20231024 07b Nota Bodembeheer Heuvelland
Tekst van het document
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal
projectnummer 0472570.100 definitief revisie 01 2 december 2022
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal
projectnummer 0472570.100 definitief revisie 01 2 december 2022
Auteurs M.R.A. Strootman W. Stouthamer R.M. Groot
Opdrachtgever Gemeente Eijsden-Margraten Amerikaplein 1 6269 DA MARGRATEN
Gemeente Vaals Von Clermontplein 15 6291 AT VAALS
Gemeente Gulpen-Wittem Willem Vliegenstraat 12 6271 DA GULPEN
Gemeente Valkenburg aan de Geul Geneindestraat 4 6301 HC VALKENBURG
Gemeente Meerssen Markt 50 6231 LS MEERSSEN
Gemeente Voerendaal Raadhuisplein 1 6367 ED VOERENDAAL
Gecontroleerd: I. Lanting
datum 2 december 2022
beschrijving definitief
vrijgave E. Oosterbaan
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
Inhoudsopgave
Blz.
Nota bodembeheer
1
1
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9
Aanleiding Doel/ambities Gebiedskarakteristiek Maatschappelijke opgaaf en ruimtelijke ontwikkelingen Vaststelling, geldigheidsduur en aansprakelijkheid Beheergebied Samenwerking tussen de gemeenten De Omgevingswet en overgangsrecht Leeswijzer
4 4 5 5 6 6 7 7 8
2
Bodem in tijdelijk deel van het omgevingsplan
10
2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.4.4 2.5 2.6 2.7
Inleiding Erkenning bodemkwaliteitskaarten van andere gemeentes Bodemfunctieklassenkaart Gebiedsspecifieke toepassingseisen Onderbouwing lokale normstelling Normstelling bodemlood locaties met gevoelig bodemgebruik Normstelling aangewezen wegen en wegbermen Normstelling PFAS beheergebied Afwijkend percentage bijmengingen Normstelling grondwaterbeschermingsgebieden Toepassen van grond met asbest
10 10 10 12 13 14 16 17 19 20 21
3
Beleidsregels bodem
23
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.4 3.5 3.5.1 3.5.2 3.6 3.7
Regels bij tijdelijke uitname Faciliteren particuliere, kleinschalige ontgravingen in kernen Eijsden Uitzondering particuliere ontgravingen Eijsden tot en met 25 m3 onder het huidige stelsel Uitzondering particuliere ontgravingen Eijsden tot en met 25 m3 onder de Omgevingswet Omgang met mergel en stol Geldigheidsduur bodemonderzoek Gebruik bodemkwaliteitskaart in het ruimtelijke spoor Bodem in de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan Bodem in het Omgevingsplan i.h.k.v. bouwen, ruimtelijke ordening en milieu Gebruik bodemkwaliteitskaart in overige sporen Asbestonderzoek bij sloop
23 24 24 25 26 27 28 28 29 30 30
4
Wet- en regelgeving
32
4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3
Huidige generieke kader Wet bodembescherming Besluit bodemkwaliteit Toekomstige generieke kader Intrekken Wet bodembescherming Besluit bodemkwaliteit onder de Omgevingswet Het generieke toepassingskader
32 32 33 34 34 35 36 2
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.7 4.8 4.8.1 4.8.2 4.9 4.9.1 4.9.2 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.11 4.12 4.13 4.13.1 4.13.2 4.14 4.14.1 4.14.2
Functionele en nuttige toepassing Toepassen van sterk verontreinigde grond Afdeklagen Gebiedsspecifieke toepassingskader Toepassen op landbodem Toepassen onder het huidige stelsel Generieke vs. gebiedsspecifieke toepassingskaart Toepassen onder de Omgevingswet Verspreiden baggerspecie Tijdelijke uitname Grootschalige bodemtoepassing Grootschalige toepassing onder het huidige stelsel Grootschalige toepassing onder de Omgevingswet Tijdelijke opslag van grond en baggerspecie Tijdelijke opslag onder het huidige stelsel Tijdelijke opslag van grond en baggerspecie onder de Omgevingswet Bewijsmiddelen Gebruik van de bodemkwaliteitskaart Overige erkende bewijsmiddelen Bewijsmiddelen onder de Omgevingswet Bewijsmiddelen voor met PFAS-verontreinigde grond of baggerspecie Zorgplicht bij graafwerken Onderzoek naar asbest in de bodem Meldingen en procedures Meldingen en procedures onder het huidige stelsel Meldingen en procedures onder de Omgevingswet Toezicht en handhaving Toezicht en handhaving onder het huidige stelsel Toezicht en handhaving onder de Omgevingswet
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Begrippenlijst Bodemkwaliteitskaarten generiek Bodemkwaliteitskaarten PFAS Waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden in de Omgevingsverordening Locaties met gevoelig bodemgebruik Grondstromenmatrix Meldingsformulier ontgraving particulier
3
36 37 37 38 39 39 41 41 42 44 45 45 46 48 48 49 50 50 52 54 54 55 57 58 58 59 62 62 64
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Voor u ligt de Nota bodembeheer van de gemeenten Gulpen-Wittem, Eijsden-Margraten, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal, welke een praktische en heldere invulling geeft aan het Besluit bodemkwaliteit en overige bodemgerelateerde wet- en regelgevingen. De Nota bodembeheer is een praktische richtlijn voor het omgaan met vrijkomende grond en baggerspecie en geeft invulling aan het grondstromenbeleid. In de Nota bodembeheer staat het bodembeleid van de deelnemende gemeenten beschreven en de bijbehorende beleidsregels. De betrokken wet- en regelgeving voor het tijdelijk opslaan en toepassen van grond en baggerspecie is beschreven in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Wet bodembescherming (Wbb) en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet in het Bbk en Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Aanleiding voor het opstellen van de nieuwe Nota bodembeheer is tweeledig. Allereerst zullen in 2021/2022 twee regionale Nota’s binnen de regio verlopen. De grondslag voor gebiedsspecifiek beleid is het Besluit bodemkwaliteit. Hierin is opgenomen dat het bodembeleid minimaal eens in de 10 jaar wordt herzien. Ten tweede zal (voor zover op moment van schrijven bekend) de Omgevingswet op 1 juli 2023 van kracht worden. Beide situaties vormen het uitgelezen moment om het lokale bodembeleid te actualiseren en nieuwe onderwerpen in het bodembeleid op te nemen.
De Nota die voor u ligt is in eerste instantie gebaseerd op de voorgaande Nota’s die in de regio van kracht waren, te weten: Nota bodembeheer Valkenburg aan de Geul, 2011 Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, 2017 Nota bodembeheer Meerssen, 2011 Nota bodembeheer Gulpen-Wittem, 2012 Nota bodembeheer Vaals, 2012 In het verleden is het bodembeleid in de regio Heuvelland op elkaar afgestemd geweest. Voor het opstellen van de nieuwe Nota bodembeheer is dan ook veel van het bestaande bodembeleid in de regio samengevoegd om tot een uniform beleid te komen. Daarnaast zijn de bestaande bodembeleidsregels tegen het licht gehouden en zijn voor actuele onderwerpen aanvullende regels opgenomen ter bescherming van de regionale bodemkwaliteit. Het gaat hierbij onder meer over het beleid omtrent de stofgroep PFAS (Poly- en perfluoralkylstoffen), het beschermen van jonge inwoners tegen de risico’s van bodemlood en asbest en aanvullende regels omtrent asbestonderzoek bij sloop.
