

hoog

Recreatief netwerk Mensenroutes sturen gebruik en beïnvloeden natuur: in het kernhabitat veroorzaken ze vaak verstoring, maar langs randen en bij bestaande doorgangen kunnen ze juist helpen om fauna te geleiden (met tijdscheiding en een goed ontwerp). In deze bouwsteen tonen we het recreatieve netwerk met de Strava Global Heatmap op basis van intensiteit. De kaart is gebaseerd op alle sporten (in dit gebied vooral hardlopen en fietsen). Het doel van de kaart is om populaire lijnen te vinden, knooppunten en belemeringen. Door bijvoorbeeld recreatieve routes voorspelbaar te kanaliseren via een ‘ontvangsthub’ met voorzieningen en door slim om te gaan met verlichting ontstaat een prettige recreatieve beleving zonder de ecologische functionaliteit te schaden. Vraagstelling Hoe loopt het recreatienetwerk en waar zitten conflicten of ontbrekende schakels? Bevindingen • Synergie is haalbaar langs randen en bij permeabele knooppunten; kernzones en smalle pinchpoints vragen scheiding of omlegging. • De Strava-hotspots (lopen en fietsen) markeren bestaande doorgangen bij hek-/kavelkruisingen en kunstwerken; dit zijn kansrijke plekken voor wildvriendelijke poorten (wildroosters). • Tijdscheiding werkt: veel soorten mijden dagdrukte, maar gebruiken paden juist in avond/nacht— mits donker en rustig.

• Routes door het kernhabitat gecombineerd met een hoge weekenddruk leveren structurele verstoring. Langs dorpsranden / plateauranden is bundelen met buffers goed mogelijk. Kansen • Recreatieve verbindingen over de Rijksweg voor een looproute die noord en zuid verbindt. • Kanaliseer het gebruik via hubs (parkeren) en voorzieningen (horeca). • Wildvriendelijke doorgangen bij pad × hek: klaphek-varianten / zijdoorgangen, faunapoorten, rastertunneltjes; bij brug/duiker: droge strook + schermen. • Buffer & geleiding: 10–30 m struweel/houtwal tussen pad en kernhabitat; pad op de rand positioneren in plaats van door de kern. • Tijdvensters & licht: avondrust op conflictsegmenten, verlichting dimmen / afschermen of vermijden langs vleermuisroutes. Belemmering • Hoge recreatiedruk door kerngebieden (ook honden / mountainbikes) is blijvende verstoring. • Smalle taluds / zichtlijnen bij oversteekpunten dwingen mens–faunacontact af. • Verplicht co-gebruik van hoofdpassage door ruimte / veiligheid, dit vraagt kostbare gescheiden profielen (hek + dichte beplantingszone). • Onzekerheid in intensiteitsdata buiten Strava-gebruikers, veldvalidatie nodig op hotspots.

Legenda 17

wandel & fiets gebruik (Strava intensiteitsdata): laag

hoog

Lopende ontwikkelingen De Poort van het Heuvelland kent een reeks actuele initiatieven en herontwikkelingsopgaven. Het gaat hierbij zowel om grote erfgoedcomplexen als om maatschappelijke voorzieningen en infrastructurele trajecten. Deze projecten beïnvloeden de ruimtelijke kwaliteit en vragen om een integrale benadering. Hoe kunnen lopende ontwikkelingen bijdragen aan behoud en versterking van erfgoed en ruimtelijke kwaliteit, zonder ecologische structuren en open landschap te ondermijnen? Vraagstelling Hoe beïnvloeden de huidige en geplande ruimtelijke, ecologische en maatschappelijke ontwikkelingen binnen en rondom de Poort van het Heuvelland de ruimte voor het realiseren van de ambities? Bevindingen • Erfgoedcomplexen en voorzieningen: herontwikkeling speelt bij het Missiehuis, voormalig LTSgebouw, Huize St. Jozef (VIA Jeugd) en de Pelikaanhal. Het gaat vaak om leegstaand of deels gebruikt vastgoed op grote kavels met een maatschappelijke bestemming. • Woningbouw: er is een uitbreidingslocatie voorzien aan de westzijde van Cadier en Keer. • N278: de provinciale weg vormt een fysieke barrière tussen landschappen. Bij een toekomstige opknapbeurt ontstaan kansen om faunatunnels (ecologische verbindingen onder de weg) relatief eenvoudig mee te nemen in de werkzaamheden. Aan de weg heeft echter recent groot onderhoud plaatsgevonden.

