20250218 06b Wegenbeleidsplan 2025-2028
Tekst van het document
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
fundering. Het is echter niet aan te geven in welke wegen en in welke concentraties. Het is daardoor niet mogelijk de financiële consequenties in beeld te brengen. De post Onvoorzien is bedoeld om de kosten te dekken in relatie tot: 1. Teerhoudend asfalt. 2. Zinkverontreiniging in de fundering of de berm.
6.2.4
Uitstel onderhoud
Het risico bij het uitstellen van onderhoud is kapitaalvernietiging en onveilige situaties. Bij het uitstel van onderhoudsmaatregelen voorbij de planperiode worden de werkzaamheden niet op het meest optimale moment uitgevoerd. Hierdoor zijn later zwaardere en daardoor duurdere onderhoudsmaatregelen nodig dan oorspronkelijk gepland. Ook kunnen onveilige situaties ontstaan met als gevolg mogelijke aansprakelijkheidstellingen.
6.2.5
Holle wegen
De gemeente beheert naast de gebruikelijke infrastructuur ook de holle wegen in het buitengebied. Deze wegen vormen een significant onderdeel van het natuurlijke en culturele erfgoed binnen de gemeente. De aanwezigheid van voertuigen die te breed zijn voor de wegbreedte van de holle wegen heeft geresulteerd in schade aan de bermen en begroeiing langs de holle wegen. Naast aantasting van het landschap vormt dit tevens een potentieel financieel risico voor de gemeente. Om deze kwestie aan te pakken, zal het beleid gericht moeten zijn op het beheren en beschermen van deze holle wegen. Daarbij kan worden gedacht aan: • • •
Het vaststellen van specifieke voorschriften met betrekking tot voertuigtoegang, zoals gewichts- en breedtebeperkingen, ter bevordering van de veiligheid van de wegen en het behoud van de natuurlijke omgeving. Implementeren van maatregelen om overtredingen te voorkomen Handhaven, om op die manier de schade aan bermen en begroeiing te minimaliseren.
Het beleid dient erop gericht te zijn om de kenmerkende holle wegen te behouden, de financiële risico's voor de gemeente te verminderen en op een duurzame manier ons natuurlijk erfgoed te beheren.
29 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
7 •
•
•
•
•
•
• •
AANBEVELINGEN Financiële inrichting: Het maken van een heldere scheiding tussen kosten ten laste van de exploitatie, voorziening en investeringen: • Voor het geconstateerde achterstallig onderhoud geeft de BBV aan, dat daarvoor een aparte voorziening Achterstallig onderhoud moet worden ingesteld. Achterstallig onderhoud waarmee onveilige situaties worden gecreëerd en waarbij sprake is van kapitaalvernietiging dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een redelijke termijn hersteld te worden. • Voor het groot onderhoud wordt geadviseerd om een voorziening groot onderhoud in te stellen. Het is daarbij wel van belang dat er een actueel beheerplan aanwezig is. • Voor het levensduur verlengend onderhoud wordt geadviseerd om dit apart te registreren en te financieren, aangezien dit allen investeringen betreffen en daarmee volgens de regelgeving van de BBV moeten worden geactiveerd. Het verdient de aanbeveling om voor de daaraan gekoppelde kapitaallasten een bestemmingsreserve kapitaallasten te vormen. Een bestemmingsreserve kapitaallasten moet van voldoende omvang zijn om de kapitaallasten gedurende de gehele vastgestelde afschrijvingsperiode aan de reserve te kunnen onttrekken.
Benodigd budget: • Om te kunnen voldoen aan het ambitieniveau (kwaliteitsniveau B en kwaliteitsniveau A voor de bijzondere gebieden) is het van belang, dat achterstanden worden ingelopen en het beschikbaar budget voor klein onderhoud en groot onderhoud wordt verhoogd met jaarlijks gemiddeld € 310k en € 1,1 miljoen. • Er is tevens een tekort voor rehabilitatie, jaarlijks gemiddeld € 1,6 miljoen. Het budget dat nodig is voor rehabilitatie is echter louter theoretisch en houdt geen rekening met geplande reconstructies of herinrichtingen. Om deze rehabilitatie maatregel gedegen te onderbouwen, wordt aanbevolen om nader onderzoek te doen waarbij de draagkracht wordt bepaald van de wegen inclusief een advies over de restlevensduur van de wegen. Daarna kan een vervangingsplan inzicht bieden in de vereiste vervangingen voor de komende jaren, inclusief het benodigde budget. Beheersysteem: • Actueel, betrouwbaar en compleet houden van de areaalgegevens in het beheersysteem. Dit betreft onder andere het bijhouden van mutaties in het beheersysteem, zoals uitgevoerd onderhoud, wijziging in materialisatie, wijziging van wegtypen en aanpassen van situaties als gevolg van herinrichtingen, reconstructies, rehabilitaties, omvormingen of areaaluitbreidingen.
• Tweejaarlijks uitvoeren van een globale visuele inspectie • Onderbouwen van het maatregelpakket dat het vertrekpunt vormt voor het genereren van de meerjarenplanning en -begroting. Inclusief benoeming van gehanteerde opslagpercentages voor verkeersmaatregelen, onvoorzien, algemene kosten, uitvoeringskosten, winst en risico en voorbereiding, administratie & toezicht (VAT). Opslagpercentages: • VAT-kosten: Bij het beschikbaar stellen van de benodigde budgetten wordt geadviseerd om ook rekening te houden met de benodigde kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht. Klein onderhoud: we adviseren om het percentage dat de hoogte van de kosten voor klein onderhoud8 bepaalt in lijn te brengen met de bandbreedte zoals deze binnen de CROWwegbeheersystematiek wordt geadviseerd. Op basis van de verdeling van de omvang van verhardingstypen en wegtypen bedraagt de bandbreedte daarvoor circa 10-15%. Indexering: De beschikbare budgetten zijn de afgelopen planperiode gelijk gebleven en niet geïndexeerd. We adviseren om de maatregelprijzen periodiek te indexeren. Ter vergelijk: conform CBS-statline Grond-, weg- en waterbouw (GWW) zijn de prijzen in 2024 voor gesloten verhardingen met 47% gestegen en voor de open verhardingen met 23% gestegen ten opzichte van het jaar 2020 (ten tijde van het opstellen van het vorige wegenbeleidsplan).
Bij het beschikbaar stellen van de benodigde budgetten niet uitgaan van zogenaamde “ingroeimodellen”. Areaaluitbreiding: Het verplicht opstellen van een beheerparagraaf bij een nieuw project of ontwerp, dat de consequenties voor het beheer en onderhoud inzichtelijk maakt. De uitvoering van het project vindt pas doorgang als daar ook structureel onderhoudsbudget tegenover staat.
8 Als percentage van het jaarlijks gemiddelde cyclusbedrag voor de lange termijn voor groot
onderhoud. 30 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
•
Integraliteit: Zoeken naar de mogelijkheid om werk met werk te maken door afstemming met andere disciplines (riolering, verkeer, woningbouwcorporaties).
31 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
BIJLAGE A – VERKLARENDE WOORDENLIJST Achterstand
1. Verschijnsel dat de schade op wegvakonderdelen de richtlijn met meer dan één inspectieklasse heft overschreden. 2. Verschijnsel dat onderhoud aan wegvakonderdelen naar voorbij de planperiode zijn geschoven.
