[25.33337] Rapport Rekenkameronderzoek Verbonden partijen - Eersel
Tekst van het document
BMC
Verbonden partijen
*
Rapport | 23 september 2025
Partners in verbetering
Verbonden partijen Rekenkameronderzoek Rapport Eersel Rekenkamer Kempengemeenten
Inhoudsopgave Leeswijzer H1 | Inleiding en aanleiding
1 3
1.1 Samenwerking is usance 1.2 Verbonden partijen 1.3 Doelstelling van het onderzoek H2 | Conclusies en aanbevelingen
3 3 5 6
2.1 Hoofdboodschap 2.2 Conclusies 2.3 Aanbevelingen H3 | Onderzoeksverantwoording
6 6 7 11
3.1 Hoofdvraag en deelvragen 3.2 Scope van het onderzoek 3.3 Onderzoeksmethoden H4 | Overzicht
11 11 13 15
4.1 Uitgangspunten van het beleid van de gemeente Eersel 4.2 Overzicht van de verbonden partijen H5 | Inzicht 5.1 Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost (ZVHBZO)
15 16 18 18
5.2 GR Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) 5.3 GR Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO) 5.4 GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) H6 | Uitzicht
21 23 26 29
6.1 Informatievoorziening 'aan' en sturing ’door' de raad 6.2 Prioritering bij verbonden partijen 6.3 Grip houden als gemeenteraad (bevindingen) 6.4 Governancedashboards 6.4.1 GR Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost (ZVHBZO) 6.4.2 GR Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) 6.4.3 GR Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO) 6.4.4 GR Metropoolregio Eindhoven (MRE)
29 30 31 32 33 34 35 36
6.4.5 Algemeen dashboard verbonden partijen Bijlage 1 | Normenkader Bijlage 2 | Bestudeerde documenten Bijlage 3 | Lijst van gevoerde gesprekken
37 38 40 41
Bijlage 4 | Bestuurlijke reactie Bijlage 5 | Nawoord Colofon
42 44 45
Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.
Leeswijzer Voor u ligt het rapport van het rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel. Hierin doen we verslag van de onderzoeksactiviteiten die plaatsvonden in de periode januari 2025 tot en met juli 2025 en geven we een overzicht van de bevindingen van het onderzoeksteam, zoals verzameld aan de hand van de onderzoeksvragen van de Rekenkamer. Dit rapport bestaat uit twee delen. Deel I is een zelfstandig leesbare rapportage van het onderzoek. In dit deel zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. In dit deel leest u: ^ het doel van het onderzoek; ^ het belang van het onderwerp voor de gemeenteraad; ^ de conclusies uit het onderzoek; ^ de aanbevelingen om beter grip te krijgen op verbonden partijen. Voor degenen die geïnteresseerd zijn in een gedetailleerde uitwerking van de onderzoeksvragen, is in Deel II (nota van bevindingen) het integrale onderzoek met daarin de volledige beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen opgenomen.
| 1 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
DEEL I Essentie van het onderzoek
| 2 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
H1 | Inleiding en aanleiding 1.1 Samenwerking is usance Gemeenten werken op diverse manieren en op diverse beleidsterreinen samen en de zoektocht naar de beste samenwerkingsvorm houdt menig gemeentebestuur bezig. Het grote voordeel van samenwerking is dat dit de voordelen biedt van schaalvergroting (onder andere grotere efficiëntie, effectiviteit en kwaliteitsverbetering) en (regionale) afstemming zonder dat de gemeente haar politiek-bestuurlijke autonomie verliest en de maatschappelijke betrokkenheid intact blijft. Ondertussen buigt menig gemeenteraad zich steeds vaker en nadrukkelijker over de vraag wat de mogelijkheden zijn om kaders te stellen en te controleren bij samenwerking en met name bij verbonden partijen. De kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad ten aanzien van samenwerking, in het bijzonder verbonden partijen, wordt steeds belangrijker nu gemeenten zich genoodzaakt dan wel gedwongen voelen meer samen te werken, met elkaar, maar ook met private partijen. Veel taken kunnen heel goed, en soms ook beter dan de gemeente dat kan, worden uitgevoerd door derden. De verhouding met derden kan de vorm krijgen van een subsidierelatie, een inkooprelatie of deelname in bestuurlijke en financiële zin.
De organisatie die door de gemeente wordt gesubsidieerd kan aangeduid worden als 'gesubsidieerde instelling' en een organisatie waarbij de gemeente inkoopt, wordt 'leverancier' genoemd. Als laatste heet een organisatie waarin de gemeente bestuurlijk en financieel deelneemt: een 'verbonden partij'.
1.2 Verbonden partijen Gemeenten werken op verschillende manieren samen met andere partijen. Bij sommige van deze samenwerkingsverbanden is sprake van een verbonden partij. Een verbonden partij is een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. In een verbonden partij neemt de gemeente, als mede-eigenaar, medeverantwoordelijkheid voor deze organisatie. Daarmee loopt de gemeente ook een zeker risico. Als de samenwerking mis gaat, zijn de gevolgen voor de gemeente. Daarnaast heeft de gemeente als opdrachtgever belang bij een aantal taken die de verbonden partij uitvoert. Het gaat bij verbonden partijen om organisaties die niet (integraal) behoren tot de gemeentelijke organisatie, maar die de gemeente inzet om een of meer van haar publieke belangen te behartigen. Dit zijn partijen waarin de gemeente een bestuurlijk belang heeft (door middel van afgevaardigden in het bestuur) en waar het een financiële relatie mee heeft1. Zowel de publiekrechtelijke als de privaatrechtelijke vorm komt in de praktijk vaak voor, waarbij de publiekrechtelijke vorm van de gemeenschappelijke regeling de voorkeur heeft van de wetgever, vanwege democratische waarborgen, zoals openbaarheid en politieke verantwoordelijkheid.
Zo blijkt uit het advies van de Raad van het Openbaar Bestuur en de VNG Handreiking 'Verzelfstandiging en samenwerking bij decentrale overheden.'2 1 Het begrip 'verbonden partij' is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en is in artikel 1, lid b als volgt gedefinieerd: 'een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie een onderscheidenlijk en de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.' 2 Raad voor Openbaar Bestuur, Democratische legitimiteit van samenwerkingsverbanden (Briefadvies) 2015, blz. 9. VNG Handreiking, 'Verzelfstandiging en samenwerking bij decentrale overheden Afwegingskader voor de keuze tussen publiekrechtelijke of privaatrechtelijke vormgeving', 2015.
| 3 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Op 1 juli 2022 trad een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in werking. De wijziging heeft tot doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. De kaderstellende en controlerende rollen die gemeenteraden hierbij hebben, worden daartoe versterkt. De wijziging geeft gemeenteraden de mogelijkheid om op twee extra momenten hun zienswijze te geven. Bij het treffen, toetreden, wijzigen en uittreden van een regeling kan een raad zijn zienswijze naar voren brengen bij het betreffende college van burgemeester en wethouders. Hiervoor geldt een termijn van acht weken. Wanneer er volgens een raad te weinig met de zienswijze is gedaan kan een raad ervoor kiezen om geen toestemming te verlenen voor het treffen, toetreden, wijzigen en uittreden van een regeling. Daarnaast moet in de gemeenschappelijke regeling worden opgenomen over welke voorgenomen besluiten er door een raad een zienswijze gegeven kan worden. Er kan ook worden opgenomen dat raden geen zienswijze kunnen indienen. Daarnaast kan een algemeen bestuur, op verzoek van gemeenteraden, een gemeenschappelijke adviescommissie instellen. De adviescommissie bestaat uit raadsleden en kan het bestuur adviseren over besluiten en standpunten van de raden voorbereiden.
