CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20210308 04c def versie manifest til 8 oktober 20.docx pdf tbv publicatie.pdf

* Raadsvergaderingen 18 maart 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raadsvoorstel Manifest Buitengewoon Buitengebied19.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Richtinggevende uitspraken Buitengewoon Buitengebied

1

Inhoudsopgave 3 4 5 6 8

Status Naar een visie voor een buitengewoon buitengebied Het spoorboekje De kernwaarden Richtinggevende uitspraken

10 10 11

1 Natuur en landschap 1.1 Dilemma’s 1.2 Richtinggevende uitspraken

17 17 18

2 Landbouw 2.1 Dilemma’s 2.2 Richtinggevende uitspraken

21 21 21

3 Toerisme en recreatie 3.1 Dilemma’s 3.2 Richtinggevende uitspraken

24 24 25

4 Wonen 4.1 Dilemma’s 4.2 Richtinggevende uitspraken

27

Bijlagen

2

Status:

Dit is een document met richtinggevende uitspraken voor ons Buitengewoon Buitengebied. Het document is mede aan de hand van het brede gesprek met de samenleving tot stand gekomen. De richtinggevende uitspraken worden door de gemeenteraad vastgelegd in een Manifest. De uitspraken geven de richting aan die wij voor ons Buitengewoon Buitengebied neerleggen in de Omgevingsvisie De richtinggevende uitspraken hebben de juridische status van beleidsuitspraken. De doorvertaling vindt plaats in de Omgevingsvisie ( beleid) en aansluitend in het Omgevingsplan ( juridisch instrumentarium). Het is van belang om te beseffen dat de diverse opgaven vaak niet (alleen) een verantwoordelijkheid en taak zijn van de gemeente. De nadruk in dit document ligt op datgene dat we als gemeente zelf kunnen doen, maar sommige vraagstukken zijn complex en kunnen alleen in samenwerking met andere partijen succesvol ter hand worden genomen. Deze samenwerking zoeken wij nadrukkelijk op.

3

Naar een visie voor het Buitengewoon Buitengebied Eijsden-Margraten: 15 kernen in een groots en mooi buitengebied. Een buitengebied, met een afwisselend landschap van Maas, Heuvelland tot plateau, maar ook met veel monumenten zoals kastelen, molens en de Amerikaanse begraafplaats te Margraten. Een buitengebied waarin ook veel bedrijvigheid plaatsvindt. Eijsden-Margraten kent een groot aantal agrarische bedrijven, maar het buitengebied biedt ook voor bezoekers een fijne plek om te vertoeven. De kernen hebben elk hun tradities en een rijk verenigingsleven. Toch staat dit buitengebied door allerlei ontwikkelingen steeds meer onder druk. Denk aan de toename van het toerisme en recreatie, de aantasting van het landschap, door ruimtelijke ontwikkelingen zoals schaalvergroting in de landbouw, maar ook door duurzame energieopwekking. Denk ook bijvoorbeeld aan leegstand van erfgoed. Daarnaast zien we dat de biodiversiteit afnemen. Het beleid zoals dit nu is verwoord in beleidsstukken en bestemmingsplannen, geeft geen of onvoldoende antwoord hoe wij richting toekomst op een goede manier met dit buitengewoon buitengebied moeten omgaan. De vraag die voorligt, is hoe wij dit buitengewone buitengebied, dat de gemeente kenmerkt, ook richting toekomst buitengewoon kunnen houden, zodat het voor inwoner, ondernemer en bezoeker goed toeven is en blijft.

De gemeenteraad van Eijsden-Margraten heeft aangegeven dat het realiseren van een gezonde, duurzame balans tussen landschappelijke en economische waarden in het buitengebied met ruimte voor toerisme, recreatie en ontwikkeling van de agrarische sector, een thema is waar wij allen zoekende in zijn hoe hieraan op verantwoorde wijze invulling te geven. De economische ontwikkeling, met name in de agrarische sector, zal hier een belangrijke rol spelen. Hier dient voldoende ruimte voor te blijven zodat het goed onderhouden landschap voor de toekomst ook behouden blijft. De gemeenteraad wenst een duidelijke visie op het buitengebied, waarin met respect voor de kwaliteiten van het landschap, ruimte blijft voor ontwikkeling; een visie die in samenspraak met de samenleving wordt opgesteld.

4

Het spoorboekje Er is een proces opgestart om te komen tot een visie voor het buitengebied. Dit spoorboekje is in onderstaande infographic weergegeven:

Stap 1: Stap 2: Stap 3: Stap 4:

Stap 5:

In gesprek met de samenleving: Wat vindt u belangrijk voor ons buitengebied Welke waarden vinden wij samen heel belangrijk De belangrijkste waarden zijn bekend. We zien mogelijkheden en dilemma’s. Deze vragen om een keuze. Wat zouden we wel en niet moeten doen en op welke plek De keuzes en daarmee de uitgangspunten (richtinggevende uitspraken) noteren we in een Manifest. Hierin staat in welke richting zich het buitengebied kan ontwikkelen en welke kansen waargemaakt kunnen worden. Ook is aandacht voor ontwikkelingen die we niet meer volgen of willen afremmen Over de uitgangspunten gaan we met de samenleving in gesprek.

De resultaten zijn de onderlegger voor onze visie op het buitengebied. Deze resultaten leggen wij neer in de op te stellen omgevingsvisie. De stappen 1 tot en met 4 zijn doorlopen en afgerond. In stap 5 zijn sessies gehouden met stake- en shareholders en met raadsleden. Eenieder heeft daarbij aanvullingen/ opmerkingen kunnen inbrengen. In bijlage I is het resultaat hiervan thematisch weergegeven. De oogst van deze sessies heeft geleid tot dit aangepaste document. Niet alle gemaakte opmerkingen komen expliciet terug in het aangepaste document. Dat betekent niet dat deze geen aandacht hebben. Het betreft zaken die buiten het directe bereik of detailniveau van dit document vallen. Dit document ligt vanaf 8 oktober tot en met 4 november 2020 ter inzage. Tijdens deze periode kunnen zienswijzen worden ingebracht. Deze worden meegenomen bij het manifest/ richtinggevende uitspraken die in december a.s. aan de Raad ter vaststelling worden voorgelegd.

5

De kernwaarden Met de eerste stappen om te komen tot deze visie is gestart eind 2018. Wat vindt de samenleving belangrijk in het buitengebied. Veel sessies met bewoners, belangstellenden, belanghebbenden en deskundigen zijn georganiseerd om hierop antwoord te geven. Gezamenlijk is vastgesteld welke waarden wij belangrijk vinden voor ons buitengebied. Deze “kernwaarden” zijn dan ons vertrekpunt. Wij handelen vanuit deze waarden maar houden uiteraard ook rekening met trends en ontwikkelingen die er spelen. Deze waarden zijn tot stand gekomen door inbreng van velen. Op 28 mei 2019 heeft de raad de navolgende waarden vastgesteld:

Lijn 50 kernwaarden De gemeenten Eijsden-Margraten is net als de gemeenten Gulpen-Wittem en Vaals een Cittaslow gemeente. De raden van deze gemeenten hebben samen op 17 april 2019 hun belangrijkste waarden vastgesteld. Deze waarden zijn:

Authenticiteit Het authentieke landschap (Heuvelland, ongerept vol met stiltegebieden) is een verbindende factor van de drie gemeenten en is daarnaast kenmerkend voor de bekendheid van de regio naar buiten toe. Verder kenmerken de gemeenten zich vanuit een gevoel van harmonie, ze geven het heden betekenis vanuit het verleden.

6

Unieke ligging: De Lijn-50 gemeenten hebben een unieke ligging waarin ze een verbinding vormen tussen Duitsland (Aachen) en België (Luik). Daarnaast liggen ze naast grote steden als Maastricht en Heerlen. Deze unieke ligging biedt veel kansen voor de drie gemeenten (Groene hart ‘Groene Long’).

Gastvriendelijk Het toerisme, de horeca maar ook de gemeentelijke dienstverlening kenmerken zich door gastvriendelijkheid. De gast dan wel de burger staat altijd centraal. Aandacht voor elkaar: Ook dit is kenmerkend in de hechte gemeenschappen vol vitale kernen.

