20250218 10 BP Moerslag Bijlage 1.0 Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
NSW-Landgoed Moerslag Gemeente Eijsden-Margraten
Bestemmingsplan NSW-Landgoed Moerslag Gemeente Eijsden-Margraten
Onderdeel:
Toelichting
IDN-nummer:
NL.IMRO.1903.BPBUI6265NC32-VG01
Projectnummer:
M222717
Status:
vastgesteld
Datum:
..-..-2025
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
Hoofdstuk 2 Plangebied en planontwikkeling
9
2.1 2.2 2.3
9 11 15
Ligging plangebied Beoogde planontwikkeling Ruimtelijke effecten
Hoofdstuk 3 Vigerende planologische-juridische situatie
17
3.1 3.2
17 17
Bestemmingsplan 'Landgoed Moerslag 32 te Sint Geertruid' Bestemmingsplan 'Buitengebied Margraten 2009'
Hoofdstuk 4 Beleid
19
4.1 4.2 4.3 4.4
19 22 28 28
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 5 Milieutechnische aspecten
35
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
35 36 37 38 39 40
Besluit m.e.r. Bodem Geluid Milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid
Hoofdstuk 6 Overige ruimtelijke aspecten
43
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
Archeologie Cultuurhistorie Kabels en leidingen Verkeer en parkeren Waterhuishouding Natuurbescherming Duurzaamheid
43 45 45 45 47 48 49
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
51
7.1 7.2
Grondexploitatie Planschade
51 51
Hoofdstuk 8 Planstukken
53
8.1 8.2
53 53
Algemeen Toelichting, regels en verbeelding
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
3
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en formele procedure
57
9.1 9.2 9.3 9.4 9.5
57 57 57 57 58
Inleiding Vooroverleg Inspraak Omgevingsdialoog Formele procedure
Toelichting
4
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
Hoofdstuk 1
Inleiding
Aan de rand van het Plateau van Margraten en ten zuiden van het gehucht Moerslag ligt de locatie Moerslag 32 Sint Geertruid; genaamd 'Landgoed Moerslag'. Het huidige bedrijf Landgoed Moerslag is een kleinschalig vakantieresort dat 5 Natuurlofts, 4 vakantiewoningen in de carréhoeve en een kleinschalige camping van 32 plaatsen omvat. De kernwaarden van Landgoed Moerslag zijn gericht op de termen 'genieten' en 'beleving' waarbij het bieden van een kwalitatief hoogwaardig verblijf voorop staat. De beleving van de bezoeker binnen het gerealiseerde landschap van Landgoed Moerslag, evenals de gastvrijheid en goed gastheerschap, is het waar het bij de bedrijfsvoering van initiatiefnemer om draait. Initiatiefnemer is voornemens om de locatie Moerslag 32 te Sint Geertruid te herontwikkelen en daarbij beperkt uit te breiden. Dit vloeit voort uit de natuurlijke groei van het bedrijf, maar ook door ontwikkelingen en wensen vanuit de markt. Een gedeelte van de moderne recreant voelt zich meer aangetrokken tot kwalitatief hoogstaande verblijven waarbij rekening is gehouden met duurzaamheid, natuurontwikkeling en beleving. Initiatiefnemer wenst daar op in te spelen. Om die reden wordt het concept van de Natuurlofts doorontwikkeld en op die manier opgeschaald in kwaliteit, duurzaamheid, natuurontwikkeling en (natuur) beleving.
Met deze ontwikkelingen ontstaat tevens de mogelijkheid om het bedrijf om te vormen naar een NSW-landgoedstatus. Het voornemen is gericht op het beëindigen van de kleinschalige camping en het realiseren van Natuurlofts en Autarkische verblijven met een duurzaam karakter. Daarnaast wordt beoogd om de bestaande eventloft enigszins te vergroten evenals de aanwezige horecafunctie uit te breiden op het middenterrein in de vorm van een eventtuin. Bovendien ziet het voornemen op het uitbreiden van een bestaande kapschuur ten behoeve van bedrijfsmatige opslag. Tevens heeft initiatiefnemer de wens om in de carréhoeve een tweede bedrijfswoning te realiseren met een eigen in- en uitrit ten behoeve van de bedrijfsopvolger. Tot slot wordt beoogd om het parkeerterrein her in te richten. Ter versterking van het beoogd recreatief concept wenst initiatiefnemer op eigen terrein een natuur-voedselbos aan te leggen, natuurontwikkeling door te voeren en een aantal agrarische gronden landschappelijk te versterken met hagen en boomgaarden. Hierdoor ontstaat een win-win situatie, waarbij de landschaps- en natuurontwikkeling een wezenlijk onderdeel vormt van het concept.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
5
Uitsnede topografische kaart met aanduiding plangebied
- Fasering Onderhavig plan kent een fasering in de uitvoering. Fase 1 van het plan betreft het beëindigen van de camping en het realiseren van 12 Natuurlofts®. In die eerste fase wordt ook de eventloft uitgebreid en een eventtuin ingericht. Ook wordt in die fase de kapschuur uitgebreid en het parkeerterrein heringericht en uitgebreid. Tenslotte wordt een tweede (inpandige) bedrijfswoning gerealiseerd. Fase 2 van het plan betreft de aanleg van circa 10 hectare natuur (inclusief 0,9 ha natuur-voedselbos) met daarbinnen het realiseren van 5 Autarkische verblijven. Tot de realisatie van fase 2 blijven die gronden in gebruik voor landbouwkundige doeleinden (agrarische productiedoeleinden). In het ontwerp-bestemmingsplan was voornoemde fasering niet opgenomen. Ten tijde van het ontwerp-bestemmingsplan zag het er naar uit dat dit project uitgevoerd zou worden binnen het zogenaamde 'Koplopersregeling-Transitiefonds'. Daarbij werd uitgegaan van een win-winprincipe voor o.a. landschap, natuur, duurzaamheid natuur, ecologie, omgeving, high-end toerisme en economie en projecten die op basis van die uitgangspunten op korte termijn zouden worden uitgevoerd. Deelname aan deze 'potentiële koplopersprojecten' werd gestimuleerd door de gemeente en de provincie.
Die projecten zouden mede gefinancierd worden uit een in te stellen transitiefonds vanuit het LPLG (Limburgs Programma Landelijk Gebied). Inmiddels is duidelijk dat die gelden voor natuurontwikkeling voor onderhavig plan in het kader van het transitiefonds uit het LPLG vanuit de landelijk overheid niet meer beschikbaar zijn. Gevolg is dat initiatiefnemer nu zelf moet opkomen voor de realisatie van de 10 hectare natuur in fase 2. Financiering van die aan te leggen natuur is voor hem niet rechtstreeks mogelijk. Echter gezien de opgaven voor o.a. natuur,
6
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
water, en klimaat wordt verwacht, dat dit in de toekomst wel mogelijk is. Initiatiefnemer, de gemeente Eijsden-Margraten en de Provincie Limburg willen om die redenen in planologisch opzicht nu de mogelijkheid vastleggen om de gewenste ontwikkeling (10 hectare natuur met daarbinnen 5 Autarkische verblijven) alsnog te realiseren. Dit is middels een fasering in de regels van het bestemmingsplan en het landschapsplan verwerkt en vastgelegd. Gevolg is dat de 5 Auktarkische verblijven pas mogen worden gerealiseerd als de 10 hectare natuur in fase 2 is aangelegd en duurzaam in stand wordt gehouden. Als die gronden eenmaal in gebruik zijn genomen voor natuur mogen die daarmee niet meer worden gebruikt voor agrarische productiedoeleinden. In onderstaande figuur van de verbeelding is die fasering opgenomen. Met de realisatie van fase 2 wordt ook het volledige landschapsplan aangelegd.
