CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[24zi.00476] Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

Commissievergadering 18 juni 2024, gemeente EerselBij agendapunt: 2e Begrotingswijziging 2024, Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 KempenPlus10.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

V

Įŕertiļîmpí«s tecfof4-*n WrtřfHt i'rSrfľ

j*m

Ontwerpbegroting 2025 1

‘

/ j *-

i meerjarenraming 2026-2028

Voorwoord In deze begroting 2025 beschrijven we de dienstverlening van KempenPlus in 2025. U zult zien dat daarin niet heel veel verandert ten opzichte van de dienstverlening zoals we die nu uitvoeren. Het uitgangspunt is immers 'Ongewijzigd beleid', zoals we hebben afgesproken in verband met de strategische toekomstver­ kenning. Dat betekent niet dat we stilzitten. De lopende dienstverlening, zowel qua werk als qua inkomen, richting inwoners kan en moet altijd beter. We dagen onszelf elke dag uit om onze dienstverlening efficiënter te organiseren. Door interne ontwikkeling, maar vooral door ook steeds meer naar buiten te kijken. We blijven continu de verbinding met de regio zoeken, onder andere met onderwijspartners, met het Kempisch Ondernemersplatform en als partner in Huis naar Werk. Stap voor stap bouwen we aan een intensief en inclusief netwerk om inwoners steeds doelmatiger te ondersteunen in hun ontwikkeling en de weg naar werk. Bijvoorbeeld door met het bedrijfsleven te verkennen of we gezamenlijke ontwikkelinitiatieven kun­ nen realiseren op de vloer van de werkgevers. Om nog meer mensen naar werk te begeleiden en de risico's voor werkgevers te minimaliseren, besteden we extra aandacht aan het detacheren van medewerkers.

Door werkgevers laagdrempelig te ontzorgen, te adviseren - bijvoorbeeld over de mogelijkheden van loonkostensubsidie - en te begeleiden effenen we de weg voor onze inwoners om zoveel als mogelijk bij reguliere bedrijven aan de slag te gaan. Alles met één doel: we willen iedereen zo regulier mogelijk aan het werk helpen. Als het kan 'buiten' en als dat (nog) niet kan, bieden we intern een veilige en beschutte werkomgeving. En als het nodig is, helpt Kem­ penPlus inwoners met een uitkering aan een (tijdelijk) inkomen.

François Baudoin Directeur KempenPlus

Programmabegroting 2025-2028

2

Inhoudsopgave Voorwoord...............................................................................................................................................................2 Inhoudsopgave....................................................................................................................................................... 3 1

Kijkend naar 2025 en verder......................................................................................................................... 5 1.1

Introductie.............................................................................................................................................5

1.2

Ontwikkelingen binnen de samenwerking.......................................................................................... 6

1.3

Ontwikkelingen binnen KempenPlus...................................................................................................6

1.4

Uitgangspunten voor de begroting 2025............................................................................................ 9

1.5

De begroting in één oogopslag........................................................................................................... 10

2

Begrotingen van deelprogramma's............................................................................................................ 12 2.1

Deelprogramma Ontwikkelen en Inkomensondersteuning............................................................. 12

2.2

Deelprogramma Werken..................................................................................................................... 14

2.3

Deelprogramma: Ondersteuning........................................................................................................ 19

3

Paragrafen................................................................................................................................................... 22 3.1

Bedrijfsvoering .................................................................................................................................... 22

3.2

Verbonden partijen............................................................................................................................. 24

3.3

Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................................... 25

3.4

Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................................30

3.5

Financiering........................................................................................................................................ 30

4

Financiële begroting.................................................................................................................................... 32 4.1

Overzicht van lasten en baten met meerjarenperspectief............................................................. 32

4.2

Incidentele lasten en baten................................................................................................................ 33

4.3

Meerjarig investeringsplan................................................................................................................ 34

4.4

Overzicht van lasten en baten per taakveld......................................................................................35

4.5

Geprognosticeerde balansen.............................................................................................................36

4.6

Overhead .............................................................................................................................................. 36

5

Bijlagen......................................................................................................................................................... 37 5.1

Gegevens ten behoeve van de berekening van de verdeelsleutels................................................ 37

5.2

Bijdragen van deelnemende gemeenten.......................................................................................... 38

5.3

Bijlage: Afkortingen en begrippen.................................................................................................... 39

Programmabegroting 2025-2028

3

1

Kijkend naar 2025 en verder

1.1

Introductie

In deze begroting presenteert KempenPlus de plannen en voornemens voor het jaar 2025, en de drie daarop volgende jaren. De jaarplannen zijn per afdeling uitgewerkt en vervolgens omgezet naar een financiële be­ groting. KempenPlus is georganiseerd in drie afdelingen die tezamen bepalend zijn voor de begroting en meerjarenraming. Kempenplus is het samenwerkingsverband tussen de vier deelnemende gemeenten, op uitvoering van de taken op het gebied van Wsw, Participatiewet, Leefgeldregeling Oekraïne, Tozo en de Wet Inburgering. Inmiddels onderscheidt KempenPlus 20 doelgroepen. In de vijf jaar die KempenPlus in 2024 bestaat zijn er meer doelgroepen bijgekomen dan er zijn afgegaan. Het aantal cliënten is licht stijgend, van circa 1.500 in 2019 tot circa 1.600 inwoners bij de start van 2024. In de uitvoering van de taken voorziet KempenPlus in dienstverlening die van niet te overschatten belang is voor de inwoners die daarvan afhankelijk zijn. Voor de inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt of in­ woners die afhankelijk zijn van een uitkering staat KempenPlus 'aan de lat'. Dat is de opdracht van KempenPlus; om dat ook de komende jaren op goede wijze te doen, zijn de plannen opgesteld die in deze begroting zijn opgenomen. Ontwikkelingen in externe factoren Op landelijk niveau speelt de discussie of de Participatiewet heeft gebracht wat bij de introductie in 2015 beoogd werd.

Vraag is nog of de ervaringen opgedaan in de laatste jaren gaan leiden tot veranderingen in de wet. Ondertussen gaat de uitvoering voort, op basis van het uitgangspunt: Ongewijzigd beleid. Leefgeldregeling Oekraïne De Europese bescherming van ontheemden uit Oekraïne loopt tot maart 2025. Het kan zijn dat deze verder verlengd gaat worden, maar een andere optie is dat deze “constructie" op enig moment omgezet gaat wor­ den naar de reguliere asielwetgeving en dat een verblijfsrecht binnen het kader daarvan georganiseerd gaat worden. Op dat moment is het denkbaar dat een beroep op de Participatiewet mogelijk wordt. Gezien het aantal ontheemden dat zich thans in Nederland bevindt, kan dat majeure gevolgen hebben voor het bijstandsvolume, ook in de Kempen. Spreidingswet Per 1 februari 2024 is de “Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen" (de Sprei­ dingswet) in werking getreden. Middels deze wet beoogt het Rijk te komen tot een evenwichtige verdeling van de benodigde opvangplekken voor asielzoekers over geheel Nederland. Gemeenten en provincies die­ nen onderling afspraken te maken hoe een en ander te organiseren. In de wet zit een aanwijzingsbevoegd­ heid van de minister voor het geval de lagere overheden zelf geen onderlinge afspraken kunnen maken over deze opvangplekken.

Het betreft hier een andere doelgroep dan de statushouders waarvoor gemeenten een taakstelling hebben voor de huisvesting en die vervolgens ondersteund moeten worden bij hun inbur­ gering en eventueel inkomensvoorziening. Denkbaar is dat vanuit deze opvangplekken er op enig moment doorstroom plaatsvindt naar huisvesting in dezelfde regio. Het kan zinvol zijn om in voorkomende gevallen hierop te anticiperen.

Programmabegroting 2025-2028

5

Regionaal Mobiliteitsteam Vanuit het Ministerie van SZW wordt gewerkt aan planvorming voor hervorming van de huidige arbeidsmarktinfrastructuur. In die plannen worden de bestaande Regionale Mobiliteitsteams (RMT's) vervangen door Regionale Werkcentra. De bedoeling is dat er in elke arbeidsmarktregio een dergelijke Regionaal Werkcentrum komt. Het betreft hier een publiek-privaat samenwerkingsverband met een gezamenlijk lo­ ket voor dienstverlening aan werkzoekenden en werkgevers. Bij KempenPlus is momenteel een depen­ dance van het regionale Huis naar Werk ingericht dat een vergelijkbare functie heeft. De plannen bevinden zich nog in een ontwerpfase, maar het is voor de gemeenten en KempenPlus zaak om de ontwikkelingen nauwgezet te volgen en actief betrokken te blijven bij uitwerking van deze plannen binnen de regionale arbeidsmarkt Zuidoost-Brabant.

