CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20220215 05f Bijlage 3.2. Natuurtoets incl. Voortoets.pdf

* Raadsvergaderingen 15 februari 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg-Moerslag-Bukel t.b.v. onteigeningsgrondslag19.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zo zijn wegbeplantingen bestaande uit populieren of wilgen uitgezonderd.

5.2

Aanwezige houtopstanden In het plangebied zijn enkele houtopstanden aanwezig die voldoen aan de criteria om onder de bescherming van de Wet natuurbescherming te vallen. Deze houtopstanden zijn weergegeven in

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

Bijlage III. In de bijlage zijn de beschermde houtopstanden weergegeven die binnen de huidige en de gewenste toekomstige verkeersbestemming liggen.

5.3

Effectbepaling en toetsing

5.3.1

Methodiek Aan de hand van de meest recent beschikbare luchtfoto’s en veldwaarnemingen is beschouwd of er binnen het plangebied houtopstanden geraakt worden die behoren tot houtopstanden groter dan 1.000m2 of rijbeplanting betreffen met meer dan 20 bomen.

5.3.2

Beoordeling Alle aanwezige houtopstanden vallen onder de Wet natuurbescherming omdat deze onderdeel zijn van een bosschage van meer dan 1000m2, of bestaan uit bomenrijen. Het aantal te rooien bomen is vooralsnog onduidelijk. Bij het rooien van bomen dient een kapmelding ingediend te worden bij het bevoegd gezag; de Provincie Limburg. Voor de bomen geldt een herplantplicht.

5.4

Conclusie Toetsing beschermde houtopstanden De aanwezige bomen binnen het plangebied vallen onder de bescherming houtopstand uit de Wet natuurbescherming. Op basis van het ontwerp en de werkzaamheden dient het aantal te rooien bomen bepaald te worden. Voorafgaand aan het rooien van bomen dient een kapmelding ingediend te worden bij het bevoegd gezag; de Provincie Limburg. Voor de gerooide bomen geldt een herplantplicht.

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

6

Soortbescherming Een aantal plant- en diersoorten is beschermd door de Wet natuurbescherming. Indien als gevolg van het voornemen verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming worden overtreden, kunnen maatregelen en procedurele vervolgstappen aan de orde zijn. Het is daarom van belang om te onderzoeken of beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de locatie aanwezig zijn en of deze schade kunnen ondervinden van de voorgenomen ontwikkeling. Een dergelijke beoordeling vindt in dit hoofdstuk plaats. Allereerst zal in paragraaf 6.1 het wettelijk kader uiteengezet worden. Vervolgens wordt in paragraaf 6.2 de methodiek en de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek gegeven. In paragraaf 6.3 zijn de resultaten uit paragraaf 6.2 getoetst aan de Wet natuurbescherming. Hieruit komen conclusies en vervolgstappen voort.

6.1

Wettelijk kader In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.

Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Ook zijn de provincies niet altijd het bevoegd gezag. In bepaalde gevallen 1 is dit het rijk (via RVO). Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een uitgebreide toelichting. 1

https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/wetnatuurbescherming/taken-en-rolverdeling-bevoegdheden

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

6.2

Methodiek Het onderzoek naar het mogelijk voorkomen van beschermde soorten is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. Bureaustudie van het eerder uitgevoerd soorten onderzoek (Bureau Verbeek, 2018); 2. Aanvullend terreinbezoek waarbij een inspectie is uitgevoerd op aanwezigheid van jaarrond beschermde vogelnesten, verblijfplaatsen van de eekhoorn en steenmarter en de aanwezigheid van sleedoorn (i.v.m. de sleedoornpage). Onderstaand worden de uitkomsten van de bureaustudie en het terreinbezoek uiteengezet.

6.3

Resultaat bureaustudie Allereerst worden de resultaten benoemd zoals die zijn beschreven in het verkennend natuuronderzoek (Bureau Verbeek, 2018). Daarnaast is beschreven welke vervolgonderzoeken op basis van dit onderzoek nodig zijn.

6.3.1

Algemene broedvogels  

6.3.2

Vogels met jaarrond beschermde nesten  

6.3.3

De uitvoeringswerkzaamheden dienen buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden, globaal dus buiten de periode tussen 15 maart en 15 juli. Afhankelijk van het weer kunnen in het vroege voorjaar en de zomer al of nog vogelsoorten tot broeden komen. In deze periode is het wenselijk om uiterlijk twee weken voor de werkzaamheden een schouw uit te voeren naar de aanwezigheid van broedgevallen. Worden broedgevallen aangetroffen, dan dienen de uitvoeringswerkzaamheden uitgesteld te worden tot de jongen zijn uitgevlogen. Het advies is om de werkzaamheden op basis van een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode Flora- en faunawet of Wet natuurbescherming uit te voeren.