- Figuur met aanduiding welke delen van het plangebied behoren tot 'fase 1'en welke behoren tot 'fase 2'
Ter plekke van onderhavige locatie zijn de bestemmingsplannen 'Landgoed Moerslag 32 te Sint Geertruid' en 'Buitengebied Margraten 2009' van toepassing. Daarnaast geldt op de locatie de omgevingsvergunning 'Wijziging gebruik Moerslag 32' (7 extra kampeerplaatsen en gebruik ontbijtruimte voor horecadoeleinden binnen de recreatieve bestemming). Op basis van deze bestemmingsplannen (en die omgevingsvergunning) gelden op de locatie en de directe omgeving de bestemmingen 'Recreatie - Verblijfsrecreatie', 'Agrarisch met waarden' en 'Natuur'. Aangezien het doorvoeren van de beoogde ontwikkelingen niet in overeenstemming is met de geldende bestemmingsplannen, heeft initiatiefnemer een principeverzoek bij het college van burgemeester en wethouders ingediend. Het college van burgemeester en wethouders heeft bij brief d.d. 3 november 2022 een positieve grondhouding ingenomen ten aanzien van de beoogde ontwikkelingen. De ontwikkeling dient planologisch te worden verankerd middels een herziening van het bestemmingsplan. Voorliggend document voorziet in een toelichting op bijbehorende regels en verbeelding voor onderhavige bestemmingsplanwijziging.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
7
8
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
Hoofdstuk 2
Plangebied en planontwikkeling
In dit hoofdstuk worden het plangebied, de huidige situatie en het planvoornemen beschreven. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de ruimtelijke effecten.
2.1
Ligging plangebied
Onderhavig plangebied is gelegen op de locatie Moerslag 32 Sint Geertruid, ten zuiden van het gehucht Moerslag. Moerslag kan worden gekenschetst als een landelijk en heuvelachtig gebied met weidse uitzichten. In onderstaande figuur wordt de contour van het plangebied weergegeven. Daaruit blijkt dat de noordelijke vleugel van de carréhoeve en de gronden aan de noordzijde van die hoeve niet tot het plangebied behoren. Deze gronden zijn buiten het plangebied gelaten daar in het kader van voorliggend postzegelbestemmingsplan in dat gebied in planologisch opzicht geen veranderingen worden doorgevoerd.
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan
De bestaande situatie wordt weergegeven aan de hand van de volgende foto's.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
9
Luchtfoto
10
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
Foto's maart 2022 bestaande situatie
2.2
Beoogde planontwikkeling
Het bedrijf Landgoed Moerslag is een kleinschalig vakantieresort in het gehucht Moerslag, waar gasten kunnen genieten van diverse vormen van recreatief verblijf. Momenteel zijn op de locatie 5 Natuurlofts, 4 vakantiewoningen in de carréhoeve en een kleinschalige camping van 32 plaatsen met bijbehorende horecavoorziening aanwezig. Landgoed Moerslag is voornemens om zich meer te gaan richten op doelgroepen in het hogere segment waarbij de termen beleving, genieten en het bieden van een toegevoegde waarde centraal staat. De ligging van onderhavige locatie biedt in dat verband voldoende mogelijkheden om in de groenrijke omgeving te verblijven, te wandelen en te fietsen. Daarnaast is de locatie zeer rustig gelegen. Om zo goed mogelijk in te spelen op de behoefte van gasten heeft initiatiefnemer een aantal ontwikkelingen voor ogen die hij wenst door te voeren. Daarbij ziet het voornemen op het creëren van extra kwaliteit en beleving door het buitencontact voor gasten te vergroten. In onderstaande figuren wordt de bestaande en beoogde situatie nader gevisualiseerd. Daaruit volgt duidelijk wat er ten opzichte van de bestaande situatie wordt toegevoegd.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
11
Uitsnede bestaande situatie
Uitsnede beoogde situatie Hieronder worden de beoogde ontwikkelingen nader uiteengezet. Camping en Natuurlofts Het voornemen ziet allereerst in fase 1 op het uitbreiden van het aantal Natuurlofts met 12 stuks onder het gefaseerd beëindigen van de bestaande camping. Concreet worden 3 Natuurlofts op het middenterrein gerealiseerd en 9 Natuurlofts in de buitenrand waarmee het totaal aantal Natuurlofts in de nieuwe situatie in
12
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
totaal 17 stuks bedraagt. Deze locatie aan de buitenrand is gekozen om deze Natuurlofts, net als de bestaande Natuurlofts, in het aanwezige talud te integreren. Hierdoor is het mogelijk om het bouwvolume zoveel mogelijk in het landschap te laten opgaan. De tijdsplanning van initiatiefnemer is gericht op het tijdelijk (onder het overgangsrecht) blijven gebruiken van de campingplaatsen, zodat in die periode de nieuwe Natuurlofts en de Autarkische verblijven (zie toelichting hieronder) kunnen worden gerealiseerd. Na de bouw van een natuurloft/Autarkisch verblijf komen telkens 2 kampeerplaatsen te vervallen. Daarmee verdwijnen gefaseerd de 32 campingplaatsen op onderhavige locatie. Ten behoeve van onderhavig planvoornemen is een beeldkwaliteitplan vervaardigd teneinde de stedenbouwkundige kwaliteit van de te realiseren Natuurlofts en Autarkische recreatieverblijven te kunnen garanderen. Het beeldkwaliteitplan van onderhavige planontwikkeling is opgenomen in Bijlage 1. In het beeldkwaliteitsplan worden de criteria omschreven waaraan het ontwerp van de Natuurlofts en Autarkische verblijven moet voldoen. Door aan die criteria te voldoen kan worden bijgedragen aan het behoud en versterking van de kwaliteit en de samenhang met de omgeving. Het beeldkwaliteitplan dient als leidraad en toetsingskader voor de beoordelingen van omgevingsvergunningen en de welstandsbeoordeling.
