CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.22447] Bijlage 1 Totaaldocument begroting 2025-2028 - aangepaste versie

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente EerselBij agendapunt: Begroting 2025-202843.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

84

Kostendekkendheid van de riolering (bedragen in €) Kosten taakveld riolering Inkomsten taakveld riolering (exclusief heffingen) Netto kosten taakveld

Begroot 2025 -2.107.042 0 -2.107.042

Toe te rekenen kosten Overhead Compensabele btw Egalisatie taakveld riolering Totale kosten taakveld riolering

-280.195 -285.949 236.771 -2.436.414

Opbrengst heffingen

2.436.414

Dekkingspercentage

100%

Leges We heffen de leges over een aantal verschillende rechten ter zake van het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De geraamde opbrengst voor 2025 bedraagt € 960.000,-. In 2025 worden € 1.982.000,- aan kosten verwacht om deze diensten te kunnen verrichten. Om deze kosten transparant te maken worden de kosten hieronder uitgesplitst per taakveld. Kostendekkendheid van de leges (bedragen in €) Kosten taakveld burgerzaken (titel 1) Kosten taakveld verkeer en vervoer (titel 1) Kosten taakveld wonen en bouwen (titel 2) Kosten taakveld openbare orde en veiligheid (titel 3) Netto kosten taakvelden

Begroot 2025 -634.000 -6.000 -792.000 -129.000 -1.561.000

Toe te rekenen kosten Overhead Totale kosten taakvelden

-421.000 -1.982.000

Opbrengst leges (titel 1 t/m 3) Dekkingspercentage

960.000 48%

In artikel 229 b eerste lid van de gemeentewet is bepaald dat de legestarieven zodanig vastgesteld moeten worden dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten. De legesverordening is verdeeld in 3 titels, te weten: Titel 1 Algemene dienstverlening: denk hierbij met name aan paspoorten, rijbewijzen, burgerlijke stand, naturalisatie e.d.; Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning: denk hierbij met name aan de omgevingsvergunning; Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning. De naamgeving van deze titel is wellicht wat verwarrend, maar hieronder vallen de evenementenvergunning, vergunning in kader Drank- en Horecawet en gebruiksvergunningen. Binnen titel 1 is kruissubsidiëring toegestaan. Zo mag bijvoorbeeld het tarief voor huwelijksvoltrekkingen meer dan kostendekkend worden vastgesteld ter compensatie van een niet kostendekkend tarief voor paspoorten. Ook binnen titel 2 is kruissubsidiëring toegestaan. Bij de invoering van de omgevingsvergunning in 2010 was het weliswaar de wens van de wetgever dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring zou worden toegepast en niet met dienstverlening daarbuiten. Maar inmi ddels heeft de rechter geoordeeld dat kruissubsidiëring tussen titel 1 en titel 2 niet verboden is.

Niet kostendekkende tarieven voor de diensten die vallen onder titel 1 mogen dus gecompenseerd worden door meer dan kostendekkende tarieven voor de omgevingsvergunning. 85

Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn is binnen titel 3 kruissubsidiëring niet toegestaan. Voor elk van de tarieven van titel 3 geldt de norm van maximaal 100% kostendekking. Het onderstaand overzicht geeft de mate van kostendekkendheid van de leges weer: Kostendekkendheid per titel (bedragen in €) Titel 1 Titel 2 Titel 3 Kostendekkendheid totale tarieventabel

Lasten 2025 1.006.831 833.268 142.456 1.982.554

Baten 2025 265.692 576.650 117.200 959.542

Kostendekkendheid 26% 69% 82% 48%

Wat betekent het voor de portemonnee van onze inwoners? Hieronder staat per belastingsoort beschreven hoe de lasten voor het begrotingsjaar 202 5 worden berekend. Bij deze indicatieve berekening zijn alleen die belastingen betrokken die nagenoeg voor iedereen van toepassing zijn. Het tarief voor de afvalstoffenheffing 2025 moet nog worden vastgesteld. In onderstaand overzicht is uitgegaan van 100% kostendekking. Voor de berekening wordt jaarlijks bij de begroting uitgegaan van het gemiddeld aantal ledigingen. Voor 2025 is dat gemiddeld 7,51 GFT ledigingen en 4,52 restafval ledigingen. Voor de berekening van de lastendruk voor de OZB is aansluiting gezocht bij de lokale lasten calculator van coelo.nl. Die gaat in 2024 uit van een last van € 318,- per huishouden gebaseerd op een gemiddelde WOZ-waarde van € 505.110,- en het vastgestelde tarief van 0,0630% voor 2024. Doordat de OZB met 10% wordt verhoogd stijgt de gemiddelde last naar € 349,80. De lokale lastendruk (bedragen in €) OZB (verhoging van 10%) Rioolheffing (verhoging van 2,2%) Afvalstoffenheffing (verhoging van 18,27%) Totaal lastendruk

2024

2025

318,00 315,30 155,32 788,62

349,80 322,24 183,70 855,74

Beleid en beleidsdocumenten Het beleid betreffende de lokale lasten is opgenomen in: - De diverse belastingverordeningen; - Het raadsbesluit ‘Afbakening belastinggebied waarvoor kwijtschelding kan worden aangevraagd en vaststelling maximumbedrag aan kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing’.

86

2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wat is weerstandsvermogen en risicobeheersing? Het gemeentelijk weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin we in staat zijn financiële tegenvallers op te vangen. Om dit te kunnen moeten we beschikken over een zekere mate van vrije ruimte binnen de begroting en/of de vermogenspositie. Deze vrije ruimte heet ook wel de weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen: - De weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen waarover we beschikken of kunnen beschikken om niet begrote kosten te dekken; - Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Om risico’s goed te kunnen relateren aan de weerstandscapaciteit, benoemen we de risico’s in kwantitatieve grootheden. Niet alle risico’s zijn relevant voor de weerstandscapaciteit. Niet relevant zijn: - Concrete of reguliere risico’s (afdekken middels voorziening of verzekering); - Risico’s lager dan € 25.000,- (vallen onder reguliere bedrijfsvoering); - Zeer zeldzame en grote risico’s met extreme gevolgen, zoals natuurrampen. Leidend in het bepalen van de risico’s is de nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Hierin is bepaald dat bij ieder relevant risico naar de volgende punten wordt gekeken: 1. Omschrijving van het risico; 2.

Inschatting van de kans dat een gebeurtenis optreedt. Hierbij wordt aangegeven hoe vaak een risico zich voordoet. De meerjarenbegroting is voor vier jaar gemaakt. De kans kan dus variëren van:  Vierjaarlijks risico (factor 1);  Driejaarlijks risico (factor 1,33);  Tweejaarlijks risico (factor 2);  Jaarlijks risico (factor 4). 3. Uitspraak over hoe het financiële gevolg van een risico is in te schatten: goed, redelijk, slecht of niet. 4. Een inschatting van de mogelijke financiële gevolgen als het risico zich voordoet. Hierbij onderscheiden we een zestal categorieën, namelijk:  Risico’s met een indicatie > € 25.000,- < € 50.000,- (€ 37.500,-)  Risico’s met een indicatie > € 50.000,- < € 250.000,- (€ 150.000,-)  Risico’s met een indicatie > € 250.000,- < € 750.000,- (€ 500.000,-)  Risico’s met een indicatie > € 750.000,- < € 1.250.000,- (€ 1.000.000,-)  Risico’s met een indicatie > € 1.250.000,- (geschat indicatief risico)  Risico’s waarvoor geen indicatie is aan te geven (PM) Tussen haakjes ziet u hoe het financiële gevolg wordt meegenomen in de berekening. Het aangegeven bedrag vermenigvuldigen we met de risicofactor (zie punt 2). 5.