Een schouw van de te rooien opgaande beplantingen kan uitsluitsel geven over de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Indien jaarrond beschermde nesten worden aangetroffen, dan is het noodzakelijk te overwegen de betreffende boom te behouden. Kan de betreffende boom behouden blijven, dan dienen de werkzaamheden buiten de kroonprojectie van de boom te blijven. Op die manier wordt de vitaliteit van de boom niet aangetast. Indien de boom met het betreffende nest niet behouden kan blijven, dan dient middels een omgevingsscan duidelijk gemaakt te worden of de omgeving voldoende alternatieve broedlocaties biedt, dan wel die middels een kunstnest te realiseren is.

Zoogdieren - vleermuizen 

In het onderzoeksgebied moet worden gerekend met de aanwezigheid van Gewone dwergvleermuis, Laatvlier, Rosse vleermuis en mogelijk één of enkele andere vleermuissoorten. Hierbij moet in elk geval met een functionaliteit als foerageergebied, daarnaast mogelijk ook vliegroutes en dagrustplaatsen. Indien voor de werkzaamheden aan het vrij liggend fietspad en de rioolrenovatie verlichting wordt toegepast, dan wordt gebruik gemaakt van een vleermuisvriendelijk lichtkleur zoals amber.

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

6.3.4

Zoogdieren - Das  

6.3.5

Zoogdieren - Eekhoorn 

 

6.3.6

Een schouw van het voor de werkzaamheden op te schonen terrein kan uitsluitsel geven over de aanwezigheid van verblijfplaatsen van de Steenmarter. In het geval van de aanwezigheid van verblijfplaatsen dient de afweging gemaakt te worden of de verblijfplaats behouden kan blijven. Is een verblijfplaats in het kader van de geplande werkzaamheden niet te behouden, dan kan deze buiten de gevoelige periode van de Steenmarter verwijderd worden. Het opschonen van het terrein gebeurt dan in de periode van 15 augustus tot en met februari. Kan een verblijfplaats behouden blijven, dan is het wenselijk dat de werkzaamheden er in een ruime bocht omheen gaan, zodat verstoring van de verblijfplaats tot een minimum beperkt blijft.

Zoogdieren – Grote bosmuis 

6.3.8

Een schouw van de te rooien bomen kan uitsluitsel geven over de aanwezigheid van door Eekhoorns bewoonde bomen. In het geval van de aanwezigheid van eekhoornnesten dient de afweging gemaakt te worden of de betreffende bomen behouden kunnen blijven. Is een boom met eekhoornnest in het kader van de geplande werkzaamheden niet te behouden, dan kan deze buiten de gevoelige periode van de Eekhoorn gerooid worden. Het rooien gebeurt dan in de periode tussen half september en eind november. Het advies is om de werkzaamheden op basis van een door het ministerie goedgekeurde gedragscode Flora- en faunawet of Wet natuurbescherming uit te voeren. Kan een boom met eekhoornnest behouden blijven dan dienen de werkzaamheden buiten de kroonprojectie van de boom te blijven. Op die manier wordt de vitaliteit van de boom niet aangetast.

Zoogdieren - Steenmarter 

6.3.7

De bestaande dassentunnels worden verlengd tot aan de nieuwe perceelgrens, zodat de Das hier ook ik de nabije toekomst op een veilige manier de weg over kan steken. Ook is het voorstel de beide andere aangetroffen dassenwissels te voorzien van een dassentunnel, zodat de Das ook hier veilig de weg over kan steken.

Overtreding van het verbod of vernieling van vaste rust- en voortplantingsplaatsen van de Grote bosmuis is een mogelijk gevolg van de voorgenomen ingreep. Het treffen van maatregelen in het kader van de zorgplicht is noodzakelijk.

Reptielen - Hazelworm & Levendbarende hagedis 

Door rekening te houden met de provinciale vrijstelling van het verbod op het vernielen van verblijfplaatsen van beide soorten kan in beginsel worden voldaan aan de zorgplicht. Zo kunnen werkzaamheden voor het natuurwaardenvrij maken van het werkterrein het beste worden uitgevoerd in de periode tussen 15 augustus en 30 september. Door voorafgaand aan de start van de werkzaamheden de grazige vegetaties kort te maaien wordt het werkterrein al minder aantrekkelijk voor Hazelworm en Levendbarende hagedis. Door daarna (binnen de periode van de provinciale vrijstelling) met reptielenplaten te werken kunnen eventueel nog aanwezige exemplaren gevangen

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

6.3.9

Dagvlinders - Sleedoornpage   

6.3.10

In de winter dient een ecologische schouw uitgevoerd te worden naar de aanwezigheid van Sleedoorn in de te rooien beplantingen. Aanwezige Sleedoorn wordt globaal gecontroleerd op de aanwezigheid van vlindereitjes. Voor Sleedoorns waarop aanwijzingen voor de aanwezigheid van eitjes worden gevonden geldt dat deze in beginsel worden behouden (al dan niet door het verplanten van de struik). Is het behoud van de struik niet mogelijk, dan is rooien mogelijk na het verpoppen van de rupsen tot vlinder dat in juli plaats vindt. De struiken dienen dan in augustus (met uitloopt tot in september) gerooid te worden, voordat de nieuwe generatie eitjes wordt afgezet.