Kansen • Ontwikkeling kan een motor zijn voor behoud: herbestemming van erfgoed maakt investeringen in behoud en verduurzaming mogelijk. • Functies clusteren rond bestaande ensembles voorkomt versnippering. • Faunapassages koppelen aan geplande werkzaamheden aan de N278 geeft synergie tussen verkeersveiligheid en ecologie. • Maatschappelijke of woonfuncties combineren met groen raamwerk zorgt dat erfgoed en ecologie samengaan. Belemmeringen • Geen herontwikkeling van monumentale gebouwen leidt tot leegstand en verval. • Nieuwe bebouwing kan natuurwaarden en ecologische corridors aantasten. • Conflicterende belangen: investeerders vragen meer ruimte, het beleid zet juist in op behoud van open structuren. • Losse initiatieven zonder afstemming verzwakken de ruimtelijke samenhang. • Uiteentrekken van samenhangende ontwikkelingen in tijd: het is belangrijk om de kwetsbare waarden (natuur, behoud van cultureel erfgoed) niet pas te versterken na het realiseren van nieuwe ontwikkelingen, maar tegelijkertijd of liever nog vooruitlopend.

18

Masterplan

19

Op hoofdlijnen Natuur – Verbonden landschap voor mens en dier De natuur vormt het vertrekpunt van het plan. We herstellen de verbondenheid van mens en dier tussen Savelsbos en Bemelerberg door de barrières van de N278 te doorbreken en het achterliggende landschap ecologisch te versterken. 1. Doorbreken van de barrière van de N278 • Een ecoduct vormt de belangrijkste oversteek voor mens én dier • Twee faunatunnels maken veilige doorgang mogelijk voor dassen, amfibieën en kleinwild. • Aan weerszijden van de verbindingen wordt het achterland ingericht als stapstenenlandschap 2. Versterken van natuur aan weerszijden van de verbindingen • Plateauzone: overgangszone met kleinschalige, natuurinclusieve landbouw met als doel het voorkomen van nutriëntenuitspoeling richting Natura 2000 en versterken van de ecologische buffer. • Middenterras (direct onder de bossen): mozaïek van kleinschalige landbouw en bloemrijke akkers die het afstromend water filtert, insectenrijkdom bevorderd en van dekking biedt voor kleinwild. • Nog wat lager: extensieve akkerbouw met granen en luzerne als stikstofarme buffer en open leefgebied voor de bedreigde korenwolf. 3. Lokale corridors en stapstenen • Rond de sportvelden worden groene corridors en hagen aangelegd die kleine fauna door het gebied leiden en aansluiten op de ecologische routes.

Cultuur en erfgoed – Identiteit als drager van vernieuwing De Poort van het Heuvelland koestert zijn historische gebouwen en landschappelijke structuren. Erfgoed wordt niet bevroren, maar opgewaardeerd en hergebruikt als fundament voor vernieuwing. Zo ontstaat een zorgvuldig evenwicht tussen behoud, kwaliteit en ontwikkeling. 1. Missiehuis • Opwaardering van het Missiehuis, met behoud van het monumentale karakter. 2. Heerderberg en omgeving • Opruimen van de verrommeling op de Heerderberg • Autoluw landschap met parkeren aan de rand, waar rust, natuur en erfgoed samenkomen. • De Pater Kustersweg wordt geaccentueerd als historische as. • Het St. Jozef-gebouw krijgt een herbestemming tot maatschappelijke functie in monumentale sfeer. Leefbaarheid en recreatie – Rust, ontmoeting en verbinding De Poort wordt een plek waar mensen in rust en nabijheid van natuur kunnen wonen, wandelen en elkaar ontmoeten. Het gebied biedt nieuwe vormen van wonen en maatschappelijke functies die de leefkwaliteit versterken. 1. Dorpsrand Cadier en Keer • Afronden van de dorpsrand met zorgvuldig ingepaste nieuwbouw. • Waar passend wordt verdichting binnen de bestaande dorpsstructuur gestimuleerd, zodat groei samengaat met behoud van openheid en kwaliteit van het landschap. 2. Recreatieve verbinding noord–zuid • Een nieuwe wandelroute verbindt de noord- en zuidzijde van de N278 via het ecoduct.