Hoe we met het risico omgaan in termen van vermijden, verminderen, overdragen of accepteren;  Vermijden: beleid waardoor een risico ontstaat wordt beëindigd of op een andere manier vormgegeven;  Verminderen: risico wordt afgedekt met een verzekering, een voorziening of een ander budget in de programmabegroting;  Overdragen: het beleid dat een risico met zich meebrengt, laten uitvoeren door een andere partij, die daarbij ook de financiële risico’s overneemt;  Accepteren: wanneer het risico niet beïnvloedbaar is en niet op een andere wijze wordt afgedekt, dient eventuele financiële schade volledig middels de weerstandscapaciteit afgedekt te worden. 6. Het ‘reële’ financiële gevolg (kans maal geschat financieel gevolg) van de niet-reguliere risico’s. Beleid en beleidsdocumenten De volgende beleidsuitgangspunten gelden: - Om risico’s en tegenvallers op te vangen, hebben we een buffer nodig. Anders is de kans groot dat dekkingsmiddelen wegvallen. Het is voor een gezond financieel beleid noodzakelijk dat we een minimale omvang voor de algemene reserve vaststellen.; - Om de algemene reserve te verruimen, voegen we op te heffen reserves en voorzieningen hieraan toe; 87

-

Om onvoorziene risico’s met betrekking tot de bouwgrondexploitatie op te vangen hebben we een afzonderlijke buffer nodig. Daarom is het voor een gezond financieel beleid noodzakelijk dat we een minimale omvang voor de algemene reserve bouwgrondexploitatie bepalen.

De gemeente dient om onvoorziene risico’s met betrekking tot de grondexploitatie op te vangen een afzonderlijke buffer te hebben. De hoogte van deze reserve wordt jaarlijks beoordeeld en eventueel aangepast bij de begroting en jaarrekening (paragraaf grondbeleid). De minimale omvang van de buffer wordt jaarlijks opnieuw berekend waarbij er een minimale omvang van € 2,5 miljoen wordt gehanteerd conform de grondnota. In paragraaf 7 grondbeleid staat een verdere toelichting/onderbouwing. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de verzamelterm van alle bronnen waaruit we niet voorziene financiële tegenvallers bekostigen. Het gaat om buffers in de exploitatie of het eigen vermogen, die we vrijmaken om niet begrote kosten te dekken, zonder dat we de programmabegroting en het beleid aan hoeven te passen.

Bij de exploitatie gaat het om de volgende posten: - De stelpost onvoorzien - Saldo van de jaarschijven Bij de vermogenspositie (de balans) zijn de volgende zaken van belang: - De omvang van de algemene reserve vrij besteedbaar - De omvang van de algemene reserve weerstandsvermogen - De omvang van de bestemmingsreserves zonder beslaglegging Exploitatie (bedragen in €) Stelpost voor onvoorzien Saldo jaarschijf Weerstandcapaciteit in exploitatiesfeer Vermogen Stand reserves per 1-1-2025 Algemene reserve vrij besteedbaar 11.692.760 Algemene reserve vrij besteedbaar 3.500.000 Algemene reserve weerstandsvermogen Bestemmingsreserves 1.956.329 zonder beslaglegging* Weerstandscapaciteit 17.149.089 in vermogenssfeer

2025

2026

2027

2028

10.000

10.000

10.000

10.000

254.713

-2.054.979

-2.849.679

-3.507.831

264.713

-2.044.979

-2.839.679

-3.497.831

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

31-12-2028

11.558.760

11.474.160

11.259.160

11.084.160

3.500.000

3.500.000

3.500.000

3.500.000

1.956.329

1.956.329

1.956.329

1.956.329

17.279.802

14.885.510

13.875.810

13.042.658

*Op grond van de Financiële verordening gemeente Eersel 2021 (artikel 15 lid 2d) kan de raad besluiten om ook eventuele bestemmingsreserves mee te nemen bij het bepalen van het weerstandsvermogen indien benodigd. Op basis hiervan wordt evenals voorgaande jaren de bestemmingsreserve sociaal domein, waarop geen concreet beslag is gelegd, ook meegenomen in de beoordeling.

88

Risicobeheersing In onderstaande tabel staan risico’s. De risico’s zijn vertaald in de mate van inschatbaarheid, beheersing risico en ‘reëel’ financieel gevolg (= kans x financieel gevolg). Het totaal resulteert in een totaal benodigde weerstandscapaciteit. Welke we vervolgens gebruiken voor de berekening van de ratio weerstandsvermogen. Risico (bedragen in €) Het beleid van hogere overheden: Wet maatschappelijke ondersteuning Jeugdhulp Bijzondere bijstand Verontreinigde grond Biesvendreef WW-verplichting Samenwerking met andere gemeenten of instanties: Verbonden partijen Gemeentelijke overeenkomsten Informatiebeveiliging Stroomaansluiting zwembad Risico’s voortvloeiend uit voor de gemeente autonome ontwikkelingen: Algemene uitkering Prijsstijgingen Renteontwikkeling

Geschat Mate van financieel inschatbaar gevolg bij Beheersing Kans heid voordoen risico

Reëel financieel gevolg

4 4 4 2 4 2

Redelijk Slecht Redelijk Slecht Slecht Slecht

37.500 150.000 37.500 150.000 40.000 50.000

Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren

150.000 600.000 150.000 300.000 40.000 100.000

4 1 1 1

Slecht Slecht Slecht Slecht

150.000 150.000 150.000 100.000

Accepteren Accepteren Accepteren Accepteren

600.000 150.000 150.000 100.000

4 4 4

Slecht Slecht Redelijk

150.000 Accepteren 100.000 Accepteren 50.000 Accepteren

600.000 400.000 200.000

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

3.540.000

Conclusie De ratio weerstandsvermogen is berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit per jaar te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (€ 3.540.000,-). De ratio weerstandsvermogen bedraagt 4,88 (€ 17.279.802,- gedeeld door € 3.540.000,-) Dit ratio voldoet aan de gestelde norm qua weerstandsvermogen zoals is vastgelegd in de Financiële Verordening (we gezond ratio ligt tussen 1 en 2). Deze ratio is hoger dan de ratio zoals vermeld in de begroting 2024 aangezien in deze jaarrekening bij de bepaling van het weerstandsvermogen geen rekening wordt gehouden met investering die nog niet door uw raad beschikbaar zijn gesteld (zie meerjareninvesteringsprogramma 2026-2028). Risico’s voortvloeiend uit het beleid van hogere overheden: Wet maatschappelijke ondersteuning Voor alle Wmo maatwerkvoorzieningen geldt dat sprake is van een open-eind regeling. De hoogte van de uitgaven is afhankelijk van het aantal Wmo-voorzieningen dat uiteindelijk wordt ingezet en is dus lastig te ramen. Sinds 2019 zien we een stijging van de inzet van Wmo-voorzieningen. Deze stijging zien we met name voor hulp bij het huishouden en begeleiding, vooral ook veroorzaakt door de introductie van het abonnementstarief per 1 januari 2019.