Aandacht voor elkaar Ook dit is kenmerkend in de hechte gemeenschappen vol vitale kernen. In deze kernen heerst een groot samenhorigheidsgevoel en een bruisend verenigingsleven. Alle drie de gemeenten hebben een sterk maatschappelijk basiskapitaal.

Fijnschaligheid Dit is kenmerkend voor het gebied vol met eigenstandige kernen en kleine ondernemers. Voorbeelden: Wijn uit Vaals, fruittelers in Eijsden-Margraten en het hoeden van varkens op verschillende grondsoorten in de vrije natuur in Gulpen-Wittem.

Middengebied: Gemeenten Stein, Beekdaelen, Voerendaal, Simpelveld, Valkenburg aan de Geul, Gulpen-Wittem, Meerssen, Vaals, Eijsden-Margraten Het Middengebied heeft ook een aantal gezamenlijke waarden geformuleerd: Kwaliteit: Minder is meer, keuze voor slow waar dat mogelijk is, omgevings-inclusief, met wederkerig respect en oog voor de lange termijn. Kleinschaligheid: Fijnschalig, met de mogelijkheid om vele bloemen te laten bloeien, inzetten op verscheidenheid aan mogelijkheden. Innovatie: Ruimte om te experimenteren, nieuwe mogelijkheden ontdekken, proeven en proberen. Alhoewel deze waarden op verschillende niveaus en met verschillende bedoelingen zijn bepaald, lijken deze inhoudelijk veel op elkaar.

7

RICHTINGGEVENDE UITSPRAKEN Met in acht neming van de waarden, willen wij uitspraken doen over de richting die Eijsden-Margraten wenst op te gaan voor het buitengebied en de in het buitengebied spelende thema’s zoals landbouw, landschap, toerisme en recreatie en wonen. Hoe kunnen wij ons landschapskapitaal “waarderen”, hoe vinden we nieuwe (kleinschalige) verdienmodellen, en hoe kunnen we komen tot een natuur inclusieve landbouw, waarbij aandacht voor korte ketens en ons lokaal product. Hoe kunnen we ons toerisme en recreatie transformeren in een GREEN destination. Deze richtinggevende uitspraken leggen wij neer in dit document. Wij richten deze uitspraken op de volgende thema’s:  Landschap en natuur  Landbouw  Toerisme en recreatie  Wonen In de sessies eind 2018/ begin 2019, waar de kernwaarden centraal stonden, is ook de vraag gesteld welke kansen en bedreigingen zie je. In bijlage 2 zijn de naar voren gebrachte kansen en bedreigingen weergegeven. Aan de hand van deze kansen en bedreigingen\ \ zijn per thema de dilemma’s geschetst. In dit document zijn vervolgens per thema de richtinggevende uitspraak of uitspraken geformuleerd. Wij geven aan welke richting willen wij op met ons buitengebied en wat wij al doen maar ook nog willen doen om invulling te geven aan deze richtinggevende uitspraken. Het Manifest wordt gevormd door de bundeling van de richtinggevende uitspraken.

Zowel het Manifest als dit document leggen wij aan de raad ter vaststelling voor. Wij kunnen als gemeente niet alles zelf. De opgaven vragen om een samenhangende aanpak en een nieuwe manier van samenwerken. Met betrokkenheid en inzet van burgers, ondernemers, maatschappelijke organisaties, kennispartijen en mede overheden, zoals de Middengebied gemeenten en de provincie, waarbij ieder vanuit zijn eigen expertise, rol positie en vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid, bijdraagt. Daarbij is er ook ruimte nodig om te experimenteren met pilots, proeftuinen. Maar wel met duidelijke rollen en verantwoordelijkheden. Om dit te kunnen, is het belangrijk dat de gemeente meedenkt, richting geeft, activeert en participeert, maar ook ruimte biedt en partijen verleidt tot samenwerking en verbinden. Uitdagingen genoeg om aan te gaan. Deze richtinggevende uitspraken vormen de input voor de in 2021 op te stellen Omgevingsvisie. Er zijn al zaken die nu zijn opgepakt of die wij nu willen oppakken. Echter alles tegelijk oppakken is een utopie. Het voornemen is om met een jaarlijks Uitvoeringsprogramma (prioritaire thema’s) te werken, dat enerzijds gebaseerd is op deze uitspraken en de hiervoor te nemen vervolgstappen, anderzijds dynamisch en actueel is en inspeelt op veranderingen in ons buitengebied. Dit programma zal worden voorzien van financiële middelen die nodig zijn voor de uitwerking.

Er is veel aandacht voor het buitengebied. Er wordt veel gedaan, zowel op lokaal, regionaal, als nationaal niveau dat ons buitengebied raakt. Denk bijvoorbeeld aan de trajecten inzake de Nationale Omgevingsvisie en de Provinciale Omgevingsvisie, maar denk ook aan het Programma Water in balans dat het Waterschap samen met andere partners uitvoert alsmede de projecten die opgepakt zijn en worden in het kader van Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Deze trajecten volgen wij en hieraan zullen wij, waar gewenst en nodig meewerken. Momenteel loopt in het kader van energieopwekking ook de Regionale Energie Strategie (RES). Zestien Zuid-Limburgse gemeente, het Waterschap Limburg en de Provincie Limburg werken samen om tot komen tot een bod, dat op 1 juli 2021 bij het rijk moet worden ingediend. Binnen onze gemeente wordt daarom komende periode gewerkt aan een beleidskader zonne- en windenergie. Dit stelt de gemeente in staat om objectieve uitgangspunten en criteria te formuleren die bepalen of, waar, en onder welke voorwaarden zonne- en windenergie ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Een 8

participatief traject hiervoor is voorzien. In deze richtinggevende uitspraken lopen wij niet vooruit op de uitkomsten hiervan en zullen wij niet ingaan op mogelijke locaties voor grootschalige energieopwekking.

9

1. Natuur en Landschap

1.1.

Dilemma’s

Ons landschap, een afwisseling van natuurgebieden, cultuurlandschap, de graften en holle wegen, de beekdalen, de Maas, maar ook de vele monumenten is uniek en wordt door velen, zowel inwoners als bezoekers, gekoesterd. Dit landschap, onderdeel van het Nationaal landschap Zuid-Limburg, is een belangrijke drager van onze waarden en onze economie. Onze natuurgebieden, waaronder vier Natura 2000 gebieden, maken onderdeel uit van Natuurnetwerk Limburg Ze hebben een belangrijke functie voor de biodiversiteit, maar zorgen ook, samen met ons cultureel erfgoed, en ons landschap een gebied waar het zowel voor inwoner als bezoeker goed toeven is. Daarnaast kent onze gemeente het Maasdal, en landschappelijk waardevolle beekdalen en bufferzones en verbindingszones tussen bestaande natuurgebieden (landbouwgebieden met kleine landschapselementen, waterlopen e.d.). In deze groenblauwe gebieden zijn er kansen om natuurwaarden en landschapskwaliteit te laten samen gaan met andere functies. Maar dit landschappelijk raamwerk staat onder druk. Oprukkende bebouwing, schaalvergroting in de landbouw, grote(re) loodsen, de stikstofproblematiek, de vraag naar ruimte voor energieopwekking maar ook de toenemende druk vanuit de toeristische en recreatieve sector, vormen een grote bedreiging voor de natuur en landschapskwaliteiten, die we graag willen behouden, duurzaam beheren en versterken.

De biodiversiteit, basis voor een stabiel ecosysteem, neemt af. De klimaatverandering beïnvloedt de toekomst van het landschap en de voedsel- en drinkwaterproductie. Extremere neerslag en droogteperiodes vereisen maatregelen om voedsel-en drinkwaterproductie, bodemerosie en wateroverlast te beheersen. Ons cultuurlandschap is een belangrijke producent van voedsel en grotendeels ( 60 %) ook gevormd door het gebruik en beheer door de agrarische sector. Een sector die in omvang zal afnemen, waardoor ook het onderhoud van het cultuurlandschap wellicht vraagt om een andere invulling. Er moet een balans gevonden worden waarbij de natuur en landschapskwaliteiten ook voor de toekomst, in samenhang met de transities die in gang gezet zijn, behouden, beheerd en versterkt kunnen worden.