• Deze route vormt de belevingslijn van de Poort van het Heuvelland – met uitzichtpunten, rustplekken en zicht op natuur en erfgoed. • Door de samenkomst van natuur en cultuur ontstaat een plek waar rust en sereniteit voelbaar zijn. 3. Nieuwe ontwikkelingen nabij het erfgoed • Zorgvuldige ontwikkeling achter het Missiehuis voor zorgdoelgroepen, passend bij de schaal en het landschap. • Transformatie van het LTS-gebouw tot een groen ingebedde, eigentijdse functie. • Herontwikkeling van de locatie van het voormalige schoolgebouw Icarus met natuurinclusieve bebouwing die zich voegt in het parkachtige karakter van de Heerderberg. 4. Verkeersveiligheid en doorstroming. • De ontwikkelingen in het Masterplan kunnen via de in het plan opgenomen wegeninfrastructuur afgewikkeld worden. Voor realisatie zijn geen andere ontsluitingen op de Rijksweg nodig. De doorstroming met 80 km/u en daarmee het provinciaal belang blijft geborgd. 20

Legenda Natura 2000 gebied Bestaande Eco. VerbindingsZone (EVZ) Aanloopzone faunapassage EVZ als kleinschalige landschap EVZ als open landschap S S Stapsteen (nieuw/bestaand) Ecologische verbinding

Bebouwing Nieuwe woningen Maatschappelijk Sport

Overzichtskaart

21

Bestaande situatie

22

Ontmanteling De gebouwen rondom het erfgoed in dit deelgebied vormen momenteel een versnipperd geheel. Door hun omvang, positionering en verharding tussen de verspreid liggende objecten drukken deze een stempel op het landschap en doen afbreuk aan de samenhang tussen erfgoed, groenstructuren en open ruimte. Wij stellen voor dat wordt toegewerkt naar het ontmantelen van deze gebouwen. Dit betekent meer dan alleen slopen: het is een stap naar herstel van ruimtelijke kwaliteit. Verharding maakt plaats voor groen, zichtlijnen en waterafvoer verbeteren, materialen kunnen worden hergebruikt. Zo ontstaat ruimte voor een nieuwe indeling waarin natuur, erfgoed en toekomstige functies elkaar versterken. Het gaat hierbij ruwweg om de volgende aantallen te slopen m2 gebouw: 1. 2. 3. 4.

Bijgebouw LTS 10x Paviljoens Schoolgebouw Icarus Bijgebouw Huize St. Jozef

~ 700 m2 ~ 3700 m2 ~ 2200 m2 ~ 2000 m2

4. Huize St. Jozef

3. Schoolgebouw Icarus

2. Paviljoens

23

1. Bijgebouw LTS

Nieuwe samenhang 01

09

10

13 02 08

` Deelprojecten: 01 A - Ecoduct 02 B - Faunatunnel C - Faunatunnel 03 04 Oversteek Rijksweg/loopbrug 05 Pater Kustersweg 06 Tuinen van de Heerderberg Parkeerhub 07 08 Rondje Poort 09 St. Jozef 10 LTS gebouw 11 Ontmantelen gebouwen 12 Ontwikkeling locatie Via Icarus 13 Missiehuis

24

04 07

05

12 06 11

03

Deelprojecten

25

A - Ecoduct Binnen het vastgestelde zoekgebied is onderzocht waar het ecoduct het beste kan worden gesitueerd. Ter hoogte van Landgoed Keerderberg (Hmp 1.6) bleek een grote dassenburcht aanwezig op de beoogde aanlanding, terwijl ook veel volwassen bos zou moeten wijken voor de aanleg van de aanloopzone. De bestaande Natuurbuffer Keerberg (Hmp 1.7) vormt daarom een geschiktste locatie: hier is voldoende ruimte voor aanlanding en optimale inrichting aan beide zijden, terwijl bestaande natuurwaarden grotendeels behouden blijven. Het open landschap aan weerszijden maakt bovendien een goede landschappelijke inpassing mogelijk. De locatie sluit naadloos aan op de reeds aanwezige poelen en de amfibieënmuur, waarmee de ecologische verbinding verder wordt versterkt. Daarnaast kan het ecoduct worden gecombineerd met recreatief medegebruik in de vorm van een wandelpad. Zo’n ‘combinatie-ecoduct’ is in de praktijk goed uitvoerbaar, omdat natuur- en recreatief gebruik op verschillende tijden plaatsvinden (’s nachts en in de schemering versus overdag). Verstoring blijft daardoor beperkt, mits beide functies fysiek worden gescheiden, bijvoorbeeld met een 1 m hoge afscheiding en daarachter een circa 2 m dichte beplantingszone met stobbenwal. Het wandelpad wordt niet verlicht.

