[26.09953] vjn2027 totaaldocument VJN 2027-2030 definitief
Tekst van het document
VOORJAARSNOTA 2027-2030
Inhoud 1.
Inleiding ................................................................................................................................................ 4
2.
Financieel vertrekpunt Voorjaarsnota 2027-2030 ................................................................................ 5
3.
Eerste bestuursrapportage 2026 en begrotingswijzigingen ................................................................. 5
4.
Geactualiseerd financieel beeld 2027-2030 ......................................................................................... 6
5. Nieuwe ontwikkelingen in 2027 en volgende jaren in de exploitatie .......................................................... 9 5.1.1.
Noodzakelijke uitgaven (A en B-prioriteiten) ................................................................................ 9
5.1.2.
Overige uitgaven en investeringswensen met daaruit vloeiende kapitaallasten (C-prioriteiten) 9
5.1.3. Specifieke onderwerpen ................................................................................................................... 9 5.1.4. Aanpassing normen en indicatoren ................................................................................................ 13 6. Actueel beeld beschikbare reserves 2026 t/m 2030 ....................................................................................13 6.1 Algemene reserve .............................................................................................................................. 13 6.2.
Doorkijk algemene reserve ........................................................................................................ 14
Bijlage A: Uitgangspunten voorjaarsnota/ begroting 2027-2030 ......................................................................15 1. Aantal inwoners .................................................................................................................................... 15 2. Prijzen/Lonen........................................................................................................................................ 15 3. Rentepercentage .................................................................................................................................. 15 4. Meicirculaire 2026 ................................................................................................................................ 15 5. Sluitende begroting .............................................................................................................................. 16 6. Inzet reserves .......................................................................................................................................
16 Bijlage B: Prioritering ........................................................................................................................................17 Bijlage C: Formats exploitatie 2027-2030.........................................................................................................18 B-Formats .........................................................................................................................................................19 Dorpen maken het verschil (andere kijk op dorpsraden) ......................................................................... 20 Uitbreidingen in formatie .......................................................................................................................... 21 C-Formats .........................................................................................................................................................25 Inkomensgrens minimaregelingen naar 130% van het wettelijk sociaal minimum .................................. 26 Doorstroomondersteuning woningen ....................................................................................................... 28 Structurele invulling handhaving buitengebied (groene BOA) .................................................................
29 Totaaloverzicht investeringen 2027-2030.........................................................................................................30 Bijlage D. Formats investeringen 2027-2030 (A, B en C prioritering) ..............................................................33 A-Formats .........................................................................................................................................................34 Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2024-2038 .......................................................................... 35 Vervangen hoofdgemalen en randvoorzieningen E/M (elektro/mechanisch) .......................................... 36 Verzwaren riolering Haagdoorn ................................................................................................................ 37 Herinrichting Panken-, vd Boom en vd Zandenstraat (riolering en wegen) ............................................. 38 Herinrichting Kloosterstraat (riolering en wegen) ..................................................................................... 39 Herinrichting Mr. De la Courtstraat Vessem (riolering en wegen) ............................................................ 40 Duurzaam Duizel fase 3 (riolering en wegen) ..........................................................................................
41 Vervangen vloer milieustraat .................................................................................................................... 42 Vervanging ondergrondse afvalcontainers glas en restafval ................................................................... 43 Deklagen wegen ....................................................................................................................................... 44 Rehabilitatie rijbaan Voortseweg te Eersel (tussen Laaghuizerweg en Kapelweg) ................................. 45 Rehabilitatie Hazenstraat (buiten bebouwde kom) .................................................................................. 46 2
Herinrichting Ellenbroek ........................................................................................................................... 47 Rehabilitatie De Kreiel, ged. Oostelbeersedijk - einde verharding ........................................................... 48 Rehabilitatie Mosik (zijstraat Domineespad) ............................................................................................ 49 Vervanging openbare verlichting .............................................................................................................. 50 Materieel gladheidsbestrijding .................................................................................................................. 51 Renovatie buitensportaccommodaties ..................................................................................................... 52 B-Formats .........................................................................................................................................................53 Inrichtingsbijdrage EVZ/waterbuffers Run gedeelte Schadewijk-Weebosch ........................................... 54 Warmtetransitie: Pilot Duurzaam Duizel ..................................................................................................
56 Fietsverbinding F67 - De Kempenroute tranche 3 ................................................................................... 58 Doorstromingsmaatregelen openbaar vervoer (Traject Eersel-Duizel) .................................................... 59 Bijdrage aan regiobrede projecten uit Korte Termijn Maatregelenpakket 2 ............................................. 60 Vervanging materieel buitendienst ........................................................................................................... 61 C-Formats .................................................................................................................................................... 62 Aanbrengen suggestiestrook witte stenen Wilhelminalaan en Heike in Vessem .................................... 63
3
1.
Inleiding
In de Financiële verordening gemeente Eersel is voorgeschreven dat het college de raad jaarlijks een voorjaarsnota aanbiedt met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Tevens worden hierin de structurele afwijkingen uit de eerste bestuursrapportage van het lopend jaar opgenomen. De eerste bestuursrapportage en andere raadsvoorstellen worden aangeboden aan uw raad, tijdens het opstellen van deze voorjaarsnota. Mocht in genoemde raadsvoorstellen iets wijzigen dan werkt dit door in het financieel beeld van deze voorjaarsnota. Sluitende begroting De voorliggende nota geeft een actueel beeld van de financiële positie van de gemeente Eersel en geeft een voorzet om te komen tot een kaderstelling voor de begroting 2027 en meerjarenbegroting 2028-2030. Voor wat betreft de meerjarenbegroting is een van de vereisten dat de eerste of laatste jaarschijf financieel sluitend is. Deze kaderstelling is richtinggevend voor het college bij de samenstelling van de begroting 2027-2030. Op dit moment presenteren we een sluitende eerste en laatste jaarschijf. In 2027 presenteren we een positief saldo van ongeveer € 428.000,- we hopen hiermee eventuele tegenvallers in het begrotingsproces op te kunnen vangen.
Actualisatie bestaand beleid en nieuwe voorstellen De voorjaarsnota bevat jaarlijks een actualisatie van het bestaand beleid en voorstellen voor nieuw beleid. Ook deze voorjaarsnota 2027-2030 moet leiden tot een richtinggevende discussie, waarbij uw raad keuzes kan maken. Voor de A- en B-prioriteiten stelt het college voor om deze te vertalen in de begroting 2027-2030. Het college stelt voor om de C-prioriteiten niet in de begroting 2027-2030 te verwerken. Wij stellen u voor aan de hand van deze voorjaarsnota keuzes te maken voor zowel de exploitatie als de investeringen. Op basis van deze prioritering gaat het college vervolgens de begroting 2027-2030 opstellen. Zoals u kunt zien stelt het college voor om een meerjarige OZB-verhoging op te nemen in de begroting 20272030 en hiermee het verschil ten opzichte van de (geschatte) landelijk gemiddelde OZB-heffing te verkleinen. Wij achten dit verstandig gelet op de financiële situatie van de gemeente Eersel in combinatie met onze ambities en de opgaven die nog op ons af komen en op dit moment nog niet zijn voorzien in de begroting (zie 5.1.3. specifieke onderwerpen).
4
2.
Financieel vertrekpunt Voorjaarsnota 2027-2030
In onderstaande tabel zijn de begrotingssaldi opgenomen conform de 1 e bestuursrapportage 2026. Na deze rapportage bedroeg het tekort in 2027 - € 601.007,- en in 2030 - € 3.495.088,-. (Bedragen in €) Begrotingssaldo na 2e berap 2025 Herinrichting Aelenstraat/Hoolstraat (R25.082) 1e begrotingswijziging GRSK
2027 343.819 -30.028 -42.512
2028 -1.912.192 -29.690 -24.471
2029 -2.630.576 -29.353 -18.415
2030 -2.630.576 -29.015 -18.415
Subtotaal
271.279
-1.966.353
-2.678.344
-2.678.006
Bijstelling 1e bestuursrapportage 2026
-872.286
-816.400
-817.010
-817.082
Vertrekpunt voorjaarsnota 2027-2030
-601.007
-2.782.753
-3.495.354
-3.495.088
3.