1.2
Doel/ambities De doelstellingen van het regionale bodembeleid, beschreven in deze Nota bodembeheer zijn: Optimaal gebruik van de bodem als belangrijk aspect van de fysieke leefkwaliteit; Streven naar een lokale verbetering van de bodemkwaliteit; Streven naar zo veel mogelijk hergebruik van grond/baggerspecie en bouwstoffen, zodat minder primaire grondstoffen nodig zijn; Verlichting van de administratieve lasten door eenvoudigere procedures en minder noodzaak tot onderzoek; Streven naar uniform beleid en uniforme procedures in de gehele regio Anticiperen op gemeentelijke bodemtaken na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hergebruik van grond binnen de regio Heuvelland, inclusief gemeente Voerendaal wordt op basis van deze Nota en de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart (Bkk) gefaciliteerd. In veel 4
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
voorkomende gevallen geldt voor diverse wettelijke sporen een verminderde onderzoeksinspanning wat kan leiden tot kortere procedures en kostenbesparingen. Kortom, in deze Nota is een nieuwe beleidsrichting uitgewerkt die duurzaam bodemgebruik stimuleert, regionale planvorming niet belemmert en bijdraagt aan een lastenvermindering voor burgers en bedrijfsleven.
1.3
Gebiedskarakteristiek De regio (Heuvelland en gemeente Voerendaal) kan vanuit bodemperspectief worden gekarakteriseerd als zeer divers. Enerzijds is er een schoon heuvelland met karakteristieke landbouwgronden, anderzijds is het dichter bevolkte Maasdal licht tot sterk verontreinigd met vooral zink als gevolg van de aanwezigheid van de Zinkwitfabriek in Eijsden. In Valkenburg aan de Geul en Gulpen-Wittem is in verband met de directe nabijheid van de Geul en de Gulp de bodem aan weerszijden van de waterwegen licht verontreinigd met zware metalen. In het Geuldal liggen grotere plaatsen zoals Gulpen en Valkenburg. De plateaus zijn bezaaid met kleinere dorpen en gehuchten, die in veel gevallen bestaan uit niet meer dan enkele boerderijen. De gemeenten Eijsden-Margraten en Meerssen worden in het westelijk deel gekarakteriseerd door het Maasdal en het oostelijk deel door een plateaulandschap. Plateaulandschap bestaat uit Lössbodem en de dalen bestaat uit zandige en kleiïge bodem. De plateaus zijn bezaaid met kleinere dorpen en gehuchten, die in veel gevallen bestaan uit niet meer dan enkele boerderijen. Het landgebruik is divers. Op de hellingen zijn vaak hoogstamboomgaarden en bosschages gelegen. De vlakkere plateaus worden gebruikt voor akkerbouw en veeteelt. Het toerisme in dit deel van Limburg is voornaam aanwezig.
De bodem is een siltrijke Lössbodem op de plateaus en een afwisseling van zandige en kleiige bodem in de rivierdalen. Op een aantal plaatsen dagzoomt mergel. Veel voorkomende grond- en steensoorten zijn naast löss, zand en klei ook stol en silex. Overwegend is de grond schoon en geschikt voor alle mogelijke gebruiksvormen. De grond van de stads-/dorpskernen is niet schoon, maar voldoen wel aan de landelijk gestelde norm (Maximale Waarde) voor Wonen. Hierbij vormt het Maasdal de uitzondering met een diffuse verontreiniging met zware metalen.
1.4
Maatschappelijke opgaaf en ruimtelijke ontwikkelingen Een groot deel van de heuvellandgemeenten is gelegen binnen het bodembeschermingsgebied Mergelland. Binnen dit gebied is, conform de provinciale omgevingsverordening een verbod op een groot aantal (milieubedreigende) activiteiten van kracht gezien de beschermde status (grondwaterbeschermingsgebied en Natura 2000). Mede vanwege dit verhoogde beschermingsniveau is sprake van een omgeving met een lage dynamiek. Er wordt vooral op kleine schaal gegraven en grond hergebruikt. Binnen de bebouwde kom van de verschillende kernen is sprake van meer dynamiek. Voor meerdere kernen zijn in het verleden gebiedsspecifieke plannen uitgewerkt om lokaal grondverzet mogelijk te maken. In de praktijk is er veel regeldruk in de vorm van onderzoeken, meldingen en milieukundige begeleiding bij graafwerkzaamheden. Hierdoor worden relatief veel kosten gemaakt en vindt vertraging plaats bij de werkzaamheden. In de overige delen van de gemeenten worden geen belemmeringen ervaren. Op basis van de evaluatie van het bestaande beleid is aanpassing van het beleid gewenst om pragmatische doch verantwoorde oplossingen mogelijk te maken. Daarbij worden de complexiteit en regeldruk voor de burgers en initiatiefnemers verminderd.
5
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
1.5
Vaststelling, geldigheidsduur en aansprakelijkheid De onderhavige Nota, inclusief de bijlagen, wordt per gemeente vastgesteld. De Nota treedt in werking direct nadat de bestuurlijke vaststelling door de desbetreffende gemeenteraad onherroepelijk is. Voor de vaststelling zijn de regels uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. De geldigheidsduur van deze Nota bodembeheer bedraagt maximaal 10 jaar. Dit is vastgelegd in artikel 53 van het Besluit bodemkwaliteit. Een bodemkwaliteitskaart moet conform de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten vernieuwd worden na 5 jaar of als er meer dan 25 % nieuwe onderzoeksgegevens voor handen zijn. Bij het inwerkingtreden van deze Nota, vervallen de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde voorgaande bodembeheerplannen en/of Nota’s bodembeheer (zie paragraaf 1.1). De bodemkwaliteitskaart is met de grootste zorgvuldigheid vastgesteld. Deze biedt echter nooit uitsluitsel over onvoorziene omstandigheden op een locatie (bijvoorbeeld de aanwezigheid van puin in de bodem/ onbekende dempingen/ een niet geregistreerde tank). Daarnaast geeft de Bkk geen uitsluitsel over asbest in bodem. Het is nadrukkelijk de keuze van de initiatiefnemer of hij gebruik maakt van de Bkk of dat hij toch een bodemonderzoek laat uitvoeren.
Voordat hij deze keuze maakt zal hij zich moeten vergewissen van de voor- en nadelen en de eventuele risico’s. Indien de initiatiefnemer er voor kiest om gebruik te maken van de Bkk kan het zijn dat tijdens de realisatie van de werkzaamheden zaken worden aangetroffen op basis waarvan onderzoek alsnog noodzakelijk is. In dergelijke gevallen is de gemeente niet aansprakelijk voor de onderzoekskosten en/of de gevolg schade. De eindverantwoordelijkheid voor het toepassen van een partij grond of baggerspecie ligt bij de eigenaar van de locatie waar de grond of baggerspecie wordt toegepast. De gemeente kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortkomt uit onzekerheden in de bodemkwaliteitsdata.
1.6
Beheergebied Voor de onderhavige Nota bodembeheer is het beheergebied gedefinieerd als het grondgebied van de Heuvellandgemeenten, zijnde Meerssen, Valkenburg, Gulpen-Wittem, Eijsden-Margraten en Vaals, aangevuld met het grondgebied van de gemeente Voerendaal. Zie ook de afbeelding op de volgende pagina. Tegelijk met het opstellen van onderhavige Nota bodembeheer is de bodemkwaliteitskaart van de regio geactualiseerd en is Voerendaal aan de kaarten toegevoegd1. In het rapport van de bodemkwaliteitskaart zijn de bodemfunctieklassenkaart en de ontgravingskaarten van het beheergebied opgenomen. De bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer zijn uitsluitend van toepassing op hergebruik van grond en baggerspecie op landbodem. De bodemkwaliteitskaart en Nota doen geen uitspraak over de kwaliteit van het grondwater of de waterbodem binnen de deelnemende gemeenten.