Functioneel krijgt het ecoduct een dwarsdoorsnede met een circa 18 m brede natuurstrook op een grondlaag en een 2 m breed voetpad aan één zijde.

Hmp. 1.6

Hmp. 1.7

26

B - Faunatunnel Uitgangspunt is een faunatunnel onderlangs de N278, gericht op de volgende doelsoorten: – middelgrote en kleine zoogdieren – amfibieën en reptielen De faunatunnel wordt uitgevoerd als een betonnen koker met een lengte van circa 20–25 meter en een beoogde dimensionering van 2,0 meter breed en 1,5 meter hoog. De bodem van de tunnel wordt voorzien van een 5–10 cm dikke laag gebiedseigen grond. Om de passage aantrekkelijk te maken voor kleinere diersoorten wordt de binnenzijde ingericht met stobben, takken en stenen, die zorgen voor dekking en geleiding. Belangrijk is dat de passage te allen tijde droog blijft. Aan de inen uitloopzijde wordt de tunnel aangesloten op een faunaraster en geleidende structuren (zoals stobbenrillen en dichte vegetatie) die aansluiten op bestaande landschapselementen. De positionering en inrichting van de tunnelmonden worden zodanig gekozen dat verstoring door menselijke aanwezigheid of openbare verlichting wordt voorkomen.

27

C - Faunatunnel Uitgangspunt is een Faunatunnel, gericht op de volgende doelsoorten: - Europese hamster (Korenwolf) - middelgrote en kleine zoogdieren - amfibieën en reptielen De faunatunnel wordt ontworpen als een betonnen koker van circa 20–25 meter lengte en 2,0 × 1,5 meter doorsnede. De bodem krijgt een laag gebiedseigen grond en wordt ingericht met stobben, takken en stenen die beschutting en geleiding bieden. Anti-predatorbuizen kunnen worden oververwogen voor de hamster. Aan beide zijden sluiten faunarasters en dichte beplanting aan op bestaande landschapselementen, zodat dieren de tunnel goed kunnen vinden en vrij door het landschap kunnen bewegen. De agrarische percelen rondom de locatie kunnen worden ingericht en beheerd als hamstervriendelijk leefgebied met extensieve teelt en ruigteranden. Zo ontstaat een robuuste verbinding tussen de nabijgelegen hamsterreservaten, die bijdraagt aan genetische uitwisseling en een duurzaam herstel van populaties.

28

Oversteek Rijksweg Een veilige, comfortabel voetgangersbrug biedt een ongelijkvloerse kruising over de Rijksweg N278 en is daarmee een cruciale schakel in de verbinding tussen de noord- en zuidzijde van het gebied. De brug vergroot de veiligheid voor voetgangers en versterkt de samenhang tussen het landschap en de cultuurhistorische ensembles aan weerszijden van de weg. Een precieze locatie is nog te bepalen. Op basis van gesprekken tijdens de bewonersavond in Margraten (oktober 2025) is besloten om de in het concept-Masterplan voorgestelde locatie te verruilen voor een zoeklocatie nabij Huize St. Gerlach. Hiermee sluit de voetgangersbrug beter aan op het netwerk van recreatieve verbindingen, verminderen veiligheidsissues in relatie tot de golfbaan en hoeft een bewoner die naast de eerder voorgestelde locatie woont niet langer te vrezen voor zijn privacy. De precieze positionering en vormgeving van de brug dienen in een vervolgfase nader uitgewerkt te worden. Gestippeld is de bestaande oversteekplaats onderaan de Keerderberg (foto hieronder).

29

Parkeerhub Aan de rand van het gebied ligt de ‘Parkeerhub’, zorgvuldig ingebed in het landschap. Vanaf hier begint het onthaasten: wandelen, fietsen, ontmoeten. De auto blijft buiten, waardoor het hart van de landschappelijke tuin stil en autoluw blijft. De parkeerzone vormt een zachte overgang: met bomen en hagen als randen. De hub schermt eveneens het geluid van de Rijksweg af van de tuinen. Zo wordt een functionele plek tegelijk een groene buffer, een poort naar rust en sereniteit.

P

30

Tuinen van de Heerderberg De landschappelijke tuin verbindt de identiteiten van het gebied: erfgoed, landbouw, natuur en rust. Elke tuin vertelt een eigen verhaal. Samen versterken ze de beleving van plek en landschap.