Het beeldkwaliteitsplan vormt daarmee de brug tussen de uitgangspunten en de gedachten achter het stedenbouwkundig plan en de daadwerkelijke bouw van de Natuurlofts en autarkische recreatieverblijven. Het zorgt derhalve dat de beoogde ruimtelijke kwaliteit van bebouwing, buitenruimte en de goede landschappelijke inpassing tot uitdrukking komt. Het beeldkwalitietsplan is daartoe ook toegevoegd aan de regels. Uitbreiding eventloft en eventtuin Momenteel is op de locatie een bestaande eventloft met bijbehorend terras aanwezig. Daar is zelfstandige horeca toegestaan. Het voornemen ziet in fase 1 op het uitbreiden van de eventloft zodat daar een ambachtelijke bierbrouwinstallatie voor het lokale biergilde kan worden gesitueerd. Tevens is in fase 1 uitbreiding van de horecafunctie voorzien op het middenterrein in de vorm van een eventtuin. In de eventtuin kunnen producten uit de moestuin worden bereid, maar ook bijeenkomsten, feestjes en partijen worden gehouden. Concreet vormt de eventtuin op het middenterrein een aanvulling op de aanwezige horecafunctie. Uitbreiding kapschuur Bovendien ziet het voornemen van initiatiefnemer in fase 1 op het uitbreiden van een bestaande kapschuur met een oppervlak van circa 64 m2 . Deze uitbreiding is bedoeld voor bedrijfsmatige opslag.
Parkeerterrein Initiatiefnemer zal in fase 1 tevens het parkeerterrein herinrichten; zodanig dat het parkeren compacter op het bestaande erf en rondom de bestaande bebouwing kan plaatsvinden. Daarop aansluitend wordt beoogd om een nieuwe ontsluiting voor langzaamverkeer te realiseren aan de Hagenweg. Die dient uitsluitend ter ontsluiting en bereikbaarheid van de verder westelij kgelegen autarkische verblijven. Dit wordt geen reguliere verkeersontsluiting. Daarmee kunnen gasten van 'Landgoed Moerslag' 'pendelen tussen de autarkische verblijven zonder dat zij de tussengelegen natuurbestemming dienen te doorkruisen. Tweede bedrijfswoning De moderne recreant hecht specifiek waarde aan duurzame en kwalitatief hoogstaande verblijfsaccommodaties. In dat verband is men ook bereid om een hogere prijs per verblijf te betalen, maar verwacht men in ruil hiervoor ook 24 uur per dag service, hulp en ondersteuning bij eventuele calamiteiten en wensen. Waar 24- uurs service in de huidige exploitatie nog enigszins behapbaar is, is dit voor
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
13
initiatiefnemer in de gewenste situatie ondoenlijk. Om de toekomstige bedrijfsvoering op een gepaste manier te kunnen ontwikkelen en de recreant 24 uur per dag van dienst te kunnen zijn gedurende het hele jaar, wenst de zoon van initiatiefnemer in het bedrijf te stappen en op de locatie te gaan wonen. In dat verband wordt beoogd om in fase 1 voor de zoon van initiatiefnemer een tweede bedrijfswoning te realiseren in de bestaande carréhoeve. Een nadere onderbouwing waarmee de noodzaak van deze tweede bedrijfswoning wordt onderbouwd, is opgenomen in Bijlage 2.
Autarkische recreatieverblijven Bovendien ziet het voornemen in fase 2 op het realiseren van 5 Autarkische recreatieverblijven in een natuur-voedselbos waarbij de termen 'natuurbeleving' en 'zelfvoorzienend' centraal staan. In lijn met deze kernwaarden worden de betreffende eenheden meer solitair van het bestaande erf gerealiseerd. De Autarkische verblijven zijn vergelijkbaar van kwaliteit en omvang als de Natuurlofts. Bij de beoogde Autarkische verblijven staat centraal dat deze zoveel mogelijk zelfvoorzienend en duurzaam worden vormgegeven. Dit is verder uitgewerkt in de planregels voor wat betreft de goot- en bouwhoogte en de wijze waarop minimaal invulling wordt gegeven aan de zelfvoorzienendheid van deze verblijven.
Natuur- en landschapsontwikkeling Tezamen met de verblijfsrecreatieve ontwikkelingen is initiatiefnemer voornemens om op eigen terrein diverse maatregelen te treffen welke gericht zijn op natuur en landschapsontwikkeling. In dat verband wordt ter inpassing van de Autarkische verblijven in fase 2 een natuur-voedselbos aangelegd van circa 0,9 hectare. Daarnaast wordt nieuwe natuur ontwikkeld met een omvang van circa 6,2 hectare met bebossing en waterpartijen. Tot slot wordt beoogd om de landschappelijke inpassing van een aantal agrarische percelen te versterken met hagen en boomgaarden. Dit omvat een oppervlak van circa 7 hectare, waarvan circa 3 hectare aan de noordzijde als natuur wordt ingericht in fase 2. Daarmee wordt rondom het recreatiebedrijf een sterke landschappelijke basis gecreëerd waarbinnen de beoogde toeristische ontwikkelingen aanvaardbaar worden geacht. In onderstaande figuur wordt de beoogde inrichting van onderhavig plangebied gevisualiseerd weergegeven.
14
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
Uitsnede beoogde inrichting plangebied (binnen paarse bolletjeslijn)
2.3
Ruimtelijke effecten
Ieder ruimtelijk plan dat het mogelijk maakt om nieuwe bebouwing op te richten, gaat gepaard met het optreden van ruimtelijk - visuele effecten. De aanvaardbaarheid van deze effecten dient te worden beschouwd. De beoogde ontwikkelingen voorzien in de herontwikkeling van een bestaand recreatiebedrijf. Vooropgesteld moet worden dat onderhavige ontwikkeling in hoofdzaak ziet op het (fasegewijs) beëindigen van de bestaande camping en het in ruil daarvoor realiseren van 12 extra Natuurlofts en 5 autarkische recreatieverblijven. Ten behoeve van de situering van deze nieuwe recreatieveverblijven is van belang dat deze zo goed mogelijk worden ingebed in het landschap omdat de Natuurlofts in de aanwezige taluds worden gerealiseerd. Bovendien wordt voorzien in de uitbreiding van de eventloft en de realisatie van een eventtuin. Tot slot wordt beoogd om binnen de bestaande carréhoeve een tweede bedrijfswoning te realiseren voor de zoon van initiatiefnemer. In ruil voor en ter compensatie van deze ontwikkelingen is initiatiefnemer bereid om forse stappen te zetten ten aanzien van natuur- en landschapsontwikkeling. Daarbij is van belang dat een natuur-voedselbos wordt aangelegd, nieuwe natuur wordt gerealiseerd en agrarische percelen in landschappelijk opzicht worden versterkt. In paragraaf 4.4.2 van voorliggende toelichting wordt daar verder op ingegaan.