Basisplanning en -begroting
Planning en begroting waarbij onderhoudsmaatregelen zijn gepland overeenkomstig de technische noodzaak.
Beheer
Systematisch plannen, budgetteren, voorbereiden en uitvoeren van activiteiten die erop gericht zijn een object blijvend zijn functie te laten vervullen.
Beheersysteem
Het geheel van gegevensinwinning en bewerking om te komen tot een meerjarenplanning en begroting.
Beleidsthema
Thema dat van belang is voor het beleid ten aanzien van de kwaliteit van de verharding (dat wil zeggen voor de veiligheid, duurzaamheid, het comfort en het aanzien).
Budget
De financiële middelen die beschikbaar zijn voor het uitvoeren van onderhoud.
Budgetplanning en begroting
Planning en begroting, waarbij onderhoudsmaatregelen zijn verschoven als gevolg van opgelegd budget of gestelde prioriteiten.
CROW
Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water en Wegenbouw en Verkeerstechniek.
Gedragsmodel
Model van het gedrag van een schadeontwikkeling in de tijd.
Groot onderhoud
Onderhoudsmaatregelen die lokaal, over een groot gedeelte van het oppervlak van een wegvak planmatig worden uitgevoerd, met als doel de verharding weer aan de richtlijnen te laten voldoen.
Kapitaalvernietiging
Verschil tussen de kosten van uitgesteld onderhoud en kosten van tijdig onderhoud (bij asfaltverhardingen).
Klein onderhoud
Onderhoudsmaatregelen die lokaal, over een beperkt gedeelte van het wegvak worden uitgevoerd. De maatregelen zijn deels preventief en deels bedoeld om de verharding in goede staat te houden.
Korte termijn
Planning van onderhoudsmaatregelen voor de periode van 1-2 jaar.
Kwaliteit
Mate waarin een verharding voldoet aan de gestelde (technische) richtlijnen of (functionele) doelstellingen.
Kwaliteitsniveau
Aanduiding van de kwaliteit van de verharding, uitgedrukt in de termen Voldoende, Matig en Onvoldoende.
Lange termijn
Planning voor de periode van meer dan 5 jaar.
Levensduur
Verwachte levensduur van een object of een onderhoudsmaatregel, berekend tot het moment waarop een onderhoudsrichtlijn wordt overschreden.
Levensduur verlengend groot onderhoud
Onderhoudsmaatregelen die tot doel hebben de levensduur van een weg met minimaal 25 jaar te verlengen. Deze vorm van onderhoud wordt vaak
32 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
toegepast bij doorgaande wegen in het buitengebied (Bruisterboschweg, Voerenstraat en de Keerestraat) Maatregelgroep
Groep van gelijksoortige onderhoudsmaatregelen.
Maatregeltoets
Beoordeling in situ van de door het systeem gegenereerde maatregel en planjaar, inclusief afstemming met andere plannen.
Middellange termijn
Planning van onderhoudsmaatregelen voor de periode van 3-5 jaar.
Planjaar
Jaar waarin een onderhoudsmaatregel wordt voorzien.
Planperiode
Periode waarin onderhoud op een wegvakonderdeel is voorzien.
Rafeling
Het verdwijnen van stenen (met een doorsnede groter dan 2mm) uit het oppervlak van asfalt.
Reconstructie/ Herinrichting
Bij een reconstructie wordt niet alleen het complete weglichaam, het asfalt, de fundering, trottoirs, parkeervakken vervangen, maar wordt ook de inrichting aangepast. Is binnen de gemeente onderdeel van de vervangingsinvesteringen.
Rehabilitatie/ Vervanging
Bij rehabilitaties wordt de verhardingsconstructie, na het doorlopen van een groot onderhoudscyclus, aan het einde van de technische levensduur (50 jaar voor asfaltverhardingen) op het oorspronkelijke structurele en kwalitatieve gebruiksniveau gebracht. Is binnen de gemeente onderdeel van de vervangingsinvesteringen.
Restlevensduur
Verwachte levensduur van een verharding vanaf het moment van beoordeling tot het moment waarop de norm wordt overschreden.
Richtlijn
Waarde van een schade in ernst en omvang waarbij binnen 1 tot 2 jaar onderhoud noodzakelijk is.
Samenhang
Mate waarin de verhardingsmaterialen met elkaar zijn verbonden of waarin zij zijn samengevoegd. Heeft voornamelijk invloed op de instandhouding van de verharding.
Schadebeeld
Bepaalde zichtbare, typerende vorm waarin schade aan de dag treedt. Voor de eenvormigheid van de schadecatalogus worden de onderdelen kantopsluiting, afwatering, berm en parkeerstrook/ bushalte om praktische redenen als schadebeeld aangeduid.
Textuur
Geometrische beschrijving van vorm, grootte en rangschikking van de oneffenheden van het (weg)oppervlak, op de schaal van de korrelafmeting. In de macrotextuur komt de ruwheid van het wegoppervlak tot uitdrukking, die van de afzonderlijke korrels in de microstructuur. Heeft voornamelijk invloed op veiligheid in gebruik en instandhouding van de wegverharding.
Variabele gegevens
De variabele gegevens betreffen de kwaliteit van het in beheer zijnde areaal en bestaan uit inspectiegegevens en metingen.
Vaste gegevens
De vaste gegevens beschrijven wat de wegbeheerder in beheer heeft en worden in principe eenmalig vastgelegd.
VAT
Interne kosten voor Voorbereiding, Administratie en Toezicht
Verhardingstype
Groep van gelijksoortige wegverhardingen; er wordt onderscheid gemaakt in de verhardingstypen asfalt, elementen en cementbeton.
Verhardingssoort
Onderverdeling binnen een verhardingstype.
33 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
Vervangingsinvesteringen
Zie reconstructie en rehabilitatie
Visuele inspectie
Is het herkennen, beoordelen en eenduidig vastleggen van zichtbare schades. De weg wordt op technische gronden bekeken en de schades worden in kwalitatieve en kwantitatieve zin, dat wil zeggen naar ernst en omvang, beoordeeld. De resultaten van de objectieve beoordeling geven een beeld van de conditie van de weg. De verharding wordt beoordeeld op: 1. Textuur (rafeling). 2. Vlakheid (dwarsonvlakheid, oneffenheden). 3. Samenhang (scheurvorming). 4. Kantstrook (randschade). 5. Diversen (o.a. zetting).
Vlakheid
Mate waarin het dwars- en lengteprofiel voldoet aan de normen voor verticale vervorming. Heeft voornamelijk invloed op de veiligheid in het gebruik en in stand houding van de wegverharding.
Waarschuwingsgrens
Waarde van een schade waarbij binnen 3 tot 5 jaar onderhoud noodzakelijk is.
