CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[26.10370] VERVALLEN - Def jaarstukken 2025 (exc. accountantsverklaring)

Raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente EerselBij agendapunt: Jaarstukken 202545.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

De legestarieven stijgen gelijk met de inflatiecorrectie voor de uitgaven, in de begroting is uitgegaan van 2,2%. De OZB is in 2025 met 14,5% verhoogd ten opzichte van 2024. Belastingen en heffingen Onroerende zaakbelasting (OZB) De OZB wordt geheven op binnen de gemeente gelegen onroerende zaken. Het betreft een directe belasting die is uitgesplitst in:  een gebruikersbelasting van niet-woningen van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt. De opbrengst OZB gebruikers in 2025 bedraagt € 714.091 (oorspronkelijk begroot 2025 € 724.704).  een eigenarenbelasting van niet-woningen van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De opbrengst OZB eigenaren niet-woningen in 2025 bedraagt € 1.084.038 (oorspronkelijk begroot 2025 € 1.085.318).  een eigenarenbelasting van woningen van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De opbrengst OZB eigenaren woningen in 2025 bedraagt € 3.018.781 (oorspronkelijk begroot 2025: € 2.941.768).

Toeristenbelasting Onder de naam toeristenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiel kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen een vergoeding in welke vorm dan ook voor personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente. In 2025 wordt de opbrengst over belastingjaar 2024 ontvangen. Deze opbrengst over 2024 bedraagt € 768.423. Het oorspronkelijk geraamde bedrag was € 725.824 in 2025. Forensenbelasting Onder de naam forensenbelasting wordt een directe belasting geheven van iemand die langdurig in een gemeente verblijft zonder daar zijn hoofdverblijf te hebben. Als langdurig verblijf wordt aangemerkt indien er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor betrokkene of zijn gezin een gemeubileerde woning beschikbaar wordt gehouden. De werkelijke opbrengsten in 2025 (over belastingjaar 2024) bedragen 79

€ 68.885 (begroot € 51.100). Vanuit 2024 was een verwachte inkomst opgenomen van € 72.000. Hiernaast is een nog te ontvangen bedrag opgenomen voor de opbrengsten van 2025 voor € 50.000, deze opbrengst wordt in 2026 daadwerkelijk ontvangen. Dit geeft per saldo een nadelige afwijking van € 4.400 ten opzichte van de raming 2025. Precariobelasting Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De werkelijke opbrengsten in 2025 zijn € 36.981 (begroot € 31.185) Reclamebelasting De werkelijke opbrengst in 2025 bedroeg € 47.812 (begroot € 51.457). Reclamebelasting wordt enkel geheven in een afgebakend gebied in de kern Eersel. Het berekend bedrag aan reclamebelasting is uitgekeerd aan Visit Eersel. Dit wordt gebruikt voor activiteiten vanuit de winkeliers in de kern Eersel. Rioolheffing Rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De werkelijke opbrengst rioolheffing 2025 bedraagt € 2.485.527 en er was een bedrag geraamd van € 2.436.414. Het exploitatiesaldo op de post riolering wordt jaarlijks verrekend met de voorziening riolering. Het saldo in de exploitatie is circa € 4.000 voordelig.

De onderhoudskosten van riolering waren gemiddeld € 100.000 lager dan begroot en hiernaast zijn de afschrijvingslasten circa € 200.000,- lager omdat rioolprojecten nog niet volledig zijn afgerond. De overheadkosten en toegerekende btw zijn circa € 130.000 hoger dan begroot. Zie hieronder het overzicht van de verdeling van de kosten en opbrengsten. Overzicht verdeling kosten en opbrengsten riolering Onderstaande tabel geeft een uiteenzetting over de kosten van de riolering (in overeenstemming met het BBV). De overheadkosten worden gemaakt door de sturing en ondersteuning. Deze kosten worden verantwoord op het verplichte hoofdstuk ‘Overhead’. We baseren de kosten op de totale niet doorbelaste overheadskosten gedeeld door de totale productieve uren. Deze kosten worden - evenals de BTW component – (extra-comptabel) meegenomen in de berekening van de kostendekkende rioolheffing. De methodiek voor de berekening van overhead aan de tarieven is opgenomen in de “Financiële verordening gemeente Eersel 2025”. De verordening is in 2025 aangepast waardoor de doorbelaste overheadkosten hoger zijn oorspronkelijk begroot. Kostendekkendheid van de riolering Kosten taakveld riolering Inkomsten taakveld riolering (exclusief heffingen) Netto kosten taakveld

Oorspronkelijk begroot 2025 -2.107.000 0 -2.107.000

Werkelijk 2025 -1.839.452 39.426 -1.800.026

Toe te rekenen kosten Overhead BTW Egalisatie taakveld riolering Totale kosten taakveld riolering

-280.000 -286.000 237.000 -2.436.000

-378.023 -303.486 -3.991 -2.485.527

Opbrengst heffingen Dekkingspercentage

2.436.000 100%

2.485.527 100%

Afvalstoffenheffing. Op basis van de werkelijke cijfers afvalverwijdering is ten opzichte van de begroting 2025 sprake van een netto-voordeel van € 59.000 (inclusief BTW-compensatiefonds effect en overhead). Dit voordeel wordt gestort in de voorziening egalisatie afvalverwijdering. Het voordeel is ontstaan door een eenmalige vergoeding voor het opruimen van zwerfafval en openbare prullenbakken circa € 84.000. Deze opbrengsten was niet ingecalculeerd omdat het vergoedingen uit 2023/2024 betrof die in eerste instantie niet werd toegekend, maar later toch zijn betaald vanuit het rijk. Door 80

een wijziging van de berekening van het overhead tarief zijn deze kosten circa € 25.000 hoger dan geraamd. Dit levert per saldo een voordeel op van € 59.000. Overzicht verdeling kosten afval Onderstaande tabel geeft een uiteenzetting over de kosten van de afvalstoffenheffing (in overeenstemming met het BBV). De overheadkosten worden gemaakt door de sturing en ondersteuning. Deze kosten worden verantwoord op het verplichte hoofdstuk ‘Overhead’. We baseren de kosten op de totale niet doorbelaste overheadskosten gedeeld door de totale productieve uren. Deze kosten worden - evenals de BTW component – (extra-comptabel) meegenomen in de berekening van de kostendekkende afvalstoffenheffing De methodiek voor de berekening van overhead aan de tarieven is opgenomen in de “Financiële verordening gemeente Eersel 2025”. Kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing

Begroot 2025

Werkelijk 2025

Kosten taakveld afval Inkomsten taakveld afval (exclusief heffingen) Netto kosten taakveld

-1.651.000 451.000 -1.200.000

-1.687.055 588.655 -1.098.400

Toe te rekenen kosten Overhead BTW Egalisatie taakveld afval Totale kosten taakveld afval

-71.000 -306.000 -1.577.000

-95.961 -287.184 -58.803 -1.540.348

Opbrengst heffingen Dekkingspercentage

1.577.000 100%

1.540.348 100%

Leges In de begroting 2025 is de totale opbrengst leges geraamd op € 960.000. De werkelijke opbrengst 2025 bedraagt € 1.264.000. De opbrengsten van omgevingsvergunningen zijn circa 127.000 hoger dan begroot. De opbrengsten voor reisdocumenten zijn circa € 30.000 hoger dan oorspronkelijk begroot, deze bijstelling is deels (€ 15.000) gerapporteerd in 2e bestuursrapportage 2025. Hiernaast zijn de leges voor dagelijks onderhoud wegen € 50.000 hoger dan geraamd. We heffen de leges over een aantal verschillende rechten ter zake van het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Om de kosten transparant te maken worden deze weergegeven op het niveau van taakvelden. De onderstaande tabel is ook betreffende de kostendekkendheid van de leges op grond het nieuwe BBV -opgenomen in de jaarrekening. Kostendekkendheid van de leges Kosten taakveld burgerzaken (titel 1) Kosten taakveld parkeren (titel 1) Kosten taakveld wonen en bouwen (titel 2) Kosten taakveld openbare orde en veiligheid (titel 3) Netto kosten taakvelden Toe te rekenen kosten Overhead Totale kosten taakvelden Opbrengst leges (titel 1 t/m 3) Dekkingspercentage

