CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20220524 17g Toelichting.pdf

* Raadsvergaderingen 7 juni 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heiweg 7 st. Geertruid16.928 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het GKM van Eijsden - Margraten is gebaseerd op het LKM. De gemeenteraad van EijsdenMargraten heeft het GKM tijdens de vergadering van 17 december 2013 vastgesteld, waarna de provincie het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden – Margraten 2013 heeft goedgekeurd. De gemeente Eijsden-Margraten hecht veel waarde aan haar buitengebied. De gemeente streeft er naar de kwaliteiten van het buitengebied te beschermen en te verbeteren en kwaliteitsverlies van het buitengebied tegen te gaan. De gemeente beoogt daarom met haar eigen Kwaliteitsmenu een balans te vinden tussen de instandhouding en verbetering van de kwaliteiten van het buitengebied enerzijds en de mogelijkheden voor ontwikkelingen anderzijds. Toetsing De voorliggende ontwikkeling is voorgelegd aan de gemeentelijke Kwaliteitscommissie. Ter onderbouwing is een Landschappelijk inpassingsplan ‘De Mescherhei’ uitgewerkt door Tuin- en landschapsarchitect Ir. Guido W.F.M. Paumen (zie bijlage 6). De kwaliteitscommissie heeft het inpassingsplan beoordeeld en een positief advies voor de voorliggende ontwikkeling afgegeven (zie ook bijlage 6). 3.4.3

Beleidsnotitie Spuitcirkels

De gemeente Eijsden-Margraten heeft in oktober 2013 de gewijzigde versie van notitie spuitcirkels vastgesteld. Aanleiding hiervoor is mede dat spuitzones of – cirkels rondom nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met name in en tegen buitengebieden de laatste jaren nadrukkelijker een aangelegenheid vormen, waarmee rekening gehouden moet worden. In geval van beroep worden plannen steevast onderuitgehaald indien geen rekening hiermee is gehouden.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 21

Contact met chemische bestrijdingsmiddelen is slecht voor de gezondheid van de mens. Dit contact kan plaatsvinden via opname door de huid danwel inademing. Teneinde te voorkomen dat een dergelijk contact kan plaatsvinden is het wenselijk om een zekere afstand in acht te nemen tussen plaats waar chemische bestrijdingsmiddelen worden toegepast (agrarische percelen) en plaats waar mensen gedurende langere tijd kunnen verblijven (zoals woning of tuin van woning, camping, zwembad). Het contact vindt veelal plaats door afwaaiende nevel, die vrijkomt bij de toepassing van bestrijdingsmiddelen. Op akkers en weilanden is normaliter nauwelijks sprake van spuitnevel, die de omgeving negatief kan beïnvloeden. Dit heeft te maken met het toegepaste spuitsysteem. Dit is anders in de fruitteelt. Zie paragraaf 5.5. voor de toetsing.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 22

4 BEOOGDE ONTWIKKELING De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op het vergroten van het aantal kampeerplaatsen van 25 naar 40 stuks en tevens het inpandig realiseren van 8 kamers voor logies. Er worden verder een aantal vernieuwingen doorgevoerd. De camping wordt meer toegankelijker gemaakt voor campers en er worden extra voorzieningen voor deze doelgroep getroffen. Er wordt een beweegtuin aangelegd en de logies worden rolstoeltoegankelijk. Door uitbreiding met 8 kamers voor logies worden de mogelijkheden voor jaarronde exploitatie vergroot. De agrarische tak van het bedrijf blijft onverminderd in werking en bestaat uit zoogkoeien met bijbehorend jongvee, grasland met hoogstambomen, waarvan het grootste deel aansluitend aan de bedrijfslocatie gelegen en een akkerbouwtak. De nagestreefde ontwikkeling omvat het navolgende: 1. Uitbreiding van het kampeerterrein waarbij het aantal kampeerplaatsen van 25 naar 40 stuks wordt vergroot. 2. Realisatie van een beweegtuin. 3. Herbestemmen van een bestaande loods als potstal en uitbreiden aan de zuidwestkant zodat het voer kan worden overkapt. 4. Uitbreiden van het sanitair en realiseren van 8 kamers voor logies in een bestaand bedrijfsgebouw en het realiseren van een living voor de gasten van de logies-kamers aan de noordwestkant hiervan. De overige ruimtes in deze loods zullen worden benut als bergruimte en opslag.

In het kader van de beschreven doelen zijn de navolgende herzieningen of aanvullende ontwikkelingen aan de orde: 1. Om de gasten van de logies volledig van het uitzicht op het ten noorden gelegen landschap te kunnen laten genieten zullen de voormalige voeropslag (betonvloer en wanden), de ten zuidwesten hiervan gesitueerde gastank, drie ten noordwesten van de voeropslag gelegen staanplaatsen en een grindpad worden verwijderd c.q. afgevoerd. De vrijkomende ruimte zal worden ingezaaid en worden ingericht als speelveld. 2. De parkeervoorziening aan de zuidwestkant van het plangebied zal worden vergroot om het verwijderen van de voeropslag en de uitbreiding van het aantal gasten op te kunnen vangen. Uitgangspunt is dat de aanwezige fruitbomen worden behouden. De ondergrond van de parkeerplaats zal worden versterkt met korrelmix. Het maaiveld ter hoogte van de rijstroken zal worden afgewerkt met split of gebroken grind. De voertuigen worden op gras gestald. Zo nodig zal de ondergrond daar worden versterkt met netten of roosters (van gerecyclede kunststof). 3. Aan de zuidwestkant van het huidige kampeerterrein zullen twee (wat minder fraaie en laag vertakte) hoogstamfruitbomen worden gerooid om een efficiëntere indeling van het terrein mogelijk te maken. Ter hoogte van de geplande living zal waarschijnlijk een geknotte populier uit veiligheidsoverwegingen moeten worden gerooid.

