CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20211019 05c BP Europapark Bijlage Toelichting.pdf

* Raadsvergaderingen 19 oktober 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Europapark Gronsveld20.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 21 -

Toelichting

3 Beschrijving plangebied d Het plangebied is gelegen in de kern Gronsveld, in het westelijke gedeelte van de gemeente Eijsden-Margraten. Het onderhavige plangebied is gelegen in het zuidoostelijke gedeelte van Gronsveld, in het westelijke gedeelte van het Europapark. Het Europapark wordt begrensd door de Parkweg aan de noordzijde, de Voerenweg aan de oostzijde, de Achterweg aan de zuidzijde en de achtertuinen van de woningen aan de Rijksweg aan de westzijde. Op de onderstaande luchtfoto is het plangebied middels een rode omlijning weergegeven. de wegen rondom het Europapark zijn middels een gele kleur aangeduid:

Parkweg Voerenweg

Achterweg Rijksweg

Luchtfoto plangebied

Historie Europapark Het Europapark werd in de jaren 1935-1940 aangelegd door de Gronsveldse industrieel Albert Hayen. De van oorsprong Engelse tuin is ontworpen door ing. Fokker uit Den Haag. In het park staan enkele unieke bomen. Het toenmalige woonhuis en park werden na de dood van Albert Hayen verkocht aan de voormalige gemeente Gronsveld. Het woonhuis deed dienst als gemeentehuis en later als restaurant. In 2014 brandde het gebouw volledig af. De restanten zijn nog goed zichtbaar. Het park, een klein arboretum (bomenmuseum), telt zeker 25 verschillende bomen, zowel inheems als uitheems (exoot). Ook diverse soorten struiken als hazelaar en een prachtige haag van hulst. De meest opvallende bomen zijn de oude 3-4 meter dikke bomen van ca. 90 jaar oud, zoals meteen na het poortje rechts de winterlinde zonder wortelopslag. Vlak bij het voormalige huis staan twee oude bomen met links een veldiep met een prachtige bloeiwijze in februari, voordat het blad aan de boom komt. De rechter is een esdoorn met 3 grote bollen en vele kleine maretakken, die meestal op populieren te zien zijn. Onderweg ziet u de inheemse soorten als eik, beuk, haagbeuk, zomerlinde met wortelopslag en berk, of de exoten als tulpenboom, Japanse notenboom (Ginkgo), plataan, paardekastanje of de imposante atlasceder, achter in de tuin.

Deze ceder behoudt zijn naalden in tegenstelling tot de lariks die 's winters verliest. Deze bomen zijn zeer geschikt voor vogels als de grote bonte specht, boomklever en boomkruiper, allen holenbroeders. De zangvogels als

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 22 -

Toelichting

roodborst, winterkoning en vink vinden plek in het bladerdek maar er zitten ook hoog in de boom de winternesten van de eekhoorns, gemaakt d van veel oud blad. De renovatiewerkzaamheden aan het Europapark in Gronsveld zijn afgerond. Sinds 1995 werd dit park fasegewijs in zijn oude glorie hersteld. Het resultaat van dit werk kan nu door iedereen bekeken worden. Het Europapark -aan de Rijksweg in Gronsveld en dichtbij het Savelsbos met zijn préhistorische vuursteenmijn - heeft een belangrijke tuinarchitectonische en tuinhistorische waarde. Een en ander wordt onder meer bevestigd in de in 1993 door de Nederlandse Tuinenstichting uitgegeven studie Jongere Tuinkunst 1900-1930, waarin leven en werk van de ontwerper van het park, Ir. J.P. Fokker wordt beschreven. De totale kosten voor de renovatie van dit bijzondere park bedroegen ruim 275.000 Euro. In de jaren dertig van de vorige eeuw vatte de industrieel Albert Hayen het plan op om een huis in Gronsveld te bouwen. Hij was namelijk door vererving eigenaar geworden van een grote boomgaard tussen de Voerenweg en de Rijksweg. Voordat hij met de bouw van deze woning begon, legde hij in de periode 1932-1938 een tuin aan. Architect Ir. J.P. Fokker werd uitgenodigd om het ontwerp van deze tuin te maken. De hand van deze architect is duidelijk in het huidige Europapark te herkennen.

Omdat Fokker een bouwkundig architect was, paste hij veel bouwkundige elementen in zijn tuinen toe, zoals een pergola, een zwembad, een theehuis, enz. Daarnaast staat Fokker bekend om zijn tuinkamers. Ook in Gronsveld vinden we een zomertuin, een wintertuin, een fruittuin en een rozentuin terug in zijn ontwerp. Zo is de tuin in alle jaargetijden aantrekkelijk voor de bezoeker. Vanwege de Tweede Wereldoorlog werd de bouw van het huis pas in 1943 voltooid. In 1958 kocht de voormalige gemeente Gronsveld het huis en de tuin. Het huis werd uitgebreid en deed tot 1982 dienst als gemeentehuis. Na de gemeentelijke herindeling in 1981 werd het gemeentehuis verkocht. Vandaag de dag staat het leeg. In 1995 werden plannen gemaakt het Europapark geheel in zijn oude glorie te herstellen. Deze reconstructie was ook het startsein om het privé-park om te toveren in een openbaar park. Tuin- en landschapsarchitect W. van Heukelom kreeg opdracht een plan voor het herstel van dit openbare park te maken. Eerst werd het achterstallig onderhoud uitgevoerd. Daarna werden alle landschapselementen in drie fasen onder handen genomen. Nu zijn de werkzaamheden voltooid en kunnen bezoekers genieten van een uniek park met uitzicht op het vermaarde Savelsbos. Een bezoek aan het park is dan ook meer dan de moeite waard voor de wandelaar en tuinliefhebber.

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 23 -

Toelichting

De onderstaande afbeelding toont deze toegang tot het Europapark. Op deze foto, die in zuidelijke richting is genomen vanaf de Parkweg, is de d toegangspoort tot het Europapark zichtbaar (links) en de locatie weer het nieuwe appartementencomplex wordt gebouwd, dat thans nog omheind is door een hekwerk (rechts):

Afbeelding toegang Europapark

Bij de toegang tot het park is nog een oud schuurgebouw aanwezig. Dit authentieke gebouw is opgebouwd uit mergelstenen, ten tijde van de aanleg van het park in de jaren ’30 van de vorige eeuw. Op de onderstaande afbeelding is dit gebouw weergegeven:

Oude schuurgebouw ter plaatse van de toegang tot het Europapark Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 24 -

Toelichting

Het Europapark heeft een totale oppervlakte van circa 11.618 m². Het onderhavige plangebied d heeft een oppervlakte van 2.377 m² (inclusief het parkeerterrein ten westen van het nieuwe appartementencomplex) en betreft het westelijke gedeelte van het park. De onderstaande afbeelding toont het gedeelte van het Europapark dat ten oosten van het plangebied is gesitueerd, met hier de vijver en de parkachtige groenstructuur:

Impressie Europapark (1)

De navolgende afbeeldingen tonen de padenstructuur die in het park aanwezig is:

Impressie Europapark (2)

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 25 -

Toelichting

d

Impressie Europapark (3)

De locatie waar de bouw van het nieuwe appartementencomplex plaatsvindt, is thans omheind met een hekwerk en volledig overwoekerd door beplanting. De fundering van de voormalige bebouwing is hier nog zichtbaar. Op de onderstaande afbeelding is de toekomstige bouwlocatie weergegeven:

Toekomstige bouwlocatie

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 26 -

Toelichting

De onderstaande afbeelding toont de ligging van het toekomstige appartementencomplex ten opzichte van het park. De foto is genomen vanuit het oostelijke gedeelte van het park. De d toekomstige situering van het appartementencomplex is middels rode pijlen aangeduid:

Toekomstige situering appartementencomplex

Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich een parkeerterrein bestaande ui 18 parkeerplaatsen. De onderstaande afbeelding geeft een impressie van dit parkeerterrein:

Impressie bestaand parkeerterrein Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 27 -

Toelichting

Het parkeerterrein is lager gelegen dan het overige gedeelte van het plangebied. Het onderhavige bouwplan voorziet in de herinrichting vand dit parkeerterrein, waarbij het aantal parkeerplaatsen wordt uitgebreid tot 21 parkeerplaatsen.

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 28 -

Toelichting

4 Ontwikkelingen

d

4.1 Bouwplan Algemeen Door Harnischmacher Architectuur is een bouwplan vervaardigd voor de realisering van een appartementencomplex bestaande uit twaalf woningen: twaalf appartementen, waarvan één penthouse, inclusief buitenruimte en een parkeerterrein met 21 parkeerplaatsen. Het gebouw bestaat uit een souterrain, drie bouwlagen met appartementen en één bouwlaag met één penthouse. In het navolgende wordt het bouwplan beschreven aan de hand van een aantal afbeeldingen uit het bouwplan. Randvoorwaarden en kenmerken bouwmassa Ter voorbereiding op het opstellen van het bouwplan heeft intensief overleg plaatsgevonden met directe omwonenden van het plangebied. Tevens hebben brainstormsessies plaatsgevonden met de Dorpsbouwmeester. Op basis hiervan is het uiteindelijke bouwplan tot stand gekomen.

Hierbij zijn de onderstaande randvoorwaarden verwerkt in het bouwplan: - het parkeerterrein aan de westzijde van het appartementencomplex wordt een omsloten binnengebied, waardoor (geluid-)overlast voor omwonenden zoveel mogelijk wordt beperkt; - de positionering van de nieuwe bebouwing is zoveel mogelijk opgeschoven naar de maximale (oostelijke) bouwgrens en geoptimaliseerd aan de hand van zichtlijnen naar het Europapark; - de voetprint van het gebouw is gevormd als een ongelijkmatige vijfhoek, hetgeen zorgt voor kleinere gevelaanzichten; - er is gezorgd voor een doorkijk voor bewoners van de Rijksweg naar het Europapark; - er worden geen terrassen aangelegd aan de westzijde van het appartementencomplex richting de Rijksweg, behoudens het terras dat begane grondniveau is voorzien; - aan de westgevel van het appartementencomplex worden vaste verticale screens geplaatst voor de raamopeningen, waardoor vanuit deze raamopeningen het rechtstreekse uitzicht naar de westzijde wordt belemmerd en naar de noordzijde (vrijwel) onmogelijk wordt gemaakt; - boven het souterrain springt de bouwmassa terug, waarmee ruimte wordt gecreëerd voor een groene bufferzone; - de voetprint van het nieuwe gebouw sluit zoveel mogelijk aan bij de voetprint van de voormalige bebouwing; - er is sprake van een gelaagde opbouw van souterrain, plint en de rest van het gebouw; - het penthouse is ‘onzichtbaar’

en oriënteert zich op het park.

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 29 -

Toelichting

De onderstaande afbeelding toont de situatietekening van het bouwplan. Op de afbeelding is het plangebied, waarbinnen het toekomstige d gebouw en het parkeerterrein bestaande uit 21 parkeerplaatsen zijn gesitueerd, middels een rode omlijning is aangeduid. Tevens is het aangrenzende Europapark, dat aan de oostzijde van het plangebied is gelegen, op deze afbeelding weergegeven:

Situatietekening bouwplan

Programma Souterrain In het souterrain wordt één appartement met een gebruiksoppervlakte van circa 120 m², met balkon/buitenterras gerealiseerd. Tevens bevinden zich in het souterrain de hoofdentree, de toegang tot de lift, techniekruimten en 13 bergingen. Begane grond Op de begane grond worden vier appartementen gerealiseerd met een gebruiksoppervlakte van circa 98 m², circa 102 m², circa 93 m² en circa 109 m². Deze appartementen beschikken allen over een balkon/buitenterras. Eerste verdieping Op de eerste verdieping worden drie appartementen gerealiseerd met een gebruiksoppervlakte van circa 137 m², circa 127 m² en circa 139 m². Deze appartementen beschikken allen over een balkon/buitenterras. Tweede verdieping Op de tweede verdieping worden eveneens drie appartementen gerealiseerd. Deze appartementen hebben een gebruiksoppervlakte van circa 137 m², circa 127 m² en circa 139 m². Deze appartementen beschikken allen over een balkon/buitenterras. Derde verdieping Op de derde verdieping wordt een penthouse gerealiseerd met een gebruiksoppervlakte van circa 151 m². Deze appartementen beschikken allen over een balkon/buitenterras. Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 30 -

Toelichting

Gevelaanzichten De navolgende afbeeldingen tonen de gevels d van het toekomstige gebouw. Doordat het gebouw wordt gebouwd in de vorm van een ongelijke vijfhoek, is er sprake van relatief kleine gevelvlakken. Hierdoor wordt het gebouw optimaal ingepast in de omgeving. De onderstaande afbeeldingen tonen de noordwestzijde en de noordzijde van het gebouw, waar zich de hoofdentree in het souterrain bevindt:

Impressie noordwestzijde gebouw

Impressie noordzijde gebouw

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 31 -

Toelichting

De onderstaande afbeelding toont de oostgevel van gebouw, die op het Europapark is georiënteerd. Op de voorgrond van deze afbeelding is de vijver zichtbaar die zich in het Europapark d bevindt:

Impressie oostgevel gebouw

De onderstaande afbeelding toont de zuidwestzijde van het gebouw. Hier zijn groene erfafscheidingen voorzien, waarmee de privacy van zowel de toekomstige bewoners van het appartementen complex als de bewoners van de omliggende woningen is geborgd:

Impressie zuidwestzijde gebouw Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 32 -

