20241015 07d Bijlage TAM-omgevingsplanSlakweg Gronsveld Motivering
Tekst van het document
Ter vormgeving van het foerageergebied van de broedvogels, de eekhoorn en de grote bosmuis zijn in de planontwikkeling bestaande bomen met nesten zo veel mogelijk behouden, worden groene erfafscheidingen en bomen toegepast waar deze diersoorten in kunnen nestelen, en zijn er in de architectuur neststenen opgenomen in de gevel. Ter vormgeving van het foerageergebied van de alpenwatersalamander wordt er 200 meter ten zuidwesten van het wijzigingsgebied een compensatiepoel aangelegd. Zowel in het ontwerp voor de architectuur als in het ontwerp voor de buitenruimte is circulariteit toegepast. Circulair ontwerpen in de buitenruimte houdt in dat op een slimme manier wordt opgegaan met materiaalstromen. Waar dit kan, wordt nieuw werk met bestaand werk gemaakt of worden materialen geupcycled. Door toepassing van deze principes worden de kosten laag gehouden en krijgen materialen een tweede leven. Waar het hergebruiken van materialen niet kan, wordt gezocht naar het downcyclen van materialen. Oude verharding of bebouwing kan bijvoorbeeld als puinfundering benut worden. Relatie met het omgevingsplan Zoals voorstaand is toegelicht, worden er in deze woningbouwontwikkeling verschillende maatregelen toegepast om zo de risico's en gevolgen van klimaatverandering te beperken. Er wordt vanuit klimaatadaptief en duurzaam oogpunt ontworpen.
Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de maatregelen die getroffen zijn in het plan:
50
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
De toepassing van zoveel mogelijk robuust, inheems groen; De toepassing van water regulerende maatregelen, waaronder wadi's; Het beperken van verharding in het gebied: alleen verharding waar noodzakelijk; De toepassing van klinkerverharding in keperverband; De toepassing van halfopen verharding ter plaatse van de parkeerterreinen; Het behouden van waardevolle bomen in het gebied; Het planten van voldoende bomen op een schaduw-activerende manier; De toepassing van groene erfafscheidingen: 1. Lage hagen op de perceelgrenzen aan de voorzijden van de woningen; 2. Lage hagen rondom de parkeerterreinen; 3. Hoge hagen op de perceelgrenzen aan de zij- en achterzijden van de woningen; De toepassing van stimulerende maatregelen voor biodiversiteit.
6.4
Verkeer en parkeren
Op basis van de Omgevingswet dient de aanvaardbaarheid van het effect van nieuwe ontwikkelingen op de verkeersafwikkeling, bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid te worden onderbouwd. Daarnaast worden parkeernormen gebruikt om vast te stellen hoeveel parkeerplaatsen voor auto's en fietsen nodig zijn bij nieuw- en verbouwinitiatieven. De gemeente Eijsden-Margraten heeft eigen parkeernormen. Onderzoek Om alle verkeerskundige aspecten af te wegen en de verkeerseffecten in beeld te brengen is een verkeerstoets opgesteld (Bijlage 11). Verkeersveiligheid Het plan wordt via de Slakweg ontsloten vanaf de Rijksweg te Gronsveld. De Slakweg wordt voorzien van een tweerichtingsprofiel met een rijloper van 4,50 m tot 5,10 m en een overrijdbaar trottoir van 1,30 m. Aan het begin van de Slakweg is de rijloper 4,50 m breed waarbij een overrijdbaar trottoir van 1,30 m aanwezig is. De rijloper wordt breder zodra het begin van de Slakweg gepasseerd word. Op diverse plaatsen zijn parkeervakken voorzien. Gezien de beperkte verkeersstromen van en naar de nieuwe bebouwing is dit een adequaat profiel voor partieel tweerichtingsverkeer dat ook past in de richtlijnen van het CROW. De ontsluiting van het plan op de Rijksweg is daarmee voldoende verkeersveilig.
Parkeren In de parkeerbalans wordt uitgegaan van het Parapluplan parkeren Eijsden-Margraten (2018) als categorie “Niet-stedelijk” en “rest bebouwde kom”. Conform de bijlagen bij het Parapluplan parkeren Eijsden-Margraten ligt het wijzigingsgebied in “Weinig stedelijk” en “rest bebouwde kom”. Op verzoek van de gemeente Eijsden-Margraten is de medium parkeernorm (met uitzondering van de sociale huurwoningen waarbij een maximale parkeernorm word gehandhaafd) toegepast. Dit resulteert in onderstaande parkeerbalans. Tabel: parkeerbalans uitgaande van medium parkeernorm (m.u.v. sociale huurwoningen waarbij een maximale parkeernorm word gehandhaafd)
51
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
Er is een aanbod van 87 parkeerplaatsen (13 langsparkeervakken, 35 haaksparkeervakken, 26 parkeerplekken in de parkeerkelder onder het appartementencomplex en 13 op eigen terrein). Daarmee is sprake van een positieve parkeerbalans. Van de aangeboden parkeerplaatsen zijn 3 laadplaatsen voor elektrische auto's en komen er minimaal 2 parkeerplaatsen voor mindervaliden. Voor de benodigde fietsen ter plaatse van het appartementencomplex worden fietsbeugels voorzien. Verkeersgeneratie Op basis van de kencijfers uit het Parapluplan parkeren Eijsden-Margraten (2018) genereren de 45 woningen 299,8 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal). In de onderstaande tabel staat de verkeersgeneratie op basis van deze kencijfers. Tabel: verkeersgeneratie plan
Daarnaast liggen aan de Slakweg twee inritten van bestaande, vrijstaande woningen die een verwachte verkeersgeneratie van 16,4 mvt/etmaal hebben. De totale verkeersgeneratie behorende bij de verkeersgeneratie van het plan bedraagt aldus een totale verwachte etmaalintensiteit van 316,2 op de Slakweg. Een vuistregel is dat op het spitsuur zo’n 8% (25 bewegingen) van en naar de ontwikkeling zal zijn. De bestaande kruising Slakweg - Rijksweg kan dergelijke aantallen verwerken.
52
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
Bereikbaarheid Het plan voldoet aan de te stellen eisen van bereikbaarheid. De aansluiting van de Slakweg op de Rijksweg is zodanig gedimensioneerd dat de voertuigen “branpolance” uit figuur 7 van CROW-publicatie 279 gebruik kunnen maken van de wegen in het wijzigingsgebied en daarmee de hulpdiensten overal kunnen komen. Vlakbij de woningbouwontwikkeling zijn op de Rijksweg bushaltes voor buslijn 57 die enerzijds richting Maastricht en anderzijds richting Gulpen gaat. Toegankelijkheid langzaam verkeer De woningen in het gebied zijn toegankelijk via een eenzijdig voetpad. Bij het appartementencomplex worden voor de gebruikers de rolstoelhellingen dusdanig gemaakt dat voldaan wordt aan de relevante ASVV-regelgeving. Door het open karakter van het gebied is de sociale veiligheid binnen het gebied eveneens voldoende. Relatie met het omgevingsplan De inrichting van het verkeersnet binnen het plan en de aansluiting op de Rijksweg passen in de richtlijnen van het CROW en zijn daarmee voldoende verkeersveilig. De verkeersinrichting voldoet ook aan de eisen van bereikbaarheid voor hulpdiensten en aan toegankelijkheid voor langzaam verkeer. De verkeersgeneratie die met het plan voorzien wordt kan worden verwerkt door het omliggende wegennet. Daarnaast wordt binnen het plan voldoende parkeergelegenheid aangelegd om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien.