Eind 2021 hebben de landelijke regerende partijen in het regeerakkoord aangegeven te willen toewerken naar een eerlijkere eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden met landelijke normen. Inmiddels wil het rijk naar een inkomensafhankelijk bijdrage voor alle Wmo voorzieningen. Verwacht wordt dat deze bijdrage per 1 januari 2026 wordt ingevoerd. Vooralsnog wordt rekening gehouden met een jaarlijks risico van € 37.500,-. Jeugdhulp Landelijke budgetten vanuit het Rijk zijn structureel te laag. Om die reden zijn de rijksmiddelen verhoogd, waarbij het rijk er rekening mee houdt dat deze verhoging deels tijdelijk is, dit in relatie tot de hervormingsagenda Jeugd, waarin diverse maatregelen zijn opgenomen om de jeugdzorgkosten te verlagen. In de uitvoering zijn grote verschillen tussen de verschillende gemeenten in de Kempen als het gaat om het beroep dat op jeugdhulp wordt gedaan. Zowel het aantal cliënten als het soort jeugdhulp dat zij ontvangen 89

is daar debet aan. Voor jeugd geldt overigens, net als bij de Wmo taken, dat sprake is van een open-eind regeling. Voor jeugd geldt bijkomend dat de gemeente niet de enige verwijzer is. Huisartsen kunnen bijvoorbeeld ook verwijzen naar specialistische jeugdhulp; hierop heeft de gemeente geen directe invloed. Om die reden is inmiddels in Kempenverband een pilot met huisartsen gestart om de samenwerking te bevorderen. Voor de specialistische jeugdzorg zijn we als gemeente afhankelijk van enkele essentiële zorgaanbieders. Als deze aanbieders in financiële problemen komen, raakt dit direct de gemeente als afnemer. Deze kwetsbaarheid is derhalve een risico. Vooralsnog wordt rekening gehouden met een jaarlijks risico van € 150.000,-. Bijzondere bijstand Gemeenten hebben een taakstelling om statushouders te huisvesten. Door de toestroom van vluchtelingen uit met name Syrië is deze taakstelling toegenomen. Statushouders die nieuw worden gehuisvest doen vaak een beroep op bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten. Door de toegenomen taakstelling nemen de kosten van bijzondere bijstand aanzienlijk toe. Ook wordt een stijging verwacht van het aantal aanvragen bijzondere bijstand en minimaregelingen als gevolg van de koopkrachtdaling en inflatie.

Daarnaast bestaat er tevens een aanzienlijke kans dat de inflatie effect zal hebben op de hoogte van de bijdragen in het kader van de bijzondere bijstand. Vooralsnog wordt rekening gehouden met een jaarlijks risico van € 37.500,-. Verontreinigde grond In Zuidoost Brabant is de kans op bodemverontreiniging in de openbare ruimte groot. In het verleden zijn in deze regio vaak zinkassen gebruikt als funderingsmateriaal voor wegen. Naast financiële risico’s voor het (mogen) bewerken, verwerken, opslag en afvoer van vervuilde grond zijn er ook risico’s op het gebied van ARBO. Het laatste is redelijkerwijze beheersbaar door het (laten) uitvoeren van onderzoeken, het op de juiste manier beschrijven in de uitvoeringsbestekken en het verzorgen van toezicht hierop. Uiteindelijk is de gemeente als opdrachtgever altijd eindverantwoordelijk voor de (financiële) gevolgen van werken met verontreinigde grond. De risico’s zijn beperkt. De in de regio werkzame aannemers zijn goed op de hoogte van de regelgeving. In de projectramingen voor het MIP zijn de bodemonderzoeken opgenomen in de voorbereidingskosten. Over de afgelopen jaren zijn deze kosten flink toegenomen. Kosten voor eventuele sanering proberen we op voorhand in te schatten met de bodemkwaliteitskaart. Zo nodig nemen we extra saneringskosten op in de projectraming.

Het is echter altijd mogelijk dat verontreinigingen bij de steekproeven niet worden aangetroffen. Dit veroorzaakt dan overschrijdingen op het project. Deze zijn dan per definitie fors. Vooralsnog wordt er rekening gehouden met een tweejaarlijks risico van € 150.000,-. Biesvendreef Aan de Bievendreef ligt de voormalige gemeentelijke stortplaats, nabij de milieustraat. Bodemonderzoek heeft aangetoond dat er ter plaatse sprake is van een grondwaterverontreiniging met oplosmiddelen. Uit eerdere onderzoeken is geconcludeerd dat de bron van de verontreiniging zich vermoedelijk in de stortplaats bevindt. Recent bodemonderzoek wijst uit dat de bron van de verontreiniging mogelijk ter plaatse van de milieustraat is gelegen. Indien na afronding van de onderzoeken (einde Q3) dit bevestigd wordt staat de gemeente aan de lat voor het saneren/beheersen van de verontreiniging. Vooralsnog wordt dit risico ingeschat op een jaarlijkse monitoring waarbij het risico wordt ingeschat op € 10.000,- per jaar. WW-verplichtingen De gemeente is als werkgever verplicht om, conform artikel 10.16 van de CAO, maandelijks 0,1% premie “Reparatie uitkering WW” in te houden op het salaris van alle medewerkers, met uitzondering van januari, februari en maart 2025.

Dit komt doordat de verplichting tot het inhouden van deze premie niet geldt tijdens de looptijd van de huidige cao (1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025). De gemeente is risicodrager voor extra WW-verplichtingen dus mogelijk wordt de gemeente vanuit het UWV aangesproken op de WW-verplichting. Vooralsnog wordt er rekening gehouden met één risico in de tweejaren van € 50.000,-. Risico’s voortvloeiend uit samenwerking met andere gemeenten en instanties: Verbonden partijen We kunnen worden geconfronteerd met financiële tegenvallers van verbonden partijen waarin we onszelf verplichten bij te dragen in eventuele nadelige saldi. Hierop hebben we niet altijd directe invloed. Indien in de loop van een jaar een nadelig saldo ontstaat, leggen we hiervoor separate voorstellen voor aan de raad. Een onderdeel van de verbonden partijen zijn de gemeenschappelijke regelingen. Ons uitgangspunt is dat 90

de gemeenschappelijke regelingen in eerste instantie zelf moeten zorgdragen voor dekking. Ten aanzien van de begroting gaan we zoveel mogelijk uit van de loon- en prijsstijgingen zoals de deelnemende gemeenten deze zelf ook hanteren. Naast dit algemene risico ten aanzien van verbonden partijen, kunnen er ook specifieke risico’s ten aanzien van één partij zijn. Vooralsnog wordt dit risico financieel jaarlijks ingeschat voor € 150.000,- . Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) De gemeente kan haar digitale archiefbescheiden, zoals de gedigitaliseerde bouwvergunningen, opnemen in het DDO (Duurzame Digitale Opslagvoorziening) van het RHCe, waarbij de archiefbescheiden digitaal overgebracht worden naar de archiefbewaarplaats. De kosten voor opname van archiefbescheiden in het DDO vallen onder de begroting van het RHCe. Indien de totale omvang van het DDO substantieel toeneemt gaan de kosten doorberekend worden aan de gemeenten, in navolging van de constructie voor het analoog archief. Het is nog onduidelijk wanneer het RHCe deze doorbelasting invoert en wat de financiële consequenties, afhankelijk van de omvang van de opgenomen digitale archiefbescheiden, zijn voor de gemeente. De gemeente dient tevens rekening te houden met extra kosten voor de eigen informatiesystemen, om opname van informatie vanuit de eigen systemen in het DDO mogelijk te maken.

