CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20251216 12e Grote straat 5 Banholt - Bijlage 4 Ruimtelijke onderbouwing

* Raadsvergaderingen 16 december 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het oprichten van een opslagloods Grote Straat 5 Banholt12.114 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Geluid door wegen spoorwegen en industrieterreinen Bij voorliggend project is geen sprake van het realiseren van een nieuw geluidgevoelig gebouw of ligging in een geluidaandachtsgebied van (spoor)weg of industrie. In dat kader behoeft het aspect ‘geluid’ niet verder te worden beschouwd. ,

Geluid door (bedrijfs)activiteiten Met betrekking tot het aspect geluid kan in de fysieke leefomgeving sprake zijn van geluidbelasting als

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

23

ROM240022. 006/FSC

gevolg van de (bedrijfs)activiteiten die plaatsvinden op onderhavige locatie. Onderhavig voornemen betreft het realiseren van een nieuwe loods t. b. v. het stallen/opslaan van al aanwezige werktuigen/machines en opslag van hooi en stro die nu nog buiten gestald en opgeslagen worden. Beoordeeld dient te worden of sprake is van aanvaardbaar geluid van deze activiteit op geluidgevoelige gebouwen. Gelet op de ligging en afstand van de nieuwe opslagloods tot geluidgevoelige gebouwen kan gesteld worden dat het binnen stallen van de reeds aanwezige werktuigen/machines en opslaan van hooi en stro niet bijdraagt aan meer geluidbelasting naar de omgeving. Omdat deze activiteiten nu binnen plaatsvinden zal het eerder een positief effect hebben (minder geluiduitstraling). Verder dient opgemerkt te worden dat deze activiteiten ook niet bijdragen aan meer verkeersbewegingen van en naar de locatie. Er wijzigt immers alleen de wijze van stalling en opslag niet de hoeveelheden. ,

Gelet op vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Een akoestisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

5. 3

Milieuzonering De nieuwe VNG-handreiking 'Activiteiten en milieuzonering' (verwacht 1e kwartaal 2024) is gebaseerd op de Omgevingswet en vervangt de publicaties Bedrijven en milieuzonering uit 2009 en Milieuzonering Nieuwe Stijl uit 2019. Met betrekking tot onderhavig planvoornemen gaan we voorlopig nog uit van de beoordeling zoals dat bekend was vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Milieuzonering zorgt ervoor dat (nieuwe) bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: • het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en woningen; daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten het tegelijk duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. gevaar voor •

De milieuhinder die door de bedrijfsactiviteiten wordt veroorzaakt kan worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ (editie 2009). In deze handreiking is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid geur stof en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies (zoals woningen) waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen in beginsel rekening dienen te ,

,

,

,

,

houden. Het bedrijf betreft een inrichting voor het houden pensionstal met rijhallen.

van

paarden). Daarnaast is er sprake van

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

een

24

ROM240022. 006/FSC

Geluid Op basis van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt voor het aspect geluid een richtafstand van 30 meter. Aan deze richtafstanden wordt voldaan. De meest nabij gelegen woning Grotestraat 3 ligt op een afstand van circa 31 meter van de inrichtingsgrens. De afstand van deze woning tot de locatie van de nieuwe opslagloods bedraagt ruim 150 meter. Er wordt derhalve voldaan aan het afstandscriterium.

,

,

Geur Op basis

de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt voor het aspect geur een richtafstand van 100 meter voor rundvee en 50 meter voor paarden In de gemeente EijsdenMargraten is echter met betrekking tot geur een geurverordening vastgesteld die aangeeft dat de minimale afstand voor de vaste afstandscategorie dieren (o. a. paarden melkvee en jongvee) in het buitengebied minimaal 25 meter bedraagt. Aan deze afstand wordt ruim voldaan. Bovendien veroorzaken de activiteiten die in de nieuwe opslagloods plaatsvinden geen geur waardoor er ook geen sprake is van een toename van de geurbelasting op gevoelige bestemmingen. van

.

