CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20221018 08b Bijlage Toelichting.pdf

* Raadsvergaderingen 18 oktober 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan Waterrijk 3 gronsveld17.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting

Toelichting

Inhoud

d

1 Inleiding 4 1.1 Algemeen ................................................................................................................................... 4 1.2 Grens van het plangebied .......................................................................................................... 5 1.3 Vigerende bestemmingsplannen ............................................................................................... 5 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................. 8 2 Planologisch beleidskader 9 2.1 Rijksbeleid .................................................................................................................................. 9 2.2 Provinciaal beleid ..................................................................................................................... 12 2.3 Regionaal beleid ...................................................................................................................... 15 2.4 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................. 18 3 Beschrijving plangebied

22

4 Ontwikkelingen 24 4.1 Verbouwplan ........................................................................................................................... 24 4.2 Parkeren ................................................................................................................................... 27 4.3 Duurzaamheid.......................................................................................................................... 27 5 Milieuplanologische aspecten 28 5.1 Water ....................................................................................................................................... 28 5.2 Bodem ...................................................................................................................................... 29 5.3 Geluid ....................................................................................................................................... 29 5.4 Externe veiligheid .................................................................................................................... 30 5.5 Luchtkwaliteit .......................................................................................................................... 33 5.6 Archeologie ..............................................................................................................................

34 5.7 Flora en fauna .......................................................................................................................... 35 5.8 Spuitzone ................................................................................................................................. 36 5.9 Kabels en leidingen .................................................................................................................. 37 6 Het bestemmingsplan 38 6.1 Algemeen ................................................................................................................................. 38 6.2 Opzet van de regels ................................................................................................................. 38 6.3 Artikelsgewijs ........................................................................................................................... 39 7 Financiële uitvoerbaarheid

41

8 Handhavingsparagraaf

42

9 Communicatieparagraaf 43 9.1 Wettelijk vooroverleg instanties ex art. 3.1.1. Bro .................................................................. 43 9.2 Zienswijzen ex art. 3.8 Wro ..................................................................................................... 43 Bijlage 1 Raadsvoorstel en -besluit ............................................................................................... 44 Separate bijlagen: 1. Spider Monkey Consultancy, 'Akoestisch onderzoek geluidbelasting wegverkeerslawaai Waterrijk 3 in Gronsveld', rapportnummer 20201101, d.d. 12.03.2021; 2. Ecolybrium, 'Quickscanonderzoek Ecologische Waarden Waterrijk 3, te Gronsveld', rapportnummer 21-867, d.d. 09.03.2021;

Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 2 -

Toelichting

3. Adromi Groep, 'Spuitzone-onderzoek wil/R202168/2101c, d.d. 21.10.2022 d

Waterrijk

Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 3 -

3

Gronsveld',

rapportnummer

Toelichting

1 Inleiding

d

1.1 Algemeen Aanleiding De Hoeve Waterrijk, op het perceel Waterrijk 3 te Gronsveld, is een hoeve van mergel en baksteen met een bijbehorende binnenplaats die in 1967 is aangewezen als Rijksmonument. De hoeve is thans in gebruik ten behoeve van één woning. De eigenaar en bewoner van de hoeve heeft het plan opgevat om in het pand een tweede woning te realiseren door middel van een inpandige verbouwing. Hiermee kan de hoeve optimaal worden gebruikt en beter duurzaam in stand worden gehouden. Conform het ter plaatse vigerende ‘Bestemmingsplan Buitengebied’ (door de raad van de voormalige gemeenteraad Eijsden vastgesteld op 27 april 2010) is in het pand één woning toegestaan. In artikel 22 lid 7 van het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt om door middel van een wijzigingsplan een woning toe te voegen in monumentale en/of karakteristieke bebouwing en bebouwing waarvan handhaving noodzakelijk is voor of ondersteunend is aan handhaving van de stedenbouwkundige structuur. De gemeente EijsdenMargraten wil meewerken aan dit initiatief, rekening houdend met de monumentale waarden van het pand. Deze wijzigingsbevoegdheid kan in principe worden toegepast voor dit Rijksmonumentale pand.

Echter, de gemeente Eijsden-Margraten heeft in 2013 (enkele jaren na de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’) beleid vastgesteld inzake spuitzones bij gevoelige functies (zoals woningen) die grenzen aan agrarische percelen. Dit beleid leidt ertoe dat op gronden binnen een straal van 50 meter vanaf het woonperceel geen (chemische) bestrijdingsmiddelen mogen worden gebruikt. Deze zogenaamde ‘spuitvrije zone’ dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het bestemmingsplan te worden verankerd. De spuitvrije zone is in de voorliggende situatie gelegen op gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’, terwijl de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend op de bestemming ‘Wonen’ van toepassing is. De wijzigingsbevoegdheid kan derhalve niet worden gebruikt voor de voornoemde agrarische gronden. Hierdoor is het noodzakelijk een separaat bestemmingsplan op te stellen. Dit plan ligt thans voor. Wettelijk kader/structuur bestemmingsplan Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en daarop betrekking hebbende regels de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden.

De structuur van bestemmingsplan 'Waterrijk 3 Gronsveld' dient conform artikel 1.2.1. en volgende van het Bro en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) te voldoen aan de “Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen” (SVBP2012). Dit houdt in dat de verschijningsvorm van een bestemmingsplan en een aantal begrippen zijn gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding (een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.1903.BPLKOM1101-ON01; - regels; deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:1000.

Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 4 -

Toelichting

1.2 Grens van het plangebied d Het plangebied is gelegen tussen de kernen Gronsveld en Rijckholt maar behoort tot de kern Gronsveld. Omdat een spuitvrije zone moet worden bestemd is ook een deel van de agrarische gronden met een afstand van 50 meter tot de woonbestemming meegenomen in dit plan. De begrenzing van het plangebied van het bestemmingsplan ‘Waterrijk 3 Gronsveld’ is op onderstaande kaart weergegeven:

Situering plangebied aan de Waterrijk 3 te Gronsveld

1.3 Vigerende bestemmingsplannen Het plangebied is thans planologisch-juridisch geregeld in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld d.d. 27.04.2010). Daarnaast is op het plangebied tevens een paraplu-bestemmingsplan van kracht, te weten het ‘Parapluplan Parkeren Eijsden-Margraten’. Beide plannen komen in het navolgende aan de orde. Op onderstaande afbeelding is een fragment weergegeven van het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’ waar het plangebied is aangegeven met een rode begrenzing:

Uitsnede verbeelding ‘Bestemmingsplan Buitengebied’ Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 5 -

Toelichting

Bestemmingsplan ‘Buitengebied’ In dit bestemmingsplan is de Hoeve Waterrijk d bestemd tot ‘Wonen’. Daarbij is, volgens de regels, één woning toegestaan binnen het daartoe aangegeven bouwvlak. Op het naastgelegen terrein geldt de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch met waarden’. Naast deze enkelbestemmingen zijn er de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Beekdal’, ‘Waarde – Cultuurhistorie’, ‘Waarde – Ecologie’, ‘Waarde – Landschapselement’ en ‘Waterstaat – Erosie’ van kracht. In het onderstaande worden de doeleinden die binnen deze enkelbestemmingen en dubbelbestemmingen zijn toegestaan kort beschreven. Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ Gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ zijn bestemd voor: - agrarisch gebruik; - bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast, waaronder begrepen de aanleg van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; - instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden en de daarmee samenhangende landschapskarakteristiek; - bescherming van aangrenzend natuurgebied; - kleinschalig agrarisch gebruik, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘overig – concentratiegebied hoogstamboomgaarden’; (*) - ontsluiting van de afzonderlijke percelen; - recreatief medegebruik; - geluidwerende voorzieningen in de vorm van een geluidwal; - voor

wandel-, ruiter-, fiets-, wielren- en mountainbike-evenementen op bestaande wegen/paden waarbij de regels in artikel 40.3 in acht worden genomen. (*) : deze aanduiding komt niet voor binnen het voorliggende plangebied. Op de tot ‘Agrarisch met waarden’ bestemde gronden mogen uitsluitend kleinschalige recreatieve voorzieningen, veldschuren en schuilgelegenheden en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van agrarisch gebruik worden gebouwd. Enkelbestemming ‘Wonen’ Gronden met de enkelbestemming ‘Wonen’ zijn bestemd voor: - wonen, met inbegrip van mantelzorg; - aan huis gebonden beroepen; - agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis; - bijbehorende voorzieningen. Op de tot ‘Wonen’ bestemde gronden mogen hoofdgebouwen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van het aangegeven bouwvlak. Daarbij is tevens op de verbeelding aangegeven hoeveel woningen zijn toegestaan. In de voorliggende situatie is dat één woning. Bijgebouwen mogen zowel binnen het bouwvlak als ook binnen de aanduiding ‘bijgebouwen’ worden gebouwd. Binnen dit plangebied is geen aanduiding ‘bijgebouwen’ opgenomen, waardoor bijgebouwen uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak.

In artikel 22 lid 7 van het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt om door middel van een wijzigingsplan een woning toe te voegen in monumentale en/of karakteristieke bebouwing en bebouwing waarvan handhaving noodzakelijk is voor of ondersteunend is aan handhaving van de stedenbouwkundige structuur. De wijzigingsbevoegdheid kan in principe worden toegepast voor dit Rijksmonumentale pand. Echter, de gemeente EijsdenMargraten heeft in 2013 beleid vastgesteld inzake spuitzones bij gevoelige functies (zoals woningen) die grenzen aan agrarische percelen. Dit beleid leidt ertoe dat op gronden binnen een straal van 50 meter vanaf het woonperceel geen (chemische) bestrijdingsmiddelen mogen worden gebruikt. Deze zogenaamde ‘spuitvrije zone’ dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het bestemmingsplan te Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 6 -

Toelichting

worden verankerd. Hierdoor maken ook gronden buiten de woonbestemming deel uit van het plan, waardoor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid voor dit plan niet meer mogelijk is. d Dubbelbestemming ‘Waarde – Beekdal’ Gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Beekdal’ zijn, naast de andere voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor instandhouding en versterking van de natuurlijke waterhuishouding, betreffende zowel het oppervlaktewater als het grondwater, en de daarvan afhankelijke landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede de realisering van een veerkrachtig watersysteem geschikt voor waterconservering en opvang van hoge waterafvoeren. Dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ Gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ zijn, naast de andere voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor instandhouding en versterking van de cultuurhistorische waardevolle elementen (monumenten) en patronen (verkavelingen, wegenpatronen, beplantingspatronen, stedenbouwkundig beeld). Dubbelbestemming ‘Waarde – Ecologie’ Gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Ecologie’ zijn, naast de andere voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor instandhouding en versterking van samenhang tussen abiotische (niet-levende natuur) en biotische (levende natuur) kenmerken van de betreffende plangebiedsdelen.

Dubbelbestemming ‘Waarde – Landschapselement’ Gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschapselement’ zijn, naast de andere voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor instandhouding en herstel van de in het buitengebied aanwezige kleine landschapselementen en de daarmee samenhangende landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede het daarmee samenhangende waterbergend vermogen van de grond. Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Erosie’ Gronden met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Erosie’ zijn, naast de andere voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor het bestrijden en voorkomen van: bodemerosie en wateroverlast; het verloren gaan het voortbrengend vermogen van de bodem; de aantasting van het grondwaterpakket. Parapluplan Parkeren Eijsden-Margraten Dit paraplubestemmingsplan (vastgesteld d.d. 25.09.2018) is opgesteld om eenduidige parkeernormen voor de hele gemeente Eijsden-Margraten vast te leggen. De in dat plan opgenomen regeling is, conform de doeleinden van het paraplubestemmingsplan, overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Nieuwe planologische situatie Met de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan ‘Waterrijk 3 Gronsveld’ voor het voorliggende plangebied komt dit gedeelte van het vigerende bestemmingsplan ’Buitengebied’ uit 2010 te vervallen.

Het gebied is in het nieuwe plan voorzien van een moderne juridische regeling, waarbij in het pand twee woningen worden toegestaan. De bepalingen uit het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren Eijsden-Margraten’ zijn overgenomen in dit nieuwe bestemmingsplan. Daarnaast is in dit nieuwe plan ook een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 5’ opgenomen omdat de gemeente in de periode na het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ een archeologische beleidsen verwachtingenkaart heeft vastgesteld waarin voor het gehele grondgebied van de gemeente bepaalde archeologische verwachtingswaarden zijn vastgelegd.

Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 7 -

Toelichting

1.4 Leeswijzer d De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit negen hoofdstukken. Na dit inleidende eerste hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de voor dit plan relevante beleidskaders op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het plangebied gegeven met de huidige ruimtelijke, functionele of andere structuren die daarbinnen aanwezig zijn. In hoofdstuk 4 worden de binnen het plangebied te realiseren ontwikkelingen beschreven en in hoofdstuk 5 komen de milieuplanologische aspecten aan de orde. Hoofdstuk 6 handelt over de opbouw van de regels in dit bestemmingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de bestemmingsregels. In hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan de orde en hoofdstuk 8 bevat een handhavingsparagraaf. Deze toelichting wordt afgesloten met een communicatieparagraaf in hoofdstuk 9. Hier is aangegeven welk communicatietraject is doorlopen en wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hierbinnen komen de resultaten van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro en de ingekomen zienswijzen en de beantwoording daarvan door de gemeente aan de orde.

Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 8 -

Toelichting

2 Planologisch beleidskader d 2.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Milieu (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het huidige ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau. De hoofddoelstelling van de SVIR is Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Dit gebeurt aan de hand van drie deeldoelen waaraan 13 nationale belangen zijn gekoppeld: Doel

Nationaal belang

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk- economische structuur van Nederland

1. een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van ruimte voor het hoofdnetwerk 2. voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond. 5. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande Mobiliteitssysteem; 7. het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen.

Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat.

Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke en cultuurhistorische waarden behouden zijn

8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wro, twee besluiten waarmee dat mogelijk is: het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Van provincies en de gemeenten wordt gevraagd de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, (dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie), door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, bijvoorbeeld bij de verlening van een omgevingsvergunning.

Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 9 -

Toelichting

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een d beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Mainportontwikkeling Rotterdam, het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee en het Waddengebied, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Er zijn ten behoeve van onderhavig plan geen onderwerpen van Rijksbelang uit het Barro die in het kader van het voorliggende bestemmingsplan dienen te worden beschouwd. Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds oktober 2012 geldt bij ruimtebesluitvorming een voor de praktijk belangrijke nieuwe motiveringsplicht. Het betreft de in artikel 3.1.6, tweede lid Bro opgenomen plicht om indien een bestemmingsplan voorziet in een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ de aanvaardbaarheid daarvan in de toelichting van dat plan wordt onderbouwd. Voor deze onderbouwing dient de zogeheten ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ te worden doorlopen.

Overheden dienen nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren met drie opeenvolgende stappen. De stappen bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin dit gebied ligt. De Ladder voor duurzame verstedelijking voor onderhavig plan Voorvraag: is sprake van een Nieuwe Stedelijke Ontwikkeling (NSO)? Allereerst dient de voorvraag te worden gesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Volgens de begripsbepalingen in artikel 1.1.1, eerste lid Bro is een NSO als volgt gedefinieerd: ‘… een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van woningbouwlocaties als stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. Jurisprudentie De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 11 juni 2014 een uitspraak gedaan in een zaak (nummer 201306888/1/R2) waarin de bouw van zeven woningen planologisch mogelijk werd gemaakt. De Afdeling heeft in deze zaak geoordeeld dat het mogelijk maken van zeven woningen een dermate kleinschalige ontwikkeling is, dat deze niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden beschouwd.

Er zijn inmiddels uitspraken bekend van zaken waarbij tien of elf woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien, mits deze geen deel uitmaken van een groter woningbouwproject. Uit het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het onderhavige plan, waarin sprake is van het inpandig toevoeging van één woning, niet kan worden gezien als een woningbouwlocatie en hiermee tevens niet kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw Directe aanleiding voor het kabinetsstandpunt „Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw‟ (WB21)‟, is de zorg over het toenemend hoogwater in de rivieren, wateroverlast en de versnelde stijging van de zeespiegel. Het kabinet is van mening dat er een aanscherping in het denken over water dient plaats te vinden. Nadrukkelijker zal rekening moeten worden gehouden met de (ruimtelijke) eisen die het water aan de inrichting van Nederland stelt. Het kabinet heeft voor het waterbeleid in de 21e eeuw de volgende drie uitgangspunten opgesteld: - anticiperen in plaats van reageren; - niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van „vasthouden-bergen-afvoeren‟ en: - meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. De watertoets vormt een waarborg voor de inbreng van water in de ruimtelijke ordening.

De watertoets wordt sinds 2001 toegepast op plannen die gevolgen voor de waterhuishouding kunnen Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 10 -

Toelichting

hebben. Er wordt gekeken naar veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. De watertoets wordt toegepast door in een vroegtijdig stadium de waterbeheerders te betrekken bij d plannen die een invloed kunnen hebben op de waterhuishouding. De wijze waarop in het onderhavige plan rekening is gehouden met het aspect water is beschreven in paragraaf 5.1 van deze toelichting. Natuurwetgeving: gebieds- en soortenbescherming De Wet natuurbescherming, die sinds 1 januari 2017 van kracht is, heeft drie wetten vervangen: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Conform deze wet bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied en zorgen zij voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Het Natura2000-netwerk bevat dus de gebieden die zijn aangewezen onder de Vogel- en Habitatrichtlijn en zijn daarmee geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Voor die gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats. Hoe met natuurwaarden in dit bestemmingsplan is omgegaan is weergegeven in paragrafen 5.7 van deze toelichting.

Erfgoedwet De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) zijn in de Erfgoedwet verankerd en vormen zo de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De gemeenten zijn in deze wet wederom tot bevoegd gezag aangewezen en dienen de archeologische belangen op een goede manier te verweven in het ruimtelijk beleid. Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een bepaalde archeologische verwachtingswaarde onderzoek plaatsvinden naar archeologische waarden. Als het vervolgens niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. De wijze waarop met het aspect archeologie rekening is gehouden in relatie tot dit plan is verwoord in paragraaf 5.6 van deze toelichting. Besluit m.e.r. In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r.

drempelwaarden opgenomen. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Onder de drempelwaarden van de D-lijst kan volstaan worden met een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling. De ontwikkeling van woningen kan in theorie worden ondergebracht in categorie 11.2 van de D-lijst: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ De (relevante) drempelwaarde van categorie 11.2 ziet toe op gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Indien de activiteit onder de drempelwaarden van 11.2 van de D-lijst valt dient voor de voorgenomen activiteit een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Hiervoor dient een m.e.r.beoordelingsnotitie (ook wel ‘aanmeldnotitie’ genoemd) op te stellen. Het bevoegd gezag moet vervolgens beoordelen of bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden waarvoor een m.e.r. (-beoordeling) noodzakelijk is. Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 11 -

Toelichting

Voorvraag: is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject? Het voorliggende plan voorziet in een d inpandige toevoeging van één woning in een Rijksmonumentaal pand. Er wordt geen bebouwing toegevoegd of bebouwing vergroot. De vraag is of dit plan als een stedelijk ontwikkelingsproject moet worden gezien. Jurisprudentie In de voorliggende situatie is sprake van toevoeging van één woning in bestaande bebouwing die al een woonbestemming heeft. De vraag is of in dit geval sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. In haar uitspraak d.d. 17 april 2019 (nummer 201805131/1/A1, betreffende hergebruik van bestaande bebouwing voor arbeidsmigrantenhuisvesting) overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het antwoord op de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling een rol spelen. Daarbij is specifiek van belang dat het ruimtebeslag van de bestaande bebouwing beperkt is en dat de bebouwing niet wordt uitgebreid.

