[23.20715] - Bijlage 3 Overzicht waardevol Cultureel Erfgoed Eersel
Tekst van het document
De heer Daemen herinnert zich nog dat de plaats, waar het kasteel gestaan zou hebben in het landschap, nog duidelijk herkenbaar was vanwege de omgrachting en het hoogteverschil. Het eigenlijke kasteelterrein lag aanzienlijk hoger dan de omgeving en het had ongeveer een doorsnede van 60 meter waaromheen grachten, water en riet. Ook kwam er bij deze ontginningswerkzaamheden enig puin vrij. Het meest opvallend waren de halfronde bakstenen welke afkomstig zouden zijn van een toren. Ze hadden een vorm die vergelijkbaar is met een vlapunt. Over de toren van het kasteel wist een intussen overleden oom van Mevr. Daemen, voerman Piet Ooms uit Duizel, dikwijls te vertellen dat in de toren van dit kasteel eens een jong meisje opgesloten werd en door uithongering aan haar einde is gekomen vanwege een 138 Merkelbach, 1988, 48-50.
85
liefdesaffaire. Dit meisje was gravin Rosalinde, de dochter van de kasteelheer. 139 Die ontginning is blijkbaar uitgedraaid op een ontgronding met misschien wel een meter. Ronde stenen of niet: hier was géén middeleeuws kasteel.
Afbeelding: locatie van kasteel ’t Hof, tegenwoordig akker (november 2010) 4.18.1.003 Kasteel Hertheuvel Bij de Hertheuvelse Hoef stond midden 17e eeuw een omwaterd stenen huis ofwel “Kasteel”. Het is onbekend wanneer het gebouwd werd. Thans een wat lager gelegen veld met grachtrest waarin mogelijk nog archeologische resten op onderzoek wachten.
AHN3 hoogtekaart van kasteellocatie. 18.2 Hoofdhoeve Hoofdhoeve en hoeve: daarmee wordt de agrarische bestaansstructuur van de heerlijkheid en bestaansbasis van de heer aangegeven. In de late middeleeuwen en daarna zijn dat normaal
139 Merkelbach, 1988, 33-34.
86
verpachte boerderijen met meestal veel grond. De hoofdhoeve staat veelal op de voorburcht. Wat verderop vindt je dan één of meer andere hoeven. [In Eersel niet aangetroffen] 18.3 Hoeve De volgende hoeven etc worden in de Raad van State-lijsten en het kaartboek van Averbode genoemd: Plaats Eersel Duizel Wintelre Eersel Eersel Steensel
Object hoeve hoeve hoeve hoeve hoeve hoeve
Naam Hertheuvelsehoef De Hoef aent Venne-eynde Schaijeckse Hoeve De Hoogstraat Onbekend
Bron plaats Averbode Postel 's-Hertogenbosch Tongerlo Tongerlo Postel
Bron instelling Uniek nr abdij Averbode 4.18.3.001 abdij Postel 4.18.3.008 Zusters v Orthen 4.18.3.011 abdij Tongerlo 4.18.3.012 abdij Tongerlo 4.18.3.013 abdij Postel 4.18.3.014
4.18.3.001 Eersel, Hertheuvelsehoef Ten zuiden van Eersel bezat de abdij van Averbode de hoeve Hertsheuvel, op de kaart van 16501659 geheten de Heijnsheuvel. Op deze plek stond in 1650-1659 een omgracht gebouw. Op dezelfde plaats stond in 1830 nog steeds een gebouw, omgracht en wel. Tot 2010 was de hoeve nog van de abdij Postel! Die abdij moet de boerderij na 1830 verkregen hebben. In de jaren 1780 zal de abdij Averbode de hoeve verloren hebben ("Zwart goed" geconfisceerd in de Oostenrijkse Nederlanden). De akker van de hoeve ligt op een dekzandkopje; de beemden netjes in het dal van de Steenselse Aa. Het Klotbeemdeken valt op een plek waar veen in de grond zit, maar het grote Turfveld is nu “zand”. Het terrein waarop de oude gebouwen stonden ligt wat lager dan de omgeving. Het oude erf ligt op de overgang van de hoge akker ten noorden en het beekdal ten zuidoosten, tegen een lage rug die naar het zuidwesten loopt. Overzicht van de gronden: HEYNSHEUVEL ONDER IERSEL 01. t Beeck-ursel 02. t Groot-quaet hoy-broeck 03. t Goet hoybroeck 04. t Kleyn quaet hoy-broeck 05. Den steenberghs-bemt 06. Ex-velt dries 07. den grooten acker canten met de grechten 08. den grooten bemt 09. Den hoff 10. Den bocht canten en grachten 11. den mest-hoff met de huysinge 12. t hey-buchten 13. t Vyver-bemdeken 14. den mans-bemt 15. den wierix bemt 16. t clot-bemdeken 17. t torf-velt 18.
