CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20210308 04d Bijlage Geanonimiseerde nota reacties richtinggevende uitspraken.docx

Beeldvormende vergadering 8 maart 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raadsvoorstel Manifest Buitengewoon Buitengebied17.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

enorm. Echter, wij zien dat maar een beperkte groep van de inwoners in hun consumentengedrag hier uitvoering aan geeft. Om een inclusieve lokale economie te bereiken die ook echt wat toevoegt aan de gemeenschap, is een blijvende goede campagne nodig voor de lange termijn, zodat een grote groep inwoners continu wordt bereikt. Afzet via korte ketens is echter maar een gedeeltelijke oplossing voor de bedrijven in deze gemeente, omdat de productiecapaciteit van de meeste bedrijven (veel) groter is. Daarnaast vraagt de markt specialisme en een hoge kwaliteit. inclusieve lokale economie zal dan ook in groter verband (nationaal/euregionaal) moeten worden opgepakt en worden uitgedragen. Zoals eerder aangegeven beseffen wij dat slechts een beperkt deel van de agrariërs een inkomen uit streekproducten kan halen. Echter, het concept sluit goed aan bij onze waarden (Citta Slow en Green Destination) en de markt hiervoor is groeiende. De coronacrisis lijkt het bewustzijn van mensen te vergroten rond voedselkwaliteit en veiligheid en dus van het feit dat je voedsel dichtbij zou moeten halen. Wij zullen deze ontwikkeling zoveel mogelijk stimuleren en faciliteren in samenwerking met de landbouwsector, de ketenpartners en met de andere middengebied gemeenten. In dat kader onderzoeken we de opzet van regionale distributie van streekproducten.

Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 6.l verkeerscampagne U geeft aan dat het gebruik van wegen in het buitengebied door fietsers, wandelaars en motorvoertuigen, waaronder grote landbouwmachines, tot gevaarlijke situaties leidt en verwijst naar de campagne 'Goed Gezien Boerenverstand in het verkeer* van de LLTB in samenwerking met Veilig Verkeer Nederland. We zien hier graag RMO Maastricht-Heuvelland(waar Eijsden-Margraten deel van uitmaakt) aan toegevoegd. Deze reactie leidt tot de volgende aanvulling op pagina 24 in het document richtinggevende uitspraken: “De LLTB is samen met Veilig Verkeer Nederland en i.s.m. RMO Maastricht Heuvelland de campagne Goed Gezien - Boerenverstand in het verkeer’, gestart. 6.m Distrubutiehubs Hier wordt aangegeven dat samen met de overige Zuid-Limburgse gemeenten gewerkt wordt aan een Mobiliteitsvisie. Verder zijn de items opgesomd die in relatie tot het buitengebied een rol spelen. U benoemd hierin distributie van (streek)producten en gebruik maken van zogenaamde distributiehubs. Een uitleg hieromtrent en de samenhang met het buitengebied ontbreekt echter. Met distributiehubs bedoelen wij centrale plekken van waaruit producten worden verzameld en getransporteerd binnen de (korte) keten. Er wordt in eerste instantie gebruik gemaakt van bestaande logistiek.

Er worden gesprekken gevoerd tussen ondernemers om hier een platform voor op te richten, waarbij het gaat om efficiënte logistiek binnen 25 miles, die past in het landschap. Er wordt zoveel mogelijk slim gecombineerd. In de toekomst hopen we steeds meer transport elektrisch te kunnen doen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 6.n Mobiliteit De provinciale mobiliteitsvisie wordt vertaald in de gemeentelijke plannen, waaronder het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan. De LLTB wil hier graag actief bij betrokken worden. De mobiliteitsvisie Zuid-Limburg is door ons college op 23 juni 2020 vastgesteld. De 14 overige gemeenten van Zuid-Limburg hebben ook de mobiliteitsvisie vastgesteld. Door de provincie Limburg is, in samenwerking met alle gemeenten, waaronder de gemeente EijsdenMargraten, Cumela en de LLTB, en RMOeen kwaliteitsnet landbouwverkeer opgesteld. Het doel van dit kwaliteitsnet is het om het doorgaande landbouwverkeer te stimuleren om van deze routes gebruik te maken om zo de overige wegen, die minder geschikt zijn voor landbouwverkeer, te ontlasten. Het provinciale netwerk betreft alleen een beperkt aantal (hoofd)routes. Deze hoofdroutes moeten op termijn ook toegankelijk zijn voor ontheffing plichtige brede landbouwvoertuigen. Aanvullend op het

provinciale netwerk worden extra (groene routes) opgenomen in het landbouwnetwerk voor de gemeente Eijsden-Margraten. Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) wordt komend jaar ter vaststelling aan de raad voorgelegd. We hebben 2 inloopdagen georganiseerd en we hebben een digitale kaart beschikbaar gesteld waarop burgers meldingen ten aanzien van verkeersveiligheid konden doorgeven. Ook hebben we hebben twee raadsinformatieavonden gehouden. We ontvingen ongeveer 750 meldingen welke zijn bestudeerd en gecategoriseerd op kern en op soort van melding. In het GVVP zijn deze meldingen verwerkt. Uit de GVVP komen de volgende acties voort zoals een fietsplan, een motoren actieplan etc, waarbij de inbreng van de LLTB en Cumela als stakeholders nodig zal zijn en gevraagd zal worden. De gemeenteraden van de gemeente Vaals, Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten hebben alle drie een motie aangenomen omtrent de toeristisch-recreatieve verkeersdrukte in het Heuvelland om maatregelen te treffen om het toeristisch recreatieve verkeer en de toeristische sector in goede balans met elkaar te krijgen. Hiertoe is een plan van aanpak vastgesteld en worden samen met de stakeholders maatregelen aangedragen die dit doel zullen moeten bewerkstelligen. De landbouw en Cumela zijn stakeholders en worden op korte termijn betrokken bij het project.

Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 6.o Kansen Deze beleidsnotitie is ambitieus en biedt kansen voor onze ondernemers. Deze ambities kunnen alleen waar gemaakt worden als ondernemers in de gelegenheid worden gesteld hier invulling aan te geven. Daar is ruimte voor nodig, zowel fysiek als qua beleid en door middel van financiële stimulansen. Dan kunnen de agrarische familiebedrijven invulling geven aan een toekomstbestendig buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten. Ook wij zien kansen, maar zeker ook de urgentie. Zoals aangegeven spannen wij ons binnen de gemeentelijke rol op allerlei manieren in om agrarische bedrijven te helpen een landschapsvriendelijke, vitale en duurzame toekomst te vinden. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 7. Belangstellende en zelfstandig adviseur, bij email van 3 november 2020 7.a Advies MER/OER procedure te koppelen aan uitwerking Manifest. Ik adviseer in de volgende fase van meet of aan een MER/OER-procedure te koppelen. Met name een integrale aanpak en holistische benadering kan middels de MER/OER-procedure zowel kansen en dilemma’s in een vroeg stadium vorm geven aan relevante ambities en scenario’s. Hiermee kan ook duplicatie en verspilling van tijd en moeite voorkomen worden. Dit advies zullen we meenemen bij de verdere uitwerking.