Begroot 2025

Werkelijk 2025

-634.000 -6.000 -792.000 -129.000 -1.561.000

-567.000 -7.000 -792.000 -159.000 -1.525.000

-421.000 -1.982.000 960.000 48%

-568.000 -2.093.000 1.177.000 56%

In artikel 229 b eerste lid van de gemeentewet is bepaald dat de legestarieven zodanig vastgesteld moeten worden dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten. De legesverordening is verdeeld in 3 titels, te weten: Titel 1 Algemene dienstverlening: denk hierbij met name aan paspoorten, rijbewijzen, burgerlijke stand, naturalisatie e.d.; Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning: denk hierbij met name aan de omgevingsvergunning; Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning. De naamgeving van deze titel is wellicht wat verwarrend, maar hieronder 81

vallen de evenementenvergunning, vergunning in kader Drank- en Horecawet en gebruiksvergunningen. De legestarieven worden bepaald op basis van de begroting, zodat incidentele hogere of lagere opbrengsten geen invloed hebben op de vastgestelde tarieven. In onderstaand overzicht wordt de mate van kostendekkendheid van de leges weergegeven: Kostendekkendheid per titel (incl. overhead) Titel 1 Titel 2 Titel 3 Kostendekkendheid totaal

Lasten 2025

Baten 2025

1.067.874 848.339 177.126 2.093.339

382.480 672.151 121.917 1.176.547

Kostendekking per titel 36% 79% 69% 56%

1.3.9 Vermakelijkhedenretributie De werkelijke opbrengst in 2025 bedraagt € 108.000. De raming 2025 bedroeg € 102.000. Deze is opgenomen in titel 3 in bovenstaande tabel. 1.3.10 De geraamde en werkelijke inkomsten In onderstaand overzicht zijn alle inkomsten ten aanzien van lokale heffingen opgenomen voor 2025. ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Onroerende zaakbelasting Toeristenbelasting Forensenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting TOTAAL ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN NIET ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Rioolheffing Afvalstoffenheffing Leges Vermakelijkhedenretributie TOTAAL NIET ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN

Begroting 2025 4.751.790 725.824 51.100 31.185 51.457 5.611.356

Werkelijk 2025 4.816.910 768.423 46.697 36.981 47.812 5.716.823

2.436.414 1.577.400 902.342 102.200 5.018.356

2.485.527 1.540.348 1.176.547 108.168 5.310.590

1.4 Kwijtscheldingsbeleid Wanneer men een inkomen heeft op of net boven het bijstandsniveau en niet beschikt over vermogen kan men in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen. Bij kwijtschelding komt de verplichting tot betaling geheel of gedeeltelijk te vervallen. Kwijtschelding kan alleen worden aangevraagd door particulieren en niet door rechtspersonen. In 2025 is voor een bedrag van € 57.000 kwijtschelding verleend, hiervoor was er een bedrag geraamd van € 51.000. Beleid en beleidsdocumenten Het beleid betreffende de lokale lasten is opgenomen in: - De diverse belastingverordeningen; - Het raadsbesluit ‘Afbakening belastinggebied waarvoor kwijtschelding kan worden aangevraagd en vaststelling maximumbedrag aan kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing’.

82

2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wat is weerstandsvermogen en risicobeheersing? Het gemeentelijk weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin we in staat zijn financiële tegenvallers op te vangen. Om dit te kunnen moeten we beschikken over een zekere mate van vrije ruimte binnen de begroting en/of de vermogenspositie. Deze vrije ruimte heet ook wel de weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen: - De weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen waarover we beschikken of kunnen beschikken om niet begrote kosten te dekken; - Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Om risico’s goed te kunnen relateren aan de weerstandscapaciteit, benoemen we de risico’s in kwantitatieve grootheden. Niet alle risico’s zijn relevant voor de weerstandscapaciteit. Niet relevant zijn: - Concrete of reguliere risico’s (afdekken middels voorziening of verzekering); - Risico’s lager dan € 25.000 (vallen onder reguliere bedrijfsvoering); - Zeer zeldzame en grote risico’s met extreme gevolgen, zoals natuurrampen. Op 18 december 2007 is de nota weerstandsvermogen en risicomanagement vastgesteld. Hierin is bepaald dat bij ieder relevant risico naar de volgende punten wordt gekeken: 1. Omschrijving van het risico; 2. Inschatting van de kans dat een gebeurtenis optreedt.

Hierbij wordt aangegeven hoe vaak een risico zich voordoet. De meerjarenbegroting is voor vier jaar gemaakt. De kans kan dus variëren van:  Vierjaarlijks risico (factor 1);  Driejaarlijks risico (factor 1,33);  Tweejaarlijks risico (factor 2);  Jaarlijks risico (factor 4). 3. Uitspraak over hoe het financiële gevolg van een risico is in te schatten: goed, redelijk, slecht of niet. 4. Een inschatting van de mogelijke financiële gevolgen als het risico zich voordoet. Hierbij onderscheiden we een zestal categorieën, namelijk:  Risico’s met een indicatie > € 25.000 < € 50.000 (€ 37.500);  Risico’s met een indicatie > € 50.000 < € 250.000 (€ 150.000);  Risico’s met een indicatie > € 250.000 < € 750.000 (€ 500.000);  Risico’s met een indicatie > € 750.000 < € 1.250.000 (€ 1.000.000);  Risico’s met een indicatie > € 1.250.000 (geschat indicatief risico);  Risico’s waarvoor geen indicatie is aan te geven (PM) Tussen haakjes ziet u hoe het financiële gevolg wordt meegenomen in de berekening. Het aangegeven bedrag vermenigvuldigen we met de risicofactor (zie punt 2). 5.

Hoe we met het risico omgaan in termen van vermijden, verminderen, overdragen of accepteren;  Vermijden: beleid waardoor een risico ontstaat wordt beëindigd of op een andere manier vormgegeven;  Verminderen: risico wordt afgedekt met een verzekering, een voorziening of een ander budget in de programmabegroting;  Overdragen: het beleid dat een risico met zich meebrengt, laten uitvoeren door een andere partij, die daarbij ook de financiële risico’s overneemt;  Accepteren: wanneer het risico niet beïnvloedbaar is en niet op een andere wijze wordt afgedekt, dient eventuele financiële schade volledig middels de weerstandscapaciteit afgedekt te worden. 6. Het ‘reële’ financiële gevolg (kans maal geschat financieel gevolg) van de niet-reguliere risico’s. Beleid en beleidsdocumenten De volgende beleidsuitgangspunten gelden: - Om risico’s en tegenvallers op te vangen, hebben we een buffer nodig. Anders is de kans groot dat dekkingsmiddelen wegvallen. Het is voor een gezond financieel beleid noodzakelijk dat we een minimale omvang voor de algemene reserve vaststellen.; - Om de algemene reserve te verruimen, voegen we op te heffen reserves en voorzieningen hieraan toe; - Om onvoorziene risico’s met betrekking tot de bouwgrondexploitatie op te vangen hebben we een afzonderlijke buffer nodig.

