CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.15029] Rekenkamerrapport Ondermijning in 4 Kempengemeenten; bijlage 2 eindrapportage

Raadsvergadering 17 september 2024, gemeente EerselBij agendapunt: Onderzoek Rekenkamercommissie Ondermijning27.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5. Ondermijning Het plan constateert dat ondermijnende criminaliteit "(...) zichtbaar en onzichtbaar aanwezig [is] in onze wijken, dorpen, industrieterreinen en buitengebied". Er wordt gewezen op de sturende rol van het Bestuurlijk Overleg Ondermijning (de zogenoemde Driehoek plus; zie tabel 3.4) in het Kempengebied, met een centrale plaats bij de lokale aansturing voor de programmaleider ondermijning. Er worden ambities geformuleerd, namelijk het vergroten van de bestuurlijke en maatschappelijke weerbaarheid, en het verbeteren van de informatiepositie "om zo ondermijning effectief te kunnen bestrijden". Er wordt ingezet op "(...) het verhogen van de kwaliteit en kwantiteit van signalen/meldingen, zodat de meest urgente zaken, die de grootste maatschappelijke impact hebben, beter kunnen worden opgepakt". Opmerkingen op basis van ons veldwerk Het bovenstaande is in lijn met de in sub-paragraaf 3.2.3 beschreven beleidstheorie voor de (gemeentelijke) ondermijningsaanpak. Het valt in de gespreksronde op dat de kwantiteit en kwaliteit van de signalen over ondermijning op een laag peil liggen. Ze waren per gemeente op één hand te tellen en als er een casus of signaal speelde, kregen we meestal een (erg) beknopte toelichting.

De bovenstaande constatering over de aanwezigheid van ondermijning in wijken, dorpen, industrieterreinen en het buitengebied, kon door onze respondenten nauwelijks worden geconcretiseerd of bevestigd. In de kern weten ze onvoldoende hoe het zit qua lokale ondermijning. Zie verder hoofdstuk 6. Dit laat zien dat de ondermijningsaanpak

21

in veel opzichten in de kinderschoenen staat.

6. High Impact Crimes Deze delict-categorie betreft woninginbraken, straatroven en overvallen; het gaat om delicten met directe slachtoffers. Het niveau van deze delicten is "de afgelopen jaren in zijn algemeenheid gelijk gebleven of licht afgenomen". Als dadergroepen worden genoemd: jeugdigen en jongvolwassenen, al dan niet als onderdeel van (criminele) jeugdgroepen of jeugdnetwerken; en zogenoemd mobiel banditisme: "mobiele en (internationaal) rondtrekkende dadergroepen." Opmerkingen op basis van ons veldwerk Georganiseerde diefstal zou kunnen worden betiteld als georganiseerde misdaad, al is het gebruikelijk om dit als aparte beleidscategorie te benoemen en aan te pakken. Het grote verschil met veel (andere vormen van) georganiseerde misdaad is dat er vaak aangifte wordt gedaan. Dat is niet zo bij drugsproductie, drugshandel of mensenhandel; dat wordt afgeschermd. Overigens maakt de georganiseerde misdaad ook veel slachtoffers: direct (bijvoorbeeld mensenhandel) of indirect (bijvoorbeeld criminele druk vanwege schulden bij een drugsdealer).

7. Fysieke veiligheid Deze prioriteit betreft de brede gemeentelijke opdracht om gestalte te geven aan crisisbeheersing en rampenbestrijding. Opmerkingen op basis van ons veldwerk Dit is een integraal onderdeel van de portefeuille van het kleine aantal IV-ambtenaren in de vier Kempen-gemeenten. Het is één van de veiligheidstaken die de ruimte voor de ondermijningsaanpak reduceert. In de coronaperiode vergde crisisbeheersing veel tijd en scherpte. In mindere mate gold dat voor de boerenprotesten.

Slotsom wat betreft de ondermijningsaanpak In de vier Kempengemeenten zijn er per gemeente veel prioriteiten, namelijk zeven. Tegelijkertijd is de omvang van het aantal IV-ambtenaren per gemeente beperkt: de formatie loopt immers uiteen van 1,67 tot 2,51 fte. Dit is een rem op de ambtelijke ruimte en tijd voor de ondermijningsaanpak. Dit wordt nog duidelijker in het licht van de forse hoeveelheid voorgenomen acties en maatregelen van gemeenten in het kader van het veiligheidsbeleid: zie paragraaf 4.3.

4.3

Uitvoering: een optelsom van 74 acties en maatregelen

Tijdens onze gespreksronde in de eerste helft van 2023 hebben we met respondenten, op hoofdlijnen, besproken wat - op basis van beleidsstukken en de 'waan van de dag' - de werkzaamheden zijn van IV-ambtenaren. Op basis van het integrale veiligheidsplan wordt een tweejaarlijks uitvoeringsplan veiligheid opgesteld. In de gespreksronde kon worden teruggeblikt op 2021 en 2022. Daarbij viel op dat IV-ambtenaren op basis van het uitvoeringsplan een enorme hoeveelheid 'acties' en 'maatregelen' dienen te treffen. Wat betreft geprioriteerde thema's en dossiers gaat het om maar liefst 74 acties en maatregelen, die getalsmatig als volgt verdeeld zijn: -

High Impact Crimes: zes gemeentelijke acties/maatregelen

-

Cybercrime en cybersecurity: zeven gemeentelijke acties/maatregelen

22

-

Verbinding zorg en veiligheid - personen met verward gedrag: tien gemeentelijke acties/maatregelen

-

Polarisatie en radicalisering: twaalf gemeentelijke acties/maatregelen

-

Jeugd: tien gemeentelijke acties/maatregelen Fysieke veiligheid - brandveiligheid en crisisbeheersing: elf gemeentelijke acties/maatregelen

-

Ondermijning: achttien gemeentelijke acties/maatregelen

Wat de gemeentelijke ondermijningsaanpak betreft, worden dus de meeste acties of maatregelen genoemd, namelijk achttien. Uit de gesprekken maken we op dat daarbij de volgende actiepunten voorrang hebben gekregen: "

"

"

" "

Het aanstellen, inwerken en positioneren van de programmaleider ondermijning in het basisteam. Dit kreeg op basisteamniveau meer in het bijzonder gestalte in het zogenoemde ambtelijk voorbereidingsoverleg; het ambtelijk voorportaal van de Driehoek plus, met daarin onder andere een IV-ambtenaar uit elke Kempengemeente. De programmaleider is voorzitter. Het inzetten en benutten van het Kempen Interventie Team (KIT), waarbij de gemeenten informatie moeten gaan aanleveren om op een gerichte manier gestalte te geven aan gerichte integrale controles. Het bovenstaande betekent dat gemeenten ondermijningssignalen dienen te verzamelen en te interpreteren; idealiter (en volgens de Brabantse norm) in een gemeentelijk Lokaal Informatie Overleg. Weerbaarheidstrainingen voor bestuurders en gemeenteambtenaren. Het vergroten van de bewustwording en meldingsbereidheid van bewoners en ondernemers.

Slotsom: overvraging De optelsom van zeven prioriteiten en 74 acties of maatregelen overvraagt de IV-formatie in de vier Kempengemeente. IV-ambtenaren moeten de complexiteit van de planmatige IV-taak reduceren en terugbrengen tot een uitvoerbare werkvoorraad. Wat de ondermijningsaanpak betreft, wordt daarbij gebruikgemaakt van (elementen uit) de ontwikkelde beleidstheorie. Zie paragraaf 4.4.

4.4

Ondermijningsaanpak: structureren met een gedachte

In (de jaren voor) 2022 bestond onder IV-ambtenaren en burgemeesters behoefte aan een duidelijker beleidslijn bij de gemeentelijke en integrale ondermijningsaanpak. Wat betreft de overleg- en organisatiestructuur en ten aanzien van inhoudelijke opdrachten. Dit kan worden geplaatst in de context van de vraag (of onduidelijkheid) over de taken van aan de ene kant de gemeenten en aan de andere kant justitie, politie en opsporingsdiensten (zie hoofdstuk 2). Ook was de ondermijningsaanpak tijdens de coronacrisis naar de achtergrond gedrukt en kwam de vraag op tafel wat nu precies de taak en positie diende te zijn van de (basisteam)programmaleider ondermijning. Met beschikbare (strategische) plannen konden de vier Kempen-gemeenten niet uit de voeten: te vaag, hoog over (regionaal) en/of te veel ingestoken op de problematiek zoals in bijvoorbeeld Eindhoven of Veldhoven. Een notitie 'Focus en structuur in de aanpak van ondermijning in 2022' beschrijft de hoofdlijnen van de gemeentelijke ondermijningsaanpak. Deze notitie is in november 2021 opgesteld door de toenmalige ad interim-basisteamprogrammaleider ondermijning. Het is gebaseerd op een meer uitgebreid stuk, al wordt in de gespreksorde louter naar dit document verwezen. Het is in maart 2022 geagendeerd en geaccordeerd door het Bestuurlijk Overleg Ondermijning (BOO) De Kempen (zie tabel 3.4 voor de deelnemers van dit overleg).

