CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20220215 05d Bijlage 3 Toelichting.pdf

* Raadsvergaderingen 15 februari 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg-Moerslag-Bukel t.b.v. onteigeningsgrondslag11.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel Gemeente Eijsden-Margraten

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel Gemeente Eijsden-Margraten

Toelichting Regels Verbeelding Schaal 1:2000 Datum: 30 november 2021 Projectgegevens: TOE01-0255658-01D REG01-0255658-01D TEK01-0255658-01D Identificatienummer: NL.IMRO.1903.BPINFRA10001-VG01

Datum vrijgave

Opsteller(s)

Goedkeuring

01-12-2021

AdV, PD, AD

MF

Vestiging Oosterhout Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout T: +31 (0)162 48 75 00 www.croonenburo5.com

Vrijgave

Vestiging Maastricht Wim Duisenbergplantsoen 21 6221 SE Maastricht T: +31 (0)43 325 32 23 info@croonenburo5.com

Inhoud 1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend planologisch regiem Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

3 3 4 5 5

2

Planbeschrijving

6

2.1 2.2

Huidige situatie Nieuwe situatie

6 8

3

Beleid

13

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

13 14 19

4

Milieuhygiënische en planologische aspecten

21

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Water Natuur Archeologie en cultuurhistorie Kabels, leidingen en straalpaden

21 21 22 22 23 24 26 28 32

5

Juridische planopzet

33

5.1 5.2

Juridische planopzet Beschrijving van de bestemmingen

33 33

6

Haalbaarheid

36

6.1 6.2

Financieel Maatschappelijk

36 36

Bijlagen: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:

Vooronderzoek bodem, Antea Group, 29 januari 2019 Natuurtoets inclusief Voortoets, Antea Group, 10 maart 2020 Notitie natuurcompensatie Bureau Verbeek, 26 november 2021 Notitie stikstofberekening, Geonius, 20 december 2019 Nota van zienswijzen en ambtshalve wijziging Compensatieovereenkomst gemeente-provincie

CroonenBuro5

1

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

CroonenBuro5

2

Gemeente Eijsden-Margraten

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

Gemeente Eijsden-Margraten

De gemeente Eijsden-Margraten heeft het voornemen om het tracé Sint Geertruiderweg - Moerslag - Bukel te herinrichten. Dit 60 km/uur-tracé verbindt de rotonde Rijksweg-Groenstraat nabij Eijsden met de Julianaweg - Burg. Wolfsstraat in Sint Geertruid. De aanleiding van de herinrichting van het tracé betreft hoofdzakelijk het verbeteren van de verkeersveiligheid. Dit in combinatie met een hoog aandeel langzaam verkeer dat op de weg aanwezig is en groot onderhoud dat voor de wegdek noodzakelijk is. Het plan voorziet in de aanleg van een vrijliggend fietspad aan de zuidzijde van de rijweg. Het fietspad is voor het overgrote deel van het tracé buiten de geldende verkeersbestemming geprojecteerd. Hiertoe wordt de geldende verkeersbestemming daar waar nodig vergroot. Aan de uiteinden van het plangebied worden fietsoversteken gerealiseerd waardoor op deze punten ook een uitbreiding van het tracé plaatsvindt. Er is zoveel mogelijk rekening gehouden met beschermde natuurgebieden en locaties waar bestaande bebouwing/erven op korte afstand van de weg zijn gelegen. Omdat niet overal aantasting van de natuur kan worden voorkomen vindt compensatie plaats ter plaatse van de Riesenberg en is ter borging van die nieuwe natuur meegenomen in dit bestemmingsplan. Op deze wijze wordt met voorliggend bestemmingsplan de realisatie van het vrijliggend fietspad planologisch mogelijk gemaakt.

Verder voorziet dit bestemmingsplan in het planologisch verankeren van natuur ter compensatie van de herontwikkeling van Kasteel Oost in Eijsden. Deze herontwikkeling is opgenomen in het bestemmingsplan Kasteel-Oost (vastgesteld 12 december 2018). De natuurcompensatie ten behoeve van deze hertontwikkeling is reeds uitgevoerd, maar nog niet planologisch vastgelegd. Omdat het desbetreffende compensatieperceel v.w.b. Kasteel-Oost aansluit op het compensatieperceel v.w.b. onderhavig bestemmingsplan, is ervoor gekozen om dit mee te nemen in dit bestemmingsplan.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied Het tracé Sint Geertruiderweg - Moerslag – Bukel is gelegen in het buitengebied en verbindt de kernen Eijsden en Sint Geertruid. Het plangebied bestaat uit de geldende verkeersbestemming en de uitbreidingsstrook aan de zuidzijde van het tracé en de locatie voor natuurcompensatie. In de volgende afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven (rood fietspad, groen natuurcompensatie t.b.v. dit plan en paars natuurcompensatie t.b.v. Kasteel-Oost). Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

CroonenBuro5

3

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

Eijsden Ligging plangebied (PDOK)

1.3

Vigerend planologisch regiem Ter plaatse van het plangebied vigeren de volgende bestemmingsplannen: • Bestemmingsplan Buitengebied (toenmalige gemeente Eijsden), vastgesteld 27 april 2010 • Bestemmingsplan Buitengebied Margraten 2009, vastgesteld 19 mei 2009 • Bestemmingsplan Buitengebied Margraten 2009, geconsolideerde versie (1e herziening van het moederplan), vastgesteld 14 december 2010 • Bestemmingsplan Sint-Geertruid, vastgesteld 5 februari 2013 • Paraplubestemmingsplan Parkeren Eijsden-Margraten, vastgesteld 25 september 2018 De gronden van de bestaande tracé zijn in de geldende plannen bestemd als ‘Verkeer’. De gronden waar de verkeersbestemming met dit plan wordt vergroot zijn in de geldende plannen voor het grootste deel bestemd als ‘Agrarisch met waarden’ en daarnaast als ‘Water’ en ‘Recreatie-Verblijfsrecreatie’. Het perceel voor natuurcompensatie is in de huidige situatie bestemd als ‘Agrarisch met waarden’. Daarnaast gelden diverse dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen. De realisatie van het fietspad ten behoeve van verkeersdoeleinden is niet toegestaan op basis van het geldend plan. Met dit bestemmingsplan wordt dit mogelijk gemaakt door de verkeersbestemming te vergroten.