Deze uitspraak biedt, gelet op de concrete situatie waarbij een inpandige toevoeging van een woning plaatsvindt zonder uitbreiding van de bebouwing, voldoende houvast voor het oordeel dat het voorliggende plan niet als stedelijk ontwikkelingsproject kan worden aangemerkt. Hierdoor is het opstellen van een aanmeldnotitie in het kader van het besluit m.e.r. niet noodzakelijk.

2.2 Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) Op 12 december 2014 is het POL2014 vastgesteld. De centrale ambitie van de provincie Limburg komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. In het POL staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. Het POL2014 kent een zoneringenkaart op basis waarvan de belangrijkste functies per gebied zijn aangegeven. Het onderhavige plangebied is gelegen binnen de ‘Bronsgroene landschapszone’. Onderstaand is een uitsnede voor het plangebied uit het POL2014 opgenomen. Het plangebied is op deze uitsnede middels een rode omlijning aangeduid:

Fragment Zoneringenkaart POL2014 met het plangebied binnen de rode lijn Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 12 -

Toelichting

Bronsgroene landschapszone De bronsgroene landschapszone omvat ded landschappelijk waardevolle beekdalen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden met de daarin aanwezige (extensievere) landbouwgebieden, monumenten, kleinere landschapselementen, waterlopen e.d. Een kwart van de bronsgroene landschapszone wordt gevormd door het winterbed van de Maas. In Zuid-Limburg omvatten deze zones ook de steilere hellingen, droogdalen en de belangrijkste landschappelijke verbindingen naar het Maasdal. Het provinciaal beleid in de bronsgroene landschapszone is er op gericht de (huidige) landschappelijke kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Ontwikkelingen binnen de ruimte die het beleid voor de verschillende thema’s biedt zijn mogelijk mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden (‘ja-mits’). Het accent is gelegd op de borgen van de kwaliteit en het functioneren van het regionaal watersysteem, de ontwikkeling van de landbouw in balans met de omgeving, het versterken van de kernkwaliteiten van landschap en cultuurhistorie en recreatief medegebruik. Onderhavig plan Het onderhavige plan voorziet in het realiseren van een extra woning binnen een bestaande Rijksmonumentale hoeve ten zuiden van de kern Gronsveld. Er vindt geen uitbreiding van bebouwing plaats.

Met het plan wordt de duurzame instandhouding van de volledige hoeve bevorderd; hierdoor past het plan binnen opgave tot het versterken van de kernkwaliteiten van de cultuurhistorie. De ontwikkeling past binnen de aangegeven uitgangspunten behorende bij de aangegeven zones in het POl2014. Geconcludeerd kan worden dat de het plan past binnen de uitgangspunten uit het POL2014. Omgevingsverordening Limburg (OvL2014) In de Omgevingsverordening wordt aandacht geschonken aan toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Daarbij is ook toevoeging van kwaliteit van belang. Voor de beschrijving van de ’ladder’ in algemene zin en de toets daaraan wordt verwezen naar paragraaf 2.1 van deze toelichting. Voorts is in artikel 2.2.3 ‘Herbenutting leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen’ aangegeven dat bij een ruimtelijk plan dat voorziet in het toestaan van nieuwe functies(s) tevens de mogelijkheid wordt bekeken om deze functies(s) in (deels) leegstaande monumentale gebouwen onder te brengen. Wanneer herbenutting van leegstaande monumentale gebouwen niet mogelijk blijkt, wordt bij de beoordeling van het toestaan van nieuwe functie(s) ook de mogelijkheid van herbenutting van leegstaande beeldbepalende gebouwen betrokken.

In artikel 2.4.2 van de OvL2014 is voorts ten aanzien van woningbouw aangegeven dat een bestemmingsplan geen toevoeging van nieuwe woningen mag bevatten die niet zijn vastgelegd in een regionale structuurvisie. Met de verordening wordt beoogd dat de kwaliteit van de woningvoorraad op peil blijft en aansluit bij de vraag van de huidige en toekomstige woonconsument. De Verordening moet voorkomen dat de mismatch tussen vraag en aanbod in kwantiteit en kwaliteit verder toeneemt. Dit betekent dat het overaanbod aan woningen niet verder mag toenemen en dat de kwaliteit van nieuwbouwwoningen moet voldoen aan de eisen van de huidige en toekomstige woonconsument. Er mogen geen ‘ongewenste’ woningen bij komen. De term ‘ongewenst’ wordt gebruikt om aan te geven dat het niet de bedoeling is dat de gehele woningmarkt ‘op slot’ gaat. Er zijn plannen in ontwikkeling voor woningen die ook in deze fase als wenselijk en zelfs noodzakelijk kunnen worden beschouwd. Ook valt niet uit te sluiten dat de in de nabije toekomst nieuwe plannen worden gemaakt voor woningen die eveneens wenselijk worden geacht. Dergelijke plannen moeten natuurlijk doorgang kunnen vinden. De vraag of een plan wenselijk is, en dus buiten het verbod van de verordening valt, hangt van een groot aantal factoren af.