Toelichting

Bouwhoogte Het toekomstige gebouw kent een maximale d bouwhoogte van 12,33 meter. Op het dak van het gebouw wordt een aantal units geplaatst ten behoeve van de luchtbehandeling in het gebouw. Ook steekt de liftopbouw circa 1,50 boven het gebouw uit. Deze voorzieningen op het dak worden gerekend tot de ondergeschikte bouwdelen. Op de onderstaande afbeelding is een doorsnede van het gebouw (zuidgevel) weergegeven:

Doorsnede bouwplan met bouwhoogte

4.2 Parkeren en verkeersgeneratie Het onderhavige bouwplan voorziet in de realisering van 12 nieuwe woningen: 11 appartementen in het segment ‘koop, appartement, middelduur’ en één appartement (penthouse) in het segment ‘koop, appartement, duur’. Aan de westzijde van het appartementencomplex zijn 21 parkeerplaatsen voorzien. In de bestaande situatie zijn hier reeds 18 parkeerplaatsen aanwezig. Deze parkeerplaatsen werden voorheen gebruikt door bezoekers van het restaurant dat op deze locatie gevestigd was. Parkeerbehoefte Gelet op de bepaling van de parkeerbehoefte conform de thans gebruikte methodiek (op basis van de richtcijfers van het CROW) in de gemeente Eijsden-Margraten is Gronsveld gekwalificeerd als ‘kern’. De kernen zijn gekwalificeerd met de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’. Omdat het plan is gelegen aan de rand van de kern Gronsveld wordt de stedelijkheidszone ‘rest bebouwde kom’ aangehouden. De parkeernormen kennen een bandbreedte (minimaal/maximaal aantal). Er wordt in dit plan steeds uitgegaan van de minimale variant.

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 33 -

Toelichting

Uitgaande van de toevoeging van 11 koopappartementen in het middeldure segment en één appartement in het dure segment, ziet de parkeerbehoefte er als volgt uit: d Type woning

Parkeernorm (weinig stedelijk)

Aantal woningen

Aantal p.p.

Koop/appartement - midden Koop/appartement/duur

1,5 per woning

11

16,5

1,7 per woning

1

Totaal

1,7 18,2 ≈ 19

Het minimaal benodigde aantal parkeerplaatsen bedraagt derhalve 19 parkeerplaatsen. Er worden in totaal 21 parkeerplaatsen voorzien, waarmee wordt voldaan aan de parkeernorm. Verkeersgeneratie Voor het vergelijken van de verkeersgeneratie in de bestaande planologische situatie (de aanwezigheid van een restaurant) en de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie (12 appartementen), is gebruik gemaakt van de verkeersgeneratiecijfers die in de publicatie “Toekomstbestendig parkeren, van parkeercijfers naar parkeernormen” van het CROW (kennisplatform voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid) zijn opgenomen. Verkeersgeneratie toekomstige situatie Voor de nieuwe woningen wordt onderscheid gemaakt in 11 koopappartementen in het middeldure segment en één koopappartement in het dure segment. In het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’, in een ‘weinig stedelijk’ gebied, wordt uitgegaan van een verkeersgeneratie van maximaal 6,4 verkeersbewegingen per woning per dag. Dit betekent een totale verkeersgeneratie van afgerond 70,4 (11 X 6,4) verkeersbewegingen per dag. Voor het appartement in het dure segment wordt uitgegaan van een verkeersgeneratie van 7,8 verkeersbewegingen per dag. Dit betekent dat voor de 12 appartementen in totaal moet worden uitgegaan van (afgerond) 79 verkeersbewegingen per dag.

Verkeersgeneratie (planologisch) bestaande situatie De gronden hebben in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Horeca’. Voorheen was hier een restaurant gevestigd. Voor een restaurant zijn in de publicatie “Toekomstbestendig parkeren, van parkeercijfers naar parkeernormen” geen verkeersgeneratiecijfers opgenomen. Bekend is echter dat in de bestaande situatie bij het restaurant 18 parkeerplaatsen aanwezig waren. Wanneer er vanuit wordt gegaan dat een gemiddeld restaurant open is voor de lunch en voor het diner, dan worden de parkeerplaatsen door twee bezoekers per dag gebruikt, waarbij twee verkeersbewegingen (heen- en terugrijden) plaatsvinden. Dit leidt tot een verkeersgeneratie van (18 x 2) x 2 = 72 verkeersbewegingen per dag. Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit een worst case berekening is. In de feitelijke situatie zullen ook bezoekers te voet of per fiets een restaurant bezoeken en bovendien zullen ook parkeerplaatsen gereserveerd zijn voor personeelsleden, die maar twee verkeersbewegingen per dag veroorzaken. Conclusie: de realisering van het beoogde bouwplan met 12 appartementen leidt tot een minimale toename van het aantal verkeersbewegingen.

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 34 -

Toelichting

4.3 Duurzaamheid

d

Het gebouw moet voldoen aan het geldende Bouwbesluit. Hier zit in een pakket van eisen verwerkt met betrekking tot de isolatie van de gebouwschil, het energieverbruik, de duurzaamheid van materialen, gezond binnen- en buitenklimaat, luchtventilatie, de uitstoot van stikstof en de waterinfiltratie. Al deze maatregen samen maken van een modern gebouw tevens een duurzaam gebouw. Vanaf 1 januari 2021 moeten nieuwbouwwoningen bijna energieneutraal zijn. Dat is vertaald in een stelsel van BENG-eisen. Deze eisen komen in de plaats van de huidige EPC. In BENG wordt de energieprestatie uitgedrukt in indicatoren: de energiebehoefte van het gebouw, het primair fossiele energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie. De woningen worden gasloos uitgevoerd. Dit is ook conform het Bouwbesluit. Voor de verwarming, warm tapwater en het koken zullen verschillende systemen op het elektrische netwerk worden aangesloten. Daartoe worden op het dak de benodigde zonnepanelen geplaatst voor de energieopwekking. De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Per 1 januari 2018 geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0. De MPG is een belangrijke maatstaf voor de duurzaamheid van een gebouw. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik.

De milieuprestatie van materialen van gebouwen zal een steeds belangrijkere factor worden in de totale milieubelasting van gebouw.

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 35 -

Toelichting

d 5 Milieuplanologische aspecten

5.1 Water De watertoets is een procesinstrument dat als doel heeft te komen tot een betere inbreng van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De kern bestaat uit een set van procedureafspraken, vormvereisten en inhoudelijke aandachtspunten en wordt toegepast binnen de bestaande procedures en regelgeving. Voor initiatiefnemers van ruimtelijke plannen en besluiten, met name gemeenten en waterschappen, is het van belang om te weten dat de provincie toeziet of in ruimtelijke plannen en besluiten aan de watertoets gevolg wordt en is gegeven. De watertoets is van toepassing op bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen (grotere projecten). De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dient in principe de watertoets uit te voeren en de uitkomsten daarvan aan te geven in een waterparagraaf. De waterhuishoudkundige aspecten omvatten onder meer veiligheid voor water, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. Waterbeheerplan Waterschap Limburg De gemeente Eijsden-Margraten valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Het Waterschap is de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder en de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen.