1
Rapport bodemkwaliteitskaart Heuvelland, projectnummer 0472570.100, versie D1, d.d. 2 december 2022, door Antea Group 6
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
Figuur 1.1: Beheergebied waarop de Nota bodembeheer van toepassing is
Voor hergebruik van grond of baggerspecie in oppervlaktewater is het bevoegd gezag aan de waterkwaliteitsbeheerders. Binnen de regio zijn dit Rijkswaterstaat (Maas), waterschap Limburg (Voer) en waterschap Roer en Overmaas (Geul, Sinselbeek, Gulp). Indien er grondverzet plaats vindt naar de rivierdalen, zal in overleg met het waterschap moeten worden vastgesteld wie er bevoegd gezag is en welk beleidskader van toepassing is.
1.7
Samenwerking tussen de gemeenten De gemeenten Eijsden-Margraten, Meerssen, Valkenburg, Gulpen-Wittem en Vaals vormen samen het samenwerkingsverband Heuvelland. Ten behoeve van het opstellen van regionaal bodembeleid is de buurgemeente Voerendaal hieraan toegevoegd. In het kader van eenduidigheid binnen de regio is gekozen voor een gezamenlijke aanpak van het bodembeleid. In het verleden is het bodembeleid in de regio Heuvelland op elkaar afgestemd geweest. Doordat elke gemeente een bodembeheerplan had, dat was gebaseerd op een gezamenlijke standaard, is al sinds 2003 sprake van een grotendeels uniforme aanpak binnen de regio, hetgeen intergemeentelijk grondverzet eenvoudig maakte. Binnen het regionale samenwerkingsverband Heuvelland, in samenwerking met gemeente Voerendaal, trachtten de gemeenten op zo uniform mogelijke wijze het lokale bodembeleid in te vullen.
1.8
De Omgevingswet en overgangsrecht De Omgevingswet gaat uit van een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Daarbij worden bij de vorming van beleid en het nemen van besluiten alle belangen -die spelen bij het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving- in samenhang gewogen. Het niet actief saneren van de regionale aandachtsgebieden past binnen de gedachte van de toekomstige Omgevingswet. We zetten niet meer sectoraal in op het verbeteren van de bodemkwaliteit, maar daar waar nodig op het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, worden verschillende gemeentelijke regels en verordeningen onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente. De bruidsschatregels worden ook onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Tijdens de overgangsfase (tot eind 2029) heeft de gemeente de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te zetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. 7
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
Het omgevingsplan omvat alle ruimtelijke regels, waaronder ook een deel van de regels voor grondverzet uit de Nota bodembeheer. Na inwerkingtreden van de Omgevingswet wordt deel 1 van de voorliggende Nota bodembeheer van rechtswege onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. In deel 2 van de Nota zijn de andere bodem-gerelateerde onderwerpen van de deelnemende gemeenten uitgewerkt als beleid en beleidsregels. Door de Nota bodembeheer en deze beleidsregels vast te stellen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft het huidige (lokale) bodembeleid op basis van de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Zo wordt een beleidsneutrale overgang gewaarborgd. In deel 3 is vervolgens het huidige landelijke bodembeleid tezamen met het toekomstige landelijke bodembeleid na inwerkintreding van de Omgevingswet beschreven. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt de wettelijke basis van het lokale bodembeleid. Waar tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Wet bodembescherming en het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit het normenkader vormen voor lokaal bodembeleid, zijn onder de Omgevingswet nieuwe beleidskaders van kracht. Met betrekking tot bodembeleid worden de volgende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) relevant: Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Tevens zullen een gewijzigd Besluit bodemkwaliteit en een nieuwe Regeling bodemkwaliteit 2021 van kracht worden. Het Bal is gericht aan burgers, bedrijven en bestuursorganen en omvat algemene regels over de leefomgeving, activiteiten, vergunningen en meldingsplichten. In het Bkl, welke gericht is aan bestuursorganen, worden regels opgenomen welke met name betrekking hebben op normen en instructies voor milieu en veiligheid. Bij het opstellen van dit document is gebruik gemaakt van de volgende wetsdocumenten en versienummers: Besluit activiteiten leefomgeving, Geconsolideerde Staatsblad-versie, versie 10-06-2022, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/ Besluit kwaliteit leefomgeving, Geconsolideerde Staatsblad-versie, versie 10-06-2022, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/ Besluit bouwwerken leefomgeving, Geconsolideerde Staatsblad-versie, versie 04-072022, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/ Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet en bijbehorende Nota van Toelichting, publicatiedatum 25-02-2021, beschikbaar via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-98.html.
Hierin is onder meer de wijziging van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen; Bruidsschat Omgevingsplan Artikelen, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 03-062022, beschikbaar via https://iplo.nl/publish/pages/191167/bruidsschat-omgevingsplanartikelen-stb-versie-03-06-2022.pdf
1.9
Leeswijzer De Nota bodembeheer is ingedeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 vormt de onderhavige inleiding. Hoofdstuk 2 bevat de onderwerpen die, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van rechtswege in het gemeentelijk omgevingsplan terechtkomen. Ook zijn in hoofdstuk 2 hoofdzakelijk de kwaliteitseisen geregeld waaraan moet worden voldaan indien een partij grond of baggerspecie binnen het beheergebied wordt toegepast. Daarnaast is acceptatie van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten geregeld en is de bodemfunctiekaart beschreven.
8
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
Hoofdstuk 3 van de Nota omvat een verscheidenheid aan regels die te maken hebben met het thema bodem, zoals gemeentelijk beleid in bijzondere situaties bij het graven en toepassen van grond en baggerspecie. Daarna wordt verduidelijkt onder welke omstandigheden de gemeente bodemonderzoeken accepteert als bewijsmiddel om de kwaliteit van een partij aan te tonen. Paragraaf 3.7 behandeld vervolgens afwijkende gemeentelijke regels omtrent asbestonderzoek bij sloopwerkzaamheden. Tot slot omvat hoofdstuk 4 van de Nota alle algemene ‘spelregels’ van het gemeentelijk bodembeleid. Zowel het huidige wettelijke kader van het graven, opslaan en toepassen van grond en baggerspecie (de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit), als het toekomstige wettelijke kader (de Omgevingswet en de bijbehorende besluiten) alsook de gevolgen voor de bewijsmiddelen en procedures zijn in dit hoofdstuk uitgewerkt.
9
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
2
Bodem in tijdelijk deel van het omgevingsplan
2.1
Inleiding Tijdelijk deel van het Omgevingsplan Via de Aanvullingswet bodem Omgevingswet is er overgangsrecht voor lokaal beleid dat op grond van artikel 12a, lid 5 Wet bodembescherming is vastgesteld. Het gaat hierbij om regels ten aanzien van de kwaliteit, waaronder de samenstelling en emissie, van grond of baggerspecie en de wijze van toetsing aan de kwaliteit en het gebruik van de bodem waarop of waarin grond of baggerspecie wordt toegepast (Wbb, artikel 12a, lid 3). Hieruit volgt dat er overgangsrecht is voor de bodemfunctieklassenkaart en gebiedsspecifiek beleid dat volgt uit artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit. De hieruit volgende gebiedsspecifieke kaarten (zoals de gebiedsspecifieke toepassingskaart) vallen ook onder het overgangsrecht. Gedurende de overgangsperiode (tot 31 december 2029) heeft de gemeente de tijd om deze onderwerpen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan over te zetten naar maatwerkregels in het nieuwe deel van het omgevingsplan. In dit hoofdstuk zijn de onderdelen van het regionale bodembeleid beschreven die conform de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, van rechtswege in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente terechtkomen.
