CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20230214 08f Bijlage BP Dalestraat Historisch bodemonderzoek.pdf

* Raadsvergaderingen 14 februari 2023, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan Dalestraat 64a Banholt12.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

INLEIDING

In opdracht van uit Banholt gemeente Margraten is door MIKO milieutechniek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een perceel gelegen aan de Dalenstraat 64 te Banholt, ten behoeve van: T T

het verkrijgen van een verkläring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten (artikel 19 WRO) voor wijziging van het bestemmingsplan; de bouwvergunning aanvraag bij de gemeente Margraten.

Aanleiding voor onderhavig onderzoek vormt de voorgenomen verbouwing van het reeds bestaande voormalige molenpand längs de Dalenstraat. Ten behoeve van de aanvraag voor een bouwvergunningdient binnen het kader van artikel 8.2.C van de herziene Woningwet ('het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond') en artikel 2.1.5. van de gemeentelijke bouwverordening de milieuhygiënische status van de bodem ter hoogte van de geplande nieuwbouw te worden vastgesteld. Hiertoe is een zogenaamd verkennend bodem¬ onderzoek uitgevoerd conform de Nederlandse Voornorm (NVN 5740). Het onderzoeksrapport moet deel uitmaken van de aan¬ vraag om een bouwvergunning en een bestemmingsplanwijziging. Aanvragen om een bouwvergunning worden getoetst op bodemverontreiniging door de gemeentelijke dienst die belast is met bodemtaken. Deze zogenaamde bodemtoets wordt uiteindelijk door Burgemeester en Wethouders geformuleerd in een geschiktheidsoordeel. Eventueel kan de gemeente besluiten haar bodemtoets inhoudelijk af te stemmen op het provinciaal beleid. Aanvragen voor verklaringen van geen bezwaar conform artikel 19 WRO worden beoordeeld door Gedeputeerde Staten. De gewenste bestemmingsplanwijziging heeft betrekking op het gehele kavel behorende bij het te verbouwen deel van het voormalige molenpand.

1

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

MIKO

Uitgangspunt van een verkennend bodemonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op een bepaalde locatie bodemverontreiniging aanwezig is. Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat het vergunningplichtige bouwwerk niet wordt gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein dat schade of gevaar is te ver¬ wachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu, kan door Burgemeester en Wethouders, respectievelijk Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg, mede op basis van dit rapport een bouwvergunning respectievelijk bestemmingsplanwijziging worden afgegeven. Op de onderzoekslocatie zelf zijn onderhavig onderzoek geen andere verricht.

2

voorafgaand aan bodemonderzoeken

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

2.0

VOORONDERZOEK § 2.1

Algemene locatiegegevens

Plaatselijke aanduiding

: Dalenstraat 64 Banholt, gemeente Margraten

Topografische aanduiding

: Kaartblad 69 B Schaal 1:25.000 Coördinaten X = 184,538 Y = 311,513

Kadastrale aanduiding

: gemeente Margraten Sectie A Nummer 3531

Oppervlakte gehele onderzoekslocatie

: circa 1.100 m^

Oppervlakte bouwvergunningsplichtige deellocatie

: circa 95 m^

De onderzoekslocatie ligt in de bebouwde kom van Banholt, gemeente Margraten op een vrij steile dalhelling en wordt omgeven door hoofdzakelijk woonbebouwing met tuinen en infrastructurele voorzieningen en enkele agrarische bedrijfspanden. Het hoogteverschil binnen de onderzoekslocatie bedraagt meerdere meters. Bijlagen 1 en 2 geven de situering en indeling van het onderzochte terrein weer. § 2.2

Actueel en historisch locatiegebruik

Tot 194 8 is het te verbouwen pand in gebruik geweest als paardestal. In 1948 is het gebouw verbouwd tot graanmolen. Rond 1975 werd gestart met de handel in diervoeders en anderssoortige zogenaamde boerenbond-artikelen. De molenfunctie van het pand is zo'n 5 à 6 jaar geleden beëindigd.