Factoren die samenhangen met het plan zelf, de locatie en de invloed op woningvoorraadontwikkeling in zijn geheel. Voorbeelden hiervan zijn onder meer de prioriteit dat een plan heeft in de regionale planning, inbreidingslocatie versus uitbreiding, duurzaamheid van het plan en de relatie met leegstand van kantoren en winkels. Bij de provincie wordt er vanuit gegaan Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 13 -

Toelichting

dat indien tegenover een nieuw plan voldoende compenserende maatregelen in de vorm van sloop en/of het schrappen van bestaande, harddplancapaciteit staan, een dergelijk plan doorgang moet kunnen vinden. Onderhavig plan De Hoeve Waterrijk is een Rijksmonument dat met de beoogde toevoeging van één woning optimaal wordt ingevuld en benut, waardoor het gehele Rijksmonument beter duurzaam in stand kan worden gehouden. Wat dit aspect betreft wordt voldaan aan de uitgangspunten van de OvL2014. Provinciale woonagenda 2018 ‘Beweging op de woningmarkt‘ (30 januari 2018) Door Provinciale Staten is op 3 november 2017 de motie ‘Beweging op de woningmarkt’ aangenomen. De motie roept Gedeputeerde Staten op om met de woningmarktregio’s om tafel te gaan om te inventariseren welke knelpunten vanwege de veranderde woningmarkt binnen de regio’s worden gesignaleerd en in kaart te brengen welke mogelijke maatregelen deze knelpunten kunnen opheffen. Als gevolg hiervan zijn onder meer de volgende knelpunten benoemd: - vanuit de bestaande planvoorraad sluiten nieuwbouwprogramma’s niet altijd aan op nieuwe woonwensen. Ze bieden weinig ruimte om het juiste product toe te voegen. Gemeenten zien voor sommige doelgroepen te weinig woningen in de programmering (m.n. huurders, waaronder verschillende categorieën woonurgenten).

Tegelijk leeft er een behoefte aan het oplossen van ruimtelijke vraagstukken (bijvoorbeeld leegstaand vastgoed); - de reductie van planvoorraad gaat te traag en belemmert de ontwikkeling van gewenste nieuwe initiatieven; - gemeenten zijn zich meer bewust van de aanwezige ‘verborgen’ plancapaciteit en ondernemen acties om die te specificeren en/of te begrenzen. Tegelijk zien zij hierdoor dat de plancapaciteit nog groter is dan zij hadden voorzien; - de problematiek van slechte, moeilijk verkoopbare particuliere woningen is complex. De aanpak is taai, en tijdrovend en verdient nog meer aandacht; - corporaties zien de uitvoering van hun taken vooral begrensd door strakke Rijksregelgeving. Hun reserves zijn (mede door de verhuurderheffing) ontoereikend om én te voorzien in de behoefte aan betaalbare woonruimte én de taakstelling in de verduurzaming van hun woningbezit te realiseren; - de continuïteit van de monitoring van de woningmarkt is in het gedrang; - tussen de drie regio’s (Noord-Midden-Zuid) zijn er ook diverse verschillen (zoals de regio Zuid waar in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg een compensatieregel is opgenomen). De uitdaging is het wegnemen van de knelpunten en de beoogde beweging op de woningmarkt met snel inzetbare, praktische maatregelen te faciliteren en te versnellen. Eén van de voorgestelde oplossingen is kiezen voor maatwerk.

Plannen voor nieuwe initiatieven kunnen beter alleen aan de aangetoonde behoefte voor het betreffende product worden gekoppeld. Als nieuwe plannen duidelijk voorzien in een actuele behoefte en er onvoldoende inzetbare bestaande plannen in dat segment tegenover staan, dan kan de harde koppeling met planreductie worden losgelaten. Een overschot aan plannen voor andere woonproducten (segmenten) hoeft dan niet in de onderbouwing te worden betrokken. In de Omgevingsverordening zal een hierop toegesneden maatwerkprocedure worden opgenomen. Dit neemt overigens niet weg dat planreductie nog altijd nodig is en dat regionaal afstemming moet blijven plaatsvinden. Wijziging OvL (december 2018) In het artikel 2.4.2 ‘Wonen’ van de Omgevingsverordening is, als gevolg van de in het voorgaande beschreven motie, de mogelijkheid ingebouwd om in te kunnen spelen op maatwerkoplossingen voor kwalitatieve knelpunten in de woningmarkt. De maatwerkoplossing is gelegen in de nieuwe regel 4 van het artikel, waarin is aangegeven dat Gedeputeerde Staten, rekening houdend met het standpunt van het Regionaal Bestuurlijk Overleg, gelegenheid kunnen bieden voor maatwerk in afwijking van het bepaalde in die leden.

Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 14 -

Toelichting

Onderhavig plan Voor het onderhavige plan zijn de motie end de aanpassing van de OvL2014 minder relevant. Reden daarvoor is de (zeer) beperkte omvang van het plan (één woning), de realisering van de woning in bestaand vastgoed en dat het plan voorziet in de toevoeging van een levensloopbestendige woning die zowel voor ouderen met een specifieke woonwens als voor gezinnen geschikt is. Bestuursakkoord GS 2019-2023 Het coalitieprogramma geeft vooral uiting en richting aan de grote maatschappelijke opgaven en sociaal-economische kansen in Limburg. Het is een ambitieus programma voor de komende jaren op tien thema’s waarmee samen met onze vele partners gewerkt wordt aan de toekomst van Limburg. Ten aanzien van het thema wonen is in het akkoord aangegeven dat wordt samengewerkt met de partners aan veilige en leefbare wijken en buurten in de stad en dorpen in het buitengebied. Daarbij wordt de samenwerking tussen alle handhavingspartners bevorderd, wordt verantwoordelijkheid genomen voor de provinciale kerntaken op het gebied van veiligheid en wordt aangegeven dat intensief met gemeenten, corporaties, instellingen en burgers samen wordt gewerkt aan een integrale aanpak van de leefbaarheid.

Ten aanzien van de woningbouwopgaven zal een extra accent gegeven worden op het bevorderen van een snellere doorstroming op de woningmarkt en zal een extra impuls worden gegeven aan de uitvoering van een aantal innovatieve voorbeeldprojecten die met een gerichte investering tot meervoudige effecten en ‘multipliers’ kan leiden. Daarnaast worden vernieuwende initiatieven op het gebied van langer thuis wonen van senioren, nieuwe (mantel)zorgconcepten en alternatieve (levensloopbestendige) woonvormen gestimuleerd, om daarmee ook op verbindend en vernieuwende wijze eenzaamheid te bestrijden. Er wordt gekeken wat er per regio nodig is en er zal vervolgens zo gericht mogelijk invulling geven worden aan woningen voor ouderen, huurwoningen in het middensegment, sociale huur en huisvesting voor arbeidsmigranten en studenten.

