CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[ZS00054315] Ruimtelijke motivering D’n Bolle Akker Vessem

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente EerselBij agendapunt: Bindend advies buitenplanse omgevingsplanactiviteit Bolle Akkers aan de Flinkert te Vessem12.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet alleen draagt het systeem bij aan de bescherming van de volksgezondheid, maar ook aan het voorkomen van wateroverlast, het verminderen van effecten van klimaatveranderingen en het aantrekkelijk maken van woon-, bedrijfs- en recreatieomgeving. Enkele ambities betreffen het vergroten van de duurzaamheid van de rioleringszorg, het monitoren van wateroverlast, afkoppelen van verhard oppervlak en doelmatig beheer van de riolering. Deze ambities zijn vertaald naar speerpunten en maatregelen die het waterschap in de beleidsperiode gaat invullen. Speerpunten voor de periode 2023-2027 zijn het inzichtelijk maken van de aanwezige voorzieningen en de staat van de riolering, het opstellen van strategische (vervangings-) planningen, het verkrijgen van inzicht in het hydraulisch functioneren van de riolering en samenwerking met de partners in de afvalwaterketen. De maatregelen hierbij betreffen onder andere het invullen van afkoppelmogelijkheden, het opstellen van een hemelwaterbeleid, het actueel houden van de beheergegevens, het opstellen van een beheervisie en verder onderzoek naar klimaatbestendigheid van de riolering.

28 juli 2025

26

Flinkert 21, 23 en 26 Vessem

Bij het afkoppelbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen bestaand gebied, nieuwbouw, inbreidingen en buitengebied. In het plan staat voor nieuw te bouwen woningen het volgende aangegeven over de verwerking van hemelwater: Met nieuwbouw worden zowel uitbreidings- als inbreidingslocaties, en aanbouw aan bestaande bouw bedoeld. Voor nieuwbouw geldt een volledige gescheiden inzameling en verwerking van het afval en hemelwater. De bergingseis volgt uit de watertoets en is maatwerk. Vanuit klimaatbestendigheid wordt bij nieuwbouw een berging van 60 mm geadviseerd. Dit ligt vast in een hemelwater- en grondwaterverordening. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat deze vanwege rechtswege over in het omgevingsplan. Daarnaast wordt bij nieuwbouw een bouwpeilhoogte van 30 cm boven het hoogste straatniveau aangehouden. Bij inbreidingslocaties zal dit niet altijd mogelijk zijn. In deze situaties kan hier gemotiveerd van afgeweken worden. Situatie Waterberging Voorliggend initiatief voorziet in het toevoegen van 12 woningen (appartementen) binnen bestaande bebouwing. Er vindt geen uitbreiding van verharding en bebouwing plaats. Hierdoor neemt de oppervlakte van verharding niet toe. Compenserende maatregelen zijn niet noodzakelijk. Riolering Het huishoudelijke afvalwater (vuilwater) wordt aangesloten op de bestaande riolering.

Ten behoeve van de waterkwaliteit worden zoveel mogelijk duurzame bouwmaterialen toegepast. Er vinden geen wijzigingen plaats in de afvoer van het hemelwater dat op het dak van de boerderijen valt. Beschermingszone Het dagelijks bestuur van Waterschap De Dommel heeft op 17 oktober 2023 de legger waterstaatswerken 2023 vastgesteld. Op afbeelding 4.6 is een uitsnede van deze legger weergeven. Met rode stip is de locatie van het projectgebied aangegeven.

Afbeelding 4.6: Uitsnede leggerkaart (bron: https://wdedommel.maps.arcgis.com)

28 juli 2025

27

Flinkert 21, 23 en 26 Vessem

Ten oosten en westen van het projectgebied liggen watergangen die zijn aangemerkt als A-water. Voor A-water geldt een beschermingszone van 5 meter. Het projectgebied ligt hier buiten. Verder liggen in de nabijheid van het projectgebied geen waterkeringen. Conclusie Vanuit het aspect water en watersystemen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.12

Archeologie, cultuurhistorie en erfgoed

Wettelijk kader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Voor de bescherming van het landschap geldt voor Nederland het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. In artikel 1.2 lid 1 sub g Omgevingswet worden 'landschappen' als onderdeel van de fysieke leefomgeving aangemerkt. Het landschapsbeleid kan door Rijk, provincie of gemeente in een omgevingsvisie zijn vastgelegd. Deels zijn landschapswaarden in instructieregels van het Bkl verankerd. Artikel 5.129 Bkl bevat bijvoorbeeld een instructieregel over het behoud van uitzicht op de vrije horizon van de zee.

