20220524 17g Toelichting.pdf
Tekst van het document
Toelichting “Heiweg 7, St. Geertruid”
Toelichting “Heiweg 7, St. Geertruid” NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02
TOELICHTING “Heiweg 7, St. Geertruid”
Opdrachtgever: Naam en Voorletters Correspondentieadres Postcode en Woonplaats U bent
: : : :
De Mescherhei, de heer Duizings Heiweg 7 6265 NL St. Geertruid eigenaar
: : : : : : :
Arvalis Adviseurs Bergsma T./ Wouters M. Mauritsstraat 11 6361 AV Nuth 06-55720230 / 06-53247831 tbergsma@arvalis.nl / mwouters@arvalis.nl 5 april 2022
Opdrachtnemer / Gemachtigde Opgesteld door Naam en voorletters Adres Postcode en woonplaats Telefoon E-mailadres Nuth
Inhoudsopgave Toelichting 1
2
3
INLEIDING
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding en doel aanvraag omgevingsvergunning Ligging en begrenzing van het plan Vigerend bestemmingsplan 1.3.1 Vigerend bestemmingsplan 1.3.2 Strijdigheid planontwikkeling 1.3.3 Vastgesteld bestemmingsplan en Uitspraak Raad van State
1 1 1 2 2 2
1.4 1.5
Bij de aanvraag behorende stukken Leeswijzer
3 3
GEBIEDSBESCHRIJVING
5
2.1 2.2 2.3
5 5 5
Ontstaansgeschiedenis Projectbeschrijving Locatiebeschrijving
RUIMTELIJK BELEID
7
3.1
Internationaal beleid 3.1.1 Natura 2000
7 7
3.2
Rijksbeleid 3.2.1 Nationale omgevingsvisie 3.2.2 Wet natuurbescherming 3.2.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.2.4 Luchtkwaliteit 3.2.5 Besluit externe veiligheid 3.2.6 Ladder van duurzame verstedelijking
7 7 8 8 10 11 12
3.3
Provinciaal beleid 3.3.1 Provinciale Omgevingsvisie 3.3.2 Provinciale omgevingsverordening “hoofdstuk ruimte” 3.3.3 Omgevingsverordening Limburg 3.3.4 Regionale uitwerking POL Zuid-Limburg: Themagroep vrijetijdseconomie 3.3.5 Cultuur Historische Waardenkaart Limburg 3.3.6. Limburgs Kwaliteitsmenu
12 12 14 14 18 19 20
3.4
Gemeentelijk beleid 3.4.1 Strategische visie 2022 Vernieuwen door Verbinden 3.4.2 Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden - Margraten 3.4.3 Beleidsnotitie Spuitcirkels
20 20 21 21
4
BEOOGDE ONTWIKKELING
23
5
MILIEUTECHNISCHE ASPECTEN
24
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
24 24 24 25 26 26 27
Activiteitenbesluit Milieueffectrapportage (mer) Bodem Luchtkwaliteit Spuitcirkels Geluid Milieuzonering / Bedrijvigheid
5.8
6
7
8
9
Externe veiligheid 5.8.1 Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI). 5.8.2 Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT)
28 28 29
OVERIGE RUIMTELIJKE ASPECTEN
30
6.1 6.2
Waterparagraaf Archeologie en cultuurhistorie 6.2.1 Archeologie 6.2.2 Cultuurhistorie
30 31 31 32
6.3 6.4
Landschappelijke inpassing Natuurwaarden en landschapswaarden 6.4.1 Ecologische Hoofdstructuur 6.4.2 Wet natuurbescherming / Natura 2000 6.4.3 Soortenbescherming
32 32 32 33 34
6.5 6.6 6.7
Verkeer, infrastructuur en parkeren Kabels en leidingen Duurzaamheid
36 37 37
UITVOERBAARHEID
38
7.1 7.2 7.3
38 38 38
Grondexploitatie en financiële uitvoerbaarheid Planschade Maatschappelijke haalbaarheid
PLANSTUKKEN
39
8.1 8.2
39 39 39 39 40
Algemeen Toelichting, regels en verbeelding 8.2.1 Toelichting 8.2.2 Regels 8.2.3 Verbeelding
VOOROVERLEG, INSPRAAK EN FORMELE PROCEDURE
41
9.1 9.2 9.3 9.4
41 41 41 41
Inleiding Vooroverleg Inspraak Formele procedure
Bijlagen 1. Situatietekening bestaand en nieuw 2. Advies themagroep vrijetijdseconomie 3. Vooronderzoek bodem NEN 5725 4. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 5. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek 6. Landschappelijke inpassing 7. Advies kwaliteitscommissie 8. Principeverzoek d.d. 21-10-2016 9. Rapportage N-onderbouwing met AERIUS-berekening voor de aanleg- en gebruiksfase 10. Nota van zienswijzen
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding en doel aanvraag omgevingsvergunning
De Mescherhei, een recreatiebedrijf met goede referenties op een agrarische bedrijfslocatie, wil het aantal kampeerplaatsen uitbreiden van 25 naar 40 stuks en tevens 8 kamers voor logies inpandig realiseren. Naast de 4 aanwezige vakantiewoningen heeft de Mescherhei dan een gevarieerd aanbod en wordt door realisatie van 8 kamers met logies het seizoen voor de ondernemer verlengd. De Mescherhei is een financieel gezond bedrijf met een goede bezettingsgraad en heeft kwaliteit, gastvrijheid en duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Dit blijkt ook uit de uitroeping in 2009 van De Mescherhei tot VeKaBo-camping van Limburg en de gedane investeringen in zonne-energie en houtvergassing, waardoor het bedrijf inmiddels energieneutraal is. Er worden een aantal vernieuwingen doorgevoerd. De camping wordt meer toegankelijker gemaakt voor campers en er worden extra voorzieningen voor deze doelgroep getroffen. Er wordt een beweegtuin aangelegd en de kamers met logies worden rolstoeltoegankelijk. Door uitbreiding met 8 kamers voor logies worden de mogelijkheden voor jaarronde exploitatie vergroot. De agrarische tak van het bedrijf blijft onverminderd in werking en bestaat uit zoogkoeien met bijbehorend jongvee, grasland met hoogstambomen, waarvan het grootste deel aansluitend aan de bedrijfslocatie gelegen en een akkerbouwtak. De nagestreefde ontwikkeling omvat het navolgende: 1.
Uitbreiding van het kampeerterrein waarbij het aantal kampeerplaatsen van 25 naar 40 stuks wordt vergroot. 2. Realisatie van een beweegtuin. 3. Herbestemmen van een bestaande loods als potstal en uitbreiden aan de zuidwestkant zodat het voer kan worden overkapt. 4. Uitbreiden van het sanitair en realiseren van 8 kamers met logies in een bestaand bedrijfsgebouw en het realiseren van een living voor de kamers aan de noordwestkant hiervan. De overige ruimtes in deze loods zullen worden benut als bergruimte en opslag. Zie bijlage 1 Op 21 oktober 2016 is een principeverzoek ingediend bij de gemeente Eijsden-Margraten, waarna op 20 december 2016 een bedrijfsbezoek heeft plaatsgevonden. Middels deze aanvraag wordt het gebruik van de te wijzigen bedrijfsonderdelen beoogd.
