[25.05736] Rapport Berenschot Optimalisering uitvoering KempenPlus d.d. 21 maart 2025
Tekst van het document
4.4
Totaalbeeld
De inzet van LKS als percentage van de omvang van het doelgroepregister en het aantal bijstandsuitkeringen ten opzichte van de referentiegemeenten zijn belangrijke indicatoren. Echter, het aantal mensen dat afhankelijk is van de bijstand en de inzet van loonkostensubsidies moet in onderlinge samenhang worden bezien. Dat is nodig om een oordeel te geven over de hoogte van de bijstandsafhankelijkheid en de inzet van loonkostensubsidies. Er kunnen bijvoorbeeld relatief veel loonkostensubsidies worden verstrekt, wat positief is in de zin dat er veel mensen met een lage loonwaarde aan het werk worden geholpen. Maar als er tegelijkertijd sprake is van een hoge bijstandsafhankelijkheid is dat mogelijk een indicatie dat er nog veel mensen die kunnen werken waaronder mogelijk mensen met een verminderde loonwaarde -in de bijstand zitten. Als er sprake is van een lage bijstandsafhankelijkheid - wat positief is, omdat dat er mogelijk op wijst dat veel mensen aan het werk zijn geholpen - en tegelijkertijd het aantal loonkostensubsidies laag is, wijst dat er mogelijk op dat er toch nog mensen in de bijstand zitten die mogelijk met de inzet van LKS aan het werk kunnen worden geholpen. We merken hierbij op dat het aantal loonkostensubsidies geen doel op zich is. Het gaat erom dat mensen met een LKS aan de slag worden geholpen die anders niet aan het werk waren gegaan.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
25/47
Om de prestaties voor de bijstandsafhankelijkheid en de ondersteuning met loonkostensubsidies in beeld te brengen, kijken we gelijktijdig naar vijf verschillende factoren. De bijstandsafhankelijkheid onderzoeken we aan de hand van de bijstandsdichtheid, de meerjarige ontwikkeling van de bijstandsdichtheid en het BUIG-saldo. De inzet van loonkostensubsidies bekijken we aan de hand van het aantal loonkostensubsidies en het aantal beschutte werkplekken. Deze factoren en de uitkomsten per factor staan voor de Kempengemeenten in de volgende grafieken. Op de vijf assen van de grafieken hierna staat een schaal van 0 tot 10070. 07o staat voor een slechte score en 1007o staat voor een goede score. De scores zijn bepaald door landelijk alle gemeenten op volgorde te zetten van de slechtst presterende naar de best presterende gemeente en het volgnummer te delen door het volgnummer van de laatste gemeente in de rij. We lichten de factoren als volgt toe: ^
De bijstandsdichtheid ten opzichte van de referentiegemeenten. De gemeenten staan op volgorde van de bijstandsdichtheid minus de gemiddelde bijstandsdichtheid van de referentiegemeenten. Hiervoor gaven wij al aan hoe de referentiegemeenten geselecteerd worden. Op de eerste plaats staat de gemeente met het laagste verschil en de gemeente met het hoogste verschil staat op de laatste plaats. Deze factor geeft aan of er sprake is van een relatief lage of hoge bijstandsdichtheid.
^
De ontwikkeling van de bijstandsdichtheid ten opzichte van de ontwikkeling van de bijstandsdichtheid in de referentiegemeenten. We werken met de index van de bijstandsdichtheid, waarbij de bijstandsdichtheid in 2011 op 1007o wordt gesteld. We trekken de index van de referentiegemeenten in 2024 af van de index in 2024 van de gemeente waarvoor wij de score bepalen. Op de eerste plaats staat de gemeente met het hoogste verschil en de gemeente met het laagste verschil staat op de laatste plaats. Deze factor geeft aan of sprake is geweest van een sterke of een minder sterke daling van de bijstandsdichtheid over de periode 2011-2023.
^
Het saldo op het BUIG-budget als percentage van het beschikbare BUIG-budget. We plaatsen de gemeenten op volgorde van het procentuele BUIG-saldo, waarbij de gemeente met het laagste negatieve saldo op de eerste plaats staat en de gemeente met het hoogste positieve saldo op de laatste plaats. Het BUIG-saldo is een belangrijke indicator, omdat het een weerslag vormt van de bijstandsafhankelijkheid. Bij een negatief saldo zijn er relatief veel mensen afhankelijk van een bijstandsuitkering en/of worden relatief hoge uitkeringen betaald. Bij een positief saldo geldt het omgekeerde.
•
Het aantal loonkostensubsidies dat verstrekt is als percentage van het aantal mensen dat staat ingeschreven in het doelroepregister: de loonkostensubsidie-quote. Op de eerste plaats staat de gemeente met de laagste LKS-quote. Op de laatste plaats staat de gemeente met de hoogste LKS-quote.
^
Het aantal beschutte werkplekken dat gerealiseerd is als percentage van de taakstelling: de Beschut-Werk-quote. Op de eerste plaats staat de gemeente met de laagste Beschut-Werkquote. Deze gemeente krijgt in de grafiek de score 07o. Op de laatste plaats staat de gemeente met de hoogste Beschut-Werk-quote. Deze gemeente krijgt de score 1007.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
26/47
Figuur: de vijf factoren en de uitkomsten per factor voor Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden.
Naarmate het oppervlak binnen de blauwe lijnen groter is, liggen de prestaties van de gemeenten op een hoger niveau. De grafieken bevestigen het beeld dat we eerder lieten zien. Per gemeente ziet het beeld er als volgt uit. ^
Voor Bergeijk geldt dat de bijstandsafhankelijkheid ten opzichte van de referentiegemeenten op gemiddeld niveau zit (rond de 500Zo). De bijstandsafhankelijkheid is in vergelijking met de referentiegemeenten in de afgelopen jaren relatief sterk gedaald. Verder zien we een bovengemiddelde score ^ 50oZo) op het BUIG-budget. Er worden relatief veel loonkostensubsidies ingezet en voor wat betreft de inzet van beschut werk, zit Bergeijk bij de 250Zo best presterende gemeenten in Nederland.
^
Voor Bladel geld voor wat betreft de inzet van LKS en het BUIG-saldo een vergelijkbaar beeld. Voor de bijstandsafhankelijkheid, de ontwikkeling van de bijstandsafhankelijkheid en beschut werk, is de score iets lager dan in Bergeijk. De scores zitten voor Bladel dichterbij de landelijke gemiddelden.
^
Voor Eersel geldt dat de bijstandsdichtheid en de ontwikkeling van de bijstandsdichtheid ook rond het gemiddelde zitten. Op de andere indicatoren zit Eersel bij de 25Z best presterende gemeenten in Nederland.
^
In Reusel-De Mierden zien we dat de scores allemaal ruim boven het gemiddelde zitten. Met name op de LKS-quote, de beschut-werk-quote en de ontwikkeling van de bijstandsdichtheid scoort Reusel-De Mierden goed. Maar, voor wat betreft de bijstandsdichtheid en het BUIG-saldo zit de score ook ruim boven het gemiddelde ^ 50Z).
Kortom, op alle kpi's scoren De Kempen relatief goed. In Bladel is de beschut-werk-quote bovengemiddeld, maar deze blijft wat achter bij de quote voor de andere drie Kempengemeenten. De bijstandsafhankelijkheid ten opzichte van de referentiegemeenten zit op gemiddeld niveau. Het BUIG-saldo zit gemiddeld net boven het gemiddelde niveau.
