CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[24.01884] - Rapportage A67

Raadsvergadering 5 maart 2024, gemeente EerselBij agendapunt: Beëindigen project aanleg geluidswal Oeienbosch14.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

aCOOMWh*

*

tķ 2 *

*^

**

Öëįeřflb:osdi Veldhoven

#

Aiìsvr

*

*

Heefs n

»

B

■ al B

īĩ - m±. ! -.-. jp-TT- 1

ĪŴ-W.Ví:* -jŵ

--.í

;-V^

Jňlŕļviŗ 'K VU ijU- ļįAļļlįį feív .į j'jfį-

i ..'liļ/Hf'j . M ţ ' mé __~ įļ #“ HľSfWjgiŵ1^ ŕ. 'ŕ.- r"'J y " 1 i JNPįïJíįį(wPjľTïW tfifcjf'iii LvVj!-

7 „i [ĨJļťļ Th'.Į'yjŗį tįļî' ' I\rJjĽ1 ķ'ï ™5 ■'iTjļJJ 1 ļí'ţ^'ï'i ŗ,i lJtJj tç fvĵi KBį1 vįjtî v ļįį į ļ&ļį ļ J,j7 ': ľv . ; 'ŕTĮ-.ļļř jŕ'ïS ŗ'ļ | ~| iįįi 1 V J 1 V 1 1,1 ř'j jL .1- i . 1 ļ ļ" ÏSüí' ''' 1 : - . v J 3äfll įf.řff İS ŕfťľī Kā ţj Ti ' ļ . ÍV -.ï' \.i IrTJUSŕ

^Wf®

íeekďal de Run, Eersel :oto: Waterschap de Dommel

In de bestuursopdracht voor dit onderzoek is

In de business case wordt primair de financiële

het beschrijven van een business case voor de

haalbaarheid van de zonne-initiatieven

voorgestelde ingrepen als belangrijk onderdeel

bekeken, als deze aan een marktpartij

opgenomen. De gemeente ziet voor zichzelf

uitbesteed zouden worden. Hieraan

geen rol weggelegd in de financiering van de

worden de kosten voor het aanbrengen

initiatieven, en wil daarvoor marktpartijen of

van de geluidwerende voorzieningen en

andere overheden benaderen. In dit hoofdstuk

andere ingrepen rondom de koppelkansen

wordt de business case uitgewerkt voor

(bosaanplant, aanleg recreatieve routes)

de ingrepen die worden voorgesteld in het

toegevoegd. Hiermee wordt een totaalbeeld

voorkeursscenario. Hierbij wordt onderscheid

van de benodigde investering geschetst, die

gemaakt tussen de installatie van de zonne­

wordt afgezet tegen de mogelijk opbrengsten

panelen, wat ook weer geld kan opleveren, en

van het zonnepark. Het doel van de business

de overige investeringen in geluidschermen of

case is het bepalen in hoeverre locaties

koppelkansen.

kansrijk zijn qua financiële haalbaarheid. 59

6.1

Business Case zonne-energie

In deze paragraaf wordt de business case voor de opwek­ king van zonne-energie beschreven, aan de hand van de initiatieven die zijn opgenomen in het voorkeursscenario. Hierbij wordt nog niet gekeken naar de overige kosten voor de geluidwerende maatregelen en koppelkansen. Die kosten worden in de volgende paragraaf aangehaald en afgezet tegen de resultaten van de business case voor de energie-opwekking.

UITGANGSPUNTEN

Voor de business case is het uitgangspunt een situa­ tie waarbij een private ontwikkelaar een grondgebon­ den systeem realiseert en de elektriciteit invoedt op het netwerk. Er kunnen ook andere oplossingen mogelijk zijn, zoals het aansluiten achter de meter van een eindverbrui­ ker. Die vergen echter meer maatwerk dan passend is bij de fase waarin dit onderzoek zich bevind. Wel besteden we kort aandacht aan de mogelijkheden in een nieuwe regeling voor collectieve systemen.

verstrekt subsidie voor het kleinschalig (max 500 kWp), lokaal en gezamenlijk opwekken van hernieuwbare elek­ triciteit door energiecooperaties en VVE's. Deze subsidie dienst als vervanger van wat voorheen bekend stond als de 'Postcoderoos'. De situatie op het elektriciteitsnetwerk in de regio van Bladel en Eersel is momenteel 'rood'. Dat houdt in dat er structureel sprake is van congestie en nieuwe aanvragen voor transport niet worden gehonoreerd. Dit kan gevolgen hebben voor de aanleg van de systemen die in dit onder­ zoek worden voorgesteld.

INPUT

Voor de business case is de volgende input gebruikt om een globale inschatting van kosten en baten te maken: ^

Als uitgangspunt is een situatie genomen waarin de ontwikkelaar de systemeen realiseert met SDE++ subsi­ die. Dit is een exploitatiesubsidie die ontworpen is om de onrendabele top te dekken gedurende een lange looptijd om zo producenten van hernieuwbare energie zekerheid te bieden.