Met het Waterbeheerplan 2016-2021 zet het waterschap de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg en geeft zij aan hoe zij invulling wil geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In het plan is vastgelegd hoe men het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Ook staat hierin welke bijdrage de waterschappen leveren aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen, het aanpakken van knelpunten van wateroverlast, herstellen van beken en het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Voor het voorliggende plangebied kent het Waterbeheerplan geen specifieke uitgangspunten. Legger en Keur Waterschap Limburg Het waterschap kent naast zijn beleid de Keur als regelgeving (en de bijbehorende legger als kaart, bijgewerkt tot maart 2019). Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van deze Keur. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Keur bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones.

Het waterschap levert deze gegevens aan de gemeente, teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhoud- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen. Voor het voorliggende plangebied kent de Keur geen specifieke uitgangspunten of belemmeringen. Water in het voorliggende plan Conform het stroomschema van het waterschap dienen ontwikkelingsgerichte bestemmingsplannen te worden ingediend bij het Watertoetsloket. Het voorliggende plan is d.d. 26.10.2020 ter toetsing ingediend bij het Watertoetsloket. Uit de melding blijkt dat het plan geen of weinig negatieve gevolgen voor het waterbeheer heeft. Daarmee valt het plan onder de ondergrens voor het wateradvies en kan de korte watertoetsprocedure worden gevolgd. Dit houdt in dat het waterschap geen wateradvies geeft maar dat het waterschap vertrouwt op de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer en de gemeente om binnen het plan invulling te geven aan een duurzaam waterbeheer. Het hemelwater dient te worden afgekoppeld. In het afschrift van het toetsresultaat van de melding bij het Watertoetsloket (dat als separate bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen) zijn criteria opgenomen waarmee rekening dient te worden gehouden bij het afkoppelen van hemelwater. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt het bouwplan getoetst aan deze criteria.

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 36 -

Toelichting

Infiltratieadvies Ter voorbereiding op de berging van hemelwater is door Geonius Milieu B.V. een waterinfiltratie d onderzoek uitgevoerd. De resultaten die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen zijn in het onderstaande beschreven. Infiltratieadvies Europapark te GA201072.R01.V1.0, d.d. 27.01.2021

Gronsveld,

Geonius

Milieu

B.V.,

rapportnummer

Infiltratie hemelwater Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is indien: - de doorlatendheid groter is dan circa 0,2 m/d; * - de grondwaterstand dieper is dan 0,5 à 0,7 meter beneden maaiveld aanwezig is; - het in te leiden hemelwater niet verontreinigd is. *: infiltratie van hemelwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheid zal een voorziening voornamelijk als buffer functioneren. Toetsing In de onderstaande tabel zijn de maatgevende doorlatendheden weergegeven ter plaatse van de metingen. De doorlatendheid van de bodem is geclassificeerd en tevens is weergegeven of de doorlatendheid aan de eerste eis voldoet.

Aan de tweede eis wordt voldaan aangezien het grondwater niet is aangetroffen tot een diepte van circa 1,5 meter beneden maaiveld, ofwel NAP +64,7 meter. Aan de derde eis kan worden voldaan door alleen het schone regenwater te infiltreren. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1. infiltratie in de bovengrond (tot circa 1,0 meter beneden maaiveld) door middel van oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar er is geen economisch aantrekkelijke oplossing en zeer gevoelig voor dichtslibben (met name in de aangetroffen silthoudende ondergrond). Doorlatende verhardingen kunnen wel toegepast worden om het af te koppelen oppervlak (en dus de toestroom van het hemelwater) te beperken, bijvoorbeeld door de verhardingen met grind of grasbetontegels uit te voeren. Tevens zal rekening gehouden moeten worden met de geroerde toplaag, deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal. 2. infiltratie in de bovengrond (tot circa 1,0 meter beneden maaiveld) middels een open bovengronds systeem zoals een infiltratieveld, wadi of greppel. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar zal ten koste gaan van de beschikbare ruimte.

Afhankelijk van de beschikbare ruimte is dit wel een economisch aantrekkelijk, robuust en goed onderhoudbaar systeem.

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 37 -

Toelichting

3. infiltratie naar de diepere ondergrond (tot circa 3,5 meter beneden maaiveld) middels een ondergronds systeem. Hierbij dvalt te denken aan infiltratie via infiltratiekratten, infiltratiekoffers, putten en/of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden. Het gekozen infiltratiesysteem dient wel op voldoende afstand van de bestaande en nieuwbouw geprojecteerd te worden. 4. Infiltratie naar de diepere ondergrond (dieper dan circa 3,5 meter beneden maaiveld). Dit kan middels grindpalen naar een dieper niveau. Dit behoort tot de mogelijkheden, echter loopt de aangetroffen leemlaag op basis van nabijgelegen boringen in Dinoloket/TNO door tot aanzienlijke diepte (circa 20 meter beneden maaiveld). Derhalve biedt een grindpaal geen toegevoegde waarde. Tevens dient dan de doorlatendheid van de diepere ondergrond onderzocht te worden. Conclusie Uit de gemeten doorlatendheden en grondwaterstand blijkt dat infiltratie van hemelwater tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondergrond is matig tot vrij goed. Gezien de beschikbare ruimte ter plaatse van de projectlocatie, wordt aanbevolen een infiltratievoorziening in de bovengrond aan te leggen. Infiltratie naar dieper gelegen lagen door gebruik te maken van onder andere grindpalen biedt geen meerwaarde.

In hoofdstuk 5 van de rapportage van het infiltratieadvies is een advies opgenomen met betrekking tot de dimensionering van de infiltratievoorziening. De rapportage is als separate bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen.

5.2 Bodem In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient voor ontwikkelingen te worden aangegeven of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming (om aan te tonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening). Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige bouwplan is door Geonius Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. In het onderstaande worden de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Verkennend bodemonderzoek appartementsgebouw Europapark te Gronsveld in de gemeente Eijsden-Margraten, Geonius Milieu B.V., MA180331.R01 (versie 1.0), d.d.