3

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

De westelijke helft van het pand bestaat uit een verhoogd vloer van waaraf in vroeger jaren vrachtwagens konden worden in- en uitgeladen. Onderstaande schets van de westgevel geeft dit weer. Doordat het gebouw op een helling ligt bestaat de bodem onder de verhoogde vloer waarschijnlijk (deels) uit opgebracht materiaal. De herkomst en samenstelling hiervan hiervan is niet bekend.

In het pand was tot voor kort in de noordoosthoek ter hoogte van boring 3 een bovengrondse HBO-tank met een volume van 2.000 Itr. geplaatst. Deze tank is inmiddels verwijderd. De inpandige vloer keramiektegels.

bestaat

uit

in

cement

geplaatste

Het direct achter de voormalige molen gelegen terreindeel is verhard met betonklinkers, asfalt en steenslag. Hier bevinden zieh meerdere opstallen die momenteel in gebruik zijn als autostalling, en opslag van materia¬ len. Het tussengelegen buitenterrein fungeert als oprit (asfaltverharding) en autostalling voor zomergasten (steenslagverharding). Het achterste deel van de onderzoekslocatie is onverhard en ingericht als tuin rondom een kleine vakantiewoning. 4

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

MIKO

Tijdens de terreininspectie zijn geen zaken geconstateerd die wijzen op actuele bodemverontreinigende activiteiten. Volgens informatie verkregen van de heer Hendriks hebben tot op heden met uitzondering van de overslag van huisbrandolie geen potentieel bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. § 2.3

Bodemopbouw en (geo)hydrologie

De onderzoekslocatie maakt deel uit van het plateauterras van Kosberg en ligt op een hoogte van 173 meter +NAP. Dit vroeg-Pleistocene Maasterras is doorsneden door diepe van oorsprong glaciale droog- en beekdalen. De locatie ligt op de overgang van een dergelijk dal en het eigenlijke plateauterras. Het dal zelf is plaatselijk bekend als de Banholtergrubbe. Dergelijke overgangen tussen plateau en dal worden geomorfologisch aangeduid als afbraakwanden. De ondiepe ondergrond bestaat hier uit loss- en terrashellinggronden. Dit zijn verspoelde losslernen vermengd met relatief grof Maasgrind en eventueel meer en minder hoekige fragmenten vuursteen. In de diepere ondergrond kunnen achtereenvolgens grof Maasgrind, zandige afzettingen van Holset, vuursteeneluvium en Guípense kalksteen worden aangetroffen. De grondwaterspiegel bevindt zieh blijkens gegevens van TNO-DGV in de Guípense kalkformatie op een diepte van 43 m -MV (130 m +NAP). De regionale stromingsrichting is west-noordwest. De ondiepe lokale stromingsrichting zal op basis van de plaatselijke reliëftoestand zuidwestelijk gericht zijn. De locatie ligt binnen het freatisch grondwaterbeschermingsgebied De Dommel. In de direct omgeving vinden geen geregistreerde grondwateronttrekkingen plaats.

5

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

3.0

MIKO

ONDERZOEKSHYPOTHESE EN -PROGRAMMA

Uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie kan worden gekarakteriseerd als een onverdachte locatie. Het onderzoeksprograitima is gebaseerd op de hypothèse dat het een onverdacht terrein betreft met een oppervlakte van circa 1.100 . Het onderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Voornorm (NVN) 5740. Hiertoe worden zeven grondboringen tot 0,5 m -MV verricht, waarvan twee tot 2 m -MV worden doorgezet. De analyse vindt plaats op het standaard NVN bovengrond- en NVN ondergrondpakket. Ook wordt het lutum en organisch stofgehalte bepaald op een representatief mengmonster voor zowel de boven- als ondergrond. Het grondwater behoeft uitgaande van een diepte van meer dan 5 m -MV niet bij het onderzoek te worden betrokken. De analyse-resultaten worden getoetst aan de op basis van het plaatselijke lutum en organisch stofgehalte berekende streef- en interventiewaarden. Grondboringen worden met handboor- of ramgutsapparatuur verricht.