,

Stof Op basis

het aspect stof

een

Gevaar Op basis van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt voor het aspect gevaar richtafstand van 0 meter. Er wordt derhalve ruimschoots voldaan aan het afstandscriterium.

een

van

richtafstand

de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt meter. Aan deze richtafstanden wordt voldaan.

voor

van 30

Gelet op vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering ontwikkeling.

5. 4

voor

de

voorgenomen

Luchtkwaliteit In het besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is aangegeven in welke gevallen een beoordeling van de luchtkwaliteit noodzakelijk is (paragraaf 5. 1. 4). Of een beoordeling nodig is hangt af van de activiteit de locatie en het effect van de activiteit en de mate van het effect. Voor de toetsing van het planvoornemen moet daarom inzichtelijk worden gemaakt welke ontwikkelingen en activiteiten het Omgevingsplan faciliteert. Daarna kan worden bepaald of een beoordeling vereist is.

,

Aandachtsgebieden In het Bkl staan aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof vermeld (paragraaf 5.1.4 artikel 5. 51 in het Bkl). Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Wanneer de activiteiten binnen deze gebieden voor een verhoging van de concentratie veroorzaken geldt een beoordelingsplicht. Hiervoor kan het ook voorkomen dat de activiteit zich niet in het aandachtsgebied bevindt maar daar wel voor een verhoogde concentratie zorgt. De beoordelingsplicht is alleen van toepassing als het gaat om milieubelastende activiteiten waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht of wanneer het de aanleg of wijzigingen van wegen spoorwegen of vaarwegen betreft. ,

,

,

,

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

25

ROM240022. 006/FSC

Onderhavig bouwplan bevindt zicht niet in een aandachtsgebied. Bovendien draagt het stallen van werktuigen/machines en het opslaan van hooi en stro niet bij aan een toename van de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Die activiteiten vinden nu ook al op de locatie Grotestraat 5 plaats. Uitgezonderde locaties (blootstelling) De luchtkwaliteit hoeft alleen te worden beoordeeld door een toetsing aan de omgevingswaarde. De omgevingswaarde is bepaald voor de bescherming van de gezondheid van mensen. Het is daarom alleen zinvol om de luchtkwaliteit te beoordelen wanneer er blootstelling aan mensen plaatsvindt. Op plaatsen waar publiek niet toegankelijk is of geen vaste bewoning is is een beoordeling daarom niet nodig (paragraaf 5.1.4 artikel 5. 53 in het bkl). ,

,

Onderhavig bouwplan vindt plaats op een niet voor publiek toegankelijke plaats en er is ook geen sprake van vaste bewoning. Beoordeling van de luchtkwaliteit hoeft derhalve ook niet plaats te vinden. Niet in betekende mate (NIBM) Tenslotte is de mate van

de

verhoogde concentratie van belang. Toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit (stikstofdioxide en PM10) is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Dit wordt ook ‘niet in betekende mate’ (NIBM) genoemd. Er is sprake van NIBM wanneer de concentratie stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) niet hoger is dan 12 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Of een activiteit zorgt voor een concentratieverhoging van NIBM wordt bepaald met de ,

NIBM-toets. Daarnaast zijn er een aantal categorieën bepaalt voor standaardgevallen waarbij NIBM kan worden aangenomen Deze zijn terug te vinden in artikel 5. 54 van het Bkl. Deze standaardgevallen betreffen onder andere kantoren woonwijken en het telen van gewassen. .

,

Binnen het projectgebied wordt één nieuwe opslagloods mogelijk gemaakt. Mede hierdoor maar ook naar aanleiding van bovenstaande uiteenzetting kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip ‘niet in betekende mate’ valt en in het kader van de uitstoot van schadelijke stoffen geen bezwaar is. ,

,

5. 5

Omgevingsveiligheid/Externe veiligheid Als onderdeel van onderhavig planvoornemen dient ook rekening te worden gehouden met risico’s van branden rampen en crises. We willen in Nederland gezond en veilig leven maar ook ruimte voor economische groei behouden. Net als geluid bodemkwaliteit geur en tal van andere aspecten speelt daarbij ook omgevingsveiligheid een rol. Bij omgevingsveiligheid gaat het om de risico’s van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen over weg spoor water of via buisleidingen de veiligheid van bedrijven en de veiligheid van nieuwe zich snel ontwikkelende technologieën. Daarbij gaat het om de “feitelijke” risico’s (met soms grote onzekerheden) maar ook om hoe risico’s worden ervaren. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