Wegtype
Benaming voor een weg met bepaalde kenmerken, die een aanduiding kunnen zijn voor de functie, het gebruik of het beheer van de weg. 1. Hoofdwegen, zoals (stads)autosnelweg en autoweg. 2. Zwaarbelaste wegen, zoals (stads)autosnelweg en provinciale weg. 3. Gemiddeld belaste wegen, zoals drukkere waterschapsweg, stadsontsluitingsweg, busbaan en industrieweg (gebiedsontsluitingswegen). 4. Licht belaste wegen, zoals rustige waterschapsweg, buurtontsluitingsweg, parallelweg en landbouwweg (erftoegangswegen buiten de kom). 5. Wegen in woongebied, zoals woonstraat, woonerf, parkeerterrein en wijkstraat (erftoegangswegen binnen de kom). 6. Weg in verblijfsgebied, zoals voetpaden, trottoirs, plein, winkelerf 7. Fietspaden, dit betreft de (vrij liggende) fietspaden
Tabel 19 Verklarende woordenlijst
34 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
BIJLAGE B – TOELICHTING KADERS Grondwet Volgens Artikel 21 van de Grondwet is de zorg van de overheid gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Het beheer van wegen past in dit grondwetsartikel en van oudsher wordt de zorg voor een goede infrastructuur dan ook als een taak van de overheid gezien. Wegenwet De Wegenwet heeft betrekking op alle openbare wegen en vereist van de beheerder dat alle binnen het gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen welke door het Rijk, de provincie of het Hoogheemraadschap worden onderhouden, in goede staat verkeren. Daarbij maakt de wet onderscheid tussen het beheer van wegen en de onderhoudsplicht van wegen. De wegbeheerder heeft in het algemeen de onderhoudsplicht van de wegen die zij in beheer heeft. De Wegenwet vereist verder van de beheerder 'goed rentmeesterschap'. Daarbij wordt de beheerder verplicht om voorzieningen regelmatig en duurzaam te onderhouden. Dit betekent dat de wegbeheerder ervoor moet zorgen dat het kapitaal dat in de wegen is geïnvesteerd, in stand blijft door het tijdig plegen van onderhoud. Ook verplicht de Wegenwet wegbeheerders tot het bezit van een Wegenlegger. Deze Wegenlegger is een registratie instrument, waarin voor openbare wegen buiten de bebouwde kom wordt aangegeven, wie de beheerder is en wat zijn rechten en plichten zijn.
Burgerlijk Wetboek In het Burgerlijk Wetboek (BW) dat van kracht is geworden op 1 januari 1992, is de aansprakelijkheid geregeld voor schade als gevolg van een onrechtmatige daad. Ten opzichte van het oude BW is de bewijslast omgedraaid. Indien de beheerder aansprakelijk wordt gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg, dient deze beheerder aan te tonen dat hij de visuele inspectie en het onderhoud van de wegen (inclusief voet- en fietspaden) met optimale zorg uitvoert. Met andere woorden: de beheerder moet kunnen aantonen wat hij heeft gedaan om risico’s voor de weggebruiker te beperken en dat hij structureel aan monitoring en onderhoud doet. Alleen op die manier is het risico van aansprakelijkheidstelling door weggebruikers terug te dringen. Onontbeerlijk voor een overtuigende bewijsvoering zijn daarbij preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie en een goed werkend systeem van rationeel wegbeheer. De mate waarin aan de onderhoudsplicht moet worden voldaan, hangt af van de functie van de weg en de verwachting die de weggebruiker heeft op grond van het feitelijke beeld van de weg. Jurisprudentie heeft inmiddels uitgewezen dat het kwaliteitsniveau “5” (zeer slecht) volgens de oude CROW Wegbeheersystematiek vermeden moet worden.
Daar deze vijfschaal inmiddels niet meer wordt gebruikt, zal het begrip “onderhoudsachterstand” als grens worden aangehouden. Als gevolg van het BW met daarin het aangepaste aansprakelijkheidsrecht, is het aantal klachten en daarmee het aantal aansprakelijkheidsstellingen toegenomen. Er is een maatschappelijke verandering waarneembaar waarbij de wegbeheerder ook in de toekomst rekening dient te houden met een groeiend aantal aansprakelijkheidsstellingen. Landelijk wordt gesproken over een verdubbeling van de schade. Een bijkomende trend is het feit dat letselschadeadvocaten op basis van no-cure-no-pay mogen gaan werken. Een verdere groei van het aantal aansprakelijkheidsstellingen zou kunnen ontstaan. Geaccepteerde schade Het CROW heeft door middel van publicatie 185, 'Handboek aansprakelijkheid beheer openbare ruimte' richtlijnen gegeven voor kwaliteits- en veiligheidsaspecten. Hierin wordt aan de hand van 'geaccepteerde schade per wegoppervlak' aangegeven, wat de uitgangspunten kunnen zijn voor de wegbeheerder. Deze normen voor geaccepteerde schade komen overeen met de richtlijnen in CROW-publicatie 147 Wegbeheer. De voorgestelde basiskwaliteit (R) is afgeleid van deze richtlijnen. Beleidsprofiel R staat voor het referentieniveau. Dit is het minimale, in Nederland gangbare kwaliteitsniveau en is de 35 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
feitelijke ondergrens van maatschappelijk aanvaard beheer. Verantwoord beheer Het doel van de gemeente moet zijn adequaat beheer te verrichten en op deze wijze claims te voorkomen. Dit kan gerealiseerd worden door te werken conform de richtlijnen voor wegbeheer (CROW 147) en het 'Handboek Aansprakelijkheid Beheer Openbare Ruimte' (CROW 185). De CROW-richtlijnen zijn opgesteld met het uitgangspunt dat groot onderhoud structureel wordt uitgevoerd. De richtlijn heeft een 'standaard CROW-invulling', waarbij ervan wordt uitgegaan dat onderhoud wordt uitgevoerd op het technisch optimale moment. Te laat uitvoeren kan betekenen dat verkeersonveilige situaties ontstaan met als gevolg een verhoogde kans op aansprakelijkheidsstellingen. Voor asfaltverhardingen komt door te laat uitvoeren van onderhoud daar nog kapitaalvernietiging bij. Schadenormen Het kwaliteitsniveau voor een bepaald wegtype kan worden vertaald naar maximaal toelaatbare schade. Deze schadenormen zijn een gelijkschakeling van: •
•
•
De uitgave van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 'Slim beheer van Kapitaalgoederen' (bestuurlijk); Hierin is omschreven dat verantwoord beheer moet worden uitgevoerd op basis van de wegbeheersystematiek waarbij een minimaal niveau wordt nagestreefd en claims zoveel mogelijk worden voorkomen. CROW-publicatie 185, 'Handboek aansprakelijkheid beheer openbare ruimte' (juridisch); Dit handboek omschrijft de richtlijnen, waaraan de verhardingen moeten voldoen om claims te voorkomen. De beschreven richtlijnen zijn gebaseerd op de wegbeheersystematiek, zoals omschreven in CROW-publicatie 147. CROW-publicatie 147, 'Wegbeheer' (technisch); deze publicatie beschrijft op welke wijze de wegverhardingen binnen een gemeente moeten worden beheerd, zodat sprake is van verantwoord beheer.