Het algemeen bestuur is verplicht om een commissie in te stellen wanneer de raden hierom vragen. Verder krijgen besturen van gemeenschappelijke regelingen door de wijziging naast een passieve informatieplicht ook een actieve informatieplicht. In de regeling moet opgenomen worden op welke wijze deze informatie wordt verstrekt. Ook moeten door de wetswijziging in elke regeling bepalingen opgenomen worden over hoe de samenwerking wordt geëvalueerd en wat de voorwaarden voor en gevolgen van uittreding zijn. De relatie tussen de gemeente en een verbonden partij kan zeer complex zijn. Zeker als er sprake is van een samenwerkingsrelatie op basis van een bijzondere privaatrechtelijke constructie waar veel geld mee gemoeid is. Extra complex wordt het als met andere gemeenten wordt samengewerkt binnen een samenwerkingsverband voor het ontwikkelen en vaststellen van beleid en het uitvoeren daarvan. Daar komt bij dat de afstand tussen het samenwerkingsverband en de gemeente het deels afstaan van zeggenschap en sturing impliceert. Het inzetten van een verbonden partij biedt extra kansen en risico's in vergelijking met realisatie door de eigen organisatie. Kansen liggen er op het gebied van kostenbesparing, verbetering van de kwaliteit van de uitvoering en de effectiviteit.
Het aangaan van een samenwerking brengt ook een aantal risico's met zich mee: financiële risico's, bestuurlijke risico's en politieke risico's. Het aangaan van een samenwerking leidt nou eenmaal tot veranderingen in taken en verantwoordelijkheden binnen de gemeentelijke organisatie. Het is voor een gemeente de kunst om per saldo (zo veel mogelijk) extra voordeel te realiseren tegen zo min mogelijk (transactie)kosten. Dit vereist inzicht in methoden voor (aan)sturing. Deze zijn niet alleen bij de start nodig, maar gedurende de gehele periode waarin het bestuurlijke en financiële belang aan de orde zijn. Kortom, het aansturen van verbonden partijen is een kerntaak van raad en
| 4 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
college. Maar heeft de gemeenteraad van Eersel voldoende inzicht in verbonden partijen om invulling te geven aan de kaderstellende en controlerende rol?
1.3 Doelstelling van het onderzoek Tegen de zojuist geschetste achtergrond heeft de Rekenkamer Kempengemeenten besloten onderzoek te doen naar verbonden partijen. Raadsleden hebben behoefte aan meer inzicht en transparantie rondom verbonden partijen. De Rekenkamer wil daarom onderzoeken of de raad voldoende en juist wordt ingelicht en wat de mogelijkheden zijn voor de raad om te kunnen kaderstellen en controleren.
| 5 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
H2 | Conclusies en aanbevelingen Op basis van de bevindingen, zoals beschreven in Deel II, zijn de volgende conclusies te trekken en aanbevelingen te doen.
2.1 Hoofdboodschap De gemeente Eersel heeft op dit moment tien verbonden partijen die in samenwerking met de gemeente taken uitvoeren op uiteenlopende gebieden: van preventie tot inkoopdienstverlening en brandweertaken. In zijn algemeenheid kunnen de verbonden partijen ook op gezonde belangstelling en aandacht rekenen van de verschillende gremia. Verbonden partijen ontwikkelen of voeren beleid uit voor de gemeente, terwijl de gemeente verantwoordelijk blijft voor het realiseren van de doelstellingen. De gemeente Eersel heeft geen Nota Verbonden Partijen. Dit wordt niet als een gemis ervaren door de betrokkenen. Hiermee mist er dus wel een afwegingskader en visie over het aangaan, bijsturen en eventueel uittreden bij verbonden partijen; oftewel een overzicht van instrumenten, toezichtsarrangementen en een strategische koers. De gemeenteraad van Eersel ervaart een gebrek aan controle over verbonden partijen. Informatie is vaak moeilijk te doorgronden en zienswijzen leiden zelden tot aanpassingen, zelfs niet door de eigen portefeuillehouder. Hoewel de raad op verschillende manieren wordt geïnformeerd, is de informatiestroom groot en soms rommelig. Raadsleden maken weinig gebruik van sturingsinstrumenten en hun aanwezigheid bij bijeenkomsten van verbonden partijen is gering, mede door de hoge werkdruk. Er is weinig onderlinge afstemming tussen de raden in de regio.
Dit pleit voor meer prioritering in de informatievoorziening, maar ook een aanscherping van de taken en rollen van de raad met betrekking tot verbonden partijen. In het onderzoek zijn door de betrokkenen een aantal interessante voorbeelden gegeven waarmee de raad zijn aandacht kan focussen en ook de werklast kan verdelen, bijvoorbeeld door een adviescommissie in te stellen, met raadsrapporteurs te werken of een werkgroep in te richten. Hierbij zijn er allerlei mogelijkheden om samen met andere raden op te trekken. Want dat laatste is toch wel de sleutel tot meer invloed en daadwerkelijk kunnen (bij)sturen. Samenwerken kan immers alleen als er verbinding is.
2.2 Conclusies Op basis van het onderzoek komen we tot de volgende conclusies. 1. Er is geen Nota Verbonden Partijen of gemeentelijke visie, waardoor een goede richtlijn voor het omgaan met verbonden partijen ontbreekt. De gemeente Eersel beschikt niet over een actuele Nota Verbonden Partijen of een vergelijkbare visie of beleid ten aanzien van de governance van verbonden partijen. Hoewel de betrokkenen dit niet als een gemis ervaren, leidt dit tot het ontbreken van een afwegingskader en strategische koers voor het aangaan, bijsturen en eventueel uittreden bij verbonden partijen. De gemeente stuurt voornamelijk op basis van de bepalingen in de gemeenschappelijke regelingen zelf, wat de raad minder inzicht biedt in de overkoepelende governance.
| 6 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
2. De gemeente stelt geen eigen risico-analyses voor verbonden partijen op. De gemeente Eersel voert geen eigen risico-analyse uit met betrekking tot verbonden partijen, maar neemt de risico-inventarisatie van de verbonden partijen als uitgangspunt. Dit wordt gerechtvaardigd door het uitblijven van grote negatieve rekeningresultaten die de gemeente in problemen zouden brengen en een gebrek aan capaciteit. 3. Raadsleden zijn zoekende naar instrumenten en hun rol om te kunnen (bij)sturen. De gemeenteraad van Eersel maakt momenteel beperkt gebruik van de beschikbare sturingsinstrumenten ten aanzien van verbonden partijen. Ondanks een behoefte aan meer invloed en controle, worden er weinig zienswijzen ingediend. Raadsleden ervaren dat hun inbreng, zelfs via de collegeleden, zelden tot aanpassingen leidt, wat demotiverend werkt. De hoge werkdruk van raadsleden draagt bij aan de geringe betrokkenheid bij bijeenkomsten en het beperkte gebruik van sturingsmogelijkheden. De informatievoorziening aan de raad over verbonden partijen wordt als omvangrijk en soms rommelig ervaren. Raadsleden vinden de informatie vaak moeilijk te doorgronden en niet altijd bruikbaar voor daadwerkelijke sturing. De animo vanuit Eersel voor werkbezoeken en regioconferenties van verbonden partijen is beperkt. 4. Er wordt weinig samengewerkt of afgestemd tussen raden in de regio.
Er is over het algemeen weinig onderlinge afstemming en samenwerking op raadsniveau tussen de gemeenten in de regio betreffende verbonden partijen, ondanks het feit dat zij voor vergelijkbare opgaven staan. Hoewel er initiatieven zijn zoals de Raadstafel21 van de MRE en het Kempencongres voor de GRSK, is formele samenwerking en gezamenlijke beïnvloeding op raadsniveau beperkt. Dit wordt als een gemiste kans gezien, aangezien meer samenwerking tussen raden zou kunnen leiden tot meer invloed en een behapbaardere informatiestroom voor individuele raadsleden.