Vaatplanten - Grote leeuwenklauw 

6.4

worden en worden overgezet naar een nabijgelegen gebied waar geen werkzaamheden plaatsvinden. Dit kan parallel lopen aan het rooien van de aanwezige hagen en opgaande beplantingen binnen het werkterrein. Door gebruik van de vrijstellingsperiode voor Hazelworm en Levendbarende hagedis kan door het toepassen reptielenplaten worden nagegaan in hoeverre aanvullend nog reptielenschermen gewenst zijn voor het natuurwaardenvrij maken en houden van het werkterrein. Mogelijk kan bij uitvoering van de werkzaamheden gebruik worden gemaakt van een door het ministerie goedgekeurde gedragscode Wet natuurbescherming voor aanleg van het vrij liggend fietspad en de rioolrenovatie. Deze werkzaamheden dienen, mede op basis van de uiteindelijke planning van het project nader verwoord te worden in een ecologisch werkplan.

De bloeiperiode is mei-augustus. Het zaad van deze soort heeft een kiemkracht die meer dan vijf jaar aanhoudt. Het voorstel is om na de bloeiperiode de toplaag van bermgedeeltes met de hoogste potentie voor aanwezigheid van de soort apart te zetten. De toplaag en daarmee de zaadbank wordt na aanleg van het vrij liggend fietspad verwerkt in de nieuwe berm, zodat de soort voor het gebied behouden blijft.

Resultaten aanvullend terreinbezoek Om een indruk te krijgen van de aanwezige beschermde soorten binnen het plangebied en in de directe omgeving, is als vervolgstap een terreinbezoek uitgevoerd. Op woensdag 16 januari 2019 is een terreinbezoek afgelegd door een ecoloog van Antea Group. Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten binnen het plangebied.

6.4.1

Jaarrond beschermde vogelnesten In het plangebied zelf zijn tijdens het terreinbezoek geen nesten waargenomen die mogelijk jaarrond beschermd zijn. Wel zijn in de omgeving van het plangebied nesten waargenomen die mogelijk jaarrond beschermd zijn. Het betreft één nestkast welke gebruikt kan worden door een bosuil en één nestkast welke gebruikt kan worden door de steenuil. De locaties liggen respectievelijk 35 en 80 meter van de weg. Daarnaast is er een groot nest (horst) aanwezig op

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

circa 150 meter van de weg. Mogelijk is dit nest jaarrond beschermd doordat deze bijvoorbeeld door een havik (waargenomen tijdens terreinbezoek) gebruikt wordt. De nestlocaties zijn weergegeven op Figuur 6.1 en Figuur 6.2.

Figuur 6.1. Links boven: nestkast mogelijk in gebruik door bosuil. Rechts boven: nestkast mogelijk in gebruik door steenuil. Links onder: nest mogelijk jaarrond beschermd.

Mogelijk jaarrond beschermd nest van bijvoorbeeld Havik. Nestkast steenuil Nestkast bosuil. Figuur 6.2. Locaties (mogelijke) jaarrond beschermde nesten.

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

6.4.2

Zoogdieren - Eekhoorn In het plangebied en de directe omgeving zijn tijdens het terreinbezoek geen nesten van eekhoorns waargenomen. Het is uit te sluiten dat verblijfplaatsen van eekhoorns in het plangebied voor komen. Mogelijk wordt het plangebied wel gebruikt als foerageergebied door de soort.

6.4.3

Zoogdieren - Steenmarter In het plangebied en de directe omgeving zijn tijdens het terreinbezoek geen verblijfplaatsen van steenmarters waargenomen. Het is uit te sluiten dat verblijfplaatsen van steenmarters in het plangebied voor komen. Mogelijk wordt het plangebied wel gebruikt als foerageergebied door de soort.

6.4.4

Zoogdieren - Das Tijdens het terreinbezoek is gebleken dat de weg op veel plaatsen wordt overgestoken door de das. Op veel plekken is een dassen werend raster met bijbehorende faunapassages aanwezig. Dit is echter niet op het gehele traject aanwezig. Onderstaand twee voorbeelden van locaties waar een veel gebruikte oversteek van dassen aanwezig is zonder dat daar een raster / faunapassage aanwezig is.

Figuur 6.3. Oversteekplaatsen das zonder dassenraster en faunapassage.