1.2

Ontwikkelingen binnen de samenwerking

De strategische verkenning, die in 2023 is gestart krijgt in 2024 een vervolg. De samenwerkende gemeen­ ten maken afspraken over de vraag: hoe verder? In 2024 komen naar verwachting uitkomsten en voorne­ mens beschikbaar die richting gaan geven aan de verdere ontwikkeling van KempenPlus. Ondertussen geldt het uitgangspunt: ongewijzigd beleid. De bedrijfsvoering wordt voortdurend versterkt. Er zijn projecten gestart met grote impact die in 2025 hun vruchten gaan afwerpen; Zaaksysteem en een nieuw ERP-systeem. Naast deze majeure ontwikkelingen is er voortdurend inzet op verbetering van bedrijfsprocessen. Oirschot vertrekt uit de gemeentelijke samenwerking in de Kempen. Op dit moment moet worden gerekend met een vertrek per 1 januari 2025. Het is echter niet uit te sluiten dat het daadwerkelijke vertrek uitgesteld wordt, omdat in de overstap naar een ander samenwerkingsverband veel afhankelijkheden zitten. In de loop van 2024 gaat de nodige duidelijkheid ontstaan. Versterking van het financiële fundament wordt voorbereid en geagendeerd voor het bestuur in 2024. Dit is veelomvattend met naar verwachting gevolgen voor 2024, 2025 en verder. De scope omvat: 1.

Actualisatie van reserves en voorzieningen;

2.

Actualisatie van risico's en weerstandsvermogen;

3.

Evaluatie kostenverdeling KempenPlus;

4.

Vastleggen actuele afspraken over kostenverdeling in een Bijdragebesluit.

Voor deze zaken worden adviezen en voorstellen voor het bestuur voorbereid, waarin ook de samenhang tussen de onderwerpen duidelijk wordt.

1.3

Ontwikkelingen binnen KempenPlus

De doelgroep Wsw bouwt tot 2061 af. Dan zal naar verwachting de laatste Wsw-medewerker de pensioen­ gerechtigde leeftijd bereiken. Sinds 2015 is er geen nieuwe instroom in de Wsw mogelijk. In onze organisa­ tie werken nog veel Wsw-medewerkers, ook in een aansturende rol. T egenover de geleidelijke uitstroom staat de instroom van andere doelgroepen. Wat blijft is het gegeven dat inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt door ondersteuning in staat worden gesteld om te partici­ peren. Door de samenwerking van gemeenten in de organisatie van KempenPlus worden de voordelen van de grotere schaal waargemaakt.

Programmabegroting 2025-2028

6

Enerzijds is KempenPlus succesvol in het zo regulier als mogelijk plaatsen van medewerkers middels de­ tacheringen, anderzijds blijven de Wsw-medewerkers die relatief de meest intensieve begeleiding en soms ook zorg nodig hebben, werkzaam op onze eigen locatie. Hier komt bij dat de productiviteit en mobiliteit van de Wsw-medewerkers afneemt vanwege vergrijzing. Er stromen nieuwe medewerkers in met een indicatie Beschut Werk. De indicatiescriteria voor deze nieuwe doelgroep zijn strenger dan bij de voormalige Wsw. Mede daardoor komt het dat deze vaak nog jonge mensen intensief begeleid moeten worden. Echter, de financieringsmethodes van P-wetkandidaten en Wsw'ers zijn wezenlijk anders. Ook zit er een groot verschil tussen de hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten tussen beide doelgroepen, voor een P-wet-kandidaat wordt gemiddeld 50% subsidie ont­ vangen terwijl dit voor een Wsw'er gemiddeld 90% betreft. Het is van cruciaal belang dat een infrastructuur beschikbaar is om de inwoners die het niet lukt om zelf­ standig te participeren in onze werkende samenleving professioneel te kunnen ondersteunen en begelei­ den. Daarnaast blijft het vangnet, zowel in geld als in werk, noodzakelijk voor diezelfde doelgroep. Zowel landelijk als vanuit de Noord-Brabantse sociale werkbedrijven wordt daarvoor in Den Haag aandacht ge­ vraagd.

Met de invoering van de Participatiewet in 2015 is de Wajong alleen nog toegankelijk voor jonggehandicap­ ten die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben. De resterende groep die voorheen onder de Wajong zou vallen, zal daarom naar verwachting in de komende jaren gestaag ingroeien binnen de doelgroep van de Participatiewet. De nieuwe doelgroepen hebben vaker een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. De ver­ wachting van KempenPlus is dat voor de gehele doelgroep de duur en de intensiteit van begeleidingstra­ jecten naar zo regulier mogelijk werk zal toenemen. Hierdoor zal de inzet van functies als trajectbegeleider, jobcoach en werkleiding nog intensiever worden. De instroom bij KempenPlus is steeds meer met afkomst uit buitenland Elke tijd kent zijn eigen problematieken en de wijze waarop daarmee wordt omgegaan. Deze algemene con­ statering geldt ook voor gemeenten. Actueel voorbeeld is de toenemende inzet die de taak inburgering vergt. Voor de uitvoering van de taken betekent dit: »

Inburgering vergt meer en meer inzet met hogere kosten voor gemeenten;

»

Instroom Oekraïne is onzeker qua duur en qua aantallen personen;

»

Afstand tot de arbeidsmarkt is vaak ontstaan door cultuurverschillen, PTSS, analfabetisme en meer;

»

Een groot deel van deze instroom heeft begeleiding van KempenPlus nodig om op enig moment door te stromen naar regulier werk.

Ook voor deze bijzondere doelgroepen voorziet KempenPlus in de dienstverlening die nodig is. Instromers worden begeleid met uiteenlopend resultaat. Altijd is de inzet er op gericht om inwoners te begeleiden naar werk. De mate waarin we daar in slagen is voor elke persoon specifiek; variërend van personen die met een ondersteunde start volledig participeren tot en met beschut werk bieden aan diegene die op die wijze kan participeren.

Programmabegroting 2025-2028

7

1.4

Uitgangspunten voor de begroting 2025

Onderstaand is een korte samenvatting van uitgangspunten opgenomen. Voor het opstellen van de begro­ ting zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: »

De vastgestelde Kadernota 2025 is de basis voor de begroting 2025 e.v.

»

Voor 2025 en verder wordt uitgegaan van ongewijzigd beleid.

»

Voor de lonen is rekening gehouden met een 5,3%-stijging, zowel voor SGO, SW als Aan de Slag. 1

»

In de jaarschijf 2025 wordt uitgegaan van een prijsstijging van 3,5 % van de materiële budgetten. Dit percentage is gebaseerd op de prijsindex voor de materiële overheidsconsumptie (imoc) uit de Macro Economische Verkenning 2024.

»

Voor de jaren 2026 en verder wordt uitgegaan van vaste lonen en prijzen.

»

Voor de begrote omzetten wordt uitgegaan van marktconforme prijzen.

»

Tarieven Groen worden in 2024 geactualiseerd op basis van een externe 'toets aan de markt' in opdracht van Bizob. Deze toets is nog niet afgerond en de uitkomsten ervan worden meegenomen in een volgende begrotingswijziging.

»

In de begroting wordt uitgegaan van het aantal inburgeraars dat op aangeven van gemeenten is bepaald. Voor 2025 wordt nog geen rekening gehouden met wijzigingen in instroom op inburgering vanwege de onzekerheid die daarover bestaat.

»

Eersel neemt maatwerk af op de taak inburgering. De methode van kostendoorbelasting op deze taak is in de begrotingswijzing 2024 bepaald, en wordt voortgezet in 2025 en verder.

»

In de begroting 2025 e.v. wordt uitgegaan van beëindigde dienstverlening aan de gemeente Oirschot.