Tot slot is van belang dat de Monumentencommissie op 16 november 2023 akkoord is gegaan met het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 1 bij de toelichting), dat in het kader van onderhavig planvoornemen is opgesteld. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de ruimtelijk - visuele effecten vanwege voorliggend bouwplan aanvaardbaar zijn.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
15
16
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
Hoofdstuk 3 Vigerende planologische-juridische situatie 3.1
Bestemmingsplan 'Landgoed Moerslag 32 te Sint Geertruid'
Ter plekke van de voormalige carréboerderij en omliggende gronden geldt het bestemmingsplan 'Landgoed Moerslag 32 te Sint Geertruid', vastgesteld op 1 september 2016 door de gemeenteraad van Eijsden-Margraten. Op basis van dit bestemmingsplan gelden de bestemmingen 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' en 'Agrarisch met Waarden'. De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van maximaal 5 recreatiewoningen en een kampeerterrein met maximaal 25 standplaatsen. Bovendien zijn op de locatie 5 Natuurlofts toegestaan. Tevens gelden op de locatie diverse functieaanduidingen, namelijk 'specifieke vorm van recreatie - ontbijtruimte', 'agrarisch', 'erf', 'specifieke vorm van recreatie - accommodaties' en 'veldschuur'. De voor 'Agrarisch met Waarden' aangewezen gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor agrarisch gebruik. Bovendien gelden op deze gronden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie', 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht', 'Waarde - Ecologie', 'Waarde - Landschapselement' en 'Waterstaat - Erosie' evenals de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - bodembeschermingsgebied', 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' en 'milieuzone - spuitvrije zone'.
Verder is van belang hier te vermelden dat er binnen de werkingssfeer van dit bestemmingsplan een omgevingsvergunning 'Wijziging gebruik Moerslag 32' is verleend. Deze staat 7 extra kampeerplaatsen en het gebruik van de ontbijtruimte voor horecadoeleinden binnen de recreatieve bestemming toe.
3.2
Bestemmingsplan 'Buitengebied Margraten 2009'
Ter plekke van de gronden ten noorden, ten westen en ten zuiden van de carréhoeve is het bestemmingsplan 'Buitengebied Margraten 2009' van toepassing, vastgesteld op 19 mei 2009 door de voormalige gemeente Margraten. Ter plekke zijn de bestemmingen 'Agrarisch met waarden' en 'Natuur' van toepassing. De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik. De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. Verder gelden ter plekke de dubbelbestemmingen 'Waarde - Beekdal', 'Waarde - Ecologie', 'Waarde Landschapselement' en 'Waterstaat - Erosie' evenals de gebiedsaanduidingen 'milieuzone bodembeschermingsgebied' en 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'. Rekening houdend met de door initiatiefnemer voorgenomen ontwikkelingen staat voorop dat deze niet in overeenstemming zijn met de geldende planologisch-juridische kaders. Bovendien zijn in de geldende bestemmingsplannen geen binnenplanse afwijkings- danwel wijzigingsbevoegdheden voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen om onderhavige ontwikkelingen alsnog mogelijk te maken. De planontwikkeling is enkel mogelijk middels het doorlopen van een separate bestemmingsplanprocedure.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
17
18
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
Hoofdstuk 4
Beleid
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor de beschrijving van het provinciale beschrijving van het provinciale beleid is gebruik gemaakt van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), en de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014). Het gemeentelijke beleid is ontleend aan de 'Strategische Visie 2022 (Vernieuwen door verbinden) en het 'Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten'.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Voorsorterend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is op 11 september 2021 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI biedt het Rijk een duurzaam toekomstperspectief voor onze leefomgeving. Met ruim 17 miljoen mensen op ruim 41.000 km2 is het belangrijk goede keuzes te maken ten aanzien van ruimtebeslag, om Nederland over 30 jaar nog steeds een plek te laten zijn waar het goed wonen, werken en recreëren is. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerder nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen de 21 nationale belangen die in de NOVI worden onderscheiden. De belangrijke keuzes zijn: De inpassing van duurzame energie(opwekking) met oog voor omgevingskwaliteit. Het bieden van ruimte voor een overgang naar circulaire economie. Woningbouw faciliteren in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans laten zijn met natuurlijke systemen. Het realiseren van deze wensen, het benutten van kansen en het oplossen van knelpunten vraagt om samenwerking tussen overheden. Zowel bij nationale vraagstukken als bij gebiedsgerichte regionale opgaven. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op onderstaande vier prioriteiten.
Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe de fysieke leefomgeving wordt ingericht. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. We reserveren voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen. We maken de energie-infrastructuur geschikt voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte. We passen duurzame energie in met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies, zoals zonnepanelen op daken en clustering van windmolens. Voor de inpassing van duurzame energie op land worden regionale energiestrategieën opgesteld. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel De Nederlandse economie verandert van karakter en is in 2050 geheel circulair en de broeikasgasemissies zijn dan met 95% gereduceerd, met 55% reductie als beoogd tussendoel in 2030. We zetten in op optimale (inter)nationale bereikbaarheid van steden en economische kerngebieden in het Stedelijk Netwerk Nederland. Overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio's en bevorderen een aantrekkelijk vestigingsklimaat.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
19
3. Sterke en gezonde steden en regio's We versterken het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio's te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de (ov-) infrastructuur en vindt plaats in de regio's waar er vraag is. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie. Dit is een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden zich duurzaam ontwikkelen. Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio's sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse. We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert. We verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio's en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. We richten steden en regio's klimaatbestendig in.
Het stedelijke mobiliteitssysteem levert een goede bereikbaarheid op. De auto, het ov, fietsen en lopen zijn onderling verknoopt. Het systeem draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl. Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte aanpak. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief. Conclusie Met betrekking tot het planvoornemen zijn er weinig directe en concrete raakvlakken tussen deze visies en onderhavig plan, anders dan de meer algemene uitgangspunten ten aanzien van een veilige en gezonde leefomgeving, duurzaam ruimtegebruik, etc. Op de eerder genoemde onderwerpen wordt in navolgende paragrafen en hoofdstukken nader ingegaan.
4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De zogenaamde ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening en luidt als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie verankerd in de Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) in artikel 2.2.2, lid 1. Aanvullend op deze ladder heeft de provincie daarin bepaald dat tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen moet worden onderzocht.
20
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
Uitgangspunt voor toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is dat sprake dient te zijn van een stedelijke ontwikkeling. Conform artikel 2.2.1 van de OvL2014 is de definitie van een stedelijke ontwikkeling een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State biedt in haar overzichtsuitspraak van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) handvaten om de rechtspraktijk meer houvast te bieden omtrent de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. Daaruit blijkt dat een ontwikkeling voldoende substantieel moet zijn om als 'stedelijke ontwikkeling' te kunnen worden aangemerkt. Daarbij spelen de aard, de omvang en de locatie van de ontwikkeling een belangrijke rol. Ingevolge de jurisprudentie kan (een uitbreiding van) een recreatiepark ook als 'andere stedelijke voorziening' (en dus stedelijke ontwikkeling) worden aangemerkt (ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3931 en ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:570). Uitgangspunt is dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een andere stedelijke voorziening (waaronder een uitbreiding van een recreatiepark) in de vorm van een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Onderhavige ontwikkeling ziet onder andere op het realiseren van nieuwe Natuurlofts en Autarkische recreatieverblijven. Elk recreatief verblijf heeft een oppervlak van circa 150 m2 . Rekening houdend met het aantal nieuw te plaatsen recreatieverblijven en het oppervlak dat daarmee gemoeid is, gaat onderhavige ontwikkeling gepaard gaat met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 . Daarmee is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Aangezien onderhavige ontwikkeling wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling is een nadere onderbouwing opgesteld waarin gemotiveerd wordt aangegeven dat onderhavig plan de afwegingskaders van de ladder voor duurzame verstedelijking kan doorstaan. Deze rapportage is bijgevoegd als Bijlage 4. Daaruit blijkt dat met onderhavige ontwikkeling in overeenstemming wordt gehandeld met de afwegingskaders van de ladder voor duurzame verstedelijking. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr.