Het traject voor de Omgevingsvisie is al in gang gezet. Wij werken daarbij samen met de gemeenten Gulpen-Wittem en Vaals (Lijn 50). In deze fase van de Omgevingsvisie (fase 1 ophalen en formuleren perspectieven in een bouwstenennotitie) worden er nog geen diepere analyses uitgevoerd en indien noodzakelijk gekoppeld aan een (plan)MER. Eerst dienen de gemeenteraden gezamenlijk de brede scoop en koers te bepalen (via de perspectieven in de bouwstenennotitie). Dit zal in de eerste helft van 2021 plaatsvinden. In fase 2 zal dit nader worden uitgewerkt in samenwerking met de gemeenten Gulpen-Wittem en Vaals. Of een (plan)MER wordt opgestart komt dan ook aan de orde. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 8. Vereniging tot Natuurbehoud Cadier en Keer, bij email van 3 november 2020. 8.a Natuur specifiek benoemen De natuur wordt niet specifiek genoemd in deze visiestelling, wat de VTN bevreemd. In diverse enquêtes die gehouden zijn onder bewoners Provinciaal en gemeentelijk, waaronder door gemeente

Eijsden-Margraten recent nog t.b.v. gebiedsvisie Middenterras Bemelen-Mesch, werden in die enquêtes de Natuur mede bovenaan geplaatst in belangrijkheid van behoud en uitbreiding t.b.v. eigen recreatie. Dit belang van de vele burgers komt niet tot zijn recht in de gestelde gemeenteraadsvisie. Advies; Natuur specifiek te benoemen in de visie. Wij vinden behoud, herstel en versterking van de Natuur belangrijk en hebben daar aandacht voor. Ofschoon wij, als gemeente geen wettelijke taken hebben op het gebied van natuurontwikkeling en bescherming, hebben wij natuur opgenomen binnen het prioritaire thema Landschap en Landbouw. Actiepunten binnen dit thema zijn de inventarisatie van de landschapselementen, maar zeker ook het bomenplan waarin we ernaar streven vóór 2024 40.000 bomen te planten. Hier is een plan voor gemaakt dat bestaat uit 6 pijlers: planten van solitaire bomen, uitreiken van herdenkingsbomen, het aanplanten van dorpsranden, het aanleggen van tiny forest ism IVN en de scholen en het aanplanten van bossen. Daarnaast willen we de Bomenkaart herijken. Ik zou hier bijvoorbeeld verwijzen naar NOVI/ natuurontwikkeling/ groene blauwe dooradering etc. en volgens mij zit dit er wel in.

Wij noemen het hoofdstuk toch ook natuur en landschap? Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 8.b Beschermen waarden en kwaliteiten Advies; Bewuste en gerichte Cittaslow keuzes te maken. Er voor waken dat de lijn 50 regio geen speeltuin, pretpark of een sportcomplex regio word. Wij stellen ons tot doel ervoor te zorgen dat onze cultuur, ons landschap en de rust daarin bewaard blijft. De balans tussen toerisme en evenementen en de rust en kwaliteit van natuur en landschap heeft onze expliciete aandacht. Door gebiedsgericht te werken, en waar mogelijk activiteiten evenementen te prioriteren of te verbieden (keuzes te maken op basis van aansluiting op onze kernwaarden) en te verdelen willen we deze balans zo goed mogelijk bewaken. De gemeenteraden van Vaals, Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten hebben alle drie een motie aangenomen omtrent de toeristisch-recreatieve verkeersdrukte in het Heuvelland. Om het toeristisch recreatieve verkeer en de toeristische sector in goede balans met elkaar te krijgen is een plan van aanpak vastgesteld en worden samen met de stakeholders maatregelen aangedragen. De landbouw is een van de stakeholders en wordt op korte termijn betrokken bij het project.

Voorgestelde aanpassing Richtinggevende uitspraken naar aanleiding van deze Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 8.c Bermen toevoegen als te beschermen/versterken landschapselement Advies; Om bermen toe te voegen in de opsomming van te beschermen kleine landschapselementen. Deze mag hier zeker niet ontbreken bij de gestelde functies. Bermen hebben primair een verkeersfunctie. In feite is een berm bedoeld als uitwijkmogelijk, voor het leggen van nutsvoorzieningen en ter versterking van de constructie van een weg, met name om grote hoogte verschillen uit te vlakken. Als secundaire functie heeft een berm ecologische of landschappelijke functie. In onze huidige bestemmingsplannen Buitengebied zijn landschapselementen ( zoals aangegeven op kaart bij deze bestemmingsplannen) beschermd. Hieronder vallen in een aantal gevallen ook holle wegen en graften. Bij de uitwerking van het omgevingsplan zullen we in dit licht bekijken of en waar deze bescherming verder geconcretiseerd kan worden.

Bij Joep natrekken of we dit ook gaan inventariseren?? Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 8.d Biodiversiteit verbreden Advies; Om toe te voegen “ Wij willen de biodiversiteit verhogen en verbreden' Het is niet alleen uitbreiding van bestaande hoeveelheid (verhogen) maar ook vooral in variatie (verbreding) aan inrichten t.b.v. biodiversiteit. Naar ons gevoel en bedoeling omvat verhoging van de diversiteit tevens verbreding. Om verwarring te voorkomen zullen we de formulering “versterken” gebruiken.

We zullen de richtinggevende uitspraak in het document op pagina 12 als volgt aanpassen: “Wij willen de biodiversiteit versterken”. 8.e Landschappelijke inrichting bouwpercelen Advies; Om toe te voegen: “Naast de bebouwing dient ook de inrichting van het bouwperceel ook in het landschap ingepast te worden. Wat niet opvalt kan ook niet storend werken. Wij begrijpen de strekking van deze suggestie. Wat ons betreft is dit inherent aan het kwalitatief goed inpassen van de agrarische bouwkavel. Het gaat immers niet alleen om de gebouwen maar om het hele perceel dat goed ingepast dient te worden. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 8.f verbreding biodiversiteit Advies; Om toe te voegen: “Samen met overheden stakeholders- en shareholders, gaan wij op zoek naar nieuwe verdienen financieringsmodellen om ons landschapsbeheer te borgen en de biodiversiteit te vergroten… en te verbreden”. Zie hiervoor onder 8d. We zullen de richtinggevende uitspraak in het document op pagina 15 (en de tekst onder “wat gaan wij hiervoor doen” op pagina 16) als volgt aanpassen: “Samen met overheden stakeholders- en shareholders, gaan wij op zoek naar nieuwe verdien- en financieringsmodellen om ons landschapsbeheer te borgen en de biodiversiteit te versterken”.

8.g Landschapsbeheer Advies; Doordat de agrarische sector de komende tijd in omvang gaat afnemen ontstaat mogelijkheid om aan de gestelde richtinggevende uitspraak 'ons landschapsbeheer te borgen en de biodiversiteit te vergroten ' een invulling te geven door b.v. vrijgekomen gronden onder te brengen bij de natuurorganisaties. Of te verkavelen dat gronden ingezet kunnen worden als verbindingszone tussen natuur gebieden zoals de Natura 2000 gebieden en daar tegenover agrarische gronden onderling aansluitend te creëren. Landschapsfonds, grondbank? De gemeente dient niet alleen naar de agrariërs te kijken, maar ook naar zich zelf wat betreft biodiversiteit verbetering en verbreding op haar eigen grondgebieden zoals de bermen. Schaalvergroting in de landbouw zet nog steeds door, omdat kostprijsbeheersing nog altijd een manier is om een rendabele bedrijfsvoering in stand te houden ( Doorkijk 2030 LLTB, Moderne landbouw in een kleinschalig landschap, p. 15). Daarom zoeken wij naar alternatieve invullingen, mits dat duurzaam is, passend in de omgeving en landschaps- en natuurvriendelijk. Innovatieve vormen van landbouw, zoals het werken in stroken, kunnen daar ook bij helpen. Het is zaak dat de beschikbare grond op een landschappelijk verantwoorde manier gebruikt wordt. Er zijn veel partijen nodig om dit te kunnen sturen en om instrumentarium en verdienmodellen te ontwikkelen.