Per locatie: opgesteld vermogen (kWp), aansluitvermogen (kVA) en productie (kWh/kWp p.j.). Voor de berekening van het vermogen zijn standaarden van elk type opstelling als maatstaf genomen;

^

Geschatte investeringskosten. De huidige markt is zeer ongunstig. Omdat de verwachting is dat de markt zal stabiliseren zijn de prijzen van januari 2021 aangehouden;

Voor twee kleinere initiatieven is daarnaast bekeken of deze rendabel kunnen zijn met een SCE-subsidie. Deze Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking

^

Netaansluiting. Kosten geschat op basis van aansluitvermogen, benodigde transformatoren en afstand tot

aansluiting aan het elektriciteitsnet. Dit is gedaan op basis van inschattingen, waarmee de kostenbereke­ ning vrij grof wordt; ^

Exploitatiekosten op basis van kengetallen;

^

Opbrengsten op basis van SDE++ subsidie, of waar van toepassing SDE-subsidie, volgens de regeling in 2021 en gemiddelde elektriciteitsprijzen;

^

Er is uitgegaan van een gangbare structuur qua project­ financiering, mits schaal van initiatieven groot genoeg is;

^

Er is geen rekening gehouden met projectontwikkelkosten, omdat die afhankelijk zijn van de uitvoerings­

BEVINDINGEN ^

haalt een rendement van 50z0 met een NCW van ca. C 210.000 met SDE++. Hoewel de vele wegkruisingen van kabels hier kostenverhogend zijn, kunnen de panelen dusdanig gunstig georiënteerd worden dat dit project ruimschoots rendabel wordt. De LCOE bedraagt door die gunstige oriëntatie en de grootte van het initiatief ongeveer 4 ct/kWh.

Leges, OZB en grondvergoeding zijn niet inbegrepen, omdat deze gemeente-specifiek zijn en afhangen van verdere keuzes m.b.t. ontwikkeling en exploitatie.

De uitkomsten zijn getoetst op minimaal 40z0 projectrendement (IRR) over de gehele levensduur van 25 jaar. In de hierna volgende beschrijvingen wordt van de verschil­ lende initiatieven beschreven of ze rendabel zijn. Hierbij wordt de NCW genoemd, die aangeeft hoeveel winst een project maakt. Daarnaast wordt de LCOE benoemd, die de kostprijs van het project reflecteert. Deze wordt berekend door de contante waarde van de investeringskosten en de operationele kosten gedurende de gehele levensduur te delen door de totale productie (in kWh) in die periode.

^

Potentieel Zonneveld

In het voorkeursscenario is ook een potentieel zonneakker meegenomen van ca 2000 MWh. Deze is renda­ bel met SDE++ met een NCW van ca. C 150.000. Bij een dergelijk zonneveld ligt de LCOE rond de 4 ct/kWh.

Het grootste initiatief uit het voorkeursscenario

strategie; ^

Aansluiting 30 Eersel

Geluidscherm Duizel

Het kleinste initiatief kent een heel ongunstige oriënta­ tie van de panelen, omdat ze vrijwel verticaal op het geluidscherm geplaatst worden. Hierdoor gaat de produc­ tie van energie per paneel omlaag en wordt het project, ook met SCE-subsidie, niet rendabel. De negatieve NCW bedraagt ca. C 260.000 en de LCOE is ruim tweemaal zo hoog als in andere projecten, namelijk 13 ct/kWh.

Bewonersinitiatief Hapert

Het bewonersinitiatief Hapert heeft een beperkte schaal, maar is met een opgesteld vermogen van 900 kWp wel te groot om mee te mogen dingen voor de SCE-subsidie. De locatie haalt nipt een rendement van 40z0 met SDE++, waarbij de NCW (Netto Contante Waarde, discontovoet 40z0) rond de C 20.000 ligt. Door de schaal van het project en de gunstige opstelling van de panelen is de LCOE (de kostprijs per kWh) relatief laag met ca. 4,5 ct/kWh. ^

^

^

Geluidswal Oeienbosch

Deze locatie heeft een gelijke opbouw als het bewo­ nersinitiatief Hapert, maar een veel kleiner formaat. Hierdoor kent het project minder schaalvoordelen, waardoor de LCOE oploopt tot ca. 6 ct/kWh. Hiermee is het project niet rendabel met SDE++, maar het is qua schaal klein genoeg voor de SCE-regeling. Met SCE is het project rendabel met een NCW van ca. C 120.000.

CONCLUSIES

De hoofdconclusie uit deze business case is dat drie initiatieven voor het opwekken van zonne-energie uit het voorkeursscenario rendabel zijn: het bewonersinitiatief, afrit 30 en de geluidswal bij Oeienbosch. Deze zijn dus op een haalbare wijze door een marktpartij of energiecoöperatie te realiseren. Dit geldt duidelijk niet voor het geluidscherm bij Duizel. Deze is zwaar verliesgevend en levert weinig energie op in vergelijking met de kosten. Als toevoeging aan de busi­ ness case kan een extra zonneveld worden meegenomen, wat ook een rendabele business case heeft. In de uitvoeringsstrategie wordt bekeken hoe diverse init­ iatieven mogelijk gecombineerd kunnen worden. 61

6.2

Kostenraming overige voorzieningen

In de vorige paragraaf is de business case beschreven van de opwekking van zonne-energie. In deze paragraaf worden de kosten van de overige voorzieningen, zoals

^

de geluidswerende maatregelen en overige kosten, bere­ kend. Dit wordt afgezet tegen de NCW van elk individueel project die in de vorige paragraaf beschreven is.

^

De totale bouwkosten hiervan bedragen tussen de

Achter de geluidschermen loopt een onderhoudspad van elementenverharding, deze fungeert ook als vluchtroute;

C 1 mln en C 2 mln. Als daarbij ook nog grondverwervingskosten en overige kosten worden gerekend, bedra­ gen de totale investeringskosten C 2,5-3,5 mln.

Voor het aanbrengen van de geluidschermen is een post voor verkeersmaatregelen opgenomen; ^

^

Bedragen voor grondverwerving zijn ingeschat, er is geen kennis over eigenaren en de bereidheid tot verkoop;

^

De bandbreedte van deze raming ligt tussen de 300A onder en 400z0 boven de bepaalde investeringskosten. Deze waardes zijn ingeschat naar de huidige fase van het project.