CroonenBuro5

4

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

1.4

Gemeente Eijsden-Margraten

Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan ‘Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel’ bestaat uit drie delen: een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. De toelichting bevat een motivatie en verantwoording van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige en nieuwe situatie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleidskader beschreven. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende milieuhygiënische en planologische aspecten aan bod. Hierna wordt in hoofdstuk 5 aandacht besteed aan juridische aspecten. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de haalbaarheid beschreven.

CroonenBuro5

5

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

Gemeente Eijsden-Margraten

Het bestaande tracé Sint Geertruiderweg - Moerslag – Bukel is de verbinding tussen de kern Eijsden en de kern St. Geertruid. Het tracé ligt vanaf de rotonde Rijksweg (Eijsden) tot de kruising met de Julianaweg - Burg. Wolfsstraat (St. Geertruid). De maximum snelheid op de weg is 60 km/uur. Het wegprofiel bestaat uit Erftoegangsweg Type 1, bestaande uit een rijloper met twee kantstroken, zonder middenstreep. De gronden ter plaatse van het te realiseren vrijliggend fietspad zijn momenteel voornamelijk in gebruik voor agrarische doeleinden. In navolgende afbeeldingen zijn een luchtfoto en straatbeelden opgenomen. De straatbeelden zijn gericht op de oostzijde, wat betekent dat de zuidzijde rechts op de straatbeelden is weergegeven.

Huidige situatie plangebied (Globespotter)

CroonenBuro5

6

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Straatbeeld westzijde van het plangebied (Globespotter)

Straatbeeld ter hoogte van camping ‘De Bosrand’ (Globespotter)

Straatbeeld ter hoogte van de kruising met de Moerslag (Globespotter)

Straatbeeld oostzijde van het plangebied (Globespotter)

CroonenBuro5

7

Gemeente Eijsden-Margraten

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

2.2

Gemeente Eijsden-Margraten

Nieuwe situatie Aanleiding voor herinrichting De gemeente Eijsden-Margraten heeft het voornemen om het tracé Sint Geertruiderweg - Moerslag - Bukel te herinrichten. De aanleiding van de herinrichting van het tracé betreft hoofdzakelijk het verbeteren van de verkeersveiligheid. De verkeersveiligheid is in de huidige situatie verre van optimaal vanwege: • Wandelaars en fietsers op de weg • Onoverzichtelijke bochten • Wandelpaden uitkomend in bosrand langs weg • Onveilige/ onoverzichtelijke oversteekplaatsen Dit in combinatie met een hoog aandeel langzaam verkeer dat op de weg aanwezig is, bestaande uit: • Wandelaars (concentratie t.h.v. A2, Voerenweg, camping, Moerslag) • Fietsers (gehele route + kruisingen Voerenweg en Moerslag) • Schoolthuisroute • Landbouwverkeer Daarnaast is groot onderhoud voor de wegdek noodzakelijk, vanwege een versleten toplaag, diversiteit aan lengte- en dwarsscheuren in asfalt en kapot gereden bermen. Alternatieven Voor de herinrichting zijn in totaal vijf varianten onderzocht, waarvan 4 varianten met een vrijliggend fietspad die op verschillende wijzen zijn geprojecteerd. De vijfde variant bestaat uit het uitbreiden van de bestaande weg met aan weerzijden een fietssuggestiestrook. Na een eerste studie zijn drie varianten afgevallen.

De redenen hiervoor zijn: • het fietspad is niet aansluitend aan de rijweg is geprojecteerd maar volgt een zelfstandig tracé. Dit zorgt voor ruimtebeslag in Natura2000-gebied Savelsbos over de gehele lengte van het fietspad tracé; • het hellingpercentage is te hoog voor fietsers; • ongunstige deling aanliggende percelen. Van de twee overgebleven varianten (vrijliggend fietspad aan de zuidzijde / bestaande weg met fietssuggestiestroken) is besloten om te kiezen voor een vrijliggend fietspad in verband met de verkeersveiligheid. Inrichting Het fietspad is voor het overgrote deel van het tracé buiten de geldende verkeersbestemming geprojecteerd. Hiertoe wordt de geldende verkeersbestemming daar waar nodig vergroot. Aan de uiteinden van het plangebied worden fietsoversteken gerealiseerd waardoor op deze punten ook een uitbreiding van het tracé plaatsvindt. Er is zoveel mogelijk rekening gehouden met beschermde natuurgebieden en locaties waar bestaande bebouwing/erven op korte afstand van de weg zijn gelegen.

CroonenBuro5

8

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

Normaalprofiel 1

Normaalprofiel 2

Normaalprofiel 3

Drie normaalprofielen voor het tracé (Geonius)

Het tracé tussen de rotonde nabij Eijsden en de kern Sint Geertruid wordt heringericht. Beide uiteinden van het tracé worden ingericht conform normaalprofiel 1 (rijweg met 2 fietsstroken), omdat realisatie van vrijliggende fietspaden op die locaties fysiek niet mogelijk is. Enerzijds vanwege de aanwezigheid van het viaduct van de A2 en anderzijds door de steile hellingen van de aangrenzende bospercelen. Omdat de uitvoering van normaalprofiel 1 binnen het geldende verkeersbestemming past, is herziening van het bestemmingsplan ter plaatse van deze delen niet nodig. Ten behoeve van de verkeersveiligheid worden de overgangen van normaalprofiel 1 naar normaalprofiel 2/3 uitgevoerd met een fietsoversteekplaats, zoals hieronder uitgebeeld.