Het rooien zal elders worden gecompenseerd door de aanplant van enkele duurzamere boomsoorten. Het siergroen langs de muren van de voeropslag zal worden verwijderd.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 23

5 MILIEUTECHNISCHE ASPECTEN 5.1

Activiteitenbesluit

Er is sprake van een recreatiebedrijf met agrarische activiteiten dat valt onder categorie B van het Activiteitenbesluit (AIM), welke meldingsplichtig is. Conclusie De melding AIM inclusief de wijzigingen zoals in deze ruimtelijke onderbouwing beschreven wordt bij de gemeente Eijsden-Margraten ingediend.

5.2

Milieueffectrapportage (mer)

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Op deze manier krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure of een omgevingsvergunningsprocedure. Op 1 juli 2010 is de Wet Modernisering m.e.r. in werking getreden. Deze wet wijzigt de Wet milieubeheer daar waar het gaat om de procedures en de wettelijke bepalingen aangaande het (al dan niet verplicht) opstellen van een milieueffectrapport (MER) en heeft tot doel de regelgeving te vereenvoudigen. Samenhangend hiermee is op 1 april 2011 het besluit tot wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen betreffen het aanpassen van de richtlijnen met betrekking tot de activiteiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling of een m.e.r. moet worden opgesteld. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is essentieel om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit een m.e.r.-(beoordelings)procedure moet worden doorlopen. Dat de m.e.r.plicht voor een belangrijk deel is geregeld in het Besluit m.e.r. volgt uit art. 7.2 Wm.

Conclusie Gezien de ligging en omvang van het (te wijzigen) plan en het bestaande grondgebruik kunnen op voorhand significante milieueffecten, waarin het opstellen van een m.e.r. een meerwaarde heeft voor de besluitvorming, worden uitgesloten.

5.3

Bodem

Vrijwel alle gebruiksvormen kennen in meerdere of mindere mate interactie met de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Daarmee is het aspect bodemkwaliteit ook van invloed op de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt relevant is en daarom onderzocht, beoordeeld en beschreven moet worden. De mate waarin beoordeling van de bodemkwaliteit aan de orde is, is met name afhankelijk van aard en omvang van de functiewijziging. Bij bestemmingswijzigingen en/of planologische ontheffingen ten behoeve van de uitbreiding van een bouwvlak staat in de Handreiking Ruimtelijke Ontwikkeling van de provincie Limburg de te volgen handelswijze weergegeven met betrekking tot bodemonderzoek. Bij wijzigen van het gebruik Agrarisch gebied of Agrarisch gebied met landschappelijke waarde of andere specifieke waarden, een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Volgens de modelverordening van de VNG is er een bodemonderzoek noodzakelijk indien er op de locatie mensen langer dan 2 uur in de gebouwen verblijven. In onderhavige situatie is dit ook het geval. Daarnaast heeft de gemeente EijsdenToelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 24

Margraten een eigen bodembeleid (Nota bodembeheer Eijsden-Margraten 2017) en een bodemkwaliteitskaart. Conform NEN 5725 is een vooronderzoek uitgevoerd door Econsultancy. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie ter plaatse van 2 verschillende deellocaties (boomgaard en de verhardingen) onderzocht dient te worden. Om deze reden is ook een verkennend bodemonderzoek voor de boomgaard uitgevoerd door Econsultancy conform NEN 5740. Dit onderzoek is als bijlage 4 aan deze toelichting gevoegd. De verhardingen zijn na advies door de RUD Zuid-Limburg niet nader onderzocht, omdat aantoonbaar schoon menggranulaat is aangevoerd. Conform NEN 5725 is een vooronderzoek uitgevoerd door Econsultancy. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie ter plaatse van 2 verschillende deellocaties onderzocht dient te worden. Om deze reden is ook een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy conform NEN 5740. Dit onderzoek is als bijlage 4 aan deze toelichting gevoegd. In het rapport is geconcludeerd dat de vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, verworpen wordt.

Er bestaan volgens Econsultancy met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig initiatief.

5.4

Luchtkwaliteit

Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wmb, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: - er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; - een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; - een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; - een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen.

Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 25

In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. Onderhavig planvoornemen voorziet niet in een ontwikkeling vergelijkbaar met het realiseren van 500 woningen. Per saldo leidt het project niet tot een toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Het Besluit gevoelige bestemmingen is niet op de beoogde ontwikkeling van toepassing. NIBM-tool InfoMil Ook zal het plan niet leiden tot een dusdanig aantal toenemende verkeersbewegingen dat de grenswaarde van de luchtkwaliteit daarmee wordt overschreden. InfoMil heeft een NIBM-tool ontwikkeld waarmee een ‘worst-case’ berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat tot 1.135 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 0% vrachtverkeer. Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

De (aanwezig) houtvergassingskachel is gecertificeerd (laatstelijk 12 juni 2019, Inspectierapport Parkstad Inspecties, rapportnummer 6265NL0007 EBI 2019).