Daarom is het voor een gezond financieel beleid noodzakelijk dat we een minimale omvang voor de algemene reserve bouwgrondexploitatie bepalen. 83

De gemeente dient om onvoorziene risico’s met betrekking tot de grondexploitatie op te vangen een afzonderlijke buffer te hebben. De hoogte van deze reserve wordt jaarlijks beoordeeld en eventueel aangepast bij de begroting en jaarrekening (paragraaf grondbeleid). De minimale omvang van de buffer wordt jaarlijks opnieuw berekend waarbij er een minimale omvang van € 2,5 miljoen wordt gehanteerd conform de grondnota. In paragraaf 7 grondbeleid staat een verdere toelichting/onderbouwing. De volgende beleidsuitgangspunten gelden: - Om risico’s en tegenvallers op te vangen, hebben we een buffer nodig. Anders is de kans groot dat dekkingsmiddelen in de exploitatiesfeer wegvallen. Het is voor een gezond financieel beleid noodzakelijk dat we een minimale omvang voor de algemene reserve vaststellen; - Om de algemene reserve te verruimen, voegen we op te heffen reserves en voorzieningen hieraan toe; - Om onvoorziene risico’s met betrekking tot de bouwgrondexploitatie op te vangen hebben we een afzonderlijke buffer nodig. Daarom is het voor een gezond financieel beleid noodzakelijk dat we een minimale omvang voor de algemene reserve bouwgrondexploitatie bepalen. Om onvoorziene risico’s met betrekking tot de grondexploitatie op te vangen heeft de gemeente Eersel een afzonderlijke buffer.

De hoogte van deze reserve wordt jaarlijks beoordeeld en eventueel aangepast bij de begroting en jaarrekening (paragraaf grondbeleid). In de grondnota die uw raad in december 2017 heeft vastgesteld is vanaf 2017 een nieuwe methodiek besproken. Deze nieuwe methodiek sluit beter aan op de financiële risico’s waarvoor een voorziening wordt getroffen. De minimale omvang van de buffer wordt jaarlijks opnieuw berekend waarbij er een minimale omvang van 2,5 miljoen wordt gehanteerd conform de grondnota. In paragraaf 7 grondbeleid staat een verdere toelichting / onderbouwing. Algemene risico's worden daarbij gedekt uit de algemene reserve (minimale buffer: € 3,5 mln.). En risico's uit bouwgrondexploitaties door de algemene reserve bouwgrondexploitaties. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de verzamelterm van alle bronnen waaruit we niet voorziene financiële tegenvallers bekostigen. Het gaat om buffers in de exploitatie of het eigen vermogen die we vrijmaken om niet begrote kosten te dekken, zonder dat we de programmabegroting en het beleid aan hoeven te passen. Exploitatiesfeer Exploitatiesaldo (excl. bouwgrondexploitatie) Budgetoverhevelingen Resultaatbestemming Weerstandscapaciteit exploitatie

2025 2.467.588 - 36.000 2.431.588

Vermogenssfeer Algemene reserve (vrij besteedbaar) Algemene reserve (weerstandsvermogen)

Stand 31-12 14.044.155 3.500.000

Weerstandscapaciteit vermogenssfeer

17.544.155

Totaal weerstandsvermogen

19.975.743

84

Risicobeheersing In onderstaande tabel staan risico’s. De risico’s zijn vertaald in de mate van inschatbaarheid, beheersing risico en ‘reëel’ financieel gevolg (= kans x financieel gevolg). Het totaal resulteert in een totaal benodigde weerstandscapaciteit. Welke we vervolgens gebruiken voor de berekening van de ratio weerstandsvermogen. Risico (bedragen in €) Het beleid van hogere overheden: Wet maatschappelijke ondersteuning Jeugdhulp Bijzondere bijstand Verontreinigde grond WW-verplichting Niet gesprongen explosieven Samenwerking met andere gemeenten of instanties: Verbonden partijen Gemeentelijke overeenkomsten Informatiebeveiliging Risico’s voortvloeiend uit voor de gemeente autonome ontwikkelingen: Algemene uitkering Prijsstijgingen Renteontwikkeling Wateroverlast

Geschat Mate van financieel inschatbaar gevolg bij Beheersing Kans heid voordoen risico

Reëel financieel gevolg

4 4 4 2 2 4

Redelijk Slecht Redelijk Slecht Slecht Slecht

37.500 200.000 37.500 150.000 50.000 200.000

Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren

150.000 800.000 150.000 300.000 100.000 800.000

4 1 1

Slecht Slecht Slecht

150.000 Accepteren 150.000 Accepteren 150.000 Accepteren

600.000 150.000 150.000

4 4 4 4

Slecht Slecht Redelijk Redelijk

150.000 100.000 50.000 100.000

600.000 400.000 200.000 400.000

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren

4.800.000

Conclusie Het ratio weerstandsvermogen is berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit per jaar te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (€ 4.800.000). De ratio weerstandsvermogen bedraagt 4,17 (€ 20.019.743 gedeeld door € 4.800.000). Deze ratio voldoet aan de gestelde norm qua weerstandsvermogen zoals is vastgelegd in de Financiële Verordening (een minimaal ratio ligt tussen 1 en 2). Risico’s voortvloeiend uit het beleid van hogere overheden: Wet maatschappelijke ondersteuning Voor alle Wmo maatwerkvoorzieningen geldt dat sprake is van een open-eind regeling. De hoogte van de uitgaven is afhankelijk van het aantal Wmo-voorzieningen dat uiteindelijk wordt ingezet en is dus lastig te ramen. Sinds 2019 zien we een stijging van de inzet van Wmo-voorzieningen. Deze stijging zien we met name voor hulp bij het huishouden, begeleiding en woonvoorzieningen, vooral ook veroorzaakt door de introductie van het abonnementstarief per 1 januari 2019. Daarnaast speelt de vergrijzing een significante rol in de toename van woningaanpassingen. Door de groeiende oudere bevolking neemt de vraag naar zorg en ondersteuning toe, evenals de behoefte aan aanpassingen in woningen om veilig thuis te kunnen blijven wonen. Deze demografische ontwikkeling zorgt voor extra druk op de Wmo-budgetten.

Eind 2021 hebben de landelijke regerende partijen in het regeerakkoord aangegeven te willen toewerken naar een eerlijkere eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden, met landelijke normen als uitgangspunt. Inmiddels streeft het rijk ernaar om een inkomensafhankelijke bijdrage in te voeren voor alle Wmo-voorzieningen, om zo een meer rechtvaardige verdeling van de kosten te realiseren. Verwacht wordt dat deze bijdrage per 1 januari 2027 wordt ingevoerd. Vooralsnog wordt rekening gehouden met een jaarlijks risico van € 37.500.

85

Jeugdhulp De rijksmiddelen voor jeugdhulp staan structureel onder druk en zijn in de afgelopen jaren ontoereikend gebleken om de feitelijke uitgaven volledig te dekken. Hoewel het Rijk de budgetten heeft verhoogd, is daarbij aangegeven dat een deel van deze verhoging een tijdelijk karakter heeft. Deze tijdelijke middelen houden verband met de uitvoering van de hervormingsagenda Jeugd, waarin maatregelen zijn opgenomen die moeten leiden tot een structurele beheersing en verlaging van de jeugdhulpkosten. De realisatie en het effect van deze maatregelen zijn echter nog onzeker, hetgeen een financieel risico met zich meebrengt. De uitgaven voor jeugdhulp kennen daarnaast een grillig verloop. De kostenontwikkeling wordt in sterke mate beïnvloed door externe en moeilijk voorspelbare factoren, zoals echtscheidingen, verhuizingen en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit bemoeilijkt een betrouwbare raming van de benodigde middelen. Daarbij is sprake van een open-einde regeling: de gemeente heeft een wettelijke zorgplicht en kan de instroom of omvang van de hulp niet limiteren op basis van het beschikbare budget. Voor jeugdhulp geldt bovendien dat de gemeente niet de enige verwijzende partij is. Onder andere huisartsen en gecertificeerde instellingen kunnen zelfstandig verwijzen naar (specialistische) jeugdhulp.