De drie bovengenoemde stukken hanteren dezelfde normering, waardoor er een koppeling ontstaat. De CROW-richtlijnen zijn opgenomen in het wegbeheersysteem en zodoende zijn bovengenoemde uitgangspunten gewaarborgd en is er sprake van verantwoord beheer. Voorwaarde daarbij is wel dat alle maatregelen, die door het wegbeheersysteem in de planning wordt voorgesteld, tijdig zullen worden uitgevoerd. Omgevingswet De Omgevingswet is een nieuwe wet die tot doel heeft om het huidige complexe stelsel van wetten en regels op het gebied van de fysieke leefomgeving te vereenvoudigen en te integreren. Het biedt een kader voor het beheren en ontwikkelen van de leefomgeving op een duurzame en samenhangende manier. Voor wegbeheer en het beheer en onderhoud van wegen betekent de Omgevingswet dat er meer nadruk komt te liggen op integraal denken en handelen, samenwerking tussen verschillende partijen en het betrekken van belanghebbenden bij besluitvorming. Dit kan leiden tot meer efficiëntie en effectiviteit in het wegbeheerproces, maar vraagt ook om een nieuwe manier van werken en omgaan met de omgeving en stakeholders. Wegenverkeerswet Deze wet bevat zowel bepalingen voor weggebruikers als voor beheerders. De Wegenverkeerswet verwacht van de wegbeheerder, dat hij streeft naar maatregelen die de veiligheid van de weggebruiker en de functionaliteit van de wegen borgen.
Deze wet doet een beroep op de publiekrechtelijke zorg van de wegbeheerder voor de veiligheid van de weggebruiker. Daarnaast dienen de éénmaal genomen maatregelen zodanig te worden gehandhaafd, dat de weggebruiker zich op de situatie kan instellen. Hieruit blijkt het belang van goed beheer en onderhoud van verkeersvoorzieningen en verkeersmaatregelen. Wet Milieubeheer In de Wet Milieubeheer is aangegeven welke stoffen als afvalstoffen zijn aangemerkt. Deze stoffen, die in dit kader kunnen vrijkomen bij de aanleg van en het onderhoud aan wegen, mogen niet zonder beschermende maatregelen in het milieu worden gebracht. Er wordt echter een uitzondering gemaakt
36 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
voor secundaire grondstoffen die in de wegenbouw worden toegepast. Deze materialen mogen wel worden gebruikt indien ze worden aangewend overeenkomstig het Besluit bodemkwaliteit. Code Milieu Verantwoord Wegbeheer In een brief d.d. 25 juni 2008 heeft het ministerie van VROM alle wegbeheerders in Nederland aangeschreven om de Code Milieu Verantwoord Wegbeheer te ondertekenen. Het betreft de volgende punten: • • •
Inzicht in het wegenbestand over de aanwezigheid van teer; Het door middel van onderzoek ontdekken van teer in wegverhardingen en wegfunderingen voorafgaand aan reconstructie of sloop; Het selectief verwijderen van teerhoudende lagen en het rechtstreeks voor thermische verwerking afvoeren van het vrijgekomen TAG naar een vergunde inrichting.
De wegbeheerders hanteren hierbij voor de omgang met vrijkomend asfalt de CROW-Richtlijn 210: “Omgaan met vrijkomend asfalt – aandacht voor de teerproblematiek”. De werkwijze in de gemeente Eijsden-Margraten sluit aan bij deze code. Bij het plegen van onderhoud aan de asfaltverharding wordt projectmatig bekeken of er sprake is van teerhoudend asfalt. Bij het constateren van teer wordt vervolgens overgegaan tot het selectief verwijderen hiervan. Net als alle andere vrijkomende materialen wordt ook teerhoudend asfalt afgevoerd naar een erkende inrichting. Wet Geluidshinder (Wgh) De wetten en regels voor het bestrijden en voorkomen van geluidshinder ten gevolge van wegverkeer, railverkeer en industrie zijn sinds het einde van de jaren zeventig vastgelegd in de Wet geluidshinder. Hierin staat bijvoorbeeld wanneer de geluidsbelasting moet worden getoetst. Voor het wegverkeer is dit onder andere bij de aanleg van een nieuwe weg, de bouw van nieuwe woningen en wanneer er wijzigingen aan de weg plaats vinden. Daarnaast is vastgelegd hoeveel decibel geluid in deze situaties is toegestaan. Wanneer een overschrijding van de norm wordt geconstateerd bij de toetsing, moeten er maatregelen worden getroffen om de geluidsbelasting terug te brengen. Sinds 1981 werd de voorgeschreven methode om wegverkeerslawaai te berekenen of meten vastgelegd in een Reken- en Meetvoorschrift.
In 2002 is het Reken- en Meetvoorschrift vervangen door het Reken- en Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai 2002 (RMV 2002). Een reden voor het opstarten van een herziening was de wens en noodzaak om met geluid reducerende wegdektypen te kunnen rekenen. Daarnaast bestond de indruk dat de geluidsemissie van het huidige voertuigpark inmiddels behoorlijk afwijkt van de geluidsemissie van de voertuigen waarop de RMW is gebaseerd. Bij de wijziging van de Wet geluidshinder van 2007 is het tot dan toe vigerende Reken- en Meetvoorschrift Wegverkeerslawaai 2002 (RMV 2002) vervangen door de bijlage III behorende bij het Reken- en Meetvoorschrift geluidshinder 2006. Voor het grootste deel is deze gelijk aan het RMW 2002. Nieuw is de toevoeging van de rekenregel voor een middenscherm. Arbeidsomstandighedenwet (Wet Arbo) Alle werkgevers zijn op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht tot het uitvoeren van arbeidsomstandighedenbeleid, het opstellen van een meerjarenplan daarvoor en het uitbrengen van een jaarverslag. Het beleid moet zijn gericht op zowel veiligheid, gezondheid, welzijn als milieu. Daarnaast moet worden voldaan aan het Bouwprocesbesluit. Dit is een uitwerking van de EGrichtlijn “Minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiel bouwplaatsen”.
Voor de wegbeheerder betekent dit in hoofdzaak het opstellen van bestekanalyses of arboprojectrisico-inventarisaties en het zorgdragen voor het opstellen van Veiligheids- en Gezondheidsplannen (V&G-plannen). In het kader is ook de CROW-publicatie “Maatregelen bijwerken in uitvoering” van toepassing. Daarnaast of eigenlijk ook wel daarbij geldt dat we als wegontwerper verantwoorde keuzes moeten maken in de ontwerpen. Niet alleen moeten we bedenken of dat wat we ontwerpen aangelegd kan worden, maar ook of dat, met aandacht voor de arbeidsomstandigheden waaronder veilig werken, later onderhoud aan de weg kan worden uitgevoerd.
