CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[23.20715] - Bijlage 3 Overzicht waardevol Cultureel Erfgoed Eersel

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente EerselBij agendapunt: Actualisatie erfgoedverordening en erfgoedkaarten gemeente Eersel36.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bijlage 3: Catalogus Cultuurhistorische Inventarisatie Erfgoedkaart Eersel

Herziene versie van rapport (2012): Kempisch erfgoed in beeld. Een regionale erfgoedkaart voor de Kempen- en A2 gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot, Reusel-De Mierden, Waalre, Valkenswaard, Cranendonck en Heeze-Leende

1

Inhoud Uitleg erfgoedkaart en leeswijzer 1. Inventarisatie fysieke landschap – Eersel 1.1. Algemeen 1.2. De kaart voor Eersel 1.3. Werkwijze bij het maken van het fysieke landschap 1.4. De kaart van het fysieke landschap Thema: 1 Lage zandgronden Thema: 2 Lage dekzandruggen Thema: 3 Hoge dekzandruggen Thema: 4 Duinen en stuifkoppen Thema: 5 Laagte op het Hoge Thema: 6 Dalen op het Hoge Thema: 7 Beken Thema: 8 Moeren op het Hoge Thema: 9 Heide Thema 10 Niet aanwezig in Eersel Thema: 11 Restbossen 2. Inventarisatie historisch landschap – Eersel 2.1 Algemeen 2.2. Thema’s Thema: 12 Oude infrastructuur Thema: 13 Doorgaande wegen Thema: 14 Lokale wegen Thema: 15 Gegraven waterlopen Thema: 16 Molens Thema: 17 Gehuchten Thema: 18 Heerlijkheden Thema: 19 Landgoederen Thema: 20 Bosbouw Thema: 21 De oude Akkers Thema: 22 Ontginningen Thema: 23 De beemden Thema: 24 Bestuurlijk Thema: 25 Militair Thema: 26 Kerkelijk Thema: 27 Meubilair Thema: 28 Grondstofwinning Thema: 29 Industrieel Thema: 30 Woonwijken Thema: 31 Historische (steden)bouwkunst 3. Inventarisatie archeologisch landschap - Eersel Thema: 32 Bewoning Thema: 33 Cultus/heiligdom Thema: 34 Begraving Thema: 35 Infrastructuur Thema: 36 Agrarische productie Thema: 37 Grondstofwinning Thema: 38 Industrie en nijverheid Thema: 39 Depot Thema: 40 Onbekend Bibliografie Eersel

3 5 5 5 7 11 11 11 11 12 15 18 20 22 24 27 30 30 36 36 40 53 62 63 73 83 92 103 106 115 121 124 132 138 174 204 208 219 220 302 303 352 358 390 400 404 405 411 415 483

In tekst: Exacte locatie onbekend.

2

Uitleg erfgoedkaart en leeswijzer In deze catalogus worden de resultaten van de inventarisatie van de erfgoedkaart van Eersel beschreven. De erfgoedkaart is een GIS-kaart met een groot aantal lagen, die grofweg zijn ingedeeld naar landschap, historie en archeologie. Binnen deze hoofdindeling zijn de geinventariseerde gegevens verder onderverdeeld naar thema en naar type gebied of object (ofwel subthema genoemd). Bij ieder thema en subthema wordt een korte toelichting gegeven. Daarop volgt de inventarisatie van objecten en gebieden, geordend per thema en subthema. Elk object of gebied bezit een eigen “Uniek nummer” dat als volgt is opgebouwd: gemeentenummer.themanummer.subthemanummer.volgnummer (bijv. 1.14.4.085). Alle objecten en gebieden zijn in de beschrijving van deze catalogus genummerd en deze nummers komen als oproepbare labels op de erfgoedkaart terug, voorafgegaan door het sub-themanummer, het themanummer en het gemeentenummer. Vanaf de kaart kan een object dus snel worden teruggevonden. De beschrijving van ieder object geeft minimaal een identificatie, vaak een korte beschrijving en soms een uitvoerige behandeling. In een aantal gevallen wordt (via de voetnoten) naar verdere literatuur verwezen. Voor het overige wordt stilzwijgend verwezen naar het informatiesysteem van het regionaal archief, waarmee op adres zowel literatuur als afbeeldingen gevonden kunnen worden.

In principe krijgt ieder thema één laag, maar als daarbij meerdere dimensies (punt, lijn, vlak) betrokken zijn, zijn het even zovele kaartlagen. Als die lagen met oplopend nummer gestapeld worden en binnen ieder thema de punten boven de lijnen en die boven de vlakken, wordt in de meeste gevallen een goed beeld verkregen. Wel is het zo dat het beeld bij kleinere schalen snel erg vol loopt. Het is dan zaak enkele lagen "uit" te zetten. Al deze lagen worden het best bekeken op de ondergrond van de reconstructie van het fysieke landschap. In hoofdstuk 1 wordt de reconstructie van het natuurlijk landschap in Eersel beschreven voordat de middeleeuwse mens daarin grote ingrepen deed. Deze lagen zijn genummerd thema 1 tot en met 11. In hoofdstuk 2 wordt een reconstructie van het historische landschap in Eersel beschreven, zoals dat onder invloed van de mens tot stand kwam. Deze groep omvat de lagen 12 tot en met 31. Naast veranderingen in het landschap na 1830 is ook de uitgroei van de dorpen en de industrialisatie hier in meegenomen. Diverse (sub)thema’s kunnen in de toekomst nog verder uitgewerkt worden, waaronder bijvoorbeeld de wegen en groenstructuren. Er kunnen zich echter ook nieuwe thema’s voordoen of thema’s die nu nog niet aan de orde zijn gekomen, waaronder het immateriële erfgoed zoals tradities en voorwerpen.

De catalogus is dan ook zo opgezet dat het systeem makkelijk aan te vullen is, mocht dat nodig zijn. In hoofdstuk 3 wordt tot slot het archeologisch (niet-zichtbare) erfgoed beschreven, in de thema’s 32 tot en met 40. De volgende pagina geeft een totaal overzicht van alle mogelijk voorkomende thema’s en subthema’s in de Kempen.

3

Thema’s en subthema’s die voor de A2 en de Kempengemeenten van toepassing (kunnen) zijn: Thematische indeling fysisch landschap 01 Lage zandgronden 1. Lage zandgronden

02 Lage dekzandruggen 2. Lage dekzandruggen

03 Hoge dekzandruggen 3. Hoge dekzandruggen

04 Duinen en stuifkoppen 1. Akkerrandwal 2. Duin 3. Kamduinen 4. Uitblazingslaagte 5. Fort

05 Laagte op het Hoge 1. Pingo-ruïne 2. Andere laagte

06 Dalen op het Hoge 1. Dal 2. Rijt

07 Beken 1. Beekloop 2. Oude meander 3. Overstromingsgebied

08 Moeren op het Hoge 1. Ven 2. Moeras 3. Veengebied, actueel 4. Veengebied, verdwenen 5. Wijstgronden

09 Hei 1. Hei in 1840 2. Hei in 1900 3. Hei in 1930 4. Hei in 1950

10 Grote structuren 11 Restbossen 1. Tektonische breuk 1. Restbos 2. Geologische eenheid 2. Ecologisch oud bos 3. Waterscheidingen 4. Midden-Brabantse dekzandrug

16 Molens 1. Windmolen 2. Watermolen 3. Rosmolen

17 Gehuchten 1. Groot dorp 2. Klein dorp 3. Groot gehucht

18 Heerlijkheden 1. Kasteel 2. Hoofdhoeve 3. Hoeve

19 Landgoederen 1. Gracht 2. Herberg 3. Hoeve

20 Bosbouw 1. 1500-1750 2. 1750-1850 3. 1850-1900

21 Oude akkers 1. Akkerwal 2. Besloten akker 3. Open akker

4. Haven 5. Gracht 6. Sluis

4. Torenmolen 5. Motormolen 6. Molenbiotoop 7. Molenberg 8. Molenwiel 9. Molenvloed 10. Watervluchtmolen 11. Water- en windmolen

4. Klein gehucht 5. Huizengroep 6. Verspr aan str 7. Compact aan str 8. Verspreid

4. Heerlijkheid 5. Relatie 6. Voorhof 7. Kasteelboerderij

4. Klooster 5. Laan 6. Landgoedgebied 7. Landhuis 8. Omgrachte hoeve 9. Ontginningsstructuur 10. Zichtlijn 11. Park 12. Tuin 13. Vijver 14. Villa 15. Wal 16. Overig

4. 1900-1930

4. Steilrand

31 Historische bouwkunst 1. Woonhuis 2. Boerderij 3. Villa 4. 5. Cafe Woonhuis met

Thematische indeling historisch 12 Oude infrastructuur 1. Pre-historische wegen 2. Romeinse wegen 3. Voorde 4. Middeleeuwse hoofdweg

13 Doorgaande wegen 1. Doorgaande weg 2. Halte 3. Oude rijksweg

14 Lokale wegen 1. lokale weg 2 Voorde / brug

4. Railweg 5. Trekpad 6. Veer 7. voorde / brug 8. Plein 9. Poort 10. Spoorbrug 11. Tol(huis) 12. Holle weg 13. Jaagpad 14. Grenspost 15. Laanbeplanting