In 2025 zal hier naar gekeken worden. De financiële consequenties hiervan zijn nog niet in te schatten. Informatiebeveiliging en privacy De gemeente verwerkt en beheert voor de uitvoering van haar taken informatie en persoonsgegevens. Informatie moet beschikbaar en betrouwbaar zijn. Daarnaast mogen informatie en persoonsgegevens alleen voor bevoegden inzichtelijk zijn. Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen verlagen we het risico op beveiligingsincidenten en beperken we mogelijke negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en de gemeentelijke informatievoorziening, in de vorm van imago en/of financiële schade. De hoogte van de eventuele financiële consequenties is op voorhand niet in de te schatten. De gemeente en de GRSK werken op het gebied van digitale veiligheid integraal en privacy samen om beveiligingsrisico’s te verlagen. Er worden technische maatregelen genomen om dreigingen te monitoren en in geval van een calamiteit snel de juiste expertise in te kunnen schakelen. Daarnaast is er aandacht voor de organisatorische kant van informatiebeveiliging en privacy, waarbij we maatregelen vanuit de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) uitwerken in beleid, procedures en werkafspraken. Daarnaast is er veel aandacht voor het vergroten van bewustzijn en kennis voor informatiebeveiliging en privacy.

Dat doen we aan de hand van bewustwordingscampagnes via ons Kempenbrede platform ‘Digibewust in de Kempen’. Vooralsnog wordt dit risico ingeschat voor € 150.000 eens in de vier jaar. Gemeentelijke (privaatrechtelijke) overeenkomsten De gemeente Eersel gaat diverse (privaatrechtelijke) overeenkomsten aan. Er kunnen zich in de uitvoering hiervan situaties voordoen waardoor een risico ontstaat op niet (volledige) nakoming van deze overeenkomsten door partijen. Vooralsnog wordt dit risico ingeschat voor € 150.000,- eens in de vier jaren. Overdracht bodemtaken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1-1-2024 vindt ook de overdracht van bodemtaken plaats en treedt er een verschuiving op van de bevoegd gezag taken van de provincie naar de gemeente. Uitvoering van de bodemtaken zijn door de provincie nu belegd bij de omgevingsdienst (ODZOB). Een belangrijk deel van de overdracht van bodemtaken valt onder het basistakenpakket van de omgevingsdienst en moeten wettelijk verplicht door de ODZOB worden uitgevoerd. Voor de bodemtaken die niet onder het basistakenpakket vallen, de zogenaamde verzoektaken, is de gemeente vrij in het kiezen van een opdrachtnemer. Financiering van de uitvoering van de basistaken op gebied van bodem voor de gemeenten verloopt vanaf 2025 rechtstreeks via de werkprogramma’s van de ODZOB. Geen inschatting van risico.

Stroomaansluiting zwembad Vanwege de netcongestie moet er onderzocht worden hoe wij het zwembad kunnen realiseren en daarna in gebruik kunnen nemen. Er wordt nu een bouwaansluiting aangevraagd voor 3x 80 Ampère, de grootste kleinverbruik aansluiting die Enexis niet mag weigeren. De vraag is nog hoeveel vermogen wij op de aansluiting krijgen. Dit is voor het realiseren van het zwembad en dan nog het gebruik van het zwembad. Enexis heeft aangegeven dat vanwege het feit dat het net vol zit, wij voorlopig geen grote aansluiting kunnen krijgen. De wachtlijst is inmiddels zo groot, dat ze met prioriteiten zijn gaan werken en een zwembad heeft geen prioriteit. Volgens Enexis kan het nog wel 5 tot 10 jaar duren, voordat wij voor het zwembad een grote aansluiting kunnen krijgen. Samen met de Design & Build aannemer moet er onderzocht gaan worden hoe wij het zwembad kunnen gaan gebruiken met de benodigde elektriciteit. Voor een all electric zwembad zal er onderzocht moeten worden of er een alternatieve energiebron gerealiseerd kan worden. Dit kan middels een batterij, maar deze moet dan wel gevoed worden door 91

bijvoorbeeld zonnepanelen of een andere energiebron. Een ander alternatief is om er tijdelijk, totdat er een zware aansluiting gerealiseerd kan worden, er een hybride systeem van te maken. Dit betekent zo veel mogelijk op elektriciteit, maar bij extreme kou dat een gasketel bijspringt. Wat dit financieel voor consequenties heeft, is op dit moment nog niet te zeggen. De mogelijkheden en onmogelijkheden moeten onderzocht worden en er moet gekeken worden wat dit kost, zodat er een weloverwogen afweging gemaakt kan worden. Vooralsnog wordt dit risico ingeschat op € 100.000,-. Risico’s voortvloeiend uit voor de gemeente autonome ontwikkelingen: Ontwikkeling algemene uitkering Gemeentefonds De laatste jaren was er diverse malen onzekerheid over de hoogte van het accres, echter door afschaffing van de systematiek van "samen trap op trap af” is een belangrijke fluctuatie hiermee weggenomen. Daarentegen zijn er nog diverse zaken waar onzekerheid over is en derhalve een risico vormen. Een drietal risico's worden hieronder weergegeven. Compensatie ravijnjaar 2026 Vanaf 2026 daalt de algemene uitkering van de gemeente Eersel met afgerond 2,3 miljoen. In deze begroting is reeds rekening gehouden met de meicirculaire 2024 Enerzijds verwachten de gemeenten dat het rijk nog met een aanvullende compensatie zal komen.

Anderzijds noemt het ministerie van Financiën het terugdraaien van de structurele compensatie als bezuinigingsoptie. Dit laatste zou het tekort doen oplopen. Vooralsnog wordt voor de algemene uitkering rekening gehouden met een jaarlijks risico van € 100.000,per jaar. Herijking Het nieuwe verdeelstelsel is toegepast vanaf het boekjaar 2023. Het nadelige effect voor de gemeente Eersel bedraagt op dit moment € 63,- per inwoner. Het rijk heeft dit nadeel per inwoner vooralsnog tot en met 2027 gemaximaliseerd tot € 37,50 per inwoner en de gemeente ontvangt hiervoor een suppletieuitkering (afgerond €506.000,-). Omdat de evaluatie van het nieuw verdeelmodel eind 2025 nog moet plaatsvinden raamt gemeente Eersel deze suppletieuitkering met toestemming van de provincie ook voor het jaar 2028. Het risico bestaat dat de evaluatie van het nieuwe verdeelmodel leidt tot een uitkomst dat deze suppletie-uitkering niet wordt verlengd of anderszins wordt gecompenseerd. Voor 2026 en verder hebben we in de begroting middels een stelpost van € 300.000,- rekening gehouden met een nadeel van € 52,50 per inwoner. Per saldo resteert er derhalve nog een risico van circa € 206.000,(506.000,- -/- € 300.000,-). BCF-plafond In de algemene uitkering wordt rekening gehouden met een ingeschatte btw verhaal door de gemeenten voor hun overheidstaken.