5.5

Spuitcirkels

Hoewel er voor het gebruik en de introductie van bestrijdingsmiddelen diverse wetten, besluiten en regels van toepassing zijn, zijn er geen wettelijke bepalingen inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop bomen en andere gewassen in de open lucht wordt gekweekt en nabijgelegen gevoelige functies. In de praktijk is een vuistregel ontstaan die aangeeft dat er ten minste een spuitvrije zone van 50 meter niet onredelijk wordt geacht. Deze afstand komt ook terug in het gemeentelijk beleidskader. Bij deze afstand wordt er enerzijds van uitgegaan dat de bedrijfsvoering van de kweker niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor een goed woon- en leefklimaat. Deze afstand is echter indicatief. Dat wil zeggen dat afgeweken kan worden. Dat is afhankelijk van onder andere gewasbeschermingsmiddelen die gebruikt worden, overheersende windrichting of het gebruik van drift reducerende middelen. In het nu geldende bestemmingsplan zijn geen bepalingen omtrent spuitzones opgenomen. De voorliggende locatie is geheel gelegen binnen 50 meter van fruitbomen en akkergronden van de initiatiefnemer. Het fruit moet gezien worden als landschapsonderhoud. Initiatiefnemer is ermee akkoord dat een spuitvrije zone ingericht zal worden om blijvend aan de voorwaarden van de beleidsnotitie spuitcirkels te voldoen.

Deze maatregelen worden planologisch gewaarborgd in onderhavig bestemmingsplan, zodat er sprake is van een goed (woon- en) leefklimaat voor de recreanten op de Mescherhei.

5.6

Geluid

De geluidbelasting van de aangevraagde activiteiten op woningen in de omgeving is beoordeeld met behulp van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (Handreiking), uitgebracht door

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 26

het voormalige ministerie van VROM. De Handreiking beveelt aan om bij vergunningaanvragen voor een bestaande inrichting de richtwaarden voor woonomgevingen opnieuw te toetsen. Deze richtwaarden zijn opgenomen in tabel 4 van de Handreiking: aard van de woonomgeving landelijke omgeving rustige woonwijk, weinig verkeer woonwijk in de stad

aanbevolen richtwaarden in dB(A) dag (7-19 uur) avond (19-23 uur) nacht (23-7 uur) 40 35 30 45 40 35 50 45 40

afbeelding 6, richtwaarden voor woonomgevingen

De omgeving van de inrichting kan op basis van de Handreiking worden getypeerd als landelijke omgeving (rustig buitengebied met veel weilanden, boomgaarden en akkers, verspreid liggende bebouwing en bosgebied). Er geldt een maximumsnelheid van 60 km/h. Een kampeerterrein is geen geluidgevoelige bestemming als bedoeld in de Wet Geluidhinder. Een kampeerterrein is in akoestisch opzicht vergelijkbaar met een groepsaccommodatie. Wanneer een kampeerterrein/ groepsaccommodatie slechts gedurende korte periode (< 6 weken) wordt bewoond is deze op zich niet als geluidgevoelig te beschermen object aan te merken. Echter van belang is hier dat vastgesteld moet worden of op het kampeerterrein als geheel gedurende langere tijd mensen verblijven, dus langer dan alleen het zomerseizoen (6 weken). Ook al zou het verblijf per persoon of per kampeermiddel kort zijn (< 6 weken per jaar) dan dient wel nog te worden beoordeeld of op het kampeerterrein als geheel mensen gedurende langere tijd verblijven. Dus niet de kampeermiddelen afzonderlijk maar het kampeerterrein als geheel wordt dan bepalend voor de vraag of sprake is van geluidgevoeligheid. In deze situatie gaat het om kamers met logies welke maar korte tijd in gebruik zijn bij dezelfde personen, vaak een paar dagen tot een week, vergelijkbaar met een hotel/motel dat ook geen geluidgevoelig object is.

De afstand tot woningen van derden is groter dan 50 m. De dichtstbijzijnde ligt op ruim 300 m. afstand. De afstanden zijn dermate groot dat geen overlast te verwachten is door het voorliggende initiatief. Voorts is de doelgroep een rustig publiek, welke goed past bij de omgeving. Door de uitbreiding zullen meer gasten komen en het indirecte lawaai door verkeer naar- en van de locatie toenemen, zie ook paragraaf 6.5. Agrarische activiteiten zijn verder de enige geluidsbronnen in de directe omgeving. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig initiatief.

5.7

Milieuzonering / Bedrijvigheid

De handreiking Bedrijven en milieuzonering is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke inrichting. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een juiste plek in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven komen te staan. De handreiking Bedrijven en milieuzonering is ingrijpend herzien in 2007 en in 2009 licht gewijzigd. De belangrijkste toepassing van de handreiking Bedrijven en milieuzonering is het gebruik bij het opstellen van een bestemmingsplan met bedrijfsbestemmingen. Niet alle soorten bedrijven zijn geschikt voor alle bedrijventerreinen. Sommige terreinen zijn alleen geschikt voor lichte bedrijvigheid. Op andere terreinen kan juist de zware industrie een plek vinden. De handreiking onderscheidt 6 milieucategorieën: van heel licht (milieucategorie 1) tot heel zwaar (milieucategorie 6). In de handreiking is een lijst opgenomen met ruim 600 verschillende typen bedrijvigheid, elk met een eigen milieucategorie. Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 27