10

1.2

Richtinggevende uitspraken

Wat vraagt, gezien de uitkomsten van de gehouden sessies en de geschetste dilemma’s om richtinggevende uitspraken? 1. Het versterken van de kwaliteit van landschap en van natuur 2. De juiste functie, op de juiste manier, op de juiste plaats 3. Het toekomstig beheer 4. Het bewaren van rust

1

Het versterken van de kwaliteit van ons landschap en onze natuur

Richtinggevende uitspraak: We streven een uitbreiding van ons groenblauwe landschappelijke raamwerk na met meer authentieke landschapselementen en betere ecologische verbindingen, zodat ons kleinschalig landschap verder versterkt wordt. Ons landschap is heel divers en wordt gevormd door de plateaus, de beekdalen, de hellingen, droogdalen, natuurgebieden, open- besloten gebieden en de stad-landzones. Allen met verschillende te behouden, te versterken en te ontwikkelen waarden. Waarden die bijdragen aan de kwaliteiten van ons landschap. Dit landschap, is een belangrijke drager van onze waarden en onze economie. Gezien de diversiteit van ons landschap is het moeilijk om een algemeen gewenst toekomstbeeld te schetsen voor onze hele gemeente, zodat ook gerichte keuzes gemaakt kunnen worden over welke functies wij nog toelaatbaar achten. Per deelgebied, willen wij deze waarden, kwetsbaarheden en ontwikkelingskansen, beter in beeld brengen en een ontwikkelingsperspectief hiervoor bepalen. Aan de hand hiervan kunnen wij ook input leveren voor de door de Rijksdienst voor het cultureel Erfgoed op te stellen landschapsmonitor. De provincie geeft in de concept Omgevingsvisie (POVI) aan dat ze samen met gemeenten en maatschappelijke partners gebiedsgerichte aanpakken wenst te verkennen en de samenwerking wenst te stimuleren en waar nodig te initiëren.

Zo zal met gemeenten bezien worden of er bufferzones rondom kernen aangewezen kunnen worden, waar maatregelen gericht op het verminderen van de druk op de leefomgeving het meeste effect hebben. En zal de meerwaarde onderzocht worden van overgangszones rondom kwetsbare natuurgebieden. Wij hebben een viertal Natura 2000 gebieden in onze gemeente. Voor de aangrenzende gronden willen wij conform provinciaal beleid, kijken welke functies met een minimale belasting hier inpasbaar zouden kunnen zijn, zoals natuur, maar ook extensieve, emissiearme landbouw (stikstof vermindering) of andere passende economische functies. Dit sluit ook aan bij het door het Rijk aangekondigde Nationale Programma voor het landelijk gebied. De Minister heeft bij brief van 23 april 2020 aan de Tweede Kamer aangegeven dat zij in aanvulling op de concept NOVI ten aanzien van een aantal onderwerpen meer regie willen voeren en richting willen geven voor onze toekomstige fysieke leefomgeving. Zo wenst het rijk een lange termijn aanpak te maken voor het landelijk gebied, met aandacht voor robuuste natuur, bufferzones rond Natura 2000 gebieden en ruimte voor agrarische functies in de voor landbouw goed geschikte gebieden. Bij te maken keuzes zal het landschap en de robuustheid van het water- en bodemsysteem als belangrijke voorwaarde meewegen.

In de brief wordt ook aangegeven dat het bestaande instrumentarium, zoals het ruimtelijk instrumentarium, emissierechten, gebiedsvisies en grondinstrumentarium, aan vernieuwing toe is. De opgave tot natuurherstel en natuuruitbreiding is in het kader van de aanpak van stikstof integraal onderdeel van dit Nationale programma. Het Rijk wenst met medeoverheden en andere betrokken sectoren hieraan uitwerking te geven. Daarbij is van belang dat de klimaat en de wateropgave nauw verbonden zijn met de thema’s Landschap en Natuur, maar ook met Landbouw, Toerisme en Recreatie en Wonen. De opgaven dienen daarom steeds vanuit de grotere samenhang te worden bezien. Daar waar mogelijk kunnen opgaven met elkaar worden verbonden. 11

Wat doen we hiervoor?: - We richten ons op een gebiedsgerichte aanpak, waarbij we uitgaan van maatwerk. Bij het bepalen van de landschapskwaliteit, baseren wij ons onder meer op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid Limburg en op de gebiedsaanduidingen in het POL (POVI), alsmede het Landschapsontwikkelingsplan voor onze gemeente. - Vooruitlopend op de Omgevingsvisie werken we aan een kaart waar per deelgebied, de te behouden en de te ontwikkelen landschapskwaliteit wordt gedefinieerd, zodat wij aan de hand hiervan een ontwikkelingsperspectief kunnen bepalen. - Wij hebben een viertal Natura 2000 gebieden. Voor de aangrenzende gronden willen wij conform provinciaal – en rijksbeleid, kijken welke functies met een minimale belasting hier inpasbaar zouden kunnen zijn, zoals natuur, maar ook extensieve, emissiearme landbouw of andere passende economische functies. - Daarnaast nemen we als Middengebied deel aan de EO Wijersprijs, waarvoor ontwerpers en onderzoekers worden uitgedaagd om middels de geformuleerde opgave “Anders boeren”, perspectieven te schetsen voor een veelzijdig en vitaal landelijk gebied. Voor een landschap dat betrouwbaar voedsel oplevert en tegelijkertijd een duurzame en gezonde woonomgeving kan zijn, met ruimte voor natuur, erfgoed en recreatie.

- We zoeken waar mogelijk de relatie met de klimaat- en de wateropgaven en dus met partijen die daar verantwoordelijkheden en taken in hebben. Richtinggevende uitspraak: Wij willen meer authentieke landschapselementen in ons landschap terugbrengen, maar ook bestaande authentieke landschapselementen beter beschermen. Uit de sessies die wij gehouden hebben blijkt dat juist de kleine landschapselementen ( zoals hagen, bosjes, graften, bomenrijen), naast de functie die ze hebben voor dier- en plantensoorten, ook een visueel aantrekkelijk element vormen in ons landschap en de fijnschaligheid benadrukken. De roep is dan ook niet alleen om meer kleine landschapselementen terug te brengen, maar ook om de bestaande landschapselementen beter te beschermen. We hebben ook de ambitie uitgesproken om de komende jaren 8301 bomen te planten en willen we burgers en bedrijven stimuleren om samen te zorgen voor de instandhouding hiervan middels de adoptiegedachte. Deze bomen dragen, mits op de goede plaats, bij aan een aantrekkelijker en duurzamer landschap. Wat doen we hiervoor?: - In overleg met de beheerders van het landschap inventariseren we de aanwezige authentieke landschapselementen en onderzoeken wij hoe we meer authentieke landschapselementen in ons landschap terug kunnen brengen, en hoe we de bestaande authentieke landschapselementen beter kunnen beschermen.

- We zetten ons grondbeleid actief in en zullen andere publieke en private grondeigenaren benaderen om daarbij met ons samen te werken. - We planten de komende jaren 8301 bomen en stimuleren burgers en bedrijven te om samen te zorgen voor de instandhouding hiervan middels de adoptiegedachte. Vóór de aanplant overleggen wij met belanghebbenden. Richtinggevende uitspraak: Wij willen de biodiversiteit verhogen Door de aanleg van flora en faunastroken, ontstaan nieuwe leefgebieden voor bijvoorbeeld vogels en insecten, worden bestaande leefgebieden met elkaar verbonden en wordt de biodiversiteit versterkt. Daarnaast wordt door de aanleg van flora en faunastroken de belevingswaarde van ons landschap voor inwoner en bezoeker verhoogd.

Wat doen we hiervoor?:

12

-

-

We ondersteunen projecten gericht op de verbetering van de biodiversiteit, bodemkwaliteit en op de vraagstukken rondom waterproblematiek. Hierbij kijken wij ook over de (lands) grenzen heen. We zetten ons grondbeleid actief in en zullen andere publieke en private grondeigenaren benaderen om daarbij met ons samen te werken. Wij onderzoeken de mogelijkheden om tot structurelere inzet van middelen te komen voor aanleg en onderhoud van flora en faunastroken.

