20220215 05f Bijlage 3.2. Natuurtoets incl. Voortoets.pdf
Tekst van het document
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan
projectnummer 437747 definitief revisie 01 10 maart 2020
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan projectnummer 437747 definitief revisie 01 10 maart 2020
Auteurs J.M. Kooijman S.C.H.J. van Eijk
Opdrachtgever Gemeente Eijsden-Margraten Amerikaplein 1 6269 DA MARGRATEN
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
datum vrijgave 10-3-2020
beschrijving revisie 01 definitief
goedkeuring J. Buijks
vrijgave PD
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
1 2 3
2
Planvoornemen en gebiedsbeschrijving
4
2.1 2.1.1 2.2
Planvoornemen Planning project Gebiedsbeschrijving
4 7 7
3
Gebiedsbescherming: Natura 2000-gebieden
9
3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.3 3.3.1 3.3.1.1 3.3.1.2 3.3.1.3 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6 3.3.7 3.3.8 3.3.9 3.3.10 3.4
Wettelijk kader Vogel- en Habitatrichtlijn Wet natuurbescherming Relevante Natura 2000-gebieden Effectafbakening en toetsing Oppervlakteverlies en versnippering Locatie 1 (Figuur 3.6) – nabij Camping De Bosrand Locatie 2 (Figuur 3.7) - nabij Moerslag 10a Locatie 3 (Figuur 3.9) - nabij kruising Moerslag-Bukel Verzuring en vermesting door stikstofdepositie uit de lucht Verontreiniging Verdroging Verstoring door geluid Verstoring door licht Verstoring door trilling Optische verstoring Verstoring door mechanische effecten Verstoring beschermde soorten Conclusie Toetsing Natura 2000
9 9 9 10 16 16 16 18 20 21 21 21 21 21 22 22 22 22 23
4
Gebiedsbescherming: Natuurnetwerk Nederland
24
4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.2.1 4.3.2.2 4.3.3 4.4
Wettelijk kader Relevante NNN-gebieden Effectbepaling en toetsing Afwegingskader Beoordeling Goudgroene natuurzone Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone Vervolgstappen Goudgroene natuurzone Conclusie Toetsing NNN
24 25 25 25 26 26 28 28 29
5
Gebiedsbescherming: Beschermde houtopstanden
30
5.1 5.2
Wettelijk kader Aanwezige houtopstanden
30 30
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
5.3 5.3.1 5.3.2 5.4
Effectbepaling en toetsing Methodiek Beoordeling Conclusie Toetsing beschermde houtopstanden
31 31 31 31
6
Soortbescherming
32
6.1 6.2 6.3 6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4 6.3.5 6.3.6 6.3.7 6.3.8 6.3.9 6.3.10 6.4 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5 6.5 6.5.1 6.5.2 6.5.3 6.5.4 6.5.5 6.5.6 6.5.7 6.5.8
Wettelijk kader Methodiek Resultaat bureaustudie Algemene broedvogels Vogels met jaarrond beschermde nesten Zoogdieren - vleermuizen Zoogdieren - Das Zoogdieren - Eekhoorn Zoogdieren - Steenmarter Zoogdieren – Grote bosmuis Reptielen - Hazelworm & Levendbarende hagedis Dagvlinders - Sleedoornpage Vaatplanten - Grote leeuwenklauw Resultaten aanvullend terreinbezoek Jaarrond beschermde vogelnesten Zoogdieren - Eekhoorn Zoogdieren - Steenmarter Zoogdieren - Das Sleedoorn en ei-afzet van de sleedoornpage Toetsing aan de Wet natuurbescherming Algemene broedvogels Vogelssoorten met jaarrond beschermde nesten Zoogdieren – Vleermuizen Zoogdieren - Das Zoogdieren - Eekhoorn en steenmarter Zoogdieren – Grote bosmuis Reptielen Flora
32 34 34 34 34 34 35 35 35 35 35 36 36 36 36 38 38 38 38 39 39 39 40 40 40 40 41 41
7
Conclusies
42
8
Bronnen
45
Bijlagen
46
Bijlage 1: Wettelijk kader
47
Bijlage IIa. Ligging natuurdoeltypen in NNN in en rond het plangebied.
60
Bijlage IIb. Ligging categorieën NNN ten opzichte van het plangebied.
67
Bijlage III. Ligging beschermde houtopstanden (Wnb) in het plangebied.
73
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Sint-Geertruid
Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) Bron: Qgis.
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Eijsden-Margraten heeft het voornemen om het tracé Sint Geertruiderweg - Moerslag - Bukel te herinrichten. Dit 60 km/uur-tracé verbindt de rotonde Rijksweg-Groenstraat nabij Eijsden met de Julianaweg - Burg. Wolfsstraat in Sint Geertruid. De aanleiding van de herinrichting van het tracé betreft hoofdzakelijk het verbeteren van de verkeersveiligheid. Dit in combinatie met een hoog aandeel langzaam verkeer dat op de weg aanwezig is en groot onderhoud dat voor de wegdek noodzakelijk is. Het plan voorziet in de aanleg van een vrijliggend fietspad aan de zuidzijde van de rijweg. Het fietspad is voor het overgrote deel van het tracé buiten de geldende verkeersbestemming geprojecteerd. Hiertoe wordt de geldende verkeersbestemming aan de zuidzijde met een strook van 6 meter breed vergroot. Aan de uiteinden van het plangebied worden fietsoversteken gerealiseerd waardoor op deze punten ook een uitbreiding aan de noordzijde van het tracé plaatsvindt. Om het voornemen te realiseren dient het vigerend bestemmingsplan gewijzigd te worden. Het voornemen is eerder getoetst aan de natuurwetgeving onderdeel soortbescherming (Bureau Verbeek, 2018). Voorliggende toetsing richt zich daarom aanvullend op de toetsing beschermde gebieden en houtopstanden, en bepaald de uitvoerbaarheid van de benodigde bestemmingsplanwijziging.
Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het voornemen effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden op de locaties waar het fietspad wordt gerealiseerd en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van voorgaande toetsing beschreven en wordt antwoord gegeven of het voornemen van de realisatie van het fietspad uitvoerbaar is m.b.t. gebiedsbescherming. Daarnaast wordt in deze toets aangegeven of er beschermde soorten voor kunnen komen in het beoogde tracé. In Figuur 1.1 en 1.2 is de ligging van het onderzoekgebied weergegeven.
Blad 1 van 11
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Figuur 1.1. Globale ligging van het onderzoekgebied (Rode lijn).
Figuur 1.2. Globale ligging van het onderzoeksgebied (rode lijn).
1.2
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoetsing is het opsporen van strijdigheden van het voornemen met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het NNN) en het bepalen of het plan uitvoervaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze
Blad 2 van 11
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
Om hiertoe te komen worden onder andere de volgende vragen beantwoord: Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteiten? Vinden er als gevolg van de activiteiten effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden?