23

4.4.1

Structureren

De notitie legt de aansturing van de ondermijningsaanpak in De Kempen in handen van het BOO. Het wordt een "stuurtafel" genoemd, waarin "complexe integrale casussen" centraal staan en van waaruit de (gezamenlijke) inspanningen ten behoeve van de bestuurlijke en maatschappelijke weerbaarheid worden aangestuurd. De programmaleider ondermijning is de linking pin tussen dit overleg en twee ambtelijke overleggen, te weten: 1.) het ambtelijk voorbereidingsoverleg (AVO) en 2.) de werkgroep ondermijning (WO). Zie tabel 3.4 voor de deelnemers aan deze overleggen. De IVC-ers van de Kempengemeenten nemen standaard deel aan het WO en zijn bij het AVO als er een casus speelt in hun gemeente: -

Het AVO (overlegfrequentie: 2 keer per maand) screent en selecteert signalen, waarbij de stap wordt gezet naar integrale actie en monitoring van de voortgang. Tevens wordt het BOO voorbereid. Opmerkingen op basis van ons veldwerk In de vier Kempen-gemeenten loopt op enig moment per gemeente zelden meer dan één casus; hooguit twee en mogelijk geen. Voor de IV-ambtenaren is dit casus-overleg belangrijk als er in hun gemeente een zwaarwegende casus speelt. Wat de effectiviteit van de ondermijningsaanpak betreft, hebben de casusgerichte inspanningen en overleggen beperkte betekenis; daarvoor gaat het simpelweg om te weinig casus.

-

Het WO (overlegfrequentie: 1 keer per maand) monitort, ondersteunt en stuurt de inspanningen om de bestuurlijke en maatschappelijke weerbaarheid te versterken. Waar nodig wordt ondersteuning vanuit de Taskforce-RIEC georganiseerd. Ook dit overleg dient ter voorbereiding van het BOO. Opmerkingen op basis van ons veldwerk Inspanningen om de weerbaarheid te versterken staan op de IV-uitvoeringsagenda in de vier Kempengemeenten. Dat is gunstig, maar nu dit het geval is, neemt de ervaren relevantie van dit maandelijkse ondermijningsoverleg af. Eén IV-ambtenaar heroverweegt de vaste deelname aan dit overleg, omdat het beperkte (meer)waarde heeft, terwijl er een overvolle IV-portefeuille is (ook los van ondermijning). Het BOO staat op afstand van de IV-activiteiten, tenzij in een gemeente een urgente ondermijningscasus speelt.

4.4.2

De gedachte

De ondermijningsaanpak bestaat uit drie pijlers. Ten eerste, bestuurlijke weerbaarheid. Dit wordt aangeduid als de "basis op orde brengen" in de gemeentelijke organisaties. Het gaat om het actualiseren en benutten van bestuurlijke instrumenten, zoals Bibob-beleid en Damocles-beleid. Voorts dienen (relevante) ambtelijke afdelingen alert te worden gemaakt (het "bewustzijn" versterken) op signalen over ondermijning, als opmaat tot beoordeling en bespreking daarvan in een multidisciplinair gemeentelijk overleg: een zogenoemd Lokaal Informatieoverleg (LIO). Tevens dienen bestuurders en gemeenteraadsleden alert te worden gemaakt op mogelijke ondermijnende praktijken of invloeden. Ten tweede, maatschappelijke weerbaarheid. Dit heeft betrekking op contacten en coalities met inwoners en ondernemers bij de ondermijningsaanpak. Het is de bedoeling om bewoners en ondernemers "bewust" te maken van signalen over (mogelijke) ondermijning en om hen ertoe te bewegen dit te melden. Het gaat om het "verhogen van de meldingsbereidheid", zodat gemeenten (meer) ondermijningssignalen krijgen van burgers. Voor ondernemers geldt dat op locaties (b.v. een bedrijventerrein) of in branches door de gemeente gericht toenadering, overleg of samenwerking kan worden georganiseerd.

Ten derde, actie, (...) "op die plaatsen waar het optreden het meest gewenst is." Vier lijnen worden genoemd: een signaal opwerken tot een RIEC-casus en tot integrale actie; de aanpak van

24

hennepteelt; controles door het Kempen Interventie Team (verder: KIT); en lokaal opgezette actie door gemeenten, mogelijk in samenwerking met één of enkele partners. Twee actiegerichte inspanningen worden nader omschreven, namelijk:

4.5

"

Betekenisvolle signalen en casus Er dienen casus in beeld te worden gebracht, op basis van signalen die door alle partners worden aangeleverd, dus ook de Kempen-gemeenten. De belangrijkste (meest betekenisvolle) dossiers worden een integrale RIEC-casus, waarbij de voortgang wordt aangejaagd en gestuurd door het BOO. Deze aanpak wordt gericht op: a.) productie van synthetische drugs; b.) aanpak van onverklaarbaar vermogen; en c.) 'wat niet wachten kan' vanwege urgente omstandigheden. Voor casus die niet 'zwaar' genoeg zijn, geldt het volgende: dan "wordt meer going concern bekeken hoe partners elkaar multidisciplinair in positie kunnen brengen en hoe op rijdende treinen kan worden gestapt". Opmerkingen op basis van ons veldwerk Dit onderdeel komt - van de elementen uit de beleidstheorie - het minst uit de verf in de vier Kempengemeenten. Er is een schaarste aan signalen; zo nu en dan wordt een casus opgepakt en respondenten kunnen ook - in algemene termen (niet herleidbaar) - weinig concrete kwesties noemen die in aanmerking lijken te kunnen komen voor een casusgerichte aanpak.

B

Het Kempen Interventie Team. Het zogenoemde Kempen Interventie Team (KIT) is een gezamenlijk controle- en handhavingsteam van de acht Kempengemeenten.9 Dit is ingesteld in 2020, nadat het een jaar was uitgeprobeerd, met het Peelland Interventieteam als voorbeeld. De burgemeester van Veldhoven is bestuurlijke 'kartrekker'; de teamleider is ondergebracht bij deze gemeente. Aanvankelijk waren de controleacties vooral gericht op illegale en onveilige huisvesting van arbeidsmigranten. Dat is nog steeds een doelwit, al zijn de controles meer divers geworden. Het KIT controleert bij bedrijven en organisaties om te kijken of wordt voldaan aan wet- en regelgeving. Het kan onder meer gaan om controles op illegale bewoning, brandveiligheid, prostitutie, mensenhandel of drugs. Ook wordt gekeken of bewoners staan ingeschreven in de BRP en of het gebruik van een pand in strijd is met het bestemmingsplan. In meer algemene termen wordt het KIT ingezet bij "complexe handhavingsproblematiek". Van gemeenten wordt verwacht dat ze meer en meer informatie verzamelen en benutten bij het opzetten van KIT-acties. Opmerkingen op basis van ons veldwerk De KIT-acties komen, na de coronaperiode, van de grond in de vier Kempengemeenten. Het gaat al met al om een bescheiden aantal gecontroleerde adressen of locaties op jaarbasis per gemeente. De meeste controles zijn uitgevoerd in Reusel-De Mierden.

Zie hoofdstuk 6.

Tot slot: getemperde ambities

De uitspraak van één respondent, in reflectie op een zojuist afgerond interview, vat een algemener gevoel over de veiligheidsplannen en ondermijnings-structuren samen. Het "mag" van deze respondent "allemaal wat simpeler worden opgetuigd", omdat het al moeilijk genoeg is om zicht en grip te krijgen op concrete kwesties op het ondermijningsdossier. Dit was de rode draad in meer interviews, al gebruiken IV-ambtenaren elementen uit de beschreven visie ook juist om de complexiteit van de ondermijningsaanpak te reduceren. Ze brengen die aanpak namelijk terug tot 9 Deelnemers zijn: de acht Kempengemeenten, politie (basisteam De Kempen), de Veiligheidsregio BrabantZuidoost en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Het KIT werkt nauw samen met onder andere de Afdeling Vreemdelingen Identificatie Mensenhandel (AVIM), de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

25

een serie geplande acties en maatregelen. Dat is te doen, al tempert het de ambities. Er wordt bijvoorbeeld gereageerd bij een ondermijningssignaal (al zijn dat er weinig) en er worden enkele bijeenkomsten of acties georganiseerd om de weerbaarheid te vergoten. En er worden de nodige KITacties voorbereid. De beleidstheorie geeft taal en onderbouwing voor datgene wat wordt opgezet, met de mogelijkheid om in het externe netwerk hulp te mobiliseren; bijvoorbeeld bij het KIT, het RIEC of de programmaleider ondermijning. Dit alles moet wel worden ingepast in het geringe aantal uren dat IV-ambtenaren in de vier Kempen-gemeenten per week aan ondermijning kunnen besteden. Dit komt aan bod in het volgende hoofdstuk, over de gemeentelijke veiligheidsorganisaties.