De gemeente heeft op deze verwijzingen geen directe sturingsmogelijkheden, terwijl deze wel financiële consequenties hebben. Ten aanzien van de specialistische jeugdhulp is de gemeente in belangrijke mate afhankelijk van een beperkt aantal cruciale zorgaanbieders. Als één of meerdere van deze aanbieders in financiële of organisatorische problemen komen, kan dit leiden tot hogere kosten (bijvoorbeeld door continuïteitsmaatregelen of hercontractering tegen hogere tarieven). Deze afhankelijkheid vormt een aanvullend financieel risico. Vooralsnog wordt rekening gehouden met een jaarlijks risico van € 150.000. Bijzondere bijstand Gemeenten hebben een taakstelling om statushouders te huisvesten. Statushouders die nieuw worden gehuisvest doen vaak een beroep op bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten. Door de toegenomen taakstelling nemen de kosten van deze bijzondere bijstand aanzienlijk toe. Vooralsnog wordt rekening gehouden met een jaarlijks risico van € 37.500. Verontreinigde grond In Zuidoost Brabant is de kans op bodemverontreiniging in de openbare ruimte groot. In het verleden zijn in deze regio vaak zinkassen gebruikt als funderingsmateriaal voor wegen. Naast financiële risico’s voor het (mogen) bewerken, verwerken, opslag en afvoer van vervuilde grond zijn er ook risico’s op het gebied van ARBO.

Het laatste is redelijkerwijze beheersbaar door het (laten) uitvoeren van onderzoeken, het op de juiste manier beschrijven in de uitvoeringsbestekken en het verzorgen van toezicht hierop. Uiteindelijk is de gemeente als opdrachtgever altijd eindverantwoordelijk voor de (financiële) gevolgen van werken met verontreinigde grond. De risico’s zijn beperkt. De in de regio werkzame aannemers zijn goed op de hoogte van de regelgeving. In de projectramingen voor het MIP zijn de bodemonderzoeken opgenomen in de voorbereidingskosten. Over de afgelopen jaren zijn deze kosten flink toegenomen. Kosten voor eventuele sanering proberen we op voorhand in te schatten met de bodemkwaliteitskaart. Zo nodig nemen we extra saneringskosten op in de projectraming. Het is echter altijd mogelijk dat verontreinigingen bij de steekproeven niet worden aangetroffen. Dit veroorzaakt dan overschrijdingen op het project. Deze zijn dan per definitie fors. Vooralsnog wordt er rekening gehouden met een tweejaarlijks risico van € 150.000. WW-verplichtingen De gemeente is als werkgever verplicht om, conform artikel 10.16 van de CAO, maandelijks 0,1% premie “Reparatie uitkering WW” in te houden op het salaris van alle medewerkers.

Dit was echter niet het geval voor 2024, aangezien in de vorige (looptijd van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025) en huidige cao (looptijd van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027) de verplichting tot het inhouden van deze premie niet geldt. De gemeente is risicodrager voor extra WW-verplichtingen dus mogelijk wordt de gemeente vanuit het UWV aangesproken op de WW-verplichting. Er wordt rekening gehouden met één risico in de tweejaren van € 50.000. In 2025 heeft gemeente Eersel € 11.882 uitgegeven aan WW-verplichtingen. In 2024 heeft gemeente Eersel € 36.951 uitgegeven aan WW-verplichtingen. 86

Niet gesprongen explosieven Bij de aanleg van een biogasleiding tussen 2 agrarische bedrijven nabij de Vessemseweg in Knegsel zijn een aantal bommen en ook zogenaamde afwerpmunitie uit de tweede wereldoorlog gevonden. Het veld waar het om gaat ligt namelijk precies in het verlengde van de landingsbaan van het vliegveld en is in de oorlog als oefenterrein voor het afwerpen van bommen gebruikt. Omdat er gevaar bestaat dat de gevonden bommen in de toekomst alsnog ontploffen en sommige erg ondiep liggen, moeten ze worden geruimd. Momenteel is de Explosieven Opruimingsdienst bezig met het ruimen van de eerste 5 bommen. De gemeente staat aan de lat voor het laten blootleggen van de bommen, zodat de Explosieven Opruimingsdienst ze uiteindelijk kan verwijderen. Dit laatste is voor kosten van het rijk, maar voor het blootleggen (graven, bemalen) is de gemeente verantwoordelijk hier zijn kosten aan verbonden. We weten inmiddels zeker dat er meer bommen in het gebied liggen die moeten worden geruimd. We weten alleen nog niet hoeveel het er uiteindelijk zullen zijn. Op grond hiervan moet voor de komende 4 jaren rekening worden gehouden met een risico van ongeveer € 200.000,- per jaar. Op grond van de Bommenregeling 2026 kunnen we hier waarschijnlijk 68% van terugkrijgen.

Risico’s voortvloeiend uit samenwerking met andere gemeenten en instanties: Verbonden partijen We kunnen worden geconfronteerd met financiële tegenvallers van verbonden partijen waarin we onszelf verplichten bij te dragen in eventuele nadelige saldi. Hierop hebben we niet altijd directe invloed. Indien in de loop van een jaar een nadelig saldo ontstaat, leggen we hiervoor separate voorstellen voor aan de raad. Een onderdeel van de verbonden partijen zijn de gemeenschappelijke regelingen. Ons uitgangspunt is dat de gemeenschappelijke regelingen in eerste instantie zelf moeten zorgdragen voor dekking. Ten aanzien van de begroting gaan we zoveel mogelijk uit van de loon- en prijsstijgingen zoals de deelnemende gemeenten deze zelf ook hanteren. Naast dit algemene risico ten aanzien van verbonden partijen, kunnen er ook specifieke risico’s ten aanzien van één partij zijn. Vooralsnog wordt dit risico financieel jaarlijks ingeschat voor € 150.000. Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) De gemeente neemt haar digitale archiefbescheiden, zoals de gedigitaliseerde bouwvergunningen, op in het DDO (Duurzame Digitale Opslagvoorziening) van het RHCe, waarbij de archiefbescheiden digitaal overgebracht worden naar de archiefbewaarplaats. De kosten voor opname van archiefbescheiden in het DDO vallen onder de begroting van het RHCe.

De gemeente dient nog rekening te houden met extra kosten voor de eigen informatiesystemen, om opname van informatie vanuit de eigen systemen in het DDO mogelijk te maken. Echter de financiële consequenties hiervan worden als laag ingeschat en vormen daarom geen risico. Informatiebeveiliging en privacy De gemeente verwerkt en beheert voor de uitvoering van haar taken informatie en persoonsgegevens. Informatie moet beschikbaar en betrouwbaar zijn. Daarnaast mogen informatie en persoonsgegevens alleen voor bevoegden inzichtelijk zijn. Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen verlagen we het risico op beveiligingsincidenten en beperken we mogelijke negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en de gemeentelijke informatievoorziening, in de vorm van imago en/of financiële schade. De hoogte van de eventuele financiële consequenties is op voorhand niet in de te schatten. De gemeente en de GRSK werken op het gebied van digitale veiligheid integraal en privacy samen om beveiligingsrisico’s te verlagen. Er worden technische maatregelen genomen om dreigingen te monitoren en in geval van een calamiteit snel de juiste expertise in te kunnen schakelen.

Daarnaast is er aandacht voor de organisatorische kant van informatiebeveiliging en privacy, waarbij we maatregelen vanuit de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) uitwerken in beleid, procedures en werkafspraken. Daarnaast is er veel aandacht voor het vergroten van bewustzijn en kennis voor informatiebeveiliging en privacy. Dat doen we aan de hand van bewustwordingscampagnes via ons Kempenbrede platform ‘Digibewust in de Kempen’. Vooralsnog wordt dit risico ingeschat voor € 150.000 eens in de vier jaar. Gemeentelijke (privaatrechtelijke) overeenkomsten De gemeente Eersel gaat diverse (privaatrechtelijke) overeenkomsten aan. Er kunnen zich in de uitvoering hiervan situaties voordoen waardoor een risico ontstaat op niet (volledige) nakoming van deze overeenkomsten door partijen. Vooralsnog wordt dit risico ingeschat voor € 150.000 eens in de vier jaren. Risico’s voortvloeiend uit voor de gemeente autonome ontwikkelingen: Ontwikkeling algemene uitkering Gemeentefonds De laatste jaren was er diverse malen onzekerheid over de hoogte van het accres, echter door afschaffing van de systematiek van "samen trap op trap af” is een belangrijke fluctuatie hiermee weggenomen. Hiervoor in de plaats wordt de uitkering bijgesteld op basis van een volumeontwikkeling op basis van een 8-jaars gemiddelde 87