Gebiedsspecifiek beleid Het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit stelt normen met betrekking tot de toepassing van grond en baggerspecie op basis van een landelijk geldend normenkader, zoals beschreven in deel 3 van het wettelijk kader. Op grond van het Besluit bodemkwaliteit artikel 44 heeft de gemeente de ruimte om af te wijken van dit generieke kader voor zover het lokale toepassingseisen, inclusief afwijkend percentage bijmengingen, betreft. De deelnemende gemeenten hebben ervoor gekozen om van deze mogelijkheid tot gebiedsspecifiek beleid gebruik te maken. Het belangrijkste uitgangspunt van dit beleid is dat de kwaliteit van de bodem wordt afgestemd op het gebruik van de bodem. De toepassingseisen worden in de volgende paragrafen nader uitgewerkt. De mogelijkheid tot gebiedsspecifiek beleid blijft ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet bestaan. Dit is mogelijk door middel van het opnemen van regels in het gemeentelijk omgevingsplan. Gebiedsspecifiek beleid wordt in het stelsel van de Omgevingswet “maatwerkregels” genoemd.
2.2
Erkenning bodemkwaliteitskaarten van andere gemeentes De deelnemende gemeentes erkennen elkaars bodemkwaliteitskaart, te weten de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart van het grondgebied van de Gulpen-Wittem, EijsdenMargraten, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal2. Deze bodemkwaliteitskaart kan als basis dienen van de milieuhygiënische verklaring bodemkwaliteit, waardoor onderzoekskosten voor burgers, bedrijven en gemeente worden bespaard. Hoe de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel kan worden gebruikt, is uitgezet in paragraaf 4.10. Aanvullende eisen die kunnen gelden bij het gebruik van de bodemkwaliteitskaart zijn beschreven in onderhavige Nota bodembeheer.
2.3
Bodemfunctieklassenkaart Iedere gemeente is verplicht om voor haar beheergebied een functiekaart vast te stellen. De bodemfunctiekaart is een weergave van het huidige, en eventueel toekomstige, gebruik van de landbodem. Bij het toekennen van een functieklasse wordt onderscheid gemaakt in: 2
Rapport bodemkwaliteitskaart Heuvelland, projectnummer 0472570.100, versie D1, d.d. 2 december 2022, door Antea Group 10
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
Gebieden met de bodemfunctieklasse wonen; Gebieden met de bodemfunctieklasse industrie; Gebieden met de bodemfunctieklasse landbouw/natuur (artikel 5.89p Bkl) Overige gebieden (deze gebieden zijn niet ingedeeld in de bodemfunctieklasse landbouw, natuur, wonen of industrie).
Figuur 2.1: Functieklassen voor landbodem
De bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie zijn een clustering van in totaal zeven verschillende bodemfuncties. Deze bodemfuncties zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Clustering bodemfuncties tot bodemfunctieklassen
Bodemfuncties 1. Moes- en volkstuinen 2. Natuur 3. Landbouw 4. Wonen met tuin 5. Plaatsen waar kinderen spelen 6. Groen met natuurwaarden 7. Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Bodemfunctieklassen Landbouw/natuur
Wonen* Industrie**
*
De functieklasse wonen omvat die bodemfuncties waarbij sprake kan zijn van veel bodemcontact en een beperkte gewasconsumptie. Hierbij moet worden gedacht aan een gewasconsumptie uit eigen tuin van rond de 10% van de totale gewasconsumptie. Wordt verwacht dat een grotere gewasconsumptie plaatsvindt, dan moet worden gekozen voor de functieklasse landbouw/natuur. ** Onder de functieklasse industrie vallen de minst kwetsbare bodemfuncties, met andere woorden die bodemfuncties waarbij sprake is van weinig bodemcontact en geen gewasconsumptie (bijvoorbeeld terreinen voor sport en recreatie).
Uitgesloten gebieden Uitgesloten gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn o.a. terreinen waar de gemeente niet het bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit is, zoals op terreinen die in het beheer zijn van Rijkswaterstaat, en terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit. Wateren en waterbodems zijn in elk geval uitgesloten en zijn als water aangegeven op de kaart. Aan uitgesloten gebieden is geen functieklasse toegekend. Derhalve zijn deze gebieden als grijze vlek (‘overig’) op de functiekaart aangegeven.
De volgende gebieden zijn uitgezonderd van de bodemkwaliteitskaart: De Rijkswegen, inclusief wegbermen; De provinciale wegen, inclusief wegbermen; Spoorgebonden gronden: spoorlijnen en emplacementen, inclusief spoorbermen; Het militaire oefenterreinen; Boerenerven, gelegen in het buitengebied; Stortplaatsen; Locaties die verdacht zijn voor een sterke bodemverontreiniging door de aanwezigheid van een puntbron; Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (voor wat betreft de ontgravingskaart); Het voormalige beheergebied Actief Bodembeheer Geul; Het Maasdal (uitgezonderd de droge oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling); Overige waterbodems.
11
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
Voor gebieden die op de bodemkwaliteitskaart of in de Nota bodembeheer (zie hierboven) zijn aangeduid als “Uitgesloten”, kan de bodemkwaliteitskaart niet gebruikt worden als erkend bewijsmiddel. Voor bermen is separaat beleid opgesteld, zie hiervoor onderstaande paragraaf en paragraaf 2.4.3 van deze Nota. Wegen en wegbermen De deelnemende gemeenten hebben voor de wegen en wegbermen van doorgaande wegen in het buitengebied bepaald hoe van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de milieuverklaring bodemkwaliteit gebruik gemaakt kan worden. Dit beleid houdt in dat: De wegen en wegbermen van doorgaande wegen en spoorwegen worden apart gezoneerd; De wegen, wegbermen, doorgaande wegen en spoorwegen krijgen de functie industrie toegewezen; De wegen en wegbermen van doorgaande wegen en spoorwegen krijgen voor de bovengrond (traject 0,0-0,5 m -mv.) de ontgravingskwaliteitskwaliteit industrie toegewezen. Zie voor het grondstromenbeleid van wegen en wegbermen paragraaf 2.4.3 van deze Nota.
2.4
Gebiedsspecifieke toepassingseisen Door middel van gebiedsspecifiek beleid (maatwerk onder de Omgevingswet) worden vraag en aanbod van partijen grond (en baggerspecie) beter op elkaar afgestemd dan mogelijk is onder het generieke kader. Dit maakt het mogelijk dat maatschappelijke ontwikkelingen doorgang kunnen vinden, zonder dat er risico’s zijn bij het gebruik van de bodem. De maatschappelijke ontwikkelingen in de openbare ruimte behelzen met name wegreconstructies en de aanleg en onderhoud van kabels en leidingen. Het resultaat van deze afstemming resulteert in de lokale normstelling, ook wel toepassingseis genoemd. Deze normstelling is deels gebaseerd op het generieke normkader en is deels gebiedsspecifiek ingevuld middels Lokale Maximale Waarden (LMW’s). Daarbij is uitgegaan van de actuele bodemkwaliteitszones uit de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart. Er kan bij het toepassen van een partij uitsluitend gebruik gemaakt worden van de LMW indien de toe te passen partij afkomstig is uit het beheergebied (zie paragraaf 1.6 van deze Nota). Op deze manier wordt voldaan aan het stand-still beginsel op regionaal niveau. In de navolgende tabellen is de lokale normstelling weergegeven. Daarbij is tevens aangegeven welk herkomstgebied van toepassing is per zone. Zo wordt voldaan aan het stand-still beginsel op regionaal niveau.
In de volgende paragraaf zijn de gebiedsspecifieke keuzes nader uitgewerkt.