Bij afrit Eersel zijn weinig bijkomende voorzieningen naast het zonneveld. Hier spelen alleen egaliseren van de grond en inzaaien van kruidenrijk gras tussen de panelen. De investeringskosten daarvoor bedragen ca. C 20.000-30.000.

UITGANGSPUNTEN

^

^

De kosten voor de aanleg van de zonnepanelen zijn niet meegenomen, die zijn opgenomen in de business case; Voor het aanbrengen van de grondwal is niet gere­ kend met het aanbrengen van grondwapening (taluds zijn 1:1 en 1:3 in natuurlijke aanvulling);

^

Grond voor de grondwal is geen hoogwaardig zand, er is gerekend met grond als reststroom bij andere werken;

^

Aangenomen is dat de geluidschermen op palen gefun­ deerd moet worden. Gerekend is met prefab betonnen palen met een lengte van 10 meter, h.o.h. 6 m;

^

^

^

^

De geluidschermen zijn modulair opgebouwd, met elke 6 meter een stalen stijl. Aangenomen is dat de scher­ men in de basis uit betonnen elementen opgebouwd worden, nadere uitwerking volgt in komende fasen; Conform de eisen omtrent geluidswallen is per 400 meter een vluchtdeur aangebracht; 62

Bewonersinitiatief Hapert

Het bewonersinitiatief Hapert bestaat uit een grond­ wal die deels bekleed wordt met zonnepanelen, maar vooral ook een ecologische en recreatieve functie heeft. In de kostenraming zijn de volgende zaken meegenomen: - Voorbereidende werkzaamheden, o.a. bomen rooien - Aanleg grondwal en watergang - Aanbrengen beplanting (bosplatsoen en grasland) - Aanleg recreatief pad I I I I I

Geluidswal Oeienbosch

Deze locatie heeft een gelijke opbouw als het bewonersini­ tiatief Hapert, dus zijn de volgende zaken meegenomen: - Voorbereidende werkzaamheden, o.a. bomen rooien - Aanleg grondwal en watergang - Aanbrengen beplanting (bosplatsoen) - Aanleg recreatief pad De totale bouwkosten hiervan bedragen tussen de C 700.000 en C 1 mln. ls daarbij ook nog grondverwervingskosten en overige kosten worden gerekend, bedragen de totale investeringskosten C 1,2-1,5 mln.

De kosten voor grondverwerving danwel grondvergoeding zijn vooralsnog niet opgenomen in de businesscase, omdat dit sterk samenhangt met de verdere uitvoering van de individuele projecten. BEVINDINGEN

^

Aansluiting 30 Eersel

^

Geluidscherm Duizel

Voor de geluidschermen aan beide zijden van de A67 tussen Eersel en Duizel zijn, naast de kosten voor het aanbrengen van de schermen, ook de kosten voor geleiderails, een vluchtpad en verkeersmaatregelen meege­ nomen. De totale investeringskosten voor de beide schermen bedragen tussen de C 4 mln en C 5 mln.

Potentieel Zonneveld

Het potentiële zonneveld wat in het voorkeursscena­ rio benoemd wordt behoeft weinig bijkomende voor­ zieningen. Voor enkel het zonneveld is egaliseren en inzaaien benodigd, waarvoor de investeringskosten ca. C 20.000-30.000 bedragen. Daarbij is nog geen rekening gehouden met grondverwerving, wat ca. C 150.000 zal kosten. Mocht bij dit zonneveld de combinatie met Plan Bos à Boom en met een recreatief pad gezocht worden, komen er grote kostenposten bij voor de aanplant van bos (gelijkwaardig aan het oppervlak zonnepark) en de aanleg van recreatieve paden. Dan bedragen de totale investeringskosten, voor het gehele zonnepark en bosaanplant incl. grondverwerving, C 2,5-3,5 mln. *

Aansluiting 29 Hapert

In het voorkeursscenario wordt de aansluiting Hapert ingezaaid met olifantsgras. De totale investeringskos­ ten hiervoor bedragen ca. C 15.000-25.000. Hierbij is geen rekening gehouden met de kosten voor beheer: vanwege de snelle groei van het gewas moet dit vaak gemaaid worden. *

Geluidscherm De Hees

Voor het geluidscherm bij De Hees en Steensel zijn, naast de kosten voor het aanbrengen van de scher­ men, ook de kosten voor geleiderails, een vluchtpad en verkeersmaatregelen meegenomen. De kosten voor aanvullende inpassing aan de achter­ zijde, bijvoorbeeld met klimplanten, is dus niet

meegenomen in de berekening De totale investe­ ringskosten voor het scherm bedragen tussen de C 3,5 mln en C 4,5 mln. Mocht het scherm niet op grond van RWS geplaatst worden maar op particuliere grond, moet nog grond verworven worden. Dan komen de investeringkosten uit tussen de C 4,5 mln en C 5,5 mln.

CONCLUSIES

Als de investeringkosten van alle voorzieningen rondom de diverse locaties worden afgezet tegen de rendemeneten en de NCW uit de business case, valt op dat voor veel locaties de investeringskosten vele malen hoger liggen dan de winst die uit het bijbehorende zonne-initiatief behaald kan worden. De NCW kwam voor de projec­ ten uit op enkele tonnen, terwijl de kosten voor de overige voorzieningen vaak meerdere miljoenen euro's bedragen. Hierdoor is het onhaalbaar om de geluidwerende maatre­ gelen te bekostigen uit de winst die uit de zonnepanelen gehaald kan worden. De enige uitzondering hierop is aansluiting 30, waar weinig bijkomende voorzieningen gepland zijn. Daarbij zou eventueel het fictieve zonnepark zonder de aanvul­ lende kansen voor Plan Bos à Boom bekostigd kunnen worden vanuit de NCW voor het initiatief.