Wij zetten bijvoorbeeld in op samenwerking met belangrijke grondeigenaren om een actief gezamenlijk grond- en pachtbeleid te ontwikkelen en in te zetten. Daarbij willen wij gebiedsgericht werken (de juiste functie op de juiste plaats) waarbij natuur en landschap versterkt worden. Los daarvan zetten wij als gemeente onze inspanningen op het gebied van het versterken van natuur, landschap en biodiversiteit (bloeiende akkerranden, bomenplan, vergroening kernen e.d.) verder voort. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 8.h handhaving Advies; Vooral de kwetsbare natuurgebieden waar het gebruik door recreatie en toerisme sterk toeneemt (dit is vooral te zien en te merken in dit covid -19 pandemie tijdperk) ook te bewaken door fysiek aanwezigheid van groenbrigades, BOA’s en politie en waar nodig handhavend op te treden. Ook s ’nachts.

In de natuurgebieden zijn primair de handhavers van de Terrein Beheer Organisaties (Limburgs Landschap, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer) en de groene brigade van de Provincie aan zet. Naar aanleiding van een samenwerkingsproject is er een convenant gekomen waardoor handhaven op elkaars terreinen mogelijk is gemaakt. Deze toezichthouders/boa’s staan in contact met die van de gemeente als deze meldingen krijgen op hun grondgebied. Er kan dan, daar waar noodzakelijk, gekozen worden om samen op te trekken. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 8.i Natuur irt toerisme Advies; Om natuur of landschap toe te voegen: “Toerisme en recreatie met respect voor mens, natuur, milieu en economie, waarbij kwalitatieve groei gaat boven kwantitatieve groei. Dit betreft een citaat uit de Visie Vrijetijdseconomie Bestemming Zuid-Limburg die de Raad op 6 mei 2020 heeft vastgesteld. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 8.j Verbindingszone Savelsbos-Schiepersberg Pag. 34 In Bijlage 1, Overzicht ingebrachte opmerkingen en aanvullingen t.a.v. de richtinggevende uitspraken Buitengewoon Buitengebied toevoegen in het vak; Ecologische verbindingszones 'N 2000' gebieden verbinden: “…bijvoorbeeld ook Noorbeemden/ Savelsbos en Savelsbos /BemelerbergSchiepersberg….” .

De VTN is sinds 1996 actief aan het lobbyen om tussen de twee natuurgebieden Savelsbos – Schiepersberg een groene en veilige (onder de Rijksweg N278 via het aanwezige Rijksweg/Fommstraat viaduct)4 verbindingszone te creëren. In de Reactie Vereniging tot Natuurbehoud Cadier en Keer (VTN) t.a.v. concept-Gebiedsvisie Middenterras Bemelen-Mesch, maart 2020. D.d. 18 mei 2020 heeft de VTN onder het kopje 3. Verbindingszones een uitgebreid en diepgaande omschrijving ter onderbouwing aangedragen. Tevens aangedragen in de Reactie Vereniging tot Natuurbehoud Cadier en Keer ontwerp omgevingsvisie Limburg. D.d. 17 oktober 2020. Pag. 49 Soortenkaart grote brandnetel Bron: soortkartering Nigel Harle. Zonder toelichting zal deze kaart echter tot een verkeerd beeld kunnen leiden, om drie redenen: - Het kaartje is van 2013 en dus niet meer actueel; sindsdien is de nitraatbelasting alleen maar toegenomen. - Het kaartje is slechts van een deel van het Savelsbos; het zuidelijke deel ontbreekt. - Ook buiten het Savelsbos is er stikstofbelasting – vaak in nog ergere mate. Advies; een verwijzing maken naar de drie bovenstaande stellingen of het kaartje weglaten. De aanvulling over het Savelsbos/Bemelerberg-Schiepersberg zullen wij opnemen. Van de kanttekeningen bij het kaartje hebben wij goed kennis genomen.

Wij zullen deze tekst en toelichting toevoegen aan bijlage 1 op pagina 35: “Ecologische verbindingszones 'N 2000' gebieden verbinden: bijvoorbeeld ook Noorbeemden/ Savelsbos en Savelsbos /Bemelerberg- Schiepersberg….” Verder verwijzen wij naar de aanpak in het kader van visie Middenterras, Inzet daarbij is om in overleg met de terreinbeheerders en de provincie deze verbinding te versterken. Onder meer door te bekijken of er koppelingsmogelijkheden zijn met de herontwikkeling van de Poort van het Heuvelland. 8.k Weergave input document “kansen en bedreigingen” In bijlage 2 (het overzicht kansen en bedreigingen) staat de opmerking 'Minder aan natuur terug geven (akkerbouw = open landschap (zicht)' drie maal omschreven namelijk bij 1. Natuur en landschap bij zowel als bij Bedreiging en bij 2. Landbouw Kans. Desbetreffende heeft zich vergist of maakt er een principe kwestie van, het spreekt zich tegen in de stellingen. In de sessies eind 2018/ begin 2019, waar de kernwaarden centraal stonden, is ook de vraag gesteld welke kansen en bedreigingen zie je? In bijlage 2 zijn de naar voren gebrachte kansen en bedreigingen weergegeven. Aan de hand van deze kansen en bedreigingenzijn per thema de

dilemma’s geschetst. Wij willen niet wijzigen in deze overzichten omdat deze een weergave geven van hetgeen in de betreffende sessies naar voren is gebracht. Daaruit is ook af te leiden dat wat de een ziet als een bedreiging door een ander als kans wordt aangemerkt. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 8.l Verzoek opmerkingen te verwerken Wij verzoeken u om bij de verdere uitwerking van de Richtinggevende uitspraken Buitengewoon Buitengebied en de Omgevingsvisie met onze reactie, opmerkingen en adviezen rekening te houden, en deze waar mogelijk in de uiteindelijke beleidsdocumenten te verwerken. Indien gewenst zijn wij graag bereid een en ander nader toe te lichten. Met dank voor de bijdrage en de suggesties. Wij gaan daar mee aan de slag zoals wij in het voorgaande hebben aangegeven. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 9. H.L.M. Reumers, namens Stichting Grueles, sectie Natuur, bij email van 30 oktober 2020 9.a Link met Gebiedsvisie Middenterras Bemelen - Mesch In deze versie ontbreekt wederom de link met het project Gebiedsvisie Middenterras Bemelen – Mesch. In het project Gebiedsvisie Middenterras Bemelen – Mesch wordt wél de koppeling met het project Buitengewoon Buitengebied gelegd.

Wij zijn van mening dat elke beoordeling, elke toetsing, elke afweging en elk besluit dat genomen moet worden voldoet aan vastgestelde doelstellingen van BEIDE projecten! De beide trajecten kennen inderdaad een overlap. Wij constateren dan ook tegenstrijdigheden tussen de Gebiedsvisie Middenterras en de Richtinggevende uitspraken. In de Gebiedsvisie MIddenterras, worden de kernwaarden voor het buitengebied , zoals door de raad in het voorjaar van 2019 \ vastgesteld benoemd. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 9.b Concrete uitwerking Positief te noemen zijn de opgenomen richtingen over grondgebruik, bebouwing, vrijkomende agrarische bebouwing, noodzaak om anders te gaan boeren enz. Maar ook hier blijft het gevaar van vrijblijvendheid op de loer liggen. Zonder de koppeling van bindende afspraken blijven zowel het project Middenterras Bemelen – Mesch en het project Buitengewoon Buitengebied papieren tijgers. In dat kader wordt de inleidende tekst van het manifest, zoals hieronder weergegeven, wel erg belangrijk. Belangrijk in die zin, dat de doorvertaling naar Omgevingsvisie en Omgevingsplan concreet en doel- en resultaatgericht moet zijn. Wij werken de diverse uitspraken verder uit in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan, maar pakken ook zaken actief op, zoals verwoord in het Uitvoeringsprogramma Prioritare themaś.