2.3 Aanbevelingen Op basis van bovenstaande conclusies komen we tot de volgende aanbevelingen. 1. College: Zorg dat er een Nota Verbonden Partijen of in ieder geval een visie wordt vastgesteld en geïmplementeerd (en vooral ook doorleeft door raadsleden) Het is wenselijk de Nota Verbonden Partijen vast te stellen. Daarbij raden we aan om in de nota instrumenten voor (bij)sturen en controleren uit te werken, zoals het risicogericht toezicht. Het samenwerken met verbonden partijen biedt kansen, maar brengt ook risico's met zich mee. Om die risico's effectief te beheersen en te zorgen voor goed bestuur en verantwoording, zijn risicogerichte toezichtarrangementen essentieel. Voordat toezichtarrangementen worden vastgesteld, is een grondige risicoanalyse per verbonden partij door de gemeente zelf cruciaal. Identificeer de specifieke risico's die de verbonden partij met zich meebrengt, gerelateerd aan financiën, bestuur en bedrijfsvoering, reputatie, maatschappelijke impact en juridische aspecten. Niet elke verbonden partij behoeft hetzelfde niveau van toezicht. Differentieer de toezichtsintensiteit op basis van de uitkomst van de risicoanalyse.
Maak een onderscheid tussen verbonden partijen met een hoog risico (plus-plusarrangement: intensief toezicht met frequente rapportages, actieve deelname in organen en diepgaande controles), midden risico (plusarrangement: regulier toezicht met periodieke rapportages en ad hoc controles bij signalen) en laag risico (basisarrangement: licht toezicht met meer beperkte rapportages en monitoring op hoofdlijnen). Een nota kan de raad meer inzicht bieden in de mogelijkheden die hij heeft bij de aansturing van verbonden partijen. Immers, hier wordt de beoogde governance op overkoepelend niveau weergegeven. In paragraaf 6.4 hebben we bovendien een algemeen governancedashboard opgenomen dat vervolgens gebruikt kan worden voor het aansturen en controleren van verbonden partijen.
| 7 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
De raad beter in positie De onderstaande aanbevelingen gaan in op de rol van de raad en hoe deze meer aan de voorkant kan komen. Wil je als raadslid 'aan de voorkant' sturen, dan moet je vooral vroegtijdig aan tafel zitten, kaders stellen vóór toetreding, en het college verplichten tot transparantie en verantwoording. Samenwerking met andere gemeenteraden (bijvoorbeeld in de regio) kan de invloed verder versterken. Echter, als de verbonden partijen al bestaan, kun je als raadslid nog steeds sturing geven - alleen ligt de nadruk dan op bijsturen, controleren, kaderstellen en agenderen. De onderstaande aanbevelingen moeten tezamen met het governancedashboard gezien worden als een start voor meer grip. 2.
College en raad: Zorg voor een sterkere inhoudelijke verantwoording over verbonden partijen. Het is belangrijk om duidelijk te maken in hoeverre en op welke wijze de afzonderlijke verbonden partijen bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen. Voer hierover het gesprek. Geef invulling aan toezichtarrangementen door doelen en beoogde prestaties te actualiseren en concretiseren. Tot betere inhoudelijke verantwoording, rekenen we ook de afhandeling van zienswijzen. Uit verschillende gesprekken komt naar voren dat een groot deel van de raad dit niet als afdoende ervaart. Het zou goed zijn de zienswijzen en de reactie hierop beter te monitoren en vooral in te zetten op een afhandeling (wellicht mondeling) die de raad kan volgen. 3.
College en raad: Onderzoek de mogelijkheden voor rapporteurschap en (regionale) raadsadviescommissies. Om goed te kunnen kaderstellen en controleren heeft de raad (in lijn met bovenstaande conclusies) behoefte aan overzichtelijke informatie die hen in staat stelt om het grote aantal verbonden partijen (tien bij elkaar) allemaal de juiste aandacht te schenken. Er zijn echter wel mogelijkheden om het raadswerk toch te verlichten door bijvoorbeeld rapporteurs, raadsadviescommissies of werkgroepen in te richten. Zoals bij conclusie 4 reeds benoemd, zijn er op dit vlak al interessante voorbeelden zoals bij de Raadstafel21 van de MRE. Daarnaast kan op verzoek van gemeenteraden een gemeenschappelijke adviescommissie ingesteld worden. Een dergelijke adviescommissie bestaat uit raadsleden. Het AB is verplicht om een commissie in te stellen wanneer de raden hierom vragen. Verder zou de gemeenteraad kunnen nadenken om een rapporteursconstructie toe te passen, bijvoorbeeld bij de GRSK, zodat deze rapporteur bij overleggen (en niet alleen bij het AB) kan aanschuiven. Dergelijke initiatieven verdelen de werklast en zorgen wel voor scherpe controle. 4. Raad: Prioriteer de aandacht en maak gebruik van de governancedashboards.
Als het gaat om het verdelen en behapbaar maken van de werklast - zodat vanuit de raad toch adequate controle gehouden kan worden - vraagt dit om prioritering van de aandacht en daarom ook een aanbeveling. Zo kan er een format per verbonden partij worden opgesteld waarin wordt aangegeven waar de raad op wil sturen, wanneer welke informatie gewenst is en wie dat moet leveren. De intensiteit van de informatievoorziening kan gelinkt worden aan de aandachtssystematiek zoals beschreven in aanbeveling 1 met het basisarrangement, het plusarrangement en het plus-plusarrangement. Het zou goed zijn om periodiek in kaart te brengen wat op het vlak van beleidsintensiteit, de kosten en risico's van de verschillende verbonden partijen zijn. Daarbij kan ook het
| 8 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
governancedashboard (zie paragraaf 6.4) worden gebruikt door raadsleden. Dit algemene format kan uiteraard worden gebruikt voor meerdere verbonden partijen. 5. Raad: Zet in op samenwerking in de (sub)regio, bijvoorbeeld door een werkgroep per verbonden partij Deze aanbeveling is in eerdere rekenkameronderzoeken in zekere zin ook al gedaan (zoals bij het onderzoek naar jeugdhulp), maar is zeker relevant bij verbonden partijen, waar het per slot van rekening gaat over samenwerking. Samenwerken of in ieder geval afstemmen zou de grip vergroten en de werklast kunnen verkleinen. Eersel is onderdeel van de Kempen; om zaken voor elkaar te krijgen, is het handig om in ieder geval in de subregio meer samen op te trekken. Zo zou op subregionaal niveau prima een vooroverleg voorafgaand aan AB-vergaderingen kunnen plaatsvinden, het indienen van zienswijzen. Uit de gesprekken komt naar voren dat het optrekken met andere raden op dit moment in beperkte mate gebeurt, terwijl het wel als wenselijk wordt gezien door de raad.
| 9 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
DEEL II Nota van bevindingen
| 10 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
H3 | Onderzoeksverantwoording Deel II van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen in Deel I zijn gebaseerd. Deel II kent de volgende hoofdstukindeling: ^
Hoofdstuk 3: Onderzoeksverantwoording
^
Hoofdstuk 4: Overzicht
^
Hoofdstuk 5: Inzicht
^
Hoofdstuk 6: Uitzicht
In de bijlagen is de informatie opgenomen waarnaar in de tekst wordt verwezen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het onderzoek is uitgevoerd.
3.1 Hoofdvraag en deelvragen De Rekenkamer heeft de volgende hoofdvraag geformuleerd:
Hoe kan efficiënt en doelmatig grip worden gehouden op (de afspraken met de) verbonden partijen?