t Bunder-heyde Totale oppervlakte
bu 4 1 1 1 0 1 5 0 1 0 2 0 0 0 0 0 0 0 8 0
dw 2 1 1 0 3 2 1 3 2 1 3 1 2 2 0 1 2 0 0 3
roe 95 29 49 20 62 59 4 62 29 91 82 32 50 74 98 84 89 61 71 64
ha 6,16 1,72 1,78 1,37 1,18 2,14 6,84 1,18 2,04 0,62 3,84 0,43 0,81 0,89 0,32 0,60 0,94 0,20 10,63 1,18
34
2
5
44,87 87
Afbeelding: Detail van de hertheuvelse Hoef op de kaart van Averbode. Ondertekend: C. Lowis; niet gedateerd (1650 - 1680, wsch ca 1650-1659).
88
Afbeelding: akkerweg naast Hertheuvelse Hoef, met op de achtergrond zicht op het beekdal van de Run. 4.18.3.006 Hoeve De Heester Mogelijk is deze hoeve voortgekomen uit het hertogelijk leen dat ook Het Hof alias ’s-Hertogen Hofstat omvatte. Zie verder bij 4.19.3.001. 4.18.3.008 Duizel, De Hoef Hoeve “de Achterhove” of “Ten Achteren” in Duizel was in 1357 bezit van Abdij van Postel. 140 Het vermoeden bestaat dat dat de hoeve in het noorden is die De Hoef (rond nrs. 23-24-25) heet, met de Hoefse Velden nogal afgezonderd gelegen aan de weg naar Vessem. 4.18.3.011 Wintelre, hoeve aent Venne-eynde Het klooster van de Zusters van Orthen in Den Bosch verkreeg in de vijftiende eeuw een hoeve te Wintelre nabij de toenmalige kerk. Stond in de buurt van het “Kerckenhuijs”.141 In 1444 is er sprake van een boerderij “aent Venne-eynde tussen Verheylenhey en de gemeynt”. 142 De Zusters kochten er in 1479 een heide in Wintelre bij. In 1629 werd het klooster door de staat in beslag genomen. Na 1629 werd de hoeve door de Raad van State verpacht. De hoeve te Wintelre werd “’s-Lands hoeve”.
In 1678 werd beweerd dat de hoeve in de hei lag waar binnen een uur gaans geen rivier te bekennen valt.143 De Raad van State probeerde dit soort hoeven te verkopen maar dat lukte vaak pas in het midden van de 18e eeuw.144 De hoeve te Wintelre werd in 1708 in erfpacht verkocht.145 De late verwerving door het klooster wijst er mogelijk op dat het een gewone hoeve betrof, niet een hoeve die iets met de vroege geschiedenis van Wintelre te maken heeft. De bezittingen van de Zusters van Orthen staan in het hertogelijk cijnsboek, dat omstreeks 1543 begint, echter beschreven op een manier die doet vermoeden dat ze voordien aan “Sint Willibrord” toebehoorden. In dit geval zal niet de heilige, maar de aan hem gewijde Wintelrese kerk bedoeld zijn.146 Alhoewel de hoeve in het verpondingscohier van 1785 niet herkenbaar is, valt wel op dat bij de eerste boerderij percelen genoemd worden met namen als de Kerkenacker en de Papenacker.147 Het is niet precies bekend waar deze hoeve lag. De boerderij op 150 meter ten noorden van de oude kerk komt zeker in aanmerking. Het terrein direct ten oosten ervan, een flinke en hoge open akker, heet op de kadasterkaart De Hoef. Het is denkbaar dat deze zuidelijkste boerderij van Wintelre als eerste in het pondboek gezet werd.
Dit temeer omdat de hoeve van (voorheen) de Zuster van Orthen in het pondboek van 1655 de tweede hoeve is.148 De boerderij werd toen omschreven als: 140 Dams e.a., 1989, 79. 141 Biggelaar e.a., 1993, 81. 142 Hagen, 1993, 81. 143 Hagen, 1993, 86. 144 Leenders, 2015. 145 Hagen, 1993, 89. 146 BHIC, RRD 152 f 56. 147 RHCE, Vessem 526, f 2. 148 NAG, RVS 2141 III, 1.