De handreiking Bedrijven en milieuzonering wordt daarnaast gebruikt voor: • locatiekeuze studies voor bedrijven, bedrijventerreinen en woningen nabij bedrijven • de ruimtelijke inpassing van woningen nabij bedrijven en bedrijventerreinen • de toetsing van concrete (bedrijfs)activiteiten in het kader van vrijstellingen van het bestemmingsplan. In de handreiking zijn al deze toepassingen in concrete praktijkgerichte stappenplannen uitgewerkt. De nieuw toe te voegen resp. uit te breiden functies vallen binnen de handreiking Bedrijven en milieuzonering onder categorie “553, 552 Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)” conform SBI-code 2008. Voor deze categorie geldt een richtafstand van 50 meter. Hieraan wordt voldaan. De meest nabij gelegen buren liggen op een afstand van ruim 300 meter. Conclusie: Het aspect milieuzonering / bedrijvigheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig initiatief.

5.8 5.8.1

Externe veiligheid Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI).

Zoals in paragraaf 3.2.5 omschreven heeft het Bevi als doel zowel individuele als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te garanderen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het Bevi is van toepassing op Wm-vergunningplichtige risicovolle inrichtingen en/of nabijgelegen beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten. De locatie valt momenteel niet onder de definitie van risicovolle inrichting (ex artikel 2 Bevi). Inrichtingen die niet vallen onder artikel 4 vijfde lid sub b van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi), moeten een kwantitatieve risicoanalyse uitvoeren. Gevaarlijke stoffen: Binnen de inrichting worden bestrijdingsmiddelen voor de agrarische activiteiten op onderhavig bedrijf opgeslagen en bijbehorende regels in acht genomen. Er worden geen overige gevaarlijke stoffen opgeslagen. De gevraagde ontwikkeling heeft geen invloed op de externe veiligheid. Het Besluit externe veiligheid is derhalve niet van toepassing. 5.8.1.1 Plaatsgebonden risico Men kan de kans berekenen dat zich op een bepaalde plaats over een periode van één jaar een dodelijk ongeluk voordoet, als direct gevolg van een incident op een bedrijf indien zich op die plaats iemand bevindt. Hierbij is het niet van belang of op die plaats daadwerkelijk een persoon aanwezig is.

Concreet: de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een bedrijfs- of transportongeval. Dit risico wordt het plaatsgebonden risico genoemd. De locatie is niet gelegen binnen een plaatsgebonden risicocontour. 5.8.1.2 Groepsrisico Bij het berekenen van het risico is het – in plaats van uit te gaan van een denkbeeldig persoon – ook mogelijk om te kijken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rondom een bedrijf. Bepaald wordt dan hoe groot de kans is op één, tien of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Deze kans op een ramp van een bepaalde omvang heet het groepsrisico. Welke

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 28

kans acceptabel geacht wordt, is onder andere afhankelijk van de omvang van de ramp en de mate waarin hulpverleners op de bestrijding ervan zijn voorbereid. Op de locatie worden geen activiteiten verricht die een toename van groepsrisico met zich meebrengen. 5.8.2

Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT)

In paragraaf 3.2.5.2 is het doel van de BEVT beschreven Ingevolge de risicokaart van Limburg bevinden zich in de nabijheid van de projectlocatie vrijwel geen risicobronnen. Er doen zich geen overige belemmeringen voor wat betreft externe veiligheid. Er zijn enkel twee propaantanks in de nabijheid van de omgeving. De ene heeft een risicoafstand van 25 meter (locatie: Heiweg 11), de andere van 20 meter (locatie: Heiweg 6). De afstand tot deze tanks vanaf de locatie van de initiatiefnemer is ruim 300 meter.

Locatie

Afbeelding 7, Bron; Risicokaart.nl

Conclusie: Ingevolge de risicokaart bevinden zich in de nabijheid van de projectlocatie geen risicobronnen. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling ter plaatste. Voor een nachtverblijf van 16 personen in een gebouw (logies) zal te zijner tijd een omgevingsvergunning voor een brandveilig gebruik worden aangevraagd.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 29

6 OVERIGE RUIMTELIJKE ASPECTEN 6.1

Waterparagraaf

Het voorgenomen initiatief heeft gezien de beperkte oppervlakte aan verharding en de uitvoering maar een geringe invloed op de waterhuishouding. Er wordt enkel verharding toegevoegd door een beperkte uitbreiding van daken (living voor gasten logies en voeroverkapping bij de stal) op een ondergrond die reeds verhard was met beton in de huidige situatie (d.w.z. looplijn bedrijf). Het van de uitbreiding van daken afkomstige hemelwater zal worden opgevangen voor hergebruik. Het overschot zal oppervlakkig afstromen en infiltreren in de boomgaard aan de noord- en westkant van het plangebied. Voor het parkeerterrein wordt een semiverharding toegepast. Voor het overige worden bestaande panden van een nieuwe functie voorzien. De verharding van het parkeerterrein zal worden uitgevoerd als open verharding waardoor het hemelwater de bodem in gaat conform de vigerende situatie en tevens een groene uitstraling heeft. Eventueel overtollig water zal oppervlakkig afstromen en infiltreren in de boomgaard aan de noord- en westkant van het plangebied.