6.4.5

Sleedoorn en ei-afzet van de sleedoornpage De sleedoornpage legt eieren op de sleedoorn. In het plangebied staan op verschillende plekken sleedoorns. Op deze sleedoorns is tijdens het terreinbezoek geen ei-afzet van de sleedoornpage aangetroffen. Het kan daarmee worden uitgesloten dat de sleedoornpage, de sleedoorns in het plangebied gebruikt als waardplant. Er is daarmee geen belemmering voor de uitvoering van het voornemen vanuit de sleedoornpage.

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

6.5

Toetsing aan de Wet natuurbescherming Uit het eerder uitgevoerde onderzoek (Bureau Verbeek, 2018) in combinatie met het aanvullend terreinbezoek blijkt dat binnen het plangebied de volgende soort(groepen) voorkomen in (de omgeving van) het plangebied: algemene broedvogels, vogels met jaarrond beschermd nest, vleermuizen, das, steenmarter en eekhoorn, grote bosmuis, reptielen en planten. Om deze reden is er enkel op deze soortgroepen een potentieel effect aan de orde. De onderstaande effectbeoordeling richt zich alleen op deze soort(groep)en. Overige beschermde soorten zijn uitgesloten en ondervinden geen effect van het voornemen.

6.5.1

Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door werkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli2) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze (en wanneer de soorten uit artikel 3.5 kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied) zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in de hoge vegetatie. Maar ook in het Natura 2000-gebied Savelsbos zijn naar verwachting tijdens het broedseizoen nesten van algemene broedvogels aanwezig. Geadviseerd wordt daarom om buiten het broedseizoen te werken. Voorafgaand aan de realisatiefase dient een Ecologisch werkprotocol opgesteld te worden.

6.5.2

Vogelssoorten met jaarrond beschermde nesten In de omgeving van het plangebied zijn drie mogelijke jaarrond beschermde vogelnesten aanwezig. De nesten liggen alle drie op grotere afstand van het plangebied. Ze worden door de aanleg van het fietspad en het onderhoud aan de weg niet fysiek aangetast. De afstanden tussen het plangebied en de nesten zijn relatief groot, maar vallen mogelijk binnen de verstoringsafstand van vogelsoorten. Met name de nestkast die mogelijk gebruikt wordt door de bosuil valt binnen de verstoringsafstand Naar verwachting zullen de werkzaamheden nabij het Natura 2000-gebied, waar ook de mogelijk jaarrond beschermde nesten zijn gelegen, worden uitgevoerd buiten het broedseizoen waardoor verstoring van broedgevallen uitgesloten kan worden. Het broedseizoen van de bosuil, welke mogelijk het dichtst bij het plangebied broedt, kan al in februari beginnen. Hierdoor kan in de periode 15 augustus tot eind januari gewerkt worden. Indien aan deze voorwaarde voldaan wordt zijn er vanuit jaarrond beschermde nesten geen belemmeringen voor de uitvoering van de werkzaamheden. Wanneer echter (ook) ter hoogte van het Natura 2000-gebied in het broedseizoen gewerkt zal worden is nader onderzoek naar het gebruik van de nesten noodzakelijk. Dit onderzoek bestaat uit 3 tot 4 onderzoeksronden in de periode maart t/m juni.

Op basis van het nader onderzoek kan dan bepaald worden of sprake is van verstoring van de nesten en of eventuele maatregelen 2

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

getroffen kunnen worden om deze verstoring te voorkomen. De potentiële aanwezigheid van nesten op grotere afstand vormt echter geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De toekomstige situatie levert geen extra verstoring op ten opzichte van de huidige situatie. De hoeveelheid verkeer blijft in de toekomstige situatie gelijk. Daarmee heeft het voornemen geen effect op de mogelijk aanwezige jaarrond beschermde nesten. Voorafgaand aan de realisatiefase dient een Ecologisch werkprotocol opgesteld te worden.

6.5.3

Zoogdieren – Vleermuizen Er is geen sprake van aantasting van essentieel leefgebied van vleermuizen. Om te voorkomen dat sprake is van verstoring van vleermuizen dienen de volgende maatregelen genomen te worden. Indien voor de werkzaamheden aan het vrij liggend fietspad verlichting wordt toegepast, dan wordt gebruik gemaakt van een vleermuisvriendelijk lichtkleur zoals amber. In de toekomstige situatie is geen sprake van een toename in verlichting. De aanwezigheid van vleermuizen in de omgeving van het plangebied vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. Voorafgaand aan de realisatiefase dient een Ecologisch werkprotocol opgesteld te worden.