37 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
Besluit Asbestwegen Milieubeheer Besluit van 8 september 2000, houdende regels voor wegen waarin asbest bevattend materiaal is verwerkt (Besluit asbestwegen Wms). Als asbest in het verleden als verharding voor toegangswegen, kavelpaden of erven is gebruikt, kan dit risico’s opleveren voor de volksgezondheid. Dit is vooral het geval als het asbest onvoldoende is afgedekt. Asbestvezels kunnen door het berijden van de weg, pad of erf loskomen en opstuiven. Als deze vezels worden ingeademd, ontstaat er een verhoogde kans op een asbestziekte. Vooral direct omwonenden lopen een verhoogd risico. In 2000 is vanwege de risico’s voor de volksgezondheid het Besluit asbestwegen milieubeheer van kracht geworden. Volgens dit besluit is het verboden een onbedekte asbesthoudende weg of erf in het bezit te hebben. Financiële verordening Eijsden-Margraten 2023 In de financiële verordening, vastgesteld d.d. 6 februari 2023, zijn voor het kapitaalgoed wegen de volgende relevante punten opgenomen: • • • • • • • • • • •
• • •
Artikel 3: De begroting en jaarstukken richten we in conform het Besluit Begroting en Verantwoordingprovincies en gemeenten (BBV). De begroting is opgebouwd uit paragrafen en programma’s. Artikel 4: Het college biedt jaarlijks voor het zomerreces een kadernota aan de raad aan over de hoofdlijnen van het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Artikel 5: De raad autoriseert uiterlijk 15 november voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar de baten en de lasten per programma door middel van het vaststellen van de begroting. Artikel 6: Het college informeert de raad door middel van bestuursrapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar. Artikel 6: De eerste bestuursrapportage bevat zowel een uiteenzetting over het gevoerde beleid zoals opgenomen in de begroting, als een bijstelling van de begrote bedragen. Artikel 6: De tweede bestuursrapportage bevat enkel een financiële bijstelling van de begrote bedragen. Artikel 7: De raad stelt met het vaststellen van de begroting de budgetten per programma beschikbaar. Artikel 7: Via bestuursrapportages en afzonderlijke begrotingswijzigingen doet het college voorstellen aan de raad voor het wijzigen van de beschikbaar gestelde budgetten en de beschikbaar gestelde investeringskredieten.
Artikel 7: Voor niet in de begroting opgenomen incidentele exploitatielasten van maximaal € 50.000 en structurele exploitatielasten van maximaal € 10.000 kan het college zonder voorafgaande autorisatie van de raad zelfstandig verplichtingen aangaan; Artikel 7: Voor niet in de begroting opgenomen investeringskredieten van maximaal € 100.000 kan het college zonder voorafgaande autorisatie van de raad zelfstandig verplichtingen aangaan; Artikel 7: Voor investeringskredieten groter dan € 100.000, incidentele exploitatielasten groter dan € 50.000 en structurele exploitatieasten groter dan € 10.000 waarvoor de raad bij de begroting nog geen budget beschikbaar heeft gesteld, legt het college de voorstellen aan de raad voor voordat verplichtingen worden aangegaan. Artikel 7: Zelfstandig door het college aangegane verplichtingen zoals bedoeld onder lid 4 en 5 worden achteraf via de bestuursrapportages door de raad vastgesteld. Artikel 15: Het college stelt een nota op met nadere regels ten aanzien van activeren, waarderen en afschrijven in overeenstemming met het BBV. Artikel 16: Het college stelt een nota op met nadere regels ten aanzien van reserves en voorzieningen.
Nota waardering en afschrijven 2023 Eijsden-Margraten De volgende uitgangspunten hebben een relatie met het kapitaalgoed wegen en dienen als kaders voor het College waarbinnen het activerings- en afschrijvingsbeleid moet worden uitgevoerd: • Investeringen met een gebruiksduur van drie jaar of minder en/of en verkrijgings- of vervaardigingsprijs van € 10.000 of minder, activeren we niet maar brengen we ten laste van de exploitatie. • Bijdragen aan activa in eigendom van derden activeren we indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 61 van het BBV. Jaarlijks bekijken we of er extra afschrijvingen mogelijk zijn. • De geactiveerde vaste activa schrijven we in principe af tot nihil. We hanteren alleen een restwaarde bij een actief, daar waar een budgethouder een reële inschatting kan geven. 38 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
• • • • • • • •
We passen de componentenmethode alleen toe bij investeringen als er wezenlijke verschillen zijn in afschrijvingstermijnen én het een substantieel deel van de investeringen betreft. In principe hanteren we de lineaire afschrijvingsmethode. We hanteren de afschrijvingstermijnen zoals opgenomen in bijlage 1: Materiele vaste activa: • Wegen: aanleg/ reconstructie: 50 jaar. • Wegen: levensduur verlengend: 25 jaar. In incidentele gevallen is afwijking van de afschrijvingstermijnen zoals beschreven in bijlage 1 van deze notitie mogelijk, mits gemotiveerd. De afschrijvingen starten per 1 januari volgende op het jaar van ingebruikname. Voor de rentetoerekening hanteren we het omslagpercentage. De rentetoerekening vindt plaats op basis van de boekwaarde op 1 januari. Het eerste jaar wordt uitgegaan van een half jaar rente. Bij een onderschrijding van het krediet vloeit het restant in eerste instantie terug naar de algemene middelen. Bij investeringskredieten volgend uit het MIP- wegen blijft de onderschrijding van krediet beschikbaar voor het MIP.
39 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
BIJLAGE C – CROW WEGBEHEERSYSTEMATIEK
Figuur 6 Wegbeheersystematiek
Hieronder zijn een aantal van de stappen uit bovenstaande figuur kort toegelicht. Vaste gegevens
Allereerst worden de vaste gegevens in het wegbeheersysteem gezet. Onder de vaste gegevens wordt verstaan de verzameling van gegevens betreffende gebieden, wegen, wegvakken, wegvakonderdelen, verhardingssoorten, wegtypen, oppervlaktes e.d. Variabele gegevens (inventarisatie en inspectiegegevens) De variabele gegevens vormen naast de vaste gegevens de input voor het wegbeheersysteem. Hoe meer de variabele gegevens zijn afgestemd op de lokale situatie des te betrouwbaarder de uitkomsten van het systeem zullen zijn. De variabele gegevens betreffen onder andere: •
Eenheidsprijzen; 40 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
• •
Maatregelmatrix CROW, waarin een relatie wordt gelegd tussen de betreffende maatregelgroep en de daaraan gekoppelde gewenste maatregel; Inspectiegegevens, die door middel van een globale visuele weginspectie door een onafhankelijke inspecteur zijn uitgevoerd.
Richtlijnen, gedragsmodellen en waarschuwingsgrenzen Nadat de inspectiegegevens zijn ingelezen in het wegbeheersysteem, worden de resultaten getoetst aan richtlijnen, rekening houdende met gedragsmodellen en waarschuwingsgrenzen. Basisplanning en -begroting Aan de hand van de beoordeling wordt met het wegbeheersysteem voor een planperiode van 5 jaar bepaald: • •
•
Welke onderhoudsmaatregelen jaarlijks genomen moeten worden; Wanneer deze maatregelen moeten worden uitgevoerd. Daarbij zijn er een aantal mogelijkheden: • Korte termijn (planjaar 1 of 2). • Middellange termijn (planjaar 3-5). • Lange termijn (> 5 jaar). Wat de kosten van deze onderhoudsmaatregelen zijn.