6.5
Bodem
6.5.1
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek
In maart 2023 is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Slakweg te Gronsveld (zie Bijlage 12). In het kader van de voorgenomen werkzaamheden is de milieuhygiënische kwaliteit van het asfalt, het funderingsmateriaal en eventueel de grond of het grondwater bepaald. Doel van het verkennend en aanvullend bodemonderzoek omvat diverse punten, te weten: Beoordelen of in het kader van de Wet bodembescherming mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Beoordelen of uitkomend (bodem)materiaal voor hergebruik in aanmerking komt, onder de voorwaarden van hergebruik (Besluit bodemkwaliteit en eventueel civieltechnisch). Bepalen of het vrijkomend asfalt teerhoudend is. Bepalen van de voorlopige veiligheidsklassen voor de uitvoering van de werkzaamheden in het kader van de Arbo-wetgeving (CROW 400). Beoordelen of het uitkomend (bodem)materiaal verdacht is op de aanwezigheid van asbest. Onderzoek Verontreinigingen Op het noordelijk deel van het terrein, grenzend aan de Maastrichterweg komt een sterke verontreiniging met zink voor in de bovengrond (0,0 – 0,5 m- maaiveld). De verontreiniging komt binnen de contouren van de onderzoekslocatie voor over een oppervlakte van ca. 370 m². De omvang wordt geschat op ca. 185 m³.
Ter plaatse van de binnenhof van de woning op huisnummer 6 is de bodem sterk verontreinigd met metalen en/of OCB (met name DDT en haar isomeren en metabolieten). De sterke verontreiniging met DDT is vastgesteld tot ca. 1,15 m- maaiveld. Hieronder komt ook nog DDT voor, maar deze gehalten
53
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
overschrijden maximaal de achtergrondwaarden. De oppervlakte waarover de sterke verontreiniging met DDT voorkomt bedraagt binnen de grenzen van de onderzoekslocatie ca. 290 m². De omvang wordt geschat op ca. 300 m³. De sterke verontreinigingen met metalen zijn verticaal niet afgeperkt. De sterke verontreiniging met metalen is vastgesteld tot minimaal 1,4 m- maaiveld. De omvang wordt geschat op minimaal 420 m³. De sterke verontreinigingen met DDT zijn vermoedelijk het gevolg van de (voormalige) bedrijfsmatige activiteiten op de locatie. Aangezien het gebruik van DDT sinds de jaren `70 is verboden in Nederland is vermoedelijk sprake van een zogenaamd historisch geval binnen de kaders van de Wet bodembescherming. Aangezien de omvang meer bedraagt dan 25 m³ is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van het aanvullend onderzoek naar de sterke nikkelverontreiniging bij boring 014 is geen nikkel meer aangetroffen, maar wel lichte verontreinigingen met andere metalen. Aangezien de eerder aangetroffen sterke verontreiniging met nikkel was aangetroffen in een geroerde zandlaag en tijdens het aanvullend onderzoek leem is aangetroffen, wordt geconcludeerd dat er nog onzekerheid bestaat over de aard en omvang van een eventuele verontreiniging met nikkel in dit gebied.
Naar aanleiding van het aanvullend onderzoek blijkt dat de sterke verontreinigingen met metalen ter plaatse van boring 002 c.q. 113 zich beperken tot de Slakweg en niet voorkomt op de beklinkerde parkeerplaats ten westen van huisnummer 6. Onderhavig verkennend en aanvullend bodemonderzoek en het onderzoek van Antea uit 2017 toont aan dat ter plaatse van de funderingslagen van de Slakweg sterke verontreinigingen voorkomen aan metalen. De sterke verontreinigingen met metalen komen ook voor ter plaatse van fundatielagen onder de parkeerplaats ten noorden van de Slakweg en onder een groot deel van de asfaltverharding op het afgesloten deel van het tuincentrum. Het deel van het tuincentrum is aanvullend mogelijk sterk verontreinigd met PAK. Aangezien de eerder aangetroffen sterke verontreiniging met PAK was aangetroffen in een geroerde zandlaag en tijdens het aanvullend onderzoek leem is aangetroffen, wordt geconcludeerd dat er nog onzekerheid bestaat over de aard en omvang van een eventuele verontreiniging met PAK in dit gebied. Daarnaast bestaat onzekerheid over de omvang van de sterke verontreinigingen met metalen ter plaatse van de Slakweg en de parkeerplaats ten zuiden van de Slakweg. De sterke verontreiniging aan metalen houden waarschijnlijk verband met de zinkindustrie in gemeente Eijsden- Margraten.
Als gevolg van atmosferische depositie, maar zeker ook het toepassen van materialen uit het productieproces, zoals bijvoorbeeld slakken, is de bodem van grote delen van de gemeente verontreinigd geraakt met metalen. Ook de sterke verontreinigingen met metalen kunnen als een historisch geval worden beschouwd. Hoewel de omvang binnen de onderzoekslocatie nog niet voldoende is vastgelegd, is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Overig terrein Zowel de boven-, als ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met zware metalen, PAK, PCB, OCB en/of minerale olie. Getoetst aan de maximale waarden uit de regeling bodemkwaliteit varieert de bodemkwaliteitsklasse tussen achtergrondwaarde en industrie. De plaatselijk aangetroffen laag asfalt in de bodem dient als gevolg van het bepaalde gehalte aan PAK beschouwd te worden als een niet toepasbare bouwstof. Asbest Met uitzondering van proefgat 009 (gesitueerd in de oprit van Slakweg 3) is in de bodem, bouwstof of recyclinggranulaat geen asbest aangetoond boven de detectielimiet. In proefgat 009 is een indicatief gehalte aan asbest aangetoond dat aanleiding geeft tot nader onderzoek. Nabij proefgat 022 (gelegen in het noordelijk deel van het wijzigingsgebied) is asbestverdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. Dit materiaal is niet geanalyseerd. Asfalt
54
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
De asfaltconstructie ter plaatse van de Slakweg dient deels als teerhoudend te worden beschouwd. De asfaltconstructie ter plaatse van de parkeerplaatsen en het terrein van het tuincentrum zijn niet teerhoudend. Aanbevelingen Geadviseerd wordt om nader onderzoek te verrichten naar de aard en omvang van de eerder aangetroffen sterke verontreiniging met nikkel en PAK onder de asfalt- en tegelverharding op het terrein van het tuincentrum. Om de verticale grens van de metalenverontreiniging ter plaatse van de binnenhof van huisnummer 6 te bepalen wordt eveneens geadviseerd om nader onderzoek te verrichten. Geadviseerd wordt om nader onderzoek te verrichten om de omvang van de sterke verontreiniging met metalen in de fundatielagen van de Slakweg en de zuidelijk gelegen parkeerplaats verder inzichtelijk te brengen. Als gevolg van het indicatieve asbestgehalte in proefgat 009 wordt geadviseerd om nader onderzoek te verrichten naar het gemiddeld gehalte aan asbest in de bodem, en zo nodig, de omvang nader te bepalen. Gezien de verontreinigingssituatie die tot nu toe is vastgesteld wordt geadviseerd om, toegespitst op de toekomstige herontwikkeling, nader bodemonderzoek te verrichten en daarna een saneringsplan op te stellen.
Op deze wijze kunnen de verontreinigingen, toegespitst op de toekomstige (graaf)werkzaamheden en gewenste eindsituatie worden aangepakt en kan het terrein geschikt worden gemaakt voor de toekomstige bestemming. Relatie met het omgevingsplan Op basis van de resultaten van het verkennend en aanvullend bodemonderzoek is een nader onderzoek noodzakelijk. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 6.5.2.