1.3
Leeswijzer De Natuurtoetsing is verder als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 beschrijft het voornemen en het gebied; Hoofdstuk 3 zet de natuurwaarden en kans op effecten uiteen vanuit de Natura 2000— gebiedsbescherming (Wet natuurbescherming); Hoofdstuk 4 beschrijft de aanwezige natuurwaarden en kans op effecten vanuit het Natuurnetwerk Nederland; Hoofdstuk 5 zet de toetsing aan de beschermde houtopstanden uiteen. Hoofdstuk 6 zet de verwachte soorten uiteen en geeft de vervolgstappen weer in het kader van de soortbescherming (Wet natuurbescherming); Hoofdstuk 7 beschrijft de conclusies en geeft een overzicht de kans op effecten binnen de verschillende toetsingskaders.
Blad 3 van 11
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
2
Planvoornemen en gebiedsbeschrijving In paragraaf 2.1 wordt het planvoornemen toegelicht met de locaties van de toekomstige initiatieven en de planning van het plan. In hoofdstuk 2.2 wordt een gebiedsbeschrijving gegeven van het onderzoekgebied.
2.1
Planvoornemen De gemeente Eijsden – Margraten is voornemens om een fietspad aan te leggen langs de Geertruiderweg, Bukel en Moerslag. Het fietspad wordt aan de zuidzijde van de weg gerealiseerd. Op enkele delen van het tracé is aan de zuidzijde onvoldoende ruimte beschikbaar voor het fietspad. Op deze delen wordt het gehele wegprofiel (inclusief bermsloot) richting het noorden verschoven. Daarnaast zijn enkele overige ingrepen beoogd, waar geen bestemmingsplanwijziging voor benodigd is. Op een drietal locaties dient het vigerend bestemmingsplan, ter plaatse van Natura 2000-gebied Savelsbos, aangepast te worden; Ter plaatse van Camping De Bosrand verschuift het wegprofiel over een lengte van circa 500 meter (zie figuur 2.1); Ter plaatse van de woning Moerslag 10a verschuift het wegprofiel over een lengte van circa 175 meter (zie figuur 2.2); Ter hoogte van de kruising Moerslag-Bukel. De aanrijdroute naar de oversteekplaats is binnen Natura 2000-gelegen (zie figuur 2.3). Daarnaast vinden enkele ingrepen plaats waar geen bestemmingsplanwijziging voor benodigd lijkt. Deze ingrepen maken geen onderdeel uit van voorliggende toetsing.
De bestaande parkeerplaats wordt verhard (zie figuur 2.4); Beoogd is ter plaatste van het bestaand wandelpad zichtlijnen te creëren door beplanting te verwijderen (zie figuur 2.5); Ten zuiden van de woning Bukel 2 is, aan de zuidzijde van de weg een struinpad beoogd (in het werk te bepalen, op eigendom derden).
Blad 4 van 11
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Figuur 2.1. Locatie waar de verschuiving van het wegprofiel leidt tot ruimtebeslag (blauw) nabij Camping De Bosrand, binnen het Natura 2000-gebied Savelsbos (groene arcering)
Blad 5 van 11
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Figuur 2.2. Locatie waar de verschuiving van het wegprofiel leidt tot ruimtebeslag (zie blauw) nabij Moerslag 10a, binnen het Natura 2000-gebied Savelsbos (Groene arcering)
Figuur 2.3. Locatie waar het ontwerp leidt tot ruimtebeslag (zie blauw) ter hoogte van de kruising MoerslagBukel, binnen het Natura 2000-gebied Savelsbos (zie groene arcering)
Blad 6 van 11
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Figuur 2.4. Locatie optimalisatie parkeerplaats Bron: Geonius
Figuur 2.5. Locatie optimalisatie zichtlijn Bron: Geonius
2.1.1
Planning project Beoogd is om medio 2020 de bestemmingsplanwijziging in procedure te brengen. Na vaststelling van het bestemmingsplan worden de werkzaamheden uitgevoerd.
2.2
Gebiedsbeschrijving Het onderzoeksgebied is geheel gelegen in het buitengebied tussen Sint Geertruid en Eijsden. Het te onderzoeken wegtraject is gesitueerd in een voor Zuid-Limburg karakteristiek, licht golvend plateaulandschap en loopt in westelijke richting geleidelijk af naar het Maasdal. Hierbij wordt een hoogteverschil van ruim 60 meter overwonnen. Het te onderzoeken wegtraject kan globaal in twee deeltrajecten worden onderscheiden. Het oostelijk deeltraject, de Bukel, heeft nabij Sint Geertruid het karakter van een holle weg met beboste taluds en gaat vervolgens langs de voet de hellingbossen van het Savelsbos westwaarts. Het wegdek wordt hier geflankeerd door smalle grazige bermen, veelal met een geschoren doornhaag erlangs. Aan de noordzijde van de weg, al dan niet daarvan gescheiden door smalle
Blad 7 van 11
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
graslandpercelen, liggen de hellingbossen van het Savelsbos. Zuidelijk van de weg liggen vooral graslanden, soms met hoogstambomen of met door struweel en/of bomen begroeide taluds. Verspreid liggen enkele woningen, een camping (De Bosrand) en een maïsakker. Het westelijk deeltraject, de Sint Geertruiderweg, loop vrijwel geheel door min of meer open agrarisch gebied. Ook hier wordt het wegdek geflankeerd door smalle grazige bermen, maar doornhagen ontbreken veelal. Het grondgebruik aan weerszijden van de weg bestaat uit een afwisseling van akkerland en grasland, met daarnaast een enkele laagstamboomgaard en een perceel met jonge bosaanplant. Het meest westelijke deel van de Sint Geertruiderweg, ter hoogte van het viaduct van de A2, is verdiept gelegen. De taluds ter weerszijden van de weg zijn begroeid met bomen en struiken (Verbeek, 2018). In Figuur 2.7 is een impressie gegeven van het plangebied.
Impressie ten zuiden van SintGeertruid.
De Bukel ter hoogte van Moerslag.
De Bukel westelijk van de Schaapsweideweg.
De Sint Geertruiderweg ter hoogte van de Rijksweg.
Figuur 2.7 Impressie van het plangebied.
Blad 8 van 11
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
3
Gebiedsbescherming: Natura 2000-gebieden Voor Natura 2000-gebieden geldt een beschermingsregime om aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden te voorkomen. In de Wet natuurbescherming (verder Wnb) is de bescherming van deze gebieden geregeld. In het kader van de besluitvorming over het plan dient getoetst te worden op de mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Als significante effecten niet met zekerheid kunnen worden uitgesloten, moet er op grond van de Wnb een passende beoordeling worden opgesteld (art 2.8 Wnb). Het voorliggende Hoofdstuk verkent de noodzakelijkheid van een passende beoordeling. Dit vormt een eerste stap in de toetsing aan de Wnb - gebiedsbescherming; de zogenaamde 'oriëntatiefase' waarin sprake is van een Voortoets.