6.5.4

Zoogdieren - Das Op een aantal plaatsen langs de weg is dassen werend raster aanwezig. Ook is er een aantal faunapassages aanwezig. De weg is echter niet geheel uit gerasterd waardoor de weg ook op andere plaatsen (minimaal twee) veelvuldig wordt overgestoken door de das. Geadviseerd wordt om aanvullend op het voorstel uit de eerder uitgevoerde natuurinventarisatie (Bureau Verbeek, 2018) de gehele weg uit te rasteren. Voorafgaand aan de realisatiefase dient een Ecologisch werkprotocol opgesteld te worden.

6.5.5

Zoogdieren - Eekhoorn en steenmarter Van de eekhoorn en de steenmarter zijn geen nesten / verblijfplaatsen aanwezig in het plangebied. Het is echter niet uit te sluiten dat de soorten (delen van) het plangebied gebruiken als foerageergebied. Dit foerageergebied in het plangebied verdwijnt deels. In de omgeving van het plangebied is ruim voldoende foerageergebied aanwezig waardoor het plangebied geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van beide soorten. De weg vormt een barrière voor beide soorten, waarbij exemplaren het risico lopen om verkeersslachtoffer te worden. Door de voorgenomen ontwikkeling neemt de hoeveelheid verkeer niet toe. De verkeerstromen (fietsers en auto’s) worden alleen gescheiden. Daardoor is geen sprake van een verhoogde aanrijdingskans. Daarmee heeft het voornemen geen effect op beide soorten. De potentiële aanwezigheid van foerageergebied van de eekhoorn en steenmarter vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

6.5.6

Zoogdieren – Grote bosmuis In het verkennend natuuronderzoek (Verbeek, 2018) staat beschreven dat de grote bosmuis mogelijk in het plangebied voor komt. Het leefgebied van de grote bosmuis zou aangetast kunnen worden door de aanleg van het fietspad. De conclusie dat er met het nemen van

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

maatregelen voortkomend uit de zorgplicht geen wettelijke belemmeringen zijn voor de uitvoering van het plan is onjuist. De grote bosmuis is opgenomen in de bijlage bij artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Bij het aantasten van leefgebied van deze soort is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Aangezien het voornemen in groot openbaar belang is, er geen reële alternatieven zijn en eventuele effecten gecompenseerd kunnen worden zodat geen sprake is van een aantasting van de staat van instandhouding kan met alle redelijk worden ingezien dat een eventuele ontheffing verleend kan worden. De potentiële aanwezigheid van de grote bosmuis vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Voorafgaand aan de realisatiefase dient nader onderzoek uitgevoerd te worden.

6.5.7

Reptielen Binnen het plangebied is geschikt leefgebied van de hazelworm en levendbarende hagedis aanwezig. Voor de soorten geldt in Limburg in bepaalde periode een vrijstelling. De aanwezigheid van potentieel leefgebied van de hazelworm en levendbarende hagedis vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Voorafgaand aan de realisatiefase dient een Ecologisch werkprotocol opgesteld te worden.

6.5.8

Flora In het verkennend natuuronderzoek (Verbeek, 2018) staat beschreven dat de grote leeuwenklauw mogelijk in het plangebied voor komt. Deze soort is opgenomen in artikel 3.10. Voor deze soort worden maatregelen voorgesteld in het verkennend onderzoek (Verbeek, 2018). Bij daadwerkelijke aanwezigheid van deze soort is naast het voldoen aan voorgestelde maatregelen ook een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Aangezien het voornemen in groot openbaar belang is, er geen reële alternatieven zijn en eventuele effecten gecompenseerd kunnen worden zodat geen sprake is van een aantasting van de staat van instandhouding kan met alle redelijk worden ingezien dat een eventuele ontheffing verleend kan worden. De potentiële aanwezigheid van de grote leeuwenklauw vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Voorafgaand aan de realisatiefase dient nader onderzoek uitgevoerd te worden.

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

7

Conclusies De gemeente Eijsden-Margraten heeft het voornemen om het tracé Sint Geertruiderweg - Moerslag - Bukel te herinrichten. De aanleiding van de herinrichting van het tracé betreft hoofdzakelijk het verbeteren van de verkeersveiligheid. Om het voornemen te realiseren dient het vigerend bestemmingsplan gewijzigd te worden. Het voornemen is eerder getoetst aan de natuurwetgeving onderdeel soortbescherming (Bureau Verbeek, 2018). Voorliggende toetsing richt zich daarom aanvullend op de toetsing beschermde gebieden en houtopstanden, en bepaald de uitvoerbaarheid van de benodigde bestemmingsplanwijziging. In dit hoofdstuk zijn de conclusies gegeven van de uitgevoerde Natuurtoets inclusief voortoetsing (Natura 2000). Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.