De Rekenkamer heeft de hoofdvraag van het onderzoek verder geoperationaliseerd naar de volgende deelvragen.
Overzicht 1.
Wat zijn verbonden partijen?
2.
Welke afspraken en welk beleid bestaan er binnen de Kempengemeenten?
3.
Op welke wijze wordt hieraan in de praktijk concreet uitvoering gegeven en met welk resultaat?
Inzicht 4.
Hoe wordt de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad vormgegeven?
5.
Voldoen de afzonderlijke gemeenten aan de eisen die de wetgever - in formele zin - stelt aan de sturing op en beheersing van verbonden partijen?
Uitzicht 6.
Is voorzien in monitoring en sturingsmogelijkheden die de afzonderlijke gemeenteraden in
7.
Welke verbeteringen zijn er mogelijk ten aanzien van de wijze waarop gemeenten hieraan
staat stellen om de ontwikkelingen te volgen en bij te sturen? concreet invulling geven? 8.
Wat zijn eventuele aandachts- en leerpunten voor de gemeenteraad?
3.2 Scope van het onderzoek Dit onderzoek richt zich op zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke verbonden partijen. We hebben in het bijzonder gekeken naar gemeenschappelijke regelingen en stichtingen. De onderstaande definitie is daarbij het uitgangspunt van het onderzoek.
| 11 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
'Het gaat bij verbonden partijen om organisaties die niet (integraal) behoren tot de gemeentelijke organisatie, maar die de gemeente inzet om een of meer van haar publieke belangen te behartigen. Dit zijn partijen waarin de gemeente een bestuurlijk belang heeft (door middel van afgevaardigden in het bestuur) en waar het een financiële relatie mee heeft.'
In dit onderzoek wordt - naast het algemene beeld dat wordt geschetst van de instrumenten die gemeenten hebben ten aanzien van de sturing, controle, verantwoording en het toezicht op verbonden partijen - een verdiepende casestudy uitgevoerd waarin voor een selectie van verbonden partijen wordt geanalyseerd hoe de inzet van het instrumentarium in de praktijk vorm krijgt. In het volgende hoofdstuk gaan we hier nader op in. Tabel 1 Verbonden partijen van de Kempengemeenten
Bladel
Eersel
ReuselDe Mierden
Oirschot
Gemeenschappelijke regelingen GR Veiligheidsregio Brabant Zuid-Oost
Ja
Ja
Ja
Ja
GR Gezondheidsdienst Brabant Zuid-Oost (GGD)
Ja
Ja
Ja
Ja
GR Metropoolregio Eindhoven
Ja
Ja
Ja
Ja
GR KempenPlus
Ja
Ja
Ja
Nee
GR Werkvoorzieningsschap de Dommel
Nee
Nee
Nee
Ja
GR Samenwerking Kempengemeenten
Ja
Ja
Ja
Ja
GR Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Ja
Ja
Ja
Ja
Stichtingen Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant
Ja
Ja
Ja
Ja
Stichting Exploitatie Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost
Ja
Ja
Ja
Ja
Overige privaatrechtelijke verbonden partijen NV Bank Nederlandse Gemeenten
Ja
Ja
Ja
Ja
NV Brabant Water
Ja
Ja
Ja
Ja
Coöperatie Bosgroep Zuid-Nederland UA
Ja
Nee
Nee
Ja
Regionaal Netwerk het Groene Woud
Nee
Nee
Nee
Ja
| 12 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
3.3 Onderzoeksmethoden Voor het verzamelen van de benodigde informatie en het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt.
Deskresearch Om inzicht te krijgen in het beleid en de uitvoering is een uitgebreide deskresearch uitgevoerd. Voor dit onderzoek hebben we bij elkaar 603 (!) stukken ontvangen. Hierbij hebben we onder andere bestudeerd: jaarrekeningen, begrotingen, Nota's Verbonden Partijen, verantwoordingsdocumenten, visies, moties en schriftelijke raadsvragen. Ook hebben we van de vier casussen, zie hieronder, documenten opgevraagd. Op basis van de deskresearch zijn topiclijsten opgesteld voor de interviews met betrokkenen. De deskresearch is gebaseerd op documenten die door de ambtelijke organisatie op basis van een door ons aangedragen lijst en vragen zijn overlegd. Waar relevant, worden deze stukken benoemd in de nota. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de belangrijkste stukken op generiek niveau.
Casestudy In het onderzoek is gebruikgemaakt van een viertal casestudies voor een verdieping naar de praktijk binnen de gemeente Eersel. De casestudies kunnen gezien worden als een ’reality check'. Aan de hand van een casus is getoetst in hoeverre de governance rondom verbonden partijen in de praktijk werkt. De uitgewerkte casussen zijn terug te vinden in hoofdstuk 5. Bij het selecteren van de casuïstiek hebben we de volgende criteria gehanteerd: ^ Diversiteit in risicoprofiel ^ Spreiding over verschillende domeinen ^ Spreiding over publiekrechtelijke en privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden De volgende casussen zijn bestudeerd: 1.
Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost (ZVHBZO)
2. 3. 4.
GR Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) GR Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO) GR Metropoolregio Eindhoven (MRE)
Voor alle vier de casussen zijn de dossiers bestudeerd (met alle relevante stukken) en zijn gesprekken gevoerd met de organisaties zelf.
Interviews met sleutelfiguren Voor verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden. Er zijn onder andere gesprekken gevoerd met een afvaardiging van de gemeenteraad, met verschillende wethouders, met de betrokken ambtenaren bij de casussen en ten slotte ook met de verbonden partijen zelf. De complete lijst van geïnterviewde rollen is te vinden in bijlage 3. Voorafgaand aan de interviews met intern en extern betrokkenen is een interviewprotocol toegestuurd met informatie over het doel van het onderzoek en de gespreksthema's. Tijdens de gesprekken zijn verdiepende vragen gesteld aan de hand van een topiclijst.
| 13 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
Governancedashboard Ten slotte zijn er ook vijf governancedashboards voor raadsleden opgesteld (een algemeen dashboard en een voor elke casus) in de vorm van een infographic waarmee in een overzicht te zien is aan welke knoppen gedraaid kan worden en welke instrumenten zijn in te zetten als het gaat om sturen bij verbonden partijen (zie paragraaf 6.4).
| 14 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
H4 | Overzicht In dit hoofdstuk beschrijven we de uitgangspunten in het beleid ten aanzien van verbonden partijen in de gemeente Eersel. Daarnaast inventariseren we de verbonden partijen in deze gemeente. We gaan in op welke (typen) verbonden partijen er zijn en de financiële bijdrage van de gemeente aan deze partijen. Daarmee worden de volgende deelvragen beantwoord:
1. 2. 3.
Wat zijn verbonden partijen? Welke afspraken en welk beleid bestaan er binnen de Kempengemeenten? Op welke wijze wordt hieraan in de praktijk concreet uitvoering gegeven en met welk resultaat?
4.1 Uitgangspunten van het beleid van de gemeente Eersel De gemeente Eersel heeft geen Nota Verbonden Partijen of andersoortig beleid of een visie ten aanzien van (de governance van) verbonden partijen. Wel staat in de (verplichte) paragraaf Verbonden partijen in de programmabegroting en jaarverslagen een korte beschrijving van de rol van de raad met betrekking tot verbonden gemeenschappelijke regelingen. Opgemerkt wordt dat op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr, artikel 35) de gemeenteraad invloed kan uitoefenen op de begrotingen van gemeenschappelijke regelingen, doordat het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe moet zenden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. De meerwaarde van een Nota Verbonden Partijen wordt zowel ambtelijk als bestuurlijk niet echt gezien. De gemeente stuurt op basis van wat er in de teksten van de gemeenschappelijke regelingen staat.