CroonenBuro5

9

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Aansluiting tussen normaalprofiel 1 en 2/3 nabij Eijsden (Geonius)

Aansluiting tussen normaalprofiel 1 en 2/3 nabij kruising Moerslag-Bukel (Geonius)

CroonenBuro5

10

Gemeente Eijsden-Margraten

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

Op het tussengelegen tracédeel worden normaalprofielen 2 en 3 toegepast. Een onderdeel van het tracé is opgenomen in onderstaande afbeelding. Hierdoor ontstaat een verkeerveilige situatie met vrijliggend fietspad over een lengte van 2,6 kilometer. Aansluitingen met in- en uitritten op aansluitende erven en terreinen wordt opnieuw uitgevoerd. Ter hoogte van kruisingen/oversteekplaatsen worden snelheidsbeperkende maatregelen toegepast. Conform normaalprofiel 3 worden hagen in tussenbermen aangeplant. Bestaande duikers en faunapassages blijven behouden of worden vernieuwd. Aanliggende watergangen blijven ook zoveel als mogelijk behouden. Ter hoogte van de onverharde Boschweg wordt een deel van de watergang die aan de zuidzijde van de weg is gelegen naar de noordzijde over een afstand van 130 meter verplaatst.

Weergave normaal profiel 3 (Geonius)

Op deze wijze wordt sterk bijgedragen aan verbetering van de verkeersveiligheid op het tracé en vindt er zo min mogelijk aantasting plaats van het omliggende landschap en de natuurwaarden. Natuurcompensatie De reconstructie van de weg en de aanleg van het fietspad overlapt op een groot aantal locaties met de Goudgroene Natuurzone. Dit dient gecompenseerd te worden. Op de locaties waar de bestemming Goudgroene Natuurzone verdwijnt is sprake van ruimtebeslag. Het verloren NNN dient gecompenseerd te worden. Deze compensatie vindt deels in natura en deels financieel plaats. De compensatie in natura wordt voorzien in de nabijheid van perceel ‘Riesenberg’, op circa 3,5 km van het traject. Dit is aansluitend op Natura 2000-gebied ‘Savelsbos’, globaal tussen de kernen Gronsveld en Cadier en Keer. Onderstaande figuur toont de locatie van het compensatiegebied ter grootte van 7.000 m2. De financiële compensatie is geborgd door middel van een compensatieovereenkomst. De realisatie en instandhouding is opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan en voorwaardelijk opgenomen in relatie tot het gebruik van de verkeersbestemming. Voor de exacte begrenzing van het compensatiegebied wordt verwezen naar de verbeelding.

CroonenBuro5

11

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Ligging van het compensatiegebied (in blauw weergegeven)

CroonenBuro5

12

Gemeente Eijsden-Margraten

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Gemeente Eijsden-Margraten

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, is de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid zoals opgenomen in de SVIR richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet', over aan provincies en gemeenten. Sturing op verstedelijking, waaronder afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, heeft het Rijk grotendeels losgelaten. Er is enkel nog sprake van een 'ladder voor duurzame verstedelijking', die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt.

Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die hiervoor worden ingezet. Eén van deze instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn de 13 nationale belangen uit de SVIR opgenomen, die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Voor dit plan gelden geen specifieke belangen vanuit het Barro en de Rarro.

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (verder: ‘de ladder’) als motiveringseis opgenomen. Doel van de ladder is het bereiken van een goede ruimtelijke ordening door optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Sinds 1 juli 2017 is de ‘nieuwe’ ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. Deze wijziging heeft als doel de regeling te vereenvoudigen, waarbij de effectiviteit van het instrument behouden moet blijven. Een onderzoek naar de behoefte heeft slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De toelichting

CroonenBuro5

13

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien vereist. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Dit bestemmingsplan voorziet in vergroting van een verkeersbestemming teneinde een fietspad te realiseren. Uit jurisprudentie blijkt dat infrastructuur niet als ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt aangemerkt. De afdeling overweegt dat gelet op de nota van toelichting bij het Bro en de strekking van de regeling die mede gericht is op het tegengaan van leegstand, wordt de voorziene weg niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro. Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is geen sprake, waardoor toetsing aan de ladder niet aan de orde is.

3.2 3.2.1

Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 vastgesteld. Het POL2014 geeft een visie op de ontwikkeling van de Limburgse omgeving en de regio's Noord-, Midden- en Zuid-Limburg in de komende 10 tot 15 jaar. In het POL zijn ambities, opgaven en een aanpak voor belangrijke thema's geformuleerd. De ambitie van het POL2014 is het realiseren van een voortreffelijk, grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg. Het POL is een omgevingsplan, dat focust op de fysieke aspecten van het leef- en vestigingsklimaat. Belangrijke uitdagingen voor de provincie Limburg zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op klimaatverandering. Kwaliteit staat centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, in het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien.

Algemene principes voor duurzame verstedelijking, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen, sluiten hierop aan. Op het gebied van woningbouw, bedrijventerreinen, kantoren en winkels liggen grote kwalitatieve opgaven. De uitdaging is om een omslag te maken van kwantiteit naar kwaliteit. De sleutel daarvoor ligt in dynamisch voorraadbeheer. Per regio zijn visies gemaakt waarin gezamenlijke ambities, principes en werkwijzen worden uitgewerkt. Voor sommige thema's gaat het ook om gezamenlijke programmering. Als basis hiervoor bevat het POL uitgewerkte regiovisies voor Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Hierna wordt nader ingegaan op de, voor het planvoornemen, relevante aspecten.