4.5
Conclusies
Op basis van onze analyse trekken we de volgende conclusies.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
^
27/47
Aantal mensen in de bijstand: KempenPlus presteert gemiddeld beter dan vergelijkbare gemeenten als we kijken naar de ontwikkeling van de bijstandsafhankelijkheid en naar het saldo op het BUIG-budget. Voor wat betreft de totale bijstandsafhankelijkheid ten opzichte van de referentiegemeenten zitten De Kempen op gemiddeld niveau.
^
Het aantal Wsw-ers is relatief hoog. Dat is historisch bepaald. De groep Wsw-ers zal elk jaar verder krimpen, omdat de toegang met de invoering van de Participatiewet is gesloten. Dat aantal kan nauwelijks of niet door beleid worden beïnvloed.
•
De Kempen presteren relatief goed bij het inzetten van beschut werk. De aantallen zitten gemiddeld (ruim) boven de taakstelling.
^
De inzet van LKS is relatief hoog. Er worden veel mensen met een arbeidsbeperking aan het werk geholpen met een loonkostensubsidie. Dat is positief. De verwachting is dat een deel van deze groep, conform de doelstellingen van de Participatiewet, ook bij reguliere werkgevers aan het werk geholpen had kunnen worden.
^
Meer dan de helft van deze groep heeft een dienstbetrekking in het sociaal ontwikkelbedrijf. Landelijk is dat - afgaand op de sectorinformatie Cedris - circa 1070. De verschillen tussen gemeenten zijn echter groot. In sommige gemeenten krijgen gemeenten zonder indicatie beschut werk nooit een dienstbetrekking bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Terwijl in andere regio's iedereen een baan krijgt die niet regulier aan het werk geholpen kan worden. Dat, omdat werk altijd boven inkomen gaat.
^
De algemene conclusie is dat het beeld van de bijstandsafhankelijkheid relatief gunstig is. Dat uit zich in een forse daling van de bijstandsafhankelijkheid in de afgelopen jaren en positieve saldi op het BUIG-budget. Ook worden relatief veel mensen met een arbeidsbeperking aan het werk geholpen. Een relatief groot deel is echter wel aan het werk in het sociaal ontwikkelbedrijf.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
28/47
HOOFDSTUK 5
Financiën en doelmatigheid In dit hoofdstuk staan de financiën en de doelmatigheid van KempenPlus centraal. We analyseren hoe de kosten van KempenPlus zich verhouden tot landelijke benchmarks en onderzoeken het BUIGsaldo. Vervolgens bespreken we de verwachte ontwikkelingen in kosten en gemeentebudgetten en hoe deze in de toekomst tot elkaar verhouden. Tot slot biedt dit hoofdstuk mogelijke handelingsperspectieven om de financiële prestaties verder te optimaliseren, met oog voor de balans tussen doelmatigheid en maatschappelijke waarde.
5.1
Financiële benchmark
We hebben de bijdragen die de gemeenten aan KempenPlus betalen en de kosten van KempenPlus vergeleken met landelijke gemiddelden.
5.1.1
BUIG-saldo
Gemeenten ontvangen een budget voor de bijstand van de rijksoverheid. De rijksoverheid prikkelt gemeenten via het bijstandsbudget om te sturen op een zo laag mogelijke bijstandsafhankelijkheid. Als gemeenten het goed doen, zijn er weinig mensen afhankelijk van een bijstandsuitkering en bespaart de gemeente geld. Als gemeenten geen goed beleid hebben gericht op een zo laag mogelijke bijstandsafhankelijkheid, hebben ze een tekort op het bijstandsbudget en is sprake van een tekort. De Kempengemeenten hebben tussen de 15.000 en 40.000 inwoners. Dat betekent dat het budget deels historisch en deels op basis van objectieve factoren wordt bepaald. Bij objectieve factoren moet je denken aan het aantal alleenstaande ouders, het aantal mensen met een migratieachtergrond en de regionale werkgelegenheid. Voor wat betreft het historisch deel wordt het budget in geval van besparingen met een vertraging van twee jaar, via het gemeentelijk aandeel neerwaarts bijgesteld. Voor wat betreft het objectief wordt het budget niet neerwaarts bijgesteld. Met andere woorden, lagere bijstandsuitgaven leiden voor de gemeente altijd tot besparingen. In 2023 waren de totale besparingen op het bijstandsbudget gelijk aan C380K. In de bijlage brengen we het verloop van het saldo voor alle individuele gemeenten in beeld. De betaling van bijstandsuitkeringen gaat buiten de begroting van KempenPlus om.
5.1.2
Kosten van KempenPlus
We hebben een benchmark uitgevoerd van de kosten van KempenPlus, anders dan de uitgaven ten laste van het BUIG-budget.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
Benchmark totaal
Realisatie Totaal
Verschil Totaal
Ê 4.042.627
Ê 3.640.747
-Ê 401.880
Begeleid werken Wsw
C625.000
C 625.000
C0
Netto operationele kosten Wsw DB
C 734.231
C 961.017
C 226.786
Netto operationele kosten NBW DB
C 155.509
C 104.973
-C 50.536
C 3.246
C 303.764
C 300.518
Totaal uitvoering en re-integratie
Netto operationele kosten BA DB Loonkosten Wsw DB
C 11.635.034
C 11.002.709
-C 632.325
Loonkosten NBW-DB incl LKS
C 373.275
C 500.105
C 126.830
Loonkosten BA-DB incl LKS
C 1.384.115
C 1.555.993
C 171.878
Totaal werkbedrijf
Ê 14.910.411
Ê 15.053.562
Ê 143.151
Totale kosten KempenPlus 2023
Ê 18.953.038
Ê 18.694.309
Beschikbare rijksmiddelen in 2023
C 17.488.361
Gemeentelijke bijdrage 2023
C 20.535.279
29/47
Op basis van het bovenstaande overzicht trekken wij de volgende conclusies: ^
De Kosten van de uitvoering en re-integratie zijn 400K lager dan de benchmark. We vergelijken de kosten met de kostenprijzen waarmee door de rijksoverheid rekening wordt gehouden bij de bepaling van het gemeentefonds. Deze kostprijzen zijn op basis van onderzoek bij andere bedrijven vastgesteld en kunnen dus worden gezien als landelijk gemiddelde kosten. Bij de uitvoering en re-integratie gaat het om de uitvoeringskosten van de bijstand en de loonkostensubsidie, de kosten om mensen te ontwikkelen en aan het werk te krijgen en om mensen te begeleiden die bij reguliere werkgevers aan het werk zijn met een loonkostensubsidie.
^
De totale kosten van het werkbedrijf (de onderdelen van KempenPlus waar mensen met een arbeidsbeperking in dienst zijn, zoals Groen, Schoonmaak, Verpakken en Montage) zijn 143K hoger dan de benchmark. Het verschil wordt vooral verklaard doordat de bedrijfskosten en/of de netto toegevoegde waarde hoger respectievelijk lager zijn dan landelijk gemiddeld. Het totale verschil is circa C775K. Daar staat een positief verschil tegenover van C632K bij de Wswloonkosten. De Wsw-loonkosten zijn lager dan gemiddeld. Dat is historisch bepaald. In het verleden zorgde WVK voor een beheerste loonkostenontwikkeling van de Wsw-ers.
