CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20210308 04d Bijlage Geanonimiseerde nota reacties richtinggevende uitspraken.docx

Beeldvormende vergadering 8 maart 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raadsvoorstel Manifest Buitengewoon Buitengebied17.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 2 Bij het Raadsvoorstel Manifest Buitengewoon Buitengebied: Nota Reacties Richtinggevende uitspraken Buitengewoon Buitengebied Het Concept document Richtinggevende uitspraken Buitengewoon Buitengebied heeft vanaf 8 oktober tot en met 4 november 2020 digitaal ter inzage gelegen. Tijdens deze periode konden reacties ingediend worden. Er zijn binnen deze termijn 12 reacties ingediend. De reacties zijn samengevat (schuin gedrukt) weergegeven en vervolgens beantwoord. Dat de ingediende reacties samengevat zijn weergegeven, betekent niet dat die onderdelen van de reacties, die niet expliciet zijn genoemd, niet bij de beoordeling zijn betrokken. Bij de beoordeling is rekening gehouden met de volledige inhoud van de ingezonden reacties. Onder elke reactie wordt vervolgens aangegeven of deze leidt tot een aanpassing in het document Richtinggevende Uitspraken. Deze nota maakt onderdeel uit van de door de raad van de gemeente Eijsden vastgestelde besluit over het Manifest Buitengewoon Buitengebied. Reacties: 1. Arvalis, bij brief van 21 oktober 2020, ontvangen 28 oktober 2020 namens de heer M.M.A. Waterval, eigenaar van de Stal Kerenshof te Eijsden. 1.a Bedrijfslocatie binnen groenblauwe mantel De bedrijfslocatie is per abuis in de groenblauwe mantel ingetekend. De provincie is verzocht om deze omissie te herstellen.

De provincie heeft soortgelijke verzoeken naast zich neergelegd met de argumentatie dat de POL/POVI kaart slechts indicatief is en niet gebruikt wordt om beleid op detailniveau uit te werken. Verzocht wordt om de gebiedsgerichte aanpak (tenminste voor de locatie van de heer Waterval), niet te baseren op de indicatieve POL/ POVI kaarten. Wij staan een gebiedsgerichte aanpak voor en zullen ons daarbij mede moeten baseren op provinciaal en rijksbeleid, immers het beleid van de gemeente kan daarmee niet in strijd zijn. Bij de verdere concretisering wordt op locatie niveau ingezoomd. Wellicht dat dan ook al duidelijk is of de provincie deze veronderstelde omissie heeft gecorrigeerd. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het document richtinggevende uitspraken. 1.b Visie paardenhouderij Het bedrijf biedt burgers gelegenheid om paarden op een diervriendelijke manier te stallen, is zó circulair dat zelfs de mest gebruikt wordt voor de productie van voeding (substraat voor champignonteelt) en de landschappelijke inpassing is niet beperkt tot het erf, maar geïntegreerd op de volledige huiskavel. In de paardenhouderij is het een uitdaging om de paarden zo natuurlijk mogelijk te houden en daarbij maximaal comfort en bescherming te bieden.

Binnen het huidige bestemmingsplan wordt deze ruimte wel geboden aan hobbymatige paardenhouders, maar niet/ onvoldoende aan professionele paardenhouderijen. Verzocht wordt om alsnog een visie omtrent het houden van paarden op te stellen en ruimte / maatwerk te bieden waar nodig. Ontwikkelingen en initiatieven die bijdragen aan het behoud en versterking van het landschap, niet leiden tot overlast in de omgeving en gericht zijn op een gesloten kringloop ondersteunen wij. Behandeld door Bijlage(n) Documentnr.

: Mevr. Julie Starren - Stevens : Geen :

*Z05F5B773A

Ons kenmerk

: Z/17/069183/480086

In beginsel zien wij dan ook kansen in vormen van agrarische bedrijfsvoering zoals bijvoorbeeld paardenhouderijen en wijnteelt. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het document richtinggevende uitspraken 2. Inwoner buurgemeente, bij email van 3 november 2020, 2.a: definities De term “extensieve, emissiearme landbouw” is een contradictie. Bij extensieve landbouw is de emissie per kg geproduceerd voedsel per definitie hoger als bij gangbare landbouw vanwege een lagere efficiëntie en groter grondgebruik. In de context van de richtinggevende uitspraken doelt de term “extensief” op de effecten op de omgeving. Wij willen met een gebiedsgerichte aanpak en met inzet van instrumentarium, zoals gronden pacht beleid, onderzoeken hoe wij kwetsbare gebieden kunnen ontlasten. Ook stimuleren wij ondernemingsvormen die minder impact op natuur- en landschap hebben. Naar aanleiding van deze reactie wordt de tekst van het document Richtinggevende Uitspraken als volgt aangepast: Pagina 11 “…maar ook extensieve (omgevingsvriendelijke), emissiearme landbouw (stikstof vermindering) of andere passende economische functies.” Pagina 12 “ …maar ook extensieve (omgevingsvriendelijke), emissiearme landbouw of andere passende economische functies.”” 2.b Duurzaam grasland In het manifest wordt opgeroepen tot het behoud van landschapselementen (waaronder hoogstam) en duurzaam bodembeheer.

Blijvend grasland is een van de beste manieren van duurzaam bodembeheer. In Zuid-Limburg wordt een aanzienlijk areaal blijvend grasland met zoogkoeien beheerd. De oproep om minder vlees te produceren betekent een afname van grasland en hoogstam. Gezien er in Zuid-Limburg (bijna) geen vleesproductie middels intensieve veehouderij is, hoeven hier ook geen richtinggevende uitspraken over te worden gedaan. Een richtinggevende uitspraak om meer lokaal geproduceerd rundvlees te eten, zou wellicht beter passen bij het behoud van ons prachtige landschap. Kleine landschapselementen zorgen er voor dat de biodiversiteit toeneemt, maar ook voor een aantrekkelijk beeld van ons landschap. Deze willen wij daarom ook graag beschermen. Het stimuleren van streekproducten en korte ketens hebben wij reeds als onderdeel van de richtinggevende uitspraken opgenomen. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het document richtinggevende uitspraken. 2.b Bescherming landschapselementen Bescherming van landschapselementen is niet nodig en kan zelfs averechts werken. Aanbevolen wordt om een verkenning te maken of bescherming noodzakelijk is, omdat veel is aangeplant de afgelopen 15 jaar en weinig gerooid. Een beschermende status zou betekenen dat de elementen niet zonder meer kunnen worden verwijderd, en dus een permanent karakter krijgen.

Dit heeft direct een waardedrukkend effect op de onderliggende landbouwgrond.Het effect hiervan is dat niemand meer vrijwillig landschapselementen zal gaan aanleggen. Het is niet zozeer de gemeente, maar de gehele samenleving die -getuige de input tijdens de vele sessies-, vraagt om bescherming van landschapselementen. Onlangs is opdracht gegeven om de landschapselementen te inventariseren, te karteren en te digitaliseren. De kaart zal onderdeel gaan uitmaken van het omgevingsplan, dat nog moet worden vastgesteld. Wij willen het behoud en de bescherming van het landschap voorop stellen en niet afhankelijk laten van de goede wil van grondeigenaren en gebruikers. Een beschermde status kan daar onderdeel van

uit maken.Tegelijk gaan wij op zoek naar verdienmodellen of financieringen om het beheer van landschap(selementen) duurzaam veilig te stellen. Op deze wijze wordt dat beheer aantrekkelijk voor landbouwers en grondeigenaren en snijdt het mes aan twee kanten. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 3. Inwoner uit Margraten, bij email van 28 oktober 2020 3.a Waardering Waardering voor uw notitie. Daarnaast toch nog een enkele opmerking over het totale pakket. Hoop overigens dat het niet in een lade verdwijnt. Wij danken inspreker voor de waardering en spreken wij zullen ons inspannen om de gekozen koers daadwerkelijk ten uitvoer te leggen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 3.b Wetenschappelijke en deskundige input Kan niet meer gebruikt gemaakt worden van wetenschappelijke/praktische ondersteuning van bijvoorbeeld de Universiteit Wageningen. Daar worden/zijn al heel wat “wielen” uitgevonden. Daarnaast ook met natuur beheer verenigingen, hoewel die het ook niet altijd met elkaar eens zijn. Wij zullen bij de verdere uitwerking/aanpak zeker gebruik maken van beschikbare wetenschappelijke en deskundige input, zoals vanuit de overheidssector en vanuit andere sectoren, waaronder ook natuurverenigingen.