05.09.2018 Conclusies en aanbevelingen Conclusies Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) is plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, cadmium, nikkel en zink; in de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) worden geen van de onderzochte parameters in gehalten boven de achtergrondwaarde aangetroffen; indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond, bestaande uit grind, aan bodemkwaliteitsklasse “Achtergrondwaarde”; indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond, bestaande uit zand en leem (met bijmenging aan kolen) aan bodemkwaliteitsklasse “Industrie”; indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de gehele ondergrond aan bodemkwaliteitsklasse “Achtergrondwaarde”; op basis van de vastgestelde bodemkwaliteit dient de hypothese ‘verdacht’ te worden aanvaard; er is met voldoende betrouwbaarheid vastgesteld dat op de locatie geen asbest in de bodem aanwezig is. Vervolgonderzoek en maatregelen zijn niet noodzakelijk. Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 38 -

Toelichting

Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek kan worden d geconcludeerd dat geen milieuhygiënische belemmeringen bestaan voor het huidige en geplande gebruik van de locatie. Aanbevelingen Bij de eventuele afvoer van grond ten behoeve van bouwwerkzaamheden dient, op basis van onderhavige analyseresultaten, rekening te worden gehouden met verhoogde afzetkosten. Getoetst aan de referentiewaarden uit tabel 1 van bijlage B uit de Regeling bodemkwaliteit behorende bij het Besluit bodemkwaliteit betreft het bodemkwaliteitsklasse “Achtergrondwaarde” en ‘Industrie”. Opgemerkt wordt dat het onderzoek niet is uitgevoerd om de hergebruikmogelijkheden van de grond te bepalen. Hiervoor is een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit noodzakelijk. De rapportage van het verkennend bodemonderzoek is als separate bijlage 3 opgenomen bij deze toelichting.

5.3 Geluid Wet geluidhinder Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder (Wgh) maar daarnaast bijvoorbeeld ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaan om de beoordeling of er sprake is van een goed woonen leefklimaat. Voor industrielawaai van individuele bedrijven geldt dat de Wet milieubeheer het toetsingscriterium vormt. Het aspect geluid kent voor een aantal bestemmingen (zoals wonen) in combinatie met een aantal typen geluidbronnen een wettelijk kader dat van belang is bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Andere geluidbronnen kunnen noodzaken tot een aanvullende beoordeling van het aspect geluid in het kader van onder andere een 'goede ruimtelijke ordening'. Onderhavig plan Wet geluidhinder Spoorweglawaai Op een afstand van circa 1,2 kilometer van het plangebied is de spoorlijn Maastricht-Visé gelegen. Dit spoortraject kent ter hoogte van Gronsveld een geluidproductieplafond gelijk of groter dan 56 dB en kleiner dan 61 dB.

Op basis van artikel 1.4, sub a van het Besluit geluidhinder kent dit spoortraject derhalve een onderzoekszone van 200 meter. Het plangebied ligt buiten deze geluidzone, waardoor het aspect spoorweglawaai geen belemmering vormt voor de realisering van het bouwplan. Wegverkeerslawaai Voor wat betreft het aspect wegverkeerslawaai kan eveneens worden gesteld dat een onderzoek niet aan de orde is. De wegen in de directe omgeving van het plangebied betreffen 30 km/uurwegen, die geen onderzoekszone kennen. Het betreft de Rijksweg ten westen op circa 100 meter, de Parkweg direct ten noorden van het plangebied, de Voerenweg ten oosten op circa 105 meter en de Achterstraat ten zuiden op circa 60 meter. De Rijksweg gaat in zuidelijke richting over in een binnenstedelijke weg met een snelheidsregime van 60 kilometer per uur. Dit punt ligt op een afstand van circa 400 meter ten zuiden van het plangebied. Conform artikel 74, lid 1, sub b. onder 1 van de Wet geluidhinder kent de weg hier een onderzoekszone van 250 meter. Het plangebied ligt hiermee buiten de geluidcontour van deze weg. Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 39 -

Toelichting

Ten westen van het plangebied, op een afstand van circa 660 meter, ligt de autosnelweg A2. Deze d weg kent conform artikel 74, lid 1, sub b., onder 2 een geluidcontour van 400 meter. Ook hier geldt dat het plangebied buiten de geluidcontour van deze weg is gelegen. Industrielawaai Het plangebied is niet gesitueerd binnen de geluidcontour van een industrie/bedrijventerrein, waardoor ook een toetsing van het aspect industrielawaai achterwege kan blijven. Geconcludeerd kan worden dat de aspecten spoorweglawaai, industrielawaai en wegverkeerslawaai – en daarmee de Wet geluidhinder – geen belemmering vormen voor de realisering van het onderhavige bouwplan. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ (art 3.1 Wro) dient het bevoegd gezag bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een goed woon- en leefklimaat te kunnen garanderen. Dit heeft met name te maken met de uitstraling van eventuele omliggende bedrijfsactiviteiten op de woningen dan wel de omgekeerde werking, waarbij woningen een belemmering kunnen vormen bij de uitvoering van bestaande omliggende bedrijfsactiviteiten. Ten noorden van het plangebied, op een afstand van circa 30 meter, is een pand bestemd tot ‘Bedrijf’. Hier is drukkerij/copy shop Sjo Stassen (Rijksweg 119) gevestigd.

Dit bedrijf kent conform de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ een richtafstand van 30 meter voor wat betreft het aspect geluid. De aanwezigheid van deze inrichting vormt derhalve geen belemmering voor de realisering van het onderhavige bouwplan. Ten noordwesten van het plangebied ligt een pand met een bedrijfsbestemming (Rijksweg 126) en een pand met de bestemming ‘Detailhandel’ (Rijksweg 124). Het is onbekend welke ondernemingen hier thans gevestigd zijn. Conform de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Detailhandel’ mogen hier uitsluitend bedrijven van milieucategorie 1 en 2 zijn gevestigd. Voor deze categorieën geldt – evenals voor het pand aan de Rijksweg 119, zoals in het voorgaande beschreven – dat de richtafstand geluid voor de hier toegestane bedrijven maximaal 30 meter bedraagt. De panden aan de Rijksweg 124 en 126 zijn op circa 35 tot 40 meter van het plangebied gesitueerd, waardoor deze inrichtingen, gezien de richtafstand van 30 meter, geen belemmering vormen voor de realisering van het bouwplan. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de realisering van het bouwplan.

5.4 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 40 -

Toelichting

dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR. d Externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) worden in lijn met het Bevi normen gesteld aan het PR en het GR voor buisleidingen. Transport van gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is de Wijzigingswet Wet vervoer gevaarlijke stoffen, enz. (Wet basisnet) in werking getreden. Deze bestaat uit drie onderdelen: spoor, weg en water. Het doel van het Basisnet is een duurzaam evenwicht tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het gebruik van de ruimte langs het Basisnet en een maatschappelijk aanvaardbaar veiligheidsniveau in de nabijheid van het Basisnet. Daarnaast is de Regeling basisnet van kracht, waarin risicoplafonds voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten nu voldoen aan het Besluit externe veiligheid transport (Bevt). Tevens zijn bouwkundige voorschriften ingevoerd voor nieuwbouw in zogeheten PlasbrandAandachtsgebieden (PAG).