89
Een seeckere hoeve met huijsinghe ende hoff, daer toe de quantiteijt van 36 lopensaet ackerlants ende 27 royen, midtgaders de quantiteijt van 24 lopensaet groesen ende beemden daer van vier beemden onder Vessem sijn gelegen, die hier van oudts in de dorpslasten sijn geset geweest.(6 ha akker, 4 ha gras) Item noch veele verscheijde hooghe groese soe schaepsweie als moervelden ongemeten daervan Jacop Adriaens als pachter de selve over veele jaeren in huere heeft gehadt ende ons verthoent de hueringhe die beloept in voorlijf de somme van 25 gulden. Item noch jaerlijckx vijff mudden roggen Bossche maete, noch twee mudden en vier sester bockweyts. Als bovenstaande gissingen kloppen, lijkt het erop dat misschien toch het door Van Asseldonk veronderstelde “hof” gevonden is van waaruit het kapittel van Oirschot in Wintelre zijn bezittingen beheerde. Als dit wankele bouwwerk van veronderstellingen klopt, zou het organisatorisch en kerkelijk centrum van het oudste Wintelre dus zo’n kilometer ten zuiden van de huidige kerk en kom van Wintelre gezocht moeten worden. Of daar een compacte dorpskom bij hoorde valt te betwijfelen. Eerder mag je in die tijd een of meer kleine groepjes boerderijen verwachten. Intrigerend is een ovaal gebied ten westen van de tweede kerk van Wintelre. Dat gebied wordt op de kadasterkaart “Het Klooster” genoemd en is 9,5 hectare groot.
Dat klopt aardig met de opgave uit 1655: 60 lopen en 27 roeden = 10,0 hectare. Veel daarvan was van J.C.J. Beerens die “op ’t Klooster” woonde: de grote boerderij op 130 meter ten noordwesten van de kerk. Zou dit de grond van het klooster van de Zusters van Orthen uit Den Bosch geweest zijn? Maar dan staat deze hoeve wel 1,2 kilometer ten noorden van de oude kerk! 4.18.3.012 Eersel, Schaijeckse Hoeve (zie verder 4.31.2.167) 4.18.3.013 Eersel, Hoeve De Hoogstraat In Eersel had het bisdom Den Bosch twee hoeven die waarschijnlijk afkomstig zijn van de abdij Tongerlo. De ene heet De Hoogstraat. Deze lag rond Hint 4 in het huidige centrum van Eersel. De andere heet de Schaijeckse Hoeve en lag bij Schadewijk 15-17. Vermoedelijk mogen we daar de gehuchtnaam Schadewijk in herkennen. 4.18.3.014 Steensel, hoeve van abdij Postel In Steensel had de abdij Postel ook een hoeve. De Kerckhoeve wordt 1569-1571 vermeld als bezit van de Abdij van Postel.149 4.18.3.015 Steensel, Hoeve Lolle In 1446 verpachte het kapittel van Sint Jan in ’s-Hertogenbosch de hoeve Lolle in Steensel.150 Ligging onbekend. Kennelijk heeft het kapittel de hoeve al voor 1629 afgestoten, want ze komt niet voor in de hoeven-inventarisatie door de Raad van State (zie tabel hierboven).
18.4 Heerlijkheidsgebied Aanduiding van het rechtsgebied van de heerlijkheid in kwestie. Dat is soms uitgezocht en dan kun je dat overnemen. Indien onbekend: dan valt er ook niets op te nemen. De grenzen van zo’n heerlijkheidsgebied zijn soms heel grillig, met enclaves over en weer. Soms ook zijn het nog steeds bestaande min of meer rechte lijn in het landschap: die vinden we dan als relicten terug! 4.18.4.001 Schepenbankgebied Vessem, Wintelre, Knegsel Dit omvatte de drie genoemde dorpsgebieden. 4.18.4.002 Schepenbankgebied Eersel, Duizel, Steensel Dit omvatte de drie genoemde dorpsgebieden. In een verder verleden was het uitgestrekter.
149 Dams e.a., 1989, 80. 150 Dams e.a., 1989, 80.
90
18.5 Relaties Het kasteel, de hoeven, de galg, het heerlijkheidsgebied en eventuele andere fenomenen van één heerlijkheid vormen samen een ensemble: die heerlijkheid. Getekend als verbindingslijnen met het kasteel (bijv. een lijn galg – kasteel). 18.6 Voorhof Hier boven beschreven als element van het kasteel 18.7 Kasteelboerderij De kasteelboerderij is de hoofdhoeve.