Waar nodig zullen wij ook wetenschappelijke gegevens en onderbouwing betrekken, omdat zoals ook gesteld wordt er al heel wat “wielen” zijn uitgevonden. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 3.c Zonnepanelen Gebruik van landbouw -/ natuur grond voor zonnepanelen lijkt mij niet acceptabel zolang er veel gebouwen nog niet mee voorzien zijn. Momenteel loopt in het kader van energieopwekking ook de Regionale Energie Strategie (RES). Zestien Zuid-Limburgse gemeente, het Waterschap Limburg en de Provincie Limburg werken samen om tot komen tot een bod, dat op 1 juli 2021 bij het rijk moet worden ingediend. Binnen onze gemeente wordt daarom komende periode gewerkt aan een beleidskader zonne- en windenergie. Dit stelt de gemeente in staat om objectieve uitgangspunten en criteria te formuleren die bepalen of, waar, en onder welke voorwaarden zonne- en windenergie ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Een participatief traject hiervoor is opgestart en inbreng kan geleverd worden. In deze richtinggevende uitspraken lopen wij niet vooruit op de uitkomsten hiervan. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 3.d Ecologische aanpak landbouw Uit de nota spreekt niet echt een actieve aanpak naar een meer ecologische aanpak van het boeren bedrijf.

Onder de pijlers om te komen tot een duurzame, landschapsvriendelijke landbouw, valt ook de ecologische aanpak. Ook wel circulaire of kringlooplandbouw genoemd. Wij stimuleren dit door agrariërs in contact te brengen met succesvolle projecten in den lande en door deskundigheid op dit gebied beschikbaar te stellen. In dat kader stimuleren en ondersteunen wij ook trajecten die leiden tot meer biodiversiteit (zoals bloeiende akkerranden, bomenaanplant en agrarisch natuurbeheer). Daarnaast willen we in het Middengebied de resultaten van de Eo Wijersprijs ontwerpen voor onze opgave “anders boeren” verder oppakken in de vorm van een gebiedspilot. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken.

3.e Verkeer Aanleg van betere/ bredere fietspaden en verbod op veel gemotoriseerd verkeer (scooters en uitbouwsels daarvan) door het heuvelland zou eveneens prioriteit moeten hebben om de leefbaarheid voor allen te kunnen blijven garanderen. Dit punt is inderdaad van belang. Het leeft bij vele inwoners, getuige de vele reacties in dit traject. De gemeenteraden van Vaals, Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten hebben alle drie een motie aangenomen omtrent de toeristisch-recreatieve verkeersdrukte in het Heuvelland. Hiertoe is een plan van aanpak vastgesteld en worden samen met de stakeholders maatregelen aangedragen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4. Maatschap Steinbusch & Lacro-i-Agro Boerderijrecreatie & Educatie, gemengd agrarisch bedrijf, te Sint Geertruid, bij email van 4 november 2020. 4.a Status Verontrustend is dat deze richtinggevende uitspraken de juridische status van beleidsuitspraken zullen hebben. Het betreft in het document vooral een opsomming aan uitspraken verzameld tijdens het participatie-traject, waarbij experts/deskundige uitspraken en die van burgers of ondeskundigen op bepaalde thema’s kris kras door elkaar lopen.

Het is dan ook zaak dat uitspraken op juiste waarde worden ingeschat en zodanig ook gepositioneerd worden, op basis van realiteitszin, deskundigheid en vanuit een hoger en breder perspectief gezien. De kansen en bedreigingen, zoals ingebracht tijdens de sessies eind 2018, zijn in kaart gebracht. Vervolgens is gekeken naar welke dilemma’s dit oplevert en welke richting wij op zouden moeten. Dit is neergelegd in een concept met Richtinggevende uitspraken. Dit is wederom gepeild bij een grote groep mensen in de samenleving, waaronder ook deskundigen. Met deze richtinggevende uitspraken geven we de richting aan die voor ons Buitengebied wordt voorgestaan en die nader beschreven zal worden in de op te stellen Omgevingsvisie. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4 b. Kernwaarde kleinschaligheid We schrikken van de formulering van de gezamenlijke waarden van het middengebied op blz. 7. “Kleinschaligheid: Fijnschalig, met de mogelijkheid om vele bloemen te laten bloeien, inzetten op verscheidenheid aan mogelijkheden”. De connectie bloemen laten bloeien en kleinschaligheid is volstrekt onhelder en het verband kunnen wij niet echt plaatsen.

De Middengebied gemeenten, te weten Beekdaelen, Stein, Meerssen, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal, Simpelveld, Vaals, Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten, hebben professor Soete in 2019 verzocht om een verdiepend onderzoek uit te voeren naar de economische structuurversterking en strategische ontwikkelvisie voor de 9 gemeenten. In het rapport Van Groen hart tot Groene long, Strategisch actieplan Middengebied Zuid-Limburg, februari 2019, wordt gesteld dat de economische ontwikkeling van het Middengebied gericht moet zijn op het behoud van kwaliteit, duurzaamheid en kleinschaligheid. Voor wat betreft landbouw is de ambitie om toe te werken naar een landbouw die zich vernieuwd, in nieuwe uitdagende richtingen: kleinschaligheid, klimaatadaptie, precisielandbouw, korte afzetlijnen. De ambities uit dit actieplan zijn vertaald naar uitvoeringsactiviteiten, die zijn neergelegd in het Uitvoeringsprogramma. Leidend thema in de Uitvoeringsprogramma is: Groots in kleinschaligheid, hetgeen zich manifesteert in de kernwaarden kwaliteit, kleinschaligheid en innovatie. Het uitvoeringsprogramma kent vier pijlers waarop deze kernwaarden van toepassing zijn, te weten: landbouw en landschap, duurzaamheid, toerisme van de toekomst en vitale samenleving. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.c Schaalvergroting

Een groter gevaar dan schaalvergroting is dat er geen nieuwbouwplannen meer komen, wat betekent dat er geen toekomstperspectief meer is en agrariërs stoppen, met alle gevolgen van dien: Vervallen loodsen /schuren/gebouwen, verloedering van gebouwen en landschapselementen, verlies van landbouwgrond doordat andere partijen woningbouw, natuur, energiemaatschappijen en investeerders de grond graag willen. Het fenomeen, dat bijvoorbeeld in de melkveehouderij speelt, van grondgebondenheid, zorgt er in nabije toekomst voor dat een redelijk deel van huidige melkveehouders meer grond nodig zal hebben. Grond die niet beschikbaar is en waar door vele partijen op geaasd wordt. Schaalvergroting in de landbouw zet nog steeds door, omdat kostprijsbeheersing nog altijd een manier is om een rendabele bedrijfsvoering in stand te houden ( Doorkijk 2030 LLTB, Moderne landbouw in een kleinschalig landschap, p. 15). Deze ontwikkeling zou te beïnvloeden zijn door innovatieve vormen van landbouw met goede verdienmodellen alsmede, financieringsbronnen voor natuur- en landschapsbeheer en door het stimuleren van streekproductie. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.d Natuurbuffers Blz 11. Nationaal programma voor landelijk gebied vanuit het Rijk. Hier wordt gerefereerd naar bufferzones rondom natura 2000 gebieden.