1.2
Ligging en begrenzing van het plan
De ligging van het plan is Heiweg 7 te St. Geertruid, kadastraal bekend Margraten, sectie S nummers 203, 204 en 211 alsmede Eijsden sectie H nummer 406. Een situatietekening kunt u terugvinden in bijlage 1.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het vigerende bestemmingsplan en de relatie hiervan met het te nemen besluit. Het actuele gemeentelijke beleid is opgenomen in paragraaf 3.4.
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 1
1.3.1
Vigerend bestemmingsplan
De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Margraten 2009’, incl. 1e herziening van de gemeente Eijsden-Margraten, vastgesteld door de Raad d.d. 14-12-2012.
afbeelding 1, uitsnede vigerend bestemmingsplan
Voor de locatie is de navolgende detailinformatie van belang; • Enkelbestemming; o Agrarisch-Bedrijf • Dubbelbestemming; o Waarde Landschapselement o Waarde Archeologie • Gebiedsaanduiding o Milieuzone – bodembeschermingsgebied • Maatvoering aantal wooneenheden:1 • Maatvoering aantal vakantieappartementen: 4 • Bouwvlak 1.3.2
Strijdigheid planontwikkeling
Het voorliggende initiatief is niet rechtstreeks toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan binnen de bestemming “Agrarisch-Bedrijf”. In de voorliggende situatie wordt vanwege strijdigheden met het geldende bestemmingsplan een bestemmingsplanwijziging in procedure gebracht, waarmee de voorliggende locatie wordt omgezet naar een recreatiebestemming. 1.3.3.
Vastgesteld bestemmingsplan en uitspraak Raad van State
Bij besluit van 26 mei 2020 heeft de Raad van de gemeente Eijsden-Margraten het bestemmingsplan ‘Heiweg 7 St. Geertruid’ voor het beoogde gebruik vastgesteld. Het plan maakt de uitbreiding van het recreatiebedrijf aan de Heiweg 7 te Sint Geertruid mogelijk. Tevens wordt de bestemming voor een deel van de gronden gewijzigd van ‘Agrarisch-bedrijf ’ naar ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ . Het plan voorziet daarnaast onder meer in een toename van het toegestane aantal kampeerplaatsen, de aanleg van een beweegtuin en de bouw van acht kamers met logies.
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 2
Tegen het vastgestelde bestemmingsplan is beroep ingesteld omdat reclamant in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 17 november 2021 het besluit van de raad van de gemeente Eijsden-Margraten d.d. 26 mei 2020 gedeeltelijk vernietigd waarbij het bestemmingsplan ‘Heiweg 7 St. Geertruid’ is vastgesteld, voor zover dit betreft de gronden met de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’. Gelet op voorgaande wordt er een geheel nieuw bestemmingsplan ‘Heiweg 7 St. Geertruid’ in procedure gebracht voor een goede overzichtelijkheid van het gehele plangebied en met uitbreiding van de aangrenzende agrarische gronden en bijbehorende spuitvrije zone voor alle activiteiten op Heiweg 7 te Sint Geertruid.
1.4
Bij de aanvraag behorende stukken
Samen met de bijbehorende bijlagen maakt deze toelichting onderdeel uit van de aanvraag van de omgevingsvergunning.
1.5
Leeswijzer
Het onderhavige wijzigingsplan voorziet in de benodigde motivering van het planvoornemen in de vorm van een toelichting. Aan bod komen de volgende aspecten: • project- en gebiedsbeschrijving, hoofdstuk 2; • het actuele beleid met betrekking tot de milieuwetgeving en ruimtelijke ordening met toetsing aan het ruimtelijke beleid, hoofdstuk 3; • toetsing aan milieuwetgeving met betrekking tot bestaande of potentiële belemmeringen in de omgeving van het plangebied (bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geluidhinder, waterparagraaf, aanwezige leidingen, archeologische waarden en natuurlijke en landschappelijke aspecten) en conclusies, hoofdstuk 5; • uitvoerbaarheid, hoofdstuk 7; • planstukken, hoofdstuk 8.
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 3
2 GEBIEDSBESCHRIJVING 2.1
Ontstaansgeschiedenis
Zuid-Limburg dankt zijn bijzondere gesteldheid voornamelijk aan de geologische opbouw van het gebied en aan het reliëf, dat door de Maas daarin is uitgeslepen. Het Heuvelland is eigenlijk een Dalenland, omdat het is ontstaan uit een hoogvlakte, die is versneden door dalen. De geologische formaties, die in dit gebied (dicht) aan het oppervlak liggen, zijn zeer verschillend van ouderdom en samenstelling. De oudste afzettingen dateren uit het Carboon, het Krijt en het Tertiair. Gedurende het Pleistoceen zijn deze oude lagen sterk geërodeerd en op veel plaatsen bedekt met jongere sedimenten. De lange bewoningsgeschiedenis, die teruggaat tot het midden van de oude steentijd, heeft een rijk en gevarieerd erfgoed nagelaten, dat nauwelijks vergelijkbaar is met de rest van Nederland. Deze uitzonderlijkheid hangt nauw samen met de abiotische gesteldheid. De aanwezigheid van vuursteen en kalksteen, het vruchtbare lössdek en de overvloed van stromend water hebben een belangrijke invloed uitgeoefend op de menselijke occupatie. Deze invloed komt zowel tot uitdrukking in het archeologisch bodemarchief (het veelal onzichtbare erfgoed uit de Prehistorie en de Romeinse tijd), als in het zichtbare cultuurlandschap, dat zich vanaf de Middeleeuwen heeft ontwikkeld.
2.2
Projectbeschrijving
De nagestreefde ontwikkeling omvat het navolgende: 1. Uitbreiding van het kampeerterrein waarbij het aantal kampeerplaatsen van 25 naar 40 stuks wordt vergroot. 2. Realisatie van een beweegtuin. 3. Herbestemmen van een bestaande loods als potstal en uitbreiden aan de zuidwestkant zodat het voer kan worden overkapt. 4. Uitbreiden van het sanitair en realiseren van 8 kamers voor logies in een bestaand bedrijfsgebouw en het realiseren van een living voor de gasten van de logies-kamers aan de noordwestkant hiervan. De overige ruimtes in deze loods zullen worden benut als bergruimte en opslag.
2.3
Locatiebeschrijving
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten, ten oosten van de kern Eijsden, ten zuiden van St. Geertruid en ten noorden van Mesch op de grens tussen Nederland en België. Rondom de locatie liggen landbouwgronden en diverse (landschaps)elementen waaronder de Uitkijktoren Mescherhei en op ruim 200 m. afstand een nabijgelegen agrarisch bedrijf.