Conclusies: Beschermde gebieden Natura 2000 Uit een berekening met AERIUS Calculator blijkt dat - met inachtneming van het wegvallen van regulier verkeer tijdens de aanlegfase - sprake is van een afname van de stikstofdepositie (Geonius, 20 december 2019). Het plangebied overlapt op meerdere locaties met het Natura 2000-gebied Salvelsbos. Er is sprake van een ruimtebeslag in het Natura 2000-gebied. Aangezien het ruimtebeslag zich echter beperkt tot een smalle strook langs de bestaande weg, waar geen waardevolle natuurwaarden aanwezig zijn, kunnen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van enig Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Desondanks zal voor de uitvoering van de werkzaamheden binnen het Natura 2000-gebied een vergunning Wet natuurbescherming aangevraagd moeten worden bij het bevoegd gezag; de Provincie Limburg. Tevens dient met de provincie afgestemd te worden hoe om gegaan moet worden met dubbelbestemmingen binnen het Natura 2000-gebied. Goudgroene Natuurzone (NNN) Het plangebied overlapt op een groot aantal locaties met de Goudgroene Natuurzone. Vooralsnog zijn de exacte locaties waar het vigerend bestemmingsplan wordt aangepast onduidelijk. Op de locaties waar de bestemming Goudgroene Natuurzone verdwijnt is sprake van ruimtebeslag. Het verloren NNN dient gecompenseerd te worden.

Ten behoeve van de compensatie dient een compensatieplan opgesteld te worden. Het compensatieplan wordt als bijlage bij het bestemmingsplan toegevoegd. Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone Het plangebied overlapt op enkele delen met de Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone. Het voornemen leidt echter niet tot aantasting van de kernkwaliteiten van het landschap. De aanwezigheid van Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

Tabel 7.1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming. Natura 2000

Goudgroene natuurzone

Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone

Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Ja

Ja

Ja

Effecten?

Ja, ruimtebeslag

Ja, ruimtebeslag

Vereiste vervolgstappen aan de orde?

Vergunning Wet natuurbescherming – gebiedsbescherming / afstemming bevoegd gezag

Compensatieplan opstellen / afstemming bevoegd gezag

Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Ja

Ja

Nee, mits kernkwaliteiten blijven behouden. Nee, echter borgen dat de kenmerkende meidoornhaag ook in de toekomstige situatie aanwezig blijft. Ja

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen); Vogels met jaarrond beschermd nest (naar verwachting in de omgeving); Vleermuizen (foerageergebied); Das (geen essentieel leefgebied aanwezig maar verplaatst zich over de weg); Eekhoorn en steenmarter (komen sporadisch voor binnen het plangebied); Grote bosmuis (geschikt leefgebied aanwezig); Reptielen (geschikt leefgebied hazelworm en levendbarende hagedis); Flora (geschikte standplaatsen grote leeuwenklauw). In Tabel 7.2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

Conclusies: Beschermde houtopstanden De aanwezige bomen binnen het plangebied vallen onder de bescherming houtopstand uit de Wet natuurbescherming. Op basis van het ontwerp en de werkzaamheden dient het aantal te rooien bomen bepaald te worden. Voorafgaand aan het rooien van bomen dient een kapmelding ingediend te worden bij het bevoegd gezag; de Provincie Limburg. Voor de gerooide bomen geldt een herplantplicht.

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

Tabel 7.2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Soort (groep)

Essentieel leefgebied in plangebied?

Vogels Algemeen voorkomende broedvogels

Ja; In het plangebied , maar ook in het naastgelegen Natura 2000-gebied, veel geschikte nestlocaties aanwezig.

Vogels Vogels met jaarrond beschermd nest

Mogelijk; op 3 locaties buiten het plangebied zijn mogelijk jaarrond beschermde nesten aangetroffen.

Is er sprake van een overtreding?

Nee, Mits in gebruik zijnde nesten niet worden aangetast of verstoord.

Nee, Mits in gebruik zijnde nesten niet worden aangetast of verstoord.

Nee, de werkzaamheden dienen echter buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.

Werkwijze opnemen in ecologisch werkprotocol.

Werkwijze opnemen in ecologisch werkprotocol.

Nee.

Geen essentieel leefgebied aanwezig.

Nee, echter borgen dat bestaande faunapassages functioneel blijven. Daarnaast kunnen verkeerslachtoffers verder verminderd worden door de gehele weg uit te rasteren.

Nee

Behoud, of verbetering, van de functionaliteit van de faunapassages.

Geen essentieel leefgebied aanwezig.

Nee

Nee

Nee

Mogelijk, om de aanwezigheid van de soort inzichtelijk te maken is voorafgaand aan de realisatiefase nader onderzoek noodzakelijk.

Mogelijk

Nader onderzoek uitvoeren

Nee, mits wordt voldaan aan de provinciale regels voor vrijstelling.

Nee, mits wordt voldaan aan de regels voor vrijstelling.