26

5.

De gemeentelijke veiligheidsorganisaties

Inleiding Dit hoofdstuk gaat in op de ambtelijke capaciteit die per gemeente beschikbaar is voor de IV-functie (paragraaf 5.1) en wat betreft geüniformeerde boa's (paragraaf 5.2). De formatieve bezetting is bescheiden, zeker als dit wordt afgezet tegen de grote grondoppervlakte van de vier gemeenten en tegen de gestage groei van de ambtelijke veiligheidstaak. Over dat laatste gaat paragraaf 5.3. Paragraaf 5.4 is een korte afsluiting: het veiligheidsbeleid in de vier Kempengemeenten leunt op de schouders van enkele ambtelijke sleutelfiguren.

5.1

Ambtenaren Integrale Veiligheid: 7,9 fte in vier gemeenten

De IV-ambtenaren in de vier Kempen-gemeenten zijn actief in een overwegend dunbevolkt gebied. Op een oppervlakte van 340 vierkante kilometer wonen (per januari 2023) ruim zeventigduizend mensen: 73.723 inwoners om precies te zijn. De gemeenten tellen bij elkaar 21 kernen: zes in Eersel (Eersel, Duizel, Knegsel, Steensel, Vessem en Wintelre); zes in Bladel (Bladel, Casteren, Hapert, Dalem, Hoogeloon en Netersel); vier in Reusel-De Mierden (Hooge Mierde, Hulsel, Lage Mierde en Reusel); en vijf in Oirschot (Oirschot, Spoordonk, Middelbeers, Oostelbeers en Westelbeers). De optelsom van kernen en het uitgestrekte karakter van het grondgebied van deze gemeenten zijn een belasting voor veiligheidsprofessionals: voor de politie om (via onder meer wijkagenten) contacten te onderhouden en om via surveillance zicht te krijgen op criminele of verdachte praktijen en voor IV-ambtenaren en boa's. Immers, met een bescheiden formatie dient - op basis van inzicht in de veiligheidsproblematiek - gestalte te worden gegeven aan veiligheidsbeleid in een groot gebied. Dat gebied omvat tal van risicolocaties, zoals bedrijventerreinen, vakantieparken en een buitengebied met verscholen en afgeschermde gebouwen en (bedrijfs-)activiteiten. Wegen die de vier gemeenten doorkruisen verbinden Brabantse steden met veel criminaliteit (o.a.

Eindhoven en Tilburg) met elkaar en met België; Reusel-De Mierden en Bladel zijn grensgemeenten en Eersel net niet. Deze situationele kenmerken resulteren in criminele risico's of kansen; dat kan uitmonden in misdaad in het gebied of in criminele verplaatsingen (van personen of producten) door de vier gemeenten. Het is de (lastige) vraag in welke mate dergelijke risico's daadwerkelijk uitmonden in criminele praktijken (zie hoofdstuk 7). In elk geval is het gebruikelijk om de formatie van gemeenten (inclusief veiligheidsambtenaren) en politie te relateren aan het aantal inwoners, maar in dit onderzoeksgebied is ook de oppervlakte van het grote (grens)gebied van belang. De oppervlaktes staan daarom vermeld in de tabellen 5.1 en 5.2. In zo'n groot gebied is het met name moeilijk om - in direct contact of via meldingen - van burgers informatie te krijgen over onveiligheid. Zeker over een afgeschermd verschijnsel als ondermijning, waarbij er twijfel en mogelijk een zekere angst bestaat rondom meldingen. Tegelijkertijd zijn meldingen in een uitgestrekt gebied belangrijk, waar dan ook nog eens veel mensen wonen die hechten aan autonomie ("leven en laten leven") en/of een (zekere) afkeer koesteren richting de (Haagse) overheid.

Dit resulteert in een meldings-paradox: juist in anonieme of uitgestrekte gebieden waar de overheid behoefte heeft aan meldingen van burgers over misdaad, zijn de sociale en fysieke condities lastig c.q. ongunstig. Het is logisch dat 'het vergroten van de meldingsbereidheid' prioriteit heeft bij de ondermijningsaanpak, al vergt het stevige inspanningen om dit vlot te trekken; ook lopen die inspanningen tegen sociale barrières aan.

27

Tabel 5.1 laat zien dat er in de vier Kempen-gemeenten tezamen één IV-ambtenaar beschikbaar is per 10.000 inwoners. De IV-capaciteit loopt uiteen van 1,72 fte (Eersel) tot 2,51 fte (Oirschot). In Bladel betreft het 2 fte en in Reusel-De Mierden in totaal 1,67 fte.10 We hebben in een vragenlijst de vraag gesteld of ambtenaren (deels) zijn vrijgemaakt voor de ondermijningsaanpak, en zo ja, om hoeveel uren (uitgedrukt in fte) het gaat. Die vraag viel in feite niet goed te beantwoorden en. De antwoordden varieerden van het vrijmaken van capaciteit als een casus zich aandient tot het zoeken naar manieren om ondermijning in te passen in de bredere IV-taak van ambtenaren. Hoeveel uren gemiddeld per week beschikbaar zijn voor de ondermijningsaanpak, is onduidelijk; veel kan het niet zijn. Er is, tussen alle andere veiligheidstaken door, immers beperkte (arbeids-)tijd beschikbaar om werk te maken van de ondermijningsaanpak. De ingevoerde overlegvormen voor ondermijning (zie tabel 3.4 voor de externe overleggen), inclusief de voorbereiding en nasleep, leggen al een aanzienlijk beslag op de ambtelijke capaciteit

Tabel 5.1: IV-capaciteit in vier Kempen-gemeenten Gemeente

IVcapaciteit in fte Bladel 2 Eersel 1,72 Oirschot 2,51 Reusel-De Mierden 1,67 * Totaal 7,9 Noot: * Per 1 januari 2024 1,93 fte

5.2

Aantal inwoners 21.020 19.955 19.197 13.551 73.723

Fte IV per 10.000 inwoners 0,95 0,86 1,31 1,23 1,07

Oppervlakte (km2) 75,6 83,3 102,8 78,6 340,3

Geüniformeerde boa's (domein 1): 7 fte in vier gemeenten

De vier Kempen-gemeenten tellen bij elkaar zeven geüniformeerde boa's, actief op domein 1. Dat is één 'blauwe boa' per 10.000 inwoners. De VTH-organisatie in Reusel-de Mierden, Eersel en Oirschot beschikt over vijf boa's, plus twee toezichthouders ruimtelijke ordening en twee bouwtoezichthouders. Elke gemeente heeft een boa als direct aanspreekpunt. De gemeenten Eersel en Oirschot beschikken, los van de VTH-organisatie over een eigen 'groene boa', die toezichtstaken uitvoert in het buitengebied.11 De VTH-formatie is sinds ruim een jaar geleden inzetbaar, want toen is de capaciteit uitgebreid met een toezichthouder ruimtelijke ordening en twee boa's. De VTH-formatie wordt op gemeenteniveau ingezet op basis van een verdeelsleutel en een daarop gebaseerd uitvoeringsprogramma. Voor de twee gemeenten met de meeste inwoners, te weten Oirschot en Eersel, zijn dus meer arbeidsuren beschikbaar dan in Reusel-De Mierden. In Bladel ligt de boa-formatie op 2 fte, al zijn die plaatsen vacant tijdens ons veldwerk. Er wordt tijdelijk een privaat bedrijf ingehuurd om boa-taken uit te voeren, terwijl wordt gezocht naar geschikte kandidaten. De VTH-boa's richten zich op toezicht en handhaving op basis van de algemene plaatselijke verordening (APV), alsook op het reageren op klachten en meldingen, in het bijzonder omtrent allerhande overlast.