Binnen deze Voortoets staan de volgende vragen centraal: “Kan de beoogde ontwikkelingen - gelet op de instandhoudingsdoelstelling van enig Natura 2000-gebied - de kwaliteit van de habitattypen en de leefgebieden van soorten waarvoor het gebied is aangewezen verslechteren of een significant verstorend effect hebben? Kunnen deze effecten bij voorbaat redelijkerwijs uitgesloten worden of kunnen de effecten leiden tot significante aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden?”
3.1
Wettelijk kader
3.1.1
Vogel- en Habitatrichtlijn Twee Europese richtlijnen, de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn(92/43/EEG), voorzien in de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden. In dat kader zijn onder meer speciale gebieden aangewezen die beschermd moeten worden. Deze zogenaamde Vogel- en Habitatrichtlijngebieden vormen samen het Natura 2000-netwerk. De afzonderlijke gebieden worden ook wel Natura 2000-gebieden genoemd. Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen.
3.1.2
Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden zijn vastgelegd in de (ontwerp-) aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden. De instandhoudingsdoelstellingen beschrijven voor de (in ontwerp) aangewezen habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en vogelrichtlijnsoorten in het gebied of een bepaalde ontwikkeling ervan gewenst is, of dat het behoud er van op het aanwezige niveau moet worden nagestreefd. Bij plannen of projecten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dienen de initiatiefnemers in een oriënterende fase te onderzoeken of de ontwikkeling een significant negatief effect op de instandhoudings-doelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben.
Indien na dit onderzoek niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant negatief effect heeft, dient de initiatiefnemer meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in
Blad 9 van 11
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
kaart te brengen wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Daarbij dient hij ook de mitigerende maatregelen te betrekken die hij eventueel van plan is te nemen. Deze analyse heet een ‘passende beoordeling’. Het bevoegd gezag toetst de passende beoordeling. Wanneer uit de passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen negatief effect heeft, kan het besluit worden genomen. Wanneer blijkt dat er wel kans is op een negatief effect, maar dit als niet significant kan worden gezien, kan eveneens, op basis van een verslechteringstoets het besluit worden genomen. Wanneer uit de passende beoordeling blijkt dat significante negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, kan het besluit alleen worden genomen op grond van de ‘ADC-criteria’. Dit betekent dat de vergunning kan worden verleend als alternatieve oplossingen voor het plan ontbreken, er dwingende redenen van groot openbaar belang zijn, en de initiatiefnemer compenserende maatregelen tijdig treft.” Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dit.
3.2
Relevante Natura 2000-gebieden Savelsbos In het zuiden van Limburg ligt een langgerekt hellingbos van zo’n zes kilometer lang: het Savelsbos. Het gebied is gelegen ten zuidoosten van Maastricht tussen Eijsden, Gronsveld, Sint Geertruid en Cadier en Keer. Het bos ligt er al eeuwen en is zo bijzonder omdat de ondergrond heel afwisselend is geworden door de geologische processen. We treffen kalk, grind, mergel en löss aan in een landschap van hellingen, ravijntjes en vlakkere stukken. Dit biedt een goede omgeving voor een grote groep dassen, maar bijvoorbeeld ook voor de vlinder Spaanse vlag, vleermuizen en een bijzondere, Europees beschermde kever: het vliegend hert. Naast de bossen maken een kalkgraslandje en groeven deel uit van het Natura 2000-gebied. In het Savelsbos ligt ook een beroemde prehistorische vuursteenmijn en er zijn grafheuvels te zien. Niet alleen natuur is belangrijk in het Savelsbos; het biedt bewoners uit de omgeving en recreanten ook een prachtig decor voor wandelingen, fietstochten en andere recreatievormen. Binnen Nederland is dit bos één van de natuurparels. In Europa komen dit soort bossen met bijbehorende plant- en diersoorten niet veel voor. Daarom is het gebied aangewezen als Natura 2000-gebied. Alle Natura 2000-gebieden vormen samen een systeem van belangrijke natuurgebieden in Europa.
Om de natuur van het Savelsbos zo goed mogelijk te beschermen heeft de minister van Economische Zaken, doelen gesteld. Dit beheerplan maakt deze doelstellingen concreet. Samenvattend staat het gebied bij het ministerie van EZ officieel geregistreerd met de volgende kenmerken: Gebiedsnummer: Natura 2000-landschap: Status: Sitecode: Beschermd natuurmonument: Beheerder: Provincie: Gemeenten: Oppervlakte:
160 Heuvelland Habitatrichtlijn NL9801040 Nee Staatsbosbeheer, particulieren, Waterleiding Maatschappij Limburg Limburg Eijsden, Margraten 357 hectare
Blad 10 van 11
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
De geplande ontwikkelingen in het onderzoekgebied liggen gedeeltelijk in het Natura 2000gebied ‘Savelsbos’. Verderop is nog het Natura 2000-gebied ‘Bemelerberg & Schiepersberg’ gelegen. Voor de meeste storingsfactoren geldt een invloedsgebied van enkele honderden meters tot een paar kilometer en daar valt alleen het Savelsbos in. Het Savelsbos is aangewezen als Habitatrichtlijngebied (ministerie van EZ, 2014).
Blad 11 van 11
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
De instandhoudingsdoelen zijn in tabel 3.1 opgenomen. De begrenzing van het Natura 2000-gebied is weergegeven in Figuur 3.2
Tabel 3.1. Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Savelsbos.
Instandhoudingsdoelstellingen SVI Landelijk
Doelst. Opp.vl
Doelst. Kwal
Doelst. Pop
Draagkracht aantal vogels
Draagkracht aantal paren
Kernopgaven (1)
Habitattypen H6110 H6210 H6430C H9120 H9160B
Pionierbegroeiing op rotsbodem Kalkgraslanden Ruigten en zomen (droge bosranden) Beuken-eikenbossen met hulst Eiken-haagbeukenbossen (heuvelland)
--
>
>
8.01
--
>
>
8.01
-
>
>
-
=
>
8.03
--
=
>
8.08, W
Habitatsoorten H1078 H1083 H1318 H1321 H1324
*Spaanse vlag Vliegend hert Meervleermuis Ingekorven vleermuis Vale vleermuis
+
=
=
=
8.03
-
>
>
>
-
=
=
=
+
=
=
=
-
=
=
=
8.03 8.12 8.12 8.12
Kernopgaven (2)
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Figuur 3.1. Begrenzing Natura 2000-gebied Savelsbos (geel vlak) (Aerius Calculator, versie 2016L) (rode lijn = ligging plangebied).