De aanwezige risico’s zijn

afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor over de weg en het water) en kabels en leidingen. zeer

,

,

In onderhavig geval is geen sprake van een risicovolle milieubelastende activiteit. De projectlocatie is

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

26

ROM240022. 006/FSC

volgens de geraadpleegde ‘Landelijke Signaleringskaart Externe Veiligheid’ niet gelegen in een aandachtsgebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. Ook zijn er in de omgeving geen transportroutes buisleidingen en hoogspanningsleidingen gelegen welke invloed uitoefenen op de projectlocatie. Voorliggend planvoornemen heeft dan ook geen gevolgen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico vanwege risicovolle bronnen in de omgeving. ,

Het

aspect

externe

veiligheid

vormt

derhalve

geen

belemmeringen

voorliggende

voor

planontwikkeling.

5. 6

Gezondheid

5. 6. 1 Endotoxine Niet van toepassing. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking milieubelastende activiteiten waarbij endotoxinen vrijkomen.

op

het uitvoeren

van

5. 6. 2 Spuitzones

ln het kader van de volksgezondheid kan het bij ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermings-middelen worden gebruikt in het algemeen niet onredelijk vindt. ,

,

,

Binnen de projectlocatie vindt alleen stalling van werktuigen/machines en opslag van hooi en stro plaatst. Er vindt geen verblijf van personen plaats. Het instellen van een spuitzone voor het gebruik van de nieuwe opslagloods is dan ook niet nodig.

5. 7

Klimaat Om invulling te

de in de NOVI beschreven prioriteit ‘Ruimte voor klimaatadaptatie en dient energietransitie’ bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te worden gehouden met maatregelen ten aanzien van klimaatadaptatie. Onder klimaatadaptatie wordt verstaan: het tijdig en effectief aanpassen aan het actuele of verwachte klimaat. Daardoor kan schade door klimaatverandering beperkt worden. geven aan

Voor klimaatadaptatie is het belangrijk om integraal te werken en meekoppelkansen met andere ruimtelijke ontwikkelingen te benutten. Er zijn veel mogelijkheden om de aanpak en maatregelen uit de verschillende transities te combineren. Hierbij kan gedacht worden aan waterberging in natuurgebieden groen in de stad en vermindering van hitte in de bebouwde omgeving. ,

Binnen het projectgebied wordt rekening gehouden met het klimaat door hemelwater te bergen binnen de reeds aanwezige infiltratiepoel. Verder zijn enkele bestaande gebouwen voorzien van zonnepanelen waardoor in grote mate kan worden voorzien in de eigen energiebehoefte. ,

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

27

ROM240022. 006/FSC

5. 8

Natuur/ecologie Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de gevolgen van de ontwikkeling voor de natuur. Het natuurbeschermingsrecht is te vinden in verdragen Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. In het vervolg van deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op respectievelijk gebiedsbescherming en soortenbescherming. ,

5. 8. 1 Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt het 'nee tenzij-principe'. ,

,

,

Het plangebied maakt

onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN).

geen

Het meest dichtbij gelegen Natura 2000-gebied betreft het Natura 2000-gebied ‘Noordbeemden & Hoogbos’. Dit Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 23 kilometer meter ten zuiden van het projectgebied. Daarnaast ligt ten westen op een afstand van ca. 245 kilometer het Natura 2000-gebied ‘Savelsbos’ en ten oosten op een afstand van ca. 28 kilometer het Natura 2000-gebied ,

,

,

‘Geulda’. l Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten zoals verdroging oppervlakteverlies verontreiniging versnippering verzilting optische verstoring verzuring en vermesting. ,

,

,

,

,

,

,

Potentiële externe effecten niet zijnde stikstof Gezien de afstand van het projectgebied tot de Natura 2000-gebieden zal er geen sprake zijn van oppervlakteverlies verontreiniging optische verstoringen geluids- en lichtverstoring of mechanische effecten op de Natura 2000-gebieden. ,