15 Gegraven waterlopen 1. Kanaal 2. Molenloop 3. Sloot

22 Ontginningssystemen 1. Veenontginning 2. Beekdalontginning 3. Bosontginning 4. Heideontginning

23 De beemden 1. Bocht 2. Dijk 3. Dijkputten 4. Dijksloot

24 Bestuurlijk 1. Galg 2. Gemeynte 3. Gevangenis 4. Grensmarkering

25 Militair 1. Begraafplaats 2. Blokhuis 3. Boerenschans 4. Fort

26 Kerkelijk 1. Kerk 2. Begraafplaats 3. Calvarieberg 4. Graf

27 Meubilair 1. Bijzondere boom 2. Fontein 3. Gedenkteken 4. Hek

28 Grondstofwinning 1. Boerenkuil 2. Peelbaan 3. Turfhok 4. Turfvaart

29 Industrieel 1. Arbeiderswoning 2. Brouwerij 3. Directeurswoning 4. Fabrieksgebouw

30 Woonwijk 1. Arbeidersbuurt 2. Company-town 3. Lintbebouwing 4. Stationswijk

5. Populierenlandschap 6. Streepjesverkaveling

5. Eendenkooi 6. Hek

5. Raadhuis 6. Rechtbank

5. Kazemat 6. Linie

5. Heiligenbeeld 6. Kapel

5. Kinderkolonie 6. Poel

5. Moerput 6. Uitgelaagd perceel

5. Fabrieksterrein 6. Gezondheidszorg

7. Voorpootstrook 8. Zandontginning 9. Ruilverkaveling

7. Hooiland 8. Keetveld 9. Schouwsloot 10. Sluis 11. Wiel 12. Vloeiweiden

7. Schepenbank 8. Vrijheid 9. Diversen

7. Militair complex 8. Militair oefenterrein 9. Schans 10. Schietveld/berg 11. Schijnboot 12. Schootsveld 13. Tankgracht 14. Vesting 15. Vliegveld 16. Oefenlokaal 17. Landweer 18. Wal

7. Kapelleke 8. Klooster 9. Kloosterterrein 10. Kruiseik 11. Kruisweg 12. Lourdesgrot 13. Pastorie 14. Patronaat 15. Religieus groen 16. Schuilkerk 17. Seminarie 18. Stokske 19. Wegkruis 20. Mirakelkuil 21. Luihuis

7. Pomp 8. Schaapskooi 9. School 10. Sportterrein 11. Straatmeubilair 12. Ven 13. Ziekenhuis 14. Verhalen 15. Gasthuis/armenhuis 16. Kiosk 17. Waterput 18. Bank 19. Winkel 20. Gemeenschapshuis 21. Herberg 22. Hotel/restaurant

7. Zandwinput 8. Stuifzandwinning 9. Leemput 10. Steenoven 11. Droogloodsen 12. Waterputtenweg 13. Pompgebouw 14. Watertoren 15. Visvijvers 16. Vismarkt 17. Turfwinning

7. Hoge schoorsteen 8. Hopeest 9. Kantorenpark 10. Klokkengieter 11. Leerlooierij 12. Loods/pakhuis 13. Onderwijs 14. Pottenbakkerij 15. Smidse 16. Vlasrootput 17. Weverij

5. Tuinwijk 6. 7. Villawijk Wederopbouwwijk 8. Woonwijk

34 Begraving 1. Grafheuvel 2. Grafheuvelveld 3. Urnenveld 4. (Vlak)graf 5. Grafveld 6. Kerkhof 7. Rijengrafveld 8. Onbepaald

35 Infrastructuur 1. Weg 2. Brug/voorde 3. Percelering/ verkaveling

bedrijfsruimte 6. Bakhuis 7. Schuur/bijgebouw 8. Koetshuis 9. Varia

Thematische indeling archeologisch 32 Bewoning (inclusief 33 Religie verdediging) 1. Romeinse villa 1. Kerk 2. Kasteel 2. Kapel 3 Kamp 3. Klooster 4 Schans 4. Cultusplaats/ 5 Wal/omwalling heiligdom/tempel 6 Nederzetting 7 Borg/Stins/Versterkt huis 8 Moated site 9 Landweer 10 Onbepaald

36 Agrarische productie en voedselvoorziening 1. Akker/(moes)tuin 2. Celtic Field 3. Veekraal/ schaapskooi

37 Grondstofwinning 1. Kleiwinning 2. IJzerertswinning 3. Turfwinning

38 Industrie en 39 Depot nijverheid 1 Metaalbewerking 1. Depot 2 Pottenbakkerij 2. Muntvondst 3 Steen/ pannenbakkerij 4 Vuursteenbewerking 5 (Houts)koolbranderij 6 Leerlooierij 7 Bierbrouwerij 8 (Water)molen 9 Onbepaald

40 Onbekend 1. Onbepaald

4

1. Inventarisatie fysieke landschap – Eersel K.A.H.W. Leenders

1.1. Algemeen Op de kaart van het fysieke landschap wordt weergegeven hoe het landschap gestructureerd was eer de mens daar gericht belangrijke wijzigingen in aanbracht. Deze kaart is vooral van belang voor het inschatten van archeologische potenties en als basis voor de historisch-geografische ontwikkeling. Met een historisch-landschappelijke analyse is het ook mogelijk om de huidige verstedelijkte gebieden in de regio qua bodem te inventariseren. Voor die bewerking wordt uitgegaan van de oude topografie en de samenhang tussen landschappelijke structuren uit 1838 met geomorfologische en bodemkenmerken, zoals die juist buiten het stedelijke gebied aanwezig zijn. Verdere verfijning kan worden verkregen door gebruik te maken van de digitale hoogtegegevens. Omdat echter de mens in het landschap altijd al aan het werk is geweest, zowel door directe ingrepen als door gevolgen van ingrepen elders kan bij het tekenen van de historisch-landschappelijke kaart onmogelijk een vast jaartal aangehouden worden.

1.2. De kaart voor Eersel Basismateriaal wat gebruikt is: Geomorfologische kaart 1:50.000 Bodemkaart 1:50.000 AHN: Actueel Hoogtebestand Nederland (2004, per 5 meter een meting) Kadastrale minuutplans Duizel (1828), Vessem (1830) en Eersel (1828?) Topografische kaart 1:25.000 (1837-1838) Topografische kaart 1:50.000 (verkleining van vorige, met fouten!) Topografische kaart 1:25.000 (ca 1900) TOP10-vectorkaart (2008?). Meierijkaart Verhees (1794) De relatieve hoogtekaart Ten behoeve van het opstellen van de kaart van het fysieke landschap is een relatieve hoogtekaart vervaardigd, uitgaande van de AHN-gegevens. De AHN heeft op het platteland de gebouwen weg gefilterd, maar in woonkernen groter dan 100 hectare niet. Daar zien we dus ook de hoogte van de gebouwen en daar zijn we niet in geïnteresseerd. De eerste bewerking bestond er daarom uit om die gebouwen alsnog uit te filteren. Daartoe is van ieder vierkant van 25 hoogtemetingen de laagste waarde toegekend aan het middelste meetpunt. De meeste huizen verdwijnen zo, maar grote gebouwen blijven zichtbaar. Die meetpunten zijn gewoon weggelaten (“no data”). Het resultaat is dat de terreinen van de grote woonkernen nu een hoogtebeeld tonen dat aansluit bij dat van de omgeving. Vervolgens is de globale hoogteligging van Eersel en omgeving bestudeerd op een kaart met verschillende kleuren per 2 meter hoogteverschil.

Het westelijke deel van het gebied blijkt noordwaarts af te hellen, wat ook overeenkomt met de algemene richting van de belangrijkste beekdalen daar. Maar ten oosten van de coördinaat X=150.000 helt het terrein eerder in noordoostelijke richting af. Het hoogtemodel bestaat daarom uit twee delen.

5

Door meting in de AHN zijn vervolgens de parameters voor een referentievlak bepaald: West van X=150.000: Zref = (Y - 387500) * ( -0,0912) + 1850 Oost van X=150.000: Zref = (Y - 387500) * ( -0,0912) + 1850 – (X-150000) * 0,06 De relatieve hoogtekaart wordt berekend als het verschil tussen de echte terreinhoogte en het referentievlak: Zrel = Zahn – Zref

Relatieve hoogtekaart Eersel.. De geeloranje vlekken zijn relatief het hoogste; de paarse het laagste. De grenzen van de huidige gemeente Eersel zijn aangegeven met een donkerpaarse lijn.

6

1.3. Werkwijze bij het maken van het fysieke landschap Als uitgangspunt voor de kaart van het fysieke landschap is de geomorfologische kaart genomen. De ligging en begrenzing van de daar aangegeven terreintypen is vervolgens aangepast aan de hand van vooral de relatieve hoogtekaart en verder voor details met behulp van de kadasterkaarten en de het andere kaartmateriaal. Al doende zijn de moderne structuren, zoals autowegen, vuilhopen, afgravingen en bebouwde gebieden, uit de kaart verwijderd. Vanaf de oude kadasterkaarten werden de beken ingetekend: element “07 Beken” op de kaart. De beken werden stroomopwaarts niet verder getekend dan tot waar de kadasterkaart ze een min of meer natuurlijk (enigszins kronkelend) uiterlijk geeft. Op die beken sluiten vaak veel rechtere, ooit gegraven waterlopen aan die misschien wel in een oud dal of dalvormige laagte liggen, maar hier niet als “beek” zijn aangemerkt. De beekdalen zijn op de geomorfologische kaart meestal van een R-type. Al die R-typen zijn samengenomen en vervolgens is de begrenzing aangepast aan de AHN-gegevens en de oude kadasterkaart, waar dat nodig was. Deze bewerking leverde “06 Dalen op het Hoge”. Door controle tegen de kadaster- en topografische kaarten is een nadere verdeling tussen “dal” en “rijt” aangebracht. Enkele “dalen” zijn echter als “05 Laagten op het Hoge” geïnterpreteerd.