Eerste bestuursrapportage 2026 en begrotingswijzigingen
In de eerste bestuursrapportage 2026 zijn diverse budgetbijstellingen opgenomen. Diverse bijstellingen hebben een structureel karakter en werken dus door naar de jaren 2027 en verder. In hoofdstuk 2 zijn de bijstellingen uit de 1e bestuurlijke rapportage verwerkt in de begrotingssaldi. Voor een gedetailleerde toelichting wordt verwezen naar het afzonderlijk raadsvoorstel ‘Eerste bestuursrapportage 2026’ (raad 9 juli 2026). Het vervolg van deze nota houdt met de structurele effecten voor de jaren 2027-2030 rekening.
5
4.
Geactualiseerd financieel beeld 2027-2030
In onderstaande tabel zijn alle mutaties verwerkt die invloed hebben betrekking hebben op de meerjaren begrotingssaldi zoals genoemd in hoofdstuk 2 vertrekpunt. Onder deze tabel treft u een toelichting aan op deze mutaties. 2027
Vertrekpunt voorjaarsnota 2027-2030 (conform hoofdstuk 2) 1
Effect inwoners
2
Bijstellingen gemeenschappelijke regelingen:
2028
2029
2030
-601.007 -2.782.753 -3.495.354 -3.495.088 60.000
60.000
60.000
60.000
Begroting GGD 2027-2030
14.000
38.000
62.000
62.000
Begroting VRBZO 2027-2030
-254.000
-244.000
-245.000
-245.000
Begroting Kempenplus 2027-2030
197.000
288.000
294.000
218.000
Begroting GRSK 2027-2030
-149.000
-140.000
-198.000
-195.000
3
Liquiditeitsprognose actualisatie
290.000
760.000
1.238.000
784.000
4
Extra wethouder
-120.000
-120.000
-120.000
-120.000
5
Inrichtingsbijdrage dekking ecologische verbindingszone
250.000
250.000
6
Indexering welke naar verwachting gedekt worden uit de meicirculaire 2026 (budgetneutraal)
6a
Loon- en prijsstijging gemeente (budgetneutraal)
-666.000
-666.000
-666.000
-666.000
6b
Indexering GRSK
-175.000
-175.000
-175.000
-175.000
6c
Indexering Kempenplus
-111.000
-111.000
-111.000
-111.000
6d
Indexering VBRZO
-42.000
-43.000
-43.000
-43.000
6e
Indexering GGD
-8.000
-8.000
-8.000
-8.000
6f
Indexering ODZOB
-3.000
-3.000
-3.000
-3.000
6g
Indexering MRE
-8.000
-8.000
-8.000
-8.000
6h
Indexering prog.kn MD GRSK
-287.000
-287.000
-287.000
-287.000
6i
Voorschot meicirculaire
1.300.000
1.301.000
1.301.000
1.301.000
7
Meicirculaire
PM
PM
PM
PM
-313.007
-1.890.753
-2.404.354
-2.931.088
Effect VJN 2027-2030 exploitatie (B prioriteiten)
-334.970
-334.970
-334.970
-334.970
Effect VJN 2027-2030 kapitaallasten (A + B prioriteiten)
-17.610
-94.275
-105.349
-261.385
100.000
100.000
100.000
100.000
150.000
150.000
150.000
976.000
2.147.000
2.850.000
3.623.000
410.413
77.002
255.327
345.557
Geactualiseerd begrotingssaldi 8
9
Mutaties exploitatie en investeringen VJN 2027
Extra opbrengsten (scherper ramen) Toeristenbelasting Leges (omgevingsvergunningen)
10
OZB verhoging (2027 20%, 2028 20%, 2029 10% en 2030 10%
Geactualiseerd begrotingssaldi
1. Effect inwoners In bijlage A zijn de uitgangspunten voor de voorjaarsnota/begroting opgenomen. Als gevolg van een stijging van het aantal inwoners wordt er rekening gehouden met structurele hogere baten van € 60.000,-. Voor een nadere toelichting zie bijlage A. 6
2. Bijstellingen gemeenschappelijke regelingen Hier zijn alle bijstellingen verwerkt die hoger zijn dan benodigd voor de indexering van de lonen en prijzen van 2026 naar 2027. In tegenstelling tot punt 6 is dit niet budgettair neutraal, aangezien we hiervoor niet direct gecompenseerd gaan worden. 3. Liquiditeitsprognose actualisatie Bij het opstellen van de voorjaarsnota is de liquiditeitsprognose geactualiseerd. Doordat het totaalbedrag aan restantkredieten hoog blijft is de verwachting dat we financiële middelen moeten aantrekken met een jaar uitgesteld. Dit geeft meerjarig een voordeel in de begroting. In de liquiditeitsbegroting houden we er rekening mee dat alle beschikbaar gestelde kredieten na begroting 2027-2030 (t/m 2027) in de laatste jaarschijf worden uitgegeven. 4. Extra wethouder Omdat de gemeente Eersel nu meer dan 20.000 inwoners heeft, kan de raad kiezen voor een extra wethouder, uitgaande van een formatie-uitbreiding van 1,0 FTE stijgen de lasten met € 120.000,-. 5. Inrichtingsbijdrage dekking ecologische verbindingszone (EVZ) In de meerjareninvesteringsplanning 2026 was de dekking voor de investering inrichtingsbijdrage EVZ opgenomen ten laste van de exploitatie. In deze voorjaarsnota 2027-2030 is dekking uit de bestemmingsreserve kwaliteitsverbetering buitengebied opgenomen.
Deze dekking is beschreven in het format ‘inrichtingsbijdrage EVZ/Waterbuffers Run gedeelte Schadewijk-Weebosch’ onder de B-formats in bijlage C. Hierdoor valt het budget ten laste van de exploitatie vrij. 6. Indexeringen welke naar verwachting worden gedekt uit extra rijksmiddelen uit de meicirculaire 2026 (budgettair neutrale verwerking) Het saldo van deze mutaties is budgettair neutraal. We geven hier inzicht in het benodigde budget voor indexatie van de lonen en prijzen. Voor dit bedrag wordt nu al rekening gehouden dat dit als extra rijksmiddelen wordt toegekend in de meicirculaire 2026. Een nadere (technische) uitleg kunt u vinden in bijlage A onder ‘prijzen/lonen’. 7. Meicirculaire In afwachting van de meicirculaire 2026 worden de gevolgen van de meicirculaire als ‘PM’ opgenomen. Na het verschijnen van de meicirculaire worden zoals gebruikelijk de financiële gevolgen van deze circulaire in beeld gebracht middels een raadsinformatiebrief. Zie ook bijlage A, onderdeel 4 voor nadere toelichting. 8. Mutaties exploitatie en investeringen VJN 2027 In de doorkijk is de totale bijstelling voor 2027-2030 uit de voorgestelde exploitatie- en investeringsformats opgenomen. Het college stelt voor om de A en B prioriteiten te verwerken in de ontwerp begroting 20272030. De exploitatie- en investeringsformats worden afzonderlijk toegelicht in bijlage D.
Uw raad kan tijdens de behandeling van de voorjaarsnota aangeven wat wenselijk is. 9. Extra opbrengsten (leges en toeristenbelasting) Voor de toeristenbelasting en de leges (omgevingsvergunningen) verwachten we dat de inkomsten harder stijgen dan de reguliere index die we in voorgaande begrotingen hebben opgenomen. Om die reden stellen we voor om bovenop de indexering voor prijzen nog een extra verhoging toe te passen.