UITVOERINGSSTRATEGIE

A

In de voorgaande hoofdstukken is een

In dit laatste hoofdstuk wordt de

studie gepresenteerd die leidt tot een

uitvoeringsstrategie besproken. Hierin wordt

voorkeursscenario voor een geluidwerende en

aan de hand van aanbevelingen een doorkijk

energie-opwekkende voorziening langs de A67

gegeven naar de vervolgstappen. Hierbij

in de gemeenten Eersel en Bladel. Op basis

wordt ingegaan op kansen en uitdagingen,

van dit voorkeursscenario is ook een business

ontwikkelstrategie opwek zonne-energie,

case berekend om de financiële haalbaarheid

maatschappelijke en technische meerwaarde

van het scenario uit te werken.

en mogelijke bijdrage van stakeholders.

65

7.1 Huidige situatie en invloedrijke factoren BIJDRAGE ENERGIEOPWEKKINGSOPGAVE

BUSINESS CASE

In de bestuursopdracht heeft de gemeente Eersel de ambitie benoemd ten aanzien van energie-opwekking langs de A67: Het minimale resultaat van 2 ha (circa 1.900 MWh). Deze wordt met de kansrijke voorzieningen behaald. Het optimale resultaat is een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan de totale energieopwekkingsopgave van gemeente, die 55.000 MWh bedraagt.

Uit de business case zonne-energie blijkt dat het merendeel van de voorgestelde initiatieven in het voor­ keursscenario voor het opwekken van zonne-ener­ gie financieel haalbaar zijn. Kansrijke initiatieven zijn de veldopstelling met grondgebonden opwek van zonne-energie bij aansluiting 30 (Eersel), de geluidswal bij Oeienbosch en het bewonersinitiatief van Hapert. Het geluidsscherm bij Duizel blijkt financieel niet haal­ baar.

Uit het voorkeursscenario en de business case voor zonne-energie blijkt dat voor de gemeente Eersel in totaal 3.200 MWh aan energie kan worden opgewekt met kansrijke voorzieningen langs de A67. Dit is exclusief het potentieel aan veldopstellingen, en het niet-kansrijke geluidscherm bij Duizel. In totaal betreft dit 60z0 van de totale energieopwekkingsopgave van gemeente. Voor de gemeente Bladel blijkt in totaal 800 MWh aan energie kan worden opgewekt met een kansrijke voor­ ziening langs de A67.

Uit de kostenraming van de overige voorzieningen blijkt de investeringskosten vele malen hoger liggen dan de winst uit het bijbehorende zonne-initiatief. Het is finan­ cieel onhaalbaar om de geluidwerende maatregelen te bekostigen uit de winst van het opwekken van zonne-ener­ gie. De enige uitzondering hierop is het zonne-initiatief aansluiting 30.

RELATIE BELEID GROOTSCHALIGE OPWEK ZONNE-ENERGIE BIJDRAGE GELUIDSREDUCTIE

Uit het voorkeursscenario blijkt dat in de gemeente Eersel bij circa 700 woningen in het onderzoeksgebied de geluid­ belasting van de A67 met tenminste 3 dB worden terug­ gebracht en bij circa 300 woningen is er sprake van een afname van cumulatieve geluidbelasting met 3 dB of meer. Hiermee wordt voldaan aan het optimale resul­ taat ten aanzien van geluidsreductie zoals deze staat benoemd. 66

In het Beleid grootschalige Zonne-Energie 2020-2030 van de gemeente Eersel staat dat de gemeente bepaalt wanneer, waar en hoe er zonne-energie ontwikkeld mag worden. De gemeente Eersel heeft bepaald dat enkel het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre wordt opengesteld voor de grootschalige opwek van zonne-energie, en dat de opwekkingsopgave die daar wordt ingevuld afhankelijk is van de duurzame opwek van zonne-energie bij de toekomstige energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67. Er

is sprake van grootschalige opwek van zonne-ener­ gie wanneer een zonnepark wordt gerealiseerd met een minimale grootte van 2 hectare (20.000m2). De gemeente Bladel bepaalt in 'Kadernota Energie en Klimaat' dat in principe geen nieuwe grootscha­ lige projecten worden toegestaan, maar wel moge­ lijkheden gecreëerd mogen worden langs wegen. landschap en natuur Er is erg veel beschermde natuur

(Natuur Netwerk Brabant) direct langs het tracé te vinden. Op die plekken is het een uitdaging om geluidschermen/ wallen neer te zetten en onmogelijk om een veldopstel­ ling met grondgebonden opwek van zonne-energie te realiseren.

NETCAPACITEIT

Het netcapaciteit in de gemeente Eersel en Bladel zit vol. Dit betekent dat er niet kan worden teruggeleverd aan het bestaande elektriciteitsnet tot 2030. Een grootgebruik aanvraag voor het 150KV station Hapert is zodoende niet mogelijk vanwege deze netcongestie. In het voedingsstation Eindhoven Zuid is beperkt capaciteit aanwezig. Hier zijn geen garanties te geven aangezien de netbeheerder wettelijk dient te werken volgens het principe 'first come, first serve'. Desondanks zijn er toch een aantal mogelijk­ heden die benut kunnen worden. Nader onderzoek naar deze mogelijkheden vindt momenteel plaats in een sepa­ rate studie. In paragraaf 7.2.3 onder technische meer­ waarde' wordt hier verder op ingegaan.