^
In totaal waren de netto kosten van KempenPlus in 2023 C18,7 mln. De kosten in de benchmark zijn gelijk C19,0 mln. Dat betekent dat de totale netto kosten van KempenPlus in 2023 C0,3mln lager waren dan in de benchmark.
^
Van deze kosten worden onder andere de salarissen betaald van de reguliere medewerkers. Er zijn in totaal 115 fte Reguliere medewerkers waarvan 29 fte overhead = 2570. Dat is conform de benchmark (niet zichtbaar in bovenstaande tabel).
^
In totaal bedroeg de gemeentelijke bijdrage in 2023 C20,5 mln. Dat was C2,2 mln hoger dan de werkelijke kosten die in 2023 gemaakt zijn. Het verschil krijgen de gemeenten in principe teruggestort.
^
De rijksvergoeding in het gemeentefonds voor de taken die KempenPlus uitvoert bedroeg in 2023 C17,5 mln. Met andere woorden, de gemeenten ontvingen in 2023 C1,1 mln minder dan zij nodig hadden om de kosten van KempenPlus te financieren.
5.2
Verwachte kosten en gemeentebudgetten vanuit het Rijk
Hiervoor zagen we dat de totale netto kosten van KempenPlus onder het niveau van de benchmark liggen. De uitvoering van KempenPus is gemiddeld dus (iets) goedkoper dan landelijk gemiddeld. Echter, we zagen ook dat de kosten van zowel het landelijk gemiddelde als van de Kempengemeenten hoger zijn dan de middelen die gemeenten ontvangen van de rijksoverheid. Met andere woorden, gemeenten moeten dus elders financiële dekking vinden om de totale kosten van de uitvoering van de Participatiewet te financieren. Eerder zagen we al dat de
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
30/47
Kempengemeenten in 2023 C380K bespaarden op het bijstandsbudget. Maar, ook als hiermee rekening wordt gehouden zijn de rijksmiddelen onvoldoende ter dekking van de volledige uitvoeringskosten. In deze paragraaf gaan we na hoe de rijksmiddelen zich de komende jaren gaan verhouden tot de verwachte kosten van KempenPlus. Daartoe gaan we ervan uit dat de kostprijzen in de komende jaren gelijk blijven aan de kostprijzen in 2023. Per eenheid gaan de kosten in reële termen dus niet omhoog. Ook gaan we ervan uit dat de rijksfinanciering in de komende jaren gelijk blijft9. De uitkomst van onze analyse staat in de volgende grafiek. Deze bedragen passen bij de aantallen die we meerjarig berekenden in het vorige hoofdstuk.
Hieruit blijkt dat de verwachte kosten omlaag gaan van 18,6 mln in 2023 naar 15,9 mln in 2029 en 10,8 mln structureel. Het verwachte rijksbudget - dat is opgenomen in het gemeentefonds - gaat omlaag van 17,5 mln in 2023 naar 16,5 mln in 2029 en 8,2 mln structureel. Hieruit trekken we de conclusie dat het tekort dat de Kempengemeenten in totaal hadden in 2023 omlaag gaat naar nul in 2026 en omslaat in een besparing van 0,2 mln in 2027 oplopend tot een besparing van 0,6 mln in 2029. Echter, op de langere termijn ontstaat weer een (fors) tekort van 2,6 mln in de structurele situatie vanaf 2048. Tussen 2029 en de structurele situatie (vanaf 2048) zit dus een omslagpunt. Omdat dat nog ver weg ligt in de tijd, gaan we hier in deze analyse niet verder op in. In de volgende grafieken analyseren we hoe het verschil in budget en uitgaven kan worden verklaard. Wat verklaart jaarlijks de hoogte van het budget en wat verklaart jaarlijks de hoogte van de kosten?
9 We weten echter dat de financiering van beschut werk gaat veranderen. Naar verwachting vanaf 2027 gaan de kosten van beschut werk meer verdeeld worden naar realisatie. Hoe de financiering eruit gaat zien is onbekend. We gaan er daarom in deze rapportage vanuit dat de financiering van beschut werk gelijk blijft aan de huidige financiering van beschut werk.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
31/47
Verwachte kosten bij gelijkblijvende kostprijzen (in prijzen van 2023)
B LKS-intern
min I
B Beschut-intern
6 20,0 e 18,0 18,0 6 16,0 6 14,0 6 12,0 6 10,0 6 8,0 6 6,0 6 4,0 6 0,0
C 18,6
6 18,0 ——
6 17,5 _____
c 17,1
e 165 6 16,5
f1K1 6 1EU
„1,Q 6 15,9
6 10,8
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Struct
6 1,4
6 1,6
6 1,8
6 1,9
6 2,1
6 2,2
6 2,3
6 4,1
6 0,5
6 0,6
6 0,6
6 0,7
6 0,7
6 0,8
6 0,8
6 1,4
6 13,0
6 12,2
6 11,3
6 10,6
6 9,7
6 9,0
6 8,5
6 0,0
1 Begeleiding
6 0,5
6 0,5
6 0,6
6 0,6
6 0,7
6 0,7
6 0,8
6 1,4
1 Re-integratie
6 1,2
6 1,1
6 1,1
6 1,1
6 1,1
6 1,2
6 1,2
6 1,2
B Uitvoering
6 2,0
6 2,0
6 2,0
6 2,1
6 2,1
6 2,2
6 2,3
6 2,7
Totaal
6 18,6
6 18,0
6 17,5
6 17,1
6 16,5
6 16,1
6 15,9
6 10,8
Wsw
Gemeentebudgetten vanuit het Rijk (indicatief, in prijzen van 2023) 6 20,0 6 18,0 6 16,0 6 14,0 6 12,0 6 10,0
6 8,0 6 6,0
6 4,0 6 2,0 6 0,0
6 17,5
6 17,8
6 17,2
6 17,0
6 16,7
6 16,5
6 16,5
iiiiiii
6 8,2
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Struct
B Impulsbudget
6 0,0
6 0,0
6 0,1
6 0,1
6 0,1
6 0,1
6 0,1
6 0,0
B LKS-intern
6 0,4
6 0,5
6 0,6
6 0,6
6 0,7
6 0,7
6 0,8
6 1,3
B Beschut-intern
6 0,5
6 0,5
6 0,6
6 0,6
6 0,7
6 0,7
6 0,8
6 1,4
6 12,8
6 12,9
6 12,0
6 11,6
6 11,0
6 10,5
6 10,2
6 0,0
B Begeleiding
6 0,3
6 0,4
6 0,4
6 0,4
6 0,5
6 0,5
6 0,5
6 0,9
1 Re-integratie
6 1,3
6 1,3
6 1,4
6 1,4
6 1,5
6 1,6
6 1,7
6 1,7
B Uitvoering
6 2,2
6 2,2
6 2,3
6 2,3
6 2,4
6 2,5
6 2,5
6 2,9
Totaal
6 17,5
6 17,8
6 17,2
6 17,0
6 16,7
6 16,5
6 16,5
6 8,2
Wsw
De volgende tabel laat op onderdelen het verschil zien tussen de kosten en de budgetten. 2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Struct
Uitvoering
6 0,2
6 0,2
6 0,2
6 0,2
6 0,2
6 0,2
6 0,2
6 0,3
Re-integratie
6 0,1
6 0,2
6 0,3
6 0,3
6 0,4
6 0,4
6 0,5
6 0,5
Begeleiding
-6 0,2
-6 0,2
-6 0,2
-6 0,2
-6 0,2
-6 0,2
-6 0,3
-6 0,4
Wsw
-6 0,2
6 0,7
6 0,7
6 1,0
6 1,3
6 1,5
6 1,7
6 0,0
Beschut-intern
6 0,0
6 0,0
6 0,0
6 0,0
6 0,0
6 0,0
6 0,0
-6 0,1
LKS-intern
-6 1,0
-6 1,1
-6 1,2
-6 1,3
-6 1,4
-6 1,5
-6 1,5
-6 2,8
Totaal
-e 1,1
-e 0,2
-e 0,3
e 0,0
e 0,2
e 0,4
e 0,6
-e 2,6
6 0,1
6 0,1
6 0,1
6 0,1
6 0,1
6 0,0
Impulsbudget
We leiden hieruit het volgende af: ^
