CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[25.17352] Bijlage 1 - Begroting 2026-2029 Definitief

Raadsvergadering 6 november 2025, gemeente EerselBij agendapunt: Begroting 2026-202942.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

BEGROTING 2026-2029

1

2

Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief...................................................................................................................................... 4 Inleiding......................................................................................................................................................5 Leeswijzer..................................................................................................................................................6 I. BELEIDSBEGROTING...................................................................................................................... 10 0. Sociale voorzieningen..........................................................................................................................11 1. Maatschappelijke dienstverlening en gezondheid.............................................................................16 2. Onderwijs...............................................................................................................................................23 3. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting...........................................................................................27 4. Milieu..................................................................................................................................................... 38 5.

Veiligheid.............................................................................................................................................. 46 6. Verkeer en vervoer...............................................................................................................................51 7. Cultuur, sport en recreatie................................................................................................................... 56 8. Economische structuur........................................................................................................................ 60 9. Bestuur en organisatie......................................................................................................................... 65 10. Algemene baten en lasten................................................................................................................. 67 11. Overhead............................................................................................................................................ 71 PARAGRAFEN......................................................................................................................................... 78 1. Lokale heffingen................................................................................................................................79 2.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing................................................................................... 83 3. Onderhoud kapitaalgoederen......................................................................................................... 91 4. Treasury............................................................................................................................................ 97 5. Bedrijfsvoering................................................................................................................................101 6. Verbonden partijen......................................................................................................................... 103 7. Grondbeleid.................................................................................................................................... 121 8. Openbaarheid Wet open overheid (Woo).................................................................................... 124 II. FINANCIËLE BEGROTING..............................................................................................................125 1. Saldo Overzicht van baten en lasten.......................................................................................

126 Overzicht incidentele baten en lasten...........................................................................................128 Overzicht structurele toevoegingen/onttrekkingen reserves......................................................131 2. Financiële positie.............................................................................................................................132 2.1 Begrotingsbeleid................................................................................................................132 2.2 Arbeidskosten.................................................................................................................... 136 2.3 Investeringen..................................................................................................................... 136 2.4 Reserves en voorzieningen..............................................................................................137 2.5 Geprognosticeerde balans................................................................................................138 3. Meerjaren investeringsprogramma2026-2029............................................................................ 140 4. Meerjarenbegroting.........................................................................................................................

144 Bijlage A Meerjarenoverzicht reserves en voorzieningen............................................................ 147 Bijlage B Overzicht baten en lasten per taakveld..........................................................................153 Bijlage C EMU Saldo.............................................................................................................................154 Bijlage D Ombuigingen

3

.....................................................................................................................155

Aanbiedingsbrief Aan de gemeenteraad Onderwerp: aanbieding begroting 2026 Eersel, 17 september 2025

Beste raadsleden, Voor u ligt de programmabegroting van 2026-2029 van de gemeente Eersel. Deze begroting vormt een belangrijk document waarin de financiële plannen en beleidsvoornemens van onze gemeente worden ge­ presenteerd. Het geeft inzicht in hoe de middelen worden ingezet om de doelstellingen die de raad vaststelt in beleid te bereiken. De raad stelt bij het vaststellen van de begroting het budget beschikbaar voor de activiteiten in 2026. Door de meicirculaire worden gemeenten voor de jaren 2026 en 2027 gecompenseerd door het Rijk. Hier­ door ontstaat er voor deze jaren een positief begrotingssaldo. Dit heeft ervoor gezorgd dat een aantal ombuigingsvoorstellen niet zijn ingevoerd in de begroting 2026. In de inleiding wordt hier verder ingegaan op dit proces. Meerjarenperspectief 2026-2029 Na verwerking van alle mutaties in deze begroting resulteert dit in onderstaande meerjarige begrotingssaldi. De jaarschijf 2026 laat een batig resultaat zien van C 1.609.867,- (exclusief bouwgrondexploitatie). Hiermee verwachten we, na beoordeling door de provincie, voor het jaar 2026 onder repressief toezicht te vallen. Voor de jaren 2028 en 2029 verwachten we een significant tekort van afgerond resp. C 1.850.000,- en C 2.500.000,-.

Dit tekort vloeit voort uit verwerking van de structurele lasten van de tot op heden door uw raad genomen besluiten, waarbij de terugloop van de algemene uitkering is verschoven van 2026 naar 2028 en waarvoor in de meerjarenbegroting nog geen alternatieve dekking is. (bedragen in ť)

2026

2027

2028

2029

Inkomsten

69.044.342

63.690.888

63.075.780

63.463.947

Uitgaven

67.434.475

63.344.398

64.907.924

65.978.359

Begrotingssaldo

1.609.867

346.490

-1.832.144

-2.514.412

-5.137

0

0

0

1.615.004

346.490

-1.832.144

-2.514.412

Waarvan incidenteel Structureel saldo

H.M.L Offermans Secretaris

4

W.A.C.M. Wouters Burgemeester

Inleiding Voor u ligt de programmabegroting van 2026-2029 van de gemeente Eersel. Deze begroting vormt een cruciaal document waarin de financiële plannen en beleidsvoornemens van onze gemeente worden gepre­ senteerd. Het geeft inzicht in hoe de middelen worden ingezet om de doelstellingen die de raad vaststelt in beleid te bereiken. De raad stelt bij het vaststellen van de begroting het budget beschikbaar voor de activiteiten in 2026. De speerpunten voor het komende jaar staan in de verschillende programma’s. Verder wordt in deze inleiding ingegaan op het financieel perspectief en de leeswijzer. Ombuigingstraject najaar 2024 In het najaar van 2024 is er gestart met een ombuigingstraject om bij de begroting 2026-2029 een slui­ tende begroting aan de raad te kunnen presenteren. Het rijk was voornemens om met ingang van 2026 een korting toe te passen in de financiering van gemeenten. De korting zorgde ervoor dat gemeenten te maken kregen met een ‘ravijnjaar’ in 2026. Tijdens het ombuigingstraject zijn verschillende draaiknoppen onderzocht, zoals reëel begroten, op­ brengst verhogende activiteiten en bestuurlijke keuzes. De insteek van het ombuigingstraject was be­ doeld om ombuigingen door te voeren met zo min mogelijk pijnlijke bestuurlijke keuzes. De raad is tijdens twee raadsinformatieavonden geïnformeerd over de voortgang van het ombuigingstraject.

Uiteindelijk zijn in de voorjaarsnota 2026-2029 de voorgestelde ombuigingsmaatregelen gepresenteerd en was de ver­ wachting dat door de maatregelen een sluitende begroting 2026-2029 gepresenteerd kon worden. Financieel perspectief na meicirculaire 2025 Nadat de voorjaarsnota 2026-2029 is verzonden naar de raad werd de meicirculaire 2025 gepresenteerd vanuit het rijk. In de meicirculaire gemeentefonds 2025 is de algemene uitkering voor onze gemeente zeer positief bijgesteld voor met name de jaren 2026 en 2027. Deze bijstelling vloeit voort uit actualisaties in het verdeelmodel, hogere landelijke accressen en geactualiseerde bevolkings- en maatstafgegevens. De bijstelling naar aanleiding van de meicirculaire 2025 heeft een positief effect van C 1.904.000 op het begrotingssaldo. Deze bijstelling heeft ervoor gezorgd dat het college, mede op basis van de betogen van de raad tijdens de behandeling van de voorjaarsnota, keuzes heeft gemaakt om een aantal ombuigings­ maatregelen niet op te nemen in de begroting 2026-2029. De ombuigingsmogelijkheden die wel zijn op­ genomen in de begroting worden genoemd in bijlage D. Voor een toelichting op de mutaties ná de voor­ jaarsnota verwijzen we u naar blz. 133 van deze begroting. Meerjarenperspectief 2026-2029 Na verwerking van alle mutaties in deze begroting resulteert dit in onderstaande meerjarige begrotingssaldi.