afbeelding 8, POL kaart 3 Kristallen waarden

Voor de onderhavige ontwikkeling is het onderdeel Bodembeschermingsgebied Mergelland van belang. De activiteiten, die nodig zijn om het planvoornemen te realiseren, hebben geen invloed op het Bodembeschermingsgebied Mergelland. Watertoets Sinds 1 november 2003 zijn overheden wettelijk verplicht om de watertoetsprocedure toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets is een instrument waarmee waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze worden meegewogen in de belangenafweging. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder zo vroeg mogelijk met elkaar in gesprek brengt. Alle ruimtelijke plannen die van invloed kunnen zijn op de waterhuishouding worden voor advies voorgelegd aan de waterbeheerders. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 30

waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. De waterhuishoudkundige aspecten die in de watertoetsprocedure worden betrokken zijn de veiligheid, wateroverlast, watervoorziening, verdroging en riolering. Er wordt aandacht besteed aan zowel grondwater als oppervlaktewater en aan zowel waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het watertoetsproces loopt van de locatiekeuze tot en met de inrichting en is van toepassing zowel in de stad als in landelijk gebied. De watertoetsprocedure is verplicht voor alle bestemmingsplannen en projectafwijkingsbesluiten, inclusief uitwerkings- en wijzigingsplannen (zie het Besluit ruimtelijke ordening artikel 3.1.1). Voor plannen waarbij door de aard of omvang van het plan geen gevolgen voor de waterhuishouding te verwachten zijn, hoeft geen (pre)wateradvies te worden aangevraagd bij het watertoetsloket en bepaalt de gemeente zelf aan welke waterhuishoudkundige randvoorwaarden het plan moet voldoen. Het plan zal maar een geringe invloed hebben op de waterhuishouding in het directe gebied. Er wordt enkel verharding toegevoegd door een beperkte uitbreiding van daken. De verharding van het parkeerterrein zal worden uitgevoerd als open verharding.

Per saldo zal de oppervlakte van de verharding afnemen, doordat de voormalige voeropslag, de gastank en de grindpaden op het kampeerterrein ten noorden van de kamers met logies zullen verdwijnen. De kans op een overstroming is nihil, er hoeft dus ook geen infiltratievoorziening op deze locatie gerealiseerd te worden. Gesteld kan worden dat de aard en de omvang van het plan dusdanig is dat geen gevolgen voor de waterhuishouding te verwachten zijn. Er is om deze reden geen (pre)wateradvies aangevraagd bij het watertoetsloket. De gemeente bepaalt zelf aan welke waterhuishoudkundige randvoorwaarden het plan moet voldoen. Er is voldoende ruimte om het te infiltreren. Conclusie Er zijn geen negatieve gevolgen te verwachten met betrekking tot het aspect water in het voorliggende initiatief. Het aspect water is voldoende gewaarborgd en vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkelingen en voor de vaststelling van onderhavig initiatief.

6.2 6.2.1

Archeologie en cultuurhistorie Archeologie

Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen een nader onderzoek plaatsvinden naar archeologische waarden. Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. Voor het initiatief is door Econsultancy een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Deze is als bijlage 5 aan deze toelichting gevoegd. Doel van het bureauonderzoek was om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 31

Initiatiefnemer heeft aangegeven dat bij uitvoering van de aanvraag omgevingsvergunning de bodem maximaal 30 cm wordt opgehoogd en er niet dieper dan 30 cm onder het huidige maaiveld graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Aangezien in het booronderzoek is aangetoond dat het archeologisch niveau zich dieper bevindt dan de bouwvoor (bovenste 30 cm), zullen de toekomstige plannen mogelijk niet leiden tot verstoring van de eventuele archeologische resten. De gemeente Eijsden-Margraten heeft een gemeentelijke Erfgoedverordening vastgesteld met bijbehorende verwachtingenkaart. Door de uitvoering van het archeologische onderzoek is er sprake van voortschrijdend inzicht. Om het kampeerterrein te kunnen inrichten en te voorzien van noodzakelijke aansluitingen zullen er leidingen in de grond worden aangebracht. Hiervoor zullen sleufjes worden ontgraven met een breedte van 0,5 m. en een diepte van maximaal 0,5 m.. Bij de uitvoering van het archeologisch onderzoek was een diepte van 0,5 m. niet voorzien. Aanvrager zal ervoor zorgdragen dat bij het frezen van deze leidingstroken archeologische begeleiding aanwezig is, zodat deze kan toetsen, de bevindingen kan vastleggen en eventueel aanwijzingen kan geven. Geadviseerd is om een dubbelbestemming archeologie toe te passen. Deze is in het vigerend bestemmingsplan ook reeds aanwezig en zal in het nieuwe bestemmingplan behouden blijven.

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig plan indien de regels in acht worden genomen en bij het frezen van leidingstroken archeologische begeleiding aanwezig is. 6.2.2

Cultuurhistorie

Binnen het plangebied zijn geen van rijkswege- of gemeentewege beschermende cultuurhistorische waarden aanwezig. Hierbij kan men denken aan rijksmonumenten, beschermde dorpsgezichten of beeldbepalende panden, ook niet in de directe nabijheid van het plangebied. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig plan.