7.2 Aanpak om tot uitvoering te komen 7.2.1 ONTWIKKELSTRATEGIE

OPWEK ZONNE-ENERGIE

Uit de bussiness case zonne-energie blijkt dat het meren­ deel van de voorgestelde initiatieven in het voorkeurs scenario voor het opwekken van zonne-energie financieel haalbaar is. Om het aanbrengen van zonnepanelen op alle voorgestelde geluidwerende voorzieningen financieel mogelijk te maken zal de business case zonne-energie verbeterd moeten worden om te compenseren voor het verliesgevende initiatief op het geluidsscherm bij Duizel. In de business case zonne-energie is al gekeken naar de SCE-subsidie. Dit is voor de geluidwal bij Oeienbosch een kansrijke oplossing, voor Duizel is dit echter nog niet toereikend geval. Andere opties moeten daarom worden verkend. Om de energie-opwekking op dit scherm te reali­ seren onderscheiden we hieronder een drietal mogelijk­ heden:

1. TOTAALPAKKET

Deze variant gaat uit van het combineren van verlies­ gevende initiatieven met winstgevende initiatieven en deze als totaalpakket ontwikkelen. Door de combinatie van energieopwekkende projecten kunnen deze geza­ menlijk rendabeler worden dan elk afzonderlijk project. Voor deze energieopwekkende projecten is globaal de financiële haalbaarheid bepaald op basis van een posi­ tieve Netto Contante Waarde (NCW). Wanneer de posi­ tieve NCW, de veldopstelling met grondgebonden opwek van zonne-energie bij aansluiting 30 en de geluidswal bij Oeienbosch optellen, dan is dat net voldoende om de negatieve NCW van het opwekken van zonne-ener­

gie op geluidsscherm bij Duizel te compenseren. Indien er een veldopstelling met grondgebonden opwek van zonne-energie nabij de A67 wordt toegevoegd, dan versterkt dat het geheel. Deze variant heeft echter een belangrijke beperking. De verschillende locaties voor mogelijke initiatieven kennen verschillende en deels particuliere grondeigenaren. Het koppelen van initiatieven is daarmee complex en zeer afhankelijk van de bereidwilligheid van individuele grondeigenaren. Deze strategie brengt daarom een groot afbreukrisico met zich mee.

De optie omgevingsfonds lijkt een logische ontwikkelstrategie aangezien er sprake is van een gebiedsontwikkeling met winstgevende en niet winstgevende onderdelen, en hier in het beleid al op is voorgesorteerd. Ook hier zijn enkele kanttekeningen te maken: ^

^

2. OMGEVINGSFONDS

Een andere variant is dat de winstgevende initiatieven bijdragen aan een omgevingsfonds. Vanuit het omgevingsfonds kunnen de niet winstgevende ontwikke­ ling in het gebied een financiële bijdrage krijgen. In casu betekent dit dat de zonnevelden financieel bijdra­ gen aan de ontwikkeling van het zonnegeluidscherm.

^

^ Borging is onder de Omgevingswet mogelijk via de privaatrechtelijk weg/ overeenkomst als 'bijdrage ruim­ telijke ontwikkeling' ex art.13.22 Ow, mits wordt voldaan aan de voorwaarden daarvan1).2 Een belangrijk voor­ waarde is dat het gaat om de ontwikkeling van een speci­ fiek gebied. In het beleid grootschalige Zonne-Energie 2020-2030 is het omgevingsfonds gekoppeld aan het gebied A67. Op basis hiervan kan het omgevingsfonds voor de winstgevende ontwikkeling worden ingesteld.

Om het fonds te vullen zullen wel eerst de winstge­ vende onderdelen gerealiseerd moeten worden. Er moet bereidheid zijn om op korter termijn zonnevel­ den te faciliteren in de A67 zone; Ook hier is medewerking van grondeigenaren nodig. Dit is wel eenvoudiger t.o.v. variant 1, omdat de complexiteit lager is en de mogelijkheid tot fasering bestaat; De inrichting van het fonds en de brijdagen dienen goed te worden vastgelegd en geregeld. Het beleid laat hierbij nog veel invulling over aan de afzonderlijke initiatieven. De omgeving krijgt hierin een doorslagge­ vende rol en moet het fonds beheren. Hoe dit er in de praktijk uitziet is vooralsnog niet duidelijk 4 Naar verwachting is ook het omgevingsfonds niet toereikend voor alle benodigde investeringen en is een combinatie van de hierna beschreven variant 3 nodig.

1) Le Large, E. en Zwalve, J. (2021 augustus). (On)mogelijkheden onder Ow voor financiële participatie in duurzame energie­ projecten. Grondzaken en gebiedsontwikkeling. Nummer 4 /SDU. 16-20. Royal HaskoningDHV Legal Consultants

2) Het projectvoorstel moet beschrijven hoe hoog de storting in het omgevingsfonds is (minimaal C1 per geproduceerde MWh), welke partijen in het 'bestuur' van het fonds zitting nemen en hoe de bestemming van het geld wordt bepaald. Deze bestemmingen moeten een fysiek en/of ruimtelijk karakter hebben. Het fonds wordt beheerd door de omgeving. De omgeving zal dus bepalen waar de gelden aan besteed worden

67

3. INVESTERING DOOR DE GEMEENTE

KANTTEKENINGEN LOKAAL EIGENDOM

Een derde variant kan zijn dat de gemeente vanuit het algemeen belang de niet winstgevende onderdelen finan­ ciert. In het geval van een geluidswal of geluidsscherm met losse zonnepalen is hierbij de meest voor de hand liggende optie dat de gemeente (deels) de investerings­ kosten op zich neemt, waarna de exploitatie van de zonnepanelen op geluidschermen of een geluidswal nipt haalbaar is voor een marktpartij of coöperatie.