Als gemeente willen wij vanuit onze eigen taken en verantwoordelijkheden zo concreet mogelijk invulling geven hieraan. De opgaven zijn echter complex en kunnen alleen in gezamenlijkheid met andere partijen succesvol worden opgepakt. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 9c. Weging per opmerking In het manifest ,zoals het nu voor een finale beoordeling voorligt, zijn alle reacties, opmerkingen, adviezen en commentaren van deelnemende partijen een op een overgenomen. De voor en de tegens, netjes per hoofdgroep, en in de bijlage als kans en bedreiging benoemd. Wat hieraan ontbreekt en naar onze mening zeker moet worden toegevoegd, is dat er per opmerking een weging moet plaatsvinden. Hoe belangrijk is de genoemde kans of bedreiging op weg naar het te

bereiken doel? Zonder zo’n richtinggevende weging kan er van een concrete uitkomst geen sprake zijn. Iedere beoordelaar van het rapport haalt er die zaken uit die voor hem of haar van belang zijn (cafétariamodel!), ook als ze geen bijdrage leveren aan of zelfs afbreuk doen aan het doel dat u met het Middenterras en Buitengewoon Buitengebied voor ogen hebt. In de diverse stappen van het proces buitengewoon buitengebied zijn sessies gehouden met stake- en shareholders en met raadsleden. Eenieder heeft daarbij aanvullingen/ opmerkingen kunnen inbrengen. In bijlage I is het resultaat hiervan thematisch weergegeven. We hebben hieruit en uit wat er in de wereld om ons heen gebeurt dilemma’s gehaald, deze in beeld gebracht en vervolgens een richting geformuleerd. Het gaat immers om de grote lijnen die we voor ons toekomstige buitengebied voor ogen hebben. De richtinggevende uitspraken bieden naar ons oordeel voldoende houvast om tot verdere concretisering in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan te komen. Dat niet alle gemaakte opmerkingen expliciet terug komen in het document betekent niet dat deze geen aandacht hebben. Het betreft zaken die buiten het directe bereik of detailniveau van dit document vallen. Concrete uitvoeringsgerichte reacties nemen wij mee bij de verdere uitwerking of spelen we door naar een ander traject.

Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 9.c De natuurwaarden in het Savelsbos en de directe omgeving gaan hard achteruit. De oorzaak daarvan ligt voor een niet onbelangrijk deel in de manier van grondgebruik op het hoger gelegen en aangrenzend plateau. Dit mag gerust vertaald worden naar een overdadige bemesting en uitspoeling van meststoffen en fosfaten naar lagergelegen delen, zoals het hellingbos Savelsbos. Als we dus echt de intentie hebben om de kernwaarden van ons buitengewoon buitengebied en het Middenterras te behouden of liefst herstellen, dan moet er eerst en vooral iets gedaan worden aan het terugdringen van de stikstofbelasting van de bodem. Daar waar de EU met het nieuwe landbouwbeleid duidelijk heeft gekozen voor zware subsidiëring van industriële landbouw en nauwelijks voorwaarden verbindt aan de 20% van het subsidiebudget voor vergroening, wordt het eens te meer duidelijk dat kringlooplandbouw voor de kleine agrariër op termijn de enige redding is. En in Zuid-Limburg zijn alleen kleine agrariërs actief. Het begint met groene beleidskaders, anders boeren, ander subsidiebeleid op provinciaal vlak, meerdere verdienmodellen op een bedrijf, korte ketens producentconsument en vooral bewustwording.

Dit sluit nauw aan bij de analyse rond het Manifest en bij de koers die we willen volgen om, voor zover wij dat kunnen beïnvloeden, het tij te keren. Om deze koers concrete inhoud te geven en tot uitvoering te komen, willen we onder meer via de input vanuit de Eo Wijersprijs ontwerpen tot gebiedsgerichte pilots komen. Daarbij betrekken we relevante partners zoals de Provincie, Waterschap en grondeigenaren. Doel is een landschapsvriendelijkere landbouw (anders boeren) en gebiedsgericht maatwerk, waarbij de juiste functie op de juiste plaats wordt gelegd. Als instrumenten willen wij bijvoorbeeld grondbeleid inzetten en verdienmodellen voor agrarische bedrijfsvoering en landschapsbeheer ontwikkelen. Ook spannen wij ons in om de ontwikkeling van korte ketens en de bewustwording van consumenten rond streekproducten te stimuleren. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 10. Stichting Natuurlijk Geuldal te Schin op Geul, bij email van 2 november 2020. 10.a Algemene opmerkingen Een aantal aanbevelingen uit bijlage 1 en 2 komen slechts heel summier en selectief terug in het hoofddocument, met op sommige punten wel een opvallend grote input van agrariërs ten opzichte van die van burgers.

Ondanks de beleden zoektocht naar een buitengebied in balans qua landschap, natuur en economische ontwikkelingen lijkt de nadruk overwegend bij de mogelijkheden tot economische ontwikkeling binnen het gebied gelegd te worden. Bescherming van het landschap en natuur blijft beperkt tot fraaie, maar weinig richtinggevende voornemens ondanks dat uit bijdragen in de bijlagen blijkt dat veel participanten grote waarde hechten aan behoud en verbetering van onze leefomgeving op dit gebied.

Met een landschap inclusief omgevingsbeleid willen wij aan de voorkant van een ontwikkeling afwegen of deze op een bepaalde locatie wenselijk is.. Dat gaat verder dan de huidige voorwaarde om natuur of landschap te compenseren in het kader van het kwaliteitsmenu. De gekozen koers is duidelijk gericht op instandhouding, bescherming en versterking van natuur en landschap. We moeten, zoals u terecht zegt, een goede balans vinden tussen landschap, natuur en economische ontwikkelingen Zoals gezegd willen we, om deze koers concrete inhoud te geven en tot uitvoering te komen, onder meer tot gebiedsgerichte pilots komen, bijvoorbeeld via de ontwerpen die zijn gemaakt voor de Eo Wijersprijs ontwerpen. Daarbij betrekken we relevante partners. Doel is kwalitatief passend toerisme en een landschapsvriendelijkere landbouw (anders boeren) en gebiedsgericht maatwerk te stimuleren, waarbij de juiste functie op de juiste plaats wordt gelegd. Daarbij gaan we met de betrokken stakeholders op zoek naar instrumenten zoals gezamenlijk grondbeleid inzetten en verdienmodellen voor agrarische bedrijfsvoering en landschapsbeheer ontwikkelen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 10.b Visie op landschapsonderhoud Naar een visie voor het Buitengewoon Buitengebied. Blad 4.