6.5.2
Nader bodemonderzoek
In september 2023 in opdracht van Laudy Vastgoedontwikkeling B.V. een nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Slakweg te Gronsveld (zie Bijlage 13). Aanleiding voor dit nader bodemonderzoek vormen de bevindingen uit een eerder uitgevoerd verkennend en aanvullend bodemonderzoek op de locatie. Onderzoek Verontreinigingen Uit het nader onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken over de verontreinigingen die in het verkennend en aanvullend bodemonderzoek van maart 2023 zijn geïdentificeerd: Tuincentrum noordelijk deel: Op het noordelijk deel van het terrein, grenzend aan de Maastrichterweg komt een sterke verontreiniging met zink voor in de bovengrond (0,0 – 0,5 m maaiveld). De verontreiniging komt binnen de contouren van de onderzoekslocatie voor over een oppervlakte van ca. 370 m². De omvang wordt geschat op ca. 185 m³. Huisnummer 6: Ter plaatse van de binnenhof van de woning op huisnummer 6 is de bodem sterk verontreinigd met metalen, met name barium, koper nikkel en zink en/of OCB (met name DDT en haar isomeren en metabolieten). De sterke verontreiniging met DDT is vastgesteld tot ca. 1,15 mmaaiveld. Hieronder komt ook nog DDT voor,maar deze gehalten overschrijden maximaal de achtergrondwaarden. De oppervlakte waarover de sterke verontreiniging met DDT voorkomt bedraagt binnen de grenzen van de onderzoekslocatie ca. 290 m2.
De omvang wordt geschat op ca. 300 m3. De sterke verontreinigingen met metalen zijn verticaal afgeperkt op ca. 1,5 m- maaiveld. De omvang wordt geschat op ca. 435 m3. Nikkelverontreiniging: Op basis van het eerder uitgevoerd onderzoek naar de sterke
55
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
nikkelverontreiniging bij boring 014 wordt geconcludeerd dat het gehalte aan nikkel een incidenteel verhoogd gehalte betreft. Het gehalte is na aanvullend onderzoek niet meer aangetroffen. Slakweg: Uit het verkennend en aanvullend bodemonderzoek en het onderzoek van Antea uit 2017 toont aan dat ter plaatse van de funderingslagen (stol) van de Slakweg sterke verontreinigingen voorkomen aan metalen, met name zink en nikkel. De verontreinigingen komen voor in een laag met een verwachte gemiddelde dikte van ca. 50 centimeter. Uitgaande van een oppervlakte van ca. 900 m² binnen het wijzigingsgebied wordt de omvang van de sterke verontreiniging met metalen geschat op ca. 450 m³. Noordelijke parkeerplaats: De sterke verontreinigingen met metalen, met name zink en nikkel, komen ook voor ter plaatse van fundatielagen (stol) onder de parkeerplaats ten noorden van de Slakweg en onder een deel van de asfaltverharding en onverharde bodem op en deel van het tuincentrum. De oppervlakte van de metalenverontreiniging op dit deel van het terrein wordt geschat op ca. 410 m2. De sterke verontreinigingen komen naar voor in een stolfundering en deels onder een bouwstoffundering. De sterke verontreinigingen in de bodemlagen hebben naar verwachting een gemiddelde dikte van ca. 50 centimeter. De omvang van de sterke verontreinigingen op dit deel van het terrein wordt geschat op ca. 205 m3.
Binnen de contouren van de metalenverontreiniging is een deel aanvullend sterk verontreinigd met PAK. Deze verontreiniging houdt verband met bijmengingen aan teerhoudend asfalt in de bovengrond bij boring 004. Op ca. 0,5 m- maaiveld is hier een deel van een teerhoudende laag asfalt met een dikte van ca. 50 centimeter aangetroffen. Deze laag asfalt is indicatief niet toepasbaar. De oppervlakte van de sterke PAK-verontreiniging in de bodem, binnen de contouren van de metalenverontreiniging wordt geschat op ca. 150 m2. De omvang wordt geschat op ca. 75 m3. Zuidelijke parkeerplaats: Ter plaatse van de zuidelijke parkeerplaats komen sterke verontreinigingen met zink voor. Deze zijn tot buiten de grenzen van de parkeerplaats afgeperkt. De oppervlakte waarover de sterke verontreinigingen voorkomen wordt geschat op ca. 465 m². De sterke verontreinigingen komen voor onder een grindfundering en deels onder een bouwstoffundering. Een deel van de sterke verontreinigingen komen ook voor in de onbedekte bodem ten zuiden van de parkeerplaats. De gemiddelde dikte van de sterk verontreinigde bodemlagen wordt geschat op ca. 50 centimeter. De omvang van de sterke zinkverontreiniging wordt geschat op ca. 233 m³. Nader asbestonderzoek: Op basis van het nader onderzoek naar asbest in recyclinggranulaat blijkt dat geen asbest is aangetoond boven de samenstellingswaarde.
Het onderzochte materiaal van de zuidelijke parkeerplaats voldoet aan de eisen voor een niet vormgegeven bouwstof. Het onderzochte materiaal van de noordelijke parkeerplaats kan enkel als granulaat worden toegepast in een IBC-toepassing. PFAS De op PFAS onderzochte sterk verontreinigde bodemlagen bevatten geen gehalten die de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur overschrijden. Gevalsdefinitie De sterke verontreinigingen met DDT zijn vermoedelijk het gevolg van de (voormalige) bedrijfsmatige activiteiten op de locatie. Aangezien het gebruik van DDT sinds de jaren `70 is verboden in Nederland is vermoedelijk sprake van een zogenaamd historisch geval binnen de kaders van de Wet bodembescherming. Aangezien de omvang meer bedraagt dan 25 m³ is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De sterke verontreiniging aan metalen houden waarschijnlijk verband met de zinkindustrie in gemeente Eijsden-Margraten. Als gevolg van atmosferische depositie, maar zeker ook het toepassen van materialen uit het productieproces, zoals bijvoorbeeld slakken, is de bodem van grote delen van de gemeente verontreinigd geraakt met metalen. De sterke verontreinigingen met metalen kunnen als een historisch geval worden beschouwd. Gezien de omvang van de sterke verontreinigingen met metalen is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
56
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
Bouwstoffenonderzoek Het fundatiemateriaal (repac) ter plaatse van de noordelijke en zuidelijke parkeerplaats is onderzocht en getoetst aan de samenstellings- en emissiewaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. Overig terrein Zowel de boven-, als ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met zware metalen, PAK, PCB, OCB en/of minerale olie. Getoetst aan de maximale waarden uit de regeling bodemkwaliteit varieert de bodemkwaliteitsklasse tussen achtergrondwaarde en industrie. Asfalt De asfaltconstructie ter plaatse van de Slakweg dient deels als teerhoudend te worden beschouwd. De asfaltconstructie ter plaatse van de parkeerplaatsen en het terrein van het tuincentrum zien niet teerhoudend. Aanbevelingen Er dient een saneringsplan opgesteld te worden dat is toegespitst op de benodigde ingreep in de sterk verontreinigde bodem en de gewenste eindsituatie. Hiervoor dient door bevoegd gezag een beschikking ernst en spoedeisendheid te worden afgegeven. Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet dient eventueel herstel van de bodemkwaliteit te worden uitgevoerd volgens de regels uit de Omgevingswet en Besluit activiteiten leefomgeving. Relatie met het omgevingsplan Op basis van de resultaten van het nader bodemonderzoek is een saneringsplan opgesteld (zie Bijlage 14). Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 6.5.3.
Na beschikking van het saneringsplan door het bevoegd gezag (Provincie Limburg) kunnen (eventuele) saneringswerkzaamheden door een BRL7000 erkend bedrijf worden uitgevoerd. Uitvoering dient plaats te vinden onder toezicht van een BRL6000 erkend bedrijf.