Het is belangrijk dat er ruimte blijft voor agrarische functies ook direct rondom natura-2000 gebieden. Wij zijn al jaar en dag bezig met en zoekende naar een duurzame en milieuvriendelijke werkwijze in de nabijheid van natuur. Maar transities en veranderingen moeten met kleine stappen en goed doordacht genomen worden. Daar is ervaring, opdoen expertise en kennis, raadplegen onderzoeken en wetenschap én bovenal een gezonde financiële bedrijfsbasis voor nodig. Vele dieren en insecten maken gewoon gebruik van, en leven al in onze boomgaarden. Als zodoende mogen ons inziens onze boomgaarden reeds als perfecte overgangszones gezien worden. Vanuit het Rijk wordt, naar aanleiding van verontrustende rapportages over de achteruitgang van natuur en biodiversiteit en verslechtering van de luchtkwaliteit, zwaar ingezet op beperking van onder meer stikstofuitstoot door de landbouw. Daarbij is maatwerk nodig om zoveel mogelijk win-win te realiseren. Op termijn streven we voor de meest kwetsbare gebieden via een gebiedsgerichte aanpak naar een andere toedeling van functies en grondgebruik. Trajecten zoals de Eo Wijersprijs en het doorlopen van pilots helpen om innovatieve manieren te vinden om hier concrete invulling aan te geven. Het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen voor agrarische bedrijven (bijvoorbeeld voor natuur- en landschapsbeheer) maakt daar ook onderdeel van uit.

Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.e Instrumenten en regels Mooi dat u aangeeft dat het bestaande instrumentarium, zoals ruimtelijke instrumentarium, emissierechten, gebiedsvisies en grondinstrumentarium, aan vernieuwing toe is. Echter is dit niet iets wat op gemeentelijk niveau zal kunnen worden opgelost. Er zijn regels en instrumenten op rijksniveau, maar ook op gemeentelijk niveau kunnen wij zaken oppakken. Zo willen wij onderzoeken hoe wij ons grondinstrumentarium anders zouden kunnen inzetten. Ook de provincie is hier mee bezig. Het is juist dat instrumenten en regelgeving voortdurend in beweging en erg complex zijn. Als gemeente willen wij onder meer via concrete pilots helpen om hier vanuit de praktijk en samen met stakeholders ( andere overheden, bedrijfsleven en wetenschap) meer lijn in te krijgen, hetgeen wellicht ook leidt tot aanpassingen in instrumentarium. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.f Landschapselementen Blz. 12 authentieke landschapselementen. Graag willen we u op het hart drukken dat u vooral ook geld vrijmaakt en reserveert voor het onderhoud van de elementen.

Blz. 13 Zeer verheugd over voornemen tot onderzoeken, maar onderzoeken naar structurele inzet van middelen voor aanleg en onderhoud flora en faunastroken staat al héél lang op agenda’s van gemeenten. Graag gaan voor “géén woorden, maar daden. Onlangs is opdracht gegeven om de landschapselementen te inventariseren, te karteren en te digitaliseren. De kaart zal onderdeel gaan uitmaken van het omgevingsplan, dat nog moet worden vastgesteld. Wij erkennen de noodzaak van het aanboren van nieuwe financiële middelen en verdienmodellen voor het beheer en onderhoud van ons landschap. Wij streven daarom naar het ontwikkelen van duurzame beheermiddelen. Mits er een verdienmodel onder kan worden gelegd, en met de juiste begeleiding, zouden agrariërs hier een rol in kunnen spelen. Hierbij hebben we samenwerking met andere partijen nodig, zoals de provincie. Wij zullen deze actief benaderen en betrekken bijvoorbeeld door pilots op te zetten om hiermee te experimenteren. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.g VAB’s Wij vragen ons af waarom dit zo een belangrijk thema is. Indien boer niet meer kan boeren vind hij heus een gepaste koper, hetzij collega-boer, hetzij investeerders, hetzij energiemaatschappij, hetzij andere kapitalist.

De verwachting is dat, door het beëindigen van een groot aantal agrarische bedrijven in de nabije toekomst, veel (soms monumentale) bebouwing zonder functie komen te staan. Dergelijke gebouwen zullen zonder gerichte maatregelen vaak niet meer goed onderhouden worden. Dat kan, bijvoorbeeld door verloedering en ondermijnende activiteiten, een forse impact hebben op de kwaliteit van het landschap en op de leefkwaliteit. We willen inzicht krijgen in wat waar vrij is en bijv. door een andere agrariër gebruikt kan worden. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.h Landbouwgrond Blz.17 2.Landbouw U geeft aan dat agrarische gronden gaan vrijkomen en suggereert dat deze kunnen worden ingenomen voor nieuwe functies. Echter indien we willen gaan voor extensiveren, en wanneer grondgebondenheid een nieuwe eis wordt voor melkveehouders, dan is grond hard nodig om de bijvoorbeeld huidige melkveebedrijven of gedeelte ervan bestaansrecht te kunnen garanderen. De vrijkomende grond zou niet te makkelijk moeten worden verdeeld over de nieuwe ruimtevragers. Zoals wij hierboven bij onze reactie onder 4.c hebben aangegeven, is schaalvergroting onze zorg bij vrijkomende agrarische grond. Daarom zoeken wij naar alternatieve invullingen.

Vanzelfsprekend is dit ook hernieuwd agrarisch gebruik zijn, mits dat duurzaam is, passend in de omgeving en landschapsen natuurvriendelijk. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.i. Bebouwingsdichtheid agrarische bouwkavels Mogelijk kunt u toelichting geven op dat gemiddelde bebouwingsdichtheid van agrarische bouwkavels 35% bedraagt. De overige 65% wordt gebruikt voor opslag materiaal en goederen, voersilo’s, voertuigen en als ruimte voor stallen, keren en draaien landbouwvoertuigen. Vanuit politiek hoek wil men ruimte graag wegpakken, maar dat zal tot onwerkbare bedrijfssituaties leiden. Hierbij is het goed in kaart te brengen wat belangrijkste reden voor politieke personen/partijen is om bouwkavels in te krimpen. En is deze angst reëel genoeg gezien de daadwerkelijke mogelijke bouwplannen die nog tot uitvoering kunnen komen in de nabije toekomst. Het percentage van 35% geeft ons een hanteerbare indeling van de bebouwingsdichtheid. Daarbij is ook gesteld dat dit gaat om bebouwing, en dat daarnaast bij een kavel ook rekening gehouden met manouvreerruimte en dergelijke. Doel van het traject agrarische bouwkavels is om te voorkomen dat grote bouwwerken worden neergezet op kwetsbare locaties. In het besluit van 25 augustus jl. over de

aanpak van agrarische bouwkavels heeft de gemeenteraad besloten aan de hand van concrete casussen (pilots) te bekijken hoe deze problematiek samen met de eigenaren/ gebruikers het best kan worden opgepakt. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.j Stikstof We vinden het onzin dat er lokaal ook maatregelen zouden moeten volgen voor de stikstofproblematiek. Landelijk worden de eisen vastgesteld en de vergunningverlening geregeld. Waarom en op welke wijze meent dan een gemeente daar nog bovenop maatregelen te moeten hanteren? Wij voeren als gemeente geen specifiek, zelfstandige beleid rond stikstof en willen/kunnen ook geen nieuwe maatregelen opleggen. Met een gebiedsgerichte aanpak willen wij ontwikkelingen richting toekomst bijsturen door de juiste activiteiten en ontwikkelingen op de juiste plek te laten plaatsvinden. Daartoe willen we samen met andere stakeholders/grondeigenaren onder meer grond- en pachtbeleid inzetten. Wel sluiten wij met onze aanpak rond landschap en landbouw zoveel mogelijk aan op de rijksen provinciale maatregelen en doelstellingen op dat vlak. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.k Toon Blz.18 Toonzetting niet zo fijn, een overbodige toevoeging.