In de meicirculaire 2024 rekent het rijk af het verschil tussen de inschatting en de werkelijke gedeclareerde btw. Er bestaat derhalve het riscio dat het BCF-plafond (macro) wordt overschreden waarna er een korting in het gemeentefonds zal plaatsvinden. Anderzijds zal bij onderschrijding een aanvullende uitkering plaats vinden. In hoeverre het BCF plafond macro gezien toereikend is/blijft is pas na afloop van het begrotingsjaar bekend. Prijsstijging In de begroting wordt rekening gehouden met een prijsstijging. De inflatie en daaruit voortvloeiende prijsstijging is onzeker en daarmee lastig te ramen. Vooralsnog wordt rekening gehouden met en jaarlijks risico van € 100.000,-. Renteontwikkeling Indien de rente op de geld- en kapitaalmarkt zich ongunstig ontwikkelt ten opzichte van de percentages die in de begroting zijn opgenomen, moeten we mogelijk rekening houden met extra rentelasten (zie ook de treasuryparagraaf). De ontwikkeling van de rente is moeilijk in te schatten. Gemeente Eersel zal binnen enkele jaren geldleningen moeten gaan aantrekken ter financiering van de lopende kredieten. Voor nieuwe investeringen wordt op dit moment gerekend met 3,4% rentelast. Dit is de huidige rente voor langlopende geldleningen (juni 2024). Echter het tijdstip waarop de geldlening daadwerkelijk moeten worden aangetrokken en de werkelijke rente op dat moment zijn onzeker.

Ondanks dat we financieel anticiperen op de gestegen rente blijft er een risico. De ontwikkeling van de rente is moeilijk in te schatten. Vooralsnog wordt dit risico (dus naast het voorziene) financieel ingeschat op € 50.000,- per jaar.

92

Kengetallen Conform Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) nemen we de volgende kengetallen op: - netto schuldquote; - netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen; - solvabiliteitsratio; - structurele exploitatieruimte; - grondexploitatie; - belastingcapaciteit. De kengetallen worden conform het nieuwe BBV vanaf begroting 2017 ook meerjarig te worden weergegeven. De kengetallen voor de jaren 2023 tot en met 2028 zijn berekend op: Kengetallen behorende bij de begroting 2025

Rekening 2023

Begroot 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

Begroot 2028

Netto schuldquote Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

-48,08% -48,13%

-22,21% -22,27%

-57,70% -57,74%

-66,93% -66,92%

-70,90% -70,88%

-68,16% -68,15%

62,37% 6,24%

67,81% 1,35%

74,83% -0,56%

73,08% -6,58%

73,01% -8,77%

72,85% -11,16%

-5,90% 86,33%

2,37% 86,66%

2,01% 86,09%

0,00% 86,09%

0,00% 86,09%

0,00% 86,09%

Schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Als algemene norm geven we de volgende richtgetallen. Algemene normwaarden schuldquote

Schuldquote

Normaal Voorzichtigheid geboden Zeer hoge schuld

0% - 100% > 100 % > 130 %

De schuldquote ligt bij de begroting 2025 onder de 0%. Dit betekent dus dat de gemeente Eersel een zeer gunstige schuldquote heeft. De verwachting is dat we in de komende jaren vreemd vermogen moeten aantrekken ter financiering van onze uitgaven. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit van de gemeente is afbetaald en in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio geeft het aandeel van het eigen vermogen ten opzichte van het totaal vermogen. Algemene normwaarden bruto schuld

Ratio solvabiliteit

Weinig tot geen schuld Normaal Voorzichtigheid geboden Bezit zeer zwaar belast met schuld

> 80 % 30% - 80% 20% - 30% 0% - 20%

De solvabiliteitsratio voor 2025 bedraagt 74,83% welk percentage als normaal kan worden beschouwd. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Zoals blijkt uit de tabel is de structurele exploitatieruimte gering en negatief vanaf 2026. Grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Het is lastig om hier een norm voor te formuleren aangezien deze norm niets zegt over de relatie tussen vraag en aanbod van woningbouw c.q. bedrijventerreinen. 93

Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Bij de becijfering van dit kengetal is uitgegaan van hetgeen met betrekking tot de lastendruk is vermeld in de paragraaf “Lokale heffingen”. Hieruit blijkt dat de (voorlopige) lastendruk voor 2025 is becijferd op € 870,05 terwijl het landelijk gemiddelde voor 2024 (t-1) € 994,- bedraagt. Dit betekent dat de gemeente Eersel in 2025 ruim 13% onder het landelijk gemiddelde van 2025 zit.

94

3. Onderhoud kapitaalgoederen Wat zijn kapitaalgoederen? Kapitaalgoederen zijn belangrijk voor de openbare ruimte en het beheer en behoud daarvan is een taak voor ons. Wanneer we dit niet goed onderhouden, is de kans groot dat we veel klachten krijgen. Dit kan leiden tot ad hoc maatregelen en extra grote uitgaven. Dat noemen we ook wel kapitaalvernietiging. Via beheersplannen zorgen we ervoor dat het onderhoud systematisch gedaan wordt. Wegen Beleidskader Op grond van de Wegenwet zijn wij als wegbeheerder verantwoordelijk voor onderhoud en beheer van gemeentelijke wegen. Het gaat om wegen binnen de bebouwde kom en wegen buiten de bebouwde kom die op de wegenlegger als openbare weg zijn aangegeven. Ook de aanliggende bermen, sloten en eventuele kunstwerken (bruggen en/of viaducten) horen bij de weg. Het verhardingsoppervlak (asfalt en elementverhardingen) in onze gemeente is ongeveer 1,85 miljoen vierkante meter. De vervangingswaarde hiervan bedraagt ± € 187 miljoen. Beheer Het wegenbestand (asfalt, beton, elementverhardingen, inclusief civiele kunstwerken) houden we in stand met gebruik van risico-gestuurd onderhoud (besluit januari 2024) Hierbij maken we gebruik van een wegbeheerprogramma en tweejaarlijkse weginspecties.

Door het onderhoud op precies het juiste moment uit te voeren voorkomen we kapitaalvernietiging en daarmee wordt het onderhoud goedkoper dan bij planmatig onderhoud. Het benodigde budget is berekend met het beheerprogramma. Jaarlijks wordt hiervoor een bedrag in de voorziening ‘Onderhoud wegen’ gestort. Door iedere twee jaar alle verhardingen te laten inspecteren, een onderhoudsprognose op te stellen en dit te verwerken in het beheerprogramma, houden we een actueel wegbeheerplan en inzicht op het door de Raad vastgestelde onderhoudsniveau’s. Naast de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening ‘Onderhoud wegen’ storten we ook de inkomsten uit de degeneratievergoedingen van nutsbedrijven in de voorziening. Deze inkomsten zijn vergoedingen die worden uitgekeerd aan de wegbeheerder als compensatie voor levensduurvermindering van het verhardingsoppervlak. Dit door het uitvoeren van graafwerkzaamheden ten behoeve van het leggen van leidingen onder verhardingsconstructies. De storting in de voorziening ‘Onderhoud wegen’ (inclusief de zojuist genoemde degeneratievergoeding) wordt voor 2025 geraamd op € 1.072.290,-. Op 1 januari 2024 was de stand van de voorziening ‘Onderhoud wegen’ € 2.974.658,-. De gerealiseerde onderhoudsuitgaven 2024 bedragen plusminus 1,4 miljoen euro. Voor 2025 is de prognose dat we ± € 950.000 aan de voorziening zullen onttrekken.