6.3

Landschappelijke inpassing

Ten behoeve van het verbeteren van de omgevingskwaliteit ter plaatse, is door Tuin- en landschapsarchitect Ir Guido W.F.M. Paumen een landschappelijk inpassingsplan gemaakt (zie ook bijlage 6). Tevens is hierin het reliëf van het terrein belicht. De kwaliteitscommissie heeft het inpassingsplan beoordeeld en heeft een positief advies voor de voorliggende ontwikkeling afgegeven (zie ook bijlage 6). Omwille van de leesbaarheid wordt voor de inpassing verwezen naar de bijlage bij deze toelichting. De hoogteverschillen tussen de verschillende terrassen worden ingericht als graft passend bij het gebruik als camping. Zoals in het inpassingsplan aangegeven worden deze middels verruiging omgevormd, zodat hierop meer opgaande beplanting komt te staan. Doch niet over de gehele lengte, maar op strategische plekken, zodat het uitzicht vanaf de camping in balans is met het zicht op de camping.

6.4 6.4.1

Natuurwaarden en landschapswaarden Ecologische Hoofdstructuur

De gevraagde ontwikkeling is niet gelegen in de Ecologische hoofdstructuur, maar is wel gelegen nabij de Ecologische hoofdstructuur. Het voorliggende initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor dit gebied.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 32

6.4.2

Wet natuurbescherming / Natura 2000

Beoordeeld moet worden of de uitbreiding en/of wijziging van de inrichting significante gevolgen heeft voor natuurgebieden die in het kader van de Wet Natuurbescherming beschermd moeten worden. In onderstaande afbeelding zijn de meest nabijgelegen gebieden ten opzichte van de inrichting aangegeven. Binnen enkele kilometers rondom de locatie bevinden zich verschillende Natura 2000 gebieden. Het dichtstbij gelegen Natura2000 gebied is de Voerstreek in Belgie op circa 35 meter. Het Savelsbos is het meest dichtbij gelegen Natura2000 gebied in Nederland op circa 1.150 meter.

Locatie

afbeelding 9, Natura 2000 gebieden, bron: http://natura2000.eea.europa.eu/

Toetsing Het rundvee binnen de inrichting wordt verplaatst naar een ander bedrijfsgebouw. De nieuwe stal voor het vleesvee is reeds gereed. Hiervoor is vergunningsvrij in 2018 een aanbouw gerealiseerd.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 33

Voor het houden van het vleesvee in deze stal (conform onderhavig plan) is door de provincie Limburg op 13 februari 2019 een positief ontwerpbesluit op grond van de Wet natuurbescherming vastgesteld onder nummer 2016-601987. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het Programma Aanpak Stikstof (PAS) onverbindend verklaard. Dit betekent dat de aanvraag door de Provincie Limburg is aangehouden totdat nieuwe beleidskaders zijn vastgesteld. Middels het plan vindt geen uitbreiding of wijziging van de veestapel plaats. Het feitelijke gebruik blijft ongewijzigd gehandhaafd. Stikstofdepositie Gezien de uitspraak van de Raad van State 29 mei 2019 met betrekking tot het toepassen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) bij de beoordeling van omgevingsvergunningplichtige activiteiten (artikel 2.1. en 2.2. Wabo) in relatie tot de Wet natuurbescherming (Wnb), hebben er veranderingen plaatsgevonden in het toetsingscriteria van Wabo-vergunningplichtige activiteiten. Dit geldt ook voor bestemmingsplanwijzigingen. Hierdoor dienen ook andere activiteiten beoordeeld te worden op basis van de Wet natuurbescherming.

Per saldo wordt in onderhavig plan het aantal kampeerplaatsen uitgebreid worden met 15 stuks, de parkeerplaatsen worden uitgebreid en gewijzigd, tevens worden er 8 kamers voor logies en een living gerealiseerd en de huisvesting van het rundvee binnen de inrichting wordt verplaatst naar een ander bedrijfsgebouw. Voor het aanleggen van een nieuw parkeerterrein en het uitbreiden van het kampeerterrein alsmede een tijdelijk gebruik hiervan voor de duur van 10 jaar, is op 16 mei 2019 reeds een omgevingsvergunning door de gemeente Eijsden-Margraten verleend. Ook is er een houtvergassingskachel aanwezig (gemeld conform de wet milieubeheer resp. activiteitenbesluit), welke dient voor de verwarming en de warmwatervoorziening van het gehele gebouw (d.w.z. kamers met logies en sanitair van de camping). Het gebouw is dus volledig CO 2 neutraal. Toetsing In bijlage 9 is een rapportage N- onderbouwing met een Aerius-berekening van het plan bijgesloten voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Op basis van de uitgangspunten in de berekening heeft de voorgenomen activiteit geen depositie op Natura 2000 gebieden tot gevolg. De ontwikkelingen hebben dus geen significante gevolgen voor natuurgebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming beschermd moeten worden en er is geen sprake van een belemmering. 6.4.3

Soortenbescherming

Op basis van de Wet Natuurbescherming moet bij alle geplande ruimtelijke ingrepen nagegaan worden of er schade wordt toegebracht aan beschermde planten- en diersoorten. In de wet is vastgelegd welke handelingen ten aanzien van beschermde soorten verboden zijn. Als de uitvoering van het plan een of meerdere verboden handelingen met zich meebrengt, is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen. De beschermde soorten worden als volgt onderscheiden: • Algemene soorten (FF1); • Overige soorten (FF2); • Streng beschermde soorten (FF3). Als soorten uit de derde categorie door het project schade zullen leiden, is het de vraag of het project wel doorgang kan vinden. Bij soorten uit de tweede categorie zal in ieder geval aangetoond moeten worden dat geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Pas

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 34

dan zal ontheffing verkregen kunnen worden. Voor de soorten uit de eerste categorie geldt een algemene vrijstelling, waarbij de algemene zorgplicht uit de Flora- en Faunawet centraal staat.