Het eindresultaat daarvan is een CROW Basisplanning en –begroting. Na 2 jaar vindt er een actualisatie plaats op basis van nieuwe inspectieresultaten. Maatregeltoets In de stap volgend op de Basisplanning wordt de meerjaren onderhoudsplanning en begroting afgestemd of verfijnd. In deze werkstap vindt de integrale afstemming plaats met geplande (onderhouds)projecten en andere disciplines (o.a. riolering) en worden de resultaten van de verplichte maatregeltoets verwerkt. Gemuteerde basisplanning De planning en bijbehorende begroting, die na de afstemming ontstaat, wordt ook wel de gemuteerde basisplanning en –begroting genoemd. Dit is de planning die is afgestemd op de lokale en specifieke situatie. Budgetplanning De laatste stap in het wegbeheerproces is het toetsen of de geplande onderhoudskosten kunnen worden gefinancierd met het beschikbare budget. Indien dit niet haalbaar is, zal de budgetplanning de meest optimale alternatieve planning opstellen, behorend bij het opgegeven budget. Daarbij worden maatregelen naar achteren geschoven in de planning of zelfs buiten de planperiode verplaatst. Hierdoor zullen er hogere kosten ontstaan als gevolg van het uitstellen van onderhoud, waarbij kapitaalvernietiging niet wordt uitgesloten. Klein onderhoud Tijdens de weginspectie kan ervoor gekozen worden dat de weginspecteur optioneel “klein onderhoud” schades op neemt.
Dit zijn ernstige schades maar in een te kleine omvang om als schadecijfer te noteren voor het groot onderhoud. Voor de gemeente Eijsden-Margraten is een klein onderhoudsinspectie uitgevoerd parallel aan de globale visuele inspectie. Dit als input voor het werkpakket van de buitendienst.
41 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
BIJLAGE D – INSPECTIESYSTEMATIEK De inspectiemethodiek is beschreven in CROW-publicatie 146b - “Handleiding globale visuele inspectie”. Tijdens de inspecties wordt de conditie van de weg vastgelegd, waarbij de voorkomende schades zijn beoordeeld op omvang (Zeer gering, Gering, Enig en Groot) en ernst (Licht, Matig en Ernstig). Bij de kwaliteitsbeoordeling is onderscheid gemaakt in de verschillende verhardingstypen. De scheiding wordt aangebracht, omdat de vervolgschade bij asfaltverhardingen in korte tijd de hele verharding kan aantasten. Bij de elementenverhardingen is dit risico minder groot. In deze bijlage is per verhardingstype de mogelijk voorkomende schade aangegeven (onderstaande tabel). Tevens is aangegeven wat het effect van de schade is op de beleidsthema’s, wat de oorzaak is van de schade en wat de gevolgen zijn voor de gebruiker en voor de verhardingsconstructie. Schadegroep
Asfalt
Elementen
Cementbeton
Textuur
Rafeling
-
-
Vlakheid
Dwarsonvlakheid Oneffenheden
Dwarsonvlakheid Oneffenheden
Oneffenheden
Samenhang
Scheurvorming
Voegwijdte
Scheurvorming
Waterdichtheid
-
-
Voegvulling
Verhardingsrand
Randschade
-
-
Diversen
Zetting
Zetting
Zetting
Tabel 20 Schadebeelden bij de globale visuele inspectie
Hieronder zijn de schadebeelden, met uitzondering van de facultatieve schadebeelden, bij asfalt- en elementenverhardingen benoemd. Deze twee verhardingstypen beslaan 100% van het totale verharde wegenareaal. Schadebeelden asfalt Bij de asfaltverhardingen wordt onderscheid gemaakt in de schadegroepen textuur, vlakheid en samenhang. Textuur In de schadegroep Textuur komt de schade Rafeling voor, als gevolg van defecten aan het asfaltoppervlak (steenverlies). Deze schade heeft een negatief effect op: • Veiligheid (lagere stroefheid, langere remweg, afwijkend rijgedrag, ruitbreuk). • Comfort (discomfort). • Geluidhinder (verhoging geluidsniveau). • Structurele waarde (verkorting levensduur). Rafeling komt voor in de schadegroep textuur, waarbij stenen groter dan 2 mm uit het oppervlak verdwijnen. Dit treedt vaak op bij scheurvorming en plaatsen die lang nat blijven. Als de schade zich met betrekking tot de textuur negatief verder ontwikkelt, ontstaan er grotere gaten, waardoor er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Vlakheid Vlakheid of, beter gesteld, onvlakheid is tevens een voorbeeld van een oppervlakteschade. De oorzaak van de schade ligt echter dieper in de constructie, waardoor niet meer kan worden volstaan met een simpele onderhoudsmaatregel. Bij deze schadegroep komen de schadebeelden dwarsonvlakheid en oneffenheden voor.
Dwarsonvlakheid Een verticale vervorming van het dwarsprofiel van de weg met een lengte van minimaal 5 meter. Een veel voorkomend voorbeeld van dwarsonvlakheid is spoorvorming. 42 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
Dwarsonvlakheid heeft een negatief effect op: • •
Veiligheid (instabiel rijgedrag, aquaplaning). Comfort (plasvorming, fietsers, voetgangers).
De verschijningsvormen van dwarsonvlakheid zijn spoorvorming en langssleuven. De steilte van de flank is bepalend voor de diepte van de oorzaak: • • •
Flauw >> oorzaak in zandbed. Minder flauw >> oorzaak in fundering. Steil >> oorzaak in bovenlagen.
De oorzaken van onvlakheid zijn veelal: • Instabiliteit. • Naverdichting. • Onderdimensionering. • Te lichte kantopsluiting (bij elementenverharding). Oneffenheden Plaatselijk voorkomende, verticale vervormingen van de verharding met een oppervlakte kleiner dan 5 m2. Voorbeelden zijn plaatselijke verzakkingen, hoogteverschillen als gevolg van boomwortelgroei of gefundeerde elementen, die niet mee zakken zoals inspectieputten en duikers. Oneffenheden hebben een negatief effect op: • • •
Veiligheid (langere remweg, ladingverlies, afwijkend rijgedrag). Comfort (discomfort, resonanties). Duurzaamheid (toename dynamische belastingen -> verkorting levensduur).
De oorzaken van oneffenheden zijn veelal: • • • • •
Heterogeniteit. Onderdimensionering. Naverdichting. Reparaties. Lekke riolering.
Samenhang Schade, die zich manifesteert in de vorm van scheuren in lengterichting en/of scheuren in lengterichting en dwarsrichting, die onderling verbonden zijn. In het laatste geval is er sprake van craquelé. De oorzaak van de scheurvorming zit diep in de constructie. Veel scheuren beginnen zelfs aan de onderkant van het asfalt. Dit houdt in dat dit type schade alleen goed hersteld kan worden door de gehele constructie te vervangen. Scheurvorming heeft een negatief effect op: •
Duurzaamheid.
43 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
Schadebeelden elementen Vlakheid Net als bij de asfaltverhardingen komen ook bij elementenverhardingen dwarsonvlakheid en oneffenheden voor. Onvlakheid op een klinkerweg wordt veroorzaakt door een verzakking in de fundering van de weg. Op de weg ontstaan waterplassen, die hinder opleveren voor de gebruikers van de weg. Elementenverhardingen slijten ook (onder andere breuk van de stenen). Deze schade wordt niet meegenomen tijdens de globale inspectie aangezien deze schade geen invloed heeft op de technische kwaliteit van de verharding. Hierboven zijn de oorzaken en gevolgen van de verschillende schadebeelden behandeld. De consequenties worden pas duidelijk als wordt gekeken naar de kwaliteit van de verhardingen binnen de beheergrenzen. In onderstaande tabel is schematisch aangegeven, hoe de vertaling van inspectiecijfers (de codering bij de schadeklasse G t/m E3) naar planperiode (uitvoeringsjaar) en kwaliteitsoordeel plaatsvindt voor een willekeurig schadebeeld, wegtype en verhardingstype. Daarnaast is ook de vertaling naar andere CROW-kwaliteitsniveaus gemaakt.