Het betreft jeugdoverlast, overlast in de buurt of op bedrijventerreinen,

10 De capaciteit bedraagt vanaf 1 januari 2024: 1,93 fte: een beleidsmedewerker Integrale Veiligheid/integrale veiligheidscoördinator (36 uur); een administratief medewerker (12 uur); en een ambtenaar rampenbestrijding en crisisbeheersing (21,6 uur). 11 Groene boa's zijn buitengewoon opsporingsambtenaren die vallen onder domein II (milieu en infrastructuur). Zij zijn belast met toezicht en handhaving van onder andere natuurwetgeving, het Wetboek van strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, in het landelijk gebied.

28

parkeeroverlast, loslopende honden, hondenpoep en foutparkeren in zogenoemde blauwe zones. Bij spoedeisende sluitingen voeren boa's de sluitingen uit. Ook in Bladel reageren boa's op overlastmeldingen en -patronen. Er zijn verschillende redenen waarom de boa-bijdragen aan de ondermijningsaanpak op een bescheiden niveau liggen: -

De boa's worden doorgaans in koppels ingeroosterd; dat drukt het bereik (fysiek en in uren) van de surveillance die ze uitvoeren. De VTH-boa's werken voornamelijk tijdens kantooruren en buiten de zomer niet in het weekend. Er wordt soms in de avonduren gewerkt: één keer per week is er een avonddienst (tot 21:30 uur) en in de zomer wordt gewerkt op zaterdag of zondag, mogelijk in de avonduren. Criminelen zijn juist wel actief in de avonduren; activiteiten op dergelijke tijden worden dus gemist.

-

De boa's kunnen in algemene zin mogelijke indicaties voor ondermijning signaleren. Respondenten vertellen dat hier weinig acties uit voortkomen. Wel stuiten boa's (achteraf) bijvoorbeeld op dumpingen van drugs, asbest of andere verboden zaken.

-

Er zijn criminele kansen op bedrijventerreinen, maar daar komen boa's alleen zo nu en dan bij meldingen. De gang van zaken op vakantieparken is voor boa's ook een blinde vlek.

-

Het buitengebied is te groot om met toezicht en aanwezigheid - via observaties en sociale contacten - zicht te kunnen krijgen op ondermijning. Hier komt de geslotenheid van menige kern bij.

-

Er tekent zich een landelijke trend af: de politie richt zich op haar kerntaken en stoot toezichtstaken af naar gemeenten, hetgeen vraagt om boa-inzet. Onder meer via meldingen komt 'voormalig politiewerk' terecht bij boa's.

Tabel 5.2: Boa-capaciteit (domein 1) in vier Kempen-gemeenten Gemeente

Bladel Eersel Oirschot Reusel-De Mierden Totaal

5.3

BOA domein 1 capaciteit in fte 2 5 7

Aantal inwoners

Fte IV per 10.000 inwoners 0,95

21.020 19.955 19.197 13.551 73.723

0,95 0,95

Oppervlakte (km2) 83,3 75,6 102,8 78,6 340,3

De groei van de ambtelijke veiligheidstaak

De gemeentelijke IV-taak ligt primair in handen van één of twee gespecialiseerde ambtenaren. Ze leveren prestaties, al worden ze gedwongen telkens te kiezen wat ze doen of laten. Taakafbakening is nodig; ten opzichte van het werkaanbod dat zich aandient en vanwege een overdaad aan ambities en opdrachten in beleidsplannen en al de zogenoemde Brabantse normen. Veiligheidsambtenaren krijgen, door het hele land heen en (dus) ook in de vier Kempengemeenten, te maken met een dubbele groei van de (ambtelijke belasting vanwege) van de veiligheidsproblematiek: "

Veiligheidsvraagstukken zijn complexer geworden. Bijvoorbeeld mensen met onbegrepen gedrag, drugsgebruik, vormen van illegale bewoning en anti-overheidsopvattingen. Ook het in kaart brengen van afgeschermde criminele praktijken in het kader van de

29

"

"

ondermijningsaanpak is inherent lastig; zeker in een grootwerkgebied, met veel kernen en sociale geslotenheid tegenover de overheid. Het aantal gemeentelijke veiligheidstaken is gegroeid. Dit is goed zichtbaar in de veiligheidstaken (en bevoegdheden) die de burgemeester door de jaren heen heeft gekregen, ook in de sfeer van de ondermijningsaanpak. Bijvoorbeeld de Wet Bibob (en de uitbreidingen daarvan), het Damoclesbeleid, gebiedsverboden, huisverboden, de crisismaatregelen in de Wvggz12 en de Wet aanpak overlast en meer recent de Wet Goed Verhuurderschap. De zwaarte van de taken neemt ook toe, mede doordat ambtelijke en bestuurlijke scherpte is geboden, bijvoorbeeld bij inzet van vergaande middelen, zoals een huisverbod of de (tijdelijke) sluiting van een woning. Bij de rechterlijke toetsing wordt toegezien op het evenredigheidsbeginsel. Een taakverschuiving van politie naar gemeenten. De politieorganisatie kampt met een vraagen werkoverschot en bakent haar taakuitoefening af. Dit werkt bijvoorbeeld door in het takenpakket van boa's, onder meer via de meldingen waarop ze reageren.

De consequentie hiervan is dat gemeentelijke veiligheidsorganisaties worden overvraagd. Hier komt de zogenoemde 'waan van de dag' bij: gebeurtenissen en incidenten - niet per se in de sfeer van crisisbeheersing - die (veel) tijd, energie en activiteiten vergen van IV-ambtenaren. Er is dan ineens een tijdelijke topprioriteit. We geven enkele voorbeelden. In Bladel werd op 31 december 2022 een 18-jarige jongeman doodgestoken door een leeftijdgenoot.13 Deze schokkende gebeurtenis vraagt om gepaste actie, waarbij tegelijk het vraagstuk van jeugdgeweld (en de aanpak daarvan) hoog op de korte termijnagenda van ambtenaren, politie en burgemeester kwam te staan. Op 21 april 2023 ontdekt de politie twee drugslabs: aan de Sigarenmaker in Eersel en aan De Stad in Hooge Mierde (gemeente Reusel-De Mierden). Er worden vier personen aangehouden. De maatschappelijke schok van zo'n vondst is kleiner dan van de moord op een jongeman, maar het vergt ambtelijke actie in de nasleep. Bijvoorbeeld onderzoek naar (en de aanpak van) de eventuele milieuschade, het opleggen van bestuurlijke maatregelen en gesprekken met politie, justitie en bewoners.

5.4

Tot slot: leunen op sleutelfiguren

De ambtelijke veiligheidstaak rust telkens op enkele ambtenaren, met de IV-ambtenaren als sleutelfiguren. Veiligheid is daarmee eerder een kwestie van sleutelfiguren dan een ('geborgde') sleutelfunctie. Veiligheid is zeker geen derde pijler van het lokaal bestuur, zoals in grote gemeenten inmiddels het geval is. In een grote(re) gemeente kan een IV-ambtenaar zich specialiseren, terwijl dat in de vier Kempengemeenten niet mogelijk is. Daar moeten ze van veel markten thuis zijn: van simpele uitvoering (organiseren) tot aan ingewikkelde bestuurlijke advisering en inhoudelijk taaie dossiers. Bij uitvoering van de ambtelijke veiligheidstaak maken ze wel, zo benadrukken respondenten, gebruik van 'korte lijntjes'. Zowel in de organisatie als met (vooral) enkele lokale politiemensen en bewoners; vooral preventie-netwerken worden genoemd als kanaal om (over veiligheidskwesties) in contact te treden met inwoners. Intern wordt samengewerkt met boa's, toezichthouders en juristen als interne partners, waarmee redelijk frequent contact is. Andere interne lijnen zijn thema- of casus-gebonden. Bijvoorbeeld de aanpak van jeugdcriminaliteit. Bij veiligheidsbeleid op bedrijventerreinen wordt samengewerkt met economische zaken. Burgerzaken hoort ook bij het netwerk; als vindplaats van mogelijke signalen over ondermijning en bij acties

12 De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg vanwege een psychische aandoening 13 Bron: Omroepbrabant.nl, Verdachte (18) van dodelijke steekpartij Bladel nog zeker twee weken vast, 4 januari 2023.

30

waarbij wordt gecontroleerd op mogelijke illegale bewoning en BRP-inschrijvingen. De scheidslijn tussen ondermijning, veiligheid en zorg kan dun zijn. Bijvoorbeeld als kwetsbare personen in beeld komen als dader of slachtoffer van criminele praktijken en bij drugsverslaving. Dit zorgt voor de nodige informatie en slagkracht, al dient wel steeds te worden gekozen wat wel en niet wordt opgepakt. Ook voor elementaire of geprioriteerde taken is weinig tijd beschikbaar; dat geldt ook voor de ondermijningsaanpak.