In de paragraaf Verbonden Partijen in de planning-en-controldocumenten beschrijft de gemeente Eersel de risico's van verbonden partijen. Hierbij wordt de eigen risico-inventarisatie van de verbonden partijen als uitgangspunt genomen. De gemeente Eersel voert geen eigen risicoanalyse uit met betrekking tot verbonden partijen. Er wordt weinig aanleiding gezien om dergelijke analyses uit te voeren, voornamelijk omdat er nog weinig negatieve rekeningresultaten zijn die de gemeente in problemen dreigen te brengen. Daarnaast zou er ook capaciteit voor moeten zijn. Ten aanzien van de risico's van verbonden partijen wordt in de betreffende paragraaf opgemerkt dat de gemeente kan worden geconfronteerd met financiële tegenvallers van verbonden partijen waarin de gemeente zichzelf verplicht om bij te dragen in eventuele nadelige saldi. Hierop heeft de gemeente niet altijd direct invloed. Indien in de loop van een jaar een nadelig saldo ontstaat, dan legt het college dit in separate voorstellen voor aan de raad. Het uitgangspunt van de gemeente Eersel ten aanzien van gemeenschappelijke regelingen in het bijzonder is dat deze in eerste instantie zelf moeten zorgen voor dekking. In het volgende hoofdstuk wordt voor de geselecteerde casussen beschreven hoe in de praktijk invulling wordt gegeven aan de relatie met verbonden partijen.
| 15 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
4.2 Overzicht van de verbonden partijen In de (verplichte) paragraaf Verbonden partijen in de programmabegrotingen en jaarverslagen hanteert de gemeente Eersel de volgende definitie voor een verbonden partij: 'Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin onze gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang verstaan we een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Met een financieel belang bedoelen we dat we middelen beschikbaar stellen die we kwijt zijn in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij op de gemeente verhaald kunnen worden'. Vervolgens worden de verschillende verbonden partijen beschreven, waarbij wordt ingegaan op onder meer de vertegenwoordiging van de gemeente Eersel in de betreffende verbonden partij, de doelstelling, het financieel belang, ontwikkelingen en financiële risico's. In de programmabegroting voor 2025 van de gemeente Eersel wordt een actueel overzicht gegeven van de verschillende verbonden partijen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen gemeenschappelijke regelingen en stichtingen enerzijds en privaatrechtelijke verbondenheden anderzijds. Het betreft de volgende acht gemeenschappelijke regelingen en stichtingen: 1. Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE). 2.
Gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). 3. Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO). 4. Stichting Exploitatie Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost (ZVHBZO). 5. Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). 6. Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob). 7. Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK). 8. Gemeenschappelijke Regeling Participatiebedrijf Kempenplus. Tabel 2
Totale bijdrage per gemeenschappelijke regeling o.b.v. programmabegrotingen3 MRE
GGD
VRBZO
ZVHBZO
ODZOB
2020
268.637
335.948
2021
274.483
2022
Bizob
GRSK
KempenPlus
1.167.920
4.404
243.121
59.040
4.186.895
3.953.670
644.269
1.195.366
4.494
285.746
62.016
4.036.116
4.042.000
277.957
657.064
1.217.153
4.820
277.050
62.976
4.350.029
3.864.000
2023
284.737
725.005
1.273.592
6.410
406.467
63.950
4.959.195
3.656.000
2024
290.886
755.166
1.310.501
6.410
497.503
109.633
5.248.096
4.733.000
2025
328.708
896.169
1.367.471
7.095
507.640
175.350
5.538.767
5.007.000
De twee privaatrechtelijke verbondenheden van de gemeente Eersel zijn Brabant Water N.V. en N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).
3 Voor KBP geldt dat de betrokkenen risicodragend participeerden in de realisatie van het plan. Eventuele verliezen of winsten werden gelijkelijk door de gemeenten gedragen of over de deelnemende gemeenten verdeeld (programmabegroting 2025).
| 16 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
In de accountantsverklaring bij het Jaarverslag 2023 geeft de accountant aan op basis van de financiële impact en risicoprofiel als twee belangrijkste verbonden partijen te zien: GR Participatiebedrijf KempenPlus (bijdrage C 4,7 mln) en GR Samenwerking Kempengemeenten (GRSK, bijdrage C 5,0 mln). Hierbij wordt door de accountant opgemerkt dat de GRSK geen eigen weerstandsvermogen aanhoudt, wat betekent dat de GRSK bij de gemeente een aanspraak zal doen bij toekomstige risico's en verliezen.
| 17 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
H5 | Inzicht In dit hoofdstuk geven we inzicht door te kijken hoe de gemeente de governance heeft ingericht ten aanzien van verbonden partijen. Dit doen we aan de hand van drie praktijkvoorbeelden. De casestudies kunnen gezien worden als een ’reality check'. Aan de hand van een casus is getoetst in hoeverre de regels worden toegepast en of er afspraken zijn gemaakt over de sturing, controle, verantwoording en toezicht. De volgende casussen zijn onderzocht: 1. 2.
Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost (ZVHBZO) GR Samenwerking Kempengemeenten (GRSK)
3. 4.
GR Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO) GR Metropoolregio Eindhoven (MRE)
In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord:
4. 5.
Hoe wordt de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad vormgegeven? Voldoen de afzonderlijke gemeenten aan de eisen die de wetgever - in formele zin - stelt aan de en beheersing van verbonden partijen?
De overkoepelende bevindingen uit dit casusonderzoek zijn verwerkt in de conclusies en aanbevelingen.
5.1 Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost (ZVHBZO) In Nederland zijn er in totaal 31 zogenaamde zorg- en veiligheidshuizen. Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost (hierna ZVHBZO) werkt voor 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant en 24 andere ketenpartners, waaronder de politie en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Onder het ZVHBZO kan zowel het netwerk van de partners als ook het ondersteunend bureau voor het samenwerkingsverband worden verstaan. Voor het faciliteren van het samenwerkingsverband is door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant een Stichting opgericht.
Taken Het ZVHBZO is er primair voor het ondersteunen van de gemeenten bij zeer complexe zorgVveiligheidscasussen en het bevorderen van de integrale samenwerking tussen partners. De landelijke Meerjarenagenda Zorg- en Veiligheidshuizen 2021-2024 beschrijft de essentie van de aanpak in ieder zorg- en veiligheidshuis. In de vastgestelde 'Verkenning taken en activiteiten 2023 e.v.' hebben de regionale partners deze landelijke lijn vertaald naar de opdracht voor het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost. In de kern richt het ZVHBZO zich op de complexe, domeinoverstijgende casussen waarin de samenwerking tussen partners vastloopt. Deze taken worden als volgt omschreven: ^ Het faciliteren en regisseren van casusoverleggen waar complexe domeinoverstijgende casuïstiek wordt besproken (ketenregie); zowel geëscaleerde casuïstiek in de vorm van 'Casus op Maat' (COM) alsook middels de Persoonsgerichte Aanpak (PGA). ^ Expertisecentrum voor multidisciplinaire problematiek en vraagbaak; het Zorg- en Veiligheidshuis gaat in Zuidoost-Brabant informatie ontsluiten over organisaties en werkprocessen op het gebied van zorg en veiligheid.
| 18 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
^
Hiermee wordt ingezet op het versterken en ondersteunen van de lokale teams én de ketensamenwerking voor de geëscaleerde (domeinoverstijgende) casuïstiek. Het signaleren van relevante trends en ontwikkelingen en (strategisch) adviseren van bestuurders en sleutelpartners.
Juridische vorm Het ZVHBZO is een stichting.
Financiën De gemeentelijke bijdragen worden berekend aan de hand van een eerder vastgesteld basisbedrag dat jaarlijks gewogen wordt geïndexeerd. Iedere vier jaar wordt voor het bepalen van de gemeentelijke bijdragen een verdeelsleutel bepaald op basis van de verhouding van het aantal aangemelde COM-zaken vanuit de twee centrumgemeenten tegenover de andere 20 gemeenten. Vervolgens worden die bedragen jaarlijks verdeeld naar rato van het aantal inwoners per 1 januari van het voorgaande jaar. De bijdrage van Eersel aan het ZVHBZO bedroeg in 2024 C 6.410 en voor 2025 is C 7.095 begroot.
Bestuurssamenstelling De governancestructuur van het ZVHBZO omvat een Regiegroep, Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en Ambtelijke werkgroep. De governance is relatief zwaar ingericht. Dat komt vooral door het grote aantal partners dat deelneemt aan het samenwerkingsconvenant en daarmee stuurt op de strategische agenda. ^ Regiegroep: Eind 2023 bestond de Regiegroep uit vertegenwoordigers van de 21 gemeenten (voor Bladel is dat een wethouder) in Brabant Zuidoost en 24 ketenpartners uit het zorg- en veiligheidsdomein. De formele taken van de regiegroep zijn: o vaststellen van de strategische agenda; o adviseren jaarlijkse begroting; o adviseren inzake gesignaleerde knel- en verbeterpunten. ^ Het Algemeen Bestuur van de Stichting Beheer en Exploitatie Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost bestaat (enkel) uit bestuurders van de 21 gemeenten in de regio Brabant Zuidoost. De formele taken zijn: o het besturen van de stichting; o besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen. ^ Het Dagelijks Bestuur is samengesteld uit 7 deelnemers van het Algemeen Bestuur. In de statuten van de Stichting is deze vertegenwoordiging als volgt bepaald: o De regio Brabant Zuidoost omvat vijf politiebasisteams.
o De gemeenten uit de basisteams Dommelstroom, Peelland en De Kempen worden in het Dagelijks Bestuur vertegenwoordigd door één burgemeester en één wethouder en de gemeente Eindhoven, met twee politiebasisteams, vaardigt één bestuurder af. o De formele taken van het Dagelijks Bestuur zijn: ^ verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering van de Stichting; ^ voorbereiden vergaderingen Regiegroep en AB, uitvoeren besluiten AB en financieel beheer. ^ Het bestuur werd in 2023 ondersteund door een Ambtelijke Werkgroep. De werkgroep werd bemenst door één of meerdere ambtelijk adviseurs vanuit de gemeenten die zijn vertegenwoordigd in het Dagelijks Bestuur. De werkgroep stond onder voorzitterschap van de beleidsadviseur sociaal domein van de gemeente Heeze-Leende.
| 19 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
In het kader van het programma Grip-op-Onbegrip is door ZonMw subsidie verstrekt om een onderzoek te doen naar hoe de samenwerking in Oost-Brabant kan worden vereenvoudigd. Er is nu een veelvoud aan overleggen, zowel bestuurlijk als operationeel, waardoor ook overlap is ontstaan en niet efficiënt en effectief wordt samengewerkt. Het ZVHBZO faciliteert hiervoor de projectleider, die wordt aangestuurd onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de twee Zorg- en Veiligheidshuizen in Oost-Brabant.
Sturing Door middel van sturing geeft de gemeenteraad richting aan een verbonden partij met het oog op de gemeentelijke doelstellingen die gerealiseerd moeten worden. Voor het ZVHBZO geldt dat het weliswaar een stichting is waarin de gemeente Eersel deelneemt, maar er zijn gezien de taakuitvoering (bij wet bepaald) en ook de beperkte middelen (C 7.095,- in 2025) weinig keuzes te maken voor de gemeenteraad. Uit de gesprekken met zowel de gemeentelijke organisatie als de raad en ZVHBZO blijkt dan ook dat er de facto niet wordt (bij)gestuurd door de gemeente. Dat neemt niet weg dat er vanuit het ZVHBZO wel aandacht is voor het informeren van de raden van de deelnemende gemeenten. Uit gesprekken komt naar voren dat er op dit vlak een zoektocht is naar het vinden van balans tussen het betrekken van partners (gemeenten) bij de besluitvorming en het blijven bereiken van een zo groot mogelijk netwerk van relevante ketenpartners.
Controle Controle gaat over de wijze waarop de gemeenteraad vaststelt of de uitvoering in overeenstemming is en blijft met de gemaakte plannen en zo nodig bijstuurt. Uit gesprekken komt naar voren dat informatievoorziening vanuit ZVHBZO overwegend loopt via wat er in de planning-en-controldocumenten staat bij de gemeente zelf. De raad stelt niet actief vragen over de werkzaamheden en financiën van het ZVHBZO.
Verantwoording De planning-en-controlcyclus van het ZVHBZO is inmiddels afgestemd op die van de gemeenten. Verantwoording aan de gemeenteraad gebeurt dan ook via de reguliere planning-en-controldocumenten van de gemeente Eersel. De begroting en jaarrekening van het ZVHBZO worden niet gedeeld met de raad. Het periodiek bespreken door 21 gemeenteraden in Zuidoost-Brabant van de programmabegroting zou volgens het ZVHBZO zelf ook niet in verhouding staan tot de omvang van de hiervoor benodigde werkzaamheden en het beoogd resultaat. De gemeenteraad heeft tot nu toe nog geen zienswijzen op de begroting van het ZVHBZO ingediend of aangegeven behoefte te hebben aan meer informatie. Raadsleden kunnen eventueel zelf ook aan hun bestuurder input meegeven met betrekking tot wat er in de regiegroep of het AB moet worden ingebracht. Verder is er altijd de mogelijkheid om het ZVHBZO uit te nodigen voor een toelichting in de raad, maar recent is hiervan geen gebruik gemaakt.
Toezicht Het Algemeen Bestuur houdt in de eerste plaats toezicht op de stichting. De eerder besproken governance van het ZVHBZO wordt de komende tijd nader besproken in het AB in verband met de inwerkingtreding van de WGS per 1 maart. Naar aanleiding hiervan worden nieuwe bestuurlijke afspraken gemaakt die ook betrekking hebben op de governance. Zoals reeds beschreven bij de bestuurssamenstelling, is nu sprake van een uitgebreide bestuurlijke structuur, die vereenvoudigd kan worden. Zo komt er wellicht wel een stuurgroep, maar hoeven niet alle convenantpartners daarin zitting te nemen.
| 20 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
Bevindingen Het ZVHBZO is opgericht om aan wettelijke taakuitvoering te voldoen bij complexe domeinoverstijgende casussen waarin de samenwerking tussen partners vastloopt. Er is hierdoor een groot aantal partners dat deelneemt aan het samenwerkingsconvenant. Het is weliswaar een stichting waarin de gemeente Eersel deelneemt, maar er zijn gezien de taakuitvoering en ook de beperkte middelen (rond de C 7.000 in 2024 en 2025) weinig keuzes te maken voor de raad. Er wordt in de praktijk dan ook niet (bij)gestuurd door de gemeenteraad. Raadsleden staan op (gepaste) afstand en erkennen het belang van het ZVHBZO, maar voelen niet de directe behoefte aan meer sturen of controleren. Vandaar ook dat we een gepaste afstand constateren, omdat dit door het ZVHBZO als wenselijk wordt ervaren om de bedrijfsvoering zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Dat neemt niet weg dat er oog is voor transparantie over de taakuitvoering en dat meer informatie en toelichting altijd mogelijk is.
5.2 GR Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) Sinds 2003 werken de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden intensief samen op diverse gebieden (zie taken hieronder) met als doel om op deze manier kwalitatief beter en efficiënter te kunnen werken. De Samenwerking Kempengemeenten is per 1 januari 2010 een Gemeenschappelijke Regeling met een eigen rechtspersoonlijkheid. De GRSK is een uitvoeringsorganisatie die werkt op basis van een zogenaamde collegeregeling, dit betekent dat het college gedelegeerd (en gemandateerd) is door de raad en ook verantwoording dient af te leggen aan de raad. In 2023 is de regeling van de GRSK veranderd en ook een nieuwe governancestructuur opgetuigd.
Taken De taakvelden waarop wordt samengewerkt binnen de GRSK zijn sinds 2023: ^ Maatschappelijke Dienstverlening: Wmo, jeugdhulp, schuldhulpverlening, Sociaal Raadslieden ^ Vergunningen, Toezicht en Handhaving ^ Shared Service Center: ICT (hardware, software) en geo-dienstverlening
Juridische vorm De GRSK is een Gemeenschappelijke Regeling (GR).
Financiën Er wordt een verdeelsleutel gehanteerd voor de financiële bijdrage die is gelieerd aan het aantal inwoners van de gemeente. De berekening van bijdragen van gemeenten geschiedt zodanig dat volledige dekking van lasten wordt bereikt. Voor Eersel gaat het om ruim C 5,5 miljoen per jaar aan bijdrage. Er zit een risicoparagraaf in de begroting van de GRSK die betrekking heeft op de bedrijfsvoeringskosten. Risico's worden tekstueel beschreven en niet gekwantificeerd. Financiële tegenvallers komen voor rekening van de gemeenten. De programmakosten zitten in de gemeentelijke begrotingen.
Bestuurssamenstelling De GRSK kent een AB en een DB die toezien op de uitvoering van de werkzaamheden binnen de taakvelden van de GRSK. In 2023 is er een nieuwe governance ingegaan. De governancestructuur is zo opgezet dat deelnemende gemeenten meer inhoudelijke invloed kunnen uitoefenen op de GRSK, valt te lezen in de begroting 2025. De rollen en werkwijzen van de verschillende gremia zijn als volgt:
| 21 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur toetst en besluit over de voorstellen die zijn voorgelegd door het Dagelijks Bestuur. Daarnaast voert het Algemeen Bestuur alle taken uit die zijn vastgelegd in de GRSK. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur van de GRSK voert alle taken uit die zijn vastgelegd in de GRSK. Er vindt een marginale toets plaats op de voorstellen van de bestuurscommissies MD, SSC en VTH en advies van de bestuurscommissie Financiën voor zover de voorstellen uitgevoerd zijn binnen de begroting. Indien de voorstellen van de bestuurscommissies leiden tot een begrotingswijziging wordt het advies van de bestuurscommissie Financiën integraal beoordeeld en gewogen. Het Dagelijks Bestuur legt voorstellen voor aan het Algemeen Bestuur ter besluitvorming. Voorbereidingscommissies Een initiatief voor een bestuursbesluit kan ontstaan vanuit de uitvoering, vanuit deelnemende gemeenten, Kempenplus of vanuit de (bestuurlijke) aansturing binnen GRSK. In de voorbereidingscommissie vindt ambtelijke voorbereiding en afstemming plaats door deelnemende gemeenten en de GRSK. Er wordt gewerkt aan unanieme adviezen die voorgelegd worden aan de bestuurscommissies. Bestuurscommissies Er zijn bestuurscommissies voor Maatschappelijke Dienstverlening (MD), Shared Service Center (SSC) en Vergunningen, Toezicht Handhaving (VTH).
Op basis van aangeleverde beleidsnotities worden in principe unanieme besluiten genomen. Een besluit van de commissie wordt uiteindelijk doorgeleid naar het Dagelijks Bestuur en indien nodig naar het Algemeen Bestuur. Voordat een voorstel bij het Dagelijks Bestuur komt, wordt er een advies toegevoegd door de bestuurscommissie Financiën. Deze bestuurscommissie geeft advies aan het Dagelijks Bestuur over de P&C-producten zoals kadernota, begroting, rapportage en jaarwerk van de GRSK.
Sturing De GRSK werkt voor het sociaal domein en het SSC in delegatie voor de gemeente. Hiermee zijn de wethouders verantwoordelijk voor de sturing in de praktijk en voor de informatievoorziening aan de raad. Er zijn drie formele sturingsmomenten voor de gemeenteraad: begroting, jaarrekening en begrotingswijziging. De kadernota wordt vastgesteld in december door het AB en daarna ter kennisgeving aangeboden aan colleges en gemeenteraden. De raad heeft met het college de afspraak gemaakt om de kadernota's van verbonden partijen, waaronder de GRSK, in de raad te bespreken. Dit doet de gemeente sinds 2013, naar aanleiding van een aanbeveling uit een eerder rekenkameronderzoek naar verbonden partijen. De raad staat erop dat kadernota's worden aangeboden en geagendeerd om meer aan de voorkant betrokken te worden bij verbonden partijen. Opgemerkt wordt dat de GRSK een uitvoeringsorganisatie is, waardoor er voor de raden minder betrokkenheid is.
Controle Controle gaat over de wijze waarop de gemeenteraad vaststelt of de uitvoering in overeenstemming is en blijft met de gemaakte plannen en zo nodig bijstuurt. In de bedrijfsvoering van de GRSK is veel gebeurd de afgelopen jaren. Er is voor de GRSK eind 2022 een evaluatie geweest onder de naam 'Opnieuw Verbinden'. Een respondent schetst dat daarin de volgende opties zijn bekeken: 1) doormodderen, 2) doorknippen of 3) doorpakken. Uiteindelijk is er gekozen voor doorknippen. Dit heeft ertoe geleid dat bepaalde taken weer naar de gemeenten zijn overgeheveld. Het betrof beleidsen juridische taken en de ontmanteling van de gezamenlijke P&O-afdeling. Uit meerdere gesprekken,
| 22 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
maar ook uit een rondgang van de GRSK zelf, blijkt dat niet alle gemeenten tevreden zijn over bepaalde dienstverlening en dat ook de mogelijkheden van toetreding of uittreding (voor bepaalde dienstverlening) een punt is dat wrevel heeft opgewekt bij de deelnemers. De annotaties met betrekking tot de GRSK worden gezamenlijk opgepakt met de Kempengemeenten; één gemeente neemt het initiatief en de rest kan aansluiten. De ambtelijk betrokkenen proberen één gemeenschappelijk stuk naar de colleges te sturen. Door verschillende input vanuit de colleges kunnen er vervolgens wel enigszins verschillende stukken naar de raad gaan. Vanwege het ravijnjaar ligt er een ambtelijk voorstel om een gezamenlijke zienswijze op te stellen als Kempengemeenten.
Verantwoording Verantwoording aan de raad van Eersel gebeurt via de reguliere planning-en-controldocumenten van de gemeente, maar ook via de begroting en jaarrekening van de GRSK. Vanuit Eersel wordt de samenwerking als ingewikkeld gezien doordat een deel van de taakuitvoering gedelegeerd is en een ander deel gemandateerd, wat invloed heeft op de verantwoording van de taakuitvoering. Opgemerkt wordt dat de GRSK zich heeft gecommitteerd aan prijsafspraken over loon- en prijsstijgingen, wat voor veel rust heeft gezorgd bij de bespreking van de begroting. De raad heeft verder de mogelijkheid om de wethouder (portefeuillehouder) te bevragen bij relevante ontwikkelingen en specifieke zaken. Vanuit de GRSK wordt de begroting aangeleverd bij de verschillende gemeenteraden voor een zienswijze. De raad van Eersel heeft de afgelopen 4,5 jaar geen zienswijzen ingediend of vragen gesteld aan de betrokken portefeuillehouder over GRSK. De indruk bestaat dat bij de GRSK formeel netjes met zienswijzen wordt omgegaan, maar dat er inhoudelijk niets mee gebeurt.