We zien voor de volgende onderdelen dat het verschil in rijksbudget en kosten over de jaren
^
Voor de volgende onderdelen zien we relatief grote veranderingen:
heen beperkt of niet verandert: Uitvoering, re-integratie, begeleiding en beschut intern. -
Wsw: het verschil in de Wsw gaat omhoog van 0,2 mln negatief in 2023 naar 1,7 mln positief in 2029. Met andere woorden, als de kostprijzen van de Wsw (in reële termen) niet veranderen en de beschikbare rijksbudgetten niet neerwaarts worden bijgesteld ontstaat er een besparing op het Wsw-rijksbudget van 1,7 mln in 2029. Op de langere termijn gaat de besparing omlaag naar nul. Dat was te verwachten, omdat uiteindelijk, met de krimp van de Wsw, het Wsw-budget volledig verdwijnt.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
-
32/47
LKS-intern: We zien een oplopend tekort voor de groep LKS-ers zonder indicatie beschut werk, die in dienst zijn bij KempenPlus. Het tekort loopt op van 1,0 mln in 2023 naar 1,5 mln in 2029 en 2,8 mln structureel. We kunnen zeggen dat het tekort op dit onderdeel dat niet wordt gecompenseerd met rijksmiddelen - tot en met 2029 en enige jaren daarna wordt gecompenseerd met de verwachte besparing op de Wsw. Op de langere termijn echter, verdwijnt de Wsw en daarmee de besparing op de Wsw. Vanaf dat moment wordt het tekort niet meer gecompenseerd met besparingen vanuit de Wsw en moet de gemeente het tekort op LKS-intern financieren vanuit de eigen algemene middelen.
5.3
Mogelijke handelingsperspectieven
Gemeenten moeten zich afvragen hoe ze omgaan met dit beeld. Aan de ene kant helpt KempenPlus veel mensen aan het werk die anders waarschijnlijk (deels) in de uitkering zouden zitten. Dat leidt tot publieke waarde en er worden kosten bespaard buiten de begroting van KempenPlus om, zoals op het BUIG-budget, in de WMO en de jeugdzorg.
Het loont om te investeren in mensen met een arbeidsbeperking. Dat bleek uit een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) die Cedris en Divosa in 2024 hebben laten uitvoeren door Berenschot. Door landelijk 250 miljoen extra te investeren in het extra inzetten op de loonkostensubsidie, kunnen 40.000 mensen met een arbeidsbeperking extra aan de slag. Dat levert positieve resultaten op voor de maatschappij, de economie en de mensen zelf. In geld uitgedrukt, levert dat de samenleving 400 miljoen op, fors meer dan de investering.
Aan de andere kant worden er kosten gemaakt die naar verwachting de komende jaren nog gecompenseerd kunnen worden door verwachte besparingen op de Wsw, maar op de langere termijn, voorbij de meerjarenperiode, zal de besparing onvoldoende zijn om deze kosten te compenseren en zal er moeten worden bijgesprongen vanuit de algemene middelen van de gemeenten. ^
Minder of geen mensen - anders dan beschut werk - meer een dienstbetrekking aanbieden binnen het werkbedrijf van KempenPlus. Voordeel: lagere directe kosten. Nadelen: minder publieke waarden, meer mensen in de uitkering, hogere bijtstandsuitgaven, geen tweede ordeeffecten (baan bij KPlus als opstap naar regulier werk)
•
Netto kosten omlaag brengen door het realiseren van hogere toegevoegde waarde en/of lagere bedrijfskosten, bijvoorbeeld door mensen vaker bij reguliere bedrijven te laten werken op detacheringsbasis. Aandachtspunt hierbij is dat het vaak een lastige zoektocht is om de kosten omlaag te brengen. Hier is tijd voor nodig.
^
Risico nemen: op de middellange termijn lijkt er voorlopig geen financieel probleem te zijn. Het beleid kan voorlopig dus worden voortgezet. Het is raadzaam om de vinger in dat geval goed aan de pols te houden en bij te sturen als het beeld anders wordt dan hiervoor gepresenteerd.
^
Combinatie van de verschillende genoemde handelingsperspectieven.
5.4 •
Conclusies
Gemeenten scoren goed op het BUIG-budget. In de afgelopen jaren was sprake van besparingen. In 2023 waren de totale besparingen op het bijstandsbudget gelijk aan C380K.
^
In totaal waren de netto kosten van KempenPlus in 2023 C18,7 mln. De kosten in de benchmark zijn gelijk C19,0 mln. Dat betekent dat de totale netto kosten van KempenPlus in 2023 C0,3mln lager waren dan in de benchmark.
^
In 2023 was het rijksbudget onvoldoende om de totale kosten van KempenPlus te dekken. In de komende jaren wordt dat beeld naar verwachting anders (bij gelijkblijvende kostprijzen van
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
33/47
KempenPlus en als het Rijk niet gaat bezuinigen). Dan slaat het tekort om naar een positief saldo van 0,6 mln euro in 2029. Op de veel langere termijn ontstaat er weer een tekort dat uiteindelijk oploopt naar 2,6 mln negatief in de structurele situatie vanaf 2048. ^
Het positieve saldo wordt verklaard door een positief saldo op het Wsw-budget. Het negatieve saldo wordt vooral verklaard doordat de kosten van mensen met een loonkostensubsidie anders dan beschut werk - op een dienstbetrekking bij KempenPlus onvoldoende worden gecompenseerd met rijksbudgetten.
^
Als mogelijke handelingsperspectieven zien wij. Neem naast de directe financiële baten en lasten telkens ook de maatschappelijke baten van werk mee in de overweging. -
Minder of geen mensen meer in dienst nemen op dienstbetrekkingen bij KempenPlus. Let op dat hierbij wel het aantal mensen in de bijstand en de kosten van bijstand hierdoor zullen stijgen.
-
De netto kosten van LKS-intern omlaag brengen door bijvoorbeeld meer te werken met detacheringen (van binnen naar buiten) of door de bedrijfskosten en/of toegevoegde waarde van de bestaande werksoorten omlaag respectievelijk omhoog te brengen.
-
Risico nemen: het beleid niet aanpassen, omdat het huidige beleid vooralsnog betaalbaar lijkt. Wel de vinger aan de pols houden. Als de kosten hoger worden dan de beschikbare middelen, kunnen er alsnog maatregelen worden genomen.