31

6

Gemeentelijke ondermijningsaanpak: de lokale maat

Inleiding Hoofdstuk 4 beschreef de belangrijkste beleidsplannen op het terrein van veiligheid, plus de beleidstheorie die ten grondslag ligt aan de (gemeentelijke) ondermijningsaanpak. Vervolgens presenteerde hoofdstuk 5 de belangrijkste kenmerken van de ambtelijke veiligheidsorganisaties in de vier Kempen-gemeenten. Eén of twee IV-ambtenaren dienen - naast urgente kwesties die zich aandienen als 'waan van de dag' (zoals een demonstratie) - per gemeente gestalte te geven aan zeven veiligheidsprioriteiten, waaronder ondermijning. Op dat ondermijningsdossier nemen ze deel aan twee thema- specifieke overlegvormen - namelijk de Werkgroep Ondermijning en (als er een integrale casusaanpak loopt) het Ambtelijk voorbereidingsoverleg - en worden ze geacht gestalte te geven aan de uitvoering van drie sporen: de actiegerichte aanpak, bestuurlijke weerbaarheid en maatschappelijke weerbaarheid. Dit hoofdstuk gaat achtereenvolgens in op: het ophalen en benutten van signalen over mogelijke ondermijning (paragraaf 6.1); de inzet van twee bestuurlijke instrumenten (Bibob- en Damocles-beleid) en van de KIT-acties (paragraaf 6.2); instructies of trainingen om de alertheid van ambtenaren, bestuurders of raadsleden op ondermijning te versterken (paragraaf 6.3); en inspanningen om burgers te betrekken bij de ondermijningsaanpak (paragraaf 6.4). Tot slot maakt paragraaf 6.5 de tussenbalans op.

6.1

Meldpunt, signalen en intern overleg: er komt weinig (concrete ondermijning) in beeld

De ondermijningsaanpak is geagendeerd in de vier gemeenten. Als ondermijning op concreet niveau in beeld komt, door interne signalen of door aanhoudingen of drugsvondsten door de politie, wordt opgetreden, aldus respondenten. Daartoe is ruimte en anders wordt ruimte gemaakt. Dat is waar, al gaat het wel om een klein aantal signalen. We zetten dit op een rij, op basis van vragen die we (onder meer met een vragenlijst) hebben gesteld aan de IV-ambtenaren: "

Kent de gemeente een meldpunt waar signalen over ondermijnende criminaliteit gemeld kunnen worden? De gemeenten Oirschot, Bladel en Eersel geven aan dat zo'n meldpunt beschikbaar is. In Reusel-De Mierden is zo'n meldpunt recent ingericht, nadat de vragenlijst was verstuurd en ingevuld .14

"

Er is gevraagd naar het aantal meldingen sinds de start van het meldpunt en naar de aard van die meldingen. De gemeente Oirschot: "De gemeente kent een intern meldpunt. Van daaruit wordt een signaal opgepakt en verrijkt samen met de partners". Navraag leert dat via het interne meldpunt 1 melding is binnengekomen. Voor Bladel geldt dat er geen registratie is bijgehouden en dat het gaat om "geringe aantallen". Dit laatste gaat ook op voor Eersel: "hier zijn de aantallen klein", waarbij als voorbeelden worden genoemd: verdenking van mensenhandel (via baliemedewerkers) of verdachte gedragingen buiten (via de VTHorganisatie). Reusel-De Mierden heeft geen intern meldpunt.

B

Er is gevraagd naar interne gemeentelijke overlegvormen over ondermijning. En specifiek naar een item uit de Brabantse norm (2.3): "partijen zorgen voor een intern periodiek overleg waarbij afdeling-overstijgende signalen van ondermijning worden besproken". Zo'n intern ambtelijk overleg wordt aangeduid als Lokaal Informatie Overleg (LIO). Reusel-De Mierden meldt dat er geen LIO is; dat moet nog opgestart worden, met als voorwaarde dat de gegevensdeling is geborgd met behulp van een daartoe geschikt format. Ook in Oirschot

14 Sinds 1 oktober 2023 ook aangesloten bij Meld Misdaad Anoniem.

32

moet het LIO nog worden opgezet; het is in oprichting. Voor Bladel geldt hetzelfde: "nog niet gereed". Tot slot kent ook Eersel geen LIO: "Omdat we een kleine gemeente zijn spreekt de IVC-er collega's steeds aan op signalen en periodiek vinden er met ondersteuning van partners ook presentaties plaats om collega's te sensibiliseren voor ondermijning". b

In verschillende integrale overlegvormen - namelijk het BOO, AVO en WO (zie tabel 3.4) — worden signalen en casus over ondermijning besproken. Er is gevraagd hoeveel signalen per gemeente — van 2019 tot en met mei 2023 — zijn ingebracht in één van deze overlegvormen (of een voorloper daarvan). In Oirschot gaat het om vijf signalen: één in 2019, geen in 2020; één in 2021; twee in 2022 en één in 2023 (tot mei). In Reusel-De Mierden beschikt de onlangs begonnen IV-ambtenaar niet over informatie voor 2022; in 2022 zijn er twee lopende casus, net als in 2023. In Bladel is geen registratie bijgehouden; naar schatting zijn er sinds 2019 circa vijf signalen aangedragen vanuit de gemeente. Dit is vanuit de gemeente Eersel in die periode drie keer gedaan.

b

In aanvulling op de bovenstaande vraag, is geïnformeerd naar het fenomeen of de fenomenen waarop de signalen betrekking hadden. Om (mede door het kleine aantal signalen) herleidbaarheid te voorkomen noemen we de gemeenten niet: o Woonwagenkamp: genoemd door 1 gemeente o Drugs/drugshandel/drugsproductie: genoemd door 4 gemeenten o Witwassen/ongebruikelijk bezit: genoemd door 2 gemeenten o [specifieke casus]: genoemd door 1 gemeente

B

Vervolgens is ook gevraagd hoe vaak een signaal heeft geleid tot een RIEC-casus: een integrale complexe casusaanpak. In Oirschot gebeurde dit niet sinds 2019; in Bladel en Reusel-De Mierden één keer en in Eersel twee keer. Zie tabel 6.1

De bovenstaande antwoorden worden samengevat in de onderstaande tabel. Tabel 6.1: Informatie over meldpunten, ondermijningssignalen, gemeentelijk overleg over die signalen en de integrale aanpak van complexe casus in vier Kempen-gemeenten Oirschot Intern meldpunt ondermijning? Aard en aantal meldingen bij meldpunt sinds start. Is er een intern periodiek overleg over ondermijningssignalen? Hoeveel signalen heeft gemeenten sinds 2019 ingebracht in integraal ondermijningsoverleg? 2023 t/m mei Wat waren fenomenen van ingebrachte signalen?

Ja

Reusel-De Mierden Ja

1

N.v.t.15

Nog op te zetten

Nog op te zetten

Bladel

Eersel

Ja

Ja

Geen registratie; een gering aantal Nog op te zetten

Kleine aantallen Nee

2019 - 1 2022-2 Geen registratie; 3 in totaal 2020 - 0 2023-3 circa 5 signalen 2021 - 1 2022 - 2 2023 - 1 o Woonwagenkamp: genoemd door 1 gemeente o Drugs/drugshandel/drugsproductie: genoemd door 4 gemeenten o Witwassen/ongebruikelijk bezit: genoemd door 2 gemeenten o [specifieke casus]: genoemd door 1 gemeente

15 Ingericht na afronding van ons veldwerk.

33

Hoe vaak leidde een 0 keer 1 keer 1 keer 2 keer signaal tot een 'integrale complexe casusaanpak? Op basis van de gepresenteerde informatie en de gesprekken in de vier Kempen-gemeenten over meldingen, signalen en de opvolging daarvan, kunnen de volgende constateringen worden gedaan: 1.

Er komen weinig signalen over (mogelijke) ondermijning in beeld in de gemeenten. Het lijkt erop dat de interne meldpunten wel bekend zijn gemaakt, maar onvoldoende bekend zijn geraakt onder ambtenaren in de vier gemeenten. En herkennen ambtenaren signalen over mogelijke ondermijning? Op dit punt is er werk aan de winkel, onderkennen respondenten: er zal meer of verder werk moeten worden gemaakt van 'bestuurlijke weerbaarheid', onder andere met trainingen over ondermijning voor ambtenaren.

2.

Voor zover signalen zijn binnengekomen bij IV-ambtenaren, bestaat daarvan geen overzicht. Daarmee is er niet alleen werk aan de winkel richting potentiële melders (trainen en bewustzijn vergroten, zodat ze vaker of eerder signaleren en melden); de ontvangende IVambtenaren zouden de tijd moeten nemen en krijgen om signalen te registreren, te beoordelen en de voortgang te documenteren. Dit geeft eenvoudige overzichten die nuttig zijn, al is het maar bij vervanging van een IV-ambtenaar. Er is hiertoe geen werkproces beschikbaar.