12
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
Tabel 2.2: Toepassingseisen per zone voor de bovengrond (0,0-0,5 m -mv.) Zone
Ontgravingsklasse
Functieklasse (overwegend) Landbouw of Natuur Wonen Industrie Wonen Industrie Landbouw of Natuur
Buitengebied
Achtergrondwaarde
Wonen Industrie Buitengebied Maasdal
Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Industrie
Oude bebouwing en kern na 1970 Eijsden Eijsden kern voor 1970
Industrie**
Wonen
Uitgesloten*
Wonen
Toepassingseis
Onderbouwing
Landbouw/Natuur
Generiek kader
Landbouw/Natuur Landbouw/Natuur Gebiedseigen grond: Industrie Externe grond: Landbouw/Natuur Wonen, voor Zn Industrie
Generiek kader Generiek kader Generiek kader, toepassing gebiedseigen is mogelijk d.m.v. LMW Industrie
Wonen, voor Zn Industrie
Generiek functienormniveau is bepalend, met voor zink een aanpassing a.g.v. de aanwezige bodemkwaliteit Generiek functienormniveau is bepalend, met voor zink een aanpassing a.g.v. de aanwezige bodemkwaliteit Generiek kader
Water/ Uitgesloten* n.v.t. Gebiedskwaliteit waterbodem Uitgesloten Uitgesloten* n.v.t. Gebiedskwaliteit Generiek kader * Aangezien de bodemkwaliteit niet is bepaald, dient middels onderzoek de kwaliteit van de grond bepaald te worden ** Wegens sterke heterogeniteit in de zone moet vrijkomende grond altijd worden onderzocht bij ingrepen in de bodem
Tabel 2.3: Toepassingseisen per zone voor de ondergrond (0,5-2,5 m -mv.) Zone
Ontgravingsklasse
Ondergrond
Achtergrondwaarde
Oude bebouwing en kern na 1970 Eijsden Eijsden kern voor 1970
Industrie**
Functieklasse (overwegend) Landbouw of Natuur Wonen Industrie Wonen
Toepassingseis
Onderbouwing
Landbouw/Natuur
Generiek kader
Generiek functienormniveau is bepalend, met voor zink een aanpassing a.g.v. de aanwezige bodemkwaliteit Niet toepasbaar* Wonen Wonen, voor Zn Generiek functienormniveau is Industrie bepalend, met voor zink een aanpassing a.g.v. de aanwezige bodemkwaliteit. * Aangezien de bodemkwaliteit niet is bepaald, dient middels onderzoek de kwaliteit van de grond bepaald te worden ** Wegens sterke heterogeniteit in de zone moet vrijkomende grond altijd worden onderzocht bij ingrepen in de bodem
2.4.1
Wonen, voor Zn Industrie
Onderbouwing lokale normstelling Voor een aantal zones binnen het beheergebied geldt dat indien het generieke kader wordt gevolgd, hergebruik van gebiedseigen grond niet mogelijk is. Door Lokale Maximale Waarden te definiëren wordt hergebruik van gebiedseigen grond wel mogelijk gemaakt. Onderstaand is voor de betreffende zones toegelicht welke overwegingen zijn gemaakt en wat de resulterende normstelling is. Voor de zones “Buitengebied”, “Wonen”, “Industrie” en “Ondergrond” is het generieke kader van toepassing. Dit houdt in dat de actuele ontgravingskwaliteit en de functieklasse tezamen bepalen wat de toepassingseis is (strengste van de twee). Gezien de actuele kwaliteit in deze zones voldoet aan de Achtergrondwaarden, betreft de toepassingseis Landbouw/Natuur. Lokale normstelling “Buitengebied Maasdal” Uit de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart blijkt dat de actuele bodemkwaliteit in de zone “Buitengebied Maasdal” de klasse Industrie betreft. De bodemfunctie Landbouw of Natuur is overwegend aanwezig binnen deze zone. Enerzijds is de wens om lokaal grondverzet mogelijk te maken. Anderzijds wordt gestreefd naar een verbeterde bodemkwaliteit van het gebied. Om deze reden is gekozen voor een lokale normstelling: 13
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
In principe wordt het generieke kader gevolgd, waaruit blijkt dat de toepassingseis Landbouw/Natuur is. Voor gebiedseigen grond (d.w.z. afkomstig uit het beheergebied) geldt de toepassingseis Industrie.
Lokale normstelling bebouwde kommen Eijsden In de voormalige bodemkwaliteitskaart van de voormalige gemeente Eijsden was onderscheid gemaakt tussen de bebouwde kommen en de overige delen van de gemeente. Dit hield verband met het verschil in verontreinigingsprofiel. Bij het doorrekenen van de nieuwe bodemkwaliteitskaart bleek dat de bodemkwaliteit van de “Dalkernen”, “Overige kernen” en “Eijsden - wonen na 1970 en industrie” overeenkomstig waren. Verder bleek uit de statistieken dat de bodemkwaliteit van “Eijsden kern na 1970” overeenkomstig was met die van “Eijsden wonen overig voor 1970”. De zones zijn derhalve samengevoegd tot respectievelijk zones “Oude bebouwing en kern na 1970 Eijsden” en “Eijsden kern voor 1970”. Voor de ondergrond bleek dat de zones “Oude bebouwing voor 1970 Eijsden” en “Kern Eijsden na 1970” tevens een overeenkomstige bodemkwaliteit hadden. Deze zijn derhalve samengevoegd tot zone "Oude bebouwing en kern na 1970 Eijsden”. De ondergrondzone “Eijsden kern voor 1970” is onveranderd ten opzichte van de vorige bodemkwaliteitskaart. Voor de beide nieuw gecreëerde bovengrond zones geldt het volgende: de actuele bodemkwaliteit voldoet niet aan de generieke Maximale Waarden voor de klasse Wonen. Dit heeft als gevolg dat de grond op basis van de bodemkwaliteitskaart niet herbruikbaar is binnen hetzelfde gebied.
Derhalve moet uit een onderzoek (partijkeuring) blijken of een vrijkomende partij opnieuw toegepast kan worden binnen hetzelfde gebied (of een andere bestemming). Binnen de zones “Oude bebouwing en kern na 1970 Eijsden” en “Eijsden kern voor 1970” is de toepassingseis voor gebiedseigen grond verruimd: voor de stof zink geldt de Maximale Waarde voor de functieklasse Industrie. Gezien de aanwezige bodemkwaliteit, zal door deze verruiming van de toepassingseis meer hergebruik van grond binnen dezelfde zone en binnen het beheergebied mogelijk zijn. De verwachte kwaliteit van vrijkomende grond uit de bovengrondzone “Eijsden kern voor 1970” is niet gedefinieerd (uitgesloten) en ondergrondzone “Eijsden kern voor 1970” heeft de kwaliteitsklasse ‘niet toepasbaar’. Dit betekent dat de kwaliteit van de vrijkomende grond nooit kan worden bepaald aan de hand van de bodemkwaliteitskaart. Daarnaast is er sprake van sterke heterogeniteit in de boven- en ondergrondzone van “Oude bebouwing en kern na 1970 Eijsden”. Ook voor deze zone is daarom de bodemkwaliteitskaart onvoldoende bewijs van de kwaliteit van vrijkomende grond. Vrijkomende grond uit de genoemde zones moet daarom altijd worden onderzocht voordat deze opnieuw kan worden toegepast. Dit geldt ook in geval van toepassing binnen dezelfde zone.