6.5.3
Saneringsplan
Er is een saneringsplan opgesteld voor de aanpak van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen en plaatselijk ook PAK in de bodem ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling (zie Bijlage 14). Doel van het saneringsplan is het uitwerken van de saneringsmaatregelen welke noodzakelijk zijn voor de realisatie van de beoogde woningbouwontwikkeling. Hiervoor is aangesloten bij het wettelijk kader (Circulaire bodemsanering 2013) en/of het beleid van de Provincie Limburg dat is verwoord in het Beleidskader Bodem - aanpak van bodemverontreiniging in Limburg, geactualiseerde versie van juli 2016. Omvang verontreiniging Op basis van de resultaten van het nader bodemonderzoek is geconcludeerd dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (meer dan 25 m3 bodemvolume > interventiewaarde) met zware metalen, OCB en plaatselijk ook PAK. Er is binnen het wijzigingsgebied sprake van de onderstaande verontreinigingskernen: noordelijke deel terrein, bovengrond (0-0,5 m-mv) is sterk verontreinigd met zink, omvang ca. 185 m3; fundering van de Slakweg, funderingslaag ca. 0,5 m dik, sterk verontreinigd met zware metalen, omvang ca. 301 m3; fundering parkeerplaats en terrein tuincentrum, funderingslaag ca. 0,5 m dik, sterk verontreinigd met
57
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
zware metalen, omvang ca. 333 m3. Binnen de zware metalen contour is ook sprake van een sterke verontreiniging met PAK met een omvang van ca. 75 m3; zuidelijke parkeerplaats, funderingslaag ca. 0,5 m dik, sterk verontreinigd met zink, omvang ca. 177 m3. Spoedeisendheid Middels een Sanscrit berekening is de spoedeisendheid van de verontreiniging bepaald voor het huidige gebruik. De conclusie is dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, maar er hoeft niet met spoed gesaneerd te worden. Saneringsdoestelling De aanwezige nu te saneren sterke bodemverontreinigingen (4 deellocaties) zijn volledig als immobiel (zware metalen en plaatselijk PAK in de grond / funderingslagen) aan te merken. Voor de saneringsdoelstelling wordt aangesloten bij het landelijke beleid zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering en/of het Beleidskader bodem van de Provincie Limburg en bestaat uit het volledig verwijderen van de (sterk) verontreinigde grond. Na het ontgraven van de sterk verontreinigde grond worden controlemonsters genomen. De terugsaneerwaarde welke gehanteerd wordt betreft de maximale waarde voor wonen. Buiten de sterke verontreinigingen is de kwaliteit bovengrond wisselend, en varieert van AW2000 tot klasse industrie. De ondergrond voldoet aan klasse AW2000.
De bovengrond (0- 50 cm-mv) zal ontgraven en afgevoerd worden naar een vergunde acceptant of hergebruikslocatie. Hierbij zal, voor zover mogelijk, gescheiden ontgraven worden op basis van de kwaliteiten die zijn vastgesteld in de beschikbare bodemonderzoeken (AW2000, klasse wonen, klasse industrie). Toekomstige inrichting en uit te voeren graafwerkzaamheden In onderstaande tabel zijn globaal de te ontgraven hoeveelheden (sterk) verontreinigd funderingsmateriaal of verontreinigde grond vermeld. De vermelde hoeveelheden betreffen een inschatting en kunnen in het werk afwijken. Tabel: overzicht saneringswerkzaamheden en overig grondverzet
Aanvullingen ontgravingen De ontgravingen worden, daar waar van toepassing in verband met de herinrichting van het gebied, aangevuld met visueel schoon zand of grond die voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000) en is voorzien van een erkende kwaliteitsverklaring (partijkeuring of productcertificaat) volgens het Besluit Bodemkwaliteit. Relatie met het omgevingsplan Na uitvoering van bovengenoemde saneringswerkzaamheden zal de bodemkwaliteit ter plaatse voldoende zijn voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Vanuit het aspect bodem is daarmee sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
58
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
6.6
Geluid
Omdat met de voorgenomen ontwikkeling nieuwe geluidsgevoelige objecten worden mogelijk gemaakt, is in februari 2024 een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 15). Diverse bronnen van wegverkeerslawaai, te weten de A2, de Köbbesweg, de Rijksweg en de Kampweg zijn relevant voor deze wijzigingslocatie. Doel van het onderzoek is o.a. te toetsen of als gevolg van deze wegen aan de grenswaarden uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (bkl) kan worden voldaan. Akoestischonderzoek Aangezien de geluidaandachtsgebieden op dit moment nog niet formeel zijn vastgesteld in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG), worden enkel de wegen beschouwd met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal op een afstand van 200 meter rondom het wijzigingsgebied. In voorliggende situatie zijn de volgende wegen relevant: Rijksweg A2; Köbbesweg; Rijksweg; Kampweg. Voor de Rijksweg A2 zijn de wegverkeersgegevens gedownload uit het geluidregister op 3 februari 2023 en ingevoerd in het model met behulp van de importfunctie van Geomilieu. Voor de Köbbesweg zijn de wegverkeersgegevens (werkdaggemiddelden) aangeleverd door de gemeente Maastricht voor het jaar 2030 en 2040. Door de gemeente Maastricht is aangegeven dat op basis van interpolatie, én een verhouding weekdag-werkdag van 0,9, de etmaalintensiteiten bepaald kan worden voor het rekenjaar 2034.
Van de overige wegen zijn de wegverkeersgegevens aangeleverd door gemeente Eijsden-Margraten. De etmaalintensiteiten zijn gebaseerd op het verkeersmodel Maastricht-Heuvelland voor het prognosejaar 2030. Door de gemeente is aangegeven dat er voor de bepaling van de etmaalintensiteiten voor het rekenjaar 2034 rekening kan gehouden worden met een jaarlijks groeipercentage van 2%. Door de ontwikkelaar is daarnaast informatie aangeleverd over het geluidscherm dat is voorzien op de erfgrens van de percelen met grondgebonden woningen die aan de Köbbesweg zijn gesitueerd. In onderstaand figuur is dit scherm met een oranje lijn weergegeven. Het betreffende scherm wordt uitgevoerd als een akoestisch gesloten scherm (kier- en naaddicht uitgevoerd) met een massa van minimaal 10 kg/m2, type Kokowall Lite of gelijkwaardig, en met een hoogte van 2 meter boven maaiveld. Hiermee wordt een relevante geluidreductie gerealiseerd in de tuinen en ter hoogte van de begane grond van de betreffende woningen.
59
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
Visualisatie verkavelingsplan met in donkergeel het beoogde geluidscherm
In onderstaande tabel worden voor de maatgevende woningen het geluid als gevolg van de Rijksweg A2 en gemeentewegen getoond. Tabel: Toetsingsresultaten wegverkeer
60
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het geluid als gevolg van de rijksweg ten hoogste 50 dB bedraagt, waarmee wordt voldaan aan de standaardwaarde. Het geluid als gevolg van de gemeentewegen bedraagt ten hoogste 61 dB. Dit geluid is hoger dan de standaardwaarde, maar de grenswaarde wordt niet overschreden. In voorliggende situatie is enkel sprake van wegverkeerslawaai, waardoor het gecumuleerd geluid gelijk is aan het gezamenlijk geluid. Uit de berekeningen blijkt dat het gecumuleerd / gezamenlijk geluid varieert tussen 39 en 61 dB, waarmee de situatie te kwalificeren is als zeer goed tot tamelijk slecht. Bij 32 woningen is sprake van een overschrijding van de standaardwaarden als gevolg van de gemeentewegen. Tabel: Overzicht geluidbelastingen hoger dan de standaardwaarde als gevolg van de gemeentewegen
61
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
Maatregelenonderzoek Bij het toelaten van een overschrijding van de standaardwaarde is onderzoek noodzakelijk naar: geluidbeperkende maatregelen die noodzakelijk zijn om de geluidbelasting terug te brengen tot de standaardwaarde; indien deze geluidbeperkende maatregelen niet financieel doelmatig zijn, moet beoordeeld worden welke maatregelen wel doelmatig zijn om de geluidbelasting zo ver mogelijk te reduceren. Maatregelen aan de bron Voor de Köbbesweg, de Rijksweg en de Kampweg geldt dat de gemeente geen invloed heeft op het stiller worden van voertuigen. Maatregelen aan de bron zijn daarom maatregelen die betrekking hebben op de uitvoering van de weg (wegdektype en toegelaten snelheid) of het verkeer (intensiteiten en samenstelling). Op basis van de functie van de wegen is het niet te verwachten dat op korte termijn wijzigingen mogelijk zijn met betrekking tot de snelheden, verkeersintensiteit of verkeerssamenstelling. Het toepassen van een dunne deklaag1 levert een geluidreductie van 2 tot 3 dB op ter plaatse van de woningen. De geluidbelasting bedraagt daarmee nog steeds meer dan de standaardwaarde. Het toepassen van bronmaatregelen wordt daarom als onvoldoende doelmatig beschouwd. Maatregelen in de overdracht Gezien de gebouwhoogte van het appartementengebouw is een hoge afscherming noodzakelijk om ook op de bovenste bouwlaag een voldoende geluidreductie te realiseren.