31

Tuinen van de Heerderberg Title Permacultuur Formele tuin met rozen voor het St. Jozef Schaduwtuin met ruistige zitplekken om bij te komen

Heggenlandschap bij de parkeerhub

32

Inheemse weide met veel openheid en meanderen paden en rondje poort

Entree Heerderberg De huidige in- en uitrit naar de Heerderberg is onoverzichtelijk en onveilig. Verkeer dat vanaf de N278 afslaat, kruist op korte afstand zowel tegemoetkomend verkeer als het vrijliggende fietspad. Fietsers zijn daarbij slecht zichtbaar door beplanting en de schuine invalshoek van de weg, wat regelmatig leidt tot gevaarlijke situaties en oponthoud op de hoofdrijbaan. Om de verkeersveiligheid en doorstroming te verbeteren, stellen we drie ingrepen voor: • Aanleg van een aparte afslagstrook (opstelstrook) richting de Heerderberg, zodat afslaand verkeer tijdig kan uitrijden zonder de doorgaande stroom op de N278 te hinderen. • Verwijderen of verlagen van beplanting die het zicht op fietsers belemmert. • Verleggen van het fietspad (iets verder van de N278), waardoor automobilisten eerst veilig kunnen afslaan en pas dan het fietspad kruisen. Deze ingrepen verbeteren zowel de veiligheid als de leesbaarheid van de entree en zorgen voor een rustiger verkeersbeeld passend bij de dorpsrand. Op deze locatie staan bomen die als monumentaal zijn aangemerkt. Onderzocht dient te worden of opkronen en het wegnemen van onderbegroeiing al voldoende zicht biedt zodat deze bomen kunnen worden gehandhaafd.

33

VOOR

NA

Rondje Poort

Over het ecoduct parallel aan het overstekende wild Via Landgoed Heerdeberg en de Abbey de middeleeuwse trichterweg op

Rondje Poort vertelt het verhaal van het Heuvelland. De route begint in de Tuinen van de Heerderberg, tussen St. Jozef en St. Gerlach, loopt over het Landgoed Heerdeberg en de oude Trichterweg, en steekt via het ecoduct de weg over. Langs het Missiehuis, de Kruiswegtuin en Villa Backerbosch keer je over de brug terug naar de Heerderberg, waar landschap en erfgoed elkaar raken.

Langs het erfgoed de bosrand in

Langs het Kloosterpad

Langs het Kloosterpad

Langs wijngaarden Villa Backerbosch

Oversteken Rijksweg via de nieuwe loopbrug

34

Langs tuin van Berg

Langs St. Jozef

Langs de Trichterweg

Langs Landgoed Heerdeberg

Langs de Kruiswegtuin

Langs de wijngaarden van Villa Backerbosch

Om de landschappelijke tuin van berg

Huize St. Jozef Bevindingen • Monumentale en historische waarde van het gebouw • Unieke locatie in een open, groene omgeving • Positie als een van de drie grote blokken (St. Jozef, LTS, Schoolgebouw Icarus) versterkt de structuur van het gebied • Flexibiliteit en schaal: het grote gebouw biedt mogelijkheden voor meerdere functies en toekomstig hergebruik

1925

1960

1945: terugkeer van de jongens langs Pater Kusterweg

1925: de origenele achtergevel en tuinen van St. Jozef

Kansen • Versterken van de relatie tussen de drie gebouwen en benadrukken van de centrale as van de Pater Kustersweg • Verwijderen van hekwerken om interactie met de omgeving te vergroten en het landschap optimaal te benutten • Herbestemming of gemengde functies Belemeringen • Risico dat het kavel (gebouw en terrein) een gesloten, privaat karakter krijgt, waardoor de verbinding met de omgeving verloren gaat. • Risico van onvoldoende onderhoud of financiering bij herbestemming, wat de toekomstbestendigheid van het gebouw kan bedreigen

1925 praktische landbouw en opleiding van de jeugd achter St. Jozef

Pater Kusterweg naar St Jozef in 1925

2020

35

1960

Huize St. Jozef

verwijderen van alle hekwerken en barrières om de relatie met de omgeving te herstellen

Het plan richt zich op het versterken van de samenhang tussen de drie hoofdgebouwen en het opnieuw zichtbaar maken van de centrale as van de Pater Kustersweg. Door het verwijderen van hekwerken, fysieke barrières en enkele bomen langs deze as ontstaan heldere zichtlijnen en relaties tussen gebouw en landschap. De open structuur zorgt voor meer interactie met de omgeving en een natuurlijke doorgang voor fauna, waardoor de unieke verbondenheid tussen architectuur en Heuvellandschap wordt hersteld. Het versterken van de relatie tussen de drie grote gebouwen en het benadrukken van de centrale as van de Pater Kustersweg dragen bij aan een duidelijkere structuur en een sterker samenspel tussen gebouw en omgeving. De latere aanbouwen aan het Sint-Jozefcomplex zouden moeten worden gesloopt om het oorspronkelijke gebouw te herstellen en een herkenbaar, krachtig volume te creëren. Dit zal de positie van het gebouw langs de hoofdas en zijn formele karakter versterken.