2.3 Regionaal beleid Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de Zuid-Limburgse gemeenten vanuit het besef dat ruimtelijke ontwikkelingen in één gemeente directe invloed hebben op andere gemeenten. Ook erkennen gemeenten met deze gemeenschappelijke aanpak, dat onderlinge concurrentie, zeker met de huidige bevolkingsontwikkeling en de ambities die Zuid-Limburg als kennisregio heeft, leidt tot negatieve effecten die uiteindelijk ten koste gaan van de kracht van de regio. Een overschot aan woningen is niet in het gezamenlijke belang, want dat kan negatieve gevolgen hebben voor de bestaande woningvoorraad, met alle gevolgen van dien voor leefbaarheid, doorstroming en betaalbaarheid. Doel van deze visie is het creëren van een excellent woon- en leefklimaat in ZuidLimburg door een goed functionerende woningmarkt met aantrekkelijke, elkaar aanvullende woonmilieus. Dit is een voorwaarde voor het benutten van de economische potentie van de regio, een ambitie die Zuid-Limburg hoog in het vaandel heeft. In deze SVWZL staat de transformatieopgave per gemeente centraal in de ontwikkeling van de woningvoorraad.

Om de gewenste kwantitatieve omvang van de woningvoorraad te bepalen wordt de transformatieopgave per gemeente uit de Woonmonitor gebruikt als de kwantitatieve koersbepalende opgave om te komen tot een gezonde woningmarkt met voldoende marktspanning. De transformatieopgave per gemeente wordt tweejaarlijks vastgesteld en is een koersbepalende opgave voor de ontwikkeling van de woningvoorraad. De transformatieopgave wordt vastgesteld per gemeente en is beleidsneutraal. Het betreft daarmee geen afdwingbare bouw-of sloopopgave. In de regio zijn de volgende afspraken gemaakt: - schrappen van programma dat geen toegevoegde waarde meer heeft; - transformatieopgave tweejaarlijks vaststellen per gemeente; - herinvulling waardevol bestaand vastgoed (zoals monumenten) heeft prioriteit; - compensatie verplicht bij nieuwe initiatieven (in deze volgorde): Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 15 -

Toelichting

1) slopen; 2) financiële compensatieregeling; d 3) gemeente neemt sloopverplichting over en voert deze uit binnen raadstermijn; 4) schrappen bestaande plancapaciteit: 1 nieuwe woning tegen 4 bestaande woningen. Het realiseren van woningen in Rijksmonumenten valt volledig buiten de compensatieplicht. Tijdelijke versoepeling compensatie-eisen SVWZL (Besluit maart 2019) Deze tijdelijke beleidsregel is opgesteld door de regio Zuid-Limburg in afstemming met de provincie Limburg en wordt als addendum toegevoegd aan de reeds door de raad vastgestelde structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Als algemene lijn uit de inventarisatie gericht op de tijdelijke versoepeling is op te merken dat een versoepeling gericht zou moeten zijn op de realisatie van sociale huur én woningbouw voor specifieke doelgroepen. Daarnaast betroffen knelpunten met name strategische locaties (m.n. centra en aanloopstraten en invulling rotte plekken) en de herbestemming van leegstaand vastgoed en beeldbepalende panden. Daarbij is concreet aangegeven dat de compensatie van harde plancapaciteit in verhouding 1:4 in de praktijk als te zwaar wordt ervaren, het slechts gebruiken van één wijze van compensatie in de praktijk als onhandig wordt ervaren en dat de afbakening van de financiële compensatieregeling voor kleine woningbouwinitiatieven met slechts 5 woningen als te beperkt wordt ervaren.

Op basis hiervan is een concreet voorstel voorbereid, waarin gedurende de versoepeling van de compensatie woningbouwplannen in drie categorieën worden beschouwd. De reeds bestaande compensatiemogelijkheden blijven vigerend. De beleidsregel VI van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg luidt als volgt: Om het mogelijk te maken om nieuwe, kwalitatief goede, woningbouwinitiatieven aan de vastgestelde woningmarktprogrammeringen toe te voegen, is een uniforme wijze van afwegen afgesproken. Deze nieuwe woningbouwinitiatieven moeten worden gecompenseerd. Compenseren moet met direct gekoppelde sloop of onttrekking. Als dit aantoonbaar niet mogelijk is, kan ook worden gecompenseerd in afnemende volgorde: 1. Elke nieuw toe te voegen woning (per locatie 5 of minder woningen) wordt financieel gecompenseerd door middel van een op Zuid-Limburgs niveau uitgewerkte uniforme financiële compensatieregeling, waarvan de middelen in een subregionaal op te zetten sloopfonds vloeien; 2. De gemeente neemt de sloopverplichting over en voert deze binnen de raadstermijn uit, waarin dit besluit is genomen; 3. Door middel van het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit in de subregionale woningmarktprogrammering. Deze moet minimaal in de verhouding van 1:4 (toe te voegen woning: te schrappen harde plannen) ingezet worden als compensatie voor het nieuwe woningbouwinitiatief.

In het geval van een woningbouwinitiatief in een monument (niet zijnde rijksmonument) of beeldbepalend pand wordt volstaan met een compensatie van één woning uit de reeds bestaande harde plancapaciteit in de regionale woningmarktprogrammering. Tijdelijke versoepeling: Gedurende de periode van versoepeling van de compensatie worden woningbouwplannen beschouwd in vier categorieën. Voor elke categorie is aangegeven welke eventuele compensatie wordt verwacht. De reeds bestaande compensatiemogelijkheden blijven vigerend als invulling van de compensatie. 1. UITZONDERINGSPLANNEN – GEEN COMPENSATIE Dit betreffen de volgende woningbouwplannen, onder de voorwaarden zoals genoemd binnen de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en/of aanvullende beleidsregels: - studentenwoningen in de benoemde gemeenten (conform Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg); - woningbouw gericht op de doelgroep zorgbehoevenden (conform Structuurvisie Wonen ZuidLimburg / vigerende beleidsregel); - tijdelijke woningen (max. 10 jaar), conform vigerende beleidsregel; - woningbouw in Rijksmonumenten (conform Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg). Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 16 -

Toelichting

2. KWALITATIEF GOEDE PLANNEN – LICHT COMPENSATIE-REGIME Dit betreft woningbouwplannen ter grootte d van maximaal 25 woningen gericht op betaalbare levensloopbestendige sociale huurwoningen (max. € 720,42 huur per maand, voor met name starters) en middeldure huurwoningen (tot max. € 950 huur per maand) en vergelijkbare betaalbare levensloopbestendige koopwoningen voor starters (max. prijsniveau tot en met de startersleninggrens, provinciaal € 185.000,-) en voor senioren (tot max. NHG-grens: € 290.000,- VON). Voorwaarde is wel, dat deze woningen gebouwd worden in de dorpskernen en de stedelijke centra. Dit in lijn met de kaders van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg). Bijvoorbeeld: woningbouwprojecten in aanloopstraten of transformaties van commercieel vastgoed naar wonen in centra of kernen, bedoeld voor sociale doelgroepen, senioren en starters. Het verlicht compensatie-regime houdt in: - compensatie door het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit uit de regionale woningmarktprogrammering in een verhouding 1:1; - financiële compensatie door een percentage van de WOZ-waarde (7%) conform de regeling kleine woningbouwinitiatieven, maar dan voor maximaal 25 woningen; - een combinatie van compensatiemaatregelen een combinatie van bestaande en versoepelde compensatiemaatregelen. 3.