Figuur 3.2. Begrenzing van het Natura2000- gebied Savelsbos. Bron: Beheerplan Natura2000 Savelsbos, 2016.
In het onderzoekgebied komen beschermde habitattypen voor. In de nabije omgeving (circa 300 meter) van het plangebied komen H9120 – Beuken-eikenbossen met hulst voor (zie Figuur 3.3) en aan de buitenranden, binnen het plangebied is H9160B – Eiken- haagbeukenbossen (heuvelland) aanwezig (zie Figuur 3.4).
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Figuur 3.3. Begrenzing van het habitattype H9120 – Beuken-eikenbossen met hulst (groene vlakken) ten opzichte van het plangebied (rode lijn) en het Savelsbos (geel vlak). Bron: AERIUS calculator.
Figuur 3.4. Begrenzing van het habitattype H9160B – Eiken- haagbeukenbossen (heuvelland) (groene vlakken) ten opzichte van het plangebied (rode lijn) en het Savelsbos (geel vlak). Bron: AERIUS calculator.
Daarnaast is in het beheerplan een zoekgebied opgenomen voor H6430C – Ruigten en zomen (droge bosranden), zie Figuur 3.5.
Figuur 3.5. Begrenzing van het zoekgebied van het habitattype H6430C – Ruigten en zomen (droge bosranden). Bron: Beheerplan Savelsbos, 2016.
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
3.3
Effectafbakening en toetsing In deze paragraaf wordt per storende factor onderzocht of die in dit geval daadwerkelijk kan optreden en zo ja, of deze dan tot een mogelijk significant negatief effect kan leiden. Voor de bepaling van de mogelijke storingsfactoren is de Natura 2000-effectenindicator (Broekmeijer et al. 2005) als vertrekpunt genomen. De Effectenindicator op basis van de activiteit ‘weg’ van het ministerie van LNV en op basis van expert-judgement geeft de volgende storingsfactoren: oppervlakteverlies, versnippering, verzuring en vermesting door stikstofdepositie uit de lucht, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht, verstoring door trillingen, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten.
3.3.1
Oppervlakteverlies en versnippering Verlies van oppervlakte leidt tot verkleining en in sommige gevallen ook tot versnippering van het leefgebied. Als gevolg van oppervlakteverlies en versnippering vinden geen effecten plaats op H9120 – Beuken-eikenbossen met hulst. Oppervlakteverlies vindt plaats als gevolg van het voornemen in Natura2000- gebied, één locatie in het habitattype H9160B – Eikenhaagbeukenbossen (heuvelland) en één locatie in het beoogd habitattype H6430C – Ruigten en zomen (droge bosranden). Op overige locaties is sprake van kleinschalig ruimtebeslag op Natura2000- gebieden zonder aanwijzing van habitattypen. Deels is deze begrenzing gelegen op bestaande wegen.
3.3.1.1
Locatie 1 (Figuur 3.6) – nabij Camping De Bosrand Het ruimtebeslag op Natura-2000 op locatie 1 betreft circa 1.307,9 m2, zie Figuur 3.6.
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Figuur 3.6. Ruimtebeslag van locatie 1 als gevolg van opschuiving van de weg
Circa 220m2 van het ruimtebeslag is gelegen in H9160B – Eiken- haagbeukenbossen (heuvelland). De overige oppervlakte is gelegen in Natura 2000 habitatrichtlijngebied, zonder aanstelling van beschermde habitattypen. Het ruimtebeslag op het aangewezen habitattype H9160B – Eiken- haagbeukenbossen (heuvelland) van locatie 1 bedraagt slechts circa 220m2. De doelstelling voor het oppervlakte van dit habitattype is behoud. In totaal is binnen het Natura 2000 gebied 163 hectare H9160B aanwezig (born: AERIUS Calculator). Doordat slechts een zeer klein deel van het habitattype verdwijnt t.o.v. het habitattype dat overblijft, kunnen significant negatieve effecten op de doelstellingen van het habitattype worden uitgesloten. Enkel kleinschalig wordt het habitattype beïnvloedt. Door het ruimtebeslag vinden geen effecten plaats op essentieel leefgebied van meervleermuis, vale vleermuis en ingekorven vleermuis. Slechts kleinschalig vindt de ingreep plaats waardoor geen lijnvormige elementen worden onderbroken of op grote schaal essentiële foerageergebieden worden beïnvloedt. Daarnaast kan op basis van de soortverspreidingskaart uit Figuur 3.6 worden afgeleid dat het vliegend hert en de Spaanse vlag hier niet verwacht worden. Effecten zijn enkel van toepassing op ruimtebeslag door de opschuiving van de weg. De ingreep is echter van kleine schaal en heeft geen versnippering als gevolg.
Daarnaast is het habitattype aan de oostzijde van deze locatie niet aanwezig. Significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
3.3.1.2
Locatie 2 (Figuur 3.7) - nabij Moerslag 10a Het ruimtebeslag op Natura2000, op deze locatie betreft 431 m2, zie Figuur 3.7.
Figuur 3.7. Ruimtebeslag op Locatie 2 als gevolg van de opschuiving van de weg.
Circa 150m2 van het ruimtebeslag is gelegen in ZH6430C – Ruigten en zomen (droge bosranden). De overige oppervlakte is gelegen in Natura 2000 habitatrichtlijngebied, zonder aanstelling van beschermde habitattypen. Door het ruimtebeslag vinden geen effecten plaats op essentieel leefgebied van meervleermuis, vale vleermuis en ingekorven vleermuis. Slechts kleinschalig vindt de ingreep plaats waardoor geen lijnvormige elementen worden onderbroken of op grote schaal essentiële foerageergebieden worden beïnvloedt.
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Figuur 3.8. Verspreiding kwalificerende soorten ‘Spaanse vlag’ (DLG, 2013).
De Spaanse vlag komt in de omgeving van het plangebied voor. In Figuur 3.8 is een overzicht gegeven van de (destijds bekende) verspreiding. In het beheerplan Savelsbos wordt gesteld dat de verspreidingskaart mogelijk niet compleet is. De soort heeft verschillende waardplanten als paardenbloem, hondsdraf en koninginnekruid (Vlinderstichting, 2019 & Beheerplan Savelsbos). De volwassen vlinders prefereren warme, kalkrijke hellingen, maar de rupsen verblijven op schaduwrijke, vochtige locaties. De mogelijke waardplanten komen in het gehele Natura 2000gebied voor, maar de afwisseling tussen geschikt leefgebied en voortplantingsbiotoop is weinig aanwezig. Adulte dieren van deze biotoop-kritische soort wordt om deze reden wel langs de begroeide randen van het biotoop verwacht, maar ei-afzet en rupsen kunnen in de open zone langs de huidige weg worden uitgesloten. Op basis van bureaustudie is het mogelijk geschikte biotoop langs locatie 2. Het verwachte leefgebied is voornamelijk gebaseerd op het voorkomen van adulte dieren. Rupsen en ei-afzet worden verwacht in vochtigere biotopen zoals rand/oeverzones langs beken (Beheerplan Savelsbos). Vochtige biotopen zijn in het plangebied niet aanwezig en dus kan gesteld worden dat effecten op essentieel leefgebied van de Spaanse vlag kunnen worden uitgesloten.