Tabel 21 Vertaling inspectiegegevens naar planperiode en kwaliteitsoordeel
Een waarschuwingsgrens/ richtlijn ligt altijd tussen twee schadeklassen in. In de praktijk wordt de schadeklasse na de waarschuwingsgrens/ richtlijn als dusdanig aangeduid.
Kwaliteitsbeoordeling Voldoende
CROW 380 A+/A
Matig
Planjaar
Omschrijving
> 5 jaar
Op basis van de geconstateerde schade wordt geen onderhoud verwacht op de korte en middellange termijn.
Jaar 3-5
Waarschuwingsgrens is overschreden. Op basis van de geconstateerde schade wordt onderhoud verwacht op de middellange termijn.
Jaar 2
Richtlijn is overschreden. Onderhoud op korte termijn is noodzakelijk.
Jaar 1
Richtlijn is ruimschoots overschreden, er is sprake van achterstallig onderhoud. Onderhoud op zeer korte termijn is noodzakelijk.
B
Onvoldoende
C
Onvoldoende D
Tabel 22 Vertaling kwaliteitsbeoordeling naar planjaar
44 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
BIJLAGE E – ANALYSE KWALITEIT Kwaliteit per verhardingstype Naast een overall kwaliteit is het mogelijk om de kwaliteit gedetailleerder inzichtelijk te maken. Zodat inzichtelijk wordt waar het achterstallig onderhoud nu het meeste voorkomt. Indien de kwaliteit per wegtype in beeld wordt gebracht dan valt op dat de elementenverhardingen (B) en betonverhardingen (A) voldoen aan het ambitieniveau. Met name de asfaltverhardingen dragen dus bij aan de overall kwaliteit van C. Dat is ook niet verwonderlijk aangezien circa 2/3 deel van het beheerareaal uit asfaltverhardingen bestaat.
Figuur 7 Kwaliteitsbeoordeling per verhardingstype conform CROW 380 (90% lijn)
Kwaliteit per wegtype Onderstaande figuur toont de kwaliteit per wegtype. Daaruit valt op te maken dat wegtype 4 (licht belaste weg) en 6 (weg on verblijfsgebied) kwaliteitsniveau C hebben en wegtype 5 (weg in woongebied) kwaliteitsniveau D en daarmee niet voldoen aan het ambitieniveau (B).
Figuur 8 Kwaliteitsbeoordeling per wegtype conform CROW 380 (90% lijn)
45 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
Kwaliteit per verhardingstype en wegtype Interessanter is het dan nog om de kwaliteit te beschouwen op basis van de combinatie wegtype en verhardingstype.
Figuur 9 Kwaliteitsbeoordeling per verhardingstype en wegtype conform CROW 380 (90% lijn)
Uit bovenstaande figuur kan geconcludeerd worden dat de volgende combinaties niet voldoen aan het ambitieniveau: • Wegtype 6 (weg in verblijfsgebied) met een elementenverharding (C). • Wegtype 4 (licht belaste weg) met een asfaltverharding (C). • Wegtype 5 (weg in woongebied) met een asfaltverharding (D). • Wegtype 6 (weg in verblijfsgebied) met een asfaltverharding (D). Indien de aan te pakken verhardingsoppervlakken worden beschouwd dan valt op, dat de meeste winst is te behalen in het wegwerken van de onvoldoende kwaliteit (C en D) bij de wegtypen 4 en 5 uitgevoerd in een asfaltverharding.
Figuur 10 Kwaliteitsbeoordeling per wegtype conform CROW 380 [m2]
46 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
Kwaliteit asfalt per wegtype en verhardingssoort De 90% lijn toont aan, dat de hoogste percentages met achterstallig onderhoud zich bevinden bij de wegen voorzien van een oppervlakbehandeling. Oppervlakbehandelingen worden toegepast bij rafeling, lichte scheuren of om de stroefheid te verbeteren. Oppervlakbehandelingen zijn goedkoper dan een traditionele deklaag (DAB of SMA), maar hebben daarnaast wel een aanzienlijk kortere levensduur.
Figuur 11 Kwaliteitsbeoordeling per verhardingstype, wegtype en verhardingssoort conform CROW 380 [%]
Indien de oppervlakken echter worden beschouwd dan is de grootste omvang met achterstallig onderhoud terug te vinden bij dicht asfaltbeton bij wegtype 4 en 5 uitgevoerd in een asfaltverharding. Dichtasfaltbeton komt het meeste voor bij de asfaltverhardingen (circa 96% van het beheerareaal asfalt).
Figuur 12 Kwaliteitsbeoordeling per verhardingstype, wegtype en verhardingssoort conform CROW 380 [m2]
47 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
BIJLAGE F – UITGANGSPUNTEN MEERJARENBEGROTING De basisbegroting vanuit het beheersysteem bevat de volgende uitgangspunten: Exclusief • • • • • • • •
Kosten voor klein onderhoud. Reconstructies/ herinrichting. Rehabilitatie. Kapitaalslasten. BTW. Jaarlijks inflatiepercentage. Kosten Voorbereiding, Administratie en Toezicht (VAT) Onvoorzien.
Inclusief • Kosten voor groot onderhoud • Eenheidsprijzen prijspeil 2024 inclusief opslagpercentages: • Verkeersmaatregelen: 5%. • Uitvoeringskosten: 7%. • Algemene bedrijfskosten: 8%. • Winst en risico: 4%. Noot De inspectieresultaten zijn aangeleverd door een extern bureau, dat via de opdrachtgever apart opdracht heeft gekregen voor het uitvoeren van een globale visuele inspectie. Ook het genereren van de CROW-basisplanning is door dit extern bureau gedaan. De inspectieresultaten en daaruit volgende CROW-basisplanning vormen de basis voor de financiële gegevens van het groot onderhoud in dit beleidsplan. Eenheidsprijzen De volgende eenheidsprijzen zijn de basis voor de bepaling van de meerjarenplanning en -begroting.