-
Combinatie van deze handelingsperspectieven.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
34/47
HOOFDSTUK 6
Verdeelsleutel In dit hoofdstuk bespreken we de verdeelsleutel die wordt gebruikt om de gemeentelijke bijdrage aan KempenPlus te verdelen. We analyseren hoe deze verdeelsleutel zich verhoudt tot de criteria van solidariteit, profijtbeginsel en continuïteit. Daarnaast kijken we naar de mogelijke aanpassingen die ervoor kunnen zorgen dat de verdeelsleutel beter aansluit bij de verdeling van de rijksmiddelen. Tot slot wordt verkend welke scenario's en stappen kunnen worden overwogen om te komen tot een aangepaste en toekomstbestendige verdeelsleutel, die past bij de gehanteerde criteria.
6.1
Verdeelsleutel
De gemeentelijke bijdrage is gelijk aan de kosten die KempenPlus maakt minus de eigen opbrengsten van KempenPlus. Het gaat dan om de toegevoegde waarde die gerealiseerd wordt door de medewerkers vanuit de doelgroepen. De gemeentelijke bijdrage wordt verdeeld op basis van een verdeelsleutel die is afgesproken bij de oprichting van KempenPlus. Ons is gevraagd om de huidige verdeelsleutel te toetsen op: ^
Solidariteit: worden de kosten gelijk verdeeld in relatie tot de rijksmiddelen die gemeenten voor de betreffende taken krijgen?
^
Profijt: komen de bijdragen die individuele gemeenten betalen overeen met het profijt dat zij hebben van de dienstverlening van KempenPlus?
^
Continuïteit: leidt de kostenverdeelsleutel tot stabiliteit in de onderlinge afspraken en is deze robuust voor de langere termijn?
We zetten de bestaande verdeelsleutel af tegen de verdeling van de rijksmiddelen. Als de gemeentelijke bijdrage zou worden verdeeld aan de hand van de rijksbijdrage, dan zou aan alle drie criteria worden voldaan. De volgende tabel toont de verdeelkenmerken in de huidige sleutel en de kenmerken in de rijksbijdrage. Huidige sleutel Aantal Wsw Aantal mensen in de bijstand Aantal LKS-intern Aantal LKS-extern Aantal beschut-intern Aantal beschut-extern Aantal inschrijvingen doelgroepregister Taakstelling beschut werk Aantal inwoners
Rijksbijdrage
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
35/47
Op basis hiervan stellen we het volgende vast: ^
De huidige verdeelsleutel compenseert voor de variabele werklastbepalende factoren uitkeringsgerechtigden (aantal mensen in de bijstand) en mensen vanuit de doelgroep in dienst bij KempenPlus (aantal LKS-intern, aantal beschut-intern en aantal Wsw)
^
De factor inwoners compenseert voor de vaste kosten van de organisatie, die los staan van de variatie in de kosten van de werklastbepalende factoren.
^
In de huidige verdeelsleutel wordt geen rekening gehouden met de (verdeling van de) kosten van de (nieuwe!) doelgroep die een dienstbetrekking heeft bij reguliere werkgevers (aantal LKS-extern en aantal beschut-extern). Deze groep wordt steeds groter.
^
Voor de vaste kostencomponent wordt in de landelijke verdeling rekening gehouden met het aantal inschrijvingen in het doelgroepregister en de taakstelling beschut werk.
Met andere woorden, in de huidige verdeelsleutel wordt geen rekening gehouden met de kosten voor de groepen die bij reguliere werkgevers in dienst zijn en begeleiding krijgen vanuit KempenPlus. Er wordt op een andere manier rekening gehouden met de vaste kosten. De huidige sleutel kijkt daarvoor naar het aantal inwoners. In de rijksbijdrage wordt rekening gehouden met het aantal inschrijvingen in het doelgroepregister en de taakstelling beschut werk. Het gevolg hiervan is dat de gemeentelijk bijdragen zicht anders tot elkaar verhouden dan de rijksmiddelen die gemeenten ontvangen voor de uitvoering van de Participatiewet en de Wsw.
6.2
Gemeentelijke bijdragen in 2025
De volgende tabel toont de gemeentelijke bijdrage in 2025 en de middelen die de gemeenten van het Rijk ontvangen en aan de Pwet kunnen worden toegerekend. Bergeijk
Bladel
Eersel
R-DM
Totaal
Gemeentelijke bijdrage
e 4.315.709
e 7.672.538
e 4.871.063
e 4.329.893
e 21.189.202
Rijksmiddelen Pwet
e 3.369.881
e 7.096.980
e 3.931.467
e 3.673.561
e 18.071.890
e 945.828
e 575.558
e 939.596
e 656.331
e 3.117.313
Verschil
We zien dat de gemeenten in de begroting van 2025 meer afdragen aan KempenPlus dan ze van de rijksoverheid ontvangen. De verschillen lopen op van 576K voor Bladel tot 946K voor Bergeijk. Op grond van de uitgangspunten solidariteit en profijtbeginsel, zou ervoor gekozen kunnen worden om de rijksmiddelen als basis de nemen voor de verdeling. Op basis van de solidariteit brengt iedere gemeente het budget in dat ontvangen is van de rijksoverheid. De rijksbijdrage is kostengeöriënteerd, waardoor de verdeling van de rijksbijdrage correspondeert met het profijtbeginsel. In de volgende tabel laten we zien wat de uitkomst zou zijn als gemeenten de rijksbijdrage inbrengen voor de financiering van KempenPlus. Voor het meerdere blijft de verdeling zoals nu. Rijksmiddelen Pwet
Bergeijk
Bladel
Eersel
R-DM
Totaal
e 3.369.881
e 7.096.980
e 3.931.467
e 3.673.561
e 18.071.890
Surplus cf huidige sleutel
e 634.918
e 1.128.768
e 716.621
e 637.005
e 3.117.313
Alternati eve verdeling
e 4.004.799
e 8.225.749
e 4.648.088
e 4.310.566
e 21.189.202
Verschil met huidige sleutel
-e 310.909
e 553.210
-e 222.975
-e 19.326
e0
Als gemeenten de volledige rijksbijdrage zouden inbrengen en het meerdere zouden verdelen op basis van de huidige sleutel, dan gaat Bladel 553K meer betalen en betalen de overige gemeenten een lagere bijdrage. Er zou ook voor gekozen kunnen worden om het aandeel in de rijksmiddelen te nemen als basis voor de volledige verdeling. Het beeld ziet er dan als volgt uit.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
36/47
Bergeijk
Bladel
Eersel
R-DM
Totaal
Verdeling o.b.v. rijksmiddel Pwet
e 3.951.169
e 8.321.175
e 4.609.626
e 4.307.232
e 21.189.202
Verschil met huidige sleutel
-e 364.540
e 648.636
-e 261.437
-e 22.660
e0
In dit geval wordt het surplus feitelijk ook verdeeld naar rato van de rijksmiddelen. Met name omdat de rijksmiddelen grotendeels kostengeoriënteerd zijn, is dit (vanuit het profijtbeginsel) ons inziens een goed verdedigbare optie om de gemeentelijke bijdrage te verdelen: (1) inbrengen van de rijksmiddelen en (2) het meerdere boven de rijksmiddelen verdelen naar rato van de rijksmiddelen. Ofwel de gemeentelijke bijdrage volledig verdelen naar rato van de rijksmiddelen. Dat maakt de verdeling bovendien eenvoudiger, omdat in één keer de gemeentelijke bijdrage wordt berekend (op basis van het aandeel in de rijksbijdrage).