Adulte dieren kunnen echter wel gebruik maken van het biotoop van begin juli – eind augustus. Op basis van de verspreidingskaart uit Figuur 3.8 wordt het vliegend hert in het plangebied niet verwacht. Significant negatieve effecten op doelsoorten van het Savelsbos kunnen als gevolg van ruimtebeslag worden uitgesloten. Het habitattype Ruigten en zomen (droge bosranden) komt niet voor in de vegetatiekartering van het Savelsbos. Het is echter onwaarschijnlijk dat het habitattype niet voorkomt in het Savelsbos omdat het habitattype wel te verwachten is in de droge ruigten op de overgangen tussen hellingbos en de schraallanden en op open plekken in het bos. Vaak gaat het dan om kleine, smalle stroken waardoor het niet op de huidige vegetatiekartering voorkomt. Het ontbreken ervan in de kartering heeft dus een methodische achtergrond.
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Voor het habitattype geldt een uitbreidingsdoelstelling voor de oppervlakte en kwaliteit. Aangezien de ingreep zich op grotere afstand van de bosrand bevindt wordt vrijwel geen potentieel geschikt habitattype aangetast. Significant negatieve effecten op het habitattype H6430C kunnen worden uitgesloten. Het ruimtebeslag vindt plaats in een gedeelte van het Natura 2000-gebied dat is aangewezen als Habitatrichtlijngebied, er zijn echter geen habitattypen aanwezig. Een negatief effect wordt als gevolg van het project op de instandhoudingsdoelen van enig Natura 2000-gebied niet verwacht.
3.3.1.3
Locatie 3 (Figuur 3.9) - nabij kruising Moerslag-Bukel Het ruimtebeslag op Natura2000, op deze locatie betreft 171,3 m2, zie Figuur 3.9.
Figuur 3.13. Ruimtebeslag van locatie 3 op Natura 2000- gebied
De overige oppervlakte is gelegen in Natura 2000 habitatrichtlijngebied, zonder aanstelling van beschermde habitattypen. Voor een nadere toelichting op de kwalificerende soorten wordt verwezen naar locatie 2 (paragraaf 3.3.1.2).
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
3.3.2
Verzuring en vermesting door stikstofdepositie uit de lucht De duur van de aanlegwerkzaamheden is beperkt tot minder dan een jaar, de emissies in de toekomstige situatie zijn gelijk aan de huidige situatie doordat hier geen toename is in de verkeersaantrekkende werking. Het fietspad dat wordt aangelegd heeft als doel de veiligheid te kunnen garanderen van fietsverkeer. Er is om deze reden geen verandering in weggebruik door motorvoertuigen. Uit een berekening met AERIUS Calculator blijkt dat - met inachtneming van het wegvallen van regulier verkeer tijdens de aanlegfase - sprake is van een afname van de stikstofdepositie (Geonius, 20 december 2019).
3.3.3
Verontreiniging Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, welke stoffen onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Het is niet aannemelijk dat als gevolg van het project hier sprake van zal zijn. Bij de bouw van het fietspad en de permanente situatie wordt niet gewerkt met schadelijke stoffen welke in de bodem of water terecht kunnen komen. (Significante) Negatieve effecten zijn uitgesloten.
3.3.4
Verdroging Verdroging uit zich in lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel. De actuele grondwaterstand is zo lager dan de gewenste/benodigde grondwaterstand. Bij het bouwen van een fietspad kan een uitbreiding van verhard oppervlak ook een negatief effect hebben op het grondwater. Gezien het droge karakter van het Natura2000- gebied heeft een lokale toename van verhard oppervlakte geen wezenlijke invloed op het leefgebied van de aangewezen Habitatrichtlijnsoorten. Daarnaast zijn effecten op habitattypen niet aan de orde. Effecten door verdroging als gevolg van de ontwikkelingen op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied zijn daarmee uit te sluiten.
3.3.5
Verstoring door geluid Verstoring door onnatuurlijke geluidsbronnen; permanent zoals geluid wegverkeer danwel tijdelijk zoals geluidsbelasting bij evenementen. Geluid is een hoorbare trilling, gekenmerkt door geluidsdruk en frequentie. Gezien het karakter van het initiatief worden negatieve effecten ter gevolg van geluid niet verwacht. Een fietspad heeft geen geluidshinder als gevolg. Daarnaast wordt de weg in huidige situatie gebruikt door motorvoertuigen wat een hogere geluidsbelasting heeft dan een fietspad. Tijdens de werkzaamheden (aanleg en gebruik) stoot het gebruikte materieel (beperkt) geluid uit. Het effect van geluid en trillingen reikt niet zo ver dat het beschermde habitattypen verder zal beïnvloeden dan in huidige situatie (weggebruik). Daarnaast heeft het omliggende beboste gebied een afschermende werking op verder gelegen natuurwaarde. Concluderend kan gesteld worden dat er gezien de beperkte duur van de realisatiefase, het huidig gebruik van de weg en de afscherming door bosschages geen effecten als gevolg van geluidverstoring op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied plaatsvinden.
3.3.6
Verstoring door licht Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Echter, aanvullende lichtbronnen zijn niet van toepassing in het initiatief. Effecten als gevolg van lichtverstoring op instandhoudingsdoelstellingen van het Natura2000gebied zijn hiermee uitgesloten.
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
3.3.7
Verstoring door trilling Trilling kan leiden tot verstoring van het natuurlijke gedrag van soorten. Individuen kunnen tijdelijk of permanent verdreven worden uit hun leefgebied. De effecten van trillingen zijn te beperken tot de realisatiefase van het initiatief. In de permanente situatie zullen geen effecten optreden als gevolg van trillingen. De realisatiefase betreft een beperkte periode en een beperkte additionele verstoring ten opzichte van activiteiten die reeds op het tracé plaatsvinden. Gesteld kan worden dat gezien de beperkte duur van de realisatiefase en de afscherming van bosschages geen effecten optreden op instandhoudingsdoelstellingen van het Natura2000gebied.
