CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[25.00362] Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel (rapport)

Commissievergadering 11 februari 2025, gemeente EerselBij agendapunt: Onderzoek Rekenkamer Jeugdhulp Eersel20.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BMC RANDSTAD PROFESSIONAL

Rapport | december 2024

Partners in verbetering

Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel Rapport Rekenkamer Kempengemeenten (Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel- De Mierden)

Inhoudsopgave Leeswijzer DEEL I

1 2

DE ESSENTIE VAN HET ONDERZOEK H1 | Inleiding en aanleiding 1.1 Uitvoering van de Jeugdwet 1.2 Aanleiding en doelstelling onderzoek

2 3 3 4

H2 | Conclusies en aanbevelingen 2.1 Hoofdboodschap 2.2 Deelconclusies 2.3 Aanbevelingen

5 5 6 8

DEEL II NOTA VAN BEVINDINGEN H3 | Onderzoeksverantwoording

10 10 11

3.1 Hoofdvraag en deelvragen

11

3.2 Onderzoeksmethoden H4 | Taken van de gemeente op het gebied van jeugdhulp 4.1 Verantwoordelijkheden en afspraken 4.2 Wat de gemeente dient te regelen

12 13 13 14

4.3 Landelijke ontwikkelingen en onderzoek 15 H5 | Beleid en doelstellingen 17 5.1 Is er sprake van helder geformuleerd en vastgesteld beleid, met duidelijke doelen en kaders? 18 5.2 Op welke wijze is dit beleid concreet vertaald naar de uitvoering? Het beleid kent een goede vertaling naar de uitvoering 20 H6 | Organisatie en uitvoering 21 6.1 Hoe wordt er regionaal samengewerkt? 22 6.2 CJG+ als toegangspoort voor inwoners van Eersel 24 6.3 Netwerken jeugd en gezin 24 H7 | Resultaten 27 7.1 In hoeverre heeft de gemeente zicht op de ontwikkeling van de cliëntenpopulatie en het zorggebruik? 28 7.2 Hoe zijn het kostenniveau en de kostenontwikkeling ten aanzien van de (uitvoering van de) jeugdzorg? 32 7.3 Zijn de resultaten van het jeugdbeleid in beeld? 35 H8 | Evaluatie en verantwoording 8.1 Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd? 8.2 Hoe heeft de raad invulling gegeven aan zijn taken? H9 | Nawoord

37 37 39 41

Bijlage 1 | Bijlage 2 | Bijlage 3 | Bijlage 4 |

42 44 45 46

Normenkader Bestudeerde documenten Respondentenlijst Bestuurlijke reactie

Colofon

49

Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

Leeswijzer Het onderzoek is opgebouwd uit twee delen.

Deel I is te beschouwen als een zelfstandig leesbaar

onderzoeksrapport. In dit deel zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. In dit deel leest u: ^

De aanleiding voor het onderzoek.

^

De doelstelling van het onderzoek.

•

De conclusies uit het onderzoek.

^

De aanbevelingen en de lessen voor verbetering.

In Deel II is het integrale onderzoek opgenomen met daarin de beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen. Ook wordt hierin kort uiteengezet wat de Jeugdwet behelst, welke taken de gemeente toebedeeld heeft gekregen en waar de gemeenteraad een rol in kan spelen.

| 1 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

DEEL I DE ESSENTIE VAN HET ONDERZOEK

| 2 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

H1 | Inleiding en aanleiding 1.1 Uitvoering van de Jeugdwet Met ingang van 1 januari 2015 zijn er door de komst van de Jeugdwet grote veranderingen doorgevoerd in de hulpverlening aan jeugdigen en hun gezinnen. Als gevolg hiervan hebben gemeenten een grotere bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid gekregen in het jeugdhulpdomein. Ook is er gekozen voor een transformatie in de aanpak van de problemen. Er moet meer regie op de ingezette jeugdhulp komen, problemen moeten integraal worden aangepakt en er moet een verschuiving plaatsvinden van dure specialistische hulpverlening naar de preventieve en vrij toegankelijke zorg. De transformatie van de jeugdhulp is gepaard gegaan met een bezuinigingsopgave en dat bleek voor veruit de meeste Nederlandse gemeenten een (te) grote uitdaging. Op dit moment worden veel Nederlandse gemeenten geconfronteerd met financiële tekorten als gevolg van een toenemende en meer complexe vraag naar jeugdhulp, sturingsproblemen en zorgen over de kwaliteit van zorg en ondersteuning. Oplopende tekorten, inrichtingsvraagstukken maar ook uitvoeringscapaciteit op het gebied van jeugdhulp hebben ook gevolgen voor andere taken van de gemeente. Het onderwerp staat daarom hoog op de agenda bij veel gemeenten, ook in de Kempengemeenten.

Hervormingsagenda Jeugd Sinds de decentralisatie hebben gemeenten te maken met een oplopende vraag naar jeugdzorg en het oplopen van de gemiddelde zorgzwaarte. In 2023 zijn het Rijk en de VNG een Hervormingsagenda overeengekomen die mede een bijdrage moet leveren aan verbetering van de jeugdzorg en het oplossen van financiële tekorten bij gemeenten. Het doel van de Hervormingsagenda Jeugd is tweeledig: ^ Betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. ^ Een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. De Hervormingsagenda moet een inhoudelijke vernieuwing van het jeugdstelsel opleveren die de kwaliteit van de jeugdhulp verhoogt. De totstandkoming van de Hervormingsagenda heeft vertraging opgelopen door onenigheid tussen verschillende partijen over de structurele extra besparing op de jeugdhulp die in het vorige regeerakkoord werd aangekondigd. De Hervormingsagenda is een vijfjarenplan dat er onder meer voor moet zorgen dat de specialistische hulp voor de meest kwetsbare kinderen beter georganiseerd wordt, er expliciet keuzes worden gemaakt over de reikwijdte van de jeugdhulp en er betere afspraken worden gemaakt rondom kwaliteit, dataverzameling en monitoring.

Jeugdzorg is daarmee een buitengewoon actueel onderwerp, zowel relevant wat betreft de kwaliteit van zorg voor een relatief kwetsbare doelgroep als wat betreft de impact op de financiële huishouding van de Kempengemeenten. We kijken in dit onderzoek daarom niet alleen terug, maar nemen ook de afspraken uit de Hervormingsagenda onder de loep, zodanig dat de gemeenteraden goed zicht krijgen op het perspectief van de komende jaren.

| 3 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

1.2 Aanleiding en doelstelling onderzoek De Rekenkamer Kempengemeenten heeft mede op basis van bovenstaande ontwikkelingen besloten om een onderzoek uit te voeren naar de jeugdhulp1 in de Kempengemeenten. De Rekenkamer is vanuit haar oriëntatie op doelmatigheid en doeltreffendheid benieuwd of de Kempengemeenten voldoende grip hebben op de uitvoering van het jeugdbeleid en in hoeverre er al is voorgesorteerd op de afspraken vanuit de Hervormingsagenda Jeugd. Daarbij wil de Rekenkamer ook weten of de gemeenteraad voldoende ’grip' heeft op deze materie. Met de uitkomst van het onderzoek kan de Rekenkamer aanbevelingen doen waarmee de gemeenteraad meer inzicht en handvatten krijgt om te kunnen sturen op de jeugdhulp. De Rekenkamer Kempengemeenten heeft, gekoppeld aan bovenstaande doelstelling, de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd:

Is er sprake van doeltreffende en doelmatige jeugdhulp in de Kempengemeenten en wordt er goed voorgesorteerd op de afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd?

De centrale onderzoeksvraag is verder geoperationaliseerd door middel van vijftien deelvragen die zijn terug te vinden in de onderzoeksverantwoording.

1 In het onderzoek worden regelmatig de termen jeugdzorg en jeugdhulp gebruikt. Jeugdzorg is alle jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Jeugdhulp betreft alle vormen van hulp aan jeugdigen, zowel ambulant als residentieel, zonder jeugdbescherming en jeugdreclassering. De focus in dit onderzoek ligt op jeugdhulp. Dit betekent dat jeugdbescherming en jeugdreclassering buiten beschouwing worden gelaten (in hoofdstuk 4 gaan we hier verder op in).

| 4 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

H2 | Conclusies en aanbevelingen Op basis van de bevindingen, zoals weergegeven in de hoofdstukken 5 tot en met 8, worden in dit hoofdstuk conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan.