Externe veiligheid risicovolle bedrijven Bij de beoordeling van de risico's voor de externe veiligheid worden de normen voor het PR en GR gehanteerd, zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). Bij de besluitvorming dient het bevoegd gezag een verandering van het GR te verantwoorden. Het gebied waarbinnen de verantwoordingsplicht van toepassing is voor categoriale inrichtingen (zoals LPG-tankstations) is wettelijk vastgelegd in het Revi. Uitvoeringsbeleid externe veiligheid Eijsden-Margraten Binnen de gemeente Eijsden-Margraten vinden risicovolle activiteiten zoals het transport en de opslag van gevaarlijke stoffen plaats. Activiteiten met gevaarlijke stoffen in een bepaalde omvang kunnen bij incidenten leiden tot effecten op de omgeving. In een dergelijke situatie zijn de activiteiten in het kader van externe veiligheid relevant. Het huidige landelijk beleid (NMP4) is erop gericht dat burgers niet onnodig moeten worden blootgesteld aan de gevaren van gevaarlijke stoffen bij incidenten. Voor de verschillende risicobronnen (bedrijven, wegen, spoorlijnen, binnenvaart en buisleidingen) gelden wettelijke bepalingen met normeringen voor het aspect externe veiligheid. De gemeente voert het beleid externe veiligheid uit met behulp van deze beleidsnota.

Hierin is opgenomen op welke wijze de gemeente invulling geeft aan haar wettelijke taak en legt op hoofdlijnen vast hoe ze omgaat met de verantwoording van het groepsrisico. De voorliggende beleidsnota geeft een invulling over de wijze waarop de verantwoording van het groepsrisico in de besluiten van de gemeente terechtkomt. Waarom deze nieuwe beleidsnota externe veiligheid voor de gemeente Eijsden-Margraten? Het huidige Beleid Externe Veiligheid van de gemeente Eijsden-Margraten is vastgesteld voor de periode 2013 tot 2018. Het ‘oude’ beleid is zeer theoretisch en weinig toegesneden op de eigen situatie. Het bestaande beleid blijkt lastig toepasbaar in de praktijk, waardoor de vergunningverlening werd bemoeilijkt. Redenen om een geactualiseerd beleid op te stellen dat afgestemd is op de eigen gemeentelijke situatie en beter toepasbaar is. Gekozen is voor een uitvoeringsbeleid. Het nieuwe beleid geeft per risicobron aan met welke afstanden rekening dient te worden gehouden en geeft een blauwdruk voor de verantwoording groepsrisico vanwege ruimtelijke Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 41 -

Toelichting

ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het uitvoeringsbeleid dient als uitgangspunt voor het Omgevingsplan van dde gemeente. Onderdeel van de beleidsnota zijn flowschema’s voor de verschillende risicobronnen. De schema’s worden toegepast bij ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van een risicobron. Er is sprake van een conserverende situatie. Er doen zich geen complexe externe veiligheidssituaties voor. Plangebied Risicovolle bedrijven Volgens de Risicokaart bevinden zich in de omgeving (tot ruim 2 kilometer) van het plangebied geen risicovolle bedrijven. Het aspect externe veiligheid ten aanzien van risicovolle bedrijven vorm derhalve geen belemmering voor het plan. Buisleidingen Volgens de Risicokaart bevindt zich ten westen van het plangebied, op een afstand van circa 1,2 kilometer een hogedrukgasleiding (Z-500-18) van de Gasunie. Het plaatsgebonden risico van deze leiding ligt enkel op de buisleiding zelf en bevindt zich daarmee ver buiten het plangebied. De 1% letaliteitsgrens van deze leiding ligt op 70 meter en de 100% letaliteitsgrens bevindt zich op een nog kleinere afstand van de leiding. Ook deze zones zijn op derhalve op ruime afstand van het plangebied gelegen. Er is derhalve geen sprake van een relevant groepsrisico vanwege deze buisleiding.

Op een afstand van 1,35 kilometer ten noorden van het plangebied ligt eveneens een hogedrukgasleiding (A-520-03) van de Gasunie. Ook voor deze buisleiding geldt dat het plaatsgebonden risico enkel op de buisleiding zelf is gelegen. De 1% letaliteitsgrens van deze buisleiding is gelegen op 310 meter van de leiding en de 100% letaliteitsgrens ligt op een nog kleinere afstand van de leiding. Er is derhalve geen sprake van een relevant groepsrisico vanwege deze buisleiding. Transport gevaarlijke stoffen Over de weg Provinciale weg N278 Op een afstand van 2,9 kilometer ten noordoosten van het plangebied ligt het tracé van de provinciale weg N278. Externe veiligheid bij provinciale wegen is berekend door de provincie Limburg (Externe veiligheid provinciale wegen. Provincie Limburg, 21 september 2010). Uit deze berekeningen blijkt dat over de N278 vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, maar in dusdanig beperkte mate dat de wegen geen PR 10-6-contour hebben en het groepsrisico lager is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde. Binnen de kern Eijsden-Margraten zal transport van gevaarlijke stoffen hoofdzakelijk plaatsvinden ter bevoorrading van de in de gemeente aanwezige bedrijven waar opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De in dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling zal, gelet op de grote afstand tot deze weg, derhalve niet leiden tot een toename van het groepsrisico.

Een verantwoording van het groepsrisico is derhalve voor de N278 niet noodzakelijk. Autosnelweg A2 Op een afstand van 660 meter ten westen van het plangebied is de autosnelweg A2 (MaastrichtLuik) gelegen. Het plangebied ligt niet binnen de 10-6 plaatsgebonden risicocontour van deze transportroute (deze contour ligt in de as de weg zelf). Deze weg kent volgens de Tabel basisnet weg (van de Regeling basisnet) een PAG (Plasbrandaandachtsgebied) van 30 meter. Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied (1,5 kilometer) van de A2. Gelet op de ligging binnen het invloedsgebied is een verantwoording van het groepsrisico voor deze weg noodzakelijk. Verantwoording groepsrisico autosnelweg A2 Conform het ‘Beslissingsschema groepsrisico weg’ uit de beleidsnotitie ‘Uitvoeringsbeleid externe veiligheid Eijsden-Margraten’ vormt het transport van gevaarlijke stoffen over de A2 geen belemmering wanneer het plangebied op een afstand van 200 tot 1.500 meter van deze weg is Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 42 -

Toelichting

gelegen. Dit is in de onderhavige situatie het geval: deze afstand bedraagt 660 meter. Er dient een standaardverantwoording (verantwoordingd 1) van het groepsrisico plaats te vinden. Over het spoor Over de spoorlijn Maastricht-Visé (op een afstand van circa 1,2 kilometer ten westen van het plangebied) vindt beperkt vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor plaats. De hoogte van deze risico’s worden onder andere beïnvloed door de aard en intensiteit van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Bij het in kaart brengen van de risico’s dient rekening te worden gehouden met het toekomstig vervoer van het jaar 2020. Het transport van gevaarlijke stoffen over het spoortraject levert geen relevante 10-6 plaatsgebonden risicocontour op. Uit de basisnettabel Spoor blijkt dat langs de spoorlijn Maastricht-Visé geen plasbrandaandachtsgebied aanwezig is. Ook voor het transport van gevaarlijke stoffen over deze spoorlijn geldt – conform het ‘Beslissingsschema groepsrisico spoor’ uit de beleidsnotitie ‘Uitvoeringsbeleid externe veiligheid Eijsden-Margraten dat dit geen belemmering vormt wanneer de afstand tussen het plangebied en deze spoorlijn 200 tot 1.500 meter bedraagt. Dit in de onderhavige situatie het geval; deze afstand bedraagt 1,2 kilometer. Er dient een standaardverantwoording (verantwoording 1) van het groepsrisico plaats te vinden.