Een ander voorbeeld is de instructieregel over het cultureel erfgoed over onder andere bescherming van cultuurlandschappen. Door Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is een regionale erfgoedkaart opgesteld. Deze interactieve erfgoedkaart is opgesteld in opdracht van meerdere regiogemeenten. Doel van het erfgoedbeleid is om archeologische en cultuurhistorische waarden te beschermen. De erfgoedkaart geeft een overzicht van de cultuurhistorische schatten van elf regiogemeenten in Zuidoost-Brabant en vormt daarmee de basis voor het gemeentelijke erfgoedbeleid in de regio. Situatie Archeologie Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische verwachtingswaarden in beeld gebracht. Op afbeelding 4.7 is een uitsnede van deze kaart weergegeven. Aan de locatie is geen verwachting (verstoord) toegekend.

28 juli 2025

28

Flinkert 21, 23 en 26 Vessem

Archeologische verwachtingen en waardenkaart Mogelijke verstoringen

Esde kken/P I aggen dek

‘Väì

ch1i ng

Verwachting Archeologisch (rijksjmonu ment Zeer hoge archeologische waarde (Hoge) archeologische waarde Historische kern Hoge verwachtng Middelhoge verwachting Lage verwachting

-

Afbeelding 4.7: Uitsnede archeologische verwachtingen- en waardenkaart (bron: https://atlas.odzob.nl/portal)

Omdat de locatie is verstoord en de wijziging binnen de bestaande bebouwing plaatsvindt is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Op afbeelding 4.8 is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart weergegeven.

28 juli 2025

29

Flinkert 21, 23 en 26 Vessem

Afbeelding 4.8: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart (bron: https://atlas.odzob.nl/portal)

Op deze kaart is de langgevelboerderij aan de Flinkert aangemerkt als 'overige historische bouwkunst'. Het gebouw is geen rijks- of gemeentelijk monument. Het heeft deze aanduiding toegekend gekregen vanwege het algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als voorbeeld van de sociaaleconomische ontwikkeling van de landbouw in het gebied. Omdat het over een relatief late boerderij gaat is de bouwhistorische waarde gering, ook is de boerderij geen zeldzaam exemplaar. Daarnaast is het projectgebied gelegen binnen een molenbiotoop. Door de bergkorenmolen aan de Wilhelminalaan valt een groot deel van de kern Vessem binnen de molenbiotoop die bescherming moet bieden voor deze molen. De molen is in 1893 gebouwd op een verhoging, zodat hij met zijn wiekenkruis boven de omringende bebouwing zou uitsteken. In het verleden zijn verschillende omliggende bomen en gebouwen ontstaan die te hoog zijn om de molen goed te laten functioneren. Om toekomstige problemen met betrekking tot de windvang te voorkomen is in het bestemmingsplan 'Kom Vessem' Vrijwaringszone - Molenbiotoop opgenomen. Deze beschermingszone biedt bescherming tegen te hoge bebouwing. Er gelden beperkingen aan de hoogte van nieuwe bebouwing. Bovendien is een vergunningenstelsel opgenomen voor het aanbrengen van bovengrondse constructies en de aanplant van bomen.

Met voorliggend initiatief wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. Ook worden er geen bovengrondse constructies aangebracht of bomen aangeplant. De belangen van de molen worden met voorliggend initiatief niet geschaad. Conclusie Vanuit het aspect archeologie, cultuurhistorie en erfgoed is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