Uitvoering beheerplan wegen Uit de laatst uitgevoerde weginspecties blijkt dat de gemiddelde kwaliteit van onze wegverhardingen gezakt is tot een rapportcijfer onder de 5. Omdat we gedifferentieerde onderhoudsniveau ’s gebruiken mag dit ook. Verhardingen binnen de bebouwde kom Vanuit kostenefficiëntie kiezen wij ervoor om vervanging van wegverharding en riolering gelijktijdig te doen; we maken werk met werk. Omdat riolering globaal 1,5 keer langer mee gaat dan straatwerk, is het onvermijdelijk dat de kwaliteit van de wegen langzaam achteruit gaat. Dit geldt met name voor rijbanen en parkeerplaatsen. Hier accepteren we C-niveau. Trottoirs en voetpaden houden we op een zo hoog mogelijk kwaliteitsniveau (minimaal B) door steeds meer klein onderhoud uit te voeren. Dit vanwege beloopbaarheid, toegankelijkheid en lagere risicoaansprakelijkheid. Verminderde kwaliteit van rijbanen en parkeerplaatsen binnen woonwijken is acceptabel aangezien de snelheden hier laag zijn en de verkeersveiligheid niet in het geding is. Het is minder comfortabel en na regenval is er meer plasvorming. Met klinkerverhardingen is daarnaast ook geen sprake van kapitaalvernietiging. Straatstenen van goede kwaliteit zijn altijd herbruikbaar. Verhardingen buiten de bebouwde kom Hier liggen de risico’s heel anders.

De wegen buiten de bebouwde kom zijn hoofdzakelijk van asfalt en de snelheden die hier gereden worden zijn veel hoger. De onderhoudsplanning voor deze wegen is erop gericht om de verkeersveiligheid te allen tijde te waarborgen en kapitaalvernietiging te voorkomen. Door tijdige 95

(groot) onderhoudsmaatregelen uit te voeren, kunnen we met relatief lage jaarlijkse kosten de levensduur van asfaltwegen verlengen. Zolang de jaarlijkse onderhoudskosten voor een weg lager zijn dan de kapitaallasten van rehabilitatie is dit ook financieel verantwoord. Al onze wegen in het buitengebied zijn verkeersveilig. Uit de inspectie 2024 volgt dat de kwaliteit van onze asfaltwegen sinds 2022 sterk is verbeterd. Met de reeds beschikbare middelen en jaarlijkse toevoeging aan de onderhoudsvoorziening kunnen we onze asfaltwegen, trottoirs en fietspaden op korte en middellange termijn goed in stand houden. Beheerplan wegen 2023-2027 Afgelopen jaar hebben wij aan de hand van de weginspecties 2022 een nieuw beheerplan wegen 2023 2027 gemaakt, onze onderhoudsstrategie aangepast en een financieel groeimodel uitgewerkt. De financiele consequenties hiervan worden verwerkt in de begroting 2025 en verder. In 2024 is een nieuwe weginspectie uitgevoerd. Het beheerplan 2023-2027 is in 2024 aangepast aan de nieuwe beheerstrategie. Dagelijks onderhoud (exploitatiebegroting) Naast het planmatig onderhoud met behulp van het wegbeheerprogramma voeren we nog diverse onderhoudstaken uit op basis van inspectierondes en vaste onderhoudscycli.

Deze onderhoudstaken omvatten onder andere het vegen van de wegen, afgraven en aanvullen bermen, onderhoud wegmarkeringen, onderhoud zandwegen, calamiteitenonderhoud verhardingen, onkruidbestrijding op verhardingen, onderhoud straatmeubilair, uitdiepen bermsloten en het onderhoud aan de duikers onder de wegen. Deze kosten zijn opgenomen in de jaarlijkse exploitatiebegroting. We zien een gestage groei van de kosten voor dagelijks onderhoud, mede ten gevolge van weersextremen en snelle stijging van prijzen in de GWW (Grond-, Weg- en Waterbouw). Dit geldt met name voor bermen, zandwegen en sloten. Vervanging van wegen/ rehabilitatie Binnen de voorziening (onderhoud) wegen houden we geen rekening met vervangingskosten aan het einde van de levensduur van een weg. De maximale levensduur van een weg op zandgronden zoals in Eersel is ± 60 jaar. Gedurende deze levensduur voeren we twee of drie keer groot onderhoud uit. Aangezien een groot deel van de wegen in het buitengebied van Eersel is aangelegd tussen 1950 en 1970, houden we rekening met een structurele toename van de benodigde kosten voor het vervangen van de wegen. Wij vervangen de wegconstructie pas als de gemiddelde jaarlijkse onderhoudskosten voor een weg hoger worden dan de kapitaallasten voor de vervanging van deze weg, of als de verkeersveiligheid in gevaar komt.

In het verleden hebben we ervoor gekozen om het vervangen van wegen (verhardingsconstructie) op te nemen in het Meerjarig Investeringsprogramma (MIP). Dit veroorzaakt extra kapitaallasten. Omdat we het vervangen van wegen zo lang mogelijk uitstellen is de kans aanwezig dat we onverwachts vervangingspieken krijgen. En daarmee ook afwijkingen in de prognose. Dit is begrotingstechnisch ongewenst. Daarom hebben we de “reserve rehabilitatie wegen” ingesteld. Hiermee egaliseren we deze schommelingen. Als we kijken naar de leeftijdsopbouw van de wegen, neemt ook de hoogte van de storting in deze bestemmingsreserve de komende jaren toe. Vanaf de begroting 2019-2022 storten we in het kader van het meerjarenperspectief jaarlijks oplopend € 35.000,- extra in de “bestemmingsreserve rehabilitatie wegen”. In het raadsvoorstel ‘risicogestuurd wegbeheer (2024)’ is dit bedrag verhoogd met € 12.500,- per jaar. In totaal wordt de extra storting jaarlijks € 47.500,-. Uit de weginspectie in 2024 zijn verder geen bijzonderheden naar voren gekomen. Riolering Beleidskader Aanleg en beheer van riolering zijn gemeentelijke taken. Dit staat zo omschreven in de Wet milieubeheer. Wij zijn op grond van deze wet verplicht om een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen. In het verbreed GRP 2023-2027 is weergegeven hoe we de rioleringstaak in de komende planperiode vormgeven.

Hierbij houden we rekening met de gevolgen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Wet gemeentelijke watertaken (Wgw). In het bijbehorende kostendekkingsplan staat hoe we alle kosten door middel van een rioolheffing dekken. De totale riolering houden we in stand door middel van klein en groot onderhoud. De totale onttrekking uit de voorziening riolering is voor 2025 becijferd op € 236.771,-. Ongeveer 50% van de inkomsten dekt de 96

kapitaallasten van (toekomstige) vervangingen. Globaal wordt de andere helft gebruikt voor jaarlijks onderhoud (exploitatiebegroting). In de verre toekomst zal deze verhouding verschuiven naar 2/3 – 1/3. Beheer Op grote lijnen is de leeftijd van riolering bepalend voor de vervanging van riolering. Riolering gaat tussen de 60 en 80 jaar mee. De eerste vervangingspiek ligt vanaf 2030. Om een zo goed mogelijk inzicht te krijgen in kwaliteit van de riolering, vinden er jaarlijks camera-inspecties plaats. De inspectiecyclus is 10 jaar. Op basis hiervan passen wij het theoretische vervangingsplan riolering aan. Dit ook in combinatie met maatregelen in het wegbeheer. Riolering is in principe maatgevend, omdat het de belangrijkste kostendrager is voor reconstructies. Naast het vervangen kijken we jaarlijks op basis van de uitgevoerde inspectie naar het planmatig onderhoud. Uitvoering beheerplan Binnen het beschikbare budget in de begroting voeren we deze noodzakelijke herstelmaatregelen uit. Andere onderhoudsmaatregelen die we jaarlijks uitvoeren zijn onder andere kolken zuigen, reinigen gemalen, inspectie, maaien wadi’s (waterafvoer drainage en infiltratie) en onderhoud van pompen van de gemalen, randvoorzieningen en mechanische riolering.