Mogelijk, om de aanwezigheid van de soort inzichtelijk te maken is voorafgaand aan de realisatiefase nader onderzoek noodzakelijk.

Mogelijk

Geen essentieel leefgebied aanwezig.

Zoogdieren Das

Zoogdieren Eekhoorn en steenmarter Zoogdieren Grote bosmuis

Nee, de werkzaamheden dienen echter buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.

Vervolgstappen

Borgen dat in de toekomstige situatie geen sprake is van toename in verlichting. Werkwijze opnemen in ecologisch werkprotocol.

Nee, echter voorkomen dat in de toekomstige situatie en tijden de werkzaamheden sprake is van een toename van verlichting,

Vleermuizen

Is een ontheffing noodzakelijk

Mogelijk; geschikt leefgebied aanwezig.

Reptielen Hazelworm en levendbarende hagedis

Mogelijk; geschikt leefgebied aanwezig.

Flora Grote leeuwenklauw

Mogelijk; geschikte standplaatsfactoren aanwezig.

Werkwijze opnemen in ecologisch werkprotocol.

Nader onderzoek uitvoeren

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

8

Bronnen Beheerplan Natura 2000- Savelsbos, 2016. Dienst Landelijk Gebied* Staatsbosbeheer. Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Verbeek, 2018. Bureau Verbeek. Verkennend natuurwaardenonderzoek voor: Fietspad Sint Geertruiderweg en Bukel. Projectnummer EM-703.001. Gepubliceerd op 7 september, 2018. Overig: NDFF www.zoogdieratlas.nl www.ravon.nl (hazelworm) www.zoogdiervereniging.nl www.naturalis.nl www.vlindernet.nl www.libellennet.nl www.vleermuis.net

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

Bijlagen

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.

Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -

soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.

Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze Bijlage voor de vogelsoorten en Tabel B van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten niet zijnde vogels). Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel C en D van deze Bijlage.

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 6.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 7. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 8. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 9. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 10. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 6.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 7. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 8. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 9. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 10. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 2.

3.

4.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

Tabel A. Vogels die vallen onder artikel 3.5 (Bern bijlage II, Bonn bijlage I) én in Nederland broeden.

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

Ingekorte lijst van de vogelsoorten van de Conventie van Bern bijlage II. Deze lijst is ingekort. Opgenomen zijn: vogels die volgens de Atlas van de Nederlandse Broedvogels (Nederlandse Fauna serie deel 5 uit 2002) en de Avifauna van Limburg (uit 2006) in Nederland broeden. Soortgroep

Vogels

Nederlandse naam Nederlandse naam

Nederlandse naam

Appelvink Baardman Beflijster Bergeend Bergfluiter Bijeneter Blauwborst Blauwe kiekendief Boerenzwaluw Bontbekplevier Bonte strandloper Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boompieper Boomvalk Bosrietzanger Bosruiter Bosuil Braamsluiper Brandgans Bruine kiekendief Buizerd Casarca Cetti's zanger Draaihals Duinpieper Dwergmeeuw Dwergstern Engelse kwikstaart Europese kanarie Fitis Fluiter Geelgors Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Geoorde fuut Glanskop Goudhaan Grasmus Graspieper Graszanger Grauwe kiekendief Grauwe klauwier Grauwe vliegenvanger Griel Groene specht Groenling

Purperreiger Putter Ransuil Rietgors Rietzanger Rode wouw Roerdomp Roodborst Roodborsttapuit Roodhalsfuut Rouwkwikstaart Sijs Slangenarend Slechtvalk Smelleken Snor Sperwer Spotvogel Sprinkhaanzanger Steenuil Steltkluut Strandplevier Taigaboomkruiper Tapuit Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Velduil Visarend Visdief Vuurgoudhaan Wespendief Wielewaal Winterkoning Witbandkruisbek Witte kwikstaart Witwangstern Woudaap Zeearend Zwarte mees Zwarte ooievaar Zwarte roodstaart Zwarte specht Zwarte stern Zwarte wouw Zwartkop Zwartkopmeeuw

Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Grote karekiet Grote stern Grote zilverreiger Havik Heggenmus Hop Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Klapekster Klein waterhoen Kleine barmsijs Kleine bonte specht Kleine karekiet Kleine plevier Kleine zilverreiger Kleinst waterhoen Kluut Kneu Koereiger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Kraanvogel Krekelzanger Kruisbek Kuifmees Kwak Kwartelkoning Lepelaar Matkop Middelste bonte specht Nachtegaal Nachtzwaluw Noordse stern Oehoe Oeverloper Oeverpieper Oeverzwaluw Ooievaar Orpheusspotvogel Paapje Pestvogel Pimpelmees Poelruiter Porseleinhoen