7
10. OZB verhoging We zien dat wij ten opzichte van de Kempengemeenten en het landelijke gemiddelde lage OZB tarieven hanteren. Zie onderstaande tabellen: tarieven 2026 Eersel
tarieven 2026 Kempisch gemiddelde
tarieven 2026 landelijk gemiddelde
eigenaar woningen
0,0644%
0,0827%
0,1115%
eigenaar niet-woningen
0,2025%
0,2525%
0,2880%
gebruiker niet-woningen
0,1519%
0,1934%
0,1900%
Opbrengsten Eersel
Opbrengsten op basis van tarief landelijk gemiddelde 2026
3.064.603
Opbrengsten op basis van tarief kempisch gemiddelde 2026 3.936.635
eigenaar niet-woningen
1.127.249
1.405.442
1.603.198
gebruiker niet-woningen
659.761
839.794
825.244
4.851.612
6.181.872
7.734.393
eigenaar woningen
5.305.951
Door in een aantal jaar toe te groeien naar het landelijke gemiddelde zorgen we ervoor dat we als gemeente Eersel onze inkomsten verhogen. Op die manier hebben we de lasten in de begroting 2027-2030 financieel gedekt. In onderstaande tabel ziet u de gevolgen voor woningeigenaren met 3 verschillende WOZ-waarden: OZB 2026
OZB 2027
OZB 2028
OZB 2029
OZB 2030
WOZ-waarde € 350.000
€ 225
€ 270
€ 325
€ 357
€ 393
€ 545.000
€ 351
€ 421
€ 505
€ 556
€ 612
€ 750.000
€ 483
€ 580
€ 696
€ 765
€ 842
Voor een gemiddelde woning in de gemeente Eersel (€ 545.000,- in 2026) stijgt de OZB in 2027 met € 70,op jaarbasis, ca. € 6,- per maand, meerjarig loopt dat op naar € 261,- op jaarbasis, ca € 22,- per maand. Formeel vindt bij de begroting 2027-2030 enkel besluitvorming plaats over de OZB verhoging van 20% voor de jaarschijf 2027. Op dit moment liggen de tarieven in de Kempen voor zowel woningen als niet-woningen ca. 25% hoger. Onze OZB tarieven blijven met de verhoging in 2027 dus nog onder dit Kempisch gemiddelde. Met de verhogingen 2028 tot en met 2030 komen we iets boven het landelijk gemiddelde 2026 uit. De verwachting is dat de tarieven landelijk ook zullen stijgen en we met deze verhoging uiteindelijk onder het landelijk gemiddelde blijven. Mocht blijken dat een OZB-verhoging voor de jaren 2028 t/m 2030 bij het vaststellen van de betreffende begrotingen niet nodig is vanwege bijvoorbeeld een positieve structurele bijstelling van de algemene uitkering van het Rijk dan wordt de raad daarvoor uiteraard weer in positie gebracht. Het hanteren van lage OZB tarieven heeft ook een negatief effect op de gemeentelijke begroting doordat gemeenten worden gekort op de algemene uitkering op basis van de potentiële OZB die gemeenten kunnen heffen op basis van een bepaald rekentarief. Het Rijk houdt er hierbij bewust geen rekening mee wat daadwerkelijk wordt ontvangen door gemeenten.
8
5. Nieuwe ontwikkelingen in 2027 en volgende jaren in de exploitatie 5.1.1. Noodzakelijke uitgaven (A en B-prioriteiten) Naast de hiervoor geschetste ontwikkelingen geven wij in deze paragraaf een overzicht van de nieuwe ontwikkelingen vanaf 2027 in de exploitatiesfeer. Het betreft ontwikkelingen (A-prioriteiten), die ons college noodzakelijk vindt. Exploitatiegevolgen (A en B-prioriteiten):
2027
2028
2029
2030
Exploitatieformats (zie bijlage C) Bijstelling kapitaallasten (zie bijlage D) *
- 314.970 -17.610
- 314.970 -94.275
- 314.970 -105.349
- 314.970 -261.385
- 332.581
- 409.244
- 568.277
- 536.784
Totale extra lasten A en B prioriteiten
*De bijstelling kapitaallasten betreft een mutatie van de kapitaallasten van de investeringsformats verminderd met de geraamde kapitaallasten in de meerjarenbegroting 2026 – 2029. In de formats zijn de totale kapitaallasten van de investering opgenomen, deze wijken daarom af met de tabel hierboven.
2: Het college stelt voor om in te stemmen met bovengenoemde exploitatieformats en investeringen van de A+B-prioriteiten. Het college verzoekt uw raad hiervoor richting aan te geven.
5.1.2. Overige uitgaven en investeringswensen met daaruit vloeiende kapitaallasten (C-prioriteiten) Naast de hiervoor geschetste ontwikkelingen geven wij in deze paragraaf een overzicht van de wensen vanaf 2027 in de exploitatiesfeer. Het betreft exploitatielasten inclusief kapitaallasten van de C-prioriteiten. Exploitatiegevolgen (C-prioriteiten):
2027
2028
2029
2030
Exploitatieformats (zie bijlage) kapitaallasten (zie bijlage D)
-224.000 - 1.650
-238.000 -3.276
-238.000 -3.228
-238.000 -3.180
Totale extra lasten C – prioriteit
-
4: Het college stelt voor om de formats met C-prioriteit, mede gelet op het financiële perspectief niet mee te nemen in de begroting 2027-2030. Indien uw raad van mening is dat (enkele) formats wel doorgang moeten krijgen dient hiervoor dekking gevonden te worden.
5.1.3. Specifieke onderwerpen In deze paragraaf worden diverse onderwerpen besproken die we op dit moment nog onvoldoende concreet kunnen maken, en nog niet/zeer beperkt financieel zijn vertaald in deze voorjaarsnota, maar waarvan we verwachten dat ze in toekomst wel een grote (financiële) impact (kunnen) gaan hebben op onze gemeente. Uiteraard altijd afhankelijk van de keuzes die hierin worden gemaakt. Combinatiekansen In de raadsvergadering van 10 december 2024 is besloten uitvoering te geven aan de bestuursopdracht combinatiekansen. Naar aanleiding van de beraadslagingen tijdens het presidium van 17 november 2025 is de bestuursopdracht van de raadsagenda gehaald. Hierover is de gemeenteraad met de raadsinformatiebrief van 19 november 2025 geïnformeerd. Vanaf dat moment is de bestuursopdracht stilgelegd. De bestuursopdracht bestaat uit de volgende 4 deelprojecten: 1. Combinatiekansen Maatschappelijke voorzieningen: Programma van Eisen voor Rythovius College, Muzenval, bibliotheek en muziekschool/JAM met een globale raming. 2. Combinatiekansen Buitensportvoorzieningen: Programma van Eisen voor Atletiekvereniging DES, Hockeyclub Eersel, Voetbalvereniging E.F.C., Toer- en wielerclub De Contente en Tennis- en Padelvereniging Eresloch met een globale raming. 3. Nieuw gemeentehuis: Programma van Eisen met een globale raming. 9
4. Vrijkomende locaties: Ontwerp vrijkomende locaties met een globale raming. De resultaten van de deelprojecten moeten nog samengebracht worden in een totaaladvies. Dit heeft nog niet plaatsgevonden door het stilleggen van het project. Ondanks dat het totaaladvies ontbreekt is al duidelijk geworden dat er tussen de verschillende deelopdrachten geen dwarsverbanden (inhoudelijk, ruimtelijk, maatschappelijk of procedureel) zijn, met uitzondering van vrijkomende locaties. Er is echter pas sprake van vrijkomende locaties als één of meerdere van de eerste drie deelopdrachten doorgang vindt. De herontwikkeling van vrijkomende locaties is volgend op verplaatsing van voorzieningen. Daarnaast staat de opbrengst niet in verhouding tot de investeringen.