De volgende stap betrof het andere uiterste in het landschap: de stuifduingebieden. Ook deze kunnen op de geomorfologische kaart teruggevonden worden, maar hier leverde de relatieve hoogtekaart een belangrijke verrijking met details op. De bodemkaart (code Zd) diende als controle en de topografische kaart van 1840 en de kadasterkaart dienden om inmiddels afgegraven duinen terug te vinden en ze scherper te lokaliseren. Binnen de duingebieden komen allerlei kamduinen voor: soms paraboolvormig, soms langgerekt, soms helemaal rondlopend. Ook de laagten in het duingebied konden zo goed worden opgespoord. In een aantal gevallen moest de kadasterkaart en de oude topografische kaart voor aanvullingen zorgen. Deze bewerkingen leverde het onderdeel “04 Duinen en stuifkoppen” op. Van de geomorfologische kaart werden de dekzandruggen (3K14, 4K14) afgelezen. De categorie 3L5 Dekzandruggen met of zonder oud bouwland bleek vrijwel heel het gebied ten noordoosten van de Breuk van Vessem te betreffen en is daarom hier niet meegenomen. Aan de hand van de relatieve hoogtekaart, de oude kadasterkaarten en de topografie van 1838 werden deze vlakken waar nodig aangepast. Vervolgens werden de geomorfologische vlakken 4K14 (dekzandrug met meer reliëf) op de relatieve hoogtekaart gecontroleerd: vaak bleken dat de hoogste delen van de dekzandruggen te zijn.

Deze controle leverde nog enkele extra hoge dekzandruggen op. Aldus ontstonden de eenheden “02 Lage dekzandruggen” en “03 Hoge dekzandruggen”. Juist hier speelt het “invullen” van de gaten in de geomorfologische en bodemkaarten ter plaatse van de dorpskommen sterk. Daarbij is de AHN weer belangrijk, aangevuld met het oud kadaster en de op de topografische kaarten. De geomorfologische kaart geeft ook allerlei laagten aan die niet behoren bij dalen of duingebieden. Controle tegen de relatieve hoogtekaart, de kadasterkaart en de topografische kaart leverde de eenheid “Laagte op het Hoge”. In hoeverre hier of in de duingebieden “Pingo-ruïnes” voorkomen, kan op deze wijze niet vastgesteld worden: daarvoor is veldonderzoek nodig. De rest van het gebied kreeg op de geomorfologische kaart de typering 3L5: “dekzandruggen (met of zonder oud bouwland)” (3945 ha.), 3L12a: “terrasafzettingswelvingen met dekzand” (2358 ha) en 2M20a: “terrasafzettingsvlakte met dekzand” (1236 ha.). Deze gebieden zijn hier opgenomen als een soort restcategorie “01 Lage zandgronden”, voor zover ze hiervoor niet in een andere categorie zijn ondergebracht. De voorgaande elementen 01 t/m 06 beschrijven heel de bestudeerde oppervlakte. Het element 07 dat lijnvormig is, kan daarop geprojecteerd worden. 7

Als extra element is er dan nog “08 Moeren op het Hoge”. Allereerst zijn de vennen die op de kadasterkaart van 1828 getekend zijn ingetekend. Binnen Eersel zijn dat er 98 met een oppervlakte van 500 hectare. De drie grootste vennen (groter dan 40 hectare elk) lagen in het noorden van Wintelre. Ook de ven-indicatie moet over de bodem-indicatie geprojecteerd worden. Van inmiddels verdwenen venen blijkt op de moderne geomorfologische en bodemkaart niets meer. Wel worden daarop terreinen aangegeven waar nog steeds ondiep in de bodem of aan de oppervlakte een veenlaag of moerige laag aanwezig is. In Eersel zijn dat er 6, met een oppervlakte van 416 hectare. Het belangrijkste veengebied ligt in het dal van de Kleine Beerse. De geomorfologische kaart geeft ook “moerassige” gebieden aan, binnen Eersel 7 stuks met een oppervlakte van 38 hectare. Geheel verdwenen venen zullen via archiefonderzoek aangetoond moeten worden, maar hier wordt nu even volstaan met het benutten van de namen van de vennen uit 1828. Namen met daarin de elementen wit, zwart, goor, moer, turf, klot wijzen hoogstwaarschijnlijk op plekken waar ooit veen zat dat intussen opgeruimd is. Zo zijn er in Eersel 4 plekken genoteerd, samen bijna 14 hectare. er zijn echter heel veel vennen geweest en het is goed denkbaar dat in minstens een deel ervan ooit veen gezeten heeft.

Turfvaarten zijn hier niet geweest: de turf werd per kar afgevoerd. Andere vennen dragen namen die op leemwinning duiden. Opvallend is dat heel wat vennen op de topografische kaart niet vol water staan en dat die kaart weer enkele vennen tekent die op de kadasterkaart niet aangegeven zijn. Kennelijk was de waterstand lokaal nogal wisselend van jaar op jaar! Deze vennen zijn niet als mogelijk verdwenen veen geteld.

8

Dit is dan het resultaat:

9

Een totaaloverzicht van het fysische landschap van Eersel in cijfers: Thema nr. Thema Aantal Opp. (ha) Lengte (m) Sub nr. Sub-thema Aantal Opp. (ha) 1 Lage zandgronden 23 4988,60 2 Lage dekzandruggen 42 1209,58 3 Hoge dekzandruggen 20 347,13 4 Duinen en stuifkoppen 111 1066,48 4,2 Duin 23 772,62 4,3 Kamduinen 20 163,14 4,4 Uitblazingslaagte 68 130,72 5 Laagte op het Hoge 86 595,80 6 Dalen op het Hoge 13 1756,81 6,1 Dal 11 1713,29 6,2 Rijt 2 43,52 7 Beken 26 67526 8 Moeren op het Hoge 140 1026,43 8,1 Ven 120 550,18 8,2 Moerassig 7 37,96 8,3 Veen, actueel 6 415,60 8,2 Veen, verdwenen 7 22,69 Totaal

461

10991

67526

10

1.4. De kaart van het fysieke landschap

Thema: 1 Lage zandgronden Er zijn 23 vlakken aangegeven, met een gezamenlijke oppervlakte van 4989 hectare. Ze komen over het hele gebied verspreid voor. De vlakken zijn genoemd naar het dorpsgebied waarin ze voorkomen.

Thema: 2 Lage dekzandruggen Er zijn op 42 lage dekzandruggen aangegeven, die samen 1210 hectare beslaan. De grootste zijn alle gebruikt als dorpsakkers, maar ook de rug van Half Mijl (merendeels net buiten gemeente Vessem) valt in deze groep (alle groter dan 70 hectare): Kleine Akker Steensel, akkers van Vessem, Scherpenhering (bij Wintelre), Grote Akker Steensel, akker van Duizel, akkers Z van Knegsel en de Heesche Akker ten oosten van Eersel, die ruim 150 hectare groot was.

Thema: 3 Hoge dekzandruggen Er zijn 20 hoge dekzandruggen genoteerd, met een gezamenlijke oppervlakte van 347 hectare. Ook hiervan zijn de grootste alle in gebruik geweest als dorpsakker, met opnieuw de Heesche Akkers als grootste. Uniek nr 4.3.33 4.3.35 4.3.25 4.3.16

Naam Heesche Akker Scherpenhering akkers Z van Knegsel akker van Duizel

Opp. (ha) 100,88 44,52 33,99 27,10

Afbeelding: geologisch bodemprofiel met een doorsnee van een dekzandrug, zoals dat te zien is ten noorden van Vessem (november 2010).

11

Thema: 4 Duinen en stuifkoppen In deze categorie zijn drie subcategorieën onderscheiden: 23 duingebieden met een oppervlakte van 773 hectare; 20 kamduincomplexen met een oppervlakte van 163 hectare en 68 laagten die samenhangen met duinen en waarschijnlijk meestal uitblazingslaagten zullen zijn, samen 130 hectare groot. In totaal is zo 1066 hectare duingebied genoteerd. 4.1. Akkerrandwal Lang, smal maar hoog opgestoven zand op grens van hei en oude akkers, vaak begroeid met wat zielige eiken, maar soms ook hele stevige. Het naastliggende ex-heide gebied vaak begroeid met dennen; de akker hopelijk nog akker. Ontstaan door instuiven van akkerwal. 4.2 Duin Duinen zijn door de wind in het vrije opgeblazen hopen stuifzand. Soms een heel chaotisch golvend gebied. Het grootste duingebied ligt in het zuidwesten ten noorden van Witreit (169 hectare), het op een na grootste ligt ten zuiden van Knegsel (120 ha). Ten noorden van de gemeente ligt het uitgestrekte duinengebied van de Oirschotse Heide, dat hier niet meetelt maar wel op de kaart is aangegeven. Uniek nr 4.4.2.19 4.4.2.242 4.4.2.159 4.4.2.130 4.4.2.21 4.4.2.153 4.4.2.249 4.4.2.209 4.4.241 4.4.2.11 4.4.2.10 4.4.2.261 4.4.2.133 4.4.2.142 4.4.2.252 4.4.2.227 4.4.2.123 4.4.2.256 4.4.2.259 4.4.2.132 4.4.2.257 4.4.2.141 4.4.2.150

Naam Noord van Witreit Zuid van Knegsel Molenbergen (Oerle) Buikse Heide Bij de Heester Molenbergen West van De Donk Oost van Steensel West van Vonder Eind Bij de Lantie (Molenbergen) Bij Kleine Akker Steensel Buikse Heide Buikse Heide Tussen Duizel - Steensel Oost van Vessem Bij de Doodsberg W van Knegsel W van Knegsel Buikse Heide W van Knegsel Buikse Heide Doodsberg

Opp (ha) 169,37 119,82 86,90 78,40 51,84 43,25 42,07 26,32 26,07 25,78 25,59 21,96 12,55 11,60 7,89 7,00 5,80 3,30 2,99 2,28 0,86 0,56 0,42

4.3 Kamduinen Duinen, maar dan in gebogen ruggen, eventueel mooie parabolen. Binnen de bogen liggen vaak uitblazingslaagten. De kamduinen zijn soms erg lang: 1 tot 2 kilometer komt hier voor. Vaak kronkelen ze omdat we eigenlijk met een reeks aaneengeschakelde paraboolduinen te maken hebben, waar dan inderdaad ook een reeks uitblazingslaagten bij hoort. Deze duinen kunnen van laat-glaciale ouderdom zijn, maar