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

Tabel B. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam boomkikker

hamster

geelbuikvuurpad

otter

heikikker

Amfibieën

kamsalamander knoflookpad

Dagvlinders

Haften

Nachtvlinders Reptielen

Sporenplanten

Vissen Weekdieren Zaadplanten

hazelmuis lynx noordse woelmuis

vroedmeesterpad

wilde kat

poelkikker

wolf

moerasparelmoervlinder

baardvleermuis

apollovlinder

bechsteins vleermuis

boszandoog

bosvleermuis

donker pimpernelblauwtje

brandts vleermuis

grote vuurvlinder

franjestaart

pimpernelblauwtje

gewone grootoorvleermuis

tijmblauwtje

grijze grootoorvleermuis

zilverstreephooibeestje

grote hoefijzerneus

oeveraas

grote rosse vleermuis

gestreepte waterroofkever juchtleerkever

Libellen

landzoogdieren

bever

rugstreeppad

brede geelrandwaterroofkever

Kevers

Zoogdieren

Zoogdieren vleermuizen

ingekorven vleermuis kleine dwergvleermuis kleine hoefijzerneus

vermiljoenkever

laatvlieger

mercuurwaterjuffer

meervleermuis

bronslibel

mopsvleermuis

gaffellibel

noordse vleermuis

gevlekte witsnuitlibel

rosse vleermuis

groene glazenmaker

ruige dwergvleermuis

noordse winterjuffer

tweekleurige vleermuis

oostelijke witsnuitlibel

vale vleermuis

rivierrombout

watervleermuis

sierlijke witsnuitlibel

gewone dwergvleermuis

teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad

walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis

gladde slang

gestreepte dolfijn

muurhagedis

gewone dolfijn

zandhagedis

gewone spitsdolfijn

geel schorpioenmos

grijze dolfijn

tonghaarmuts

Zoogdieren

kleine zwaardwalvis

kleine vlotvaren

zeezoogdieren

narwal

steur

orka

houting

tuimelaar

bataafse stroommossel

witflankdolfijn, witsnuitdolfijn

platte schijfhoren

noordse vinvis, potvis

liggende raket

butskop

drijvende waterweegbree

dwergvinvis

groenknolorchis

griend,

kruipend moerasscherm

spitsdolfijn van gray

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

zomerschroeforchis

witte dolfijn

Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep

Amfibieën

Nederlandse naam

Soortgroep

Nederlandse naam

Alpenwatersalamander

Beekdonderpad

Bruine kikker*

Beekprik

Gewone pad*

Elrits

Kleine watersalamander*

Europese rivierkreeft

Meerkikker*

Vissen

Gestippelde alver

Middelste groene kikker*

Grote modderkruiper

Vinpootsalamander

Kwabaal

Vuursalamander Aardbeivlinder

Dagvlinders

Bosparelmoervlinder

Aardmuis*

Bruin dikkopje

Boommarter

Bruine eikenpage

Bosmuis*

Donker pimpernelblauwtje

Bunzing**

Duinparelmoervlinder

Damhert

Gentiaanblauwtje

Das

Grote parelmoervlinder

Dwergmuis*

Grote vos

Dwergspitsmuis*

Grote vuurvlinder

Edelhert

Grote weerschijnvlinder

Eekhoorn

Iepenpage

Egel*

Kleine heivlinder

Eikelmuis

Kleine ijsvogelvlinder

Gewone bosspitsmuis*

Kommavlinder

Gewone zeehond

Pimpernelblauwtje

Grote bosmuis

Sleedoornpage Spiegeldikkopje

Reptielen

Libellen

Grijze zeehond

Zoogdieren

Haas*

Veenbesblauwtje

Hermelijn**

Veenbesparelmoervlinder

Huisspitsmuis*

Veenhooibeestje

Konijn*

Veldparelmoervlinder

Molmuis

Zilveren maan Adder

Ondergrondse woelmuis*

Hazelworm

Rosse woelmuis*

Levendbarende hagedis

Steenmarter

Ringslang

Tweekleurige bosspitsmuis*

Beekkrombout

Veldmuis*

Bosbeekjuffer

Veldspitsmuis*

Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel

Vos* Waterspitsmuis

Gewone bronlibel

Wezel**

Hoogveenglanslibel

Wild zwijn

Kempense heidelibel

Woelrat*

Speerwaterjuffer

Ree*

Kevers

Vliegend hert

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.

Tabel D. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep

Planten

Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis

Nederlandse naam

Nederlandse naam

Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk

Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.

Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.

Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.

Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.

Ontheffingen

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel E worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel E. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).

Ontheffingsgronden

1 2

3

Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang

Artikel 3.1

Artikel 3.5

Artikel 3.10

Soorten van de Vogelrichtlijn

Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern

Andere soorten

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

Nee

Nee

X

Nee

Nee

3.10 2a-g

Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.

Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten

Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=d16a15bb-1644-4c77-ac97-b796ee5c185e