Richtinggevende uitspraak: Wij zetten ons in om het verhaal van het landschap op te schrijven en te vertellen. Wat doen we hiervoor? We onderzoeken samen met gemeenten uit het Heuvelland, maar ook met Belgische en Duitse gemeenten de mogelijkheden van een Unesco Geopark status.

2

De juiste functie, op de juiste manier, op de juiste plaats

Richtinggevende uitspraak: Wij gaan voor een landschap inclusief omgevingsbeleid. Wij willen een gezonde duurzame balans tussen landschappelijke en economische waarden. Daarvoor staan wij een landschap inclusief omgevingsbeleid voor, waarbij de landschappelijke waarden en de robuustheid van ons water- en bodemsysteem volwaardig meewegen bij de keuzes die wij ten aanzien van gebruik en bebouwing in het buitengebied maken. Waar beschermen en ontwikkelen niet samen kunnen gaan kiezen we voor beschermen. Wij willen een gezonde duurzame balans tussen landschappelijke en economische waarden, daarvoor staan wij een landschap inclusief omgevingsbeleid voor. Dat betekent dat de landschappelijke waarden volwaardig meewegen bij de keuzes die wij ten aanzien van gebruik en bebouwing in het buitengebied maken. Nieuwe ontwikkelingen, zowel voor wat betreft bouwen en het gebruik van het buitengebied, moeten qua functie, maat en schaal ( kleinschalig) passen binnen ons buitengebied en een bijdrage leveren aan de versterking en de borging van de landschappelijke waarden in het gebied. In het (ontwerp) POVI wordt aangegeven dat de stad en het aangrenzend landelijk gebied meer in samenhang bezien moet worden. Daarbij is bijzondere aandacht voor overgangszones rondom de steden, de zgn. Stad-landzones.

Deze zones worden nadrukkelijker als ruimtelijke opgave geagendeerd en richten zich op stedelijke uitloopgebieden met extensieve recreatie, natuurontwikkeling, lokale voedselproductie, de wateropgaven, stadslandbouw en kleinschalige horeca, en goede wandel- en fietsverbindingen. Het Maasdal ( tussen Maastricht en Oost-Maarland) is al aangewezen als Stad-landzone. Ook het gebied de Poort van het Heuvelland, heeft de kenmerken van een stad-landzone. Wat doen we daarvoor?: - Bij ontwikkelingen in het buitengebied waar een bestemmingswijziging nodig is, hanteren wij vanaf nu een landschap inclusieve benadering. - Wij willen de dialoog tussen omgeving en initiatiefnemer stimuleren. In de geest van de nieuwe Omgevingswet vragen wij een initiatiefnemer van plannen (die vanuit de kader mogelijk zijn in het buitengebied) om de dialoog aan te gaan met de omgeving. - We richten ons op een gebiedsgerichte aanpak, waarbij we uitgaan van maatwerk. Wij baseren ons daarbij op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuid Limburg en hebben aandacht voor de robuuste natuur, bufferzones rondom Natura 2000 gebieden en ruimte voor agrarische functies in de voor landbouw geschikte gebieden. - Per deelgebied, willen wij de waarden, kwetsbaarheden en ontwikkelingskansen, beter in beeld brengen en een ontwikkelingsperspectief hiervoor bepalen.

Nieuwe ontwikkelingen, zowel voor wat betreft bouwen in als het gebruik van het buitengebied, moeten qua functie, maat en schaal (kleinschalig) passen binnen ons buitengebied en een bijdrage leveren aan de versterking en de borging van de landschappelijke waarden in het gebied.

13

-

De Ontwikkellocaties zoals benoemd in de Gebiedsvisie Middenterras, pakken wij actief op. In 2021 wordt een ontwikkelplan/ programma vastgesteld voor de Poort van het Heuvelland. We zetten ons grondbeleid actief in en zullen andere publieke en private grondeigenaren benaderen om daarbij met ons samen te werken. Wij scherpen ons welstandsbeleid voor het buitengebied inhoudelijk aan en onderzoeken de meerwaarde van de inzet van een onafhankelijke adviescommissie die ontwikkelingen in het buitengebied, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingsvisie al kan boordelen.

Richtinggevende uitspraak: We maken in principe per saldo geen nieuwe bouwlocaties in het buitengebied. Dit geldt zowel ten aanzien van agrarische bouwlocaties, maar ook locaties voor toerisme, horeca, wonen en zorg. Er komen voldoende bestaande locaties vrij voor herontwikkeling. Per saldo betekent dat wij wel openstaan voor nieuwe bouwlocaties, als elders een locatie in zijn geheel wordt opgeruimd, latente ruimte wordt ingetrokken, dan wel een wezenlijke kwaliteitsbijdrage wordt geleverd aan het gebied en de nieuwe locatie ligt in minder kwetsbaar gebied. Maatwerk is hiervoor vereist. Stad-landzones vergen als overgangszones, extra aandacht, Deze zones worden nadrukkelijker als ruimtelijke opgave geagendeerd en richten zich op stedelijke uitloopgebieden met extensieve recreatie, natuurontwikkeling, lokale voedselproductie, de wateropgaven, stadslandbouw, kleinschalige horeca, en goede wandel- en fietsverbindingen. Voor de inrichting van deze zones en de daarbij behorende functies is maatwerk vereist. Wat doen we hiervoor?: - We faciliteren op bestaande locaties ondernemers die zich verder willen ontwikkelen (al dan niet middels inzet van een vitaliteitscoach) mits deze bedrijven gelegen zijn op minder kwetsbare locaties en de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de landschappelijke waarden in het gebied.

- We ondersteunen innovatieve \ontwikkelingen, mits deze bijdragen aan de verbetering van de omgevingskwaliteit. - We geven ruimte aan verbreding van de agrarische activiteiten op het gebied van verwerking van agrarische producten, circulaire landbouw en verduurzaming, maar ook aan nevenactiviteiten (andere vormen van inkomensvoorziening zoals toerisme, horeca en zorg), mits deze ondergeschikt zijn aan de agrarische bedrijfsvoering en onderdeel zijn van het totale bedrijfsconcept. - Wij faciliteren toeristische accommodaties, horeca en zorg en/of woonconcepten op perspectiefvolle locaties, zoals de Stad-landzones, mits passend binnen de richtinggevende uitspraken die wij doen ten aanzien van toerisme en recreatie (thema 3) en wonen in het buitengebied (thema 4). Richtinggevende uitspraak: Bouwen in het buitengebied kan, maar alleen onder nadere voorwaarden. Wat doen we hiervoor?: - Met inachtneming van bovenstaande werken wij naar een systeem waarbij bouwen in het buitengebied alleen is toegestaan onder nadere voorwaarden. Deze nadere voorwaarden kunnen bestaan uit bijvoorbeeld de sloop van overtollige stallen en andere gebouwen maar ook de landschappelijke inpassing van het erf, compensatie van waarden, dan wel eventuele maatregelen die nodig zijn op het gebied van klimaatadaptie en energietransitie.

Bij agrarische bebouwing wordt aandacht geschonken aan een goede landschappelijke inpassing, waarbij het eigen karakter van de streek wordt gewaarborgd/versterkt. Hierdoor kan elke ontwikkeling worden aangegrepen om stappen in de goede richting te zetten. In het Omgevingsplan zullen wij deze nadere voorwaarden verder uitwerken. Vrijkomende agrarische bebouwing Richtinggevende uitspraak: Bij hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing hanteren wij de volgende volgorde: 1. hergebruik van de gebouwen t.b.v. een agrarische functie

14

2. Hergebruik ten behoeve van een andere functie, bijv. toerisme en recreatie, zorg en wonen, in de vanuit de cultuurhistorie als waardevol te bepalen gebouwen (bijv. monumenten/beeldbepalende panden/karakteristieke bebouwing) en sloop van de overtollige, landschap ontsierende gebouwen 3. Voor locaties die niet geschikt zijn voor hergebruik onderzoeken we de mogelijkheden tot sloop. Uit de uitgevoerde inventarisatie van agrarische bouwkavels in het buitengebied blijkt dat wij de komende jaren geconfronteerd worden met bedrijven die willen stoppen, of al gestopt zijn ( zie thema landbouw). Dit kan inhouden dat gebouwen leeg blijven staan en dat er niet meer geïnvesteerd wordt. Leegstand kan leiden tot verloedering en tot achteruitgang van de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van het buitengebied en kan illegale activiteiten aantrekken (ondermijning).