“Maar met name binnen de sector zal de wil moeten zijn om te veranderen.” Het geeft weer dat “feeling” bij ondernemersgeest, gedrevenheid en inzet van agrarische ondernemers in eigen gemeente niet voldoende (her)erkend en gewaardeerd wordt. Agrarische ondernemers zijn constant in beweging en in transitie met hun bedrijfsvoering. Het is niet de vraag of de wil er wel is, maar meer of de mogelijkheden en omstandigheden het toelaten dat de agrarisch ondernemers mee kunnen veranderen, zoals de maatschappij dat van hen verlangt. “Rood staan en groen doen” is onmogelijk en “meer voor minder” zal eerder schaalvergroting bewerkstelligen dan dat kleinschaligheid daarmee kan worden gestimuleerd. Het is geenszins onze bedoeling geweest om hiermee te duiden dat onze agrarische ondernemers niet gedreven zijn en geen inzet tonen. Om deze mogelijke associatie weg te nemen zullen wij de richtinggevende uitspraken daarop aanpassen. Een succesvolle aanpak van de landbouwtransitie is alleen mogelijk wanneer alle betrokken partijen elkaars belangen onderkennen en bereid zijn daar rekening mee te houden. Vanuit de gemeente willen wij hier aan bijdragen door extra deskundigheid beschikbaar te maken (via bijvoorbeeld een vitaliteitsmanager), en door zoveel mogelijk een vast aanspreekpunt voor agrariërs beschikbaar te stellen.

Deze reactie leidt tot herformulering van de passage op blz 18 als volgt: “De landbouwtransitie is een proces dat tientallen jaren in beslag neemt. De sector staat daarvoor zelf als eerste aan de lat, maar kan dit alleen in samenwerking met de andere betrokken partijen. De overheid kan dit proces faciliteren”. 4.l Vitale fruitteelt Blz.19 Vitale Fruitteelt. We hebben met 2 personen uit onze maatschap deelgenomen aan opstart van dit traject. Helaas heeft dit project weinig (vernieuwend) toekomstperspectief weten te realiseren of weten te ontrafelen. De fruitteelt of de fruittelers zelf hebben uiteindelijk weinig tastbaar profijt gehad van het project en de huidige status van dit project wordt niet meer in samenwerking met de fruittelers vormgegeven, maar meer op politiek en onderwijs en adviseurslevel voortgezet. Maar weet dat het voor ons een waardevol traject is geweest, waarbij we tot de volgende conclusies zijn gekomen; De uitdaging ligt bij: - de lage prijzen

-

wereldwijd overaanbod, lager geprijsde fruitproducten uit landen die lagere productiekosten kennen. De lokale consument is nog niet zo ver om lokale producten op waarde te schatten en de juiste prijs ervoor neer te leggen. Daarbij speelt ook dat, om een boterham te kunnen verdienen, de bedrijven van redelijke grote omvang moeten zijn en dat dan de lokale markt niet volstaat.

Wij zijn verheugd dat het een waardevol traject is gebleken, ofschoon er nog vele uitdagingen zijn aan te gaan. Wij blijven ons richten op ondersteuning op het gebied van innovatie en bedrijfsvoering en op het verbeteren van de afzetmogelijkheden in de eigen regio. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.m Vitaliteitsmanager Vitaliteitsmanager, dit zal een duizendpoot moeten zijn, want de aandachtsvelden zijn divers en het is een tienvoud aan opgaven die de overheid op bordje van de agrariërs heeft neergelegd. De indruk wordt geschapen dat de vitaliteitsmanager méér toegevoegde waarde kan bieden dan de vele adviseurs en specialisten die nu reeds binnen de agrarische sector actief zijn. De rol van de vitaliteitsmanager is vooral om een agrariër te helpen nieuwe wegen te vinden naar de toekomst. Dat kan betekenen groeien, verbreden, omvormen en ook stoppen. De vitaliteitsmanager neemt geen verantwoordelijkheden over, maar legt de verbinding naar deskundigheid ( adviseurs en deskundigen), maar ook de overheid al naar gelang de behoefte. Hij kent de wegen, maar hoeft de kennis niet allemaal zelf in huis te hebben. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.n Korte ketens en streekproducten Blz.

19 Ketensamenwerking … Wij hopen van harte dat deze utopie waarheid zal worden, enkel hebben wij met onze uitstap naar de korte keten (versautomaat en appelsapverkoop) niet mogen ervaren dat de Zuid-Limburgse plattelander zich bewust is van hun rol en hun behoefte aan lokaal geteelde of geproduceerde producten. Super dat u hierbij wel degelijk helder verwoord dat het een kwestie van SAMEN is en niet alleen de agrarische ondernemer dit kan bewerkstelligen. Blz. 20 Lokaal stimuleren wij de bewuste productie en consumptie van duurzaam voedsel. Dat doet ons deugd. Maar dan aub dat stimuleren kracht bij zetten met echte zichtbare campagnes en niet met onderzoeken. We zijn enorm voorstander van Lokaal Keurmerk, maar dan ook een streng keurmerk, waarbij geen gesjoemel kan plaatsvinden. Zoals eerder aangegeven beseffen wij dat slechts een beperkt deel van de agrariërs een inkomen uit streekproducten kan halen. Echter, het concept sluit goed aan bij onze waarden (Citta Slow en Green Destination) en de markt hiervoor is groeiende. De coronacrisis lijkt het bewustzijn van mensen te vergroten rond voedselkwaliteit en veiligheid en dus van het feit dat je voedsel dichtbij zou moeten halen. Wij zullen deze ontwikkeling zoveel mogelijk stimuleren en faciliteren in samenwerking met de landbouwsector, de ketenpartners en met de andere middengebied gemeenten.

Er worden gesprekken gevoerd met ondernemers om tot een lokaal B2B distributiecentrum voor streekproducten te komen. Ook worden er via de Etalage oproepen geplaatst aan de gemeenschap, iedereen die een initiatief of idee heeft rondom lokaal voedsel mag zich melden. Er is o.a. een groep burgers die zich inzetten voor betere vindbaarheid van boerderijwinkels en bewustwording over de positieve impact van lokaal voedsel kopen lokaalvoedsel@eijsden-margraten.nl. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.o Experimenten Blz.20. Experimenteren. We hopen van harte dat deze vitaliteitsmanager na het doorlopen van de experimenten er van bewust wordt dat het niet niets is om als agrarisch ondernemer in het ZuidLimburgse land voort te bestaan.

Zoals wij in het document en ook hierboven aangeven, onderkennen wij de moeilijke situatie van de agrarische sector en de polarisatie in de maatschappelijke discussie. Juist om te helpen dit te doorbreken zetten we (onder andere) een vitaliteitsmanager in. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 4.p Verkeer Blz.23 Verkeerscampagne Goed Gezien. Toevoeging dat deze i.s.m. RMO Maastricht Heuvelland, en dus onze eigen gemeente, tot stand is gekomen. Het is een samenwerking van 3 partijen, LLTB regio Zuid-Limburg, VVN Limburg en RMO Maastricht-Heuvelland/Gemeente Eijsden-Margraten. De campagne zet in op het vergroten van verkeersveiligheid, wederzijds respect verkeersdeelnemers en bewustwording samen op de weg. Dank voor de aanvulling, wij zullen deze toevoegen. Wij waarderen de initiatieven en betrokkenheid van uit de landbouw voor deze verkeerscampagne. Feit is dat de aanwezigheid van landbouwmachines in het buitengebied soms als hinderlijk wordt ervaren. Overigens geldt dat ook voor ander verkeer zoals motoren, wielrenners, mountainbikers en auto’s. Om het landbouwverkeer beter te faciliteren is door de provincie Limburg, in samenwerking met alle gemeenten, waaronder de gemeente Eijsden-Margraten, Cumela en de LLTB, een kwaliteitsnet landbouwverkeer opgesteld.