2.1 Hoofdboodschap In de gemeente Eersel wordt hard gewerkt aan het bieden van passende jeugdhulp. Via het CJG+ wordt zo dichtbij en zo laagdrempelig mogelijk hulp geboden aan jongeren en gezinnen. Veel hulpverlening wordt door de medewerkers van het CJG+ zelf verricht, wat ervoor zorgt dat het inzetten van (duurdere) maatwerkvoorzieningen zorg minder nodig is. Het CJG+ werkt hiervoor actief samen met voorliggende voorzieningen in de gemeente Eersel. Bovendien zijn ze aanwezig op vindplaatsen, zoals het onderwijs, bij de GGD en straks ook via een pilot bij de huisarts (opstartfase). Door middel van pilots probeert de gemeente Eersel de samenwerking verder te versterken, bijvoorbeeld via de pilot "Samen Doen". Veel van wat in de Hervormingsagenda wordt beoogd - laagdrempelige hulpverlening, inzet op preventie en normalisatie - is eigenlijk al praktijk in Eersel. Er wordt ook actief samengewerkt in de regio en wel op drie niveaus. Iedere samenwerking heeft verschillende taken en verantwoordelijkheden. Hoewel rollen en verantwoordelijkheden helder zijn belegd, is er in de praktijk veel afstemming nodig om de samenwerking soepel te laten verlopen. Het gaat bijvoorbeeld over afstemming tussen de gemeente Eersel en de andere Kempengemeenten (en met de uitvoeringsorganisatie GRSK), Samen voor Jeugd en 21voordejeugd. Dit alles maakt de samenwerking soms uitdagend.

Er zijn de afgelopen jaren veel beleidsdocumenten opgesteld, verdeeld over verschillende niveaus. Dit maakt dat het soms onvoldoende duidelijk is hoe dit beleid zich tot elkaar verhoudt. We zien ook dat dit beleid heldere doelen kent, maar tegelijkertijd nog wel streefwaarden mist (oftewel: wanneer zijn we tevreden?). Het nieuwe meerjarige beleidskader (dat ingaat vanaf 2026) zou hier wellicht een oplossing in kunnen bieden. Ook zou er in dat nieuwe beleidskader meer aandacht mogen komen voor de ervaring van inwoners, die we nu nog beperkt terug zien in het beleid en de voortgangsinformatie. In de informatievoorziening richting de raad kan ook nog het een en ander worden verbeterd. De raad mist overzicht van het veld dat complex is en door externe factoren ook blijft groeien met initiatieven en complexer wordende vragen en zorg. Tegelijkertijd ligt daar ook een rol van de raad zelf om samen met het college en de organisatie te bepalen welke informatie zij willen ontvangen en op welke wijze dit wordt besproken. Bij een goede inhoudelijke behandeling is ook de organisatie gebaat, dit levert doorgaans ook duidelijkere kaders op. Alles bij elkaar kunnen we niet anders dan vaststellen dat de gemeente Eersel (als onderdeel van de Kempengemeenten) met de goede dingen bezig is en de dingen ook zo goed mogelijk probeert te doen, met nog een paar aandachtspunten.

Het zal de komende tijd met alle externe ontwikkelingen en krapper wordende budgetten vooral zaak zijn om te zorgen dat de dienstverlening op niveau blijft. Dat is al uitdaging genoeg. Zorg daarom dat alle stakeholders (dus ook de aanbieders) en de inwoners betrokken blijven en worden gehoord. De opgave dient in partnerschap opgelost te worden.

| 5 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

2.2 Deelconclusies 1.

De beleidsdocumenten bevatten doelstellingen en indicatoren, maar deze moeten nog verder geconcretiseerd worden én worden voorzien van meetinstrumenten en streefwaarden. In het Meerjarenbeleidskader jeugdhulp (MJBK) zijn doelstellingen benoemd. Bovendien wordt in het beleidskader een aantal indicatoren (op hoofdlijnen) genoemd om deze doelstellingen te volgen. Zowel de doelstellingen als de indicatoren kunnen nog een slag concreter gemaakt worden, bijvoorbeeld door meetinstrumenten en streefwaarden te benoemen. Dit is één van de aandachtspunten bij de herijking van het MJBK vanaf 1 januari 2026. 2.

Er wordt intensief samengewerkt op verschillende niveaus in de regio. Het vraagt veel afstemming om de samenwerking (blijvend) soepel te laten verlopen. Er wordt op het gebied van jeugdzorg samengewerkt op drie regionale niveaus: 1) Zuidoost Brabant (21voordejeugd), 2) Samen voor Jeugd en 3) de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK). Iedere samenwerking heeft verschillende taken en verantwoordelijkheden. Zo wordt de specialistische jeugdhulp ingekocht op het niveau van Samen voor Jeugd en is in het samenwerkingsverband van de GRSK een meerjarig beleidskader opgesteld. Hoewel rollen en verantwoordelijkheden helder zijn belegd over de verschillende niveaus, is veel afstemming nodig om de samenwerking soepel te laten verlopen. Het gaat bijvoorbeeld over afstemming tussen de gemeente Eersel en de andere Kempengemeenten, de GRSK en Samen voor Jeugd. 3.

De afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd worden regionaal en lokaal vertaald in beleid en uitvoering. De afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd worden zowel regionaal als lokaal vertaald naar beleid en uitvoering. Zo werkt de regio Samen voor Jeugd aan een nieuw meerjarenplan waarin de thema's uit de Hervormingsagenda terugkomen. Het CJG+ werkt al conform een groot deel van de principes uit de Hervormingsagenda, bijvoorbeeld op het gebied van "stevige lokale teams". Desondanks worden in het vernieuwde MJBK de afspraken uit de Hervormingsagenda verwerkt. 4.

Er is veel kennis en expertise in het CJG+, maar ook discussie over de administratieve vertaling van de inhoud. Het CJG+ heeft veel kennis en expertise in huis. Ze bieden ook zelfstandig veel hulp en ondersteuning aan de inwoners van de gemeente Eersel. Maatschappelijke partners waarderen deze kennis en expertise. Zo is er over het algemeen consensus over de noodzakelijke inhoudelijke stappen in gezinnen. Tegelijkertijd is er discussie over de administratieve vertaling van de inhoud, bijvoorbeeld over producten, beschrijvingen van producten, intensiteit en duur van de zorg. Maatschappelijke partners wensen hierin samen te werken op basis van vertrouwen en niet, zoals dat nu soms ervaren wordt, op basis van wantrouwen. Uit verschillende gesprekken blijkt dat dit niet zozeer wantrouwen is vanuit de gemeente, GRSK en CJG+, maar meer gebaseerd is op de hoge kennis en expertise in het CJG+. 5.

Het zorggebruik in de jeugdzorg neemt in absolute en relatieve zin af in de periode 2021-2023, en ligt lager dan in de rest van Nederland. Sinds 2021 is het aandeel jeugdigen met jeugdhulp ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in Eersel afgenomen van 10,1Zo naar 8,60Zo. Het aantal jeugdzorgtrajecten in natura nam af in de periode 2021-2023: 610 in 2021 ten opzichte van 520 in 2023. Het percentage jeugdigen dat in 2023 hulp ontving ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen, ligt voor Eersel voor alle vormen van jeugdhulp lager dan het landelijk gemiddelde. Bij het CJG+ zien we dat het aantal cliënten dat wordt geholpen door het KTJ iets toeneemt voor inwoners in Eersel, maar niet significant. We zien daarnaast dat de zorgstapeling in de periode 2020-2023 grotendeels gelijk is gebleven op 150Zo.

| 6 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

6.

De gemeentelijke uitgaven aan jeugd blijven per saldo ongeveer gelijk in 2024-2027, de uitvoeringskosten bij de GRSK stijgen met 210Zo. Eersel gaat vanaf 2024 en verder circa C 32.000 meer uitgeven aan de voorzieningen voor jeugd en jongeren (circa 10Zo kostenstijging). De kosten voor jeugdzorg komen voor 2024 en verder dan uit op in totaal C 2,3 miljoen, wat neerkomt op 40Zo van de totale gemeentelijke begrote lasten (C 57,8 miljoen in totaal in 2024). Voor de gemeente Eersel geldt dat er bij de GRSK structureel C 440.000 is toegevoegd aan de begroting vanaf 2025 en verder. Dit komt neer op circa 21Z van de begrote uitvoeringskosten bij de GRSK. De grootste mutaties vinden plaats op het taakveld jeugdhulpbehandeling C+ C 105.000) en jeugdhulp met verblijf overig C+ C 160.000). Op Jeugdhulp begeleiding wordt C 50.000 toegevoegd voor 2024 en verder, op Gezinsgericht C 90.000 en op Jeugdbescherming C 35.000. 7.