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 5
Locatie
afbeelding 2, Topografische kaart
De locatie wordt momenteel ontsloten via de Heiweg. Middels deze weg wordt de locatie verder ontsloten richting de omliggende steden en dorpen alsmede de A2.
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 6
3 RUIMTELIJK BELEID 3.1
Internationaal beleid
3.1.1
Natura 2000
De Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, beschermen de natuur in heel Europa. Beide richtlijnen beschermen bepaalde gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. De al eerder aangewezen Vogelrichtlijngebieden worden daarbij opnieuw aangewezen. Alle habitatgebieden vallen sinds 1 februari 2009 ook onder de Wet natuurbescherming. Het toetsingskader ammoniak maakt plaats voor een handreiking aan het bevoegd gezag. In veel gevallen zullen dit de provincies zijn. Deze handreiking kan het bevoegd gezag helpen bij de afweging of bestaand gebruik, nieuwvestiging of uitbreiding van activiteiten met stikstofuitstoot in of in de omgeving van Natura 2000-gebieden kan worden toegestaan of niet. De handreiking is een hulpmiddel voor de periode totdat Natura 2000beheerplannen van kracht zijn geworden. Het is niet een tot in detail ingevulde handreiking. Het bevoegd gezag krijgt de ruimte om tot een evenwichtig oordeel te komen op gebiedsniveau. Uit de uitspraak en het advies van de Raad van State kan niet de conclusie worden getrokken dat uitbreiding van veehouderijbedrijven niet meer mogelijk is. Voor een vergunning is nu steeds een afzonderlijke toets nodig van de effecten op een Natura 2000- gebied.
Voor veehouderijen in of bij Habitatrichtlijngebieden moet bij oprichtingen of uitbreidingen die significante gevolgen kunnen hebben, een habitattoets (passende beoordeling) worden doorlopen. In paragraaf 6.4 zijn de eventuele gevolgen van het project op de Natura 2000-gebieden nader beschreven.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1.
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte;
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 7
•
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
•
Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige en lokale ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.2.2.
Wet natuurbescherming
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de voormalige Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en Boswet. De Wnb bevat regels voor het behoud van de biologische diversiteit en de bescherming van kwetsbare dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving. In de Wnb gelden aparte beschermingsregimes voor gebieden, soorten en houtopstanden. Gebiedsbescherming Op verschillende plekken in Limburg komen soorten en habitats (leefgebieden van bijzondere planten of dieren) voor die van grote waarde zijn, bijvoorbeeld omdat ze in andere Europese landen niet of nauwelijks aanwezig zijn. Deze gebieden zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden en genieten (strikte) bescherming. Handelingen met mogelijk schadelijke gevolgen voor de beschermde natuurwaarden van deze gebieden zijn in veel gevallen verboden, tenzij de provincie aan de initiatiefnemer een vergunning verleent. Soortenbescherming Om de meest kwetsbare dier- en plantsoorten te beschermen zijn voor deze soorten schadelijke handelingen veelal verboden. Te denken valt aan het doden, vangen of verstoren van bepaalde in het wild levende dieren of het verwijderen van planten. De beschermde soorten zijn in de Wnb vermeld.
In sommige situaties en onder bepaalde (strikte) voorwaarden kan de provincie ontheffing verlenen, zodat activiteiten die in beginsel verboden zijn toch kunnen worden uitgevoerd. Zie de brochure van het ministerie van Economische Zaken voor meer informatie over soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Houtopstanden Voor houtopstanden met een grondoppervlak groter dan 10 are (1.000m²) en rijbeplantingen bestaande uit 21 bomen of meer, buiten de (bos)bebouwde kom, gelden beschermende regels. Het vellen van (delen van) deze houtopstanden moet tijdig aan de provincie worden gemeld. Gedeputeerde Staten kunnen een kapverbod opleggen. Verder geldt een herbeplantingsplicht. Dit houdt in dat de rechthebbende zorg moet dragen voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. In uitzonderlijke gevallen kan de provincie uitstel of ontheffing van de herbeplantingsplicht verlenen. Voor de voorgenomen ontwikkeling is het vellen van een houtopstand niet aan de orde. Wel dient deze getoetst te worden op de gebiedsbescherming (Natura 2000 gebieden) en de soortenbescherming. Zie paragraaf 6.4 voor de toetsing. 3.2.3.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Naast de Structuurvisie kent de Rijksoverheid ook het ‘Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2011’. De eerste tranche van het Besluit algemene regels Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 8
ruimtelijke ordening is vastgesteld op 22 augustus 2011 en op 30 december 2011 in werking getreden. Dit Barro is ontstaan bij het ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Rijk heeft hierin vastgelegd dat voor een aantal specifieke onderwerpen algemene regels gelden, dit is immers een bevoegdheid van het Rijk. Het gaat hierbij om het beschermen van de nationale belangen. In het Barro zijn regels opgenomen waaraan de inhoud van bestemmingsplannen moet voldoen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit.
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de Provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS, inmiddels door het Rijk Nationaal Natuurnetwerk genoemd) en begrenzing en bescherming van de EHS dient vast te leggen in een provinciale verordening. In Limburg is de EHS vastgelegd in de Goudgroene natuurzone en in de provinciale omgevingsvisie Limburg (POVI) aangeduid als Natuurnetwerk Limburg. In paragraaf 2.6 van de omgevingsverordening Limburg wordt de begrenzing van de Goudgroene natuurzone bepaald en wordt invulling gegeven aan het beschermingsregime op basis van het Barro en de daarin verwoorde ‘Spelregels EHS’. 3.2.3.1. Nationaal Landschap Het Rijk heeft in het verleden een selectie gemaakt van twintig Nationale landschappen. Deze landschappen weerspiegelen tezamen de diversiteit en ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Het beleid ten aanzien van landschap is niet langer een rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies.
afbeelding 3, Uitsnede kaart Nationale landschappen
Het plangebied is gelegen in/bij een nationaal landschap. Dit betekent dat de provincie bij haar beleid rekening dient te houden met het nationale beleid inzake de te beschermen waarden in dit gebied. Voor Zuid-Limburg zijn deze bijzondere waarden; • Schaalcontrast open - besloten
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 9
• Groen karakter • Reliëf en ondergrond • Cultuurhistorisch erfgoed De provincie vertaalt dit beleid in de Provinciale Omgevingsvisie van Limburg, zie paragraaf 3.3. 3.2.3.2. Ecologische Hoofstructuur Om flora- en faunasoorten in staat te stellen om op lange termijn te overleven en zich te ontwikkelen zijn vanuit ruimtelijk oogpunt twee zaken essentieel: het behoud van leefgebieden en de mogelijkheden om zich te kunnen verplaatsen tussen leefgebieden. In internationaal verband heeft Nederland zich met het Biodiversiteitsverdrag en de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen (Natura 2000) gecommitteerd aan afspraken over soorten (Flora- en Fauna) en leefgebieden van soorten (habitats). Het Rijk is verantwoordelijk voor het nakomen van die aangegane verplichtingen. Binnen de door het Rijk gestelde kaders begrenzen, beschermen en onderhouden de provincies een natuurnetwerk met de juiste ruimtelijke, water- en milieucondities voor kenmerkende ecosystemen van (inter)nationaal belang. Dit provincie- en landsgrensoverschrijdende netwerk is het Netwerk Nieuwe Natuur. De landelijke doelstellingen zijn door de Provincies nader uitgewerkt, dan wel kunnen nader worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Dit vloeit voort uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), van 30 december 2011.