Het doel van dit kwaliteitsnet is het om het doorgaande landbouwverkeer te stimuleren om van deze routes gebruik te maken om zo de overige wegen, die minder geschikt zijn voor landbouwverkeer, te ontlasten. Het provinciale netwerk betreft alleen een beperkt aantal (hoofd)routes. Deze hoofdroutes moeten op termijn ook toegankelijk zijn voor ontheffing plichtige brede landbouwvoertuigen. Aanvullend op het provinciale netwerk voorziet het komende gemeentelijk verkeers- en vervoersplan in extra (groene routes) in het landbouwnetwerk. Overigens geeft het ongevallenbeeld binnen onze gemeente geen uitschieters te aanzien van verkeersongevallen met landbouwverkeer. Deze reactie leidt tot de volgende aanvulling op pagina 24 in het document richtinggevende uitspraken: “De LLTB is samen met Veilig Verkeer Nederland en i.s.m. RMO Maastricht Heuvelland de campagne Goed Gezien - Boerenverstand in het verkeer’, gestart. 4 q Wonen/ landbouwmachines Blz.24 Wonen. Klachten grote landbouwmachines worden met regelmaat geuit. Graag hierbij de nuancering strakjes zeker meenemen, dat de klachten veelal geuit worden vanuit persoonlijk perspectief en niet op basis van gegronde bevindingen of metingen Wij nemen kennis van deze opvatting. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken.

4.r Complexiteit Wij proeven met dit schrijven dat u als gemeente niet weet welke veelvoud aan uitdagingen en ontwikkelingen van invloed zijn op onze dagelijkse werkzaamheden en aan onze uitdagingen op gebied van toekomstperspectief en het strijden en werken voor een waardig voortbestaan. Toch zien we onze toekomst nog vol vertrouwen tegemoet en hopen we dat de overheid weer meer aandacht en respect krijgt voor de complexiteit van agrarische familie of eenmansbedrijven en zien we ernaar uit om de dialoog met onze omgeving vol goede moed aan te blijven gaan. Wij zijn ons meer dan bewust van de complexiteit de gevolgen daarvan voor de individuele ondernemer. Wij proberen daarin zoveel mogelijk te faciliteren en onder meer via pilots een stap te maken in de beheersing van de complexiteit en de gevolgen daarvan voor de individuele ondernemer. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 5. Maatschap Broex, fruitteler te Gronsveld, bij email van 4 november 2020.

5.a versie Op 12 oktober heeft u mij dit document toegezonden waarvoor hartelijk dank. Ik heb deze versie van het document niet op uw website kunnen vinden. Ik adviseer u het document van datum en versienummer te voorzien. Er zijn inmiddels diverse versies van in omloop. Zonder datum of versie nummer is het duiden van het goede document lastig. We zullen op het definitieve stuk uitdrukkelijk aangeven dat dat de door de raad vastgestelde versie is. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 5.b Verbod op ongewenste gewassen 1 Uit de paragraaf natuur en landschap blijkt dat er genoeg ideeën zijn over wat als aantrekkelijke landschapselementen worden ervaren. De indruk die hiermee ook gewekt wordt in deze paragraaf is dat de gemeente op termijn zal optreden tegen door haar ongewenste gewassen door bijvoorbeeld een verbod hiervoor op te nemen in het Omgevingsplan. Zoals aangegeven bekijken wij in overleg met de beheerders van het landschap hoe we authentieke landschapselementen beter kunnen behouden, beschermen en aanleggen. Beschermen is mogelijk in het toekomstig Omgevingsplan. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in d het document richtinggevende uitspraken. 5.c VAB’s 2 In alle paragrafen van het manifest komt uw beleid inzake vrijkomende agrarische bebouwing, de zogenaamde VAB-locaties, naar voren.

Voor zover wij weten heeft de gemeente geen apart beleid hiervoor. Ik vraag me af of er met opzet gekozen is voor het integreren van dit beleid in het manifest. Het vrijkomen van deze locaties is gezien de leeftijd van veel ondernemers een urgent probleem en heeft potentieel een grote impact op het buitengebied. Het is niet duidelijk wat de status van het manifest zal zijn na het vaststellen ervan. Volgens ons heeft deze eerder de status van een visie of sturingsdocument terwijl de ondernemers op de VAB-locaties gebaat zijn bij duidelijk en helder beleid zodat zij een duidelijk perspectief hebben. Wij zijn dan ook van mening dat er voor de VABlocaties snel apart beleid moet worden opgesteld. Wachten kan het ontstaan van ongewenste ontwikkelingen in het buitengebied in de hand werken. Onze bestemmingsplannen Buitengebied kennen de bestemming Vrijkomende agrarische Bebouwing (VAB), en geven de mogelijkheden binnen deze bestemming aan. Ook is in deze bestemmingsplannen binnen de bestemming Agrarisch-Bedrijf een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt om deze bestemming onder voorwaarden door het college te laten wijzigen naar de bestemming Vrijkomende Agrarische bebouwing. Gelet op de actuele ontwikkelingen en inzichten onder meer in dit traject, behoeve deze mogelijkheden heroverweging.

Wij zullen na vaststelling van de richtinggevende uitspraken bekijken hoe we in het kader van de Omgevingsvisie en Omgevingsplan gaan oppakken. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 5.d Verslag keukentafelgesprekken 3. Er wordt diverse malen verwezen naar de gemaakte inventarisatie en de keukentafelgesprekken die zijn gehouden, maar een document/rapport of verslag hiervan ontbreekt bij het manifest. Om een goed beeld te kunnen krijgen van deze ontwikkeling vraag ik u het verslag hiervan als bijlage bij dit manifest op te nemen. Het Rapport van Werkbank heeft onderdeel uitgemaakt van het raadsbesluit inzake de agrarische bouwkavels ( Raad 25 augustus 2020) en is openbaar. Desgewenst kan dit worden ingezien. Afzonderlijke verslagen van bedrijfsbezoeken kunnen vanwege privacyregels niet worden ingezien. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken.

5.e Spuitzones 4. De gemeente heeft beleid ten aanzien van spuitzones rondom boomgaarden. Dit beleid dateert uit oktober 2013. In de visie wordt aangegeven dat de ontwikkelingen in de gaten gehouden. Op blad 46 is te lezen dat spuitcirkelmaterie ontbreekt. We willen u er op attenderen dat er in 2015 onderzoek door Wageningen University Research is gedaan naar de drift in en rondom o.a. boomgaarden. In het rapport is onderzoek gedaan naar de verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen in en rond een boomgaard onder verschillende omstandigheden. Ook de effecten van maatregelen zoals bv windsingels, enkel of dubbel aangeplant, op de omgeving zijn hierbij onderzocht. Daarnaast bestaat er sinds 2016 de verplichting driftreducerende spuitdoppen te gebruiken in de agrarische sector. Deze regels zijn onder andere opgenomen in het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn deze voorschriften te vinden in het Besluit activiteiten leefomgeving, onder andere in de paragraaf “teelt van gewassen in de open lucht”. Ik verzoek u deze stukken te raadplegen en als dat nodig is uw beleid hierop aan te passen alvorens u het bestaande beleid aan het Omgevingsplan verbindt. Het rapport van de Wageningen Universiteit is ons bekend en heeft mede ten grondslag gelegen aan het beleid zoals wij dit binnen onze gemeente hanteren.