Er is cijfermatig een aardig beeld, maar aan het meten van effect in de samenleving (bijvoorbeeld door cliëntervaringsonderzoek) moet nog gewerkt worden. De gemeente Eersel heeft qua resultaat (cijfermatig) een aardig beeld, aan het meten van het effect (impact) in de samenleving wordt gewerkt. Er worden jaarlijks cliëntervaringonderzoeken gehouden, maar de resultaten hiervan zijn beperkt bruikbaar, mede door de lage respons. Ook worden de cijfers alleen op het niveau van De Kempengemeenten gegeven, zodat er geen informatie op gemeenteniveau beschikbaar is. 8.

Er is een uitgebreide informatievoorziening, maar toch krijgt de raad weinig grip op het thema. Er is een uitgebreide informatievoorziening vanuit de planning-en-controlcyclus, waarin veel cijfermatige informatie wordt gedeeld (onder andere via de maraps en beraps). Ook rapporteert het college veelvuldig via raadsmededelingen. De voortgang is ondanks alle informatie op dit moment niet goed te volgen voor raadsleden omdat de duiding van de cijfers mist. De raad mist ondanks alle informatie overzicht van het veld en staat ver van de praktijk. Er is voor raadsleden op dit moment geen goed beeld te vormen van de uitvoering en de kwaliteit van de dienstverlening. Het is een complex en majeur onderwerp waardoor het als lekenbestuur ondanks alles lastig blijft om goed te kunnen controleren en kader te stellen. 9. De raad voelt zich niet goed geëquipeerd in de rol van kadersteller en controleur. Jeugdbeleid is een lastige en complexe opgave die meerdere beleidsterreinen raakt, waardoor het voor raadsleden soms moeilijk is te doorgronden. Uit het onderzoek komt naar voren dat raadsleden hun rol als kadersteller en controleur wel pakken, maar dat ze zich niet altijd volledig geëquipeerd voelen in die rol. Er is geen gebruikgemaakt van de (bij)sturingsinstrumenten.

Om goed te kunnen kader stellen en controleren is meer kennis en expertise nodig over het thema, dat niet alleen complex is, maar ook aan veel verandering onderhevig is. De organisatie en uitvoerings- en zorgpartijen hebben in het verlengde hiervan ook de wens uitgesproken om vaker van gedachten te wisselen met de raad, om hen zo beter mee te nemen in de mogelijke implicaties van nieuwe (beleids)ontwikkelingen. 10. Er is geen samenwerking of afstemming met andere raden in de regio. Op dit moment is er geen regionale afstemming tussen de gemeenteraden. Er vindt buiten het jaarlijkse Kempencongres dat georganiseerd wordt door de regio, geen informatieuitwisseling of afstemming plaats tussen de raden. Er wordt dus ook niet gezamenlijk nagedacht over zienswijzen of doelstellingen voor de inkoop van jeugdhulp. Dat lijkt - gezien het feit dat de gemeenten voor dezelfde opgave staan en daarin samen optrekken, een gemiste kans. Zeker omdat de raad juist meer aan de voorkant betrokken wil worden.

| 7 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

2.3 Aanbevelingen Op basis van de hierboven geformuleerde conclusies komt de Rekenkamer tot de volgende aanbevelingen. 1.

College en raad: Formuleer scherpe doelstellingen, indicatoren, meetinstrumenten en streefwaarden. De eerste aanbeveling is er een die vaker wordt gedaan, maar wel zeer relevant is richting het nieuwe beleidskader voor 2026. Hoewel de beleidsdocumenten doelstellingen en indicatoren bevatten, zijn deze nog op hoofdlijnen geformuleerd. Het opstellen van onder andere het vernieuwde Meerjarenbeleidskader jeugdhulp (MJBK) biedt een mooie kans om een concretiseringsslag te maken en de doelstellingen te voorzien van scherpe indicatoren, meetinstrumenten en streefwaarden. Deze concretiseringsslag dient nadrukkelijk een coproductie te zijn van college en raad. De gemeenteraad krijgt zo de gelegenheid om zijn kaderstellende verantwoordelijkheid in te vullen. Bovendien bieden scherpe beleidsdoelstellingen meer handvatten om de inhoudelijke voortgang in de jeugdhulp te volgen en hierop te sturen. 2.

College: Verbind de verschillende beleidsstukken nadrukkelijk met elkaar, in beleid en uitvoering. Er is veel beleid opgesteld dat raakt aan het leven van jeugd en gezin. Ook is het beleid op verschillende niveaus vastgelegd, zoals de samenwerking op het niveau van Zuidoost Brabant, Samen voor Jeugd en de GRSK. De gemeente Eersel heeft daarnaast ook nog lokale beleidsdocumenten. Het is belangrijk om deze verschillende beleidsstukken met elkaar te verbinden en de gelaagdheid inzichtelijk te maken: hoe verhouden de beleidsdocumenten van de verschillende niveaus zich tot elkaar? Een aantal beleidsdocumenten, zoals het meerjarenplan van Samen voor Jeugd, is in ontwikkeling. Dit biedt een mooie kans om deze gelaagdheid en de onderlinge verhouding van beleid inzichtelijk te maken. 3.

College: Ga met Samen voor Jeugd en (een vertegenwoordiging van) maatschappelijke partners om tafel om de administratieve vertaling van de inhoud te stroomlijnen. Er gaat (te veel) tijd verloren aan de administratieve vertaling van de inhoud. Op dit moment leven er verschillende beelden, bijvoorbeeld tussen zorgaanbieder en CJG+, over welk product het beste past bij welke situatie. Het is belangrijk om hier (meer) overeenstemming over te krijgen. Hier zijn de GRSK (CJG+), Samen voor Jeugd (inkoopafspraken) en (een vertegenwoordiging van) zorgaanbieders voor nodig. Uiteindelijk kan toegewerkt worden naar gezamenlijke werkafspraken over de administratieve vertaling van inhoud naar producten. Het is essentieel voor zorgaanbieders om hier zoveel mogelijk regionaal in op te trekken, zodat de toegangsteams (zoveel mogelijk) een uniforme werkwijze hanteren. 4. College: Richt een degelijke effectmeting in en betrek hierin cliëntervaring. Op dit moment is er nog geen sprake van een goede effectmeting, de gemeente heeft vooral resultaten in beeld. De behoefte van zowel de raad als uitvoerende partijen is om meer gevoel en beeld te krijgen bij de echte impact in de samenleving.

Omdat er op dit moment clientervaringsonderzoeken worden gehouden met beperkte relevantie, stellen we voor om de komende tijd vooral in te zetten op meer kwalitatieve onderzoeken, waarin echt met cliënten zelf doorgevraagd kan worden naar de ervaring en tevredenheid. Dit kan regionaal geïnitieerd worden, maar zorg ook dat er uitsplitsing op gemeentelijk niveau gemaakt kan worden. Ook zou het interessant kunnen zijn om een jongerenraad op te richten die over de schouder van de gemeente heen kijkt en ongevraagd en gevraagd advies kan geven. Zie bijvoorbeeld de Experienced Experts (ExpEx, https://www.expex.nl/). We begrijpen dat er op het niveau van 21voordejeugd al initiatieven worden ondernomen. Vanuit 21voordejeugd wordt een paar keer per jaar’speak and eat' georganiseerd.

| 8 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

Dit zijn gesprekken over jeugdzorg tussen wethouders en jongeren. Dit doen ze met jongeren die ook zelf jeugdhulp ontvangen. Dit soort initiatieven kunnen uiteraard ook op lokaal niveau worden geïnitieerd. 5. College: Betrek de gemeenteraad bij het inrichten van de informatievoorziening. Het is belangrijk dat de raad kan bepalen hoe en wanneer hij wordt ingelicht over zowel de inhoudelijke taakuitvoering als de voortgang op de doelen en indicatoren. Jeugdhulp is een complex onderwerp. Om de kaderstellende en controlerende taak goed te kunnen uitvoeren, is naast voldoende informatie ook voldoende begrip van het thema nodig om deze informatie te duiden. De gemeenteraad kan zich, bijvoorbeeld in een expertsessie of in regionale bijeenkomsten (met ook onafhankelijke experts van buiten), beter laten informeren. Denk hierbij ook aan stages en werkbezoeken. Een interessante best practice is bijvoorbeeld ISD Bollenstreek. In de Bollenstreek werken vier gemeenten samen in het Sociaal Domein van de organisatie ISD Bollenstreek. De ISD heeft flink geïnvesteerd in het betrekken van de raad bij de uitvoering. Zo organiseren zij voor alle raadsleden regelmatig werkbezoeken en bieden zij stages aan voor raadsleden om mee te lopen bij de consulenten. Het is mogelijk om mee te lopen met de professionals en intakegesprekken of huisbezoeken bij inwoners mee te maken.

