20211019 05c BP Europapark Bijlage Toelichting.pdf
Tekst van het document
Toelichting
Toelichting
Inhoud
d
1 Inleiding 4 1.1 Algemeen ................................................................................................................................... 4 1.2 Grens van het plangebied .......................................................................................................... 5 1.3 Vigerende bestemmingsplannen ............................................................................................... 5 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................. 8 2 Planologisch beleidskader 9 2.1 Rijksbeleid .................................................................................................................................. 9 2.2 Provinciaal beleid ..................................................................................................................... 13 2.3 Regionaal beleid ...................................................................................................................... 16 2.4 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................. 18 3 Beschrijving plangebied
22
4 Ontwikkelingen 29 4.1 Bouwplan ................................................................................................................................. 29 4.2 Parkeren ................................................................................................................................... 33 4.3 Duurzaamheid.......................................................................................................................... 35 5 Milieuplanologische aspecten 36 5.1 Water ....................................................................................................................................... 36 5.2 Bodem ...................................................................................................................................... 38 5.3 Geluid ....................................................................................................................................... 39 5.4 Externe veiligheid .................................................................................................................... 40 5.5 Luchtkwaliteit .......................................................................................................................... 45 5.6 Archeologie en cultuurhistorie ................................................................................................
46 5.7 Flora en fauna .......................................................................................................................... 49 5.8 Kabels en leidingen .................................................................................................................. 50 6 Het bestemmingsplan 51 6.1 Algemeen ................................................................................................................................. 51 6.2 Opzet van de regels ................................................................................................................. 51 6.3 Artikelsgewijs ........................................................................................................................... 52 7 Financiële uitvoerbaarheid
54
8 Handhavingsparagraaf
55
9 Communicatieparagraaf 56 9.1 Wettelijk vooroverleg instanties ex art. 3.1.1. Bro .................................................................. 56 9.2 Zienswijzen ex art. 3.8 Wro ..................................................................................................... 56 Bijlage 1
Zienswijzennota, raadsvoorstel en -besluit .............................................................. 57
Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 2 -
Toelichting
Separate bijlagen: d 1) Afschrift Watertoetsloket; 2) Infiltratieadvies Europapark te Gronsveld, Geonius Milieu B.V., rapportnummer GA201072.R01.V1.0, d.d. 27.01.2021; 3) Verkennend bodemonderzoek appartementsgebouw Europapark te Gronsveld in de gemeente Eijsden-Margraten, Geonius Milieu B.V., MA180331.R01 (versie 1.0), d.d. 05.09.2018; 4) Rapportage quickscan ecologische waarden plan Europapark Gronsveld, Ecolybrium, rapportnummer 20-748, d.d. 25.11.2020; 5) Stikstofdepositie 12 appartementen Gronsveld, Volantis, rapportnummer 20201378-R01 (Definitief, versie A), d.d. 26.10.2020; 6) Archeologisch onderzoek Europapark 1 te Gronsveld, Geonius Milieu B.V., rapportnummer AA200101.R01.v0.1.ARG280, d.d. 02.03.202; 7) Advies Brandweer Zuid-Limburg (kenmerk: 2021.1018.0026, d.d. 15.03.2021).
Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 3 -
Toelichting
1 Inleiding
d
1.1 Algemeen Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens op de locatie Europapark te Gronsveld 12 levensloopbestendige appartementen voor senioren te realiseren. Op deze locatie was voorheen restaurant Keizerskroon gevestigd. Dit restaurant is in 2014 door een brand verloren gegaan. Sindsdien is het perceel in onbruik geraakt. Door Harnischmacher Architectuur is een bouwplan vervaardigd dat voorziet in de realisering van een vierlaags woongebouw, bestaande uit 12 appartementen bestemd voor senioren. De gronden zijn in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Gronsveld en Rijckholt 2013’ bestemd tot ‘Horeca’ en ‘Groen - Park’. De realisering van het bouwplan is op basis van het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten heeft aangegeven, onder voorwaarden, bereid te zijn medewerking te verlenen aan het initiatief. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (Wro) te worden doorlopen. Voor het doorlopen van deze procedure dient een nieuw bestemmingsplan voor de locatie te worden opgesteld. Dit bestemmingsplan ligt thans voor.
Wettelijk kader/structuur bestemmingsplan Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en daarop betrekking hebbende regels de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. De structuur van bestemmingsplan 'Europapark Gronsveld' dient conform artikel 1.2.1. en volgende van het Bro en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) te voldoen aan de “Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen” (SVBP2012). Dit houdt in dat de verschijningsvorm van een bestemmingsplan en een aantal begrippen zijn gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding (een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.1903.BPKOM6247AX1-ON01; - regels; deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels.
De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:500.
Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 4 -
Toelichting
1.2 Grens van het plangebied
d
Het plangebied is gelegen in het Europapark te Gronsveld. Het Europapark wordt begrensd door de Parkweg aan de noordzijde, de Voerenweg aan de oostzijde, de Achterstraat aan de zuidzijde en de tuinen behorend bij de woningen aan de Rijksweg aan de westzijde. Het plangebied is gepositioneerd in het westelijke gedeelte van het Europapark. De begrenzing van het plangebied behorende bij het voorliggende bestemmingsplan ‘Europapark Gronsveld’ is op de onderstaande kaart weergegeven:
Situering plangebied ‘Europapark Gronsveld’
1.3 Vigerende bestemmingsplannen Het plangebied is thans planologisch-juridisch geregeld in het bestemmingsplan ‘Gronsveld en Rijckholt 2013’ (vastgesteld d.d. 28.05.2013). Daarnaast zijn op het plangebied tevens twee paraplu-bestemmingsplannen van kracht, te weten het ‘Paraplu bestemmingsplan beeldbepalende panden en objecten Eijsden-Margraten’ en het ‘Parapluplan Parkeren Eijsden-Margraten’. Deze plannen komen in het navolgende aan de orde. Bestemmingsplan ‘Gronsveld en Rijckholt 2013’ In dit bestemmingsplan is het plangebied grotendeels bestemd tot ‘Horeca’. Een strook aan de oostzijde van het plangebied is bestemd tot ‘Groen - Park’. Naast deze enkelbestemmingen zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ van toepassing. Voorts is het plangebied gesitueerd binnen de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 2’.
Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 5 -
Toelichting
De onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding behorende bij het vigerende bestemmingsplan ‘Gronsveld en Rijckholt d 2013’. De begrenzing van het onderhavige plangebied is op deze uitsnede middels een blauwe kleur weergegeven:
Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Gronsveld en Rijckholt 2013’
In het navolgende worden de toegestane doeleinden ter plaatse van deze enkel- en dubbelbestemmingen beschreven. Enkelbestemming ‘Horeca’ De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: horeca; bedrijfswoningen, met inbegrip van aan huis gebonden beroepen en gastouderschap; tuinen, erven en verhardingen; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ter plaatse van het onderhavige plangebied is binnen de bestemming ‘Horeca’ een bouwvlak opgenomen, alwaar een maximale goot- en bouwhoogte van 7 respectievelijk 10 meter geldt. Binnen dit bouwvlak was voorheen restaurant Keizerskroon gevestigd. Enkelbestemming ‘Groen - Park’ De voor ‘Groen - Park’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: groenvoorzieningen ten behoeve van een parkachtige landschapsinrichting; speelvoorzieningen; fiets- en voetpaden; straatmeubilair, zoals straatverlichting en afvalbakken; verhardingen voor in- en uitritten; parkeervoorzieningen; (openbare) nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen de bestemming ‘Groen – Park’ is het bouwen van gebouwen niet toegestaan, uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 6 -
Toelichting
Enkelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ Een strook aan de westzijde van het plangebied is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – d Archeologie 3’. Het overige gedeelte van het plangebied is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. De gronden met deze dubbelbestemmingen zijn, naast de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. Archeologische onderzoeksplicht Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ geldt dat archeologisch onderzoek dient plaats te vinden voorafgaand aan ontwikkelingen waarbij bodemverstoring plaatsvindt tot een diepte van 0,50 meter of meer beneden het maaiveld, over een oppervlakte van 250 m² of meer. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ geldt een dergelijke onderzoeksplicht bij een bodemverstoring met een diepte van 0,50 meter of meer beneden het maaiveld, over een oppervlakte van 500 m² of meer. Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 2’ Het volledige plangebied is gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 2’. Ter plaatse van deze gebiedsaanduiding is onder andere geregeld dat de bestemming ‘Horeca’ onder voorwaarden kan worden gewijzigd in de bestemmingen ‘Detailhandel’ of ‘Dienstverlening’.
Voor het voorliggende plan, waarin sprake is van de ontwikkeling van woningen, is deze gebiedsaanduiding niet relevant. Parapluplan Parkeren Eijsden-Margraten Dit paraplubestemmingsplan (vastgesteld d.d. 25.09.2018) is opgesteld om eenduidige parkeernormen voor de hele gemeente Eijsden-Margraten vast te leggen. De in dat plan opgenomen regeling is, conform de doeleinden van het paraplubestemmingsplan, overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Paraplu bestemmingsplan ‘beeldbepalende panden en objecten Eijsden-Margraten’ Een klein gedeelte van het plangebied (slechts 9,5 m²) in het zuidelijke punt van het plangebied is opgenomen in het paraplu bestemmingsplan ‘beeldbepalende panden en objecten EijsdenMargraten’. Het beeldbepalend object betreft een historisch waardevolle erfafscheidingsmuur van het Europapark. Deze muur is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Beeldbepalend’ en de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – beeldbepalend object’. Deze dubbelbestemming en aanduiding zijn overgenomen op de verbeelding en de regels behorende bij het voorliggende bestemmingsplan. Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling van 12 appartementen met bijbehorende buitenruimte en parkeerplaatsen is in strijd met de bepalingen uit het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Gronsveld en Rijckholt 2013’.
Het plangebied is in dit bestemmingsplan grotendeels bestemd tot ‘Horeca’. Binnen deze bestemming is de realisering van zelfstandige wooneenheden niet toegestaan. Ook is het bouwplan voor een klein gedeelte geprojecteerd binnen de bestemming ‘Groen - Park’. Ook binnen deze bestemming is het realiseren van woningen niet toegestaan. Om de realisering van het bouwplan toch mogelijk te maken dient voor het plangebied een nieuw bestemmingsplan te worden vastgesteld. Dit bestemmingsplan ligt thans voor.
Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 7 -
Toelichting
1.4 Leeswijzer
d De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit negen hoofdstukken. Na dit inleidende eerste hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de voor dit plan relevante beleidskaders op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het plangebied gegeven met de huidige ruimtelijke, functionele of andere structuren die daarbinnen aanwezig zijn. In hoofdstuk 4 worden de binnen het plangebied te realiseren ontwikkelingen beschreven en in hoofdstuk 5 komen de milieuplanologische aspecten aan de orde. Hoofdstuk 6 handelt over de opbouw van de regels in dit bestemmingsplan en voorziet onder meer in een artikelsgewijze bespreking van de bestemmingsregels. In hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan de orde en hoofdstuk 8 bevat een handhavingsparagraaf. Deze toelichting wordt afgesloten met een communicatieparagraaf in hoofdstuk 9. Hier is aangegeven welk communicatietraject is doorlopen en wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hierbinnen komen de resultaten van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro en de ingekomen zienswijzen en de beantwoording daarvan door de gemeente aan de orde.
Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 8 -
Toelichting
d 2 Planologisch beleidskader
2.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. De genoemde opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor toekomstige generaties. Met de NOVI biedt het Rijk een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen.
De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer urgentie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie, een duurzaam (circulair) economisch potentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het duurzaam vernieuwen van Nederland is een proces van de lange adem. Tegelijkertijd doet de actualiteit een beroep op het vermogen om snel in te spelen op ontwikkelingen in de samenleving. De COVID-19-pandemie, bijvoorbeeld, laat ons zien hoe kwetsbaar we zijn. Op dit moment werkt het kabinet aan een economisch herstelbeleid. Het is van belang dat dit herstelbeleid ook onze doelen op het terrein van leefomgevingsbeleid voor de langere termijn dient. Het oplossen van problemen op de korte termijn komt zo in lijn met de strategische visie zoals in de NOVI verwoord. Dat geeft mogelijkheden zogenoemde ‘synergiekansen’ te benutten. Bijvoorbeeld door te kiezen voor herstelmaatregelen die niet alleen bijdragen aan gezondheid, maar ook aan de verduurzaming en kwaliteit van de leefomgeving.
Voor de vier bovengenoemde NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen: 1) Nederland kent nu al langere periodes van droogte. Dit maakt het urgent dat het watergebruik beter wordt afgestemd op het beschikbare water en dat water langer wordt vasthouden. Dit is een voorbeeld van de noodzakelijke keuzes die nu al nodig zijn en die een grote impact op de fysieke leefomgeving hebben. Functies die gebruik maken van de fysieke leefomgeving moeten meer worden afgestemd op de eigenschappen van het bodem-watersysteem. Deze keuzes dragen bij aan een klimaatbestendige inrichting in 2050, waarmee Nederland wordt voorbereid op klimaatverandering en zeespiegelstijging. De energietransitie vraagt nu al keuzes waarbij rekening moet worden houden met effecten op de lange termijn. Op zee wordt ruimte gezocht voor windmolens. Op land schiet de hoofdinfrastructuur voor transport en opslag van duurzame energie in gebieden soms nu al tekort. Naar 2050 toe neemt het aandeel duurzame energie alleen maar toe. Dan zijn veel meer aanpassingen aan de infrastructuur voor energie nodig. Ook de opgave voor ruimte voor de bronnen van duurzame energie zelf is groot. In de NOVI worden richtingen meegegeven die bij inpassing van de energie-infrastructuur aandacht vragen voor de kwaliteit van de leefomgeving.
Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 9 -
Toelichting
2) In het kielzog van de COVID-19-pandemie wordt gewerkt aan maatregelen om de gevolgen voor de economie zoveel mogelijk te beperken. Dat vraagt op de korte termijn om grote d overheidsingrepen en investeringen. De kunst is om interventies en investeringen ook ten goede te laten komen aan de ambitie voor de lange termijn: het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Bij de locaties van kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra wordt naast de vraag van bedrijven en economische vitaliteit, de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk en het elektriciteitsnetwerk rekening gehouden met de aantrekkelijkheid en kwaliteit van stad en land. Er wordt daarbij ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. 3) Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden en aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland.
De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. De COVID-19 crisis onderstreept extra het grote belang van een goede inrichting van de openbare ruimte. 4) De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische sectoren zwaar. De waarde van de natuur, het landschap én de toekomst van de landbouw staan onder druk. Daarbij is verbetering van de biodiversiteit niet alleen een ecologische, maar nadrukkelijk ook een economische uitdaging, die op de korte termijn om een doortastende aanpak vraagt. Voor de lange termijn wordt gewerkt aan geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke drager van het platteland. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Let wel: het Rijk eigent zich geen centraliserende rol toe.
Integendeel, de verantwoordelijkheid ligt bij alle partijen gezamenlijk. Onderhavig plan Voor het onderhavige plan bevat de NOVI geen relevante uitgangspunten. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Mainportontwikkeling Rotterdam, het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee en het Waddengebied, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Er zijn ten behoeve van onderhavig plan geen onderwerpen van Rijksbelang uit het Barro die in het kader van het voorliggende bestemmingsplan dienen te worden beschouwd.
Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 10 -
Toelichting
Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds oktober 2012 geldt bij ruimtebesluitvorming een voor de praktijk belangrijke nieuwe d motiveringsplicht. Het betreft de in artikel 3.1.6, tweede lid Bro opgenomen plicht om indien een bestemmingsplan voorziet in een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ de aanvaardbaarheid daarvan in de toelichting van dat plan wordt onderbouwd. Voor deze onderbouwing dient de zogeheten ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ te worden doorlopen. De stappen bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin dit gebied ligt. De Ladder voor duurzame verstedelijking voor onderhavig plan Voorvraag: is sprake van een Nieuwe Stedelijke Ontwikkeling (NSO)? Allereerst dient de voorvraag te worden gesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Volgens de begripsbepalingen in artikel 1.1.1, eerste lid Bro is een NSO als volgt gedefinieerd: ‘… een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van woningbouwlocaties als stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt.
Jurisprudentie De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 11 juni 2014 een uitspraak gedaan in een zaak (nummer 201306888/1/R2) waarin de bouw van zeven woningen binnen het bestaand stedelijk gebied planologisch mogelijk werd gemaakt. De Afdeling heeft in deze zaak geoordeeld dat het mogelijk maken van zeven een dermate kleinschalige ontwikkeling is, dat deze niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden beschouwd. Er zijn inmiddels uitspraken bekend van zaken waarbij tien of elf woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien, mits deze geen deel uitmaken van een groter woningbouwproject. Onderhavig plan Uit het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het onderhavige plan, waarin sprake is van de toevoeging van 12 woningen, dient te worden gezien als een woningbouwlocatie en hiermee wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Meer informatie over de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in paragraaf 2.2 (Provinciaal beleid). Natuurwetgeving: gebieds- en soortenbescherming Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Europese Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/33/EEG) hebben de bescherming van soorten en hun natuurlijke habitats tot doel.
Elke lidstaat is verplicht speciale beschermingszones aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: ‘Natura 2000’. In de Wet natuurbescherming zijn zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming in Nederland geregeld. Conform deze wet bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen hun grondgebied en zorgen zij voor eventueel noodzakelijke vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren. Gebiedsbescherming Het Natura2000-netwerk bevat de gebieden die zijn aangewezen onder de voornoemde Vogel- en Habitatrichtlijn en deze gebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Voor die gebieden geldt dat aanwijzingsbesluiten zijn opgesteld waarin staat voor welke soorten en habitats het betreffende gebied is aangewezen en welke instandhoudingsdoelstellingen er gelden voor deze soorten en habitats. Ten oosten van het plangebied, op een afstand van circa 400 meter, ligt het Natura2000-gebied ‘Savelsbos’. Ten westen van het plangebied, op een afstand van circa 2,5 kilometer, liggen de Natura2000-gebieden ‘Maas bij Eijsden’ en ‘Sint Pietersberg & Jekerdal’. Op het onderstaande Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 11 -
Toelichting
kaartje zijn de genoemde Natura2000-gebieden middels een groene kleur weergegeven. Het plangebied is middels een rode kleur weergegeven: d
Omliggende Natura2000-gebieden
Invoering stikstofwet per 1 juli 2021 Op 1 juli 2021 treedt de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking. Deze wet regelt onder meer drie resultaatverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en, zo nodig, bijsturing. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. Deze vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. Dat betekent bijvoorbeeld dat nog steeds een natuurvergunning nodig kan zijn voor de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door het verkeer op een aan te leggen weg. Ter voorbereiding op de realisering van het bouwplan, is door bureau Ecolybrium een ecologische quickscan uitgevoerd. Door Volantis is een stikstofdepositieberekening (AERIUS-calculatie) uitgevoerd.
Uit deze onderzoeken blijkt dat de realisering van het bouwplan geen negatieve gevolgen heeft voor de aanwezige soorten en habitattypen ter plaatse van de genoemde Natura2000-gebieden. De resultaten van deze onderzoeken zijn beschreven in paragraaf 5.7 van deze toelichting. Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw Directe aanleiding voor het kabinetsstandpunt „Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw‟ (WB21)‟, is de zorg over het toenemend hoogwater in de rivieren, wateroverlast en de versnelde stijging van de zeespiegel. Het kabinet is van mening dat er een aanscherping in het denken over water dient plaats te vinden. Nadrukkelijker zal rekening moeten worden gehouden met de (ruimtelijke) eisen die het water aan de inrichting van Nederland stelt. Het kabinet heeft voor het waterbeleid in de 21e eeuw de volgende drie uitgangspunten opgesteld: - anticiperen in plaats van reageren; - niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van „vasthouden-bergen-afvoeren‟ en: - meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 12 -
Toelichting
De watertoets vormt een waarborg voor de inbreng van water in de ruimtelijke ordening. De watertoets wordt sinds 2001 toegepast opdplannen die gevolgen voor de waterhuishouding kunnen hebben. Er wordt gekeken naar veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit en verdroging. De watertoets wordt toegepast door in een vroegtijdig stadium de waterbeheerders te betrekken bij plannen die een invloed kunnen hebben op de waterhuishouding. De wijze waarop in het onderhavige plan rekening is gehouden met het aspect water is beschreven in paragraaf 5.1 van deze toelichting. Erfgoedwet De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) zijn in de Erfgoedwet verankerd en vormen zo de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De gemeenten zijn in deze wet wederom tot bevoegd gezag aangewezen en dienen de archeologische belangen op een goede manier te verweven in het ruimtelijk beleid. Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een bepaalde archeologische verwachtingswaarde onderzoek plaatsvinden naar archeologische waarden.
Als het vervolgens niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. De wijze waarop met het aspect archeologie rekening is gehouden in relatie tot dit plan is verwoord in paragraaf 5.6 van deze toelichting.
2.2 Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) Op 12 december 2014 is het POL2014 vastgesteld. De centrale ambitie van de provincie Limburg komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. In het POL staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. Kwaliteit staat daarbij centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen.
Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 13 -
Toelichting
Het POL2014 kent een zoneringenkaart op basis waarvan de belangrijkste functies per gebied zijn aangegeven. Het onderhavige plangebiedd is volledig gelegen binnen de zone ‘Overig bebouwd gebied’. Onderstaand is een uitsnede voor het plangebied uit het POL2014 opgenomen. Het plangebied is op deze uitsnede middels een rode omlijning aangeduid:
Fragment Zoneringenkaart POL2014 met plangebied binnen de rode lijn
Overig bebouwd gebied De zone ‘Overig bebouwd gebied’ bestaat uit gemengde woon- en werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. Een aantrekkelijke woon- en leefomgeving is een belangrijk uitgangspunt binnen deze zone. Een voortreffelijk leef- en vestigingsklimaat kan niet zonder een woon- en leefomgeving van goede kwaliteit, waarin burgers graag wonen, toeristen graag op vakantie komen en ondernemers graag hun bedrijf vestigen en waar het gezond en veilig leven is. Die leefomgeving heeft een fysieke en een sociale kant. De sociale kant omvat aspecten zoals sociale cohesie, sociale veiligheid, verenigingsleven, toegang tot sport en cultuur. De beleidsaccenten in deze zone liggen op de transformatie van de regionale woningvoorraad, het verbeteren/optimaliseren van de bereikbaarheid, de balans in voorzieningen en detailhandel, ontwikkeling van stedelijk groen en water en kwaliteit van de leefomgeving. Onderhavig plan Het onderhavige plan voorziet in de realisering van 12 levensloopbestendige appartementen bestemd voor senioren, op een locatie waar voorheen een andere stedelijke functie (restaurant) gevestigd was. Deze gronden zijn enkele jaren geleden door een brand in onbruik geraakt en vormen thans een ‘rotte plek’ in de ruimtelijke structuur van de kern Gronsveld.
Door de realisering van het onderhavige bouwplan wordt de locatie geherstructureerd tot een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving die vloeiend in het Europapark is ingepast. Deze ontwikkeling past binnen de uitgangspunten die gelden ter plaatse van de zone ‘Overig bebouwd gebied’, conform het POL2014. Omgevingsverordening Limburg (OvL2014) Ladder voor duurzame verstedelijking In de Omgevingsverordening wordt aandacht geschonken aan toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Daarbij is ook toevoeging van kwaliteit van belang. In paragraaf 2.2 van de OvL2014 is de regelgeving met betrekking tot de ladder voor duurzame verstedelijking Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 14 -
Toelichting
opgenomen. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt dient rekening te houden met het bepaalde indartikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De provincie Limburg vindt het van belang dat toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder is immers een instrument waarmee de provincie op een kwalitatieve wijze kan sturen op bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen. Volgens de ladder moet zowel de behoefte aan nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied worden beschreven in de toelichting behorende bij een bestemmingsplan. Bij ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied dient tevens gemotiveerd te worden waarom deze ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Het uitgangspunt van de ladder is dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel binnen bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd, in verband met een zorgvuldig ruimtegebruik. Onderhavig plan In het onderhavig plan is sprake van de realisering van 12 nieuwe woningen binnen het bestaand stedelijk gebied in de kern Gronsveld. De ontwikkeling van deze levensloopbestendige seniorenappartementen past binnen de beleidsuitgangspunten van de Structuurvisie Wonen ZuidLimburg (SVWZL).
De woningen zijn bestemd voor senioren en betreffen koopwoningen: 11 middeldure woningen en één woning in het dure segment (penthouse). In de gehele regio ZuidLimburg – en dus ook in de gemeente Eijsden-Margraten – is er een tekort aan seniorenwoningen in het middeldure segment. De realisering van het bouwplan past hiermee binnen de beleidsuitgangspunten die zijn vastgelegd in de SVWZL. Behoefte De provincie Limburg stelt elk jaar de Woonmonitor vast. Dit is een rapportage waarin de relevante en actuele ontwikkelingen op de Limburgse woningmarkt geschetst worden aan de hand van de meest recente beschikbare cijfers. De laatste vastgestelde Woonmonitor is over het jaar 2019. Daarin is aangegeven dat het aantal inwoners in de provincie stabiel gebleven is en dat deze stabilisering al ruim 10 jaar aanhoudt. Dit heeft met name te maken met de toename van het aantal kenniswerkers/expats. Het aantal huishoudens is de afgelopen 10 jaar met 3000 per jaar toegenomen en dat heeft met name te maken met de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens als gevolg van (hoofdzakelijk) vergrijzing en de eerder genoemde toename van het aantal expats/kenniswerkers. Volgens de bevolkingsprognoses groeit het aantal Limburgse huishoudens nog door tot 2031, waarna een afname plaatsvindt richting 2050 tot het aantal van dit moment.
Qua woonopgave is nog altijd sprake van een overschot aan plannen, echter in specifieke woonsegmenten en voor specifieke doelgroepen is sprake van een duurzaam tekort. Dit geeft aan dat er nog veel harde plannen zijn die niet passend zijn binnen de huidige behoefte. In algemene zin komt uit de Woonmonitor naar voren dat er tekorten zijn voor de volgende doelgroepen: eenpersoonshuishoudens, starters, zorgbehoevenden, senioren, woonurgenten en arbeidsmigranten. Stedelijk gebied Het onderhavige plangebied kan worden aangemerkt als bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is gelegen in de kern Gronsveld. Daarnaast dient te worden gekeken naar de bestaande bestemming/functie van de gronden. Het plangebied is in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Gronsveld en Rijckholt 2013’ bestemd tot ‘Horeca’. Tot medio 2014 was op deze locatie een restaurant gevestigd. Een restaurant betreft een stedelijke functie. Hiermee wordt bevestigd dat het plangebied kan worden beschouwd als stedelijk gebied. In het onderhavige plan is er sprake van de herstructurering van een zogenoemde ‘rotte plek’. Nadat het ter plaatse aanwezige restaurant in 2014 verloren is gegaan door een brand, is er sprake van een braakliggend perceel, waarop nog (funderings)resten van de voormalige bebouwing Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 15 -
Toelichting
aanwezig zijn. De voormalige voetprint van het restaurant is vanwege de veiligheid omheind met een hekwerk. De gronden zijn overwoekerd d door wildbegroeiing en maken een zeer rommelige indruk. Met de realisering van een architectonisch hoogwaardig bouwplan wordt aan de gronden een nieuwe toekomstbestendige functie gegeven. Gezien de bovengenoemde overwegingen heeft de woonregio Zuid-Limburg reeds ingestemd met de beoogde ontwikkeling. Bestuursakkoord GS 2019-2023 Het coalitieprogramma geeft vooral uiting en richting aan de grote maatschappelijke opgaven en sociaal-economische kansen in Limburg. Het is een ambitieus programma voor de komende jaren op tien thema’s waarmee samen met onze vele partners gewerkt wordt aan de toekomst van Limburg. Ten aanzien van het wonen is in het akkoord aangegeven dat wordt samengewerkt met de partners aan veilige en leefbare wijken en buurten in de stad en dorpen in het buitengebied. Daarbij wordt de samenwerking tussen alle handhavingspartners bevorderd, wordt verantwoordelijkheid genomen voor de provinciale kerntaken op het gebied van veiligheid en wordt aangegeven dat intensief met gemeenten, corporaties, instellingen en burgers samen wordt gewerkt aan een integrale aanpak van de leefbaarheid.
Ten aanzien van de woningbouwopgaven zal een extra accent gegeven worden op het bevorderen van een snellere doorstroming op de woningmarkt en zal een extra impuls worden gegeven aan de uitvoering van een aantal innovatieve voorbeeldprojecten die met een gerichte investering tot meervoudige effecten en ‘multipliers’ kan leiden. Daarnaast worden vernieuwende initiatieven op het gebied van langer thuis wonen van senioren, nieuwe (mantel)zorgconcepten en alternatieve (levensloopbestendige) woonvormen gestimuleerd, om daarmee ook op verbindend en vernieuwende wijze eenzaamheid te bestrijden. Er wordt gekeken wat er per regio nodig is en er zal vervolgens zo gericht mogelijk invulling geven worden aan woningen voor ouderen, huurwoningen in het middensegment, sociale huur en huisvesting voor arbeidsmigranten en studenten. De startersleningen wil de coalitie in stand houden.
2.3 Regionaal beleid Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Het bestemmingsplan is gericht op de realisatie van 12 voor senioren geschikte woningen. Hiermee wordt invulling gegeven aan het realiseren van huisvesting voor één van de prioritaire doelgroepen (ouderen), zoals vastgelegd is in de op 23 april 2019 door de gemeenteraad van Eijsden-Margraten vastgestelde lokale woonvisie “Samen bouwen aan de toekomst 2019-2025”. Om dit plan gerealiseerd te krijgen zal het vigerende bestemmingsplan gewijzigd moeten worden. De huidige planlocatie is namelijk planologische bestemd tot “Horeca” en hierop is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan. Het bestemmingsplan zal dus planologisch gewijzigd moeten worden in “Wonen” en naast het aanpassen van het bouwvlak en de bouwregels, zal ook de mogelijkheid om op deze locatie planologisch 12 woningen hierin vastgelegd moeten worden. Hiermee wordt een planologische grondslag gecreëerd om de afgifte van de vereiste omgevingsvergunning mogelijk te maken. In oktober 2016 heeft de gemeenteraad van Eijsden-Margraten de Structuurvisie Wonen ZuidLimburg (SVWZL) vastgesteld. Deze structuurvisie is van toepassing op woningbouwplannen die voorzien in een toename van de woningvoorraad en waarvoor een juridische grondslag (planologisch besluit of vergunning) om deze woningen te bouwen ontbreekt, oftewel ook van invloed zijn op (een toename van) de plancapaciteit.
Doordat een juridische grondslag ontbreekt om de 12 geplande woningen te bouwen, leidt het plan tot een toename van zowel de woningvoorraad als plancapaciteit binnen Eijsden-Margraten. Dit betekent dat in beginsel Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 16 -
Toelichting
compenserende voorwaarden op het plan van toepassing zijn als bedoeld in Beleidsafspraak VI van de SVWZL. d Deze compensatie kan inhouden: - Het onttrekken van een gelijk aantal woningen als netto toegevoegd worden. - Het onttrekken van bestaande plancapaciteit (1:1, 1:2 of 1:4) voor de netto toe te voegen woningen. - Het leveren van een financiële bijdrage in het subregionale sloopfonds. Hoewel het plan uitgaat van 12 woningen, is er op grond van de SVWZL sprake van een netto toevoeging van 11 woningen aan de plancapaciteit en woningvoorraad. Op grond van het huidige bestemmingsplan is een bedrijfswoning op deze locatie toegestaan. Ofschoon er sprake is van een planologisch verschil met een reguliere burgerwoning, geldt dit niet voor het woonbeleid. De SVWZL maakt geen verschil tussen een bedrijfswoning en een reguliere woning. Volgens het woonbeleid is zowel een burgerwoning als een bedrijfswoning bestemd om hier permanent te wonen. Beleidsregel “Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021” Op 15 december 2020 heeft de gemeenteraad van Eijsden-Margraten de beleidsregel “Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021” vastgesteld. Op grond van deze beleidsregel kan ontheffing worden verleend van beleidsafspraak VI van de SVWZL, indien het betreffende woningbouwplan voldoet aan de 3 criteria van de betreffende beleidsregel.
Deze 3 criteria zijn: Criterium 1: Het plan heeft maatschappelijke meerwaarde Een woningbouwplan heeft maatschappelijke meerwaarde wanneer bijvoorbeeld sprake is van één van de volgende situaties: • aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen • herstructurering/vervangingsbouw van woningen • hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw • aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Daarbij wordt aangesloten op het ruimtelijke uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat. Criterium 2: Het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder van Duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening; artikel 3.1.6. lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: • criterium 2a: Het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte • criterium 2b: Het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte Criterium 3: Het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau).
De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Woningbouwplannen die concurrerend zijn op regionale schaal (de Zuid-Limburgse woningmarkt), worden ook op Zuid-Limburgse schaal afgestemd. In de genoemde beleidsregel worden de criteria onder 1 en 2 nader toegelicht. Hieruit blijkt onder meer dat een woningbouwplan maatschappelijke meerwaarde heeft wanneer bijvoorbeeld sprake is van één van de volgende situaties: • aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 17 -
Toelichting
• • •
herstructurering/vervangingsbouw van woningen hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw d aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad.
Daarbij wordt aangesloten op het ruimtelijke uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat. Bovendien zijn goede plannen met name die plannen die voorzien in een evidente behoefte aan met name: woonwagens, sociale en middeldure huur en eventueel koop (onder voorwaarden) voor doelgroep starters en ouderen tot een maximale koopsom die inclusief verwervingskosten gelijk is aan de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG-grens 2021: € 325.000,--). Ook wordt in de toelichting aangegeven dat het plan kwantitatief en kwalitatief gemotiveerd moet worden. Indien het woningbouwplan niet past binnen de uitgangspunten van de beleidsregel en de gemeente wenst desalniettemin toch haar medewerking aan het plan te verlenen, dan is de compensatie vereist als bedoeld in Beleidsafspraak VI van de SVWZL. Het onderbouwen van de kwantitatieve en/of kwalitatieve behoefte dient transparant, onafhankelijk en op basis van actuele cijfers en feiten onderbouwd te worden. Dit kan door een actueel bestaand (sub)regionaal of gemeentelijk woonbehoefteonderzoek; of op basis van collectieve vraaggestuurde initiatieven (CPO). Onderhavig plan Verwijzend naar criteria 1en 2 van de beleidsregel kan worden geconcludeerd dat de 12 woningen gerealiseerd worden binnen de bebouwingscontour van Gronsveld, waardoor er geen sprake is van een uitbreidingsplan.
De 12 woningen, die onderdeel gaan uitmaken van een appartementencomplex, worden gerealiseerd ter plaatse van een afgebrand restaurant. Sinds deze calamiteit vormen de resterende funderingsresten een desolate indruk. Met dit plan wordt een zogenaamde ‘rotte plek’ binnen de kern van Gronsveld opgeheven. De woningen zijn bestemd voor de doelgroep ouderen en passen hierdoor binnen de uitgangspunten van de onderhavige beleidsregel. Door woningen voor deze doelgroepen te realiseren wordt een bijdrage geleverd aan de verbetering van de leefbaarheid van Gronsveld en Rijckholt. Binnen deze kernen zijn nauwelijks koopappartementen voor ouderen voorhanden. Gelet op het aantal geïnteresseerden voor deze woningen wordt reëel verwacht aan de woonbehoefte voor deze doelgroep tegemoet te komen. Hiermee levert het plan ook voor doorstroming binnen de bestaande woningvoorraad binnen Gronsveld en Rijckholt, waardoor op basis van voorgaande overwegingen het plan aangemerkt kan worden als een maatschappelijke meerwaarde voor beide kernen Verwijzend naar het derde criterium van de beleidsregel kan worden meegedeeld dat het plan ter afstemming aan de subregio Maastricht en Heuvelland is voorgelegd en dit plan positief door de subregio is beoordeeld.
Aangezien het plan voldoet aan de criteria van de beleidsregel “Ruimbaan voor goede woningbouwplannen 2021”, hoeven geen compenserende voorwaarden als bedoeld in Beleidsafspraak VI van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg aan de planrealisatie verbonden te worden.
2.4 Gemeentelijk beleid Bestuursakkoord ‘Anders durven doen‘ 2018-2022 Het woon- en leefklimaat in de dorpen van de gemeente Eijsden-Margraten is van hoog niveau, mede door de sterke sociale verhoudingen, de gezonde economische basis, het goede voorzieningenniveau en de hoge kwaliteit van het landschap. Vertrekkend vanuit dit stevig Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 18 -
Toelichting
fundament wordt een aantal belangrijke ontwikkelingen voorzien, dat de komende periode vraagt om een krachtig bestuur: d - ontgroening en vergrijzing die onder andere leiden tot veranderende behoeften ten aanzien van wonen en (zorg-)voorzieningen in dorpen en buurten; - de behoefte van de samenleving om meer bij het bestuur betrokken te worden in combinatie met ruimte voor eigen initiatieven van onze inwoners; - de snel veranderende economische ontwikkelingen, zoals schaalvergroting in de landbouw en veranderende behoeften vanuit toerisme en recreatie, in relatie tot de noodzaak om de kwaliteit van ons unieke landschap verder te ontwikkelen; - de vele vraagstukken die opkomen rondom duurzaamheid (energie, klimaat en dergelijke). Deze ontwikkelingen vragen om anders durven doen. De term ‘anders’ betekent dat het bestuur een omslag wil maken op drie hoofdpunten: bestuursstijl, zorgzame samenleving en duurzaamheid. Bovendien wordt het beleid op twee punten geïntensiveerd: landschap en infrastructuur. De termen ‘durven’ en ‘doen’ hebben de betekenis dat gewenste verandering pas werkelijkheid wordt door concrete stappen te zetten. Ten aanzien van wonen is aangegeven dat wonen in een prettige leefomgeving met passende voorzieningen een belangrijk thema is. Gezien de demografische ontwikkelingen zal de gemeente moeten inspelen op veranderende woon- en leefbehoeften.
Hierbij wordt verwacht dat specifiek geïnvesteerd wordt in projecten en maatregelen die geënt zijn op de doelgroepen jongeren en senioren, maar ook nieuwe doelgroepen, zoals kenniswerkers/expats en statushouders. Aangezien het provinciaal woonbeleid stringente kaders schept en corporaties vrijwel niet meer investeren in kleine kernen, zal er een strategie bedacht moeten worden om het woonvraagstuk op een slimme, creatieve en innovatieve wijze in te vullen. Gezien de urgentie en het feit dat oplossingen rondom het woonvraagstuk niet zo maar voor de hand liggen, kan ruimte gezocht worden om ‘out of the box’ te handelen en te experimenteren. Belangrijk is dat er een goede en gerichte aanpak volgt en er gekeken wordt naar de kansen die er zijn. De woonopgave vraagt dan ook om een integraal uitvoeringsprogramma wonen. Co-creatie vormt daarbij een interessante methode om in samenwerking met de samenleving en stakeholders het uitvoeringsprogramma te realiseren. Als actiepunten zijn benoemd: - het bestuur vervult een actieve rol binnen de woningmarkt. Een van de uitgangspunten hierin is het bevorderen van de doorstroming in de woningmarkt (koop- en huursector); - de spoedig vast te stellen gemeentelijke woonvisie wordt actueel gehouden en het hierop gebaseerd SMART geformuleerde uitvoeringsprogramma wordt tweejaarlijks afgestemd op de woningbehoeften van alle dorpskernen.
Deze passende woningbouwprogramma’s worden jaarlijks betrokken bij het maken van prestatieafspraken met de plaatselijk werkende woningcorporaties, met aandacht voor verduurzaming van het vastgoed; - de bestaande uitbreidingsplannen in Eijsden, Margraten, Cadier en Keer, Sint Geertruid en Banholt worden in uitvoering gebracht, waarbij levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd. In de andere kernen wordt (middels bestemmingsplannen) woonruimte gecreëerd naar behoefte. aandacht is er voor herinvulling van leegkomende grote complexen. Daar waar zich de mogelijkheid voor doet, overweegt de gemeente in samenwerking met derden geschikte vrijkomende panden, complexen of boerderijen aan te kopen om woonappartementen (huur en koop) te realiseren; - ten aanzien van bestaande koopwoningen wordt krachtig ingezet op het levensloopbestendig/aanpasbaar maken van de woningen en het omvormen tot energie neutrale woningen; - uitgangspunt is dat de ouderen zo lang mogelijk kunnen blijven wonen in hun eigen omgeving. Daarvoor is uitbreiding van het aantal zorgwoningen in de huur nodig. Het bestuur heeft een inspanningsverplichting op zich genomen om, zo mogelijk op basis van dorpsinitiatieven, op de lijn Gronsveld - St. Geertruid - Noorbeek in totaal 45 onzelfstandige Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 19 -
Toelichting
-
zorgeenheden (in drie kleinschalige projecten) te realiseren, niet zijnde reguliere woningen, waarin 24-uurs zorg verleend wordt. d experimenten met vernieuwde woonvormen, waarbij arbeid, wonen en zorg worden gecombineerd, worden gestimuleerd. Dat geldt ook voor plannen met kwalitatieve en duurzame tijdelijke woningen. Particuliere initiatieven voor het samen wonen/zorgen van ouderen en gehandicapten worden ondersteund.
Onderhavig plan Voor het voorliggende plan, dat gelegen is binnen de ‘overige kernen’ geldt dat via bestemmingsplannen woonruimte kan worden gecreëerd naar behoefte. De doelgroepen voor deze 12 toe te voegen woningen zijn reeds aangegeven en passen binnen de behoefte voor de kern Gronsveld. Het bouwplan voorziet in een duidelijke actuele behoefte op de woningmarkt: levensloopbestendige woningen voor senioren. De woningen worden daarnaast duurzaam gebouwd (zie tevens paragraaf 4.3 (Duurzaamheid) van deze toelichting). Strategische visie 2022 ‘Vernieuwen door verbinden’ In 2013 is, in samenwerking met de inwoners van de gemeente Eijsden-Margraten en andere betrokken partijen, de Strategische Visie Eijsden-Margraten 2022 “Vernieuwen door verbinden” opgesteld. In deze gemeentelijke beleidsvisie zijn de onderstaande acht thema’s benoemd, die in de jaren tot 2022 – maar ook daarna – van cruciaal belang zijn voor de verdere ontwikkeling van de gemeente Eijsden-Margraten: 1) dienstverlening, goed geregeld; 2) vitale kernen; 3) zorg en welzijn, goed voor 'mekaar'; 4) landschappelijk verantwoord ondernemen; 5) uniek (im)materieel cultureel erfgoed; 6) betere bereikbaarheid; 7) meer met de Maas; 8) samenwerken in de regio en Euregio.
Daarnaast zijn vijf ambities onderscheiden die richting geven aan de keuze binnen deze acht thema’s: 1) dienstverlening is onze tweede natuur; 2) burgerkracht; 3) buitengewone buiten (be)leven; 4) aantrekkelijk wonen; 5) ondernemingszin schept ruimte voor welvaart en welzijn. Onderhavig plan Voor het onderhavige bouwplan bevat de Strategische visie 2022 van de gemeente EijsdenMargraten geen specifieke uitgangspunten. Wel levert het plan een bijdrage aan de ambitie om vitale kernen te hebben binnen de gemeente. In de kern Gronsveld wordt een zogenoemde ‘rotte plek’ getransformeerd met een architectonisch hoogwaardig bouwplan bestaande uit 12 woningen. Deze ontwikkeling is derhalve in overeenstemming met de beleidsuitgangspunten zoals vastgelegd in de Strategische visie 2022 van de gemeente Eijsden-Margraten. Woonvisie Eijsden-Margraten ‘Samen bouwen aan de toekomst’ 2019-2025 In de lokale Woonvisie ‘Samen bouwen aan de toekomst’ is het woningbouwbeleid voor de periode 2019-2025 vastgelegd. In Eijsden-Margraten wordt ingezet op een duurzame woningvoorraad met passende woningen voor zowel starters als senioren. Hierdoor zal de doorstroming moeten worden bevorderd. Inwoners wonen daarbij in een gezonde, veilige en prettige woon- en leefomgeving, waarbij duurzaamheid en kwaliteit belangrijke uitgangspunten zijn.
Hierbij heeft de herbestemming en transformatie van bestaande (leegstaande) gebouwen bijzondere aandacht. Bestemmingsplan Europapark Gronsveld Gemeente Eijsden-Margraten
- pagina 20 -
Toelichting
De woonambities, zoals ook vertaald in het vastgestelde gemeentelijke bestuursakkoord ‘Anders durven doen 2018-2022’, zijn geformuleerd d in speerpunten van beleid. Daarbij richt het beleid zich op relevante doelgroepen en thema’s. Concreet betreft het: de doelgroep starters waarvoor de gemeente meer toegang wil creëren binnen de bestaande woning- en/of planvoorraad, met als doel dat het aantal koopwoningen voor starters te verhogen. Als dit (financieel) onmogelijk blijkt dat zullen deze woningen worden gerealiseerd via nieuwe capaciteit waarvoor gecompenseerd wordt om een bijdrage te kunnen leveren aan het transformeren van de woning- en/of planvoorraad; de doelgroep oudere doorstromers waarvoor woningen gerealiseerd worden binnen de kernen en binnen het bestaand vastgoed of op locatie waar een dergelijke herbestemming ruimtelijke en volkshuisvestelijk verantwoord is; het bieden van goede faciliterende mogelijkheden om de woningen voor de doelgroep langer thuiswoners levensloopbestendig te maken en voor de doelgroep die niet meer langer kan thuis wonen geclusterde woonzorgvormen creëren binnen het bestaand vastgoed, passend binnen het gemeentelijke woonzorgbeleid.
het realiseren van voldoende kwalitatief aanbod van betaalbare huurwoningen voor de bijzondere doelgroepen (waaronder statushouders, woonurgenten, gehandicapten en ggzpatiënten), bij voorkeur binnen het bestaande vastgoed binnen de kernen en waar nodig en mogelijk deze realiseren via bijzondere (tijdelijke) huisvesting. het invulling geven aan de stimulerende, faciliterende en waar mogelijk sturende rol ten aanzien van de verduurzaming van de woningvoorraad; de instandhouding van leefbare kernen waarbij de gemeente goede burger-wooninitiatieven zo veel mogelijk faciliteert. De gemeente schakelt over van een ‘bouwvisie’ naar een ‘transformatievisie’ want de groei van de woningvoorraad voor eigen additionele behoefte is de komende jaren weliswaar groeiende maar de woonvraag wijzigt (o.a. naar meer één- en tweepersoonshuishoudens). Inbreiding gaat daarbij voor uitbreiding en vraaggericht gaat voor op aanbodsturing. Met uitzondering van de in uitvoering zijnde plancapaciteit, is bijkomende nieuwbouw op nieuwe locaties ondergeschikt aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Waar mogelijk worden bestaande woningen vervangen en additionele woningen worden gerealiseerd in bestaand vastgoed. De herbestemming van cultureel of beeldbepalend vastgoed dat leegkomt of al leeg staat, krijgt hierbij prioriteit.
Hiermee wordt ook beoogd toekomstige leegstand boven de frictienorm (2%) zoveel mogelijk voorkomen. Nieuwe woningbouwinitiatieven ontwikkelen op onbebouwde percelen is pas een alternatief, als binnen de bestaande woningvoorraad of ander leegstaand vastgoed niet kan worden voldaan aan de haalbaarheid van de gewenste woonkwaliteiten. Ten aanzien van starterswoningen wordt met name gekeken naar bestaande woningvoorraad. Voor het overige zet de gemeente meerdere middelen in om starterswoningen gerealiseerd te krijgen (zoals starterslening, grondbeleid, eventueel tijdelijke woningen). Onderhavig plan Het onderhavige bouwplan voorziet in de realisering van 12 levensloopbestendige woningen (appartementen) voor senioren. Hiermee wordt voorzien in een behoefte aan woning voor deze specifieke doelgroep. Er bestaat thans een tekort aan levensloopbestendige woningen voor senioren. Daarnaast ontstaat door het realiseren van geschikte woningen voor deze doelgroep doorstroming op de woningmarkt, hetgeen van belang is voor een goed functionerende woningmarkt. Doordat er woningen worden gerealiseerd voor senioren, komen (eengezins-) woningen - die anders ‘bezet’ blijven door senioren - vrij voor andere, jongere woningzoekenden. Gesteld kan worden dat het plan een positieve bijdrage levert aan de woningmarkt in EijsdenMargraten.