De regels voor de ecologische hoofdstructuur zijn door de Provincie Limburg ondergebracht in het onderdeel Goudgroene Natuurzone. 3.2.4.
Luchtkwaliteit
De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de ‘Wet milieubeheer’ goedgekeurd (Stb. 2007, 414). Met name hoofdstuk 5 titel 2 uit genoemde wet is veranderd. Omdat titel 2 handelt over luchtkwaliteit staat de nieuwe titel 2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Deze wet is op 15 november 2007 (Stb. 2007, 434) in werking getreden en vervangt het ‘Besluit luchtkwaliteit 2005’. De wet is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: • negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken • mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Wet milieubeheer (Wm), artikel 5.12 en verder, vormt de juridische grondslag voor het NSL. Het NSL werd op 1 augustus 2009 van kracht, met een looptijd tot 1 augustus 2014. Vervolgens is het NSL verlengd tot en met 31 december 2016. Daarna is het NSL voor een tweede keer verlengd tot en met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Sinds het NSL op 1 augustus 2009 in werking trad: • moet Nederland uiterlijk op 11 juni 2011 aan de jaargemiddelde en daggemiddelde normen voor PM10 voldoen (zonder uitstel was dit januari 2005). Tot die tijd golden tijdelijk verhoogde grenswaarden. • moet Nederland uiterlijk op 1 januari 2015 aan de jaargemiddelde norm voor NO2 voldoen (met uitzondering van de agglomeratie Heerlen/Kerkrade die al op 1 januari 2013 moet voldoen). Zonder uitstel was dit in januari 2010. Tot die tijd golden tijdelijk verhoogde grenswaarden. • geldt dat een project 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, als het effect op de luchtkwaliteit minder is dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram/m3 (dus minder dan 1,2 microgram/m3).
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 10
• kan het bevoegd gezag het NSL gebruiken om een project te onderbouwen dat 'in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging op voorwaarde dat het project in het NSL staat. • zijn overheden verplicht de maatregelen in het NSL uit te voeren. • is het monitoringstelsel van kracht. Ook na 2015 blijft Nederland zich inzetten om aan de grenswaarden te voldoen. De reikwijdte en werking van het NSL verandert daartoe niet. Zie verder onder paragraaf 5.4. 3.2.5.
Besluit externe veiligheid
3.2.5.1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) is in 2004 in werking getreden. Hiermee zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. In 2004 is ook de Regeling Externe Veiligheid Inrichtingen (REVI) in werking getreden. Deze regeling strekt tot uitvoering van het BEVI. Het BEVI heeft als doel zowel individuele als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te garanderen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het BEVI is van toepassing op Wm-vergunningplichtige risicovolle inrichtingen en/of nabijgelegen beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten. Plaatsgebonden risico: Men kan de kans berekenen, dat zich op een bepaalde plaats over een periode van één jaar een dodelijk ongeluk voordoet, als direct gevolg van een incident op een bedrijf indien zich op die plaats iemand bevindt. Hierbij is het niet van belang of op die plaats daadwerkelijk een persoon aanwezig is. Concreet: de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een bedrijfs- of transportongeval. Dit risico, wordt het plaatsgebonden risico genoemd.
Groepsrisico: Bij het berekenen van het risico is het – in plaats van uit te gaan van een denkbeeldig persoon – ook mogelijk om te kijken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rondom een bedrijf. Bepaald wordt dan hoe groot de kans is op één, tien of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Deze kans op een ramp van een bepaalde omvang heet het groepsrisico. Welke kans acceptabel geacht wordt, is onder andere afhankelijk van de omvang van de ramp en de mate waarin hulpverleners op de bestrijding ervan zijn voorbereid. Voor een verdere toetsing aan o.a. milieuzonering, zie paragraaf 5.7. 3.2.5.2. Besluit Externe Veiligheid Transportroutes (BEVT) Het besluit geldt vanaf 1 april 2015 en heeft betrekking op de vaststelling van de ligging van de risicoplafonds langs transportroutes en bevat regels voor ruimtelijke ontwikkelingen langs transportroutes in verband met externe veiligheid (Regeling basisnet). Om duidelijkheid te verschaffen in de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen is het Basisnet ontwikkeld. Het Basisnet geeft de verhouding aan tussen ruimtelijke ordening en de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, vaarwegen en spoorwegen. Zo wordt beschreven welke ruimtelijke ontwikkelingen al dan niet zijn toegestaan in het gebied tot 200 meter vanaf de infrastructuur.
Het Basisnet beperkt zich tot de rijksinfrastructuur. Binnen het Bevt krijgen provincies de mogelijkheid om voor provinciale wegen een provinciaal Basisnet vast te stellen. Voor Limburg zijn in 2009 en 2010 tellingen verricht en berekeningen Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 11
uitgevoerd om inzicht te krijgen op de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen via de provinciale wegen. Hieruit blijkt dat in Limburg, nu en in de toekomst (tot 2020) geen knelpunten te verwachten zijn. Slechts op één locatie was sprake van een plaatsgebonden risicocontour die buiten de weg valt (N280 bij Roermond). Daarbinnen mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden ontwikkeld. Doordat zich geen knelpunten voordoen wordt momenteel bezien of het vaststellen van een provinciaal Basisnet voor Limburg meerwaarde heeft. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een transportroute die is opgenomen in het basisnet. Zie voor de toetsing paragraaf 5.8. 3.2.6. Ladder duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6, lid 2 Bro dient een toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd.
Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens vaste rechtspraak dat, in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden.
De ladder voor duurzame verstedelijking toegepast op voorliggende planontwikkeling leidt tot het navolgende: de ontwikkeling van een bestaande recreatieve tak betreft geen stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet op het initiatief van toepassing.
3.3 3.3.1
Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).’ De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 12
veranderingen. In de Omgevingsvisie Limburg wordt de richting voor de periode 2021 tot 2030-2050 geschetst. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied;. b. In landelijk gebied;. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; 3. Klimaatadaptieve en energietransitie; De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: • Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; • Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. De Omgevingsvisie is een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal. De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema’s in deze Omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. Daarna dienen deze tevens ter ondersteuning van deze visie. De kaarten bij de Omgevingsverordening zijn zoneringskaarten. Dit betekent dat zones over bouwblokken, gebouwen, wegen, paden en ander grondgebruik, anders dan beoogd in de betreffende zonering, geprojecteerd zijn.