Een dergelijke kijk in de keuken heeft ervoor gezorgd dat de raadsleden de ISD Bollenstreek als een transparante organisatie ervaren die proactief informatie deelt, en waardoor zij bovenal gevoel hebben gekregen bij de uitvoeringspraktijk. 6. Raad: Initieer een regionaal platform voor raadsleden. Zorg voor een regionaal platform of meer samenwerking voor raadsleden. Het zou de grip voor de gemeenteraad op strategisch niveau enorm versterken als er een platform of een andere vorm van samenwerking wordt georganiseerd op regionaal niveau. Via dit platform zouden raadsleden informatie kunnen uitwisselen, zienswijzen, moties en amendementen kunnen doornemen maar ook technische vragen kunnen voorbereiden. Op dit vlak zou ook de griffie een rol kunnen spelen.

| 9 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

DEEL II NOTA VAN BEVINDINGEN

| 10 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

H3 | Onderzoeksverantwoording Deel II van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen in Deel I zijn gebaseerd. Deel II kent de volgende hoofdstukindeling: ^

Hoofdstuk 3: Onderzoeksverantwoording

^

Hoofdstuk 4: Taken voor de gemeente op het gebied van jeugdhulp

^

Hoofdstuk 5: Beleid en doelstellingen

^

Hoofdstuk 6: Organisatie en uitvoering

^

Hoofdstuk 7: Resultaten

^

Hoofdstuk 8: Evaluatie en verantwoording

In de bijlagen is de informatie opgenomen waarnaar in de tekst wordt verwezen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het onderzoek is uitgevoerd.

3.1 Hoofdvraag en deelvragen De Rekenkamer heeft de volgende centrale hoofdvraag geformuleerd: Is er sprake van doeltreffende en doelmatige jeugdzorg in de Kempengemeenten en wordt er goed voorgesorteerd op de afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd?

De centrale vraagstelling valt uiteen in vijf thema's waaronder de verschillende deelvragen vallen. Is er vastgesteld beleid met SMART doelstellingen?

Welke middelen zijn ingezet? Organisatorische vormgeving?

Welke instrumenten Į projecten zijn ingezet?

Welke resultaten zijn bereikt en tegen welke kosten?

Hoe wordt vergeleken met taak- en doelstelling?

Beleid 1. Is er sprake van helder geformuleerd en vastgesteld beleid, met duidelijke doelen en kaders? 2. Op welke wijze is dit beleid concreet vertaald naar de uitvoering, i.c. naar werkafspraken, aanbestedingen, verordeningen, beleidsregels, et cetera? Organisatie en uitvoering 3. Hoe zijn de jeugdhulp (inclusief de toegang en verwijzing) en preventie georganiseerd? 4. Op welke wijze vindt er regie en aansturing van de uitvoering plaats? 5. Hoe is de samenwerking met ketenpartners en hoe verloopt deze? Resultaten en ervaren effecten 6. In hoeverre heeft de gemeente zicht op de ontwikkeling van de cliëntenpopulatie en het zorggebruik? Hoe is de ontwikkeling van de (gemiddelde) zorgzwaarte en duur van zorg? Hoe verhoudt zich deze ontwikkeling ten opzichte van andere vergelijkbare gemeenten?

| 11 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

7. 8.

Hoe zijn het kostenniveau en de kostenontwikkeling ten aanzien van de (uitvoering van de) jeugdzorg en zijn deze vergelijkbaar met gemeenten van vergelijkbare omvang en structuur? Zijn de resultaten van het jeugdbeleid in beeld?

Evaluatie 9. Op welke wijze worden gemeenteraden (door hun colleges) geïnformeerd en in staat gesteld de uitvoering te controleren of het beleid bij te stellen? 10. Hoe heeft de gemeenteraad invulling gegeven aan zijn taken? 11. Is het de verwachting dat de afzonderlijke gemeenten invulling kunnen geven aan de afspraken die zijn gemaakt tussen Rijk en VNG in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd, zowel inhoudelijk als wat betreft beoogde financiële opbrengsten? Scope van het onderzoek In het onderzoek worden regelmatig de termen jeugdzorg en jeugdhulp gebruikt. Jeugdzorg is alle jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Jeugdhulp betreft alle vormen van hulp aan jeugdigen, zowel ambulant als residentieel, zonder jeugdbescherming en jeugdreclassering. De focus in dit onderzoek ligt op jeugdhulp. Dit betekent dat jeugdbescherming en jeugdreclassering buiten beschouwing worden gelaten (in hoofdstuk 4 gaan we hier verder op in). In dit onderzoek is vooral geprobeerd om in beeld te brengen hoe het beleid in de praktijk wordt uitgevoerd. Daarbij is onderzocht wat de ervaring van zowel intern betrokkenen (beleid) als de professionals is (zoals medewerkers van het CJG+, WIJzer en POH-GGZ jeugd). Tweede focuspunt betreft de mate waarin wordt voorgesorteerd op de afspraken uit de Hervormingsagenda.

Kempengemeenten gaat in dit onderzoek over de gemeenten Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Bergeijk valt niet onder de scope van het onderzoek, terwijl deze gemeente wel samenwerkt met Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden, bijvoorbeeld in het gezamenlijk beleidskader, de organisatie van CJG+ en taken en verantwoordelijkheden van de GRSK.

3.2 Onderzoeksmethoden Voor het verzamelen van de benodigde informatie en het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt. Deskresearch Op basis van een zeer uitvoerige documentenstudie hebben we het jeugdbeleid en de organisatie hiervan in kaart gebracht. Vervolgens zijn op basis van de documentenstudie topiclijsten opgesteld voor de interviews met betrokkenen. Een complete lijst van de bestudeerde documenten is opgenomen in bijlage 2. Interviews met stakeholders Voor verdieping en nadere duiding zijn 30, veelal, groepsgesprekken gehouden. Er zijn intern gesprekken gevoerd met medewerkers van de ambtelijke organisatie, de verantwoordelijk portefeuillehouder en de gemeenteraad. Maar er is ook gesproken met extern betrokkenen zoals medewerkers van het CJG+ en WIJzer, verschillende jeugdhulp- en zorgprofessionals, een vertegenwoordiging van de regio GRSK en Samen voor Jeugd, POH-GGZ jeugd, et cetera. De complete lijst van geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 3. Voor de interviews met intern en extern betrokkenen hebben we topiclijsten gehanteerd.

| 12 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

H4 | Taken van de gemeente op het gebied van jeugdhulp In dit hoofdstuk zetten we uiteen wat de Jeugdwet behelst, welke taken de gemeente toebedeeld heeft gekregen en waar de gemeenteraad een rol in kan spelen. Ook wordt de landelijke context besproken op basis van recente onderzoeken. Jeugdzorg is een verzamelnaam voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Jeugdbescherming en jeugdreclassering worden in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Dit komt door het unieke karakter van deze vormen van hulp en de grote schaal (regionaal en bovenregionaal) waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering wordt georganiseerd. De vier gemeenteraden in dit onderzoek hebben weinig directe invloed hierop.