388): Project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; Waddenzee en waddengebied, en IJsselmeergebied; verstedelijking in het IJsselmeer; defensie; erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; ecologische hoofdstructuur. 4.1.4 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
21
4.1.5 Conclusie Rijksbeleid De beoogde planontwikkeling levert geen strijd op met de Nationale Omgevingsvisie, het Barro en de Rarro. Het Rijksbeleid is niet aan de orde, omdat sprake is van een kleinschalige ontwikkeling en er geen onderwerpen vanuit de NOVI en Barro op het plangebied van toepassing zijn. Ook gelden er vanuit de Rarro geen beperkingen ten aanzien van het planvoornemen.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Limburg (POVI) Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld, met inachtneming van de aanvaarde amendementen. De Omgevingsvisie Limburg vervangt de Omgevingsvisie POL 2014. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In het ontwerp-POVI was het plangebied gelegen binnen de zonering 'Groenblauwe mantel'.
Uitsnede kaart 'zoneringen' ontwerp-POVI met aanduiding plangebied Groenblauwe mantel De 'groenblauwe mantel' betreft de gebieden die als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg zijn gelegen. Het zijn gebieden waar de provincie goede combinatiemogelijkheden ziet voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. De focus ligt hier op het versterken van het klimaat-adaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiversiteit en kernkwaliteiten van het landschap. Op veel plekken zijn in de rivier- en beekdalen in de loop der tijd steden en dorpen tot ontwikkeling gekomen. Die bebouwde gebieden maken geen deel uit van de groen- blauwe mantel, maar staan er wel mee in verband.
22
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
Vooropgesteld moet worden dat onderhavige ontwikkeling in hoofdzaak ziet op het (fasegewijs) beëindigen van de bestaande camping en het in ruil daarvoor realiseren van 12 extra Natuurlofts en 5 Autarkische recreatieverblijven. Ten behoeve van de situering van deze nieuwe recreatieveverblijven is van belang dat deze zo goed mogelijk worden ingebed in het landschap omdat de Natuurlofts in de aanwezige taluds worden gerealiseerd. In ruil voor en ter compensatie van deze ontwikkelingen is initiatiefnemer bereid om forse stappen te zetten ten aanzien van natuur- en landschapsontwikkeling. Daarbij is van belang dat een natuur-voedselbos wordt aangelegd, nieuwe natuur wordt gerealiseerd en agrarische percelen in landschappelijk opzicht worden versterkt. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de biodiversiteit en de kernkwaliteiten van het landschap waardoor de ontwikkeling passend wordt geacht in de groenblauwe mantel. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 (OvL2014) Naast de indeling in zoneringen is tevens sprake van diverse provinciale beschermingsgebieden, waartoe op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014 specifieke regelgeving geldt. Onderhavige locatie is gelegen binnen het 'Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg' en het 'Grondwaterbeschermingsgebied'.
Uitsnede kaart 'milieubeschermingsgebieden' Omgevingsverordening Limburg 2014 Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg Onderhavig plangebied is blijkens de kaart 'Milieubeschermingsgebieden' gelegen in het beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg. In Nederland zijn in totaal 20 zogenaamde nationale landschappen aangewezen. Dit zijn landschappen met elk een unieke combinatie van cultuurhistorische en natuurlijke elementen. De Nationale Landschappen kenmerken zich door de specifieke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het landschap, zoals natuur, reliëf, grondgebruik en bebouwing. De kernkwaliteiten voor het Nationaal Landschap Zuid-Limburg betreffen: 'schaalcontrast van zeer open naar besloten', 'het groene karakter', 'reliëf en ondergrond' en 'rijk en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed'. Bij (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen een nationaal landschap dienen de geformuleerde kernkwaliteiten in acht te worden genomen. Dienaangaande wordt het volgende overwogen. Schaalcontrast van zeer open naar besloten
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
23
Onderhavig plangebied is gelegen in het gehucht Moerslag. Het voornemen ziet op het beëindigen van de camping en het realiseren van nieuwe Natuurlofts op en aangrenzend aan dat bestaande campingterrein en op iets grotere afstand gelegen autarkische recreatieverblijven. Deze verblijven worden als het ware ingebed in het landschap. In dat verband voorziet onderhavige ontwikkeling ook in de aanleg van nieuwe natuur, een voedselbos en het landschappelijk inpassen van agrarische gronden. Daarmee worden het schaalcontrast en het natuurlijke karakter extra kracht bijgezet. Het groene karakter Voorliggend plan voorziet in het realiseren van nieuwe recreatieve verblijven waarbij het verblijven in het buitengebied te midden van de natuur centraal staat. Deze ontwikkeling gaat gepaard met de aanleg van veel nieuw groen, hetgeen het groene karakter van en gebied ten goede komt. Reliëf en ondergrond Qua positionering van de nieuwe recreatieverblijven is van belang dat deze worden ingebed in het landschap. De verblijven worden daarbij in de aanwezige taluds geplaatst, waardoor het bestaand reliëf en de ondergrond zoveel mogelijk onaangeroerd blijven. Rijk en gevarieerd cultuurhistorisch erfgoed Op basis van het geldende bestemmingsplan is ter plekke van de voormalige carréhoeve en omliggende gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' van toepassing.
In dit verband is van belang dat de nieuwe Natuurlofts in hoofdzaak worden gerealiseerd op de gronden waar de bestaande camping aanwezig is. Daar komt bij dat de Natuurlofts beter worden ingebed en ingepast in het landschap. In zoverre vormt deze dubbelbestemming geen belemmeringen voor het doorvoeren van onderhavige ontwikkeling. De kernkwaliteiten worden vanwege voorliggend planvoornemen niet onevenredig aangetast. Voor een uitvoerige beschrijving en nadere uitwerking wordt verwezen naar bijlage 5 bij onderhavige toelichting. Voorts geldt op grond van de Omgevingsverordening primair een verbod op het verrichten van handelen in beekdalen, bronnen of bronzones, graften en holle wegen. In casu is van belang dat de gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' en de dubbelbestemming 'Waarde - Beekdal' met voorliggend bestemmingsplan worden overgenomen. Grondwaterbeschermingsgebied De grondwaterbeschermingsgebieden zijn beschermingszones voor de onttrekkingen voor de openbare drinkwatervoorziening. In de Omgevingsverordening 2014 zijn specifieke regels opgenomen voor de (nieuw)vestiging of uitbreiding van diverse soorten inrichtingen of constructies en voor het (verbod op het) gebruik of vervoer van diverse (schadelijke) stoffen.