Onderstaande bedragen zijn zeer globaal met peildatum 1-1-2026 en dus niet meer dan indicatieve bedragen: Opbrengsten: • Tennis: bandbreedte tussen 1,3 miljoen en 2,5 miljoen positief • Gemeentehuis/Muzenval: bandbreedte tussen 2,1 ton positief en 1,8 miljoen negatief Investeringen: • Muzenval, bibliotheek, muziekschool (inclusief meerkosten Rythovius gezamenlijk gebouw, exclusief het significante verschil tussen de raming van de nieuwbouw Rythovius en het IHP (normvergoeding) én exclusief leerlingenprognose): 12 miljoen • Buitensportvoorzieningen: 10 miljoen • Nieuw gemeentehuis (exclusief locatie): 24 miljoen Verduurzaming maatschappelijk vastgoed Sinds 2015 werkt de gemeente aan het verduurzamen van 38 gebouwen, op basis van EPA-U maatwerkadviezen (Energieprestatie Advies voor Utiliteitsgebouwen). Per gebouw is inzichtelijk gemaakt welke maatregelen mogelijk zijn om de duurzaamheidsambitie te realiseren. Deze ambitie is vastgesteld op een CO₂-reductie van 39% in 2025. In de afgelopen jaren zijn, in overleg met gebruikers en huurders, al veel maatregelen uitgevoerd. Daarmee zijn belangrijke stappen gezet in het terugdringen van het energieverbruik en de uitstoot. De genomen maatregelen richten zich op het verminderen van de energievraag, het inzetten van duurzame energie en het efficiënter gebruik van fossiele brandstoffen.
Voorbeelden hiervan zijn na-isolatie, LED-verlichting, zonneboilers, zonnepanelen en HR++-beglazing. Tijdens de uitvoering van deze ambitie heeft de Rijksoverheid aanvullend beleid vastgesteld, gericht op een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Deze doelstelling geldt vanzelfsprekend ook voor het gemeentelijk vastgoed van Eersel. Om hier invulling aan te geven, zijn via het Ontzorgingsloket van de provincie Noord-Brabant energiescans uitgevoerd. Voor de gemeentelijke gebouwen betekent dit dat per locatie een route naar aardgasvrij is opgesteld via energiescans. Deze worden vertaald naar duurzame meerjarige onderhoudsplannen (D-MJOP’s), waarin verduurzaming wordt geïntegreerd in de reguliere onderhoudscyclus. Er is een opdracht verstrekt aan een adviesbureau om deze plannen verder uit te werken. De uitkomsten van de energiescans worden vertaald naar uitvoeringsplannen, gekoppeld aan de MJOP’s (meerjarige onderhoudsplannen) en MIP’s (meerjarige investeringsplannen). Daarbij wordt ingezet op ‘slim verduurzamen’, door maatregelen zoveel mogelijk te combineren met natuurlijke onderhouds- en renovatiemomenten. Dit helpt om kosten te beperken en de uitvoering te spreiden over meerdere jaren. Bovendien biedt deze aanpak ruimte om in te spelen op toekomstige innovaties en subsidiemogelijkheden. Ondanks deze slimme aanpak vraagt de verduurzaming om aanzienlijke investeringen.
Op basis van de energiescans wordt de totale bruto investeringsopgave geschat op circa €12 miljoen (inclusief btw) tot 2050. De netto-investering voor de gemeente zal naar verwachting lager uitvallen, omdat een deel van de kosten al is opgenomen in de bestaande onderhoudsplannen.
10
Rapport Berenschot KempenPlus Berenschot heeft onderzoek gedaan naar de optimalisering van de uitvoering KempenPlus (rapport d.d. 21 maart 2025). In dit rapport doet Berenschot een aantal aanbevelingen. Eén van deze aanbevelingen luidt als volgt `Overweeg om voor het (netto) kostenkader van KempenPlus en de kostenverdeling de rijksbudgetten beschikbaar te stellen. Daarmee worden de kosten gemaximeerd op het rijksbudget dat beschikbaar is voor de uitvoering van de Participatie en daarnaast is sprake van een objectieve, solidaire en eerlijke verdeelsleutel.´ Op dit moment wordt gewerkt aan een beleidskader Werk en Inkomen. Hierin wordt onderzocht of het mogelijk is om een passende dienstverlening aan te bieden binnen de Rijksbudgetten. Het beleidskader wordt naar verwachting in het vierde kwartaal 2026 aan uw raad voorgelegd. Warmteprogramma In 2021 is de Transitievisie Warmte vastgesteld. Uiterlijk eind 2027 moet de opvolger hiervan, het Warmteprogramma vastgesteld zijn. De impact van de opdracht die centraal staat in het Warmteprogramma, in 2050 een aardgasvrij Eersel is groot Het is een majeure opdracht die qua inhoud, looptijd, uitvoering en financiën zeer ingrijpend is. De raad is al betrokken bij het proces om te komen tot een Warmteprogramma. De planning gaat uit van vaststelling door de raad in de eerste helft van 2027.
Omdat we in de gemeente nog geen enkele ervaring hebben met het aardgasvrij maken van bestaande woningbouw starten we een pilot. We stellen van een verduurzamingsplan op voor de kern Duizel. Daarbij doen we ervaring op met het aardgasvrij-ready maken van woningen. Deze ervaringen nemen we mee bij het opstellen van het Warmteprogramma en verduurzamingsplannen voor andere kernen. Voor de gemeente betekent uitvoering van het Warmteprogramma vooral de inzet van personeel. Denk aan het opstellen van verduurzamingsplannen per kern, inventarisatie/advisering over de te treffen isolatiemaatregelen; het opzetten van stimuleringsmaatregelen en ondersteuning van inwoners door de inzet van onze energiecoaches. Dit vraagt om onderzoeksbudget (verduurzamingsplannen), extra handjes bij de uitvoering en budget voor het opzetten van stimuleringsmaatregelen (subsidieregeling). Een eerste indicatie van de verwachte toekomstige personeelskosten laten een stijgende lijn zien tot ongeveer € 1 miljoen rond 2040. Tot en met 2025 zijn er vanuit de Rijksoverheid zogenaamde CDOKE (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid) middelen beschikbaar gesteld. Voor 2026 wordt deze regeling voortgezet, alleen dan via een algemene uitkering vanuit het gemeentefonds. Hiermee zijn de middelen niet meer direct geoormerkt voor de uitvoering van Klimaat- en Energiebeleid.
Pas met de meicirculaire (2026) wordt duidelijk hoe en welke middelen Eersel ontvangt als Decentrale Uitkering (DU) voor de periode 2026-2030. Het Rijk werkt aan de continuering van de regeling na 2030. De huidige subsidieregeling Energiebesparende maatregelen voor particulieren stopt per 31 december 2026. We zijn voornemens om deze subsidieregeling voort te zetten als onderdeel van de gebiedsgerichte verduurzamingsplannen. We verwachten dat een subsidieregeling als onderdeel van een gebiedsgericht verduurzamingstraject effectiever werkt. We beginnen, na onderzoek, met een pilot in Duizel. De verwachting is dat we circa € 450.000 nodig hebben voor het verduurzamingsplan Duizel. Hierbij hebben we een zo goed mogelijke inschatting gemaakt van het percentage deelnemers (vrijwillig) en voortzetting van de Rijksbijdrage. Na de start van de pilot in Duizel rollen we de verduurzamingsplannen gefaseerd uit over de gehele gemeente. Dit geldt ook voor de subsidieregeling. Hierbij hebben we een grove inschatting gemaakt van de totale kosten op basis van de nu bij ons beschikbare informatie. Gedacht moet worden aan een bedrag tussen de 8 en 10 miljoen euro tot 2045. In het Warmteprogramma beschrijven we de invulling van de gemeentelijke regiorol en wat inwoners van ons mogen verwachten.
Daarbij is het belangrijk dat uitstel het probleem niet wegneemt, maar alleen uitstelt, zodat op een later moment veel meer moet worden geïnvesteerd om de landelijke doelstelling te halen. Opvang urgente doelgroepen Er zijn meerdere categorieën van urgente woningzoekenden te onderscheiden die allen een beroep doen op sociale huurwoningen en in meer of mindere mate ook op zorg en voorzieningen. De groepen die worden onderscheiden zijn medisch urgente woningzoekenden; mensen met ernstige lichamelijke of psychische klachten die door hun huidige woning verslechteren. Mensen met een sociale urgentie vanwege een problematische thuissituatie door bijvoorbeeld door geweld, ernstige conflicten of ontwrichting van het gezin en slachtoffers van huiselijk geweld. Mensen die acuut een veilige woonplek nodig hebben. Door wereldwijde ontwikkelingen neemt ook het aantal asielzoekers en vergunninghouders toe, ook wel statushouders, genoemd als categorie urgente woningzoekenden. Ook in de maatschappelijke dienstverlening en bij een indicatie van beschermd wonen wordt steeds vaker een beroep gedaan op lokale voorzieningen. Daar volgen ook de doorstromers uit maatschappelijke opvang / instellingen zoals mensen uit begeleid wonen, GGZ-instellingen of jeugdzorg.