4.1 Verantwoordelijkheden en afspraken Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten sinds januari 2015 verantwoordelijk voor de hulp aan en zorg voor kinderen, jeugdigen en hun ouders bij opgroei- en opvoedproblemen. Gemeenten bepalen zelf hoe zij de jeugdhulp lokaal inrichten. Zij organiseren de toegang tot de jeugdhulp, zelfstandig of in samenspraak met andere gemeenten. Ook kopen gemeenten in (boven)regionaal verband hulp in bij jeugdhulpaanbieders en Gecertificeerde Instellingen. Verschillende organisaties bieden hulp en ondersteuning aan jeugdigen. Gemeenten hebben verschillende rollen ten opzichte van deze organisaties. Soms treedt de gemeente op als opdrachtgever, soms als partner en in andere gevallen hebben gemeenten geen directe betrokkenheid. Inwoners opereren op het niveau "informeel" met minimale inmenging van de gemeente. Toch wordt hier door middel van informele netwerken van alles ondernomen en opgelost. Bij "georganiseerd informeel" zijn de informele netwerken omgezet in een organisatievorm, bijvoorbeeld een kerk, inwonersorganisatie of sportvereniging. Gemeenten zijn hierbij vaak indirect betrokken, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van een (sport)accommodatie of (kleine) subsidie. Organisaties met een overeenkomst of (grote) subsidierelatie met de gemeente vallen onder "georganiseerd formeel".

Het gaat bijvoorbeeld over de jeugdgezondheidszorg, onderwijs en kinderopvang. Deze drie niveaus zijn allemaal vrij toegankelijk voor inwoners. Dit betekent dat er geen officiële verwijzing nodig is, maar dat inwoners eenvoudig kunnen binnenlopen voor hulp en ondersteuning. Inwoners hebben voor specialistische jeugdhulp van zorgaanbieders een verwijzing nodig. Vanuit de Jeugdwet zijn de gemeenten, huis-, jeugd- en kinderartsen, Gecertificeerde Instellingen en de kinderrechter gemachtigd om te verwijzen naar specialistische jeugdhulp. Gemeenten sluiten contracten af met zorgaanbieders waarin afspraken staan over onder andere kwaliteit van de specialistische jeugdhulp. Gemeenten treden op als opdrachtgever. In figuur 1 gaat dit over het bovenste deel van de piramide.

| 13 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

Figuur 1

Ondersteuning aan jeugdigen op verschillende niveaus

De verschillende vormen van hulp worden ook op verschillende geografische niveaus ingedeeld. Over het algemeen geldt: hoe hoger in de piramide, hoe groter het schaalniveau. De eerste drie niveaus zijn voornamelijk op gemeentelijk niveau georganiseerd. Inwoners van de gemeenten Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden kunnen terecht bij het CJG+ voor hun vragen over opvoeden en opgroeien. Het CJG+ is onderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK). Oirschot organiseert de gemeentelijke toegang zelfstandig. Daar kunnen inwoners terecht bij WIJzer. Voor JeugdzorgPlus (JZ+), Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (JB&JR), Crisis en Coördinatie Spoedeisende Zorg, Veilig Thuis (VT), Beschermtafel en het Regionaal Expert Team (RET) wordt samengewerkt in Zuidoost Brabant (21voordejeugd), één van de 42 jeugdzorgregio's die door het Rijk zijn aangewezen. De inkoop van (hoog)specialistische jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf wordt op het niveau van Samen voor Jeugd2 vormgegeven. De samenwerking Kempengemeenten (GRSK) verzorgt allerlei taken in het sociaal domein voor de Kempengemeenten, waaronder het CJG+, maar ook de zorgadministratie voor de vier Kempengemeenten in het kader van dit onderzoek.

4.2 Wat de gemeente dient te regelen Gemeenten bepalen zelf hoe zij de jeugdhulp lokaal inrichten. Daarvoor moet onder meer het volgende georganiseerd worden: 1. Vertalen van de Jeugdwet naar lokaal beleid, met daarin aandacht voor preventie, lokale collectieve voorzieningen, de inrichting van de toegangsteams en de samenwerking met huisartsen. Daarvoor schrijft de gemeente een lokale beleidsnota. 2. Toegang tot jeugdhulp organiseren en beleidsregels/verordening opstellen. 3. Contractering/inkoop jeugdhulp bij zorgaanbieders, inclusief contractmanagement. 4. Administratieve organisatie (beschikkingen, afhandeling facturatie, monitoring).

2 https://www.regiosamenvoorieugd.nl/. In de regio Samen voor Jeugd werken de gemeenten Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Eersel, Eindhoven, Heeze-Leende, Oirschot, Reusel-De Mierden en Valkenswaard samen.

| 14 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

Punt 1, het beleidskader, wordt in de vier gemeenten verschillend vormgegeven. De gemeenten Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden (en Bergeijk) hebben hun ambities gebundeld in het Meerjarenbeleidskader Jeugdhulp (MJBK). De gemeente Oirschot heeft de doelstellingen voor de jeugd vastgelegd in het beleidsplan "Opvoeden en Opgroeien 2024-2027". Bovendien is er sprake van regionaal beleid, zoals de regiovisie jeugdhulp. Ook zijn er allerlei lokale beleidsdocumenten die bijdragen aan de jeugdhulp, zoals de Lokale Educatieve Agenda (LEA), visie op welzijn en de brede visie op preventie. De taken onder punt 2, het organiseren van de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp, organiseren Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden in het CJG + . WIJzer is de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp in Oirschot. Op het niveau van Samen voor Jeugd en Zuidoost Brabant (21voordejeugd en J42 regio) wordt zorg ingekocht en het contractmanagement georganiseerd, punt 3. Hoe hoger het specialisme, hoe groter de schaal. Zo worden JZ+ en JB&JR op het niveau van 21voordejeugd georganiseerd. Onder andere de basis GGZ, gezinsbehandeling en begeleiding worden op het niveau van Samen voor Jeugd vormgegeven. De administratie, punt 4, wordt voor de vier gemeenten grotendeels uitgevoerd door de GRSK.

Dit betekent dat zij onder andere de beschikkingen opstellen, verantwoordelijk zijn voor het berichtenverkeer en de monitoring op zich nemen.

4.3 Landelijke ontwikkelingen en onderzoek Hervormingsagenda Sinds de decentralisatie hebben gemeenten te maken met een oplopende vraag naar jeugdzorg en het oplopen van de gemiddelde zorgzwaarte. In 2023 zijn het Rijk en de VNG een Hervormingsagenda3 overeengekomen die mede een bijdrage moet leveren aan een verbetering van de jeugdzorg en het oplossen van financiële tekorten bij gemeenten. Het doel van de Hervormingsagenda Jeugd is tweeledig: 1. Betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. 2. Een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. De Hervormingsagenda is een vijfjarenplan dat er onder meer voor moet zorgen dat de specialistische hulp voor de meest kwetsbare kinderen beter georganiseerd wordt, er expliciet keuzes worden gemaakt over de reikwijdte van de jeugdhulp en er betere afspraken worden gemaakt rondom kwaliteit, dataverzameling en monitoring. Er vallen allerlei (landelijke) projecten onder de uitvoering van de Hervormingsagenda. Zo wordt er op dit moment gewerkt aan de "Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) zorgvormen". Hierin wordt geregeld welke vormen van zorg in ieder geval regionaal moeten worden ingekocht. Naar verwachting geldt deze nieuwe AmvB vanaf 1 januari 2025.

IZA en GALA Het IZA4 stelt stevige ambities voor gezonde zorg. Samenwerking is een belangrijk instrument in het akkoord om tot de gezonde zorg te komen. Vooral de opgaven 'samenwerking sociaal domein', 'huisartsenzorg' en 'GGZ' én 'gezond leven en preventie' raken aan het uitvoeren van de jeugdhulp. Onder andere de domeinoverstijgende samenwerking wordt gestimuleerd, maar ook het investeren in het versterken van de sociale basis. Bovendien heeft het akkoord aandacht voor het fysieke, mentale en maatschappelijke welzijn van mensen. Dit wordt onder andere beïnvloed door de leefomgeving, leefstijl en de mate waarin iemand kan meedoen. Voor de uitwerking van het IZA zijn per regio zogenaamde regiobeelden (hoe staat het ervoor?) en regioplannen (wat gaan we doen?) opgesteld.