Wat gaan wij hiervoor doen: - Wij proberen in een vroeg stadium in gesprek te komen met eigenaars van vrijkomede (agrarische) bebouwing om gezamenlijk de mogelijkheden te onderzoeken - Voor die locaties die niet voor een andere functie geschikt zijn, onderzoeken wij samen met andere overheden en stakeholders de mogelijkheid van een sloopregeling dan wel andere regelingen, zoals bijvoorbeeld een ruimte-voor-ruimte regeling, die ertoe bijdragen dat overtollige bebouwing in het buitengebied wordt gesloopt - Samen met de Middengebied gemeenten, provincie en stakeholders willen wij een loket inrichten voor vrijkomende agrarische bebouwing, waarin kennis en kunde omtrent vrijkomende agrarische bebouwing in het buitengebied, bij elkaar wordt gebracht en gedeeld, zodat bij vrijkomende agrarische bebouwing in eerste instantie wordt gekeken naar hergebruik ten behoeve van een agrarische functie. Energie opgave en landschap Richtinggevende uitspraak: Binnen de Regio Zuid-Limburg verkennen wij gezamenlijk met andere gemeenten hoe wij invulling kunnen geven aan onze energieopgave ( Regionale Energie Strategie). Daarnaast omarmen wij kleinschalige en innovatieve energieoplossingen Wat doen wij hiervoor: - Wij verkennen samen in de Regio Zuid-Limburg hoe wij invulling kunnen geven aan de energieopgave, middels een participatief proces, zoals aangeven in de Regionale Energiestrategie.

De uitkomsten van dit proces worden neergelegd in de Omgevingsvisie en voor zover nodig juridisch vertaald in het Omgevingsplan. - Wij omarmen kleinschalige en innovatieve energieoplossingen, zoals bijvoorbeeld initiatieven om middels inzet van agrarische bouwkavels/agrarische gronden aansluitend aan de kernen, kleine kernen en gehuchten voor energie zelfvoorzienend te maken. Dit wel onder de voorwaarde, dat dit soort initiatieven vanuit de kleine kern of gehucht ondersteund worden, inwoners van deze kleine kernen of gehuchten hier ook profijt van hebben, en de voorzieningen zijn in te passen in het landschap c.q. in de aard en kwaliteit en bij de leefomgevingskwaliteit van de kern.

3.

Het toekomstig beheer van ons landschap

Richtinggevende uitspraak: Samen met overheden stakeholders- en shareholders, gaan wij op zoek naar nieuwe verdienen financieringsmodellen om ons landschapsbeheer te borgen en de biodiversiteit te vergroten. Biodiversiteit en landschappelijke attractiviteit hangen samen met een goed beheer van het landschap. De agrarische sector heeft hierin een belangrijke rol, immers ons landschap wordt voor 60 % beheerd door de agrarische sector. Een sector die de komende tijd in omvang gaat afnemen. Nieuwe verdienmodellen zijn nodig om het landschap duurzaam te kunnen onderhouden. Het landschap is van ons allemaal en is waarom de toerist voornamelijk het Heuvelland bezoekt. Het 15

beheren van dit landschap zou dus ook een zaak van ons allemaal moeten zijn. Dit landschap draagt bij aan het welbevinden van bewoner en bezoeker. Wat gaan wij hiervoor doen: - Samen met overheden en andere stake- en shareholders gaan wij op zoek naar nieuwe verdienen financieringsmodellen om het landschapsbeheer te borgen en de biodiversiteit te vergroten. Denk bijvoorbeeld aan het ondersteunen van projecten, zoals bijvoorbeeld het project Limburg bloeit op, waar de toerist maar ook inwoners en bedrijven € 50, - kunnen doneren voor 100 m2 flora en faunastroken. Ook zouden mogelijkheden onderzocht kunnen worden hoe de bezoeker van het gebied (verblijfstoerist, maar ook dagrecreant) een bijdrage kan leveren. Ook bedrijven kunnen een bijdrage leveren. Immers een goede en aantrekkelijke woonomgeving positieve invloed heeft op het vestigingsklimaat. - Wij onderzoeken het instellen van een Landschapsfonds, waaruit het beheer en onderhoud kan worden gefinancierd.

4.

Het bewaren van de rust in het landschap

Richtinggevende uitspraak: Wij willen de kwaliteiten rust als kenmerk van onze streek vergroten en verder verankeren. De bestaande stiltegebieden respecteren wij en zullen wij waar nodig planologisch verankeren. Wat gaan we daarvoor doen?: - Zonder ons gebied op slot te willen zetten, onderzoeken we welke instrumenten we kunnen inzetten zodat we alleen nog meewerken aan evenementen die gerelateerd zijn aan onze eigen identiteit, en verbonden met het karakter van de streek. We bekijken gebiedsgericht welke gebieden wel en niet nog belast kunnen worden. - Ook onderzoeken we samen met de lijn 50 gemeenten hoe wij een betere balans kunnen vinden tussen toeristisch-recreatief verkeer en de kernwaarde rust. - We onderzoeken in overleg met verantwoordelijke partijen hoe de handhaving van de rust in het buitengebied en met name in kwetsbare natuurgebieden verbeterd kan worden.

16

2. Landbouw

2.1

Dilemma’s

De landbouw is van oudsher een belangrijke en bepalende sector in ons buitengebied als producent van ons voedsel en de grootste beheerder van ons landschap. Uit de gesprekken met de samenleving blijkt dat vooral de fruitgaarden (bloesem) en de “koe in de wei” als kenmerkend en behoudens waardig worden beschouwd. De samenleving ziet de agrarische sector als belangrijkste beheerder van ons landschap. In onze gemeente liggen “goede” landbouwgronden, die de agrarische sector ook graag wil blijven inzetten voor de landbouw. Het areaal goede landbouwgrond staat echter onder druk, mede door de ruimtevraag voor nieuwe functies, zoals de energietransitie, natuur en klimaatadaptatie, maar ook nieuwe bebouwing aansluitend aan kernen en steden. Aan de andere kant zal een deel van de agrarische grond vrijkomen omdat een aantal agrariërs, door groeiende concurrentie op de wereldmarkt en door de druk van genoemde ontwikkelingen, de komende jaren stopt of overstapt op een andere exploitatievorm. In onze gemeenten hebben we 216 agrarische bouwkavels. Deze zijn grotendeels ook nog in gebruik bij agrarische bedrijven. Om een beeld te krijgen wat in de agrarische sector leeft hebben met 152 van de 216 eigenaars/ pachters van agrarische bouwkavels keukentafel gesprekken plaatsgevonden.

Daaruit blijkt dat: - Het gevoel bij de agrarisch sector leeft dat zij te weinig aandacht krijgen bij de beleidsvoorbereiding en uitvoering. Recreatie wordt veel belangrijker gevonden, terwijl de agrarische sector belangrijk is om het landschap waar de recreant door wordt aangetrokken in stand te houden; - De ondernemers bij de gemeente te weinig kennis en affiniteit met de agrarische sector waarnemen waardoor een goede dialoog vaak niet mogelijk is; - Het gevoel leeft dat de problematiek inzake incidentele grootschalige ontwikkelingen wordt overschat en de politiek/ gemeente dit gebruikt om de agrarische sector klein te houden; - De gemiddelde bebouwingsdichtheid van agrarische bouwkavels 35 % bedraagt, waarbij met name de kleine(re) kavels meer bebouwd zijn. Door nadelige invloed op leefomgeving en natuur, wordt de landbouw de laatste jaren steeds meer geconfronteerd met negatieve berichtgeving en staat het maatschappelijk draagvlak onder druk. Ook in het buitengebied Eijsden-Margraten is de aandacht voor de landbouwsector niet altijd positief. De “grote stallen” en de schaalvergroting in het landschap, waardoor landschapselementen verloren kunnen gaan, worden als ongewenst gezien. Maar ook belasting van natuurgebieden mede door de stikstofproblematiek vraagt nationaal en lokaal om maatregelen.