11
Door diverse redenen stijgt ook het aantal inwoners die dak- en thuisloos zijn of worden (niet verwijtbaar) met een urgente status. Een groeiende met een urgente status worden de ouderen met een zorgbehoefte waarbij wonen dichtbij zorg noodzakelijk is. We zien een decentralisatie tendens op ons afkomen waarbij gemeenten aan de lat staan om lokaal en/of sublokaal voorzieningen te moeten treffen voor opvang, huisvesting en zorg aan inwoners met een urgente status. De gemeente Eersel heeft daarvoor op dit moment nog weinig woningen beschikbaar waardoor de doorstroom stagneert. Er is een percentage van 30% sociale huurwoningen afgesproken en die worden de komende jaren gerealiseerd maar moeten nog wel gebouwd worden. Hoe de zorg en voorzieningen betaald moeten gaan worden, is onduidelijk. Evenals de beschikbaarheid van middelen hiervoor vanuit het Rijk. Aangenomen dient te worden dat de gemeente zelf voor een aanzienlijke financiële bijdrage aan de lat staat voor b.v. beschermd wonen, zorg, begeleiding, (tijdelijke) opvang. Het Rijk heeft nog geen antwoord op hoeveel geld er naar de centrumgemeente en naar de lokale gemeente gaat. De huidige vergoedingen zijn niet kostendekkend. De wettelijke verplichting tot decentralisatie van opvang en zorg v.w.b.
maatschappelijke opvang en beschermd wonen gaat vermoedelijk in per 1 januari 2028 maar dit is in het verleden al wel eens uitgesteld geweest vanwege bovenstaande financiële vraagstukken. Beleid ten aanzien van spelen, bewegen en ontmoeten Eind 2026 zal aan uw raad nieuw beleid ten aanzien van spelen, bewegen en ontmoeten worden voorgelegd. Een groot deel van het huidige areaal aan speelvoorzieningen is gerealiseerd in de periode 2006-2016. Gelet op de levensduur van circa 15 jaar zal in het uitvoeringsbudget van het nieuwe beleid ook rekening worden gehouden met de vervanging van deze speeltoestellen in de komende periode. Herindeling Best-Oirschot + onderzoek Reusel-De Mierden De gemeenten Oirschot en Best hebben besloten om vanaf 1 januari 2028 verder te gaan als één gemeente Best-Oirschot. In dit kader heeft de gemeente Oirschot besloten om de samenwerking in de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) te beëindigen. De beëindiging van de samenwerking door Oirschot in de GRSK heeft consequenties voor de andere deelnemende gemeenten. Voor het eind van 2026 moet een uittredingsplan opgesteld zijn in opdracht van de GRSK. Daarbij wordt ook in beeld gebracht wat de consequenties voor de andere gemeenten zijn, waaronder de nieuwe kosten(-verdeling).
Naast de uittreding uit de GRSK heeft de gemeente Oirschot ook de milieusamenwerking tussen Oirschot, Eersel en Reusel-De Mierden, waarbij het personeel in dienst is van Eersel, opgezegd. Ook deze consequenties zullen nog in beeld worden gebracht. Ook de gemeente Reusel-De Mierden heeft aangegeven onderzoek te doen naar de samenwerkingen waarin zij deelneemt. De uitslag van dit onderzoek en daaruit te maken keuzes zullen ook van invloed zijn op de gemeente Eersel. Herstelboerderij de Hooiberg De Herstelboerderij de Hooiberg is een zorginitiatief in de Kempengemeenten. Voorheen kwamen onze inwoners daar met een indicatie dagbesteding en ontving de Hooiberg een subsidie voor een indicatievrije inloop van gemeente Bladel (daar ligt De Hooiberg). Vervolgens hebben zij een regionale subsidie ontvangen uit het Innovatiebudget Beschermd Wonen. Hiermee heeft de Hooiberg de kans gekregen om in 2 jaar tijd te ontwikkelen naar een indicatievrije herstelboerderij voor mensen met een psychische kwetsbaarheid voor mensen uit de Kempen. Bestaande uit: dagbestedingen, herstelgroepen en logeerbedden. De voorziening levert aantoonbare maatschappelijke meerwaarde op, zoals het voorkomen van zwaardere zorg en het vergroten van welzijn. De subsidie vanuit het Innovatiebudget Beschermd Wonen loopt af per 1 januari 2027.
Dit maakt het voortbestaan van een subregionaal herstelcentrum afhankelijke van een andere financiering. Zonder financiering is er na 2026 geen indicatievrij herstelcentrum meer in de subregio en zal een groot deel van de huidige deelnemers opnieuw een indicatie nodig hebben. We onderzoeken hoe we onze inwoners met behoefte aan deze specifieke vorm van ondersteuning kunnen blijven helpen. Uw Raad wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2026 geïnformeerd over de verdere ontwikkelingen. Niet gesprongen explosieven Bij de aanleg van een biogasleiding tussen 2 agrarische bedrijven nabij de Vessemseweg in Knegsel zijn een aantal bommen en ook zogenaamde afwerpmunitie uit de tweede wereldoorlog gevonden. Het veld waar het om gaat ligt namelijk precies in het verlengde van de landingsbaan van het vliegveld en is in de oorlog als oefenterrein voor het afwerpen van bommen gebruikt. Omdat er gevaar bestaat dat de gevonden 12
bommen in de toekomst alsnog ontploffen en sommige erg ondiep liggen, moeten ze worden geruimd. Momenteel is de Explosieven Opruimingsdienst bezig met het ruimen van de eerste 5 bommen. De gemeente staat aan de lat voor het laten blootleggen van de bommen, zodat de Explosieven Opruimingsdienst ze uiteindelijk kan verwijderen. Voor het blootleggen (graven, bemalen) is de gemeente financieel verantwoordelijk. We weten inmiddels zeker dat er meer bommen in het gebied liggen die moeten worden geruimd. We weten alleen nog niet hoeveel het er uiteindelijk zullen zijn en dus is de financiële impact onbekend. In principe komt 32% van de kosten voor onze rekening. We gaan hierover nog het gesprek aan met het Rijk gezien de omvang en de ontstaanshistorie.
5.1.4. Aanpassing normen en indicatoren Huidige Indicator
Indicator per 01-01-2027
Huidige norm
Waardering inwoners communica- Waardering inwoners communi- ≥ 6.9 tie en voorlichting (eigen indica- catie en voorlichting (eigen inditor) cator) Uitgedrukt op rapportcijfer
Norm per 01-012027 > het gemiddelde van gemeenten in Nederland
Uitgedrukt op rapportcijfer
Toelichting: De gemeente Eersel scoort al jaren fors hoger dan het landelijk gemiddelde (laatst bekend 6,7 gemeente Eersel ten opzichte van 6,2 landelijk gemiddelde. We hebben de norm in het verleden erg hoog gelegd en zijn van mening dat deze norm meer reëel is.
6. Actueel beeld beschikbare reserves 2026 t/m 2030 In dit onderdeel geven wij u een actueel beeld van de geschatte stand van de reserves voor de periode 20262030. In dit overzicht is rekening gehouden met de voorgestelde toevoeging aan de algemene reserve vanuit het jaarrekeningresultaat (na bestemming) jaarrekening 2025 van € 3.831.588,- In deze toevoeging is reeds rekening gehouden met het resultaat € 2.468.000,-, de resultaatbestemming Kunstroute € 36.000,- en een afroming van de algemene reserve bouwgrondexploitatie van € 1,4 miljoen.