van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (Bbp) en een prijsontwikkeling van het lopende jaar Bbp. Daarentegen zijn er nog diverse zaken waar onzekerheid over is en derhalve een risico vormen. In de meicirculaire 2025 is het accres bijgesteld als gevolg van de voorjaarsnota van het rijk. Gemeenten worden in deze circulaire gecompenseerd voor de lasten met name in de jeugdzorg voor de jaren 2026 en 2027. Vanaf 2028 resteert nog steeds een forse terugval in de hoogte van de algemene uitkering. Daarnaast is er een risico inzake het btw compensatiefonds BTW-compensatiefonds In de algemene uitkering houdt het rijk rekening met een ingeschatte declaratie btw compensatie door de gemeenten voor hun overheidstaken. In de meicirculaire t+1 rekent het rijk af het verschil tussen de inschatting en de werkelijke gedeclareerde btw. Vanaf 2026 wordt gebruikt gemaakt van de mogelijkheid om de onderuitputting BCF zoals in de meicirculaire 2025 is afgerekend over 2024, vanaf 2026 structureel te ramen. Door rekening te houden met onderuitputting, is het risico dat het BCF-afrekening nog positief uit pakt, kleiner dan indien geen rekening wordt gehouden met onderuitputting. Jaarlijks moet het bedrag van onderuitputting waarmee structureel in de begroting rekening wordt gehouden worden bijgesteld conform de afrekening in de meicirculaire t-1.

Vooralsnog wordt voor de algemene uitkering totaal rekening gehouden met een jaarlijks risico van € 150.000,-. Prijsstijging In de begroting wordt rekening gehouden met een prijsstijging. De inflatie en daaruit voortvloeiende prijsstijging is onzeker en daarmee lastig te ramen. Vooralsnog wordt rekening gehouden met en jaarlijks risico van € 100.000. Renteontwikkeling Indien de rente op de geld- en kapitaalmarkt zich ongunstig ontwikkelt ten opzichte van de percentages die in de begroting zijn opgenomen, moeten we mogelijk rekening houden met extra rentelasten (zie ook de treasuryparagraaf). De ontwikkeling van de rente is moeilijk in te schatten. Gemeente Eersel zal binnen enkele jaren geldleningen moeten gaan aantrekken ter financiering van de lopende kredieten. In de begroting 2025 werd ingeschat dat we al vanaf 2026 financieringsmiddelen moesten aantrekken. Door diverse meevallers zoals hogere algemene uitkering, eerdere winstnemingen bouwgrondexploitatie, positieve rekeningresultaten is het aantrekken van vreemd vermogen uitgesteld. Voor nieuwe investeringen wordt op dit moment gerekend met 3,5% rentelast. Dit is de huidige rente voor langlopende geldleningen (maart 2026). In de begroting 2027-2028 zal op basis van een geactualiseerde liquiditeitsbegroting de te ramen financieringslasten worden geactualiseerd.

Het tijdstip waarop de geldlening daadwerkelijk moeten worden aangetrokken en de werkelijke rente op dat moment zijn onzeker. Ondanks dat we financieel anticiperen op de gestegen rente blijft er een risico. De ontwikkeling van de rente is moeilijk in te schatten. Vooralsnog wordt dit risico (dus naast het voorziene) financieel ingeschat op € 50.000 per jaar. Wateroverlast De afgelopen 2 jaar werd er veel wateroverlast in Wintelre ervaren. Het riool blijkt dan onvoldoende in staat te zijn om deze wateroverlast te voorkomen. Met nieuwe kennis over de onderliggende oorzaak / probleem van de wateroverlast, alsook de gewenste verbreding van de scope gaan we proberen de wateroverlast te verminderen. Niettemin zal er bij wateroverlast schade ontstaan waarvoor ook de gemeente aan de lat staat. Hierbij kan gedacht worden aan reparaties van wegen, extra investeringen in het riool en toename groenonderhoud / bomen vervangen. De financiële consequenties hiervan zijn lastig in te schatten. Vooralsnog wordt voor de wateroverlast totaal rekening gehouden met een jaarlijks risico van € 100.000,-. Risico’s die niet vertaald zijn in hiervoor genoemde tabel Afbouw Wet sociale werkvoorziening (Wsw) op aantallen en prijs Vanaf 1 januari 2015 is de instroom van de Wsw stopgezet, waardoor de omvang van de doelgroep daalt.

De toekenning van het Wsw-deel van het Participatiebudget is gebaseerd op een geschatte daling van het aantal arbeidsplaatsen per gemeente. Of deze daling daadwerkelijk plaatsvindt, is mede afhankelijk van persoonlijke omstandigheden. Daarboven komt nog de verlaging van de fictieve vergoeding per arbeidsjaar. De exacte bedragen worden jaarlijks in de meicirculaire bekend gemaakt en zijn afhankelijk van de feitelijke, landelijke, uitstroom.

88

Dekking personele capaciteit Als gemeente Eersel hebben we afgelopen jaren diverse personele capaciteit gedekt uit subsidies. Denk hierbij aan de combinatiefunctionarissen die financieel gedekt worden uit middelen SPUK GALA. Mocht het Rijk in de toekomst besluiten dat deze middelen worden afgebouwd / niet verlengd dan heeft dit financiële consequenties voor de gemeente Eersel of zullen we onze ambities moeten bijstellen. Hiernaast wordt ook een gedeelte van de bestaande formatie financieel gedekt uit kredieten. Wanneer het aantal projecten terugvalt zullen we hierop moeten bijsturen. Recreatie uitkijktoren en fietspad/ mindervalidenpad De gemeente Bladel heeft op 09-11-2023 het Bestemmingsplan Cartierheide vastgesteld. Sindsdien lopen er verschillende (juridische) procedures waardoor de realisatie van de uitkijktoren en fietspad/ mindervalidenpad langdurige vertraging oplopen. Zie voor meer informatie over de lopende procedures “Raadsinformatiebrief Stand van zaken project Beleef de Cartierheide”. Zodra de financiële impact van de vertraging helder is kan een besluit genomen worden over het verdere verloop van het project. Het restantkrediet dient te worden overgeheveld naar 2026 Combinatiekansen maatschappelijke voorzieningen Op 2 juli 2024 heeft de gemeenteraad een besluit genomen tot het verplaatsen van het gemeentehuis, De Muzenval, bibliotheek en muziekschool.

Op dit moment is de financiële impact hiervan nog niet vertaald in de begroting. 2.5 Kengetallen Conform Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) nemen we de volgende kengetallen op:  netto schuldquote;  netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen;  solvabiliteitsratio;  structurele exploitatieruimte  grondexploitatie  belastingcapaciteit Kengetallen Rekening Begroting Rekening 2024 2025 2025 Netto schuldquote -45,0% -57,7% -29,8% Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte -45,1% -57,7% -33,6% geldleningen Solvabiliteitsratio 63,2% 74,8% 62,4% Structurele exploitatieruimte 7,3% -0,6% 5,7% Grondexploitatie -4,3% 2,0% -1,0% Belastingcapaciteit 78,9% 86,1% 86,1% Toelichting op deze kengetallen: Schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De schuldquote is voor de gemeente Eersel laag. Algemene normwaarden schuldquote

Schuldquote

Normaal Voorzichtigheid geboden Zeer hoge schuld

0% - 100% > 100 % > 130 %

Solvabiliteitsratio Deze ratio geeft het aandeel van het eigen vermogen ten opzichte van het totaal vermogen. Wanneer de helft of meer uit eigen vermogen bestaat is een gemeente voldoende solvabel. Algemene normwaarden bruto schuld

Ratio solvabiliteit

Weinig tot geen schuld Normaal Voorzichtigheid geboden Bezit zeer zwaar belast met schuld

> 80 % 30% - 80% 20% - 30% 0% - 20% 89

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Zoals blijkt uit de tabel is de structurele exploitatieruimte positief, wat aangeeft dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Het is lastig om hier een norm voor te formuleren aangezien deze norm niets zegt over de relatie tussen vraag en aanbod van woningbouw c.q. bedrijventerreinen. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente een financiële tegenvaller kan opvangen en de mogelijkheid of er ruimte is voor nieuw beleid. Een laag percentage betekent dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen kan verwerven.