Visie Zuid-Limburg De aantrekkelijkheid van Zuid-Limburg wordt in sterke mate bepaald door de aanwezigheid van relatief op korte afstand van elkaar gelegen, dichtbevolkte stedelijke gebieden (vergelijkbaar met de dichtheid in de Randstad) en het daartussen gelegen unieke Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Dit heuvellandschap geeft samen met de historische binnenstad van Maastricht een bijzondere kwaliteit aan deze regio. In Zuid-Limburg wonen ruim 600.000 mensen, meer dan de helft van alle

CroonenBuro5

14

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

inwoners in Limburg. Het maakt onderdeel uit van een Europese regio met een rijk palet van economische topsectoren. Tegelijkertijd is Zuid-Limburg in economisch opzicht te typeren als een 'tussenregio', tussen de metropoolregio's Randstad, Vlaamse Ruit en Ruhrgebied. Er zijn relatief weinig bereikbare banen binnen de landsgrenzen en daarmee is sprake van een beperkte veerkracht van de regionale en lokale economie. Daarbij kampt Zuid-Limburg met leegstandsproblematiek op het gebied van woningbouw, kantoren, verblijfsrecreatie, bedrijventerreinen en detailhandel: er is van alles teveel, en dat vraagt om een heldere visie en bovenal sturing. In de onderstaande afbeelding is de kaart ‘zonering Limburg’ van het POL2014 ter plaatse van het plangebied weergegeven. Tevens wordt aansluitend ingegaan op de voor het plangebied relevante aspecten.

Uitsnede ‘zonering Limburg’ van het POL2014 ter plaatse van het plangebied (provincie Limburg)

Kwaliteit centraal Zonering De grote variatie in omgevingskwaliteiten is een kenmerk en sterk punt van Limburg. Om daaraan recht te doen, onderscheiden we in dit POL zeven globaal afgebakende gebiedstypen. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. In het landelijk gebied gaat het om de zones: • Goudgroene natuurzone: Gebieden waar natuur en natuurontwikkeling het primaat hebben vanwege de voorkomende waardevolle flora en fauna, vaak van (inter)nationale betekenis (zoals de Natura2000-gebieden). • Zilvergroene natuurzone: Landbouwgebieden waar grote kansen liggen voor ontwikkeling van natuurwaarden. • Bronsgroene landschapszone: Beekdalen én gebieden met steilere hellingen met een grote variatie aan functies, in hoge mate bepalend voor het beeld van het Limburgs landschap. Omvat ook het winterbed van de Maas. • Buitengebied: Alle andere gronden in het landelijk gebied, vaak met een agrarisch karakter. Met ruimte voor doorontwikkeling van agrarische bedrijven.

CroonenBuro5

15

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

Aantrekkelijk landelijk gebied Natuur De opgave is het realiseren van een robuust en duurzaam in stand te houden netwerk van natuurgebieden als basis voor behoud en herstel van de voor Limburg kenmerkende flora, fauna en habitats, met name in de goudgroene en zilvergroene natuurzone. Daartoe moeten ook randvoorwaarden op het gebied van milieu en water worden gerealiseerd en worden cultuurhistorische waarden volwaardig meegewogen, beschermd en waar mogelijk versterkt. Tevens wordt toegewerkt naar een evenwichtige balans tussen instandhouding van natuur en het op een duurzame wijze benutten van natuur en de functies die natuur vervult voor de mens. Het waternetwerk is deels onderdeel van het natuurnetwerk en bevat zelf ook belangrijke natuurwaarden. Het vormt een verbindende structuur tussen de afzonderlijke natuureenheden en biedt organismen de kans om zich binnen het natuurnetwerk te verplaatsen. Daarbij biedt de kwaliteitsverbetering die in het waternetwerk wordt nagestreefd (voldoende water van goede kwaliteit) goede perspectieven op een duurzame instandhouding van de natuurwaarden.

Conclusie Het plangebied maakt deel uit van gronden die zijn aangemerkt als Goudgroene natuurzone, Zilvergroene natuurzone, Bronsgroene landschapszone en Beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg. Met het ontwerp is gekozen om de kwaliteiten van de natuur-/ landschapszones zoveel mogelijk te behouden. De aanleg van het vrijliggend fietspad zorgt voor beperkte effecten op de kernkwaliteiten / wezenlijke kenmerken en waarden. Negatieve effecten worden gecompenseerd, zie bijlage 3 (notitie natuurcompensatie Bureau Verbeek). In paragraaf 4.7 is de onderbouwing nader toegelicht. Geconcludeerd kan worden dat dit past binnen de ambities van het POL2014.

3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014 In de Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn regels opgenomen die een juridische doorvertaling zijn van het omgevingsbeleid zoals opgenomen in het POL2014. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening en is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Het hoofdstuk Ruimte bevat regels die zijn gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014 in gemeentelijke bestemmingsplannen. Voor het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan zijn enkel de regels voor ‘Goudgroene natuurzone’, ‘Zilvergroene natuurzone’ en ‘Bronsgroene landschapszone’ van toepassing.

CroonenBuro5

16

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

Uitsnede ‘beschermingszones natuur en landschap’ van de Omgevingsverordening Limburg ter plaatse van het plangebied (provincie Limburg) Goudgroene Natuurzone (Natuur Netwerk Nederland) Er is sprake van directe aantasting van de Goudgroene natuurzone in de vorm van ruimtebeslag voor reconstructie van de weg en de aanleg van het fietspad. Aangezien sprake is van ruimtebeslag binnen de Goudgroene natuurzone in het plangebied, is herbegrenzing noodzakelijk. Voor de Goudgroene natuurzone geldt dat artikel 2.6.2 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 verbiedt dat een ruimtelijke plan nieuwe activiteiten of wijzigingen van bestaande activiteiten toestaat die de wezenlijke kenmerken en waarden van deze natuurzone aantasten. De toepassing van de beleidsregel natuurcompensatie (hierna: beleidsregel) is gekoppeld aan de compensatieverplichting als bedoeld in artikel 2.6.3 van de Omgevingsverordening. Artikel 2.6.7 van de Omgevingsverordening schrijft voor dat beleidsregels worden opgesteld omtrent de wijze van uitvoering van deze compensatieverplichting. De compensatie is beschreven in Beleidsregel natuurcompensatie (Provincie Limburg, 2018). Met dit plan wordt voldaan aan compensatie in natura. Voor een uitgebreide omschrijving van de compensatie wordt verwezen naar Bijlage 3 ‘Memo natuurcompensatie’ van Bureau Verbeek.