»

In de begroting is geen rekening gehouden met mogelijke opbrengsten uit hoofde van claims die verband houden met de fraude.

»

De kostenverdeling wordt gebaseerd op de bestaande afspraken. Daarbij geldt wel de ver­ melding dat in de loop van 2024 de bestaande systematiek wordt geëvalueerd.

» »

Bijzondere bijstand en Participatieregeling 18 + wordt begroot op basis van een nota van uitgangspunten die het bestuur heeft vastgesteld. Voor de doorbelasting van de IT-kosten door GRSK is uitgegaan van de begroting die door GRSK in procedure is gebracht.

Bestuursbesluit 11 april 2024, afwijking van het uitgangspunt in de Kadernota 2025 .

Programmabegroting 2025-2028

9

1.5

De begroting in één oogopslag

Onderstaande financiële begroting in een oogopslag brengt de wijzigingen ten opzichte van de begroting 2024 in beeld. Ook het meerjarenperspectief tot en met 2028 is vermeld. In dit perspectief wordt stabiliteit gemeld in baten, in lasten en daarmee in gemeentelijke bijdragen. Loonkosten nemen op basis van een indexering van 5,3 % structureel toe. Bij KempenPlus bestaan de exploitatielasten in 2025 voor 85% uit loonkosten. In de baten komt het vertrek van Oirschot uit de Kempensamenwerking tot uiting. KempenPlus neemt maatregelen om dit verlies aan schaalvoordeel zoveel als mogelijk te beperken. De meerjarenraming is op basis van vaste lonen en prijzen. Deze meerjarenraming laat een stabiele ontwikkeling zien. Bij het totaal van de baten ontstaat een afname die veroorzaakt wordt door het vertrek van gemeente Oirschot. Overzicht van baten en lasten per deelprogramma bedragen x C 1000

Voorlopige jaarreke­ ning 2023

Lasten Ontwikkelen en Inkomensondersteuning Werken Ondersteuning

3672 20399 5888

5501 21626 5957

5063 21015 6449

5057 21013 6416

5058 21013 6429

5055 21016 6395

Totaal lasten

29959

33084

32527

32486

32500

32467

748 9691 225

804 9670 1138

22 9636 273

22 9636 266

22 9636 266

22 9636 266

Totale baten

10665

11612

9931

9924

9924

9924

Resultaat voor reserves en gemeentelijke bijdragen

-19295

-21472

-22596

-22562

-22576

-22543

265

-707 811

139

19

19

19

-19030

-21368

-22457

-22543

-22557

-22524

Gemeentelijke bijdragen Gemeente Bergeijk Gemeente Bladel Gemeente Eersel Gemeente Reusel-De Mierden

4386 7616 4700 4167

4575 7691 4788 4313

4727 8143 5007 4581

4748 8170 5029 4597

4751 8175 5032 4600

4743 8164 5024 4594

Totale gemeentelijke bijdragen

20871

21368

22457

22543

22557

22524

Baten Ontwikkelen en Inkomensondersteuning Werken Ondersteuning

Dotatie aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat na reserves

Resultaat

Programmabegroting 2025-2028

1841

10

ì

Tatiana werkt

Tatiana (Facilitair)

'ik had een bijstandsuitkering. Inmiddels werk ik 24 uur per week en ik vind het echt leuk. Het werk îs voor mij een fijne uitlaatklep*"

2 Begrotingen van deelprogramma's 2.1 Deelprogramma Ontwikkelen en Inkomensondersteuning 2.1.1

Wat willen we bereiken?

De afdeling Werk & Participatie ondersteunt de ontwikkeling van cliënten met als doel zo regulier mogelijk aan het werk te gaan en te blijven. Als regulier werk niet (of niet direct) haalbaar is, wordt er gekeken naar mogelijkheden tot gesubsidieerde arbeid op de reguliere arbeidsmarkt of een beschutte werkplek bij of via KempenPlus, of een andere vorm van zinvolle dagbesteding. KempenPlus bepaalt voor elke cliënt een pas­ sende aanpak: cliënten zijn aan het werk, werken aan werk, participeren, werken aan participatie of heb­ ben een zorgtraject. Voor inburgeraars ondersteunt KempenPlus hun inburgeringstraject en voert hierop de regie. Zo lang werken niet of niet volledig mogelijk is, draagt de afdeling Ontwikkelen en Inkomensondersteuning zorg voor het tijdig en rechtmatig verstrekken van inkomen vanuit de Participatiewet, Bbz, IOAW, IOAZ en de Leefgeldregeling Oekraïne. In 2022 is KempenPlus gestart met de uitvoering van de Wet Inburgering. Er is een schatting gemaakt van benodigde middelen. KempenPlus is uitgegaan van de verwachte instroom geschat door de gemeenten en de huidige caseload is meegenomen. De verschillen tussen gemeenten worden verklaard uit de verschillen in dienstafname; gemeente Eersel neemt niet het volledige pakket af. Wat dit betreft worden de afspraken voortgezet die over deze taak in 2024 zijn gemaakt.

2.1.2

Wat gaan we ervoor doen?

Inkomensondersteuning Verstrek­ ken uitke­

KempenPlus verwerkt een uitkeringsaanvraag en verstrekt een uitkering aan wie daar recht op heeft.

ring Financieel ontzorgen

Statushouders die zich in onze gemeenten vestigen worden, indien nodig, gedu­ rende de eerste 6 maanden financieel ontzorgd middels inhouding op hun uitke­ ring en doorbetaling van vaste lasten.

Instroom­

KempenPlus beperkt de instroom in de uitkering zoveel mogelijk door

beperking

cliënten waarvoor dat passend is direct te bemiddelen naar werk.

TOZO BBZ

De afwikkeling van de Tozo-aanvragen en de Bbz-aanvragen wordt verzorgd. Dek­ king van de uitvoeringskosten hiervoor wordt onttrokken aan de bestemmingsre-

en

serve Tozo. Leefgeld-

KempenPlus is verantwoordelijk voor de leefgeldverstrekking op grond van de

regeling

Leefgeldregeling Oekraïne. Duur van deze regeling is thans nog niet bekend, maar

Oekraïne

geldt in ieder geval tot 4 maart 2025. Er moet rekening gehouden worden met wij­ zigingen in de regeling. Na maart 2025 is de verwachting daarnaast een transitie van Oekraïners in het reguliere inburgeringsysteem.

Programmabegroting 2025-2028

12

Ontwikkelen TalentPlus

Door middel van het TalentPlus-programma en andere vormen van diagnose wordt de afstand van de cliënt tot arbeid in beeld gebracht en worden gerichte trajecten ingezet om de afstand tot de arbeidsmarkt te verminderen zodat kan­ sen op uitstroom naar werk vergroot worden. KempenPlus biedt maatwerk door onderdelen van het TalentPlus-programma in losse modules aan te bieden.

Ken je klant

Alle uitkeringsgerechtigden hebben een actueel plan van aanpak (of een onthef­ fing).

Inburgering

KempenPlus voert de Wet inburgering voor de deelnemende gemeenten uit inclu­ sief de maatwerkafspraken. We gaan er van uit dat dit in 2025 voor Oirschot niet langer het geval is.

Uitstroom LKS

KempenPlus bevordert uitstroom naar betaald werk, indien nodig met inzet van voorzieningen zoals proefplaatsing en/of loonkostensubsidie. Iedere cliënt die in aanmerking komt voor LKS wordt actief begeleid om bij een externe werkgever te plaatsen en in gevallen waarin dat (nog) niet mogelijk is, wordt een werkplek bij KempenPlus gerealiseerd.

Beschut

KempenPlus werkt samen met maatschappelijke partners om mogelijke kandida­

Werk

ten voor beschut werk te vinden. KempenPlus biedt de kandidaten een stage aan en ze worden begeleid tijdens het aanvraagproces voor een indicatie beschut werk bij het UWV. Na het verkrijgen van een indicatie wordt per individu bekeken wat de beste werkplek is. Gezien de aard van de indicatie zal dit veelal een werk­ plek binnen de muren van KempenPlus zijn, maar ook de mogelijkheden tot deta­ chering en plaatsing bij een externe werkgever worden onderzocht en waar mo­ gelijk gerealiseerd.