6.1 Algemene reserve De stand van de algemene reserve vrij besteedbaar per 1-1-2026 bedraagt € 14.044.156,-. Vervolgens zijn alle besluiten en voorstellen omtrent stortingen / beschikking over de algemene reserve verwerkt tot en met de mutaties uit de 1e bestuurlijke rapportage 2026 welke nog door uw raad moet worden vastgesteld. Omschrijving
€
Stand algemene reserve 1-1-2026 Onderzoek bedrijventerrein, amendement bij vaststelling begroting 2026 Beschikking reserve inzake Multimodale knoop, conform begroting 2026 Voorgestelde toevoeging n.a.v. jaarrekening 2025, resultaat incl. afroming alg. res. bouwgrondexploitatie minus resultaatbestemming Vrijval dekkingsreserves door afsluiten restantkredieten conform jaarrekening 2025 Vrijval reserves en voorzieningen ivm opheffing conform jaarrekening Vrijval deel restantkrediet uitvoering coalitieakkoord, cfm 1e berap 2026 Ophoging weerstandsvermogen Buffer voor 2026
14.044.000 -100.000 -800.000 3.832.000
Beschikbaar voor mutaties bestaande investeringen (MIP 2027-2030) + nieuwe investeringswensen (inclusief buffer en reservering)
22.769.000
484.000 7.060.000 49.000 -1.500.000 -300.000
13
6.2.
Doorkijk algemene reserve
Als aanvullende informatie geven wij aan dat in hierboven genoemde doorkijk geen rekening is gehouden met toekomstige resultaten uit de lopende bouwgrondexploitaties. Deze worden geraamd op circa € 1,9 miljoen (looptijd 2026 t/m 2030) exclusief Vpb verplichtingen. Er zijn een aantal investeringen waarvan de dekking ten laste van de reserves plaatsvindt. Honorering van deze noodzakelijke investeringen heeft de volgende mutatie in de algemene reserve tot gevolg: Omschrijving € Beschikbaar voor investeringswensen: MIP: Warmtetransitie 2027-2030 (prioriteit B) MIP: Bijdrage regiobrede projecten KTM2 (prioriteit B) Onttrekkingen noodzakelijk investeringen (zie bijlage D.1: onderdeel A-prioriteiten en de formats in Bijlage D.2) Resteert
€ 22.769.000 -450.000 -660.000 0 21.659.000
Toelichting handreiking fondsbeheerders, VNG, IPO en financieel toezichthouders: Incidentele middelen gebruiken voor dekking structurele lasten Sinds 2025 kunnen gemeenten het surplus in de algemene reserve (de reserve waar geen bestemming aan is gegeven) aanwenden voor het dekken van structurele exploitatielasten. Van dit vrij besteedbare deel, het surplus, mogen gemeenten 10% inzetten voor structurele lasten. Dit deel wordt afgezonderd van de algemene reserve. De inzet van deze 10% is onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk aan 20% is en blijft. Voor de gemeente Eersel is dit voorlopig geen probleem. Dit deel wordt dan tot ‘structurele baat’ bestempeld. Ook moet het weerstandsvermogen naar het oordeel van de toezichthouder (de provincie) voldoende zijn, gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie. Het is aan gemeenten zelf of ze hun reserves daadwerkelijk inzetten. Bij structurele inzet van het afgezonderde surplus van de algemene reserve zal de omvang ervan jaarlijks afnemen en daarmee ook de inzet. De structurele inzet is niet meer mogelijk als dit leidt tot onvoldoende weerstandscapaciteit en/of als de solvabiliteit onder 20% daalt. Zolang nog aan de voorwaarden wordt voldaan kan er sprake zijn van een langjarige inzet en kan deze worden bestempeld als een structureel dekkingsmiddel.
Jaarlijks mag bijvoorbeeld door resultaatbestemming de afgezonderde reserve worden aangevuld, waardoor de 10% inzet hiervan wordt verhoogd. In deze voorjaarsnota is de inzet van deze regeling niet toegepast omdat getracht wordt de begroting sluitend te krijgen zonder toepassing van deze regeling. Het toepassen van de regeling is een tijdelijk oplossing, immers met incidentele middelen worden structurele tekorten gedekt. Gelet op de ambitie van uw raad is een structurele aanpak van het tekort gewenst. Daarnaast denkt het college dat beschikbare reserves gewenst zijn voor toekomstige projecten van uw raad. Bij het inzetten van de reserves voor het begrotingstekort is dat deel van de reserves immers geblokkeerd.
14
Bijlage A: Uitgangspunten voorjaarsnota/ begroting 2027-2030 1. Aantal inwoners In de begroting 2026 is rekening gehouden met 20.600 inwoners per 1 januari 2026. Het werkelijk aantal inwoners per 1 januari 2026 bedraagt 20.548 en is hiermee 52 inwoners lager ten opzichte van de raming 2026. Voorgesteld wordt om het aantal inwoners per 1 januari 2027 te ramen op 20.750. Dit is een stijging van 202 inwoners ten opzichte van het werkelijke aantal per 1-1-2026 en een stijging van 150 inwoners ten opzichte van jaarschijf 2027 uit de begroting 2026. Ten opzichte van de huidige begroting betekent dit financieel een structurele stijging van circa € 60.000,-.
2. Prijzen/Lonen Prijsontwikkeling Er wordt voorgesteld voor het begrotingsjaar 2027 uit te gaan van een inflatiecorrectie van 2,4% voor de lasten. Deze stijging is overeenkomstig de indexering die de grootste 4 GR’en overnemen uit indexering in Macro Economische Verkenningen (MEV). De totale indexering wordt geraamd op € 240.000,-. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat dit bedrag in de meicirculaire 2026 door het rijk wordt toegekend. Indexering inkomsten De geraamde inkomsten worden voor zover de gemeente daar invloed op heeft (aanvullend) geïndexeerd met 2,4%. Loonontwikkeling Voorgesteld wordt om ten opzichte van de geraamde salarissen/premies in de begroting 2026 voor het begrotingsjaar 2027 rekening te houden met een totale stijging van 3,41%, hetgeen overeenkomt met € 426.000,-. De totale indexering voor zowel lonen als prijzen komt hiermee uit op € 666.000,- (€ 240.000,-+ € 426.000,-).
3. Rentepercentage De marktrente voor langlopende leningen bedraagt circa 3,5% (tarief BNG/peildatum maart 2026). De prognose van de renteontwikkeling is lastig en onzeker, echter we verwachten dat de rente de komende jaren niet gaat zakken. In de begroting 2027 wordt voor het financieringstekort/nieuwe investeringen een rentepercentage van 3,50% gehanteerd. De renteopbrengst voor onze overtollige financieringsmiddelen wordt geraamd op 2%.
4. Meicirculaire 2026 Zoals u gewend bent, ontvangt u enkele weken na verschijning van de meicirculaire 2026 een raadsinformatiebrief waarin onder andere wordt aangegeven met welke algemene uitkering (grootste inkomstenbron) in de begroting 2027-2030 rekening mag worden gehouden. In onze voorjaarsnota wordt er vanuit gegaan dat de prijsstijgingen en loonkostenstijging (als gevolg van aangepast CAO en werkgeverspremies) door het rijk worden gecompenseerd door de uitkomsten van de meicirculaire. Deze een op een compensatie is echter geen automatisme of verplichting van het rijk. Zoals bij onderdeel 2 is aangeven wordt de loon- en prijsindexering voor 2027 geraamd op € 666.000,-. Voor de gemeenschappelijke regelingen tezamen (inclusief programmakosten Wmo en Jeugd) worden de indexering geraamd op circa € 634.000,-. Tezamen derhalve geraamde hogere lasten voor indexering van lonen en prijzen € 1.300.000,-. Het rijk kent op basis van de Loon Prijs Ontwikkelingen (LPO) in de meicirculaire 2026 een uitkering toe. Aangezien de meicirculaire 2026 pas verschijnt nadat de voorjaarsnota aan uw raad is verstrekt, wordt er in de voorjaarsnota een inschatting gemaakt voor compensatie van deze indexering. In de onlangs verschenen voorjaarsnota van het ministerie van financiën is onder andere het LPO accres geactualiseerd. Het LPO accres lijkt toereikend.
In de raadsinformatiebrief omtrent de meicirculaire (medio juni) zal uw raad worden geinformeerd omtrent dit resultaat.