In het beleid grootschalige Zonne-Energie 2020-2030 lijkt de financiële participatie door middel van 500Zo lokaal eigendom vrij dwingend te worden voorgeschreven. Hier­ bij dienen twee belangrijke kanttekeningen te worden gemaakt: 1.

7.2.2. MAATSCHAPPELIJKE MEERWAARDE

We willen een goede balans tussen de lusten en lasten en de samenleving laten meeprofiteren van energieprojec­ ten. De maatschappelijke meerwaarde bestaat uit finan­ cieel eigenaarschap en koppelkansen.

de contractpartijen in de toekomst de nietigheid van bepaalde afspraken inroept.

LOKAAL EIGENDOM

Voor de realisatie van energieprojecten kiest de gemeente Eersel voor lokaal eigendom. Het recht om te investeren in het eigen vermogen van het project ligt in eerste instantie bij inwoners van de gemeente Eersel en lokale bedrijven. Hierbij zijn veel manieren denkbaar om het benodigde kapitaal op te halen. De voorkeur van de gemeente Eersel gaat er daarbij naar uit dat alle inwoners in staat worden gesteld om naar eigen draagkracht mee te investeren in projecten in hun omgeving. Een coöperatie kan hierin een belangrijke rol spelen.

68

Net als de Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de Omgevingswet géén basis voor het opleggen van resultaatsverplichtingen aan initiatiefnemers over financiële participatie die verder gaan dan het wette­ lijk stelsel toelaat, ook niet - gelet op het legaliteits­ beginsel - op lokaal niveau via beleid 3t De wens voor minimaal 50Zo lokaal eigendom is een streven uit het Klimaatakkoord en kent geen wettelijke basis. Het is niet mogelijk 50Zo als resultaatsverplichting op te leggen. Als overeenkomsten het wettelijk kader te buiten gaan dan wordt het risico gelopen dat een van

2.

Ook gelet op het voornoemde punt dient de 50Z lokaal eigendom vooral als inspanningsverplichting te worden gezien. In de praktijk is ook niet altijd moge­ lijk om hieraan te voldoen, omdat de lokale bevolking niet altijd de mogelijkheid of bereidheid heeft om 50Z financieel te participeren 3 4).

Indien niet aan de 50Z lokaal eigendom kan worden voldaan verdient het aanbeveling om in dat geval een aanvullende bijdrage aan het omgevingsfonds te vragen

als alternatieve vorm van financiële participatie. KOPPELKANSEN

In het voorkeursscenario is voorgesteld om de energieopwekkende voorzieningen te combineren met het toevoe­ gen van natuur en recreatie, bijvoorbeeld het plan Bos en Boom of olifantsgras. Uit de ervaring van het Burgeriniti­ atief Hapert lijkt meer draagvlak te zijn vanuit de omge­ ving wanneer deze gecombineerd worden. Daarbij wordt op deze manier ook antwoord gegeven op de vraag van CO2-reductie, wordt de biodiversiteit versterkt en wordt het wandel/fietsgebied voor omwonenden uitgebreid. In het voorkeursscenario zijn de volgende initiatieven voorgesteld om de maatschappelijke meerwaarde te vergroten. Geluidschermen Eersel-Duizel Aan beide zijden van de A67 is een geluidscherm van 2m hoog voorzien. Vanwege de dichte begroeiing op het zuidelijke talud kan alleen het scherm aan de noordzijde van de A67 effectief benut worden voor zonnepanelen. Voor het geluidsscherm met zonnepanelen bij Duizel kan ingezet worden op een combinatie van een ontwik­ keling met veldopstelling met grondgebonden opwek van zonne-energie, aanplant van bos en het aanleggen van een recreatieve route. De combinatie van functies

3) Le Large, E. en Zwalve, J. (2021 augustus). (On)mogelijkheden onder Ow voor financiële participatie in duurzame energie­ projecten. Grondzaken en gebiedsontwikkeling. Nummer 4 /SDU. 16-20. Royal HaskoningDHV Legal Consultants

4) Expert judgement op basis van praktijkervaringen Royal HaskonignDHV

creëert een aantrekkelijk park voor recreatieve ommetjes als dorpsentree voor Duizel. Geluidschermen De Hees-Steensel Op een deel van het scherm, waar momenteel geen bosschages voor staan, kan het scherm aan de achter­ zijde geschikt gemaakt worden voor klimplanten om een groen uiterlijk te creëren. Aan de zijde van De Hees kan er een koppeling met de kunstroute wordt gemaakt door middel van een zonneveld dat door kunstenaars is ontworpen en aangelegd. Hierbij kan gespeeld worden met ruimtelijke patronen en kleureffecten op de zonne­ panelen. Daarbij kan wellicht extra draagvlak vanuit het dorp Steensel gecreëerd worden door de het scherm naar het oosten te verlengen, zodat meer woningen in het dorp ervan profiteren.

genaamd Energielandschap de Kempen. Bij alternatieven kan je denken aan lokale energieopslag in accu's, het creë­ ren van een lokaal netwerk, door middel van een achter de meter aansluiting op een grote afnemer, zoals een bedrijf of regionale mobiliteitshub. Dit onderzoek wordt uitge­ voerd door Bilfinger Tebodin en bevindt zich momenteel in de eerste fase van onderzoek. Naar verwachting wordt het onderzoek in 2022 afgerond.

Een vorm om het net te ontlasten is gebruik te maken van 'cable pooling' op de kabel van het windpark Bladel naar het hoofdstation in Hapert. Het is technisch mogelijk om de opbrengst van wind te combineren met dezelfde opbrengst in zon, met de gedachten; als het waait, schijnt de zon minder en wanneer de zon heftig schijnt, waait het

7.2.3

minder. Dit is alleen mogelijk wanneer de windparkontwikkelaar toestemming geeft om te koppelen of zelf een zonnepark ontwikkeld.

Het terug leveren van opgewekte energie op het netwerk is tot 2030 niet mogelijk. Om te onderzoeken of er op korte en middellange termijn hiervoor alternatieven zijn is dit jaar door 5 Kempengemeenten een onderzoek gestart,

(Omgevingsplan). Onder de Omgevingswet kan het duur­ zaamheidsbeleid worden ondergebracht onder het kerninstrument Omgevingsprogramma's. Het is ook mogelijk een gebiedsgericht programma op te stellen voor de A67.

Belangrijk bij het kiezen van grote afnemers is het inzich­ telijk maken hoeveel energie wordt opgewekt en hoeveel energie kan worden afgenomen, incl. mogelijke accu opslag. Wordt namelijk meer energie opgewekt dan afge­ nomen blijft de netcapaciteit een probleem. De beoogde locaties voor het creëren van een lokaal netwerk staan geduid in het voorkeursscenario.

Geluidswal Oeienbosch: Voor het weren van geluid wordt een wal voorgesteld, qua inrichting gelijk is aan het bewonersinitiatief Hapert. De wal is voorzien van zonnepane­ len aan de zijde van de snelweg. Op de andere zijde van de wal is beplanting noodzakelijk om de vereiste natuur­ waarde van het Natuur Netwerk Brabant te halen.

TECHNISCHE MEERWAARDE

integrale en gebiedsgerichte benadering van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarbij wordt in de kerninstrumenten onderscheid gemaakt tussen integraal strategisch beleid (Omgevingsvisie), uitvoeringsgericht beleid (Omgevingsprogramma's) en regelgeving

BORGEN IN BELEID

De uitkomsten van het onderzoek vormen een onder­ deel van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. De Omgevingswet gaat uit van een samenhangende, 69

7.3

Wie doet er mee?

Als onderdeel van de uitvoeringsstrategie is een marktconsultatie uitgevoerd om duidelijkheid te krijgen in de standpunten en marktkansen van andere partijen. De marktconsultatie heeft enerzijds inzicht gegeven in wie wil aansluiten en op welke manier, en anderzijds inzicht in kansen die de partijen zien. Dit uit zich in tabel 1 in de mogelijke rol die partijen zullen spelen, de samenwer­ kingsvorm en de middelen die zij te bieden hebben. De

3.

PARTNERS IN PROJECTMANAGEMENT

Dit zijn partijen die naar waarschijnlijkheid een ondersteu­ nende rol hebben zoals adviseren en weinig toevoegen in de vorm van andere middelen. ^ • •

Bilfìnger Tebodin Enexis Rijkswaterstaat in de rol van wegbeheerder

geïnterviewde partijen zijn met oog op mogelijk rol en samenwerking in drie groepen opgedeeld: 1.

MOGELIJKE PARTNERS IN UITVOERING

Dit zijn de partijen die betrokken zijn tijdens de uitvoe­ ring vanwege initiatief, liquide middelen en/of technische redenen. ^ ^ •

Georganiseerd BurgerOverleg Hapert (GBOH) KempenEnergie Renewable factory

^

Rijkswaterstaat in het kader van het pilotprogramma Hernieuwbare energie op rijksgrond.

2.

AFNEMERS/ NETWERK ONTLASTEN

Dit zijn partijen die energie kunnen afnemen zodat deze niet terug het net op hoeft. Dit kan in de vorm van afne­ men of eventueel cable pooling. •

Renewable factory

^ ^

Metaalflex Kempisch Bedrijven Park (niet geïnterviewd) 70

Naast de mogelijke rol en samenwerking hebben partijen verschillende middelen te bieden in de ontwikkelingen van energie opwek rond de A67 de komende jaren, deze zijn opgedeeld in 3 soorten; (1) financiële middelen wijst op liquide middelen. Dit zijn organisaties die kunnen inves­ teren. (2) Maatschappelijk middelen wijzen op de maat­ schappelijke invloed en meerwaarde die de organisatie/ bedrijf heeft. Denk aan contacten, positie tussen de bewo­ ners. De ruimtelijke/ technische middelen (3) omvatten de middelen die bijdrage aan het inpassen en technisch haalbaar maken van de ontwikkelingen.

De partners in uitvoering zijn in dit geval twee soorten partners. De GBOH is betrokken door de grote stappen die zij al hebben genomen in het bewoners initiatief Hapert. Het GBOH is dan ook voornamelijk betrokken met maat­ schappelijke middelen en daarbij het draagvlak om dit initiatief sociaal gedragen te houden. Daarbij is het bewonersinitiatief al getest op haalbaarheid. KempenEnergie en Renewable factory zijn betrokken vanwege de tech­ nische en ruimtelijke middelen; de ervaring en kennis,

en vanwege financiële middelen die kunnen investeren. Vanwege de stijgende leden van KempenEnergie brengen zij ook maatschappelijke middelen.

Als afnemers hebben Metaalflex en het KBP technische middelen te bieden in de vorm van het afnemen van energie zodat deze niet terug geleverd hoeft te worden aan het net. Metaalflex is tevens ook actief in het ontwikkelen van zelfvoorzienende appartementen/woningen. Er zijn kansen dat Metaalflex ook financiële middelen beschikbaar heeft in de toekomst. Verder kan Renewable Factory ook een mogelijk rol spelen in energie afnemen d.m.v. cablepooling.