Tekst: “De economische ontwikkeling, met name in de agrarische sector, zal hier een belangrijke rol spelen. Hier dient voldoende ruimte voor te blijven, zodat het goed onderhouden landschap voor de toekomst ook behouden blijft”. Commentaar: deze zin impliceert dat economische ontwikkeling in de landbouw garant staat voor een goed onderhouden landschap maar dat is tot nu toe zeker niet altijd het geval geweest. Intensivering en schaalvergroting in de landbouw zijn de economische ontwikkeling geweest en die hebben het landschap juist beschadigd. Ook nieuw verblijfstoerisme in kwetsbaar (en beschermd!) gebied draagt nog steeds bij aan landschaps- en natuurschade. Natuurlijk dienen er voldoende mogelijkheden te blijven voor economische ontwikkelingen, ook in het buitengebied, maar die ontwikkelingen dienen gepaard te gaan met behoud en verbetering van landschap en natuur. Karakteristiek, traditioneel, kleinschalig landschap, met name rond de dorpskernen verdwijnt om voor economische gewin van nieuwe landeigenaren grote akkers te creëren. Een “goed onderhouden” landschap is momenteel voor landeigenaren in het buitengebied geen verdienmodel en zolang dat niet het geval is, is het naïef om erop te vertrouwen dat de instandhouding van dat landschap bij hen in goede handen is.

SNG: is van mening dat een duidelijke richtinggevende visie voor behoud en herstel van natuur en landschap ontbreekt. Zo’n visie is nodig om de juiste richtinggevende uitspraken te doen. De nota dient duidelijke, op een visie gebaseerde, randvoorwaarden ten behoeve van natuur- en landschapsverbetering te benoemen waaraan een economische ontwikkeling dient te voldoen. Wij willen het behoud en de bescherming van natuur en landschap voorop stellen en niet afhankelijk laten van de goede wil van grondeigenaren en gebruikers. Tegelijk zoeken wij met stakeholders en met de inzet van pilots en vitaliteitscoaches naar alternatieve verdienmodellen of financieringen om het beheer van landschap(selementen) duurzaam veilig te stellen. Daarbij willen wij gebiedsgericht werken (de juiste functie op de juiste plaats) waarbij natuur en landschap versterkt worden. Op deze wijze wordt dat beheer aantrekkelijk voor landbouwers en grondeigenaren en snijdt het mes aan twee kanten. Ons destijds bekroonde landschapsontwikkelingsplan biedt hiervoor een goede basis. Ook de balans tussen toerisme en evenementen en de rust en kwaliteit van natuur en landschap heeft onze expliciete aandacht.

Door gebiedsgericht te werken, en waar mogelijk activiteiten evenementen te prioriteren of te verbieden (keuzes te maken op basis van aansluiting op onze kernwaarden) en te verdelen willen we deze balans zo goed mogelijk bewaken. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 10.c Inkadering economische belangen In theorie kan inderdaad algemeen belang en het belang van ondernemers op één lijn liggen. Overheden dienen ondernemers die alleen voor economisch voordeel “het authentieke landschap willen exploiteren en daarmee schade berokkenen onder controle te houden met concrete regelgeving.

Innovatie is goed, maar wel duidelijk vermelden dat dit binnen heel duidelijke en concrete kaders dient te geschieden. Anders vrees de SNG dat het beleid op dezelfde voet blijft doorgaan en het moet anders. Dat is in andere bewoordingen wat wij bedoelen met een landschapsinclusief omgevingsbeleid en wat ons betreft in lijn met de gekozen koers en aanpak zoals bij de voorgaande reactie aangeven. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 10.d 10.d Energiebeleid In onze gemeente zijn vanwege de gewenste bescherming van het landschap de mogelijkheden van zonne- en vooral windenergie beperkt. Bovendien is de elektrische infrastructuur nu al zo zwaar belast dat er op de korte termijn geen grotere energieprojecten kunnen worden gerealiseerd. Daarom zou de gemeente nadrukkelijk, naast kleinschalige zon- en windprojecten, zich ook op alternatieven voor zonne- en windenergie moeten oriënteren. In de nota dient een duidelijke visie ontwikkeld te worden (i.s.m. andere gemeentes in het Middengebied) over de opwekking van groene energie met behoud van het landschap. Dit kan leiden tot een masterplan om daken te voorzien van energieopwekking, maar ook mogelijkheden voor kleinschalige windenergie met windmolens van maximaal 12 meter hoogte, aardwarmte enz.

Ons energiebeleid wordt momenteel via het spoor van de Regionale Energie Samenwerking (RES) bepaald. In dit traject Buitengewoon Buitengebied laten we dit daarom verder buiten beschouwing. Vanwege de impact op de belangen van het buitengebied wordt dit inhoudelijk afgestemd, zodat de koers die wordt gekozen in lijn blijft met die van de RES. In de op te stellen Omgevingsvisie zullen beide sporen weer samen komen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 10.e Scherpere beleidsregels Nadelige ontwikkelingen in de bufferzones (waaronder “zilvergroene natuurzones”), zoals intensieve (verblijfs)recreatie dienen op voorhand te worden uitgesloten. Dit is zijn mening en voegt niets toe…. Wil beleid voor natuur- en landschapsbescherming daadwerkelijk vorm krijgen dan dient er krachtig stelling te worden genomen. Het gevaar met bovengenoemde teksten dreigt dat er weer te veel ruimte ontstaat voor ongewenst beleid. Bij de concrete uitwerking in het omgevingsplan zullen wij de exacte scherpte van onze beleidsregels bepalen. Uitgangspunt daarbij is een landschapsinclusief omgevingsbeleid. Met een landschapsinclusief omgevingsbeleid bedoelen wij dat aan de voorkant van een ontwikkeling wordt afgewogen of deze op een bepaalde locatie wenselijk is. Per saldo dienen natuur en landschap verbeterd te worden.

Dat gaat verder dan de huidige toets in het kader van het kwaliteitsmenu. Ik zou hier toch bij vermelden: Maar bij alles gaat het erom dat er een balans gevonden wordt, waarbij landschap en natuur nadrukkelijk wordt meegenomen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 10.f Steviger beleid en aanpak Al jaren lang wordt op papier bescherming van natuur en landschap beleden. Maar ook jarenlang wordt melding gemaakt van het ongewenst omzetten van traditionele “landjes” en boomgaarden, vooral in onze dorpsmantels, in ecologisch en landschappelijk gedegradeerd akkerland. En jarenlang wordt er van uit gemeentebesturen veel te weinig ondernomen. Ook nu weer gaan we onderzoeken, inventariseren, benaderen en stimuleren. In plaats daarvan moet nu een gedegen beleid en uitvoeringsprogramma opgezet worden. De huidige tekst doet geen recht aan de expliciete boodschap uit de richtinggevende uitspraak. T.a.v. de richtinggevende uitspraak: “Wij willen de biodiversiteit verhogen”. Een tekst waarin “robuust beleid en concrete uitvoeringsprogramma’s als richtinggevende uitspraken vastgelegd worden in plaat van “we ondersteunen, kijken, benaderen en onderzoeken”.

Concreet beleid zal, zoals bij de vorige reactie aangegeven, onderdeel uitmaken van de uitwerking in de omgevingsvisie en concreet uitgewerkt onder meer het Omgevingsplan. Beleidsregels zijn echter niet de enige manier om tot verbeteringen tot stand te brengen. Wij zijn op meerdere vlakken actief om tot uitvoering van concrete maatregelen te komen, zoals bijvoorbeeld in het kader van de opvolging van de Eo Wijerspijs, de aanpak rond agrarische bouwkavels (4 pilots) en de Uitvoeringsprogramma’s in het kader van het Middengebied (inrichting korte ketens, vitaliteitsmanager). Echter vanuit onze rol als gemeente kunnen wij niet alles rechtsreeks beïnvloeden en oppakken. Daarom betrekken wij relevante stakeholders en belanghebbenden. Wezenlijke veranderingen kunnen alleen worden bereikt door deze samen aan te pakken. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 10.g Herbestemming VAB’s Vrijkomende agrarische bebouwing primair bestemmen voor alternatief agrarisch gebruik is, gezien het aantal te verwachten bedrijfsbeëindigingen in de komende jaren, goed maar niet erg realistisch. Deze bebouwing inzetten voor toerisme en recreatie is meestal niet gewenst, gezien de rust die we in het buitengebied willen bewaren, en de bestaande druk en overlast die reeds bestaand toerisme nu al oplevert.