Aangezien onderhavige ontwikkeling niet gepaard gaat met grondwerken dieper dan 3 meter beneden maaiveld, is voorliggend voornemen niet strijdig met regels omtrent grondwaterbeschermingsgebieden. Vrijetijdseconomie In artikel 2.4.6 van de Omgevingsverordening Limburg is voorgeschreven dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg niet voorziet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad vrijetijdseconomie alsmede aan de bestaande planvoorraad vrijetijdseconomie ànders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 6.4 van het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg. In paragraaf 6.4 van het POL2014 is de ambitie van de provincie ten aanzien van vrijetijdseconomie aangegeven: een gezonde vrijetijdseconomie die het A-merk imago van Limburg behoudt, versterkt en benut. Zij biedt haar gasten en bewoners: een uitgebreid, aantrekkelijk en gevarieerd aanbod aan verblijfsaccommodaties, voorzieningen, een
24
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
samenhangende recreatieve infrastructuur, evenementen en recreatief-toeristische concepten; een florerende werkgelegenheid; binnensteden die als koopcentra aantrekkelijk zijn voor consumenten uit de regio en ver daarbuiten; een voor beleving toegankelijke natuur en landschap. In artikel 12.1.5 (Vrijetijdseconomie) van de Omgevingsverordening Limburg, welke in werking treedt met de Omgevingswet op 1 januari 2024) is in lid 3 bepaald dat een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad of planvoorraad vrijetijdseconomie alleen toe laat, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 15 (Landschap) van de provinciale omgevingsvisie en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg. In de basis wordt daarmee ingezet op het doorvoeren van een kwaliteitsslag van verblijfsaccommodaties, en het behoud en versterking van voorzieningen. Voor de juiste doorvertaling van het provinciale beleid zijn regionale bestuursafspraken met de gemeenten in Zuid-Limburg gemaakt over onder andere de vrijetijdseconomie.
Naar aanleiding van de gemaakte afspraken is in december 2019 de Visie Vrijetijdseconomie 2030 van de Zuid-Limburgse gemeenten en de provincie Limburg aangeboden aan de diverse gemeenten. In deze visie wordt verwoord op welke wijze de gemeenten gezamenlijk willen werken aan een toekomstbestendige toeristisch-recreatieve bestemming Zuid-Limburg. De geformuleerde ambities voor de vrijetijdseconomie in Zuid-Limburg in 2030 zijn als volgt: toerisme blijft bijdragen aan duurzame economische structuurversterking van de regio; kwalitatieve groei gaat boven kwantitatieve groei gaat; landschappelijke en stedelijke kwaliteiten moeten elkaar versterken; de vrijetijdseconomie helpt om natuur en landschap te ontwikkelen; inwoners en gasten kunnen heel Zuid-Limburg beleven. De strategie om de geformuleerde ambities ook daadwerkelijk te gaan realiseren is opgebouwd uit vijf pijlers: 1. Kwaliteit De focus van de vrijetijdseconomie ligt op groei in kwaliteit. Bescherming en verbetering van landschappelijke kwaliteiten, toeristisch-recreatieve voorzieningen en erfgoed staat hierbij centraal. 2. Verleiden De wens is om inwoners en gasten te verleiden om ook de minder bekende locaties in de regio te bezoeken. Het doel hiervan is langer te verblijven en vaker terug te komen. 3.
Beleving van Zuid-Limburgse Grote Verhalen Om ervoor te zorgen dat inwoners en gasten geraakt worden door de bijzondere verhalen van Zuid-Limburg en zich daarmee verbonden voelen, zet de regio in op het ontwikkelen, ontsluiten en vervolgens promoten van de belangrijke Zuid-Limburgse verhalen. 4. Duurzame vernieuwing Om nieuwe doelgroepen aan te (blijven) trekken en economisch vitaal te blijven, richt deze pijler zich op continue vernieuwing van het toeristisch-recreatief product. 5. Ondernemerschap en innovatie Deze pijler richt zich o.a. op het stimuleren van innovatie en cross-overs, thema- en doelgroepgericht werken, het opleiden van geschikt personeel en het verbinden van ondernemers met de streekidentiteit.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
25
Onderhavig planvoornemen ziet op het herontwikkelen van de locatie Moerslag 32 te Sint Geertruid. Deze ontwikkeling vloeit onder andere voort uit de ontwikkelingen en wensen vanuit de markt. Een gedeelte van de moderne recreant voelt zich namelijk meer aangetrokken tot kwalitatief hoogstaande verblijven waarbij rekening is gehouden met duurzaamheid, natuurontwikkeling en beleving. Initiatiefnemer wenst daar op in te spelen met het realiseren van Natuurlofts en Autarkische verblijven. Daarmee is het voornemen in overeenstemming met het thema vrijetijdseconomie. 4.2.3 Visie Vrijetijdseconomie In de Visie Vrijetijdseconomie van Provincie Limburg wordt aangegeven dat een balans moet worden gezocht tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en onze vrije tijd besteden. Bij nieuwe ontwikkelingen staat maatwerk centraal waarbij rekening moet worden gehoduen met het karakter en de mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Bij het maken van een afweging worden een aantal Limburgse principes in acht genomen: We streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal Meer stad, meer land We gaan zorgvuldig om met onze ruimte en voorraden; boven- én ondergronds De vrijetijdseconomie vormt een belangrijke economische pijler in Limburg.
Voor een florerende vrijetijdseconomie zijn de kwaliteit van landschap en natuur, aantrekkelijke steden en een goede bereikbaarheid van belang. Een stabiele balans is nodig: tussen beleving en bescherming van landschap en natuur; tussen belangen van toeristen, recreanten en inwoners; tussen uiteenlopende wensen van verschillende groepen recreanten; tussen de verschillende groepen in het landelijk gebied die gebruik maken van dezelfde infrastructuur. Vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties dienen beter in balans gebracht te worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Een voortdurende kwaliteitsslag is nodig om nieuw en bestaand aanbod aan te passen aan de veranderende vraag van zowel vaste als nieuwe gasten. Uit de Vitaliteitsscan verblijfsrecreatie (Rapport Vitaliteit Verblijfsrecreatie, ZKA, 2015) blijkt dat er binnen de sector verblijfsrecreatie een urgent probleem bestaat: het kwantitatieve aanbod van bungalowparken en campings is groter dan de vraag en de kwaliteit sluit onvoldoende aan bij de snel veranderende eisen en wensen van de consument. Er is geen behoefte aan meer van hetzelfde.