6.3
Meerjarig beeld
In de volgende tabellen gaan we na hoe de rijksbudgetten zich naar verwachting gaan ontwikkelen en hoe de bijdragen zich zouden ontwikkelen als de gemeentelijke bijdrage in totaal gelijk zou zijn aan de rijksbijdrage. Dat is geen gekke veronderstelling, omdat we hiervoor lieten zien dat bij een gelijkblijvend prijspeil 2023 de rijksbijdragen vanaf 2026 toereikend zijn om de totale netto kosten van KempenPlus te dekken. Gemeentelijke budgetten septembercirculaire 2024 2025
2026
2027
2028
2029
Bergeijk
e 3.369.881
e 3.318.916
e 3.329.638
e 3.331.359
e 3.372.344
Bladel
e 7.096.980
e 7.073.760
e 6.794.052
e 6.644.542
e 6.577.279
Eersel
e 3.931.467
e 3.847.536
e 3.831.329
e 3.807.112
e 3.859.715
Reusel-De Mierden
e 3.673.561
e 3.623.026
e 3.610.095
e 3.510.992
e 3.520.486
e 18.071.890
e 17.863.238
e 17.565.114 e 17.294.004
e 17.329.824
Totaal
Verdeling op basis van gemeentelijk aandeel in bijdrage aan KPLus 2025 2025
2026
2027
2028
2029
Bergeijk
e 3.680.790
e 3.638.293
e 3.577.573
e 3.522.355
e 3.529.650
Bladel
e 6.543.770
e 6.468.218
e 6.360.268
e 6.262.100
e 6.275.070
Eersel
e 4.154.442
e 4.106.476
e 4.037.942
e 3.975.618
e 3.983.853
Reusel-De Mierden
e 3.692.887
e 3.650.251
e 3.589.331
e 3.533.931
e 3.541.251
e 18.071.890
e 17.863.238
e 17.565.114 e 17.294.004
e 17.329.824
Totaal
Verschil
Bergeijk
2025
2026
2027
2028
2029
-e 310.909
-e 319.377
-e 247.935
-e 190.996
-e 157.306
Bladel
e 553.210
e 605.542
e 433.784
e 382.441
e 302.209
Eersel
-e 222.975
-e 258.940
-e 206.614
-e 168.507
-e 124.138
Reusel-De Mierden
-e 19.326
-e 27.225
e 20.764
-e 22.939
-e 20.765
e0
e0
e0
e0
e0
Totaal
Uit het overzicht blijkt dat de herverdeling van middelen oploopt van 553K in 2025 naar 606K in 2026 en daarna elk jaar daalt naar 302K in 2029.
6.4 6.4.1
Bijzondere bijstand en inburgering Inburgering
KempenPlus heeft de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Het gaat om de uitvoering van de module Arbeidsmarkt en Participatie en casusregie (waaronder het afnemen van de brede intake, het opstellen van het persoonlijk Plan voor Inburgering en Participatie (PIP), het monitoren en bewaken van de voortgang en het handhaven van de verplichtingen). Eersel doet niet mee met de casusregie. De uitvoeringskosten bedragen volgens de begroting 2025 C735.496. Deze kosten worden toegerekend aan de gemeenten Bergeijk, Bladel en Reusel-De Mierden, op basis van de
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
verdeelsleutel van afdeling Werk
37/47
participatie. Gemeente Eersel wordt buiten deze
kostenverdeling gehouden. Eersel betaalt voor de administratieve afwikkeling C36.400. Dat zijn de kosten van 0,4 fte plus overhead. Daarnaast maken Eersel en KempenPlus afspraken over de financiering van de afname van het aantal trainingen. De werkelijke kosten vormen hiervoor het uitgangspunt. Momenteel geldt de afspraak 2.000 euro per training.
6.4.2
Bijzondere bijstand
KempenPlus is verantwoordelijk voor de uitvoering van bijzondere bijstand en de regeling 18+. De programmakosten lopen via de begroting van de afzonderlijke gemeenten. De uitvoeringskosten lopen via de begroting van KempenPlus. De uitvoeringskosten bestaan voor een deel uit de vergoeding die KempenPlus aan GRSK betaalt voor de inleen van de (gedetacheerde) medewerkers en een deel eigen kosten (aansturing, controle, IT systemen, afwikkeling programmakosten, archief enz.). Naar gemeenten worden kosten doorbelast op basis van de sleutel van de afdeling W&P (verhouding tussen aantallen uitkeringsgerechtigden op peildatum).
6.5 ^
Handelingsperspectief verdeelsleutel
In het verleden zijn de keuzes gemaakt zoals deze zijn gemaakt. Feit is dat de verhouding tussen de (vrij besteedbare) budgetten die de individuele gemeenten ontvangen voor de Participatiewet-taken van KempenPlus afwijkt van de verdeelsleutel voor de vergoedingen aan KempenPlus. Feit is ook dat in de huidige verdeelsleutel geen rekening wordt gehouden met de kosten die door KempenPlus worden gemaakt voor de zogenoemde doelgroep die een dienstbetrekking heeft bij reguliere werkgevers. Deze groep wordt elk jaar groter.
^
Indien de deelnemende gemeenten ervoor kiezen om een verdeelsleutel te hanteren die (meer) overeenkomt met de middelen die zij ontvangen voor de uitvoering van de Participatiewet vanuit de rijksoverheid en/of een verdeling die rekening houdt met alle doelgroepen waarvoor KempenPlus rekening houdt, kan overwogen worden om de rijksmiddelen die aan de Participatiewet kunnen worden toegerekend, als basis te nemen voor de verdeelsleutel.
•
Indien keuze wordt gemaakt is de vraag met welk tempo de nieuwe verdeelsleutel wordt ingevoerd. De verdeling voor 2025 is in de begroting van 2025 al vastgesteld. De vraag is in dat geval: wat te doen vanaf 2026? Wordt de nieuwe verdeelsleutel volledig gehanteerd vanaf 2026 of wordt gekozen voor een ingroeimodel, waarin stapsgewijs wordt toegegroeid naar de nieuwe verdeelsleutel? Meer concreet: in 2025 wordt 553 duizend euro herverdeeld. In hoeveel stapjes van een jaar van hoeveel euro wordt toegewerkt naar een herverdeling van 0 euro?
6.6 •
Conclusies
Als voor de verdeelsleutel wordt uitgegaan van solidariteit, profijtbeginsel en continuïteit is de rijksbijdrage een betere sleutel voor de verdeling van de rijksbijdragen dan de huidige sleutel.
•
De gemeentelijke bijdragen wijken om twee redenen af van de beschikbare rijksbijdragen: -
de begrote netto kosten van KempenPlus zijn 3,1 mln hoger dan het totaal van de rijksbijdragen en
-
de verdeelsleutel wijkt af van de verdeling van de rijksbijdragen. In 2025 is sprake van een herverdeling van 553K. De herverdeling loopt op naar 606K in 2026 en gaat daarna jaarlijks omlaag naar 302K in 2029.
•
Indien gekozen wordt om de verdeelsleutel aan te passen kan ervoor worden gekozen om de sleutel in 2026 in een keer gelijk te maken aan de verdeling van de rijksbijdragen. Er kan ook gekozen worden voor een ingroeipad.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
38/47
HOOFDSTUK 7
Conclusies en aanbevelingen In dit afsluitende hoofdstuk worden de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek naar KempenPlus samengebracht. We presenteren de conclusies die voortvloeien uit de analyses in voorgaande hoofdstukken en verkennen de implicaties hiervan voor het toekomstige beleid en de samenwerking tussen de Kempengemeenten. Daarnaast bieden we aanbevelingen ter ondersteuning van de verdere optimalisatie van de organisatie en de uitvoering van de Participatiewet. Dit hoofdstuk biedt daarmee een integraal overzicht van de inzichten en geeft richting aan de vervolgstappen die nodig zijn om tot een toekomstbestendige inrichting van KempenPlus te komen.