Meten en monitoren Om beter inzicht te krijgen in het functioneren van de riolering meten we vanaf medio 2010 in samenwerking met het waterschap de Dommel aan de overstorten. Het betreft kwantitatieve metingen. Om inzicht te krijgen in de grondwaterstanden hebben we in 2014 een basismeetnet ingericht. Bij het beheer van het grondwatermeetnet worden we ondersteund door het waterschap de Dommel en Brabant Water. Openbare Verlichting Beleidskader De twee speerpunten uit het beleidsplan Openbare Verlichting 2014-2024 zijn uitgevoerd: het verwijderen van lichtmasten in het buitengebied en het ombouwen van 1.525 (oranje) SOX verlichting naar LED. Daarnaast wordt bij reguliere vervanging ingezet op het toepassen van LED verlichting. Wij streven naar verdere vermindering van het energiegebruik voor OV tot de 50% energiereductie in 2030 ten opzichte van het jaar 2013. Thans is ± 40% van onze openbare verlichting voorzien van LED-armaturen, hetgeen een energiebesparing van ± 30% per mast heeft opgeleverd. In 2024 schrijven we een nieuw beheerplan Openbare Verlichting met een looptijd van vier jaar (20242028). Hoofddoel is om te komen tot een goed vervangingsplan/schema om het onderhoud zo efficiënt mogelijk in te richten en het verlichtingsniveau in woonwijken op de norm te brengen. Beheer We beschikken momenteel over 5.447 lichtmasten.

Plusminus 1.525 daarvan waren lichtmasten met SOXarmaturen welke volgens het beleidsplan 2014-2024 zijn vervangen door LED. Dit is een heel belangrijke stap geweest in onze duurzaamheidsambitie met betrekking tot energiebesparing. In nieuwbouwplannen worden standaard alleen nog maar LED-armaturen geplaatst. Ook bij vervangingen gebruiken we nu uitsluitend nieuwe LED-armaturen Hoofduitgangspunt bij het onderhoud is zorgen dat we de uitval beperken. Oudere lampen gaan maximaal drie tot vier jaar mee. Daarom vervangen we al deze ± 3.400 lampen gefaseerd eens in de drie jaar. We noemen dit groepsremplace. De meerkosten voor de vervroegde vervanging wegen ruimschoots op tegen het extra storingen rijden. Met het gebruik van LED-armaturen gaan we nu naar een levensduur van twaalf jaar, en we besparen zo jaarlijks ± € 5,- per mast per jaar remplacekosten. De storting in de voorziening “onderhoud openbare verlichting” bedraagt voor 2025 € 132.600,-. Hieruit wordt de vervanging van afgeschreven masten en armaturen gefinancierd. De stand van de voorziening bedraagt per 1 januari 2024 € 787.350,-. In 2024/2025 vervangen we 2.178 oude armaturen met zogenaamde PLL-lampen door nieuwe LED-armaturen. De PLL lampen worden vanaf 2024 niet meer geproduceerd en zijn al moeilijk verkrijgbaar. De totale kosten van vervanging brengen we ten laste van de voorziening.

De voordelen hiervan zijn groot: vermindering energiegebruik, lagere remplacekosten, beter verlichtingsniveau en gelijkmatigheid, en minder uitval. Na deze vervanging is ongeveer 80% van onze openbare verlichting verduurzaamd.

97

Door de steeds hogere energiekosten, energiebelasting, Opslag Duurzame Energie (ODE) en netwerkkosten levert de energiebesparing helaas geen kostenreductie op ten opzichte van voorgaande jaren, alleen minder meerkosten in de toekomst. Deze becijferen we op ± € 100.000,- per jaar. Groen Beleidskader Als groene gemeente hebben we relatief veel openbaar groen. Het groen binnen de bebouwde kommen leggen we vast in de geldende bestemmingsplannen. In 2017 heeft de gemeenteraad voor alle kommen het beleidsplan Groen Loont vastgesteld. In dit plan worden de groenstructuren van de zes dorpen vastgelegd en nieuwe kaders voor de gewenste inrichting van zowel het gebied binnen als het gebied buiten de bebouwde kom gesteld. In 2023 is het Bomenbeleidsplan vastgesteld voor een goede bescherming en instandhouding van het huidige bomenbestand. Het beleidsplan ‘natuurlijk spelen’ hanteren we voor de speelterreinen. Voor de sportaccommodaties geldt het accommodatiebeleid. In dit beleidsplan staat aangegeven wat basisvoorziening is (wat wij onderhouden) en wat niet (onderhoud door sportverenigingen). Groenbeheer Het beheer van gemeentelijk openbaar groen binnen de kom wordt geheel uitbesteed op basis van meerjarige bestekken. De totale beheerkosten voor groen binnen de bebouwde kom (exclusief apparaatskosten) bedragen in 2025: € 989.175,-.

Voor dit bedrag worden de evenemententerreinen, speelterreinen, plantsoenen en gazons binnen de kom onderhouden. Het beheer van gemeentelijk openbaar groen buiten de kom besteden we voor een deel (maaien sloten en bermen) uit op basis van meerjarige bestekken. Het andere deel (onder andere snoeien van hagen) doet onze buitendienst. De totale beheerkosten voor groen buiten de bebouwde kom (exclusief apparaatskosten) bedragen voor 2025 € 101.889,-. Beheer Bossen Het beheer van de gemeentelijke bossen en natuurterreinen besteden we geheel uit op basis van meerjarige bestekken. De kosten die we hier maken moeten worden afgedekt door de inkomsten. We hebben een bestemmingsreserve egalisatie bebossing om calamiteiten zoals bosbranden en boomziekten te kunnen herstellen. We streven naar een geleidelijke groei van deze bestemmingsreserve tot een bedrag van maximaal € 200.000,-. Met een dergelijk bedrag kunnen we onze grootste risico’s afdekken. Deze aanvulling op de reserve genereren we jaarlijks uit het verschil tussen de onderhoudsuitgaven en de inkomsten (van de houtverkoop). Beheer landschapselementen (LSE) Het beheer van landschapselementen is in 2021 opgestart via een meerjarige opdracht waarmee de komende jaren eerst herstelbeheer wordt uitgevoerd. In 2022 hebben we een flinke inhaalslag gemaakt en zijn we overgegaan naar cyclisch beheer.