Het landelijke gebied wordt in het POVI onderverdeeld in 3 categorieën: • Groenblauwe mantel • Natuurnetwerk Limburg (incl. Natura2000 gebieden) • Buitengebied.
Afbeelding 4. Uitsnede kaart Provinciale Omgevingsvisie Limburg (structuurvisie), vastgesteld 1-10-2021 met ligging locatie “Heiweg 7 Sint Geertruid’.
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 13
3.3.2
Provinciale omgevingsverordening “hoofdstuk ruimte”
Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg in werking getreden. In deze verordening is het provinciaal beleid nader uitgewerkt in regelgeving. Het hoofdstuk Ruimte van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is gebaseerd op artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het hoofdstuk Ruimte van de Omgevingsverordening 2014 zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. In het POL 2014 is een toelichting gegeven op de gemaakte keuzes voor de onderwerpen die in dit hoofdstuk zijn opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. De ruimteverordening richt zich tot de gemeentebesturen. De instructies die in dit hoofdstuk staan moeten door de gemeentebesturen in acht worden genomen bij het opstellen van bestemmingsplannen en beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. De ruimteverordening heeft dus geen rechtstreekse werking naar burgers en bedrijven, zoals dat voor de meeste andere hoofdstukken van de Omgevingsverordening 2014 wel het geval is. Omdat het hoofdstuk ruimte geen rechtstreekse doorwerking heeft is dit opgenomen onder het provinciaal beleid.
Locatie
Afbeelding 5. Uitsnede kaart aandachtsgebieden Provinciale omgevingsverordening.
3.3.3
Omgevingsverordening Limburg
De provincie Limburg heeft de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld op 16 december 2021. Dit vormt een belangrijke stap om te komen tot de herziening van de nu nog geldende verordening. Met deze Omgevingsverordening wordt aangesloten bij de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. De inhoud van de Omgevingsverordening (2021) verschilt inhoudelijk niet veel van de huidige Omgevingsverordening (2014). Het betreft, zoals de provincie zelf ook aangeeft, een grotendeels beleidsneutrale omzetting van de huidige omgevingsverordening. 3.3.3.1
Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg
Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg (NLZL) onderstreept het unieke karakter van het typische heuvellandschap en de relatie tussen stad en land: een landschap waarin wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Het unieke karakter van dit landschap met plateaus, hellingen en dalen is samen te vatten in vier landschappelijke kernkwaliteiten: reliëf, groen karakter, cultuurhistorisch erfgoed en het contrast tussen open en besloten. Deze vier kernkwaliteiten bepalen samen het landschappelijk beeld van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg.
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 14
Om te komen tot behoud, beheer en ontwikkeling van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en een vergroting van de belevingsmogelijkheden dienen de vier landschappelijke kernkwaliteiten te worden belicht aangevuld met zes sociaaleconomische waarden. Kernkwaliteiten landschap 1. Reliëf De diversiteit van het aardoppervlak waarop mens, plant en dier zich vestigde en de hieraan gekoppelde plantaardige, dierlijke en menselijke kwaliteiten. De diversiteit is in eerste instantie ontstaan door de insnijding van talrijke waterlopen zoals Maas, Jeker, Voer, Geul, Gulp, Geleenbeek, Worm en Roode Beek. Hierdoor werd reliëf gevormd in een overwegend vlak en droog gebied, trad het grondwater uit in allerlei bronnen en kwamen grondstoffen, zoals vuursteen, kalksteen, zand en grind bloot te liggen. Deze werden in verschillende tijden door de mens gebruikt, zoals bijvoorbeeld bij de wereldberoemde vuursteenmijnen, de onderaardse kalksteengroeven en de Romeinse wegen. Het voorkomen van talrijke zeldzame en alleen hier voorkomende soorten zijn vaak het rechtstreeks het gevolg van de vele gradiënten in dit gebied (overgangen in reliëf, microklimaat en ondergrond). Daarnaast biedt het reliëf een inkijk in de ontstaansgeschiedenis van dit gebied. Het plangebied is aan de noordkant van een rugvormig plateau gesitueerd.
Het feitelijke kampeerterrein is op een tweezijdig glooiende helling van het ten noordwesten gelegen droogdal gesitueerd. Ten behoeve van de benutting als kampeerterrein is het glooiende terrein in het verleden geterrasseerd. De taluds worden als kruidenvegetatie beheerd. Aan de bovenkant van de taluds zijn hagen aangeplant. De taluds met de hagen zijn te rangschikken als een gebiedseigen reliëf; ze weerspiegelen nl. een vroeg stadium van de ontwikkeling van een graft. Het verloop van het terrein ter hoogte van de noordoostelijke kopgevels van de gebouwen en ter hoogte van de uitbreiding ten zuidwesten van de strook met gebouwen, verandert niet of nauwelijks. Het terrein toont momenteel een geleidelijk verlopend verval (van zuidwest naar noordoost). Deze situatie blijft in essentie gehandhaafd. Ter hoogte van de te realiseren living zal de huidige verharding worden vervangen en het peil hiervan in beperkte mate (1 trede) worden aangepast (ten behoeve van de aanleg van een terras bij de living). Ter hoogte van de uitbreiding van het kampeerterrein wordt het terrein gekenmerkt door een aanvankelijk zeer lichte en in noordwestelijke richting wat sterker wordende glooiing. In het ten noordoosten gelegen deel van het huidige kampeerterrein is het reliëf in het verleden ten behoeve van de benutting als kampeerterrein uitgevlakt en is een talud gerealiseerd.
Het plan omvat dat het reliëf ter hoogte van de uitbreiding op een soortelijke wijze wordt aangepast. De aanpassing van het reliëf ter hoogte van de uitbreiding sluit aan bij de huidige situatie en is te kenschetsen als een logische en gebiedseigen voortzetting van de huidige terrassering. Zie ook het landschappelijke inpassingsplan (bijlage 6) met foto’s van voorliggende ontwikkeling en bijhorende dwarsdoorsnedes. De hoogteverschillen tussen de verschillende terrassen worden ingericht als graft passend bij het gebruik als camping. Zoals in het inpassingsplan aangegeven worden deze middels verruiging omgevormd, zodat hierop meer opgaande beplanting komt te staan. Doch niet over de gehele lengte, maar op strategische plekken, zodat het uitzicht vanaf de camping in balans is met het zicht op de camping. De voorliggende ontwikkeling heeft nagenoeg geen invloed op het aanwezige reliëf, de kwaliteit blijft op de locatie onveranderd behouden. 2. Cultuurhistorisch erfgoed Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg kent een lange bewoningsgeschiedenis die teruggaat tot de prehistorie. In het landschap zijn de verschillende relicten en elementen een tastbare herinnering aan verschillende fases in de geschiedenis van dit heuvellandschap. De fasen in de geschiedenis hangen nauw samen met het reliëf en het natuurlijke landschap.