De structuur en de kwaliteit van de bodem en grondwaterkwaliteit van de landbouwpercelen vergen ook de nodige aandacht. Immers door klimaatverandering kennen we meer langere perioden van droogte en kortere periode van intensieve neerslag. De grond moet het water langer kunnen vasthouden maar ook water gemakkelijker kunnen laten afvloeien bij intensieve neerslag. Op nationaal niveau heeft Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in haar beleidsvisie aangegeven dat ingezet wordt op een omslag naar kringlooplandbouw in 2030. 17

Kringlooplandbouw is landbouw waarbij zo min mogelijk afval vrijkomt, de uitstoot van schadelijke stoffen klein is en grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen worden benut. Ook de Corona crisis geeft aanleiding om anders te denken over de manier waarop wij met ons landbouw zouden moeten omgaan. Een groep van 170 Nederlandse wetenschappers geven aan dat Covid-19 ons leven ontwricht, maar tegelijk een historische kans biedt om de maatschappij “radicaal duurzamer” te maken. In een opgesteld Manifest roepen zij op om af te rekenen met “business as usual” en roepen zij politici op om beleid en een visie te ontwikkelen voor het tijdperk na corona. Een van de vijf voorstellen is de Overgang naar circulaire landbouw, gebaseerd op het behoud van biodiversiteit, duurzame, veelal lokale voedselproductie, vermindering van de vleesproductie en werkgelegenheid met eerlijke arbeidsvoorwaarden 1. Uit recent onderzoek van de LLTB naar de Zuid-Limburgse landbouw blijkt dat in Zuid-Limburg hoofdzakelijk nog op de “traditionele wijze” geboerd wordt. Wel hebben vanaf ongeveer het jaar 2000 meer bedrijven gekozen voor verbrede landbouw ( richting toerisme en recreatie, zorgboerderij etc.), maar niet allemaal met succesvol resultaat. Ook ziet de LLTB een toename in het aantal paardenhouderijen. Het merendeel van de Zuid-Limburgse ondernemers produceert voor de Europese markt.

Afzet voor de lokale markt biedt, aldus de LLTB op dit moment voor slechts een enkeling kansen.2 Er blijkt dat de agrarische sector best bereid is om over te stappen op natuur inclusieve landbouw maar dat met name de voorwaarden om te komen tot een goed verdienmodel niet altijd aanwezig of niet altijd duidelijk zijn. Financiële compensatie of prikkels zijn er nog onvoldoende. Anders boeren, duurzaam produceren, is nodig maar de vraag is hoe en wie daarin welke rol op zich neemt. Maar ander consumentengedrag is eveneens nodig: duurzamer eten en minder voedsel verspillen. Een lokaal voedselsysteem, van korte ketens, met aandacht voor regionale en lokale productie en een circulaire distributieketen, draagt niet alleen bij aan een duurzame ontwikkeling maar versterkt ook onze unieke streekidentiteit en het culinaire erfgoed van onze streek. Het beheer van (voormalige) landbouwpercelen zal in de toekomst veilig gesteld moeten worden. Dit geldt ook voor de landschapselementen die mede door boeren (kunnen) worden beheerd. Een belangrijke vraagstuk daarbij is de financiering. Zie hiervoor thema 1 ( landschap). Niet alle bedrijven gaan door. Een aantal bedrijven is gestopt of zal in de nabije toekomst stoppen. De bebouwing verliest zijn functie en leegstand en verloedering dreigt.

Er zal dus ook een antwoord gegeven moeten worden op de vraag hoe we met deze vrijkomende bebouwing willen omgaan en wat wel en niet de moeite waard is om te behouden. In hoofdstuk 1 onder Landschap zijn wij hier op ingegaan. De landbouwtransitie is een proces dat tientallen jaren in beslag neemt. De overheid kan dit proces faciliteren, maar met name binnen de sector zal de wil moeten zijn om te veranderen.

2.2

Richtinggevende uitspraken

Wat vraagt, gezien de uitkomsten van de gehouden sessies en de geschetste dilemma’s om richtinggevende uitspraken 1. Naar een vitale, toekomstbestendige en duurzame agrarische sector. 2. Lokale economie, korte ketens en ketensamenwerking 3. Verbreding van de bedrijfsactiviteiten en beëindiging van de bedrijfsactiviteiten 4. Experimenteren

1 https://www.duurzaam-ondernemen.nl/pleidooi-van-170-wetenschappers-in-manifest-coronacrisis-is-kans-voor-doorvoeren-

radicale-hervormingen-naar-groene-economie/ 2 Modern landschap in een kleinschalig landschap. Een blik op Zuid-Limburg LLTB 2019

18

1.

Naar een vitale, toekomstbestendige en duurzame agrarische sector

Richtinggevende uitspraak: Wij streven voor Eijsden-Margraten een vitale, toekomstbestendige en duurzame agrarische sector na, in harmonie met milieu, natuur en landschap. Een agrarische sector die bijdraagt aan het behoud van de unieke waarden van onze gemeente. De landbouwtransitie komt niet op gang doordat wij als gemeente dit willen, maar moet op gang komen vanuit de sector zelf en gedragen worden door de samenleving ( verwerkers, consumenten, financiers etc. ). De sector heeft voldoende zekerheid nodig over toekomstig verdienmodellen en er moeten voldoende kennis en goede voorbeelden voorhanden zijn. Wat gaan wij daar voor doen?: - Wij faciliteren en ondersteunen door partijen in de keten ( medeoverheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties, financiers en kennisinstellingen) bij elkaar te brengen. Zo loopt momenteel het project Vitale Fruitteelt, waaraan wij als gemeente actief hebben bijgedragen. Fruittelers uit de gehele provincie wordt de mogelijkheid geboden om samen met een bedrijfscoach te bekijken hoe het bedrijf vitaal kan blijven en hoe ingespeeld kan worden op veranderende omstandigheden. - In het contact met individuele bedrijven streven wij zoveel mogelijk naar één gemeentelijk aanspreekpunt.

- De omvorming naar een meer natuur- en landschapsvriendelijke landbouw ondersteunen wij gericht met de inzet van een vitaliteitsmanager (samen met de Middengebied gemeenten), pilots en ondersteuning door kennisinstellingen. - Wij faciliteren agrariërs die hun bedrijfsvoering ( verder) willen verbreden dan wel nevenactiviteiten willen ontplooien. Denk bijvoorbeeld aan hoogwaardige recreatie op het boerenerf, authentieke boerderijovernachtingen, beleving van de bewerking en verwerking van voedsel, workshops etc. Dit wel onder de voorwaarden dat deze activiteiten van ondergeschikte aard zijn er geen zelfstandig bedrijf ontstaat met een nieuwe ruimte vraag, dit niet ten koste gaat van landbouwgronden en er voor de omgeving een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd blijft. Ook hierbij is een duurzame bedrijfsvoering het uitgangspunt. De verbreding moet qua concept passen binnen de richtinggevende uitspraken ten aanzien van toerisme en recreatie en wonen (zie hiervoor het thema landschap). Voor de aanpak van agrarische bouwkavels in het buitengebied en de en beëindiging van de bedrijfsactiviteiten verwijzen we naar de passsages hierover onder het hoofdstuk Natuur en Landschap.

2.

Lokale economie, korte ketens en ketensamenwerking

Richtinggevende uitspraak: Wij streven naar een inclusieve lokale economie die waarde toevoegt aan de gemeenschap en zullen die faciliteren stimuleren en ondersteunen Ketensamenwerking vergt een samengaan van producent/ agrariër, verwerker en consument. Pas als de vraag van de consument verandert en consumenten (meer) bereid zijn om een meerprijs te betalen voor een duurzamer product, ontstaat een afzetmarkt en wordt een bijdrage geleverd aan de verduurzaming van de landbouw maar ook aan de slow food gedachte. Het is daarom zaak om dat hele voedselsysteem, de hele keten ‘van boer tot bord’, en alle partijen die daarbij betrokken zijn, en hun onderlinge relaties, onder de loep te nemen. Dit willen we op lokaal niveau doen maar ook regionaal niveau doen, samen met de Middengebied gemeenten Een concept zoals in Süd-Tirol met een keurmerk en een eigen keten voor streekproducten kan voor de gehele regio als voorbeeld dienen en past geheel binnen het slow foodgedachtengoed van Cittaslow.