28 juli 2025

30

Flinkert 21, 23 en 26 Vessem

4.13

Bedrijfsmatige activiteiten

Een goede omgevingskwaliteit en de integratie van milieu en ruimte betekent het integreren van (vaak technische) milieunormen in het omgevingsplan/vergunning. In deze paragraaf is duidelijk gemaakt: ^ Op welke manier gemeente een keuze heeft gemaakt in de na te streven omgevingskwaliteit binnen het gemeentelijk grondgebied vanuit het thema milieubelastende (bedrijfs)activiteiten. ^ Op welke manier aan het reguleren van de omgevingskwaliteit vanuit het thema milieubelastende (bedrijfs) activiteiten in een omgevingsplan vorm zou kunnen worden gegeven dan wel via een omgevingsvergunning kan worden geregeld. Onder de Wet ruimtelijke ordening werd gebruik gemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering. In die uitgave werden bedrijven ingedeeld in milieucategorieën. Die milieucategorieën waren weer gekoppeld aan richtafstanden. Op basis van die VNG publicatie werd bepaald of bepaalde milieubelastende en milieugevoelige functies bij elkaar in de buurt gevestigd konden worden. Met de komst van de Omgevingswet in het vooruitzicht is deze VNG publicatie niet meer geactualiseerd en is er gewerkt aan een nieuwe publicatie. Deze nieuwe publicatie draagt de naam 'VNG handreiking activiteiten en milieuzonering'. De nieuwe VNG-handreiking heeft de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering uit 2009' vervangen. In de nieuwe handreiking gaat de VNG uit van drie gebiedstypen: 1.

Industrieterreinen, bedrijventerreinen of andere werkgebieden: dit zijn gebieden waar de bedrijfsfunctie (of een andere werkgerelateerde functie) prevaleert; 2. Woongebieden: dit zijn gebieden waar de woonfunctie (en andere milieugevoelige functies) overheerst; 3. Gemengde gebieden met wonen (functiemenging): dit zijn gebieden met een tussenvorm met zowel milieugevoelige functies als bedrijfsfuncties, maar ook andere milieubelastende functies zoals horeca en detailhandel. Binnen een gemengd gebied kunnen naast wonen verschillende andere functies worden toegelaten. Dat kunnen, naast functies als detailhandel, kantoren en horeca, ook bedrijfsfuncties zijn (bedrijf: 'een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen'). Er wordt in de nieuwe handreiking geen gebruik meer gemaakt van milieucategorieën, maar van de gebruiksruimte. Onder gebruiksruimte wordt verstaan de ruimte die een bedrijf mag benutten, zoals geluid- of geurruimte. Er wordt dan bijvoorbeeld binnen een zone rondom woningen een maximale geluidsnorm voorgeschreven. Hoe groter de afstand tot de woningen, hoe hoger deze norm zal zijn. Dit is dus een verschil met de 'statische' afstandsnormen uit de oude handreiking die uitgaan van richtafstanden op basis van de grootste overlastfactor per categorie bedrijf.

Het reguleren van de gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf staat centraal in de nieuwe systematiek voor milieuzonering. De milieucategorieën en richtafstanden van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering uit 2009 zijn voor geluid en geur omgezet naar zones, waarden en afstanden in deze handreiking (zie onderstaande tabellen). Voor geur is het onderscheid tussen rustig en gemengd woongebied vervallen.

28 juli 2025

31

Flinkert 21, 23 en 26 Vessem

Tabel standaard geluidruimte

Tabel standaard geurruimte

VNG 2009 rustig woongebied

VNG 2024 rustig woongebied (op hoofdlijnen)

VNG 2009 gemengd woongebied

VNG 2024 rustig en gemengd woongebied (op hoofdlijnen)

Cat

Richt­ afstand

Vertaald naar:

Cat

Richt­ afstand

Vertaald naar:

2

30 m

Zone beperkt, traploos over eerste 50 meter: 45 dB(A) op grens rustig woongebied

2

30 m

Basiswaarde (0,5 ouE als 98-p en 2 ouE als 99,9-p) traploos over eerste 50 meter tot grens woongebied

3.1

50 m

Zone beperkt, van 50 tot 100 meter: 45 dB(A) op 50 meter van eigen terreíngrens

3.1

50 m

3.2

100 m

Vanaf 100 meter van rustig woongebied: basiswaarde van 50 dB(A) op 50 meter van eigen terreingrens, maar binnen zone beperkt richting rustig woongebied geldt 45 dB(A)

Vanaf 50 meter van grens woongebied: basiswaarde (0,5 ouE als 98-p en 2 ouE als 99,9-p) op 50 meter van eigen terreingrens