In combinatie met het groene karakter vormt cultuurhistorie de huidige aanblik van het pittoreske landschap. Het plateau is het laatst ontgonnen gebied. Na eerdere pogingen in de Romeinse tijd werd tussen de 10de en de 13de eeuw de definitieve ontginning van de bossen vanuit de beekdalen doorgezet en
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 15
daarmee min of meer het huidige landschapsbeeld gevormd. Vanuit de dalen werden hiervoor op het plateau satellietnederzettingen gesticht. De vruchtbare maar relatief droge lössgrond bovenop het plateau is bijzonder geschikt voor akkerbouw en de ontginningswijze is bepalend geweest voor blokkavel- en wegenpatronen. Hellingen vergden meer moeite om bruikbaar te worden gemaakt voor de mens. Flauwe hellingen zijn door de kap van het bos geschikt gemaakt voor landbouw terwijl de steile hellingen deels onontgonnen zijn gebleven en functioneerden als houtopslag of graasgebieden. Met de ontginning van het plateau vormden zich langzaam maar zeker steeds meer holle wegen in de helling. De winning van mergel heeft geleid tot uitgebreide gangenstelsels. Het dal vormt de basis van de bewoningsgeschiedenis van Zuid-Limburg. De vroegste nederzettingen zijn ontstaan op smalle hoger gelegen zones tussen dalbodem en helling. De nabijheid van water voor hooiland en vruchtbare akkergrond onderaan de helling vormden een ideale vestigingsplek. In het dal vindt men veruit de oudste elementen van het Zuid-Limburgse cultuurlandschap. Wegen- en nederzettingspatronen ontstonden evenwijdig aan de waterloop. De voorliggende ontwikkeling zorgt qua inpassing voor een positief effect op het cultuurhistorisch erfgoed.
Niet alleen worden de bewaard gebleven landschappelijke waarden behouden, ook worden deze door aanplant versterkt (deze zijn in bijgevoegd landschappelijk inpassingsplan goed zichtbaar). De bestaande bebouwing valt niet onder het cultuurhistorisch erfgoed. 3. Groen karakter In samenhang met de ondergrond, reliëf, bodemgebruik en klimaat heeft Zuid-Limburg nationaal uniek voorkomende planten en diersoorten en leefgemeenschappen die bijdragen aan het groene karakter, zoals o.a. bronbossen, hellingbossen, kalkgraslanden, heischrale graslanden, moerassen en nat schraalgrasland in kwelzones, bronnen met kalkrijke kwel en akkercomplexen met typisch ZuidLimburgse akkerfauna. De ontwikkeling ligt in het buitengebied van Eijsden-Margraten en wordt omringd door agrarische gronden en landschapselementen. Het uit te breiden deel van het plangebied bestaat uit een hoogstamboomgaard, welke gehandhaafd wordt. Het bestaande talud wordt doorgetrokken in zuidwestelijke richting. Verder wordt het groene karakter uitgebreid door het verwijderen van een gastank, een voormalige voeropslag en grindvlakken en ingezaaid met gras. De parkeervoorziening aan de zuidwestkant wordt vergroot en voorzien van een ondergrond bestaande uit kunststof roosters met gras. De uitbreiding van het kampeerterrein en de parkeervoorziening worden omzoomd door een haag.
De aanwezige fruitbomen worden zoveel als mogelijk behouden. Er worden twee wat minder fraaie en laag vertakte fruitbomen gerooid voor een efficiënte indeling van het terrein. Elders op het terrein wordt het rooien gecompenseerd met enkele duurzamere boomsoorten. Het plangebied is en blijft uitstekend ingepast in het landschap en het groene karakter blijft ongewijzigd behouden. De habitat blijft ongewijzigd aanwezig en is geschikt voor broedvogels, grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Door rekening te houden met het broedseizoen en te allen tijde de zorgplicht in acht te nemen, worden er geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen nieuwe ontwikkeling in het plangebied. 4. Open-besloten Een karakteristieke visueel-landschappelijke waarde voor Zuid-Limburg is de openheid van de plateaus versus de beslotenheid van dorpen en dalen. Op de open plateaus liggen de woonkernen in een schil van heggen en hoogstamboomgaarden De (droog)dalen en de daarbij horende hellingen hebben door de begroeiing, de talrijke kleine landschapselementen en het cultuurhistorisch erfgoed een sterk besloten karakter. Dit vergroot de diversiteit en aantrekkelijkheid van het gebied. Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 16
De voorliggende ontwikkeling zorgt qua inpassing voor een positief effect op de kwaliteit openbesloten. Niet alleen worden de aanwezige landschappelijke waarden behouden, ook worden deze door aanplant versterkt. De beplanting bestaat uit hoogstambomen en hagen en beperken de inkijk in het plangebied. De uitbreiding wordt omzoomd met een gemengde haag en het nieuwe deel van het kampeerterrein wordt gezoneerd door een haag bestaande uit zwarte els. Het besloten karakter van het projectgebied blijft hierdoor behouden. De verbouwingen vinden in- en aanpandig plaats. Kernwaarden sociaaleconomisch 5. Bereikbaarheid De bereikbaarheid en toegankelijkheid van het gebied via water, spoor, lucht, weg, openbaar vervoer, fietsen en wandelen (over boerenland) is uitstekend. De voorliggende ontwikkeling heeft geen invloed op de bereikbaarheid en er wordt gebruik gemaakt van de bestaande ontsluitingswegen. De verkeersaantrekkende werking van het plan bestaat hoofdzakelijk uit vakantieverkeer, bestaande uit campers, auto’s, fietsers en wandelaars. Het plan leidt tot een beperkte toename van verkeersbewegingen. Zie verder paragraaf 6.5 (verkeer, infrastructuur en parkeren). 6. Grondgebonden landbouw Karakteristiek voor de regio is de aanwezigheid van een grondgebonden land- en tuinbouwsector, met vnl.
akkerbouw, melkveehouderij en fruitteelt, maar ook de productie van streekproducten, zoals wijn, stroop, kaas, fruit, bier, vlaai en vlees. De voorliggende ontwikkeling heeft geen invloed op de grondgebonden landbouw. De grondgebonden agrarische activiteiten blijven als nevenfunctie geheel aanwezig op dit recreatiebedrijf met verblijfsrecreatie. 7. Metropolitane binnentuin De ligging van een oud niet-verstedelijkt cultuurlandschap te midden van een sterk verstedelijkte stedenring. Het Nationaal Landschap Zuid-Limburg is gelegen binnen de (Euregionale) metropool Luik-Eupen-Aken-Parkstad-Sittard-Genk-Hasselt-Maastricht en is onderdeel van het grensoverschrijdende Drielandenpark. Voor toeristen, bewoners en bezoekers is de afwisseling tussen natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten in zowel het stedelijk als het landelijk gebied erg aantrekkelijk. De voorliggende ontwikkeling heeft geen invloed op de metropolitane binnentuin. De afwisseling tussen natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten blijft behouden. De ontwikkeling heeft een positief effect op deze kwaliteiten. Niet alleen worden de aanwezige landschappelijke waarden behouden, ook worden deze door aanplant versterkt. 8.