,

,

,

Stikstof In Nederland zijn er 118 (van de 161) Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) reeds wordt overschreden. De KDW geeft aan bij welke mate van stikstofdepositie wordt aangenomen dat niet langer op voorhand kan worden uitgesloten dat er een risico is dat de kwaliteit van het habitattype wordt aangepast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de stikstofdepositie. Indien een planvoornemen geen stikstofdepositie veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden of per saldo geen toename ten opzichte van de referentiesituatie kan worden uitgesloten dat het plan een significant gevolg kan hebben. ,

,

,

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

28

ROM240022. 006/FSC

Met Aerius Calculator wordt de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden

als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling berekend. Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. De wet bevat de resultaatverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Om de resultaatverplichtingen te halen geeft de Stikstofwet de opdracht om een programma van maatregelen op te stellen waarmee de reductie kan worden bereikt en de natuur kan herstellen. ,

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd voor de realisatiefase en de gebruiksfase van de nieuwe opslagloods. Dit onderzoek en de resultaten daarvan zijn als bijlage 3. 1 en bijbehorende bijlagen bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Het onderzoek heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 000 mol/ha/jr. ,

5. 8. 2 Soortenbescherming Behalve de mogelijke effecten op natuurgebieden moet tevens duidelijk zijn of het betreffende plan effecten heeft en zo ja welke op beschermde soorten. De soortenbescherming is eveneens vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze wet is de implementatie van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn voor wat betreft de soortenbescherming. ,

,

In verband met de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met soortenbescherming en dan met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. In ruimtelijke plannen mogen geen mogelijkheden worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvan op voorhand redelijkerwijs kan worden ingezien dat in het kader van de Wet geen worden natuurbescherming ontheffing zal verleend. Standaard geldt voor het plangebied de algemene zorgplicht zoals die in Wet natuurbescherming centraal staat (artikel 1. 11 Wnb). Dit houdt in dat voorafgaand aan een ingreep alle maatregelen genomen dienen te worden om nadelige gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zoveel mogelijk te voorkomen beperken of ongedaan te maken. Bovendien moeten de handelingen in logisch verband staan met de ontwikkeling en geen doel op zich vormen. Deze zorgplicht geldt te allen tijde ook indien een ontheffing of vrijstelling is verleend. ,

,

Met betrekking tot de projectlocatie wordt opgemerkt dat ter plaatse geen beschermde soorten aanwezig zijn. Na het verlenen van de omgevingsvergunning in 2023 voor het egaliseren van het terrein en het verbeteren van de afwatering richting de poel is de projectlocatie vervolgens (recent) geëgaliseerd. Zie ook de foto’s blz. 4 van de onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde soorten is dan ook uitgesloten. Een onderzoek Flora en Fauna is derhalve niet noodzakelijk/niet zinvol. ,

5. 8. 3 Conclusie • Met het realiseren en gebruiken van de nieuwe opslagloods gaan geen beschermde natuurwaarden verloren en worden geen verbodsbepalingen overtreden; • Een nader onderzoek of vergunningsaanvraag is niet aan de orde; • De algemene en specifieke zorgplicht is altijd van toepassing.

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

29

ROM240022. 006/FSC

5. 9

Water

5. 9. 1 Provinciaal beleid: Het regionale Waterprogramma Limburg 2022-2027 Het Regionaal Waterprogramma (RWP) 2022 – 2027 Provincie Limburg is op 17 december 2021 vastgesteld. Uitgangspunt is een robuust en ecologisch gezond watersysteem. In het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Limburg. Het Waterplan is onderverdeeld in vier deelprogramma's: 1. Hoogwaterbescherming Maasvallei: Dit programma draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire (de Maas) en het regionale watersysteem. Het motto is als volgt: rivierverruiming waar dat kan waterkeringen waar het moet. Verder vormt een ,

,

2.

toekomstig bestendige waterhuishouding het beleidsuitgangspunt; Klimaatbestendig watersysteem: Het programma draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig robuust veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let de provincie op de hoeveelheid :goede waterpeilen het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte; Een ecologisch gezond watersysteem: Het waterschap hecht veel belang aan schoon water voor zowel een goed ecosysteem als drinkwater. De kwaliteit van het water wordt steeds beter onderzocht en de opgaven worden natuurinclusiever oppakken; Duurzaam gebruik en bescherming van grondwater: Dit programma draait om de bescherming van drinkwatervoorzieningen en het eerlijk verdelen tussen de gebruikers. ,

,

,

3.