De jaarschijf 2026 laat een batig resultaat zien van C 1.609.867,- (exclusief bouwgrondexploitatie). Hiermee verwachten we, na beoordeling door de provincie, voor het jaar 2026 onder repressief toezicht te vallen. Voor de jaren 2028 en 2029 verwachten we een significant tekort van afgerond resp. C 1.850.000,- en C 2.500.000,-. Dit tekort vloeit voort uit verwerking van de structurele lasten van de tot op heden door uw raad genomen besluiten, waarbij de terugloop van de algemene uitkering is verschoven van 2026 naar 2028 en waarvoor in de meerjarenbegroting nog geen alternatieve dekking is. (bedragen in ť)

2026

2027

2028

2029

Inkomsten

69.044.342

63.690.888

63.075.780

63.463.947

Uitgaven

67.434.475

63.344.398

64.907.924

65.978.359

Begrotingssaldo

1.609.867

346.490

-1.832.144

-2.514.412

-5.137

0

0

0

1.615.004

346.490

-1.832.144

-2.514.412

Waarvan incidenteel Structureel saldo

5

Leeswijzer De gemeenteraad stelt jaarlijks vanuit haar kaderstellende en controlerende functie de begroting vast. Daarmee geeft de raad invulling aan haar recht het college van B&W toestemming te verlenen om voor een aangegeven prestatie een vastgesteld budget uit te geven. Wijzigingen door het jaar heen worden vervolgens ook ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. Voor het overgrote deel van de budgetten wordt deze toestemming verleend via de begroting. De begroting bouwt zich op door een optelsom van door de raad vastgestelde beleidsstukken, externe ontwikkelingen die invloed hebben op inkomsten en uitgaven, de voor kennisgeving aangenomen voorjaarsnota 2026, het coalitieakkoord “Doen, tenzij!”, de begroting 2025 inclusief de begrotingswijzigingen tot en met 1 juli 2025 en de jaarstukken over 2024. De opzet van de begroting 2026 Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor hoe gemeenten in Nederland hun begroting dienen op te stellen. In lijn met de BBV bestaat de Eerselse begroting uit twee delen: I de beleidsbegroting; II de financiële begroting. De beleidsbegroting bestaat uit het programmaplan (de programma’s), het hoofdstuk “Algemene dekkingsmiddelen en stelposten” en de paragrafen. De programma’s worden conform artikel 2 van de financiële verordening van onze gemeente aan het begin van iedere raadsperiode vastgesteld door de raad.

De financiële begroting omvat het overzicht van baten en lasten, de financiële positie van de gemeente, het investeringsprogramma en de meerjarenbegroting. 1. 1.1

De beleidsbegroting Het programmaplan en de maatschappelijke effecten, indicatoren en normen,

1.1.1 Algemeen Normen en indicatoren Al een aantal jaren vindt een doorontwikkeling plaats op het gebied van normen en indicatoren in onze begroting. Vanuit het Besluit Begroting Verantwoording (BBV) is het sinds de begroting van 2017 landelijk verplicht gesteld een set van benchmarkindicatoren in de programmabegroting op te nemen. Die set heeft het doel: de begroting inzichtelijker te maken voor (niet-financiële) raadsleden en inwoners; het mogelijk te maken om de gemeente Eersel met andere gemeenten en cijfers te vergelijken. De verplichte indicatoren zijn in de programmabegroting opgenomen bij de beleidsvelden waar zij (het meest) betrekking op hebben. De indicatoren zijn afkomstig uit bestaande (landelijke) benchmarks en onderzoeken. Indien de raad daarvoor wensen heeft, al dan niet op aangeven van het college van B&W, kunnen deze landelijke indicatoren worden aangevuld met eigen indicatoren. De indicatoren en de bijbehorende meetgegevens worden ontsloten via www.waarstaatiegemeente.nl. Hierbij wordt opgemerkt dat sommige gegevens niet jaarlijks worden gemeten, ofwel tijdig worden geactualiseerd. Daar waar onder een norm de waarden tussen haakjes staan, betreft het de meest recente werkelijke cijfers/scores. De raad is vrij om voorstellen te doen tot wijzigingen van normen.

Meetgegevens voor de eigen (subjectieve) indicatoren worden verkregen aan de hand van de burgerpeiling en ondernemerspeiling. Het verbeteren van de normen en indicatoren is een proces dat continu de nodige aandacht heeft, zodat bovenstaande doelen ieder jaar weer beter te realiseren zijn. Bij de programma’s gaat het in eerste instantie om de inhoud van het beleid. Vanzelfsprekend is ook de financiële ruimte belangrijk. In het programmaplan zijn de beoogde maatschappelijke effecten van de indicatoren vermeld, evenals de (prestatie)normen die daarop betrekking hebben. 1.1.2 Maatschappelijke effecten, indicatoren en normen In deze programmabegroting zijn de volgende uitgangspunten per programma gehanteerd: > Gewenst maatschappelijk effect(en) is (zijn) duidelijk geformuleerd; > Gewenst maatschappelijk effect(en) wordt (worden) uitgesplitst in subdoelen; 6

>

Meetbare indicatoren worden opgenomen die iets zeggen over de mate waarin het gewenste effect is/wordt gerealiseerd; > Opgenomen indicatoren uit de begroting zijn (op termijn) daadwerkelijk te monitoren, zodat verantwoording hierover mogelijk is; > Per indicator is een (minimum)norm geformuleerd; > Een directe koppeling wordt gelegd tussen datgene wat we willen bereiken en datgene wat we daarvoor gaan doen in het begrotingsjaar. In de programmarekening, als onderdeel van de jaarstukken, wordt vervolgens aan de hand van kleuren in de tabel aangegeven of de gestelde normen zijn gerealiseerd. 1.1.3 De opbouw van de programma’s De programma’s zijn als volgt opgebouwd: Omschrijving programma Hierin wordt omschreven wat onder het betreffende programma wordt verstaan. De beleidsterreinen die onder het programma vallen zijn ook aangegeven. Deze beleidsterreinen zijn gekoppeld aan de taakvelden uit het BBV. De drie w’s; Wat willen we bereiken en Wat gaan we daarvoor doen? Per programma zijn de beoogde maatschappelijke effecten aangegeven, die moeten worden bereikt door de uitvoering van beleid. In een rubriek zijn indicatoren aangegeven voor de beoogde maatschappelijke effecten. Daarnaast is een rubriek opgenomen waarin (prestatie)normen zijn vermeld, die moeten worden gehaald. Direct hieraan gekoppeld is welke specifieke activiteiten moeten hiervoor verricht worden.

Voorbeeld: De activiteiten die vallen onder dit programma hebben als doel het volgende maatschappelijke effect te realiseren: “Geformuleerd maatschappelijk effect”

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ONDERWERP Indicator Indicator behorende maatschappelijk effect.

bij

het

Realisatie Hoe hebben we de afgelopen jaren gescoord op deze indicator.

Norm De te behalen norm in 2026.

Wat gaan we daarvoor doen? Opsomming van activiteiten die in 2025 moeten bijdragen aan het realiseren van de gewenste realisatie, die een positieve bijdrage levert aan het behalen van het maatschappelijk effect. Vervolgens worden bijzonderheden en speerpunten voor 2026, die invloed hebben op de realisatie, toegelicht. Wat mag het kosten? Ieder programma kent baten en lasten. Autorisatie door de raad vindt plaats op het niveau van de programma’s. Deze programma’s zijn ingedeeld in productgroepen, die gelijk zijn aan de taakvelden uit het BBV. De uitgaven die ten laste van reserves zijn gebracht, zijn opgenomen bij de lasten en baten van de desbetreffende productgroep. Verder zijn de investeringen voor 2024 opgenomen. Indien de raad instemt met de begroting, worden de investeringskredieten voor het jaar 2025 beschikbaar gesteld, mits er door de raad geen aanpassingen worden gemaakt in het meerjariginvesteringsprogramma. De programma’s 10 en 11 Het programma ‘Algemene baten en lasten’ (programma 10) en het programma ‘Overhead’ (programma 11) hebben een andere opbouw dan de overige programma’s. Hierin wordt alleen een overzicht van de financiële middelen gegeven.