90

3. Onderhoud Kapitaalgoederen Wat zijn kapitaalgoederen? Kapitaalgoederen vormen een cruciaal onderdeel van de openbare ruimte. Het beheer en het behoud ervan is een verantwoordelijkheid van onze organisatie. Gebrekkig onderhoud vergroot de kans op klachten en kan leiden tot ad hoc maatregelen en aanzienlijke kosten — wat wij kapitaalvernietiging noemen. Met beheerplannen zorgen wij voor een systematische en duurzame uitvoering van het onderhoud. Wegen Beleidskader Als wegbeheerder verzorgen wij het onderhoud en beheer van gemeentelijke wegen, inclusief verhardingen, bermen, sloten en civiele kunstwerken (bruggen/viaducten) die op de wegenlegger als openbare weg staan aangegeven. Het totale verhardingsoppervlak in de gemeente is bijna 2 miljoen m²; de vervangingswaarde bedraagt circa € 160 miljoen. De gemeenteraad heeft in december 2025 het beleidsbeheerplan Wegen vastgesteld. Dit plan 2025 - 2030 heeft een looptijd van 6 jaar. Vastgesteld kwaliteitsniveau en beheer De beheerstrategie is een gedifferentieerd onderhoudsniveau die we risicogestuurd beheren. De gedachtegang hierachter is dat niet alle verhardingen op hetzelfde kwaliteitsniveau onderhouden hoeven te worden. Een doodlopende weg in het buitengebied of een incidenteel belopen parkeerplaats kunnen op een lager niveau worden onderhouden dan rijbanen in de hoofdstructuur of fietspaden.

De ambitieniveaus staan in onderstaande tabel: Wegtype Winkelcentrum Rijbanen hoofdstructuur Rijbanen binnen de kom / woonstraten Fietspaden Voetpaden Wegen buiten de kom Parkeerplaatsen

Ambitie gemiddeld onderhoudsniveau A B+ * C B+ * B C C

*De rijbanen hoofdstructuur en fietspaden worden op een iets hoger onderhoudsniveau onderhouden waarbij ook het comfort van de weggebruiker wordt meegenomen. Onderhoud wordt eerder en grootschaliger uitgevoerd dan op standaard B niveau.

Bij risico gestuurd beheer wordt prioriteit gegeven aan het sturen op de parameters veiligheid en duurzaamheid. Hierin wordt onderhoud zo ingestoken dat kapitaalvernietiging en onveilige situaties worden voorkomen. Het comfort en aanzien van de weg is van lagere prioriteit. Matige oneffenheden, plasvorming, reparatievakken en oppervlaktebehandelingen worden op diverse wegtypen geaccepteerd. Actuele staat van onderhoud De laatste visuele weginspectie is in mei 2024 afgerond. In onderstaande is de geconstateerde beeldkwaliteit van de wegen afgezet tegen de kwaliteit in 2022 en de landelijk gehanteerde bandbreedtes die gelden voor beeldkwaliteit basis B. Deze bandbreedtes zijn op basis van ervaringen binnen CROW en vele gemeenten tot stand gekomen. In de laatste kolom is de gedefinieerde bandbreedte opgenomen bij toepassing van een gedifferentieerd kwaliteitsniveau. De bandbreedtes laten duidelijk zien dat voor een wegareaal percentages wegen van lage kwaliteit (C/D) zijn toegestaan. Algemeen geldt dat de percentages zeer laag (D) en Laag (C) nooit 0% zullen worden. Jaarlijks zal namelijk een deel van de verhardingen die in de voorgaande inspectie nog voldoende scoorden in de huidige inspectie een beoordeling C of D krijgen door de ‘natuurlijke’ achteruitgang van de wegkwaliteit.

Bij het gedifferentieerd kwaliteitsniveau zullen op minder belangrijke wegtypen ernstige schades minder snel worden aangepakt wat zal leiden tot een hoger percentage wegen van C en D kwaliteit.

91

Beeldkwaliteit

Situatie Gemeente 2024

Situatie Gemeente 2022

CROW-norm voor beeld- Bandbreedtes bij gedifferentikwaliteit B eerd kwaliteitsniveau

Voldoende (A+ A) Basis (B )

81%

76%

77%-87%

61%-83%

9%

7%

9%-14%

9%-14%

Laag (C+D)

10%

17%

4%-9%

8%-15%

In 2025 hebben we onder andere de volgende onderhoudsprojecten (grotendeels) afgerond:  Eindhovenseweg Steensel  Kerkstraat / Carquefouplein en aanleg wadi Eersel  Fietspad Postelseweg Eersel  De Heuvel Knegsel  Kuilenhurk Vessem  Rehabilitatie van de Hoogeloonsedijk Vessem  Groot onderhoud op diverse wegen Riolering en waterhuishouding Beleidskader Aanleg en beheer van riolering zijn gemeentelijke taken, Op grond daarvan hebben we voor de periode 2023 – 2027 een verbreed GRP vastgesteld. In het verbreed GRP 2023-2027 is weergegeven hoe we de rioleringstaak in de komende planperiode vormgeven. Hierbij houden we rekening met de gevolgen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Wet gemeentelijke watertaken (Wgw). Vastgesteld kwaliteitsniveau en beheer Op grote lijnen is de leeftijd van riolering bepalend voor de vervanging van riolering. Riolering gaat tussen de 60 en 80 jaar mee. In Eersel verwachten we vanaf 2030 een grote vervangingspiek. Om beter inzicht te krijgen in het functioneren van de riolering meten we vanaf medio 2010 in samenwerking met het waterschap de Dommel aan de overstorten. Het betreft kwantitatieve metingen. Om inzicht te krijgen in de grondwaterstanden hebben we in 2014 een basismeetnet ingericht.

Actuele staat van onderhoud Om een zo goed mogelijk inzicht te krijgen in kwaliteit van de riolering, vinden er jaarlijks camera-inspecties plaats. De inspectiecyclus is 10 jaar. Op basis hiervan passen wij het theoretische vervangingsplan riolering aan. Maatregelen voeren we waar mogelijk uit in combinatie met het wegbeheer. Naast het vervangen kijken we jaarlijks op basis van de uitgevoerde inspectie naar het planmatig onderhoud. Besteding onderhoudsbudgetten Binnen het beschikbare budget worden noodzakelijke herstelmaatregelen uitgevoerd. Andere onderhoudsmaatregelen die jaarlijks worden uitgevoerd zijn onder andere kolken zuigen, reinigen gemalen, inspectie, maaien wadi’s (waterafvoer, drainage en infiltratie) en onderhoud van pompen van de gemalen, randvoorzieningen en mechanische riolering. Ook zijn er in 2025 grote projecten uitgevoerd, zoals Steensel weer één dorp, vervangen gemalen drukriolering fase 1 t/m 5, wateroverlast Kerkstraat en Carquefouplein, wateroverlast Haagdoorn, vervangen riool en aanleg regenwaterriool Knegsel - Den Heuvel en reconstructie Kuilenhurk te Vessem. Daarnaast zijn de projecten: Duurzaam Duizel fase 1, 2, aanleg regenwaterriool Hoolstraat/Aelenstraat, rioolvervanging Wintelre Willibrordusstraat en renovatie van de doorvoer gemalen in voorbereiding gegaan.