12

ook laatmiddeleeuws en alle dateringen daartussen. Zonder detailonderzoek of vergelijking met archeologische sporen zijn ze niet te dateren. Uniek nr Naam Opp (ha) 4.4.3.145 Buikse heide 23,65 4.4.3.32 Bij de Heester 22,59 4.4.3.245 Zuid van Knegsel 22,12 4.4.3.253 W van Knegsel 13,43 4.4.3.31 Bij de Heester 10,81 4.4.3.173 Noord van Witreit 10,45 4.4.3.228 Rug lithse heide 9,44 4.4.3.246 Zuid van Knegsel 9,44 4.4.3.230 West van De Donk 8,08 4.4.3.156 Molenbergen (oerle) 7,83 4.4.3.260 Bussereindse heide 6,89 4.4.3.149 Buikse heide 5,51 4.4.3.140 Buikse heide 2,97 4.4.3.232 West van De Donk 2,75 4.4.3.152 Molenbergen 2,37 4.4.3.251 West van Vonder Eind 1,76 4.4.3.175 Noord van Witreit 1,72 4.4.3.208 Oost van Steensel 0,50 4.4.3.210 Oost van Steensel 0,48 4.4.3.211 Oost van Steensel 0,35 4.4 Uitblazingslaagte Plek waar het zand weggeblazen is, tot op een natte of stugge laag. Soms gevuld met een ven of een (ex-) veen. De 68 uitblazingslaagten zijn meestal klein, hun gemiddelde grootte is 2 hectare. De grootste is echter bijna 22 hectare, maar ligt deels in de gemeente Bladel. Combinaties van oude kamduinen en oude uitblazingslaagten lijken bij uitstek kansrijk voor sporen uit het Mesolithicum. Uniek nr.

Naam Opp (ha) 4.4.4.49 Bij de Heester 21,75 4.4.4.154 Molenbergen-huismeer 18,14 4.4.4.229 West van De Donk 9,77 4.4.4.51 Bij de Heester 7,36 4.4.4.151 Het wierkven 6,79 4.4.4.169 Noord van Witreit 5,58 4.4.4.53 Bij de Heester 4,37 4.4.4.134 Buikse heide 4,16 4.4.4.144 Buikse heide 3,30 4.4.4.167 Noord van Witreit 2,88 4.4.4.148 Buikse heide 2,61 4.4.4.158 Molenbergen (oerle) 2,38 4.4.4.174 Noord van Witreit 2,20 4.4.4.138 Buikse heide 2,19 4.4.4.215 Oost van Steensel 2,06 4.4.4.129 Buikse heide 1,95 4.4.4.231 West van De Donk 1,95 4.4.4.52 Bij de Heester 1,82 4.4.4.244 Zuid van Knegsel 1,73 4.4.4.139 Buikse heide 1,66 13

4.4.4.143 4.4.4.155 4.4.4.161 4.4.4.220 4.4.4.166 4.4.4.165 4.4.4.172 4.4.4.131 4.4.4.162 4.4.4.164 4.4.4.50 4.4.4.157 4.4.4.177 4.4.4.243 4.4.4.168 4.4.4.255 4.4.4.213 4.4.4.147 4.4.4.258 4.4.4.160 4.4.4.221 4.4.4.250 4.4.4.128 4.4.4.240 4.4.4.137 4.4.4.163 4.4.4.222 4.4.4.217 4.4.4.125 4.4.4.254 4.4.4.216 4.4.4.146 4.4.4.171 4.4.4.170 4.4.4.126 4.4.4.127 4.4.4.124 4.4.4.218 4.4.4.247 4.4.4.135 4.4.4.219 4.4.4.136 4.4.4.212 4.4.4.223 4.4.4.225 4.4.4.223 4.4.4.226 4.4.4.214

Buikse Heide Molenbergen (Oerle) Molenbergen (Oerle) Oost van Steensel Noord van Witreit Noord van Witreit Noord van Witreit Buikse Heide Molenbergen (Oerle) Noord van Witreit bij de Heester Molenbergen (Oerle) Noord van Witreit Zuid van Knegsel Noord van Witreit W van Knegsel Oost van Steensel Buikse Heide W van Knegsel Molenbergen (Oerle) Oost van Steensel west van De Donk Buikse Heide west van Vonder Eind Buikse Heide Molenbergen (Oerle) Oost van Steensel Oost van Steensel bij de Heester W van Knegsel Oost van Steensel Buikse Heide Noord van Witreit Noord van Witreit bij de Heester Buikse Heide bij de Heester Oost van Steensel Zuid van Knegsel Buikse Heide Oost van Steensel Buikse Heide Oost van Steensel Oost van Steensel Oost van Steensel Oost van Steensel Oost van Steensel Oost van Steensel

1,42 1,27 1,26 1,22 1,20 1,17 1,13 1,07 1,07 1,05 1,04 0,95 0,90 0,84 0,82 0,79 0,67 0,64 0,57 0,54 0,51 0,50 0,45 0,44 0,37 0,36 0,36 0,34 0,33 0,32 0,29 0,26 0,21 0,20 0,19 0,19 0,18 0,18 0,16 0,13 0,09 0,08 0,07 0,06 0,06 0,05 0,04 0,03

4.5 Fort Soort getuigeberg in verstoven gebied waarin de oude bodemopbouw nog aanwezig is, vaak bedekt door een bergje stuifzand. Niet aangegeven, want ze zijn alleen door veldverkenning te herkennen. 14

Thema: 5 Laagte op het Hoge Een niet-beekdal-laagte, het kunnen oude uitblazingslaagten zijn die in de laatste 1000 jaar niet meer stoven (in cultuurland, heide) maar ook erg oude beekdalen die tot ingesloten laagten werden doordat ze ergens door overstuiving met dekzand tot kom werden. Of rare gaten door smeltend ijs nagelaten etc. 5.1 Pingoruïne Een pingo is een bolvormige heuvel die ontstaat in een gebied met permafrost waar de hydrostatische druk van bevriezend grondwater zorgt voor het opheffen van een laag bevroren grond. Als het klimaat warmer wordt, bijvoorbeeld aan het einde van een ijstijd, blijft van een pingo een cirkelvormig meer of krater over die pingoruïne wordt genoemd. Veel pingoruïnes worden na het afsmelten van het ijs langzaam opgevuld met veen. In het gebied konden met de gebruikte methode geen pingo-ruïnes herkend worden. Omdat er kennelijk weldegelijk oude (dat wil zeggen tot in het Mesolithicum teruggaande) duinen zijn, kan niet uitgesloten worden dat er ook pingo-ruïnes zullen zijn. 5.2 Andere laagte Het gaat hier niet om uitblazingslaagte met randwal, maar om laagten in verder min of meer vlak gebied die meestal geen deel uitmaken van dalsystemen. Wel kunnen er stukjes dal tussen zitten die door latere zandverplaatsing afgesnoerd werden. Het gaat om maar liefst 86 laagten met een totaal oppervlakte van 596 hectare.

Deze laagten variëren sterk in grootte. De grootste liggen helemaal in het noorden, tegen de duinen van de Oirschotse Heide: de laagte van het Houtven en het Koemeer (86 ha) en de laagte waarin het Langven lag (61 ha) en die deels buiten de gemeente Eersel steekt. Veruit de meeste laagten liggen in het gebied tussen de dorpen Vessem en Wintelre. Uniek nr 4.5.2.112 4.5.2.122 4.5.2.87 4.5.2.111 4.5.2.108 4.5.2.19 4.5.2.77 4.5.2.105 4.5.2.49 4.5.2.115 4.5.2.95 4.5.2.98 4.5.2.96 4.5.2.59 4.5.2.110 4.5.2.81 4.5.2.75 4.5.2.127 4.5.2.100 4.5.2.63 4.5.2.61 4.5.2.73 4.5.2.17 4.5.2.130 4.5.2.107

Naam Houtven-Koemeer Langven Postelse Weijer Wintelreven bij De Vleut De Rooten bij Driehuis Lithse Heide Mostheuvel Aan Bruggenrijt Lithse Heide Lithse Heide Lithse Heide Lithse Heide Noord van Wintelre tussen Hoogcasteren-Knegsel Postelse Weijer (Eersel) De Aardborst Lithse Heide tussen Vessem-Half Mijl Lithse Heide De Rooten De Rooten Scherpenhering Lithse Heide

Opp (ha) 85,97 61,20 55,88 52,00 27,93 26,91 25,77 19,04 11,84 11,65 8,10 8,01 8,00 7,49 7,24 6,59 6,55 6,52 6,04 5,72 5,60 5,50 5,31 4,61 4,60 15

4.5.2.51 4.5.2.90 4.5.2.64 4.5.2.85 4.5.2.52 4.5.2.94 4.5.2.60 4.5.2.84 4.5.2.62 4.5.2.72 4.5.2.67 4.5.2.50 4.5.2.68 4.5.2.99 4.5.2.65 4.5.2.78 4.5.2.121 4.5.2.104 4.5.2.74 4.5.2.119 4.5.2.24 4.5.2.69 4.5.2.71 4.5.2.101 4.5.2.86 4.5.2.114 4.5.2.89 4.5.2.117 4.5.2.82 4.5.2.80 4.5.2.88 4.5.2.128 4.5.2.97 4.5.2.106 4.5.2.120 4.5.2.109 4.5.2.116 4.5.2.76 4.5.2.123 4.5.2.54 4.5.2.55 4.5.2.118 4.5.2.56 4.5.2.53 4.5.2.58 4.5.2.93 4.5.2.126 4.5.2.70 4.5.2.91 4.5.2.23 4.5.2.113 4.5.2.79