Herontwikkeling voor permanente bewoning zou, gezien de woningbehoefte en meerdere andere redenen, de eerste prioriteit moeten krijgen. Gelet op de toenemende gronddruk en op het beheer en onderhoud van het landschap geven wij de voorkeur aan voortgezet agrarisch, tenminste als dat op een landschaps- en natuurvriendelijke manier kan. Het gebruik van de gronden is meestal direct verbonden aan de agrarische gebouwen. Andere functies dienen ook inpasbaar te zijn en de landschappelijke rust te respecteren. Daarom zetten wij een pilots op, ondersteunen wij de ontwikkeling van geschikte concepten en zetten wij vitaliteitscoache in. We willen gebiedsgericht sturen op de juiste functie op de juiste plek. Maatwerk is daarbij gewenst. Daarvoor pellen wij de casus af naar wat het meest gewenst en reëel haalbaar is.. Is sprake van monumentale of waardevolle bebouwing en zo nee, wat kan gesaneerd worden en is op deze te saneren plekken woningbouw gewenst of kan deze elders verzilverd worden (financiering sanering). Ons buitengebied is rijk aan agrarische opstallen en deze overwegend herbestemmen tot woningen leidt niet tot de gewenste invulling van onze woonopgave. Verwijzend naar onze lokale woonvisie zijn senioren, jongeren en sociale doelgroepen de meest urgente doelgroepen waarmee wij onze woningbouwopgave grotendeels willen invullen.

Solitair gelegen locaties in het buitengebied zijn veelal niet geschikt om woningbouw voor deze doelgroepen te realiseren. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 10.h Voorwaarden verbreding/neventak agrarisch bedrijf Tekst: ”Dit wel onder de voorwaarden dat deze activiteiten van ondergeschikte aard zijn, er geen zelfstandig bedrijf ontstaat met een nieuwe ruimtevraag, dit niet ten koste gaat van landbouwgronden en er voor de omgeving een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd blijft.” Maar in tegenstelling tot bovenstaande faciliteert de gemeente momenteel de omzetting van agrarische bedrijven naar recreatiebedrijven (zie: Heiweg 7 Vroelen.) SNG: Wenst dat voornoemde tekst consequent uitgevoerd wordt. Wat moet er aan deze nota toegevoegd worden zodat dit gebeurt? Daarbij vermelden: Megastallen op industriegebieden. Er is een onderscheid tussen verbreding van de activiteiten op een agrarische bouwkavel, dan wel het herbestemmen. In het eerste geval blijft de agrarische functie de hoofdfunctie, in het tweede geval verdwijnt de agrarische functie voor een andere functie. Vaak biedt omzetten naar een andere functie, zoals een toeristische functie ook kansen, zoals het verminderen van de stikstofuitstoot, verduurzamen van de kavel alsook bijvoorbeeld, het opruimen van oude stallen en gebouwen,.

Hierbij wordt voor wat betreft een toeristisch concept ook gekeken of het concept past in de doelstellingen van kwalitatief toerisme. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 10.i Impact toerisme

Tekst: “Uit het bewonersonderzoek uit 2018 in opdracht van de Provincie, door toerisme Zuid-Limburg Heuvelland-Maastricht: Eijsden-Margraten, blijkt dat de inwoner van Eijsden-Margraten over het algemeen positief staat ten aanzien van bezoekers/toeristen Een meerderheid van de ondervraagden vindt dat de gemeente toerisme moet bevorderen en ondersteunen. “ Commentaar: Het onderzoek is veel genuanceerder, deze algemene conclusie kun je op basis van de resultaten niet trekken. Er is weliswaar een kleine meerderheid (50-60%) die in 2018 meer positieve dan negatieve gevolgen van het toerisme zag, maar op onderdelen (verkeersoverlast) zagen mensen meer nadelen dan voordelen. Je kunt ook schrijven dat bijna 50% van de mensen zo langzamerhand meer negatieve gevolgen van toerisme ziet dan positieve. Bovendien zit de acceptatie van overlast door toeristen al jaren in een afnemende trend en roept zelfs de VVV op tot actie om verdere afkalving van steun en tolerantie onder de lokale bevolking tegen te gaan. SNG: Eijsden-Margraten is onderdeel van het Heuvelland. Het toerisme en de recreatie is voorbij de grens van het acceptabele voor bewoners en leefomgeving. Dit vraagt om zeer zorgvuldig intergemeentelijk beleid, waarbij overlast voor bewoners teruggedrongen en de landschappelijke schade verminderd dient te worden.

Hierbij dient niet alleen de vraag beantwoord te worden welke toeristische ontwikkelingen nog mogelijk zijn, maar ook de vraag of er nog wel toeristische ontwikkelingen plaats kunnen vinden. Wij onderkennen de toenemende spanning tussen toerisme en evenementen en omgevings- en leefkwaliteit. Door gebiedsgericht te werken, en waar mogelijk activiteiten te prioriteren (keuzes maken) en te verdelen willen we deze balans zo goed mogelijk bewaken en verbeteren. We doen dit samen met de Middengebied gemeenten. In het uitvoeringsplan rond toerisme is aangegeven dat we daarbij onder meer met de inzet van een vitaliteitscoach zoeken naar verdienmodellen gebaseerd op kleinschaligheid en landschapsvriendelijkheid. We spelen zoveel mogelijk in op doelgroepen die passen bij de waarden, zoals bijvoorbeeld bezinningstoeristen. De gemeenteraden van de lijn 50 gemeenten Vaals, Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten hebben alle drie een motie aangenomen omtrent de toeristisch-recreatieve verkeersdrukte in het Heuvelland. De motie van de gemeente Gulpen-Wittem is het vergaands en wordt dus als leidend gezien. De inwoners is het Heuvelland ervaren veel overlast van de hoeveelheid verkeer, het geluid en het gedrag van het toeristisch recreatieve verkeer. Dit zou minder moeten zijn.

Daartegenover staat dat de toeristisch recreatieve sector in dit gebied voor veel werkgelegenheid en inkomen zorgt ook bij de agrarische sector die een boerderijcamping of vakantie appartementen erbij exploiteren. Het is dus de taak van de projectgroep en de stuurgroep om maatregelen te treffen om het toeristisch recreatieve verkeer en de toeristische sector in goede balans met elkaar te krijgen. Hiertoe is een plan van aanpak vastgesteld en worden samen met de stakeholders maatregelen aangedragen die dit doel zullen moeten bewerkstelligen. Wat de maatregelen zijn, is op dit moment geheel onduidelijk. We streven voor het toeristisch seizoen het zogenaamde laaghangend fruit te oogsten, maar gelet op de zorgvuldigheid van het proces op langere termijn met adequate en gedragen maatregelen te komen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 10.j Borging kwaliteit ipv kwantiteit Ondanks het gestelde heeft de gemeente het afgelopen jaar op vele plekken (Moerslag, Mesch, Bemelen, Gasthuis, Noorbeek) initiatieven en uitbreidingen toegestaan die hoofdzakelijk meer van hetzelfde zijn, en geen versterking van de landschappelijke en natuurwaarden in dit gebied realiseren of zelfs maar beogen. Het hier geschrevene biedt geen enkele hoop dat dit in de toekomst beter zou worden.