3 https://open.overheid.nl/documenten/addec5d5-279c-40de-b607-7b64e8441602/file 4 Het IZA is hier op te vragen.

| 15 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

Gemeenten, GGD'en, zorgverzekeraars en VWS werken samen vanuit GALA5 om een gezond en actief leven voor burgers te realiseren. Het versterken van de sociale basis is één van de kernpunten uit het akkoord. Zo is het onder andere een vereiste uit het akkoord dat iedere gemeente uiterlijk in 2024 een beleidsplan over de sociale basis opstelt. Met de komst van het GALA worden zoveel mogelijk ambities en kaders gebundeld om de aanpak van een gezond en actief leven te uniformeren. Voor het verder uitwerken (en realiseren) van de ambities uit IZA en GALA zijn SPUK-middelen beschikbaar. De verdeling van de SPUK-middelen over gemeenten is gebaseerd op het inwonertal en het aantal inwoners met gezondheidsachterstanden (gebaseerd op inkomensniveau en opleidingsniveau).

Rol van de raad bij uitvoering van de Jeugdwet Veel gemeenteraden zoeken naar manieren om beter zicht te krijgen op en sturing te geven aan de (financiële) ontwikkelingen in de jeugdhulp. Zij lopen daarbij tegen verschillende uitdagingen aan. In 2020 concludeerde de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in een onderzoek naar de sturende rol van gemeenteraden in het sociaal domein dat zorgthema's, zoals de jeugdhulp, nog steeds een weinig politiek karakter hebben. Dit geldt zowel voor de achterliggende visie op deze taken als voor de afwegingen die gemeenten moeten maken om de schaarse middelen over het sociaal domein te verdelen. Dit heeft volgens de ROB verschillende oorzaken, waaronder de aard van het onderwerp:6 'Gemeenteraadsleden willen zo goed mogelijke zorg en ondersteuning voor iedere bewoner en vinden het moeilijk om daarin (politieke) keuzes te maken. Hun terughoudendheid heeft onder andere te maken met het gegeven dat iedere keuze in beleid het leven van kwetsbare inwoners kan raken. Het wordt nog lastiger als de uitkomst van keuzes in beleid moeilijk te voorspellen blijkt.' Daarnaast, zo concludeert de ROB, is er niet veel alternatief om uit te kiezen als kadernota's en beleidsnota's vooral als hamerstuk worden voorgelegd aan raadsleden zonder dat zij zorgvuldig meegenomen zijn in het proces dat daaraan voorafgaat.

Ook worstelen gemeenteraden met hun plek in de regionale samenwerkingsverbanden en hebben ze te maken met het Rijk dat tussen de alledaagse hectiek door ingrijpt en, zonder dat daarbij altijd wordt gezocht naar afstemming, aanpassingen in de wet- en regelgeving doet. Hierdoor wordt de sturingsruimte van raadsleden en hun gevoel van eigenaarschap over beleid in het sociaal domein beperkt. In de Kempengemeenten zien we dit eveneens terug. Het is ingewikkeld voor de raadsleden om voldoende grip te krijgen op al die ontwikkelingen die spelen in de jeugdhulp. Bovendien resulteren regionale processen in documenten waar gemeenteraadsleden alleen nog kleine aanpassingen in kunnen doen, omdat anders de regionale uniformiteit in gevaar komt. Meer hierover is te lezen in hoofdstuk 8.

5 Het GALA is hier op te vragen. 6 ROB, Decentrale taak is politieke zaak. Naar een sturende rol van de gemeenteraad in het sociaal domein, 2020, p.4.

| 16 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

H5 | Beleid en doelstellingen In dit hoofdstuk wordt beschreven welk beleid regionaal en lokaal is vastgesteld over jeugdhulp. Er is getoetst of het beleid concrete doelstellingen bevat die zijn geoperationaliseerd in bijvoorbeeld indicatoren en meetinstrumenten. Allereerst wordt het regionale beleid onder de loep genomen. Het gaat bijvoorbeeld over de regiovisie Samen voor Jeugd en het Meerjarenbeleidskader. Hierop volgt het lokaal beleid. In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen beantwoord: Beleid 1.

Is er sprake van helder geformuleerd en vastgesteld beleid, met duidelijke doelen en kaders?

^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

2.

Op welke wijze is dit beleid concreet vertaald naar de uitvoering, i.c. naar werkafspraken, aanbestedingen, verordeningen, beleidsregels, et cetera?

^ ^ ^ ^

De regiovisie en het lokale beleidskader zijn met elkaar verbonden. De thema's vanuit de regionale agenda en visie zijn doorvertaald naar het lokale beleidsplan. Het beleidskader is vastgesteld en actueel. De beoogde maatschappelijke effecten zijn expliciet benoemd. Relaties met andere beleidsterreinen zijn expliciet benoemd en duidelijk gemaakt. De raad heeft mee kunnen denken en beslissen in het kader van zijn kaderstellende rol. Maatschappelijke instellingen en ketenpartners hebben mee kunnen denken vanuit hun adviseursrol in de totstandkoming van het beleid. Het beleid is doorvertaald naar uitvoeringsbeleid en -plannen. De doelen zijn benoemd en SMART geformuleerd (of SMT). Er zijn prognoses van de zorg- en behoefteontwikkeling. De gemeente heeft op enige wijze input vanuit cliënten (en hun ouders) meegenomen bij het opstellen van het beleid.

De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ^ Het jeugdbeleid in Eersel krijgt op verschillende niveaus vorm. Op regionaal niveau (Samen voor Jeugd) wordt gewerkt aan een Meerjarenplan (MJP), is een regiovisie vastgesteld en is een transformatieplan opgesteld. De Kempengemeenten hebben in samenwerking met de GRSK het Meerjarenbeleidskader jeugdhulp (MJBK) vastgesteld. De Kempengemeenten hebben gezamenlijk een preventieakkoord en "Kempenbranie" opgesteld. De gemeente Eersel heeft ook op lokaal niveau beleid, zoals het 'Welzijnsplan gemeente Eersel 2023 tot en met 2026'. Er zijn de afgelopen jaren veel beleidsdocumenten opgesteld, verdeeld over verschillende niveaus. In de beleidsdocumenten is het onvoldoende duidelijk hoe al het beleid zich tot elkaar verhoudt. ^ In het MJBK zijn doelstellingen benoemd en een aantal indicatoren (op hoofdlijnen) om deze doelstellingen te volgen. Deze doelstellingen bieden een mooie basis om een concretiseringsslag te maken, bijvoorbeeld in de indicatoren, meetinstrumenten en streefwaarden. Dit is één van de aandachtspunten bij de herijking van het MJBK vanaf 1 januari 2026. ^ Het beleid is vertaald in concrete procedures, processen en werkinstructies voor de professionals van het CJG + . De uitvoeringsdocumenten worden voortdurend geüpdatet, bijgehouden en aangevuld.

Regelmatig worden de werkinstructies onder de loep genomen en wordt gezocht naar een manier om het efficiënt te bundelen, bijvoorbeeld in een handboek.

| 17 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

5.1 Is er sprake van helder geformuleerd en vastgesteld beleid, met duidelijke doelen en kaders? Het jeugdzorgbeleid is op verschillende niveaus op- en vastgesteld. Op het niveau van Zuidoost Brabant werken 21 gemeenten samen op (zeer) specialistische hulp en ondersteuning aan jeugdigen, zoals JB&JR en JZ+. Op dit niveau zijn de afspraken vastgelegd in het werkplan 21voordejeugd. Vanwege de focus van dit onderzoek op het lokale niveau van De Kempen wordt dit bovenregionale beleid (Zuidoost Brabant) buiten beschouwing gelaten.

De regio is bezig met een nieuw meerjarenplan Iedere regio heeft in het kader van de Norm voor Opdrachtgeverschap een regiovisie opgesteld met afspraken over de samenwerking, de beschikbaarheid van jeugdzorg en randvoorwaarden (zoals administratie en inkoop). De gemeenten in Samen voor Jeugd hebben dit in januari 2023 vastgelegd in de regiovisie jeugdhulp 2023-2026. De regiovisie benoemt vijf leidende principes: ^ We voorkomen specialistische jeugdhulp door in te zetten op preventie. ^ We werken datagedreven. ^ We versterken de onderlinge relatie, bestuurlijk en op alle andere lagen binnen de regio. ^ Jeugdigen kunnen opgroeien en zich ontwikkelen in hun eigen omgeving, het liefst’thuis'. • Jeugdigen krijgen de juiste hulp op maat. Deze leidende principes sluiten aan bij de thema's uit het transformatieplan Samen voor Jeugd: 'dichtbij', 'thuis' en 'integraal'. De regio Samen voor Jeugd werkt op dit moment (2024) aan het opstellen van een meerjarenplan (en meerjarenbegroting), waarin ook de thema's uit de Hervormingsagenda terugkomen. Vier thema's komen terug in dit meerjarenplan: ^ Jeugdhulp voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen. ^ Jeugdhulp steviger aan aanpalende domeinen en meer integraliteit. ^ Jeugdigen groeien thuis op of zo nabij mogelijk. ^ Verbeteren van organisatie en inkoop.