Rouwven Vluttersven tussen Vessem-Half Mijl tussen Hoogcasteren-Kneg Berkvennen Lithse Heide Lithse Heide tussen Hoogcasteren-Kneg Lithse Heide Aan Dalemseweg bij Driehuis west van Kleine Beerse tussen Hoogcasteren-Kneg Lithse Heide tussen Vessem-Half Mijl bij Driehuis Noord van Wintelre Lithse Heide achter de Rosheining Noord van Wintelre bij Driehuis Aan Dalemseweg Lithse Heide tussen Hoogcasteren-Kneg Noord van Wintelre tussen Vessem-Half Mijl Noord van Wintelre tussen Hoogcasteren-Kneg tussen Hoogcasteren-Kneg Halfmeilsven Half Mijl Lithse Heide Lithse Heide Noord van Wintelre Lithse Heide Noord van Wintelre De Rooten Beversven Rouwven Rouwven Noord van Wintelre Lithse Heide Berkvennen Lithse Heide Lithse Heide Bij de Doodsberg O van Duizel Lithse Heide tussen Vessem-Half Mijl Noord van Wintelre tussen Hoogcasteren-Kneg

4,59 4,55 4,48 4,22 4,21 4,13 4,08 3,94 3,71 3,64 3,62 3,61 3,60 3,53 3,18 3,10 3,04 2,97 2,79 2,64 2,49 2,49 2,39 2,08 2,06 1,92 1,90 1,90 1,78 1,73 1,61 1,58 1,34 1,34 1,34 1,32 1,30 1,26 1,23 1,21 1,19 1,12 1,06 1,05 1,05 1,04 1,00 0,90 0,69 0,65 0,63 0,60 16

4.5.2.102 4.5.2.129 4.5.2.66 4.5.2.83 4.5.2.92 4.5.2.103 4.5.2.125 4.5.2.124 4.5.2.57

Lithse Heide bij de Lantie tussen Vessem-Half Mijl tussen Hoogcasteren-Kneg Lithse Heide Lithse Heide Bij de Doodsberg Bij de Doodsberg Lithse Heide

0,55 0,39 0,37 0,35 0,34 0,27 0,23 0,18 0,17

17

Thema: 6 Dalen op het Hoge Normaler wijze beekdalen met beek, maar soms geheel gevuld met veen en dan (vroeger) beekloos. We onderscheiden: 6.1. Dal Langgerekt doorlopend dal. In het westen van Eersel ligt het zuid-noord gerichte dal van de Kleine Beerse of Stroom. Over een lengte van ruim 2 kilometer loopt dit dal buiten de gemeente. In het oosten van Eersel liggen noordoostwaarts gerichte dalen van de Steenselse Aa, de Gender en een beek die heel ambitieus De Dommel genoemd werd. Het dal van de Bruggenrijt bij Wintelre heeft dezelfde richting maar is veel smaller. Bovendien verdween het net buiten Wintelre in een vlakte, en nu in het vliegveld. In totaal zijn 11 dalen en zijdalen onderscheiden, met een totale oppervlakte van 1713 hectare. Uniek nr 4.6.1.3 4.6.1.30 4.6.1.29 4.6.1.32 4.6.1.28 4.6.1.36 4.6.1.35 4.6.1.34 4.6.1.38 4.6.1.39 4.6.1.31

Naam Kleine Beerse Steenselse Aa Gender Beemden Boksheide Poelenloop zijdal Rietven zijdal Aardborst NO van Duizel Bruggenrijt Leemskuilen oost van Steensel

Opp (ha) 696,63 341,04 209,99 128,67 95,60 76,74 54,74 49,55 42,36 13,48 4,49

In het kader van de ruilverkaveling werden de Gender, de Run en de Kleine Beerze met zijriviertjes verbreed. Er werd gekozen voor een enigszins kronkelend tracé. Bijna alle bruggen moesten worden vernieuwd, aantal stuwen gebouwd.1 Het beekje Bruggenrijt in Wintelre is de natuurlijke grens tussen Wintelre en Oerle.2

Afbeelding: Beekdal De Run bij de Hertheuvelsehoef (november 2010).

1 2

Dams, A., F.J.P. Huijbregts, J. Spoorenberg 1989, 288. Bijnen 1990, 87.

18

6.2 Rijt Begin van een beekdal, vaak in kwelzone, vaak moerassig of venig en met een afsnoering eer het eigenlijke dal begint.3 Aan de uitlopers van deze dalen en hun zijdalen kwamen rijten voor: plaatsen waar het water uit de bodem komt aan de kop van zo’n dal, wat meestal een erg natte plek opleverde. Ik heb er 2 onderscheiden met een gezamenlijke oppervlakte van 44 hectare, maar mogelijk levert een toponymische studie van het gebied nog een reeks andere rijten op! Uniek nr 4.6.2.37 4.6.2.8

Naam Dieprijt zuid van De Heuvel

Opp (ha) 36,96 6,56

6.3 Waterscheiding Vanuit de zuidwestpunt van Eersel over de Eerselse windmolen en dan verder pal noordwaarts loopt de waterscheiding tussen de beken van het Beerse-systeem en de beken die noordwaarts naar de Dommel stromen. Dwars daarop loopt er in de Oirschotse Heide een waterscheiding met het bekensysteem van Oirschot – Best.

3 Beex, 1964b.

19

Thema: 7 Beken De beken in Eersel zijn merendeels ‘genormaliseerd” ofwel rechtgetrokken. Op deze kaart is echter hun kronkelende gedaante weergegeven en dat op basis van de kadasterkaarten van ca 1828. Een probleem is de naamgeving van de beken, niet alleen hier maar in heel de Kempen. Soms verandert een beek al binnen één oude gemeente van naam, in de regel gebeurt dat zodra de beek een gemeentegrens oversteekt. Zo is de naam “Kleine Beerse” een meer regionale naam voor hetzelfde water dat binnen Eersel soms “De Stroom” heet. Omdat er zoveel beekjes zijn die “Aa” heten, voeg ik daar een kenmerkende plaatsnaam aan toe. Voor weer andere beekjes geeft de kadasterkaart geen naam. Daar is de naam ontleend aan latere topografische kaarten. Vaak heten de beken tegenwoordig wéér anders: hier staan dus de oude namen voorop! 7.1 Beekloop De eigenlijke natuurlijke beek. Op de kadasterkaarten is in de regel goed te zien tot waar een beek stroomopwaarts natuurlijk is (bochten!). Daarop sluiten dan gegraven, meestal rechte, waterlopen aan, aangelegd bij de ontginning van de heide. Die rechte stukken horen tot het cultuurlandschap. In totaal zijn 26 beken en beekjes onderscheiden, met een totale lengte van ruim 67 kilometer meestal binnen of op de grens van Eersel.

Uniek nr 4.7.1.40 4.7.1.4 4.7.1.45 4.7.1.43 4.7.1.42 4.7.1.35 4.7.1.37 4.7.1.23 4.7.1.9 4.7.1.27 4.7.1.25 4.7.1.24 4.7.1.34 4.7.1.30 4.7.1.29 4.7.1.31 4.7.1.28 4.7.1.46 4.7.1.33 4.7.1.38 4.7.1.36 4.7.1.44 4.7.1.39 4.7.1.26 4.7.1.32 4.7.1.41

Naam Steenselse Aa De Stroom of Kleine Beerse De Dommel Gender Duizelse Aa Diepreitse Waterloop (beek van Eersel) Biemeerse Loop Kleine Aa (Casteren) Duizelse Aa De Heze Bruggenrijt (bij de Heibloemsehoek) (bij de Weijer) (loopje Kort Kruis) (loop Bovenheuvel) (langs kerk Vessem?) (beekje bij Donk) (bij Stokkelen) (N van Schadewijk) (bij de voort) (bij Wolfshoek) (loopje bij Steensel) (beek van Eersel) (door de Eerdbrand) (beek van Eersel)

Lengte (m) 12796 8786 6207 5956 3741 3152 3057 2866 2502 2289 2260 1755 1532 1468 1270 1186 1088 938 910 794 785 632 567 355 346 288

7.2 Oude meander Reeds in een vroeg historisch of zelfs prehistorisch stadium afgesnoerde meanders. Vaak half open en half verland met veen of dichtgroeiende boerenkuilen. 20

7.3 Overstromingsgebied Soms belandt een beek in een erg vlak gebied waar amper nog van een dal sprake is: zo’n gebied kon gemakkelijk onder water schieten. Iets dergelijks ook bovenstrooms van bijna-afknellingen van beekdalen door dekzandruggen. Dergelijke overstromingsgebieden zijn wel eens “gecultiveerd” tot een “vloed” bij een watermolen. Die “vloed” noteren we bij het cultuurlandschap, het natuurlijke fenomeen van de overstromingsvlakte noteren we onder fysisch landschap.

21

Thema: 8 Moeren op het Hoge

Van deze moeren op het hoge blijkt op de moderne geomorfologische en bodemkaart niets meer. Ze zijn via archiefonderzoek gevonden en gereconstrueerd. Hierbij zijn de waterhoudende vennen volgens de kadasterkaarten alle opgenomen. Een aantal vennen draagt namen met de naam elementen “klot”, “wit”, “zwart” erin: daar is zeker turf gestoken of gebaggerd. Andere dragen namen die op leemwinning duiden. Opvallend is dat heel wat vennen op de topografische kaart niet vol water staan en dat die kaart weer enkele vennen tekent die op de kadasterkaart niet aangegeven zijn. Kennelijk was de waterstand lokaal nogal wisselend van jaar op jaar! 8.1 Ven Natuurlijk open water op oude kaarten, zoals kadaster. Hier gegraven poelen in het cultuurlandschap. Sommige vennen(groepen) werden omgebouwd tot viskwekerij. De vennen noteren bij fysisch landschap; de viskwekerijen bij cultuurlandschap. Vennen ontstonden deels door het leeggraven van met veen gevulde laagten. In veel vennen werd nog recent van de bodem “klot”, goeie turf, gewonnen. Er zijn 120 vennen opgenomen, met een totale oppervlakte van bijna 550 hectare. Enkele vennen strekken zich ook een eindje over de gemeentegrens uit.