In de memo natuurcompensatie van Bureau Verbeek wordt geconcludeerd dat de wegreconstructie leidt tot een compensatieplicht van natuurwaarden die in totaal betrekking heeft op 13.811 m 2. De invulling van deze compensatie wordt bepaald door de regelgeving uit de provinciale omgevingsverordening en de beleidsregel natuurcompensatie. Voor zover het de compensatie van habitattypen uit het Natura2000-gebied betreft, geldt primair de Wet natuurbescherming en secundair de provinciale Beleidsregel Natuurcompensatie. In het bestemmingsplan is voor de benodigde compensatie het perceel ‘Riesenberg’ opgenomen van 7.000 m2 en bestemd als “Natuur”. Dit is aansluitend op Natura2000-gebied ‘Savelsbos’, globaal tussen de kernen Gronsveld en Cadier en Keer. Voor de overige benodigde compensatie is met de provincie een financiële vergoeding overeengekomen. De afspraken over zowel de compensatie in natura als de financiële compensatie zijn opgenomen in een overeenkomst tussen de initiatiefnemer (gemeente Eijsden-Margraten) en de Provincie Limburg (zie bijlage 6 bij deze toelichting).

CroonenBuro5

17

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone Het plangebied overlapt op enkele delen met de Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone. Het voornemen leidt tot beperkte aantasting van de kernkwaliteiten van het landschap. De mate van aantasting en gevolgen daarvan zijn onderstaand kort toegelicht. Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de ‘Memo natuurcompensatie’ van Bureau Verbeek (bijlage 3). Zilvergroene natuurzone Binnen het projectgebied vallen delen van de Sint Geertruiderweg, Moerslag en Bukel met aansluitende bermen en delen van de grondstrook voor realisatie van het vrijliggend fietspad onder de Zilvergroene Natuurzone. De weg wordt iets verbreed als gevolg van de aanleg van het vrijliggend fietspad. De beleving van de omliggende terreinen blijft hetzelfde, net als het weggebruik. Van verstoring van de kernkwaliteiten ‘Visueel-ruimtelijk karakter’, Cultuurhistorisch erfgoed en Reliëf van het landschap waar de weg doorheen snijdt, is zodoende geen sprake. De wegverbreding leidt evenmin tot versnippering, omdat de weg geen nieuw element is in het landschap en ook na de wegreconstructie oversteekbaar is voor klein en groot wild, al dan niet via de speciaal daarvoor aangelegde of verlengde faunavoorzieningen. De wegreconstructie leidt tot het onvermijdelijk gevolg dat een grote lengte aan haag gerooid moet worden.

Dit wordt binnen het project gecompenseerd, omdat de kernkwaliteit ‘Groene Karakter’ door de ingreep wordt aangetast. De aansluitende vegetaties bestaan uit productiegrasland en akker en herbergen geen essentiële natuurwaarden. Van verdere aantasting ven de kernkwaliteit ‘Groene Karakter’ is daarom geen sprake. Als gevolg van de wegreconstructie ontstaat een noodzaak om de impact op de kernkwaliteit ‘Groene karakter’ te compenseren. Dit betreft binnen het projectgebied alleen een Limburgse haag (scheerheg) oostelijk van de T-kruising Moerslag/Bukel. De wegreconstructie levert een compensatieplicht van 326 m scheerheg. Bronsgroene landschapszone Binnen het projectgebied valt alleen een klein deel van de weg (thv Hakkeknop), de wegrand thv Camping de Bosrand en Moerslag 6 en de weg en het perceel Moerslag 10 binnen de begrenzing van de Bronsgroene Landschapszone, net als het hoge deel van de Bukel. De weg wordt iets verbreed als gevolg van de aanleg van het vrijliggend fietspad. De beleving van de omliggende terreinen blijft hetzelfde, net als het weggebruik. Van verstoring van de kernkwaliteiten ‘Visueel-ruimtelijk karakter’, Cultuurhistorisch erfgoed en Reliëf van het landschap waar de weg doorheen snijdt, is zodoende geen sprake.

Natuurcompensatie is in de Bronsgroene Landschapszone van toepassing indien de kernkwaliteit ‘Groene Karakter’ wordt vernietigd, verstoord en/of versnipperd. De wegreconstructie leidt tot het onvermijdelijk gevolg dat een grote lengte aan haag en enkele bomen gerooid moeten worden. Dit wordt binnen het project gecompenseerd. Overige natuurwaarden ontbreken, omdat de Bronsgroene Landschapszone dan wel de werkzaamheden zich beperken tot de weg zelf. Als gevolg van de wegreconstructie ontstaat een noodzaak om de impact op de kernkwaliteit ‘Groene Karakter’ te compenseren. Dit betreft binnen het projectgebied alleen Limburgse hagen en enkele bomen ter hoogte van Camping De Bosrand. De wegreconstructie levert een compensatieplicht van 139 m scheerheg en 4 bomen.

CroonenBuro5

18

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

Conclusie Hiermee kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de Omgevingsverordening Limburg 2014.