In 2022 is een forse verhoging van het beheerbudget gerealiseerd, waardoor we nu in staat zijn om de verwaarlozing van de LSE’s te stoppen. In de komende jaren willen we dit beheer gaan uitvoeren samen met de aanliggende eigenaren, die hiervoor een beheervergoeding kunnen krijgen. Beheer Ecologische VerbindingsZones (EVZ’s) Ecologische verbindingszones zijn een optelsom van bosjes, beekdalen en landschapselementen die door hun strategisch plaats samen voor een verbinding kunnen zorgen tussen grote natuurgebieden (bijvoorbeeld NatuurNetwerk Brabant, Landschotseheide, Buikheide/Groot en Kleinmeer). Met ingang van het begrotingsjaar 2024 hebben we hiervoor een separate begrotingspost opgenomen. Inzicht geeft mogelijk uitzicht op medefinanciering. Beheer natuurgrassportvelden Het onderhoud van de natuurgras -sportvelden gebeurt op basis van een bestek. De totale beheerkosten voor de sportvelden in 2025 ramen we op € 236.781,-. Met dit budget onderhouden we de natuurgrasvelden. Beheer bomen De bomen (binnen en buiten de kom) worden grotendeels beheerd door externen. Dit op basis van een snoeiplan. Klein snoeiwerk of het oplossen van incidentele problemen worden uitgevoerd door de buitendienst. 98

De gemeente Eersel heeft globaal 22.000 individueel te beheren bomen in het areaal. In 2024 hebben we een nieuwe aanbesteding gedaan voor het tweejarig onderhoudsbestek bomen. In vergelijking met vorige jaren hebben we iets meer bomen te onderhouden, doordat we de afgelopen jaren nogal wat laanbomen hebben bij geplant (Bos en Boom, uitvoeringsprogramma Kleine Beerze). Het overgrote deel van de bomen onderhouden/snoeien we om de drie jaar. Bij bijzondere of monumentale bomen kan dit jaarlijks zijn. Het resultaat van de aanbesteding viel erg tegen. Uiteindelijk hebben slechts twee partijen ingeschreven en de laagste inschrijving viel € 100.000 hoger uit dan de voorgaande jaren. Een deel van deze hogere prijs is te verklaren doordat we de jaarlijkse boominspecties (BVC/VTA) ook in het bestek hebben ondergebracht. De belangrijkste verklaring is echter dat er steeds minder partijen zijn die dit werk nog kunnen uitvoeren, omdat er geen geschoold personeel meer beschikbaar is. We hebben veel bomen, er is weinig concurrentie en personeel moet duur worden ingehuurd. Het reguliere onderhoud aan (laan)bomen voor 2025 ramen we op € 226.144,- (exclusief apparaatskosten). Speelvoorzieningen De speeltoestellen worden voor een deel onderhouden door de buitendienst en voor deel door derden op basis van een inspectie.

Het budget voor het beheer aan de speelvoorzieningen in 2025 ramen we op € 23.250,-. Hiermee kunnen we de jaarlijkse inspecties, klein onderhoud en de vervanging van een enkel speeltoestel betalen. Op deze wijze waarborgen we het onderhoud van de speelvoorzieningen op verantwoorde wijze. Dit budget is evenwel onvoldoende om speeltoestellen aan het einde van hun levensduur (vijftien jaar) te kunnen vervangen. Hiervoor schrijven we in 2025 een beheerplan speeltoestellen. Gebouwen Beleidskader Het gaat hier om de gebouwen die bij de gemeente in onderhoud zijn. Er zijn drie soorten onderhoud voor deze gebouwen te onderscheiden: - Het dagelijks onderhoud dat tot doel heeft om het gebouw en de installaties in een toestand te houden die voor de dagelijkse functievervulling noodzakelijk is. In de exploitatiebegroting wordt hier elk jaar een post voor opgenomen; - Het periodiek onderhoud waarbij in de regel geen vernieuwing plaatsvindt, zoals buitenschilderwerk. Dit betreft terugkerend onderhoud met een zekere cyclus; - Het groot onderhoud, waarbij veelal onderdelen van het gebouw of de installaties moeten worden vervangen (zoals vernieuwing van het dak of vervanging van de Cv-installatie). De kosten van het periodiek en groot onderhoud hebben we in een meerjaren onderhoudsplan opgenomen. Op basis van dit plan hebben we de stortingen en onttrekkingen uit de voorzieningen berekend.

Hiermee hebben we al het noodzakelijk onderhoud aan het onroerend goed in financiële zin afgedekt. Uiteraard moet regelmatig herijking plaatsvinden. Nieuwe investeringen voor aanpassingen of uitbreidingen nemen we in het meerjarig-investeringsprogramma op. In het accommodatiebeleid staat wat we verstaan onder een basisvoorziening. Voor de gebouwen die vallen onder het accommodatiebeleid betekent dit dat alleen de basisvoorzieningen door ons worden onderhouden. Wij dragen dan zorg voor het groot onderhoud inclusief de installaties. Voor het dagelijks onderhoud zijn de verenigingen of stichtingen zelf verantwoordelijk. De vereniging kan het onderhoud waar wij verantwoordelijk voor zijn (basisvoorziening), onder bepaalde voorwaarden, ook zelf uitvoeren (privatisering). De verenigingen ontvangen daarvoor financiële bijdragen, gebaseerd op de gemiddelde onderhoudslast over tien jaar. Naast de gebouwen die in het accommodatiebeleid staan, hebben we ook de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van andere gebouwen. Denk hierbij aan binnensportaccommodaties, de brandweerkazernes, de gemeentewerf en het gemeentehuis. Voor deze gebouwen hebben we ook meerjaren onderhoudsplannen opgesteld. Wij zijn hier verantwoordelijk voor het totale onderhoud. Beheer Het onderhoud gebeurt volgens een meerjaren onderhoudsprogramma en jaarlijkse na-inspecties.

Deze meerjaren onderhoudsprogramma’s actualiseren we jaarlijks per gebouw. Ze geven een overzicht van het geplande onderhoud voor de eerstvolgende 10 jaar (eerste jaar is het begrotingsjaar). De hoogte van storting in de begroting bedraagt het gemiddelde van de totale geraamde onderhoudskosten in genoemde periode van 10 jaar. Schoolgebouwen 99

Vanaf 1 januari 2015 zijn de verantwoordelijkheden (en daarmee het budget) voor het buitenonderhoud en de aanpassing van schoolgebouwen in het primair en speciaal onderwijs van gemeenten naar schoolbesturen overgeheveld. Schoolbesturen zijn vanaf dat moment verantwoordelijk voor het gehele onderhoud, van zowel de binnen- als de buitenzijde van schoolgebouwen. Wij zijn nog verantwoordelijk voor bekostiging van voorzieningen als nieuwbouw, uitbreiding en constructiefouten. De verwachting is dat het begrip renovatie wordt toegevoegd aan de voorzieningen in de huisvesting waar de gemeente voor verantwoordelijk is. De beoogde inwerkingtreding van deze wetswijziging is 1 januari 2025. Het geactualiseerde Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2038 gemeente Eersel (2 juli 2024) is de basis voor uitvoering van de verantwoordelijkheden. Bij MFA’s waar wij eigenaar zijn van het volledige gebouw, inclusief onderwijs, dragen wij ook zorg voor het onderhoud van het totale gebouw. Dit moet op basis van de verdeling van verantwoordelijkheden (en budget) verrekend worden.

Beleid en beleidsdocumenten Het beheer geschiedt op basis van beleid - en beheerplannen: - Verbreed GRP 2023-2027 - Beheerplan wegen 2023-2027 - Beheerplan Openbare verlichting 2014-2024 Gemeente Eersel - Onderhoudsbestekken (meerjaren) - Beleidsplan “Groen Loont” (2017) - Beleidsplan gemeentelijke bos- en natuurterreinen - Bomenbeleidsplan 2023-2033 - Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2038 gemeente Eersel

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=08a52e68-789f-48d7-a7dc-12c6402c5a62