De grootste vennen lagen in het noorden, tegen de Oirschotse Heide aan: Het Langven (51 ha), Het Houtven (44 ha), Het Wintelre Ven (42 ha), De Grote Koemeer (23 ha) en het grootste Aardborst-ven met bijna 20 hectare. De 20 grootste vennen: Uniek nr Naam 4.8.1.265 Het Langven 4.8.1.258 Het Houtven 4.8.1.279 Het Wintelre Ven 4.8.1.226 De Grote Koemeer 4.8.1.220 De Aardborst-1 4.8.1.241 De Postelse Weijer 4.8.1.232 De Kleine Koemeer 4.8.1.227 De Grote Meer 4.8.1.273 Het Rouwven 4.8.1.175 (aan de Bruggenrijt) 4.8.1.242 De Rooten 4.8.1.244 De Rooten 4.8.1.275 Het Visven 4.8.1.281 Het Zandven 4.8.1.233 De Kleine Meer 4.8.1.50 noordoost van De Pan 4.8.1.221 De Aardborst-2 4.8.1.198 (bij Elzenbroeken) 4.8.1.230 De Huuge Weijer 4.8.1.237 De Meer

Opp (ha) 51,25 43,88 42,07 22,58 19,54 19,00 16,03 15,95 10,58 9,34 9,05 8,01 7,84 7,66 7,30 6,88 6,83 6,77 6,66 6,63

8.2 Moeras Moerassige gebieden waarvan niet duidelijk is dat het ooit veengebieden waren. De geomorfologische kaart geeft ook “moerassige” gebieden aan. Deze zijn overgenomen in de subcategorie 8.2 “Moerassig”. Het betreft 7 plekjes, samen 38 hectare, maar De Grote Meer tussen Vessem en Wintelre neemt daarvan alleen al 20 hectare voor zijn rekening.

22

Uniek nr 4.8.2.121 4.8.2.286 4.8.2.291 4.8.2.290 4.8.2.289 4.8.2.288 4.8.2.287

Naam (op grens met Vessem) Het Rouwven De Grote Meer De Kleine Meer West van De Donk Lithse Heide Het Hellegat

Opp (ha) 1,65 4,59 20,16 7,49 1,55 1,03 1,49

8.3 Veengebied actueel Zowel de geomorfologische kaart als de bodemkaart geven gebieden aan waar thans ondiep in de bodem nog veen of een moerige laag aanwezig is. Deze gronden zijn samen genomen in de subcategorie 8.2: “Veen, actueel”. Binnen Eersel betreft het 6 gebieden. Samen is dat 416 hectare waarvan het dal van de Kleine Beerse meer dan de helft beslaat. Uniek nr 4.8.3.130 4.8.3.294 4.8.3.293 4.8.3.295 4.8.3.296 4.8.3.292

Naam Kleine Beerse langs Steenselse Aa langs Steenselse Aa langs Steenselse Aa Dieprijt Gender

Opp (ha) 268,47 48,68 46,47 24,33 22,56 5,09

8.4 Veengebied verdwenen Gebieden waar ooit in de laatste 5000 jaar veen aan de oppervlakte lag. Aantoonbaar leeg geturfde vennen (niet omwille van de klot) horen er ook bij. Meestal in pleistocene laagten, maar het veen kon zich van daaruit ook verbreiden over de vlakkere omgeving. Het meeste veen is in de middeleeuwen en daarna weggegraven: het gaat dan om een reconstructie! Voor het verdwenen veen is een schatting gemaakt van plekken waar vroeger veen gelegen kan hebben. Daarvoor zijn onder meer de namen van de vennen uit 1828 benut. Namen met daarin de elementen wit, zwart, goor, moer, turf, klot en lok wijzen hoogstwaarschijnlijk op plekken waar ooit veen zat dat intussen opgeruimd is. Turfvaarten zijn hier niet geweest: de turf werd per kar afgevoerd. Het gaat om 7 plekken, met een totale oppervlakte van nog geen 23 hectare. Uniek nr 4.8.4.298 4.8.4.299 4.8.4.297 4.8.4.300 4.8.4.302 4.8.4.301 4.8.4.303

Naam Rouwven Vluttersven Dieprijt Moergat Lokvennen Moerklotven Lokvennen

Opp (ha) 5,97 4,55 4,44 3,19 1,89 1,35 1,30

23

Thema: 9 Heide In de Volle Middeleeuwen werd een begin gemaakt met plaggenbemesting. Heide en grasplaggen werden vermengd met de mest van het vee. Eerst gebeurde dit in de openlucht, later in zogenoemde potstallen. Hierdoor ontstonden vruchtbare, humeuze akkerbodems. Rond 1850 bestond Kempenland nog voor tweederde uit woeste gronden, vooral heide. In de periode 1850-1940 hebben zich ingrijpende veranderingen voorgedaan in het grondgebruik in de Kempen. De woeste gronden werden ontgonnen. Tot aan het einde van de 19de eeuw was er vooral sprake van grootschalige bosaanplant. Rond het jaar 1900 kwamen, me name dankzij een meer algemeen gebruik van kunstmest, grootschaliger heideontginningen op gang. Rond 1940 waren van de grote heidevelden nog maar enkele grotere gebieden over. Na de Tweede Wereldoorlog werden nog meer heidegronden in cultuur gebracht. Bij de reconstructie van het historisch landschap is gebruik gemaakt van drie referentieperiodes, drie ijkpunten (circa 1830, 1900, 1930), waardoor de ontwikkeling van het landschap gestalte krijgt. Aan de hand van het historisch kaartmateriaal uit betreffende periodes kon de ontwikkeling van het landschap, in dit geval de heide, in kaart worden gebracht.4 9.1. Hei in 1840 Uniek nr

Naam

4.9.1.001

Hei rondom Kreyel

4.9.1.002

Grooten Aard

4.9.1.003

Buiksche Heide

4.9.1.004

Lilsche Heide

4.9.1.005

Landschotsche Heide

4.9.1.006

Heide tussen Vessem en Hoogeloon

4.9.1.007

Knegselsche Heide

4.9.1.008

Meerheide

4.9.1.009

Heide tussen Knegsel en Steensel

4.9.1.010

Wolfshoek

4.9.1.011

Grooten Aard

4.9.1.012

Heide tussen Steensel en Schadewijk

4.9.1.013

Neerheide

4.9.1.014

Grooten Aard

4.9.1.015

De Pan

4.9.1.016

Diepreitsche Heide

4.9.1.017

Burgerheide

4.9.1.018

Den Boevenheuvel

De Landschotse heide was oorspronkelijk een groot gebied van ongeveer 1000 ha., dat zich uitstrekte van Middelbeers - Westelbeers tot aan de gemeenten Vessem en Hoogeloon. Aan de westzijde grenst het gebied aan het beekdal van de grote Beerze en aan de oostzijde aan het beekdal van de kleine Beerze. Op oude kaarten staat de naam Landschotse heide meestal aan de zuidoostzijde van het huidige heidegebied aangeduid, bij de gemeentegrens van Vessem.

4 Historisch kaartmateriaal: 1832: kadaster 1832; 1838: topografie 1837-1840. Uit de reproductie Wolters-Noordhoff, 1990; 1845: Topografie ca 1845: Voordt-Pieck, L. van der, M. Kuijl,1845; 1900: Topografie ca 1900 Wieberdink, 1989. Dit zijn de Bonneblaadjes.

24

9.2. Hei in 1900 Uniek nr

Naam

4.9.2.001

Groote Heide

4.9.2.002

Zeeltsche Heide

4.9.2.003

Straatsche Heide

4.9.2.004

Oostelbeersche Heide

4.9.2.005

Buiksche Heide

4.9.2.006

Heideterrein 'Heggeneind'

4.9.2.007

Lilsche Heide

4.9.2.008

Landschotsche Heide

4.9.2.009 + 4.9.2.010

Steen Einden

4.9.2.011

Onbekend

4.9.2.012

Groote Aard

4.9.2.013 + 4.9.2.014

Biestvelden

4.9.2.015

Knegselsche Heide

4.9.2.016

Duizels Heike

4.9.2.017

Hei nabij 'de Mosik'

4.9.2.018

Hei nabij 'Donksche Hoeven'

4.9.2.019

Hei nabij 'Nieuwe Erven'

4.9.2.020

Hei rondom 'Panberg'

4.9.2.021 + 4.9.2.022

Diepreitsche Heide

4.9.2.023

Hapertsche Heide

4.9.2.024

Wilreitsche Heide

4.9.2.025

Hei nabij 'Boxheide'