Locatie

Afbeelding 10, Beschermde broedvogels.

De omliggende waarnemingen betreffen tweemaal een kneu en verder driemaal de veldleeuwerik. Er zijn diverse andere geschikte locaties in de nabije omgeving voor deze vogelsoorten. In het plangebied zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten en planten. Tevens zijn er geen waarnemingen bekend van amfibieën die een nadere bescherming behoeven. Door het jarenlange gebruik van de betrokken locatie als recreatie- en landbouwgrond is de kans op de aanwezigheid van bijzondere planten- en dierensoorten op de locatie zeer beperkt. De plantensoorten op de locatie worden grotendeels door mensen gereguleerd. Voor diersoorten geldt dat er gedurende een lange reeks van jaren een dusdanige verstoring plaatsvond, verkeer en menselijke activiteiten, dat de betreffende locatie niet geschikt is als leefgebied. Deze locatie is geen geschikt vestigings- en/of permanent leefgebied voor soorten uit de eerste en tweede categorie. Hooguit zullen een of meer van de algemeen voorkomende beschermde soorten hier bij tijd en wijle verblijven. Voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden dient het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht te worden genomen, hetgeen in dit geval goed mogelijk is. Overtreding ten aanzien van broedvogels kan worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen. Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 35

Verder dient te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen. Op basis van onderhavige quickscan wordt vervolgonderzoek naar het voorkomen van verschillende soortgroepen niet noodzakelijk geacht. Tevens is er geen sprake van het indienen van een ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming ten aanzien van het verstoren van vaste rust- en verblijfplaatsen. De toevoeging van nieuwe groene elementen kan ertoe bijdragen dat voor enkele soorten de locatie aantrekkelijker wordt. Het aspect natuurwaarden en landschapswaarden vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig initiatief.

6.5

Verkeer, infrastructuur en parkeren

De locatie wordt momenteel ontsloten via drie inritten op de Heiweg, waarvan er één voor privégebruik is. Via de Heiweg wordt de locatie ontsloten richting de omliggende steden en dorpen alsmede richting de A2. Verkeer De verkeersaantrekkende werking van het project bestaat hoofdzakelijk uit vakantieverkeer. Hierbij moet worden opgemerkt dat veel vakantiegangers te voet en/of per fiets de omgeving verkennen. Het plan leidt derhalve slechts tot een beperkte toename van verkeersbewegingen. Het project heeft geen substantiële consequenties voor de wegenstructuur, verkeersintensiteiten en verkeersveiligheid. Aanpassingen aan de openbare weg als gevolg van dit project zijn niet noodzakelijk. Parkeren Bij realisatie van het initiatief dienen de initiatiefnemers zorg te dragen voor voldoende parkeergelegenheid conform het op 25 september 2018 vastgestelde paraplubestemmingsplan Parkeren van de gemeente Eijsden-Margraten. In de huidige situatie is er voldoende ruimte en het parkeren vindt volledig op het eigen terrein plaats. Ook voor het parkeren in verband met de uitbreiding is er voldoende ruimte op het eigen terrein. Zie hiervoor de verbeelding en de functieaanduiding parkeerterrein.

Uitvoering parkeertoets Uitgangspunten: 40 kampeerplaatsen 4 vakantieappartementen 8 kamers voor logies 1 bedrijfswoning niet stedelijk gebied buitengebied Berekening parkeerbehoefte: Voor de bestaande bedrijfswoning zijn twee parkeerplaatsen nodig. De overige activiteiten leveren een parkeerbehoefte op van 56 parkeerplaatsen: - 40 parkeerplaatsen ten behoeve van de 40 kampeerplaatsen, conform de eerder verleende vergunning; - 8 parkeerplaatsen ten behoeve van de 4 vakantieappartementen (uitgaande van maximaal twee auto’s per vakantieappartement); - 8 parkeerplaatsen ten behoeve van de 8 kamers logies (uitgaande van één auto per kamer). Totaal zijn er dus 58 parkeerplaatsen nodig, waarvan 56 voor de gasten en 2 voor de bedrijfswoning.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 36

Het parkeerterrein voor de gasten heeft een oppervlakte van 1.545 m2 (d.w.z. bestaand 633 m2 en uitbreiding 912 m2). Gelet op de omvang en inrichting van het terrein is de parkeervoorziening geschikt voor 58 parkeerplaatsen ten behoeve van het parkeren door de gasten. Bij de bedrijfswoning kunnen nu reeds vier auto’s parkeren. Met het realiseren van het parkeerterrein voor 58 parkeerplaatsen en de parkeergelegenheid bij de bedrijfswoning wordt ruimschoots aan de parkeernorm voldaan. Conclusie Het plan past binnen het gemeentelijk beleid. Parkeren kan volledig plaatsvinden op eigen terrein en de verkeersaantrekkende werking is beperkt. Het aspect verkeer en infrastructuur vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig initiatief.

6.6

Kabels en leidingen

Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse planologisch relevante kabels- of leidingen, behalve de reguliere huisaansluitingen van de bestaande bebouwing. Dit is eveneens gebleken uit een door de gemeente verricht oriënterend verzoek bij klic. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.