4.

In het plan zijn deze programma's verder uitgewerkt in maatregelen in samenhang met economische milieu en maatschappelijke opgaven. Dit heeft geleid tot een integrale visie op de ontwikkeling van de provincie Limburg. ,

,

In de Omgevingsverordening is onder andere regelgeving opgenomen voor de regionale en primaire waterkeringen. Voor omgevingsplannen c. q. wijzigingsplannen zijn randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking instandhouding en het onderhoud van de primaire en regionale waterkeringen mogelijk maken. Dit geldt voor de beschermingszone en de kernzone die hoort bij de waterkeringen zoals opgenomen in de vastgestelde leggers van het waterschap. ,

5. 9. 2 Beleid Waterschap: Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Limburg Op 17 december 2021 is het waterbeheerprogramma (WBP) van waterschap Limburg vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende vier

programma's: • Hoogwaterbescherming Maasvallei: Dit programma draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire (de Maas) en het regionale watersysteem. Het motto is als volgt: rivierverruiming waar dat kan waterkeringen waar het moet. Verder vormt een toekomst bestendige waterhuishouding het beleidsuitgangspunt; • Klimaatadaptatie: Het programma draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig robuust veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid :goede waterpeilen het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte; • Waterkwaliteit en ecologie: Het waterschap hecht veel belang aan schoon water voor zowel ,

,

,

,

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

30

ROM240022. 006/FSC

goed ecosysteem als drinkwater. De kwaliteit van het water wordt steeds beter onderzocht en de opgaven worden natuurinclusiever oppakken; Zuiveren en waterketen: Het afvalwatersysteem is circulair en klimaatneutraal. Dit betekent dat het bestaande afvalwatersysteem zo ver wordt doorontwikkeld dat steden uiteindelijk helemaal geen afval(water) meer produceren. een

•

Deze programma's zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen en onderverdeeld in werkrichtingen voor de komende jaren. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; verordening legger communicatie en ,

,

stimuleringsmiddelen. 5. 9. 3 Omgevingswaarde projectlocatie Ter plaatse van de projectlocatie is op grond van de Omgevingsverordening Limburg de omgevingswaarde ‘wateroverlast’ van toepassing. Op grond hiervan is de projectlocatie gelegen in

gebied gekenmerkt als ‘overstromingskansgebied B’ en geldt een gemiddelde overstromingskans 1 op 10 jaar als omgevingswaarde. Deze instructieregel is een inspanningsverplichting voor het waterschap waar zij rekening mee moet houden. een van

5. 9. 4 Afvalwater en hemelwater projectgebied

Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen onderhavig projectgebied wordt hierna uiteengezet. • Huishoudelijk afvalwater Bij onderhavige planontwikkeling is geen sprake van het lozen van huishoudelijk afvalwater. • Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op het nieuwe dak wordt afgevoerd naar de aanwezige infiltratiepoel. Infiltratievoorziening (bestaand) In de infiltratiepoel wordt alleen schoon hemelwater opgevangen waaraan geen verontreinigende stoffen zijn toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkomen door alleen schoon hemelwater te infiltreren in de bodem. Door het gebruik van niet-uitlogende materialen in de bouw wordt verontreiniging van het hemelwater voorkomen. ,

Voorkomen wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden wordt voorkomen dat water in de nieuwe loods kan vloeien. Daarnaast kan ten aanzien van wateroverlast voor derden worden gesteld dat hiervan geen sprake zal zijn. ,