2.1.3

Prestatieafspraken

De ambities van het deelprogramma Ontwikkelen en Inkomensondersteuning zijn geconcretiseerd met de volgende prestatieafspraken: Inkomensondersteuning: » Minimaal 90% van de uitkeringsaanvragen wordt binnen de wettelijke termijn afgehandeld. »

Na de wettelijke termijn van zes maanden is een inburgeraar meer zelfredzaam en wordt minimaal 75% van de inburgeraars niet meer financieel ontzorgd.

»

Aanvragen en wijzigingen op grond van de Leefgeldregeling Oekraïne worden binnen de wettelijke ter­ mijn afgehandeld.

Ontwikkeling: » Minimaal 80% van de deelnemers aan het TalentPlusprogramma stroomt door naar werk of werkerva­ ringsplaats. Inzet op basis van nut en noodzaak maatwerk voor zowel P-wet cliënten als eigen mede­ werkers met SW indicatie en Inburgeraars. »

130 succesvolle bemiddelingen waarvan minimaal 50 bemiddelingen in het kader van de Wet banenafspraak. Inzet op zo regulier mogelijk plaatsen. Voor cliënten voor wie dit niet of nog niet kan, wordt er gezorgd voor een passende plaats binnen de infrastructuur van KempenPlus.

Programmabegroting 2025-2028

13

»

De Rijkstaakstelling voor beschut werk wordt gerealiseerd voor zover er voldoende aanbod is. Daarbij zal het pro-actieve beleid waarbij we actief op zoek gaan naar mogelijke kandidaten worden voortge­ zet.

»

De brede intake en persoonlijk inburgeringsplan van de inburgeraar worden binnen 10 weken na huis­ vesting afgerond.

»

80% van de Inburgeraars ronden hun inburgering binnen de wettelijke termijn af.

2.1.4 »

Wat mag het kosten?

Vanaf 2025 worden alle huisvestingslasten gepresenteerd in het deelprogramma ondersteuning. In de doorbelasting van kosten aan gemeenten worden de vastgestelde uitgangspunten toegepast.

»

De verwachting is dat de dienstverleningsafspraken met de gemeente Oirschot per 2025 komen te vervallen. Dit leidt tot een daling van de baten en de lasten. De vervallen dienstverlening aan de ge­ meente Oirschot leidt tot hogere bijdragen voor de deelnemende gemeenten.

»

Vanaf 2025 is in de begroting geen rekening gehouden met dienstverlening Tozo en Bbz

Baten en lasten Ontwikkeling en inkomensondersteuning bedragen x C 1000

Voorlopige jaarrekening 2023

LASTEN Loonkosten doelgroep

37

21

25

25

25

25

Loonkosten organisatie

1961

3924

3883

3883

3883

3883

Inhuur

898

Detacheringen Bijzondere Bijstand

157

15

793

719

728

729

726

221

158

158

158

158

4800

4794

4795

4792

Overige personeelskosten

75

Kosten Inburgering

296

Personeelskosten

3269

5116

Huisvestingskosten

210

110

0

0

0

0

Automatiseringskosten

120

115

118

118

118

118

Overige kosten

73

160

145

145

145

145

Bedrijfskosten

403

385

263

263

263

263

Totale lasten

3672

5501

5063

5057

5058

5055

22

22

22

22

BATEN 653

782

Overige baten

Dienstverlening derden

13

22

Gemeente Oirschot (Inburgering)

82

0

Bijdragen gemeenten

3303

4552

5041

5035

5036

5033

Totale baten

4052

5356

5063

5057

5058

5055

Resultaat voor reserves

380

-145

Onttrekking aan reserves

149

145

Resultaat na reserves

529

Dotatie aan reserves

Programmabegroting 2025-2028

14

2.2

Deelprogramma Werken

2.2.1

Wat willen we bereiken?

Het deelprogramma Werken wordt ook vaak aangeduid als de infrastructuur van KempenPlus en heet in­ tern de "afdeling Bedrijven". Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt worden begeleid en ontwikkeld in en naar passend werk. Het streven is dat het werk zo regulier mogelijk is, duurzaam, passend en naar vermogen, bij voorkeur buiten KempenPlus; zo niet dan bij KempenPlus zelf. De infrastructuur van KempenPlus is een bedrijf, maar heeft geen winstdoel zoals commerciële bedrijven. De 'winst' van KempenPlus is dat elke cliënt die een baan gevonden heeft die bij hem of haar past. De am­ bitie is wel om een zo regulier mogelijk bedrijf te zijn waar mensen met een afstand tot arbeidsmarkt kun­ nen werken en leren.

2.2.2 Wat gaan we ervoor doen?

Werken

bij

KempenPlus

KempenPlus zorgt als werkgever voor een veilige werkomgeving waar mensen zinvol werk uitvoeren. Dit doen we met getrainde begeleiders en vakmensen

(bestaansze­

in de productie, groen, schoonmaak en facilitaire dienstverlening. De cultuur­

kerheid)

waarden: betrokken, respect, doelgericht, trots en verantwoordelijk zijn lei­ dend.

Werken en le­

De infrastructuur van KempenPlus (afdeling Bedrijven) is een erkend leer-

ren

werkbedrijf die naast passend werk ook werkt aan de ontwikkeling van al haar medewerkers door ze een stap te laten maken richting ieders maximale ver­ mogen.

Werken

naar

Inzicht geven hoe en waar medewerkers van KempenPlus werken en hen te

vermogen,

coachen zodat ze zelfredzaam worden en hun maximale inzetbaarheid berei­

liefst regulier

ken.

of zo dicht mo­ gelijk

Cliënten stromen de infrastructuur van KempenPlus binnen als ze niet direct kunnen gaan werken bij een reguliere opdrachtgever en worden daarmee werknemers van KempenPlus. Het is afhankelijk van de competenties en de ambitie van de betreffende medewerker tot hoever het ontwikkelpad loopt. Streven van KempenPlus is mensen te begeleiden naar en te ontwikkelen tot

Programmabegroting 2Ũ25-2Ũ28

15

zo dicht mogelijk bij regulier werk. Individuele detachering en groepsdetacheringen liggen dichter bij regulier werk dan werken onder leiding en toezicht van KempenPlus.

In dienst extern Detachering door K+ Werken binnen K+ activering Uitkering/niet participerend

Ontwikkelen

Doel is om alle stappen inzichtelijk te maken die medewerkers zetten op hun weg naar zo regulier mogelijke arbeid. De "tools"die we daarvoor gebruiken zijn: »

Ontwikkelpaspoort

»

Praktijkverklaringen i.s.m. Summa (basis, niveau 1 en 2)

»

"Het goede gesprek"

»

TalentPlus trainingen/programma

»

Vitaliteitsprogramma

»

Werkvloertaal

De fases die medewerkers doorlopen: mr

Instroomfase

Ontwikkelfase

1

Bemiddelingsfase V

»

Instroomfase: 1ste stap naar werk met als doel opdoen van arbeids­ ritme, werknemersvaardigheden en het leren van de Nederlandse werkcultuur. (Praktijkverklaring basis)

»

Ontwikkelfase: aanleren van taken, handelingen, zelfstandig werken en het verhogen van loonwaarde in tempo, kwaliteit en netto werktijd. (Praktijkverklaringen niveau 1 en 2)

»

Bemiddelingsfase: samen en onder regie van Participatiecoaches (afd. Werk & Participatie) worden de medewerkers die extern regulier kunnen werken voorbereid op hun externe werkplek en begeleid bij het sollicitatiegesprek en de plaatsing bij een reguliere werkgever.

Ook de medewerkers die niet in staat zijn uit te stromen naar regulier werk (be­ middelingsfase) blijft KempenPlus ontwikkelen zodat ze naar maximaal ver­ mogen kunnen blijven participeren. Inclusieve

Inclusieve technologie helpt mensen met een verstandelijke, lichamelijke of

technologie

psychische beperking bij het vinden en behouden van passend en waardevol

implemente­

werk. Zij kunnen daardoor hoogwaardiger werk uitvoeren. Te denken valt aan

ren

in

geza­

de inzet van VR-brillen, apps om taalbarrières te verkleinen, inzet van cobots

menlijkheid

waarbij collaborative robots samenwerken met mensen, de inzet van camera's

met opdracht­

voor kwaliteitscontroles of gebruik van augmented reality bij het aanbieden

gevers

van werkinstructies.