19

Op lokaal niveau stimuleren wij de bewuste productie en consumptie van duurzaam voedsel. Wij willen inwoners actief betrekken middels kennis- en informatiesessies, om onder andere het draagvlak voor een op te richten keten/coöperatie te onderzoeken. Daarnaast willen wij ook de consument van de toekomst bereiken, door op scholen aandacht te vragen voor gezond en duurzaam voedsel en minder voedsel verspilling. Als gemeente kunnen we door actieve communicatie hieraan bijdragen. Wat gaan we daar voor doen: - Op lokaal niveau stimuleren wij de bewuste productie en consumptie van duurzaam voedsel. Wij nemen het voortouw en faciliteren initiatieven om de consument bewust te maken zodat “liever lokaal” ook omgezet wordt in daden. - Wij willen inwoners actief betrekken middels kennis- en informatiesessies, om onder andere het draagvlak voor een op te richten keten/coöperatie te onderzoeken. Zo hebben wij een aantal participatiebijeenkomsten georganiseerd over lokaal voedsel, waar ondernemers, initiatiefnemers en meedenkers uitwisselen en ook tot uitvoering van een aantal ideeën wordt overgegaan.

- Wij willen meer inwoners de kans geven om een bijdrage te leveren aan de lokale gemeenschap/ economie en starten een verkenning van een op te richten coöperatie rondom lokaal voedsel, waarvan ook burgers lid zijn, zoals bijvoorbeeld het Herenboereninitiatief - Daarnaast willen wij ook de consument van de toekomst bereiken, door op scholen aandacht te vragen voor gezond en duurzaam voedsel en minder voedsel verspilling. Als gemeente kunnen we door actieve communicatie hieraan bijdragen. - In samenwerking met de Middengebied gemeenten brengen wij de vraag en aanbodkant van en naar lokale producten in beeld. Wij onderzoeken hoe we dit beter op elkaar kunnen afstemmen, zodat de regionale voedselproductie gestimuleerd wordt. Ook brengen wij de mogelijkheden van een regionale distributieketen in beeld. - In samenwerking met de Middengebied gemeenten, Kiempunt Zuid-Limburg en andere partners, bekijken we hoe we een lokaal (keur) merk kunnen organiseren en promoten.

5.

Experimenteren

Richtinggevende uitspraak: De landbouwtransitie vraagt om experimenteren. We zoeken naar kansen samen met alle betrokken partijen. Pilots kunnen duidelijkheid brengen over wat wel en niet mogelijk is. Wat gaan we daarvoor doen?: - Wij pakken in Eijsden-Margraten actief pilots op. In eerste instantie starten we per 2021 met 4 casussen rond de categorieën groeiers, blijvers en stoppers/herbestemmers, zoals die in het traject Agrarische Bouwkavels zijn gedefinieerd. Deze pilots worden opgepakt afhankelijk van de situatie die zich voordoet. Wij zoeken betrokken partners, zoals de Provincie, om nieuwe verdienmodellen en nieuwe vormen van aanpak te verkennen en om het stoppen van agrarische bedrijven dan wel het omvormen en vernieuwen van bedrijven naar de toekomst te faciliteren. In samenwerking met de Middengebied gemeenten trekken wij een vitaliteitsmanager aan. Deze gaat bedrijven, die willen omvormen/ groeien ( een ook bedrijven die willen stoppen) begeleiden. Hij bemiddelt tussen agrariërs en de overheid, is een aanjager voor nieuwe ideeën en nieuwe ontwikkelingen mits passend binnen de landbouwtransitie. Voor 2021 is de inzet gericht op de begeleiding van één bedrijf per gemeente.

- Daarnaast nemen we als Middengebied deel aan de EO Wijersprijs, waarvoor ontwerpers en onderzoekers worden uitgedaagd om perspectieven te schetsen voor een veelzijdig en vitaal landelijk gebied. Voor een landschap dat betrouwbaar voedsel oplevert en tegelijkertijd een duurzame en gezonde woonomgeving kan zijn. Het winnende concept is bekend, samen met de Middengebied gemeente, de provincie en mogelijke andere stakeholders bekijken wij hoe wij hier verder mee omgaan. 20

3. Toerisme en recreatie 3.1

Dilemma’s

Toerisme en recreatie is een wezenlijke factor voor de economie in Zuid-Limburg en dus ook voor de economie van Eijsden-Margraten. In 2018 waren er in ZuidLimburg 21.340 banen in de toeristisch-recreatieve sector. De sector is daarmee goed voor 7,8% van het totaal aantal banen in de regio. Eijsden-Margraten is al het gaat om overnachtingen een kleine(re) speler in het Heuvelland. In 2019 kende onze gemeente 321.829 overnachtingen ( 6,3 miljoen overnachtingen in geheel Zuid-Limburg in 2018). De opbrengsten toeristenbelasting bedroegen in 2019 € 434.482,00. Uit het bewonersonderzoek uit 2018 in opdracht van de Provincie, door toerisme Zuid Limburg Heuvelland- Maastricht: Eijsden-Margraten blijkt dat de inwoner van Eijsden-Margraten over het algemeen positief staat ten aanzien van bezoekers/ toeristen. Een meerderheid van de ondervraagden vindt dat de gemeente toerisme moet bevorderen en ondersteunen. Uit de gehouden sessies blijkt ook een kritische noot. Gevreesd wordt voor overdruk. Te veel bezoekers, te veel toeristisch verkeer, te veel evenementen legt een druk op de leefbaarheid van de kernen maar legt ook een grote druk op het landschap. Met name het groot aantal evenementen, met als gevolg drukte, geluid, rommel, is door een aantal inwoners tijdens de sessie als probleempunt gedefinieerd.

Over het algemeen wordt de lijn onderschreven dat er geen sprake moet zijn van grootschalige nieuwe toeristische attracties, maar dat het juist moet gaan om kleinschalig, passend bij het DNA van Eijsden-Margraten en kwalitatief aan de maat. Ook wordt een link gelegd naar het gebruik van vrijkomende bebouwing in het buitengebied. Op 6 mei 2020 heeft de raad de Visie Vrijetijdseconomie Bestemming Zuid-Limburg vastgesteld. In deze visie is al een van de opgaven benoemd de vrijetijdseconomie beter verbinden aan de kwaliteit van het Zuid-Limburgs landschap. Vrijetijdseconomie zou moeten bijdragen aan het bewaken en verhogen van de kwaliteit van het landschap. Monumentale bebouwing kan gebruik worden voor toeristische functies. Duurzaam toerisme wordt gezien als voorwaarde maar ook als kans. Toerisme en recreatie met respect voor mens, milieu en economie, waarbij kwalitatieve groei gaat boven kwantitatieve groei. In deze visie is aangegeven dat de manier waarop deze doelen bereikt worden wordt ingevuld in een nog op te stellen Uitvoeringsprogramma.

In het Uitvoeringsprogramma Middengebied is opgenomen dat het Middengebied zich wil ontwikkelen tot een Green Destination, waarbij de uitdaging is om het aanbod van verblijfsaccommodaties te transformeren naar kwalitatief, passende verblijfsaccommodaties met een renderend verdienmodel en waarbij aandacht is voor het beheersbaar maken van recreatieve druk in kwetsbare gebieden en het duurzaam maken van de hele toeristische sector. Aanhaking met internationale verbindingen zoals met Visé, de Voerstreek en de Maas kan daarbij meerwaarde opleveren.