6

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

4.0

MIKO

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN § 4.1

Veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd op 30 januari 1995. Tijdens de uitvoering is uitgegaan van de Voorlopige Praktijkrichtlijn van VROM (VPR '85), de aangepaste Voorlopige Prakti jkrichtli jn van de 0KB (VPR '88) en van de NEN-, NVN en de NPR-normen voor zover deze van toepassing zijn, zie bijlage 7. De beringen 1, 2, 3 en 5 zijn verricht met behulp van ramgutsapparatuur. De overige boringen zijn uitgevoerd met handboorapparatuur (Edelman en slagguts). De gehanteerde methodieken voor grond- en grondwateronderzoek worden samenvattend beschreven in bijlage 5. De ligging van de zeven uitgevoerde boringen is weergegeven op bijlage 2. Ten behoeve van het grondonderzoek is in principe telkens per boring per halve meter een monster genomen. Hiervan is afgeweken wanneer dit op basis van veldwaarnemingen leidt tot het mengen van duidelijk verschillende en/of onverdachte en verdachte bodemlagen. Tijdens onderhavig onderzoek is afgeweken van de standaard monstername-strategie. In tabel 1 (volgende pagina) is een overzicht van de verschilfende monsternames en diepten weergegeven. Aan de hand van het aangeboorde bodemmateriaal is conform NEN 5104 een beschrijving van de bodemopbouw (zie paragraaf 5.1) gemaakt.

Tijdens de boorwerkzaamheden is het materiaal zintuiglijk beoordeeld zodat eventuele afwijkingen, ten opzichte van de verwachte natuurlijke samenstelling en structuur, konden worden vermeld.

7

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

Tabel 1:

Monstername-diepten

MONSTERNUMMER DIEPTE In m -Mv BORING

MONSTER

1

-

2 3 4 5

— -

6 7

—

-

1 2 3 4 1 1 1 1 2 1 1 2 3

§ 4.2

— -

-

0,0 - 0,5 0,6 - 0,8 1,0 - 1,5 1,6 - 2,0 0,0 - 0,2 0,8 - 1,0 0,0 - 0,5 0,05- 0,2 0,2 - 0,6 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,6 - 1,1 1,1 - 1,4

Laboratorium onderzoek

Onderstaande tabel 2 geeft de samenstelling veldmonsters tot drie mengmonsters weer: Tabel 2

van

de

Samenstelling mengmonsters MONSTERNUMMER

MM

BORING

NIVEAU

1

1 tin 7

bovengrond

1-1 + 2-1 + 3-1 + 4-1 + 5-2 + 6-1 + 7-1

2

2

ondergrond

1-2 + 1-3 + 1-4 + 7-2

3

1 tm 4

0,0 - 2,0

MM 1 + MM 2

MM = mengmonster NIVEAU = maximale monstername-trajekt

Ten behoeve van het onderzoek van de toplaag van het bodemprofiel zijn de betreffende monsters van boringen 1 tot en met 7 aangeboden aan het laboratorium om te worden samengesteld tot een mengmonster (MM 1) dat vervolgens is onderzocht op de componenten uit het NVN bovengrond-pakket.

8

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

Ml KO

De ondergrondmonsters van de diepe boringen 1 en 7 zijn eveneens aangeboden aan het laboratorium en samengesteld tot een mengmonster (MM 2). Aansluitend is dit mengmonster geanalyseerd op de componenten uit het NVN ondergrondpakket. Samenstelling NVN bovengrondpakket: - Zware metalen: Arseen, Cadmium, Chroom. Koper, Lood, Zink, Kwik en Nikkei; - EOX (extraheerbare organische halogenen); - PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen); - Minerale olie. Samenstelling NVN ondergrondpakket: - Zware metalen: Arseen, Cadmium, Chroom. Koper, Lood, Zink, Kwik en Nikkei; - EOX (extraheerbare organische halogenen). - BETX (Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen, m+p Xyleen, (-Xyleen) en Naftaleen; - VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Het gemiddelde lutum en organisch stofgehalte werd vastgesteld op een totaal mengmonster (MM 3) representatief voor zowel de boven- als ondergrond. Het chemisch analytisch onderzoek van de bodemmonsters is uitgevoerd door het STERlab gekwalificeerd laborato¬ rium van Biochem te Zoetermeer.