3.3.8
Optische verstoring Optische verstoring leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. De soort reageert bijvoorbeeld op beweging omdat een potentiële vijand wordt verwacht. Echter, gezien het huidige gebruik van het tracé waar veel verkeer (inclusief fietsers) langs rijden worden geen aanvullende effecten verwacht. In huidige situaties maakt fietsverkeer ook al gebruik van de weg, maar om veiligheidsredenen wordt hier een fietspad aangelegd. Mogelijk leidt dit tot een toename in fietsverkeer, maar niet tot een verhoogd (significant) negatief effect m.b.t. optische verstoring. De aanleg van het fietspad leidt niet tot aanvullende optische verstoring en effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 zijn uitgesloten.
3.3.9
Verstoring door mechanische effecten Deze storende factor kan leiden tot een verandering van het habitattype en/of verstoring of het doden van fauna-individuen. Voor de bouw van het fietspad zal mechanisch effect plaats vinden op beschermde habitattypen. Tijdens werkzaamheden zal volgens de zorgplicht gehandeld worden en in de permanente situatie is geen negatief effect te verwachten als gevolg van mechanische effecten. (Significante) Negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van het Natura2000- gebied zijn uitgesloten.
3.3.10
Verstoring beschermde soorten Vale vleermuis, meervleermuis en ingekorven vleermuis De drie voorkomende vleermuissoorten hebben voornamelijk een leefgebied bij de oude mergelgroeven in het Savelsbos. Op 24 locaties zijn deze groeven aangewezen als winterverblijfplaats van vleermuizen. De doelstellingen vanuit het beheerplan op deze soorten is:
Rustige en ongestoorde groeven met een natuurlijk groevenklimaat (met bijbehorende gehalten aan vocht, kenmerkende temperatuur en een natuurlijke luchtcirculatie). Onverlichte toegangen tot die winterverblijven.
Het aan te leggen fietspad zal geen negatieve effecten als gevolg hebben op de winterverblijfplaatsen van vale vleermuis, ingekorven vleermuis en meervleermuis. Vliegend hert Het vliegend hert heeft zijn leefgebied in oude eikenbossen met voldoende dood eikenhout voor de larven om in te leven. De doelstelling vanuit het beheerplan op deze soort is:
De beschikbaarheid van oude, vochtige eikenstronken in de bosrand.
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Het aan te leggen fietspad zal geen negatieve effecten als gevolg hebben op het voorkomen van het vliegend hert. De soort is niet bekend langs het beoogde tracé (zie Figuur 3.8). Spaanse vlag De Spaanse vlag heeft een leefgebied langs kalkgraslanden, hellingen, bosranden en vochtige biotopen. De doelstellingen vanuit het beheerplan op deze soort zijn:
Aanwezigheid van voldoende waardplanten zoals brandnetel, koninginnenkruid, dovenetel, weegbree, hondsdraf en (in mindere mate) braam. Kleinschaligheid: de aanwezigheid van vochtige bossen in de directe omgeving van warme (kalk)graslanden en ruigten en zomen.
Zoals benoemd in paragraaf 3.3.1.2 heeft de Spaanse vlag mogelijk een leefgebied als adult dier in het plangebied. Echter, significant negatieve effecten op de doelstellingen uit het beheerplan kunnen worden uitgesloten.
3.4
Conclusie Toetsing Natura 2000 Voor Natura 2000-gebieden geldt een beschermingsregime om aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden te voorkomen. In de Wet natuurbescherming (verder Wnb) is de bescherming van deze gebieden geregeld. Het voorliggende Hoofdstuk verkent de noodzakelijkheid van een passende beoordeling. Dit vormt een eerste stap in de toetsing aan de Wnb - gebiedsbescherming; de zogenaamde 'oriëntatiefase' waarin sprake is van een Voortoets. De werkzaamheden m.b.t. het aanleggen van een fietspad vinden gedeeltelijk plaats in Natura2000- gebied. Als gevolg van dit voornemen zijn de mogelijke effecten op het Natura 2000- gebied beschreven. Op basis van de effectanalyse- en beoordeling in voorgaande paragraaf kan geconcludeerd worden dat de werkzaamheden ten behoeve van de realisatie van het fietspad en het gebruik ervan niet leiden tot een aantasting of belemmering van de instandhoudingsdoelstellingen die gelden voor het Natura 2000-gebied Savelsbos. Het betreffen deels tijdelijke werkzaamheden met een relatief klein invloedsgebied en een permanente situatie waar sprake is van kleinschalig ruimtebeslag.
Het deel van het Natura 2000-gebied dat hier aanwezig is, betreft een gebied dat met name voor de Spaanse vlag gebruikt kan worden (zij het een klein waardevol gebied in relatie tot andere grote van belang zijnde gebieden in het Natura 2000-gebied als geheel). De storingsfactoren die optreden reiken echter niet ver en/of zijn niet wezenlijk verschillend van de huidige situatie nabij het bestaande gebruik van de weg en vinden in een reeds verstoord gebied plaats zodat er door de voorgenomen activiteit geen aantasting is van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied. (Significant) Negatieve effecten zijn wat betreft deze aspecten uit te sluiten. Er is sprake van ruimtebeslag in het Natura 2000-gebied Savelsbos (1910,2 m2). Het kan echter uitgesloten worden dat het ruimtebeslag leidt tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Geadviseerd wordt het voornemen, en de benodigde vervolgstappen, af te stemmen met het bevoegd gezag de Provincie Limburg. Voor het voornemen is een vergunning Wet natuurbescherming onderdeel gebiedsbescherming noodzakelijk.
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
4
Gebiedsbescherming: Natuurnetwerk Nederland Het ruimtelijk beleid voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is gericht op het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied. Voor een NNNgebied geldt dat de wezenlijke waarden en kenmerken van dat gebied niet mogen worden aangetast. Ruimtelijke ingrepen in deze gebieden zijn niet zonder meer toegestaan. Voor plannen binnen het NNN geldt het 'Nee, tenzij principe'. Ingrepen worden niet toegestaan tenzij uitgesloten is dat de ingreep een negatief effect heeft op het NNN. In de provincie Limburg heet het Natuurnetwerk de Goudgroene natuurzone. In het kader van de toekomstige activiteiten (realisatie fietspad) is het nodig om inzicht te krijgen in de aanwezige natuurwaarden van het ter plaatse of nabij gelegen aanwezige NNN. Om deze reden is in dit hoofdstuk de ligging van de NNN-gebieden ten opzichte van het plangebied weergegeven en is – indien relevant – aangegeven om welke natuurwaarden het gaat. Tevens is aangegeven of er mogelijk sprake kan zijn van (negatieve) effecten als gevolg van de werkzaamheden op de wezenlijke kenmerken en waarden en/of een vervolgonderzoek/nadere uitwerking aan de orde is. Bij de beoordeling van effecten op het NNN, is uitgegaan van de tekst van de Omgevingsverordening Limburg, 2014, paragraaf 2.6 Goudgroene natuurzone.