Toepassing van een zo hoog scherm is vanuit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst. Het toepassen van overdrachtsmaatregelen stuit daarmee voor dit gebouw op bezwaren van stedenbouwkundige aard. Ter hoogte van de grondgebonden woningen die met hun tuinen aan de Köbbesweg zijn gesitueerd wordt vanuit het plan reeds voorzien in een geluidafscherming van 2 meter hoog (type Kokowall Lite o.i.d.) ter hoogte van de erfgrens. Hiermee wordt een geluidreductie gerealiseerd van gemiddeld 4 dB in de tuinen en op de begane grond gevels. Toepassing van hogere schermen is vanuit (kosten)technisch en stedenbouwkundig oogpunt ongewenst. Maatregelen bij de ontvanger Maatregelen bij de ontvanger bestaan o.a. uit het treffen van maatregelen aan de gevel van de nieuwe woningen. Op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) dient de karakteristieke geluidwering van de gevels ten minste 20 dB (art. 4.102 Bbl) te bedragen. In geval van een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde dient de karakteristieke geluidwering minimaal gelijk te zijn aan het verschil tussen het in het TAM-omgevingsplan bepaalde gezamenlijke geluid en 33 dB (art. 4.103 Bbl). Uitgaande van het gezamenlijke geluid van ten hoogste 61 dB, zal dit dus resulteren in een karakteristieke gevelgeluidwering GA,k van 20 tot 28 dB. Maatregelen bij de ontvanger kunnen ook betrekking hebben op de indeling van de woningen.
Ten aanzien van de oriëntatie en indeling van de woningen/appartementen kan het volgende geconcludeerd worden: alle grondgebonden woningen zijn akoestisch gunstig ingedeeld, aangezien de hoofdslaapkamer voor alle geluidbelaste woningen is gesitueerd richting het plan (voorgevel) en dus niet richting de bron van wegverkeerslawaai (aan de geluidbelaste achtergevel); gezien het feit dat een groot deel van de appartementen éénzijdig zijn georiënteerd, is het niet mogelijk om álle geluidbelaste appartementen akoestisch gunstig in te delen. Tot slot kunnen de volgende gebouwgebonden maatregelen in rekening worden gebracht: Er worden
62
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
inspringende balkons en loggia's voorzien bij de appartementen waardoor, als gevolg van het gevelstructuureffect, nog een geluidreductie van 1 à 2 dB wordt gerealiseerd op de geluidbelasting die invalt op de achterliggende gevel. Geconcludeerd wordt dat bron-, overdrachts- en aanvullende ontvangermaatregelen (bovenop de al voorziene ontvangermaatregelen binnen het plan) onvoldoende financieel doeltreffend zijn om de geluidbelasting als gevolg van gemeentewegen te reduceren tot onder de standaardwaarde, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van technische, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of landschappelijke aard. Relatie met het voorliggend omgevingsplan Geconcludeerd is dat de gemeentewegen een hogere geluidbelasting veroorzaken dan de standaardwaarde. De wettelijke grenswaarde wordt echter nergens overschreden. Omdat verdere maatregelen niet doelmatig zijn, staat het bevoegd gezag op enkele woningen binnen het plan meer geluid dan de standaardwaarde toe (zie artikel 8.4.3). Deze woningen zijn in het uitgevoerde akoestisch onderzoek (zie Bijlage 15) aangegeven. Gelet op het feit dat ruim onder de wettelijke grenswaarde wordt gebleven, is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verzekerd.
6.7
Luchtkwaliteit
Bij het toelaten van woningen in het omgevingsplan speelt luchtkwaliteit een rol. Enerzijds dient de luchtkwaliteit bij de nieuwe woningen aanvaardbaar te zijn. Anderzijds mogen nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit. Omgevingswaarden Artikel 2.15 van de Omgevingswet schrijft voor dat omgevingswaarden vastgesteld worden om de gezondheid en het milieu te beschermen, de veiligheid te waarborgen en natuurlijke hulpbronnen te beheren. Deze omgevingswaarden zijn vastgesteld bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is de AMvB waarin de omgevingswaarden van het Rijk vastgelegd zijn. Het gaat onder meer om omgevingswaarden voor de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2.5), lood, ozon en gevaarlijke stoffen. Deze omgevingswaarden zijn terug te vinden in met name artikelen 2.1 tot en 2.8 van het Bkl en gelden als maximaal toelaatbare concentratie. De omgevingswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof zijn opgenomen in de volgende tabel.
63
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
Aandachtsgebieden In enkele regio's in Nederland is de jaargemiddelde concentratie luchtverontreinigende stoffen nog hoog. In deze regio's worden omgevingswaarden soms overschreden, of liggen de concentraties dicht bij de omgevingswaarden waardoor nieuwe projecten kunnen leiden tot overschrijding van de omgevingswaarden. De overheid heeft deze regio's aangewezen als aandachtsgebieden. Binnen deze aandachtsgebieden moeten projecten getoetst worden aan de omgevingswaarden en vindt monitoring van de luchtkwaliteit plaats. Er is onderscheid gemaakt in: Aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijn stof; en Aandachtsgebieden voor alleen fijn stof. De aandachtsgebieden zoals deze vastliggen sinds 1 januari 2024 bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn opgenomen in onderstaande tabel.
De aandachtsgebieden voor fijn stof worden iedere drie jaar geëvalueerd en afhankelijk van de luchtkwaliteit aangepast. Schone Lucht Akkoord (SLA) Op 1 augustus 2009 werd het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. In het NSL werkten de Rijksoverheid en decentrale overheden samen om tijdig (binnen de verkregen derogatietermijn) te voldoen aan de Europese normen voor stikstofdioxide en fijn stof. Na afloop van de derogatietermijn, liep het NSL door om de luchtkwaliteit in Nederland verder te verbeteren. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het NSL vervallen en vervangen door het Schone Lucht Akkoord (SLA). Het SLA ging al op 13 januari 2020 van start en is op 31 december 2023 reeds ondertekend door de Rijksoverheid (vertegenwoordigd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat), alle twaalf Nederlandse provincies en 101 gemeenten. Het doel van het SLA is om de luchtkwaliteit in Nederland verder te verbeteren en gezondheidswinst te bereiken van minimaal 50% in 2030 ten opzichte van 2016. Sinds 1 januari 2023 is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) het instrument voor de ondersteuning van monitoring van de luchtkwaliteit. Deze monitoring gebeurt sinds 1 januari 2024 in het kader van de Omgevingswet, als opvolging van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
CIMLK ondersteunt ook de monitoring voor het Schone Lucht Akkoord. Besluit Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) Voor projecten of activiteiten die 'Niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) aan de luchtverontreiniging is geen toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit nodig. Het gaat dan bijvoorbeeld om een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging beperkt is. Concreet is sprake van een NIBM project/activiteit wanneer het project of de activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2).