2.4.2
Normstelling bodemlood locaties met gevoelig bodemgebruik Risico’s van bodemlood De schadelijkheid van lood in de bodem voor de gezondheid is al geruime tijd bekend. Echter, ook bij blootstelling aan lage concentraties, kan bodemlood al een beperkend effect hebben op de ontwikkeling van de hersenen van een kind. Vooral bij kinderen in de leeftijd van 0 tot 6 jaar kan dit op lange termijn leiden tot een verlies van enkele IQ (intelligentiequotiënt) -punten. Dit inzicht geeft aanleiding om de blootstelling aan lood via de bodem te verminderen, met name blootstelling aan jonge kinderen. In het RIVM-rapport “Diffuse loodverontreiniging in de bodem”
14
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
(2015)3 worden gemeenten opgeroepen het bodembeheer op een dusdanige wijze in te richten, dat de kans wordt verkleind op blootstelling aan lood in de bodem. Tabel 2.4: Risicowaarde voor lood in de bodem (mg/kg d.s.) op basis van ingeschat IQ-punten verlies
Grote moestuin (> circa 200 m2) Wonen met tuin (kleine moestuin) Plaatsen waar kinderen spelen IQ-puntverlies door bodemlood Handelingsperspectieven voor plaatsen waar jonge kinderen (0-6 jaar) veel in contact komen met grond (gevoelig bodemgebruik: wonen met tuin, kinderspeelplekken, kinderdagverblijven e.d.)
Gezondheidskundig voldoende bodemloodkwaliteit < 60
Gezondheidskundig matige bodemloodkwaliteit 60 - 260
Gezondheidskundig onvoldoende bodemloodkwaliteit > 260
< 90
90 - 370
> 370
< 100
100 - 390
> 390
< 1 IQ-puntverlies
1-3 IQ-puntenverlies
>3 IQ-puntenverlies
Goede ruimtelijke ordening: realiseer gevoelig bodemgebruik zoveel mogelijk op grond met een voldoende bodemlood-kwaliteit
Brede communicatie over algemene gebruiksadviezen (folder, posters, website e.d.). Sanering bij herstructurering e.d.
Bodemsanering Indien sanering niet haalbaar: specifieke, gerichte risicocommunicatie met bewoners en andere gebruikers van verontreinigde grond (brieven, informatiebijeenkomsten e.d.)
Naar aanleiding van het RIVM-rapport heeft de landelijke GGD-projectgroep bodem een gezondheidskundig advies opgesteld4. De bovenstaande tabel (tabel 2.4) is hieruit afkomstig en geeft het ingeschatte IQ-punten verlies in verhouding met de concentratie lood in de bodem aan. De deelnemende gemeenten willen hun jonge inwoners aanvullend beschermen tegen schadelijke gevolgen van bodemlood. Daarom volgen de deelnemende gemeenten het advies van het RIVM en de GGD op. Op locaties waar verwacht wordt dat kinderen in aanraking komen met de bodem, wordt een afwijkende normstelling, een lokale maximale waarde (LMW) voor lood in toe te passen grond gehanteerd op basis van de risicowaardes. Door strengere toepassingsnormen te hanteren, wordt de bodemloodconcentratie in de loop van de tijd lager. Hierdoor neemt op den duur het blootstellingsrisico af. De deelnemende gemeenten kiezen ervoor om, in het kader van het beschermen van de volksgezondheid, de toepassingseisen voor de stof lood aan te scherpen. De motivatie en de praktische uitwerking hiervan zijn in de volgende paragrafen uitwerkt. Het is de verwachting dat met name in gebieden met de functie ‘Wonen’, (jonge) kinderen in contact kunnen komen met de bodem. Blootstelling aan bodemlood vindt met name plaats door lood in de contactzone (tot 50 cm -mv., zie ook verderop).
Om deze reden wordt de toepassingseis voor bodemlood in toe te passen grond in het bodemfunctiegebied ‘Wonen’, in de contactzone aangescherpt. Volgens het generieke beleid kan binnen een zone met bodemfunctie ‘Wonen’, grond met de maximale kwaliteitsklasse ‘Wonen’ worden toegepast. Hieraan wordt de uitzonderingsregel toegevoegd voor lood: een partij grond die binnen een zone met functieklasse ‘Wonen’ wordt toegepast in de contactzone, mag een maximaal gemeten gehalte aan lood bevatten van 90 mg/kg d.s. (ongecorrigeerd). De contactzone Als contactzone wordt het traject van 0,0 tot 0,5 meter onder maaiveld gehanteerd. Wanneer er geen contact met de bovengrond mogelijk is door een gesloten bovenafdichting, is er ook geen sprake van een contactzone. Onder gesloten bovenafdichtingen worden verstaan:
3 Otte, P. F., et al. "Diffuse loodverontreiniging in de bodem: Advies voor een gemeenschappelijk beleidskader." (2016).
RIVM-rapport 2015-0204, beschikbaar via https://www.rivm.nl/publicaties/diffuse-loodverontreiniging-in-bodem-adviesvoor-gemeenschappelijk-beleidskader 4 Landelijke GGD-projectgroep bodem “Toelichting Lood in bodem en gezondheid”, 18 april 2016. 15
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
Een aaneengesloten verharding (asfalt, beton) inclusief doorgroeitegels en speeltuintegels; Een half-verharding van ten minste 20 cm dikte; Kunstgras met een funderingsmateriaal (van grond of bouwstof).
Andere vormen van bodembedekking die niet in bovenstaande opsomming zijn genoemd, denk hierbij aan grind, gras of boomschors, verminderen het risico op contact met de grond in de contactzone, maar worden niet beschouwd als een gesloten bovenafdichting. Toetsing aan de toepassingseis en de bodemtypecorrectie Wanneer grond wordt toegepast binnen gebieden met bodemfunctie ‘Wonen’, dient de kwaliteit van de toe te passen partij bekend te zijn. Hiertoe heeft de initiatiefnemer verschillende mogelijkheden, zie ook hoofdstuk 4.10. Het bewijs van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de toe te passen partij, wordt zoals gebruikelijk is bij de melding grondverzet gevoegd. In het geval de kwaliteit van de toe te passen partij voldoet aan de achtergrondwaarden, kan er zonder aanvullende toetsing worden toegepast. In het geval de kwaliteit níet voldoet aan de achtergrondwaarden, dient, vóórdat de partij mag worden toegepast, door het bevoegd gezag te worden getoetst dat de loodconcentratie 90 mg/kg d.s. niet wordt overschreden. Indien de maximale bodemloodconcentratie wordt overschreden, kan de partij niet in de contactzone binnen de bodemfunctie ‘Wonen’ worden toegepast (toepassen onder een gesloten afdeklaag blijft overigens wel mogelijk).
N.B.: De toetsing aan de bodemloodconcentratie dient plaats te vinden aan de hand van de gemeten loodconcentratie en niet de gecorrigeerde waarde naar standaardbodem op basis van het humus- en lutumgehalten. Gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij grondverzet Een partij toepassen binnen de bodemfunctiezone ‘Wonen’ is tevens mogelijk op basis van de bodemkwaliteitskaart van de regio. Hier zijn wel de volgende voorwaarden aan verbonden: De toe te passen partij is afkomstig uit een zone met de ontgravingskwaliteit Achtergrondwaarde - Landbouw/natuur; De bodemkwaliteitskaart is erkend door de gemeente waar de toepassing plaatsvindt; Uit het historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 blijken geen verdachtmakingen. Indien de partij niet aan alle bovengenoemde eisen voldoet, is aanvullend bewijs voor het gehalte lood noodzakelijk. Het bovenstaande geldt tevens in het geval partijen binnen de bodemfunctie ‘Wonen’ worden verplaatst. In alle gevallen waarin niet wordt aangetoond dat de partij de bodemkwaliteit achtergrondwaarden heeft, toetst het bevoegd gezag of de LMW voor lood (90 mg/kg d.s.) niet wordt overschreden.
Toepassingseis voor toepassingen in bodemfunctieklasse ‘Wonen’ Voor toepassingen binnen de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ binnen het beheergebied geldt de volgende toepassingseis: Een partij die binnen een zone met functieklasse ‘Wonen’ wordt toegepast in de contactzone, mag een maximaal gemeten gehalte aan lood bevatten van 90 mg/kg d.s. (ongecorrigeerd). Het bovenstaande beleid is nieuw voor alle deelnemende gemeenten.