Beleving Bijzonder zijn de binnen korte afstanden aanwezige complementaire voorzieningen, zoals winkelen, museumbezoek, stadsbezoeken, grootschalige verblijfs- en dagrecreatie in de steden alsook rust, wandelen, fietsen, leisure, adventure, digitale beleving en kleinschalige verblijfsrecreatie en dagrecreatie op het platteland. De voorliggende ontwikkeling heeft een positieve invloed op de beleving in Zuid-Limburg en de Euregio en in het bijzonder de gemeente Eijsden-Margraten. 9. Cultureel aanbod
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 17
In het gebied komen op korte afstand verschillende (internationale) culturen voor met in ieder gebied authentieke gebruiken en tradities. De voorliggende ontwikkeling heeft geen invloed op het cultureel aanbod. Deze kwaliteit blijft op de locatie onveranderd behouden. 10. Leefbaarheid De regio wordt gekenmerkt door levendige kernen met een authentiek, gastvrij en bourgondisch karakter, waar het goed vertoeven en aantrekkelijk wonen is. Voor een beschrijving van de kernkwaliteiten en een globale ruimtelijke duiding wordt verwezen naar de Omgevingsverordening. Toelichting keuze beschermingsgebied Het beschermingsgebied binnen het Nationaal Landschap is het gebied waar behoud, beheer en ontwikkeling van de kernkwaliteiten aan de orde is. Voor de begrenzing is gekozen voor die delen van Zuid-Limburg waar de kernkwaliteiten in een logische landschappelijke eenheid in de hoogste dichtheden voorkomen (Heuvelland) en de begrenzing niet te laten overlappen met andere gebieden waar specifieke gebiedsprogramma’s en duidingen gelden (Grensmaas). De voorliggende ontwikkeling heeft een positief effect op de leefbaarheid in de regio, doordat de kwaliteit van het aanbod als ook de inpassing wordt verbeterd in een aantrekkelijk landschap.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan behoud en versterking van de 10 kernwaarden van de regiovisie Zuid-Limburg en in het bijzonder de vier kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. Het plan past goed binnen deze regiovisie. 3.3.3.2 Groen Blauwe mantel Bedoeling van deze paragraaf is dat in de toelichting wordt aangegeven om welke kernkwaliteiten het gaat, aan de hand van een toelichtende kaart en een korte omschrijving van de na te streven (beeld)kwaliteit. Voorts wordt duidelijk hoe het belang van deze kernkwaliteiten in de afweging is betrokken en op welke wijze is voorzien in behoud en zo mogelijk versterking van de kernkwaliteiten. Wanneer aantasting niet te vermijden is, wordt in de toelichting aangegeven op welke wijze deze aantasting zoveel mogelijk is beperkt. Het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg en de Landschapsvisie Zuid-Limburg vormen hiervoor goede bronnen. Ze bieden ook inspiratie voor een landschappelijk goede inpassing van ontwikkelingen en voor versterking van de kernkwaliteiten. Toetsing Het plangebied is gelegen binnen de Groen Blauwe Mantel (zie afbeelding 4) De uitbreiding bestaat uit een kampeerterrein (deels) en een parkeerterrein (deels) als in- en aanpandige wijzigingen van bedrijfsgebouwen. De nieuwe ontwikkelingen worden landschappelijk ingepast en het groene karakter blijft ongewijzigd behouden.
Het onderhavige plan maakt geen ontwikkelingen mogelijk welke kunnen leiden tot een aantasting van de kernkwaliteiten van het landschap. 3.3.4
Regionale uitwerking POL Zuid-Limburg: Themagroep vrijetijdseconomie
Na de vaststelling van het POL2014 zijn de gemeenten in regionaal verband aan de slag gegaan met de uitwerking van acht thema’s, waaronder het thema vrijetijdseconomie. In de regio Zuid-Limburg heeft dit geresulteerd in regionale bestuursafspraken. Die afspraken zijn een belangrijke mijlpaal op weg naar het realiseren van de ambities uit POL2014 en het gezamenlijk aanpakken van de grote maatschappelijke opgaven waar Limburg voor staat. De afspraken gaan vooral over regionale afstemming van initiatieven. In de regio Zuid-Limburg is de themagroep vrijetijdseconomie (VTE)
Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 18
opgericht. Deze themagroep beoordeelt initiatieven en geeft een advies vanuit het perspectief van een goed functionerende recreatief-toeristische sector en de daarbij behorende randvoorwaarden. Toetsing Initiatiefnemer heeft een bedrijfsplan uitgewerkt en samen met de format ‘afstemming binnen werkgroep vrijetijdseconomie’ met een beschrijving van het initiatief ter beoordeling voorgelegd aan de themagroep vrijetijdseconomie. Op 14 december 2017 is de ontwikkeling besproken in de themagroep vrijetijdseconomie. De themagroep heeft op 20 december 2017 een positief advies gegeven. Het advies is bijgevoegd in bijlage 2. 3.3.5 Cultuur Historische Waardenkaart Limburg De inventarisatie gegevens van de Cultuur Historische Waardenkaart hebben een informatieve en signaleringsfunctie, en maken de informatie zichtbaar die momenteel voorhanden is over de Limburgse cultuurhistorie. Ze vormen zo de startdocumenten om te komen tot een integrale cultuurhistorische waardenkaart voor de provincie Limburg. Zij kunnen ertoe bijdragen om de cultuurhistorische dimensie te betrekken bij ruimtelijke, toeristische en culturele ontwikkelingen en voornemens.
De Cultuur Historische Waardenkaart bestaat uit de volgende onderwerpen: • Archeologie • Bouwkunde • Historische geografie Bouwkunde De bouwkundige gegevens zijn onderverdeeld in: Kapellen, Kruisen, Beelden, Beschermde dorpsgezichten, Monumenten, Rijksmonumenten, Monumenten inventarisatie project. De gegevens over het bouwkundige erfgoed zijn in de Cultuur Historische Waardenkaart aangegeven voor zover bekend, het betreft hier de beschermende indicators als: jaargang, typologie, architectuurstijl, karakteristiek, authentiek, plaatselijke kenmerken. Historische geografie Het betreft hier de volgende gegevens: Cultuurhistorische elementen, Cultuurhistorisch landschap, Grenzen brede stroken, Gemeenten 1860, Groeves, Nederzettingen. Het gaat hier om de nog aanwezige historische elementen in het landschap zoals oude wegen, oude verkavelingpatronen en oude akkergrenzen, bouwwerken zoals vestingwerken, groeves, watermolens, kastelen of resten van kastelen. Aangaande de regio Zuidlimburg is actualisatie op onderdelen noodzakelijk en de gegevens hiervan zijn gebaseerd op een onderzoek uit 1988. Het onderzoek betreffende de regio Noord en Midden Limburg is van recentere datum (dr. J. Renes, Landschappen van Maas en Peel uit 1999).