In het bijbehorende kostendekkingsplan staat hoe we alle kosten door middel van een rioolheffing dekken. De totale riolering houden we in stand door middel van klein en groot onderhoud. De stand van de voorziening groot onderhoud riolering op 31 december 2025 bedraagt € 12.374.120. Ongeveer de helft van de inkomsten dekt de kapitaallasten van (toekomstige) vervangingen. Globaal wordt de andere helft gebruikt voor jaarlijks onderhoud (exploitatiebegroting). In de verdere toekomst zal deze verhouding verschuiven naar 2/3 – 1/3 92

Openbare Verlichting Beleidskader In 2025 is het nieuwe beheerplan Openbare Verlichting 2024-2028 door de raad vastgesteld. Het hoofddoel is om de komende jaren een maximale energiereductie te behalen. Wij streven naar verdere vermindering van het energiegebruik voor OV tot de 50% energiereductie in 2030 ten opzichte van het jaar 2013.(landelijk doel) We gaan hiervoor resterende oude armaturen te vervangen door LED. De armaturen in het buitengebied worden “slimme” armaturen en rusten we uit met amberkleurig licht. We kunnen daarmee iedere mast apart schakelen en daarmee proberen de negatieve invloed van het kunstlicht op de natuur zoveel mogelijk te verminderen. Het areaal is als volgt opgebouwd: 5.550 masten, 5.700 armaturen. De vervangingswaarde hiervan bedraagt circa € 720.000. Beheer Oudere lampen hebben een beperkte levensduur. Om deze oude lampen te vervangen rijden we eens per drie jaar een remplace-ronde. Met het gebruik van LED-armaturen gaan we nu naar een levensduur van twaalf jaar. Besteding onderhoudsbudgetten Vanuit de exploitatie is € 356.000,- uitgegeven aan elektra, onderhoud en advieskosten. In eerste instantie was het de bedoeling om bij de jaarrekening 2025 de voorziening voor vervanging openbare verlichting op te heffen. Er is al een krediet voor de vervanging van verlichting te bekostigen.

In 2025 is het niet gelukt om de vervangingen te realiseren, hierdoor dient de voorziening alsnog in stand te blijven. Momenteel loopt er een aanbesteding welke naar verwachting eind 2026 wordt afgerond. Als de vervangingen zijn uitgevoerd wordt de bijdrage uit de voorziening verwerkt op het beschikbaar gestelde krediet (zie 2e bestuursrapportage 2025). Na afwikkeling van het beschikbare krediet kan de voorziening worden opgeheven.

Groenbeheer Beleidskader Als groene gemeente hebben we relatief veel openbaar groen. Het groen binnen de bebouwde kommen leggen we vast in de geldende bestemmingsplannen. In 2017 heeft de gemeenteraad voor alle kommen het beleidsplan Groen Loont vastgesteld. In dit plan worden de groenstructuren van de zes dorpen vastgelegd en nieuwe kaders voor de gewenste inrichting van zowel het gebied binnen als het gebied buiten de bebouwde kom gesteld. In 2023 is het Bomenbeleidsplan vastgesteld voor een goede bescherming en instandhouding van het huidige bomenbestand. Het beleidsplan ‘natuurlijk spelen’ hanteren we voor de speelterreinen. Voor de sportaccommodaties geldt het accommodatiebeleid. In dit beleidsplan staat aangegeven wat basisvoorziening is (wat wij onderhouden) en wat niet (onderhoud door sportverenigingen). Beheer en besteding (onderhouds)budgetten Groenbeheer Het beheer van gemeentelijk openbaar groen binnen de kom wordt geheel uitbesteed op basis van meerjarige bestekken. De totale beheerkosten voor groen binnen de bebouwde kom (exclusief apparaatskosten) bedragen in 2025: € 940.897. Voor dit bedrag worden de evenemententerreinen, speelterreinen, plantsoenen en gazons binnen de kom onderhouden.

De primaire begroting bedroeg; € 989.175 Het beheer van gemeentelijk openbaar groen buiten de kom besteden we voor een deel (maaien sloten en bermen) uit op basis van meerjarige bestekken. Het andere deel (onder andere snoeien van hagen) doet onze buitendienst. De totale beheerkosten voor groen buiten de bebouwde kom (exclusief apparaatskosten) bedragen voor 2025 € 46.306. Beheer Bossen Het beheer van de gemeentelijke bossen en natuurterreinen besteden we geheel uit op basis van meerjarige bestekken. De kosten die we hier maken moeten worden afgedekt door de inkomsten uit houtverkoop, jachtrechten en subsidies. We hebben een bestemmingsreserve egalisatie bebossing om calamiteiten zoals 93

bosbranden en boomziekten te kunnen herstellen. We hebben een bestemmingsreserve tot een bedrag van maximaal € 250.000,-. Met een dergelijk bedrag kunnen we onze grootste risico’s afdekken. Deze aanvulling op de reserve genereren we jaarlijks uit het verschil tussen de onderhoudsuitgaven en de inkomsten (van de o.a. houtverkoop). Beheer landschapselementen (LSE) Het beheer van landschapselementen is in 2021 opgestart via een meerjarige opdracht waarmee de komende jaren eerst herstelbeheer wordt uitgevoerd. In 2022 hebben we een flinke inhaalslag gemaakt en zijn we overgegaan naar cyclisch beheer. Het beheerbudget in de exploitatiebegroting is gestegen, waardoor we nu in staat zijn om de verwaarlozing van de LSE’s t stoppen. In de komende jaren willen we dit beheer gaan uitvoeren samen met de aanliggende eigenaren, die hiervoor een beheervergoeding kunnen krijgen. De totale kosten waren in 2025 € 115.403. Beheer Ecologische VerbindingsZones (EVZ’s) Ecologische verbindingszones zijn een optelsom van bosjes, beekdalen en landschapselementen die door hun strategisch plaats samen voor een verbinding kunnen zorgen tussen grote natuurgebieden (bijvoorbeeld NatuurNetwerk Brabant, Landschotseheide, Buikheide/Groot en Kleinmeer). De totale kosten waren in 2025 € 38.947. Beheer natuurgrassportvelden Het onderhoud van de natuurgras -sportvelden gebeurt op basis van een bestek.

De totale beheerkosten voor de sportvelden in 2025 waren € 147.521. Met dit budget onderhouden we de natuurgrasvelden. Primair was € 175.860 geraamd. Beheer bomen (Binnen en buiten de kom) Het onderhoud van bomen wordt grotendeels uitgevoerd door externe partijen. Op basis van een vastgesteld snoeiplan wordt het bomenbestand systematisch beheerd, waarbij grootschalig snoeiwerk wordt uitbesteed en kleinschalig onderhoud en incidentele problemen door de buitendienst worden uitgevoerd. In 2025 zijn in dit kader de bomen in en rondom Eersel gesnoeid. In het voorjaar zijn de bomen gecontroleerd op Visual Tree Assessment (VTA), waarna in het najaar het snoeiwerk is uitgevoerd conform het Handboek Bomen. In de overige twee deelgebieden is het reguliere, kleinschalige onderhoud gedurende het jaar uitgevoerd door de buitendienst. De gemeente Eersel heeft globaal 22.000 individueel te beheren bomen in het areaal. Speelvoorzieningen De speeltoestellen worden voor een deel onderhouden door de buitendienst en voor deel door derden op basis van een inspectie. Het (bijgestelde) budget voor het beheer aan de speelvoorzieningen in 2025 bedroeg € 73.000. Hiermee betalen we de jaarlijkse inspecties, klein onderhoud en de vervanging van een enkel speeltoestel. Op deze wijze konden we het onderhoud van de speelvoorzieningen op verantwoorde wijze waarborgen. De uitgaven in 2025 bedroegen € 65.000.