Programmabegroting 2Ũ25-2Ũ28

16

2.2.3

Prestatieafspraken

De ambities van het deelprogramma Werken zijn geconcretiseerd met de volgende prestatieafspraken: »

Passend werk bieden voor alle mensen waarvan de afdeling Werk en Inkomen beoordeelt dat ze in ieder geval aan het werk kunnen, maar nog niet bij een reguliere opdrachtgever (“Iedereen werkt mee").

»

Tevreden medewerkers door het zijn van een goede sociale werkgever voor alle medewerkers binnen de afdeling Bedrijven, zowel met een contract (cao's: SW, Aan de slag en ambtenaren) als zonder con­ tract (werkervaringsplekken, statushouders, inburgeraars, stagiaires).

»

Zorgdragen voor een veilige werkomgeving, waarbij de cultuurwaarden betrokken, respect, doelge­ richt, trots en verantwoordelijk leidend zijn.

»

Tevreden klanten die partners zijn en waar we continuïteit mee borgen.

»

Als de markt het toelaat en het past bij de competenties van de betreffende medewerker streven naar regulier werk, boven detachering en boven werken onder leiding en toezicht van KempenPlus.

»

Benchmarking (Divosa) met collega ontwikkelbedrijven met de ambitie top drie van Nederland.

»

Inclusieve technologie introduceren en toepassen waar dat past: samenwerken met collega bedrijven en klanten om kosten te delen en de kans op succes te vergroten.

Programmabegroting 2025-2028

17

2.2.4 » »

Wat mag het kosten?

De begroting laat een stabiele ontwikkeling in baten en lasten zien. In de berekening van de lonen is rekening gehouden met een CAO-stijging en een veranderde samen­ stelling en omvang van de doelgroep.

»

Vanaf 2025 worden alle huisvestingslasten gepresenteerd in het deelprogramma ondersteuning. In de doorbelasting van kosten aan gemeenten worden de vastgestelde uitgangspunten toegepast.

Baten en lasten Werken bedragen x C 1000

jaarreke­ ning 2023

2e Gewijzigde be­ groting 2024

Begroting 2025

Meerjarenraming 2026

2027

2028

LASTEN Loonkosten doelgroep

14789

16101

16189

16189

16189

16189

Loonkosten organisatie

2439

2266

2217

2217

2217

2217

Inhuur

59

200

200

200

200

200

Overige personeelskosten

330

838

708

708

708

708

Personeelskosten

17618

19405

19314

19314

19314

19314

Kosten omzet

920

742

742

742

742

742

Huisvestingskosten

981

513

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

199

202

225

223

223

226

Onderhoudskosten

264

276

246

246

246

246

5

24

24

24

24

24

Overige kosten

412

464

464

464

464

464

Bedrijfskosten

1862

1479

959

957

957

960

Totale lasten

20399

21626

21015

21013

21013

21016

7695

Automatiseringskosten

BATEN Omzet

8223

7695

7695

7695

7695

Overige baten

148

8

8

8

8

8

Loonkostensubsidie

1320

1687

1653

1653

1653

1653

Ontvangen ziektegelden doelgroep

0

280

280

280

280

280

Bijdragen gemeenten

12397

11804

11379

11377

11377

11380

Totale baten

22088

21475

21015

21013

21013

21016

1689

-152

0

0

0

0

Resultaat voor reserves Dotatie aan reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

13

152

0

0

0

0

Resultaat na reserves

1702

0

0

0

0

0

Programmabegroting 2025-2028

18

2.3

Deelprogramma: Ondersteuning

2.3.1

Wat willen we bereiken?

Het deelprogramma Ondersteuning wordt “Ondersteuning" genoemd, omdat de uitvoerende afdelingen Werk & Participatie en Bedrijven organisatorisch steunen op de centrale afdeling directie en bedrijfsvoe­ ring. Vanuit deze afdeling wordt een breed palet aan taken uitgevoerd, variërend van administratie, Plan­ ning & Control, communicatie, archief, ICT, Arbo, P&O, huisvesting enzovoorts. De ambitie van de afdeling Bedrijfsvoering is doorontwikkeling “van backoffice naar business partner". Dat houdt in de samenwerking met de andere afdelingen intensiveren en meer en meer faciliteren dat de ex­ pertise die op alle gebieden binnen de organisatie beschikbaar is waar deze nodig is. De adviestaak van de afdeling wordt actief ingevuld. Vanaf 2025 gaat KempenPlus werken met nieuw ERP-pakket. Vanaf dat moment zullen de bedrijfsmatige processen worden verwerkt in dit pakket. In 2025 wordt bezien of een doorontwikkeling van het pakket voordelen biedt. Met name of meer bedrijfsvoeringsprocessen (HRM) kunnen worden verwerkt in dit sys­ teem.

2.3.2

Wat gaan we ervoor doen?

Archiefwet

Naar verwachting treed per 1 januari 2025 de nieuwe archiefwet in wer­ king. In 2024 en 2025 worden de processen aangepast zodat deze aan­ sluiten bij de nieuwe wet.

ERP

In 2025 wordt de implementatie van ons ERP-pakket verder uitgebreid met een HRM-module, waarin alle medewerkers van KempenPlus wor­ den opgenomen; Cao SGO, Cao SW en Cao Aan de Slag.

Hybride werken

Er bestaan mogelijkheden tot thuiswerken binnen KempenPlus. Vanaf 2025 wordt hybridewerken verder doorontwikkeld.

Digitale richtlijnen en wet­ geving

Komende jaren wordt er steeds meer nieuwe wetgeving van kracht. Sa­ men met het GRSK SSC en de Kempengemeenten wordt deze nieuwe wetgeving geïmplementeerd in onze organisatie.

Ziekteverzuim

Het verzuimcijfer wordt minimaal gehandhaafd en er wordt gestreefd naar een daling. Daarmee ligt het ziekteverzuim onder het landelijk ge­ middelde, dit geldt zowel voor ambtelijke als niet-ambtelijke medewer­ kers.

MTO

In 2025 zal opnieuw een MTO (medewerker tevredenheid onderzoek) worden uitgevoerd als vervolg op de meting in 2022.

Programmabegroting 2025-2028

19

2.3.3

Prestatie-indicatoren

»

Het ziekteverzuim ligt niet hoger dan het landelijk gemiddelde, dit geldt zowel voor ambtelijke als

»

Succesvolle implementatie van de HRM activiteiten in het ERP-pakket.

niet-ambtelijke medewerkers.

2.3.4 »

Wat mag het kosten?

Vanaf 2025 worden alle huisvestingslasten gepresenteerd in het deelprogramma ondersteuning. In de doorbelasting van kosten aan gemeenten worden de vastgestelde uitgangspunten toegepast.

»

De toename van de kosten voor automatisering zijn met name het gevolg van autonome ontwikkelin­ gen (kostenstijging GRSK)

»

In 2025 worden kosten van de implementatie HRM-module (60k), ERP nazorg en advocaatkosten fraude gedekt uit de reserve.

Baten en lasten Ondersteuning bedragen x C 1000

jaarreke­ ning 2023

2e Gewijzigde be­ groting 2024

Meerjarenraming Begroting 2025

2026

2027

2028

LASTEN Loonkosten doelgroep

119

110

116

116

116

116

Loonkosten organisatie

2860

2750

2875

2875

2875

2875

Inhuur

39

72

0

0

0

0

Overige personeelskosten

649

519

486

486

486

486

Personeelskosten

3668

3451

3477

3477

3477

3477

Huisvestingskosten

210

110

931

919

921

919

Automatiseringskosten

888

1239

1065

981

992

960

Specialistische dienstverlening

378

267

217

177

177

177

Overige kosten

744

890

760

863

863

863

Bedrijfskosten

2220

2505

2972

2939

2952

2919

Totale lasten

5888

5957

6449

6416

6429

6395

BATEN Dienstverlening derden

20

158

0

0

0

0

Overige baten

206

980

273

266

266

266

Bijdragen gemeenten

5170

5011

6037

6132

6144

6111

Totale baten

5395

6149

6310

6398

6410

6377

Resultaat voor reserves

-493

192

-139

-19

-19

-18

0

-707

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

Dotatie aan reserves

103

515

139

19

19

19

Resultaat na reserves

-390

0

0

0

0

0

Programmabegroting 2025-2028

20

Jeroen (Groen Blade!)