91
Thema: 19 Landgoederen De terreinen die de heren van de oude heerlijkheden voor zich behouden hadden, zijn in de zestiende eeuw en later uitgegroeid tot de kernen van landgoederen. Naast deze oude groep ontstonden er ook geheel nieuwe landgoederen. De kern daarvan was in de regel een bestaande boerderij, soms een nieuwe ontginningshoeve, die in handen kwam van in een naburige stad gehuisveste adel of notabelen. Landgoederen zijn mooi ingerichte stukken grootgrondbezit. Sommige komen voort uit oude heerlijkheden: in dat geval worden de landgoedaspecten daarvan onder het thema “landgoed” beschreven. Andere hebben een andere ontstaanswijze, deels door opwaardering en uitbouw van een enkele boerderij, deels als ontginningsblok. Centrum van het landgoed is het landhuis, ook wel “kasteel” genoemd, naar het uiterlijk. Bij dat landhuis horen een tuin, vijver en park, soms een gracht om het huis. Daaromheen liggen de landerijen met enkele verpachte boerderijen. Soms is op grote schaal het landschap aangepast en meestal zijn er een of meerdere lanen aangelegd. Het geheel is het landgoedgebied. Soms is het deels omgeven met een wal. In de negentiende eeuw ontstaan ook mini-landgoedjes: een grote villa of grote herberg met ruime tuin en vaak nog een vijver, maar verder geen landerijen, boerderijen etc. Veel grotere kloosters zijn in wezen het centrum van een landgoed.
In plaats van een landhuis is dan het klooster het centrum. Soms is dat in een oud landhuis gevestigd. Waar in tuin en park van een gewoon landgoed allerlei profane versieringen en follies staan, staan bij een kloosterlandgoed religieuze elementen zoals heiligenbeelden (ipv Romeinse of Griekse beelden), kruiswegstaties, calvariebergen en Lourdesgrotten. Maar de opzet is identiek: centraal gebouw, tuin, park en een lanenstructuur in een ruim gebied met pachtboerderijen staan en waar soms aan landscaping gedaan is. De terreinen die de heren van de oude heerlijkheden voor zich behouden hadden, zijn in de zestiende eeuw en later uitgegroeid tot de kernen van landgoederen. Naast deze oude groep ontstonden er ook geheel nieuwe landgoederen. De kern daarvan was in de regel een bestaande boerderij, soms een nieuwe ontginningshoeve, die in handen kwam van in een naburige stad gehuisveste adel of notabelen. 19.1 Gracht Gracht om het landhuis of een iets groter gebied. Soms is alleen de gracht bewaard gebleven. 19.2 Herberg Herberg uit 19e of 20e eeuw, centrum van rijke tuin, maar zonder verdere landgoedstructuren van betekenis: mini-landgoed. 19.3 Hoeven Pachthoeve van een landgoed. Soms één bij het landhuis en nog enkele wat verderop. Hier worden enkele opvallende hoeven genoemd, al is een band met een landgoed niet aanwijsbaar. 4.19.3.001 ’s-Hertogen hofstat
92
De hertog van Brabant gaf op 10 juni 1316 onder andere “t goed van Eersel, gheheiten shertoghen hofstat, met sienen toebehoerten” in leen uit. 151 Dit leen kan in de hertogelijke leenadministratie tot tegen het eind van het Ancien Régime gevolgd worden. Een “hofstat” is een terrein waarop een huis of hoeve hoort te staan, maar op moment van schrijven niet staat. In het latijn: domistadium: plaats van een huis. Hoe de hertog deze hofstat met wat erbij hoorde in handen kreeg is onbekend, maar denkbaar is dat het een doodgewone hoeve was waarvan na brand de cijns niet meer betaald was, zodat het goed automatisch terugviel aan de cijnsheer, in dit geval de hertog. 152 Hiervoor pleit het resultaat van een reconstructie van het achttiende-eeuwse grondbezit van deze hoeve.153
Reconstructie van de percelen van ’s-Hertogenhofstat in de akkers rond de St.-Willibrorduskerk. Die percelen zijn zwart gekleurd, percelen met dezelfde naam (maar afwijkende afmetingen) zijn blauw. TEKENING W. THIJSSEN, 2020.
Wat we zien is verspreid bezit in een akker die in de 19e eeuw een open akker was. Dergelijke akkers werden gekenmerkt door heel veel versnipperd en dooreen gelegen grondbezit. De zwarte percelen zijn dus wat je mag verwachten van een gewone boerderij. Een domeinhoeve zou juist één heel grote aaneengesloten akker hebben (vergelijk De Baest). Bij het leengoed van de ‘s-Hertogenhofstat hoorde ook nog 15 hectare heide te Opheestert, dat is helemaal in het zuiden van de gemeente. Dat zal een blok privé-heide geweest zijn. De boerderij die er in 1316 al niet meer stond kan vlak bij de kerk gestaan hebben, waar het kaartje ook twee zwarte percelen aangeeft. Het bijhorende grondbezit is in de loop van de eeuwen sterk geslonken: van 35 hectare in 1530 naar 7,6 hectare in 1671.154
151 BHIC, RRG, inv. nr. 87, fol. 54, d.d. 12 juni 1316. 152 De hertog van Brabant hief hier al cijns vanaf 1203. 153 Thijssen, 2020. 154 Thijssen 2020 schrijft in de tekst 3,3 hectare, maar zijn tabel telt op naar 7,6 hectare.
93
Veel ging dus verloren, maar de reconstructie laat zien dat verspreid grondbezit in de akker in de vroege veertiende eeuw kennelijk al voorkwam. 4.19.3.002 Boevenheuvel 4.19.3..004 Heihoeve 4.19.3..005 Hoeve De Spijker 4.19.3..007 Donkse Hoeve Vessem, Goed “Ter Donc”. Wordt vermeld in 1397.155 4.19.3.009 Hoeve De Mosik Zie 4.31.2.102 langgevelboerderij. 4.19.3..010 Hoeve De Lantie 4.19.3.016 Knegsel, De Leenhoef “De Leenhoeff in ’t Sant (1712).156 Ligging onbekend. 4.18.3.017 Knegsel. De Ravenshoef157 Ligging onbekend. 4.19.3.018 Knegsel, de Wolfhoeve158 Ligging onbekend. 4.19.3.019 Knegsel. Den Oeijenbosch Hoeve159 Ligging onbekend 4.19.3.021 Vessem, Leeuwerik hoeve In 1710 wordt de “Leeuwerikse Hoeve” voor het eerst vermeld. Het betreft hier een omwalde kampontginning. Het terrein geniet een archeologische bescherming. 160 Het rechthoekig stuk land van circa 340 bij 200 meter was lange tijd grotendeels omgeven door heide. Het mat 6,55 hectare, dat is juist 5 bunders oude maat. De kadasterkaart van 1830 geeft twee grote akkers aan, gescheiden door een diagonale strook hakhout waartegen ook een perceeltje dennen en een hoekje heide ligt. Volgens het kadaster was er toen geen huis of boerderij. Aan de noordwesthoek raakt een uitloper van de Reitven net aan dit blok. Als tien jaar later de topografische kaart gemaakt wordt, vinden we dit alles met kleine wijzigingen terug.
Er is nog steeds geen huis of hoeve. Wel wordt er nu aan de oostzijde en deels aan de noord en zuidzijde een voorpoortstrook aangegeven met stippen: dat zijn bomen. Op de topografische kaart die in 1900 verscheen blijkt de voorpootstrook helemaal rond te lopen en zelfs een dubbel karakter te hebben. Uit de hoogtekaart blijkt dat de binnenste strook een walletje was en deels nog is. Het interne grondgebruik is in 1900 nog niet wezenlijk veranderd: zelfs het hoekje heide is er nog en er is nog steeds geen boerderij of huis. Aan de zuidzijde is het terrein ontsloten via de weg die nu Merenweg heet.
155 Biggelaar, 1997, 8. 156 Lieberom, 1996, 45. 157 Lieberom, 1996, 45. 158 Lieberom, 1996, 45. 159 Lieberom, 1996, 45. 160 Beex 2008.
94
Grondgebruik in 1830 (kadaster) en de topografie van 1844.
De Leeuwerikhoeve in 1900.
Op de AHN3 hoogtekaart
In de loop van de 20e eeuw traden er veranderingen in het grondgebruik op met meer bos, meer heide en minder akker. Na de ruilverkaveling is de afgegraven akker deel van een veel grotere akker en is de rest bos. Ter plaatse heeft in 2002 een uitvoerig onderzoek plaatsgevonden. Daaruit bleek dat het walletje plaatselijk tot 1 meter hoog is en resten van hakhoutbegroeiing vertoont. Dat walletje is dus de primaire afbakening van het ontginningsblok. De voorpootstrook daarbuiten werd op 25 meter breed geschat. Op het binnenterrein werd een akkerdek van 50 tot meermaals 120 cm dikte vastgesteld. In dat akkerdek werden allerlei scherfjes aangetroffen die niet ouder bleken te zijn dan de 13de eeuw.161 De beide akkers hebben een duidelijk hogere ligging, al blijkt een deel van de noordelijke akker illegaal afgegraven te zijn bij de ruilverkaveling. Bij de zuidelijke akker is het hoogteverschil met de naaste omgeving meer dan een meter. De hogere ligging is waarschijnlijk grotendeels ontstaan door plaggenbemesting. De dikte van het plaggendek varieert van 0,5 tot ca. 1,7 m. De diagonale hakhoutstrook ligt duidelijk lager. In de westelijke voorpootstrook zijn rabatten te zien. De plaats van de te verwachten boerderij (of boerderijen) is niet gevonden.
Gezien de diagonale hakhoutstrook en het tweetal akkers lijkt het erop alsof in deze rechthoek twee verschillende eigendommen (ieder met misschien een hoeve) actief waren. In de 18e-eeuwse verpondingscohieren is hier inderdaad sprake van twee hoeven: de Leeuwerikhoeve en de Gelukhoeve. De vraag is dan of de boerderijgebouwen in
161 Archis waarneming 139605; Beex 2008.
95
deze kamp stonden of elders, zodat deze kamp voor die boerderijen slechts extra, maar onbewoond, akkerland betekende. Het blijft dus onduidelijk wanneer deze kamp aangelegd en ontgonnen werd. Dat kan vanaf de dertiende eeuw zijn, maar ook veel later, bijvoorbeeld in de 16e of 17e eeuw. In het eerste geval werd het dikke akkerdek ter plaatse ontwikkeld, in het tweede geval moet er veel grond van elders aangevoerd zijn om de akkers op te bouwen. In Duizel werd zoiets vastgesteld bij de Elzenbroeken: een middeleeuwse kamp met onbewoonde hooilanden die na 1800 opgehoogd werd tot een akker waarvan de bodemkundigen het karakter als “enkeerd” interpreteerden. 162 De kamp Leeuwerikhoeve is het resultaat van een uitgifte van gemeentegrond. Dergelijke uitgiften kwamen in Vessem rond 1700 af en toe wel voor.163 De waardering van deze complete ontginningskamp (met wal, akkers en voorpootstrook) in termen van (fysieke) kwaliteit, zichtbaarheid, cultuurhistorische waarde, ensemblewaarde en zeldzaamheid is hoog. Ofschoon een gedeelte van het monument ten offer is gevallen aan de ruilverkaveling, is datgene wat rest nog dermate goed herkenbaar dat het monument over het geheel genomen nog in zeer redelijke staat verkeert. Er mag worden aangenomen dat grondsporen, en dan in het bijzonder de sporen van de eerste ontginning en eventuele bewoning, onder het plaggendek goed zijn bewaard.
Daarbij is niet uitgesloten dat hier in de ondergrond ook nog sporen uit de prehistorie schuilgaan. Het gebied leent zich voor toeristisch-recreatieve en educatieve ontsluiting. Ook herstel van de omwalling en greppels is mogelijk. In de directe nabijheid bevindt zich nog een aardkundig verschijnsel, het profiel van de zandgroeve Vessem. Het is aan te raden een bosbeheersplan op te stellen mede vanuit cultuurhistorisch oogpunt. DNA-onderzoek van het hakhout (de diagonale strook hakhout!) kan daarvan onderdeel uitmaken.164
Doorgegroeid hakhout op de wal. FOTO B. BEEX.
Daar waar ooit de Leeuwerikhoeve met akkers en weilanden lag, is tegenwoordig bos, maar er zijn duidelijk nog oude perceelsgrenzen te herkennen (november 2010). Uit grondboringen ter plaatse blijkt dat er een dik plaggendek aanwezig is. FOTO B. BEEX.
162 Leenders 2014. 163 Brabants Historisch Informatiecentrum Den Bosch, archief van de Leen en Tolkamer (toegang 8), inv.nr. 46: 14 oktober 1700: Reactie op een rekest van de regenten van Vessem die een octrooi verzoeken tot verkoop van delen uit hun gemeijnt tegen betaling van een redelijke recognitiecijns. 164 Beex 2008.
96
19.4 Klooster Typisch kloostergebouw als centrum van het landgoed. 19. 5 Laan Met bomen beplante meestal kaarsrechte weg. Soms aan iedere zijde twee of zelfs drie rijen bomen. Rond 1700 werden ook dennen als laanboom gebruikt. 19.6 Landgoedgebied Het totale landgoedgebied, inclusief boerenland en bossen. 4.19.6.001 Landgoed Duysels Hof De kaarten tot en met 1883 tonen hier enkele weiden met in de hoek een hoevetje. De kaart van 1898, bijgewerkt tot en met 1917 toont het landgoedje wel. De kaarten lopen blijkbaar flink achter, want het landhuis (“kasteel”) werd in 1863 gebouwd voor Victor A.M. van de Schriek. Het landgoed zal in dezelfde tijds aangelegd zijn. Tussen 1866-1873 werd het verhuurd aan diverse personen en in 1873 werd het gekocht door Paul Emile Maria Baron de Cartier de Marchiennes. Van der Heijden beschreef het landgoed in 1966 als volgt: ‘Het is niet groot, noch groots. Niet lang na 1850 is het gebouwd en het draagt daar in zijn stijl de sporen van. Toch, in het geheel van tuin en park doet het kasteel wel waardig aan.’165 Paul Emile Marie baron de Cartier de Marchiennes vertoefde er af en toe, meest tijdens het jachtseizoen. Daarna werd zijn zoon, Emile Ernest baron de Cartier de Marchiennes, eigenaar van het buitengoed. Van der Heijden: ‘Als de Belgische diplomatieke dienst hem vrije tijd gunt, volgt hij in deze contreien zijn grote hartstocht, de jacht.
In het seizoen is het kasteel uitvalsplaats van soms grote jachtstoeten, van de baron en familie en vrienden, waaraan de Duizelsen zich vergapen. De stropers onder hen laten het daarbij niet zitten: eens vindt de baron zijn jachthonden vergiftigd. Des heren De Cartiers jachtterrein beslaat in de gemeente 500 ha.; hij pacht elk jaar het jachtrecht op alle gemeentegronden. Maar in Netersel, Vessem, Eersel, Hoogeloon en Veldhoven komt daar nog eens 1500 ha. bij . In Duizel is de baron de grootste particuliere grondbezitter, met 23 ha. bouwland en bos, die hij voor een deel zelf laat exploiteren, voor een ander deel verpacht aan Duizelse boeren. Zo is hij in de gemeenschap een notabele figuur, al blijft hij er wel wat buiten staan doordat hij meestal elders is, van Washington tot Peking, en door zijn Franstalige hofhouding.’166 In 1937 wordt het “kasteel” met twee boerderijen, oppasserswoning, bossen en landerijen verkocht. Het werd afgebroken in 1965. In 1996 kreeg het landgoed een nieuwe eigenaar. Het oorspronkelijke kasteelpark was nog wel aanwezig, maar verkeerde in slechte staat. Om Duysels Hof weer het aanzien van een landgoed te geven werden een boerderij en de omliggende gronden aangekocht. Het totale terrein omvatte meer dan 20 ha. De na 1965 gebouwde villa werd vervangen door een klassiek ogend landhuis en de boerderij werd omgevormd tot een privéstoeterij.
Het voormalige kasteelpark en bijbehorende landerijen werden in bijpassende stijl ingericht. Er kwam een inrichtingsplan voor Duysels hof waarbij eerst werd gekeken welke historische elementen van het park behouden moesten blijven. Dit gold met name voor de oude kasteeltuin. Kenmerkend voor het landgoed bleven de volwassen, exotische bomen: de moerascipressen met luchtwortels bij de vijver, de grote treurbeuk en een aantal monumentale eiken en beuken. Aangezien deze bomen de ruimte hadden, zijn ze in de loop van de geschiedenis flink uitgegroeid. De lanen van het landgoed zijn eveneens karakteristiek, zoals de Dreef naar de Hint, met zijn oude eiken. 4.19.6.002 Hertheuvel In 1653 was de abdijhoeve Hertheuvel nog echt een landbouwbedrijf. Naarmate er meer bossen bij kwamen en paden tot lanen werden, kreeg het meer een landgoedkarakter In de editie 1953 van de topografische kaart zijn de bossen verdwenen en ontgonnen, maar de laantjes zijn er nog. Die zijn in de jaren daarna geleidelijk tot gewone paden vervallen zodat het karakter van landgoed geheel verloren ging. 165 Van der Heijden, 1966, 18. 166 Van der Heijden, 1966,18.
97
19.7 Landhuis Het centrale landhuis, dat alle mogelijke bouwstijlen kan vertonen. Het landhuis kan in gebruik (geweest) zijn als klooster. 4.19.7.001 Kasteel Duizels Hof Landhuis van het Duizels Hof. Gebouwd 1863, gesloopt 1965. Kasteel te Duizel, gebouwd door Victor A.M. van de Schriek in 1863. Tussen 1866-1873 verhuurd aan diverse personen, in 1873 gekocht door Paul Emile Maria Baron de Cartier de Marchiennes. In 1937 wordt het Kasteel te Duizel met twee boerderijen, oppasserswoning, bossen en landerijen verkocht. Afgebroken in 1965. Park 4,78 ha. Bij de ingang aan de Provinciale Weg stonden twee kastanjebomen en twee zuilen met leeuwen daarop. Uitgang van het park aan de zandweg naar Eersel had een ijzeren poort die in de volksmond “De Blauwe Poort” werd genoemd. Het park heet nu (1990) “Duysels Hof”. De boerderij (nu 1990 café “Den Aord”) werd bewoond door de bedrijfsleider. In het park een vijver, een paar theehuisjes en een ijskelder (bestaat nog, gedeeltelijk ondergronds, gemetseld gewelf. Engelse tuin van 5,60 ha. aan de overzijde van de Provinciale Weg met veel exotische bomen. In 1932 schonk de baron 168 ha. heide tussen Eersel en Hapert aan de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, nu Cartierheide genoemd.167 Bij dit kasteel hoort een imposant landgoed Duysels Hof. Zie 4.19.6.001.
Afbeelding: Het kasteel te Duizel (naar Dams e.a. 1989).
167 Dams e.a. 1989,273 + Dams e.a. 1989,87; Vrijheid aan de Run, 1948,75; Wintermans 1990, 20; Brock 1978, p. 229; Thijssen 2003.
98
4.19.7.002 Duizel, “Het Kasteel” “Kasteel” of stenen huis te Duizel in de Groenstraat bewoond door ridder Hendrik van Eyck. 1650: “een steenen huys met twee schurren, stallen en bouhuys, geleghen in de parochien van Duysel”. Rond 1900 waren de grachten nog aanwezig.168 De kadasterkaart toont er een tuin van 70 bij 30 meter met daarin een huis van 16 bij 7 meter. Reusachtig groot was het dus niet. In 1930 waren de grachten gedempt, maar stond er nog een huis. 4.19.7.003 De Hoge Hees, Hees 12-12a. Landhuis "De Hoge Hees", later villa Mirandolle. Zie verder 4.31.1.029 Woonhuis.
19.8 Omgrachte hoeve Sommigen groeiden uit tot kasteeltje, de meesten ‘degradeerden’ tot boerderij (veelal zijn de grachten helemaal of gedeeltelijk gedempt). 19.9 Ontginningsstructuur Meestal rechthoekige landinrichting die gevormd werd bij ontginning, waarin toen direct al of later een landgoed gevormd is. 19.10 Zichtlijn Lijn waarlangs men in de verte uitziet op een bijzonder object: een beeld, kapel, kerktoren, molen... Deze lijn valt vaak samen met een laan. 4.19.10.001 Zichtlijn Stokkelsche Akkers – St. Willibrorduskerk, Eersel
Afbeelding: zicht op de kerktoren van Eersel vanaf de Hazenstraat (Google streetview 2019). 4.19.10.002 Zichtlijn De Run – kerktoren Steensel 4.19.10.003 Zichtlijn Eindhovenseweg – kerktoren Steensel 4.19.10.004 Zichtlijn Grootakker - Kerkweg – St. Lambertuskerk Vessem 168 Vrijheid aan de Run, 1948, 74.
99
4.19.10.005 Zichtlijnen Groenstraat - De Nie – St. Willibrorduskerk Wintelre
Afbeelding: zicht op de kerktoren van Wintelre vanaf De Nie (Google streetview 2019).
19.11 Park Gebied met bomen en struiken, doorsneden met paden. In het park kun je follies aantreffen. Veelal speciaal vormgegeven. Soms zijn sporen van meerdere stijlen herkenbaar, want het park werd af en toe aan de nieuwste mode aangepast. 4.19.11.002 Park Kasteel Duizelshof169 Park van het verdwenen kasteel te Duizel.170 Het kasteel stond in een 4,78 hectare groot park. In de kasteeltuin zijn behalve bos en bossages ook enkele open plekken. Er is een vijver aangelegd en er zijn een paar theehuisjes gebouwd. Ook laat de eigenaar Van de Schrieck een ijskelder bouwen, die nog steeds bestaat.171 Bij de ingang aan de Provinciale Weg stonden twee kastanjebomen en twee zuilen met leeuwen daarop. Uitgang van het park aan de zandweg naar Eersel had een ijzeren poort die in de volksmond “De Blauwe Poort” werd genoemd. Aan de andere kant van de Provinciale weg laat Van de Schrieck een 'Engelse tuin' met een oppervlakte van circa 5,6 hectare aanleggen, een parkachtig bos met vele exotische bomen zoals kurkeiken en catalpa's. Engelse tuinen zijn typerend voor de negentiende eeuw, de tijd van de romantiek.
Zij staan in scherp contrast met de Franse 'classicistische' tuinen met hun symmetrische vormen, gebaseerd op het achttiende-eeuwse rationalisme, zoals bekend van bijvoorbeeld Paleis Het Loo en Versailles.172 Vanaf 1996 werden diverse tuinonderdelen van Duysels Hof heraangelegd en toegevoegd. Er is ruim 45.000 m2 meter gazon aangelegd, 4.550.000 liter water in het ‘Grand Canal’ gepompt, meer dan 500 volwassen bomen en 650 nieuwe Rododendrons geplant en zijn zo’n 100.000 bloembollen de grond in gegaan. En dat is slechts een kleine greep uit de vele werkzaamheden die zijn uitgevoerd 169
J. Verhoog, 2002: Duysels Hof: Geschiedenis van een landgoed en zijn bewoners (uitgave VDL Groep). 170 Dams e.a., 1989, 212. 171 Verhoog, 2000, 14-16. 172 Verhoog, 2000, 14-16.
100