4.9.2.026

Lage Heide

4.9.2.027 + 4.9.2.028

Waalwijker Heide

4.9.2.029

Molenveld Broek

4.9.2.030

Bussereindsche Heide

4.9.2.031

Molenhoeksche Heide

4.9.2.032 + 4.9.2.033

Nieuwe Erven

4.9.2.034

Schootsche Heide

4.9.2.035

Meer Heide

4.9.2.036

Knegsels Heike

9.3. Hei in 1930 Uniek nr

Naam

4.9.3.001

Onbekend

4.9.3.002 t/m 4.9.3.005

Buiksche Heide

4.9.3.006

Landschotsche Heide

4.9.3.007

Groote Zeetstsche Heide

4.9.3.008

Straatsche Heide

4.9.3.009 t/m 4.9.3.025

Oostelbeersche Heide

4.9.3.026 t/m 4.9.3.043

Lilsche Heide 25

4.9.3.044 t/m 4.9.3.046

Knechselsche Heide

4.9.3.047 t/m 4.9.3.065

Knechsels Heike

4.9.3.066 t/m 4.9.3.068

Rooten

4.9.3.069 + 4.9.3.070

Cartierheide en Hapertsche Heide

4.9.3.071 t/m 4.9.3.084

Grooten Aard

4.9.3.085 t/m 4.9.3.099

Diepreitsche Heide

4.9.3.100 t/m 4.9.3.102

Waalwijker Heide

4.9.3.103 t/m 4.9.3.154

Lage Heide

4.9.3.155 t/m 4.9.3.196

Wolfshoeksche Heide

4.9.3.069 Cartierheide Heidegebied met een aantal kleinere vennen. Restant van de grote, open heidegebieden die sinds de Late Middeleeuwen (1250-1500) in grote delen van de Brabantse zandgebieden voorkwamen. Midden over de heide loopt de zandweg Bredase Baan, een onderdeel van de oude landweg tussen Luik en Breda. In 1932 is het gebied door de Belgische baron de Cartier de Marchienne geschonken aan Natuurmonumenten. Voor die tijd was het in gebruik als jachtgebied. Langs het Dalems Stroompje liggen kades die werden gebruikt om het (water)wild te kunnen besluipen. Deze kades dateren uit de periode 1900-1925. Aan de randen enige spontane opslag van berken en dennen. Het gebied kent een samenhang met de akkers bij Witrijt, De Pan, Spijkert en De Heestert, die eeuwenlang als eilanden in de omliggende heide lagen, en met de omliggende jonge heidebebossingen. Cultuurhistorische waarde: hoog. CHW. nr. V323

Afbeelding: De Cartierheide ligt grotendeels in Hapert en een klein deel in Eersel (foto Eindhovens Dagblad jan. 2021).

26

Thema: 11 Restbossen 11.1 Restbos Bossen die kennelijk de bos-vijandige middeleeuwen overleefden en pas daarna sneuvelden of misschien zelfs nog bestaan. 4.11.1.001 t/m 4.11.1.190 Restbos Eersel Bij de reconstructie van het restbos is gebruik gemaakt van historisch kaartmateriaal vanaf 1830 t/m 1930. Daar waar op alle kaarten bos voorkwam zijn aangemerkt als restbos. 5

11.2 Ecologisch oud bos6 Een oude boskern is een bos dat tenminste voorkomt op topografische kaarten van ca. 1840 en waar een deel uit inheemse bomen of struiken bestaat. Inheems zijn de bomen en struiken die zich sinds de spontane vestiging na de laatste IJstijd (vanaf ca. 13000 jaar geleden) ter plekke altijd natuurlijk hebben verjongd. Ze kunnen ook kunstmatig verjongd zijn, maar dan moet het plantmateriaal afkomstig zijn van strikt lokaal oorspronkelijke bomen of struiken. Dit betekent dat bomen en struiken die als soort wel inheems zijn, maar ingevoerd werden uit een andere klimaatzone of geologische regio niet als inheems worden aangemerkt. Plantmateriaal uit direct aangrenzende gebieden (ook over landsgrenzen) kan daarentegen wel als oorspronkelijk inheems worden gedefinieerd, als het verder voldoet aan de definitie. Aangeplante bomen en struiken zijn niet zonder meer te onderscheiden van hun inheemse verwanten. Ervaren veldwerkers kunnen wel heel wat morfologische verschillen vaststellen, maar in de praktijk worden inheemse bomen en struiken onderscheiden door middel van een aantal parameters of criteria. De werkwijze hiervoor is ontwikkeld door Maes.7 De criteria hebben betrekking zowel op de boom zelf als op de groeiplaats. Soms bieden archieven of herinneringen van omwonenden hulp.

Een nieuwe hulpbron is kennis van het DNA met behulp waarvan inheemse genenbronnen kunnen worden gekarakteriseerd. De belangrijkste criteria die de groeiplaats betreffen:  het landschapselement komt voor op de historische topografische kaart van ca. 1830-1850 of ouder;  het landschapselement komt op latere topografische kaarten voor, maar er zijn duidelijke aanwijzingen dat er vanuit oudere landschapselementen in de buurt uitzaaiing heeft plaats gevonden;  het landschapselement maakt in het veld een oude en ongestoorde indruk  het bodemtype en de groeiplaatsomstandigheden komen min of meer overeen met de natuurlijke standplaats van de soort;  de bodem maakt een ongestoorde indruk;  de boom of struik komt voor in het ter plaatse natuurlijke of afgeleide vegetatietype;  er zijn plantensoorten aanwezig in de boom-, struik- of kruidlaag die indicatief zijn voor oude bosplaatsen of houtwallen. Hierbij wordt een lijst gehanteerd zoals die voor de bossen van Vlaanderen is opgesteld door M.

Hermy (Tack et al., 1993), aangevuld met soorten die representatief zijn voor Nederland  de standplaats ligt binnen het natuurlijke verspreidingsgebied van de betreffende soort;  in de omgeving komt de betreffende soort voor op vergelijkbare standplaatsen;  in of nabij de standplaats komen oude natuurlijke of cultuurhistorische elementen voor zoals beekmeanders, wallen, greppels, graften, holle wegen en oude perceelsgrenzen. De belangrijkste criteria die de boom of struik zelf betreffen: 5 Historisch kaartmateriaal: 1832: kadaster 1832; 1838: topografie 1837-1840. Uit de reproductie Wolters-Noordhoff, 1990; 1845: Topografie ca 1845: Voordt-Pieck, L. van der, M. Kuijl, 1845; 1900: Topografie ca 1900 Wieberdink, G.L.,1989. Dit zijn de Bonneblaadjes. 6 Bestanden Bert Maes 2010. Maes, Rövekamp, Van Loon, 1996. 7 Maes, 1993.

27

   

de boom of struik is een wilde inheemse variëteit, geen cultuurvorm; de boom of struik maakt een spontane en niet-aangeplante indruk; het betreft een zichtbaar oude boom of struik, een oude stoof van voormalig hakhout of spaartelg (op enen gezet); DNA onderzoek geeft indicaties..

Overige criteria  uit archieven blijkt een hoge ouderdom van de groeiplaats of zijn er indicaties voor het inheemse karakter;  uit mededelingen van bewoners ter plaatse blijkt een hoge ouderdom van de groeiplaats;  uit archeobotanisch- of archeologisch onderzoek volgen indicaties voor het inheemse karakter. In de praktijk gaan zelden alle criteria tegelijk op. Op verarmde plaatsen bijvoorbeeld zullen indicatieve kruiden ontbreken. Er is ook niet altijd sprake van oude bomen of oud hakhout. Het uitsluiten van typische tuinvariëteiten is nog wel mogelijk, maar determinatie van wilde variëteiten is alleen met veel veldervaring soms mogelijk. De criteria dienen ook in samenhang met elkaar gebruikt te worden. De groeiplaatsen van inheemse bomen en struiken zijn tijdens het onder zoek door Maes in het veld aangegeven op een veldkaart met topografische ondergrond, schaal 1:10.000. Op het inventarisatieformulier werden opgenomen:  gegevens betreffende de standplaats (topografie, geomorfologie, bodem, vegetatietype, indicatieve kruiden e.d.);  gegevens over het beheer;  de karakteristieke bomen en struiken (mate van voorkomen, inheems karakter, omtrek, hoogte, optreden van verjonging);  gegevens ten behoeve van de oogst van vruchten of zaden (bloei, vruchtzetting, mate van bereikbaarheid).

De in de rapportage opgenomen soorten en groeiplaatsen zijn steeds in het veld bezocht en bestudeerd. In de praktijk is gebleken dat er in bestaande inventarisatierapporten ten aanzien van een aantal soortengroepen onvoldoende zekerheid bestaat over de determinatie of dat er sprake is van onzorgvuldige determinatie. Dit geldt voor geslachten als Betula, Quercus, Crataegus, Prunus, Salix, Rosa en Ulmus. Uniek nr

Totaal ha

Naam

Toelichting

4.11.2.160

0,03 Domineespad

enkele oude doorgeschoten haagbeuken van een oude heg.

4.11.2.161

0,09 Laaghuis

oude doorgegroeide haagbeukheg

4.11.2.162

0,84 Rotsheuvel

bosje met eikenspaartelgen en voormalig hakhout

4.11.2.163

0,21 Boksheidse Dijk

oude wal met eikenspaartelgen en voormalig hakhout

4.11.2.164

0,32 Broekstraat

oud pad met eikenspaartelgen en hakhoutrelicten

4.11.2.165

0,35 Broekstraat

bosje langs beek met oude eikenhakhoutwal

4.11.2.167

2,38 Molenveld

4.11.2.168

29,33 Grootgoor

oud moerasbosje langs beek met elzenhakhout groot nat bosgebied met spontane begroeiing en houtopslag; tevens hakhoutrelicten. Salix aurita en Myrica gale.

4.11.2.169 4.11.2.170

0,10 Duivelsberg oude wal met eikenspaartelgen Knegsel/Hoekdries/ uitgebreid complex van oude wallen met eikenspaartelgen en 3,53 Wolfshoek oude eikenhakhoutstoven

4.11.2.197

1,67 Heikesestraat

4.11.2.198

12,88 Spekdonken

bosje met hakhoutrelicten bosjes, bosranden en bosgedeelte langs beek met oud hakhout van els, es en eik en broekbos.