7

1.2. De paragrafen In de paragrafen worden de beleidsmatige aspecten van diverse beheersinstrumenten aangegeven. Bedoelde instrumenten vallen ook onder één of meer programma’s. Voor een totaalinzicht in de positie van de gemeente is het van belang dat deze dwarsdoorsnede wordt gemaakt. Het BBV bepaalt welke paragrafen in ieder geval opgenomen moeten worden in onze begroting. Hieronder wordt kort ingegaan op de diverse paragrafen. 1. Lokale heffingen Hierin wordt een toelichting gegeven op alle belastingen en heffingen van de gemeente Eersel. 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf gaat het om de vraag in welke mate de gemeente in staat is middelen vrij te maken om tegenvallers te kunnen opvangen. Aangegeven wordt welke risico’s de gemeente loopt, welke middelen beschikbaar zijn bij tegenvallers en welk beleid de gemeente heeft ten aanzien van deze aspecten. 3. Onderhoud kapitaalgoederen In dit onderdeel wordt ingegaan op de onderhoudstoestand en de kosten van wegen, riolering, gebouwen, groen en verlichting, de zogenaamde kapitaalgoederen. Deze paragraaf is onder meer een instrument om onderhoud systematisch aan te pakken. Het spreekt voor zich dat de instandhouding van de kapitaalgoederen van essentieel belang is voor de realisering van verschillende programma’s, zoals ‘verkeer en vervoer’ en ‘onderwijs en educatie’. 4.

Treasury De paragraaf is bedoeld om de uitvoering van de treasuryfunctie te volgen, welke functie als volgt kan worden gedefinieerd: ‘Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s’. 5. Bedrijfsvoering Bij de bedrijfsvoering gaat het om de besturing en beheersing van, het toezicht op en de verantwoording over de bedrijfsprocessen binnen de gemeentelijke organisatie op basis van een bedrijfsvoeringfilosofie (bijvoorbeeld rechtmatig, betrouwbaar, transparant, doelmatig en doeltreffend). 6. Verbonden partijen Dit onderdeel moet inzicht geven in de zogenaamde verbonden partijen: ‘Participaties van de gemeente in derde rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend en waarmee financiële belangen zijn gemoeid’. Hiermee worden bedoeld de gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en privaatrechtelijke rechtspersonen. Partijen waarin de gemeente én een bestuurlijk én een financieel belang heeft. 7. Grondbeleid Het grondbeleid is enerzijds van belang voor de doelstelling van verschillende programma’s en anderzijds vanwege de financiële belangen en risico’s voor de gemeente. 8.

Openbaarheid Wet open overheid (Woo) Deze nieuwe paragraaf voorziet in de wettelijke verplichting om jaarlijks in de begroting aandacht te besteden aan beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo. 2.

De financiële begroting

In het overzicht van baten en lasten (zie paragraaf 1 van onderdeel II: de financiële begroting) is het onderdeel waarin is aangegeven tot welke bedragen de raad het college heeft geautoriseerd bij de begroting. Het is een overzicht van de baten en lasten per programma, waarbij afzonderlijk is aangegeven welke onttrekkingen en toevoegingen aan reserves er per programma plaatsvinden. In het onderdeel financiële positie wordt ingegaan op het gevolgde begrotingsbeleid (inclusief de uitgangspunten), de jaarlijks terugkerende arbeidskosten, de investeringen, de reserves en de meerjarenbegroting. Hiernaast worden alle mutaties die verwerkt zijn na de voorjaarsnota toegelicht. 8

De ‘financiële positie’ en de paragraaf “weerstandsvermogen en risicobeheersing” geven samen antwoord op de vraag hoe gezond de gemeente financieel is, of aan alle verplichtingen kan worden voldaan en of er dan nog ruimte is om eventuele tegenvallers op te vangen. De totale inkomsten en uitgaven en de saldi zien er voor de periode 2026-2029 als volgt uit: (bedragen in ť)

2026

2027

2028

2029

Inkomsten

69.044.342

63.690.888

63.075.780

63.463.947

Uitgaven

67.434.475

63.344.398

64.907.924

65.978.359

Begrotingssaldo

1.609.867

346.490

-1.832.144

-2.514.412

-5.137

0

0

0

1.615.004

346.490

-1.832.144

-2.514.412

Waarvan incidenteel Structureel saldo

In de begroting 2026 is het batig exploitatiesaldo (excl. bouwgrondexploitatie) voor 2026 ad C 1.609.867,toegevoegd aan de algemene reserve (zie ook de toelichting bij het onderdeel “Financiële positie”, paragraaf 2.1). Bijlagen Conform de vastgestelde financiële verordening moet jaarlijks bij de begroting en jaarrekening enkele gegevens per reserve en voorziening worden geactualiseerd. Het overzicht Reserves en voorzieningen maakt in de vorm van een bijlage A dan ook deel uit van de begroting en jaarrekening. Tevens is er een verplicht overzicht van de baten en lasten per taakveld als bijlage B opgenomen. In bijlage C is het EMU-saldo opgenomen.

9

I. BELEIDSBEGROTING

10

0. Sociale voorzieningen De activiteiten die vallen onder dit programma hebben als doel het volgende maatschappelijke effect te realiseren: “Inwoners kunnen in hun levensbehoefte voorzien”.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? INKOMEN Indicator 1. Netto arbeidsparticipatie (verplicht) % van de beroepsgeschikte bevolking (15-75 jaar) die daadwerkelijk betaald werk heeft.

Realisatie 2024 Eersel: 75,6o0o Gemeenten tot 25.000 inwoners: 73,8o0o

Norm Norm: > het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners

2023 Eersel: 75,5o0o Gemeenten tot 25.000 inwoners: 73,7o0o

Wat gaan we daarvoor doen? KempenPlus ondersteunt de ontwikkeling van cliënten met als doel regulier aan het werk te gaan en te blijven. Als regulier werk niet (of niet direct) haalbaar is, wordt er gekeken naar mogelijkheden tot gesubsidieerde arbeid op de reguliere arbeidsmarkt of een beschutte werkplek bij of via KempenPlus, of een andere vorm van zinvolle dagbesteding. KempenPlus bepaalt voor elke cliënt een passende aanpak: cliënten zijn aan het werk, werken aan werk, participeren, werken aan participatie of hebben een zorgtraject. Indicator 2. Werkloze jongeren (verplicht)

Realisatie 2024 Gegevens (nog) niet beschikbaar

% 16 t/m 22-jarigen zonder betaald werk

2023 Eersel: 1o0o Gemeenten tot 25.000 inwoners: 10.

Norm Norm: c het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners

2022 Eersel: 10 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 10 Wat gaan we daarvoor doen? KempenPlus biedt ondersteuning aan jongeren van 16 of 17 jaar met een leerplicht of kwalificatieplicht en jongeren van 18 tot 27 die hulp nodig hebben voor het volgen van een leerwerktraject. KempenPlus zet een breed scala aan re-integratie instrumenten in voor werkloze jongeren en biedt specifieke trainingen aan op basis van nut en noodzaak. Indicator 3. Personen met een bijstandsuitkering (verplicht)

Realisatie 2024 Eersel: 90,9 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 176,0

Aantal per 10.000 inwoners

2023 Eersel: 91,5 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 173,7

Norm Norm: c het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners

Wat gaan we daarvoor doen? KempenPlus verstrekt een bijstandsuitkering aan wie daar recht op heeft. Alle uitkeringsgerechtigden hebben een actueel plan van aanpak naar (betaald) werk (of een ontheffing van de actieve arbeidsverplichtingen). TalentPlus wordt ingezet om nieuwe cliënten te diagnosticeren en een passend traject aan te bieden.