Het is gewoon goed geregeld in het groen We zorgen er samen voor dat we veilig kunnen werken- Ik leer elke dag meer-"

3 Paragrafen 3.1 Bedrijfsvoering Personeel en organisatie De afdelingen Staf en Bedrijfsvoering zijn voortdurend in ontwikkeling om de organisatie bij de tijd te hou­ den, in de volle breedte van het takenpakket. Goed werkgeverschap, is een uitgesproken ambitie van Kem­ penPlus. Om dat te realiseren waarborgt KempenPlus dat aan de nodige randvoorwaarden is voldaan. De medewerkers van KempenPlus bestaan uit drie groepen die ieder hun eigen arbeidsvoorwaarden heb­ ben. De eerste groep wordt gevormd door de medewerkers met een SW-dienstverband. Er is geen nieuwe instroom van medewerkers, dus deze groep vergrijst en de bestaande groep stroomt langzaam uit. Voor de jaarlijkse uitstroom gaat KempenPlus uit van gemiddeld 5%. Deze medewerkers maken deel uit van het deelprogramma Werken. Enkelen zijn werkzaam voor de andere deelprogramma's. De tweede groep bestaat uit de nieuwe instroom van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt na de invoering van de Participatiewet. KempenPlus ontvangt voor deze medewerkers net als een regulier be­ drijf, loonkostensubsidie. Deze medewerkers maken volledig deel uit van het deelprogramma Werken. De laatste groep zijn de ambtenaren die vanuit deelprogramma's verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de regelingen. In het deelprogramma Ondersteuning zijn ook de managers van de afdelingen Werk & Participatie en Bedrijven opgenomen.

Voor de ambtenaren is de Cao SGO (gemeenten) van toepassing. Momenteel is de toestand op de arbeidsmarkt zodanig dat een aantal vacatures moeilijk kunnen worden ingevuld. Des te belangrijker is het dat KempenPlus perspectief en ontwikkeling kan bieden aan haar me­ dewerkers en kandidaten waarmee vacatures worden ingevuld. Vacatures vast invullen is ook van direct belang om inhuur op vacatures in te dammen en om kennis op te bouwen binnen de eigen organisatie. Goed en aantrekkelijk werkgeverschap is daarvoor van essentieel belang. De arbeidsvoorwaarden moeten in lijn liggen met die van andere SW- bedrijven en met de Kempengemeenten. De huidige samenstelling van het personeelsbestand van de ambtenaren bestaat voor 30% uit 60-plussers. Aandacht voor duurzame inzetbaarheid is noodzakelijk. Door de inzet van Strategische Personeelsplanning wordt actief ingezet op tijdige vervanging en kennisoverdracht, zodat de personeelsbezetting zowel kwa­ litatief als kwantitatief op orde blijft. Archiefwet Naar verwachting treedt per 1 juli 2025 de vernieuwde archiefwet in werking. Hoe de wet er precies uit komt te zien en wat het effect is op de bedrijfsvoering van KempenPlus is op dit moment nog niet helder. Naar verwachting zal de inhoud van de wet in 2024 bekend worden gemaakt. Op dat moment wordt onze inzet bepaald.

Naar verwachting zullen er in 2024 en 2025 wel aanpassingen in onze huidige werkwijze no­ dig zijn. Digitale overheid KempenPlus is in de afgelopen jaren geconfronteerd met steeds meer wet- en regelgeving inzake het di­ gitaal bereikbaar zijn, het archiveren en informeren van burgers. In 2023 gaat Kempenplus bezien op welke wijze Kempenplus met de huidige formatie aan de uitvoering van de regelgeving kan voldoen. De digitali­ sering en de toenemende eisen in het kader van privacybescherming zijn structureel van karakter.

Programmabegroting 2025-2028

22

Verwachting is dat deze ontwikkeling ook voortdurend inzet gaat vergen. Indien nodig wordt geïnvesteerd in opleidingen.

Plaats- en tijdonafhankelijk werken In 2024 wordt er een plan opgesteld om plaats- en tijdsonafhankelijk werken te implementeren in de orga­ nisatie. Dit plan zal onderwerpen bevatten als het faciliteren van passende ICT, digitalisering van dossiers en het faciliteren van een passende thuiswerkplek. De mogelijke financiële gevolgen - zowel voordelen als nadelen - zullen met een begrotingswijziging aan het bestuur worden voorgelegd. Naar verwachting kun­ nen wij deze plannen in 2025 implementeren. Huisvesting Om het onderhoud van gebouwen meerjarig te plannen en te spreiden in de tijd is in 2024 een MeerjarenOnderhouds-Plan opgesteld. (Een MJOP) Duurzaamheid is een aspect dat ook daarin is meegenomen. Alle 7 locaties van KempenPlus zijn in het plan betrokken. In 2025 is het MJOP in uitvoering gebracht. Vanuit de uitgevoerde inventarisatie is KempenPlus aan de slag om te bepalen welke initiatieven voor on­ derhoud worden genomen. Ook worden acties uitgezet in de tijd, inclusief de investeringen in gebouwen. Wet openbaarheid van bestuur Op 1 mei 2022 is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen door de Wet open overheid (Woo). De Woo is bedoeld om overheden transparanter te maken en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie be­ ter en makkelijker vindbaar is. Nieuw in de Woo is de openbaarheidsparagraaf opgenomen als verantwoor­ ding.

In de verantwoording over het jaar 2023 neemt KempenPlus de paragraaf Woo voor het eerst op in de jaarrekening. De Woo regelt dat iedereen een verzoek om informatie kan indienen. Daarnaast verplicht de Woo organi­ saties om actief informatie openbaar te maken uit 11 informatiecategorieën. Deze verplichting gaat bij­ voorbeeld gelden voor de vergaderstukken van het bestuur, convenanten, uitgevoerde onderzoeken en be­ schikkingen. Daarnaast verlangt de Woo, net als de Archiefwet, een verbetering van de informatiehuishou­ ding. Deze verplichtingen zijn nog niet in werking getreden, maar worden over een periode van 5 jaar gefa­ seerd ingevoerd. De Woo moet in 2027 volledig geïmplementeerd zijn. De wettelijke termijn bedraagt voor afhandeling vaneen Woo-verzoek is vier weken plus eventueel twee weken verdaging. De VNG heeft aangekondigd te gaan meten op de afhandeling van de Woo-verzoeken binnen de wettelijke termijn. KempenPlus stelt zich als doel alle Woo-verzoeken binnen de wettelijke ter­ mijn af te handelen en voldoet daarmee aan deze norm Vennootschapsbelasting Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen vennootschapsbelastingplichtig. KempenPlus wordt als een overheidsonderneming gezien. Voor KempenPlus is de vrijstelling sociale werkbedrijven van toepas­ sing. (Staatscourant nr. 68662, 21-12-18).

In de begroting is daarom geen bedrag voor vennootschapsbelas­ ting geraamd.

Programmabegroting 2025-2028

23

3.2 Verbonden partijen Samenwerking met GRSK Formeel gezien is de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) geen ver­ bonden partij omdat KempenPlus hierin geen bestuurlijk of financieel belang heeft. De GRSK is echter van groot belang voor de dagelijkse gang van zaken bij KempenPlus. Ze levert ICT-diensten aan KempenPlus; voorziet in de verplichte invulling van de Functionaris Gegevensbescherming (FG). Daarnaast worden be­ zwaar en beroep in het sociale domein in samenwerking met GRSK uitgevoerd. De GRSK is eigendom van de deelnemende gemeenten en de gemeente Oirschot. BV waarvan KempenPlus eigenaar is KempenPlus is 100 % eigenaar van KempenWerk BV. In deze BV zijn momenteel geen activiteiten onder­ gebracht. De algemene vergadering van aandeelhouders bij BV Kempenwerk bestaat uit de gemeenschappelijke re­ geling KempenPlus, vertegenwoordigd door de voorzitter van het bestuur. De dagelijkse leiding is in han­ den van de directeur van KempenPlus. Er zijn geen bijzondere risico's verbonden aan de eigendom van deze vennootschap. Deelname in Bizob Sinds 13 februari 2020 is KempenPlus deelnemer in de Stichting Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob). De deelname wordt beschouwd als deelname in een verbonden partij met financiële risico's.