De invulling van de vier thema's wordt in samenspraak met gemeenten, zorgaanbieders, ervaringsdeskundigen en andere betrokkenen opgesteld. Het meerjarenplan is naar verwachting in Q1 van 2025 afgerond.

Het jeugdbeleid is actueel, maar vraagt nog om een concretiseringsslag De gemeenten Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden hebben de ambities en doelstellingen voor de jeugdhulp vastgelegd in het Meerjarenbeleidskader jeugdhulp (MJBK) 2020-2024. Het jeugdbeleid wordt in de Kempengemeenten voorbereid door de individuele gemeenten in afstemming met de GRSK. Het MJBK bevat zes actielijnen waarop ingezet wordt op: ^ betere toegang voor jeugdhulp; ^ meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien; • kinderen kansen bieden zich te ontwikkelen; • kwetsbare jeugdigen beter op weg helpen zelfstandig te worden; • jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt; • investeren in vakmanschap van de jeugdprofessional. Al deze actielijnen zijn voorzien van maatschappelijke resultaten en indicatoren. Een voorbeeld van een maatschappelijk resultaat is "Kinderen en gezinnen worden snel geholpen" (MJBK, pagina 16). Hier horen de indicator "Ik ben snel geholpen" en "Doorlooptijd besluit CJG+ - start arrangement" (MJBK, pagina 17) bij. Ook wordt op iedere actielijn gerapporteerd vanuit de GRSK aan de individuele gemeenten. Tegelijkertijd zijn niet aan alle actielijnen (voldoende) heldere indicatoren gekoppeld. Bovendien zijn niet overal streefwaarden en meetinstrumenten (zoals interviews, enquêtes of cijfers) toegevoegd.

Hierdoor ontbreekt een referentiekader: waar meten we de voortgang van het beleid aan?

| 18 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

Wat is daarnaast de definitie van snel geholpen? Gaat dit om een vaste termijn of ga je aan mensen vragen of ze voldoende snel geholpen zijn? In hoofdstuk 7 wordt dit verder uitgewerkt. Het is verder een uitdaging om de relatie tussen de uitvoering en de actielijnen voldoende te onderbouwen. Hoe weet je immers of de verandering in de samenleving het resultaat is van een interventie? Bij enkele afgebakende initiatieven, zoals in de pilot met de huisartsen, lukt het beter om de relatie te leggen tussen de interventie en het resultaat. Dit heeft te maken met het gesloten systeem waarbinnen de huisarts werkt. Eventuele resultaten zijn bijvoorbeeld terug te zien in de verwijsinformatie vanuit de huisarts naar de maatwerkvoorzieningen. Inmiddels is het MJBK verlengd tot 1 januari 2026, er is dus sprake van actueel beleid. Wel wordt het MJBK op dit moment geëvalueerd (nog niet beschikbaar voor dit rekenkameronderzoek). Op basis van deze evaluatie wordt toegewerkt naar een nieuw beleidskader voor de periode 2026-2030. De Kempengemeenten bouwen verder op de actielijnen uit het huidige MJBK. In het herijkte MJBK wil de organisatie meer concrete indicatoren koppelen aan de actielijnen zodat de uitvoering in de Kempen gerichter te volgen is.

De lokale ambities zijn uitgewerkt in verschillende (beleids)notities Het coalitieakkoord van de gemeente Eersel benoemt de ambitie dat kinderen en jongeren veilig, gezond en kansrijk opgroeien. Bovendien wordt de beleidsnotitie Kempenbranie benoemd, waarin de IJslandse preventieaanpak het middelengebruik bij jeugdigen moet terugdringen. Verder krijgt de toenemende overlast van groepen jongeren aandacht. Het college heeft de ambitie om deze overlast terug te dringen, onder andere met de inzet van jeugdcoaches. Naast maatwerkvoorzieningen is een belangrijk onderdeel van hulp en ondersteuning aan jeugdigen gericht op preventie en de sociale basis. Eersel, Bladel en Reusel-De Mierden hebben dit onder andere uitgewerkt in de beleidsnotitie "Kempenbranie" en het Kempisch "Preventieakkoord". Het preventieakkoord is gericht op alle inwoners van de Kempengemeenten met welbevinden en middelengebruik als belangrijke aandachtspunten. Een uitgebreid netwerk van organisaties hebben het preventieakkoord ondertekend. Om het middelengebruik onder jongeren terug te dringen is de beleidsnotitie "Kempenbranie" opgesteld. Kempenbranie is de naam voor het uitrollen van de IJslandse aanpak om door middel van een positieve (opvoed)omgeving het middelengebruik terug te dringen.

Het model is wetenschappelijk onderbouwd en gericht op het verlagen van risico's en het versterken van beschermende factoren ten aanzien van middelengebruik. De precieze programma's en interventies staan niet vast, maar sluiten aan bij de lokale context. In het "Welzijnsplan gemeente Eersel 2023 tot en met 2026"zijn de ambities voor de komende jaren vastgelegd voor de gemeente op het gebied van welzijn en de voorliggende voorzieningen. Welzijn wordt integraal benaderd, met een focus op het versterken van de eigen kracht, de afname van maatwerkvoorzieningen en een stevige sociale basis. In het welzijnsplan zijn twee grote opgaven afgesproken: 1. Het, waar nodig, versterken en verbinden van de sociale basis. 2. Focus op kwetsbare inwoners met vangnetvoorzieningen. Het welzijnsplan is het resultaat van een inwonerspeiling, doelen uit het coalitieakkoord, een evaluatie van het vorige plan en het signaleren van trends. Er wordt een duidelijke 'verbinding' (zoals het in het plan staat omschreven) gelegd met het meerjarenbeleidskader jeugd. In hoofdstuk 3 van het plan worden de activiteiten en doelen benoemd en daarbij is er steeds aandacht voor het thema jeugd.

| 19 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

Er is voldoende samenhang in het beleid, maar de afstemming vraagt om constant overleg Een deel van de afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd komt aan bod in de actielijnen uit het MJBK. Denk bijvoorbeeld aan de stevige lokale teams, normaliseren en de verbinding tussen jeugdhulp en aanpalende domeinen. Tegelijkertijd worden deze afspraken op verschillende niveaus uitgevoerd, zoals het nieuwe meerjarenplan van Samen voor Jeugd. Dit moet goed met elkaar in verbinding staan om te zorgen voor effectief beleid. Zo dient naast een goede verbinding tussen toegang en huisarts (niveau van Eersel) de juiste aanvullende hulp beschikbaar te zijn in het CJG+ (Kempengemeenten) of bij een zorgaanbieder (niveau Samen voor Jeugd). In deze paragraaf hebben we vastgesteld dat er actueel jeugdbeleid is op verschillende terreinen die invloed hebben op het leven van jongeren. Vaak is het beleid voorzien van doelstellingen. Tegelijkertijd wordt het beleid op verschillende niveaus uitgewerkt en is het niet voldoende duidelijk hoe de beleidsnotities zich tot elkaar verhouden.