7.1 7.1.1 ^
Conclusies Gemeentelijke opgave en governance
De opgave: Er is in 2019 in De Kempen een belangrijke stap gezet met het samenvoegen van de gemeenschappelijke sociale dienst en het voormalige sw-bedrijf WVK. Tegelijkertijd staat KempenPlus, net zoals alle andere gemeenten in Nederland, voor een forse opgave om de klassieke infrastructuur waar vooral de oorspronkelijke groep Wsw-ers in werkzaam is, verder om te bouwen naar een infrastructuur die meer passend is bij de Participatiewet (inclusie).
•
Beleidsvorming en uitvoering: KempenPlus fungeert als een bedrijfsvoeringsorganisatie. Jaarlijks stelt het bestuur de begroting vast. Desondanks worden veel beleidskeuzes de facto in de uitvoering gemaakt in plaats van door de gemeenten. De beleidsontwikkeling is onvoldoende door gemeenten en KempenPlus georganiseerd. Er ontbreekt een heldere beleidscyclus waarin het beleid wordt vertaald naar doelstellingen die gemonitord en bijgestuurd kunnen worden.
^
Langetermijnplanning: Hoewel het bedrijfsplan wordt uitgevoerd en de nieuwe organisatie functioneert, ontbreekt een duidelijk plan voor de langere termijn. Er zijn duidelijke politiekbestuurlijke keuzes nodig met een heldere visie voor de toekomst, gezien de gemeentelijke opgave en het transitoire karakter van de Participatiewet.
^
Begroting en verantwoording: De begrotings- en verantwoordingscyclus van KempenPlus is erg complex, met betalingen zowel binnen als buiten de begroting. Het ontbreken van duidelijke kaders en doelstellingen bemoeilijkt de transparantie en effectiviteit van het beleid.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
39/47
Deze conclusies wijzen op een behoefte aan verbeterde beleidsplanning, heldere doelstellingen en een versterkte samenwerking tussen KempenPlus en de gemeenten om effectief de uitdagingen van de Participatiewet aan te pakken.
7.1.2 ^
Resultaten
Aantal mensen in de bijstand: KempenPlus presteert gemiddeld beter dan vergelijkbare gemeenten als we kijken naar de ontwikkeling van de bijstandsafhankelijkheid en naar het saldo op het BUIG-budget. Voor wat betreft de totale bijstandsafhankelijkheid ten opzichte van de referentiegemeenten zitten De Kempen op gemiddeld niveau.
•
Het aantal Wsw-ers is relatief hoog. Dat is historisch bepaald. De groep Wsw-ers zal elk jaar verder krimpen, omdat de toegang met de invoering van de Participatiewet is gesloten. Dat aantal kan nauwelijks of niet door beleid worden beïnvloed.
•
De Kempen presteren relatief goed bij het inzetten van beschut werk. De aantallen zitten gemiddeld (ruim) boven de taakstelling.
•
De inzet van LKS is relatief hoog. Er worden veel mensen met een arbeidsbeperking aan het werk geholpen met een loonkostensubsidie. Dat is positief. De verwachting is dat een deel van deze groep, conform de doelstellingen van de Participatiewet, ook bij reguliere werkgevers aan het werk geholpen had kunnen worden.
•
Meer dan de helft van deze groep heeft een dienstbetrekking in het sociaal ontwikkelbedrijf. In De Kempen heeft meer dan de helft van de LKS-ers een dienstbetrekking in het sociaal ontwikkelbedrijf. Landelijk is dat - afgaand op de sectorinformatie Cedris - circa 1070. De verschillen tussen gemeenten zijn echter groot. In sommige gemeenten krijgen gemeenten zonder indicatie beschut werk nooit een dienstbetrekking bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Terwijl in andere regio's iedereen een baan krijgt die niet regulier aan het werk geholpen kan worden. Dat, omdat werk altijd boven inkomen gaat.
^
De algemene conclusie is dat het beeld van de bijstandsafhankelijkheid relatief gunstig is. Dat uit zich in een forse daling van de bijstandsafhankelijkheid in de afgelopen jaren en positieve saldi op het BUIG-budget. Ook worden relatief veel mensen met een arbeidsbeperking aan het werk geholpen. Een relatief groot deel is echter wel aan het werk in het sociaal ontwikkelbedrijf.
7.1.3 •
Financiën en doelmatigheid
Gemeenten scoren goed op het BUIG-budget. In de afgelopen jaren was sprake van besparingen. In 2023 waren de totale besparingen op het bijstandsbudget gelijk aan C380K.
^
In totaal waren de netto kosten van KempenPlus in 2023 C18,7 mln. De kosten in de benchmark zijn gelijk C19,0 mln. Dat betekent dat de totale netto kosten van KempenPlus in 2023 C0,3mln lager waren dan in de benchmark.
^
In 2023 was het rijksbudget onvoldoende om de totale kosten van KempenPlus te dekken. In de komende jaren wordt dat beeld naar verwachting anders (bij gelijkblijvende kostprijzen van KempenPlus en als het Rijk niet gaat bezuinigen). Dan slaat het tekort om naar een positief saldo van 0,6 mln euro in 2029. Op de veel langere termijn ontstaat er weer een tekort dat uiteindelijk oploopt naar 2,6 mln negatief in de structurele situatie vanaf 2048.
^
Het positieve saldo wordt verklaard door een positief saldo op het Wsw-budget. Het negatieve saldo wordt vooral verklaard doordat de kosten van mensen met een loonkostensubsidie anders dan beschut werk - op een dienstbetrekking bij KempenPlus onvoldoende worden gecompenseerd met rijksbudgetten.
^
Als mogelijke handelingsperspectieven zien wij:
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
-
40/47
Minder of geen mensen meer in dienst nemen op dienstbetrekkingen bij KempenPlus. Let op dat hierbij wel het aantal mensen in de bijstand en de kosten van bijstand hierdoor zullen stijgen.
-
De netto kosten van LKS-intern omlaag brengen door bijvoorbeeld meer te werken met detacheringen (van binnen naar buiten) of door de bedrijfskosten en/of toegevoegde waarde van de bestaande werksoorten omlaag respectievelijk omhoog te brengen.
-
Risico nemen: het beleid niet aanpassen, omdat het huidige beleid vooralsnog betaalbaar lijkt. Wel de vinger aan de pols houden. Als de kosten hoger worden dan de beschikbare middelen, kunnen er alsnog maatregelen worden genomen.
-
Combinatie van deze handelingsperspectieven.
7.1.4
Verdeelsleutel rijksbijdrage
^
Als voor de verdeelsleutel wordt uitgegaan van solidariteit, profijtbeginsel en continuïteit, bieden de rijksmiddelen die aan de Participatiewet kunnen worden toegerekend een betere basis voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage dan de huidige verdeelsleutel.