Verwijder aanbouwen, herstel Sint-Jozefs krachtige, formele positie langs hoofdas.

36

De boomgroep moet worden verwijderd omdat deze het vrije zicht van en naar de centrale as van de Pater Kustersweg blokkeert

Pater Kustersweg Langs de Pater Kustersweg wordt de historische as naar St. Jozef opnieuw zichtbaar gemaakt door de weg landschappelijk te verankeren. Dit kan bijvoorbeeld door middel van bomenrijen en een kruidenrijke grasberm. Door het autoverkeer van deze as af te halen en de route te richten op wandelaars en fietsers ontstaat weer de beleving van een dorpslaan die het erfgoed verbindt met het open landschap. Op deze wijze ontstaat een recreatieve fietsverbinding die met name omhoog een mooi alternatief biedt voor de route langs de N278. Fietsers bewegen hier rustig tussen weiden en hagen richting de middeleeuwse Trichterweg, waar de oude route van Maastricht naar het Heuvelland opnieuw te ervaren is. Zo worden historie, recreatie en landschap in één herkenbare lijn samengebracht.

37

Voormalig LTS gebouw Het herstellen van de relatie met natuur en omgeving begint met het verwijderen van hekken en harde grenzen, waardoor het terrein opener en uitnodigender wordt. Het verplaatsen van het parkeerterrein biedt ruimte om de landschappelijke kwaliteit te versterken. De entree wordt duidelijker zichtbaar en het aanzicht vanaf de Pater Kustersweg verbetert door lage begroeiing en enkele bomen te verwijderen, zodat gebouw en omgeving weer één geheel vormen Bevindingen • Positie in een open, groene omgeving als een van de drie grote blokken (St. Jozef, LTS, Schoolgebouw SOVSO) • Herkenbare sheddak-architectuur en grote hal Kansen • Verduurzaming van het gebouw. • Programma ontwikkelen dat bijdraagt aan de omgeving. • Open karakter van het gebouw creëren door het open te stellen naar de omgeving (nu afgesloten door dichte begroeiing). • Zaagdak-architectuur en grote hal zichtbaar maken. • Grote dakoppervlakken benutten voor zonnepanelen Belemeringen • Risico dat het gebouw geïsoleerd blijft van de omgeving en een privaat karakter behoudt • Het huidige parkeerterrein beperkt de flexibiliteit van de ruimtelijke inrichting en leidt tot een gesloten karakter van het gebouw ten opzichte van de omgeving.

38

Parkeerterrein, hekken en barrières verwijderen om onbelemmerde doorgang van fauna mogelijk te maken.

Voormalig LTS gebouw verbouwen om transparant, en open karakter tegeven.

1.0

- Integrating nature

- Emphasising the Nieuwe schoolgebouw?

Introductie

P

and visual axes - Using the morphology o

gevels die versteken de biodiversiteit

the existing landscape

+2 +1 P=0

+2

P=0

+1

P

P=0

Nieuwe schoolgebouw?

- Integrating nature

nieuwe gbw

altijd 1m onder Huize St.Jozef

LTS-gebouw

nieuwe gbw

sint-josef

Bouwstenen

1.0

Bouwstenen 39

live facade

- Using the morphology of the existing landscape - Integrating nature

Visie & Ambitie

P=0

Introductie

Introductie Visie & Ambitie

Visie & Ambitie Bouwstenen

altijd 1m onder Huize St.Jozef

- Emphasising the views and visual axes

1.0

Op de plek van de huidige paviljoens wordt toegewerkt naar nieuwe bebouwing die beter past bij het landschap en de karakteristiek van het terrein. Uitgangspunt is dat de nieuwe gebouwen de ontwerpprincipes van het Masterplan volgen: ingetogen architectuur, landschappelijke inpassing en respect voor het erfgoed van St. Jozef. In plaats van de huidige verkavelde opzet van losse paviljoens wordt gestreefd naar een samenhangend ensemble. Een open en gelaagde ruimtelijke structuur, waarin nieuwe functies kunnen worden opgenomen zonder het parkachtige karakter te verliezen.

sint-josef

- Using the morphology of the existing landscape

Visie & Ambitie

Introductie

Locatie Icarus Nieuwe schoolgebouw? - Integrating nature

Bouwstenen

w

Nieuwe schoolgebouw?