2.4.3
Normstelling aangewezen wegen en wegbermen Aanleiding De deelnemende gemeenten willen duurzaam en efficiënt omgaan met de grondstromen van wegen en wegbermen van grote doorgaande wegen. Immers: de intensiteit van het gebruik van de weg bepaalt de verontreinigende uitstoot naar de directe omgeving. De deelnemende 16
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
gemeenten hebben gekozen voor lokaal beleid waarbij grondverzet tussen rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen en de bijbehorende bermen wordt vergemakkelijkt. De deelnemende gemeenten hebben voor de wegen en wegbermen van doorgaande wegen en spoorwegen bepaald hoe van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de milieuverklaring bodemkwaliteit gebruik gemaakt kan worden. Kortweg houdt het beleid in dat: Aangewezen wegen en wegbermen apart worden gezoneerd en krijgen de functie industrie toegewezen; De wegen en wegbermen van de aangewezen wegen krijgen voor de bovengrond (traject 0,0-0,5 m -mv.) de ontgravingskwaliteitskwaliteit industrie krijgen toegewezen. De aangewezen wegen en bijbehorende wegbermen zijn: doorgaande wegen en spoorwegen. Met doorgaande wegen wordt bedoeld: wegen met een snelheidslimiet van minimaal 80 km/u. Met de bovenstaande uitgangspunten is het mogelijk om grond die uit wegen en wegbermen, doorgaande wegen en spoorwegen vrijkomt, ook weer binnen dergelijke wegen en wegbermen toe te passen op basis van de bodemkwaliteitskaart. Hieraan worden de volgende voorwaarden gesteld: De vrijkomende grond (bovengrond (traject 0,0 - 0,5 m -mv.)) kan binnen het beheergebied van de deelnemende gemeenten uitsluitend in dezelfde toepassingszone (industrie) worden toegepast.
In de praktijk betekent dit dat er voornamelijk ter plaatse van andere wegen en bermen van wegen met een snelheidslimiet van minimaal 80 km/u en spoorwegen kan worden toegepast; Uit het vooronderzoek conform de NEN 5725 blijkt geen aanleiding tot verdachtmaking van de partij, anders dan de afspoeling van de weg. Aan overige wegen en wegbermen die niet hierboven zijn genoemd, wordt geen afwijkend beleid toegewezen. Uitgangspunt hierbij is de verwachting dat de kwaliteit van de overige bermen overeenkomen met de kwaliteit van het omringende gebied. Vrijkomende partijen uit overige bermen zijn toepasbaar conform het generieke beleid, op basis van de bodemkwaliteitskaart en in combinatie met de regels zoals zijn opgenomen in deze Nota. Met de bovenstaande uitgangspunten is het mogelijk om grond uit aangewezen wegen en wegbermen, weer binnen dergelijke wegen en wegbermen toe te passen op basis van de bodemkwaliteitskaart. Hieraan worden wel een aantal voorwaarden gesteld zoals dat er uitsluitend bermgrond afkomstig uit het beheergebied mag worden hergebruikt en dat er altijd een vooronderzoek overeenkomstig de NEN 5725 vereist is. Naast weg- of bermgrond kunnen overige partijen die voldoen aan de kwaliteitsklasse industrie worden toegepast ter plaatse van wegen en wegbermen van wegen met een snelheidslimiet van minimaal 80 km/u en spoorwegen.
Vrijkomende grond kan altijd conform het Besluit bodemkwaliteit worden hergebruikt binnen het project/op locatie. Het bovenstaande beleid is nieuw voor alle deelnemende gemeenten.
2.4.4
Normstelling PFAS beheergebied Inleiding PFAS is een verzamelnaam van gefluoreerde koolwaterstoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. PFAS is sinds de jaren ’50 in Nederland veel gebruikt in diverse industriële toepassingen als blusschuim, coatings (o.a. teflon), verf, kleding en cosmetica. Het heeft de eigenschappen persistent, mobiel en niet tot nauwelijks biologisch afbreekbaar te zijn. Regionaal en landelijk wordt steeds meer kennis en inzicht verkregen over PFAS en de onderliggende perfluoralkyl-verbindingen. Zo staan PFOS (perfluoroctaansulfonzuur), PFOA (perfluoroctaanzuur) en GenX op de lijst van Zeer Zorgwekkend stoffen (ZZS). Een aantal andere stoffen uit de PFASgroep staat op de lijst van potentiële ZZS. 17
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
PFAS is niet opgenomen in bestaande regelgeving, aangezien de stof “nieuw” is ten aanzien van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. In juli van 2019 is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een ‘Tijdelijk Handelingskader PFAS’ uitgebracht, waarna verschillende actualisaties zijn gepubliceerd. In de handelingskaders zijn de kaders aangegeven om hergebruik van PFAS-houdende grond te stimuleren en tegelijkertijd voldaan wordt aan zorgplicht. Tot op heden zijn de volgende handelingskaders gepubliceerd: ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, 8 juli 2019; Geactualiseerde versie ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, 29 november 2019; Geactualiseerde versie ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, 2 juli 2020; Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, 13 december 2021. Het doel van de bodemkwaliteitskaart PFAS5 en bijbehorend beleid (toepassingseisen) is om het grondverzet binnen het beheergebied van de deelnemende gemeenten te vereenvoudigen voor wat betreft de stofgroep PFAS. Voor het toepassen van grond of baggerspeicie dient naast de toetsing op PFAS, separaat getoetst te worden aan de lokaal vastgestelde reguliere bodemkwaliteitskaart.
Achtergrondwaarden PFAS Uit het rapport van de bodemkwaliteitskaart PFAS blijkt dat alle gemeten waarden (P80) van PFOS, PFOA en de overige PFAS lager zijn dan de normen voor de klasse Landbouw/Natuur uit het Handelingskader van december 2021. Hierbij is onderscheid gemaakt in bovengrond (0-0,5 m -maaiveld) en ondergrond (0,5-2,5 m -maaiveld), zie tabel 2.5. Tabel 2.5: Berekende ontgravingskwaliteit op basis van de P80 PFAS in de bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) en ondergrond (0,5 - 2,5 m-mv) in µg/kg d.s. Zonenaam PFOS (som) PFOA (som) Overige PFAS Bovengrond 0,581 0,71 0,121 Ondergrond 0,41 0,31 0,11 1 Voldoet aan de maximale waarde voor landbouw/natuur uit het Handelingskader PFAS (dec 2021)
Uit de vergelijking van bovenstaande tabel met de maximale waarden voor de klasse Landbouw/ Natuur uit het Handelingskader PFAS, blijkt dat bij de berekende P80-waarden voor zowel de boven- als ondergrond voldoen aan de categorie Landbouw/ Natuur. De deelnemende gemeenten aan de PFAS Bodemkwaliteitskaart hanteren derhalve de maximaal geldende toepassingsnorm voor de klasse Landbouw/Natuur als maximale toepassingskwaliteit voor PFAS-houdende grond, naar aanleiding van de oproep van de minister voor milieu en wonen. In de kamerbrief van 29 november 2019 (IenW/BSK-2019/251123, laatste alinea pagina 2) roept de Minister van Milieu en Wonen, gemeenten op om de landelijke achtergrondwaarden als minimum waarden te hanteren, ook als lokaal lagere waarden zijn gemeten. Dit is ook benoemd in het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond en baggerspecie voor gemeenten (kenmerk 1248710-044 C04). Lokale Maximale Waarden PFAS Aangezien de berekende P80-waarden lager zijn dan de landelijke maximale toepassingswaarden voor de klasse Landbouw/Natuur, hebben de samenwerkende gemeenten ervoor gekozen om aan te sluiten bij de normen voor Landbouw/Natuur uit het vigerende landelijke beleid (Handelingskader PFAS, dan wel Regeling bodemkwaliteit) zolang deze een verruiming bieden ten opzichte van de berekende achtergrondwaarden in de regio. 5
Rapport bodemkwaliteitskaart PFAS Heuvelland, projectnummer 0472570.100, versie D1, d.d. 2 december 2022, door Antea Group 18
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
In tabel 2.6 zijn de huidig geldende toepassingsnormen uit het Handelingskader PFAS (versie december 2021) aangegeven. Indien op een later tijdstip nog nieuwe toepassingsnormen worden gepubliceerd welke boven de berekende achtergrondwaarden liggen, dan wel in een nieuw Handelingskader PFAS, dan wel als onderdeel van het generieke bodembeleid vanuit het rijk, worden deze toepassingsnormen gehanteerd. Tabel 2.6: Maximale toepassingsnormen voor PFAS in de bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) en ondergrond (0,5 2,5 m-mv) in µg/kg d.s. Zone PFOS (som) PFOA (som) Overige PFAS Bovengrond 1,4 1,9 1,4 Ondergrond 1,4 1,9 1,4 Grondwaterbeschermingsgebied 0,1* 0,1* 0,1* * Toepasbaar als de kwaliteit gelijk is aan de gebiedskwaliteit of voldoet aan de eisen van (toekomstig) provinciaal beleid.