11

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Indicator 4. Lopende re-integratievoorzieningen (verplicht)

Realisatie 2024 Eersel: 171,2 Gemeenten tot 25.000: 156,6

Aantal per 10.000 inwoners van 15 - 64jaar

2023 Eersel: 178,1 Gemeenten tot 25.000: 146,7

Norm Norm: > het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners

Wat gaan we daarvoor doen? Door middel van het TalentPlus-programma wordt de afstand van de cliënt tot arbeid in beeld gebracht en worden trajecten ingezet om de afstand tot de arbeidsmarkt te verminderen zodat uitstroom naar werk meer kansen biedt.

Toelichtingen op ontwikkelingen/speerpunten 2026 KempenPlus KempenPlus is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorzie­ ning, de minimaregelingen en een deel van de Wet inburgering. Daarnaast verstrekt KempenPlus leef­ geld aan Oekraïense ontheemden en int de eigen bijdrage van deze Oekraïense ontheemden. KempenPlus ondersteunt inwoners met als doel hen zo regulier mogelijk aan het werk te laten gaan en te houden, of als dat (nog) niet mogelijk is binnen een beschutte werkomgeving bij of via KempenPlus. Voor inwoners die geen of te weinig inkomen hebben, beoordeelt KempenPlus het recht op bijstand en ver­ zorgt de uitbetaling hiervan. Daarnaast verzorgt KempenPlus de dienstverlening richting werkgevers. Zij bemiddelen, detacheren of nemen bijvoorbeeld de bemensing van een hele productielijn over. Toekomstverkenning KempenPlus De Kempengemeenten en KempenPlus staan voor de gezamenlijke opgave om de uitvoering van de Par­ ticipatiewet en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) toekomstbestendig vorm te geven. In 2023 hebben de Kempengemeenten een verkenning laten uitvoeren naar de inrichting van inkomensondersteuning, begeleid en beschut werk, participatie en inburgering. Op basis hiervan heeft Berenschot een vervolgon­ derzoek uitgevoerd naar de uitvoering van de Participatiewet en Wsw door KempenPlus.

Hierover wordt uw raad nader geïnformeerd. De volgende stap is het ontwikkelen van een toekomstbestendige, visiegedragen en mensgerichte bena­ dering van het participatiebeleid binnen de Kempengemeenten. Deze nieuwe gemeentelijke visie richt zich niet alleen op een uitvoeringspraktijk die de menselijke maat centraal stelt, maar ook op het verster­ ken van de beleidsvorming en het begrotingsproces als geheel, zodat de Participatiewet en de Wsw duur­ zaam, effectief en met draagvlak worden toegepast. Medio 2026 wordt het nieuwe beleidskader aan de raad voorgelegd. Geldzorgen Inwoners met een laag inkomen kunnen een beroep doen op minimaregelingen. Deze minimaregelingen worden uitgevoerd door KempenPlus. Inwoners met schulden kunnen terecht bij de afdeling Maatschap­ pelijke Dienstverlening (onderdeel van de GRSK). In december 2024 is de nieuwe Kadernota Geldzorgen voor de periode 2025-2028 vastgesteld door de raad. In de komende jaren zal de focus liggen op het bereiken van meer inwoners met geldzorgen met het bestaande ondersteuningsaanbod. Daarnaast wordt ingezet op het in een eerder stadium bereiken van inwoners met geldzorgen, zodat de geldstress beperkt blijft en betalingsachterstanden minder oplo­ pen.

Inwoners met een migratieachtergrond Huisvesting statushouders De taakstelling huisvesting statushouders voor 2025 was 57 (waarvan 32 taakstelling 2025 + 25 achter­ stand uit 2024). Voor de taakstelling 2026 wordt geen afname verwacht ten opzichte van de taakstelling 12

2025. Wel verwachten we dat de achterstand uit 2025 iets lager zal zijn dan 25, doordat we de taakstelling in 2025-II naar verwachting gaan halen als gevolg van nareizigers. In afstemming met de provincie in maart 2024, is een aangepast plan van aanpak besproken in het kader van actief toezicht. De gemeente Eersel heeft de taak gekregen om de gemeentelijke taakstelling van 2024I, 2024-II en 2025-I te halen en de achterstand in te lopen tot 0 vóór 1 juli 2025. Helaas is het niet gelukt om de taakstelling in 2024-II en in 2025-I te halen en op de achterstand van 2024 in te lopen. Er liggen diverse factoren ten grondslag aan het niet behalen van deze doelstelling en verdere afstemming met pro­ vincie zal hierover plaats vinden. We hebben in het plan van aanpak oplossingsrichtingen benoemd om de achterstand in de huisvesting van statushouders in te lopen. De volgende oplossingsrichtingen die hierin zijn opgenomen, zijn nog actueel: ^ Verdere intensivering van de samenwerking met Woningstichting WSZ: o Prestatieafspraken over huisvesting van statushouders, zonder dat dit leidt tot excessen richting andere urgente doelgroepen en leefbaarheid in wijken o Prestatieafspraak om woningen die in de verkoop gaan eerst aan te bieden aan de ge­ meente.

o Afspraak over inzet op doorstroom van ouderen vanuit eengezinswoningen naar senioren­ woningen en de vrijgekomen eengezinswoningen in te zetten voor o.a. de taakstelling sta­ tushouders. ^ Samenwerking in de regio met gemeenten om gezinnen te koppelen aan onze gemeente die beter passen bij onze woningvoorraad. ^ Onderzoek naar realisatie van tijdelijke flexibele huisvesting van statushouders. Inburgering Het inburgeringsaanbod van de gemeente Eersel blijft in 2026 gericht op een zo vroeg mogelijke start van inburgeringstrajecten, conform het landelijke streven. Dit geldt met name voor statushouders die nog ver­ blijven in een COA-opvanglocatie en wachten op toewijzing van een woning. De bijdrage van alle keten­ partners, waaronder taalscholen en ondersteunende organisaties, is hierbij van essentieel belang en vormt een belangrijk speerpunt in de uitvoering. De gemeente Eersel verwacht dat in 2026 een groot aantal inburgeringstrajecten succesvol wordt afgerond. Daarmee wordt zichtbaar dat de gezamenlijke inzet van alle betrokken partijen - van onderwijsaanbieders tot maatschappelijke begeleiding - zijn vruchten afwerpt. Eersel laat hiermee zien dat het realiseren van duurzame inburgeringstrajecten haalbaar is met een goed afgestemde, lokale aanpak. Het Eerselse inburgeringsaanbod blijft flexibel en toekomstbestendig.

De huidige raamovereenkomsten voor de B1-route en de Z-route lopen eind 2025 af. In 2026 wordt het contract met de huidige taalscholen met één jaar verlengd, aangezien in datzelfde jaar de aanbestedingsprocedure start voor een nieuwe raam­ overeenkomst met ingang van 1 januari 2027. Huisvesting asielzoekers Ondanks dat het nieuwe kabinet voornemens was om de spreidingswet af te schaffen, willen de gemeenten de huisvesting van asielzoekers conform de spreidingswet verdelen over de gemeenten. Dit betekent dat ook de gemeente Eersel inzet op de realisatie van een opvanglocatie voor asielzoekers in 2026. Vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid en wettelijke verplichting heeft de gemeente Eersel de moge­ lijkheid voor een (kleinschalige) opvanglocatie voor asielzoekers op haalbaarheid onderzocht. Het ging om het stuk grond langs de provinciale weg op de weg tussen Duizel en Hapert, achter de Donksbergen. De raad heeft het college op 1 juli opgeroepen de locatiekeuze te heroverwegen en alternatieve locaties actief te onderzoeken en een integraal plan van aanpak voor te leggen. Opvang vluchtelingen uit Oekraïne De gemeente Eersel vangt sinds 2022 vluchtelingen uit Oekraïne op. Dat doen we in de gemeentelijke en particuliere opvang. Het gaat om ongeveer 200 opvangplaatsen voor vluchtelingen in gemeentelijke opvanglocaties.