Over het water Over de Maas (gelegen op circa 2,7 kilometer ten westen van het plangebied) vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het plaatsgebonden risico op de Maas ter hoogte van de projectlocatie is kleiner dan 10-6 per jaar (toxische stoffen). De grens van het invloedsgebied ligt op 1.070 meter uit deze vaarroute. Het invloedsgebied van de betreffende transportroute reikt daarmee niet tot het plangebied. Hierdoor is geen nadere beschouwing van het groepsrisico aan de orde. Verantwoording groepsrisico Voor wat betreft het groepsrisico kan worden gesteld dat de realisatie van het onderhavige plan slechts zal leiden tot een zeer beperkte toename van het aantal aanwezige personen. Het betreft immers een toevoeging van 12 woningen op een locatie waar voorheen een restaurant gevestigd was. De projectlocatie is gelegen binnen het invloedsgebied van de autosnelweg A2. Om deze reden dient invulling te worden gegeven aan de verantwoording van het groepsrisico. De omvang van het groepsrisico Er kan, gelet op de beperkte wijziging van de situatie (toename van 12 woningen ter plaatse van een andere stedelijke functie (voormalig restaurant)) worden gesteld dat de in dit plan voorgestelde toename slechts een marginale bijdrage levert aan de hoogte van het groepsrisico.

Verantwoording groepsrisico autosnelweg A2 (Maastricht-Luik) De ruimtelijke ontwikkeling ligt buiten de afstand van 200 meter van de wegas, maar binnen het invloedsgebied vanwege een toxische wolk tot 1.500 meter. Vanwege het transport met gevaarlijke stoffen over de weg wordt gekeken naar maatgevende scenario’s die effect hebben op de omgeving. Het scenario betreft een toxische wolk. In het geval van een calamiteit zullen de aanwezige personen in eerste instantie worden gewaarschuwd met de instructie schuilen waarbij het advies luidt ramen en deuren gesloten houden en de ventilatie afschakelen. Nieuwe bouwwerken zijn veelal goed geïsoleerd, waardoor deze woningen voor ten minste 4 uur na het incident, een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. De personen in het plangebied zijn in het algemeen als zelfredzaam te beschouwen. De bereikbaarheid van het plangebied is goed. De ontvluchting van het gebied en de toegang voor de hulpdiensten is gewaarborgd. Het plangebied is momenteel bij alarmen gedekt via het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS).

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 43 -

Toelichting

Het beleid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie is om met ingang van 1 januari 2020 het WAS uit te faseren. Dit betekent dat het d WAS vanaf die datum niet meer gehandhaafd en onderhouden wordt door het Ministerie van Veiligheid en Justitie. In plaats hiervan wordt gebruik gemaakt van NL-Alert. NL-Alert is een alarmmiddel van de overheid voor alarmering via de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid gericht mensen met een tekstbericht informeren. NL-Alert is met name bedoeld voor noodsituaties. In het bericht staat wat er aan de hand is en het handelingsperspectief van de personen in de directe omgeving van het incident. NL-Alert wordt momenteel steeds vaker ingezet als (aanvullend) alarmmiddel. Opgemerkt wordt dat de kans op een dergelijk ongeval dusdanig klein is dat het verwaarloosbaar wordt geacht. Gezien het voorgaande vormt het aspect externe veiligheid transport over de weg geen belemmering voor de besluitvorming. Verantwoording groepsrisico spoorlijn Maastricht -Visé De ruimtelijke ontwikkeling ligt buiten 200 meter van het spoor, maar binnen het invloedsgebied van 1.500 meter. Vanwege het transport met gevaarlijke stoffen over het spoor wordt gekeken naar maatgevende scenario’s die effect hebben op de omgeving. Een belangrijk scenario vanwege het transport over het spoor is de toxische wolk.

In het geval van een calamiteit zullen de aanwezige personen in eerste instantie worden gewaarschuwd met de instructie schuilen, waarbij het advies luidt ramen en deuren gesloten te houden en de ventilatie af te schakelen. De personen in het plangebied zijn in het algemeen als zelfredzaam te beschouwen. De bereikbaarheid van het plangebied is goed. De ontvluchting van het gebied en de toegang voor hulpdiensten is gewaarborgd. Het plangebied is momenteel bij alarmen gedekt via het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Het beleid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie is om met ingang van 1 januari 2020 het WAS uit te faseren. Dit betekent dat het WAS vanaf die datum niet meer gehandhaafd en onderhouden wordt door het Ministerie van Veiligheid en Justitie. In plaats hiervan wordt gebruik gemaakt van NL-Alert. NL-Alert is een alarmmiddel van de overheid voor alarmering via de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid gericht mensen met een tekstbericht informeren. NL-Alert is met name bedoeld voor noodsituaties. In het bericht staat wat er aan de hand is en het handelingsperspectief van de personen in de directe omgeving van het incident. NL-Alert wordt momenteel steeds vaker ingezet als (aanvullend) alarmmiddel. Opgemerkt wordt dat de kans op een dergelijk ongeval dusdanig klein is dat het verwaarloosbaar wordt geacht.

Gezien het voorgaande vormt het aspect externe veiligheid transport over het spoor geen belemmeringen voor de besluitvorming. Advies Brandweer Zuid-Limburg Het voorliggende bestemmingsplan is ter advisering voorgelegd aan de Brandweer Zuid-Limburg. Het advies (kenmerk: 2021.0026, d.d. 15.03.2021) is als separate bijlage 7 bij deze toelichting opgenomen. Restrisico Ondanks dat er maatregelen getroffen kunnen worden, kan een incident niet uitgesloten worden. Het daadwerkelijk optreden van een incident zoals beschreven in het scenario, kan met name voor de mensen buiten leiden tot overlijden. Voor mensen binnen zullen de gevolgen met name geïrriteerde luchtwegen en ogen zijn. Dit geldt niet alleen voor de mensen in de appartementen, maar in het gehele effectgebied. Dit soort incidenten zijn voor de brandweer per definitie moeilijk bestrijdbaar, zeker qua tijd-tempo. Het is aan het bevoegd dit ‘restrisico’ expliciet te accepteren en in het besluit te verantwoorden binnen de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 44 -

Toelichting

Resumerend kan worden aangegeven dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het plangebied. d

5.5 Luchtkwaliteit Wet milieubeheer en nationaal samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in de Wet Milieubeheer. De hoofdlijnen van de regeling zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm), ook wel bekend als de Wet luchtkwaliteit. Deze wetgeving introduceerde een programmasystematiek voor maatregelen en projecten, hetgeen geconcretiseerd is in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit: het NSL. Daarnaast is de term 'niet in betekenende mate' besluiten geïntroduceerd, waarbij geen toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen nodig is, omdat deze projecten niet of zeer weinig bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt in betekenende mate (IBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit wanneer de planbijdrage groter is dan 1,2 μg/m³. Projecten met een kleinere concentratietoename dragen ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Normen en grenswaarden In de Wet Luchtkwaliteit zijn regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide (NO2), stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen, ozon, arseen, cadmium en nikkel.

Er vinden in Nederland langs wegen geen overschrijdingen plaats van de richtof grenswaarden van de zware metalen (lood, arseen, cadmium en nikkel) en ozon; derhalve zijn deze stoffen niet opgenomen in de rekenmodellen. Voor de stoffen NO2 en PM10 zijn in de Wet luchtkwaliteit grenswaarden gesteld van 40 μg/m³. Daarnaast geldt een grenswaarde van de uurgemiddelde concentratie voor NO2 (200 μg/m³) die maximaal 18 keer per jaar mag worden overschreden. De uurgemiddelde grenswaarde van NO2 wordt eenmaal per jaar overschreden bij een jaargemiddelde concentratie van iets minder dan 54 μg/m³. De norm van maximaal 18 keer overschrijding van de uurgemiddelde grenswaarde wordt bereikt bij een jaargemiddelde grenswaarde van 82 μg/m³. Er zijn in Nederland geen plaatsen waar deze norm wordt overschreden. Voor de toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen zijn in de praktijk drie normen van toepassing: - jaargemiddelde concentratie NO2 (40 μg/m³); - jaargemiddelde concentratie PM10 (40 μg/m³); - aantal dagen overschrijding van de grenswaarde van de 24-uursgemiddelde concentratie PM10 (maximaal 35 dagen per jaar > 50 μg/m³). Binnen hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) is titel 2 ‘luchtkwaliteitseisen’ opgenomen (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd).

Gelijktijdig gelden het Besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) en de regelingen ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM), ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007 en ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’. Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die er toe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingshuizen gerekend. Woningen vallen hier buiten. In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 45 -

Toelichting

grenswaarden indien de locatie is gelegen binnen 300 meter vanaf rijkswegen (wegen in beheer van het Rijk) en/of is gelegen binnen 50 meter vanaf de rand van een provinciale weg (wegen in d beheer bij de provincie). Onderhavig bestemmingsplan bevat de toename van twaalf nieuwe woningen. Aangezien woningen buiten het bereik vallen van het Besluit gevoelige bestemmingen hoeft hieraan niet te worden getoetst. Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit.

Ook voor andere ruimtelijke initiatieven is aangegeven wanneer deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Onderhavig plan In dit plan is sprake van toevoeging van 12 woningen. Omdat conform de regeling NIBM ontwikkelingen kleiner dan 1.500 woningen als ‘NIBM’ worden beschouwd, kan voor dit plan worden geconcludeerd dat dit ook het geval is. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor dit plan.

5.6 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie De gemeente Eijsden-Margraten heeft op 15 december 2012 de Erfgoedverordening EijsdenMargraten vastgesteld. Deze verordening is voor wat betreft het aspect archeologie gebaseerd op de ‘Archeologische monumenten- en verwachtingskaart en archeologische beleidskaart voor de gemeente Eijsden-Margraten’, die hiervan deel uitmaakt. Op basis van deze verwachtingskaart is het plangebied aangewezen als ‘categorie waarde 3’ (‘Monumenten van hoge waarde, niet beschermd volgens Monumentenwet’) en ‘categorie 4’ (Gebieden met een hoge verwachting/trefkans). Op onderstaande uitsnede is dit aangegeven:

Uitsnede archeologische verwachtingskaart (plangebied binnen rode omlijning) met legenda (onderstaand)

Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

- pagina 46 -

Toelichting

d

Ter plaatse van de gronden welke zijn aangeduid als ‘categorie waarde 3’ geldt een archeologische onderzoeksplicht wanneer de gronden worden verstoord tot een diepte van 0,50 meter of meer beneden maaiveld, over een oppervlakte van 250 m² of meer. Ter plaatse van de gronden welke zijn aangeduid als ‘categorie waarde 4’ geldt een archeologische onderzoeksplicht wanneer de gronden worden verstoord tot een diepte van 0,50 meter of meer beneden maaiveld, over een oppervlakte van 500 m² of meer. Onderhavig plan Ter voorbereiding op de realisering van het onderhavige bouwplan is door Geonius een archeologisch onderzoek uitgevoerd. In het onderstaande worden de conclusies en aanbevelingen die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven. Archeologisch onderzoek Europapark 1 te Gronsveld, Geonius Milieu B.V., rapportnummer AA200101.R01.v0.1.ARG280, d.d. 02.03.2021 Conclusies en aanbevelingen Conclusies De conclusies worden beschreven in de vorm van de antwoorden op de onderzoeksvragen: 1) Wat is bekend over de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Het plangebied bevindt zich op een lösswand die de overgang vormt van het laaggelegen rivierdal van de Maas naar een plateauterras. Binnen het plangebied komen volgens de Bodemkaart van Nederland radebrikgronden voor, ontwikkeld in siltige leem.

2) Wat was het historisch landgebruik van het plangebied, wat is het huidig landgebruik en wat is de verwachte invloed daarvan op de (bodem)gaafheid en mogelijk aanwezige archeologische waarden? Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als boomgaard. Gedurende de jaren 30-40 van de vorige eeuw is het plangebied en het omliggende terrein heringericht als park en is het plangebied grotendeels bebouwd. Bij de aanleg van het park heeft vermoedelijk aftopping en/of egalisatie plaatsgevonden en zijn kelders uitgegraven. Als gevolg van deze ingrepen zal de bodem binnen het plangebied naar verwachting geroerd zijn en zullen eventueel aanwezige archeologische waarden vermoedelijk reeds verstoord of vernietigd zijn. 3) Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden zijn over het plangebied bekend? Het plangebied bevindt zich net buiten de historische kern van Gronsveld. Ten zuiden van het plangebied zijn een vindplaats uit het Midden-Neolithicum en een grafveld en nederzetting uit de IJzertijd opgegraven. Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=b4f1b02e-976e-46fd-ad01-f8bbcfe8d0ae