15
5. Sluitende begroting Het budgetrecht ligt bij de gemeenteraad. Dit houdt in dat de gemeenteraad bepaalt welke taken en activiteiten ondernomen worden en dat zij ook de afweging en prioriteitenstelling vorm geeft. De raad moet ervoor zorgen dat de begroting in evenwicht is en indien dat in enig jaar niet het geval is, aannemelijk maken dat het evenwicht in de eerstvolgende jaren in evenwicht is. Conform de toelichting op de Gemeentewet moet de begroting niet alleen formeel boekhoudkundig, doch ook materieel in evenwicht zijn. Van een materieel sluitende begroting is sprake als in de begroting de structurele uitgaven en de daar tegenoverstaande structurele inkomsten met elkaar in evenwicht zijn. Dit geldt ook voor de eenmalige uitgaven en de eenmalige inkomsten. We streven naar een meerjarig structureel sluitende begroting voor alle vier jaarschijven.
6. Inzet reserves Bij de berekening van het beschikbare bedrag wordt voor de algemene reserve vrij besteedbaar rekening gehouden met een minimale buffer, welke dient om onvoorziene risico’s, zoals vermeld in de risicoparagraaf, op te kunnen vangen. Dit betekent dat bij de becijfering van de beschikbare algemene reserve vrij besteedbaar in het kader van de voorjaarsnota, rekening wordt gehouden met de minimaal vastgestelde buffer van de algemene reserve (vrij besteedbaar) van € 4.800.000,-.
16
Bijlage B: Prioritering Uitgangspunten/criteria ten behoeve van de voorjaarsnota:
A-prioriteit: -
wettelijke en/of aangegane verplichtingen met aanzienlijke sanctie en/of financieel risico reeds besloten door raad en/of college noodzakelijk vanuit aantoonbare veiligheid direct gekoppeld aan andere A investering wensen vanuit een gesloten exploitatie (grondbedrijf, GRP, afvalstoffenheffing enz.). Tenzij het een ambitie is kan dit ook een B- of C-prioritering zijn.
B-prioriteit: -
wettelijke en/of aangegane verplichtingen zonder aanzienlijke sanctie en/of financieel risico. reeds eerder uitgesproken politieke keuze van raad en/of college noodzakelijk vanuit bedrijfsvoering wensen met een (gedeeltelijke) dekking vanuit subsidie.
C-prioriteit: -
reeds eerder uitgesproken wens van raad en/of college overige wenselijk vanuit bestaand beleid en/of bedrijfsvoering nieuwe wensen overige
17
Bijlage C: Formats exploitatie 2027-2030
Prg.
Prio.
1 11 0 3 3
B B C C C
Omschrijving Dorpen maken het verschil Uitbreidingen in formatie Inkomensgrens minimaregelingen Doorstroomondersteuning woningen Handhaving buitengebied
2027 (€) -50.000 -284.970 -48.000 -135.000 -41.000 -558.970
2028 (€) -50.000 -284.970 -48.000 -135.000 -55.000 -572.970
2029 (€) -50.000 -284.970 -48.000 -135.000 -55.000 -572.970
2030 (€) -50.000 -284.970 -48.000 -135.000 -55.000 -572.970
18
B-Formats
19
Dorpen maken het verschil (andere kijk op dorpsraden)
Prioriteit: Programma:
B 1. Maatschappelijke dienstverlening en gezondheid
Wettelijke taak: Budget vrijmaken voor ondersteunen van overheidsparticipatie/bewonersinitiatieven is geen wettelijke taak. Huidige situatie: Voor de periode 2022-2025 had de gemeenteraad een krediet van € 200.000,- beschikbaar gesteld voor de uitvoer van participatieprogramma Dorpen Maken Het Verschil. Bij de 1e bestuursrapportage is hierop aanvullend een bedrag van € 50.000,- beschikbaar gesteld opdat de leefbaarheidsinitiatieven op dezelfde wijze doorgang konden vinden maar de nieuw verkozen gemeenteraad een keuze kan maken voor de langere termijn. Ontwikkelingen: Sinds de start van het participatieprogramma (2019), wat initiatieven mogelijk maakt die de leefbaarheid, saamhorigheid en sociale betrokkenheid vergroten, zijn er al veel initiatieven uitgevoerd. Daarnaast zijn er verschillende initiatieven in ontwikkeling. Binnen de Dorpsraden is het participatieprogramma geïntegreerd in hun werkwijze en zij verwijzen initiatiefnemers regelmatig door aan de medewerker Dorpsparticipatie. In het algemeen weten inwoners en inwonersgroepen de weg goed te vinden en zijn positief verrast over de wijze waarop de gemeente meedenkt en de mogelijkheden die de gemeente biedt. Zo is in de afgelopen 7 jaar gemiddeld € 50.000,- per jaar uitgegeven aan ondersteuning van leefbaarheidsintiatieven.
De Rekenkamer ondervond dit ook tijdens haar onderzoek naar ‘burgerinitiatieven in Eersel’ wat in januari 2024 in de gemeenteraad behandeld is en waarbij zij in haar rapport aanbeveelt het beleid met betrekking tot burgerinitiatieven, zoals vormgegeven en uitgewerkt in het participatieprogramma Dorpen Maken Het Verschil, te continueren. Doel: De dorpen in onze gemeente zijn verschillend, zowel in initiatief als in organisatiekracht. De insteek van het participatieprogramma is dat zij daarom ook verschillend behandelend mogen worden. Door continuering van het participatieprogramma op dezelfde wijze als nu het geval is blijven inwoners van een straat/wijk/dorp de ruimte de mogelijkheid houden om hun eigen identiteit te behouden en uiteindelijk komt dit de leefbaarheid van het dorp ten goede. Dit komt de relatie tussen gemeente, dorpen en inwoners(-groepen) ten goede; het geven van ruimte geeft vertrouwen en het uitvoeren van eigen initiatieven leidt tot verantwoordelijkheid en eigenaarschap. Om participatieprogramma Dorpen Maken het Verschil door te kunnen zetten is, het voorstel om jaarlijks € 50.000,- op te nemen in de exploitatiebegroting. Exploitatielasten (excl. kapitaallasten) 2027
2028
2029
2030
- € 50.000
- € 50.000
- € 50.000
- € 50.000
20
Uitbreidingen in formatie Prioriteit: Programma:
B 11 Overhead
Uitbreiding team Staf Medewerker Rampenbestrijding & Crisisorganisatie en Veiligheid - 12 uur, schaal 8 Op het gebied van Veiligheid komen er alsmaar werkzaamheden bij. Momenteel maken wij een keuze wat we kunnen oppakken binnen de formatie en aan welke regionale overleggen we deel kunnen nemen. Voornamelijk onderstaande taken schieten daarin tekort: • • •
• •
Nazorg ex-gedetineerden. De gemeente heeft de wettelijke regie over de nazorg (ondersteuning bij re-integratie). Diepgaandere uitvoering Wet Bibob. Criminelen bedenken steeds ingewikkeldere constructies om hun geld te investeren in de legale economie. Om hier een vinger achter te krijgen is diepgaander Bibob onderzoek nodig. Robuust neerzetten van de rampenbestrijding binnen de eigen gemeente en het ontwikkelen van het beleid samen met de Veiligheidsregio. Het is belangrijk en verplicht de lokale crisisorganisatie up-todate te hebben en te houden. Verder is het de bedoeling dat de gemeente ook een regionale taak vervult. Dit beiden (lokaal en regionaal) vraagt meer capaciteit dan beschikbaar is. Verdergaande samenwerking tussen zorg en veiligheid/jeugdopgave. Het AVE model moet nog geimplementeerd worden en er moet met dit model gewerkt worden. Dit kost tijd en intensieve samenwerking tussen zorg en veiligheid. Alle werkzaamheden op het gebied van weerbare samenleving. De verwachting is dat de campagne weerbare samenleving in de komende jaren intensiveert. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het opzetten van steunpunten.
Daarnaast komen er nog verschillende extra werkzaamheden aan. Denk aan de aanscherping van de Brabantse Norm. Dit is een handreiking voor Brabantse overheden die handvatten/normen geeft om in gezamenlijkheid te komen tot een weerbare overheid. Ook komen er projecten over handhavingsknelpunten.