3.3 3.3.1

Gemeentelijk beleid Strategische Visie 2022 In de Strategische Visie 2022, vastgesteld door de gemeenteraad van Eijsden-Margraten op 22 oktober 2013, is het DNA van Eijsden-Margraten beschreven aan de hand van het landschap en de dorpen, kenmerken, trends en ontwikkelingen. Er zijn vijf ambities beschreven: • Dienstverlening is onze tweede natuur • Burgerkracht • Buitengewone buiten (be)leven • Aantrekkelijk wonen • Ondernemingszin schept ruimte voor welvaart en welzijn Hieruit komen een achttal thema's voort, waarvan ‘Betere bereikbaarheid’ van belang is voor de voorgenomen ontwikkeling. De gemeente Eijsden-Margraten zet in op optimalisatie van bereikbaarheid met het openbaar vervoer en op de digitale bereikbaarheid van de gemeente. Een goede bereikbaarheid zorgt ervoor dat iedereen gebruik kan maken van voorzieningen. Een goede bereikbaarheid maakt ook dat wij elkaar kunnen ontmoeten: functioneel (onderwijs, werk), voor de ontspanning (vrienden, familie, uitstapjes) en noodzakelijke dingen als boodschappen. Eijsden-Margraten kan zeker nog winst behalen als het gaat om een goede bereikbaarheid. Het openbaar vervoersysteem mist een goede aansluiting op voorzieningen en op andere (inter)nationale netten (aansluiting station Luik). Ook het ontbreken van dwarsverbindingen en verbindingen die over de grens gaan, maken dat de bereikbaarheid beter kan.

Dit geldt overigens ook voor wandel-, fiets- en vaarroutenetwerk. Gaat het om digitale bereikbaarheid dan is het zaak de ICT-infrastructuur verder te optimaliseren om toekomstbestendig te zijn. Denk aan optimalisatie van ICT-infrastructuur (glasvezel) op de bedrijventerreinen en naar de bedrijven in het buitengebied. Vervolgens zijn doelen uitgewerkt voor dit thema. Twee van de doelen hebben betrekking op fietsinfrastructuur, namelijk: dat ook met de fiets, wandelend en varend sprake is van een goede bereikbaarheid; de gemeente wil de regio ‘de fietsregio van Nederland’ maken. Zij ontwikkelt daartoe plannen met de regiogemeenten en de provincie voor hoogwaardige fietsevenementen die passen binnen de rust en ruimte van het buitengebied.

Conclusie Het plan, dat voorziet in de aanleg van een vrijliggend fietspad ten einde het verbeteren van de verkeersveiligheid, sluit goed aan bij de doelstelling vanuit de Strategische Visie 2022.

3.3.2 Manifest Buitengewoon Buitengebied Op 18 maart 2021 heeft de gemeenteraad het Manifest Buitengewoon Buitengebied vastgesteld. Daarin zijn richtinggevende uitspraken opgenomen over de toekomstige beleidskoers voor het buitengebied. Voor zover relevant is de volgende uitspraak in het Manifest opgenomen: Wij stimuleren de verbetering van wandel- en fietsmogelijkheden, mits passend binnen ons landschap, leidend langs ons cultureel erfgoed ( materieel en immaterieel) en passend binnen de principes die ten grondslag liggen aan een Green Destination.

CroonenBuro5

19

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

De reconstructie draagt bij aan de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid. Het vrijliggend fietspad draagt bij aan de verbetering van fietsmogelijkheden. Daarbij is rekening gehouden met het landschap.

CroonenBuro5

20

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

4

Milieuhygiënische en planologische aspecten

4.1

Bodem Voor elke functiewijziging, al of niet naar een gevoelige functie, dient een onderzoek te worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Antea Group heeft vooronderzoek uitgevoerd. Het doel van onderhavig vooronderzoek is het verkrijgen van een indicatie over de kwaliteit van de bodem (inclusief grondwater) op de onderzoekslocatie. Op basis van deze informatie wordt vervolgens een hypothese geformuleerd omtrent de aan-/afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen en indien noodzakelijk wordt een onderzoeksstrategie opgesteld ten behoeve van een feitelijk bodemonderzoek. Resultaten milieukundig vooronderzoek De bekende bodembedreigende activiteiten in de omgeving beperken zich tot de (voormalige) opslag van huisbrandolie en een (voormalige) ophooglaag met sintels ter plaatse van St. Geertruiderweg 2. Gezien de ligging en situering van deze verdachte activiteiten ten opzichte van onderhavige onderzoekslocatie wordt niet verwacht dat de verdachte activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein negatief beïnvloed hebben. Verspreid over de onderzoekslocatie wordt het wegtracé op een aantal plaatsen gekruist door geasfalteerde of beklinkerde wegen en halfverharde paden. Uitgangspunt is dat de geasfalteerde paden/wegen in de nieuwe situatie gehandhaafd blijven.

De geasfalteerde paden/wegen worden derhalve uitgesloten van de onderzoekslocatie. De halfverharde paden worden als verdachte locaties beschouwd vanwege de mogelijke toepassing van verhardingsmaterialen (puin, slakken en/of sintels). Op basis van de verzamelde informatie wordt de onderzoekslocatie, met uitzondering van de kruisende, halfverharde paden, vooralsnog als onverdacht ten aanzien van asbest in de bodem bestempeld. Voor de halfverharde paden wordt vooralsnog uitgegaan van een verdachte situatie met betrekking tot de aanwezigheid van asbest in verband met de mogelijke aanwezigheid van puinresten. Vanwege de beperkte oppervlakten van de onverharde kruisingen staat dit de uitvoerbaarhied van het bestemmingsplan niet in de weg.

Conclusie plangebied Ten aanzien van het bestemmingsplan is voldoende inzicht ontstaan in de milieuhygiënische situatie in de bodem ter plaatse. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar.

4.2

Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Railverkeerslawaai & Industrielawaai In de verkeersbestemming zijn geen geluidgevoelige objecten (zoals (bedrijfs-)woningen) als bedoeld in de Wet geluidhinder toegestaan. Een toetsing aan railverkeerslawaai en industrielawaai is daarom niet aan de orde.

CroonenBuro5

21

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

Wegverkeerslawaai Conform de Wet geluidhinder heeft iedere weg (met uitzondering van 30km/uur-wegen) een onderzoekszone. Dit plan voorziet in realisatie van een vrijliggend fietspad. Om dit mogelijk te maken wordt de bestaande weg op enkele locaties beperkt verlegd. Dit vindt plaats binnen de vigerende verkeersbestemming. De verlegging van de weg is zeer beperkt. Hierdoor zal de geluidsbelasting op omliggende geluidgevoelige bestemmingen niet meer dan 2 dB wijzigen, waardoor geen sprake is van reconstructie van een weg in het kader van de Wet geluidhinder. Akoestisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

Conclusie plangebied Het aspect geluid brengt geen belemmeringen met zich mee.