9

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

5.0

MIKO

Resultaten § 5.1

Veldonderzoek

Tijdens het onderzoek van de boorprofielen teerde zieh de volgende bodemopbouw: Boring 1: diepte in m -MV

Samenstelling en Kleur

0,0

-

0,6

TiKKM/ matig zandlg donkerbruin uiterst veel bodemvreemde bestanddelen (zeer fijn - zeer grof); baksteen, mortel, metaal en kooldeeltjes, mergel

0,6

-

0,8

LEEM, zwak zandig, matig grindig (zeer grof) licht bruin enkele kooldeeltjes en baksteenfragmenten (zeer fijn) Al insluitsels

0,8

-

1,6

KLEI, uiterst slltlg, uiterst grindig (zeer grof) licht bruin Bevat Maasgrind en vuursteen

1,6

-

2,0

ZAND, sterk slltig, zwak grindig (zeer grof) geelbruin Bevat Maasgrind en vuursteen

Boring 2: diepte in m -MV

Samenstelling en Kleur

0,0

LEEM, zwak zandlg, zwak grindig (fijn) liohtbruin enkele kooldeeltjes (zeer fijn)

-

0,2

0,2 - 0,5

LEEM, matig zandlg, sterk grindig (zeer grof) licht roodbruin

10

manifes-

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

Boring 3: diepte ln m -MV

Samenstelling en Kleur

0,0

-

0,8

VITLZAND, (matig fijn) grijs

0,8

-

1,0

LEEM, ulterst zandig geelbruin

Boring 4: diepte in m -MV

Samenstelllng en Kleur

0,0 - 0,5

LEEM, zwak zandig bruin enkele baksteen- en kooldeeltjes ( zeer fijn) Al insluitsels

Boring 5: diepte in m -MV

Samenstelllng en Kleur

0,0 - 0,05

STEENSLAG

0,05 - 0,2

INDUSTRIESLAKKEN ( zeer grof)

0,2

LEEM, zwak zandig, sterk grindig ( zeer grof) geelbruin

-

0,6

Boring 6: diepte in m -MV

Samenstelling en Kleur

0,0 - 0,5

KLEI, uiterst siltig, zwartbruin

11

MIKO

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

Boring 7: dieptie in SaBiens1:elling en iQeur ■ -MV

zwak zandig, donker bruin enkele bakateenfragmenten (zeer fijn)

0,0

-

0,6

TIKKM ,

0,6

-

0,8

GRIND, (matig grof), sterk siltig

0,8

-

1,4

GRIND, (zeer grof) sterk zandig

12

MIKO

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

§ 5.2

MIKO

Locatie specifieke referentie-waarden

De streef- en interventiewaarden als toetswaarde voor een multifunctionele bodem respectievelijk een ernstige verontreiniging is afhankelijk gesteld van het lutum en organisch stofgehalte van de bodem. Er kan worden gesproken van een gedifferentieerde toetswaarde op basis van de locatiespecifieke bodemeigenschappen. In tabel 3 zijn de lutum en organisch stofpercentages weergegeven.

Tabel

: 3

BODEM

Menginonster : 3 Seriecode : HEN/950130 Veldmonsters: 1-1 + 1-2 + 1-3 + 1-4 + 2-1 + 3-1 + 4-1 + 5-2 + 6-1 + 7-1 + 7-2 Analyse : lutum en organisch stof Lab. nr. : 123051

Componenten

Lutum Organisch stof

Resultaat in % in ds

6,0

Op basis van de verkregen lutum en organisch stofper¬ centages zijn in tabel 4 op de volgende pagina de berekende Streef- en Interventiewaarden weergegeven.