In artikel 2.4.6 van de Visie Vrijetijdseconomie wordt het volgende aangegeven: 'Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad vrijetijdseconomie alsmede aan de bestaande planvoorraad vrijetijdseconomie anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 6.4 van het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage.' Onderhavig voornemen is gericht op het herontwikkelen van een bestaand recreatiebedrijf. Deze herontwikkeling is geënt op gewijzigde ontwikkelingen en wensen vanuit de markt. De moderne recreant voelt zich namelijk meer aangetrokken tot kwalitatief hoogstaande verblijven waarbij rekening is gehouden met duurzaamheid, natuurontwikkeling en beleving. Initiatiefnemer wenst daar graag op in te spelen waardoor hij voornemens is om de kleinschalige camping te beëindigen en in ruil daarvoor een nieuw recreatief concept
26
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
toe te voegen aan de exploitatie. Daarmee wordt een kwaliteitsslag doorgevoerd en nieuw aanbod aan de markt toegevoegd. Derhalve wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Visie Vrijetijdseconomie'. 4.2.4 Limburgs Kwaliteitsmenu Voor (ruimtelijke) ontwikkelingen buiten de zogenaamde 'rode contouren' was voorheen het Limburgs Kwaliteitsmenu van kracht. In dit Kwaliteitsmenu gaf de provincie de Limburgse gemeenten een handreiking op welke wijze deze om moeten gaan met ontwikkelingen in het buitengebied. Gemeenten dienden in een structuurvisie dit provinciale beleidskader te verwerken en aan te geven op welke wijze zij toepassing geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu. In z'n algemeenheid betrof het Limburgs Kwaliteitsmenu een beleidsregel die onder voorwaarden ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van Limburg toestond. Daarbij diende sprake te zijn van 'kwaliteitswinst'. Deze kwaliteitswinst kon op diverse wijze tot stand komen, zoals bijvoorbeeld het realiseren van een landschappelijke inpassing, het slopen van bedrijfsbebouwing of glasopstanden, het realiseren van natuur of het leveren van een financiële bijdrage in een (gemeentelijk) 'groenfonds'. De provincie gaf in het Limburgs Kwaliteitsmenu richtlijnen en drempelwaarden voor het bepalen van de hoogte van de tegenprestatie bij verschillende soorten ruimtelijke ontwikkelingen.
Gemeenten dienden in een structuurvisie dit provinciale beleidskader te verwerken en aan te geven op welke wijze zij toepassing geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu. De gemeente Eijsden-Margraten heeft het Limburgs Kwaliteitsmenu vertaald in het ‘Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013’, waarop nader wordt ingegaan in paragraaf 4.4.2. 4.2.5
Klimaatadaptatie
In artikel 2.19.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 wordt nader ingegaan op het aspect klimaatadaptatie. Er dient bij het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen namelijk rekening te worden gehouden met risico's ten aanzien van klimaatverandering en het toepassen van mogelijke adaptatiemaatregelen. Klimaatverandering vergroot de kans op onder andere overstromingen, wateroverlast en langdurige perioden van droogte. Alle overheden hebben in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie afgesproken klimaatadaptief te handelen en ernaar te streven de inrichting van Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te laten zijn. Door middel van stresstesten die diverse overheden hebben uitgevoerd is inzicht beschikbaar in de gevoeligheid van locaties voor onder andere wateroverlast, overstroming en droogte. De resultaten van de stresstesten in Limburg laten zien dat er opgaven liggen om de ruimtelijke inrichting aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Ten aanzien van onderhavige ontwikkeling is van belang dat het plangebied wordt uitgevoerd in halfverharding. Het hemelwater infiltreert hierdoor ter plekke. De parkeerplaats wordt uitgevoerd in gras, met - indien nodig - een versteviging. Ook het water op de parkeerplaats infiltreert daardoor lokaal.
Voor de afwatering van de Natuurlofts en de autarkische verblijven wenst initiatiefnemer deze niet op de hemelwaterafvoer (riolering) aan te sluiten. Het dak watert (via regenpijpen) af op het direct omliggende land. Hierdoor vloeit het water over het grasland en infiltreert het hemelwater in de directe nabijheid van de vakantiewoningen. Daarmee wordt het hemelwater op eigen terrein opgevangen, hetgeen bijdraagt aan het voorkomen van wateroverlast. 4.2.6 Conclusie provinciaalbeleid Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het vigerende provinciale beleid bestaan er geen belemmeringen met betrekking tot onderhavig project.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
27
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Visie Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg 2030 De Visie Vrijetijdseconomie 2030 is opgesteld door 16 Zuid-Limburgse gemeenten en de provincie Limburg. Daarin wordt verwoord op welke wijze men wil gaan werken aan een toekomstbestendige toeristisch-recreatieve bestemming van Zuid-Limburg. Aangegeven wordt dat het Zuid-Limburgse landschap de belangrijkste basis is voor de vrijetijdseconomie. Daarbij staat de landschappelijke kwaliteit echter in toenemende mate onder druk omdat besluiten direct en indirect invloed uitoefenen op de toeristisch-recreatieve beleving van het landschap. Daarnaast is de verwachting dat de toeristisch-recreatieve sector in 2030 nauw verbonden zal zijn met het nationaal landschap en een belangrijke bijdrage zal leveren aan de ontwikkeling en het behoud ervan. Bovendien wordt aangegeven dat voor Zuid-Limburg op recreatief vlak een belangrijke opgave geldt. Vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties en hotels moeten namelijk zowel op kwalitatief en kwantitatief vlak beter in balans worden gebracht. Daarbij moet worden ingezet op het aantrekken van nieuwe doelgroepen en op kwaliteitsverbetering van bestaand aanbod. De focus ligt op groei in kwaliteit boven groei in kwantiteit. Dit betekent dat wordt ingezet op het behouden en verbeteren van de kernkwaliteiten omdat het landschap de belangrijkste drager is voor de vrijetijdseconomie.