Stichting Bizob heeft als doel het behalen van voordelen voor de aangesloten partijen, gemeenten en andere lokale overheden, op financieel, kwalitatief en procesmatig gebied. Op dit moment zijn geen ri­ sico's bekend in deze deelname.

Programmabegroting 2025-2028

24

3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.3.1 Reserves In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de stand van de reserves per 1 januari 2024. Ook het verloop tot en met 2028 is vermeld. Bij de tabel wordt vermeld dat medio 2024 een actualisatie van reser­ ves en voorzieningen is gepland. Verloop reserves Bedragen x C1.000

1-12024

Toev./ ontt.

31-122024

Toev./ ontt.

31-122025

Toev./ ontt.

31-122026

Toev./ ontt.

31-122027

Toev./ ontt.

31-122028

Algemene reserve

2.009

707

2.716

-

2.716

-

2.716

-

2.716

-

2.716

1.520

-650

870

-120

750

1

1 BR Nieuwe uitvoe­ ringsorganisatie BR Tozo

78

750

7 50

7 50

220

-142

78

78

-

78

-19

704

685

-19

-

722

-19

78

BR Kapitaallasten

667

-19

648

-19

630

BR Vakantiedagen

2.066

-

2.066

-

2.066

-

2.066

-

2.066

-

Totaal bestemmingsreserves

4.528

-811

3.718

-139

3.579

-19

3.561

-19

3.542

-19

3.524

Totaal reserves

6.537

-104

6.434

-139

6.295

-19

6.277

-19

6.258

-19

6.240

2.066

De stand van de reserves is vermeld exclusief resultaatbestemming 2023. Bestemmingsreserve Nieuwe Uitvoeringsorganisatie De bestemmingsreserve Nieuwe uitvoeringsorganisatie participatiebedrijf wordt ingezet voor incidentele lasten voor het opbouwen en doorontwikkelen van de organisatie. De middelen worden met name ingezet voor het optimaliseren van de processen en ICT zodat de beoogde efficiëntie blijvend wordt gerealiseerd. De opgetreden fraude in het eerste jaar van KempenPlus heeft buitengewoon veel inzet gevraagd van de organisatie, op het gebied van onderzoek, verantwoording en juridische procedures. In de periode die be­ oogd was om de organisatie te versterken is voorrang gegeven aan de afwikkeling van deze fraude. Dat proces loopt nog. Ondertussen wordt gebouwd aan het versterken van de uitvoeringsorganisatie. De acti­ viteiten en daarmee het beroep op de bestemmingsreserve loopt, maar komt ten dele later dan aanvanke­ lijk was beoogd. Bestemmingsreserve Gevolgen Tozo Sinds 2021 heeft KempenPlus in opdracht van de deelnemende gemeenten en de gemeente Oirschot de Tozo uitgevoerd. Voor de uitvoeringskosten exclusief de uitkeringen aan de cliënten heeft KempenPlus bijdragen van de gemeenten ontvangen op basis van de normen die door het Rijk zijn bepaald. Met de ge­ meentelijke bijdrage voor deze taak is een bestemmingsreserve TOZO gevormd.

Hieruit zijn de lasten be­ taald. De reserve is niet volledig besteed. Hoewel de regeling per 1 oktober 2021 is opgehouden te bestaan, zullen er in de toekomst nog werkzaam­ heden moeten worden verricht voor de afwikkeling van de verstrekte uitkeringen. Bestemmingsreserve Kapitaallasten In het investeringsbesluit voor de verbouwing van de Raambrug is besloten om de vrijvallende onderhoudsvoorziening in te zetten voor de kapitaallasten van het pand. De voorziening is in 2020 vrijgevallen, omdat een actueel plan ontbrak. Met ingang van 2023 wordt dekking van kapitaallasten onttrokken aan deze be­ stemmingsreserve. Jaarlijks wordt 6 18.500 onttrokken.

Programmabegroting 2025-2028

25

Bestemmingsreserves Vakantiegelden SW Het BBV staat niet toe om voorzieningen te treffen voor arbeidsgerelateerde kosten. Een aantal SW-medewerkers heeft gedurende hun dienstverband veel verlofuren opgebouwd. De cao voor de Wsw biedt de werknemers de mogelijkheid om over meerdere jaren vakantiedagen op te sparen en deze aan het eind van hun dienstverband op te nemen. KempenPlus heeft, net als haar rechtsvoorganger hiervoor een bestemmingsreserve ingesteld om de extra lasten bij het beëindigen van het dienstverband op te kunnen vangen. KempenPlus streeft ernaar om een deel hiervan af te bouwen om de financiële verplichtingen voor de toe­ komst te beperken.

3.3.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate KempenPlus zelfstandig in staat is om de gevolgen van risico's op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in gevaar komt. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de volgende formule.

Weerstandsvermogen

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

Het Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) heeft in samenwerking met de Universiteit Twente de volgende ranking opgesteld.

co

co

o ö

CD

o O

Ratio >2 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4

< 0,6

Normering Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

In de financiële verordening is vastgelegd dat de ratio van het weerstandvermogen tussen 1 en 1,4 moet bedragen. Onder de ratio van 1 storten de gemeenten bij; boven de 1,4 wordt het meerdere uitgekeerd aan de gemeenten.

3.3.3 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat voor KempenPlus uit de Algemene reserve en het geconso­ lideerd eigen vermogen van de 100%'s deelnemingen. In onderstaand overzicht is het verloop van de Alge­ mene reserve na de voorgestelde resultaatbestemming opgenomen, aangevuld met het geconsolideerd eigen vermogen van de B.V. Kempenwerk per 31 december 2023. In de berekening van de beschikbare weerstandcapaciteit is geen rekening gehouden met mogelijke op­ brengsten uit hoofde van de schadeclaims die gelegd zijn bij de verdachten van de fraude en andere par­ tijen.

Programmabegroting 2025-2028

26

Weerstandscapaciteit Bedragen x C 1.000 Algemene Reserves 31 december 2023

2.009

Toevoeging Algemene Reserve

707

Boekwaarde per 31 december 2024

2.716 -

Voorgenomen resultaatbestemming Algemene reserve na voorgenomen resultaatbestemming

2.716

Geconsolideerde eigen vermogen deelnemingen Weerstandscapaciteit

2.716

Benodigde weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit die nodig is voor de risicobeheersing wordt bepaald door de risico's die niet fi­ nancieel zijn afgedekt in de begroting. Voor de initiële kosten en risico's van de totstandkoming van Kem­ penPlus is een bestemmingsreserve gevormd. Deze risico's zijn voor zover ze gedekt kunnen worden uit deze reserve niet opgenomen in onderstaande risico-inventarisatie.

Omschrijving van het risico Bedragen x C 1.000

T.l.v. weerstandsca­ paciteit

Ontwikkelingen in de doelgroepen Naast de prijsrisico's heeft KempenPlus te maken met kwantiteits- en kwaliteitsrisico's van de medewerkers en cliënten die een beroep op KempenPlus doen 1. Hogere instroom cliënten; 2. Afname van het aantal medewerkers met een Sw-indicatie kan niet gecompenseerd worden door de instroom van medewerkers met LKS/BW; 3. Arbeidsvermogen (potentieel) van de medewerkers uit de doelgroep neemt af. In de begroting wordt ervan uitgegaan dat de uitstroom van de Sw gecompenseerd wordt door

495

de instroom van medewerkers met een loonkostensubsidie of in Beschut Werken. KempenPlus richt zich vooral op het plaatsen van medewerkers op een zo regulier mogelijke baan. Het risico bestaat dat de medewerkers die binnen de infrastructuur werken minder loonwaarde of produc­ tiviteit hebben en meer begeleiding nodig hebben Het risico op de ontwikkelingen in de doelgroepen wordt geschat op 107o van de begrote uitvoe­ ringskosten van de afdeling Werk & Participatie conform de gewijzigde begroting 2025.