De historische landschappen geven een overzicht van de omvang van de steden en dorpen in de periode 1806-1840, en geeft tevens aan welke gebieden toen ontgonnen en in gebruik genomen waren. Ook is aangegeven welke gebieden in de periode 1840-1890 ontgonnen zijn en welke gebieden na 1890 ontgonnen zijn: oude en jonge cultuurlandschappen. Archeologische waarden Uitgangspunt is het archeologisch erfgoed in situ (op de oorspronkelijke vindplaats) te beschermen. Op Europees niveau is daarvoor door het Rijk het Verdrag van Malta ondertekend en zijn verplichtingen aangegaan. Voor archeologisch waardevolle terreinen, zoals aangegeven op de Archeologische monumentenkaart Limburg en voor gebieden met een (middel)hoge verwachtingswaarde voor archeologisch erfgoed, moeten bij voorgenomen ruimtelijke activiteiten de archeologische waarden door middel van vooronderzoek in kaart worden gebracht. Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 19
De gegevens over de archeologie zijn onderverdeeld in: • Archeologische monumenten Deze bevatten de rijksmonumenten en de te beschermen archeologische monumenten en terreinen, die van hoge archeologische waarde of betekenis zijn. • Grens Via Belgica Deze grens geeft globaal de breedte aan waar het tracé van deze Romeinse weg is aangelegd. • Historische dorpskernen Dit bevat de beschermende dorpsgezichten en historische buitenplaatsen. • IKAW (indicatieve archeologische waarden). Deze zogenaamde archeologische verwachtingskaart geeft een gebiedsindeling in drie categorieën, op basis van de verwachting van archeologische vondsten (gebieden met een lage, midden, danwel een hoge archeologische verwachting). Zie paragraaf 6.2.2 voor de toetsing. 3.3.6 Limburgs Kwaliteitsmenu Voor (ruimtelijke) ontwikkelingen buiten de zogenaamde ‘rode contouren’ is het Limburgs Kwaliteitsmenu van kracht. In dit Kwaliteitsmenu geeft de provincie de Limburgse gemeenten een handreiking op welke wijze deze om moeten gaan met ontwikkelingen in het buitengebied. Gemeenten dienen in een structuurvisie dit provinciale beleidskader te verwerken en aan te geven op welke wijze zij toepassing geven aan het Limburgs Kwaliteitsmenu. De gemeente Eijsden-Margraten heeft het Limburgs Kwaliteitsmenu verankerd in een gemeentelijke structuurvisie, waarop nader wordt ingegaan in paragraaf 3.4.2.
In z’n algemeenheid betreft het Limburgs Kwaliteitsmenu een beleidsregel die onder voorwaarden ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van Limburg toestaat. Daarbij dient sprake te zijn van ‘kwaliteitswinst’. Deze kwaliteitswinst kan op diverse wijze tot stand komen, zoals bijvoorbeeld het realiseren van een landschappelijke inpassing, het slopen van bedrijfsbebouwing of glasopstanden, het realiseren van natuur of het leveren van een financiële bijdrage in een (gemeentelijk) ‘groenfonds’. De provincie geeft in het Limburgs Kwaliteitsmenu richtlijnen en drempelwaarden voor het bepalen van de hoogte van de tegenprestatie bij verschillende soorten ruimtelijke ontwikkelingen
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Strategische visie 2022 Vernieuwen door Verbinden Op 22 oktober 2013 heeft de raad van de gemeente Eijsden-Margraten de Strategische Visie 2022 (Vernieuwen door Verbinden) vastgesteld. Deze visie bevat 5 ambities en 8 thema’s die recht doen aan de eigenheid van de gemeente en de gemeenschappen. Onderhavig initiatief is aan deze strategische visie getoetst. Voor wat betreft bebouwing in het buitengebied (hoofdstuk 4. Thema: Landschappelijk verantwoord ondernemen) geeft deze visie als uitgangspunt aan dat er ruimte voor functiewijziging van bestaande bebouwing in het buitengebied mogelijk moet zijn, waarbij geen verdere verstening mag optreden, behoudens de bestaande rechten. Met onderhavig initiatief is er geen sprake van een nieuwe ‘rode’ ontwikkeling, enkel van bestaande rechten. Verder zet de gemeente Eijsden-Margraten in op een goede match van toerisme en landschap om het verdienmodel van de gemeente te vergroten. Zij ziet daarbij veel mogelijkheden op het snijvlak Toelichting Kenmerk
: :
Heiweg 7 te St. Geertruid NL.IMRO.1903.BPHEIWEG7-VG02 5 april 2022 20
van (agrarisch) ondernemen, toerisme, food, leisure en leefbaarheid. Onder hoofdstuk 4 (onderdeel doelen) van de Strategische Visie is daartoe opgenomen, dat de kansen voor hoogwaardig toerisme worden verzilverd. Doelstelling is het marktaandeel van Eijsden-Margraten binnen het Zuid-Limburgse toerisme te vergroten van 200.000 naar 400.000 overnachtingen. In 2022 heeft de gemeente EijsdenMargraten de bestaande toeristisch-recreatieve trekpleisters uitgebreid en zijn nieuwe ontstaan. Met het faciliteren van voorliggende ontwikkeling wordt invulling gegeven aan het bereiken van deze doelstellingen. Samenvattend wordt geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen past binnen de uitgangspunten van de Strategische Visie 2022. 3.4.2
Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden - Margraten
Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg hebben op 12 januari 2010 de beleidsregel van het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) vastgesteld. Het LKM vormt geen nieuw ruimtelijk beleid, maar is een uitwerking van het kwaliteitsdeel uit het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) en van de POLaanvulling Verstedelijking, gebiedsontwikkeling en kwaliteitsverbetering. Het LKM is gebaseerd op het idee dat bebouwingsontwikkelingen in het buitengebied of het gebied buiten de rode contouren om de kernen leiden tot verlies van omgevingskwaliteit en dat dit verlies op een kwalitatieve manier wordt gecompenseerd. De algemene doelstelling is dan ook het combineren van deze ruimtelijke ontwikkelingen met het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in Limburg. Een nieuwe ontwikkeling op grond van het LKM moet telkens door de provincie worden geaccordeerd daar in het toepassen van het kwaliteitsmenu een provinciaal belang is gelegen. Het LKM biedt echter de mogelijkheid voor gemeenten om een eigen kwaliteitsmenu op te stellen. De provincie Limburg heeft het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden - Margraten 2013 (GKM) geaccordeerd. Een nieuwe ontwikkeling welke valt binnen de voorwaarden van het GKM hoeft niet meer ter beoordeling naar de provincie. De in casu van toepassing zijnde ruimtelijke procedure kan zonder toestemming van de provincie worden opgestart.