Gebouwen Beleidskader Het gaat hier om de gebouwen die bij de gemeente in onderhoud zijn. Er zijn drie soorten onderhoud voor deze gebouwen te onderscheiden: - Het dagelijks onderhoud dat tot doel heeft om het gebouw en de installaties in een toestand te houden die voor de dagelijkse functievervulling noodzakelijk is. In de exploitatiebegroting wordt hier elk jaar een post voor opgenomen; - Het periodiek onderhoud waarbij in de regel geen vernieuwing plaatsvindt, zoals buitenschilderwerk. Dit betreft terugkerend onderhoud met een zekere cyclus; - Het groot onderhoud, waarbij veelal onderdelen van het gebouw of de installaties moeten worden vervangen (zoals vernieuwing van het dak of vervanging van de Cv-installatie). De kosten van het periodiek en groot onderhoud hebben we in een meerjaren onderhoudsplan opgenomen. Op basis van dit plan hebben we de stortingen en onttrekkingen uit de voorzieningen berekend. Hiermee hebben we al het noodzakelijk onderhoud aan het onroerend goed in financiële zin afgedekt. Uiteraard moet regelmatig herijking plaatsvinden. Nieuwe investeringen voor aanpassingen of uitbreidingen nemen we in het meerjarig-investeringsprogramma op. In het accommodatiebeleid staat wat we verstaan onder een basisvoorziening. Voor de gebouwen die vallen onder het accommodatiebeleid betekent dit dat alleen de basisvoorzieningen door ons worden onderhouden.

Wij dragen dan zorg voor het groot onderhoud inclusief de installaties. Voor het dagelijks onderhoud zijn de verenigingen of stichtingen zelf verantwoordelijk. 94

De vereniging kan het onderhoud waar wij verantwoordelijk voor zijn (basisvoorziening), onder bepaalde voorwaarden, ook zelf uitvoeren (privatisering). De verenigingen ontvangen daarvoor financiële bijdragen, gebaseerd op de gemiddelde onderhoudslast over tien jaar. Naast de gebouwen die in het accommodatiebeleid staan, hebben we ook de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van andere gebouwen. Denk hierbij aan binnensportaccommodaties, de brandweerkazernes, de gemeentewerf en het gemeentehuis. Voor deze gebouwen hebben we ook meerjaren onderhoudsplannen opgesteld. Wij zijn hier verantwoordelijk voor het totale onderhoud. Beheer Het onderhoud gebeurt volgens een meerjaren onderhoudsprogramma en jaarlijkse na-inspecties. Deze meerjaren onderhoudsprogramma’s actualiseren we jaarlijks per gebouw. Ze geven een overzicht van het geplande onderhoud voor de eerstvolgende 10 jaar (eerste jaar is het begrotingsjaar). De hoogte van storting in de begroting bedraagt het gemiddelde van de totale geraamde onderhoudskosten in genoemde periode van 10 jaar. Schoolgebouwen De verantwoordelijkheden (en daarmee het budget) voor het buitenonderhoud en de aanpassing van schoolgebouwen in het primair en speciaal onderwijs zijn van gemeenten naar schoolbesturen overgeheveld.

Ondanks de andere verdeling van verantwoordelijkheden hebben de schoolbesturen en de gemeente nog steeds behoefte aan een beleidsrijke meerjarenplanning voor onderwijs(huisvesting). In 2024 is het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs gemeente Eersel 2024-2038 vastgesteld. Het IHP is tot stand gekomen in samenspraak met de schoolbesturen en kinderopvang. Er is een wetsvoorstel ingediend waarmee het IHP een verplichting wordt voor de gemeenten en voor de schoolbesturen een verplichting om hun meerjarenonderhoudsplan te delen met de gemeente. Bij MFA’s waar wij eigenaar zijn van het volledige gebouw, inclusief onderwijs, dragen wij ook zorg voor het onderhoud van het totale gebouw. Dit moet op basis van de verdeling van verantwoordelijkheden (en budget) verrekend worden. Beleid en beheersdocumenten Het beheer geschiedt op basis van beleid - en beheerplannen: - Verbreed GRP 2023-2027 - Beleidsplan wegen 2025-2030 - Beheerplan Openbare verlichting 2025-2029 Gemeente Eersel - Beleidsplan “Groen Loont” (2017-2032) - Beleidsplan gemeentelijke bos- en natuurterreinen - Bomenbeleidsplan 2023-2033 - Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2024-2038 gemeente Eersel

95

4. Treasury Algemeen In de wet Financiering decentrale overheden (wet Fido) staat de treasuryfunctie centraal en is de treasuryparagraaf zowel bij de begroting als bij het jaarverslag verplicht gesteld. In de vergadering van december 2015 heeft de gemeenteraad het treasurystatuut vastgesteld (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-4154.html). Hierin zijn de noodzakelijke aanpassingen als gevolg van wijziging van de wet Fido, de RUDDO (Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden) en de Wet Verplicht schatkistbankieren verwerkt. Deze ‘Treasuryparagraaf’ bevat de volgende onderdelen: 4.1 Risicobeheer; 4.2 Gemeentefinanciering; 4.3 Uitzettingen; 4.4 Kasbeheer. 4.1 Risicobeheer Conform de eisen van de wet Fido moet de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dienen. Het beheer dient behoudend te zijn en moet voldoen aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Enkel voor de uitoefening van de publieke taak worden er, conform de bepalingen in de wet Fido en het treasurystatuut, geldleningen gesloten en garanties uitgezet. Het beleid is gericht op het maximaliseren van het rendement op het belegde vermogen en het minimaliseren van de kosten. 4.1.1 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is opgenomen in de uitvoeringsregeling van de wet Financiering decentrale overheden.

Deze limiet stelt een grens aan het opvangen van liquiditeitstekorten van lopende uitgaven middels kortlopende financieringen. Een gemeente mag slechts een beperkt deel van de begroting met kort geld financieren. Een langere vastlegging van de geleende middelen zorgt voor een beter voorspelbare rentelast. De bovengrens is gesteld op een bedrag ter grootte van een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente, met een minimum van € 1,0 miljoen. De kasgeldlimiet was voor 2025 afgerond € 5,4 miljoen. Dit is 8,5% van het totaal van de jaarbegroting 2024 (€ 63,4 miljoen). In het onderstaande overzicht ziet u dat de kasgeldlimiet in 2025 niet is overschreden. Toets kasgeldlimiet Omvang begroting per 1-1 (= grondslag) 1. Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag - in bedrag 2. Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar 3. Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar 4. Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet (1) Totaal netto vlottende schuld (2)-(3) Ruimte (+)/Overschrijding (-)

(x € 1.000,-)

63.408 Kw 1 5.390 8,50% 5.390 -1 -1 0 0 34.850 13 34.838 0

Kw 2 5.390 8,50% 5.390 0 0 0 0 36.399 16 36.383 0

Kw 3 5.390 8,50% 5.390 1 1 0 0 35.417 15 35.402 0

Kw 4 5.390 8,50% 5.390 0 0 0 0 32.598 16 32.582 0

5.390 -34.851 40.241

5.390 -36.399 41.788

5.390 -35.416 40.806

5.390 -32.597 37.987

)

4.1.2 Renterisiconorm In de wet Fido en in artikel 4 van het treasurystatuut staat dat de we onder de renterisiconorm moeten blijven. De norm is een bedrag ter grootte van een percentage (20%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente, met een minimum van € 2,5 miljoen. Deze norm is ingevoerd ter beperking van het renterisico op de vaste schuld. Het renterisico betreft het risico van ongewenste veranderingen in de financiële resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Spreiding van dit risico bereiken we onder meer door bij 96

het afsluiten van geldleningen te kiezen voor afwijkende looptijden en een vaste rente over de hele looptijd. Voor 2025 was de renterisiconorm afgerond € 12,7 miljoen (20% van € 63,4 miljoen). Er zijn in 2025 geen nieuwe vaste geldleningen afgesloten. In onderstaande tabel is de meerjarig berekende renterisiconorm weergegeven en de toetsing aan deze norm. Uit de berekening blijkt dat de gemeente Eersel meerjarig voldoende ruimte heeft onder de renterisiconorm om dit risico op te vangen. Renterisiconorm 1a Renteherziening op vaste schuld o/g 1b Renteherziening op vaste schuld u/g 1 Netto renteherziening op vaste schuld 2a Te betalen aflossing 2b Te ontvangen aflossing 2 Netto aflossing 3 Renterisico 4 Renterisiconorm Ruimte onder rente risiconorm Overschrijding rente risiconorm Berek ening rente risiconorm Begrotingstotaal jaar T Percentage regeling Renterisiconorm

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=c7524ba0-f30c-4bd0-bd16-f786f77d751b