5. 9. 5 Conclusie water Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect water voor

geen

belemmeringen oplevert

onderhavige planontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

31

ROM240022. 006/FSC

5. 10 Archeologie De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg

regels stellen over archeologisch onderzoek. Om

deze bevoegdheden en de te geven aan de verantwoordelijkheden hebben meeste gemeenten archeologiebeleid ontwikkeld. een

goede

uitvoering

bijbehorende

Uit bestudering van de archeologische beleidskaart van de gemeente Eijsden-Margraten blijkt dat ter plekke van de projectlocatie sprake is van waarde categorie 5: gebieden met een middelhoge en specifieke verwachting (trefkans). Dit houdt in dat voor gebieden buiten de bebouwde kom en met waarde archeologie 5 een archeologisch onderzoek nodig is indien er dieper dan 40 cm – mv wordt gegraven en een oppervlakte van meer dan 1000 m² wordt verstoord. Dit is op onderhavige locatie niet het geval. De nieuwe loods heeft een oppervlakte van 650 m2 en de verstoring van de bodem dieper dan 40 cm ten behoeve van de poeren ligt ruim onder de 1. 000 m2. Een archeologisch onderzoek is derhalve niet nodig.

5. 11 Cultuurhistorie De aanwezige bebouwing bij de projectlocatie bevat weinig cultuurhistorische waarde aangezien het relatief jonge bebouwing betreft. In de nabijheid van de projectlocatie treft men waardevol erfgoed in de kernen van Banholt en Terhorst aan waaronder historische lintbebouwing en agrarisch erfgoed zoals carréboerderijen. Ook de organisch gegroeide bebouwingslinten zijn kenmerkend voor de omgeving. ,

,

Zoals aangegeven in paragraaf 4. 2. 2 ligt de projectlocatie in de beschermingszone Nationaal Landschap Zuid Limburg. De kernkwaliteiten voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg betreffen: ‘schaalcontrast van zeer open naar besloten’ ‘het groene karakter’ ‘reliëf en ondergrond’ en ‘rijk en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed’. Met het planvoornemen wordt voldoende rekening gehouden met de provinciale kernkwaliteiten en de locatie wordt landschappelijk ingepast zie bijlage 2. ,

,

,

Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

5. 12 Verkeer en parkeren Met

betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt.

gevolgen

voor

de

5. 12. 1 Verkeerstructuur

Onderhavig planvoornemen lijdt niet tot een toename van verkeer. Er wijzigt immers alleen de wijze van stalling en opslag niet de hoeveelheden. De uitbreiding van het agrarisch bedrijf met de nieuwe opslagloods heeft daardoor geen gevolgen voor de verkeersstructuur. ,

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

32

ROM240022. 006/FSC

5. 12. 2 Parkeren

Onderhavig planvoornemen vraagt ook niet om meer parkeerruimte. Het gaat immers over de nieuwbouw van een opslagloods t. b. v. binnenstalling van de op het bedrijf aanwezige machines/werktuigen en over binnenopslag van hooi en stro. Deze activiteiten vragen niet om meer parkeerruimte. 5. 12. 3 Conclusie verkeer en parkeren Onderhavig planvoornemen vraagt geen aanpassingen van de verkeersstructuur en geen extra parkeerruimte. Het aspect verkeer en parkeren vormt derhalve geen belemmeringen voor de gewenste uitbreiding van het bedrijf met een nieuwe opslagloods ter plaatse van het projectgebied.

5. 13 Kabels en leidingen Door het projectgebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt.

5. 14 Duurzaamheid Duurzaam bouwen

verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik milieuvriendelijkheid veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem omgevingsinvloeden landschapsstructuren en landschapselementen. ,

,

,

,

Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik de vormgeving gebruik van alternatieve energiebronnen compact bouwen intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Voorts kan door tijdens de bouw zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat. ,

,

,

,

De nieuwe loods is geprojecteerd achter de bestaande loods en naast de grote rijhal. Er is derhalve sprake van compact bouwen. Gelet op de bouwgrens die gelijk loopt aan de rijhal is de landschappelijk impact beperkt. Zoals al vaker is verwoord in deze ruimtelijke onderbouwing is de locatie bedrijfsmatig landschappelijk en stedenbouwkundig logisch gepositioneerd. Qua materiaalgebruik is aangesloten bij de bestaande bebouwing en wordt gebruikt gemaakt van duurzame bouwmaterialen. ,