4.1
Wettelijk kader Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. De goudgroene natuurzone bestaat uit alle bestaande bos- en natuurbestemmingen binnen de voormalige ecologische hoofdstructuur (EHS). Bestemmingswijzigingen in bestaande natuur zijn niet toegestaan, tenzij sprake is van een groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn buiten de goudgroene natuurzone.
Deze formulering is zo gekozen omdat een nieuwvestiging altijd gepaard gaat met oppervlakteverlies, hetgeen altijd een significant negatief effect op de kernkwaliteiten met zich brengt. Daarom wordt alleen een uitzondering gemaakt voor ingrepen die van groot openbaar belang zijn. Is dat het geval dan kan een ingreep slechts doorgaan indien schade zoveel mogelijk wordt voorkomen en de resterende nadelige effecten volledig worden gecompenseerd. Bij deze categorie ingrepen mag de compensatie ook op afstand van de ingreep plaatsvinden. Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Limburg geen externe werking. Dit houdt in dat het regime alleen geldt voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN. Naast bescherming van de goudgroene natuurzone zijn in Limburg ook de zogenaamde Bronsgroene
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
landschapszone en Zilvergroene natuurzone aangewezen. Deze zones dienen ter bescherming van de landschappelijke kernkwaliteiten.
4.2
Relevante NNN-gebieden Het plangebied ligt gedeeltelijk in het NNN. Het NNN binnen het plangebied is aangewezen voor de volgende beheertypen:
Figuur 4.1. ligging van het plangebied (rode lijn) in het NNN (Ingekleurde vlakken). Bron: Provincie Limburg, 2019.
4.3
Effectbepaling en toetsing
4.3.1
Afwegingskader Goudgroene natuurzone Voor een NNN-gebied geldt in zijn algemeenheid dat de wezenlijke waarden en kenmerken van dat gebied niet mogen worden aangetast, ook mogen de gestelde ambities niet belemmerd worden. Als ecologische (wezenlijke) waarden en kenmerken van een NNN-gebied gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. Ook vormen de volgende aspecten een kernkwaliteit van het NNN: uitwisselingsmogelijkheden (doel 'verbinden'); natuurlijke eenheid en aaneengeslotenheid (doel 'vergroten'); kwaliteit van het NNN en van leefgebied van soorten (doel 'kwaliteitsverbetering). De kwaliteit wordt gevormd door de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, hieronder wordt onder andere het volgende bedoeld: natuurdoelen en -kwaliteit, geomorforlogische en aardkundige waarden en processen, de waterhuishouding, de
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
-
kwaliteit van de bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaard.
Daarnaast gelden de provinciale regels voor het NNN. Onder andere geldt vanuit de provinciale regels het volgende bij bestemmingsplannen in en rondom NNN-gebieden (uit: Omgevingsverordening Limburg, 2014, paragraaf 2.6 Goudgroene natuurzone). artikel 2.7.1.1 Beschermingsregime Goudgroene Natuurzone 1.
In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen de Goudgroene Natuurzone worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt, tenzij:
a. b. c.
geen reële alternatieven aanwezig zijn; sprake is van redenen van groot openbaar belang; de negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt; en de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd.
d.
Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de Zilvergroene natuurzone en/of Bronsgroene landschapszone, bevat een beschrijving van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd.
4.3.2
Beoordeling
4.3.2.1
Goudgroene natuurzone Directe effecten Delen van het plangebied liggen in NNN-gebied. De exacte ligging van NNN ten opzichte van het plangebied is weergegeven in Bijlage IIa en IIb. Op deze bijlage is ook te zien dat grote delen van de huidige weg (met verkeersbestemming) in NNN-gebied liggen. Ook in de geplande uitbreidingsstrook waar het fietspad moet komen te liggen danwel waar het wegtracé wordt aangepast is op verschillende plaatsen sprake van NNN-gebied. -
44 m2 ruimtebeslag in N15.02 dennen- eiken en beukenbos; 184 m2 ruimtebeslag in N17.02 droog hakhout; 404 m2 ruimtebeslag in N14.03 haagbeuken- en essenbos; 5 m2 ruimtebeslag in L01.09 hoogstamboomgaard; 1090 m2 ruimtebeslag in L01.05 knip- of scheerheg; 3486 m2 ruimtebeslag in N12.02 kruiden- en faunarijk grasland; 4 m2 ruimtebeslag in L01.06 struweelhaag.
In Bijlage II is per deeltraject van de weg middels foto’s een impressie gegeven van de natuurlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied ter plekke. De kenmerken en waarden worden hoofdzakelijk gevormd door de sleedoornhaag en naastgelegen grasland. De hagen in het plangebied vormen een karakteristiek element in de omgeving. Bij het uitwerken van het ontwerp van de weg, wordt geadviseerd om zo veel mogelijk delen van de hagen die nu langs de weg staan te behouden. Er zijn delen van deze haag die zeer oud, en daarmee waardevol, zijn (Zie Figuur 4.2). Indien behoud niet mogelijk is moeten de hagen opnieuw worden ingepast in het ontwerp van de weg en het fietspad.
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Figuur 4.2. Zeer oude meidoornhaag in het plangebied.
Op basis van de begrenzing van het plangebied voor de bestemmingsplanwijziging kan het exacte ruimtebeslag binnen NNN bepaald worden. In overleg met de provincie moet tevens besproken worden hoe omgegaan moet worden met het feit dat grote delen van de verharde weg zijn aangewezen als NNN. Het is gebruikelijk dat verharde wegen niet behoren tot NNN-gebied. Natuurlijke eenheid en aaneengeslotenheid (doel 'vergroten') Gezien het ruimtebeslag is hier sprake van een negatief effect. Een deel van het Natuurnetwerk gaat verloren als gevolg van de werkzaamheden wat leidt tot vermindering van het Natuurnetwerk. Het deel dat verloren gaat als gevolg van de werkzaamheden zal moeten worden gecompenseerd. Dit dient uitgewerkt te worden in een NNN Compensatieplan. Indirecte effecten Uitwisselingsmogelijkheden (doel 'verbinden') Aangezien een directe verbindingszone niet wordt verbroken is geen sprake van een achteruitgang in het doel ‘verbinden’ van het Natuurnetwerk. Alternatieven blijven beschikbaar om het plangebied heen. Daarnaast is het plangebied gelegen aan een huidige weg, welke al een effect heeft op de uitwisselingsmogelijkheden van soorten. Fauna in de omgeving van het plangebied ondervindt geen last op de bereikbaarheid van alternatief leefgebied als gevolg van de aanleg van het fietspad.
Van belang is dat ook in de toekomstige situatie de weg is uitgerasterd zodat voorkomen wordt er mogelijk een toename is van verkeersslachtoffers. Effecten op uitwisselingsmogelijkheden zijn uitgesloten. Overige effecten Naast fysiek ruimtebeslag leidt het fietspad niet tot aanvullende, externe, verstoring van het NNN-gebied; in de huidige situatie is reeds sprake van verstoring door licht en geluid als gevolg
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
van het bestaand gebruik van de weg. Het gebruik van de weg zelf, door gemotoriseerd verkeer, is maatgevend. De verplaatsing van het fietsverkeer leidt niet tot een toename van verstoring.