Mocht door nieuwe regelgeving dan wel door aanpassingen in jurisprudentie dit beleid niet meer actueel zijn zullen wij dit beleid aanpassen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 5.f Landbouwverkeer Ik vind het jammer dat in het manifest wordt vermeld dat de grootte en het geluid van landbouwvoertuigen als een probleem wordt ervaren. In een landschap dat grotendeels door agrariërs wordt gebruikt, is het onvermijdelijk dat hun machines daar ook hoorbaar zijn. Uit de sessies en reacties in het kader van het traject blijkt dat de aanwezigheid van landbouwmachines in het buitengebied soms als hinderlijk wordt ervaren. Overigens geldt dat ook voor ander verkeer zoals motoren, wielrenners, mountainbikers en auto’s. Om het landbouwverkeer beter te faciliteren is door de provincie Limburg, in samenwerking met alle gemeenten, waaronder de gemeente Eijsden-Margraten, Cumela en de LLTB, een kwaliteitsnet landbouwverkeer opgesteld. Het doel van dit kwaliteitsnet is het om het doorgaande landbouwverkeer te stimuleren om van deze routes gebruik te maken om zo de overige wegen, die minder geschikt zijn voor landbouwverkeer, te ontlasten. Het provinciale netwerk betreft alleen een beperkt aantal (hoofd)routes. Deze hoofdroutes moeten op termijn ook toegankelijk zijn voor ontheffing plichtige brede landbouwvoertuigen.

Aanvullend op het provinciale netwerk voorziet het komende gemeentelijk verkeers- en vervoersplan in extra (groene routes) in het landbouwnetwerk. “De LLTB is samen met Veilig Verkeer Nederland en i.s.m. RMO Maastricht Heuvelland de campagne Goed Gezien - Boerenverstand in het verkeer’, gestart. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 5.g Maatwerk Ten aanzien van het ontplooien van recreatieve concepten op VAB-locaties wil ik opmerken dat dit maatwerk is en per locatie moet worden afgestemd. Als er op teveel VAB’s een primaire recreatieve functie en/of verblijfsfunctie, zoals kleinschalig kamperen, B&B of een andere vormen van nachtverblijf, wordt bestemd en gevestigd, dan leggen deze een groot beslag op de ontwikkel- en teeltmogelijkheden op de rondom zo’n locatie liggende agrarische percelen. Zoals hierboven reeds aangegeven onder punt 5c, kennen onze bestemmingsplannen de bestemming Gemengd Vrijkomende agrarische bebouwing met mogelijkheden en is binnen de bestemming Agrarisch-Bedrijf een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt om deze bestemming onder voorwaarden door het college te laten wijzigen naar de bestemming Gemengd Vrijkomende Agrarische bebouwing. Gelet op de actuele ontwikkelingen en inzichten onder meer in dit traject, behoeve deze mogelijkheden heroverweging.

Wij zullen na vaststelling van de richtinggevende uitspraken bekijken hoe we dit in het kader van deOmgevingsvisie en Omgevingsplan gaan oppakken.

Daarbij zullen wij steeds oog hebben voor de bestaande situatie en moet, naast het borgen van een goed woon en leefklimaat, ook de agrarische bedrijfsvoering niet belemmerd worden. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in he document richtinggevende uitspraken. 5.h Zonnevelden 7. Het beëindigen van de agrarische bedrijven kan ook kansen bieden om het buitengebied te verduurzamen door bijvoorbeeld op de vrijkomende bouwvlakken kleine(re) zonnevelden aan te leggen en deze ook ruimtelijk in te passen. Wellicht is dit een aspect dat meer benadrukt kan worden in uw visie op de zogenaamde VAB-locaties. Momenteel loopt in het kader van energieopwekking ook de Regionale Energie Strategie (RES). Zestien Zuid-Limburgse gemeente, het Waterschap Limburg en de Provincie Limburg werken samen om tot komen tot een bod, dat op 1 juli 2021 bij het rijk moet worden ingediend. Binnen onze gemeente wordt daarom komende periode gewerkt aan een beleidskader zonne- en windenergie. Dit stelt de gemeente in staat om objectieve uitgangspunten en criteria te formuleren die bepalen of, waar, en onder welke voorwaarden zonne- en windenergie ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Een participatief traject hiervoor is voorzien. In deze richtinggevende uitspraken lopen wij niet vooruit op de uitkomsten hiervan. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken.

5.i Inperking toeristisch verkeer 8. Naar mijn mening moet de gemeente er voor waken haar grondgebied te overbelasten met toeristen. Onze wegen en dorpen kunnen maar een bepaalde hoeveelheid fietsers en auto’s aan. De balans tussen toerisme en evenementen en de rust en kwaliteit van natuur en landschap heeft onze expliciete aandacht. Door gebiedsgericht te werken, en waar mogelijk activiteiten evenementen te prioriteren of te verbieden (keuzes te maken op basis van aansluiting op onze kernwaarden) en te verdelen willen we deze balans zo goed mogelijk bewaken. De gemeenteraden van de gemeente Vaals, Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten hebben alle drie een motie aangenomen omtrent de toeristisch-recreatieve verkeersdrukte in het Heuvelland. Om het toeristisch recreatieve verkeer en de toeristische sector in goede balans met elkaar te krijgen is een plan van aanpak vastgesteld en worden samen met de stakeholders maatregelen aangedragen. De landbouw is een van de stakeholders en wordt op korte termijn betrokken bij het project. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 5.j Herenboeren: 9. Het initiatief “Herenboeren“ wordt als voorbeeld genoemd van een lokaal initiatief. Ik wil ook graag de winkel “Boerschappen” (www.boerschappen.nl) onder uw aandacht brengen.

Deze onderneming brengt middels diverse typen boodschappenpakketten en abonnementen producten die voornamelijk zijn geproduceerd in Noord-Brabant bij klanten. Een dergelijk initiatief verkleint de afstand tussen producent en consument zonder dat elke producent hiervoor het wiel op nieuw moet uitvinden. Een dergelijk initiatief kan bijdragen aan de gemeentelijke ambities m.b.t. produceren voor de lokale markt. Het schaalniveau in Zuid-Limburg zou zich voor een dergelijk initiatief heel goed lenen. Bedankt voor deze aanvulling. We streven naar een mix van diverse initiatieven, dat geeft veerkracht en die diverse ketens hebben ook allemaal hun rol in het lokale voedselsysteem. Er zijn in ZuidLimburg initiatiefnemers bezig met het ontwikkelen van boxen en online (bezorg)diensten voor producten van lokale producenten/ boerderijwinkels. De markt is volop in beweging. Als gemeente proberen we elk initiatief of behoefte mee te nemen als het gaat om lokaal voedsel. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken. 6. LLTB, regio Zuid, bij brief respectievelijk mail van 4 november 2020.

6.a Gronddruk en schaalvergroting 'Richtinggevende Uitspraken Buitengewoon Buitengebied' van de gemeente Eijsden-Margraten kenmerkt zich als een beleidsnotitie met hoge ambities. De LLTB-regio Zuid-Limburg wil hier graag een rol in spelen om samen met agrariërs in deze leefomgeving invulling aan te kunnen geven. De landbouw is immers de grootste beheerder van het buitengebied en het landschap. U geeft in dit document met Richtinggevende Uitspraken terecht aan dat het landschappelijk raamwerk onder druk staat door de ruimtevraag vanuit vele sectoren en de maatschappelijke ontwikkelingen en -opgaven Ook geeft u in de notitie aan dat schaalvergroting vanuit de landbouw hieraan bijdraagt. Een groot deel van de agrarische bedrijven heeft behoefte aan meer grond om invulling te kunnen geven aan natuur inclusieve en kringlooplandbouw (en niet alleen de enkeling die voor schaalvergroting gaat). Het is belangrijk dat er regie komt op het proces om aan de provinciale als ook de gemeentelijke ambities invulling te gaan geven, anders bepaalt het financiële rendement waar welke functies zich gaan ontwikkelen. Belangrijk is dat aan agrariërs perspectief wordt geboden, een langjarig toekomst-vast verdienmodel. Wij onderschrijven deze constateringen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken.