VERNIEUWINGSPLANNEN – VERLICHT COMPENSATIE-REGIME Ondanks het overschot aan woningen (op termijn) op Zuid-Limburgs niveau, blijft er wel behoefte aan vernieuwing/vervanging van de bestaande woningvoorraad. Ook als een nieuw woningbouwplan niet onder ‘1. Uitzonderingsplannen’ of onder ‘2. Kwalitatief goede plannen’ valt, kan het een goed plan zijn in het kader van vernieuwing/vervanging van de bestaande woningvoorraad. Voor deze woningbouwinitiatieven blijven de kaders van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg in stand, zoals o.a. ‘meer stad-meer land’ (inbreiden voor uitbreiden). Ook voor deze categorie woningbouwinitiatieven t.b.v. vernieuwing/vervanging van de bestaande woningvoorraad is een tijdelijke versoepeling aan de orde, maar deze is zwaarder dan voor woningbouwplannen onder de categorie ‘2. Kwalitatief goede plannen’ en betreft: - compensatie door het schrappen van reeds bestaande harde plancapaciteit uit de regionale woningmarktprogrammering in een verhouding 1:2. - een combinatie van bestaande en versoepelde compensatiemaatregelen. 4.

KWALITATIEVE VERBETERING VAN WONINGBOUWPLANNEN Daarnaast wordt het voor gemeenten óók mogelijk om op basis van een aangetoonde kwalitatieve verbetering (betere aansluiting op de behoefte/PMC) van het woningbouwplan, harde plancapaciteit uit de regionale woningmarktprogrammering in een verhouding 1:1 te verplaatsen naar een andere locatie. Periode geldigheid De beleidsregel is voor een periode van maximaal 2 jaar in werking getreden vanaf 21 maart 2019. Woningbouwinitiatieven die mogelijk worden gemaakt via deze versoepeling, dienen binnen 2 jaar te zijn vastgesteld en binnen 5 jaar te zijn gerealiseerd (vanaf momentum van toevoeging aan de subregionale woningmarktprogrammering). Woningbouwplannen die deze termijnen niet halen, verliezen hun status op de subregionale woningmarktprogrammering. Deze regeling betreft een tijdelijke aanvulling op beleidsregel VI van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en kan niet met terugwerkende kracht worden ingezet. Naast deze beleidsregel is er in overleg met de regio, ruimte voor maatwerk oplossingen. Onderhavig plan Het onderhavige plan kan worden gerangschikt onder categorie 1 (‘Uitzonderingsplannen – geen compensatie’) vanwege het toevoegen van een woning in een Rijksmonument.

De tijdelijke versoepeling heeft geen invloed op dit plan omdat ontwikkeling van woningen in een Rijksmonument al in de bestaande regelgeving gevrijwaard is van de compensatieplicht. Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 17 -

Toelichting

2.4 Gemeentelijk beleid d Bestuursakkoord ‘Anders durven doen‘ 2018-2022 Het woon- en leefklimaat in de dorpen van de gemeente Eijsden-Margraten is van hoog niveau, mede door de sterke sociale verhoudingen, de gezonde economische basis, het goede voorzieningenniveau en de hoge kwaliteit van het landschap. Vertrekkend vanuit dit stevig fundament wordt een aantal belangrijke ontwikkelingen voorzien, dat de komende periode vraagt om een krachtig bestuur: - ontgroening en vergrijzing die onder andere leiden tot veranderende behoeften ten aanzien van wonen en (zorg-)voorzieningen in dorpen en buurten; - de behoefte van de samenleving om meer bij het bestuur betrokken te worden in combinatie met ruimte voor eigen initiatieven van onze inwoners; - de snel veranderende economische ontwikkelingen, zoals schaalvergroting in de landbouw en veranderende behoeften vanuit toerisme en recreatie, in relatie tot de noodzaak om de kwaliteit van ons unieke landschap verder te ontwikkelen; - de vele vraagstukken die opkomen rondom duurzaamheid (energie, klimaat en dergelijke). Deze ontwikkelingen vragen om anders durven doen. De term ‘anders’ betekent dat het bestuur een omslag wil maken op drie hoofdpunten: bestuursstijl, zorgzame samenleving en duurzaamheid. Bovendien wordt het beleid op twee punten geïntensiveerd: landschap en infrastructuur.

De termen ‘durven’ en ‘doen’ hebben de betekenis dat gewenste verandering pas werkelijkheid wordt door concrete stappen te zetten. Ten aanzien van wonen is aangegeven dat wonen in een prettige leefomgeving met passende voorzieningen een belangrijk thema is. Gezien de demografische ontwikkelingen zal de gemeente moeten inspelen op veranderende woon- en leefbehoeften. Hierbij wordt verwacht dat specifiek geïnvesteerd wordt in projecten en maatregelen die geënt zijn op de doelgroepen jongeren en senioren, maar ook nieuwe doelgroepen, zoals kenniswerkers/expats en statushouders. Aangezien het provinciaal woonbeleid stringente kaders schept en corporaties vrijwel niet meer investeren in kleine kernen, zal er een strategie bedacht moeten worden om het woonvraagstuk op een slimme, creatieve en innovatieve wijze in te vullen. Gezien de urgentie en het feit dat oplossingen rondom het woonvraagstuk niet zo maar voor de hand liggen, kan ruimte gezocht worden om ‘out of the box’ te handelen en te experimenteren. Belangrijk is dat er een goede en gerichte aanpak volgt en er gekeken wordt naar de kansen die er zijn. De woonopgave vraagt dan ook om een integraal uitvoeringsprogramma wonen. Co-creatie vormt daarbij een interessante methode om in samenwerking met de samenleving en stakeholders het uitvoeringsprogramma te realiseren.