5.2 Op welke wijze is dit beleid concreet vertaald naar de uitvoering? Het beleid kent een goede vertaling naar de uitvoering Op verschillende niveaus wordt het beleid vertaald naar de uitvoering, bijvoorbeeld in concrete werkinstructies en de Producten Diensten Catalogus (PDC) jeugd. De PDC dient als hulpmiddel om het juiste product in te zetten. Alle toegangsteams binnen Samen voor Jeugd kunnen hier gebruik van maken. De werkinstructies en PDC geven de professionals van het CJG+ houvast, bijvoorbeeld bij het inzetten van de juiste hulp en ondersteuning of in de samenwerking met belangrijke ketenpartners. In de PDC jeugd vinden de professionals van het CJG+ informatie over de verschillende producten, bijvoorbeeld over het doel van het product en de achterliggende klachten die bij het product ’passen'. Het gaat bij de PDC jeugd om de vertaling van inkoopafspraken op het niveau van Samen voor Jeugd naar de lokale gemeente. Het team toegang van het CJG+ gebruikt dit om het juiste product te kunnen koppelen aan de hulpvraag van de inwoner, eventueel in overleg met het lokaal ondersteuningsteam (LOT) of het Kempenteam Jeugd (KTJ); in hoofdstuk 6 gaan we verder in op de rol van deze teams. De huidige werkinstructies die in het CJG+ worden gebruikt zijn divers van aard en zeer uitgebreid.

Een aantal gaat over het maken van een goede inhoudelijke inschatting, zoals de werkinstructie 18-/18+. Andere gaan over het doorlopen van een zorgvuldig proces, waaronder de werkinstructie privacy en gegevensverwerking, verhuizingen en het jeugdhulpdossier. Ook zijn er werkinstructies gericht op een soepele samenwerking met belangrijke maatschappelijke partners, zoals de werkinstructie gericht op de samenwerking met de politie. Verder bevat het "handboek toegang" gebundelde werkafspraken voor het CJG+. Uit de gesprekken met het CJG+ blijkt dat ten tijde van het onderzoek de werkinstructies en het handboek toegang herijkt worden. Hoewel er veel werkinstructies zijn opgesteld, ontbreekt nog een praktisch overzicht waar de professionals uit het CJG+ mee kunnen werken. Bij het toewerken naar dit nieuwe overzicht, wordt ook de inhoud van de verschillende werkinstructies opnieuw onder de loep genomen.

| 20 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

BMC

H6 | Organisatie en uitvoering In dit hoofdstuk gaan we in op de manier waarop de gemeente Eersel de taken vanuit de Jeugdwet heeft georganiseerd. Daarbij gaan we in op de organisatie van de (lokale) toegang, maar ook de wijze van samenwerking in de regio. Bovendien wordt de uitvoering en samenwerking in de praktijk onder de loep genomen, bijvoorbeeld van de werkzaamheden van CJG+. Paragraaf 6.1 beschrijft de regionale samenwerkingen waar de gemeente Eersel onderdeel van is. Paragraaf 6.2 staat in het teken van het CJG+, de toegangspoort voor vragen van jeugdigen en gezinnen in Eersel. De laatste paragraaf zoomt in op de samenwerking tussen het CJG+, zorgaanbieders en het voorliggend veld. Organisatie en uitvoering 3.

Hoe zijn de jeugdhulp (inclusief de toegang en verwijzing) en preventie georganiseerd?

^ ^

^

^

^

4.

Hoe is de samenwerking met ketenpartners en hoe verloopt deze?

^

^

^ ^

5.

Op welke wijze vindt er regie en aansturing van de uitvoering plaats?

^ ^

^

| 21 | Rekenkameronderzoek naar jeugdhulp in Eersel

In de beleidsregels en beleidskaders staat duidelijk uitgewerkt hoe de toegang georganiseerd is. Er zijn stukken (op de website), die cliënten informeren over hoe zij een aanvraag kunnen doen voor jeugdhulp. Er is vanuit de toegang (CJG+ en WIJzer) actief informatie gedeeld met inwoners over jeugdhulp, hoe men daarvoor een aanvraag kan doen, waar dit kan en wanneer men hiervoor in aanmerking komt. Er is een overzicht van taken en afspraken die zijn gemaakt met de regio over de taken die daar zijn belegd. De gemeente is in staat om richting te geven aan de inkoop(afspraken). Er is nauwe samenwerking tussen de toegang huisartsen, jeugdartsen en Gecertificeerde Instellingen. Er is sprake van een effectieve regionale samenwerking tussen de gemeente en de maatschappelijke partners en professionals. Het huidige beleid en de werkwijze zijn herkenbaar voor zorgaanbieders. Zorgaanbieders en andere ketenpartners vanuit het voorveld kunnen uit de voeten met de huidige werkwijze. Er is een duidelijke sociale kaart met daarop alle voorliggende voorzieningen in de gemeente. Zorgaanbieders en de toegangsteams zijn op de hoogte van de voorliggende voorzieningen en initiatieven in de preventieve sfeer. Er is een overzicht van het gebruik van voorliggende voorzieningen.

BMC

De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ^ Er wordt op het gebied van jeugdzorg samengewerkt op drie regionale niveaus: 1) Zuidoost Brabant (21voordejeugd), 2) Samen voor Jeugd en de 3) Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK). Iedere samenwerking heeft verschillende taken en verantwoordelijkheden. Zo wordt de specialistische jeugdhulp ingekocht op het niveau van Samen voor Jeugd en is in het samenwerkingsverband van de GRSK een meerjarig beleidskader opgesteld. ^ Hoewel rollen en verantwoordelijkheden helder zijn belegd over de verschillende niveaus, is veel afstemming nodig om de samenwerking soepel te laten verlopen. Het gaat bijvoorbeeld over afstemming tussen de gemeente Eersel en de andere Kempengemeenten, de GRSK en Samen voor Jeugd. ^ Inwoners van Eersel kunnen laagdrempelig bij het CJG+ terecht met al hun vragen over opvoeden en opgroeien. Het team is opgedeeld in het team toegang, lokaal ondersteuningsteam en Kempenteam jeugd. ^ Het CJG+ heeft veel kennis en expertise in huis. Ze bieden ook zelfstandig veel hulp en ondersteuning aan de inwoners van de gemeente Eersel. Zorgaanbieders waarderen deze kennis en expertise. Zo is er over het algemeen consensus over de noodzakelijke inhoudelijke stappen in gezinnen.

Tegelijkertijd is er wel discussie over de administratieve vertaling van de inhoud, bijvoorbeeld over producten, beschrijvingen van producten, intensiteit en duur van de zorg. ^ Het CJG+ is goed aangesloten op de Vindplaatsen' van jeugdigen en gezinnen, zoals de huisarts, GGD en scholen. Zo is er op dit moment een pilot om de samenwerking met de huisartsen te versterken door een professional van het CJG+ te koppelen aan iedere huisarts. Tegelijkertijd zijn er nog potentiële verbeteringen in de samenwerking met voorliggende voorzieningen, zoals Cordaad Welzijn.

6.1 Hoe wordt er regionaal samengewerkt? Om de verschillende taken in de jeugdhulp goed te organiseren, bundelen gemeenten de krachten in regionale samenwerkingen, bijvoorbeeld voor de inkoop. In deze paragraaf worden de verschillende regionale samenwerkingen onder de loep genomen.

Er is regionale samenwerking op drie niveaus De gemeente Eersel werkt samen in verschillende regionale verbanden: 1. Zuidoost Brabant (21voordejeugd) Nederland is ingedeeld in 42 jeugdzorgregio's voor de regionale samenwerking tussen gemeenten in de jeugdzorg. 21voordejeugd is één van deze regio's. De deelnemende gemeenten hebben ervoor gekozen om Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (JB&JR), JeugdzorgPlus (JZ+), Crisis en Coördinatie Spoed Eisende Zorg, Veilig Thuis (VT), Beschermtafel en Regionaal Expert Team (RET) gezamenlijk te organiseren. Het betreft in totaal 21 gemeenten. 2. Samen voor Jeugd De regio 21voordejeugd bestaat wederom uit twee subregio's: 10voordejeugd en Regio Samen voor Jeugd. Eersel valt onder de regio Samen voor Jeugd, met Eindhoven als grootste partner en centrumgemeente. De partners in Samen voor Jeugd zijn: • Eindhoven ^ Bergeijk, Bladel, Eersel, Reusel-De Mierden: subregio Kempengemeenten ^ Cranendonck, Heeze-Leende, Valkenswaard: subregio A2-gemeenten • Best, Oirschot: subregio BO-gemeenten Gezamenlijk kopen deze gemeenten specialistische jeugdhulp in. De gemeente Eindhoven verzorgt voor Samen voor Jeugd de inkoop van de specialistische jeugdhulp. De gemeentelijke samenwerking is vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=5dceeaa7-93b9-4d69-ae47-d3671a740a9c