SNG: Gezien het beleid tot nu toe, wenste de SNG striktere toepassing van voorgesteld beleid. Hoe kan dat in de richtinggevende uitspraken van deze nota vastgelegd worden? We nemen kennis van deze opvatting over de toegestane initiatieven. We tekenen daarbij aan dat het buitengebied niet alleen ruimte biedt voor groene functies. Wel moet er gebiedsgericht worden gekeken welke functie het best op welke plek kan en moet er een goede balans zijn. Een van de kernwaarden is niet voor niets ondernemen in het buitengebied. Deze is gericht op de toekomst en bevat een nieuwe koers. Los daarvan is de ruimte voor deze ontwikkelingen in oudere bestemmingsplannen vastgelegd en kunnen deze niet zomaar ongedaan worden gemaakt.

Bij de concrete uitwerking in het omgevingsplan zullen wij de exacte scherpte van onze beleidsregels bepalen. Uitgangspunt daarbij is een landschapsinclusief omgevingsbeleid. Daarmee bedoelen wij dat aan de voorkant van een ontwikkeling wordt afgewogen of deze op een bepaalde locatie wenselijk is. Per saldo dienen natuur en landschap verbeterd te worden. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 10.k Scherpere formulering gebiedsgericht beleid 3.2 Richtinggevende uitspraken. Blad 23. Tekst: “Zonder ons gebied op slot te willen zetten, onderzoeken we welke instrumenten we kunnen inzetten zodat we alleen nog mee werken aan evenementen die gerelateerd zijn aan onze eigen identiteit, en verbonden zijn met het karakter van de streek. We bekijken gebiedsgericht welke gebieden wel en niet nog belast kunnen worden.” Commentaar: Wellicht zijn de bedoelingen van deze tekst goed, maar ze bieden toch weer alle mogelijkheden om de deur voor ongewenste initiatieven wagenwijd open te zetten. Dit onderwerp vraagt ook om een intergemeentelijk beleid. SNG: In overleg met buurgemeenten en bewoners/organisaties toelaatbare evenementen duidelijk vast leggen in een protocol. Zie hierover ons antwoord onder punt 10.i hierboven.

Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 10.l Scherpere inkadering bouwen woningen in buitengebied 4. Wonen. 4.2 Richtinggevende uitspraken. Blad 25. Tekst: “Wonen in ons buitengebied blijft in principe beperkt tot bestaande kernen, gehuchten, lintbebouwing en solitaire woningen (zowel bedrijfswoningen bij agrarische bebouwing als in het verleden toegestane burgerwoningen).“ Commentaar: Als je goed leest dan kan in feite alles in het buitengebied toegelaten worden. Ook in Eijsden-Margraten zijn woningen ontstaan op ongewenste plekken in het buitengebied. Zeker met begrippen als “in principe” uit deze zin. Deze kwalificatie maakt het geheel weer boterzacht, zeker zonder harde en concrete richtlijnen. Ga er in principe (=grapje) van uit dat elke nieuwe bebouwing in het buitengebied een aantasting is van de open ruimte die gekoesterd dient te worden. Ook hier geldt dat er sprake is van een gevoelige balans en wel tussen landschap en natuur en leefbaarheid in de kernen. Daardoor is wellicht een beperkte uitbreiding bebouwing aan randen nog nodig ten opzichte van het “echte” buitengebied, dat we zoveel mogelijk willen vrijhouden van burgerwoningen. Wij zullen de kaders bij de uitwerking concretiseren in het kader van de vaker genoemde gebiedsgerichte benadering.

Zoals ook hierboven aangegeven: Bij de concrete uitwerking in het omgevingsplan zullen wij de exacte scherpte van onze beleidsregels bepalen op basis van landschapsinclusiviteit. Ik vind deze laatste zin vaag. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 11. Inwoner, bij email van 5 november 2020 In aanvulling op mijn brief aan U van 18 augustus 2020. 11.a Naamgeving Mergelland Ik verzoek U om te overwegen om aan het Buitengewoon Buitengebied van Uw gemeente de naam Mergelland te geven. Die naam is al in de hele omgeving , ook internationaal en in de literatuur bekend. Ook in de toeristenindustrie is deze naam gebruikelijk en eveneens in de ecologie en cultuurwereld. De naam sluit ook aan bij het plaatselijk gebruik van de bewoners. Wij vinden dit een sympathiek idee, maar ook bijvoorbeeld de naam, Krijtland en Heuvelland komt vaak voor. Dit wijst eigenlijk op een groot gedeelte van Zuid-Limburg ( zowel ondergrond als gebouwen). Met de naam Buitengewoon Buitengebied, wilde wij aan dit proces een naam meegeven. Een proces

dat de richting moet bepalen voor het Buitengebied Eijsden-Margraten. Om die reden willen wij deze naam ook richting toekomst voor dit proces blijven gebruiken. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 11.b Stikstofprobleem Helaas wordt ons Mergelland ernstig bedreigd door het neerslaan van stikstof in allerlei soorten verbindingen en ook andere chemische stoffen uit de lucht afkomstig van de industrie ten Zuidwesten van ons gebied via de verkeersstromen door het Maasdal en uit de landbouwindustrie. Er dreigt bovendien de vestiging van een nieuwe niet duurzame energiecentrale direct ten zuiden van Eijsden die naast de stikstofdepositie een extra bedreiging zal zijn voor het klimaatakkoord door de uitstoot van grote hoeveelheden koolstof in de atmosfeer van deze regio. De cementindustrie zorgt immers voor een enorm hoge koolstofdioxide uitstoot in onze atmosfeer die de opwarming van onze atmosfeer zal versnellen. Omdat dit eigenlijk een afvalprobleem is van de grootschalige industriële veeteelt zou het wellicht een betere werkwijze zijn om deze afvalstromen eerst via de chemische industrie, via een soort stikstofbindingsbedrijf, te laten verwerken tot droge basisstoffen die dan in controleerbare, juiste en gedifferentieerde doseringen op de akkers gebracht kunnen worden conform de Europese richtlijnen.

Misschien kan het Limburgse DSM hierin een rol in spelen. Dit zou in het vervolg ook prima kunnen gebeuren met de dierlijke mest, bijvoorbeeld via een zuigperssysteem dat de vloeibare mest naar een recyclefabriek kan aanleveren. Dan zijn er ook geen tankwagens meer nodig die eerst langs bedrijven moeten rijden en vervolgens door het Mergelland over smalle onverharde wegen om de mest op het land daar ongedifferentieerd op kwaliteit uit te spreiden. Wellicht kan de gemeente via een valide vergunningen systeem, met als norm de uitspraak van de Hoge Raad over de maximale stikstofdepositie, dan echt zorgen voor een controleerbaar systeem. Los van de kosten die hier waarschijnlijk mee gemoeid zijn, kunnen wij vanuit onze rol positie hier geen directe invloed op uitoefenen. Vanuit het Rijk wordt, naar aanleiding van verontrustende rapportages over de achteruitgang van natuur en biodiversiteit en verslechtering van de luchtkwaliteit, zwaar ingezet op beperking van onder meer stikstofuitstoot door onder andere de landbouw. Wij willen als gemeente ook de noodzakelijke omslag stimuleren en faciliteren. Daarbij is het zaak maatwerk te betrachten en zoveel mogelijk win-win te realiseren. Op termijn streven we voor de meest kwetsbare gebieden via een gebiedsgerichte aanpak naar een herverdeling van functies en grondgebruik.