Met het oog op het beschermen van de drinkwaterkwaliteit gelden binnen grondwaterbeschermingsgebieden afwijkende normen, zoals weergegeven in tabel 2.1. Hiertoe dient de vigerende provinciale milieuverordening dan wel omgevingsverordening van de provincie Limburg gehanteerd te worden. Het bovenstaande beleid is nieuw voor alle deelnemende gemeenten.
2.5
Afwijkend percentage bijmengingen Aanleiding In artikel 34 van het Besluit bodemkwaliteit en in het tweede lid van artikel 1.1 van de Regeling bodemkwaliteit (geldig voor inwerkingtreding van de Omgevingswet) en artikel 4.1271 van het Bal (geldig na inwerkingtreding van de Omgevingswet) is bepaald dat grond en baggerspecie niet meer dan 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal, bestaande uit stenige of houtige materialen zoals puin of boomwortels mogen bevatten, mits deze voorafgaand aan de ontgraving al in de bodem zaten en niet opzettelijk zijn toegevoegd. Andere soorten bodemvreemd materiaal zoals bijvoorbeeld plastic, glas of piepschuim mogen slechts sporadisch voorkomen. Een partij met dergelijke bijmengingen mag uitsluitend worden toegepast indien de bijmengingen sporadisch voorkomen én als de bijmengingen voorafgaand aan het ontgraven al in de grond of baggerspecie aanwezig waren, voor zover redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat het uit de grond of baggerspecie wordt verwijderd voordat het wordt toegepast6. Het bijmengen met bodemvreemde materialen voorafgaande aan de toepassing is niet toegestaan. Het is onder bepaalde omstandigheden, zoals in een woonwijk of voor verkoop van gronden vaak niet wenselijk dat er (veel) bijmengingen in de bovengrond aanwezig zijn.
Dit percentage kan desgewenst door het bevoegd gezag om milieuhygiënische redenen lager worden vastgesteld. Ook mogen regels worden gesteld aan de soorten bodemvreemd materiaal in grond of baggerspecie. Het voornemen van de deelnemende gemeenten is om verslechtering van de algemene bodemkwaliteit in het gebied te voorkomen en daarmee de hoeveelheid steenachtige bijmengingen te beperken. Ten behoeve van het eerder opgestelde regionale bodembeleid is een maximale hoeveelheid van 10% bijmengingen vastgelegd voor een aantal gemeentes. De betreffende gemeentes zetten dit door in het huidige beleid.
https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-bagger-alg/faq/zit-toegestane/ en https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/toepassen-grond-baggerspecie/inhoudelijke-voorschriften/ 19 6
Nota bodembeheer Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal projectnummer 0472570.100 2 december 2022 revisie 01
Toepassingseis De gemeenten Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals en Valkenburg stellen vast dat grond en baggerspecie die binnen hun gemeentegrenzen wordt toegepast moet voldoen aan: Een maximaal percentage aan bijmengingen met steenachtig materiaal of hout aan van 10% (gewichtsprocent) indien dit materiaal vóór het ontgraven of bewerken al in de grond aanwezig was. De overige deelnemende gemeenten (Eijsden-Margraten en Voerendaal) hanteren het generieke beleid van 20% (gewichtsprocent) voor bijmengingen met steenachtig materiaal of hout voor alle bodemfuncties, indien dit materiaal vóór het ontgraven of bewerken al in de grond aanwezig was. Een partij met een hoger percentage bijmenging meer dan de hierboven genoemde gewichtspercentages, mag niet toegepast worden. Dit geldt dus ook voor andere initiatiefnemers dan de gemeente die grond in gebieden met een functie landbouw, natuur en wonen toepassen. Onder bodemvreemde materialen waar bovenstaande percentages voor gelden worden uitsluitend houtige en stenige bijmengingen verstaan. Plastics mogen slechts sporadisch voorkomen. De eigenaar van de toepassingslocatie kan aanvullende eisen aan de fysieke kwaliteit van toe te passen grond stellen. In dat geval dient dit privaatrechtelijk te worden vastgesteld. Voor alle deelnemende gemeenten wijzigt het voorheen gehanteerde beleid niet.
2.6
Normstelling grondwaterbeschermingsgebieden Inleiding Bij het toepassen van grond en baggerspecie is speciale aandacht is vereist voor een aantal waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in het beheergebied. Binnen deze gebieden is een toepassing van grond met een kwaliteit slechter dan de ”AW2000 Landbouw/natuur” norm (waterwingebieden) of “Wonen”(grondwatersbeschermingsgebieden) niet mogelijk. Hierbij wordt verwezen naar de Omgevingsverordening zoals deze is vastgesteld door GS van de provincie Limburg in 2014 en de Omgevingsverordening Limburg (2021) is opgesteld binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet7. De Omgevingsverordening uit 2021 is gebaseerd op de Omgevingswet en kan daarom niet eerder in werking treden dan de Omgevingswet zelf. De inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt op 1 juli 2023 verwacht (bekende datum op moment van schrijven). Daarmee wordt automatisch de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening Limburg ook uitgesteld tot die datum. Tot die tijd blijft de Omgevingsverordening Limburg 2014 gelden. De volgende artikelen uit de Omgevingsverordening 2014 zijn relevant: Artikel 4.2.1 lid 2: Het is verboden in een waterwingebied grond of baggerspecie toe te passen met een lagere kwaliteit dan de achtergrondwaarden als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit.
Artikel 4.3.1 lid 3: Het is verboden in grondwaterbeschermingsgebieden grond of baggerspecie toe te passen indien de kwaliteit van de grond of de baggerspecie de maximale waarde van de kwaliteitsklasse wonen bij toepassing op de bodem of de kwaliteitsklasse A bij toepassing in oppervlaktewater overschrijdt of de kwaliteit van de ontvangende bodem of waterbodem beter is dan de genoemde kwaliteitsklassen. Onder die kwaliteitsklassen wordt verstaan wat het Besluit bodemkwaliteit daaronder verstaat. Op de bodemkwaliteitskaart zijn de grenzen van de grondwaterbeschermingsgebieden en de waterwingebieden aangegeven. De corresponderende artikelen in de Omgevingsverordening 2021 komen inhoudelijk overeen met de artikelen van 2014. Voor de volledigheid zijn de betrokken artikelen (respectievelijk art. 4.29 en 4.27) opgenomen in de bijlage van deze Nota. 7