3.

Er wordt nu vooral werk gemaakt van schaarse harde signalen die - via een melding van binnenuit of door de politie (b.v. een bestuurlijke rapportage over een drugsvondst) - naar de IV-ambtenaren worden gebracht. Aangezien ondermijning wordt afgeschermd en zich dus vooral onder de radar afspeelt, zullen signalen vaak het karakter hebben van vermoedens of indicaties. Met andere woorden: 'zachte' informatie. Dat is al snel het geval als signalen worden afgegeven door ambtenaren die geen of beperkte materiekennis hebben over criminaliteit. Voorts speelt een rol dat juist in het Kempengebied - met (volgens respondenten) relatief gesloten gemeenschappen, een uitgestrekt gebied en weinig toezichthouders - veel criminele feiten gemakkelijk vallen af te schermen. Onder deze omstandigheden dienen in de ondermijningsaanpak ook vermoedens als signaal serieus te worden genomen. Vermoedens vragen om opvolging (b.v. onderzoek en analyse) om vast te kunnen stellen of er feiten en omstandigheden zijn die (verdere) actie nodig maken. Ook als de feitelijkheid (nog) niet kan worden vastgesteld, kunnen of behoren (afhankelijk van de ernst van het signaal) vermoedens reden te zijn tot actie; meer of gerichte surveillance/toezicht, controle en/of in overleg treden met bewoners. Focus op (enkele) harde signalen past niet goed bij de 'ongrijpbare' aard van ondermijning (Tops en Van der Torre, 2024).

Er kan niet louter worden gewacht totdat harde signalen worden gemeld: zogenoemde 'brengzaken'. Er dient juist ook - mede op basis van zachte signalen - informatie te worden opgehaald: 'haalzaken'. Dit laatste kan via analyse, in het organisatorische netwerk en vooral op straat. Thans wordt de casus-gerichte aanpak vooral opgepakt als 'brengzaak', gebaseerd op een klein aantal harde signalen. Het ophalen van informatie op straat krijgt minder aandacht, al worden wel de nodige controles uitgevoerd en wordt burgers gevraagd om zaken te melden. In onze gespreksronde stuiten we op de nodige signalen die niet op de 'signalen-of casuslijstjes' van de IV-ambtenaren staan (voor zover bij ons bekend), maar die daarop wel een plaats lijken te verdienen. Al is het maar om beter uit te zoeken wat er speelt. Bijvoorbeeld aanwijzingen voor criminele invloeden en illegale verdienmodellen op vakantieparken (zoals illegale bewoning of mogelijke criminele investering), lokale dealpraktijken, gerichte criminele toenadering tot agrariërs (bijvoorbeeld net na

34

bedrijfsbeëindiging), hennepteelt in maïsvelden en recreatieve bezoeken van het 'groene buitengebied' door criminele families en kopstukken. 4.

Het bovenstaande - geen werkprocessen om signalen (hard en zacht) te beoordelen en te wegen, waardoor signalen blijven hangen - hangt samen met het ontbreken van een gemeentelijk Lokaal Informatie Overleg. Vanwege de focus op het kleine aantal harde signalen kan het inrichten van een LIO momenteel worden beleefd als een 'verplicht nummer' in het kader van de Brabantse norm. Ook kregen we daarnaast in drie van de vier gemeenten (Oirschot, Bladel en Reusel-De Mierden) te horen dat het LIO er waarschijnlijk zal komen; wel vraagt dit dat er een informatiestroom op gang komt. Dat vergt inspanningen die zijn gericht op het vergroten van de weerbaarheid, aldus respondenten. Zie paragraaf 6.4.

5.

Er is weinig ambtelijke capaciteit beschikbaar om signalen te registeren, te analyseren en te beoordelen. Dit is (nog) een deeltaak van de IV-ambtenaren. Analyse in reactie op signalen is noodzakelijk om te beoordelen wat er (mogelijk) speelt. Dit vergt informatieverzameling, bijvoorbeeld op straat of in de ambtelijke organisatie. Een IV-ambtenaar onderkent dit personele tekort en stelt voor om een extra IVC-er aan te stellen die zich toelegt op Bibobtoetsing en op de analyse van casus en signalen over ondermijning.

6.2

Bibob-toetsing, bestuurlijke maatregelen en KIT-acties

De beleidstheorie ten behoeve van de ondermijningsaanpak voorziet niet alleen in een signaalgestuurde en casus-gerichte aanpak, maar ook in andere maatregelen. In deze paragraaf zetten we op basis van vragenlijsten en gesprekken - op een rij wat bekend is over Bibob-toetsing, opgelegde bestuurlijke maatregelen en KIT-acties.

6.2.1

Over Bibob-toetsing

In de uitgezette vragenlijst is gevraagd naar de aard en het aantal Bibob-onderzoeken sinds 2019 tot en met mei 2023: -

-

-

In de gemeente Oirschot is er geen inzicht in de Bibob-toetsing in 2019; dat lag destijds in handen van een vertrokken ambtenaar. Sinds 2020 zijn er 35 Bibob-toetsen uitgevoerd: negen in 2020, elf in 2021, zes in 2022 en negen tot en met mei 2023. Het gaat voornamelijk om horeca (22 keer) en de omgevingswet/bouw (tien keer). In Reusel-De Mierden zijn de aantallen vermeld: acht keer in 2019; zeven keer in 2020; negen keer in 2021 en 17 in 2022. In Bladel zijn in deze periode 53 Bibob-toetsen uitgevoerd; gemiddeld twaalf per jaar van 2019 tot en met 2022. Het betreft de Omgevingswet/Wabo (29 toetsen) en de alcoholwet/APV (24 toetsen). In Eersel zijn tussen 2019 en 2022 in totaal 43 Bibob-toetsen uitgevoerd. Het gaat om omgevingsvergunningen (11 toetsen); de drank- en horecawet (19 toetsen) en vastgoed (13 toetsen). In 2023 zijn tot en met mei zeven Bibob-toetsen uitgevoerd.

De Brabantse norm stelt dat het Bibob-beleid dient te worden geactualiseerd (norm 3.2). Dit betekent dat de volgende beschikkingen minimaal zijn opgenomen in het Bibob-beleid, al dan niet via een 'kan'-bepaling (norm 3.2.1): a. Alcoholwet; b. Omgevingsvergunningen Wabo; c. Exploitatievergunningen conform de APV; en d. Subsidieaanvragen. Ook de volgende privaatrechtelijke overeenkomsten zijn minimaal opgenomen in het Bibob-beleid, al dan niet via een 'kan'-bepaling (norm 3.2.2): a. Vastgoedtransacties; en b. Overheidsopdrachten. In de vragenlijst is gevraagd naar de stand van zaken:

35

-

-

6.2.2

Oirschot heeft deze normen doorgevoerd. In het Bibob-beleid van Reusel-De Mierden zijn de volgende beschikkingen opgenomen, al dan niet via een 'kan'-bepaling: alcoholwet, omgevingsvergunningen Wabo, exploitatievergunningen conform de APV. In het Bibob-beleid zijn momenteel de volgende onderdelen niet opgenomen: subsidieaanvragen, vastgoedtransacties en overheidsopdrachten. Het Bibob-beleid wordt geactualiseerd. Het is echter nog onduidelijk of Bibob-toetsing wordt geïntroduceerd voor deze drie onderdelen, mede vanwege de benodigde capaciteit. In Eersel wordt gewerkt aan implementatie van de gehele norm; de gemeente is voornemens het regio-beleid over te nemen wat betreft subsidieaanvragen en overheidsopdrachten. Bladel voert de norm, weloverwogen, niet door wat betreft subsidies en overheidsopdrachten. Er wordt geredeneerd dat het implementeren van Bibob-toetsing bij subsidies en/of overheidsopdrachten een forse toename in de hoeveelheid werk zou betekenen, terwijl de meerwaarde laag wordt ingeschat. Over subsidies: "Via de reguliere subsidieprocedure hebben wij vrij veel inzicht in de financiële situatie van een subsidieontvanger. Als daaruit signalen komen dat er iets niet in de haak zou zijn kunnen we bij uitzondering een Bibob-toets uitvoeren bij een dergelijke subsidieontvanger".

Over overheidsopdrachten: "Via de reguliere inkoopprocedure hebben wij invloed op wie we uitnodigen om deel te nemen aan inkooptrajecten. Via die route kunnen we dubieuze bedrijven ook buiten de deur houden. Alleen bij opdrachten die de Europese aanbestedingsgrens overschrijden, hebben we die invloed niet".