Daarnaast zijn ongeveer 20 personen opgevangen bij particulieren. We verzorgen opvang, ondersteuning voor medische zorg, onderwijs (voor minderjarige kinderen) en de begeleiding naar werk. We gaan er van uit dat de opvang nog langere tijd nodig zal zijn. Voor hoelang is niet concreet aan te geven, omdat dit samenhangt met de veiligheidssituatie in Oekraïne en de mogelijkheid tot terugkeer. De overeenkomst voor het gebruik van een opvanglocatie in Eersel loopt eind 2026 af. Hier huisvesten we 13

100 personen. We zoeken opnieuw naar locaties waarin deze aantallen gehuisvest kunnen worden. Vanuit het Rijk is de toezegging gedaan dat gemeenten redelijkerwijs gecompenseerd zullen worden. Dit is inclu­ sief de personele capaciteit die hiervoor wordt ingezet. De Oekraïners in onze gemeente participeren op arbeidsgebied. Oekraïners kunnen ook een beroep doen op regelingen die vallen onder het sociaal domein. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als voor onze andere inwoners.

Wat mag het kosten? Hieronder worden de afwijkingen toegelicht in de exploitatiekosten ten opzichte van de begroting 2025 van boven de C 25.000. Het programma bestaat uit de volgende productgroep: 1. Werk 2. Inkomen 3. Inwoners met migratieachtergrond Programma: Sociale voorzieningen Productgroep

Rekening

Begroting 2026 - 2029

Begroting

|

2024

2025

2026

2027

2028

2029|

Werk

147.055

142.142

150.734

150.734

150.734

150.734

Inkomen

3.442.698

3.703.394

3.704.830

3.704.830

3.704.830

3.704.830

446.805

191.676

480.432

46.676

46.676

46.676

4.036.557

4.037.212

4.335.996

3.902.240

3.902.240

3.902.240

10.588

0

0

0

0

0

2.942.504

2.934.805

2.934.805

3.052.000

3.167.000

3.167.000

(bedragen in ś) LASTEN

Inwoners met migratieachtergrond Totaal lasten (excl. kapitaallasten & apparaatskosten)

|

BATEN Werk Inkomen

|

Inwoners met migratieachtergrond

330.021

110.000

515.000

0

0

0

Totaal baten (excl. beschikking reserve m.b.t. kapitaallasten)

3.283.113

3.044.805

3.449.805

3.052.000

3.167.000

3.167.000

Saldo (baten - lasten)

-753.445

-992.407

-886.191

-850.240

-735.240

-735.240

5.736.934

5.975.800

5.598.135

5.563.135

5.572.135

5.575.135

OVERIGE LASTEN Apparaatskosten

|

Totaal overige lasten

5.736.934

5.975.800

5.598.135

5.563.135

5.572.135

5.575.135

Saldo programma (baten - lasten)

-6.490.379

-6.968.207

-6.484.326

-6.413.375

-6.307.375

-6.310.375

De onderstaande analyse van de belangrijkste financiële afwijkingen 2026 ten opzichte van 2025 gaat over de kosten exclusief apparaatskosten, kapitaallasten en onttrekkingen aan de reserves (voor zover deze een directe relatie hebben met de kapitaallasten/afschrijvingen). Werk Binnen deze productgroep zijn geen significante afwijkingen. Inkomen Binnen deze productgroep zijn geen significante afwijkingen. Inwoners met een migratieachtergrond Binnen deze productgroep zijn er in de begroting 2026 inkomsten en uitgaven geraamd voor SPUK statushouders. Bij de begroting 2025 waren geen inkomsten en uitgaven geraamd, maar in verband met de rechtmatigheid is er voor gekozen om deze wel te vermelden zodat er geen afwijkingen ontstaan, hierdoor is er een positief verschil ontstaan van C 110.000 ten opzicht van de begroting 2025. Dit verschil wordt in de tweede begrotingsrapportage in 2025 bijgesteld.

14

Beleidsdocumenten -

15

Bedrijfsplan Participatiebedrijf ‘iedereen werkt mee’ Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2024 Beleidsregels Participatieregeling 18+ Kempengemeenten 2024 Verordening participatieregeling 18+ Kempengemeenten Kadernota Geldzorgen 2025-2028

1. Maatschappelijke dienstverlening en gezondheid Door het uitvoeren van de activiteiten in dit programma willen we het volgende maatschappelijke effect realiseren: “Een samenleving waarin inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen, leven en deelnemen, wat hen in staat stelt zichzelf te ontplooien in goede gezondheid”.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? JEUGD Indicator 5. Jongeren met een delict voor de rechter (verplicht)

Realisatie 2022 Eersel: 10o Gemeenten tot 25.000 inwoners: 10

% 12 t/m 21-jarigen

Sinds het jaar 2023 wordt deze indicator niet meer uitgevraagd, doordat de vraagstellingen zijn veran­ derd bij CBS Jeugdmonitor.

Norm Norm: c het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners

Wat gaan we daarvoor doen? Samenwerking met politie en jeugdcoaches; Vroege signalering in het voorliggende veld (preventie); Monitoring van de aanmeldingen Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG+) via de verschillende aandachtsgebieden. Indicator Realisatie Norm 6. Kinderen in uitkeringsgezin 2024: Norm: c het gemiddelde (verplicht) Gegevens (nog) niet beschikbaar van gemeenten tot 25.000 inwoners % kinderen tot 18 jaar 2023: Eersel: 20 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 30 2022 Eersel: 20 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 30 Wat gaan we daarvoor doen? Middels een subsidie ondersteunen wij Stichting Leergeld Veldhoven & De Kempen, zodat zij kinderen in huishoudens met een laag inkomen ondersteuning kunnen bieden op de terreinen onderwijs, sport, cultuur en welzijn. Indicator 7. Jongeren met jeugdhulp (verplicht)

Realisatie 2024 Eersel: 9,80 (voorlopig) Gemeenten tot 25.000 inwoners: 13,10

Norm Norm: c het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners

% van alle jongeren tot 18 jaar 2023 Eersel: 10,70 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 10,90 2022 Eersel: 9,90 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 10,60 Wat gaan we daarvoor doen? Voor zover mogelijk verminderen van het aantal en de duur van specialistische jeugdhulptrajecten; Preventieve inzet CJG+ en gemeente; Samen met het gezin een plan opstellen waardoor gezinnen zelf problemen kunnen oplossen.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Indicator 16

Realisatie

Norm

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 8. Jongeren met jeugdbescherming (verplicht)

2024 Eersel: 0,5Zo (voorlopig) Gemeenten tot 25.000 inwoners: 0,9Zo

% van alle jongeren tot 18 jaar

2023 Eersel: 0,4Zo Gemeenten tot 25.000 inwoners: 0,9Zo

Norm: c het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners

2022 Eersel: 0,40Zo Gemeenten tot 25.000 inwoners: 0,9Z Wat gaan we daarvoor doen? De gezamenlijke ambitie van zowel de gemeenten als de gecertificeerde instellingen is om op termijn te komen tot een substantiële reductie van de instroom binnen Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en tot het verkorten van de trajectduur; Hiertoe volgen we de ontwikkelingen van het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming; We vormen tandems met de Gecertificeerde Instellingen (jeugdbescherming); We werken samen met Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming; Inzet initiatieven van Transformatiefonds. Indicator 9. Jongeren met jeugdreclassering (verplicht)

Realisatie 2024: Gemeenten tot 25.000 inwoners: 0,4Z (voorlopig)

% van alle jongeren van 12 tot 23jaar

2023 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 0,3Z

Norm Norm: c het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners

2022 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 0,3Z Deze indicator wordt niet specifiek voor de gemeente Eersel gemeten. Wat gaan we daarvoor doen? Samenwerking met jeugdreclassering, politie, voortgezet onderwijs en jongerenwerk.

WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Indicator 10. Cliënten met een maatwerkarrangement WMO (verplicht)

Realisatie 2024 Eersel: 640 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 669

Aantal per 10.000 inwoners

2023 Eersel: 690 Gemeenten tot 25.000 inwoners: 653

Norm Geen norm

Wat gaan we daarvoor doen? Uitvoeren van de Verordening Wmo voor wat betreft maatwerkvoorzieningen Wmo. Op het terrein van welzijn is de aandacht gericht op: ^ Ondersteuning mantelzorgers ^ Dementie • Ketenzorg • Versterking voorliggende voorzieningen ^ Inclusief beleid

17

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? VRIJWILLIGERS Indicator 11. Aantal vrijwilligers (eigen indicator) % inwoners dat zich heeft ingezet voor anderen en/ of maatschappelijke doelen via vrijwilligerswerk.

Realisatie 2024 Eersel: 510Zo De laatst bekende cijfers zijn uit 2024 (onderzoek inwonerspeiling).

Norm Norm: > het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwo­ ners

2024 Eersel: 510Zo Gemeenten ^5.000 inwoners: 470Zo (in 2024, meest recente cijfer in Waarstaatjegemeente)

Wat gaan we daarvoor doen? In 2026 vervolgen wij onze uitvoering van het vrijwilligersbeleid, vastgelegd in het Welzijnsplan gemeente Eersel 2023 - 2026. We richten ons daarbij onder andere op het bieden van een zo goed mogelijke ondersteuningsstructuur, vanuit de gemeente zelf en vanuit het Steunpunt Vrijwilligerswerk Eerselvoorelkaar voor vrijwilligersorganisaties, vrijwilligers en individuele hulpvragers. Daarnaast evalueren we dit beleid en actualiseren waar nodig dit beleid als onderdeel van het nieuwe Welzijnsplan voor 2027 - 2030.

Toelichtingen op ontwikkelingen/speerpunten 2026 Welzijnsplan gemeente Eersel 2023 tot en met 2026 In april 2023 is het Welzijnsplan gemeente Eersel 2023 tot en met 2026 vastgesteld. We steken daarbij in op twee opgaven: 1. Het, waar nodig, versterken en verbinden van de sociale basis; 2. Focus op kwetsbare inwoners met vangnetvoorzieningen. De sociale basis wordt gevormd door verschillende beleidsterreinen: een passende woning, een plezierige leefomgeving, een stabiele financiële situatie, een baan, dagbesteding en vrijwilligerswerk, een fijn sociaal netwerk, bij een gemeenschap horen, een goede gezondheid en voldoende gelegenheid tot het volgen van onderwijs/opleidingen. Daarnaast ligt de focus op kwetsbare inwoners waarvoor vangnetvoorzieningen nodig zijn om (tijdelijk) ondersteuning te bieden als de sociale basis niet voldoende is om mee te kunnen doen. In het Welzijnsplan is ten aanzien van deze beleidsterreinen opgenomen waarop de komende jaren de inzet is gericht. Voor een aantal onderwerpen sluiten we daarbij aan bij hetgeen over deze onderwerpen al in specifieke beleidsdocumenten is of nog wordt vastgelegd. Zo zijn in 2024 het Uitvoeringsprogramma Woonzorgvisie, de Inclusieagenda 2024/2025, het Accommodatiebeleid, het Gezondheidsbeleid, het integraal huisvestingsplan onderwijs en de kadernota Geldzorgen vastgesteld.

In 2026 geven we uitvoering aan het in deze documenten vastgestelde beleid. Daarnaast evalueren we het huidige Welzijnsplan en starten we met de voorbereiding van een nieuw welzijnsplan voor de periode 2027­ 2030. Subsidieprogramma Een belangrijk middel dat de gemeente heeft om beleidsdoelen te realiseren zijn subsidies. Aan het Wel­ zijnsplan is ook het Subsidieprogramma gekoppeld. In 2023 heeft het college het nieuwe Subsidiepro­ gramma 2024 tot en met 2027 vastgesteld. In dit programma zijn de (vrijwillige) organisaties opgenomen die van gemeentewege voor deze jaren subsidie ontvangen. In 2026 wordt dit subsidieprogramma onge­ wijzigd doorgezet. Vrijwilligers Na een forse daling in de coronaperiode is het aantal inwoners dat zich vrijwillig inzet weer zo goed als terug op het oude niveau. De website Eerselvoorelkaar wordt door steeds meer organisaties en inwoners 18

gebruikt als een (extra) manier voor het vinden van vrijwilligers, passende hulp, een maatje en het vinden van vrijwilligerswerk. Ook in 2026 blijven we inwoners stimuleren om zich in te zetten voor een vrijwilligersorganisatie of iemand in de omgeving. Vrijwilligersorganisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het vinden, binden, ondersteunen en boeien van hun vrijwilligers. Wij zien het als onze taak hen hierin zo goed mogelijk te ondersteunen. Het steunpunt vrijwilligerswerk Eerselvoorelkaar speelt hierin een centrale rol. Naast ondersteuning bij het matchen van vraag en aanbod van vrijwilligerswerk (onder andere via Eerselvoorelkaar.nl), bieden we voorzieningen als de collectieve vrijwilligersverzekering en collectieve evenementenverzekering en subsidie voor scholing van vrijwilligers, waardering van vrijwillige inzet en ondersteuning van vrijwilligersorganisaties bij hun vrijwilligersbeleid. We zetten ons, waar mogelijk samen met onze collega's in de Kempen, in voor het organiseren van informatiebijeenkomsten over thema's die bestuurders van vrijwilligersorganisaties tegenkomen. Thema's die in 2026 extra aandacht krijgen bij de uitvoering van ons vrijwilligersbeleid en de actualisatie hiervan zijn onder andere de groeiende vraag naar individuele hulp en maatjes. Dit zijn vragen die ook relateren aan thema's als eenzaamheid, mantelzorgondersteuning en vergrijzing.

Ook met de groeiende vraag naar flexibel vrijwilligerswerk door vrijwilligers en de gevolgen hiervan voor vrijwilligersorganisaties die van oudsher meer traditioneel zijn ingericht en het thema bedrijfsvrijwilligers in de Kempen gaan we in 2026 verder aan de slag. Jeugdhulp Het huidige Meerjarenbeleidskader jeugdhulp de Kempen loopt tot 2026. Begin 2024 is door het college een procesvoorstel vastgelegd waarin de stappen zijn opgenomen om te komen tot een nieuw beleidskader voor de periode 2026 tot en met 2029. Het huidige beleidskader is inmiddels geëvalueerd. Er heeft externe consultatie plaatsgevonden waarbij jongeren, ouders en samenwerkingspartners zoals jeugdhulpaanbieders, onderwijs, kinderopvang en GGD bevraagd zijn. Ook de gemeenteraden van de Kempengemeenten en de adviesraden sociaal domein zijn geconsulteerd en momenteel wordt alle input verwerkt in het concept Meerjarenbeleidskader Jeugd. Vervolgens is het de bedoeling dat in het laatste kwartaal 2025 de gemeen­ teraden het nieuwe meerjarenbeleidskader jeugdhulp voor de jaren 2026 tot en met 2029 gaan vaststellen. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Beschermd wonen In het kader van de Wmo bieden gemeenten inwoners de voorziening ‘beschermd wonen’ aan. Het doel van beschermd wonen is om mensen met een psychische kwetsbaarheid zoveel mogelijk in de eigen omgeving te begeleiden en ondersteunen.

De inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid voor de uitvoering van beschermd wonen als onderdeel van de Wmo ligt nu nog bij de centrumgemeenten. Bedoeling was dat deze verantwoordelijkheid en de financiële middelen vanaf 2023 fasegewijs overgehe­ veld zou worden van de centrumgemeente naar alle gemeenten. Echter de verantwoordelijk staatssecre­ taris heeft geconcludeerd dat de invoering van het woonplaatsbeginsel en het daarmee samenhangende nieuwe verdeelmodel beschermd wonen niet haalbaar zijn. Dit betekent dat de beoogde ingangsdatum van de doordecentralisatie beschermd wonen tot nader order is uitgesteld. Tot hierover meer bekend is, houden we vast aan de ambities en uitgangspunten van de ‘Regiovisie Doordecentralisatie Beschermd Wonen 2022-2026’. Deze gaat uit van een ontwikkeling van beschermd wonen naar beschermd thuis. Hoewel de formele looptijd van de visie tot 2026 is vastgesteld, hebben gemeenten gezamenlijk besloten om de inge­ zette koers en samenwerkingsafspraken voort te zetten. Abonnementstarief Het abonnementstarief in de Wmo is een vaste eigen bijdrage van C21 per maand voor hulp en onder­ steuning. Er zijn plannen om dit tarief vanaf 2027 te vervangen door een inkomensafhankelijke bijdrage. Maar het voorstel is voorlopig controversieel verklaard, waardoor het onzeker is of de inkomensafhanke­ lijke bijdrage in 2027 daadwerkelijk wordt ingevoerd.

Het huidige tarief blijft dus voorlopig gelden. Gezondheid In 2024 is de nota gezondheid 2024-2026 vastgesteld. Het gezondheidsbeleid loopt af in 2026. Dit betekent dat er volgend jaar evaluatie en een voorbereiding op een nieuwe kadernota plaatsvindt. Onder dit gezond­ heidsbeleid valt het landelijk programma Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integrale Zorgakkoord (IZA). Aanvankelijk zou GALA na 2026 aflopen, waardoor gemeenten geen extra middelen meer zouden ontvangen voor gezondheidspreventie. Echter is nu bekend dat het kabiet heeft besloten om de ingezette beweging te verbreden, concretiseren, en te versnellen via het nieuwe Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Dit betekent dat de eerder verwachte stopzetting van de GALA-middelen na 2026 wordt opgevangen via het AZWA. Bovendien maakt de komst van het AZWA het mogelijk om de eerder gestopte ketenaanpakken in de gemeente Eersel te hervatten. Met ingang van 2026 worden de GALAmiddelen structureel opgenomen in de begroting. Dit gebeurt budgetneutraal, doordat de rijksbijdrage toe­ neemt. 19

Dorpsparticipatie In 2026 loopt de junior editie van project Krachtige Kernen door bij de deelnemende basisscholen. Net voor de zomervakantie zullen de initiatieven die de leerlingen bedacht en gerealiseerd hebben, gepresenteerd worden in de Muzenval. Voor deze bijeenkomst worden ook de gemeenteraadsleden uitgenodigd. Ook blijft het in 2026 mogelijk om initiatieven in te brengen via het participatieprogramma. De medewerker Dorpsparticipatie zal samen met de initiatiefnemers bezien wat nodig is om het initiatief te verwezenlijken.

Toelichting op exploitatiekosten 2026 Dorpsondersteuner Steensel Eind 2022 is besloten om op basis van het Visieplan Welzijn wonen en zorg Steensel voor de pilotduur van twee jaar onder meer een dorpsondersteuner voor 20 uur per week in te zetten in Steensel. De dorpsondersteuner is per 1 mei 2023 gestart. Medio 2024 heeft een tussentijdse evaluatie plaatsgevon­ den en besloten is om de pilot nogmaals met twee jaar (van 1 mei 2025 tot 1 mei 2027) voor 20 uur per week voort te zetten. De dorpsondersteuners Vessem en Steensel zouden ervoor kunnen zorgen dat het aantal WMO aanvragen in de toekomst omlaag gaat. Om die reden is een besparing opgenomen op het budget WMO te grote van de totale kosten van de dorpsondersteuners Vessem en Steensel samen.

Wat mag het kosten? Hieronder worden de afwijkingen toegelicht in de exploitatiekosten ten opzichte van de begroting 2025 van boven de C 25.000.

Exploitatie (bedragen in ś)

Exploitatie 2026

Dekking uit exploitatie

Dorpsondersteuner Knegsel

Dekking uit reserves, voorzieningen en/of overige 26.000 0

Totaal Exploitatie

26.000

0

26.000

26.000

Dorpsondersteuner Knegsel De Dorpsraad Knegsel maakt op dit moment nog geen gebruik van een dorpsondersteuner, maar wil daar wel graag mee gaan starten. Voorgesteld is om ook voor Knegsel een budget voor 8 uur dorpson­ dersteuner beschikbaar te stellen. Exploitatie Het programma bestaat uit de volgende productgroepen: 1. Vrijwilligers; 2. Voorzieningen jeugd en jongeren; 3. Ouderen, chronisch zieken en gehandicapten; 4. Sociaal cultureel werk; 5. Volksgezondheid.

20

Programma: Maatschappelijke dienstverlening en gezondheid Productgroep (bedragen in C)

Rekening 2024

Begroting

Begroting 2026 - 2029

2025

2026

2027

2028

2029

LASTEN Vrjw illigers

19.591

23.480

24.550

24.550

24.550

24.550

Voorzien, jeugd en jongeren

3.441 404

3.360.656

3.386.820

3.386820

3.386.820

3.386.820

Oud., chron.zieken en gehand

5.714 587

5.680 930

5.702.948

5.728.388

5.724 644

5.702948

732.102

749.013

842.086

842086

842 086

842 086

Volksgezondheid

1.072.521

1.203 898

1 151.572

1.035.603

1.059 407

1.083.821

Totaal lasten (excl. kapitaallasten ä apparaatskosten)

10.980.204

11.017.977

11.107.976

11.017.447

11.037.507

11.040.225

Sociaal cultureel w erk

BATEN Vrjw illigers

108

0

0

0

0

0

Voorzien, jeugd en jongeren

116.899

0

110.539

110.539

110.539

110.539

Oud., chron.zieken en gehand

166 423

146.360

146.360

341.360

341.360

341.360 124 788

Sociaal cultureel w erk

123.899

98.263

124 788

124 788

124.788

Volksgezondheid

232.815

187.034

139.180

0

0

0

Totaal baten (excl. beschikking reserve i.v.m. kapitaallasten)

640.143

431.657

520.867

576.687

576.687

576.687

-10.340.062

-10.586.320

-10.587.109

-10.440.760

-10.460.820

-10.463.538

2.545.603

3.016.040

3.772.434

3.772.434

3.772.434

3.772.434

Saldo (baten - lasten) OVERIGE LA STEN Apparaatskosten Kapitaallasten Totaal overige lasten

317.753

468 487

386.254

386.254

386.254

386.254

2.863.356

3.484.527

4.158.688

4.158.688

4.158.688

4.158.688

69.003

85.000

220.834

220.834

220.834

220.834

BATEN Beschikking reserve i.v.m kapitaallasten Totaal overige baten Saldo programm a (baten - lasten)

69.003

85.000

220.834

220.834

220.834

220.834

-13.134.415

-13.985.847

-14.524.963

-14.378.614

-14.398.674

-14.401.392

De onderstaande analyse van de belangrijkste financiële afwijkingen 2026 ten opzichte van 2025 gaat over de kosten exclusief apparaatskosten, kapitaallasten en onttrekkingen aan de reserves (voor zover deze een directe relatie hebben met de kapitaallasten/afschrijvingen). Vrijwilligers Binnen deze productgroep zijn geen significante afwijkingen. Voorzieningen jeugd en jongeren Binnen deze productgroep is sprake van een afwijking van ongeveer C 84.000 positief ten opzichte van de begroting 2025. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er in de eerste bestuursrapportage 2025 een bijstelling is doorgevoerd waarbij de lasten voor jeugdzorg in 2026 met C 70.000 dalen. Ouderen, chronisch zieken en gehandicapten Binnen deze productgroep zijn geen significante afwijkingen. Sociaal cultureel werk Binnen deze productgroep is sprake van een afwijking van ongeveer C 66.000 negatief ten opzichte van de begroting 2025. Dit verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere storting in de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen voor de gemeenschapshuizen. Volksgezondheid Binnen deze productgroep zijn geen significante afwijkingen.