3.2

100 m

Zone verruimd, basiswaarde (0,5 ouE als 98-p en 2 ouE als 99,9-p) tot maximaal 100 meter van eigen terreingrens

4.1

200 m

Zone verruimd, basiswaarde (0,5 ouE als 98-p en 2 ouE als 99,9-p) tot maximaal 100 meter van eigen terreingrens

4.1

200 m

Zone verruimd: 50 dB(A) tot maximaal 100 meter van eigen terreingrens

Situatie Gebiedstype Het projectgebied is gelegen in gebiedstype 'rustige woonwijk'. In de directe omgeving vindt geringe functiemenging plaats. Qua aanvaardbare milieubelasting is dit omgevingstype dus vergelijkbaar met een rustige woonwijk. Invloed plan op de omgeving Met voorliggend initiatief worden woningen toegevoegd ter plaatse van een maatschappelijke functie midden in een woongebied. In de bestaande en toekomstige situatie is er sprake van milieugevoelige activiteiten. De gebruiksruimte van de bedrijven in de omgeving wordt hierdoor niet beperkt. Invloed omliggende inrichtingen op plan Ten westen van het projectgebied, aan de Wilhelminalaan 44, bevindt zich een brandweerpost van de regionale brandweer. De grens van de inrichting ligt op meer dan 95 meter van het projectgebied. Een brandweerpost is in de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering uit 2009 aangemerkt als een bedrijf in de categorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter vanwege geluid. Hiervoor geldt op basis van de nieuwe publicatie een waarde van 45 dB(A) op 50 meter afstand van die milieuhinderlijke activiteit. De brandweerpost ligt op meer dan 50 meter van het projectgebied. Daarnaast worden er tussen het projectgebied en de brandweerpost woningen gebouwd. De brandweerpost leidt niet tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen.

Ten oosten van het projectgebied ligt het bedrijventerrein Hoefseweg. Hier zijn op basis van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering uit 2009 bedrijven tot en met categorie 3.2 met een richtafstand van 100 meter toegestaan. Een bedrijventerrein heeft een uitwaartse werking. Het is binnen bepaalde afstanden niet goed mogelijk om nieuwe milieugevoelige gebouwen te projecteren. Dit geldt voor een te projecteren gemengd gebied met wonen binnen een afstand van 50 meter van de grens van het bedrijventerrein of ander werkterrein. Met voorliggend initiatief wordt geen nieuw milieugevoelig gebouw gerealiseerd. De woningen worden toegevoegd in de bestaande bebouwing die als is aangemerkt als milieugevoelig. Ook de afstand van de woningen tot aan de inrichtingsgrens van het bedrijventerrein bedraagt meer dan 300 meter. Het bedrijventerrein leidt niet tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen. Conclusie Vanuit het aspect bedrijfsmatige activiteiten is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

28 juli 2025

32

Flinkert 21, 23 en 26 Vessem

4.14

Klimaatadaptatie

Het klimaat verandert en steeds vaker worden we geconfronteerd met de gevolgen, zoals hitte, droogte, extreme neerslag en overstromingen. Klimaatverandering is in een vergaand stadium en de effecten en risico's voor onze samenleving worden steeds groter. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zodat de opwarming beperkt blijft. Aan de andere kant is het noodzakelijk om ons als samenleving aan te passen en voor te bereiden op de reeds ingezette klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Niet alleen om schade te beperken, maar ook om kansen te benutten. Situatie Het initiatief voorziet niet in een toename aan verharding of bebouwing. Het wordt gerealiseerd binnen bestaande bebouwing. Daarnaast hoeven er geen bomen te worden gekapt of struiken te worden gerooid. Conclusie Vanuit het aspect klimaatadaptatie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.15

Trillingen

Het Rijk wil mensen beschermen tegen trillinghinder. Dat doet het door regels te stellen aan activiteiten die trillingen veroorzaken in trillinggevoelige gebouwen. De instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving wijzen trillinggevoelige gebouwen en trillinggevoelige ruimten aan. Artikel 5.80 van het Bkl wijst gebouwen of gedeeltes van gebouwen met de gebruiksfunctie 'wonen' aan als trillinggevoelige gebouwen. Hieronder vallen alle gebouwen met een woonfunctie, zoals woningen en verzorgingshuizen. Woonschepen en woonwagens vallen niet onder de woonfunctie. Een verblijfsruimte of verblijfsgebied is een trillinggevoelige ruimte. Situatie Het projectgebied is gelegen op een afstand van meer dan 250 meter van spoortracés. Op deze afstand wordt het aspect trillingen niet relevant geacht voor het oprichten van trillinggevoelige gebouwen of ruimtes. Conclusie Vanuit het aspect trillingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