Daarnaast wordt gestreefd naar het verbeteren van de kwaliteit van verblijfsaccommodaties, zodat een betere match van vraag naar en aanbod van verblijfsaccommodaties ontstaat waarmee ook andere doelgroepen aangetrokken worden. Onderhavig voornemen is gericht op het herontwikkelen van een bestaand recreatiebedrijf. Deze herontwikkeling is geënt op gewijzigde ontwikkelingen en wensen vanuit de markt. De moderne recreant voelt zich namelijk meer aangetrokken tot kwalitatief hoogstaande verblijven waarbij rekening is gehouden met duurzaamheid, natuurontwikkeling en beleving. Initiatiefnemer wenst daar graag op in te spelen waardoor hij voornemens is om de kleinschalige camping te beëindigen en in ruil daarvoor een nieuw recreatief concept toe te voegen aan de exploitatie. Daarmee wordt een kwaliteitsslag doorgevoerd en nieuw aanbod aan de markt toegevoegd. Derhalve wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Visie Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg 2030'. Het planvoornemen is tevens voorgelegd aan de themagroep vrijetijdseconomie (VTE). De themagroep staat positief tegenover dit initatief. Het advies van de themagroep is bijgevoegd als Bijlage 15 bij onderhavige toelichting.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Strategische Visie 2022 (Vernieuwen door verbinden) Op 22 oktober 2013 heeft de raad van de gemeente Eijsden-Margraten de Strategische Visie 2022 (Vernieuwen door verbinden) vastgesteld. Deze visie bevat 5 ambities en 8 thema’s die recht doen aan de eigenheid van de gemeente en de gemeenschappen. Onderhavig planvoornemen is aan deze strategische visie getoetst. Voor wat betreft bebouwing in het buitengebied (hoofdstuk 4. Thema: Landschappelijk verantwoord ondernemen) geeft deze visie als uitgangspunt aan dat er ruimte voor functiewijziging van bestaande bebouwing in het buitengebied mogelijk moet zijn, waarbij geen verdere verstening mag optreden, behoudens de bestaande rechten. Bij onderhavig planvoornemen is geen sprake van het oprichten van een nieuw recreatiebedrijf, maar op het herontwikkelen van een bestaand recreatiebedrijf. Daarmee is er in beginsel geen sprake van een nieuwe rode ontwikkeling in het buitengebied. Verder zet de gemeente in op een goede match van toerisme en landschap om het verdienmodel van de gemeente te vergroten. Zij ziet daarbij veel mogelijkheden op het snijvlak van (agrarisch) ondernemen,
28
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
toerisme, food, leisure en leefbaarheid. Onder hoofdstuk 4 (onderdeel doelen) van de Strategische Visie is daartoe opgenomen, dat de kansen voor hoogwaardig toerisme worden verzilverd. Hierbij wordt gedacht aan een aangenaam verblijf in het buitengebied: glamping ofwel glamour camping. Doelstelling is het marktaandeel van Eijsden-Margraten binnen het Zuid-Limburgse toerisme te vergroten van 200.000 naar 400.000 overnachtingen. In 2022 heeft de gemeente Eijsden-Margraten de bestaande toeristisch-recreatieve trekpleisters uitgebreid en zijn nieuwe ontstaan. Met het faciliteren van voorliggende ontwikkeling wordt invulling gegeven aan het bereiken van deze doelstellingen. Samenvattend wordt geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen past binnen de uitgangspunten van de Strategische Visie 2022. 4.4.2 Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten2013 De gemeente Eijsden-Margraten heeft de provinciale beleidsregel ‘Limburgs Kwaliteitsmenu’ vertaald in het ‘Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013’. Dit kwaliteitsmenu is van toepassing op de gebieden buiten de zogenaamde rode contouren. Conform het gemeentelijke kwaliteitsmenu (GKM) is in casu de module ‘Gebiedseigen recreatie en toerisme’ van toepassing. Onder gebiedseigen recreatie en toerisme worden voorzieningen verstaan, die gebruik maken van het buitengebied en die bij voorkeur niet in een kern ontwikkeld worden.
Het buitengebied is dan een onderdeel van de toeristische en/of recreatieve waarde van de voorziening. Voor recreatieve en toeristische voorzieningen die gebiedseigen zijn in het buitengebied staat de inpassing en de (verbetering van de) kwaliteit op de locatie en de directe omgeving van de ontwikkeling zelf voorop. Er moet een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing worden geleverd. Het gaat hier dan om voorzieningen die afhankelijk zijn van een ligging in het buitengebied en die worden ontwikkeld met een groene inrichting. Voorbeelden zijn campings, golfbanen en bungalowparken. Hierbij dient een ruime parkachtige setting te worden gecreëerd, die kan bijdragen aan de kwaliteit van het buitengebied. Voor de gebiedseigen recreatie en toerisme ontwikkelingen geldt het bereiken van een groen karakter en voldoende ruimtelijk kwaliteit van de ontwikkeling en de directe omgeving als uitgangspunt. Er dient altijd een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing te worden gerealiseerd. Op basis van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten is de module 'Gebiedseigen recreatie en toerisme' van toepassing. Naast een landschappelijke inpassing dient een kwaliteitsverbetering te worden doorgevoerd.
Als kwaliteitsverbeterende maatregelen worden genoemd: Sloop van bestaande opstallen; Landschappelijke inpassing conform Landschapsvisie Zuid-Limburg; Nieuw groen, 5x verharde en bebouwd oppervlakken. Concreet dient op basis van het gemeentelijk kwaliteitsmenu voor elke m2 verhard of bebouwd oppervlak een vijfvoud aan nieuw groen te worden gerealiseerd. Dit is verder uitgewerkt in de tabel op pagina 84 van het landschapsplan (zie bijlage 5). In onderhavige afbeelding is de te leveren tegenprestatie inzichtelijk gemaakt.
bestemmingsplanNSW-Landgoed Moerslag
29
Afbeelding met te leveren tegenprestatie. Ten behoeve van onderhavig planvoornemen is een landschapsplan met bijbehorend beplantingsplan en beplantingslijst opgesteld waarin nader wordt ingegaan op de wijze waarop het terrein landschappelijk wordt ingepast en de te leveren tegenprestatie in het kader van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten. In dat landschapsplan is onderscheid gemaakt in de twee fases van uitvoering. In fase 1 van de landschappelijke inpassing betreft het de inpassing en compensatie vanwege het beëindigen van de camping en het realiseren van 12 Natuurlofts®, het uitbreiden van de eventloft, het inrichten van een eventtuin, het uitbreiden van de kapschuur, het herinrichten en uitbreiden van het parkeerterrein en het inpandig realiseren van een tweede bedrijfswoning. Fase 2 van het landschapsplan betreft de aanleg van circa 10 hectare natuur (inclusief 0,9 ha natuur-voedselbos) ten behoeve van het daarbinnen realiseren van 5 Autarkische verblijven. Zie ook de aanduiding 'natuurontwikkeling fase 2' in bovenstaande figuur. Het landschapsplan met daarin opgenomen de fasering is bijgevoegd als Bijlage 5. Het beplantingsplan met bijbehorende beplantingslijst is bijgevoegd als Bijlage 6. Daaruit komt naar voren dat bestaande elementen zoveel mogelijk worden behouden, nieuwe landschapselementen worden aangeplant en nieuwe natuur wordt ontwikkeld.
Nieuwe natuur wordt ontwikkeld op de percelen gemeente Margraten - sectie R - nummer 187, 480 en 428 (ged.). De gemeentelijke kwaliteitscommissie van Eijsden-Margraten heeft op 27 oktober 2023 positief geadviseerd omtrent het planvoornemen (zie Bijlage 16), het beplantingsplan en de wijze waarop de locatie landschappelijk zal worden ingepast. Op basis van de ingediende zienswijzen is het landschapsplan op punten aangepast. Tevens is daar de hiervoor genoemde fasering in doorgevoerd. Dit aangepaste landschapsplan (zie bijlage 5) is ook aan de gemeentelijke kwaliteitscommissie van Eijsden-Margraten voorgelegd. Op 29 november 2024 heeft die commissie positief over het gewijzigde plan geadviseerd (zie Bijlage 17). De monumentencommissie heeft het beeldkwalitietsplan beoordeeld en hier op 16 november 2023 haar