Ontwikkelingen in de markt Voor de bedrijfsresultaten is KempenPlus afhankelijk van de vraag in de markt en de economi­ sche ontwikkelingen. De volgende risico's hangen hiermee samen: 1. Wegvallen van vaste klanten en goed renderende opdrachten; 2. Aflopende contracten van groen met de gemeenten; 3. Aanpassen van de relatie met de gemeenten

783

4. Meer instromers dan de markt aan kan waardoor de tarieven onder druk staan; 5. Concurrentie voor laagbetaalde functies door lage loonlanden en robotisering; Het risico wordt ingeschat op 10 7o van de begrote omzet in de gewijzigde begroting 2025.

Chantage en andere schade door cybercrime e.d. KempenPlus heeft het afgelopen jaar aanzienlijk geïnvesteerd in de beveiliging en het verbete­ ren van de systemen. Steeds meer organisaties worden echter geconfronteerd met cybercriminaliteit. Dit kan tot hogere kosten voor het beschermen van de systemen leiden en in het uiterste

Pm

geval zelfs tot afkoopsommen. Eigen risico WW/WIA

Programmabegroting 2025-2028

300

27

De kans bestaat dat medewerkers die de organisatie verlaten hebben in een later stadium een beroep doen op de WW of de WIA. KempenPlus is eigen risicodrager voor deze regelingen. Juridische geschillen KempenPlus kan te maken krijgen met juridische geschillen. Deze kunnen samenhangen met het personeel of met de uitvoering van werkzaamheden.

100

Afwikkeling van de fraude De afwikkeling van de fraude is onzeker. Er ontstaan kosten van juridische procedures en juri­ disch advies. Daar staat tegenover dat ook mogelijke inkomsten uit hoofde van schadeverhaal

Pm

op dit moment onzeker zijn. Regeling vervroegd uittreden Sw-medewerkers en overige regelingen voor seniore mede­ werkers Ten behoeve van de nieuwe cao voor Sw-medewerkers is er een akkoord voor de mogelijkheid dat medewerkers vervroegd met pensioen kunnen gaan. Dit heeft financiële gevolgen voor Kem­ penPlus.

250

Op basis van het aantal medewerkers dat recht heeft op een regeling is een zeer voorlopige schatting gemaakt. Wet inburgering/ Vluchtelingen Oost-Europa Vanaf 1 januari 2022 voert KempenPlus de Wet inburgering namens de gemeente uit. De aantal­ len inburgeraars zijn nog onzeker. Daarnaast kunnen de ontwikkelingen in Oost-Europa gevolgen hebben voor het aantal mensen dat een beroep doet op KempenPlus. Inwoners van Oost-Europa vallen vooralsnog niet onder de Wet inburgering maar als de conflicten langer duren zullen ook

77

zij een beroep op de Participatiewet doen. We stellen het risico op 10 7o van de begroting inbur­ gering in 2025. Brandstoffen en energieprijzen In de begroting is rekening gehouden met de stijging van de energieprijzen. Verwachting is dat de energiemarkt zich in 2025 stabiliseert. De omvang van het risico is vanwege de voortdurende

72

onzekerheid ongewijzigd ten opzichte van de eerdere inschatting.

Totale risico's

2077

Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen =

Benodigde weerstandscapaciteit

1,31 =

2.077.000

2.716.000

De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico's bedraagt 1,31 en is daarmee vol­ doende. In de loop van 2025 wordt een evaluatie van de financiële structuur uitgevoerd. Daarin wordt ook een actualisatie van reserves en voorzieningen opgenomen.

Programmabegroting 2025-2028

28

3.3.4

Kengetallen

Onderstaand zijn de voor KempenPlus verplichte kengetallen opgenomen: o

la netto schuldquote: De netto schuldquote biedt inzicht in het niveau van schuldenlast ten op­ zichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130 % als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Per 31-12-2023 bedraagt de netto schuldquote 27^

o

lb netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: KempenPlus heeft geen leningen verstrekt aan derden.

o

2 soivabiUteitsratìo: Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Per 31-12-2023 bestaat het balanstotaal voor 40,4% uit eigen vermogen.

o

4 structurele expioitatieruìmte: KempenPlus houdt in principe geen structurele begrotingsruimte aan. De structurele exploitatieruimte bestaat voor 2025 uit het resultaat voor toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.

Programmabegroting 2025-2028

29

3.4 Onderhoud kapitaalgoederen In het tweede kwartaal 2024 wordt een actualisatie uitgevoerd van reserves en voorzieningen. Daarbij wordt op basis van een door het bestuur vast te stellen onderhoudsplan een onderhoudsvoorziening ge­ vormd voor alle panden, om te komen tot een planmatig onderhoud met egalisatie van de kosten daarvan in de komende jaren.

3.5 Financiering In deze paragraaf is verplichte informatie op basis van de volgende wettelijke regelingen opgenomen: »

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten artikel 13;

»

De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido);

»

De Regeling Uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo).

Het doel van deze paragraaf is inzicht te geven in het beleid van KempenPlus t.a.v. het risicobeheer van de financieringsportefeuille, de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Risicobeheer In de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) zijn drie wettelijke normen opgenomen waaraan de gemeenschappelijke regeling moet voldoen. Zo moeten tijdelijke overtollige middelen boven een vast­ gestelde drempel worden aangehouden in de schatkist van het Rijk. Bij het aantrekken van korte leningen (met looptijd tot 1 jaar) mag het gemiddelde saldo de kasgeldlimiet niet overschrijden. Het saldo aan aflos­ singen en renteherzieningen op de bestaande portefeuille lange leningen (met looptijd van 1 jaar of langer) mag in enig jaar niet hoger zijn dan de renterisiconorm. Het onderdeel risicobeheer is een weergave van het verwachte risicoprofiel van de KempenPlus. De ri­ sico's vallen in drie soorten uiteen: »

Renterisico's op kortlopende schuld (opgenomen geld)

»

Renterisico's op langlopende schuld (opgenomen geld)

»

Liquiditeitsrisico's

Renterisico's op kortlopende schuld: de kasgeldlimiet KempenPlus mag haar activiteiten niet onbeperkt met kort geld financieren. In de Wet Fido is hiervoor de kasgeldlimiet opgenomen, waarmee een maximum wordt gesteld aan de netto kortlopende schuld. De kas­ geldlimiet is gelijk aan 8,2% van het begrotingstotaal van de oorspronkelijke begroting. KempenPlus heeft een kortlopende lening (kasgeldlening) van 6 2,0 miljoen in 2025. Het rentepercentage van deze lening bedraagt 4,0 %. De kasgeldlimiet mag niet meer dan drie achtereenvolgende kwartalen overschreden worden. De toezicht­ houder toetst hierop. Bij een dreigende structurele overschrijding van de kasgeldlimiet zullen nieuwe lange leningen worden aangetrokken. In onderstaande tabel is de kasgeldlimiet voor de jaren 2025 tot en met 2028 berekend. Bij financiering wordt deze norm in acht genomen.

Programmabegroting 2025-2028

30

Kasgeldlimiet Bedragen x C 1 Begrotingstotaal Toegestane kasgeldlimiet in X Kasgeldlimiet in bedrag

2025

2026

2027

2028

32.526.603

32.485.837

32.499.750

32.466.926

8,20X

8,20X

8,20X

8,20X

2.667.181

2.663.839

2.664.980

2.662.288

Renterisico's op langlopende schuld: renterisiconorm Het doel van deze norm uit hoofde van de Wet Fido is te voorkomen dat bij herfinanciering van de langlo­ pende leningen bij (aanzienlijk) hogere rentestand grote schokken optreden in de hoogte van de rente die KempenPlus moet betalen. De norm beperkt de budgettaire risico's. De jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van de totale lasten van de begroting. Deze norm is door het rijk ingesteld om een enigszins stabiele rentelast over de jaren te bewerkstelligen. KempenPlus heeft een langlopende lening van 6 4,5 miljoen tot december 2025 en blijft hiermee binnen de norm. Voor de jaren na 2025 is begroot dat 64,5 miljoen Langlopende financiering wordt aangetrokken tegen 2,5 % rente. Liquiditeitsrisico's Voor haar liquiditeit is KempenPlus grotendeels afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen. In de gemeen­ schappelijke regeling en in afstemming met gemeenten zijn afspraken gemaakt over de bevoorschotting zodat KempenPlus niet in liquiditeitsproblemen komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=4cb12371-1e02-4604-b055-86c98873773a