^
De gemeentelijke bijdragen wijken om twee redenen af van de beschikbare rijksbijdragen: -
de begrote netto kosten van KempenPlus zijn 3,1 mln hoger dan het totaal van de
-
de verdeelsleutel wijkt af van de verdeling van de rijksbijdragen. In 2025 is sprake van een
rijksbijdragen en herverdeling van 553K. De herverdeling loopt op naar 606K in 2026 en gaat daarna jaarlijks omlaag naar 302K in 2029. ^
Indien besloten wordt om de verdeelsleutel aan te passen kan ervoor worden gekozen om de nieuwe sleutel meteen en volledig toe te passen vanaf 2026. Er kan ook gekozen worden voor een ingroeipad.
7.2 Aanbevelingen Strategieontwikkeling 1.
Werk een visie en strategie uit voor de doorontwikkeling van de Participatiewet. Stel een nieuw strategisch document op voor de komende jaren. Dat is een intensieve, gezamenlijke opgave van KempenPlus als uitvoeringsorganisatie en de gemeenten als beleidsbepalers. Het gaat over de totale ondersteuning van de doelgroep in de Participatiewet. De doelgroep van de banenafspraak die geholpen is met een dienstbetrekking bij Kplus alsmede de verwachte kosten en opbrengsten en de maatschappelijke baten, maken daar onderdeel van uit.
2. Overweeg om voor het (netto) kostenkader van KempenPlus en de kostenverdeling de rijksbudgetten beschikbaar te stellen. Daarmee worden de kosten gemaximeerd op het rijksbudget dat beschikbaar is voor de uitvoering van de Participatie en daarnaast is sprake van een objectieve, solidaire en eerlijke verdeelsleutel. 3. Overweeg ook om het BUIG-budget over te hevelen naar KempenPlus, waarbij goede afspraken worden gemaakt over risicoafdekking in het geval het budget ontoereikend is voor het betalen van uitkeringen. Proces van beleidsvorming 4.
Werk het proces van beleidsvorming nader met elkaar uit. Stel hiervoor een notitie op en laat die vaststellen door het bestuur van KempenPlus. De notitie bevat de volgende elementen: e.
Breng het betreffende portefeuillehoudersoverleg voor de beleidsvorming in positie en wijs een van de wethouders aan als trekker.
f.
De deelnemende gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van het beleid en de verordeningen met betrekking tot de taken van KempenPlus. Uitgangspunt is conform de GR een gezamenlijk en gelijkluidend beleid.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
41/47
g.
KempenPlus is conform de GR verantwoordelijk voor de beleidsvoorbereiding en
h.
In de notitie wordt ingegaan op de coördinatie van de besluitvorming door de colleges en
ondersteunt bij de beleidsontwikkeling. het betrekken van de gemeenteraden. Begrotingsproces 5.
Ondersteun de uitvoering van de nieuwe strategie met een verbeterd begrotingsproces: van beleidsbegroting naar beleidsverantwoording (VBTB). Zorg voor duidelijke (SMART) doelstellingen en kaders. Maar voorkom dat je in de valkuil stapt van een afrekencultuur. De Participatiewet betreft een forse transitie. Om dat goed te kunnen doen is intensieve samenwerking en onderling vertrouwen een harde noodzaak.
6.
Zorg ervoor dat alle uitgaven lopen via de begroting van KempenPlus.
Verdeelsleutel 7.
Heroverweeg de huidige verdeelsleutel voor de uitvoering van de Participatiewet en de Wsw. Neem de verdeling van de rijksmiddelen mee in de overweging.
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
Bijlage 1.
42/47
Benchmark bijstandsdichtheid
Bijstandsdichtheid
Index bijstandsdichtheid
6,ra 15096 14096
Z 7 096
-L ----------------------------------------- -f-——^—
—
14
—^
10096 1,096
-------------------------------------------------------------
9096
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
^^“Bergeijk
^^“Nederland
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
^^“Referentiegroep
^B“Bergeijk
Bijstandsdichtheid
^^“IndexNL
Index Ref
Index bijstandsdichtheid
/-yC3*.
2,096 10096 1,096
-
*
----------------------------------------------------------------
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 ^^“Bladel
9
B
Nederland
B
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Referentiegroep
B
Bladel
s.0%
15096
------*
140 4 130?S
2,096
Index NL
B
Index Ref
B
Index bijstandsdichtheid
Bijstandsdichtheid
1,096
^-«B
9096
—
J
---------------------------
--------------
, 1
*
TI
^
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 B
' Eersel
B
Nederland
B
Referentiegroep
B — Eersel
Bijstandsdichtheid
B
Index NL
B
Index Ref
index bijstandsdichtheid 16096
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
► Reusel-De Mierden
Nederland
►Referentiegroep
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Index NL
Index Ref
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
Bijlage 2
Score BUIG-budget
43/47
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
44/47
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
45/47
B
Optimalisering uitvoering KempenPlus
Bijlage 3
Verwachte ontwikkeling aantallen
Totaal KempenPlus 2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Struct 493
Bijstand
476
452
455
464
472
483
493
Wsw
341
320
297
278
256
237
224
0
Beschut-intern
29
32
35
37
40
42
45
80
LKS-intern
81
93
106
114
121
129
136
242
LKS-extern Totaal
62
72
85
90
96
101
107
190
989
969
978
983
984
992
1.005
1.005
Bergeijk 2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Struct
Bijstand
130
123
124
127
129
132
134
134
Wsw
57
53
49
46
43
39
37
0
Beschut-intern
7
8
8
9
9
10
11
19 25
LKS-intern
8
10
11
12
13
13
14
LKS-extern
21
25
29
31
33
35
37
65
219
215
216
218
218
220
222
222
Totaal
Bladel 2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Struct
Bijstand
136
130
130
133
135
138
141
141
Wsw
139
130
121
113
104
97
91
0
8
9
10
11
12
12
13
23
LKS-intern
35
40
46
49
53
56
59
105
LKS-extern
23
27
31
33
35
37
39
70
347
340
343
345
345
348
352
352
Beschut-intern
Totaal
Eersel 2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Struct
Bijstand
124
118
119
121
123
126
129
129
Wsw
71
66
62
58
53
49
47
0 23
Beschut-intern
8
9
10
11
12
12
13
LKS-intern
23
26
30
32
34
36
38
68
LKS-extern
11
13
16
17
18
19
20
35
237
233
235
236
236
238
241
241
Totaal
RdM 2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Struct
Bijstand
85
81
82
83
85
87
88
88
Wsw
75
70
65
61
56
52
49
0
Beschut-intern
5
6
6
7
7
8
8
15
LKS-intern
15
17
19
20
22
23
24
43
LKS-extern Totaal
46/47
6
8
9
9
10
11
11
20
186
182
184
185
185
187
189
189
Berenschot WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG Nederland is continu in ontwikkeling. Maatschappelijk, economisch en organisatorisch verandert er veel. Al ruim 85 jaar volgen wij als adviesbureau deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. De behoefte om iets fundamenteels te betekenen voor mens en maatschappij zit in onze genen. Met onze adviezen en oplossingen hebben we dan ook actief meegebouwd aan het Nederland van vandaag. Altijd op zoek naar duurzame vooruitgang. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. Zo komen we tot gefundeerde adviezen en slimme oplossingen. Die zijn op het eerste gezicht misschien niet altijd de meest voor de hand liggende. Juist deze eigenzinnigheid maakt ons uniek. Daarbij zijn we niet van symptoombestrijding. En gaan pas naar huis als het is opgelost.
Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl