CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[23.20717] - Bijlage 1 Cultuurhistorie uitgediept gemeente Eersel

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente EerselBij agendapunt: Actualisatie erfgoedverordening en erfgoedkaarten gemeente Eersel38.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

94 van 181

3 Hoge dekzandruggen 4.3 Kamduin 4.4 Uitblazingslaagte 5.1 Pingo ruïne 8.1 Ven 8.4 Veengebied actueel

Hoog Hoog Hoge verwachtingszone van 200 m rondom (laagte zelf is middelhoog) Archeologisch waardevol met hoge verwachtingszone van 200 m rondom Hoge verwachtingszone van 200 m rondom (ven zelf is middelhoog) Middelhoog

Tabel 5 Verfijning van de archeologische verwachtingen op basis van het fysieke landschap. Zonering steentijd De oude vennen en de laagten op het hoge hebben vanwege de aantrekkelijke gradiëntzone ((geleidelijke) overgang van hoog/droog naar laag/nat) een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische vindplaatsen uit de Steentijd (Paleolithicum – Neolithicum). In niet recent uitgebaggerde lagen van vennen zijn vooral deposities162 en goed geconserveerde organische vondsten (bot, pollen, zaden, etc.) te verwachten. Voor het bepalen van de zonering rondom deze vennen en de laagten op het hoge zijn uit de database van het verwachtingsmodel van Zuidoost-Brabant163 alle steentijdvindplaatsen geselecteerd (>1000, zie appendix I). Daarnaast is de locatie van de vindplaats ten opzichte van het ven of de laagte bepaald. Op basis daarvan is gebleken dat de grootste dichtheid aan vindplaatsen ten zuidoosten van het ven of de laagte was gelegen, zie tabel 6.164

Afstand (m) Wind richting N

200

400

600

800

1000

1200

1400

1600

1800

2000

Totaal

2.76%

2.43%

0.09%

0.23%

0.28%

0.42%

0.14%

0.61%

0.00%

0.23%

7.21%

NO

5.76%

1.54%

1.31%

0.84%

0.14%

0.28%

0.37%

0.51%

0.09%

0.05%

10.91%

O

4.54%

4.35%

0.70%

0.98%

0.14%

0.80%

0.14%

0.09%

0.19%

0.14%

12.08%

ZO

4.31%

9.18%

3.98%

2.15%

0.61%

0.23%

0.19%

0.66%

0.94%

0.56%

22.80%

Z

5.95%

2.76%

2.06%

0.61%

0.70%

0.23%

0.47%

0.37%

0.19%

0.09%

13.44%

ZW

4.82%

3.14%

1.26%

0.80%

0.84%

0.33%

0.56%

0.05%

0.51%

0.00%

12.31%

W

5.01%

1.03%

2.39%

0.56%

1.08%

1.22%

0.80%

0.23%

0.33%

0.14%

12.78%

NW

3.75%

0.75%

0.75%

2.43%

0.23%

0.14%

0.28%

0.14%

0.00%

0.00%

8.47%

Totaal

36.89%

25.19%

12.55%

8.61%

4.03%

3.65%

2.95%

2.67%

2.25%

1.22%

100.00%

Tabel 6 Overzicht van afstanden en windrichting van Steentijdvindplaatsen ten opzichte van vennen en laagten in Zuidoost-Brabant. Zie ook grafiek hieronder.

162

Dit zijn offergaven waarbij voorwerpen aan de goden werden toevertrouwd door ze in het water te gooien. Berkvens e.a. 2011. 164 Dit model gaat er vanuit dat het ven of de laagte het centrale punt is omdat water een eerste levensbehoefte is van mens en dier. Dit laat echter niet verlet dat ook andere landschappelijke elementen een belangrijke rol kunnen hebben gespeeld, maar deze zijn met de huidige stand van kennis vooralsnog niet te voorspellen. 163

95 van 181

Grafiek met windrichting waarin ven of laagte is gelegen ten opzichte van vondsten in combinatie met afstand tussen vondst en ven of laagte. De getallen in de legenda staan voor de afstanden. Uit de analyse van de afstand en de windrichting die Steentijdvindplaatsen hebben t.o.v. alle vennen en laagten op het hoge op de erfgoedkaart van de Kempen, blijkt dat de vondstdichtheid gestaag afneemt naarmate de afstand tot zo’n ven of laagte toeneemt. De meeste vondsten zijn gedaan ten zuidoosten van een ven of laagte. Door een hoge verwachting te geven aan een zone van 400 m rondom een ven of laagte zou ca. 60% van de steentijdvindplaatsen worden ‘gevangen’. Deze zonering zou echter een te grote aanslag plegen op de gemeente en haar burgers. Daarom is gekozen voor 200 m, waarmee ca. 40 % van de vindplaatsen binnen de zonering valt. Daar waar op de uiteindelijke archeologische verwachtingen- en waardenkaart nog grote concentraties betrouwbare vindplaatsen aanwezig waren in gebieden met een lage verwachting, is de archeologische verwachting handmatig bijgesteld naar hoog.

4.4

Verfijning verwachtingen op basis van de archeologische inventarisatie

Om tot een actuele archeologische verwachtingen- en waardenkaart voor de gemeente Eersel te komen, is geïnventariseerd wat er tot nu toe bekend is uit het onderzoeksgebied, in het bijzonder welke archeologische onderzoeken er sinds 2011 zijn uitgevoerd, wat die hebben opgeleverd en welke vindplaatsen en archeologisch waardevolle gebieden er sindsdien bij gekomen zijn of zijn afgevallen. Daarbij is gebruik gemaakt van ARCHIS, het archeologische informatiesysteem van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) in combinatie met in ventarisatie van archeologische en historische gegevens van amateurarcheologen en archeologische en historische bronnen in lokale en regionale literatuur. De vindplaatsen en archeologische onderzoeken zijn verzameld in een ArcGIS -database, waarmee de archeologische basiskaart is gemaakt. In de catalogus van het archeologisch landschap van de erfgoedkaart ( bijlage 3 en zie ook kaartbijlage 4 ) is een overzicht opgenomen van alle bekende archeologische vindplaatsen tot en met 2020. In appendix II is een overzicht opgenomen van alle archeologische vindplaatsen en archeologische onderzoeken die in de gemeente Eersel zijn uitgevoerd van 2011 tot en met 2020. Per vindplaats staat vermeld: inventarisatienummer, topografische coördinaten, de wijze van verwerving en documentatiegegevens.

Verder vinden we hier ook informatie

96 van 181

over de vindplaats zoals plaats, verwerving, complextype (van graf tot neder zetting of onbepaald) en datering (van Paleolithicum tot en met Nieuwe Tijd). Per archeologisch onderzoek wordt een korte beschrijving gegeven van de locatie, de uitvoerder, het type onderzoek, het jaartal van uitvoering, een omschrijving van de vondsten en de uitkomsten van het onderzoek voor een eventueel vervolg. Bovendien wordt zo mogelijk een verwijzing gegeven van literatuur waar meer informatie te vinden is en is het genomen selectieadvies- en besluit indien bekend vermeld. Tot slot hebben we bij elk archeologisch onderzoek ook geprobeerd om de minimale diepte van de archeologische laag te achterhalen.

4.4.1

Inventarisatie archeologische onderzoeken 2011-2020

Van 2011 tot en met 2020 zijn er in de gemeente Eersel 95 archeologische onderzoeken uitgevoerd binnen 74 plangebieden. Ter vergelijking, in de periode 2001 – 2010 waren dat er in totaal 98. De oppervlakten van de plangebieden varieerde van 150 m2 tot en met 16,5 ha. Het merendeel van de archeologische onderzoeken betreft bureau- en booronderzoeken (69 %), gevolgd door proefsleuven (17 %). Het aantal proefsleuven is daarmee gedaald ten opzichte van de periode 2001-2010 toen het nog 20 % was van het totale aantal archeologische onderzoeken. En dat is opvallend want je zou verwachten dat het aantal booronderzoeken minder was geworden, zoals dat ook in de gemeente Bladel zichtbaar was.165 Omdat met de gespecifieerde archeologische verwachtingen- en waardenkaart van de gemeente beter inzichtelijk is geworden waar welke archeologische verwachting aanwezig is, is een booronderzoek minder geschikt als onderzoeksmethode en kan beter direct worden overgegaan tot een proefsleuvenonderzoek. Booronderzoek is op de zandgronden feitelijk alleen geschikt om grootschalige en diepe verstoringen vast te stellen. Ook dan kunnen er echter nog waardevolle vindplaatsen aanwezig zijn, zoals bleek bij het archeologische onderzoek aan de Willibrorduslaan in Eersel waar onder een uitgegraven bouwput van een bakkerij uit de jaren 60, nog een gave nederzetting aanwezig was uit de Volle Middeleeuwen.

Opgraving aan de Willibrorduslaan 55 in Eersel, waarbij onder de in de jaren 60 gegraven bouwput, een enorme hoeveelheid aan intacte grondsporen aanwezig was (foto ADC ArcheoProjecten). Opgravingen komen, zoals te verwachten is, minder voor. Niet alle vooronderzoeken leiden uiteindelijk tot een waardevolle archeologische vindplaats. In negen gevallen is sprake geweest van een opgraving in de vorm van een archeologische begeleiding. Hiervoor werd gekozen vanwege de specifieke omstandigheden van het te ODZOB Advies Archeologische Monumentenzorg 2017 – nr. 33: Analyse archeologische onderzoeken 2011 t/m 2014 in de gemeente Bladel, 2017. 165

97 van 181

ontwikkelen project waarbij regulier archeologisch onderzoek in de vorm van proefsleuven/opgraving niet mogelijk was zoals natuurontwikkeling en vervanging van leidingen. In één geval werd direct na de aanleg van proefsleuven gekozen om een doorstart naar een gedeeltelijke opgraving te maken. Dit laatste komt steeds vaker voor bij kleinschalige projectgebieden waar planaanpassing (en daarmee behoud van mogelijke archeologie in de bodem) vrijwel niet mogelijk is. In appendix II is een overzicht opgenomen van alle archeologische onderzoeken die in Eersel zijn uitgevoerd van 2011 tot en met 2020. In de lijst met onderzoeken zijn naast een literatuurlijst ook de resultaten van de onderzoeken en de selectieadviezen en -besluiten opgenomen. In de meeste gevallen kon er worden ingestemd met het selectieadvies van de uitvoerder. Slechts in zeven gevallen week het selectiebesluit af van het selectieadvies en werd aanbevolen om (ander) vervolgonderzoek uit te voeren. Op de locatie Hees – Oogenlust kon de waardevolle archeologische vindplaats in de bodem behouden blijven door het bouwplan aan te passen. Van 23 onderzoeken is het selectiebesluit niet bekend omdat het rapport, voor zover we weten, niet beoordeeld is door de gemeente/ODZOB. In enkele gevallen komt dat vermoedelijk doordat de provincie in het kader van de ontgrondingenwet bevoegd gezag is. Soort onderzoek

Aantal

Bureauonderzoek

11

Bureau- en booronderzoek

40

Booronderzoek

14

Proefsleuven

16

Archeologische begeleiding

9

Proefsleuven met doorstart naar opgraving

2

Opgraving

3

Eindtotaal

95

Grafiek en tabel met een weergave van de verschillende archeologische onderzoekstypen in aantal en percentage uitgevoerd in Eersel van 2011 t/m 2020. De onderzoekstypen in zwart in bovenstaande tabel betreffen de diverse stadia van verkennend, karterend en/of waarderend vooronderzoek in de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg om de archeologische waarde in voldoende mate te kunnen vaststellen. Welk soort archeologisch onderzoek waar nodig is, is afhankelijk van de specifieke archeologische verwachting en de geplande bodemingreep. De rode onderzoekstypen betreffen de archeologische onderzoeken wanneer behoud van archeologische waarden in de bodem zelf niet mogelijk is. De archeologische resten worden dan opgegraven waarbij archeologische resten uit de bodem worden verwijderd. Bij archeologische begeleiding wordt het opgraven gecombineerd met civiele werkzaamheden en kan alleen in uitzonderlijke gevallen worden toegepast. De aard van de archeologische resten, de locatie en de wetenschappelijke vraagstellingen bepalen de te hanteren opgravingsmethode. Een nederzetting uit de steentijd vereist een andere benadering dan een kasteelterrein uit de middeleeuwen. Sinds 2007, het jaar waarin de Wet op de Archeologische Monumentenwet van kracht werd, is er een geleidelijke toename van het archeologisch onderzoek, maar een grote omvang heeft het niet gekregen.

Van 2007 tot en met 2010 werden er in de Kempen- en A2 gemeenten gemiddeld 17 onderzoeken per gemeente per jaar uitgevoerd. Het gemiddelde aantal proefsleuvenonderzoeken lag daarbij op ruim 2,5 per gemeente, terwijl het gemiddeld aantal opgravingen en archeologische begeleidingen op ruim één stond per gemeente. Voor de periode 20112020 is het gemiddeld aantal onderzoeken in de gemeente Eersel gedaald naar bijna 10 met gemiddeld slechts één tot twee proefsleuvenonderzoeken per jaar. Bij de meeste plangebieden wordt er, ondanks de meer gespecificeerde archeologische verwachting van de gemeentelijke verwachtingen- en waardenkaart, nog steeds

98 van 181

gekozen voor een bureau- en/of booronderzoek als eerste onderzoekstap. In slechts drie gevallen werd er direct overgegaan tot een proefsleuvenonderzoek. De daling van het aantal archeologische onderzoeken na 2011 zal te maken hebben met de economische crisis waardoor er minder bouwactiviteiten plaatsvonden. De stijging vanaf 2017 lijkt dan weer de voorzichtige opmars van de economische groei te weerspiegelen. De afgelopen twee jaar is het aantal archeologische onderzoeken sterk gegroeid. Dat er niet meer archeologische onderzoeken zijn uitgevoerd sinds 2011 lijkt echter ook een gevolg de doorwerking van het archeologiebeleid. Door het vaststellen van oppervlakte- en dieptegrenzen op de archeologische beleidskaart en in de erfgoedverordening, werd voorkomen dat er voor elke ontwikkeling archeologisch onderzoek noodzakelijk was.

Overzicht van de diverse soorten en aantallen archeologische onderzoeken verdeeld over de jaren 2011-2020. In zeventien plangebieden (ruim 20 %) zijn twee of meer opeenvolgende (voor)onderzoeken uitgevoerd. Het merendeel hiervan betreft bureau- en/of booronderzoeken gevolgd door een proefsleuvenonderzoek. In negen plangebieden zijn bij het archeologisch vooronderzoek vindplaatsen aangetroffen. In twee gevallen leverde dat maar beperkte informatie op over de ontwikkeling van het historische landschap, maar in vier plangebieden leverde het archeologisch onderzoek volop nieuwe historische informatie op. Uit onderstaande grafiek blijkt dat vooral gravende archeologische onderzoeken (opgravingen, begeleiding en proefsleuven) nieuwe archeologische vindplaatsen opleveren. Bij twee booronderzoeken zijn mogelijk ook vindplaatsen gevonden: Aan Het Groen in Knegsel werd het spoor van een gracht aangesneden uit waarschijnlijk de nieuwe tijd en bij een booronderzoek aan Maaskant 2a werd bij het booronderzoek een bewerkt stuk vuursteen aangetroffen. Het lijkt om een intentionele afslag te gaan die het resultaat is van vuursteenproductie en dateert in de periode MesolithicumNeolithicum. Mogelijk wijst de vondst op de aanwezigheid van een vindplaats in dit deel van het plangebied.

99 van 181

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=793ad354-3c6b-4323-8acd-60fcaa9e9a91