Maatregelprijs 2020
Geïndexeerde maatregelprijs 2024
Asfalt en fundering vervangen, wegtype 1 en 2
103,46
135,19
Asfalt en fundering vervangen, wegtype 3,4 en 5
72,08
94,50
Asfalt en fundering vervangen, wegtype 3,4 en 5 (rood)
90,62
117,47
Asfalt en fundering vervangen, wegtype 6 en 7
51,22
66,55
Asfalt en fundering vervangen, wegtype 6 en 7 (rood)
62,66
80,08
Asfaltverharding vervangen (gem. 10 cm) (specifiek voor fietspaden)
43,13
66,55
Asfalt vervangen (rood) (gem. 10 cm)
54,95
80,08
Frezen (gem 4 cm) + aanbrengen tussen- + deklaag (gem 8 cm)
41,66
55,23
Frezen (gem 4 cm) + aanbrengen deklaag (gem 4 cm) (rood)
50,16
63,40
Aanbrengen deklaag (gem. 4 cm)
23,50
30,89
Maatregel
48 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
Aanbrengen deklaag (gem. 4 cm), rood asfalt
37,23
47,14
Deklaag vervangen of ZOAB vervangen
19,43
25,57
Aanbrengen dunne deklaag
10,02
13,25
Aanbrengen dunne deklaag (rood)
20,62
26,38
Aanbrengen dubbele oppervlakbehandeling
6,81
8,61
Aanbrengen dubbele oppervlakbehandeling (rood)
7,03
9,45
Aanbrengen enkele oppervlakbehandeling
4,23
5,42
Aanbrengen enkele oppervlakbehandeling (rood)
7,00
8,95
Frezen 3 cm + inlage 3 cm op 10% van het oppervlak
2,14
2,78
Frezen 3 cm + inlage 3 cm op 10% van het oppervlak + aanbrengen enkele opp.beh.
6,36
8,18
Frezen 3 cm + inlage 3 cm op 10% van het oppervlak + aanbr.enkele opp.beh.(rood)
9,12
11,70
Frezen 3 cm + inlage 3 cm op 10% van het oppervlak (rood)
3,51
4,40
Frezen 4 cm + inlage 4 cm op 10% van het oppervlak
2,60
3,40
Frezen 4 cm + inlage 4 cm op 10% van het oppervlak + aanbrengen dubbele opp.beh.
9,40
11,99
Frezen 4 cm + inlage 4 cm op 10% van het oppervlak + aanbr. dubbele opp.beh.(rood)
9,61
12,82
Frezen 4 cm + inlage 4 cm op 10% van het oppervlak + aanbrengen enkele opp.beh.
6,82
8,79
Frezen 4 cm + inlage 4 cm op 10% van het oppervlak + aanbr. enkele opp.beh.(rood)
9,58
12,32
Frezen 4 cm + inlage 4 cm op 10% van het oppervlak (rood)
4,43
5,55
Frezen 6 cm + inlage 6 cm op 15% van het oppervlak
5,18
6,73
Frezen 6 cm + inlage 6 cm op 15% van het oppervlak (rood)
7,24
9,17
Frezen 6 cm + inlage 6 cm op 15% van het oppervlak + aanbrengen dunne deklaag
15,08
19,92
Frezen 6 cm + inlage 6 cm op 15% van het oppervlak + aanbrengen dunne deklaag (rood)
25,67
33,05
Frezen 8 cm + inlage 8 cm op 15% van het oppervlak
6,70
8,73
Frezen 8 cm + inlage 8 cm op 15% van het oppervlak (rood)
9,44
11,99
Frezen 8 cm + inlage 8 cm op 15% van het oppervlak + aanbrengen nieuwe deklaag
30,71
40,31
49 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
Frezen 8 cm + inlage 8 cm op 15% van het oppervlak + aanbrengen nieuwe deklaag (rood)
38,94
49,47
Frezen 8 cm + inlage 8 cm op 15% van het oppervlak + aanbrengen dunne deklaag
16,53
21,70
Frezen 8 cm + inlage 8 cm op 15% van het oppervlak + aanbrengen dunne deklaag (rood)
27,12
34,82
Frezen 8 cm + tussenlaag (oab) + aanbrengen deklaag
42,26
56,00
Ophogen en nieuwe constructie, wegtype 1 en 2
109,06
142,88
Ophogen en nieuwe constructie, wegtype 3, 4 en 5
77,68
102,18
Ophogen en nieuwe constructie, wegtype 3, 4 en 5 (rood)
96,22
125,15
Ophogen en nieuwe constructie, wegtype 6 en 7
56,82
74,22
Ophogen en nieuwe constructie, wegtype 6 en 7 (rood)
68,26
87,77
Aanbrengen profileer deklaag (gem. 3,5 cm)
23,31
30,74
Aanbrengen profileer deklaag (gem. 3 cm) (rood)
38,78
49,06
Uitvullen + deklaag (4 cm)
30,42
40,20
Uitvullen + deklaag (rood) (3,5 cm)
49,36
62,64
Tabel 23 Eenheidsprijzen Asfalt (Bron: beheersysteem Gemeente Eijsden-Margraten)
Maatregelprijs 2020
Geïndexeerde maatregelprijs 2024
Cementbeton + fundering vervangen/beuken + overlagen
73,56
128,85
Cementbeton vervangen/beuken + overlagen
61,22
107,86
Gedeeltelijk plaatvervanging/oppersen/frezen
40,50
69,82
Klein onderhoud cemenbetonverharding
10,13
17,46
Ophogen + nieuwe constructie
79,91
140,51
Plaatselijk repareren en voegen vullen
23,29
40,14
Maatregel
Tabel 24 Eenheidsprijzen Beton (Bron: beheersysteem Gemeente Eijsden-Margraten)
50 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
Maatregelprijs 2020
Geïndexeerde maatregelprijs 2024
Gedeeltelijk herstraten (30% van het oppervlak) betonsteen
6,56
12,01
Gedeeltelijk herstraten (30% van het oppervlak) betontegels
4,39
7,93
Gedeeltelijk herstraten (30% van het oppervlak) gebakken steen
6,80
12,26
Gedeeltelijk herstraten (30% van het oppervlak) sierbestrating
11,95
12,26
Gedeeltelijk herstraten (50% van het oppervlak) betonsteen
13,93
25,46
Gedeeltelijk herstraten (50% van het oppervlak) betontegels
10,45
18,89
Gedeeltelijk herstraten (50% van het oppervlak) gebakken steen
14,33
25,90
Gedeeltelijk herstraten (50% van het oppervlak) sierbestrating
22,92
25,90
Herstraten (100% van het oppervlak) betonsteen
29,23
53,53
Herstraten (100% van het oppervlak) betontegels
22,27
40,41
Herstraten (100% van het oppervlak) gebakken steen
30,35
54,72
Herstraten (100% van het oppervlak) sierbestrating
47,54
54,72
Herstraten + fundering vervangen (betonsteen)
53,56
97,62
Herstraten + fundering vervangen (betontegels)
47,22
85,20
Herstraten + fundering vervangen (gebakken steen)
61,36
110,64
Herstraten + fundering vervangen (sierbestrating)
77,80
110,64
Maatregel
Tabel 25 Eenheidsprijzen Elementen (Bron: beheersysteem Gemeente Eijsden-Margraten)
51 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
BIJLAGE G – OVERZICHT TOEPASSEN BURGERPARTICIPATIE
52 van 53
WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
COLOFON WEGENBELEIDSPLAN 2025-2028
KLANT Gemeente Eijsden-Margraten AUTEUR Jeroen Verhoef PROJECTNUMMER 30215072 DATUM 28 november 2024 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
VRIJGEGEVEN DOOR
Jeffry van den Hengel Senior adviseur Assetmanagement
Jeroen Verhoef Senior adviseur Assetmanagement
Arcadis Nederland B.V. Postbus 56825 1040 AV Amsterdam Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com
53 van 53