13

MIKO

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

Tabel 4

;

mengmonster : lutum : organisch stof:

Toetswaarden BODEM in mg/kg ds 3 6,8 % 1,7 %

Componenten

S-waarde

S + I / 2

I-waarde

Zware metalen Chroom Nikkei Koper Zink Cadmium Lood Arseen Kwik

64 17 20 73 0,5 59 18 0,2

153 59 63 224 3,9 212 27 3,9

242 101 106 375 7,2 365 35 7,5

PAK totaal

0,2

3,5

6,8

EOX

0,1

8

80

Minerale olie

9

429

850

»H o o o o

0,1 11 4,3 2,1

0,2 22 8,5 4,3

0,0002

0,9

1,7

0,0002 0,0002 0,0002

0,1 5,1 0,3

0,2 10,2 0,7

VAK Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xyleen VOCl Trichloormethaan 1,1,1, Trichloorethaan Tetrachloormethaan Trichlooretheen Tetrachlooretheen

0,01 0,01

TOELICHTING S = Streefwaarde I = Interventiewaarde S+I/2 = Toetswaarde Nader onderzoek

14

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

§ 5.3

Laboratorium onderzoek

De analyseresultaten van de onderzochte bodemmonsters zijn weergegeven in de tabellen 5 en 6. Tâbel

BODEM

Mengmonster ; 1 Seriecode : HEN/950130 Veldmonsters: 1-1 + 2-1 + 3-1 + 4-1 + 5-1 + 6-1 + 7-1 Analyse : NVN bovengrondpakket Lab. nr. : 123051

ANALYSE-RESULTAAT in mg/kg ds

COMPONENTEN

< <

<

0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,13 0,06 0,1 O O

< < < < <

A

PAK's Naftaleen Fenantreen Antraceen Fluorantheen Benzo(a)antraceen Chryseen Benzo{k)fluorantheen Benzo(a)pyreen Benzo(ghi)peryleen Indeno(1,2,3,cd)pyreen PAK totaal

<

30 12,5 11,5 79 0,2 17 10 0,1

(*)

S-waarde

S + 1/2

I-waarde

73

224

375,2

I-*

Zware metalen Chroom Nikkei Koper Zink Cadmium Lood Arseen Kwik

TOETSWAARDEN per aangetroffen verontreiniging

< <

0,01 1,0

EOX (opm. 1)

<

0,1

Minerale olie

<

50

TOELICHTING ( ) Uiterst geringe overschrijding van de Toetswaarde * Overschrijding van de S(treef)waarde ** Overschrijding van de Toetswaarde voor Nader Onderzoek *** Overschrijding van de I(nterventie)waarde opm. 1 det. hum.

Voor EOX zijn geen Street- en/of Interventiewaarden vastgesteld. Getoetst wordt aan de oude A, B en C-waarden uit de Leidraad bodembescherming. Verhoogde detectiegrens door storingspiek. Olie-indicatie: het monster bevat waarschijnlijk humuszuurachtige verbindingen. Mogelijkerwijs betreft het PAK-achtige verbindingen.

15

MIKO

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

BODEM 2 HEN/950130 1-2 + 1-3 + 1-4 + 7-2 NVN ondergrondpakket 123051

VOCl Trichloormethaan 1,1,1 Trichloorethaan Tetrachloormethaan Trichlooretheen Tetrachlooretheen Tot. VOC

EOX

< < <

< 0,05 < 0,05 < 0,05 < 0,02 to

O O

VÄK Benzeen Tolueen Ethylbenzeen m+p Xyleen 0 Xyleen Tot. BETX Naftaleen

< 0,2 < 0,5

<

0,01

< 0,01 < 0,01 < 0,01 < 0,3

<

Minerale olie

TOETSWAARDEN per aangetroffen verontrelnlging

21 8,6 8,7 34 0,2 15 10 0,1

o o Ui

Zware metalen Chroom Nikkei Koper Zink Cadmium Lood Arseen Kwik

A

Mengmonster : Seriecode : Veldmonsters: Analyse : Lab. nr. :

A

Tabel

0,1 52

(onb) •

429

850

Il TOELICHTING ( ) Uiterst geringe overschrijdlng van de Toetswaarde * Overschrijdlng van de S(treef)waarde ** Overschrijdlng van de Toetswaarde voor Nader Onderzoek »** Overschrijdlng van de I(nterventie)waarde opm. 1 det. hum.