4.3

Luchtkwaliteit Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden (zoals het vaststellen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen wanneer sprake is van één of meer van de volgende gevallen: − er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; − de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft tenminste gelijk; − het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; − de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Conclusie plangebied Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ‘gevoelige bestemmingen’ of in nieuwe ontwikkelingen die bijdragen aan de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit brengt geen belemmeringen met zich mee.

4.4

Bedrijven en milieuzonering Om te bepalen welke bedrijfsactiviteiten uit oogpunt van milieuhinder kunnen worden toegestaan, kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In de VNG-brochure is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Het doel van milieuzonering is tweeledig: — door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige objecten al in het ruimtelijk spoor voorkomen; — door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven op de bedrijvenlijst in de VNG-handreiking ingedeeld in milieucategorieën die variëren van categorie 1 (indicatieve afstand van 10 meter) tot categorie 6 (indicatieve afstand van 1.500 meter). Als aan de indicatieve afstand kan worden vol-

CroonenBuro5

22

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

daan, is een activiteit qua milieuhinder inpasbaar. Enerzijds is dan ter plaatse van omliggende milieugevoelige objecten (waaronder woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, anderzijds heeft het bedrijf voldoende zekerheid dat de bedrijfsactiviteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen worden uitgeoefend.

Conclusie plangebied Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe hindergevoelige functies. Tevens voorziet het plan niet in functies die hinder voor omliggende functies met zich mee brengen. Het aspect bedrijven en milieuzonering brengt geen belemmeringen met zich mee.

4.5 4.5.1

Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): − Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico’s worden weergegeven in PR risicocontouren. −

Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatie-waarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd.

Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de Basisnetten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

4.5.2

Toetsing Een fietspad is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object als bedoeld in de externe veiligheidswetgeving. Verkeersdeelnemers (in de auto, op de fiets, te voet of anderszins) worden niet betrokken bij de toetsing van externe veiligheid of in de berekeningen van het groepsrisico. Omdat een fietspad in het kader van externe veiligheid geen bescherming behoeft, is verdere toetsing niet noodzakelijk.

CroonenBuro5

23

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

Aanvullend wordt opgemerkt een risicovolle inrichting bereikbaar is via het wegtracé is het plangebied. Dit betreft camping ‘De Bosrand’. Gesteld wordt dat de herinrichting van de weg niet zorgt voor een verslechtering van de bereikbaarheid van de locatie.

Conclusie plangebied Geconcludeerd kan worden dat er uit oogpunt van externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor dit bestemmingsplan.

4.6

Water Rijksoverheid Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet.

In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: • Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; • Het nemen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico’s van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming.

De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal waterplan 2016-2021 In 2015 is het Nationaal Waterplan vastgesteld. Het plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke punten uit het nationaal waterplan zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren);

CroonenBuro5

24

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

•

Gemeente Eijsden-Margraten

Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater.

Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: • het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; • verbetering van de waterkwaliteit. Kaderrichtlijn Water (KRW) Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRWwaterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld.

De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-still principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen. Waterschap Limburg Het plangebied valt onder het beheer van waterschap Limburg, een fusie van het voormalig waterschap Peel en Maasvallei en waterschap Roer en Overmaas. De doelen van het waterschap voor de periode van 2016 tot 2021 staan beschreven in het Waterbeheerplan 2016 – 2021 ‘Water in beweging’. De kerntaken van het waterschap bestaan uit het op orde brengen en houden van het watersysteem, schade als gevolg van wateroverlast voorkomen en zorg dragen voor veiligheid op het gebied van water. Eén van de belangrijkste uitdagingen voor het waterbeheer in Limburg is de klimaatverandering en de effecten daarvan. Voor het waterschap wordt robuustheid van het watersysteem de belangrijkste opgave. Hierbij wordt de regel ‘ruimte voor water waar het kan, maatregelen waar het moet’ gehanteerd. Bij alle in- en uitbreidingsplannen adviseert en toetst het waterschap op hydrologische effecten, waarbij het hydrologisch neutraal ontwikkelen het uitgangspunt is. Daarnaast is het streven om het schone en het verontreinigde water zoveel mogelijk te scheiden.

Toetsing Uit de leggerkaart Zuid-Limburg van het waterschap Limburg blijkt dat parallel aan het groot deel van het tracé een primaire beschermde watergang aanwezig is. Ter plaatse van het plangebied is dit enkele keren water overkluisd. Bij de uitwerking van het plan ter plaatse dient rekening gehouden te worden met deze waterhuishoudkundige belangen. De watergang blijft conform huidige situatie in stand, met uitzondering van één deel, even ten westen van camping de Bosrand, ter hoogte van de onverhard Boschweg. De watergang is in de huidige situatie deels ten zuiden van de weg aanwezig. Dit deel wordt verplaatst naar de noordzijde. Hierdoor ontstaat ruimte om het vrijliggend fietspad conform normaalprofiel 3 te realiseren. De bescherming van bijbehorende profiel van vrije ruimte (met daarbinnen

CroonenBuro5

25

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

de kernzone) is naast de Keur ook vastgelegd in dit bestemmingsplan met de dubbelbestemming ‘Waterstaat-Waterlopen’ (overeenkomstig geldend bestemmingsplan). Het hemelwater afkomstig van de nieuwe verharding stroomt af naar de aanliggende onverharde delend (tussenberm) en kan worden opgevangen in de aanliggende watergang, waarmee te allen tijde voldoende waterbergende capaciteit aanwezig is.

Conclusie plangebied Geconcludeerd kan worden dat het aspect water geen belemmeringen zijn voor dit bestemmingsplan.