6.7

Duurzaamheid

Duurzaamheid gaat om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Ook dient er in de praktijk gelet te worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). Bij de uitwerking van het plan is met voorgaande rekening gehouden. Het hergebruik van een bestaand bedrijfsgebouw tot kamers met logies betreft een duurzame ontwikkeling. Hetzelfde geldt voor de loods die (deels) gebruik wordt voor de huisvesting van het vee. Ook is bij de uitbreiding van de camping sprake van een intensief, zuinig ruimtegebruik. Voorts zet de beoogde bedrijfsvoering zet in op duurzaamheid. In de huidige situatie zijn op het gebouw waar de kamers met logies worden gerealiseerd 104 zonnepanelen gelegen (2,3 megawatt), welke dienen voor de energievoorziening - ‘energieneutraal’. Uitbreiding is op termijn optioneel. Ook is er een houtvergassingskachel aanwezig, welke dient voor de verwarming en de warmwatervoorziening van het gehele gebouw (d.w.z. kamers voor logies en sanitair van de camping). De kachel heeft een nominaal vermogen van 80 kW en is gecertificeerd (laatstelijk 12 juni 2019). Het gebouw is dus volledig CO2 neutraal.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 37

7 UITVOERBAARHEID De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

7.1

Grondexploitatie en financiële uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. De uitvoering van het plan is in particuliere handen. Het project heeft dan ook geen gevolgen voor de gemeentelijke financiën. In de onderhavige situatie is sprake van een buitenplanse wijziging van het bestemmingsplan door het college van B & W. In de onderhavige situatie is niet te verwachten dat derden schade leiden door de gevraagde wijziging. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

7.2

Planschade

Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Eijsden-Margraten sluit een planschadeverhaalsovereenkomst met de initiatiefnemer. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Eijsden-Margraten.

7.3

Maatschappelijke haalbaarheid

De uitgangspunten voor het beleid, zoals opgenomen in onderhavig bestemmingsplan, zijn terug te vinden in het vigerend bestemmingsplan. Over het beleid is reeds consensus bereikt. Gezien het voorgaande wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 38

8 PLANSTUKKEN Het bestemmingsplan De Mescherhei van de gemeente ‘Eijsden-Margraten’ bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding schaal 1:500.

8.1

Algemeen

Op basis van de Wet Ruimtelijke ordening, bepaalt een viertal zaken de opzet en inrichting van de bestemmingsplanregels, te weten: ▪ de digitale raadpleegbaarheid; ▪ de Standaard Vergelijkbare Bestemming- Plannen 2012 (SVBP 2012); ▪ de Woningwet; ▪ het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Margraten 2009” incl. 1e herziening. Bij het opstellen van de inhoud van de regels is de systematiek en waar mogelijk de inhoud van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Margraten 2009” incl. 1e herziening aangehouden. De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding wordt gevormd door een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het plangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen.

8.2

Toelichting, regels en verbeelding

Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven. 8.2.1

Toelichting

De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan. 8.2.2

Regels

Conform de SVBP 2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: ▪

▪

▪

Hoofdstuk 1: Inleidende regels o Begrippen o Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels o Bestemmingen o Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels o Anti-dubbeltelregel

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 39

▪

o Algemene bouwregels o Algemene aanduidingsregels o Algemene afwijkingsregels o Algemene wijzigingsregels o Verwerkelijking in de naaste toekomst o Algemene procedureregels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels o Overgangsrecht o Slotregel

De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen behoeft te bevatten: - Bestemmingsomschrijving - Bouwregels - Nadere eisen - Afwijken van de bouwregels - Specifieke gebruiksregels - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden - Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk - Wijzigingsbevoegdheid Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggen bestemmingsplan. 8.2.3

Verbeelding

De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte digitale kadastrale ondergrond. Op de analoge verbeelding wordt per bestemming specifieke informatie weergegeven. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 40

9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN FORMELE PROCEDURE 9.1

Inleiding

De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

9.2. Vooroverleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Voorliggende planontwikkeling wordt parallel aan de inspraakfase (zie paragraaf 8.3) door de gemeente in het kader van artikel 3.1.1 Bro voorgelegd voor advies aan de betreffende instanties. De vervolgens ingekomen reacties c.q. adviezen zullen worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan.

9.3. Inspraak Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg.

9.4. Formele procedure 9.4.1 Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. 2. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. 3. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. 4. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 41

5.

6. 7.

Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

9.4.2. Procedure en vaststelling bestemmingsplan ‘Heiweg 7 St. Geertruid’ Zoals in paragraaf 1.3.3. aangegeven heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 17 november 2021 het besluit van de raad van de gemeente Eijsden-Margraten d.d. 26 mei 2020 gedeeltelijk vernietigd waarbij het bestemmingsplan ‘Heiweg 7 St. Geertruid’ is vastgesteld, voor zover dit betreft de gronden met de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’. De tekortkomingen zijn in dit bestemmingsplan gerepareerd en qua activiteiten volledig gelijk aan het op 26 mei 2020 vastgestelde bestemmingsplan, waarbij het plangebied is uitgebreid met de aangrenzende agrarische gronden en bijbehorende spuitvrije zone voor alle activiteiten op Heiweg 7 te Sint Geertruid. Gezien het voortraject en het feit dat de wijzigingen ten opzichte van het eerder vastgestelde plan niet zodanig groot zijn, is er door de gemeente Eijsden-Margraten geen ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd en onderhavig bestemmingsplan vastgesteld door de Raad van de gemeente EijsdenMargraten.

Toelichting Kenmerk

: :

Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=2df2726c-5339-4b94-bea8-ff7fdce584bd