Voor BOX zijn geen Streef- en/of Interventiewaarden vastgesteld. Getoetst wordt aan de oude A, B en C-waarden ult de Leldraad bodembeschermlng. Verhoogde detectlegrens door storlngspiek. Olie-indicatie: het monster bevat waarschijnlijk humuszuurachtlge verbindingen. Mogelijkerwijs betreft het PAK-achtige verbindingen.

16

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

6.0

MIKO

EVALUATIE § 6.1

Veldonderzoek

In de toplaag zijn antropogene afvalstoffen, zoals puin-, baksteenfragmenten en kooldeeltjes aangetroffen. Dit duidt op ophoging of roering van de bodem. Op boorlocatie 5 (parkeerplaatst zomergasten) is terreinverharding met industrieslakken aangebracht. Waarschijnlijk betreft het hier zinkslakken afkomstig van de Zinkwit te Eijsden. In het oorspronkelijke onderliggende bodemprofiel zijn deze slakken niet meer teruggevonden. Het achterterrein wordt gekenmerkt door een zeer dun (verspoeld) lössleemdek van slechts een halve meter. Het onderliggende Maasterrasgrind is op ruim 1 meter -MV verzadigd met grondwater. Het betreft hier een zwevend, lokaal grondwaterpakket dat enkele tientallen meters hellingafwaarts kwelzones heeft doen ontstaan. Deze bronnetjes drogen in de zomermaanden op (mond. med. dhr Hendriks). Het zwevend grondwater stagneert waarschijnlijk op het vuursteeneluvium en vormt geohydrologisch een afgesloten eenheid. De profielbeschrijvingen bevestigen dat de bodem hoofdzakelijk bestaat uit hellingafzettingen bestaande uit een mengsel van vespoeld(e) Maasgrind, vuursteenfragmenten, grof zand en lössleem. § 6.2

Laboratorium onderzoek

De analyse-resultaten zijn getoetst aan streefwaarden respectievelijk de interventiewaarden uit de MILBOWA en de circulaire Interventiewaarden bodemsanering van 9 mei 1994 nr. DBO/079013.

17

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

MIKO

Deze waarden worden als volgt omschreven: Streefwaarde: Deze geven het kwaliteitsnivo van de bodem aan waarbij de risico's voor de als nadelig te waarderen effecten voor de functionele eigenschappen van de bodem verwaarloosbaar worden geacht. Bij een concentratienivo onder de streefwaarde is sprake van multifunctionele bodem. (Interventiewaarde + streefwaarde) /2: Toetsingswaarde voor een nader onderzoek. In geval van overschrijding is in de meeste gevallen een nader onderzoek naar de omvang en risico's van een bodemverontreiniging gewenst. Interventiewaarde: De interventiewaarden geven het concentratie nivo voor verontreiniging in de grond en grondwater waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschap¬ pen die de bodem heeft voor mens, plant en dier. Bij gehaltes boven de interventiewaarde is er sprake van (een geval van) ernstige bodemveront¬ reiniging . Bovengenoemde toetsingswaarden zijn door het Mini¬ sterio van VROM opgestelde richtwaarden die tezamen met de bestemming van het terrein en de specifieke lokale omstandigheden een juiste beoordeling van de verontrei¬ niging mogelijk maken. Ten aanzien van deze toetswaarden wordt de standaardterminologie gehanteerd: - lager dan de S-waarde - tussen de S- en (I+S)/2-waarde - tussen de (I+S)/2 en I-waarde - hoger dan de I-waarde

volgende

= niet verontrelnigd = licht verontrelnigd = matig verontrelnigd - ernstig verontrelnigd

Uit de analyseresultaten van de bodemmonsters blijkt dat de toplaag uiterst licht verontreinigd is met Zink (79 mg/kg ds). De streefwaarde voor de zink component wordt relatief gezien in zeer geringe mate overschreden.