- Using the morphology of the existing landscape

nieuwe bouwhoogte bedraagt sint-josef minimaal 1 meter onder de gootlijn altijd 1m onder van het Sint-Jozefsgebouw

- Emphasising th and visual axes

Gebruikmaken van de hoogteverschillen van het terrein om de natuur door het gebouw heen te laten lopen.

LTS-gebouw

P=

P=0

nieuwe gbw

P

Vanwege zijn hoge positie heeft hetgebouw een duidelijke verbinding metsint-josef de Pater Kustersweg en de altijd omliggende 1m onder omgeving Huize St.Jozef

Huize St.Jozef

P=0

LTS-gebouw P

Missiehuis

Bevindingen • De locatie heeft een verborgen, besloten karakter, wat bijdraagt aan rust en intimiteit. • Sterke cultuurhistorische betekenis met het Missiehuis als icoon. • Bijzondere topografie met panoramische uitzichten over het Limburgse heuvellandschap. • Afwisseling van open en besloten groenstructuren die rijkdom en beleving toevoegen. • Groene landschapskamer (voormalig sportveld) • Een beeldentuin en Afrikaanse kunstcollectie die de culturele identiteit versterken. Kansen • Behoud en versterking van belangrijke ecologische verbinding voor flora en fauna. • Behoud en versterking van de cultuurhistorische waarde van het Missiehuis en zijn omgeving. • Het landschapsontwerp inzetten als bindende factor: biodiversiteit vergroten, seizoensbeleving versterken en architectuur in harmonie brengen met de natuur. Belemeringen • Mogelijk verlies van waardevolle ecologische gebieden door onzorgvuldige ontwikkeling. • Kans op verstoring of belemmering van dierenmigratie. • Negatieve impact van grootschalige nieuwbouw: toename van verkeer, verharding en druk op de leefomgeving. • Risico dat de schaal van nieuwbouw niet aansluit bij de historische en landschappelijke context en ecologische functie.

Het missiehuis

Bomenrij langs de Kloosterpad naast een leeg parkeerterrein

Oude originele kloostervleugel en de bescheiden entree

Bijzonder “groen kamer” naast de kloosterpad

Beeldentuin en toevoeging van de zorgcomplex 40

Lege parkeerterrein naast de Missiehuis

A+B

missiehuis

Missiehuis

missiehuis De kracht van het Missiehuis en omgeving ligt in de samenhang van natuur, cultuurhistorie, zorg en religieus erfgoed. Achter het Missiehuis, op het huidige verharde parkeerterrein, is ruimte voor nieuwbouw die past binnen de landschappelijke en historische context. Belangrijk uitgangspunt is dat deze bebouwing ondergeschikt blijft aan het Missiehuis: terughoudend in vorm, maat en uitstraling, en de maatschappelijke functie draagt. De nieuwbouw dient lager te zijn dan het Missiehuis en visueel beschut te blijven achter de toppen van de bestaande boomstructuren.

1.0

Missiehuis

Gebouw A en B A op twee B Tekeningen gebaseerd volumes op het bestaande parkeerterrein, halfverhoogd ten behoeve van parkeren onder de gebouwen, gebouwhoogte maximaal de hoogte van de boomtoppen.

- Alignments with existing gbw

A

A+B

missiehuis

Missiehuis

A

A

missiehuis

- Integrating nature N278 41

B

B

N278

1.0

A

B

- Alignments with existing gbw A+B

missiehuis

B

Sportvelden De huidige situatie rond de sportvelden ten westen van Cadier en Keer wordt gekenmerkt door fragmentatie. Relatief eenvoudige, kleine maatregelen helpen de sportvelden beter in te bedden in het landschap en beter ‘doorwaadbaar’ te maken voor flora en fauna: - het versterken van de groenstructuur - het beter passeerbaar maken van hekken en barrières

1. Groenstructuren versterken

Door de beplanting tussen de sportvelden en de bebouwing aan te vullen en continu te maken, ontstaat een effectievere natuurlijke geleiding naar de bosrijke gebieden.