Uitbreiding afdeling Bedrijfsvoering Inkoopadviseur/contractmanager – 36 uur, schaal 10 (indicatief) In 2025 hebben we de organisatie en kosten van inkoop onderzocht. Momenteel maken we gebruik van BIZOB voor inkoopadvies en contractmanagement. Door het groeiende aantal adviesvragen en complexe projecten zijn deze kosten structureel hoger dan we verwacht hadden. Er werken veel jonge medewerkers binnen de organisatie die nog weinig ervaring hebben met aanbestedingen, waardoor de behoefte aan ondersteuning groot is. Het inschakelen van BIZOB is laagdrempelig, maar medewerkers zijn zich niet altijd bewust van de kosten. Dit leidt in de praktijk tot hogere uitgaven dan wanneer deze expertise intern beschikbaar zou zijn. Samen met BIZOB hebben we gekeken waar uitbreiding van deze capaciteit hoort: bij BIZOB of binnen de gemeente. Door zelf een inkoopadviseur/contractmanager aan te stellen, kunnen we deze ondersteuning goedkoper en directer organiseren. De accountant heeft bovendien geadviseerd om de spendanalyse verder te professionaliseren en te zorgen voor meer inzicht in de financiële uitputting van contracten. Hier kan deze medewerker een belangrijke rol spelen in samenwerking met onze medewerker voor de interne controle.
Daarnaast werkt de inkoopadviseur/contractmanager nauw samen met BIZOB, dat aanvullend expertise en capaciteit blijft leveren om aan de volledige vraag te kunnen voldoen. Met aanstelling van een inkoopadviseur/contractmanager in eigen dienst is de verwachting dat de structurele kosten voor het inhuren van inkoopadvies bij BIZOB en risico's kleiner worden en het kennisniveau binnen de organisatie stijgt. HR-adviseur – 20 uur, schaal 10 De organisatie van gemeente Eersel heeft de afgelopen jaren een duidelijke groei doorgemaakt. Waar de formatie in 2022 nog 95,68 fte bedroeg, steeg deze in 2023 naar 110 fte en is de huidige formatie uitgegroeid tot 126,06 fte. Deze aantallen zijn exclusief het college van B&W (4 fte) en team Griffie (2,56 fte), waarvoor team Personeel & Organisatie eveneens ondersteuning en advies levert. Verder verzorgt team 21
P&O incidentele advies en ondersteuning. Denk hierbij aan de Muzenval, APPA-trajecten, Sporthal(len) en Dorpsraden met betrekking tot de Dorpsondersteuner(s). Ondanks deze substantiële groei van het personeelsbestand is de formatie van team P&O in dezelfde periode gelijk gebleven op 2,33 fte. De werkzaamheden binnen het vakgebied P&O zijn echter zowel in omvang als in complexiteit toegenomen. Denk hierbij aan thema’s zoals strategische personeelsplanning, duurzame inzetbaarheid, begeleiding van leidinggevenden, casuïstiek rondom verzuim en het borgen van een toekomstbestendige organisatiecultuur. Met de huidige bezetting is het niet langer mogelijk om de organisatie op een kwalitatief hoogwaardige en proactieve manier te blijven ondersteunen. De groei van de organisatie vraagt om een evenredige versterking van de P&O‑capaciteit, zodat wij kunnen blijven bijdragen aan een gezonde, wendbare en professionele organisatie. De uitbreiding is noodzakelijk om: • De toegenomen advies- en ondersteuningsvraag vanuit de organisatie adequaat op te vangen. • De kwaliteit van dienstverlening op peil te houden en verder te ontwikkelen. • Strategische en beleidsmatige P&O‑opgaven structureel te kunnen borgen. • Leidinggevenden en medewerkers tijdig en deskundig te blijven begeleiden.
Met deze uitbreiding kan team P&O de groei van de organisatie volgen en blijft de ondersteuning aansluiten bij de ambities van gemeente Eersel als aantrekkelijke, professionele en toekomstgerichte werkgever.
Uitbreiding afdeling Samenleving Beleidsmedewerker Welzijn – 36 uur, schaal 10 De kerntaak van team Welzijn is de sociale basis op orde als individu en een gezonde, samen redzame en leefbare gemeente vormen met elkaar. Ontmoeten en het hebben van een netwerk staan daarbij centraal. Om deze kerntaak uit te kunnen voeren, is er op basis van de werkzaamheden en projecten van team Welzijn momenteel structureel te weinig formatie. De knelpunten zitten voornamelijk bij Welzijn-algemeen, sportaccommodaties, gezondheid en jeugd. De beleidscapaciteit voor Samen voor Jeugd is structureel te weinig en komen we niet toe aan het Voorliggende veld. Op het gebied van accommodaties en sport wordt er structureel overvraagd. Hierdoor is bijvoorbeeld het opstellen van het accommodatiebeleid en het speelplan niet mogelijk in de huidige formatie. Gemeente Eersel wil investeren om de doorverwijzing naar professionele hulp te voorkomen. Indien niet wordt ingestemd met deze formatie-uitbreiding, dan zal de dienstverlening in kwaliteit dalen en/of in wachttijd toenemen.
Uitbreiding afdeling Leefomgeving Planjurist – 24 uur, schaal 10 (indicatief) Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de gemeente zelf verantwoordelijk voor het beheren, wijzigen en juridisch borgen van het omgevingsplan. Waar voorheen bestemmingsplannen als afgeronde producten extern werden opgesteld, vraagt het huidige stelsel om een continu proces van actualisatie, annotatie en kwaliteitsbewaking. Dit brengt aanzienlijk meer werk met zich mee. Het omgevingsplan vormt het centrale juridische instrument voor de fysieke leefomgeving. Wanneer dit niet zorgvuldig wordt beheerd, ontstaan risico’s zoals vertraging van ruimtelijke initiatieven, juridische procedures, schadeclaims en onduidelijke of foutieve regelgeving. Om deze risico’s te voorkomen is structurele juridische expertise noodzakelijk. De planjurist: • Beheert en actualiseert het omgevingsplan en bewaakt de juridische kwaliteit • Adviseert collega’s en bestuur over ruimtelijke ontwikkelingen en beleidskeuzes • Coördineert wijzigingsprocedures en zorgt voor correcte juridische inpassing • Ondersteunt bij bezwaar- en beroepszaken binnen het omgevingsrecht Samen met team Ruimtelijke Ontwikkeling zorgt de planjurist voor een actueel, juridisch houdbaar en toekomstbestendig omgevingsplan.
Deze uitbreiding is noodzakelijk om te voldoen aan wettelijke verplichtingen en om ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Eersel zorgvuldig te blijven faciliteren. 22
Assistent-projectleider cyclisch bouwen – 36 uur, schaal 9 (indicatief) De gemeente Eersel staat voor een grote en langdurige woningbouwopgave. Met het volkshuisvestingsprogramma sturen we op voldoende, betaalbare en toekomstbestendige woningen, met specifieke aandacht voor sociale huur en wonen & zorg. De realisatie van deze ambities vraagt om stevige projectcapaciteit, zeker omdat veel projecten complex zijn, langere doorlooptijden kennen en afhankelijk zijn van intensieve samenwerking met ontwikkelaars, grondeigenaren en inwoners. De huidige projectcapaciteit staat onder druk. Verschillende sleutelprojecten lopen vertraging op door planologische procedures, grondverwerving, netcongestie, veranderende regelgeving en bestuurlijke gevoeligheden. Daarnaast is de continuïteit kwetsbaar door personeelswisselingen en het aflopen van contracten van externe projectleiders. Dit brengt risico’s met zich mee voor het behalen van de woningbouwdoelen richting 2030 en 2040. Om de voortgang van projecten te borgen en het tempo in de woningbouwproductie te behouden, is versterking van de projectorganisatie noodzakelijk. Deze medewerker ondersteunt bij: • De voorbereiding en uitvoering van woningbouwprojecten binnen het volkshuisvestingsprogramma. • Het bewaken van planningen, voortgang en afstemming met interne en externe partners.