21

Beleidsdocumenten Welzijnsplan gemeente Eersel 2023 tot en met 2026 Accommodatiebeleid gemeente Eersel, 2024 Nota Gezondheid 2024 - 2026 Meerjaren Beleidskader Jeugdhulp de Kempen 2020 - 2023 (verlengd 2024 en 2025) Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Eersel 2024 Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Eersel 2024 Regiovisie Doordecentralisatie Beschermd Wonen 2022-2026 Participatieprogramma ‘Dorpen maken het verschil’ Inclusieagenda

22

2. Onderwijs Door het uitvoeren van de activiteiten in dit programma willen we het volgende maatschappelijke effect realiseren: “Als gemeente de mogelijkheid scheppen om onderwijs te volgen in gebouwen die aan de minimale eisen van wet- en regelgeving voldoen en in nabijheid van de woonomgeving”.

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ONDERWIJS Z LEERPLICHT Indicator 12. Absoluut verzuim (verplicht) Aantal per 1.000 leerlingen (bij absoluut verzuim is een leerling niet ingeschreven op school)

Realisatie Schooljaar 2023-2024 *1 Eersel: 14,3 *2 Gemeente < 25.000 inwoners: 8,5

Norm Norm: < het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 inwoners

Schooljaar 2022-2023 Eersel: 5,8 Gemeente < 25.000 inwoners: 6,1 *1 De verzuimcijfers worden altijd per schooljaar verzameld. De verzuimcijfers voor schooljaar 2024-2025 zijn pas medio 2026 bekend. *2 Absoluut verzuim is verhoogd, omdat nieuwkomers niet binnen de wettelijke termijn van vier weken bij een school staan ingeschreven, omdat het inschrijfproces meer tijd vraagt. (zie RIB ID510 Regionaal jaarverslag leeplicht)

Wat gaan we daarvoor doen? De leerplichtambtenaar controleert intensief of leerplichtigen ingeschreven staan op een school. Daar­ naast zet de leerplichtambtenaar samen met het Doorstroompunt voor voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) in op afspraken tussen het voortgezet onderwijs (VO) en MBO ter voorkoming van absoluut verzuim. Indicator Realisatie Norm 13. Relatief verzuim Schooljaar 2023-2024* Norm: < het gemiddelde (verplicht) Eersel: 11 van gemeenten tot 25.000 Gemeenten < 25.000 inwoners: 21 inwoners Aantal per 1.000 leerlingen (bij relatief verzuim is een leerling Schooljaar 2022-2023 ongeoorloofd afwezig) Eersel: 7 Gemeenten < 25.000 inwoners: 21 * De verzuimcijfers worden altijd per schooljaar verzameld. De verzuimcijfers voor schooljaar 2024-2025 zijn pas medio 2026 bekend.

Wat gaan we daarvoor doen? De leerplichtambtenaar beperkt verzuim zoveel mogelijk door: een goede leerplichtadministratie; intensieve contacten met scholen, leerlingen/ouders, (keten)partners; regionale samenwerking. Indicator Realisatie Norm 14. Voortijdige schoolverlaters Schooljaar 2023-2024* Norm: < het gemiddelde van gemeenten tot 25.000 zonder startkwalificatie (vsv’ers) Eersel: 19/0 (verplicht) Gemeenten < 25.000 inwoners: 1,8/ inwoners % deelnemers aan het VO en MBO onderwijs

Schooljaar 2022-2023 Eersel: 1,6/ Gemeenten < 25.000 inwoners: 1,9/ * De verzuimcijfers worden altijd per schooljaar verzameld. De verzuimcijfers voor schooljaar 2024-2025 zijn pas medio 2026 bekend.

23

Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Wat gaan we daarvoor doen? De leerplichtambtenaar en het Doorstroompunt voeren wettelijke taken uit om de voortijdig schoolverlaters in kaart te brengen, te volgen en te begeleiden naar school, werk, een combinatie van beiden of hulpverlening. Het Doorstroompunt werkt daarvoor samen met 21 gemeenten in de regio.

Toelichtingen op ontwikkelingen/speerpunten 2026 Onderwijshuisvesting van primair, voortgezet en speciaal onderwijs Op 2 juli 2024 heeft de gemeenteraad het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2024 - 2038 vastgesteld. Uitvoering vindt plaats conform de in dit IHP opgenomen planning met uitzondering van het nieuwe schoolgebouw en gymzaal. Een aantal voorzieningen zijn al eerder gestart en lopen door in 2026: Meester Gijbels: uitbreiding is in 2025 opgeschort vanwege de aanwezigheid van vleermuizen. In 2026 wordt de uitbreiding gerealiseerd. Rythovius College: maakt onderdeel uit van de Bestuursopdracht Combinatiekansen. Begin 2026 wordt hierover een voorstel ter besluitvorming aangeboden en conform besluitvorming zal uitvoering plaatsvinden. Sinte Lucij: vooronderzoeken voor realisatie in de tweede termijn van het IHP zijn in 2025 gestart en lopen door in 2026. Een aantal voorzieningen worden in 2026 opgepakt: Tijdelijke huisvesting KindCentrum Eersel: voorbereiding zijn al getroffen in 2025 en in 2026 wordt deze tijdelijke uitbreiding gerealiseerd. Nieuw schoolgebouw en gymzaal kern Eersel: in 2025 zijn de eerste verkenningen ten behoeve van het nieuwe schoolgebouw al gestart en in 2026 kan met het voorbereidingskrediet ten behoeve van de vooronderzoeken dit verder uitgewerkt worden.

De realisatie van Stokkelsche Akker vindt later plaats dan waarmee bij de totstandkoming van het IHP rekening is gehouden. Mogelijk landt het nieuwe schoolgebouw in die wijk en dat betekent dat de realisatie van het schoolgebouw ook later plaatsvindt dan gepland. Dit betekent dat de investering daarvoor met minimaal één jaar opschuift maar ook dat de tijdelijke huisvesting bij ’t Busseltje en KindCentrum Eersel langer blijft staan. Sint Jan: voorbereidingskrediet ten behoeve van vooronderzoeken voor realisatie in de tweede termijn van het IHP. In het IHP is tevens opgenomen dat we de leerlingenprognoses jaarlijks herijken. Significante afwijkingen kunnen aanleiding vormen voor actualisatie van het IHP. DigiTaalhuis We streven naar een inclusieve samenleving waarbij iedereen mee kan doen. We willen de basisvaardig­ heden van onze inwoners versterken om hun zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie en door­ stroom naar werk of kans op behoud van werk te vergroten. Een gedegen en integrale regionale aanpak van laaggeletterdheid versterkt de sociale basis en draagt bij aan het tegengaan van een tweedeling in de maatschappij. Laaggeletterdheid is een probleem dat een consistente aanpak en een lange adem vergt.

Het DigiTaalhuis is een samenwerkingsverband van lokale organisaties die in opdracht van en samen met de gemeente werkt aan een integrale aanpak van laaggeletterdheid en andere basisvaardigheden. Vanaf 2024 is de regisseursrol voor wat betreft de aanpak van laaggeletterdheid bij elke gemeente komen te liggen. In lijn met de andere Kempengemeenten voert het DigiTaalhuis voor de gemeente Eersel taken uit op het gebied van het zoeken en bereiken van laaggeletterde inwoners. Het DigiTaalhuis wil met behulp van de werkgeversaanpak via lokale bedrijven de basisvaardigheden van de werknemers van deze bedrij­ ven versterken door het aanbieden van diverse scholingstrajecten op het gebied van de basisvaardigheden lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. Volwasseneneducatie De contactgemeenten ontvangen via de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) budget voor de (regio­ nale) aanpak van volwasseneneducatie en laaggeletterdheid. De gemeente Eindhoven is de contactgemeente voor onze regio en vervult een centrale rol als regisseur. Het nieuwe REP (Regionaal Educatief Programma) 2026-2029 wordt op dit moment geschreven en bevat de plannen en ambities voor de ko­ mende 4 jaren op het gebied van basisvaardigheden binnen de 14 regiogemeentes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=1d46d439-3663-4421-b7bd-3c3d59731199