Als actiepunten zijn benoemd: - het bestuur vervult een actieve rol binnen de woningmarkt. Een van de uitgangspunten hierin is het bevorderen van de doorstroming in de woningmarkt (koop- en huursector); - de spoedig vast te stellen gemeentelijke woonvisie wordt actueel gehouden en het hierop gebaseerd SMART geformuleerde uitvoeringsprogramma wordt tweejaarlijks afgestemd op de woningbehoeften van alle dorpskernen. Deze passende woningbouwprogramma’s worden jaarlijks betrokken bij het maken van prestatieafspraken met de plaatselijk werkende woningcorporaties, met aandacht voor verduurzaming van het vastgoed; - de bestaande uitbreidingsplannen in Eijsden, Margraten, Cadier en Keer, Sint Geertruid en Banholt worden in uitvoering gebracht, waarbij levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd. In de andere kernen wordt (middels bestemmingsplannen) woonruimte gecreëerd naar behoefte. aandacht is er voor herinvulling van leegkomende grote complexen. Daar waar zich de mogelijkheid voor doet, overweegt de gemeente in samenwerking met derden geschikte vrijkomende panden, complexen of boerderijen aan te kopen om woonappartementen (huur en koop) te realiseren; - ten aanzien van bestaande koopwoningen wordt krachtig ingezet op het levensloopbestendig/aanpasbaar maken van de woningen en het omvormen tot energie neutrale woningen;

Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 18 -

Toelichting

-

-

uitgangspunt is dat de ouderen zo lang mogelijk kunnen blijven wonen in hun eigen omgeving. Daarvoor is uitbreiding van het aantald zorgwoningen in de huur nodig. Het bestuur heeft een inspanningsverplichting op zich genomen om, zo mogelijk op basis van dorpsinitiatieven, op de lijn Gronsveld - St. Geertruid - Noorbeek in totaal 45 onzelfstandige zorgeenheden (in drie kleinschalige projecten) te realiseren, niet zijnde reguliere woningen, waarin 24-uurs zorg verleend wordt. experimenten met vernieuwde woonvormen, waarbij arbeid, wonen en zorg worden gecombineerd, worden gestimuleerd. Dat geldt ook voor plannen met kwalitatieve en duurzame tijdelijke woningen. Particuliere initiatieven voor het samen wonen/zorgen van ouderen en gehandicapten worden ondersteund.

Onderhavig plan Voor het voorliggende plan, dat gelegen is binnen de ‘overige kernen’, geldt dat via bestemmingsplannen woonruimte kan worden gecreëerd naar behoefte. De toe te voegen woning is een levensloopbestendige woning die zowel voor senioren geschikt is als voor gezinnen. Strategische visie 2022 ‘Vernieuwen door verbinden’ In 2013 is, in samenwerking met de inwoners van de gemeente Eijsden-Margraten en andere betrokken partijen, de Strategische Visie Eijsden-Margraten 2022 “Vernieuwen door verbinden” opgesteld. In deze gemeentelijke beleidsvisie zijn de onderstaande acht thema’s benoemd, die in de jaren tot 2022 – maar ook daarna – van cruciaal belang zijn voor de verdere ontwikkeling van de gemeente Eijsden-Margraten: 1) Dienstverlening, goed geregeld; 2) Vitale kernen; 3) Zorg en welzijn, goed voor 'mekaar'; 4) Landschappelijk verantwoord ondernemen; 5) Uniek (im)materieel cultureel erfgoed; 6) Betere bereikbaarheid; 7) Meer met de Maas; 8) Samenwerken in de regio en Euregio. Daarnaast zijn vier ambities onderscheiden die richting geven aan de keuze binnen deze acht thema’s: 1) Dienstverlening is onze tweede natuur; 2) Burgerkracht; 3) Buitengewone buiten (be)leven; 4) Aantrekkelijk wonen; 5) Ondernemingszin schept ruimte voor welvaart en welzijn.

Onderhavig plan In de Structuurvisie is bij de SWOT-analyse als zwakte van de gemeente aangegeven de aandacht voor erfgoed. Met het voorliggende (verbouw)plan wordt een Rijksmonument verder ingevuld door toevoeging van een woning, waardoor het beter benut wordt en duurzamer in stand kan worden gehouden in de toekomst. Daarmee past dit plan uitstekend binnen de doelstellingen van de Structuurvisie. Woonvisie Eijsden-Margraten ‘Samen bouwen aan de toekomst’ 2019-2025 In de lokale Woonvisie ‘Samen bouwen aan de toekomst’ is het woningbouwbeleid voor de periode 2019-2025 vastgelegd. In Eijsden-Margraten wordt ingezet op een duurzame woningvoorraad met passende woningen voor zowel starters als senioren. Hierdoor zal de doorstroming moeten worden bevorderd. Inwoners wonen daarbij in een gezonde, veilige en prettige woon- en leefomgeving, waarbij duurzaamheid en kwaliteit belangrijke uitgangspunten zijn. Hierbij heeft de herbestemming en transformatie van bestaande (leegstaande) gebouwen bijzondere aandacht. Bestemmingsplan Waterrijk 3 Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 19 -

Toelichting

De woonambities, zoals ook vertaald in het vastgestelde gemeentelijke bestuursakkoord ‘Anders durven doen 2018-2022’, zijn geformuleerd d in speerpunten van beleid. Daarbij richt het beleid zich op relevante doelgroepen en thema’s. Concreet betreft het: de doelgroep starters waarvoor de gemeente meer toegang wil creëren binnen de bestaande woning- en/of planvoorraad, met als doel dat het aantal koopwoningen voor starters te verhogen. Als dit (financieel) onmogelijk blijkt dat zullen deze woningen worden gerealiseerd via nieuwe capaciteit waarvoor gecompenseerd wordt om een bijdrage te kunnen leveren aan het transformeren van de woning- en/of planvoorraad; de doelgroep oudere doorstromers waarvoor woningen gerealiseerd worden binnen de kernen en binnen het bestaand vastgoed of op locatie waar een dergelijke herbestemming ruimtelijke en volkshuisvestelijk verantwoord is; het bieden van goede faciliterende mogelijkheden om de woningen voor de doelgroep langer thuiswoners levensloopbestendig te maken en voor de doelgroep die niet meer langer kan thuis wonen geclusterde woonzorgvormen creëren binnen het bestaand vastgoed, passend binnen het gemeentelijke woonzorgbeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=71b3b018-e34d-46dc-9818-ae1ae6d1dfd3