2. Hekken en barrières passeerbaar maken Door onnodige hekwerken en fysieke barrières langs straten en perceelgrenzen te verwijderen of te verlagen wordt het gebied beter passeerbaar voor dieren.

42

2

Bouwstenen

Visie & Ambitie

Introductie

1.0

Nieuwbouw ontwerpprincipes Principe nieuwe gebouwen 1. Dienend aan natuur Principes uit de natuur

Gebouwen zijn dienend aan de natuur. De nieuwe bebouwing is 1. Ondergeschiktheid dezich Natuur ingebed in het groen enaan voegt in het landschap, waardoor Gebouwen zijn ondergeschikt aan de natuur.worden De nieuwe bebouwing is inde rust en leesbaarheid van het landschap versterkt. gebed in het groen en voegt in het landschap, waardoor de rust en Het landschap behoudt de zich hoofdrol. leesbaarheid van het landschap worden versterkt. Het landschap behoudt de hoofdrol. 2. Het gebouw vormt geen geen fysieke barrier voor de ecologie De gebouwen vormen geen fysieke barrière voor de ecologie. Het landschap kan onder en door de bebouwing heen stromen. Gebouwen zijn licht opgetild van het maaiveld om de natuurlijke ecologische functies van de locatie niet te verstoren. 3. Parkeren als Onderdeel van het Landschap De oppervlakte die in beslag wordt genomen voor parkeervoorzieningen wordt geminimaliseerd om zo de impact op het maaiveld te reduceren. De wordt primair geclusterd de ruimte onder de opgetilde 2.parkeerfunctie Het gebouw vormt geeninfysieke barrière bebouwing, . De parkeervoorzieningen zijn halfverzonken en volledig open voorgesloten ecologie zonder gevels. Dit zorgt ervoor dat ze visueel opgaan in het landschap en geen fysieke barrière voor de natuur vormen. Er is geen gesloten verharding. De gebouwen vormen geen fysieke barrière voor de ecologie.

Masterplan

3. Parkeren als onderdeel van landschap De parkeeroppervlakte wordt geminimaliseerd om zo de impact op het maaiveld te reduceren. De parkeerfunctie wordt primair geclusterd in de ruimte onder de opgetilde bebouwing. De parkeervoorzieningen zijn halfverzonken en volledig open zonder gesloten gevels. Dit zorgt ervoor dat ze visueel opgaan in het landschap en geen fysieke barrière vormen. Er is geen gesloten verharding.

Deelgebieden

Kavelgrenzen worden, indien noodzakelijk, gevormd door groene hagen of inheemse beplanting, wat een ‘levende omheining’ als ecologische corridor creëert. Hoogteverschillen worden opgevangen met geleidelijke hellingen of begroeide, trapsgewijze oplossingen, zodat de natuurlijke stroming (fauna en water) ononderbroken blijft. 5. Natuurinclusiviteit en Biodiversiteit De gebouwen en het terrein functioneren als een integraal onderdeel van het landschap. Dit principe richt zich op de actieve versterking van het lokale ecosysteem. De gebouwen integreren groen op de daken in en de gevels, voorzien van verblijfplaatsen voor vleermuizen, bijen en vogels. De omgeving gebruikt uitsluitend inheemse beplanting als voedselbron, en de ruimte onder het gebouw versterkt de landschappelijke connectiviteit.

6. Water in de Natuurlijke Kringloop Hemelwater wordt ter plaatse vastgehouden en geïnfiltreerd. Open bodemzones worden gehandhaafd om infiltratie te maximaliseren. Daken dienen als waterbuffer en opgevangen water wordt hergebruikt voor het groen. 7. Beperking van Lichtvervuiling Lichtvervuiling wordt zeer beperkt ter bescherming van de nachtelijke duisternis en migratieroutes van fauna. 8. Duurzame en Circulaire principes Er wordt uitsluitend gebruikgemaakt van duurzame en circulaire bouwmaterialen met een minimale milieu-impact. Dit betreft materialen die hernieuwbaar, demontabel of gerecycled zijn. 9. Verankering in het Landschap door Horizontaliteit De architectuur benadrukt een duidelijke horizontale gelaagdheid. Dit wordt bereikt door de toepassing van doorlopende lijnen en horizontale elementen (zoals balkons, dakranden of luifels) in de gevel. Deze horizontaliteit zorgt voor een visuele verankering in het landschap en versterkt de ondergeschiktheid van het gebouw aan de natuurlijke omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=2147b0a2-d21b-430a-a04d-60974a1b10cd