De partners in projectmanagement zorgen voornamelijk voor technische en ruimtelijke middelen in de vorm van advies en onderzoeken naar haalbare kansen van energie opwek in de Kempen. Bilfinger Tebodin is onderzoek aan het doen naar de mogelijkheden om klimaatdoelstellingen te halen in de Kempen. Dit onderzoek kan ook nog input leveren voor de gemeente Eersel en Bladel. Rijks­ waterstaat (RWS), Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland werken sinds eind 2018 in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat samen in het programma 'Energie opwek op rijksgronden' (OER) opgezet. RWS is trekker van het programma. Dit en het feit dat kernen wel geluidsoverlast ervaren (ook al worden de wettelijke normen niet over­ schreden) biedt kansen dat RWS mogelijk toch een rol zou willen spelen.

Tabel 1: Afweging middelen per stakeholder Stakeholder

Mogelijke rol

Financiele middelen

maatschap' pelijke middelen

Ruimtelijke en technische

Samenwerking

middelen

Gemeente

Initiatiefnemer

+

+

+

Mogelijke partners in uitvoering

GBOH

Initiatiefnemer De groene Ader

-

+

0

KempenEnergie

Energievereniging Z investeerder

+

0

+

Investeerder / afnemer

+

-

+

Investeerder

+

-

+

Afnemer

0

-

+

-

-

+

-

0

+

Netbeheerder

-

-

+

Wegbeheerder

0

-

+

Renewable factory RWS

Samenwerking o.b.v. project

Mogelijke afnemers

Metaalflex KBP

Afnemer

Samenwerking o.b.v. project

I Mogelijke partners in projectmanagement

Bilfinger Tebodin Enexis RWS

Onderzoeker

Samenwerking in de vorm van ondersteuning en advies

*(ý) heeft een bijdrage, (0) neutraal en (-) geen bijdrage 71

7.4

Vervolgstappen

Voordat tot uitvoering gekomen kan worden, dienen nog verschillende stappen doorlopen te worden. Deze uitvoe­ ringsstrategie maakt dan ook inzichtelijk wat de vervolg­ stappen zijn.

POSITIE EN ROL GEMEENTE BEPALEN

Om te beginnen is het van belang dat de gemeente haar eigen positie bepaald ten aanzien van de uitvoeringen van het voorkeurscenario. Voor de geluidswerende voorzie­ ningen is geen positieve business case te maken door marktpartijen, maar mogelijk wel voor lokale energiecoörperaties op basis van de SCE regeling. Rijkswaterstaat zal het evenmin initiëren aangezien de wettelijke normen niet worden overschreden. De optie van een omgevingsfonds kan behulpzaam zijn in de financiering van de niet winst­ gevende onderdelen, maar zal naar verwachting ook niet alle investeringen dekken. De kernvraag is dus tweeledig:

1

2

Is de gemeente bereid om een andere rol op zich te nemen om de uitvoering van het voorkeursscenario mogelijk te maken? Is de gemeente bereid een financiële bijdrage te leveren om de uitvoering van het voorkeursscenario mogelijk te maken?

PARTNERS EN SAMENWERKING

De bevindingen van deze rapportage dienen terugge­ koppeld te worden aan de in 7.3 genoemde partijen en aanvullende kansen moeten besproken worden. Deze

gesprekken zullen, samen met deze rapportage, invulling geven aan de daarna te besluiten aanpak. Voor nu lijkt een combinatie van ontwikkelstrategie 2 en 3 de beste aanpak rondom de A67, voornamelijk vanwege de niet haalbare projecten en de mogelijkheid voor fasering toe te passen. Zoals al eerder vermeld begint deze fasering met projecten met een opbrengst en zal een deel van deze opbrengst de investering voor de overige projecten vullen.

PROGRAMMA ENERGIE OPWEK OP RIJKSGRONDEN (OER)

Het verdient aanbeveling om (bij voorkeur in regionaal of RES verband) te onderzoeken of het mogelijk is om de A67 aan te melden als pilot in het kader van het programma OER bij de minister van EZK. Een eventuele deelname aan dit programma biedt kansen voor een actievere rol en betrokkenheid van RWS bij het geheel.

Met de partners in uitvoering moet bepaald worden wat eerst ontwikkeld wordt en door wie. Eerder is aangege­ ven dat veldopstellingen het meest aantrekkelijk zijn om mee te starten, dit betekent dat ook contact moet worden opgenomen met eigenaren van particuliere gronden. Na het vaststellen van de fasering wordt ook duidelijk wat de volledige kosten en opbrengsten zijn van de eerste fase. Nadat de energie opwek duidelijk is moet ook gekeken worden wie kan afnemen en hoe dit vorm gaat nemen. Met de partners in projectmanagement moet voorname­ lijk gesproken worden over de ruimtelijke en technische mogelijkheden die geïmplementeerd moeten worden in het project. Doordat de Energietransitie een dynami­ sche transitie is, moet na de uitvoering van de eerste fase opnieuw gekeken worden naar de technische en ruimte­ lijke mogelijkheden. Zoals aangegeven is bijvoorbeeld ook Enexis bezig met het uitbreiden van het net, hierdoor kunnen over vijf jaar zich andere kansen voordoen dan momenteel bekent. Bilfinger Tebodin kan hier met hun onderzoek ook nog input voor leveren. 73

Royal HaskoningDHV Enhancing Society Together

Larixplein 1 5616 VB Eindhoven +31 (0)88 348 42 50 info@rhdhv.com www.royalhaskoningdhv.com

facebook.com/royalhaskoningdhv twitter.com/RHDHV linkedin.com/company/royal-haskoningdhv

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=eecfb7fc-d960-43b0-a3c8-e148701c81e4