4.7

Natuur Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Vanaf 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden en vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden uitgevoerd indien de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Natura 2000 Nederland heeft de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in de Wet natuurbescherming verankerd. Aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. In hieronder opgenomen afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000 weergegeven. Het plangebied grenst over een afstand van 2 kilometer aan Natura 2000-gebied ‘Savelsbos’ (Habitatrichtlijngebied). Bij ruimtelijke ontwikkelingen in of nabij Natura 2000-gebieden dient getoetst te worden of mogelijk sprake is van significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende beschermde gebied.

Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000 (provincie Limburg)

CroonenBuro5

26

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

Het plangebied ligt nabij en deels in het areaal van het Natura 2000 gebied. Om te beoordelen of er sprake is van significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen is door Antea Group een Voortoets opgesteld (bijlage 2). In de Voortoets wordt het volgende in beeld gebracht: - habitattypen ter plaatse; - de aard en omvang van relevante activiteiten; - de effecten van de relevante activiteiten op de instandhoudingsdoelstellingen. Het plangebied overlapt op meerdere locaties met het Natura 2000-gebied Salvelsbos. Er is sprake van een ruimtebeslag in het Natura 2000-gebied. Aangezien het ruimtebeslag zich echter beperkt tot een smalle strook langs de bestaande weg, waar geen waardevolle natuurwaarden aanwezig zijn, kunnen significant negatieve effecten op de doelstellingen van enig Natura 2000gebied uitgesloten worden. Het is echter wel nodig het fysieke ruimtebeslag binnen het Natura 2000-gebied te compenseren. Dit is uitgewerkt in de Memo natuurcompensatie van Bureau Verbeek. Daarin is uitgelegd hoe de naar beheertypen vertaalde habitattypen van het Natura2000-gebied gecompenseerd worden. Dit komt neer op 756 m2 H9160B en 528 m2 H6430C en daarmee wordt het fysieke ruimtebeslag volledig gecompenseerd in natura op perceel ‘Riesenberg’. Stikstof Geonius Milieu B.V.

heeft een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van een fietspad Sint Geertruiderweg-Moerslag-Bukel. Doelstelling van het vooronderzoek is na te gaan of het bovengenoemde project stikstofdepositie veroorzaakt in stikstofgevoelige habitattypen in omliggende Natura 2000-gebieden. Uit de AERIUS-berekening is gebleken dat de stikstofdepositie afkomstig van de fietspad aanleg voor een overschrijding van 0,28mol/ha/jr. op het Natura 2000-gebied ‘Savelsbos’ zorgt. Echter zal door de aanleg een groot gedeelte van het gemotoriseerd verkeer voor een periode van 3 maanden niet kunnen rijden op de 60 km/u weg. Daarbij dient rekening te worden gehouden met omrijdgedrag van het verkeer door de afsluiting. In de berekening is daar rekening mee gehouden en leidt per saldo tot een afname. Deze stikstofafname mag in mindering worden gebracht met de stikstofemissie afkomstig van de fietspad aanleg, wat resulteert in de volgende depositie: 0,28 mol/ha/jr. (fietspad aanleg) – 1,59 mol/ha/jr. (wegvallend verkeer) = -1,31 mol/ha/jr. In conclusie zal de depositie negatief uitvallen op het Natura 2000-gebied ‘Savelsbos’ door de fietspad aanleg, doordat de stikstofemissie van het wegvallende verkeer van de stikstofemissie van de fietspad aanleg mag worden afgetrokken.

Daarmee is er juist sprake van een afname van stikstofdepositie en zijn negatieve gevolgen voor het gebied volledig uit te sluiten. Ondanks het beperkte ruimtebeslag zal voor de uitvoering van de werkzaamheden binnen het Natura 2000-gebied een vergunning Wet natuurbescherming aangevraagd moeten worden bij het bevoegd gezag; de Provincie Limburg. Goudgroene Natuurzone (NNN) Het plangebied overlapt op een groot aantal locaties met de Goudgroene Natuurzone. Op de locaties waar de bestemming Goudgroene Natuurzone verdwijnt is sprake van ruimtebeslag. Het verloren NNN dient gecompenseerd te worden. Ten behoeve van de compensatie dient een compensatieplan opgesteld te worden. Het compensatieplan is als bijlage bij het bestemmingsplan toegevoegd, zie bijlage 3 ‘Memo natuurcompensatie’ van Bureau Verbeek. Tevens is een overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer (gemeente Eijsden-Margraten) en de Provincie Limburg (zie bijlage 6). Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone

CroonenBuro5

27

Bestemmingsplan Reconstructie Sint Geertruiderweg – Moerslag – Bukel

Gemeente Eijsden-Margraten

Het plangebied overlapt op enkele delen met de Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone. Het voornemen leidt tot beperkte aantasting van de kernkwaliteiten van het landschap. Als gevolg van de wegreconstructie ontstaat vanuit de Zilvergroene natuurzone een noodzaak om de impact op de kernkwaliteit ‘Groene karakter’ te compenseren. Dit betreft binnen het projectgebied alleen een Limburgse haag (scheerheg) oostelijk van de T-kruising Moerslag/Bukel. De wegreconstructie levert een compensatieplicht van 326 m scheerheg. Als gevolg van de wegreconstructie ontstaat vanuit de Bronsgroene natuurzone een noodzaak om de impact op de kernkwaliteit ‘Groene Karakter’ te compenseren. Dit betreft binnen het projectgebied alleen Limburgse hagen en enkele bomen ter hoogte van Camping De Bosrand. De wegreconstructie levert een compensatieplicht van 139 m scheerheg en 4 bomen. De benodigde compensatie is verder uitgewerkt en geborgd in de Memo natuurcompensatie van Bureau Verbeek (bijlage 3). De aanwezigheid van Bronsgroene landschapszone en Zilvergroene natuurzone vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=c8165437-eb11-42b4-a002-7e8c0c63c26d