3.2

Richtinggevende uitspraken

Wat vraagt, gezien de uitkomsten van de gehouden sessies en de geschetste dilemma’s om richtinggevende uitspraken: 1. Naar een vitale, toekomstbestendige en duurzame toeristische sector in een kwalitatief landschap 2. Evenementen 3. Fiets- en wandelpaden

21

1. Naar een vitale, toekomstbestendige en duurzame toeristische sector in een kwalitatief landschap Richtinggevende uitspraak: Wij streven de principes van een Green Destination na, waarin ontwikkelingen (het concept, de wijze van ondernemerschap, wijze van aanpak/ draagvlak geënt zijn op kwaliteit (niet meer maar beter)), kleinschalig, duurzaam, authentiek en milieu en klimaatvriendelijk - en klimaatvriendelijk handelen. Wij onderschrijven de uitgangspunten zoals verwoord in de op 6 mei 2020 door de raad vastgestelde Visie Vrijetijdseconomie Bestemming Zuid-Limburg 2030, te weten: Kwaliteit, Spreiden en verleiden, Beleving, Vernieuwing, Ondernemerschap, samenwerking. Wat gaan wij daar voor doen?: Wij werken alleen mee aan (nieuwe) toeristisch-recreatieve ontwikkelingen in het buitengebied, die passen binnen de beginselen van Green Destination alsmede de Uitgangspunten zoals verwoord in de Visie Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg 2030. Op basis van de Visie Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg 2030 onderschrijven wij een op te stellen Uitvoeringsprogramma. Wij verlenen geen medewerking aan nieuwe grootschalige ontwikkelingen in ons buitengebied, zoals bijvoorbeeld grootschalige vakantieparken. We blijven samen met de middengebied gemeenten inzetten op het beperken van geluidoverlast van het vliegverkeer via lobby activiteiten.

We onderzoeken samen met de lijn 50 gemeenten hoe wij een betere balans kunnen vinden tussen toeristisch-recreatief verkeer en de waarden rust. Ons cultureel erfgoed is een belangrijke drager voor toerisme en recreatie, Wij ondersteunen initiatieven die trots uitdragen over ons cultureel erfgoed, zoals bijvoorbeeld het stroop erfgoed. We ontwikkelen de gedachten rondom Visitor Center+ verder door en werken naar een thematische aanpak. Samen met de Middengebied gemeenten richten wij een sectorplatform op voor de vrijetijdseconomie, waarin het Middengebied een leidende rol neemt. Het platform wordt gevormd door een samenwerking met overheden, onderwijs en wetenschap, bedrijfsleven en burgers/ maatschappij, waar kennis, innovatie en experimenten samenkomen. Samen met het middengebied zetten we ook een vitaliteitsmanager in voor de vrijetijdseconomie in eerste instantie gericht op verblijfsaccommodaties, die ondersteuning en advies geeft aan ondernemers van verblijfsaccommodaties met aandacht voor vitaliteit, kwaliteit en duurzame ontwikkeling. Er wordt voor de langere termijn ook gedacht aan de inzet van een vitaliteitsmanager voor dag recreatieve voorzieningen, die ook voor een deel een intensieve kwaliteitsslag moeten maken. Wij willen samen met de Middengebied gemeente een verhaallijn (VVV) ontwikkelen voor het Middengebied in combinatie met een marketing en promotieplan.

Een verhaallijn die het DNA en identiteit van het Middengebied weergeeft ( eventueel gebaseerd op Krijt, zie Unescogeopark). Voor de aanpak van her invulling van vrijkomende locaties in het buitengebied met toeristisch/ recreatieve functies en voor de aanpak om te komen tot verdien- en financieringsmodellen die ten goede komen aan het landschap, verwijzen we kortheidshalve naar de betreffende passages hierboven onder Landschap en Natuur.

2. Evenementen Richtinggevende uitspraak: Wij zoeken naar een goede balans tussen enerzijds de voordelen die het hebben van evenementen voor de toeristische economie met zich meebrengt, anderzijds de nadelen die natuur, landschap en omgeving kunnen ondervinden van evenementen.

22

We moeten er voor waken dat ook in onze gemeente de bewoners de nadelige gevolgen van evenementen nadrukkelijker gaan ondervinden, waardoor ook de tolerantie ten aanzien van gebruik van het buitengebied voor evenementen afneemt. Wat gaan wij daar voor doen?: - Wij gaan onderzoeken hoe wij selectiever om kunnen gaan met het verlenen van toestemming voor het houden van evenementen. Evenementen die we nog toestaan zijn met name gerelateerd aan onze eigen identiteit, en hebben aan het karakter van onze streek - Wij onderzoeken op welke manier wij binnen het Heuvelland evenementen beter op elkaar kunnen afstemmen. - Zonder ons gebied op slot te willen zetten, onderzoeken we welke instrumenten we kunnen inzetten zodat we alleen nog meewerken aan evenementen die gerelateerd zijn aan ons eigen identiteit, en verbonden met het karakter van de streek. We bekijken gebiedsgericht welke gebieden wel en niet nog belast kunnen worden. 4.

Verbetering van wandel- en fietsnetwerken

Richtinggevende uitspraak: Wij stimuleren de verbetering van wandel- en fietsmogelijkheden, mits passend binnen ons landschap, leidend langs ons cultureel erfgoed ( materieel en immaterieel) en passend binnen de principes die ten grondslag liggen aan een Green Destination. De bezoeker/ toerist komt met name in ons gebied om het gebied te voet of per fiets te verkennen. Dit vraagt om goede wandel- en fietsnetwerken, met voldoende ontsluitingspunten maar bijvoorbeeld ook met voldoende oplaadpunten voor E-bikes. In Eijsden-Margraten zijn al een aantal zgn. Ommetjes gerealiseerd. Korte wandelroutes, die zowel voor inwoners als bezoekers de moeite waard zijn. Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan de Grenslandroute. Een initiatief, met IKL als initiator om grotendeels via bestaande wandel- en fietspaden een verbindende wandel- en fietsroute te maken op en over de grens van Limburg. Ook zijn wij als gemeente partner van het project Cycling Connect. Een project met partners in ZuidLimburg maar ook in België en Duitsland partners met als doel de fietsmobiliteit in de Euregio te bevorderen. Hierbij wordt gekeken naar “ontbrekende” stukken fietsroute, maar ook naar het vermarkten van de Euregio als fietsregio. Voor dit project is een Interregg subsidie verkregen.

Tijdens de gehouden sessies is aangehaald dat gebruik van wegen door fietsers, wandelaars en motorvoertuigen, waaronder grote landbouwmachines, in het buitengebied tot gevaarlijke situaties leidt. De LLTB is samen met Veilig Verkeer Nederland de campagne Goed Gezien - Boerenverstand in het verkeer’, gestart. Wat gaan wij daar voor doen?: - In het kader van Green Destination onderzoeken wij de mogelijkheden van een wandel- en fietsroute en/of een thematische benadering rond ”oorlog en vrede, die aansluit op de Amerikaanse begraafplaats te Margraten om zo dit stuk historie nog meer beleefbaar te maken voor inwoners en bezoekers ( Visitorcenter+). - Verder willen wij in verband met de verkeersveiligheid opdracht geven voor een fietsplan om onze fietspaden structuur te verbeteren en veiliger te maken. - We werken samen met stakeholders en medeoverheden in het project Cycling Connect en het project Grenslandroute ter realisering van ( thematische) wandel en fietsroutes;

23

4. Wonen

4.1

Dilemma’s

Over het algemeen is het goed wonen in het buitengebied van Eijsden-Margraten. Een buitengebied dat wat voor betreft wonen gekenmerkt wordt door kleine kernen, gehuchten, lintbebouwing en soms ook solitaire woonbebouwing. Toch zijn er ook dilemma’s, zoals het verkrijgen van een goede balans tussen de agrarische activiteiten en het toerisme in relatie tot het wonen. Veiligheid is een aandachtspunt, vrijkomende bebouwing/ leegstand kan uitlokken tot ondermijning. Ook het borgen van een goed woon en leefklimaat is een aandachtspunt omdat in de directe nabijheid van woningen met bestrijdingsmiddelen wordt gewerkt. Ook worden er steeds meer klachten geuit over verstoorde rust door vliegtuiglawaai van de vliegvelden Maastricht Aachen Airport en Bierset (Luik). In de Woonvisie 2019 – 2025 “Samen bouwen aan de toekomst” is het uitgangspunt dat woningbouwinitiatieven zoveel als mogelijk geconcentreerd moeten worden binnen bebouwd vastgoed, zoals bijvoorbeeld monumenten of beeldbepalende panden. Dit ter voorkoming van leegstand en ter bevordering van de kwaliteit van de bebouwde omgeving en de leefbaarheid in de woonkernen. Ook wordt ingezet op het levensloopbestendig/ aanpasbaar maken van de woningen en het omvormen tot energie neutrale woningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=524670ce-e26d-476a-bf3f-1121f29eb16c