64
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
Wanneer een project of activiteit voldoet aan het besluit NIBM, is toetsing aan omgevingswaarden niet nodig. Bij het toelaten van woningen zijn luchtkwaliteitsberekeningen meestal niet nodig. Er hoeft niet getoetst te worden aan de omgevingswaarde als de woningen NIBM bijdragen aan de luchtverontreiniging. Woningbouw is per definitie NIBM als het gaat om maximaal: 1500 woningen bij 1 ontsluitingsweg 3000 woningen bij 2 ontsluitingswegen Komen de woningen in of bij een aandachtsgebied en is de ontwikkeling niet NIBM? Dan moet de gemeente nagaan of voldaan wordt aan de rijksomgevingswaarden. Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (RBL2007) De Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl 2007) bevat voorschriften voor het meten en berekenen van de concentratie en depositie van luchtverontreinigende stoffen. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) maakt jaarlijks enkele generieke gegevens bekend, die bij een luchtkwaliteitsberekening moeten worden gebruikt. Het betreft onder meer de achtergrondconcentratiekaarten (GCN-kaarten) en enkele emissiefactoren voor verkeer en voor veehouderijen. Deze generieke gegevens worden vervolgens verwerkt in de nieuwste versies van rekenmodellen. Toepasbaarheidsbeginsel In de Omgevingswet is opgenomen dat de luchtkwaliteit niet getoetst hoeft te worden op plaatsen waar geen mensen kunnen komen.
Dit houdt in: Geen beoordeling van de luchtkwaliteit op plaatsen waar het publiek geen toegang heeft en waar geen permanente bewoning is. Geen beoordeling van de luchtkwaliteit op bedrijfsterreinen of terreinen van industriële inrichtingen (hier gelden de ARBO-regels). Dit omvat mede de (eigen) bedrijfswoning. Een uitzondering hierop is voor publiek toegankelijke plaatsen zoals tuincentra; deze worden wél beoordeeld (hierbij speelt het zogenaamde blootstellingscriterium een rol). Bij de beoordeling van een inrichting in het kader van de Wet milieubeheer vindt toetsing plaats vanaf de grens van de inrichting of bedrijfsterrein. Geen beoordeling van de luchtkwaliteit op de rijbaan van wegen, en op de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang hebben tot de middenberm. Het toepasbaarheidsbeginsel komt in het Bkl voor in: Artikel 5.52 – toelaten activiteiten in omgevingsplan. Artikel 8.17 – beoordelingsregels milieubelastende activiteiten. Artikel 11.19 – monitoring omgevingswaarden luchtkwaliteit. Blootstellingcriterium De luchtkwaliteit moet alleen bepaald (gemeten of berekend) worden op plaatsen waar de blootstelling significant is. Bij toetsing van de gevolgen van een project aan de luchtkwaliteitseisen is dus van belang dat de plaatsen worden bepaald waar significante blootstelling plaatsvindt. Daarvoor moet eerst duidelijk zijn wat significant is of niet.
In artikel 22 van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl) staat dat de luchtkwaliteit wordt bepaald op plaatsen waar de bevolking 'kan worden blootgesteld gedurende een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de betreffende luchtkwaliteitseis significant is'. Hieruit blijkt dat de duur van de periode dat iemand (1 individu) gemiddeld wordt blootgesteld bepalend is voor de vraag of de luchtkwaliteit dient te worden beoordeeld. Er wordt daarbij verder geen onderscheid gemaakt naar de gevoeligheid van groepen of de aard van het verblijf. De grenswaarden zijn opgesteld ten behoeve van de gezondheid van de gehele bevolking. Hiermee wordt bedoeld dat bij de bepaling of een verblijfstijd significant is, de verblijfstijd vergeleken moet worden met een jaar, dag of uur, afhankelijk van de vraag of er sprake is van een jaargemiddelde,
65
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
een daggemiddelde of een uurgemiddelde grenswaarde voor een stof. Onderzoek Voor dit project heeft een beschouwing plaatsgevonden van de resultaten luchtkwaliteit (NO2 en PM10) in (de nabijheid van) het wijzigingsgebied met behulp van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN) en het CIMLK. Op basis van de gegevens uit de GCN en het CIMLK wordt vastgesteld dat er geen knelpunten voor luchtkwaliteit ontstaan.
Jaargemiddelde concentratie NO2 wijzigingsgebied afkomstig uit de GCN
66
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
Jaargemiddelde concentratie PM10 wijzigingsgebied afkomstig uit de GCN
Uit voorstaande afbeeldingen is op te maken dat in de huidige situatie er ruimschoots voldaan wordt aan de grenswaarden geldend voor NO2 en PM10 in het wijzigingsgebied. De jaargemiddelde concentratie NO2 in het wijzigingsgebied ligt tussen de 9,5 en 12 µg/m3. De jaargemiddelde concentratie PM10 in het wijzigingsgebied ligt tussen de 14 en 16 µg/m3. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen significante gevolgen voor de bestaande situatie. Relatie met het omgevingsplan Op basis van de gegevens uit de GCN is de verwachting dat de kwaliteit van de lucht ter plekke van de ontwikkeling voldoende is. De voorgenomen woningbouwontwikkeling draagt 'niet in betekende mate' bij aan de luchtverontreiniging, omdat er slechts 19 woningen en 26 appartementen met 1 ontsluitingsweg worden gerealiseerd. Er hoeft derhalve niet getoetst te worden aan de rijksomgevingswaarden.
6.8
Externe veiligheid
Voor de beoogde ontwikkeling is een onderzoek omgevingsveiligheid uitgevoerd (zie Bijlage 16). Het doel van het onderzoek is het inventariseren van de risicobronnen in de omgeving van het wijzigingsgebied en het beschouwen van de gevolgen van het voornemen op omgevingsveiligheid. Onderzoek Risicobronnen De risicobronnen in de omgeving van het wijzigingsgebied zijn geïnventariseerd met behulp van de Atlas Leefomgeving (www.atlasleefomgeving.nl).
67
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
Een uitsnede van de Atlas Leefomgeving.
Ten noorden van het wijzigingsgebied ligt leiding A-520-03 van Gasunie Transport Services B.V. Het gaat om een stalen aardgasleiding met een diameter van 406.40 mm en een wanddikte van 14.27 mm. De druk is 66.20 bar. De kleinste afstand tussen leiding A-520-03 en het wijzigingsgebied is ongeveer 505 m. Ten westen van het wijzigingsgebied ligt leiding Z-500-18 van Gasunie Transport Services B.V. Het gaat om een stalen aardgasleiding met een diameter van 168.30 mm en een wanddikte van 4.78 mm. De druk is 40.00 bar. De kleinste afstand tussen leiding Z-500-18 en het wijzigingsgebied is ongeveer 360 m. Ten westen van het wijzigingsgebied ligt route 100, Lutterade – Visé (B). Het gaat om een basisnet spoorroute. De kleinste afstand tussen route 100, Lutterade – Visé (B) en het wijzigingsgebied is ongeveer 490 m. Ten westen van het wijzigingsgebied ligt wegvak L48. Het gaat om een basisnet wegroute. De kleinste afstand tussen wegvak L48 en het wijzigingsgebied is ongeveer 140 m. Leiding A-520-03 en leiding Z-500-18 Zowel leiding A-520-03 als leiding Z-500-18 heeft geen PR 10-6 per jaar contour. Wat betreft de leidingen wordt er voldaan aan artikel 5.7 van het Bkl en artikel 5.11 van het Bkl. Zowel leiding A-520-03 als leiding Z-500-18 heeft een brandaandachtsgebied. De brandaandachtsgebieden van de leidingen zijn weergegeven in bovenstaand figuur.