6.b POVI ln deze beleidsnotitie wordt veelal verwezen naar de ontwerp-POVl welke onlangs ter visie heeft gelegen. Deze visie is nog niet vastgesteld en de ingediende reacties, waaronder die van de LLTB, dienen nog behandeld te worden. De beide trajecten lopen gelijk op. Wij toetsen de richtinggevende uitspraken aan de (ontwerp) POVI. De richtinggevende uitspraken vormen de basis voor de Omgevingsvisie voor wat betreft ons buitengebied. Mocht blijken dat deze richtinggevende uitspraken zich niet verhouden tot de in februari vast te stellen Provinciale Omgevingsvisie, zal dit zeker punt van aandacht zijn bij het opstellen van de Gemeentelijke Omgevingsvisie. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 6.c Realiseerbaarheid irt verdienmodel Bij de uitbreiding van het groenblauwe landschappelijke raamwerk willen wij dat ook de mate van realiseerbaarheid wordt meegewogen. Aan de hand hiervan wilt u immers een ontwikkelingsperspectief kunnen bepalen. Wij willen u meegeven dat duidelijkheid vereist is. U streeft hoge ambities na, maar er moet wel zicht zijn op een verdienmodel voor onze agrariërs. Wij erkennen dat duurzame verdienmodellen nodig zijn. Samen met partners willen wij helpen om deze ontwikkelen. Onder meer door de inzet van pilot projecten.

Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 6.c Emissie Ook wilt u voor de aangrenzende gronden rondom de Natura 2000 gebieden bekijken of passende functies met een minimale belasting inpasbaar zijn. U wilt dit realiseren met natuur, extensieve emissiearme landbouw of andere passende economische functies. Let wel, extensieve landbouw is per definitie niet emissiearm en de emissie van extensieve landbouw is hoger dan bij gangbare landbouw vanwege een lagere efficiëntie en groter grondgebruik. Zoals wij ook onder 2d hebben aangegeven, doelt de term “extensief” in de context van de richtinggevende uitspraken op de effecten op de omgeving. We zullen dit in het document expliciet verduidelijken. Wij kijken via een gebiedsgerichte aanpak en met inzet van instrumentarium zoals grond- en pacht beleid hoe wij kwetsbare gebieden kunnen ontlasten. Ook stimuleren wij kleinschalige, diverse ondernemingsvormen die minder impact op natuur- en landschap hebben.

Naar aanleiding van deze reactie wordt de tekst van het document Richtinggevende Uitspraken als volgt aangepast: Pagina 11 “…maar ook extensieve (omgevingsvriendelijke), emissiearme landbouw (stikstof vermindering) of andere passende economische functies.” Pagina 12 “ …maar ook extensieve (omgevingsvriendelijke), emissiearme landbouw of andere passende economische functies.”” 6.d Landschapselementen Als u een beschermde status aan de landschapselementen gaat toekennen, dan zal dit ongetwijfeld averechts gaan werken. Dit betekent dan dat deze elementen niet meer verwijderd kunnen worden en dit heeft een drukkend effect op de waarde van landbouwgrond en/of beperkingen in de bedrijfsvoering. Hiermee bereikt u dat grondeigenaren niet meer authentieke landschapselementen vrijwillig in het landschap terug brengen en schiet u aan uw doel voorbij. Ons inziens kan beter geïnvesteerd worden in kennis en onderwijs voor onderhoud van deze landschapselementen. ln het verleden hebben we geleerd dat veel landschapselementen hoogstambomen) door lKL zijn aangeplant, maar weinig aandacht is geweest voor onderhoud. Onlangs is opdracht gegeven om de landschapselementen te inventariseren, te karteren en te digitaliseren. De kaart zal onderdeel gaan uitmaken van het omgevingsplan, dat nog moet worden vastgesteld.

Wij willen het behoud en de bescherming van landschapselementen voorop stellen en niet afhankelijk laten van de goede wil van grondeigenaren en gebruikers. Een beschermde status maakt daarvan onderdeel uit. Wij zoeken daarom naar alternatieve verdienmodellen of financieringen om het beheer en onderhoud van landschap(s elementen) duurzaam veilig te stellen. Op deze wijze wordt dat beheer en onderhoud aantrekkelijk voor landbouwers en grondeigenaren en snijdt het mes aan twee kanten. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 6.e Landschapsinclusiviteit Richtinggevende uitspraak Ons inziens wordt deze landschap inclusieve benadering reeds nu al toegepast. Bij bestemmingsplanwijzigingen wordt getoetst aan de hand van het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu waarbij een uitgebreid sturingsinstrument aanwezig is. Met een landschap inclusief omgevingsbeleid bedoelen wij dat aan de voorkant van een ontwikkeling wordt afgewogen of deze op een bepaalde locatie wenselijk is. Per saldo dienen natuur en landschap verbeterd te worden. Als dat niet kan, staan wij een ontwikkeling op deze plek niet toe. Dat gaat verder dan de huidige voorwaarde om natuur of landschap te compenseren in het kader van het kwaliteitsmenu.

Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 6.f VAB’s Bij hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing hanteert u de volgende volgorde: 1. Agrarisch hergebruik; 2. Hergebruik ten behoeve van een andere functie (toerisme, recreatie, zorg en wonen in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en sloop van de overtollige landschap ontsierende gebouwen); 3. Locaties die niet geschikt zijn voor hergebruik: bij voorkeur slopen. ln de uitwerking geeft u aan dat samen met de Middengebied- gemeenten, provincie en stakeholders een loket wordt ingericht om kennis en kunde te delen en hergebruik te bekijken. Ons inziens voegt dit weinig toe, omdat marktwerking en creativiteit problemen vanzelf oplost. Wij zijn van mening dat samenwerking op het regionale niveau meer en betere oplossingen in beeld kan brengen. Bijvoorbeeld door functies en ontwikkelingen uit te wisselen over diverse VAB locaties en mogelijke middelen en instrumenten bij elkaar te brengen. Zie hierover bijvoorbeeld ook de aanbevelingen in het rapport “Duurzame herbestemming van groene erfgoedensembles in ZuidLimburg” van Elyse Storms/Gelders Genootschap, d.d. 26 februari 2019. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken

6.g Bebouwingsruimte agrarische bouwvlakken Wij zijn als LLTB van mening dat de vrijkomende agrarische grond nodig is ten behoeve van de landbouw, omdat voortzettende bedrijven moeten extensiveren voor de kringlooplandbouw en grondgebondenheid (dus niet voor de grootschalige landbouw). Ook geeft u aan dat er binnen de gemeente 216 agrarische bouwkavels zijn en dat er met 152 agrarische bedrijfsvoerders is gesproken. Hieruit blijkt dat de gemiddelde bebouwingsdichtheid van de agrarische bouwkavels 35% bedraagt. Wij willen hierbij nadrukkelijk opmerken dat deze overige 65% op de meeste agrarische bedrijven wordt benut voor de opslag van (ruw)voerstro, mest en materialen als de stalling van machines en werktuigen. Ook is er om logistieke redenen ruimte nodig (loop- en werklijnen, ook voor het wenden van machines en voertuigen). U wekt ten onrechte de indruk dat agrarische bouwkavels verkleind kunnen worden en dit ervaren wij ook in gesprek met politieke vertegenwoordigers. Schaalvergroting in de landbouw zet nog steeds door, omdat kostprijsbeheersing nog altijd een manier is om een rendabele bedrijfsvoering in stand te houden ( Doorkijk 2030 LLTB, Moderne landbouw in een kleinschalig landschap, p. 15). Daarom zoeken wij naar alternatieve invullingen.