4.3.2.2
Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone Op een aantal locaties overlapt het plangebied met de Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone. De kernkwaliteiten van het gebied worden gevormd door het reliëf en afwisseling van hellingbossen en lager gelegen graslanden. Daarnaast vormt de geleidende meidoornhaag een karakteristiek landschapselement. Aangezien het voornemen enkel leidt tot een uitbreiding van de bestaande weg is geen sprake van een aantasting van de ruimtelijke kernkwaliteiten. In de toekomstige situatie blijven de kernkwaliteiten aanwezig. Wel dient geborgd te worden dat de meidoornhaag behouden blijven. Op delen waar de meidoornhaag wordt aangetast dient deze teruggeplaatst te worden. Op deze wijze vormt de aanwezigheid van Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.3.3
Vervolgstappen Goudgroene natuurzone Voor het NNN (goudgroene natuurzone) geldt een streng regime. Ontwikkelingen zijn hier in principe niet toegestaan, tenzij er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De fysieke aantasting van het NNN dient gecompenseerd worden. Deze compensatie moet in principe financieel, en anders in natura, worden gerealiseerd. De manier waar op is afhankelijk van de categorie die verloren gaat. Om de compensatieopgave te bepalen moet voor het uiteindelijke ontwerp van de weg en het fietspad een berekening gemaakt worden hoeveel m 2 van welke natuurdoeltypen verloren gaat. Per natuurdoeltype gelden vervolgens kwaliteitstoeslagen die de uiteindelijke compensatieopgave bepalen. De compensatie is beschreven in artikel 4 van de beleidsregel natuurcompensatie (Provincie Limburg, 2018). Aangezien sprake is van ruimtebeslag binnen het Natuurnetwerk op de locatie, kan het project alleen doorgang vinden door herbegrenzing van het Natuurnetwerk. Gezien de aard en omvang van de ingreep dient de herbegrenzing plaats te vinden met gebruikmaking van artikel 2.6.3 van de Omgevingsverordening.
Hier zijn de volgende voorwaarden vanuit de Omgevingsverordening aan verbonden: Artikel 2.6.3 Ontwikkelingen van groot openbaar belang Het verbod van artikel 2.6.2 is niet van toepassing op nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten, indien: er sprake is van een groot openbaar belang; er geen reële alternatieven zijn en uit het ruimtelijk plan blijkt dat en hoe negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en voor het overige worden gecompenseerd, waarbij: A. de compensatie niet mag leiden tot verlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke kenmerken en waarden; en B. de compensatie plaatsvindt: op financiële wijze of in natura in nog niet gerealiseerde delen van de Goudgroene natuurzone
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
Bij de herbegrenzing van het Natuurnetwerk geldt een compensatieplicht, waarin tevens onderbouwt wordt dat het voornemen in groot openbaar belang is (openbare veiligheid) en dat geen reële alternatieven beschikbaar zijn. Op basis van het werkelijke ruimtebeslag als gevolg van de bestemmingsplanwijziging kan de omvang van de compensatie bepaald worden.
4.4
Conclusie Toetsing NNN Gezien het ruimtebeslag is hier sprake van een negatief effect. Een deel van het Natuurnetwerk gaat verloren als gevolg van de werkzaamheden wat leidt tot vermindering van het Natuurnetwerk. Aangezien een directe verbindingszone niet wordt verbroken is geen sprake van een achteruitgang in het doel ‘verbinden’ van het Natuurnetwerk. Naast fysiek ruimtebeslag leidt het fietspad niet tot aanvullende, externe, verstoring van het NNN-gebied; in de huidige situatie is reeds sprake van verstoring door licht en geluid als gevolg van het bestaand gebruik van de weg. Het gebruik van de weg zelf, door gemotoriseerd verkeer, is maatgevend. De verplaatsing van het fietsverkeer leidt niet tot een toename van verstoring. Vanwege een negatief effect m.b.t. ruimtebeslag is sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Het deel dat verloren gaat als gevolg van de werkzaamheden zal moeten worden gecompenseerd. Deze compensatie moet in principe financieel, en anders in natura, worden gerealiseerd.
Natuurtoets inclusief Voortoets Herinrichting Bukel-Moerslag-St. Geertruiderweg projectnummer 437747 10 maart 2020 revisie 01 Gemeente Eijsden-Margraten
5
Gebiedsbescherming: Beschermde houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt houtopstanden van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Indien houtopstanden gekapt dienen te worden die onder de Wet natuurbescherming vallen moet een kapmelding worden ingediend bij de Provincie Limburg. Er zijn enkele uitzonderingen waarbij een kapmelding niet is vereist, deze staan vermeld in art. 4.1 van de Wet natuurbescherming.
5.1
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom (Boswet) en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare). In de Wnb zijn geen regels opgenomen over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. Voor bomen binnen de grenzen van de bebouwde kom Boswet, geldt dat deze niet zonder vergunning geveld mogen worden. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) regelt dit. Ten aanzien van het kappen van een boom of andere houtopstand bepaalt elke gemeente zelf of hiervoor een omgevingsvergunning nodig is. In de APV staan de regels voor het kappen van bomen. Veel gemeenten hanteren een minimale stamomvang op borsthoogte (1,30 meter hoog). Bij die hoogte en een bepaalde doorsnede moet dan een kapvergunning worden aangevraagd. De diameters kunnen variëren per gemeente en soms ook per boomsoort. Er zijn ook gemeenten waar weer helemaal geen kapvergunning nodig is. Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke APV.
Dit is bijvoorbeeld aan de orde wanneer monumentale bomen in bosbestanden van groter dan 1.000m2 of in rijbeplanting voorkomen en gelegen zijn buiten de grenzen van bebouwde kom Boswet/houtopstanden, ook beschermd zijn in het kader van een APV. Daarnaast kan de gemeente geen bebouwde kom Boswet/houtopstanden vastgesteld hebben. In dit geval geldt de Wnb (inclusief ontheffing) overal in de betreffende gemeente. Als de gemeente een APV heeft vastgesteld waarin bepalingen zijn opgenomen over de bescherming van houtopstanden en planregels over houtopstanden heeft opgenomen in haar bestemmingsplan, dan is de kans op samenloop groot. De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van voorliggende toetsing. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in de regel ter plekke ingevuld (artikel 4.3, lid 1, 2). Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van artikel 4.3, eerste en tweede lid, ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels . Er zijn enkele uitzonderingen waarbij een kapmelding niet is vereist, deze staan vermeld in art. 4.1 van de Wet natuurbescherming.