18

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

MIKO

In de ondergrond wordt alleen een geringe overschrijding van de streefwaarde voor het totale Minerale olie gehalte (52 mg/kg ds) aangetroffen. Aangezien het in deze een zwaardere fractie betreft (> C22) is het geen huisbrandolie tenzij het om een oude verontreiniging handelt warvan de lichte fractie in de loop der tijd is verdampt of afgebroken.

19

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

7.0

MIKO

CONCLUSIE

Uit onderhavig onderzoek is gebleken dat de toplaag van de onderzoekslocatie gelegen aan de Dalenstraat 64 te Banholt uiterst licht verontreinigd is met Zink. De ondergrond is zeer licht verontreinigd met Minerale olie. De aangetroffen lichte verontreinigingen leiden in relatie tot het voorgenomen bodemgebruik niet tot een relevant geacht risico van schade of gevaar voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu ter plekke van de verbouwing.

Maastricht, 20 februari 1995

I

20

MIKO

1 > Honthatn. >4X131.3 fx^333/rj -;

’îS?-2^V~^JXX^4;X<''44^

/^^»cBruisterSoScÎjyy.

\

“ j:l!~t H3 Sy / /I \ V ¿3^? j^YvV ( Ä ^\ —■—- ;

ff&r/'Mm4^ LOCATIE y<l/ ?^-',— TV'___

j ^ ^

C^C_ Gff>^e

A'%5^3 -•'Tf : '-'<>XXX/'V x<\ iii^y’Cy^-^'Tis < yyy lÊ^-tk’ >X44’ ^ ' -/;■X^;3^'<r pXr'XY/<,XliS’^;4âX îS»^'i44yT fivy iÀ >^vXVT?yííi^#^'XXX' &

vîTëtilihden^

■^j'voX^y^^OX^XAX ; -iiyf^/iy / PX'X/P X/ c::.- '-' X y., / '/-/ / -•, ’ r<>®>T yyO^^ X1 \\ \ ' rsi.ff > AQ* \ VçV Bijlage 1 : Ligging van de > 4\ onderzoekslocatie

\(;/jy^,' -^J yV'

Bron : Top.krt. 69 B : ^"'-vX3'^^'~~^'vs^/ y 1, V4 / ’:^y¡kí;.J^

(

':3

H

Schaal : 1

: 25-000

MIKO

MIKO rapport nr. 08/950210/2-1

Tabel Tabel 2

Sainenstelllng inengnionsters

MM

BORING

NIVEAU

1

1 tm 7

bovongrond

Tabol MONSTERNUMMER

1-1 + 2-1 + 3-1 + 4-1 + 5-2 ♦ 6-1 + 7-1

2

2

ondergrond

1-2 ♦ 1-3 * 1-4 + 7-2

3

1 tm 4

0,0 - 2,0

MM 1 + MM 2

Mengmonster : 1 Seriecode : HEN/950130 Veldmonsters; 1-1 + 2-1 + 3-1 ♦ 4-1 + 5-1 ♦ 6-1 + 7-1 Analyse : NVN bovengrondpakket Lab. nr. : 123051

Zware metalen Chroom Nikkei Köper Zink Cadmium Lood Arseen Kwik PAK's Naftaleen Fenantreen Antraceen Fluorantheen Eenzo(a)antraceen Chryseen Benzo(k)tluorantheen Benzo(a)pyreen Benzo(ghl)peryleen Indeno(1,2,3,cd)pyreen PAK totaal

Monstername-dlepten

MONSTERNUMMER

ANALYSE-RESULTAAT in mg/kg ds

< < <

< < < < <

30 12,5 11,5 79 0,2 17 10 0,1

< < < <

0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,13 0,06 0,1 0,01 0,01 1,0

EOX (opm. 1)