Bestuurlijke sancties

We hebben in de opgestuurde vragenlijst geïnformeerd naar opgelegde bestuurlijke sancties, zoals de sluiting van een pand, vanaf 2019 tot en met mei 2023: -

-

-

-

In Oirschot is een overzicht beschikbaar van Damocles-maatregelen vanaf 2016. Vanaf 2019 zijn er drie woningen gesloten vanwege hennep, er is een lokaal gesloten vanwege hennep en een ander lokaal vanwege diverse feiten, waaronder hennep en dealen van harddrugs. Er is ook een bestuurlijke waarschuwing opgelegd aan een lokaal waar goederen waren aangetroffen voor een hennepkwekerij. In totaal gaat het dus om zes sluitingen en een waarschuwing. Reusel-De Mierden leverde over 2023 cijfers aan. Dat jaar werd twee keer een woning gesloten vanwege harddrugs en er werd een sluiting opgelegd in verband met een drugslab. Het 'jaaroverzicht 2022' over de ondermijningsaanpak in de acht Kempengemeenten vermeldt geen sluitingen van (drugs)panden in deze gemeente in 2022. In 2019 werd geen pand gesloten; dat gebeurde twee keer in 2020 en drie keer in 2021. In Bladel wordt een registratie bijgehouden van sluitingen en waarschuwingen op basis van het Damocles-beleid. Sinds 2019 zijn elf woningen gesloten en vijf lokalen gesloten. Daarnaast zijn drie waarschuwingen uitgedeeld. Het gaat steeds om drugs: drugshandel, drugsproductie of voorbereidingen daarop. Eersel houdt alle bestuurlijke maatregelen bij, met daaronder sinds 2019 negen Damoclessluitingen.

Het gaat om vier woningen (harddrugs, softdrugs aanwezig of hennep), een volledig perceel waar een drugslab was aangetroffen, vier bedrijfspanden (telkens drugsproductie: harddrugs, hennep en twee keer een drugslab) en een loods bij een woning waar een drugslab was aangetroffen.

36

6.2.3

Patronen

Op basis van dit overzicht en de gespreksronde, vallen de volgende patronen te ontdekken in de gemeentelijke ondermijningsaanpak: "

De gegevens over Bibob-toetsing en Damocles-sluitingen staan beter op een rij dan de door de jaren heen gesignaleerde ondermijning. Het onderstreept dat Bibob- en Damocles-beleid zijn ingebed in gemeentelijke werkprocessen en in de taakuitoefening van ambtenaren. Er worden door respondenten twee kanttekeningen geplaatst bij de Bibob-toetsing, namelijk wat betreft de beperkte tijd en begrensde kwaliteit ten behoeve van Bibob-toetsing en het (wenselijke of realistische) bereik van de toetsen.

"

In drie gemeenten (Oirschot, Reusel-De Mierden en Eersel) is de functie van Bibobcoördinator een deeltaak van een IV-ambtenaar; twee keer de ambtenaar die ook ondermijning in portefeuille heeft en in Oirschot betreft het de ambtenaar die onder meer is belast met crisisbeheersing en evenementen. In Bladel voert een senior juridisch adviseur de Bibob-toetsen uit, samen met een andere jurist die tevens Bibob-coördinator is. Dit overzicht wijst op een (Bibob-)paradox: de gemeente die de meeste (gespecialiseerde) capaciteit buiten de IV-functies - beschikbaar stelt voor Bibob-coördinatie en toetsing (namelijk Bladel), heeft als enige besloten de Brabantse Bibob-normen niet geheel door te voeren in formele zin. Zij besloten daartoe omdat de gemeente de meerwaarde niet inziet van extra stevige inspanningen die nodig zijn om dit goed te doen. Liever zet de gemeente Bladel in op kwaliteitsverbetering. Het beoordelen van financiële stukken die aangeleverd worden, is namelijk "best lastig". Er is ervaring opgedaan, maar juristen of IV-ambtenaren zijn geen financieel specialist. Dit roept de vraag op hoe de Bibob-deskundigheid en diepgang van de toetsen kunnen worden opgehoogd. Een IV-ambtenaar spreekt de wens uit om een jonge criminoloog of ervaren IV-ambtenaar te werven die de Bibob-taken overneemt. Zowel wat betreft beleid als toetsing.

Bovendien kan de onderzoeks- en analysevaardigheid van zo'n medewerker ook ingezet worden om onderzoek te doen naar ondermijningsignalen, om uit te zoeken of actie geboden is.

B

Op basis van door de gemeenten en basisteamprogrammaleider ondermijning aangeleverde informatie is de onderstaande tabel gemaakt van ontdekte hennepkwekerijen en drugslabs. Er zijn in de vier gemeenten sinds 2019 26 hennepkwekerijen aangetroffen; elf in Bladel, acht in Oirschot, vijf in Reusel-De Mierden en twee in Eersel. Zie tabel 6.2. De hennepteelt-cijfers laten geen trend zien, al neemt op landelijk niveau het aantal aangetroffen hennepkwekerijen sterk af sinds ongeveer 2015. Volgens de gangbare landelijke analyse van (politie)experts daalt de hennepteelt niet, maar neemt de detectiekans af, onder meer omdat de afschermingstactieken van criminelen steeds beter worden. In dezelfde periode, dus in vijf jaar tijd, worden tien drugslabs ontdekt. Het valt op dat de meeste (namelijk 6) zijn ontdekt in Eersel, waarvan vijf in de laatste twee jaren. Zie tabel 6.2 De onderstaande tabel is al doende tijdens het onderzoek gemaakt. Deze is onvolledig, want het aantal arrestanten of de opgelegde bestuurlijke, strafrechtelijke en/of fiscale maatregelen is bijvoorbeeld niet aangeleverd. Er is in multidisciplinaire overlegvormen geen werkwijze om dit soort integrale gegevens systematisch, eenduidig en zo volledig mogelijk bij te houden. Er was weinig informatie beschikbaar over de (vermoedelijke) kopstukken of netwerken achter drugsproductie in de vier gemeenten. Zie veder hoofdstuk 7.

De uitzondering was een bovenlokaal netwerk rond een (veroordeeld) kopstuk.

37

Tabel 6.2: Aangetroffen hennepkwekerijen en drugslabs in de vier gemeenten sinds 2019 (bron: gemeenten, basisteamprogrammaleider)

2019

Bladel Kwekerij 2*

Drugslab 0

Eersel Kwekerij 0

Drugslab 0

Oirschot Kwekerij 1@

Drugslab 0

Reusel-De Mierden Kwekerij Drugslab 0 0

2020

4 **

0

0

1 ##

2 @@

0

1

1

2021

5 ***

0

1

0

0

0

2

1

2022

0

0

0

2 ##

2 @@@

0

1

0

2023

0

1 ****

1#

3 ###

0

1+

1 ++

Tot.

11

1

2

6

3 @@@@ 8

0

5

3

Noten 1. ) Bladel: * 209 planten, ** 364 planten en 1.490 gram henneptoppen, *** 1.447 planten + 55.250 gram henneptoppen **** Recreatiepark, GHB-lab 2. ) Eersel: # 126 planten, ## bedrijfspand(en), ### bedrijfspanden; lab 1 118 liter BMK (zuiver) en 7 liter BMK (ruw); lab 2: deels ontmanteld; lab 3: amfetamine en MDMA 3. ) Oirschot: @ woning, 61 planten, @@ 1x woning, kwekerij/knipperij, 1x voorbereidingshandelingen, @@@ 1x woning, 287 planten, 1x 289 planten, @@@@ 1x woning, 713 planten, 1x lokaal, geruimde kwekerij met 144 lege potten, 1x woning, 176 planten 4. ) + 1x woning, 116 planten, ++ 1x woning, BMK-gerelateerd afval.