,

Met betrekking tot klimaatadaptatie wordt verwezen paragraaf 5. 7. Binnen het projectgebied wordt rekening gehouden met het klimaat door hemelwater te bergen binnen de reeds aanwezige infiltratiepoel. Verder zijn enkele bestaande gebouwen voorzien van zonnepanelen waardoor in grote mate kan worden voorzien in de eigen energiebehoefte. ,

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

33

ROM240022. 006/FSC

6

Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid

van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6. 1 van de Wet ruimtelijke ordening. Wel zal met initiatiefnemer een overeenkomst in het kader van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu GKM worden afgesloten. In deze overeenkomst worden de gemaakte afspraken over de landschappelijke inpassing vastgelegd.

Het voorliggende plan heeft betrekking op een particulier initiatief waarbij de financiële consequenties uitsluitend door de initiatiefnemer zal worden gedragen. Er is derhalve geen exploitatieplan noodzakelijk. Daar de kosten voor de planontwikkeling geheel voor rekening zijn van de initiatiefnemer heeft onderhavig plan géén gevolgen voor de gemeentelijke begroting en/of ,

,

gemeentelijke financiën.

6. 1

Planschade Artikel 6. 1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6. 4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een een van een planontwikkeling overeenkomst te sluiten. De strekking dergelijke planschadeovereenkomst isdat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een ,

,

omgevingsvergunning. De gemeente Eijsden-Margraten sluit een planschadeverhaalsovereenkomst met de initiatiefnemer. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente EijsdenMargraten.

6. 2

Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft in het belang van het planvoornemen de directe omwonenden / belanghebbende hiervan op de hoogte gebracht. Opgemerkt wordt dat geen van de omwonenden direct zicht heeft op de nieuwe opslagloods.

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

34

ROM240022. 006/FSC

7

Afweging

belangen

en

en

conclusie

Het planvoornemen is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. De gemeente Eijsden-Margraten heeft echter kenbaar gemaakt medewerking te willen verlenen aan het planologisch-juridisch regelen van het beoogde gebruik door toepassing van de procedure voor het afwijken van het bestemmingsplan ex artikel 2.1 eerste lid onder c van de Wabo. Dit is op basis van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo mogelijk indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. ,

,

,

,

,

Ten behoeve van de afwijkingsprocedure is aldus een ruimtelijke onderbouwing vereist. Voorliggend document voorziet daarin. Tegen

de beoogde uitbreiding bestaan vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren aangezien aan de volgende uitgangspunten c. q. randvoorwaarden wordt voldaan: • de voorgenomen uitbreiding is niet strijdig met het Rijks- provinciale en regionale beleid; • de voorgenomen uitbreiding past binnen het gemeentelijke beleid en voldoet aan de door de gemeente gestelde randvoorwaarden; • als gevolg van de uitbreiding treden er geen conflicterende belangen op ten aanzien van bedrijven en woningen in de omgeving; • de milieuaspecten bodem geluid milieuzonering luchtkwaliteit en externe veiligheid vormen geen beletsel voor het beoogde gebruik; • het beoogde gebruik heeft geen negatieve invloed op de aspecten archeologie kabels en leidingen verkeer en parkeren waterhuishouding flora en fauna en natuur en landschap; • het kostenverhaal met betrekking tot de beoogde ontwikkeling is verzekerd. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Op grond van vorenstaande overwegingen kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen niet bezwaarlijk is en in overeenstemming is met de goede ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

35

ROM240022. 006/FSC

8

Bijlagen 1. 2. 3.

4. 5. 6.

Adviesbrief gemeente Eijsden-Margraten. Landschapsanalyse en inpassingsplan. 3. 1 Stikstofonderzoek. 3. 2 Aerius verschilberekening 3. 3 Toelichting verkeersbewegingen gebruiksfase Tekening nieuwe opslagloods. Gegevens gecombineerde opgave 2023. Bedrijfsontwikkelingsplan.

Ruimtelijke onderbouwing , Grotestraat 5 te BANHOLT Aelmans Ruimte , Omgeving & Milieu B. V.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=9f94e0d3-3fbe-4e38-abbe-0a619806d5f4