Het brandaandachtsgebied van leiding A-520-03 is 215 m conform het Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden. Het brandaandachtsgebied van leiding Z-00-18 is 75 m conform het Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden. Het wijzigingsgebied ligt buiten de brandaandachtsgebieden van de leidingen. Wat betreft de leidingen wordt er voldaan aan artikel 5.15 van het Bkl. Wat betreft de leidingen heeft het voornemen geen gevolgen op omgevingsveiligheid. Route 100, Lutterade – Visé (B) Route 100, Lutterade – Visé (B) heeft conform bijlage 1 van de Rbn een PR 10-6 per jaar contour van 0 m. Het wijzigingsgebied ligt buiten de PR 10-6 per jaar contour van route 100, Lutterade – Visé (B). Wat betreft route 100, Lutterade – Visé (B) wordt er voldaan aan artikel 5.7 van het Bkl en artikel 5.11 van
68
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
het Bkl. Route 100, Lutterade – Visé (B) heeft conform Bijlage VII van het Bkl een brandaandachtsgebied van 30 m en een explosieaandachtsgebied van 200 m. Het wijzigingsgebied ligt zowel buiten het brandaandachtsgebied van route 100, Lutterade – Visé (B) als buiten het explosieaandachtsgebied van route 100, Lutterade – Visé (B). Wat betreft route 100, Lutterade – Visé (B) wordt er voldaan aan artikel 5.15 van het Bkl. Wat betreft route 100, Lutterade - Visé (B) heeft het voornemen geen gevolgen op omgevingsveiligheid. Wegvak L48 Wegvak L48 heeft conform bijlage 1 van de Rbn een PR 10-6 per jaar contour van 0 m. Het wijzigingsgebied ligt buiten de PR 10-6 per jaar contour van wegvak L48. Wat betreft wegvak L48 wordt er voldaan aan artikel 5.7 van het Bkl en artikel 5.11 van het Bkl. Wegvak L48 heeft conform Bijlage VII van het Bkl een brandaandachtsgebied van 30 m en een explosieaandachtsgebied van 200 m. Het wijzigingsgebied ligt buiten het brandaandachtsgebied van wegvak L48. Een deel van het wijzigingsgebied ligt binnen het explosieaandachtsgebied van wegvak L48. Conform het verkavelingsplan voor de woningbouwlocatie liggen de woningen die mogelijk worden gemaakt door het TAM-omgevingsplan echter buiten het explosieaandachtsgebied van wegvak L48. Wat betreft wegvak L48 wordt er voldaan aan artikel 5.15 van het Bkl.
Wat betreft wegvak L48 heeft het voornemen geen gevolgen op omgevingsveiligheid. Conclusies en aanbevelingen Het voornemen heeft geen gevolgen op omgevingsveiligheid. Naast brandbare gassen (stofcategorie A) en brandbare vloeistoffen (stofcategorie C3) worden er over route 100, Lutterade - Visé (B) ook toxische gassen (stofcategorie B2) vervoerd. Conform de Handleiding risicoanalyse transport is het invloedsgebied van stofcategorie B2 995 m. Het wijzigingsgebied ligt binnen het invloedsgebied van stofcategorie B2. Naast brandbare gassen (stofcategorie GF2 en stofcategorie GF3) en brandbare vloeistoffen (stofcategorie LF1 en stofcategorie LF2) worden er over wegvak L48 ook toxische vloeistoffen (stofcategorie LT1 en stofcategorie LT2) vervoerd. Conform de Handleiding risicoanalyse transport is: het invloedsgebied van stofcategorie LT1 730 m; het invloedsgebied van stofcategorie LT2 880 m. Het wijzigingsgebied ligt binnen het invloedsgebied van: stofcategorie LT1; stofcategorie LT2. Bij het ontwikkelen van de woningbouwlocatie wordt aanbevolen om rekening te houden met het scenario toxische wolk. Rekening houden met het scenario toxische wolk kan bijvoorbeeld door: het plaatsen van afsluitbare ventilatieopeningen; het plaatsen van afsluitbare mechanische ventilatie en een toegankelijk bedieningssysteem.
Bij het scenario toxische wolk is het advies namelijk om ramen en deuren te sluiten en om binnen te blijven. Door de woningen die mogelijk worden gemaakt met deze wijziging van het omgevingsplan te voorzien van afsluitbare ventilatieopeningen, afsluitbare mechanische ventilatie en een toegankelijk bedieningssysteem kunnen de nieuwe woningen gebruikt worden als schuilplaats. Aanbevolen wordt om afsluitbare ventilatieopeningen van route 100, Lutterade - Visé (B) en wegvak L48 af te richten en een hoge plaatsing te verkiezen boven een lage plaatsing. Advies van Veiligheidsregio Zuid-Limburg
69
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
Naar aanleiding van het voornemen heeft de gemeente Eijsden-Margraten de Veiligheidsregio Zuid-Limburg (VRZL) om advies gevraagd op het gebied van omgevingsveiligheid. De VRZL adviseert om: rekening te houden met het scenario toxische wolk (de adviezen van de VRZL komen overeen met de aanbevelingen in dit onderzoek omgevingsveiligheid). het gebied bereikbaar te maken via de Maastrichterweg; een brandkraan te plaatsen in het gebied. De adviezen van de VRZL zullen worden overgenomen bij het ontwikkelen van de woningbouwlocatie. Relatie met het voorliggend plan Het voornemen heeft geen gevolgen in het kader van omgevingsveiligheid. Om te voorkomen dat risicobronnen uit de omgeving een veiligheidsrisico vormen voor de te ontwikkelen woningen in de vorm van toxische wolken zijn maatregelen mogelijk. Deze maatregelen zijn het realiseren van afsluitbare ventilatieopeningen, afsluitbare mechanische ventilatie en een toegankelijk bedieningssysteem. Daarnaast is het gebied bereikbaar voor calamiteitenverkeer via de Rijksweg en de Maastrichterweg (hekwerk).
6.9
Ontplofbare oorlogsresten
BeoBOM heeft in 2020 voor de gemeente Eijsden-Margraten een gemeentebreed historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd. Dit vooronderzoek wijst uit dat op een aantal plaatsen in de gemeente Eijsden-Margraten een verhoogd risico bestaat op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Voorbeelden hiervan zijn vliegtuigbommen, raketten en granaten. Ontplofbare oorlogsresten kunnen gevaarlijk zijn. Zolang de ontplofbare oorlogsresten onberoerd in de bodem blijven liggen is de kans zeer klein dat deze spontaan ontploffen. Of er sprake is van een risico hangt af van de plek waar wordt gegraven en de diepte. In bepaalde gebieden in de gemeente Eijsden-Margraten is een risico op achtergebleven oorlogsmateriaal. Relatie met het omgevingsplan Voor onderhavige locatie geldt geen verhoogd risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten. Er zijn geen maatregelen nodig.
6.10
Milieuzonering
De Omgevingswet stimuleert een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Daarbij worden ruimtelijke thema's en milieuthema's verder geïntegreerd. Op gemeentelijk niveau vindt deze integratie vooral plaats in het omgevingsplan. Bij het wijzigen van het omgevingsplan moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij is milieuzonering één van de te beschouwen aspecten. Een gezonde en veilige leefomgeving voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies, zoals woningen. Door middel van milieuzonering kan een kader worden vastgelegd voor de toelating van milieubelastende activiteiten ten opzichte van woningen en andere milieugevoelige gebouwen. Milieuzonering wordt enerzijds toegepast met het oog op de bescherming van een goed woon- en leefklimaat, en anderzijds met het oog op het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving. Op dit moment wordt gewerkt aan de VNG-handreiking 'Activiteiten en milieuzonering'. Zolang deze handreiking nog niet is gepubliceerd, wordt gebruik gemaakt van de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' (herziene versie 2009). In deze handreiking is een overzicht opgenomen van milieubelastende activiteiten met richtafstanden t.o.v. gevoelige functies.