6.2.4

KIT-acties

Het Kempen Interventie Team opereert op basisteamniveau en wordt ingezet, aldus de beleidstheorie, bij "complexe handhavingsproblematiek". We hebben de vier Kempen-gemeenten gevraagd om een overzicht aan te leveren van KIT-controles die in hun gemeente zijn uitgevoerd sinds 2019 (tot en met mei 2023). Dit leverde het volgende beeld op: -

Oirschot. Deze gemeente leverde de meeste informatie aan, namelijk over 27 uitgevoerde controles (waarvan twee op een bedrijventerrein) sinds 2019. Het betreft in 2019, verdeeld over drie dagen, zes controles: vijf keer betrof het een woning en een keer een bedrijfspand/camping. Er werd op drie adressen gecontroleerd op brandveiligheid, BRPinschrijvingen en arbeidsomstandigheden/huisvesting van arbeidsmigranten (waaronder de locatie met bedrijfspand/camping). Bij een woning en bij twee woningen met een bedrijfspand werd een bestemmingsplancontrole uitgevoerd. In 2020 werden op één dag vier woningen met een bedrijfspand gecontroleerd op het bestemmingsplan en de huisvesting van arbeidsmigranten. In 2021 zijn op drie dagen tien bestemmingsplancontroles uitgevoerd: negen op een locatie met woning en bedrijfspand en één keer alleen een woning. In 2022 worden op één dag drie woningen met bedrijfspand gecontroleerd op het bestemmingsplan. Op dezelfde dag worden op bedrijventerrein De Stad 23 bedrijven bezocht. Voorts wordt in 2022 een locatie gecontroleerd, vooral met het oog op de huisvesting van arbeidsmigranten (gericht op brandveiligheid, BRP-inschrijvingen en arbeidsomstandigheden/huisvesting arbeidsmigranten). In 2023 is een restaurant gecontroleerd (bestemmingsplan en brandonveiligheid) en zijn op een andere dag drie bedrijven bezocht op bedrijventerrein Middelbeers.

38

-

Reusel-De Mierden. De (tijdens het interview) recent begonnen IV-ambtenaar heeft geen overzicht van uitgevoerde KIT-acties voor 2021. In 2021 is op drie adressen een controle uitgevoerd. In 2023 is op drie adressen gecontroleerd; op één adres zijn elf huisjes bezocht vanwege "bewoning arbeidsmigranten".

-

Bladel. We hebben informatie ontvangen over KIT-acties in 2023 in deze gemeente; op drie adressen. Het betrof twee keer een controle inzake het bestemmingsplan en een prostitutiecontrole.

-

Eersel. In 2021 zijn op één dag vier adressencontroles op het bestemmingsplan uitgevoerd; twee adressen in Eersel, één in Steensel en één in Wintelre. Op één dag in 2022 zijn drie adressen gecontroleerd, verdeeld over Knegsel, Eersel en Duizel. Er werd gecontroleerd op bestemmingsplan, brandveiligheid, BRP-inschrijvingen en arbeidsomstandigheden. In 2023 is één adres in Duizel gecontroleerd op het bestemmingsplan.

Op basis van de bovenstaande informatie en de gesprekken in de vier Kempen-gemeenten over KITcontroles kan een aantal constateringen worden gedaan. Ten eerste heeft het KIT (na de coronaperiode en na personele wisselingen) een soort doorstart gemaakt in 2022 en 2023. Het is daardoor te vroeg om te oordelen over de gang van zaken. Ten tweede valt op dat er geen centrale overzichten (op basisteam-niveau) beschikbaar zijn voor IV-ambtenaren over KIT-acties. Bijvoorbeeld wat betreft de gecontroleerde locatie, de aard van de controles, de personele inzet bij de controles en de opbrengsten. Aan zo'n overzicht bestaat wel behoefte. Het helpt bijvoorbeeld bij het infomeren van de ambtelijke organisatie, het bestuur en de gemeenteraad. Ten derde lijkt de gemeente Oirschot actiever gebruik te maken van de inzet van het KIT dan de drie andere gemeenten. Ten vierde lijkt het bij KIT-controles niet altijd te gaan om 'complexe handhavingsproblematiek'. Het gaat ook om tamelijk gangbare controles die geheel of gedeeltelijk kunnen worden uitgevoerd door bijvoorbeeld BRP-toezichthouders of bouwinspecteurs. Dit moet zich al doende nog uitkristalliseren. Ten vijfde is de gedachte dat (mede) gemeente-informatie wordt gebruikt om de insteek en locaties van de KIT-controles te bepalen. Thans zou, volgens sommige respondenten, nog veel worden geleund op informatie van de VTH-organisatie of politie.

6.3

Bestuurlijke weerbaarheid: alert op ondermijning!?

In de beleidsstukken over de ondermijningsaanpak worden de inzet van bestuurlijke instrumenten (met name Bibob- en Damocles-beleid) en KIT-acties geschaard onder de noemer 'weerbare overheid'. Dit hebben we in de voorgaande paragrafen aan de orde gesteld. De weerbaarheid van de gemeenten dient ook tot uitdrukking te komen in alertheid van ambtelijke afdelingen, bestuurders en raadsleden op mogelijke ondermijnende invloeden of praktijken. Bijvoorbeeld bij BRP-inschrijvingen, projectontwikkeling, grond- of vastgoedtransacties, het verlenen van vergunningen of het veranderen van bestemmingsplannen. De monitoring van acties die vallen binnen de pijler 'bestuurlijke weerbaarheid' is een taak van de zogenoemde integrale Werkgroep ondermijning, waaraan onder meer de IV-ambtenaren van de Kempen-gemeenten deelnemen. We hebben per gemeente gevraagd naar een overzicht van de uitgevoerde acties sinds 2019 in het kader van de nagestreefde bestuurlijke weerbaarheid. Ook is meer specifiek gevraagd naar trainingen die de gemeente heeft gegeven om het bewustzijn van de risico's van ondermijnende criminaliteit te vergroten. Dit leverde de volgende informatie op:

39

-

Oirschot. In 2020 werden trainingen verhinderd door de coronapandemie. In 2021 is een "awareness-bijeenkomst" over ondermijning voor de gemeenteraad georganiseerd. In 2023 is een "interne ronde" georganiseerd "voor de verschillende teams". Het jaaroverzicht 2022 vermeldt voor de gemeente Oirschot geen inspanningen om de "bestuurlijke weerbaarheid en awareness" te vergroten.

-

Reusel-De Mierden. In deze gemeente is "een aantal jaar geleden" een training georganiseerd voor "de organisatie". In samenwerking met de Taskforce-RIEC en de programmaleider ondermijning zijn in 2022 twee avonden voor de gemeenteraad georganiseerd over integriteit, ondermijning en openbare orde en veiligheid. Het organiseren van trainingen staat, als "essentieel onderdeel", op de agenda. Daarbij zal worden samengewerkt met de Taskforce-RIEC; RIEC-medewerkers zullen de presentaties verzorgen.

-

Bladel. Als onderdeel van het inwerkprogramma van de nieuwe gemeenteraad is (in 2022) een informatiebijeenkomst gehouden over integriteit en ondermijning, waarbij dilemma's zijn besproken waarmee gemeenten en raadsleden te maken kunnen krijgen. Voor raadsleden is in 2021 een zogenoemde raadsmarkt georganiseerd, waarin bij een kraam voorlichting werd gegeven over veiligheid en ondermijning. In 2020 werd, met de Taskforce RIEC, een raadsavond georganiseerd over integriteit en ondermijnende criminaliteit.

-

Eersel. Om baliemedewerkers alert te maken op mogelijke signalen van mensenhandel is gebruikgemaakt van een beschikbare training van een "partner"; het is niet duidelijk in welk jaar dit is gebeurd. Het sluit aan op meer dagelijkse contacten tussen de IV-ambtenaar en baliemedewerkers over dit soort mogelijke signalen. Raadsleden zullen worden getraind over integriteit; dat wordt georganiseerd vanuit de griffie en wordt uitgevoerd door een gespecialiseerd bureau. In de vorige raadsperiode werd reeds een integriteitsavond voor raadsleden georganiseerd. Voor 2023 staat ook een raadsavond gepland over integriteit en ondermijning die wordt verzorgd door de Taskforce-RIEC.

Over inspanningen om de bestuurlijke weerbaarheid naar een hoger niveau te tillen, kan een aantal bevindingen op een rij worden gezet. Ten eerste is het belangrijk dat er vanuit de gemeentelijke organisatie vaker melding wordt gedaan van (mogelijke) signalen over ondermijning: hard en zacht. Tenminste als wordt ingeschat dat er (beduidend) meer valt te signaleren dan vandaag de dag tot uitdrukking komt in het kleine aantal ondermijningssignalen. Zie paragraaf 6.2. Dat er werk gemaakt moet worden van het stimuleren en benutten van ambtelijke signalen, wordt door de meeste respondenten onderschreven. Ten tweede valt op dat trainingen of bijeenkomsten om de alertheid op mogelijke ondermijning te vergroten vooral worden gericht op raadsleden. En minder op de eigen ambtenaren. Dat lijkt in strijd met de wens dat ambtenaren meer signalen afgeven. Ten derde is door drie van de vier gemeenten geen gebruikgemaakt van een e-learning over ondermijning die beschikbaar is gesteld voor Brabantse gemeenten, namelijk door de provincie Noord-Brabant en de Taskforce-RIEC. Die training is ontwikkeld door de provincie Noord-Brabant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=a5768e83-79fb-481d-8edd-53c5c7907f7f