28 juli 2025

33

Flinkert 21, 23 en 26 Vessem

5

PARTICIPATIE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

5.1

Participatie

Er heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden. Het plan is gepresenteerd aan omwonenden en andere belanghebbende. Na de presentatie heeft er een dialoog plaatsgevonden. Hier is een verslag van gemaakt. Dit verslag is toegevoegd aan de vergunningaanvraag.

5.2

Principeverzoek

Op 5 oktober 2023 is er een principeverzoek aangevraagd. Op 23 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eersel een besluit genomen over het plan. Het college heeft besloten om in principe medewerking te verlenen onder de voorwaarde dat alle appartementen een eigen direct aan de woonruimte gelegen buitenruimte hebben, tenminste in de kwaliteit van een balkonvenster.

5.3

Advies en instemming

Bij een vergunning zijn burgemeester en wethouders (B&W) het bevoegd gezag. Er kan advies of instemming van een ander bestuursorgaan nodig zijn.

5.4

Vaststellingsprocedure

De aanvraag om de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken.

5.5

Bezwaar/ Beroep

De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de reguliere procedure voor. Het bezwaar dient ingediend te worden bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen. In dit geval het college van de gemeente Eersel. Wanneer iemand het niet eens is met het besluit op dat bezwaar, kan hij of zij nog in beroep gaan. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarna kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Belanghebbenden kunnen eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsvergunning.

28 juli 2025

34

Flinkert 21, 23 en 26 Vessem

6

FINANCIËLE HAALBAARHEID

6.1

Kostenverhaal

Daar waar nodig zal op basis van artikel 13.18 het publiekrechtelijke kostenverhaal worden verrekend door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Tevens worden voor het in behandeling nemen van en de procesbegeleiding kosten gerekend. Deze worden verrekend via de leges, de bedragen zijn vastgelegd in de legesverordening. De ontwikkeling wordt geheel op risico van Woningstichting De Zaligheden aangegaan. Tussen de gemeente Eersel en de Woningstichting is een overeenkomst gesloten waarmee het kostenverhaal is verzekerd. Vanwege de kleinschaligheid is de ontwikkeling binnen een redelijke termijn financieel haalbaar. Zodra de vergunning is verleend kan er worden gestart met de werkzaamheden. De ontwikkeling is hierdoor binnen een redelijke termijn uitvoerbaar.

6.2

Nadeelcompensatie

Het is niet aannemelijk dat er schade wordt veroorzaakt met het verlenen van de omgevingsvergunning. Een nadeelcompensatierisicoanalyse is niet noodzakelijk.

28 juli 2025

35

Flinkert 21, 23 en 26 Vessem

7

CONCLUSIE EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES

Het initiatief is niet strijdig met het Rijks- of Provinciale beleid. Daarnaast past het initiatief binnen het gemeentelijke beleid en voldoet aan de door de gemeente gestelde randvoorwaarden. De aspecten bodem, geluid, geur, luchtkwaliteit, veiligheid vormen geen beletsel voor de realisatie van het initiatief. Het initiatief heeft geen negatieve invloed op de aspecten archeologie, verkeersgeneratie, waterhuishouding, natuur en gezondheid. De financiële consequenties van het project worden volledig gedragen door Woningstichting De Zaligheden. Het initiatief vindt plaats binnen de bestaande bebouwing waar al een gevoelige functie is toegestaan. Er wordt geen bebouwing of verharding toegevoegd. Ook worden er geen bomen gekapt of struiken gerooid. Ruimtelijk gezien zijn er daarom geen bezwaren tegen het initiatief. Op grond van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet bezwaarlijk is en in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

28 juli 2025

36

Flinkert 21, 23 en 26 Vessem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=8e25c2b0-83d1-45b4-b3a4-9450f40c3aa8