<

0,1

Minerale olle

<

50

(*)

Mengmonster ; 2 Sorieooda ; HEN/950130 Veldmonsters: 1-2 + 1-3 + 1-4 + 7-2 Analyse ; NVN ondergrondpakket Lab. nr. ; 123051

MONSTER

S-waarde

S + 1/2

I'Waarde

*

* t»

* * Ik

73

224

375,2

Zware metalen Chroom Nikkei Köper Zink Cadmium Lood Arseen Kwlk

< <

21 8,6 8,7 34 0,2 15 10 0,1

VÄK Benzeen Tolueen Ethylbenzeen m*p Xyleen 0 Xyleen Tot. BETX Nattaleen

< < < < < < <

0,05 0,05 0,05 0,02 0,02 0,2 0,5

VOCl Trichloormethaan 1,1,1 Trlchloorethaan Tetrachloormethaan Trlchlooretheen Tetrachlooretheen Tot, VOC

< 0,01 < 0,03 < 0,01 < 0,01 < 0,01 < 0,3

EOX

<

Minerale olle

6 7

1 1 2 3

-

-

—

0,0 - 0,5 0,6 - 0,8 1,0 - 1,5 1,6 - 2,0 0,0 - 0,2

-

1 M O

-

CD

— -

1 2 3 4 1 1 1

J

2 3 4 S

-

O

1

0,0 - 0,5 0,05- 0,2 0,2 - 0,6 0,0 - 0,5 0,0 - 0,5 0,6 - 1,1 1,1 - 1,4

TOETSWAARDEN per aangetroffen verontreiniging

TOETSWAARDEN per aangetroffen verontreiniging

DIEPTE ln m -Mv BORING

BODEM

BODEM

COMPONENTEN

MM ^ » mengmonster NIVEAU = maximale monstername-trajekt

Tabel 1:

! 5

<

0,1 52

(onb) *

9

429

850

TOELICHTING TOELICHTING ( ) Ulterst geringe overschrijding van de Toetswaardo I * Overschrijding van de S(treef)waarde ** Overschrijding van de Toetswaarde voor Nader Onderzoek Overschrijding van da I(nterventle)waarde opm. 1 det. hum.

Voor EOX zljn geen Street- en/of Interventlewaarden vastgesteld. Getoetst wordt aan de oude A. B en C-waarden uit de Leldraad bodembeschermlng. Verhoogde detectlegrens door storingsplek. Olle-lndlcatle: het monster bevat waarschljnlljk humuszuurachtlge verblndingen. Mogelijkerwljs betreft het PAK-achtige verbindingen.

( ) • **

Ulterst geringe overschrijding van da Toetswaarde Overschrijding van da S(treef)waarde Overschrijding van de Toetswaarde voor Nader Onderzoek Overschrijding van de I(nterventle)waarde

opm. 1 det. hum.

Voor EOX zljn geen Street- en/ot Interventlewaarden vastgesteld. Getoetst wordt aan da oude h, B en C-waarden ult de Leldraad bodembeschermlng. Verhoogde detectlegrens door storingsplek. Olle-lndicatle: het monster bevat waarschljnlljk humuszuurachtlge verblndingen. Mogelijkerwljs betrett het PAK-aohtlge verblndingen.

o boring

0,5m-MV

boring 2,0m-MV bebouwing 'njej'mbt besfemmingsplan -wijzíging idem perceelgrens perceelgrens bebouwing

schaal

I

1:1000

O

.j

AAIKO milieutechniek Kast. Holtmeulenstraat 9 6222 AV Maastricht S 043-63 55 33

KADASTRALE GEGEVENS gemeente Magnaten sectie : A nummer : 3531

onderwerp:

Situatietekening met boorlocaties opdrachigever

datum:

febr.

getekeríd:

Dalenstraat 64 6262 MN Banholt

schaat: bijlage:

1:275 2

1995

Bijlage 8 Plattegrond timmerwerkplaats

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=365b2bb4-1dcd-4193-bf30-75659b3fa7ec