4.11.2.199

7,86 Het Heike Borsent

oude eiken- en elzenhakhout

4.11.2.210

0,33 Veneind/Katerstraat wal met oude eikenhakhoutstoven

4.11.2.211

0,80 Grootakker

houtkant met spaartelgen van Quercus robur 28

4.11.2.212

Den Aard/Kleine 1,35 Beerze

smalle bosstrook langs beek met spaartelgen en voormalig hakhout

4.11.2.213

2,17 Zandstraat

4.11.2.214

0,71 Biemeren

4.11.2.232

0,07 Winteresche Hut

houtkanten en houtwallen langs pad met eikenhakhoutstoven bosje met oud eikenhakhout en oude lage knoteiken. Rhamnus cathartica aangeplant. oude hegrestant van Fagus sylvatica (overzijde: zeer klein hegrestant)

4.11.2.233

0,06 Mostheuvel

4.11.2.352

0,41 Veneind

oud hegrestant van Fagus sylvatica rommelbosje met eikenspaartelgen; hakhoutresten; stort tuinafval

4.11.2.353

0,08 't Koepeltje

relict eikenwal

29

2. Inventarisatie historisch landschap – Eersel E. Wijnen, M.D. Wagemans & K.A.H.W. Leenders 8

2.1 Algemeen De huidige gemeente Eersel werd op 1 januari 1997 gevormd uit de gemeenten Vessem, Wintelre en Knegsel (4424 hectare) en Eersel (3561 ha). Kleine delen van andere gemeenten werden op die datum aan Eersel toegevoegd: per saldo 202 hectare van Veldhoven, 48 ha. Van Hoogeloon, Hapert en Casteren, 18 van Oost- West en Middelbeers en 6 van Riethoven. Aan Bergeyk werd een hoekje van 7 hectare afgestaan. Een jaar later volgde een kleine grenscorrectie waarbij nog 3 hectare van Veldhoven naar Eersel overging. In 1923 was al de oude gemeente Duizel en Steensel aan Eersel toegevoegd. In historische zin bestaat de huidige gemeente dus uit een groot aantal oude “dorpen” zoals onderstaand kaartje laat zien.

De oude dorpsgebieden binnen het Eersel van 1997. 8 Met bijdragen vanuit de gemeentelijke werkgroep.

30

Enkele onvolledige bevolkingsaantallen: Inwoners Inwoners Inwoners 1438 1496 1526 Eersel 925 890 Duizel 220 215 Steensel 230 190 Knegsel 165 135 Vessem 400 425 Wintelre 230 235 Totaal 2170 2090 Ontwikkeling van de dorpen in getallen.9

865 205 225 120 410 250 2075

Haardtell. 1650

Inwoners 1795

Inwoners Inwoners 1899 eind 1996

176 42 48

845 267 bij Duizel 198 538 259

1010 268 285 192 539 388

12913 744

2107

2682

18980

5323

Het is opmerkelijk hoe de bevolking van de Eerselse dorpen tussen 1438 en 1795 praktisch constant bleef op 2100 personen. Pas de 19e eeuw bracht enige groei. De bevolking explodeerde in de 20ste eeuw en bedraagt nu het negenvoudige van het eeuwenlange aantal van 2100. De groei concentreerde zich in het oude Eersel, waar de bevolking verveertienvoudigde. Het oude Eersel Gebied Eersel was vermoedelijk de oorspronkelijke hoofdplaats van het graafschap van de Kempen, dat in 1203 in handen kwam van de hertog van Brabant, die ter plaatse een burcht bouwde of handhaafde. Die burcht verdween al in de 13de eeuw. Eersel hoorde na 1203 tot het Kwartier van Kempenland. De gemeente Eersel ontstond in 1810 door afscheiding van Duizel en Steensel. Per 1 januari 1923 werden Duizel en Steensel weer bij Eersel gevoegd. Per 1 januari 1997 ging die gemeente op in de nieuwe gemeente Eersel. Eersel bestond in 1662 uit 8 gehuchten of heertgangen, die vanouds in vieren waren gedeeld10: 1. de Hees (4à 5 huizen), Schadewijk en de Hoogstraat (6 à 7 huizen) 2. Stokkelen, de Voort (6 à 7 huizen) en Boxhei (7 à 8 huizen) 3. De Dijk. 4. De Straat of de Plaats. Geschiedenis van het wapen11 In 1254 is sprake van schepenen van Eersel. De schepenbank kende twee zegels, beide met een identieke voorstelling, doch één met en één zonder lelies.

Beide vertonen een burcht, bestaande uit een hoofdtoren waarvoor een poortgebouw geflankeerd door twee torens. Onder het poortgebouw zien we een schuingeplaatst wapenschild: drie drielingsbalken en in het schildhoofd een uitkomende leeuw. In 1704 bestond een nieuw stempel. Daarin staan de torens los en lijkt de poort tegen de hogere middentoren te zijn geplakt. Het wapenschildje geeft geen drielingsbalken meer maar een negental golvende lijnen. Beide lelies zijn dan voetloos. Dit zegel was tenminste in gebruik tot 1747 en weer in 1807. Van dit zegeltype zond de burgemeester in 1815 een afdruk in aan de gouverneur der provincie en het wapen werd in 1817 bevestigd. Het formeel per 1 januari 1923 vervallen wapen van Eersel werd in de praktijk door de nieuwe gemeente tot 1988 gecontinueerd. Op verzoek van Burgemeester en Wethouders stelde het streekarchief – voorloper van het RHCe – in 1987 een onderzoek naar het wapen in, hetgeen resulteerde in het verlenen van een nieuw wapen bij Koninklijk Besluit van 22 augustus 1988 nr. 9: "In keel een burcht van zilver, verlicht van het veld, gevoegd van 9 Bron: Biggelaar e.a. 1993, 62, Vrijheid op de Run, 71; Anoniem, z.j.: Venster op het verleden. 20 jaar heemkunde in Vessem, Wintelre en Knegsel, 133; voorts website Volkstellingen en Cuvelier 1912. 10 Dams e.a. 1989,114. 11 Originele wapendiploma in RHCe, THA, Atlantisnr. 24006 (1817).

Foto wapen (1817) uit Wapenregister Hoge Raad van Adel: RHCe, THA, Zegelkaarten, doos 2. Jan Melssen, ‘Het gemeentewapen van Eersel’, Kroniek van de Kempen 8 (1988) [Hapert, 1990] 73-74. J.Th.M. Melssen, ‘Het nieuwe wapen der gemeente Eersel’, De Nederlandsche Leeuw 106 (1989) 139-140. J.Th.M. Melssen, ‘Het wapen van Eersel, een historische verkenning’, in: A. Dams e.a. (red.), Eersel Duizel Steensel. Drie zaligheden (Hapert, 1989) 49-74. Rapport betreffende herziening van de wapens van gemeenten en de instelling van wapens voor de dorpen in de Regio Eindhoven [Noordbrabantse Commissie voor Wapen- en Vlaggenkunde, september 1996]. Jan Melssen, ‘Wapen en vlag voor de nieuwe gemeente Eersel’, Van Schild en Vaan IV (1997) 19-20.

31

sabel, bestaande uit een gekanteelde en van een puntgevel voorziene poort, waarin een opgetrokken valhek van sabel voor gesloten deuren, geplaatst voor een hogere en bredere gekanteelde hoofdtoren en door muren verbonden met twee kleinere gekanteelde torens, de burcht vergezeld van een met de bovenhoek over de deuren gaand schuingeplaatst schild van sabel, beladen met drie drielingsbalken van goud en in een schildhoofd van zilver een uitkomende leeuw van keel. Het schild gedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee parels."

22 augustus 1988: “In keel een burcht van zilver, verlicht van het veld, gevoegd van sabel, bestaande uit een gekanteelde en van een puntgevel voorziene poort, waarin een opgetrokken valhek van sabel voor gesloten deuren, geplaatst voor een hogere en bredere gekanteelde hoofdtoren en door muren verbonden met twee kleinere gekanteelde torens, de burcht vergezeld van een met de bovenhoek over de deuren gaand schuingeplaatst schild van sabel, beladen met drie drielingsbalken van goud en in een schildhoofd van zilver een uitkomende leeuw van keel. Het schild gedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee parels.” Op voorstel van Burgemeester en Wethouders besloot de gemeenteraad op 25 maart 1997 voor de nieuwe gemeente (a) de gemeentenaam Eersel te handhaven, evenals (b) het wapen en de vlag uit 1988 van de voormalige gemeente Eersel. Historische beschrijvingen 1811 "Ook de gecultveerde grond is hier zeer slecht en zandig en kan niet dan door zware arbeid en veel mest tot eenen geringen trap van vruchtbaarheid gebracht worden. De grond is er voornamelijk is zanderig en zeer schraal.

Het marktveld is nog al aaneen gesloten bebouwd met enige solide huizen bezet, op hetzelve ziet men een oude kapel met een spits torentje, welke thans voor een raadhuis dient." 1900 De gemeente beslaat een oppervlakte van 2244 bunders met zanderige grond waarvan de ingezetenen met veel moeite eenigen granen en andere veldvruchten kunnen verbouwen. Het grootste deel der gemeente is nog woeste grond. Behalve het dorp Eersel bevat de gemeenten de gehuchten Dijk, Schadewijk, Stokkelen, Boxheide benevens het gehucht de Hees. 1950 Eersel werd bekend om zijn sigarenindustrie naast fabrieken voor landbouwwerktuigen, bezems en borstels, en textielnijverheid waarmee in 1947 een begin werd gemaakt. 2000 Het Dorpsplein is een van de mooiste in Brabant, die door toeristen en dagjesmensen hoogstelijk gewaardeerd wordt. Door de aanwezigheid van veel natuurschoon, recreatieparken en de recreatieplas E3, genoemd naar de Europese verbindingsweg naar Antwerpen is Eersel een centrum van toerisme. Eersel bezit een aantal gehuchten, namelijk Boevenheuvel, Dijk, Hoogstraat, De Hees, Schadewijk, Stokkelen en De Voort. Deze zijn gelegen rond een akkergebied in een structuur die ontstaan, moet zijn door ontginning vanuit het vroegmiddeleeuwse domein Eersel en het latere domein De Hees. De parochiekerk lag centraal in de akkers, een situatie die door woningbouw verloren is gegaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=be2c511a-98fa-4292-bc91-84996e602560