Vanzelfsprekend kan dit ook hernieuwd agrarisch gebruik zijn, mits dat duurzaam is, passend in de omgeving en landschaps- en natuurvriendelijk. Innovatieve vormen van landbouw, zoals het werken in stroken, kunnen daar ook bij helpen. Zoals ook in het raadsbesluit over agrarische bouwkavels is aangegeven, onderkennen wij dat binnen een bouwblok, naast de bebouwde ruimte, ook ruimte nodig is voor bijvoorbeeld manoeuvreren en buitenopslag. Op basis daarvan trekken daarover wij dan ook geen conclusies, en willen wij toe naar maatwerk. In het besluit van 25 augustus jl. over de aanpak van agrarische bouwkavels heeft de gemeenteraad besloten aan de hand van concrete pilots te bekijken hoe deze problematiek samen met de eigenaren het best kan worden opgepakt. Doel is niet om agrarische kavels te verkleinen, maar om te voorkomen dat grote bouwwerken worden neergezet op kwetsbare locaties. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 6.h Korte ketens en streekproducten Op pagina 18 beschrijft u dat anders boeren en duurzaam produceren nodig is als ook een ander consumentengedrag met afzet van duurzaam voedsel, korte ketens en streekidentiteit. Dit is een mooi streven, maar dit alles kan pas slagen als de consumenten bereid zijn om een reële prijs te betalen voor de voeding uit de streek.

De landbouw heeft in zijn streven om efficiënt te werken de verwerking van producten noodgedwongen opgeschaald, wat tot gevolg heeft dat de verwerking uit de regio is verdwenen (zuivel, bieten, aardappelen, granen). Zoals eerder aangegeven beseffen wij dat slechts een beperkt deel van de agrariërs een inkomen uit streekproducten kan halen en dat er een verdienmodel nodig is op basis van korte ketens op basis van consumentenbehoefte en gedrag. Een dergelijk concept sluit echter wel goed aan bij onze ambities rond Citta Slow en Green Destination, en de markt hiervoor is groeiende. Wij zullen de ontwikkeling zoveel mogelijk stimuleren en faciliteren in samenwerking met de landbouwsector, de ketenpartners en met de andere middengebied gemeenten. We hebben de ambitie om de consument meer te informeren over de impact van hun voedsel keuze en de productie wijze daarvan. De consument blijft vrij om daar zelf een keuze in te maken. Daarnaast willen we ondernemers ondersteunen die interesse hebben in nieuwe verdienmodellen. Als gemeente hebben we contacten in diverse netwerken, waar veel kennis zit over nieuwe verdienmodellen, die een bijdrage kunnen leveren aan diverse maatschappelijke diensten. De rol van de gemeente is faciliteren in contacten en kennis en initiatieven verder ondersteunen.

Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 6.i Betrouwbare overheid en vermindering regeldruk Verder geeft u aan dat de landbouwtransitie tientallen jaren in beslag zal nemen en dat de overheid dit proces kan faciliteren, maar dat de landbouwsector de wil moet hebben om te veranderen. Als LLTB kunnen we duidelijk stellen dat de wil er zeer zeker is. Maar agrariërs hebben een aantal zaken nodig om duurzaam te kunnen produceren: Een betrouwbare overheid die

medewerking verleent en garant staat voor uitvoerbare, toepasbare regels voor een langere termijn. Het vertrouwen hierin ontbreekt helaas bij een groot aantal ondernemers, omdat de regels continu wijzigen; Om investeringen, vaak om aan regels te voldoen, terug te kunnen verdienen is een eerlijke, reële prijs nodig voor de producten. Dit betekent dat de maatschappij/consumenten bereid moeten zijn om hier invulling aan te geven. De landbouwtransitie is voor een groot deel dus niet afhankelijk van de wil van de landbouwsector. Het is geenszins onze bedoeling geweest om hiermee te duiden dat onze agrarische ondernemers niet gedreven zijn en geen inzet tonen. Om deze mogelijke associatie weg te nemen zullen wij de richtinggevende uitspraken daarop aanpassen. Een succesvolle aanpak van de landbouwtransitie is alleen mogelijk wanneer alle betrokken partijen elkaars belangen onderkennen en bereid zijn daar rekening mee te houden. Vanuit de gemeente willen wij hier aan bijdragen door extra deskundigheid beschikbaar te maken (via bijvoorbeeld een vitaliteitsmanager), en door zoveel mogelijk een vast aanspreekpunt voor agrariërs beschikbaar te stellen. Deze reactie leidt tot herformulering van de passage op blz. 18 als volgt: “De landbouwtransitie is een proces dat tientallen jaren in beslag neemt.

De sector staat daarvoor zelf als eerste aan de lat, maar kan dit alleen in samenwerking met de andere betrokken partijen. De overheid kan dit proces faciliteren”. 6.j Vitale Fruitteelt U faciliteert en wilt ondersteuning bieden aan partijen in de keten zoals bij het project Vitale Fruitteelt. De LLTB heeft hier de ervaring opgedaan dat de partijen in de keten, waaronder ook onze primaire sector, te weinig invloed hebben op de supermarkten. Willen we veranderingen doorvoeren en een toekomstbestendige agrarische sector behouden, dan dienen de supermarkten de gemaakte afspraken over een reële prijs na te komen en ook te staan voor de producten die in harmonie met milieu, natuur en landschap in onze streek worden geproduceerd. De problematiek in de fruitteelt blijkt inderdaad moeilijk te beïnvloeden. Wij richten ons daarom samen met onze partners op ondersteuning op het gebied van innovatie en bedrijfsvoering en op het verbeteren van de afzetmogelijkheden in de eigen regio. Er lopen gesprekken met de fruitveiling over mogelijkheden tot diverse productontwikkeling van het restfruit van de veiling, zodat er meer inkomstenstromen komen. Er is recentelijk al cider gemaakt, als experiment. De relatie met de supermarkten is ook een aspect dat wordt opgepakt, door het lokaal B2B distributiecentrum, dat momenteel in opstart is.

Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 6.k Vitaliteitsmanager Ondersteuning aan bedrijven bieden via een bedrijfscoach of vitaliteitsmanager is een prima optie voor diegene die hier behoefte aan hebben. Alleen het slagen hiervan is afhankelijk van de persoon in kwestie, die moet immers van goede huize komen. Daarnaast moet er ook een vertrouwensband tussen ondernemersgezin en coach/vitaliteitsmanager zijn. Dit alles kun je ons inziens niet verenigen in persoon. Onze voorkeur gaat uit naar een cluster van experts die bedrijven kunnen bijstaan. De rol van de vitaliteitsmanager is vooral om een agrariër te helpen nieuwe wegen te vinden naar de toekomst. Dat kan ook betekenen verbreden, omvormen of stoppen. De vitaliteitsmanager neemt geen verantwoordelijkheden over, maar legt de verbinding naar deskundigheid waar behoefte aan is. Hij kent de wegen, maar hoeft de kennis niet allemaal zelf in huis te hebben. Voordat wij hiertoe een uitvraag doen, willen wij graag in overleg met de LLTB om hun opvatting en ideeën hierover te vernemen. Deze reactie leidt niet tot aanpassingen in het document richtinggevende uitspraken 6.l Streekproducten en korte ketens De inzet van de gemeente Eijsden-Margraten en de acties om dit te bereiken waarderen wij

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=a4aaf4f8-b6e7-4f12-abd1-1aabadd76a61