Toezicht Het AB van de GRSK houdt formeel toezicht op het functioneren van de GR. Daarnaast kan de gemeenteraad van Eersel ook meekijken bij de verschillende stukken. Het toezicht vindt onder andere plaats aan de hand van verplicht op te stellen documenten door de GRSK, te weten de begroting en de jaarrekening, maar ook de kadernota. Vanuit de GRSK wordt verder ieder jaar het aanbod gedaan om langs te komen bij gemeenten. De afgelopen jaren was de animo voor dit soort bezoeken gering; de opkomst van raadsleden is doorgaans beperkt. Er is op dit vlak ook weinig afstemming op raadsniveau over de GRSK en het gewenste toezicht hierop. De GRSK zou wel meer regie willen nemen in de samenwerking tussen gemeenten, maar merkt dat het lastig is om in de autonomie van gemeenten te opereren.
Bevindingen Hoewel de GRSK een verbonden partij is voor een gering aantal gemeenten (vijf), is het takenpakket breed en omvangrijk. Dat geldt evengoed voor de gemeentelijke bijdrage. De raad van Eersel maakt weinig gebruik van het beschikbare sturingsinstrumentarium.
5.3 GR Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO) De Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO) is een van de 25 veiligheidsregio's in Nederland. Haar kerntaak is het waarborgen van de openbare veiligheid en het managen van crises en rampen binnen de regio. Dit doen ze door een breed scala aan taken uit te voeren, van brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening tot crisisbeheersing en rampenbestrijding. Door samen te werken met 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant, de politie, de GGD en andere partners, zorgt de VRBZO voor een gecoördineerde aanpak bij incidenten en calamiteiten. Dit stelt hen in staat om effectief op te treden en de veiligheid van de burgers te garanderen, zowel in dagelijkse situaties als bij grootschalige noodsituaties.
| 23 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
Taken De taken van de Veiligheidsregio zijn: 1. Ontwikkelen van een samenwerkingsverband van politie, brandweer, GHOR (GGD) RAV, 21 regiogemeenten en Defensie, gericht op basis brandweerzorg en rampenbestrijding/ crisisbeheersing. 2. Uitvoering van de Wet veiligheidsregio's: a. inventariseren risico's branden, rampen en crises; b. adviseren bevoegd gezag over risico's branden, rampen en crises in aangewezen gevallen en via beleid bepaalde gelegenheden; c. adviseren college van B&W; d. voorbereiden bestrijding branden en organiseren rampenbestrijding/crisisbeheersing; e. instellen/ in stand houden brandweer; f. instellen/instandhouden GHOR; g. voorzien meldkamerfunctie; h. aanschaf/beheer gemeenschappelijk materieel; i. inrichten/beheren informatievoorziening. 3. Bestrijding infectieziekten (A-ziekten). 4. Uitvoeren Regionale Ambulance Voorziening (RAV).
Juridische vorm De Veiligheidsregio is een gemeenschappelijke regeling (GR).
Financiën De bijdrage van de gemeente Eersel aan de Veiligheidsregio is de afgelopen jaren toegenomen. Voor 2025 werd een bedrag van ruim C 1,3 miljoen begroot.
Bestuurssamenstelling De burgemeesters van de 21 gemeenten zijn vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur (AB) van de Veiligheidsregio. De burgemeester van Eindhoven is voorzitter van het AB en de burgemeester van Helmond fungeert als plaatsvervangend voorzitter. De burgemeester van Valkenswaard is portefeuillehouder Crisisbeheersing en de burgemeester van Veldhoven is portefeuillehouder Financiën Bedrijfsvoering. De burgemeester van Eersel is lid van het AB. Het Dagelijks Bestuur (DB) wordt gevormd door een vijftal burgemeesters. De burgemeester van Eindhoven is voorzitter van het DB, de burgemeester van Helmond fungeert als plaatsvervangend voorzitter, de burgemeester van Valkenswaard is portefeuillehouder Crisisbeheersing en de burgemeester van Veldhoven is portefeuillehouder Financiën Bedrijfsvoering. De burgemeester van Asten heeft de rol van portefeuillehouder Brandweerzorg.
Sturing De sturing op de Veiligheidsregio is een proces van gezamenlijke verantwoordelijkheid en afstemming tussen de 21 deelnemende gemeenten. Door middel van sturing geven de gemeenteraden richting aan een verbonden partij met het oog op de beleidsdoelstellingen die gerealiseerd moeten worden. De samenwerking binnen de Veiligheidsregio wordt vanuit de gemeente Eersel niet als ingewikkeld gezien; het betreft een wettelijke taak waar ook minder op valt te sturen, zo merkt men op. Raadsleden geven aan het gevoel te hebben dat zij geen invloed hebben op de Veiligheidsregio. Vanuit de ambtelijke organisatie wordt een langetermijnvisie op wat de deelnemende gemeenten met de Veiligheidsregio willen, gemist. De afgelopen periode lag in het gesprek over en met de Veiligheidsregio de nadruk op de noodzaak van meer financiële middelen voor de Veiligheidsregio. Aan deze noodzaak lagen verschillende oorzaken ten grondslag, waaronder:
| 24 | Rekenkameronderzoek naar verbonden partijen in Eersel
BMC
^
^ ^
^
De Veiligheidsregio voldeed op een groot aantal punten niet aan de huidige wet- en regelgeving, bijvoorbeeld voor wat betreft de gebruikte communicatieapparatuur. Om hieraan te voldoen is een financiële impuls noodzakelijk. Er was sprake van achterstallig onderhoud aan panden, waarvoor een flinke investering nodig was. Ook was het wagenpark van tankautospuiten verouderd. De organisatie was vastgelopen als gevolg van bezuinigingen en een gebrek aan capaciteit, nieuwe wet- en regelgeving en onderhoud. Er moeten investeringen worden gedaan om de basis weer op orde te krijgen en te voldoen aan brancherichtlijnen. De eigen reserves van de veiligheidsregio waren niet toereikend en niet bedoeld om de financiële consequenties van de risico's te kunnen opvangen.
De burgemeester van Eersel zit samen met de gemeentesecretaris in de commissie financiën van de Veiligheidsregio, waardoor ze 'dicht op het vuur' zitten.
Controle Controle gaat over de wijze waarop de gemeenteraad vaststelt of de uitvoering in overeenstemming is en blijft met de gemaakte plannen en zo nodig bijstuurt. Controle van de Veiligheidsregio vindt overwegend plaats via de verantwoordingsdocumenten en zienswijzetrajecten. Vanuit de ambtelijke organisatie wordt aangegeven dat de transparantie bij de Veiligheidsregio sterk is verbeterd, in tegenstelling tot andere GR'en, waar vragen niet op tijd en vaak niet afdoende worden beantwoord. Raadsleden merken op dat zij de indruk hebben dat het bij de Veiligheidsregio 'tekenen bij het kruisje' is. De stukken van de Veiligheidsregio worden over het algemeen als hamerstuk afgedaan en er worden weinig vragen over gesteld. In het geval van zienswijzen, dan wordt het college gevolgd. De indruk bestaat bij zowel raads- als collegeleden dat de formele procedures netjes worden doorlopen, maar dat er uiteindelijk weinig gebeurt met zienswijzen van gemeenten. Vanuit het college wordt opgemerkt dat in het geval van grote verbonden partijen, zoals de Veiligheidsregio, samenwerken betekent dat ook een deel van de zeggenschap wordt opgeven, wat afgezet tegen de hoge werkdruk van raadsleden, ervoor kan zorgen dat de raad prioriteit geeft aan andere zaken.