De richtafstanden in de handreiking zijn gebaseerd op de milieuthema's externe veiligheid en gevaar, geluid, geur en stof. In de directe nabijheid van de voorgenomen ontwikkeling zijn diverse bedrijven gelegen die opgenomen
70
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
zijn in de VNG-handreiking. In onderstaande tabel zijn de bedrijven opgenomen met de bijbehorende richtafstand en de afstand tussen het bedrijf en de voorgenomen ontwikkeling van de woningbouwontwikkeling. Bedrijf adres richtafstand VNG Swing (tankstation) Köbbesweg 1 Maastricht 30 meter Ezelstal Hans en Grietje Maastrichterweg (naast 7), 30 meter Maastricht Kinderboerderij De Maastrichterweg 2b, 30 meter Wieringenberg De Maastricht Heeg-Maastricht Cafe de Zwaluw ('t Rijksweg 2, Gronsveld 10 meter Schieperke) Agrarisch bedrijf Rijksweg 6, Gronsveld 30 meter De Kwizzenjèr Rijksweg 9a, Gronsveld 10 meter De Dwaze Herder Slakweg 5, Maastricht 10 meter
afstand tot ontwikkeling 40 meter 60 meter 290 meter
15 meter 3 meter 100 meter 50 meter
Relatie met het omgevingsplan De voorgenomen woningbouwontwikkeling is niet gelegen binnen de richtafstand van milieubelastende activiteiten, met uitzondering van het agrarisch bedrijf aan de Rijksweg 6. Voor dit bedrijf, waar de hoeve aan de Rijksweg 6 de bedrijfswoning is, is reeds een 'melding Activiteitenbesluit beëindiging bedrijf' verricht, waarmee de uitoefening van het bedrijf structureel is beëindigd. Gelet op de directe nabijheid van woningen behoort de nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf op deze locatie niet meer tot de mogelijkheden. Vanuit het aspect milieuzonering is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.11
Gezondheid
Een gezonde en veilige fysieke leefomgeving is één van de doelen van de Omgevingswet. Er wordt gestreefd wordt naar een leefomgeving die de gezondheid beschermt én bevordert en die bewoners de gelegenheid biedt eigen regie te voeren. De leefomgeving is gezonder als de invloed van belastende milieuaspecten (lucht, geluid, geur, straling) op de gezondheid zo klein mogelijk is. Een omgeving die voldoet aan de wettelijke normen is het startpunt, maar juist onder de normen is nog veel gezondheidswinst te behalen. Een omgeving die uitnodigt tot gezond gedrag die bewoners als veilig en prettig ervaren en stimuleert tot sociaal contact is een gezonde omgeving. In het planvoornemen is ingezet op gezondheidsbevordering. Het nieuwe woongebied wordt autoluw ingericht, met veel aandacht voor de kwaliteit van de openbare ruimte. Door de auto zoveel als mogelijk te weren uit de openbare ruimte door de aanleg van een parkeerkelder en twee parkeerterreinen, krijgen groen en water meer ruimte. Dit bevordert de belevingswaarde van het woongebied, maar hierdoor ontstaat ook meer ruimte voor het veilig kunnen buiten spelen van kinderen. Als een van de uitgangspunten voor het kunnen implementeren van het aspect gezondheid in een ruimtelijk ontwerp, wordt de 3-, 30-, 300- regel gebruikt.
Deze regel houdt in dat er vanuit een woning ten minste 3 bomen zichtbaar moeten zijn, er minimaal 30% van de oppervlakte van de bebouwing voorzien moet zijn van een groen dak en dat de bewoners binnen 300 meter van de woning een park of groene ruimte moet kunnen bereiken van tenminste 1 ha. Mentale gezondheid vindt ook haar uitwerking in het stimuleren van verblijfs- ontspannings- en ontmoetingsruimtes in een groene woon- en werkomgeving. Hiertoe is er in het plan ook een ontmoetings- en speellocatie opgenomen. Daarnaast biedt de locatie ook kansen voor het verbeteren van de gezondheid in de vorm van
71
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
beweegmogelijkheden. De locatie is gelegen in de directe nabijheid van het fietsnetwerk van Eijsden-Margraten. Zo is de locatie direct gelegen langs de fietsroute 'Bevrijding van het Maasdal'. De ontwikkellocatie is tevens gelegen nabij het buitengebied, waarmee directe toegang is tot wandelgebieden. In het Bkl zijn instructieregels opgenomen voor het beschermen van gezondheid. Vanuit de milieuaspecten luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid, waterkwaliteit en bodem is geen sprake van een negatieve invloed op de gezondheid van de bewoners. Het plan leidt niet tot een wijziging van de luchtkwaliteit en treden er geen effecten op vanuit externe veiligheid en waterkwaliteit. Om een aanvaardbare geluidsbelasting te creëren in het woongebied wordt een geluidscherm opgericht. Tevens wordt, waar nodig, de bodem gesaneerd om tot de juiste bodemkwalteit te komen.
6.12
Duurzaamheid
Duurzaam bouwen (DuBo) staat in de belangstelling en milieuaspecten krijgen een volwaardige plaats in het ontwerpen, bouwen en beheren van bebouwing. In de praktijk betekent duurzaam bouwen dat met onder meer de volgende aspecten rekening gehouden wordt: het materiaalgebruik, de vormgeving van het bouwblok, gebruik maken van wind- en/of zonne-energie, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen. Bij deze laatste moeten gebouwen op eenvoudige wijze geschikt gemaakt kunnen worden voor hergebruik, zodat de levensduur wordt verlengd. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) ziet onder andere toe op bepaalde kwaliteitseisen van nieuwbouw woningen. In de voorgenomen ontwikkeling wordt rekening gehouden met het aspect duurzaamheid. Het plan voldoet aan de BENG normen voor woningbouw, er worden zonnepanelen en warmtepompen toegepast en worden in het wijzigingsgebied drie laadpalen voor elektrische voertuigen voorzien. Tevens is bij de planvorming rekening gehouden met natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen. Daarnaast heeft de initiatiefnemer heeft in haar duurzaamheidsambitie een aantal maatregelen geformuleerd, waaruit bij de ontwikkeling van het plan een aantal wordt gekozen. In onderstaande figuur zijn deze maatregelen weergegeven, waaruit wordt gekozen in de verdere uitwerking van het plan.
6.13
Mer-beoordeling
De beoogde woningbouwontwikkeling valt als stedelijk ontwikkelingsproject onder categorie J11 van Bijlage V van het Omgevingsbesluit. In dat kader is voor deze wijziging van het omgevingsplan een aanmeldnotitie mer opgesteld (zie Bijlage 17). Daarin wordt geconcludeerd dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn
72
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
als gevolg van het planvoornemen en dat kan worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport en het doorlopen van de formele milieueffectrapportageprocedure.
73
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Slakweg Gronsveld (vastgesteld)
Hoofdstuk 7
7.1
Uitvoerbaarheid
Kostenverhaal
Het verhaal van de gemaakte kosten is aan de orde indien de wijziging van het omgevingsplan een nieuwe (gebieds)ontwikkeling mogelijk maakt met daarin kostenverhaalplichtige activiteiten. De volgende activiteiten zijn kostenverhaalplichtig: a. de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; b. de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; d. de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of f. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt. Indien de wijziging van het omgevingsplan nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt, dient het kostenverhaal via een van onderstaande opties te worden verzekerd: a.