Trajecten zoals de Eo Wijersprijs en het doorlopen van pilots helpen om innovatieve manieren te vinden om hier concrete invulling aan te geven. Het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen voor agrarische bedrijven (bijvoorbeeld voor natuur- en landschapsbeheer) maakt daar ook onderdeel van uit. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 11.c Betrekken van wetenschappelijke literatuur over b.v glyfosaat gebruik en gevaar virusoverdracht van dier op mens en van input deskundigen en betrokkenen Wat ook een probleem is voor de kwaliteit van de bodem en het grondwater, later drinkwater, is het massale gebruik van glyfosaat om alle planten te doden voordat een nieuw gewas wordt ingezaaid. Ook het massale gebruik van insecticiden is een groot probleem voor heel veel insecten, waaronder vele die moeten zorgen voor bestuiving en andere het voedsel vormen voor insectenetende vogels zoals de boerenzwaluw. Op die manier wordt de hele ecologische opbouw van de natuur ontregelt en verdwijnen allerlei vogelsoorten massaal. Niet alleen verdwijnen er veel planten- en diersoorten, waarvan slechts een deel wettelijk beschermd is, maar ook mensen hebben last van het verdwijnen van natuur, door de ontregeling van de ecologie en een toename van het grootschalig produceren van voedsel door industrieën die daarvoor dieren exploiteren.

Ziekten als de coronagriep, maar ook de Q koorts, sarsgriep, vogelgriep, varkenspest, malaria, knokkelkoorts, gekke koeienziekte, mond-en-klauwzeer, pest, hiv , ebola en vele andere zoönosen, komen bij mensen terecht door virussen die snel muteren, bacteriën die resident worden, via prionen door het eten van besmet vlees, omdat hun eigenlijke gastheer in de natuur bijna uitgestorven is. Bijgaande literatuur beschrijft hoe dit steeds maar verder gaande aftakelingsproces van de natuur en het ecologisch systeem een grote negatieve invloed heeft op de menselijke gezondheid en economie, zie de bijgevoegde literatuur daar over. Dat dit proces gestopt moet worden

komt nog nauwelijks voor in beleidsvisies van de overheid. Dat is wel nodig om deze ontwikkeling te stuiten. Tot slot verzoek ik U om de vele vrijwilligers die in Uw gemeente uit betrokkenheid opkomen voor een gezonde natuur van het Mergelland bijvoorbeeld door het doen van inventarisaties van de nog aanwezige flora en fauna en het publiceren daarvan , zie mijn vorige brief, en ook praktisch, door het onderhouden van biotopen, zoals hoogstamboomgaarden, poelen voor amfibieën, zorgen voor nestgelegenheid, het organiseren en beschrijven van wandelingen en houden van lezingen, het schrijven van brieven bij inspraak mogelijkheden, en zo een grote bijdrage leveren aan de natuurbescherming. Als dit opgenomen wordt in Uw visie kan dat leiden tot meer motivatie en samenwerking met Uw beleid en Uw uitvoerende activiteiten. Wij herkennen de problematiek die beschreven wordt . Wij nemen alle ingebrachte adviezen en wetenschappelijke literatuur ter harte. Daar waar nodig en nuttig betrekken wij deze bij de nadere uitwerking Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 11d. Betrekken schooljeugd bij natuurbescherming Hopelijk wilt U ook de jeugd rechtsreeks via de scholen benaderen met uitdagende projecten die leiden tot een groeiende motivatie tot deelname aan de natuurbescherming. Natuurbescherming doen we vooral voor hun toekomst.

Zeker, daar zijn we ook mee bezig. We werken hiertoe samen met het IKL en het IVN. Het IVN organiseert de aanleg van een aantal Tiny Forest. Zo is er een bij de basisscholen in Gronsveld, St. Geertruid, Cadier en keer en Eijsden. Mogelijk komt er volgend jaar nog een bij Maurice Rose in Margraten. Het IKL organiseert ieder jaar voor iedere school een werkdag in de natuur. Onder begeleiding van een instructeur gaan de kinderen aan de slag in een landschapselement met het uitvoeren van beheer. Daarbij krijgen ze uitleg over de werkzaamheden en het belang voor de biodiversiteit, maar het is vooral “doen”. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 11.e Samenwerking De geboden inspraakgelegenheid over de vormgeving van het beleid ten aanzien van ons Mergelland was een goede start om samen na te denken hoe de grote lijnen van het werken aan een duurzame samenleving vorm gegeven kan worden, in steeds betere samenwerking met regionale organisaties als Grueles, IVN, VTN Cadier en Keer, Koninklijk Natuurhistorisch Genootschap Limburg, CNME Maastricht en Regio, IKL, Natuurbalans-Limes Divergens, enzovoort, zie nogmaals mijn schrijven van 18 augustus. Dat vinden wij goed om te horen en te constateren.

Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 11.f Aanvulling rode lijst De nieuwe Rode Lijst van Nederlandse zoogdieren noemt nu naast Eikelmuis, hamster en hazelmuis nu ook het konijn en de haas. Uit onderzoek is gebleken dat deze vroeger zeer algemene soorten zoogdieren van het akkerland ook bedreigd zijn geraakt en nu op de Rode Lijst staan. Deze informatie zou ik nog graag aan mijn gisteren ingediende reactie op het projectplan Buitengewoon Buitengebied willen toevoegen, omdat er nog een aantal soorten opstaan die in het betreffende gebied aan het verdwijnen zijn. Wij voegen deze informatie toe aan de stukken in het dossier en betrekken deze waar nodig bij de verdere uitwerking.

Verder heeft inspreker ons bij aanvullend email van 4 november 2020 nog gewezen op de berichtgeving door de NOS op 4 november 2020 over de oproep van Frank Elderson, directeur toezicht bij de Nederlandse Bank aan banken, verzekeraars, en pensioenfondsen om een biodiversiteitsverplichting aan te gaan. Wij nemen met belangstelling kennis van deze oproep. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 12. College van burgemeester en wethouders van de gemeenten Gulpen-Wittem, bij brief van 4 november 2020, ontvangen 5 november 2020 12.a Met belangstelling hebben wij kennis genomen van het document richtinggevende uitspraken buitengewoon buitengebied. Allereerst willen wij benadrukken dat uw traject Buitengewoon Buitengebied onze bijzondere aandacht heeft. Niet alleen het proces dat u heeft gevolgd c.q. volgt om uiteindelijk te komen tot een gedragen visie is ook voor onze gemeente bijzonder inspirerend en leerzaam, maar ook de vraagstukken / opgaven die in het buitengebied spelen zijn ook voor ons heel herkenbaar. Zoals u bekend werken wij momenteel ook binnen “lijn-50” samen aan een omgevingsvisie. In deze omgevingsvisie zullen, in relatie tot het buitengebied, veelal dezelfde vraagstukken wederom aan de orde zijn.

Uw visie (in wording) buitengewoon buitengebied vormt daarmee reeds waardevolle input voor onze omgevingsvisie en kan straks als een van de bouwstenen worden ingebracht. Welke elementen / onderdelen daarvan uiteindelijk ook in de gezamenlijke omgevingsvisie landen en welke onderdelen specifiek voor Eijsden-Margraten zullen gelden (onder het mom van “couleur locale”) is uiteindelijk aan de gemeenteraden te bepalen. Wij wensen u veel succes met de afronding van uw traject en kijken met belangstelling uit naar de definitieve versie van de visie buitengewoon buitengebied. Wij bedanken het College voor de waardering en onderschrijven dat deze visie (het Manifest) waardevolle input vormt voor onze gezamenlijke omgevingsvisie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=a4aaf4f8-b6e7-4f12-abd1-1aabadd76a61